«OPLEIDING» FEDERALE TRAINERSSCHOOL
|
|
|
- Joost van der Horst
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 KBVB Koninklijke Belgische Voetbalbond Houba de Strooperlaan BRUSSEL Departement «OPLEIDING» FEDERALE TRAINERSSCHOOL Guido De Jaegher Uitgegeven op 05 september 2007 Nadruk verboden Alle rechten voorbehouden
2 Inhoudsopgave 1. INLEIDING HET OPLEIDINGSPROCES VAN DE JEUGDVOETBALLER HET VOETBALONTWIKKELINGSMODEL VAN DE JEUGDVOETBALLER BASICS Definitie basics Indeling basics volgens spelsituatie TEAMTACTICS Definitie teamtactics Indeling van teamtactics volgens spelsituatie INHOUDELIJKE BEPALING VOLGENS HET ONTWIKKELINGSMODEL Algemeen overzicht De ontwikkelingsfase 2 tegen 2 : 5-7 jaar De ontwikkelingsfase 5 tegen 5: 7-9 jaar De ontwikkelingsfase 8 tegen 8: 9-11 jaar De ontwikkelingsfase 11 tegen 11 (1): jaar De ontwikkelingsfase 11 tegen 11 (2): jaar TEAMTACTICS IN DETAIL T1 + Opbouwzone beheersen T2 + Infiltratie naar waarheidszone T3 + Waarheidszone beheersen T4 + Gevaarlijke tegenaanval opzetten T1 - Zone bal doel beheersen T2 - Recuperatie van de bal T3 - Waarheidszone beheersen T4 - Gevaarlijke tegenaanval beletten VAN JAARPLANNING NAAR TRAININGSSESSIE Wanneer jaarplanning voorbereiden? Voorbeeld jaarplanning basics Trainingssessie HET DENKPROCES BIJ HET VOORBEREIDEN VAN EEN TRAININGSSESSIE ANALYSE VAN DE BEGINSITUATIE EN PROBLEEMSTELLING WIE IS BETROKKEN BIJ HET SPELPROBLEEM? WAT IS HET SPELPROBLEEM? WAAR DOET HET SPELPROBLEEM ZICH VOOR? WANNEER STELT HET PROBLEEM ZICH? OPLOSSING WIE IS BETROKKEN BIJ HET OPLOSSEN VAN HET PROBLEEM? WAT IS DE OPLOSSING? WAAR WORDT HET PROBLEEM OPGELOST? WANNEER MOET HET PROBLEEM OPGELOST WORDEN? COACHING COACHINGSPUNT RICHTLIJN COACHINGSWOORDEN... 43
3 Voor de jeugdopleider Voor de speler VOORBEREIDEN STOP-HELP SITUATIES "WAAROM?" WEDSTRIJDVORMEN EN TUSSENVORMEN... 46
4 7.1. WEDSTRIJDVORMEN De meest vereenvoudigde wedstrijdvorm Klimming in moeilijkheidsgraad Methodiek, organisatie en beschrijving van de wedstrijdvorm TUSSENVORMEN Klimming in moeilijkheidsgraad Beschrijving van de tussenvorm BIJLAGEN STANDAARD VOORBEREIDINGSFORMULIER PROBLEEMSTELLINGEN BASICS PROBLEEMSTELLINGEN TEAMTACTICS TRAININGEN BASICS Vrijlopen: aanbieden van de aanvaller Balcontrole op een lage korte pass TRAININGEN TEAMTACTICS Korte opbouw van bij de keeper via de centrale verdedigers Infiltratie via de flank... 84
5 1. Inleiding De opleidingsvisie van de KBVB wordt visueel als een brug voorgesteld die ondersteund wordt door de FUN en FORMATION-pijlers en die uit 4 lagen bestaat: de zonefilosofie, het leerplan, de wedstrijd- en tussenvormen en de speler staat centraal. In wat volgt wordt het leerplan en de wedstrijd- en tussenvormen besproken en vooral hoe de jeugdopleider dat deel van de visie in de praktijk kan omzetten. Eerst wordt het opleidingsproces van de jeugdvoetballer uitgewerkt gericht naar technisch-tactische ontwikkelingsdoelen. Nadien wordt meer aandacht besteed aan de opbouw van een trainingssessie. Eerst wordt een denkproces voorgesteld dat de jeugdopleider kan volgen bij het voorbereiden van een training. Dat denkproces wordt vervolgens uitgewerkt in stappen met vooral aandacht voor praktische tips. Het geheel wordt afgesloten met voorbeelden van probleemstellingen en een aantal uitgewerkte trainingen. Het dient onmiddellijk gezegd dat er een duidelijk onderscheid moet gemaakt worden tussen de gedetailleerde voorbereiding die van de kandidaten gevraagd wordt tijdens de opleiding en de voorbereidingen die gemaakt worden in de dagelijkse praktijk. Onnodig te zeggen dat geen enkele trainer voor iedere training een voorbereiding maakt die 10 bladzijden of meer beslaat. De bedoeling is echter dat de kandidaat het volledige denkproces en alle aspecten van een trainingsvoorbereiding beheerst. Op die manier is hij perfect voorbereid voor de praktijk en kan hij de spelers een kwaliteitsvolle training aanbieden, zowel naar organisatie als naar voetbalinhoud. Eens dat verworven volstaat het om zich in de praktijk te beperken tot de meest essentiële zaken. 2. Het opleidingsproces van de jeugdvoetballer Het opleidingsproces van de jeugdvoetballer begeleiden is een complex gebeuren. De jeugdopleider moet er immers voor zorgen dat de speler op een bepaalde leeftijd (17 21 jaar) klaar is om zijn plaats op te eisen in het seniorsvoetbal. Dit hoofdstuk geeft een algemeen overzicht van het leerplan en richt zich meer specifiek op de technisch-tactische ontwikkelingsdoelen.
6 2.1. Het voetbalontwikkelingsmodel van de jeugdvoetballer Technisch-tactische, mentale en fysieke ontwikkelingsdoelen De bovenstaande figuur geeft duidelijk aan dat er een progressie moet zijn in de vorming van een voetballer gaande van het ontdekken van wat voetbal is naar het ontwikkelen van individuele spelbekwaamheden tot het functioneren in ploegverband. De moeilijkheidsfactor echter voor de jeugdopleiders in het voetbal is dat er geen absolute grenzen naar leeftijd kunnen getrokken worden in het opleidingsmodel van de jeugdvoetballer. Dit geldt zowel voor de opleidingsdoelen als voor de speldimensies/ontwikkelingsfases. Voor de opleidingsdoelen is het evident dat na de ontdekkingsfase de basics de bovenhand hebben bij de jonge categorieën, maar deze basics eindigen zeker niet bij de leeftijd van bijvoorbeeld 13 jaar. Herhaling moet immers door de jeugdopleider als basisprincipe gehanteerd worden bij voetbalopleiding. Verder zullen moeilijkere technieken zoals vollée en brossage voor jeugdspelers van een bepaald niveau pas op een iets latere leeftijd kunnen aangeleerd worden. Opleidingsdoelen die gericht zijn naar teamtactics laten zich ook niet vastpinnen op een beginleeftijd. Eenvoudige principes waarbij de jeugdspeler leert rekening houden met zijn medespeler kunnen al op jonge leeftijd aangeboden worden. Het is echter te vermijden de spelers te overladen met taken naar linie en ploeg toe (en daar veel trainingstijd aan te besteden) wanneer ze de elementaire basics nog niet beheersen. Ook naar de speldimensies/ontwikkelingsfases geeft het algemene model een overlapping aan die vooral bepaald wordt door het niveau waar de jeugdspeler speelt en traint. Natuurlijk moet de voetbalbond een keuze maken naar de competitiewedstrijden toe en moet er naar uniformiteit gestreefd worden. Tijdens de trainingssessies kan de jeugdopleider echter meer specifiek naar het niveau van zijn spelers werken. Misschien is het voor miniemen van een bepaald niveau aangewezen gedurende de week nog te trainen in formaties en volgens terreinafmetingen die gericht zijn naar 8 tegen 8 hoewel ze op zaterdag 11 tegen 11 moeten spelen.
7 2.2. Basics Definitie basics Basics zijn het geheel van technische en tactische basisvaardigheden (basiscompetenties) die een speler op het einde van de opleiding moet beheersen om binnen de 11 tegen 11 goed te kunnen functioneren, ongeacht het spelsysteem en spelconcept. Het is belangrijk dat de jeugdopleider inziet dat technische en tactische elementen met elkaar verbonden zijn. Een amorti van de bal technisch perfect uitvoeren is belangrijk maar die zó uitvoeren dat de speler het spel zo snel mogelijk kan verder zetten is zo mogelijk nog belangrijker Indeling basics volgens spelsituatie Traditioneel werden basics ingedeeld volgens de techniek (vb. stoptechniek) die de speler toepaste, maar de Federale Trainersschool opteert in zijn opleidingsplan voor een terminologie die gericht is op het verwerven of verbeteren van de spelbekwaamheid van de jeugdspeler. Spelbekwaamheid impliceert een technische en tactische bekwaamheid om spelproblemen op te lossen. Eerst zal de jeugdopleider inzicht moeten verwerven in de technisch-tactische richtlijnen voor iedere basic. Daarvoor heeft de Federale Trainersschool syllabi ontwikkeld die enerzijds de technische uitvoering toelichten en anderzijds de individuele tactische richtlijnen per 'basic' aanreiken. Ook zal de jeugdopleider inzicht verwerven in de samenhang van de basics. Een dergelijke indeling kan volgens verschillende invalshoeken gemaakt worden. In de tabel die volgt worden de basics met elkaar in relatie gebracht volgens de voetbalmomenten balbezit balverlies. BALBEZIT BALVERLIES Balcontrole Lage halfhoge - hoge bal (Eerste baltoets, tegenvoets) Leiden Dribbelen Doelpoging Dichtbij halve afstand - veraf Passing Kort halflang lang Grond halfhoog hoog Voet - koppen Druk zetten Interceptie na balcontrole 1:1: Druk/tackle/remmend wijken Rugdekking (anticiperen op uitschakelen medespeler) Afweren van doelpoging Interceptie vóór balcontrole Afweren van pass en voorzet Druk zetten Rugdekking (vermijden pass tussendoor) Vrijlopen Steunen Speelhoeken afsluiten Korte dekking Omschakeling balbezit balverlies Omschakelen naar balbezit Omschakelen naar balverlies
8 2.3. Teamtactics Definitie teamtactics De teamtactics zijn het geheel van handelingen die de verschillende spelers dienen uit te voeren om als team zo goed mogelijk te functioneren ongeacht het spelsysteem of spelconcept, waarbij de spelers gebruik makend van de basics, de fysieke en mentale vaardigheden Indeling van teamtactics volgens spelsituatie De teamtactics zijn in een verder hoofdstuk meer in detail uitgewerkt. De volgende tabel geeft een indeling volgens de hoofdmomenten in balbezit en balverlies. BALBEZIT BALVERLIES T1 + Opbouwzone beheersen - aanspeelbaarheid -»balcirculatie T1- Zone bal-doel beheersen - blokvorming - gevaarlijke dieptepass verhinderen T2 + Infiltratie naar waarheidszone T2 - Recuperatie van de bal T3 + Waarheidszone beheersen T3 - Waarheidszone beheersen T4 + Omschakeling B -B + Gevaarlijke tegenaanval opzetten T4- Omschakeling B + -B Gevaarlijke tegenaanval beletten 2.4. Inhoudelijke bepaling volgens het ontwikkelingsmodel Algemeen overzicht Hoewel het algemene ontwikkelingsmodel aangeeft dat er een overlapping is naar opleidingsdoelen en speldimensies is het toch zinvol om een referentiemodel te maken waarbij een indeling gemaakt wordt per ontwikkelingsfase.
9 De verdere uitwerking per ontwikkelingsfase geeft aan wanneer men normaal begint met het aanleren van leerdoelen, het aanpassen van trainingsinhouden naar fysieke aspecten en karakteristieken op mentaal vlak. De onderliggende figuur geeft echter aan dat einddoelstellingen vaak in fasen moeten aangeleerd worden en de jeugdopleider er voor zorgt dat leerdoelen van een vorige ontwikkelingsfase herhaald en verder uitgediept worden; leren is namelijk cumulatief. Leerdoelen per ontwikkelingsniveau voor basics en teamtactics Trainingsinhouden per ontwikkelingsniveau op fysiek vlak Karakteristieken per ontwikkelingsniveau op mentaal vlak Nemen we als voorbeeld de basics voor korte pass : B5: Speler kan een korte pass op de juiste voet, met de juiste balsnelheid en op het juiste moment naar een medespeler geven die in de meest gunstige positie aanspeelbaar is en dichtbij staat. B6: Speler kan de korte pass op een zodanige manier trappen/koppen dat de passontvanger in de meest gunstige omstandigheden verder kan spelen (rollende bal, in de loop of in de voet). BASICS : KORTE PASSING B5 EN B jaar jaar jaar (1) jaar (1) jaar (2) jaar Niet van toepassing B5: Korte passing (voet) naar speler die aanspeelbaar is B6 : Korte passing (voet) over de grond (geen botsende bal) B6 : Korte passing (voet) in de voet of in de loop van speler B5 : Korte passing (voet) naar juiste voet B5 : Korte passing met hoofd naar speler die aanspeelbaar is B6: Korte passing met hoofd op of in de loop van de speler B5 : Korte passing (voet) met juiste balsnelheid en op het juiste moment B5 : Korte passing (voet + hoofd) naar juiste speler (meest gunstige positie aanspeelbaar)
10 De ontwikkelingsfase 2 tegen 2 : 5-7 jaar 1+K/1+K 2/2 (5j 7j) U6 Balgewenning debutantjes U7 Oppositiespelen Football as a dribbling and shooting game BESCHRIJVING VAN DE SPELOMGEVING 1ste fase: 2de fase: kinderen spelen met de bal naast elkaar. kinderen spelen tegen elkaar (=oppositiespelen) > 1-1 (het duel), d.w.z. leiden en dribbelen met accent op scoren. PSYCHOMOTORIEK 1 fase Algemene lichaams- en balvaardigheden Oog-hand en oog-voet coördinatie: werpen, vangen en trappen 2 fase B + : balgewenning met de voet : leiden, dribbelen en trappen B - : de bal afnemen + het scoren beletten FYSIEK KRACHT: heel weinig ontwikkeld LENIGHEID: meestal grote lenigheid UITHOUDING: erg oneconomisch lopen (veel energieverlies), snel moe (maar ook snelle recuperatie) SNELHEID: reactiesnelheid in spelvorm COORDINATIE: - weinig lichaamsbeheersing, evenwichtsgevoel, lichaams-, ruimte- en tijdsbesef, - vaak nog geen voorkeurvoet ontwikkeld (geen dominantie links of rechts) MENTAAL Toont grote spontaneïteit Speelt graag en maakt graag plezier Is sterk op zichzelf gericht Is vaak onrustig en vlug afgeleid Kan geen langdurige concentratie aanhouden Is gehecht aan de jeugdopleider Kijkt op naar jeugdopleider Bootst jeugdopleider na
11 De ontwikkelingsfase 5 tegen 5: 7-9 jaar 4+K/4+K (7j tot 9j) duiveltjes 5/5 U8 Toepassing 2/2 U9 Uitbreiding naar kort spel Football as a short passing game without off-side rule BESCHRIJVING VAN DE SPELOMGEVING Ideale wedstrijdvorm is 5-5 (= enkele ruit) met passafstanden tot ongeveer 10 meter BASICS TEAMTACTICS B + B - B + B - leiden en dribbelen korte passing controle op lage bal doelpoging tot 10m (dichtbij) doelpoging op lage voorzet vrij en ingedraaid staan vrijlopen: aanspeelbaar zijn door vrije ruimte te zoeken inworp druk zetten, duel of remmend wijken opstelling tussen tegenspeler en doel korte dekking op korte pass interceptie of afweren van korte pass 1. openen breed 2. openen diep 14.infiltratie met bal: leiden of dribbelen (challenge) 15.een doelkans creëren via een individuele actie 21.zo snel mogelijk afwerken bij een werkelijke doelkans 5. positieve pressing op de baldrager 11.het duel nooit verliezen : zich nooit laten uitschakelen 12.het duel proberen te winnen bij 100% zekerheid 15.niet laten uitschakelen door een individuele actie in de waarheidszone 21.doelpoging afblokken FYSIEK KRACHT : natuurlijke bewegingen, duelvomen tussen homogene groepen (evenwicht) LENIGHEID : meest gunstige periode UITHOUDING : de omvang van de training voldoet SNELHEID : - reactie- en startsnelheid in spelvorm - looptechniek enkel observeren en speels scholen COORDINATIE : - lichaamscoördinatie - oog-handcoördinatie - oog-voetcoördinatie MENTAAL Wordt leergierig Concentratie neemt toe Is bereid om deel uit te maken van een team
12 De ontwikkelingsfase 8 tegen 8: 9-11 jaar 7+K/7+K (9 tot 11j) preminiemen 8/8 U10 Toepassing 2/2 en 5/5 U11 Uitbreiding naar halflang spel Football as a halflong passing game without off-side rule BESCHRIJVING VAN DE SPELOMGEVING Ideale wedstrijdvorm is 8-8 (= dubbele ruit) met passafstanden tot ongeveer 20 meter BASICS TEAMTACTICS B + B - B + B - halflange passing controle op halfhoge bal doelpoging vanop 15 à 20m (halfver) doelpoging op halfhoge voorzet vrijlopen om zelf aanspeelbaar te zijn steunen corner + indirecte vrije trap speelhoeken afsluiten korte dekking op halflange pass interceptie of afweren halflange pass corner + indirecte vrije trap 4. ruimte creëren voor zichzelf en het benutten ervan 6. geen "dom" balverlies waardoor de tegenpartij een doelkans krijgt 10.een lijn overslaan bij passing diep (2de graad) 11.infiltratie op het juiste moment (bij ruimte) 12.infiltratie zonder bal : give & go 13.infitratie met bal: geen kans op direct en gevaarlijk balverlies 6. negatieve pressing op de baldrager 7. dekking door dichtste medespeler 10.een meeschuivende doelman (hoge positie) 13.de bal recupereren door interceptie FYSIEK KRACHT: spelen met eigen lichaamsgewicht, duelvormen tussen homogene groepen LENIGHEID: neemt af, dus stimuleren UITHOUDING: de omvang van de training en andere bewegingselementen (ademhaling!) SNELHEID: - reactie-, startsnelheid en versnellen in spelvorm (recuperatie!) - looptechniek verbeteren COORDINATIE: - lichaamscoördinatie - oog-handcoördinatie - oog-voetcoördinatie MENTAAL Wil zich meten met anderen Kan in teamverband een doel nastreven Is kritisch tegenover eigen prestatie en die van anderen
13 De ontwikkelingsfase 11 tegen 11 (1): jaar 10+K/10+K (11j tot 15j) miniemen knapen 11/11 (1) U12-U13 Toepassing 2/2, 5/5en 8/8 U14-U15 Uitbreiding naar lang spel Football as a long passing game with off-side rule BESCHRIJVING VAN DE SPELOMGEVING Ideale wedstrijdvorm is met passafstanden van soms meer dan 30 meter (bij toepassing van de buitenspelregel ontstaat immers veel ruimte tussen verdediging en doel) BASICS TEAMTACTICS B + B - B + B - lange passing controle op hoge bal doelpoging vanaf 20m (ver) doelpoging op hoge voorzet vrijlopen om een medespeler aanspeelbaar te maken vrijlopen door diep in de vrije ruimte te lopen (buitenspel omzeilen) directe vrije trap FYSIEK speelhoeken afsluiten korte dekking op lange pass interceptie of afweren van lange pass onderlinge dekking directe vrije trap KRACHT: geen specifieke krachttraining, natuurlijke bewegingen, veelzijdigheid, duels tussen homogene groepen LENIGHEID: grote algemene stijfheid, dus aan werken! UITHOUDING: de omvang van de training + korte duurinspanningen met bal (opwarming) > 20 seconde regel SNELHEID: - explosief vermogen en maximale snelheid in spelvorm (juiste arbeid/rust verhouding respecteren) - looptechniek verbeteren COORDINATIE: basistechnieken herhalen, zeker op het einde van de fase bij begin van de puberteit (groeisprint) 3. driehoekspel (juiste onderlinge afstanden) 5. ruimte creëren voor medespeler en het benutten ervan 7. zo snel mogelijk de bal nauwkeurig doorspelen 8. een zo hoog mogelijke balsnelheid ontwikkelen 17.subtiele eindpass in de diepte trappen 20.diepte induiken maar opgelet offside 23.balrecuperatie: 1ste actie is dieptegericht 24.diep blijven spelen MENTAAL Beoordelingsvermogen stijgt Heeft eigen mening Geldingsdrang neemt toe 1. speelruimte verkleinen: sluiten (35m op 35m) 2. evenredige onderlinge afstand 3. medium blok 4. centrale verdediger dichtst bij het duel bepaalt off-sidelijn 8. geen kruisbeweging met naburige speler maken 9. het schuiven en kantelen van het blok 16.een voorzet beletten 17.een eindpass in de diepte beletten: centrum afsluiten 23.onmiddellijk na balverlies druk zetten en dieptepass verhinderen
14 De ontwikkelingsfase 11 tegen 11 (2): jaar 10+K/10+K (15j tot 17j) scholieren 11/11 (2) U16 Perfectioneren U17 Football as a long passing game with off-side rule BESCHRIJVING VAN DE SPELOMGEVING Alle basics worden nu tot in de perfectie uitgevoerd. De jeugdspeler voert zijn taak binnen het spelsysteem bij balbezit en balverlies zo goed mogelijk uit (= teamtactics). BASICS TEAMTACTICS B + B - B + B - Vervolmaking via individuele training FYSIEK 9. diagonale in & out passing naar zwakke zone 16.een voorzet trappen die bruikbaar is vóór doel 18.efficiënte bezetting: 1ste, 2de paal en 11m 19.strikte dekking ontvluchten: snel bewegen 22.de verste spelers lopen zich vrij net vóór balrecuperatie (loshaken/uit blok) 25.in blok spelers : enkelen infiltreren (= SPRINT) MENTAAL 14.collectieve pressing bij kans op balrecuperatie 18.efficiënte bezetting : 1ste, 2de paal en 11m 19.kortere dekking in waarheidszone (split-vision) 20.geen systematische off-side door stap te zetten 22.een hoge compacte T-vorm (4sp's+K) 24.T-vorm: tegenaanval afremmen 25.niet T-vorm : zo snel mogelijk terug KRACHT: snelkracht > afhankelijk van de morfologie van de speler LENIGHEID: onderhouden in functie van blessures UITHOUDING: extensieve en intensieve duurtrainging (geen weerstand!) SNELHEID: - explosief vermogen en maximale snelheid in spelvorm (juiste arbeid/rust verhouding respecteren) - looptechniek verbeteren COORDINATIE: basistechnieken blijven herhalen want door lengtegroei ontstaat verminderde bewegingscontrole Toont minder zelfvertrouwen Gaat op zoek naar eigen IK Zet zich af tegen normale waarden Moet meer en meer de intentie tonen om te willen winnen en moet daarvoor bepaalde opofferingen willen doen
15 2.5. Teamtactics in detail De hieronder uitgewerkte teamtactics zijn gebaseerd op een aanvallende spelstijl, spelen in zone en het spelsysteem met de punt van de driehoek van het middenveld gericht naar de aanval. Dit is de keuze van de KBVB als integraal deel van de visie over jeugdopleiding. Het is echter vanzelfsprekend dat het aanleren van het functioneren in ploegverband (TEAMTACTICS) ook een doelstelling is voor een trainer van een senoirselftal. De manier van werken, de methodiek en de thema s die in deze syllabus aangereikt en besproken worden kunnen ook toegepast worden bij trainingen voor volwassenen. Een aantal veranderingen kunnen echter noodzakelijk zijn. De spelsystemen en hun toepassingen kunnen gebaseerd zijn op verschillende concepten. Een mogelijk voorbeeld is het feit dat bij de volwassenen niemand verplicht is om het spelen in zone toe te passen in al zijn facetten; de prioriteit voor een trainer van een eerste elftal blijft immers winnen T1 + Opbouwzone beheersen AANSPEELBAARHEID Er bestaan een aantal teamtactics waarbij initieel de spelers reeds zo gunstig mogelijk opgesteld staan, los van de opstelling van de tegenpartij (= aanspeelbaar staan). De veldbezetting laat de spelers toe de volgende 3 principes relatief gemakkelijk uit te voeren. - Openen: BREED (B + 1) * Er wordt zo veel mogelijk ruimte in de breedte gecreëerd wanneer 2/5 en 7/11 opengaan tot tegen de zijlijn. * De tegenpartij is verplicht om breder te verdedigen waardoor er ook centraal meer ruimte komt. - Openen: DIEP (B + 2) * De werkelijke speelruimte wordt in de diepte zo groot mogelijk gehouden doordat 7/9/11 initieel op de buitenspellijn staan. * Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor de aanvallers om los te haken, voor de middenvelders om in het middenveld te combineren en voor de flankverdedigers om in te schuiven. * Als 7/9/11 op de buitenspellijn opgesteld staan, profiteren ze maximaal van hun hoge positie bij een diepe bal in de rug van de verdediging. - Driehoekspel met evenredige onderlinge afstanden (B + 3) * Het driehoekspel is de basis voor combinatievoetbal want de speler aan de bal heeft steeds 2 afspeelmogelijkheden. * Alle onderlinge afstanden zijn ongeveer evenredig aan elkaar en bedragen 15m à 20m wat de ideale passafstand is voor een nauwkeurige balcirculatie. * De verdediging staat in boogvorm zodat de diagonale passing tussen centrale verdedigers en flankverdedigers mogelijk is (zie verder). Na het toepassen van bovenvermelde principes bestaat de kans dat de speler toch niet aanspeelbaar is wegens de verdedigende organisatie van de tegenpartij. De spelers dienen zich dan te verplaatsen i.f.v. de bal, medespelers en tegenspelers om toch tijdens de balcirculatie aanspeelbaar te zijn.
16 - Ruimte creëren voor zichzelf en het benutten ervan (B + 4) * Om uit de dekking van de tegenpartij te komen en aldus aanspeelbaar te zijn, beweegt de speler waardoor hij zijn rechtstreekse tegenspeler verplicht om te kiezen tussen volgen (=doordekken) of positie houden (=blijven). Als de tegenspeler niet volgt, wordt de speler aanspeelbaar. Volgt de tegenspeler wel, dan voert de speler zo snel mogelijk een beweging uit in tegenovergestelde richting, nl loshaken en daarna diepgaan of diepgaan en daarna loshaken. Dit betekent dat de speler eerst van de bal weggaat en nadien naar de bal toekomt of omgekeerd. De tegenspeler reageert op de eerste beweging en wordt nadien tegenvoets genomen door de 2 de beweging die in tegenovergestelde richting uitgevoerd wordt. Op dit moment wordt de speler eveneens aanspeelbaar. De speler maakt dus een vooraktie om los te komen van zijn rechtstreekse tegenspeler en aanspeelbaar te zijn. * Deze beweging is belangrijk voor 7, 9, 10 en 11 want zij staan hoog opgesteld en worden meestal kort gedekt door de tegenpartij. 7 en 11 zoeken afwisselend de ruimte op die er is tussen 2/5 en 7/11 en tussen de buitenspellijn en het vijandig doel. * De beweging naar de bal toe gebeurt niet recht naar de bal maar diagonaal zodat bij de balaanname het indraaien naar doel tegenpartij gemakkelijker verloopt. - Ruimte creëren voor medespeler en het benutten ervan (B + 5) * De 7, 9, 10 en 11 bewegen niet alleen om zelf aanspeelbaar te worden maar ook om ruimte te creëren voor een medespeler. Ruimte voor een medespeler moet gecreëerd worden in de zone die beheerst wordt door de tegenpartij (=sterke zone). Door de beweging van de ene speler en de reactie daarop van een tegenspeler ontstaat toch ruimte waar een medespeler gebruik kan van maken: - bv op de flank door 7 of 11 waarbij de flankverdediger door mee te gaan met 7/11 ruimte weggeeft waarin 10 of 9 kan duiken; - bv centraal door 9 waarbij een doordekkende centrale verdediger ruimte weggeeft in het centrum waar 7/11 of 10 induikt BALCIRCULATIE Een vlotte balcirculatie is geen doel maar een middel om te komen tot dieptespel en tot kansen creëren. De tegenpartij belet door een goede blokvorming, pressing op de balbezitter en onderlinge dekking dat er niet diep kan gespeeld worden. Door een efficiënte balcirculatie wordt toch een oplossing om diep te spelen gevonden. De volgende richtlijnen laten een dergelijke balcirculatie toe. - Geen dom balverlies waardoor de tegenpartij een doelkans krijgt (B + 6) * Een verantwoorde balcirculatie is er één waarbij geen balverlies geleden wordt in bepaalde zones waardoor de tegenpartij plots gevaarlijk wordt, nl de eigen waarheidszone en de centrale zone op de eigen helft. * Passes naar een medespeler die onder druk staat en zeer korte passes (5m) dienen vermeden te worden want de kans op balverlies is te groot. * Passes die gegeven worden van het centrum naar de flank zijn minder gevaarlijk dan van de flank naar het centrum. De tegenpartij kan immers gevaarlijker de tegenaanval inzetten bij balrecuperatie centraal dan op de flank. * Diagonaal vooruit is minder gevaarlijk en bovendien efficiënter ten gevolge de terreinwinst dan laterale passes want bij een interceptie van een latere pass zijn beide spelers uitgeschakeld.
17 * Een verticale pass van 3 naar 6 of van 4 naar 8 is ook gevaarlijk omdat 6/8 met de rug naar de jagende speler de bal moet aannemen. * Bij te veel risico op balverlies (= te veel druk op speler aan de bal) dient de bal ontzet te worden naar een zone waar er geen direct doelgevaar mogelijk is, nl de verdedigende flankzones van de tegenpartij. Bv. 2/5 trapt een lange bal diep langs de lijn i.p.v. naar de 6/8 te spelen; 3 en 4 speelt diagonaal diep in de hoek. - Zo snel mogelijk de bal nauwkeurig doorspelen (B + 7) * De balcirculatie waarbij in 1 tijd gespeeld wordt, is de snelste maar ook de moeilijkste. * In 2 tijden de bal rond spelen, nl controle - pass, verloopt veel nauwkeuriger en is bijna even snel als in 1 tijd spelen op voorwaarde dat de tijd tussen de balaanname en de pass zo klein mogelijk is. * De richting van de balaanname dient in functie van de verderzetting van de opbouw te gebeuren (zie basics gerichte balcontrole). Het juist ingedraaid staan laat een snelle balcirculatie toe. * Een slechte inspeelpass dient eerst nauwkeurig gecontroleerd te worden vooraleer door te spelen. Op dit moment is het behouden van de bal belangrijker dan het ontwikkelen van een hoge balcirculatie. - Een zo hoog mogelijke balsnelheid ontwikkelen (B + 8) * De snelheid van de bal wordt zo hoog mogelijk gehouden als de bal hard en juist ingespeeld wordt naar de passontvanger die in de beste omstandigheden kan verder spelen (Zie basics passing: juiste balsnelheid/juiste voet/in de loop/over de grond). - Diagonale IN & OUT passing naar de zwakke zone van de tegenpartij (B + 9) * In & out passing betekent dat wanneer de bal zich op de flank bevindt, de oplossing centraal wordt gezocht. Als de bal centraal is, wordt de oplossing op de flank gezocht. Concreet betekent dit dat de volgende passen aangewezen zijn: 2 naar 9/10 (diagonaal vooruit) of 2 naar 1/3 (diagonaal achteruit). * Een diagonale passing vooruit is niet alleen efficiënt (terreinwinst) maar laat de passontvanger ook toe zich net vóór de balaanname in te draaien en verkleint de kans op gevaarlijk balverlies. * Een diagonale passing achteruit kan een goede voorbereidende pass zijn tot een snelle vleugelverandering want de passontvanger ziet het spel voor zich en staat minder onder druk. Vandaar dat de flankverdedigers hoger dienen te staan dan de centrale verdedigers (verdediging staat in boogvorm). * Op de sterke zone van de tegenpartij is diep spelen niet mogelijk, op de zwakke zone wel. Het doel is door een snelle balcirculatie en vleugelverandering de bal van de sterke naar de zwakke zone te brengen. Het schuivend defensief blok heeft tijd nodig om zich te verplaatsen en er kunnen bij het schuiven openingen ontstaan. * De beste diagonale pass is deze waarbij een speler in dezelfde linie wordt overgeslaan of waarbij een linie wordt overgeslaan. 3 naar 5/11, 4 naar 2/7, 2/5 naar 9/10, 6/8 naar 7/9/11. * Als een linie wordt overgeslaan, leidt balverlies zelden tot een gevaarlijke tegenaanval aangezien de speler die werd overgeslaan (bv 6/8) zich na balverlies tussen de bal en het doel bevindt.
18 - Bij passing diep een lijn overslaan (B + 10) De beste diagonale passes zijn deze waarbij * een speler in dezelfde linie wordt overgeslagen vanuit het centrum naar de flank: bv 3 naar 5 * één of meerdere lijnen worden overgeslagen vanuit het centrum naar de flank (bv 3 naar 11) of van de flank naar het centrum (bv 2 naar 9) T2 + Infiltratie naar waarheidszone * Een goede aanspeelbaarheid en een efficiënte balcirculatie in de opbouwzone moet op een gegeven moment uitmonden in een doelkans. Dit kan gebeuren als een speler van de opbouwzone tot in de waarheidszone infiltreert. Deze infiltratie kan met of zonder de bal gebeuren en heeft tot doel numeriek sterker te staan in de waarheidszone. We onderscheiden het gepast inschuiven van opkomende spelers en het uitschakelen van een middenvelder of verdediger door een individuele actie of 1-2 beweging. De volgende teamtactics zijn hierbij van toepassing. - Wanneer infiltreren: RUIMTE + OP HET JUISTE MOMENT(B + 11) * Ruimte betekent dat er in die zone geen of weinig tegenspelers zijn. Door in te schuiven in die ruimte ontstaat daar numeriek een voordelige situatie. * De infiltratie moet ook op het juiste moment gebeuren in functie van het kunnen krijgen van de pass in gunstige omstandigheden. Als de speler zijn infiltratie te vroeg inzet, kan dit bij de tegenspeler een reactie uitlokken waardoor de bal niet meer in goede omstandigheden kan gespeeld worden. Zet de speler zijn infiltratie te laat in dan kan hij bv onvoldoende in steun komen van speler die de bal ontvangen heeft. - Infiltratie zonder bal: GIVE & GO (B + 12) * Na de pass beweegt de passgever onmiddellijk en snel richting doel. De speler profiteert van het feit dat zijn rechtstreekse tegenspeler afgeleid wordt door de pass en hem even uit het oog verliest. Als de bal teruggespeeld wordt krijgen we een 1-2 beweging. - Infiltratie met bal : geen kans op onmiddellijk en/of gevaarlijk balverlies (B + 13) * Een infiltratie met bal aan de voet richting doel leidt tot terreinwinst terwijl de ploeg in balbezit blijft. * Een infiltratie met bal is slechts verantwoord als dit niet onmiddellijk tot gevaarlijk balverlies leidt. De ploeg moet immers in staat zijn bij een infiltratie een minimale verdedigende organisatie in te nemen. Bv 6 infiltreert en 8 denkt verdedigend door wat naar rechts te schuiven. - Infiltratie met bal : leiden of dribbel: CHALLENGE (B + 14) * Challenge bij het leiden of dribbelen betekent dat de speler aan de bal een tegenspeler opzoekt met als doel deze uit te schakelen of een medespeler vrij te spelen. Bv de oprukkende 2 zoekt de tegenspeler van 7 op (op zijn rechterkant) om afhankelijk van zijn beweging hem uit te schakelen of 7 vrij te spelen.
19 T3 + Waarheidszone beheersen Eens de bal in de waarheidszone komt, tracht de ploeg een doelkans te creëren en te scoren. Doelkansen en doelpunten worden gecreëerd ten gevolge van: - een doelpoging bij werkelijke doelkans: van dichtbij of vanop afstand - een individuele actie waarbij verdediger en/of keeper wordt uitgeschakeld - een juiste eindpass in de diepte naar een insnijdende medespeler - een juiste voorzet naar een medespeler die juist positie kiest vóór doel en aanspeelbaar is. Bij dergelijke verschillende spelsituaties zijn de volgende principes van toepassing. - Een doelkans creëren via een individuele actie (B + 15) * Door één of meerdere tegenspelers d.m.v. een dribbel uit te schakelen, kan de speler aan de bal tot een doelkans komen. Een doelgerichte dribbel is nodig om niemand na het uitschakelen te laten terugkomen. * Een individuele actie om zelf de doelkans te creëren is verantwoord als op het ogenblik van de dribbel er in de waarheidszone niemand in betere omstandigheden opgesteld staat en als de speler aan de bal zelf (nog) niet naar doel kan trappen. - Een voorzet trappen die bruikbaar is voor een speler vóór doel (B + 16) Er zijn 3 verschillende soorten voorzetten te onderscheiden: 1. Ofwel leiden tot aan de achterlijn en dan 45 achteruit passen over de grond naar een inlopende speler (lage voorzet) 2. Ofwel een voorzet trappen (bij voorkeur over de grond) tussen de verdediging en het doel (buiten bereik van de keeper) als er voldoende ruimte is hiertussen 3. Ofwel een harde gestrekte voorzet trappen naar speler vóór doel. Afhankelijk van de positie van de medespeler kan die bal getrapt worden naar de 1 ste paal, het centrum of de 2 de paal of bij te veel druk kan de speler de bal zelfs blind voor doel brengen. De ideale zone vanwaar een dergelijke voorzet vertrekt, is de zone tussen backlijn en zijlijn. - Subtiele eindpass in de diepte (B + 17) * Een subtiele pass in de ruimte tussen buitenspellijn en doel schakelt 1 of meerdere tegenspelers uit en brengt een medespeler alleen vóór doel. De pass kan zowel tussendoor over de grond of in de hoogte over de laatste lijn gespeeld worden. * De eindpass in de diepte is subtiel als die niet te hard getrapt wordt zodat de bal buiten het actiegebied van de uitkomende keeper blijft. * Het subtiele van de eindpass ligt ook in het feit dat de pass op het juiste moment naar een diepgaande medespeler gegeven moet worden. Als die pass te laat vertrekt, ontvangt die medespeler de bal in buitenspelpositie. - Efficiënte bezetting: 1 ste - 2 de paal en 16m (B + 18) * De verschillende zones vóór doel moeten ingenomen zijn wanneer er een voorzet getrapt wordt. Dat houdt ook in dat er geen 2 spelers naar dezelfde zone inlopen. * De 1 ste paal is meestal voor de 9; de 2 de paal voor de insnijdende flankaanvaller. Deze 7 of 11 dient dus op het juiste moment in te snijden om enerzijds op tijd bij de voorzet te komen en anderzijds zo lang mogelijk buiten het gezichtsveld van de verdediger en de doelman te blijven.
20 * De centrale zone rond de 16m wordt door 1 of 2 spelers ingenomen, nl de 10 en 6 of 8 indien de bal teruggelegd wordt (45 voorzet of 2 de bal). - Strikte dekking ontvluchten: snel bewegen! (B + 19) * Aangezien de speler in de waarheidszone kort door zijn tegenspeler wordt gedekt, zal hij pas aanspeelbaar zijn als hij op het juiste moment snel en juist beweegt. * Deze snelle vrijloopbeweging bestaat uit richtings- en snelheidsveranderingen. - Diepte induiken maar opgelet off-side (B + 20) * Op het juiste moment (randje buitenspel) loopt er iemand diep als de speler aan de bal de pass tussendoor kan geven. * Om de buitenspelval te omzeilen zal dit vrijlopen zelfs diagonaal of lateraal moeten gebeuren. - Zo snel mogelijk afwerken bij werkelijke doelkans (B + 21) * De speler aan de bal trapt in 1 tijd of na een korte nauwkeurige balaanname naar doel als hij zich kortbij het doel bevindt waardoor de tegenspeler de trap niet kan afblokken. * Als de omstandigheden om te trappen gunstig zijn en de kans om te scoren reëel is, kan de baldrager besluiten zijn kans te wagen vanop afstand. Bv bij te weinig druk en/of een terugkerende bal T4 + Gevaarlijke tegenaanval opzetten Een gevaarlijke tegenaanval wordt reeds voorbereid tijdens het moment voorafgaand aan de balrecuperatie. Deze offensieve anticipatie is een belangrijke voorwaarde om een succesvolle tegenaanval in te zetten. Als de bal gerecupereerd wordt, moet de ploeg proberen zo snel mogelijk gebruik te maken van de relatieve defensieve zwakte die er kan ontstaan bij de tegenpartij. Bij een tegenaanval is het de bedoeling zo snel mogelijk in de waarheidszone van de tegenpartij te geraken aangezien de tegenpartij zich zo snel mogelijk na balrecuperatie tracht te organiseren. Is er echter geen kans op een gevaarlijke tegenaanval, dan kiest de ploeg voor een verzorgde opbouw (zie T1+). Om succesvol een tegenaanval in te zetten, zijn volgende teamtactics belangrijk. - De verste spelers lopen zich vrij (loshaken/uit blok) (B + 22) * Als de kans op balrecuperatie reëel is, zetten 1 of meerdere spelers reeds hun loopbeweging in functie van een mogelijke tegenaanval. Deze spelers denken reeds aanvallend bij balbezit van de tegenpartij en trachten het moment van balrecuperatie goed aan te voelen. * Er kan afhankelijk van de situatie een loshaakbeweging gemaakt worden om de speler die de bal recupereert een aanspeelpunt in de diepte te geven (bv 9/10) of er kan een verplaatsing gemaakt worden waarbij de speler zijn positie in het defensief blok verlaat en maximaal open en diep (zie teamtactic nr 1 en 2) gaat. Deze beweging gebeurt bv door de flankaanvaller die zich het verst van de bal bevindt waardoor met 1 kruispass richting 7 of 11 de restverdediging van de tegenpartij uitgeschakeld kan worden. - Balrecuperatie: 1 ste actie is DIEP (B+23) * De speler die de bal recupereert, zet de tegenaanval in door zelf onmiddellijk diep te spelen of door een korte pass achteruit te geven naar een medespeler die diep speelt.
21 * Als er beslist wordt om een tegenaanval in te zetten, is het belangrijk dat er geen onmiddellijk balverlies geleden wordt. * Een nauwkeurige interceptiepass in de diepte biedt veel kans op succes omdat dit de snelste vorm van omschakelen is (interceptie is tegelijkertijd de pass). * De 1 ste actie in de diepte kan ook een infiltratie zijn waarbij de speler aan de bal zo snel mogelijk terreinwinst boekt. - DIEP blijven spelen (B + 24) * Bij het spelen van de tegenaanval moet belet worden dat tegenspelers terugkomen. Vandaar dat na de 1 ste actie de intentie er moet zijn om diep te blijven spelen (direct of indirect na een korte pass achteruit). - In blok spelers: enkelen infiltreren (=SPRINT) (B + 25) * Een aantal spelers sprinten mee naar voor om eveneens in de waarheidszone te komen. Hierdoor kan er daar een numeriek voordelige situatie ontstaan T1- Zone bal - doel beheersen BLOKVORMING De vorming van een defensief blok zonder dat spelers onderling kruisen, is een belangrijk principe wanneer men opteert voor zonevoetbal. Zodra de tegenpartij de bal heeft, wordt de balbezitter onder druk gezet en stellen de andere spelers zich zodanig op dat de speelruimte van de tegenpartij verkleint en dat er geen gevaarlijke dieptepass richting eigen waarheidszone gegeven wordt. Hiervoor dienen er een aantal belangrijke principes nageleefd te worden - 35m op 35m: speelruimte verkleinen (= SLUITEN) (B1) * Als de tegenpartij de bal heeft, tracht de ploeg de werkelijke speelruimte voor de tegenpartij te beperken. Het beperken van de speelruimte betekent dat de tegenpartij belet wordt om via een verzorgde opbouw de waarheidszone binnen te dringen. * Dit blok moet breed (30 à 35 meter) genoeg zijn want het moet steeds in staat zijn om de zone bal - doel te beheersen. Hiervoor moet het zich verplaatsen wanneer de bal door de tegenpartij rondgespeeld wordt en bij een snelle vleugelverandering moet de gevaarlijke dieptepass of infiltratie kunnen belet worden. * Dit blok moet diep (30 à 35m) genoeg zijn om niet verrast te worden door een hoge diepe bal achter de verdedigingslinie - Evenredige onderlinge afstanden (compact blok) (B-2) * De afstanden tussen de spelers onderling bedragen ongeveer 10 à 20m waardoor er steeds druk op de balbezitter kan gezet worden en er moeilijker een gevaarlijke dieptepass kan gegeven worden. Er dient vermeden te worden dat 2 spelers nagenoeg dezelfde zone innemen of kruisen want hierdoor zal er in een andere zone meer ruimte ontstaan. * Deze onderlinge afstanden verkleinen naar gelang de speler dichter bij de bal is, de bal dichter bij het doel is of zich meer centraal bevindt. - Medium blok: de middenvelders bevinden zich t.h.v. de middellijn (B-3) * Het blok kan hoog (high), laag (low) of tussen de 2 geplaatst worden. Als het blok hoog geplaatst wordt, kan er enerzijds hoog druk gezet worden waardoor de tegenpartij ver van het eigen doel gehouden wordt en de bal hoog kan gerecupereerd
22 worden, maar ontstaat er anderzijds veel ruimte in de rug van de verdediging. Bij een laag blok is er weinig ruimte in de rug, maar wordt laag druk gezet op de balbezitter waardoor de tegenpartij vrij dicht tot bij het doel kan opbouwen. Bij een medium blok wordt er enerzijds voldoende hoog druk gezet en wordt er niet al te veel ruimte in de rug weggegeven. * Tijdens het spelen van een wedstrijd zal de positie van het blok wisselen van laag naar hoog en omgekeerd. Kiezen voor een medium-blok betekent dat de gemiddelde positie van de middenvelders zich ter hoogte van de middellijn situeert. - Centrale verdediger die zich het dichtst bij het duel bevindt, bepaalt de off-side lijn (B-4) * Er moet steeds 1 speler in dekking staan van de medespeler die in duel gaat. Als bv de RFV (2) het duel aangaat met de LFA (11) van de tegenpartij wordt de dekking verzekerd door de RCV (3). Om de speelruimte in het blok zo klein mogelijk te maken, bepaalt die speler ook de buitenspellijn. * Het vormen van een schuine diagonaal van 3 of 4 verdedigers raden we af omdat de ruimte zowel in het blok als in de rug van de verdedigers waar een speler kan induiken groter is GEVAARLIJKE DIEPTEPASS VERHINDEREN Wanneer de tegenpartij de bal rondspeelt, zal het compacte blok zich in functie van de bal moeten verplaatsen, om samen met een goede pressing de gevaarlijke dieptepass te beletten. Wordt er toch eens een diepe bal over of tussen de laatste lijn getrapt, zal de keeper eveneens een belangrijke taak hebben om doelgevaar te voorkomen. Een aantal teamprincipes dienen aldus in acht genomen te worden om gevaarlijke dieptepassen te verhinderen. - Positieve pressing op de baldrager (B 5) * Er dient steeds druk op de balbezitter gezet te worden door een speler die zich opstelt tussen de bal en het eigen doel. * Hoe dichter bij doel, hoe agressiever de druk op de balbezitter. * Om steeds een speler druk te kunnen laten zetten, dient er een compact blok gevormd te worden en dient de speler naar de passontvanger te bewegen zodra de pass vertrekt. * Druk zetten heeft als eerste doel het beletten dat de baldrager een gevaarlijke pass in de diepte kan geven. Het is geen must dat de drukzettende speler de bal afneemt. - Negatieve pressing op de baldrager (B 6) * Een uitgeschakelde speler zet druk in de rug van de speler aan de bal. Bv 11 zet druk in de rug van infiltrerende RFV van de tegenpartij. Een dergelijke druk verplicht de speler aan de bal om snel te beslissen en te spelen wat balverlies tot gevolg kan hebben. * De speler die negatieve druk zet, kan ook de bal veroveren als de balbezitter die bijvoorbeeld niet opgemerkt heeft. - De dekking door de dichtste medespeler(s) (B 7) * Een goede dekking op de medespeler die de balbezitter aanvalt, laat toe dat de bal niet diagonaal diep kan gespeeld worden.
23 * De afstand van de dekkinggevende speler mag niet te klein zijn om te kunnen reageren op een mogelijke dieptepass. De afstand mag ook niet te groot zijn want het geven van dekking heeft ook als doel de balbezitter onder druk te zetten wanneer die zijn rechtstreekse tegenspeler heeft uitgeschakeld. - Geen kruisbeweging met naburige speler maken (B 8) * Naburige spelers kruisen niet maar blijven in hun eigen zone om te vermijden dat er ruimte in het blok ontstaat. * Speler die dekking gaf, zet de speler aan de bal onmiddellijk onder druk wanneer 2 spelers van de tegenpartij elkaar kruisen en de speler aan de bal in zijn zone komt. - Het schuiven en kantelen van het blok (B 9) * Om te beletten dat de tegenpartij een gevaarlijke dieptepass kan geven, dient het blok steeds een laterale verplaatsing te maken wanneer de tegenpartij de bal rondspeelt van de ene kant naar de andere (= schuiven). * Het blok maakt ook een kantelende beweging wanneer de bal van de ene flank naar de andere gespeeld wordt. Als de bal zich op de rechterkant van de tegenpartij bevindt, zal de linkerflankverdediger (5) hoger opgesteld staan dan de rechterflankverdediger (2). Wanneer de bal zich op de andere flank bevindt, zal de rechterflankverdediger hoger staan dan de linkerflankverdediger. Het blok verplaatst zich dus als een ruitenwisser van rechts naar links en omgekeerd. - Een meeschuivende doelman (hoge positie) (B 10) * De doelman neemt de taak van de klassieke libero over. * De doelman speelt zo ver mogelijk van de doellijn waardoor zijn actiegebied vergroot waarbinnen hij een dieptepass kan onderscheppen. Zo ver mogelijk betekent dat hij zich niet laat verrassen door een mogelijke lobbal. * De positie van de doelman is afhankelijk van de hoogte van de laatste lijn. Hoe hoger die laatste lijn, hoe verder de doelman vóór zijn doel staat T2- Recuperatie van de bal Als het defensief blok op een efficiënte manier schuift en kantelt waarbij een goede pressing op de balbezitter wordt toegepast, kan de tegenpartij de bal nog steeds rondspelen. Als de gelegenheid zich voordoet, dient de ploeg over te gaan tot het recupereren van de bal om terug in balbezit te komen. Om tot het recupereren van de bal te komen, zijn de volgende teamtactics belangrijk: - Het duel NOOIT verliezen: zich nooit laten uitschakelen (B11) * De speler die het duel aangaat, doet dit niet alleen om de gevaarlijke dieptepass te beletten maar ook met het doel de bal af te nemen indien dit mogelijk is. * Gunstige situaties om de bal af te nemen, ontstaan wanneer de bal te ver van de voet van de tegenspeler is (bv. bij slechte balaanname van pass of bij slechte dribbel) * Als de speler beslist de bal af te nemen door tackle, moet hij 100% zeker zijn de bal te hebben. Het duel mag hij nooit verliezen want dan moeten andere spelers schuiven en kunnen er openingen in het blok ontstaan. - Het duel proberen winnen bij 100% zekerheid (B 12) * Gunstige situaties om de bal af te nemen, ontstaan wanneer de bal te ver van de voet is (slechte controle of dribbel).
24 * Speler kiest slechts voor een tackle bij 100% zekerheid. * Bij tackling tracht de speler indien mogelijk in balbezit te komen. - De bal recupereren door interceptie (B 13) * Door een juiste en agressieve pressing op de balbezitter en door een compacte blokvorming, komt de speler aan de bal onder druk te staan en zijn de afspeelmogelijkheden beperkt. Hierdoor ontstaat de kans op slechte passen. De spelers in het blok zijn steeds attent om een dergelijke slechte pass te onderscheppen. * Als een speler er in slaagt om een slechte pass te onderscheppen, is de situatie gunstig om de tegenaanval te spelen omdat de speler die de pass onderschept het spel voor zich heeft en er meestal 2 tegenspelers uitgeschakeld zijn, nl de passgever en de tegenspeler naar wie de bal ging. - Collectieve pressing bij kans op balrecuperatie (B 14) * Bij een collectieve pressing gaan meerdere spelers zich verplaatsen met als doel te komen tot balrecuperatie. De speler die in duel gaat met de balbezitter, gaat dit nog agressiever doen, terwijl de spelers rondom bijsluiten waardoor de balbezitter omsingeld geraakt en geen afspeelmogelijkheden heeft, wat leidt tot balverlies. De balbezitter wordt als het ware versmacht door de collectieve pressing. * Er wordt slechts over gegaan tot collectieve pressing als de omstandigheden gunstig zijn: het blok is goed gevormd, de druk op de balbezitter is aanwezig en de balbezitter bevindt zich in ongunstige omstandigheden om de bal door te spelen (bv botsende bal, niet ingedraaid staan, geen gerichte balaanname). * Een collectieve pressing centraal in het blok is bijna uitgesloten omdat er te veel spelers nodig zijn om de balbezitter in te sluiten. Als de balbezitter zich echter op de flank ter hoogte van de middellijn bevindt, is hij reeds ingesloten door de zijlijn en dienen minder spelers deel te nemen aan de collectieve pressing. * Het inzetten van de collectieve pressing dient op signaal te gebeuren door een speler die de spelsituatie goed kan overschouwen: bv 6 of 8 en in mindere mate 3 of 4 want die staan iets verder van de bal. * Het uitvoeren van een goede collectieve pressing houdt steeds een risico in want als de baldrager toch uit de omsingeling geraakt door een individuele actie of een goede pass, zijn meerdere spelers uitgeschakeld T3- Waarheidszone beheersen Als de tegenpartij er toch in slaagt om in de waarheidszone binnen te geraken, moeten de volgende principes toegepast worden om te beletten dat de tegenpartij een doelkans krijgt. - Niet laten uitschakelen door een individuele actie (B 15) * In de waarheidszone moet de speler aan de bal zo snel mogelijk aangevallen worden door zijn rechtstreekse tegenspeler terwijl die vermijdt door een dribbel uitgeschakeld te worden en de speler aan de bal alleen voor doel komt. * De afstand tot de balbezitter is zo kort mogelijk (= agressieve pressing) om te beletten dat hij vrij naar doel kan trappen. Toch mag die speler niet te dicht aangevallen worden waardoor de verdediger al te gemakkelijk door een dribbel uitgeschakeld wordt. De ideale afstand bij het 1-1 duel bedraagt 2m. De speler laat zich wel niet verrassen door een schijnbeweging door goed naar de bal te kijken en het lichaam niet te draaien wanneer de balbezitter doet alsof hij trapt.
25 - Een voorzet beletten (B 16) * Iedere voorzet is een potentieel gevaar. Zelfs al is de speler het eerst op de bal, de 2 de bal kan gevaarlijk zijn. Er moet dus kost wat kost vermeden worden dat de tegenpartij, eens doorgedrongen op de flank in de waarheidszone, de bal voor doel kan brengen. * De speler die druk zet op de tegenspeler aan de bal, kijkt steeds goed naar de bal. Wanneer de balbezitter de intentie heeft de voorzet te trappen, draait hij zijn lichaam niet weg van de bal maar tracht hij zijn voet zo dicht mogelijk bij de bal te zetten waardoor de voorzet kan afgeblokt worden of waardoor hij niet verrast wordt door een schijnbeweging van de trapper. - Een eindpass in de diepte beletten : centrum afsluiten (B 17) * Om te beletten dat de tegenpartij bij het binnendringen van de waarheidszone een beslissende eindpass in de diepte geeft naar een insnijdende tegenspeler, dient er een zeer agressieve druk op de balbezitter te zijn en dient het centrum goed dichtgezet te worden. De spelers uit de laatste lijn komen dichter bij elkaar zonder dat de flankverdedigers hierin overdrijven waardoor de buitenspelers te gemakkelijk aanspeelbaar worden. - Efficiënte bezetting: 1 ste - 2 de paal en 16m (B18) * Als de tegenspeler een voorzet trapt, dienen de zones 1 ste, 2 de paal en 16m eveneens ingenomen te worden omdat er van daaruit kan gescoord worden. * Is er slechts 1 centrale verdediger meer vóór doel, moet die zich meer ter hoogte van de 1 ste paal opstellen terwijl de doelman de zone t.h.v. de 2 de paal voor zijn rekening neemt. - Kortere dekking: split-vision (bal + tegenspeler) (B 19) * In de waarheidszone dient iedere tegenspeler zo kort mogelijk gedekt te worden waarbij ook steeds de bal in de gaten gehouden wordt. De speler heeft zowel de bal als zijn rechtstreekse tegenspeler in het vizier (= split-vision) waarbij hij steeds als eerste bij de bal tracht te zijn als een voorzet getrapt wordt. Geen systematisch off-side door stap te zetten (B 20) * Er wordt niet systematisch op buitenspel gespeeld door een stap vooruit te zetten omdat dit een moeilijk te synchroniseren beweging is als de verdediging op lijn speelt. * Als er tegenspelers in de diepte duiken, kiest de verdediging om te blijven staan (als de speler zich in buitenspelpositie bevindt voordat de pass vertrekt of als er voldoende druk is op de balbezitter zodat de gevaarlijke dieptepass niet kan komen) of kiest de verdediging om achteruit te lopen als er te weinig druk op de balbezitter is. - Doelpoging afblokken (B 21) * In de waarheidszone moet absoluut vermeden worden dat een tegenspeler naar doel kan trappen. Iedere trap richting doel kan een doelpunt tot gevolg hebben. De rechtstreekse tegenspeler van de speler die naar doel wil trappen, dient zeer kort bij de bal te zijn op het ogenblik van de trap. Hierdoor kan de doelpoging afgeblokt worden. * Het zelfde principe als bij het afblokken van een voorzet geldt hier ook. De speler die de doelpoging afblokt, kijkt naar de bal en draait zijn lichaam niet waardoor hij niet verrast wordt door een schijnbeweging van de trapper.
26 T4- Gevaarlijke tegenaanval beletten Het beletten van een gevaarlijke tegenaanval wordt reeds voorbereid tijdens het moment voorafgaand aan het balverlies. Deze defensieve anticipatie is een belangrijke voorwaarde om een succesvolle tegenaanval van de tegenpartij te beletten. Als er balverlies geleden wordt, moet de ploeg proberen zo snel mogelijk terug te vallen op een minimale verdedigende organisatie om te beletten dat de tegenpartij in de eigen waarheidszone geraakt. Hiervoor zijn de volgende teamtactics van belang: - Een hoge compacte T-vorm: restverdediging van minstens 4 spelers + K (B22) * Als er bij balverlies een compacte T-vorm aanwezig is, is de kans reëel dat een mogelijke gevaarlijke tegenaanval afgeblokt wordt. Een dergelijke minimale verdedigende organisatie op het ogenblik van balverlies dient steeds door 4 spelers voorbereid te worden. Deze dienen aldus verdedigend te denken bij balbezit (=restverdediging). Een goede coaching door K en CV moet hiertoe bijdragen. * Een compacte T-vorm is nodig om te beletten dat een tegenaanval door het centrum kan worden verdergezet. * Een hoge positie laat toe om bij balverlies onmiddellijk druk te kunnen zetten op de speler die de bal recupereert of die de tegenaanval inzet. Het is dus belangrijk dat de laatste lijn goed aansluit tijdens het rondspelen van de bal en de T-vom zich lichtjes draait naar de bal toe. * Uiteraard dient de doelman bij balcirculatie mee aan te sluiten om van zijn hoge positie te kunnen profiteren als de tegenpartij bij balrecuperatie onmiddellijk een verre diepe bal over de laatste lijn verstuurt. - Drukzetten en dieptepass verhinderen (B 23) * Bij balverlies zal er indien mogelijk zo snel mogelijk druk gezet worden op de speler die de bal recupereert waardoor de gevaarlijke dieptepass wordt verhinderd. * Het druk zetten kan gebeuren door de speler die het duel verliest of door een andere speler die zich na balverlies het dichtst bij de bal bevindt. - T-vorm : de tegenaanval afremmen (B24) * Als er geen onmiddellijke druk op de speler kan gezet worden, zullen de spelers achter de bal (T-vorm) de tegenaanval trachten af te remmen door remmend wijken toe te passen richting eigen doel. Hierdoor wordt belet dat een tegenspeler gevaarlijk diep kan insnijden en zo alleen voor doel komt. - Niet-T-vorm spelers: zo snel mogelijk in het blok terugkomen (B 25) * De spelers die op het ogenblik van balverlies hoger dan de bal staan, moeten zo snel mogelijk teruglopen om in het blok achter de bal te komen. * De teruglopende speler die zich het dichtst bij de bal bevindt, tracht ook negatieve druk op de balbezitter te zetten.
27 2.6. Van jaarplanning naar trainingssessie Uit het bovenstaande zal het al duidelijk zijn dat het een onbegonnen taak is om bij voorbaat jaarplanningen uit te werken die van toepassing zijn voor alle niveaus in het Belgische voetballandschap. Toch wordt van een jeugdopleider gevraagd, en zeker wanneer hij de taak heeft van jeugdcoördinator, om een jaarplanning te maken voor zijn spelersgroep of voor verschillende categorieën. Het spreekt voor zich dat een jaarplanning alleen maar een leidraad kan zijn waarvan, indien nodig, kán en moét afgeweken worden Wanneer jaarplanning voorbereiden? De jeugdopleider neemt het uitgewerkte opleidingsmodel van de Federale Trainersschool als uitgangspunt welke hij toepast op zijn spelersgroep of voor de spelersgroep waarvoor hij als jeugdcoördinator een planning opstelt. Normaal werkt hij eraan in het tussenseizoen en baseert hij zich op gegevens van de jeugdopleider die de groep het voorbije seizoen onder zijn vleugels had. Deze timing blijkt in het huidige voetbalgebeuren echter steeds moeilijker en moeilijker te volgen gezien het grote verloop van de spelers van het ene voetbalseizoen naar het volgende. Dus is het in de praktijk zeker aangewezen om de eerste trainingen en oefenwedstrijden te gebruiken om een goede analyse te maken van de spelbekwaamheid van de spelers. Het heeft geen enkele zin om een theoretische planning te volgen welke elementen bevatten die te gemakkelijk of te moeilijk zijn voor de speler(s) in kwestie. Verder moet ook rekening worden gehouden met de graad van homogeniteit van de spelersgroep. Vooral op gewestelijk niveau kan dit voor onevenwicht zorgen Voorbeeld jaarplanning basics Het voorbeeld dat volgt is van toepassing voor de categorie duiveltjes U9, provinciaal niveau en specifiek gericht naar basics. Het jaar wordt opgedeeld in periodes: van augustus tot en met november en van december tot en met maart. De tweede periode vraagt wat flexibiliteit en zal zeker uitlopen tot in april: In december is er de kerstvakantie; De mindere weersomstandigheden in januari en februari kunnen een spelbreker zijn (indoorzaal voorzien!); April is al een maand waar traditioneel veel tornooien georganiseerd worden. In elke periode worden alle basics aangeleerd die van toepassing zijn voor deze leeftijd. Het spreekt voor zich dat het niet alleen een pure herhaling wordt, maar dat in de tweede periode ook nieuwe variaties op technische vaardigheden aangeboden worden. Het dient ook opgemerkt dat de nadruk vooral ligt op de basics van balbezit.
28 BASICS Balbezit Vrijlopen A B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen U -> op de flank G Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen U B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler op de flank zonder tegenspeler of tegenspeler op korte afstand, S ingedraaid staan T Leiden B18 speler weet wanneer hij moet leiden (niemand in gunstige positie U aanspeelbaar + een werkelijke doelkans) S B19 speler kan zo snel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden B20 -> speler kan zoveel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden speler wordt niet aangevallen op de flank Dribbel B23 speler weet wanneer hij moet dribbelen (niemand in gunstige positie aanspeelbaar + geen werkelijke doelkans) B24 speler kan een tegenspeler uitschakelen bij het dribbelen B26 speler kan bij het dribbelen zo veel mogelijk terreinwinst richting doel boeken -> speler komt in 1:1 situatie op de flank, kappen binnen- en buitenkant voet Doelpoging B27 speler weet wanneer hij naar doel kan/moet trappen (bij werkelijke doelkans) B28 speler kan van dichtbij een doelpunt maken -> doelpoging dichtbij, schuin gericht komende van de flank Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> op de flank Duel B40 speler kan een goede verdedigende positie aannemen waardoor hij in gunstige omstandigheden het duel kan aanvatten B41 speler kan het duel winnen na een goede tackle -> op de flank Loop ABC Estafettespelen met bal Met richtings en ritmeveranderingen Snelvoetenwerk met en zonder bal Fysieke vaardigheden
29 BASICS Balbezit Vrijlopen S B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen E -> Centraal P Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen T B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler centraal zonder tegenspeler of tegenspeler op korte afstand, E ingedraaid staan M Leiden B18 speler weet wanneer hij moet leiden (niemand in gunstige positie B aanspeelbaar + een werkelijke doelkans) E B19 speler kan zo snel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden R B20 -> speler kan zoveel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden speler wordt centraal niet aangevallen Dribbel B23 speler weet wanneer hij moet dribbelen (niemand in gunstige positie aanspeelbaar + geen werkelijke doelkans) B24 speler kan een tegenspeler uitschakelen bij het dribbelen B26 speler kan bij het dribbelen zo veel mogelijk terreinwinst richting doel boeken -> speler komt centraal in 1:1 situatie, kappen binnen- en buitenkant voet Doelpoging B27 speler weet wanneer hij naar doel kan/moet trappen (bij werkelijke doelkans) B28 speler kan van dichtbij een doelpunt maken -> doelpoging dichtbij, centraal gericht Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> centraal Duel B40 speler kan een goede verdedigende positie aannemen waardoor hij in gunstige omstandigheden het duel kan aanvatten B41 speler kan het duel winnen na een goede tackle -> centraal Remmend wijken B44 speler weet wanneer hij remmend wijken moet toepassen (als hij de bal niet kan afnemen) B45 speler kan de snelheid uit de actie van de tegenspeler halen waardoor speler(s) kunnen terugkeren en druk kunnen zetten B46 speler kan de tegenspeler bij remmend wijken naar buiten duwen -> actie van tegenpartij door centrum Loop ABC Met richtings - en ritmeveranderingen Snelvoetenwerk met en zonder bal Fysieke vaardigheden
30 BASICS Balbezit Vrijlopen O B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen K -> Centraal T Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen O B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler centraal zonder tegenspeler of tegenspeler op korte afstand, B ingedraaid staan E Passing B5 speler kan een korte pass geven naar een medespeler die dichtbij staat R B6 speler kan de korte pass op een zodanige manier trappen dat de passontvanger in de meest gunstige omstandigheden verder kan spelen (rollende bal) -> naar speler die aanspeelbaar is, over de grond Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> anticiperen op de passing maar geen interceptie mogelijk Interceptie vóór balcontrole B32 speler weet wanneer hij naar de bal moet gaan om hem te intercepteren -> anticiperen op de passing met mogelijke interceptie Korte dekking B48 speler kan door een goede dekking beletten dat zijn rechtstreekse tegenspeler ofwel aangespeeld wordt ofwel in gunstige omstandigheden de bal ontvangt -> opstelling tussen tegenspeler en doel Specifieke loopcoördinatie Looptechniek Tikspelen Fysieke vaardigheden
31 BASICS Balbezit Vrijlopen N B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen O -> diep op de flank V Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen E B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler op de flank zonder tegenspeler of tegenspeler op korte afstand, M ingedraaid staan B Passing B5 speler kan een korte pass geven naar een medespeler die dichtbij staat E B6 speler kan de korte pass op een zodanige manier trappen dat de R passontvanger in de meest gunstige omstandigheden verder kan spelen (rollende bal) -> voorzet, over de grond Doelpoging B27 speler weet wanneer hij naar doel kan/moet trappen (bij werkelijke doelkans) B28 speler kan van dichtbij een doelpunt maken -> afwerken op lage voorzet Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> op de flank Afweren B35 speler kan een korte pass, een mogelijke doelkans of een doelpunt afweren -> afweren van voorzet of doelpoging Korte dekking B48 speler kan door een goede dekking beletten dat zijn rechtstreekse tegenspeler ofwel aangespeeld wordt ofwel in gunstige omstandigheden de bal ontvangt -> opstelling tussen tegenspeler en doel Specifieke loopcoördinatie Looptechniek Doelspelen Fysieke vaardigheden
32 BASICS Balbezit Vrijlopen D B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen E -> op de flank C Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen E B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler op de flank zonder tegenspeler of tegenspeler op korte afstand, M ingedraaid staan B Leiden B18 speler weet wanneer hij moet leiden (niemand in gunstige positie E aanspeelbaar + een werkelijke doelkans) R B19 speler kan zo snel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden B20 -> speler kan zoveel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden speler wordt niet aangevallen op de flank Dribbel B23 B24 B26 speler weet wanneer hij moet dribbelen (niemand in gunstige positie aanspeelbaar + geen werkelijke doelkans) speler kan een tegenspeler uitschakelen bij het dribbelen speler kan bij het dribbelen zo veel mogelijk terreinwinst richting doel boeken -> speler komt in 1:1 situatie op de flank, kappen binnen- en buitenkant voet, overstap, enkele schaar Doelpoging B27 speler weet wanneer hij naar doel kan/moet trappen (bij werkelijke doelkans) B28 speler kan van dichtbij een doelpunt maken -> doelpoging dichtbij, schuin gericht komende van de flank Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> op de flank Duel B40 speler kan een goede verdedigende positie aannemen waardoor hij in gunstige omstandigheden het duel kan aanvatten B41 speler kan het duel winnen na een goede tackle -> op de flank Toepassen looptechnieken Loopspelen met bal Fysieke vaardigheden
33 BASICS Balbezit Vrijlopen J B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen A -> Centraal N Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen U B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler centraal zonder tegenspeler of tegenspeler op korte afstand, A ingedraaid staan R Leiden I B18 speler weet wanneer hij moet leiden (niemand in gunstige positie aanspeelbaar + een werkelijke doelkans) B19 speler kan zo snel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden B20 -> speler kan zoveel mogelijk terreinwinst boeken bij het leiden ruimte centraal overbruggen met de bal aan de voet en onder druk Dribbel B23 B24 B26 speler weet wanneer hij moet dribbelen (niemand in gunstige positie aanspeelbaar + geen werkelijke doelkans) speler kan een tegenspeler uitschakelen bij het dribbelen speler kan bij het dribbelen zo veel mogelijk terreinwinst richting doel boeken -> speler komt centraal in 1:1 situatie, kappen binnen- en buitenkant voet, overstap, enkele schaar Doelpoging B27 speler weet wanneer hij naar doel kan/moet trappen (bij werkelijke doelkans) B28 speler kan van dichtbij een doelpunt maken -> doelpoging dichtbij, centraal gericht Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> centraal Duel B40 speler kan een goede verdedigende positie aannemen waardoor hij in gunstige omstandigheden het duel kan aanvatten B41 speler kan het duel winnen na een goede tackle -> centraal Remmend wijken B44 speler weet wanneer hij remmend wijken moet toepassen (als hij de bal niet kan afnemen) B45 speler kan de snelheid uit de actie van de tegenspeler halen waardoor speler(s) kunnen terugkeren en druk kunnen zetten B46 speler kan de tegenspeler bij remmend wijken naar buiten duwen -> actie van tegenpartij door centrum Snelvoetenwerk zonder bal Reactiespelen Fysieke vaardigheden
34 BASICS Balbezit Vrijlopen F B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen E -> Centraal B Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen R B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler centraal met tegenspeler die kort dekt, controle naar juiste richting U oriënteren A Passing B5 speler kan een korte pass geven naar een medespeler die dichtbij staat R B6 speler kan de korte pass op een zodanige manier trappen dat de I passontvanger in de meest gunstige omstandigheden verder kan spelen (rollende bal) -> naar speler die aanspeelbaar is, over de grond Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> anticiperen op de passing maar geen interceptie mogelijk Interceptie vóór balcontrole B32 speler weet wanneer hij naar de bal moet gaan om hem te intercepteren -> anticiperen op de passing met mogelijke interceptie Korte dekking B48 speler kan door een goede dekking beletten dat zijn rechtstreekse tegenspeler ofwel aangespeeld wordt ofwel in gunstige omstandigheden de bal ontvangt -> opstelling tussen tegenspeler en doel Snelvoetenwerk met bal Nummerspelen Fysieke vaardigheden
35 BASICS Balbezit Vrijlopen M B1 speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen A -> diep op de flank A Balcontrole B12 speler kan zo snel mogelijk in het bezit van een lage pass komen R B13 -> speler kan een correcte balcontrole op een lage pass uitvoeren speler op de flank zonder tegenspeler of tegenspeler op korte afstand, T ingedraaid staan Passing B5 speler kan een korte pass geven naar een medespeler die dichtbij staat B6 speler kan de korte pass op een zodanige manier trappen dat de passontvanger in de meest gunstige omstandigheden verder kan spelen (rollende bal) -> voorzet, over de grond Doelpoging B27 speler weet wanneer hij naar doel kan/moet trappen (bij werkelijke doelkans) B28 speler kan van dichtbij een doelpunt maken -> afwerken op lage voorzet Druk zetten BASICS Balverlies B36 speler kan tegenspeler aan de bal zo snel mogelijk onder druk zetten als die in zijn zone komt B37 speler weet dat hij tegenspeler aan de bal tot op 2m moet aanvallen -> op de flank Afweren B35 speler kan een korte pass, een mogelijke doelkans of een doelpunt afweren -> afweren van voorzet of doelpoging Korte dekking B48 speler kan door een goede dekking beletten dat zijn rechtstreekse tegenspeler ofwel aangespeeld wordt ofwel in gunstige omstandigheden de bal ontvangt -> opstelling tussen tegenspeler en doel Voetbalspecifieke snelheidsspelen Fysieke vaardigheden Trainingssessie Het laatste stukje van de puzzel is voor de jeugdopleider het voorbereiden van de wedstrijd en de trainingssessie. Hoofdstuk 3 legt uit welk denkproces de jeugdopleider kan volgen bij de voorbereiding van een trainingssessie. Dit is voor de jeugdopleider uiteindelijk de dagdagelijkse praktijk waarbij hij er naar streeft de trainingsuren die hij ter beschikking heeft zo efficiënt en functioneel mogelijk te gebruiken.
36 3. Het denkproces bij het voorbereiden van een trainingssessie Een proces kan gedefinieerd worden als een gebeuren dat een bepaald resultaat produceert en dat uit verschillende stappen bestaat welke in een bepaalde volgorde doorlopen worden. Het productieproces van een auto bijvoorbeeld doorloopt tientallen stappen met als resultaat een voorwerp dat goed bevonden wordt om ons zonder gevaar van plaats A naar B te brengen. Het opleidingsproces van de jeugdvoetballer zoals hoger beschreven is een ander voorbeeld. Dat proces levert de jeugdvoetballer de nodige kennis en vaardigheden op die hem moet toelaten een plaats te verwerven in het seniorsvoetbal. Ook het geven van trainingen moet procesmatig benaderd worden wil men inhoudelijk tot een zo hoog mogelijke kwaliteit komen. Algemeen schema denkproces Het volgende schema is het algemene schema van het denkproces waarbij aangegeven wordt dat het proces zich steeds herhaalt. Dit proces kan toegepast worden op specifieke trainingssessies maar ook op week- of maand cycli. Immers, na het uitvoeren van een aantal trainingen binnen een thema-blok zal een evaluatie moeten gebeuren om na te gaan of de doelstellingen gehaald zijn. Op basis van het resultaat kan de planning al dan niet aangepast worden. Specifiek schema denkproces Het meer specifiek schema dat volgt kan gebruikt worden bij de voorbereiding van een specifieke trainingssessie. Stappen 1, 2 en 3 van het proces bepalen vooral het inhoudelijke van de trainingssessie, de volgende stappen vertalen deze inhoud naar oefenstof die de jeugdopleider de speler zal aanbieden op het terrein in de vorm van wedstrijd- en tussenvormen. De verschillende stappen van het denkproces worden in de volgende hoofdstukken meer in detail besproken. De meeste voorbeelden die gegeven worden, komen uit de trainingssessies die in detail uitgewerkt zijn in hoofdstuk 8.5.
37
38 4. Analyse van de beginsituatie en probleemstelling Zoals reeds eerder aangegeven is het leerplan een algemeen kader waar bij de clubwerking rekening moet gehouden worden met het niveau waarop de spelers voetballen. De volgende indeling weerspiegelt de huidige indeling van het Belgisch voetbal: niveau 1 eerste nationale en bepaalde ploegen uit tweede nationale als scharnierreeks niveau 2 tweede nationale, derde nationale en vierde nationale als scharnierreeks niveau 3 vierde nationale, eerste provinciale en tweede provinciale als scharnierreeks niveau 4 tweede, derde en vierde provinciale. Het voorbereiden van een trainingssessie begint met het inhoudelijk bepalen van de sessie waarbij de jeugdopleider een duidelijke doelstelling voor ogen heeft. Zijn uitgangspunt daarvoor is ofwel de wedstrijd(en) ofwel een thema uit het opleidingsplan dat de jeugdopleider zijn jeugdspelers wil aanbieden. Het gekozen thema van de training omschrijft hij in de vorm van een probleemstelling. Het feit dat er gekozen wordt om in beide gevallen het trainingsthema te verwoorden als probleemstelling is om de jeugdopleider te verplichten zo specifiek mogelijk te werken. Thema s die nog te vaak in trainingsmiddens circuleren zoals pass binnenkant voet of lange lob of verdedigen bij balbezit tegenpartij zijn veel te algemeen en verplichten de jeugdopleider nooit tot een grondige analyse en het nauwkeurig bepalen van zijn trainingsdoelstelling. Daarom is het belangrijk dat de jeugdopleider een grondige kennis heeft van de verschillende spelsituaties om die te kunnen aanbieden tijdens de trainingssessies. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de jeugdopleider weet op welke manier een aanvaller de bal moet controleren naargelang zijn positie en de positie van zijn tegenspeler. Deze theoretische kennis zal hij op het terrein overbrengen door de spelers die verschillende spelsituaties aan te bieden. Probleemstelling De probleemstelling wordt zo concreet en nauwkeurig mogelijk gedefinieerd waarbij de jeugdopleider antwoord geeft op de 4 W s: 1. Wie is betrokken bij het spelprobleem? Bij spelproblemen die vooral betrekking hebben tot basics zal de bepaling ofwel algemeen zijn (vb. de speler) ofwel gericht naar algemene positiebepalingen (vb. de aanvaller, de middenvelder, de verdediger). Bij teamtactics is de benaming van de spelers specifiek en wordt de functie en elftalnummer van het spelsysteem gebruikt (bv de centrale verdedigers 3 en 4). 2. Wat is het spelprobleem? Het spelprobleem wordt zo specifiek mogelijk omschreven zodat in een volgende stap een gerichte oplossing en specifieke coachingspunten kunnen bepaald worden. In de probleemstelling is het ook aangewezen om het gevolg van het probleem te bepalen ('zodat ' of 'waardoor '). Dit zal de jeugdopleider helpen in zijn interactie met de jeugdspelers en zodoende bijdragen tot een krachtige leeromgeving. Een probleemstelling vooral gericht op basics omschrijft het niet correct uitvoeren van individuele basistechnieken en tactieken.
39 Bij teamtactics is de probleemstelling gericht op meerdere spelers en op het niet correct uitvoeren van één of meerdere hogerbeschreven teamtactics. 3. Waar doet het spelprobleem zich voor? Ook het waar-gedeelte zal de jeugdopleider helpen om zijn thema meer specifiek te omlijnen: Flank of centraal opbouwzone of waarheidszone Verdedigend 1/3 Midden 1/3 Aanvallend 1/3. 4. Wanneer stelt het probleem zich? Het wanneer-gedeelte kan uitgedrukt worden als een tijdstip maar het is nog zinvoller om uitdrukkingen te gebruiken die specifiek iets aangeven over de omstandigheden waarin het probleem zich voordoet zoals bv de richting van de bal of de verplaatsing van de speler(s) in kwestie of de positie of handeling van de tegenspeler(s). Voorbeeld basics Het voorbeeld dat volgt valt onder de basic 'vrijlopen' en beschrijft het specifiek probleem van het zich aanbieden van de aanvaller. Tekening Beschrijving WIE? De aanvaller ( 6 op de tekening) WAT? Blijft bij zijn tegenspeler staan zodat het spel niet voorwaarts kan verder gezet worden WAAR? In het aanvallend 1/3 WANNEER? Zijn medespeler ( 4 op de tekening) in de opbouw het spel kan verder zetten via voorwaartse passing
40 Voorbeeld teamtactics Het voorbeeld dat volgt valt onder teamtactics T1 + opbouwzone beheersen aanspeelbaarheid en beschrijft het specifiek probleem van de korte opbouw via de centrale verdedigers. Tekening Beschrijving WIE? De centrale verdedigers 3 en 4 WAT? Kunnen door de doelman niet aangespeeld worden waardoor hij altijd de lange bal moet hanteren WAAR? In het verdedigend 1/3 WANNEER? De 3 aanvallers van de tegenpartij met één diepe spits spelen, de verdedigers onder druk zetten en de keeper de bal in de handen heeft 5. Oplossing Voetbal is geen exacte wetenschap en dus zijn voor bepaalde probleemstellingen meerdere oplossingen mogelijk. Analoog aan de probleemstelling wordt de oplossing geformuleerd met de 4 W s: 1. Wie is betrokken bij het oplossen van het probleem? In principe worden dezelfde spelers van de probleemstelling hernomen maar dit is niet altijd het geval. 2. Wat is de oplossing? Het wat-gedeelte beschrijft het eigenlijke deel van de oplossing en definieert zo specifiek mogelijk wat de speler(s) moet(en) doen om het spelprobleem op te lossen. Het 'zodat'- of 'waardoor'-gedeelte zal hier in de positieve zin uitgedrukt worden. Dit zal de jeugdopleider helpen in zijn evaluatie van de keuzes die de spelers maken op het terrein en resulteren in positieve coaching. De oplossing voor de collectieve spelproblemen is steeds te vinden in de hogervermelde teamtactics. 3. Waar wordt het probleem opgelost? Herhalen vanuit spelprobleem.
41 4. Wanneer moet het probleem opgelost worden? Herhalen vanuit spelprobleem. Voorbeeld basics De oplossing van de hogerop gedefinieerde probleemstelling gericht naar basics kan er als volgt uitzien: Tekening Beschrijving WIE? De aanvaller ( 6 op de tekening) WAT? Sprint diagonaal weg (eventueel na vooractie) van zijn tegenspeler, weg van het doel richting vrije zone zodat hij aanspeelbaar wordt en het spel voorwaarts kan verder gezet worden WAAR? In het aanvallend 1/3 WANNEER? Zijn medespeler ( 4 op de tekening) in de opbouw het spel kan verder zetten via voorwaartse passing
42 Voorbeeld teamtactics De oplossing van de hogerop gedefinieerde probleemstelling gericht naar teamtactics kan er als volgt uitzien: Tekening Beschrijving WIE? De centrale verdedigers 3 en 4 WAT? Schuiven eerst op om nadien diagonaal los te haken waarbij ze een voldoende grote onderlinge afstand innemen (in driehoeksvorm met doelman) waardoor de doelman de kans krijgt kort op te bouwen WAAR? In het verdedigend 1/3 WANNEER? De 3 aanvallers van de tegenpartij met één diepe spits spelen, de verdedigers onder druk zetten en de keeper de bal in de handen heeft 6. Coaching De volgende stap is het vertalen van de oplossing naar coaching. Dit is primordiaal en zal in grote mate de inhoudelijke kwaliteit van de trainingssessie bepalen. De jeugdopleider bepaalt de richtlijnen die hij zal toepassen, welke coachingswoorden hij op het terrein zal gebruiken en wanneer spelers mekaar moeten coachen. Ook voor dit onderdeel van het denkproces kunnen de 4 W s als leidraad gebruikt worden: Wie Wat Waar Wanneer de speler(s) die de jeugdopleider coacht de richtlijnen en coachingswoorden opstelling als jeugdopleider de coachingsmomenten (eventueel met bevriezen van de spelsituatie).
43 6.1. Coachingspunt richtlijn Een coachingspunt of richtlijn is een voetbalinstructie naar de jeugdspeler toe en wordt uitgedrukt in de gebiedende zin. De jeugdopleider gebruikt als referentie de syllabus volgens leeftijdscategorie met richtlijnen voor iedere basic voor dit deel van de voorbereiding. Het staat hem natuurlijk vrij richtlijnen toe te voegen indien hij dit nodig acht. De jeugdopleider nummert de richtlijnen in zijn voorbereiding zodat hij naar deze nummers kan refereren in de voorbereiding van de wedstrijd- en tussenvormen. De volgende richtlijnen zijn van toepassing voor de probleemstelling van vrijlopen (basics): Aanvaller 1. zorg ervoor dat je aanspeelbaar bent waardoor de speler aan de bal naar jou kan passen 2. word je van dicht gedekt, sprint diagonaal weg op het ogenblik dat speler aan de bal een afspeelmogelijkheid zoekt; eventueel vooraf gegaan door een vooractie (bespelen tegenspeler, schijnbeweging) 3. kijk naar de speler in balbezit 4. Als je denkt vrij te staan, laat dit merken (= spreken) aan speler in balbezit 5. Probeer ingedraaid te staan op het ogenblik dat je de bal toegespeeld krijgt 6. Probeer de bal zodanig te controleren dat je geen balverlies lijdt en dat hij zo dicht mogelijk bij u blijft De volgende richtlijnen zijn van toepassing voor de probleemstelling van korte opbouw (teamtactics): Posities 3 en 4 (specifieke richtlijnen) 1. Schuif eerst op wanneer er geen van de 4 verdedigers aanspeelbaar is om zo de aanvallers mee te nemen. 2. Indien de aanvallers meelopen, haak zo snel mogelijk diagonaal los 3. Neem een voldoende grote onderlinge afstand in driehoeksstructuur met de keeper zodat de diepe spits van de tegenpartij jullie niet alle drie onder druk kan zetten Posities 3 en 4 (aanverwante richtlijnen) 4. Draai open net voor balontvangst zodat je maximaal zicht hebt op het speelveld 5. Kijk en speel eerst diep, dan lateraal en tenslotte terug op de keeper Positie keeper (aanverwante richtlijnen) 6. Neem een snelle beslissing wanneer een centrale verdediger voldoende vrij staat om de opbouw kort te beginnen 7. Speel de centrale verdediger aan richting binnenkant verste voet, licht in de loop Posities 2 en 5 (aanverwante richtlijnen) 8. Schuif eerst op wanneer niemand aanspeelbaar is 9. Hou positie breed (tegen zijlijn) en hoger dan 3 en 4 (in boogvorm met 3 en 4)
44 6.2. Coachingswoorden Voor de jeugdopleider In de continue coaching op het terrein zal de jeugdopleider de richtlijnen toepassen door coachingswoorden te gebruiken. Deze kunnen ook omschreven worden als 'roepwoorden' die onmiddellijk kunnen en moeten begrepen worden door de speler(s). De bovenstaande richtlijnen voor het oplossen van het probleem gericht naar vrijlopen (basics) kunnen door de jeugdopleider op het terrein door de volgende coachingswoorden toegepast worden (CO staat voor COACH): Aanvaller 1. zorg ervoor dat je aanspeelbaar bent waardoor de speler aan de bal naar jou kan passen CO WORD AANSPEELBAAR 'LAAT JE ZIEN' 2. Word je van dicht gedekt, sprint diagonaal weg op het ogenblik dat speler aan de bal een afspeelmogelijkheid zoekt; eventueel vooraf gegaan door een vooractie (bespelen tegenspeler, schijnbeweging) CO SPRINT (DIAGONAAL) WEG 'NIET TE VROEG' 3. kijk naar de speler in balbezit CO KIJK NAAR DE BAL 4. Als je denkt vrij te staan, laat dit merken (= spreken) aan speler in balbezit CO LAAT JE HOREN TOON WAAR JE DE BAL WIL 5. Probeer ingedraaid te staan op het ogenblik dat je de bal toegespeeld krijgt CO INGEDRAAID STAAN 6. Probeer de bal zodanig te controleren dat je geen balverlies lijdt en dat hij zo dicht mogelijk bij u blijft CO BAL DICHT BIJ DE VOET Voor de richtlijnen van het probleem korte opbouw (teamtactics) : Posities 3 en 4 1. Schuif eerst op wanneer er geen van de 4 verdedigers aanspeelbaar is om zo de aanvallers mee te nemen CO SCHUIF OP 2. Indien de aanvallers meelopen, haak zo snel mogelijk diagonaal los CO HAAK SCHUIN LOS en VRAAG 3. Neem een voldoende grote onderlinge afstand in driehoeksstructuur met de keeper zodat de diepe spits van de tegenpartij jullie niet alle drie onder druk kan zetten CO OPEN/HOGER/LAGER 4. Draai open net voor balontvangst zodat je maximaal zicht hebt op het speelveld CO DRAAI OPEN 5. Kijk en speel eerst diep, dan lateraal en tenslotte terug op de keeper CO DIEP (KIJKEN) Positie keeper 6. Neem een snelle beslissing wanneer een centrale verdediger voldoende vrij staat om de opbouw kort te beginnen CO SNEL SPEEL KORT 7. Speel de centrale verdediger aan richting binnenkant verste voet, licht in de loop CO HARD IN DE LOOP Posities 2 en 5 8. Schuif eerst op wanneer niemand aanspeelbaar is CO SCHUIF OP 9. Hou positie breed (tegen zijlijn) en hoger dan 3 en 4 (in boogvorm met 3 en 4) CO HOGER BREED (BLIJVEN)
45 Enkele andere voorbeelden: BALBEZIT BALVERLIES OPEN RUG POSITIE PRESS ZAKKEN VOORUIT DEKKING LOS DIEP WEG SCHUIVEN SLUITEN ALLEEN VRAAG REMMEN DICHTER Voor de speler De spelers aanleren te coachen op het terrein is een aspect waar de jeugdopleider zo vroeg mogelijk moet mee beginnen. De jeugdopleider moet er immers naar streven dat er een progressie is van 'de jeugdopleider is aan het coachen' naar 'de spelers zijn aan het coachen'. Daarom is het zinvol en noodzakelijk dat de jeugdopleider dit in zijn voorbereiding opneemt. Het dient opgemerkt dat het perfect mogelijk is dat een gedeelte van de coachingswoorden voor de jeugdopleider en de speler dezelfde zijn. Vooral bij richtlijnen gericht naar balverlies komt dit veelvuldig voor. Uit de bovenstaande richtlijnen voor het basics probleem is richtlijn 4 ook van toepassing voor de aanvaller wat betreft coaching naar zijn medespeler toe (SP staat voor SPELER): Aanvaller 4. Als je denkt vrij te staan, laat dit merken (= spreken) aan speler in balbezit SP GEVEN IN DE VOET Uit de bovenstaande richtlijnen voor het teamtactics probleem is richtlijn 2 ook van toepassing voor de keeper wat betreft coaching naar zijn verdedigers toe (SP staat voor SPELER): Posities 2, 3, 4 en 5 2. Indien de aanvallers meelopen, haak zo snel mogelijk diagonaal los SP (keeper verdedigers) HAAK LOS OPEN Verder is richtlijn 7 van toepassing voor de centrale verdedigers wat betreft coaching naar de keeper toe (SP staat voor SPELER): Positie keeper 7. Speel de centrale verdediger aan richting binnenkant verste voet, licht in de loop SP(verdedigers keeper) GEEF
46 6.3. Voorbereiden stop-help situaties "Waarom?" Bij het creëren van een krachtige leeromgeving is het hanteren van de stop-help methode op het terrein essentieel. De jeugdopleider stopt de wedstrijdvorm op het juiste moment en start een leergesprek met de spelersgroep. Hij moet absoluut vermijden om onmiddellijk zelf oplossingen en uitleg te geven. Door gerichte vraagstelling laat hij de spelers zelf aan het woord en helpt hij hen met een juiste analyse. Hoewel het geen deel uitmaakt van de formele voorbereiding van een trainingssessie is het zinvol dat de jeugdopleider bij voorbaat nadenkt wanneer hij de wedstrijdvorm kan onderbreken voor een dergelijk leergesprek. Dit zullen natuurlijk de momenten zijn waarbij het vooropgestelde probleem (of bepaalde aspecten ervan) zich voordoet en de speler(s) de juiste oplossing niet kiezen. Hij zal dan beginnen met een vraagstelling "Waarom?". Een paar voorbeelden van 'situaties met vraagstelling' bij de probleemstelling van de basic 'vrijlopen': Wat de jeugdopleider ZIET Wat de jeugdopleider VRAAGT De aanvaller blijft bij zijn verdediger staan De aanvaller biedt zich wel aan, maar doet dit te vroeg en zonder vooractie, waardoor zijn tegenspeler te gemakkelijk kan anticiperen op de pass van de balbezitter Waarom kan de speler in de opbouw het spel niet voorwaarts verder zetten? Waarom kan de tegenspeler van de aanvaller die zich aanbiedt de bal onderscheppen? En voor de probleemstelling van korte opbouw (teamtactics) : Wat de jeugdopleider ZIET De diepe spits van de tegenpartij kan de centrale verdedigers nog steeds onder druk zetten omdat de afstanden tussen de centrale verdedigers te klein is De centrale verdediger die de bal ontvangt van de keeper staat slecht ingedraaid waardoor hij niet diep kan inspelen Wat de jeugdopleider VRAAGT Waarom kan de keeper de opbouw niet starten via een centrale verdediger? Waarom kan er niet sneller diep gespeeld worden?
47 7. Wedstrijdvormen en tussenvormen Nadat het inhoudelijke van de trainingssessie is vastgelegd bepaalt de jeugdopleider welke oefenstof hij zijn spelers zal aanbieden. De opleidingsvisie van de KBVB voor dit onderdeel is gebaseerd op de wetten van transfer, geleidelijkheid en herhaling. De wet van de transfer in het domein van het motorisch leren stelt dat een verworven vaardigheid in de uitvoering van een geheel van activiteiten (de training) slechts in een nieuw geheel (de wedstrijd) kan overgebracht worden als een zo groot mogelijk aantal overeenkomsten tussen de 2 situaties bestaan. Vanuit deze stelling is het aangewezen om spelsituaties te trainen door middel van wedstrijdvormen. Immers, bij het aanleren van vaardigheden via geïsoleerde vormen is de kans reëel dat de spelers ze in de wedstrijd niet kunnen uitvoeren omdat ze de spelsituatie niet herkennen. De wet van geleidelijkheid bepaalt dat het aangeleerde niet te complex mag zijn maar juist op het niveau van de speler zodat hij de oefenvormen met volle vertrouwen kan uitvoeren. Op die manier zal hij steeds plezier in het spelletje hebben en gemotiveerd blijven om progressie te maken. Tijdens de competitiewedstrijd is het soms duidelijk dat de speler de richtlijnen niet kan uitvoeren omdat die wedstrijdsituatie voor hem te complex is. Dit traint de jeugdopleider door middel van wedstrijdvormen die minder complex zijn dan in de wedstrijd. Soms is de aangeboden wedstrijdvorm nog te complex om de technische handeling juist uit te voeren (bv wreeftrap). Dit traint de jeugdopleider door middel van tussenvormen die nog meer eenvoudige leersituaties aanbieden in meer geïsoleerde omstandigheden. De wet van herhaling bepaalt dat de speler alleen zijn niveau kan verhogen en tot bepaalde automatismen kan komen wanneer hij reeds aangeleerde vaardigheden regelmatig herhaalt. Dit betekent voor de jeugdopleider dat hij tijdens de trainingen identieke spelsituaties regelmatig laat terugkomen door middel van wedstrijdvormen. Technische vaardigheden die soms te weinig aan bod komen in de wedstrijdvorm (bv kopspel, brossage) laat de jeugdopleider regelmatig herhalen door middel van tussenvormen die specifieke leersituaties aanbieden in meer geïsoleerde omstandigheden. Tot slot van deze inleiding is het belangrijk te noteren dat in deze syllabus de opbouw van de trainingssessie naar wedstrijdvormen en tussenvormen strak afgelijnd is. De praktijk vraagt evenwel soms meer flexibiliteit: -> Het aanbieden van een wedstrijdvorm onmiddellijk na de opwarming en juist voor de cooling down is binnen de methode een absolute must -> Een 3 de en 4 de wedstrijdvorm wordt, indien mogelijk, tussenin aangeboden maar is afhankelijk van de beschikbare tijdsduur van de training en van het leerproces van de spelers -> De keuze van de wedstrijdvorm wordt eveneens bepaald door de weersomstandigheden, de beschikbaarheid van de spelers en de beschikbaarheid van het terrein.
48 7.1. Wedstrijdvormen De wedstrijdvormen worden gekozen in functie van het oplossen van het spelprobleem. Ook hier kunnen de 4 W s helpen: Wie Wat Waar Wanneer de speler(s) identiek karakter van het probleem en oplossing in wedstrijd en training plaats en grootte van het terrein identiek tijdstip en omstandigheden dat het probleem en oplossing zich in wedstrijd en training voordoet Dit vertaalt zich in 4 variabelen: (1) identiteit van de speler(s), (2) aantal spelers die spelen in een numerieke gelijkheid/ongelijkheid, (3) de veldbezetting (symmetrisch, asymmetrisch), (4) de afmetingen van het terrein. Ook zal de jeugdopleider rekening houden met de psychomotorische rijpheid en de fysieke mogelijkheden van de speler. Verder gaat de jeugdopleider in zijn keuze van wedstrijdvormen systematisch te werk: 1. Bepalen van de meest vereenvoudigde wedstrijdvorm; 2. Klimming in moeilijkheidsgraad; 3. Keuze van methodiek en organisatie De meest vereenvoudigde wedstrijdvorm De term meest vereenvoudigde wedstrijdvorm kan omschreven worden als de wedstrijdvorm waarbij het probleem zo vaak mogelijk aan bod komt en de speler(s) in kwestie het relatief gemakkelijk kan oplossen. Bij het bepalen van de meest vereenvoudigde wedstrijdvorm zijn er geen regels die leiden naar de enige en juiste keuze. Voetbal is immers geen wetenschap en soms zijn meerdere composities te verantwoorden. Toch zijn er een aantal richtlijnen en bedenkingen die kunnen helpen om tot een verantwoorde keuze te komen. Eerst bepaalt de jeugdopleider het aantal spelers van de ploeg die hij zal coachen en hun mogelijke positie. Daarvoor kan hij terugvallen op het Wie-gedeelte van het spelprobleem: deze speler(s) zullen zeker in de wedstrijdvorm moeten voorkomen. Ook het Wanneergedeelte kan een element bevatten betreffende welke spelers essentieel zijn voor de wedstrijdvorm. In het voorbeeld bij basic vrijlopen wordt de aanvaller benoemd in het Wie-gedeelte en medespeler in het Wanneer-gedeelte. Dit impliceert dat voor dit thema deze 2 spelers minimaal moeten aanwezig zijn. Ook de positie van de spelers in kwestie op het veld moet gerespecteerd worden. Bij bepaalde basics, zoals balcontrole en passing, zal men eerder opteren voor meer spelers om juist de basic veelvuldig te laten uitvoeren. Bij basics die meer individueel gericht zijn, zoals dribbel en duel, zal 1 speler meestal het vertrekpunt van de jeugdopleider zijn. Daarna zal hij de tegenpartij van de wedstrijdvorm opstellen. Ook hier moet hij het aantal spelers kiezen, hoewel vooral hun positiebepaling belangrijk is. Het Wanneergedeelte kan elementen bevatten die essentieel zijn in de keuze van de tegenpartij. In het voorbeeld bij teamtactic opbouwzone beheersen wordt aangegeven hoe de aanval van de tegenpartij speelt. Dit is een essentieel element dat duidelijk zichtbaar in de
49 training moet aanwezig zijn. De keuze van de tegenpartij qua aantal en opstelling zal vaak bepalend zijn of het probleem zich wel degelijk zal voordoen. Dit kunnen we ook de visualisatiefase noemen : de jeugdopleider kan zich echt inleven in de verschillende opties die hij afweegt, het wordt als een film die zich vooraf voor zijn ogen afspeelt. Voorbeeld basics In het voorbeeld bij basic vrijlopen is als meest vereenvoudigde wedstrijdvorm gekozen voor een 2 tegen 1 met keeper (genoteerd als 2/K+1 ) waarbij de 2 spelers in 2 linies opgesteld staan tegenover 1 speler die initieel in korte dekking bij de aanvaller staat. Voor dit thema kan deze wedstrijdvorm ook als een aanleerfase gezien worden. Bij gevorderden (of bij herhaling in volgende trainingssessies) zou onmiddellijk voor K+2/K+2 (zie verder) als meest vereenvoudigde wedstrijdvorm kunnen gekozen worden. De spelers werken in golven; 1 heeft de bal op de achterlijn, 2 staat centraal opgesteld met O 1 in korte dekking. 2 heeft het gemakkelijk omdat hij het moment zal bepalen waarop de actie start. 1 heeft het ook gemakkelijk omdat hij geen tegenspeler heeft en de pass vanuit stand kan geven. Het probleem wordt bij iedere golf herhaald
50 De spelers werken in golven; de centrale verdedigers starten de wedstrijdvorm. Het probleem wordt in zijn essentie gesimuleerd doordat de diepe spits van de tegenpartij de centrale verdedigers 3 en 4 onder druk kan zetten De centrale verdedigers 3 en 4 hebben het relatief gemakkelijk om het probleem op te lossen omdat ze alleen met de diepe spits moeten rekening houden. Het probleem wordt bij iedere golf herhaald Het is ook belangrijk op te merken dat het probleem zich alleen kan voordoen wanneer de 2 ploegen de juiste beginopstelling respecteren Klimming in moeilijkheidsgraad Na de meest vereenvoudigde wedstrijdvorm bereidt de jeugdopleider wedstrijdvormen voor die het de speler(s) in kwestie moeilijker maken. Dit zal hij bereiken door te variëren met het aantal spelers en/of de grootte van de speeloppervlakte. De jeugdopleider zal er steeds over waken dat het probleem zich zal stellen in identieke situaties. Het is immers de bedoeling dat het probleem zich gedurende de trainingssessie zoveel mogelijk voordoet. De wedstrijdeindvorm op de trainingssessie bestaat uit het tegen elkaar laten spelen van 2 ploegen die de helft van de veldspelers bevatten. Bij onpaar kan ofwel de sterkste ploeg voortdurend in numerieke minderheid spelen of kan een neutrale speler steeds met de ploeg in balbezit meespelen. In het voorbeeld bij basic vrijlopen is gekozen voor een klimming naar K+2/K+2, gevolgd door K+3/K+3 om dan te eindigen met de wedstrijdeindvorm K+7/K+7. Bij K+2/K+2 wordt 1 in beweging aangespeeld door de keeper en wordt onmiddellijk onder druk gezet door O 2. Hierdoor wordt het voor 1 en 2 moeilijker: 1 wordt geconfronteerd met een rechtstreekse tegenspeler; 2 moet het juiste moment kiezen om zich aan te bieden. Hij bepaalt nu de actie niet meer alleen, het is de timing met 1 die de sleutel van een goede uitvoering is. Bij K+3/K+3 wordt het voor de aanvaller nog iets moeilijker omdat nu 2 spelers in de opbouw betrokken zijn en hij niet bij voorbaat weet wie hem de bal zal kunnen toespelen. Ook moeten de spelers in de opbouw snel de keuze maken of ze een pass in de diepte kunnen geven dan wel een individuele actie maken of terugspelen naar de keeper of de andere speler in de opbouw. In het voorbeeld bij teamtactic opbouwzone beheersen is gekozen voor een klimming naar K+5/K+4, gevolgd door een K+7+2N/K+7 om dan te eindigen met de wedstrijdeindvorm K+8/K+8. Vanaf K+5/K+4 wordt de volledige verdediging geconfronteerd met de 3 aanvallers van de tegenpartij.
51 Methodiek, organisatie en beschrijving van de wedstrijdvorm Nadat de jeugdopleider klaar ziet in de compositie en volgorde in moeilijkheidsgraad van zijn wedstrijdvormen bepaalt hij de methodiek, de organisatie en beschrijft hij iedere wedstrijdvorm meer in detail Methodiek De methodiek die de jeugdopleider kiest heeft een pedagogische impact. Progressieve methode Wanneer de jeugdopleider kiest voor de progressieve methode zal hij de speler(s) het voetbalprobleem van bij de eerste wedstrijdvorm duidelijk maken door een demonstratie en het in het kader plaatsen van een wedstrijd of het voetballeerproces. Hij start met de meest vereenvoudigde wedstrijdvorm om nadien de meer complexe vormen aan te bieden en te eindigen met de wedstrijdeindvorm. Zandloper methode Wanneer hij echter kiest voor de zandlopermethode begint hij met de herkenningsfase. Dit is naar compositie de wedstrijdeindvorm waarbij de jeugdopleider het spel observeert, niet coacht i.f.v. de oplossing (eventueel andere ploeg coachen om het spelprobleem uit te lokken) maar telkens het spelprobleem zich voordoet de spelsituatie bevriest. Vervolgens start hij een leergesprek met de bedoeling dat de speler(s) het probleem zelf verwoorden en tot een oplossing komen. Dit herhaalt de jeugdopleider een paar keer. Dit heeft het grote voordeel dat de spelers zelf het probleem herkennen in de meest complexe situatie en weten wat de oplossing is. Aangezien de wedstrijdeindvorm te complex is zal de jeugdopleider afdalen naar een eenvoudigere wedstrijdvorm, tot de speler(s) het probleem correct kunnen oplossen. Van dan af zal hij het weer moeilijker maken. In het voorbeeld bij basic vrijlopen zou dit betekenen dat de jeugdopleider begint met een herkenningsfase K+7/K+7, nadien afdaalt in moeilijkheidsgraad naar K+3/K+3, K+2/K+2 en 2/K+1 en dan terug klimt naar K+2/K+2, K+3/K+3 tot K+7/K+7. Het dient opgemerkt dat wanneer op het terrein blijkt dat de spelers het probleem correct kunnen oplossen bij bijvoorbeeld de wedstrijdvorm K+2/K+2 de jeugdopleider niet meer verder afdaalt naar de meest vereenvoudigde wedstrijdvorm Organisatie van de wedstrijdvorm Het spreekt voor zich dat de jeugdopleider de organisatie niet alleen zal bekijken wedstrijdvorm per wedstrijdvorm maar dat hij oog zal hebben voor het totaalbeeld van de trainingssessie (tussenvormen inbegrepen). Hij moet er immers voor zorgen dat de verschillende onderdelen van de sessie vlot in elkaar overlopen. Eerst bepaalt hij de afmetingen van het terrein waarop de wedstrijdvorm gespeeld wordt. Het is aan te bevelen dat de jeugdopleider gebruik maakt van de bestaande belijning op het terrein voor de afbakening van het terrein voor de wedstrijdvorm. Hij zorgt er ook voor, bij wedstrijdvormen met grotere aantallen, dat er steeds een strafschopgebied afgebakend is zodat de keeper en veldspelers steeds met die belangrijke ruimte geconfronteerd worden. Verder beslist de jeugdopleider, naargelang het aantal beschikbare spelers, of hij op één dan wel meerdere terreintjes de wedstrijdvorm laat spelen. Het is aangeraden om in de aanleerfase zich te beperken tot één terrein. De nadelen om op meerdere terreintjes te werken zijn evident : de jeugdopleider heeft minder controle over het
52 gebeuren en de spelers op het ene terrein zijn niet betrokken bij de coaching op het andere terrein. Het voordeel daarentegen om op meerdere terreinen te spelen situeert zich in het herhalingsprincipe. De spelers krijgen meer de kans om de oplossing van het spelprobleem te automatiseren. Daarna beslist hij of er in golven dan wel continu gespeeld wordt. Het spreekt voor zich dat voor wedstrijdvormen met kleine aantallen golven aangewezen zijn. De eenvoudigere wedstrijdvormen kunnen ook als aanleerfase voor de speler(s) beschouwd worden en spelen in golven is daarvoor de ideale vorm. Bij golven beschrijft de jeugdopleider het doorschuiven van de spelers: Bepaal het aantal spelers per groep; Bepaal op welke manier de golven zullen uitgevoerd worden: 1. de spelers keren op hun plaats terug en voeren gedurende een aantal herhalingen dezelfde functie uit of 2. de spelers schuiven door en voeren bij de volgende golf een andere functie uit (worden bijvoorbeeld aanvaller of verdediger) of 3. golf met tegengolf: dynamisch wisselen van functie. Bij deze organisatievorm van werken met golven is het aangewezen om het terrein voldoende lang te maken zodat er voldoende tijd is om de tegengolf op te vangen. Bij continu spel beschrijft hij wat er gebeurt met eventuele wisselspelers. Neutrale spelers spelen steeds mee met de ploeg in balbezit Beschrijving van de wedstrijdvorm De jeugdopleider zal voor iedere wedstrijdvorm een tekening maken en een beschrijving geven van De organisatie; Hoe de wedstrijdvorm verloopt; De fysieke parameters die van toepassing zijn; De referentie naar de coachingspunten die van toepassing zijn voor de wedstrijdvorm; Eventuele opmerkingen die van belang zijn (FUN-elementen, mogelijke variaties, het stop-help moment in de herkenningsfase, enz.). Tekening De tekening geeft duidelijk de opstelling van beide ploegen weer (zoals de spelers tegenover elkaar staan, niet op 2 helften los van mekaar) en een afbakening van de terreintjes (met middellijn en 16m-gebied indien van toepassing). Voor basics worden de spelers van de ploeg in balbezit K (keeper), 1, 2,, n (veldspelers) benoemd en van de ploeg in balverlies O K (keeper), O 1, O 2,, O n (veldspelers). Voor teamtactics worden de spelers bijkomend benoemd volgens de elftalposities in de opstelling. Wanneer de jeugdopleider de wedstrijdvorm in golven laat uitvoeren, tekent hij duidelijk de beginsituatie.
53 Organisatie De jeugdopleider noteert in korte en duidelijke bewoordingen de organisatie waarvoor hij gekozen heeft. Uitvoering van de wedstrijdvorm De jeugdopleider beschrijft de opstelling van de 2 ploegen. Indien de wedstrijdvorm in golven uitgevoerd wordt, beschrijft de jeugdopleider duidelijk het begin- en eindpunt van de golf. Fysieke parameters De jeugdopleider zal er voor zorgen dat de wedstrijdvorm gespeeld wordt met een fysieke belasting conform de geldende regels van lichamelijke voorbereiding voor het type van inspanning dat gevraagd wordt van de speler(s). Het is uit den boze een wedstrijdvorm K+1/K+1 vijf minuten te laten duren zoals het evengoed zinloos is een K+7/K+7 slechts één minuut te laten duren. Indien in golven gewerkt wordt: bepaal de totale duur van de wedstrijdvorm en de maximale duur van 1 golf. Normaal moet de jeugdopleider er voor zorgen dat het aantal golven van één herhaling ongeveer de standaard arbeid-rust verhouding impliceert voor het type van inspanning dat van de speler(s) gevraagd wordt. Dit vermijdt dat er te veel en onnodig met de chronometer moet gewerkt worden. Verder heeft het ook weinig zin het aantal herhalingen bij voorbaat te bepalen: dit is in functie van de totale duur van de wedstrijdvorm en wordt beïnvloedt door de soms variabele duur van één golf. Indien continu gespeeld wordt: geef de duur (D) van één herhaling, de pauze (P) die de spelers krijgen, het aantal herhalingen (H) en de totale duur van de wedstrijdvorm. Coaching Hier refereert de jeugdopleider met nummers naar de coachingspunten-richtlijnen die hij bepaald heeft bij de derde stap van het denkproces Tussenvormen De tussenvormen kunnen gericht zijn naar het thema van de trainingssessie maar mogen eveneens andere opleidingsdoelen bevatten. In het eerste geval heeft de jeugdopleider als doel zijn spelers gedurende de volledige trainingssessie met dezelfde coachingspunten te confronteren zodat het thema voor de jeugdspeler duidelijk herkenbaar is en hij, ideaal gesproken, na de sessie het aangeboden probleem correct kan oplossen. Een dergelijke aanpak is aangewezen wanneer het doel van de training een balbezit thema inhoudt. De tussenvormen zullen specifieke aspecten van het thema meer benadrukken en meer analytisch behandelen. Bij een balverlies thema is het vaak aangewezen de spelers te confronteren met tussenvormen die als doel hebben bepaalde basics balbezit te perfectioneren. Ook kunnen de vormen gericht zijn naar moeilijke technieken, afwerkingsoefeningen of naar de fysieke ontwikkeling van de jonge voetballer. Zoals eerder aangegeven is de wet van herhaling fundamenteel in het opleidingsproces. Enerzijds moet dit in het trainingsproces zichtbaar aanwezig zijn, anderzijds moet de jeugdopleider de speler motiveren bv de puur technische uitvoering van een basistechniek in zijn vrije uren verder te perfectioneren. Een jeugdspeler die zich beperkt tot de trainingsuren die op de club worden aangeboden heeft immers weinig kans het ver te schoppen in het voetbal.
54 Klimming in moeilijkheidsgraad Wanneer de tussenvormen gericht zijn naar het voetbalthema van de trainingssessie kan de klimming in moeilijkheidsgraad gerealiseerd worden door rekening te houden met, en in te spelen op, de dimensies die van toepassing zijn in het voetbal: 1. Nauwkeurigheid, met tijd en ruimte als factoren; 2. De tegenspeler, met snelheid en duel (kracht) als factoren en 3. De wedstrijdsituatie, met spelinzicht als belangrijkste factor. COMPLEXITEIT Het bovenliggende schema kadert in de wet van de geleidelijkheid en geeft aan dat wedstrijdvormen, alhoewel ze alle voetbaldimensies en factoren omvatten, ook de meest complexe vormen zijn voor de jonge voetballer. Meer eenvoudige vormen zijn tussenvormen waarbij de progressie als volgt kan zijn: 1. Nauwkeurigheid in tijd en ruimte de speler voert de juiste technische handeling uit binnen een organisatie 2. Met tegenspeler(s) de speler kan de handeling uitvoeren op de gewenste snelheid en tegenover een tegenspeler op een bepaalde positie op het terrein 3. De collectieve spelvorm deze vorm kan ook omschreven worden als een afgeleide wedstrijdvorm. Daarin zullen elementen aanwezig zijn die de wedstrijdsituatie benaderen en die een meer globaal spelinzicht zullen vragen van de speler(s) in kwestie. Toegepast op de basic 'leiden en dribbel' en bijvoorbeeld meer specifiek op de beweging 'kappen binnenkant voet' kan de volgende progressie in de tussenvormen voorzien worden:
55 1. Snelvoetenwerk, schijnbeweging, passeerbeweging en versnelling inoefenen tegenover kegels in een bepaalde organisatie; 2. De beweging uitvoeren onder tijdsdruk en toepassen met een tegenspeler, positioneel op het terrein (flank, centraal); 3. Collectieve spelvorm met meerdere spelers waarbij dribbel veel aan bod komt (vb. lijnbal waarbij de bal niet vooruit mag gespeeld worden via een pass). Bij thema s gericht naar balverlies en omschakeling zal men de stap van nauwkeurigheid soms overslaan. Om zo gericht mogelijk te werken is het soms wenselijk onmiddellijk tegenspeler(s) in te schakelen. Toegepast op de teamtactic 'opbouwzone beheersen' en bijvoorbeeld meer specifiek op het thema korte opbouw via de centrale verdedigers kan de volgende progressie in de tussenvormen voorzien worden: 1. teruglopen en opendraaien 2. teruglopen, opendraaien en passing in de diepte onder druk van een tegenspeler 3. Collectieve spelvorm met meerdere spelers waarbij het gepast aanbieden en het spelen in de diepte aangemoedigd wordt door de puntentelling Beschrijving van de tussenvorm De jeugdopleider zal voor iedere tussenvorm een tekening maken en een beschrijving geven van De organisatie; Hoe de tussenvorm verloopt; De fysieke parameters die van toepassing zijn; De coachingspunten of de referentie naar de coachingspunten die van toepassing zijn voor de tussenvorm en Eventuele opmerkingen die van belang zijn (FUN-elementen, mogelijke variaties, enz.). Tekening De tekening geeft een duidelijk beeld hoe de tussenvorm zal verlopen volgens de organisatievorm waarvoor de jeugdopleider gekozen heeft. Voor basics worden de spelers van de ene ploeg K (keeper), 1, 2,, n (veldspelers) benoemd en van de andere ploeg O K (keeper), O 1, O 2,, O n (veldspelers). Wanneer van toepassing worden voor teamtactics de spelers benoemd volgens de elftalposities van de opstelling. Organisatie De jeugdopleider beschrijft de organisatievorm waarvoor hij gekozen heeft en tekent die uit in functie van de terreintjes die hij voorzien heeft voor zijn wedstrijdvormen. De meest gebruikte organisatievormen zijn: Met meerdere spelers in een figuur; Carrousel; Gesloten circuit; Ruimte voor spelletje of collectieve spelvorm.
56 Naast deze gebruikelijke organisatievormen kunnen bij teamtactics ook specifieke vormen gebruikt worden: het shadowgame is een voorbeeld waarbij aanvallende bewegingen in golven herhaald worden met geen of een beperkt aantal tegenspelers. Een ander voorbeeld is de tactische simulatie. Hierbij zal de jeugdopleider het probleem en de oplossingen nog eens visueel op het terrein duidelijk maken (bordtheorie op het terrein). Dit kan ook als een recuperatiemoment beschouwd worden tussen 2 wedstrijdvormen (hou rekening met de weersomstandigheden). Hij zal specifiek aangeven op welke ruimte hij de tussenvorm organiseert (afmetingen), met hoeveel groepen hij zal werken en hoe de spelers doorschuiven (indien van toepassing). Verloop van de tussenvorm De jeugdopleider beschrijft in duidelijke taal het verloop van de tussenvorm. Dit is slechts een verduidelijking van de tekening die normaal gesproken al voldoende verklarend moet zijn. Fysieke parameters De jeugdopleider zal er, zoals bij de wedstrijdvormen, voor zorgen dat de tussenvorm uitgevoerd wordt met een fysieke belasting conform de geldende regels van lichamelijke voorbereiding voor het type van inspanning dat gevraagd wordt van de speler(s). Snelheid als fysieke parameter is van het grootste belang voor de voetbalspeler en moet van bij de jongste spelers vaak aan bod komen. Dit kan zeker geoefend worden met bal in de vorm van een tussenvorm. Daarbij moeten de arbeid-rust parameters gerespecteerd worden die gelden voor reactiesnelheid, startsnelheid en versnellingsvermogen. Coaching De jeugdopleider definieert de coachingspunten voor de tussenvorm of refereert met nummers naar de coachingspunten-richtlijnen, wanneer ze van toepassing zijn bij de tussenvorm, die hij bepaald heeft bij de derde stap van het denkproces. Specifieke richtlijnen bij de tussenvorm zullen meestal meer gericht zijn naar de technische uitvoering van de handeling.
57 8. Bijlagen 8.1. Standaard voorbereidingsformulier Federale Trainerschool Naam auteur: Categorie/niveau: Aantal spelers:
58 Organisatie van het terrein Ballen : Overgooiers : Grote kegels : Kleine kegels : Potjes : Kleine doelen : Verplaatsbaar doel :
59 OPWARMING Beschrijving: WEDSTRIJDVORM 1 TUSSENVORM 1
60 WEDSTRIJDVORM 2 Beschrijving: TUSSENVORM 2 WEDSTRIJDVORM 3 Beschrijving:
61 COOLING DOWN
62 8.2. Probleemstellingen basics Spelprobleem WIE WAT De speler aan de bal aarzelt bij een werkelijke doelkans te lang waardoor te weinig doelpunten gemaakt worden. Hij wacht te lang om naar doel te trappen of houdt onvoldoende rekening met de positie van de keeper: hij maakt vaak de verkeerde keuze tussen de keeper dribbelen of bal over de grond naast keeper plaatsen WAAR Centraal in het aanvallend 1/3 WANNEER hij dicht bij het doel is Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER Spelprobleem WIE WAT De speler Blijft staan zodat zijn tegenspeler te gemakkelijk de tegenaanval kan inzetten WAAR In het midden 1/3 WANNEER Bij persoonlijk balverlies na een duel Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER
63 Spelprobleem WIE WAT De speler Blijft te veel in een aanvallende positie staan zodat de tegenpartij te veel ruimte krijgt voor een tegenaanval WAAR In het midden 1/3 WANNEER Bij balverlies van een medespeler Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER Spelprobleem WIE WAT De verdediger Draait zich met de bal naar zijn tegenspeler toe waardoor hij balverlies heeft of niet meer de mogelijkheid heeft het spel terug naar het doel van de tegenpartij te richten door eventueel samenspel met medespelers WAAR In het verdedigend of midden 1/3 WANNEER Hij de bal richting eigen doel heeft en onder druk gezet wordt door een tegenspeler Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER
64 8.3. Probleemstellingen teamtactics Spelprobleem WIE De verdedigers (2, 3, 3, 4) WAT Lopen vooruit zodat de tegenpartij alleen voor doel komt na een lange bal of een persoonlijke actie WAAR In het verdedigend 1/2 WANNEER De balbezitter niet onder druk staat Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER Spelprobleem WIE WAT WAAR WANNEER De verdedigers (2, 3, 4, 5) Schuiven niet snel genoeg op waardoor er te veel ruimte ontstaat in het verdedigend blok als de tegenpartij de bal recupereert In het verdedigend 1/2 ze de bal weg van het doelgevaar ontzet (vb. Bij ontzetten na vrije trap vanop de flank) Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER
65 Spelprobleem WIE De middenvelders (6, 8, 10) en aanvallers (7, 9, 11) WAT Zetten de balbezitter van de tegenpartij onvoldoende onder druk en sluiten niet snel genoeg de speelhoeken af naar directe aanspeelpunten zodat de tegenpartij diep kan spelen WAAR Op de flank in het midden 1/3 WANNEER De tegenpartij in balbezit is richting eigen doel Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER Spelprobleem WIE WAT WAAR WANNEER De centrale verdediger nr.3 of 4 Schuift niet in en vraagt de bal niet en/of staat onvoldoende aanspeelbaar opgesteld waardoor er steeds stereotiep via de flank moet opgebouwd worden In het midden 1/3 ter hoogte van de middellijn Wanneer er centraal ruimte is Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER
66 Spelprobleem WIE De flankaanvaller nr.7 of 11 WAT Geraakt niet voorbij zijn directe tegenspeler zodat hij zelden een gevaarlijke voorzet kan trappen WAAR In het aanvallend 1/3 WANNEER De flankaanvaller correct loshaakt, hij niet strikt gedekt wordt door zijn directe tegenspeler en juist aangespeeld wordt door een middenvelder Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER Spelprobleem WIE WAT WAAR WANNEER De flankaanvaller nr.7 of 11 Blijft breed open staan zodat hij te laat vóór doel komt bij een voorzet In het aanvallend 1/3 Op de andere flank een medespeler met de bal aan de voet diep doorgedrongen is Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER
67 Spelprobleem WIE WAT De overblijvende verdedigers Blijven op hun posities staan waardoor er te veel ruimte ontstaat in het verdedigend blok indien de tegenpartij de bal zou recupereren WAAR In het verdedigend 1/2 WANNEER Een verdediger met of zonder bal ingeschoven is Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER Spelprobleem WIE WAT WAAR WANNEER De ingeschoven verdediger of middenvelder Plooit onmiddellijk terug naar eigen linie zodat de tegenpartij meer ruimte en tijd krijgt om een tegenaanval op te zetten In het aanvallend 1/3 in de buurt van de ingeschoven speler Bij balrecuperatie van de tegenpartij Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER
68 Spelprobleem WIE De centrale verdediger nr. 3 of 4 WAT Zoekt steeds de oplossing in de breedte zodat de tegenpartij de tijd krijgt zich te organiseren WAAR In het verdedigend 1/3 WANNEER De centrale verdediger de bal intercepteert en hij niet onmiddellijk onder druk gezet wordt Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER Spelprobleem WIE WAT WAAR WANNEER De aanvallende middenvelder (10) en de restaanvallers (7, 9) Slagen er niet in een tegenaanval met succes uit te voeren. In het midden 1/3, centraal gericht De recupererende medespeler diep kan en wil spelen Oplossing WIE WAT WAAR WANNEER
69 8.4. Trainingen basics Vrijlopen: aanbieden van de aanvaller Federale Trainerschool Probleemstelling Categorie/niveau: U11/niveau 2 Aantal spelers: 14+2K Oplossing WIE? De aanvaller ( 6 op tekening) WAT? Blijft bij zijn tegenspeler staan zodat het spel niet voorwaarts kan verder gezet worden WAAR? In het aanvallend 1/3 WANNEER? Zijn medespeler ( 4 op tekening) in de opbouw het spel kan verder zetten via voorwaartse passing WIE? De aanvaller ( 6 op tekening) WAT? Sprint diagonaal weg (eventueel na vooractie) van zijn tegenspeler, weg van het doel richting vrije zone zodat hij aanspeelbaar wordt en het spel voorwaarts kan verder gezet worden WAAR? In het aanvallend 1/3 WANNEER? Zijn medespeler ( 4 op tekening) in de opbouw het spel kan verder zetten via voorwaartse passing
70 Richtlijnen en Coachingswoorden Aanvaller 1. zorg ervoor dat je aanspeelbaar bent waardoor de speler aan de bal naar jou kan passen CO WORDT AANSPEELBAAR 'LAAT JE ZIEN' 2. Word je van dicht gedekt, sprint diagonaal weg op het ogenblik dat speler aan de bal een afspeelmogelijkheid zoekt; eventueel vooraf gegaan door een vooractie (bespelen tegenspeler, schijnbeweging) CO SPRINT (DIAGONAAL) WEG 'NIET TE VROEG' 3. kijk naar de speler in balbezit CO KIJK NAAR DE BAL 4. Als je denkt vrij te staan, laat dit merken (= spreken) aan speler in balbezit CO LAAT JE HOREN TOON WAAR JE DE BAL WIL SP 'GEVEN' 'IN DE VOET' 5. Probeer ingedraaid te staan op het ogenblik dat je de bal toegespeeld krijgt CO INGEDRAAID STAAN 6. Probeer de bal zodanig te controleren dat je geen balverlies lijdt en dat hij zo dicht mogelijk bij u blijft CO BAL DICHT BIJ DE VOET Passgever (progressie in de coaching) 7. Kijk naar de speler naar wie je de pass geeft CO HOOFD RECHT 8. Geef zo nauwkeurig mogelijk de pass over de grond, zodanig dat de bal het gemakkelijkst gecontroleerd kan worden CO HARD INSPELEN SPEEL OP DE VERSTE VOET Organisatie van het terrein Ballen: 16 Overgooiers: 2 kleuren Grote kegels: Kleine kegels: 16 Potjes: Kleine doelen: 2 Verplaatsbaar doel: 1
71 OPWARMING Carrousel Beschrijving: WEDSTRIJDVORM 1 parallelle oefening uitgevoerd door 2 groepen van 7 veldspelers Doorschuiven: speler van groep sluit aan bij groep O en omgekeerd Uitvoering: O1 loopt in, voert ondertussen opwarmingsoefeningen uit en biedt zich diagonaal aan O 2 passt op O 1 O 1 neemt de bal aan richting keeper K en geeft gerichte pass O 1 krijgt de bal terug van keeper en leidt de bal naar groep Fysieke parameters: Totale duur 20 Uitvoering in 2 fasen van 7-8 minuten afgesloten met rekkingsoefeningen en dynamische lenigheidsoefeningen In de 2 de fase de intensiteit verhogen en eindigen met een paar versnellingslopen Coaching: Richtlijnen 1-8 in nauwkeurigheid, met vooral de nadruk op de timing tussen de passgever en de speler die zich aanbiedt en de technische uitvoering van de passing en de balcontrole 2/K+1 Beschrijving: terrein van 30m 32m, 2 kleine doeltjes Doorschuiven: in golven: 4 verdedigers 10 aanvallers na 2 series, wisselen van verdedigers na iedere herhaling wisselen aanvallers van functie spelers keren terug naar hun plaats keepers wisselen na iedere herhaling Uitvoering: O 1 in korte dekking bij 2, 1 met bal op achterlijn 2 maakt vooraktie, sprint weg van tegenspeler en vraagt de bal 1 passt op 2 en geeft steun: 2 tegen 1 situatie 2 tracht na individuele actie of na samenspel met 1 te scoren O 1 kan samen met keeper scoren in de kleine doeltjes De golf eindigt bij een doelpunt of op signaal van de jeugdopleider Fysieke parameters: Totale duur 15 Max.duur 1 golf = 30 Aantal herhalingen en series in functie van totale duur Coaching: Richtlijnen 1,2, 3 en 4 vormen de basis. Eens die correct uitgevoerd worden, komen 5 en 6 aan bod Bij herhaalde fouten van de passgever worden ook 7 en 8 toegepast
72 TUSSENVORM 1 Golven Beschrijving: in golven: 2 groepen van 7 spelers die beurtelings rechts en links de vorm uitvoeren Doorschuiven: Van iedere groep 1 verdediger en 2x3 aanvallers De verdediger wisselt na iedere serie van 2 herhalingen spelers keren terug naar hun plaats Uitvoering: 2 bepaalt de start van de golf 2 maakt een vooraktie en sprint diagonaal weg van verdediger O 1 1 speelt 2 aan 2 maakt de keuze: samenspel met 3 die steun geeft op de flank, samenspel met 1 of individuele actie De golf eindigt bij een doelpunt of op signaal van de jeugdopleider Fysieke parameters Totale duur 15 Max.duur 1 golf = 30" Aantal herhalingen en series in functie van totale duur WEDSTRIJDVORM 2 Coaching: Richtlijnen 1-8 K+2/K+2 Beschrijving: terrein van 30m 40m, verplaatsbaar doel Doorschuiven: in golven: 7 verdedigers 7 aanvallers na 2 series, wisselen van functie spelers keren terug naar hun plaats Uitvoering: K start de golf en speelt 1 aan 2 sprint weg van tegenspeler en vraagt de bal 1 maakt de keuze: pass op 2, individuele actie of terug op de keeper De golf eindigt bij een doelpunt of op signaal van de jeugdopleider Fysieke parameters: Totale duur 15 Max.duur 1 golf = 1 Aantal herhalingen en series in functie van totale duur Coaching: Richtlijnen 1-8
73 TUSSENVORM 2 Collectieve spelvorm Beschrijving: WEDSTRIJDVORM 3 terrein van 30m 40m, neutrale zone, verplaatsbaar doel Doorschuiven: in golven: 4 verdedigers 10 aanvallers na 2 series, wisselen van verdedigers na iedere herhaling wisselen aanvallers van functie spelers keren terug naar hun plaats keepers wisselen bij wissel verdedigers Uitvoering: K start de golf en speelt 1 of 2 aan 3 sprint weg van tegenspeler en vraagt de bal in de neutrale zone waar O 1 niet mag volgen 1/ 2 maakt de keuze: pass op 3, pass op 1/ 2, individuele actie of terug op de keeper 1/ 2 geven steun aan 3 en spelen de '2 tegen 1' situatie uit De golf eindigt bij een doelpunt of op signaal van de jeugdopleider Fysieke parameters: Totale duur 15 Max.duur 1 golf = 1 Aantal herhalingen en series in functie van totale duur Coaching: Richtlijnen 1-8 K+3/K+3 Beschrijving: terrein van 30m 40m, verplaatsbaar doel Doorschuiven: in golven: 7 verdedigers 7 aanvallers na 2 series, wisselen van functie spelers keren terug naar hun plaats Uitvoering: K start de golf en speelt 1 of 2 aan 3 sprint weg van tegenspeler en vraagt de bal 1/ 2 maakt de keuze: pass op 3, individuele actie of terug op de keeper De golf eindigt bij een doelpunt of op signaal van de jeugdopleider Fysieke parameters: Totale duur 15 Max.duur 1 golf = 1 Aantal herhalingen en series in functie van totale duur Coaching: Richtlijnen 1-8
74 WEDSTRIJDVORM 4 K+7/K+7 Beschrijving: Half terrein + 16m gebied, verplaatsbaar doel Continu spel Uitvoering: De 2 ploegen spelen in een symmetrische opstelling in dubbele ruit Fysieke parameters: D 8 P 2 H 2x Coaching: Richtlijnen 1-8 De wedstrijdeindvorm is, naast de normale coaching, een evaluatiepunt om na te gaan of de spelers het gestelde probleem in de meest complexe omstandigheden kunnen oplossen COOLING DOWN Beschrijving: Rustig uitlopen, evaluatie van de trainingssessie en opbergen van het materiaal
75 Balcontrole op een lage korte pass Federale Trainerschool Probleemstelling Categorie/niveau: U9/niveau 3 Aantal spelers: 8+2K Oplossing WIE? De speler ( 4 op de tekening) die de pass ontvangt WAT? Voert een slechte balcontrole uit waardoor hij de bal verliest of niet in de meest doeltreffende omstandigheden kan verder spelen WAAR? Over het volledige terrein WANNEER? Hij een korte pass over de grond ontvangt WIE? De speler ( 4 op de tekening) die de pass ontvangt WAT? Voert een goede balcontrole uit waardoor hij alleszins in het bezit van de bal blijft en indien mogelijk in de meest doeltreffende omstandigheden kan verder spelen WAAR? Over het volledige terrein WANNEER? Hij een korte pass over de grond ontvangt
76 Richtlijnen en Coachingswoorden 1. Kijk vóór de balcontrole of er in je buurt een tegenspeler staat CO KIJK' SP 'GEEF' Spelsituatie 1: als er een tegenspeler in je buurt is 2. wacht de bal niet af CO NIET AFWACHTEN SP 'RUG' 3. probeer bij de balcontrole in het bezit van de bal te blijven door je lichaam tussen bal en tegenspeler te plaatsen CO LICHAAM PLAATSEN SP 'RUG' Spelsituatie 2: als er geen tegenspeler in de buurt is 4. draai je lichaam zo veel mogelijk naar doel vóór of tijdens de balcontrole CO CONTROLE GERICHT SP 'ALLEEN' 5. controleer de bal zodanig dat je in de beste omstandigheden naar doel kunt trappen, dribbelen of passen CO LEG GOED' SP 'ALLEEN' Organisatie van het terrein Ballen: 10 Overgooiers: 2 kleuren Grote kegels: Kleine kegels: 4 Potjes: 6 Kleine doelen: Verplaatsbaar doel: 2
77 OPWARMING Carrousel WEDSTRIJDVORM 1 Beschrijving: parallelle oefening uitgevoerd door 2 groepen van 4 veldspelers Doorschuiven: O 1 O 1 O 2 O 3 1 Uitvoering: 1 speelt 2 aan die een georiënteerde balcontrole uitvoert, de bal leidt en passt op 3 die een georiënteerde balcontrole richting doel uitvoert en op doel trapt O 1 start op hetzelfde moment als 1 Fysieke parameters: Totale duur 10 Coaching: Richtlijn 4 en 5 in nauwkeurigheid met vooral de nadruk op de technische uitvoering van de balcontrole. Herkenningsfase K+4/K+4 Beschrijving: terrein van 25m 35m, 2 duiveltjesdoelen continu spel Uitvoering: Beide ploegen spelen in een ruit Fysieke parameters: Totale duur 10 min in totaal. Per blok niet vooraf te bepalen aangezien het spel stilgelegd wordt bij spelprobleem P 1 (om samen het spelprobleem en de oplossing te zoeken) H het spel wordt een aantal keer stilgelegd Coaching: Geen coaching. Het spel wordt stilgelegd telkens het spelprobleem zich voordoet met als doel dat spelers het spelprobleem herkennen Herkenningspunt 1 ste spelsituatie: bij tegenspeler in de buurt voert speler een slechte balcontrole uit waardoor hij balverlies lijdt Herkenningspunt 2 de spelsituatie: bij geen tegenspeler in de buurt voert speler een slechte balcontrole uit zodat hij niet in de beste omstandigheden kan verder spelen. Nadien wordt er samen met de spelers naar de oplossing van het spelprobleem gezocht (= STOP-HELP methode)
78 TUSSENVORM 1 Spelvorm Beschrijving: 2 groepen van 5 spelers de 2 groepen staan geschrankt in kringopstelling afstanden tussen spelers van 1 groep ongeveer 10m Uitvoering: inhaalbal spelers passen na een gerichte balcontrole naar de volgende medespeler in de kring ->2 ballen in het spel: de groep die met de bal de andere groep kan inhalen behaalt een punt. Bal vertrekt bij A K en O K Na elk behaald punt van passrichting veranderen Coaching: WEDSTRIJDVORM 2 Richtlijn 4 en 5 in nauwkeurigheid met vooral de nadruk op de technische uitvoering van de balcontrole K+3+2N/K+3 TUSSENVORM 2 Beschrijving: terrein van 25m 35m, 2 duiveltjesdoelen continu spel, regelmatig wisselen van neutrale spelers Uitvoering: K+3+2N/K+3 waarbij de twee neutrale spelers meespelen met de ploeg in balbezit. De neutrale spelers positioneren zich centraal en vormen een ruit met de andere spelers Fysieke parameters: D 10 min. P af en toe wordt het spel stilgelegd H 1x Coaching: Richtlijn 1 Richtlijnen 2, 3, 4 en 5 naargelang de spelsituatie Collectieve spelvorm Beschrijving: collectieve spelvorm, in golven Doorschuiven: bij iedere herhaling wisselen van verdediger in iedere zone bij iedere herhaling starten bij andere keeper Uitvoering: K of O K beginnen de golf en spelen een medespeler aan De spelers in numerieke meerderheid zijn verplicht in 2 tijden te spelen en mogen hun zone niet verlaten De verdedigers scoren een punt wanneer ze in balbezit komen De golf eindigt bij een doelpunt, wanneer de verdedigers in balbezit komen of op signaal van de jeugdopleider Fysieke parameters: Totale duur 10 Max.duur 1 golf = 1 Aantal herhalingen in functie van totale duur Coaching: Richtlijn 1 Richtlijnen 2, 3, 4 en 5 naargelang de spelsituatie
79 WEDSTRIJDVORM 3 K+5/K+3 Beschrijving: terrein van 25m 35m, 2 duiveltjesdoelen continu spel na 5 speelt de andere ploeg in numerieke meerderheid Uitvoering: de ploeg van 5 speelt in een veldbezetti ng waarbij 4 spelers een ruit vormen en de 5 de speler zich centraal in de ruit bevindt de ploeg van 3 speelt in 2 linies met 1 verdediger en 2 middenvelders Fysieke parameters: D 2x5 P er wordt onmiddellijk gewisseld H 2x Coaching: Richtlijn 1 WEDSTRIJDVORM 4 Richtlijnen 2, 3, 4 en 5 naargelang de spelsituatie K+4/K+4 Beschrijving: terrein van 25m 35m, 2 duiveltjesdoelen continu spel Uitvoering: Beide ploegen spelen in een ruit Fysieke parameters: Totale duur 10 min, geen herhalingen Coaching: Analyse en beoordeling in welke mate de vooropgestelde doelstellingen behaald werden De stop-help methode hanteren bij grove fouten en positief coachen bij correcte uitvoering van de richtlijnen COOLING DOWN Beschrijving: Tot rust komen ; een vraaggesprek over hoe een balcontrole moet uitgevoerd worden naargelang de spelsituatie en opbergen van het materiaal
80 8.5. Trainingen teamtactics Korte opbouw van bij de keeper via de centrale verdedigers Federale Trainerschool Probleemstelling Categorie/niveau: U14/niveau 3 Aantal spelers: 16+2K Oplossing WIE? De centrale verdedigers 3 en 4 WAT? Kunnen door de doelman niet aangespeeld worden waardoor hij altijd de lange bal moet hanteren WAAR? In het verdedigend 1/3 WANNEER? De 3 aanvallers van de tegenpartij met één diepe spits spelen, de verdedigers onder druk zetten en de keeper de bal in de handen heeft WIE? De centrale verdedigers 3 en 4 WAT? Schuiven eerst op om nadien diagonaal los te haken waarbij ze een voldoende grote onderlinge afstand innemen (in driehoeksvorm met doelman) waardoor de doelman de kans krijgt kort op te bouwen WAAR? In het verdedigend 1/3 WANNEER? De 3 aanvallers van de tegenpartij met één diepe spits spelen, de verdedigers onder druk zetten en de keeper de bal in de handen heeft
81 Richtlijnen en Coachingswoorden Toepassen van de teamtactics T1 + opbouwzone beheersen aanspeelbaarheid B + 1 B + 2 B + 3 B + 4 openen breed openen diep driehoeksspel met evenredige onderlinge afstanden ruimte creëren voor zichzelf en het benutten ervan Posities 3 en 4 1. Schuif eerst op wanneer er geen van de 4 verdedigers aanspeelbaar is om zo de aanvallers mee te nemen CO SCHUIF OP 2. Indien de aanvallers meelopen, haak zo snel mogelijk diagonaal los CO HAAK SCHUIN LOS en VRAAG SP (keeper verdedigers) HAAK LOS OPEN 3. Neem een voldoende grote onderlinge afstand in in driehoeksstructuur met de keeper zodat de diepe spits van de tegenpartij jullie niet alle drie onder druk kan zetten CO OPEN/HOGER/LAGER 4. Draai open net voor balontvangst zodat je maximaal zicht hebt op het speelveld CO DRAAI OPEN 5. Kijk en speel eerst diep, dan lateraal en tenslotte terug op de keeper CO DIEP (KIJKEN) Positie keeper 6. Neem een snelle beslissing wanneer een centrale verdediger voldoende vrij staat om de opbouw kort te beginnen CO SNEL SPEEL KORT 7. Speel de centrale verdediger aan richting binnenkant verste voet, licht in de loop CO HARD IN DE LOOP SP(verdedigers keeper) GEEF Posities 2 en 5 8. Schuif eerst op wanneer niemand aanspeelbaar is CO SCHUIF OP 9. Hou positie breed (tegen zijlijn) en hoger dan 3 en 4 (in boogvorm met 3 en 4) CO HOGER BREED (BLIJVEN) Organisatie van het terrein
82 OPWARMING Figuur Beschrijving: WEDSTRIJDVORM 1 2 groepen van 8 veldspelers met 1 keeper 2 spelers op positie 5, 3 spelers op posities 4 en 2; idem voor groep B Doorschuiven: Uitvoering: 5 maakt een vooraktie, draait open en wordt aangespeeld door de keeper zelfde beweging door 4 en 2 die inspeelt op de keeper bij het doorschuiven opwarmingsbewegingen uitvoeren rekkings- en dynamische lenigheidsoefeningen tussen fase 1 en 2 fase 2 rechts uitvoeren Fysieke parameters: Totale duur 20 Fase 1: 6 à 8 Fase 2: 6 à 8 en met een hogere intensiteit Coaching: Richtlijnen 1, 2, 4, 6, 7 Specifieke coaching naar de juiste technische uitvoering van de balcontrole en de passing K+3/K+2 Beschrijving: Opp. terrein: 40m-50m 2 vaste groepen van 8 veldspelers die in golven werken golf eindigt na doelpunt of max. 1 spelen na 2 series wisselen de ploegen van functie Uitvoering: ploeg A speelt in een opstelling, ploeg B in wedstrijdvorm begint bij de keeper van ploeg A 3 en 4 lopen zich vrij zodat de keeper kort kan opbouwen de spits van ploeg B kiest positie tussen de 2 verdedigers en probeert de korte opbouw te verhinderen Fysieke parameters: Totale duur 15 Max.duur 1 golf = 1 Coaching: Richtlijnen 1, 2, 3, 5, 6, 7 Opmerking: De jeugdopleider kan voor deze wedstrijdvorm ook kiezen voor een organisatie op 2 terreinen. De compositie wordt dan K+3/2 en er wordt gewerkt met 2 kleine doeltjes.
83 TUSSENVORM 1 Gesloten circuit WEDSTRIJDVORM 2 Beschrijving: Opp. ¾ terrein vaste groepen van 4 veldspelers die beurtelings links en rechts de beweging uitvoeren de spelers wisselen van functie bij iedere herhaling de keepers wisselen van functie na een aantal herhalingen Uitvoering: 4 schuift op, spurt snel terug en draait open de keeper speelt 4 aan die onder druk gezet wordt door 9 aanvaller 9 doet een vooraktie en sprint diagonaal richting 4 9 wordt aangespeeld door 4 5 infiltreert in de ruimte op de flank en wordt aangespeeld door 9 5 gaat door tot de achterlijn en geeft voorzet. Ondertussen hebben 4 en 9 aanvallende en verdediger 9 verdedigende posities voor doel ingenomen Fysieke parameters: Totale duur 15 Coaching: richtlijnen 1-7 specifieke coaching naar de technische uitvoering van de balcontrole, passing en lange lob K+5/K+4 Beschrijving: Opp. ¾ terrein 2 vaste groepen van 8 veldspelers die in golven werken spelers wisselen van positie bij iedere herhaling golf eindigt na doelpunt of max. 1 spelen na 2 series wisselen de ploegen van functie Uitvoering: ploeg A speelt in een opstelling, ploeg B in wedstrijdvorm begint bij de keeper van ploeg A verdedigers van ploeg A schuiven eerst richting middellijn en lopen zich dan vrij zodat de keeper kort kan opbouwen via een centrale verdediger de aanvallers van ploeg B kiezen positie met een diep spits en 2 flankaanvallers die de speelhoeken van de flankverdedigers van ploeg A afsluiten Fysieke parameters: Totale duur 15 Max.duur 1 golf = 1 Coaching: Richtlijnen 1-9
84 TUSSENVORM 2 Collectieve spelvorm WEDSTRIJDVORM 3 Beschrijving: collectieve spelvorm op 2 terreintjes Opp. terrein spelvorm: 25m-40m groep A 8 spelers; groep B 10 spelers 2 neutrale spelers die op de korte zijde blijven en steeds meespelen met de ploeg in balbezit Uitvoering: de ploeg in balbezit speelt samen met de neutrale spelers de ploeg scoort een punt wanneer ze de bal kunnen doorspelen van de ene neutrale speler naar de andere en terug in balbezit blijven Fysieke parameters: Totale duur 10 Neutrale spelers wisselen na 1 Coaching: Ploeg in balbezit geef de neutrale speler keuze om breed te openen CO BREED LIJN Draai open CO DRAAI OPEN Speel zo snel mogelijk diep CO DIEP K+7+2N/K+7 Beschrijving: Opp. ¾ terrein continu spel Uitvoering: Ploegen A en B spelen symmetrisch in een opstelling waarbij 6 en 8 neutrale spelers zijn die meespelen met de ploeg in balbezit Fysieke parameters: Totale duur 16 2 blokken van 7 en 2 pauze Coaching: Richtlijnen 1-9
85 WEDSTRIJDVORM 4 K+8/K+8 Beschrijving: Opp. ¾ terrein continu spel Uitvoering: beide ploegen spelen nu in numerieke gelijkheid in een symmetrische opstelling alle keuzes die in de training aan bod kwamen kunnen nu toegepast worden Fysieke parameters: Totale duur 10 Coaching: Analyse en beoordeling in welke mate de vooropgestelde doelstellingen behaald worden De stop-help methode hanteren bij grove fouten en positief coachen bij correcte uitvoering van de richtlijnen COOLING DOWN Beschrijving: Rustig uitlopen, evaluatie van de trainingssessie en opbergen van het materiaal
86 Infiltratie via de flank Probleemstelling Oplossing WIE? De flankaanvaller (7 of 11) WAT? Haalt de achterlijn niet waardoor er vanop de flank geen gevaar komt WAAR? In de aanvalszone op de flank WANNEER? De flankaanvaller correct loshaakt, hij niet strikt gedekt wordt door zijn directe tegenspeler en juist aangespeeld wordt door een verdediger of een middenvelder WIE? De flankaanvaller (7 of 11) WAT? Haalt de achterlijn door een individuele actie of door samenspel met 9 of 10 WAAR? In de aanvalszone op de flank WANNEER? De flankaanvaller correct loshaakt, hij niet strikt gedekt wordt door zijn directe tegenspeler en juist aangespeeld wordt door een verdediger of een middenvelder
87 Richtlijnen en Coachingswoorden Toepassen van de teamtactics T2 + infiltratie naar waarheidszone -^B + 12 infiltratie zonder bal: GIVE & GO -^B + 13 infiltratie met bal: leiden of dribbel: CHALLENGE Positie 7/11 1. Haak correct los: maak een vooraktie en kom tot een juiste timing met verdediger of middenvelder die balbezit heeft CO^ VRAAG DE BAL SP(3/4->7/11 VRAAG ) 2. Probeer individuele actie bij voldoende ruimte rond directe tegenspeler CO^ ALLEEN DURVEN SP(3/4->7/11 CHALLENGE ) 3. Probeer combinatie met 9 of 10 wanneer deze zich gepast aanbieden CO^ GEEF SP(9/10->7/11 GEEF ) 4. Haal zo snel mogelijk de achterlijn na uitschakeling van je directe tegenspeler CO^ GAAN Positie 9/10 5. Bied je gepast aan bij 7/11 voor eventuele combinatie CO^ GEEF STEUN 6. Blijf weg van de bal en kies het gepaste moment om positie vóór doel te kiezen CO^ VOOR DOEL ZIJN Organisatie van het terrein Ballen: 18 Overgooiers: 16 Grote kegels: Kleine kegels: 8 Potjes: 4 Kleine doelen: Verplaatsbaar doel: 1
88 OPWARMING Carrousel Beschrijving: 4 spelers op posten 3, 2 spelers op posten 7, 2 spelers op posten 9 de 2 groepen starten gelijktijdig Doorschuiven: Uitvoering: 7 zet de actie in gang door een vooraktie en wordt door 3 aangespeeld 9 komt gepast in steun en voert dubbelpas uit met 7 Fysieke parameters: Totale duur 20' D 7' P stretching en dynamische lenigheidsoefeningen H 2x (bij 2 de herhaling de intensiteit opvoeren) Coaching: WEDSTRIJDVORM 1 Post 7: bepaal de start van de actie door de vooraktie: VRAAG de bal SPEEL 9 aan met de juiste balsnelheid Post 3: SPEEL 7 aan op de verste voet Post 9: TIMING met 7 DEVIEER correct door gebruik te maken van de snelheid van de bal K+5/K+4 Beschrijving: 2 vaste groepen van 8 veldspelers die in golven werken spelers wisselen na 2 uitvoeringen : 3, 4 en 9 van de ploeg met 5 spelers en de volledige andere ploeg Uitvoering: wedstrijdvorm begint bij de keeper van ploeg met 5 veldspelerspelers die 3 of 4 aanspeelt 9 van de andere ploeg zet onmiddellijk druk op de balbezitter naargelang de situatie wordt 7 of 11 aangespeeld die de achterlijn probeert te halen via een individuele actie of na samenspel met 9 Fysieke parameters: totale duur 15 max.duur golf 1 aantal herhalingen in functie van totale duur Coaching: richtlijnen 1, 2, 3, 4 en 5
89 TUSSENVORM 1 Carrousel Beschrijving: 3 spelers op posten 3, 2 spelers op posten 7, 2 spelers op posten 10, 1 speler op posten 9 de 2 groepen starten gelijktijdig Doorschuiven: Uitvoering: 7 zet de actie in gang door een vooraktie en wordt door 3 aangespeeld 9 veinst te komen maar trekt weg 10 komt gepast in steun en voert dubbelpas uit met 7 Fysieke parameters: Totale duur 20' D 7' P stretching en dynamische lenigheidsoefeningen H 2x Coaching: WEDSTRIJDVORM 2 Post 7: bepaal de start van de actie door de vooraktie: VRAAG de bal SPEEL 10 aan met de juiste balsnelheid Post 3: SPEEL 7 aan op de verste voet Post 9 TIMING met 10 Post 10: TIMING met 9 en 7 DEVIEER correct door gebruik te maken van de snelheid van de bal K+6/K+5 Beschrijving: continu spel met vliegende wissels Uitvoering: de aanvallende ploeg van wedstrijdvorm 1 krijgt 10 er als speler bij. Hierdoor worden de keuzes complexer: 9 en 10 zullen er moeten voor waken dat ze niet samen naar de bal toe bewegen de verdedigende ploeg zal via 9 en 10 onmiddellijk druk zetten wanneer de keeper de vorm start Fysieke parameters: D 7 P 2 H 2x Coaching: alle richtlijnen
90 TUSSENVORM 2 Gesloten circuit Beschrijving: 2 vaste groepen van 8 veldspelers, waarvan 4 vaste aanvallers en 2x2 verdedigers Afwisselend links en rechts werken, keepers en verdedigers wisselen Uitvoering: De bewegingen van tussenvorm 1 en 2 komen aan bod maar nu met 2 verdedigers 4 wordt bijkomend optie wanneer 9 en 10 niet in steun komen (zie tekening) Fysieke parameters: Totale duur 10 D 1 uitvoering P uitvoering andere ploeg H in functie van totale duur Coaching: WEDSTRIJDVORM 3 Post 11: bepaal de start van de actie door de vooraktie: VRAAG de bal maak snel de KEUZE of een dribbel de beste oplossing is Post 4: SPEEL 11 aan op de verste voet Posten 9 en 10 Beslis: STEUN of blijf weg (11 heeft ruimte voor dribbel) Beschrijving: Beide ploegen spelen symmetrisch in een Alle keuzes van de training komen aan bod Fysieke parameters: D 7 P 2 H 2x Coaching: Analyse en beoordeling in welke mate de vooropgestelde doelstellingen behaald werden De stop-help methode hanteren bij grove fouten en positief coachen bij correcte uitvoering van de richtlijnen COOLING DOWN Beschrijving: Loslopen met lichte stretching Bespreking van thema en uitvoering Indien nodig een tactische simulatie uitvoeren
Opleidingsvisie: Leerplan - Teamtactics
Opleidingsvisie: Leerplan - Teamtactics Balbezit (TT+) Opbouwzone beheersen Aanspeelbaarheid Progressieve balcirculatie Infiltratie naar de waarheidszone De offensieve waarheidszone beheersen Offensieve
VZW Jeugdvoetbal Kampenhout. Talent Ontwikkeling Plan Jeugdopleiding K Kampenhout SK Training boek U 6 tot U 21
VZW Jeugdvoetbal Kampenhout Talent Ontwikkeling Plan Jeugdopleiding K Kampenhout SK Training boek U 6 tot U 21 Talent ontwikkeling plan U 6 September week 2: Funtraining September week 4: balgewenning
TALENT ONTWIKKELINGSPLAN SK KAMPENHOUT
TALENT ONTWIKKELINGSPLAN SK KAMPENHOUT Talentontwikkelingsplan SK Kampenhout Teneinde onze spelers optimaal te onwikkelen werken we binnen SK Kampenhout met ons TOP (Talent Ontwikkelings Plan) programma
JEUGDWERKING FC ZWANEVEN
JEUGDWERKING FC ZWANEVEN JEUGDOPLEIDINGSPLAN 1.1 Algemene principes De doelstelling van het opleidingsplan is een kwalitatief goede opleiding verzorgen. Elk kind is hierbij even belangrijk. Wij willen
U10-U11. Kenmerken. Spelomgeving Ideale wedstrijdvorm is 8-8 (= dubbele ruit) met passafstanden tot ongeveer 20 meter
U10-U11 Spelomgeving Ideale wedstrijdvorm is 8-8 (= dubbele ruit) met passafstanden tot ongeveer 20 meter Kenmerken Basics halflange passing controle op halfhoge bal doelpoging vanop 15 à 20m (half ver)
FC Landen. Jeugdopleidingsvisie BOVENBOUW (U14 tot U17) Ontwikkelingsfase 11 tegen 11 = LEERPLAN
Jeugdopleidingsvisie BOVENBOUW (U14 tot U17) Ontwikkelingsfase 11 tegen 11 = LEERPLAN 1. Opleidingsvisie Er wordt gewerkt met een jaarprogramma Op basis van de basiscompetenties techniek, fysiek, fun,
FUN OPLEIDING FILOSOFIE LEERPLAN
OPLEIDINGSVISIE FUN OPLEIDING FILOSOFIE LEERPLAN INHOUDSOPGAVE FUN... 3 OPLEIDING... 4 PROCESGERICHT LEREN... 4 OPVOEDEN... 4 FILOSOFIE... 5 ZONEVOETBAL ALS OPLEIDINGSFILOSOFIE... 5 ZONE-principes (B+)...
BESCHRIJVING VAN DE SPELOMGEVING
Opleidingsplan 2: U7 - U9 Opleidingsplan 2: Collectief spel: dichtbij * De ontwikkelingsfase 5 tegen 5: U7, U8 en U9 K+4/K+4 (duiveltjes) U7 Toepassing 2-2 U8 Uitbreiding naar kort spel U9 Football as
OPLEIDINGSVISIE KBVB 3. ZONEFILOSOFIE
OPLEIDINGSVISIE KBVB 3. ZONEFILOSOFIE ZONEVOETBAL ALS OPLEIDINGSFILOSOFIE Zone Individuele mandekking! Een spelconcept en geen spelsysteem! Zoneprincipes bij balverlies (B- ) maar ook bij balbezit (B+
HET LEERPLAN VAN EEN VELDSPELER (11-13 jaar) doelstellingen richtlijnen BALBEZIT POSITIESPEL
BALBEZIT POSITIESPEL 1. Doelstellingen Vrijlopen Steunen 2. Richtlijnen Vrijlopen Steunen B1. Speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen. B4. Speler kan een
HET LEERPLAN VAN EEN VELDSPELER (9-11 jaar) doelstellingen richtlijnen BALBEZIT POSITIESPEL BALBEZIT PASSING
BALBEZIT POSITIESPEL 1. Doelstellingen Vrijlopen Steunen 2. Richtlijnen Vrijlopen Steunen B1. Speler kan zich aanspeelbaar opstellen op het ogenblik dat speler aan de bal kan passen. B4. Speler kan een
FC Landen. Jeugdopleidingsvisie MIDDENBOUW (U10 tot U13) Ontwikkelingsfase 8 tegen 8 = LEERPLAN
Jeugdopleidingsvisie MIDDENBOUW (U10 tot U13) Ontwikkelingsfase 8 tegen 8 = LEERPLAN 1. Opleidingsvisie Vanaf U10 wordt er gewerkt met een jaarprogramma. Op basis van de basiscompetenties techniek, fysiek,
Jaarplanning SCHOLIEREN
Jaarplanning SCHOLIEREN Augustus fysieke opbouw Gewenning aan balsnelheid / loopsnelheid (extensieve uithouding) Pas- en trapvormen om het gehele veld te bestrijken (pasvormen van binnen naar buiten en
U10 & U11 1 e FASE 8V8 U12 & U13 2 e FASE 8V8 Locatie xx-xx-xx
U10 & U11 1 e FASE 8V8 U12 & U13 2 e FASE 8V8 Locatie xx-xx-xx Welkom! INHOUD Inhoud Opleidingsvisie VV/KBVB Halflange passing 8v8 2x ruit K+7 Hervorming competitie Spelreglementen Panathlon Algemene info
U10 Toepassing 2/2 & 5/5 U11 Uitbreiding naar halflang spel BESCHRIJVING VAN DE SPELOMGEVING
Opleidingsplan fase 3: U10 U13 Fase 3: Collectief spel 2 de graad * De ontwikkelingsfase 8 tegen 8 (1) : U10 enu11 K+7/K+7 preminiemen U10 Toepassing 2/2 & 5/5 U11 Uitbreiding naar halflang spel Football
Spelomgeving Ideale wedstrijdvorm is 8-8 (= dubbele ruit) met passafstanden tot ongeveer 20 meter.
Opleidingsplan 8vs8 U10 & U11 Spelomgeving Ideale wedstrijdvorm is 8-8 (= dubbele ruit) met passafstanden tot ongeveer 20 meter. Kenmerken Basics B+ halflange passing controle op halfhoge bal doelpoging
Teamtactics : B+ & B- U7 tot U9: Duiveltjes 6 tot 8 jaar. Voetbaltechnische/tactische vorming :
Teamtactics : B+ & B- U7 tot U9: Duiveltjes 6 tot 8 jaar Voetbaltechnische/tactische vorming : Op een speelse manier kunnen omgaan met dribbelen, drijven, kappen, draaien, passen, trappen en inwerpen.
Pupillen 6-7 en 8 jaar 1 OSSMI JEUGD LEERPLAN
Pupillen 6-7 en 8 jaar 1 OSSMI JEUGD LEERPLAN Speelvorm 1 tegen 1 Omschakeling B- naar B+ 3 tegen 1 Overtal 4 tegen 4 Positiespel Doelstelling Spelomgeving Ervoor zorgen dat het kind geen angst voor de
DOELSTELLINGEN en JAARPLAN Jeugdopleiding Tielt-Winge 3000
DOELSTELLINGEN en JAARPLAN Jeugdopleiding Tielt-Winge 3000 HET LEERPLAN VOOR JEUGDSPELERS VAN TW 3000-1- UITGANGSPUNTEN We zijn er ons van bewust, dat de aanleg om te voetballen niet aangeleerd kan worden.
VOETBALOPLEIDINGSPLAN KSK GELUWE SEIZOEN 2013-2014
VOETBALOPLEIDINGSPLAN KSK GELUWE SEIZOEN 2013-2014 1. ONDERBOUW Doelstellingen Basics Ontwikkelingsmodel 2. BOVENBOUW Doelstellingen Basics Ontwikkelingsmodel Basisfilosofie : zonevoetbal 3. ORGANIGRAM
FC MAASLAND NOORDOOST JEUGDWERKING U15 JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD
JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD 1 JAARPLANNING: SEIZOEN 2015 2016 JAARPLAN U15 11 VS 11 AUTEURS: jeugdcoördinatoren FC Maasland NoordOost DATUM: 07/2015 ALGEMEEN: U15 A - Wekelijks: 2 trainingen
Opleidingsvisie KVK Ninove
Opleidingsvisie KVK Ninove 1. STANDPUNTEN OPLEIDINGSVISIE VAN DE CLUB: Plezier: Plezier voor iedereen, ook voor de mindere spelers Aanmoedigingen door de coach (positieve coaching) Luisteren en bereikbaar
Onderbouw MODULE 1 Periode A
Onderbouw MODULE 1 Periode A BALBEZIT : ACCENT OPBOUWEN Speelveld breed maken Speelveld diep maken Zich vrij lopen Nauwkeurige passing 1:1:2:1 balbezit Leiden en dribbelen Korte passing Controle op lage
Voetbalontwikkelingsmodel en het spelsysteem 11 vs 11
Voetbalontwikkelingsmodel en het spelsysteem 11 vs 11 1) Algemeen : Jeugdopleidingsplan : voetbalvisie van de club (A-elftal + JO) met speelstijl en spelconcept/-wijze De voetbalvisie van SKV Oostakker
Opleidingsplan 2vs2 en 3vs3
Opleidingsplan 2vs2 en 3vs3 2vs2 Spelomgeving 1ste fase: kinderen spelen met de bal naast elkaar. 2de fase: kinderen spelen tegen elkaar d.w.z leiden en dribbelen met accent op scoren Kenmerken Psychomotoriek
FC Landen. Ontwikkelingsfase 5 tegen 5 = LEERPLAN
1. Opleidingsvisie FC Landen Jeugdopleidingsvisie ONDERBOUW (U7 tot U9) Ontwikkelingsfase 5 tegen 5 = LEERPLAN Vanaf U6 wordt er gewerkt met jaarprogramma s. Spelertjes moeten zich GOED voelen door : -
TAKEN VAN DE SPELERS in het team tijdens de wedstrijd
TAKEN VAN DE SPELERS in het team tijdens de wedstrijd POSITIE 1 = KEEPER (K) OF DOELVERDEDIGER (DV) indien mogelijk, de bal op de grond leggen voor de opbouw te starten ver uit het eigen doel durven spelen
VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen
Collectieve analyse Opleiding Collectieve analyse Tegenstander VC Groot Dilbeek Denkcel opleidingen Agenda De analyse van de ploeg 50 vensters om de wedstrijd beter te analyseren De specifieke analyse
Jaarplanning DUIVELTJES
Jaarplanning DUIVELTJES Het voorbeeld dat volgt is van toepassing voor de categorie duiveltjes en specifiek gericht naar basics. Het jaar wordt opgedeeld in periodes: van augustus tot en met november en
U8 U9 NOOIT DRIBBELS EN INDIVIDUELE ACTIES BERISPEN NOOIT OF TE NOOIT OP HET RESULTAAT SPELEN STEEDS OPBOUW VAN ACHTERUIT
MAANDPLAN U6-U7 : Fun en straatvoetbal. Spelen met tennisballen.u7 vooral de 1-1 laten spelen en dribbels aanmoedigen.technische oefeningen met kleinere ballen regelmatig inlassen U8 U9 NOOIT DRIBBELS
De samenwerking tussen de plaatselijke scholen en jeugdverenigingen opbouwen en onderhouden. Met clubs uit de omgeving.
MISSIE We zijn een club gelegen op de grens Oost Vlaanderen Henegouwen West Vlaanderen waardoor we de kans hebben jongeren op te leiden in een sfeer van openheid, waar verschillende etnische groepen samenkomen
FEDERALE TRAINERSSCHOOL CENTRUM : WAREGEM CYCLUS 1 : JAAR 2 UEFA B DIPLOMA : (- JEUGDOPLEIDER -)
FEDERALE TRAINERSSCHOOL CENTRUM : WAREGEM CYCLUS : JAAR UEFA B DIPLOMA : (- JEUGDOPLEIDER -) - TRAINING TIJDENS STAGEDAG TEAMTACTICS - Kandidaat: De Smet Günther .. Training tijdens opleidingsdag - INLICHTINGEN
DOELSTELLINGEN en JAARPLAN Jeugdopleiding Tielt-Winge 3000
DOELSTELLINGEN en JAARPLAN Jeugdopleiding Tielt-Winge 3000 HET LEERPLAN VOOR JEUGDSPELERS VAN TW 3000-1- UITGANGSPUNTEN We zijn er ons van bewust, dat de aanleg om te voetballen niet aangeleerd kan worden.
Eigenschappen per positie
M Eigenschappen per positie De doelverdediger De keeper is een belangrijk sluitstuk in het elftal. Hij kan in zijn eentje wedstrijden winnen of verliezen. De belangrijkste taak is ballen pakken en tegendoelpunten
Doelstellingen Jeugdopleiding
Doelstellingen Jeugdopleiding 1. U6 U7 1) FYSISCH: - Spelend actief zijn. - Natuurlijke lenigheid behouden en aanwakkeren. 2) PSYCHOMOTORISCH: - Lichaamsperceptie: voor / achter, links / rechts, onder
Trainingsinfo.eu. Ontwikkelingsmodel. Ontwikkelingsmodel 11v11 => U15/U17/U21. Pagina 1
Ontwikkelingsmodel 11v11 U15/U17/U21 Ontwikkelingsmodel 11v11 => U15/U17/U21. Pagina 1 Balbezit: Lange passing Controle op halfhoge/hoge bal Doelpoging op hoge voorzet Doelpoging van afstand > 20 meter
OPLEIDINGSVISIE JEUGD WOLFSDONK SPORT MEER DAN VOETBAL ALLEEN. WOLFSDONK SPORT Pagina 1
OPLEIDINGSVISIE JEUGD WOLFSDONK SPORT MEER DAN VOETBAL ALLEEN WOLFSDONK SPORT Pagina 1 INLEIDING De jeugdwerking van Wolfsdonk Sport heeft met dit project een duidelijke visie voor ogen : Een opleidingscentrum
KSK OOSTHOVEN JEUGDBELEIDSPLAN. Onze jeugd, de toekomst van onze club! O N D E R B O U W M I D D E N B O U W B O V E N B O U W
KSK OOSTHOVEN JEUGDBELEIDSPLAN Onze jeugd, de toekomst van onze club! O N D E R B O U W M I D D E N B O U W B O V E N B O U W Inhoudstabel INLEIDING... 3 VISIE... 4 Lidgeld... 4 Fun... 4 Resultaatgericht
OPLEIDINGSPLAN JEUGDOPLEIDING KMD HALEN
OPLEIDINGSPLAN JEUGDOPLEIDING KMD HALEN 2017-2018 Inleiding KFC MD Halen - Stamnummer: 1051 We moeten er ons van bewust zijn dat de aanleg om te voetballen niet aangeleerd kan worden. Maar daartegenover
ZONEVOETBAL BASISPRINCIPE BALVERLIES SPEELVELD KLEIN. *defensief blok vormen (individuele pressing) *collectieve pressing
ZONEVOETBAL BASISPRINCIPE BALVERLIES SPEELVELD KLEIN *defensief blok vormen (individuele pressing) *collectieve pressing ZONEPRINCIPE B- DEFENSIEF BLOK OPRICHTEN Individuele pressing door de speler die
FC MAASLAND NOORDOOST JEUGDWERKING - U12 & U13 JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD
JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD 1 JAARPLANNING: SEIZOEN 2015 2016 JAARPLAN U12 & U13 8 VS 8 AUTEURS: jeugdcoördinatoren FC Maasland NoordOost DATUM: 07/2015 ALGEMEEN: U12 - Wekelijks: 2 trainingen
Opleidingsplan WS Linkhout U6-U21
Opleidingsplan WS Linkhout U6-U21 U6 * FUN!!! * Veel spelletjes en wedstrijdvormen * Wedstrijdvorm 1/1 op mini-doelen : Tornooivormen * Doelpogingen op duiveltjesdoel na dribbel, leiden, mikken, loop coördinatie
FC MAASLAND NOORDOOST JEUGDWERKING - U10 & U11 JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD
JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD 1 JAARPLANNING: SEIZOEN 2015 2016 JAARPLAN U10 & U11 8 VS 8 AUTEURS: jeugdcoördinatoren FC Maasland NoordOost DATUM: 07/2015 ALGEMEEN: U10 A & B (trainen samen)
Jeugdopleidingsplan HOM
Jeugdopleidingsplan HOM 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...... 2 1 Jeugdopleiding... 4 1.1 Visie...... 4 1.2 Fun-aspect..... 6 1.3 Formation-aspect... 7 1.4 Zonevoetbal als opleidingsfilosofie... 8 2 Leerplan......
Zonevoetbal binnen het jeugdvoetbal. Kristof Mortier
Zonevoetbal binnen het jeugdvoetbal Kristof Mortier www.balbalschool.be Het begrip zone is redelijk bekend, -bijdrages over zonevoetbal in tijdschriften -specifieke boeken & video s in alle talen -commentaar
FC MAASLAND NOORDOOST JEUGDWERKING - U7 & U8 & U9 JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD
JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD 1 JAARPLANNING: SEIZOEN 2015 2016 JAARPLAN U7 & U8 & U9 5 VS 5 AUTEURS: jeugdcoördinatoren FC Maasland NoordOost DATUM: 07/2015 ALGEMEEN: U7 A, B & C (trainen samen)
Jeugdopleidingsplan vv westkapelle. Onze jeugd, onze toekomst!
Jeugdopleidingsplan vv westkapelle. Onze jeugd, onze toekomst! Inhoudsopgave. Voorwoord... 4 Visie van onze jeugdwerking... 5 Doelstellingen van onze jeugdwerking... 5 Voetbalplezier... 5 Visie op wedstrijden...
FC MAASLAND NOORDOOST JEUGDWERKING - U8 & U9 JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD
JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD 1 JAARPLANNING: SEIZOEN 2018 2019 JAARPLAN U8 & U9 VS AUTEURS: jeugdcoördinatoren FC Maasland NoordOost DATUM: 07/2018 ALGEMEEN: U8 A + B - Wekelijks: 2 trainingen
Ontwikkelingsmodel 8v8 U10/U11/U12/U13
Ontwikkelingsmodel 8v8 U10/U11/U12/U13 Ontwikkelingsmodel 8v8 => U10/U11/U12/U13 Pagina 1 Balbezit: Halflange passing Controle op halfhoge bal Doelpoging op halfhoge voorzet Steunen Vrijlopen om zelf aanspeelbaar
Visie en opleidingsplan jeugd KFC Sint-Gillis-Waas
jeugd KFC Sint-Gillis-Waas Inleiding en doelstelling Iedere jeugdspeler moet de kans krijgen om te voetballen ongeacht zijn of haar kwaliteit. De jeugdspeler staat centraal in de opleiding en het wedstrijdresultaat
Naam: Jeugdwerking KSAV St. Dimpna Duur: 1u 30min. Thema: B- Speelhoeken afsluiten. Aantal: K Categorie/niveau: u15 u21
Naam: Jeugdwerking KSAV St. Dimpna Duur: 1u 30min Thema: B- Speelhoeken afsluiten Materiaal: 14 ballen 12 hesjes 2 duiveltjes doelen (+ verankering) 1 groot doel (indien niet beschikbaar 1 extra duiv.
Opleidingsplan en sportieve visie
Opleidingsplan en sportieve visie W O O R D V O O R A F 1. We hebben niet de pretentie om dit leerplan voor het opleiden van onze jeugdvoetballers voor te stellen als DE manier, veel eerder als EEN manier
OPLEIDINGSVISIE KBVB. Initiator Voetbal (Getuigschrift C)
OPLEIDINGSVISIE KBVB Initiator Voetbal (Getuigschrift C) Opleidingsvisie KBVB Opleidingsvisie van de KBVB is het vertrekpunt ontwikkeld in 2001 en sindsdien gedoceerd en bijgestuurd getest in de praktijk
Opwarmingen U17. Opwarming 1. Opwarming 2. Beschrijving:Laatste van groep wordt eerste.
Opwarmingen U17 Opwarming 1 Laatste van groep wordt eerste. Spelers geven om beurt een oefening aan. Samba opwarming. Beweeg ritmisch. Kort contact met de grond. Loop goed recht op, kijk schuin voor je
Opleidingsplan Jeugd Rangers Opdorp seizoen 2015-2016
Opleidingsplan Jeugd Rangers Opdorp seizoen 2015-2016 Algemeen: De voetbalclub wil zich een passende plaats toe eigenen in het Belgische voetbal. De club streeft naar een terdege uitbouw van haar organisatie
OPLEIDINGSPLAN JEUGDKEEPERS. KFC Gavere Asper
OPLEIDINGSPLAN JEUGDKEEPERS KFC Gavere Asper 1 Inhoud Inleiding Rol van de keeper in de ploeg Taak van de moderne keeper Verschillende spelsituaties balbezit balverlies Specifieke keepertechnieken zonder
INHOUDSOPGAVE INLEIDING HET FUN-ASPECT HET FORMATION-ASPECT ZONEVOETBAL ALS OPLEIDINGSFILOSOFIE... 7
INHOUDSOPGAVE INLEIDING... 3 1. HET FUN-ASPECT... 4 2. HET FORMATION-ASPECT... 5 3. ZONEVOETBAL ALS OPLEIDINGSFILOSOFIE... 7 INLEIDING... 7 DEFINITIE ZONEVOETBAL... 7 ZONEPRINCIPES BIJ BALBEZIT... 7 ZONEPRINCIPES
Jong Geraardsbergen. Voetbalopleidingsplan
Jong Geraardsbergen Voetbalopleidingsplan -Jong Geraardsbergen organigram Overzicht -Jong Geraardsbergen onderbouw - Voetbalschool : - Doelstellingen - Basics - Ontwikkelingsmodel -Jong Geraardsbergen
EFFICIËNTE OPMAAK VAN EEN LEERPLAN + TOEPASSING IN DE PRAKTIJK
EFFICIËNTE OPMAAK VAN EEN LEERPLAN + TOEPASSING IN DE PRAKTIJK Welkom! INHOUD PROGRAMMA Inhoud Situatieschets Opleidingsvisie LEERPLAN VV/KBVB VARIABEL Jeugdopleidingen Steeds evolueren. PRAKTIJK Opleidingsvisie
3 3. TALENTIDENTIFICATIE- EN OPLEIDING
3 3. TALENTIDENTIFICATIE- EN OPLEIDING A.TOEGEPASTE (BASIS)PRINCIPES BINNEN 11V11 De basisprincipes voor 11vs11 ploegen is voor onze vereniging een evidentie, deze moet steeds gelijk gesteld worden de
Opleidingsvisie Jeugd Calcio Genk. Het leerplan van. veldspelers en Keepers
Het leerplan van veldspelers en Keepers Seizoen 2016-2017 Inleiding Het leerplan van veldspelers Leren is: Een continu proces met ontwikkelingsdoelen die ontwikkelingslijnen vormen : van...via...naar...
INHOUDSOPGAVE INLEIDING...3 1. HET FUN-ASPECT...4 2. HET FORMATION-ASPECT...5 3. ZONEVOETBAL ALS OPLEIDINGSFILOSOFIE...7
INHOUDSOPGAVE INLEIDING...3 1. HET FUN-ASPECT...4 2. HET FORMATION-ASPECT...5 3. ZONEVOETBAL ALS OPLEIDINGSFILOSOFIE...7 INLEIDING... 7 DEFINITIE ZONEVOETBAL... 7 ZONEPRINCIPES BIJ BALBEZIT... 7 ZONEPRINCIPES
OPLEIDINGSVISIE specifieke taken per categorie
OPLEIDINGSVISIE specifieke taken per categorie De opleidingsfases - In het verlengde van de opleidingsvisie van Voetbal Vlaanderen onderscheiden we in ons opleidingstraject de volgende opleidingsfases:
Opleidingsplan SK Steenhuffel Voetbaltechnische en tactische doelstellingen
Opleidingsplan SK Steenhuffel Voetbaltechnische en tactische doelstellingen 29/10/2018 Opleidingsplan voetbaltechnische en tactische doelstellingen Pagina 1 Inhoudstabel 1 Inleiding 2 Zonevoetbal als opleidingsfilosofie
OPLEIDINGSVISIE Page 2
OPLEIDINGSVISIE Page 2 INHOUDSTAFEL 1 INLEIDING 1 1.1 Jeugopleiding... 1 1.2 Speler... 2 2 MISSIE 3 2.1 Algemeen... 3 2.2 Meer dan een voetbalclub... 4 2.3 Samenwerkingsverband met KVC Asse Terheide...
Sporting Calcio Genk. Het leerplan van
Sporting Calcio Genk Het leerplan van veldspelers en Keepers 1 Inleiding Het leerplan van veldspelers Leren is: Een continu proces met ontwikkelingsdoelen die ontwikkelingslijnen vormen : van...via...naar...
FC MAASLAND NOORDOOST JEUGDWERKING U17 JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD
JAARPLANNING FC MAASLAND NOORDOOST JEUGD 1 JAARPLANNING: SEIZOEN 2015 2016 JAARPLAN U17 11 VS 11 AUTEURS: jeugdcoördinatoren FC Maasland NoordOost DATUM: 07/2015 ALGEMEEN: - Wekelijks: 2 trainingen o Dinsdag
2. Vaststelling : zonevoetbal populair binnen het jeugdvoetbal?
Zonevoetbal, geen spelsysteem maar een functionele opleidingsfilosofie 1. Inleiding We hebben allemaal wel eens iets gehoord over zonevoetbal, Wanneer we naar voetbal op tv kijken, horen we de commentatoren
U8 & U9 5V5 SHORT PASSING GAME Locatie xx-xx-xx
U8 & U9 5V5 SHORT PASSING GAME Locatie xx-xx-xx Welkom! INHOUD Inhoud Opleidingsvisie Short passing 5v5 VV/KBVB game RUIT K+4 Hervorming competitie Spelreglementen Panathlon Algemene info Demotraining
DE OPLEIDINGSVISIE OPLEIDINGSVISIE KSCM = OPLEIDINGSVISIE KBVB
DE OPLEIDINGSVISIE OPLEIDINGSVISIE KSCM = OPLEIDINGSVISIE KBVB Alle trainers binnen de jeugdopleiding van KSC Menen zijn in het bezit van de brochure: "opleidingsvisie ven de KBVB". l 1895 Y1;Iil~~ liw.,ui'
* De trainers beslissen in samenspraak wie en wanneer er doorgeschoven moet worden en niet de ouders.
Technisch Jeugdplan * Een belangrijk speerpunt is het blijven verbeteren van de jeugdopleiding met het uiteindelijke doel om het aantal jeugdspelers die naar het eerste elftal doorstromen te verhogen.
Visie op de manier van voetballen (speelstijl/speelwijze)
Visie op de manier van voetballen (speelstijl/speelwijze) De speelstijl/speelwijze die vv Bargeres nastreeft is hieronder beschreven. Deze speelstijl/speelwijze geeft aan waar het opleiden van jeugdspelers
Opwarming U21. Opwarming 1
Opwarming U21 Opwarming 1 Spelersgroep verdelen in 2. Oefening naar 2 doelen uitvoeren. - de 2 (de 5) speelt in naar de 6 (de 8) - de 6 (de 8) kaatst terug naar de 2 (de 5) - de 2 (de 5) speelt door naar
OPLEIDINGSVISIE KBVB. 5. WEDSTRIJD- en TUSSENvormen
PLEIDINGSVISIE KBVB 5. WEDSTRIJD- en TUSSENvormen WEDSTRIJD- en TUSSENvormen «Teambuilding als route naar succes» Rinus MICHELS (2000) STRAATVETBAL was en is de belangrijkste natuurlijke opleidingsvorm.
1 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 met 4 doeltjes. Vereenvoudigingen. Oefenvormen 1.1-1.8
1 Basisvorm: 4 tegen 4 met 4 doeltjes Vereenvoudigingen Oefenvormen 1.1-1.8 DVD D-pupillen oefenvormen Oefenvorm1.1 4 tegen 4 met 4 doeltjes Inhoud - Bedoeling van deze vorm: Karakteristiek: door snelle
HET POSITIE- EN PARTIJSPEL
HET POSITIE- EN PARTIJSPEL Inleiding: Bij dit onderdeel worden de geleerde technieken in praktijk gebracht. De partijtjes moeten klein gehouden worden om zoveel mogelijk balbezit te garanderen en dat de
1e periode: herhalen van taakgericht en teamgericht. 2e periode: balbezit 3e periode: balbezit en balbezit tegenstander.
1e periode: herhalen van taakgericht en teamgericht. e periode: balbezit e periode: balbezit en balbezit tegenstander. 1 e Periode: Herhalen van taakgericht en teamgericht Training 1: Wat zijn de taken
Opleidingsbrochure. SK Kampenhout
Opleidingsbrochure SK Kampenhout Jeugdopleiding SK Kampenhout Opleidingsbrochure Opleidingsvisie JO SK Kampenhout De jeugdopleiding van SK Kampenhout staat voor attractief, opbouwend, aanvallend en technisch
Sportief Opleidingsplan
Sportief Opleidingsplan Seizoen 2014-2015 Opgesteld door: Jos Croimans Inhoudsopgave : 1. Inleiding. (Blz.3) 2. Uitgangspunten. (Blz.4) 3. Sportieve missie en visie. (Blz.6) 3.1 De missie van de opleiding.
Nieuwerkerkse Hockey Club De IJssel. Coach tips Tactische uitgangspunten
Tactische uitgangspunten te gebruiken bij trainingspartijen en wedstrijden Hieronder vind je de tactische principes die je bij het coachen kunt gebruiken. Door deze principes ook tijdens de training/afsluitende
JEUGDBELEIDSPLAN K.LYRA TSV
JEUGDBELEIDSPLAN K.LYRA TSV 1 K.LYRA TSV 1.MISSIE EN VISIE 2.INLEIDING 3 DOELSTELLINGEN 4.PEDAGOGISCHE BEGELEIDING 5.ORGANIGRAM 6. BASICS 7.VOETBALOPLEIDING. 8.SCHEMA S VAN ONTWIKKELINGSFASES 9.WAT MAG
2 Basisvorm: DVD D-pupillen oefenvormen. 4 tegen 4 lang smal veld. Vereenvoudigingen. Oefenvormen 2.1-2.8
2 Basisvorm: 4 tegen 4 lang smal veld Vereenvoudigingen Oefenvormen 2.1-2.8 DVD D-pupillen oefenvormen Oefenvorm 2.1 4 tegen 4 lang smal veld 2 kleine doeltjes Inhoud - Bedoeling van deze vorm: Karakteristiek:
Zonevoetbal: Taakomschrijving per positie
Zonevoetbal: 5/5 8/8 11/11 1. U-6 tem U-9 (5/5) Positie 1 Probeer aanspeelbaar te zijn. Vooral meedoen met de voeten. Meevoetballen!!! Doorschuiven vliegende keeper Bij balbezit tegenpartij: Doelpunten
HET LEERPLAN VAN K.BOCHOLTERVV OPLEIDEN(opvoeden) IN EEN KIND VRIENDELIJKE OMGEVING
HET LEERPLAN VAN K.BOCHOLTERVV 2017-2018 OPLEIDEN(opvoeden) IN EEN KIND VRIENDELIJKE OMGEVING De hieronder beschreven werkwijze geeft de opleidingsvisie van K.Bocholter vv weer met als doel om de kwaliteiten
groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4
groep 4 WU 4.1 en 4.2 / oefenvorm 4.1 t/m 4.3, 4.5 en 4.6 / partijvorm 4 DIGEN VERDE WU 4.1 2 (+k) tegen 1 (+k) breed veld - grote doelen WU 4.2 2 tegen 1 (+k) groot doel - lijn 6 9 9 12 7 8 k beide teams
11 v 11 Uitwerking
11 v 11 Uitwerking 1-4-3-3 Speelwijze "De manier waarop het team de spelbedoeling wil realiseren" Hoe wil het team de wedstrijd winnen? Hoe wil het team tot scoren komen? Hoe wil het team doelpunten voorkomen?
Teamorganisatie en basistaken 11 tegen 11 vv Bargeres
Teamorganisatie en basistaken 11 tegen 11 vv Bargeres Teamorganisatie Als uitgangspunt is genomen dat de D-pupillen- en C-juniorenteams van vv Bargeres (in onderstaande tekening in het geel aangegeven)
Jeugdopleidingsplan Minderhout VV
Jeugdopleidingsplan Minderhout VV Versie 3/2013 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1.Visie... 3 2. Elftalposities... 4 2.1 De posities, benaming, afkorting en nummering... 4 2.2 Het elftal bij balbezit (B+)...
vv Bergambacht Technische Commissie Onderbouw
vv Bergambacht Technische Commissie Onderbouw Algemene Voetbalvisie 8 tegen 8 Mo11 en Jo11 en Jo12 Toegepaste (basis)principes binnen 8 tegen 8 De jeugd van vv Bergambacht speelt in dubbel ruit met accent
1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander
1 e Periode: Balbezit en balbezit tegenstander. 2 e Periode: Omschakelen van balbezit eigen team naar balbezit tegenstander en Balbezit tegenstander naar balbezit eigen team. 3 e Periode: Completeren van
Opleidingsvisie Jeugd Sporting C. Genk. Opleidingsvisie Jeugd
Opleidingsvisie Jeugd Inleiding De opleidingsvisie van Sporting C.Genk staat voor opbouwend, aanvallend en technisch verzorgd combinatievoetbal. Om deze individuele ontwikkeling van onze spelers over de
groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen
groep 3 oefenvorm 3.1 t/m 3.8 d-pupillen Oefenvorm 3.1 4 tegen 4 lijnvoetbal 0 10 20 30 40 9 Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: scoren door over de doellijn te dribbelen via positiespel spelers
Joost Desender. 24 september 2012 DEEL 1 THEORIE PUPILLEN. 20.30h-21.45h
Joost Desender 24 september 2012 20.30h-21.45h DEEL 1 THEORIE LTPD PUPILLEN Long Term Player Development SPEELFASE Van SPELEN met de bal naar leren voetbal-spelen COORDINATIEFASE GOUDEN LEEFTIJD voor bal
Missie & Visie KFC Grobbendonk
Missie & Visie KFC Grobbendonk 1. Missie KFC Grobbendonk wil meer zijn dan een voetbalclub. Bij KFC Grobbendonk zien we voetbal als een middel om de sociale verbondenheid te verhogen. We willen goed gestructureerd,
groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen
groep 1 oefenvorm 1.1 t/m 1.8 d-pupillen Oefenvorm 1.1 0 10 20 30 40 4 tegen 4 met 4 doeltjes 9 Inhoud - Bedoeling van deze vorm Karakteristiek: door snelle wisselingen speelveldgedeelte kunnen scoringskansen
groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva
groep 3 WU 3.1 en 3.4 / oefenvorm 3.1 t/m 3.9 / partijvorm 3 llen aanva 0 20 30 40 WU 3.1 1 tegen 1 lijnvoetbal 0 0 20 30 40 WU 3.4 dribbeltikspel 20 beide spelers kunnen scoren door over de doellijn van
Jeugdopleiding Onderbouw Debutantjes
Jeugdopleiding Onderbouw Debutantjes Jeugdcoordinator: Verstraeten Steven Jeugdplan 1. Bedoeling: - Dat wij samen als trainers en coördinator een bepaalde visie creeeren die eigen is voor de club en zo
Voetbalontwikkelingsmodel Algemeen
Voetbalontwikkelingsmodel Algemeen 1. Technisch-tactische ontwikkelingsdoelen 2. Mentale ontwikkelingsdoelen 3. Fysische ontwikkelingsdoelen 4. Algemeen overzicht leerplandoelstellingen per ontwikkelingsfase
