KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN
|
|
|
- Evelien van den Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal RD Amsterdam Inleiding De effectiviteit van de inspanningen van re-integratiebedrijven wordt regelmatig besproken maar is vrij moeilijk te bepalen. Zijn de inspanningen pas effectief als ze direct tot een baan leiden of moet de mate waarin de kans op een baan wordt vergroot als maatstaf worden genomen? Het laatste is lastig op een objectieve wijze vast te stellen. De contracten die het UWV met veel re-integratiebedrijven sluit, zijn mede daarom veelal gebaseerd op daadwerkelijke plaatsingspercentages m.a.w direct en objectief meetbare criteria. In 2004 namen UWV en PGGM het initiatief om re-integratie van langdurig arbeidsongeschikten in de sector zorg en welzijn via innovatieve methodes gezamenlijk te bevorderen (Zorg maakt werk PGGM). Een onderdeel van dit project was het programma Casemanagement Zorg en Zekerheid uitgevoerd door het re-integratiebedrijf Casemanagement Center (CMC). Het project was bedoeld een bijdrage te leveren aan het oplossen van de arbeidstekorten in de zorg en om via gerichte re-integratie de pensioenpremies en uitkeringsgelden beheersbaar te houden. Er werd naar gestreefd om de weg naar werk voor WAO ers gemakkelijker te maken en dat past precies bij de wens van de overheid om zoveel mogelijk burgers aan het werk te krijgen. In opdracht van UWV heeft Regioplan Beleidsonderzoek uit Amsterdam de (kosten)effectiviteit onderzocht van bepaalde re-integratietrajecten voor WAOers. Ongeveer de helft van de onderzochte trajecten was van het reintegratiebedrijf CMC. Alle trajecten van dit bedrijf die zijn onderzocht waren onderdeel van het project Zorg maakt werk PGGM. Het betrof hier een opleiding tot casemanager. CMC biedt duurdere trajecten aan dan de meeste andere onderzochte re-integratiebedrijven. De gemiddelde geoffreerde trajectkosten van deze trajecten bedragen euro terwijl dat bij andere bedrijven euro is. Dit verschil wordt veroorzaakt door de vele scholingsaspecten die de door CMC aangeboden trajecten bevatten. De resultaten en kosten van deze trajecten hebben wij kunnen afzetten tegen die 1
2 van andere re-integratietrajecten gericht op dezelfde doelgroep. In dit artikel zullen de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek aan de orde komen. Doel 1 e deel onderzoek Ruim cliënten van UWV en PGGM waren voor het project Zorg maakt werk PGGM aangeschreven. Tien procent van deze cliënten (455) is ook daadwerkelijk gestart met de opleiding. Tachtig personen zijn voortijdig gestopt met de opleiding. Per 1 juli 2007 had 60% van de afgestudeerden een baan, dit komt overeen met 50% van het totale aantal mensen dat is gestart met de opleiding. Dit is een vrij hoge score, zeker gezien de kenmerken van de doelgroep: gemiddelde leeftijd 43,5 jaar, gemiddelde WAO-duur 7 jaar en 40% was % arbeidsongeschikt. Studenten stroomden uit in vele verschillende casemanagementfuncties waaronder consulent re-integratie, klantmanager WMO, verzuimbegeleider en zorgcoördinator. Het oorspronkelijke doel van dit onderzoek was te bepalen of er meetbare verschillen zijn tussen mensen die de opleiding tot casemanager bij CMC met succes afronden en de mensen waarbij dat niet het geval is. Er is hierbij gebruikgemaakt van verscheidene regressietechnieken. Er is een aantal modellen geconstrueerd voor de selectie van de in potentie meest geschikte deelnemers voor de opleiding tot casemanager. Als er meetbare verschillen zijn vast te stellen en het mogelijk blijkt te zijn een goed voorspellend regressiemodel te bouwen, kunnen uit de totale AG-populatie van UWV de in potentie meest geschikte deelnemers voor de opleiding tot casemanager worden geselecteerd. Eerste resultaten De analyses van de oorspronkelijk bestudeerde data hebben laten zien dat er verbanden tussen variabelen en personen zijn die het mogelijk maken beter te voorspellen of iemand wel of niet een opleiding tot casemanager met succes zal afronden en vervolgens eventueel geplaatst zal worden. De aard van de onderzochte data maakte het echter niet mogelijk om sterkere uitspraken te doen. Vrijwel alle deelnemers die de opleiding tot casemanager volgden, waren voorheen actief in dezelfde sector (Welzijn & Zorg). Dit was het gevolg van het feit dat de oorspronkelijke doelgroep bestond uit werknemers die hun pensioenregeling bij PGGM ondergebracht hadden omdat zij in deze sector werkzaam waren. Op basis van de beschikbare gegevens konden we daarom slechts in beperkte mate uitspraken doen over de totale AG-populatie. Deze is immers opgebouwd uit cliënten afkomstig uit vele verschillende sectoren. Een ander punt van belang is het feit dat het onderzochte databestand voor het grootste gedeelte uit vrouwen bestond (90%). Dit wijkt eveneens sterk af van de totale AG-populatie. Het feit dat de mensen vrijwillig aan deze pilot hebben meegedaan, speelt ook een grote rol, omdat deze groep daardoor vrijwel zeker (in ieder geval wat motivatie betreft) geen goede afspiegeling is van de totale populatie. Het oorspronkelijke doel van het onderzoek kon dus niet volledig worden gerealiseerd. In samenspraak met UWV is er daarom voor gekozen het onderzoek een andere invulling te geven. Deze nieuwe invulling 2
3 komt het vervolg van dit artikel aan bod. Doel 2 e deel onderzoek Een deel van de mensen die was aangeschreven voor de pilot van de opleiding tot casemanager heeft een ander re-integratietraject gevolgd. UWV wilde graag weten wat de kosteneffectiviteit is van de verschillende soorten trajecten en of er een verband is tussen de geoffreerde kosten van een traject en de plaatsingspercentages. Het doel van dit deel van het onderzoek was om erachter te komen of het ter beschikking stellen van meer financiële middelen tot betere resultaten/meer plaatsingen leidt. UWV wilde weten of het verantwoord is om veel geld te steken in dure opleidingstrajecten zoals die van CMC, m.a.w. of dergelijke trajecten resulteren in hogere plaatsingspercentages. De resultaten zijn gebaseerd op een databestand dat 429 afgeronde re-integratietrajecten bevatte. De re-integratietrajecten startten in de periode april 2004 december 2005 en zijn afgerond voor 1 januari Ongeveer 50% van deze trajecten werd door CMC aangeboden. WAO-uitstroom Van de personen die een traject hebben afgerond ontving op 1 januari 2007 een kleiner percentage nog WAO dan het geval was bij de mensen die geen enkel traject hebben gevolgd (73,4 vs. 77,1%). Bij de mensen die een CMCtraject hebben afgerond en vervolgens zijn geplaatst, ligt dit percentage op 67%. Hierbij dient te worden opgemerkt dat hoewel de mensen die een traject hebben afgerond (en eventueel geplaatst zijn) slechts in 4 respectievelijk 10 procent meer gevallen helemaal geen WAO meer ontvingen, een aanzienlijk groter deel van hen inmiddels wel een lagere WAO-uitkering ontving aangezien vijftig procent van hen werkte. Van de geplaatsten heeft 45% een lagere AO-klasse na afloop van het traject dan bij aanvang. Slechts 9% heeft na afloop van het traject een hogere AO-klasse. Verder is het zo dat als iemand weer volledig aan het werk gaat, het in ieder geval tenminste drie maanden duurt voordat die persoon in de registratiesystemen niet meer als WAO er wordt geclassificeerd. In eerste instantie wordt namelijk alleen het uitkeringsbedrag op nul gezet, maar de status van WAO er blijft nog minstens drie maanden gehandhaafd. Wij gaan er dan ook vanuit dat het feitelijke verschil in de mate waarin mensen werken tussen de groep die wel en de groep die niet heeft deelgenomen aan de re-integratietrajecten, groter is dan uit de genoemde cijfers blijkt. Kosteneffectiviteit De re-integratietrajecten van CMC leiden tot een hoger plaatsingspercentage dan de trajecten die bij andere re-integratiebedrijven zijn ingekocht. Het belang van de factor motivatie moet hierbij niet worden onderschat. De mensen die een traject bij een ander bedrijf dan CMC hebben gevolgd, hadden er in eerste instantie niet voor gekozen om een (CMC-)traject te volgen. Voor de onderzochte trajecten geldt dat er een positieve samenhang is tussen 3
4 de geoffreerde kosten en het geplaatst zijn van een cliënt. Hoe hoger deze kosten, des te hoger het algemene plaatsingspercentage. De verklaring hiervoor is in het geval van de onderzochte trajecten terug te voeren op de inhoud van de trajecten. De duurdere trajecten (van CMC) bevatten vaak meer inhoudelijke componenten, met name scholing. Dit wil niet zeggen dat duurdere trajecten per definitie leiden tot hogere plaatsingspercentages. Het gaat (ook) om de wijze waarop de trajecten inhoudelijk worden vormgegeven, gebruikmakend van de beschikbare financiële middelen. Het gemiddelde uitkeringsbedrag van de personen die we hebben onderzocht, was 490 euro op maandbasis. Op basis van de contracten van de geplaatste cliënten zou dat in totaal in ieder geval ten minste een besparing opleveren van euro. We gaan er hierbij vanuit dat de cliënten minstens het aantal maanden dat in hun contract staat (6-12 maanden) werkzaam zijn en bovendien helemaal geen WAO meer ontvangen. De trajecten van deze geplaatste cliënten hebben in totaal euro gekost. Als de cliënten dus alleen de periode werkzaam zouden zijn die in hun contract staat aangegeven, zou de besparing niet opwegen tegen de kosten. De trajecten zouden dan euro meer kosten dan dat ze opleveren. Maar wanneer de cliënten langer werkzaam blijven dan de formele contractduur, zal de besparing binnen een jaar wel groter zijn dan de gemaakte kosten. Op 1 juli 2007 is het grootste deel van de cliënten die op 1 januari 2007 geplaatst waren, nog steeds aan het werk. Het lijkt er dus op dat de besparing inderdaad gerealiseerd is/zal worden. AO-klasse Des te lager de AO-klasse van de onderzochte cliënten op 1 januari 2007 (na afloop van het traject), des te hoger de plaatsingspercentages. Als echter alleen de trajecten worden bestudeerd die niet door CMC worden aangeboden, blijkt dit verband minder sterk te zijn en ook niet meer statistisch significant. De AO-klasse bij aanvang van een traject blijkt op basis van deze dataset geen grote rol te spelen. Het gaat meer om de AO-klasse na afloop/op 1 januari Het is hierbij belangrijk op te merken dat de AO-klasse bij aanvang door veel bedrijven niet altijd is ingevuld. Hierdoor was het vaak niet mogelijk vast te stellen of er een verandering in AO-klasse was opgetreden. Door CMC zijn deze gegevens overigens wel vrijwel altijd bijgehouden en bij de analyse van hun trajecten speelde dit probleem dan ook niet. Voor de cliënten van CMC geldt dat degenen die op 1 januari 2007 een lagere AOklasse hadden dan bij aanvang van het traject, vaker geplaatst zijn. Dit betekent dat cliënten die gezonder zijn in de zin dat ze een lagere AO-klasse hebben dan bij aanvang van het traject, vaker aan het werk zijn dan cliënten bij wie dat niet geval is. Dit doet vermoeden dat gezondere mensen makkelijker aan een baan komen. Het valt echter ook zeker niet uit te sluiten dat deze cliënten juist als gevolg van het feit dat ze werken naar verloop van tijd in een lagere AO-klase zijn terecht gekomen. Van de onderzochte CMCcliënten had ongeveer 40% bij aanvang van het traject een AO-klasse van %. Per 1 januari 2007 stond 32% als zodanig geregistreerd en als alleen 4
5 de geplaatsten worden geselecteerd, komt dit percentage uit op 24%. Dit alles laat zien dat het wel degelijk mogelijk is om deze groep weer te activeren en naar werk te begeleiden. Trajectduur De plaatsingspercentages hangen ook sterk samen met de trajectduur. Het is niet zo verwonderlijk dat trajecten met een duur van minder dan 365 dagen inmiddels vaker in een plaatsing hebben geresulteerd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat ook voor deze kortere trajecten nog steeds geldt dat er wel degelijk sprake is van een vrij lange trajectduur (207 dagen). Omdat de mensen die aan deze trajecten hebben deelgenomen eerder klaar zijn, hebben ze al langer de tijd gehad om aan een baan te komen. Verder hebben langere trajecten vaak betrekking op moeilijker plaatsbare groepen en kennen ze in de regel meer tussentijdse uitvalmomenten. De meest kansrijke personen zullen naar alle waarschijnlijkheid al eerder uitstromen, men kan hierbij denken aan jongeren en mensen met relatief lichte beperkingen. De duur van trajecten die tot een plaatsing hebben geleid, is bij CMC hoger dan bij de overige bedrijven, 353 tegen 211dagen. Dit is niet verwonderlijk aangezien de trajecten van CMC tenminste 9 maanden duren, waaronder een praktijkmodule van zes maanden. Verder is de tussentijdse uitval erg beperkt wat vrij opmerkelijk is gezien de toch vrij lange gemiddelde trajectduur. Conclusie De belangrijkste conclusie is dat de relatief dure re-integratietrajecten met veel inhoudelijke componenten, in het geval van de oorspronkelijke doelgroep (WAO ers afkomstig uit de zorg), leiden tot hogere plaatsingspercentages. Dit onderzoek laat zien dat het wel degelijk goed mogelijk is om moeilijk plaatsbare groepen met een relatief hoge leeftijd, lange WAO-duur en een hoog arbeidsongeschiktheidspercentage, aan het werk te helpen. Verder is het zo dat de kosten van de succesvol afgeronde trajecten naar schatting binnen 2 jaar terugverdiend kunnen worden. 5
EVALUATIE SCHOLINGSPROTOCOL EN INZET SCHOLING. - eindrapport - Drs. S.T. Slotboom Drs. F.M.B.R. Groenewoud Dr. R.C. van Geuns
EVALUATIE SCHOLINGSPROTOCOL EN INZET SCHOLING - eindrapport - Drs. S.T. Slotboom Drs. F.M.B.R. Groenewoud Dr. R.C. van Geuns Amsterdam, december 2007 Regioplan publicatienr. 1596 Regioplan Beleidsonderzoek
Baas ZoEKT BAAN aan de slag met Re-integratie
Baas ZoEKT BAAN aan de slag met Re-integratie 22 september 2006 Georganiseerd door: Met medewerking van: Baas ZoEKT BAAN aan de slag met Re-integratie Workshop Re-integratiebeleid, welke keuzes kunt u
Wajongers aan het werk met loondispensatie
Wajongers aan het werk met loondispensatie UWV, Directie Strategie, Beleid en Kenniscentrum Dit memo gaat in op de inzet van loondispensatie bij Wajongers en op werkbehoud en loonontwikkeling. De belangrijkste
Businesscase WAO. 1. Inleiding. 2. Pilot en uitvoerbaarheid
Businesscase WAO 1. Inleiding In de begrotingsafspraken 2014 van de regeringspartijen met D66, CU en SGP is het volgende afgesproken: Het UWV maakt een businesscase over hoe en voor welke groepen de kansen
Meerdere keren zonder werk
Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook
Aanpak Project Zorg maakt werk
Aanpak Project Zorg maakt werk Versie: maart 2004 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Doelstelling project Zorg maakt werk... 4 3. Opzet project Zorg maakt werk... 4 4. Vijf pilots... 5 4.1. Pilot Twente...
Het belang van begeleiding
Het belang van begeleiding Langdurig zieke werknemers 9 en 18 maanden na ziekmelding vergeleken Lone von Meyenfeldt Philip de Jong Carlien Schrijvershof Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door
Factsheet. Inleiding. Thema Werkgelegenheid
Factsheet Thema Werkgelegenheid Inleiding Rotterdam wil dromers, denkers en doeners ondersteunen bij het realiseren van ideeën en initiatieven waarmee maatschappelijke vraagstukken in de stad worden aangepakt.
Scholing via UWV. Doel en vraagstelling. Conclusie
Opdrachtgever UWV Scholing via UWV Doel en vraagstelling Opdrachtnemer Regioplan / M. Groenewoud, S. Slotboom. Onderzoek Scholing Startdatum 1 december 2008 Einddatum 1 juli 2010 Categorie Interventies/re-integratie-interventies
INFORMATIEVOORZIENING URENAFTREK DOOR ZELFSTANDIGEN VANUIT WW
INFORMATIEVOORZIENING URENAFTREK DOOR ZELFSTANDIGEN VANUIT WW INFORMATIEVOORZIENING URENAFTREK DOOR ZELFSTANDIGEN VANUIT WW - eindrapport - drs. L.F. Heuts drs. R.C. van Waveren Amsterdam, december 2009
Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06
07 Nulmeting 60%-doelstelling Uitstroom naar ar werk (voorlopige cijfers)06 Maaike Hersevoort, Daniëlle ter Haar en Luuk Schreven Centrum voor Beleidsstatistiek (paper 08010) Den Haag/Heerlen Verklaring
1. Definitie van scholing. 2. Doelgroep van het protocol. 3. Beoordeling op indicatoren
1. Definitie van scholing Voor het protocol wordt de volgende definitie van scholing gehanteerd: Opleiding of scholing is het systematisch verwerven van arbeidsmarktrelevante kennis en/of vaardigheden
MONITOR LOONKOSTENSUBSIDIE UWV Meting voorjaar 2010
MONITOR LOONKOSTENSUBSIDIE UWV Meting voorjaar 2010 - eindrapport - drs. N. Tijsmans drs. L. Mallee Amsterdam, juli 2010 Regioplan publicatienr. 2006 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal
Re-integratie inspanningen van publiek (UWV) en privaat verzekerde werkgevers sinds de WIA
Re-integratie inspanningen van publiek (UWV) en privaat verzekerde werkgevers sinds de WIA B. Cuelenaere, AStri beleidsonderzoek en advies ([email protected]) T.J. Veerman, AStri beleidsonderzoek en
Beleidsregels Protocol Scholing
UWV Beleidsregels Protocol Scholing Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Besluit: Artikel 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij het beoordelen van cliënten voor het
Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer
Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Inleiding Op 1 februari 2007 is de gemeente Boxmeer, in samenwerking met IBN Arbeidsintegratie gestart met het zogenaamde Groenproject. Dit project, waarbij
Taalcoaching: meer dan taal alleen. Een waarderingsonderzoek van het project Taalcoach voor inburgeraars
Taalcoaching: meer dan taal alleen Een waarderingsonderzoek van het project Taalcoach voor inburgeraars SAMENVATTING WAARDERINGSONDERZOEK PROJECT TAALCOACH Deze samenvatting geeft de belangrijkste uitkomsten
Voorbeeld-reïntegratieprotocol
Dit TNO rapport is gemaakt in opdracht van Sectorfondsen Zorg en Welzijn 1 Voorbeeld-reïntegratieprotocol Beknopte reïntegratieprotocol (m.n. voor kleinere instellingen) TNO rapport 17944/35419.bru/wyn
Begrippenbijsluiter It takes two to tango
Begrippenbijsluiter It takes two to tango Over reïntegratie op de arbeidsmarkt In deze begrippenlijst staan in alfabetische volgorde begrippen uitgelegd die te maken hebben met reïntegratie. De begrippenbijsluiter
Re-integratie door Keerpunt. Effectiviteit bij het voorkomen van WGA-instroom en ervaringen van werkgevers
Re-integratie door Keerpunt Effectiviteit bij het voorkomen van WGA-instroom en ervaringen van werkgevers 9 mei 2017 Levert private WIA verzekering meerwaarde op voor de klant ten opzichte van publieke
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 3772 12 februari 2014 Beleidsregels Protocol Scholing 2014 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Besluit:
De ICT-Academy: Van werkzoekende tot ICT-specialist
De ICT-Academy: Van werkzoekende tot ICT-specialist Adresgegevens: Meent 93a 3011 JG Rotterdam 010 41 40 282 Voor algemene informatie over Carrièrewinkel Projecten: www.carrierewinkel.nl E-mail: [email protected]
Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken
Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari
Opzet en uitvoering onderzoek 'Motie Straus'
Opzet en uitvoering onderzoek 'Motie Straus' Aansluiting mbo-opleidingen op de arbeidsmarkt gev16-0731mr/bes_alg 1 1. Inleiding Aanleiding en achtergrond onderzoek Op 14 oktober 2015 heeft Tweede Kamerlid
ONDERZOEK LANGDURIG ZIEKTEVERZUIM Onder werkgevers klein MKB (2 tot 20 werknemers)
ONDERZOEK LANGDURIG ZIEKTEVERZUIM Onder werkgevers klein MKB (2 tot 20 werknemers) September 2014 GfK 2014 Kennis langdurig ziekteverzuim september 2014 1 Inhoudsopgave 1. Management Summary 2. Onderzoeksresultaten
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Artemis Coaching
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Artemis Coaching Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: Artemis Coaching Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek van Blik
Ik wil mijn eigen reïntegratie regelen. Een individuele reïntegratieovereenkomst voor terugkeer naar werk
Ik wil mijn eigen reïntegratie regelen Een individuele reïntegratieovereenkomst voor terugkeer naar werk Inhoud Voor wie is deze brochure bedoeld? 3 Hoe vraagt u een IRO aan? 4 Bereid u goed voor 5 Uw
Ik neem een werknemer met een ziekte of handicap in dienst. Voordelen van het in dienst nemen
Ik neem een werknemer met een ziekte of handicap in dienst Voordelen van het in dienst nemen Werk boven uitkering UWV verstrekt tijdelijk inkomen in het kader van wettelijke regelingen als de WW, WAO,
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. InterLuceo
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van InterLuceo Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: InterLuceo Inleiding Voor u ligt de definitieve rapportage van het tevredenheidsonderzoek van
Bijlage bij visiedocument. Overzicht re-integratieactiviteiten en projecten. Gemeente Barneveld
Bijlage bij visiedocument Overzicht re-integratieactiviteiten en projecten Gemeente Barneveld 1. Inleiding Om het visiedocument in het juiste perspectief te plaatsen, is het van belang een duidelijk overzicht
2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?
Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie
Derde Wereld Werkplaats Laanzichtweg 101 4847 SH Teteringen telefoon: 076-581 02 02 [email protected] www.dwwbreda.org
ACHTERGROND INFORMATIE VAN DE DERDE WERELD WERKPLAATS Bezoek raadsleden van de commissies Economie en Bestuur van de gemeente Breda aan de Derde Wereld Werkplaats op 22-11-2011 1 overeenkomsten met directie
Effectief aan de slag (met re-integratie) 24 juni 2010 - Buurtalliantie
Effectief aan de slag (met re-integratie) 24 juni 2010 - Buurtalliantie Effectief aan de slag 2 motto s Betrek de bewoners Bij het bepalen van de doelen Bij het bepalen wat zou werken om de doelen te bereiken
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Renga B.V.
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Renga B.V. Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: Renga B.V. Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek van Blik op Werk
Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging
Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Respons thuiszorgorganisaties en GGD en In deden er tien thuiszorgorganisaties mee aan het, verspreid over heel Nederland. Uit de
Factsheet Wajong: Informatie over Wajonginstroom in 2010
Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.3.23 Factsheet Wajong: Informatie over Wajonginstroom in 2010 bronnen www.uwv.nl/zakelijk/gemeenten, d.d. oktober 2011 In 2013 gaat waarschijnlijk de Wet werken naar
Wat motiveert u in uw werk?
Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u
Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap
Grote dynamiek in kleinschalig ondernemerschap J. Mevissen, L. Heuts en H. van Leenen SAMENVATTING Achtergrond van het onderzoek Het verschijnsel zelfstandige zonder personeel (zzp er) spreekt tot de verbeelding.
Nieuwe Start Zonder Risico-verzekering
Nieuwe Start Zonder Risico-verzekering Re-integreren zonder risico INHOUDSOPGAVE Wat biedt de Nieuwe Start Zonder Risico-verzekering? 3 Voor wie kunt u de Nieuwe Start Zonder Risico-verzekering inzetten?
DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD. Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad
DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad -
A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting
Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting
Meting tevredenheid werkgevers AANSLUITING MBO-ARBEIDSMARKT [ ]
Meting tevredenheid werkgevers AANSLUITING MBO-ARBEIDSMARKT [12-3-2018 ] 1. Inleiding Op 14 oktober 2015 heeft Tweede Kamerlid Straus een motie ingediend om een indicator voor de tevredenheid van werkgevers
Uitvoeringsbesluit Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand
Uitvoeringsbesluit Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand Paragraaf 1 Algemene Bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. uitkeringsgerechtigden: personen
Uitstroommonitor praktijkonderwijs
Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2015-2016 Samenvatting van de monitor 2015-2016 en de volgmodules najaar 2016 Platform Praktijkonderwijs december 2016 Definitieve versie 161208 1 Vooraf In de periode
WGA: Pijler van inzetbaarheidsbeleid
WGA: Pijler van inzetbaarheidsbeleid Toenemende werkdruk, krapte op de arbeidsmarkt en langer doorwerken zijn een aantal van de factoren die steeds vaker leiden tot fysieke en psychische problemen bij
Werken aan morgen We gaan langer doorwerken, maar willen en kunnen we dat wel?
Werken aan morgen We gaan langer doorwerken, maar willen en kunnen we dat wel? De pensioengerechtigde leeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd. We gaan dus langer doorwerken. Hoe denken werkgevers en werknemers
Arbeidsongeschiktheid in het UMC. Wat nu?
Arbeidsongeschiktheid in het UMC. Wat nu? Inhoudsopgave pagina 1 Antwoorden op vragen over arbeidsongeschiktheid 3 2 Wat wordt er van u verwacht en wie kunnen u ondersteunen? 3 3 Andere functie gevonden?
Pilot FIP Frequent Intensief Persoonlijk. Presentatie Divosa 5 april 2019 Dorien Dieters en Jany van de Vin (teammanager en coördinator team Inkomen)
Pilot FIP Frequent Intensief Persoonlijk Presentatie Divosa 5 april 2019 Dorien Dieters en Jany van de Vin (teammanager en coördinator team Inkomen) Achtergrond FIP pilot Sterk veranderde dienstverlening
Kosten en resultaten van re-integratie
Kosten en resultaten van re-integratie Amsterdam, juni 2010 In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kosten en resultaten van re-integratie Eindrapportage Caren Tempelman Caroline
Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit
Opdrachtgever DWI Amsterdam Wat werkt? Wat weten we over effectiviteit Opdrachtnemer Amir Nazar Onderzoek Einddatum 1 november 2010 Categorie Profilings-, diagnose en targetinginstrumenten Conclusie Hoewel
M200510 MKB-ondernemers negatief over verantwoordelijkheden bij ziekte werknemers
M200510 MKB-ondernemers negatief over verantwoordelijkheden bij ziekte werknemers drs. F.M.J. Westhof Zoetermeer, december 2005 MKB-ondernemers negatief over verantwoordelijkheden bij ziekte werknemers
Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen
1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen
Ik wil weer aan het werk met een individuele re-integratieovereenkomst Als u zelf uw re-integratie wilt regelen
Ik wil weer aan het werk met een individuele re-integratieovereenkomst Als u zelf uw re-integratie wilt regelen VOOR RE-INTEGRATIE EN TIJDELIJK INKOMEN Inhoud Wat is een individuele re-integratieovereenkomst?
Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa)
Modernisering Ziektewet Hoofdlijnen van de wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) 1. Inleiding De overheid heeft besloten de Ziektewet (ZW) per 1 januari 2013 aan te
Duurzaamheid van de plaatsingen (artikel in het blad Werk & Inkomen, december 2006) Kennismemo
Datum 5 december 2006 Aan RvB Directeur SBK Directeur IR Directeur WW Directeur AG Plv. Directeur C&C CC Jan Stalman Van KENNISCENTRUM Britt Spaan T (020) 687 3188 [email protected] 1 van 9 Onderwerp
Prestatie-indicatoren UWV
Bijlage 1 Prestatie-indicatoren UWV UWV 2005 2006 2007 2008 norm 2008 1. Juist oordeel re-integratieverslag - - 88% 90% 70% 2. Percentage herstelde vangnetgevallen 13-83% 82% 82% 85% 3a. Tijdigheid WW:
Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014
Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos
Nederlands bedrijfsleven: maak faillissementsfraude snel openbaar
Nederlands bedrijfsleven: maak faillissementsfraude snel openbaar Korte peiling over een actueel onderwerp op het gebied van credit management juni 2014 Tussentijdse meting Trendmeter 14 B16475 / juni
WERK EN INKOMEN VOOR JONGGEHANDICAPTEN Signalen uit de praktijk in vraag en antwoord. Breed Platform Verzekerden en Werk NUMMER 1, november 2006
WERK EN INKOMEN VOOR JONGGEHANDICAPTEN Signalen uit de praktijk in vraag en antwoord Breed Platform Verzekerden en Werk NUMMER 1, november 2006 Het komend jaar werkt het BPV&W samen met NIZW aan het project
Uitstroommonitor praktijkonderwijs
Uitstroommonitor praktijkonderwijs 2016-2017 Samenvatting van de monitor 2016-2017 en de volgmodules najaar 2017 Sectorraad Praktijkonderwijs december 2017 Versie definitief 1 Vooraf In de periode 1 september
Toelichting nieuwe instrumenten, individuele studietoeslag en wijzigingen Verordening re-integratie 2015
Toelichting nieuwe instrumenten, individuele studietoeslag en wijzigingen Verordening re-integratie 2015 Deze toelichting gaat uitgebreid in op enkele nieuwe instrumenten. Vervolgens wordt de nieuwe regeling
EEN PERSOONSGEBONDEN REINTEGRATIE BUDGET VOOR BIJSTANDSGERECHTIGDEN
projectplan EEN PERSOONSGEBONDEN REINTEGRATIE BUDGET VOOR BIJSTANDSGERECHTIGDEN Juni 2003 FvL/2/1071/ PSW arbeidsmarktadvies Lombardje 7-11 Postbus 1228 5200 BG s-hertogenbosch telefoon : (073) 612 43
Afstand tot de arbeidsmarkt? De jobcoach helpt! Het beste uit jezelf
Afstand tot de arbeidsmarkt? De jobcoach helpt! BEGELEIDING WERKBIJ EN NAAR Het beste uit jezelf Werken met Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt BEGELEIDING WERKBIJ EN NAAR Je wilt graag werken maar
CPB Achtergronddocument. Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam. Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink
CPB Achtergronddocument Follow-up evaluatie wijkscholen Rotterdam Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink 1. Introductie Dit document dient ter achtergrond bij het CPB Discussion Paper The effect
HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN
HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN - eindrapport - Drs. Janneke Stouten Dr. Marga de Weerd
Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie
Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Matchcare re-integratie April 2009 1 Bedrijfsnaam: Matchcare re-integratie Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek
Motieven en belasting van mantelzorgers van mensen met dementie
Deze factsheet maakt onderdeel uit van een reeks van twee factsheets. Factsheet 1 beschrijft de problemen en wensen van mantelzorgers van mensen met dementie. Factsheet 2 beschrijft de motieven en belasting
Meest gestelde vragen deeltijd-ww
Meest gestelde vragen deeltijd-ww De vragen zijn als volgt ingedeeld: 1. Gevolgen voor de WW 2. De uitvoering van de regeling 3. Pensioenen 4. Scholing 1. Deeltijd WW rechten en plichten Is er een volledige
M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D.
M200802 Vrouwen aan de start Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, juni 2008 2 Vrouwen aan de start Vrouwen vinden het starten
