Rassenonderzoek Camelina sativa (deder)
|
|
|
- Annelies van den Berg
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rassenonderzoek Camelina sativa (deder) Resultaten onderzoek 2010 en 2011 G.J.H.M (Gerard) Meuffels M.P.J (Marcel) van der Voort Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten PPO nr Maart 2012 VP 1638 / VP 1719
2 Rassenonderzoek Camelina sativa (deder) Resultaten onderzoek 2010 en 2011 G.J.H.M (Gerard) Meuffels M.P.J (Marcel) van der Voort Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten PPO nr Maart 2012 VP 1638 / VP 1719
3 2012 Wageningen, Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) onderzoeksinstituut Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DLO. Voor nadere informatie gelieve contact op te nemen met: DLO in het bijzonder onderzoeksinstituut Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroenten. DLO is niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen die kunnen ontstaan bij gebruik van gegevens uit deze uitgave. PPO-publicatienr. 506 OPDRACHTGEVER: Projectnummer: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroenten Adres : Vredeweg 1c : 5816 AJ Vredepeel Tel. : Fax : [email protected] Internet : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 2
4 Inhoudsopgave 1 SAMENVATTING INLEIDING Algemeen Deder als alternatief energiegewas PROEFOPZET Aanleg en uitvoering van de proef in Aanleg en uitvoering van de proef in Statistische verwerking RESULTATEN Opkomst van het gewas Opkomst van het gewas Stand van het gewas Opbrengst en kwaliteit Opbrengst en kwaliteit VETZUURSAMENSTELLING RESULTATEN MEETLAT BEREKENING VOOR DEDER Energie- en broeikasgasbalans SALDOBEREKENING DEDER CONCLUSIES LITERATUURLIJST BIJLAGE I. PERCEELGEGEVENS BIJLAGE II. PROEFVELDSCHEMA BIJLAGE III. VETZUURSAMENSTELLING DEDER RASSEN BIJLAGE IV. FOTO S PROEFVELD GEDURENDE HET GROEISEIZOEN BIJLAGE V. SALDOBEREKENING DEDER 2010 EN Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 3
5 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 4
6 1 Samenvatting In het project Energieboerderij wordt naast aandacht aan de energiegewassen koolzaad, mais en suikerbieten ook aandacht besteed aan alternatieve gewassen, die interessant kunnen zijn voor energieproductie en daarbij een positieve energiebalans (input versus output aan energie) combineren met een verminderde uitstoot aan broeikasgassen. Uit een strokenvergelijking uitgevoerd in 2009 op PPO locatie Vredepeel en studies in het buitenland blijkt, dat het gewas deder (Camelina Sativa) een interessant oliehoudend gewas is voor de productie van biobrandstoffen. Doordat de olie beter toepasbaar is onder koudere omstandigheden lijkt dederolie geschikt voor de vliegtuigindustrie. Een aantal testen met vliegtuigmotoren op dederolie lieten zien dat de prestatie gelijk was aan fossiele brandstof. Daarnaast werd een reductie aan broeikasgassen berekend van 84% ten opzichte van fossiele brandstof. In 2010 is op PPO locatie Vredepeel een rassenonderzoek uitgevoerd met vier rassen deder (zomer variëteiten). De rassen werden in vier herhalingen uitgezaaid. In het onderzoek zijn de rassen Ligena, Calena, Morgensonne en Blaine Creek onderzocht. De zaadopbrengst van de verschillende rassen was lager dan de opbrengst van het ras Ligena dat een jaar eerder in de demonstratiestroken een opbrengst gaf van kg/ha (ds. 91%). De zaadopbrengst van de rassen varieerde in 2010 tussen de en kg/ha (ds. 91%). Hierbij werd een opbrengst aan ruw vet van 570 tot 700 kg/ha gerealiseerd. Hiermee ligt de opbrengst aan ruw vet lager dan bij een gemiddelde opbrengst aan koolzaad. De lage opbrengst kan veroorzaakt zijn door de slechte opkomst. Ondanks dat er uitgezaaid is op 500 kiemkrachtige zaden per m², werden na opkomst slechts planten per m² geteld. In 2011 waren de zaadopbrengsten duidelijk hoger dan in De zaadopbrengsten varieerde tussen de en kg/ha. Tussen de rassen kon in 2011 geen duidelijk verschil in opbrengst worden waargenomen. Opgemerkt moet worden dat de proef in 2011 vier keer is beregend met 30 mm water per beregeningsbeurt. Ook is de proef in 2011 anderhalve maand eerder gezaaid. In 2011 lijkt de opbrengst aan ruw vet (olie) per hectare vergelijkbaar te zijn met de teelt van koolzaad (eveneens beregend). De teelt van deder lijkt vooralsnog makkelijk uitvoerbaar. Zo lijkt weinig input aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk en is het oogstrisico (uitval van zaden) kleiner. In het onderzoek is gekozen om de bemesting uit te voeren met kunstmeststoffen. Mogelijk dat bemesting met organische mest voor zaai het gewas van voldoende mineralen kan voorzien. Voor een verdere teeltoptimalisatie van deder is vervolgonderzoek gewenst. De energie- en broeikasgasbalans voor deder laat perspectief zien voor deze teelt als biobrandstof. In 2011 werd inclusief beregening van het gewas een broeikasgasemissiereductie van 67% behaald. Hiermee wordt ruimschoots aan de NTA 8080 eis (tenminste 50%) voldaan. De saldoberekeningen voor deder geven een beeld van de economische kant van de teelt. Deder is een laag salderend gewas. In 2011 was het saldo 1.046,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 785,- per ha voor saldo loonwerk. Hiermee is het potentieel ook een economisch haalbare teelt. De concurrentie met koolzaad lijkt een stap te ver. De huidige markt voor koolzaad laat aanzienlijk stijgende prijzen zien, met navenant stijgende financiële opbrengsten. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 5
7 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 6
8 2 Inleiding 2.1 Algemeen Deze rapportage is onderdeel van het project Energieboerderij. Het project Energieboerderij heeft als doel om de duurzaamheid van in Nederland geproduceerde biomassa inzichtelijk te maken en te verbeteren. In plaats van het rekenen met gegevens uit de literatuur worden op praktijkbedrijven gegevens verzameld en geanalyseerd. Deze informatie vormt de basis voor het berekenen van duurzaamheidskengetallen en het optimaliseren van energieteelten. Achtergrond van het project is de discussie over de oplossingsrichtingen voor het energievraagstuk en de bijdrage van hernieuwbare grondstoffen (in het bijzonder energieteelten) daaraan kunnen leveren. De initiatiefnemers van Energieboerderij hanteren als uitgangspunt dat de energieteelt dient te voldoen aan de duurzaamheidscriteria zoals vastgelegd in de EU richtlijn voor energie uit hernieuwbare grondstoffen (RED). Ook de regionale impact van meer energieteelten dient inzichtelijk te zijn. Uitgangspunt daarbij is dat alle berekeningen en resultaten eenduidig en transparant zijn voor alle betrokkenen en geïnteresseerden. Er is in Energieboerderij gewerkt met een drietal in de praktijk functionerende ketens. De ketens dienen als basis voor de verzameling van bruikbare praktijkcijfers. Het betreft de volgende ketens: 1. Maïsteelt vergisting - elektriciteit 2. Suikerbietenteelt vergisting elektriciteit 3. Koolzaad - PPO/biodiesel Per keten is een groep ondernemers betrokken waar een van de bovengenoemde gewassen is geteeld. In de keten zijn teelt en verwerking gevolgd (registratie) en de benodigde metingen uitgevoerd. Met deze gegevens is over een periode van 4 jaar de duurzaamheid van het energiegewas voor de totale keten bepaald. Daarnaast zijn van elk gewas jaarlijks proefvelden en zogenaamde best practice demo s aangelegd waarin teeltvarianten zijn vergeleken en de invloed op de duurzaamheid is bepaald. De verzamelde praktijkcijfers en de cijfers van de proefvelden en de demo s zijn met de verschillende telersgroepen besproken, met als doel vast te stellen waar de verbeterpunten liggen. De duurzaamheid is bepaald met een, in het project ontwikkelde, meetlat voor energie-efficiency en broeikasgasemissiereductie. Energieboerderij is een initiatief van Vereniging Innovatief Platteland. De uitvoering is in handen van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (Wageningen UR), IRS en Cultus Agro advies. Het project wordt mogelijk gemaakt door de volgende organisaties: Ministerie van EL&I, Wageningen UR, provincie Limburg, LLTB, Productschap Akkerbouw, Cosun en IRS, Argos Oil, Attero, Carnola, Vitelia, HAS Kennistransfer en OCI-Nitrogen. 2.2 Deder als alternatief energiegewas Naast onderzoek aan de energiegewassen koolzaad, energiemais en suikerbieten wordt in het project Energieboerderij gezocht naar alternatieve energiegewassen, die in potentie een zelfde of mogelijk hogere energieproductie per hectare kunnen halen en mogelijk nog belangrijkere een zelfde of zelfs gunstigere energiebalans en reductie aan broeikasgassen geven ten opzichte van de drie referentie teelten. Een gewas, dat de laatste jaren vaak genoemd wordt als interessant energiegewas is deder (Camelina Sativa (L.). Dit gewas, in Nederland ook wel bekend onder de naam huttentut, staat in de belangstelling vanwege de lage input aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast geeft deder ook nog een goede opbrengst en bevat het zaad een redelijk hoog oliegehalte. Uit de literatuur blijkt dat de olie van deder beter bestand is tegen koude omstandigheden in vergelijking tot koolzaadolie, waardoor de brandstof Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 7
9 uit deze olie geschikt lijkt voor de vliegtuigindustrie. Afgelopen jaren zijn dan ook verschillende testvluchten uitgevoerd met vliegtuigen, waarbij een of meerdere motoren liepen op olie van deder. Uit onderzoek van de Michigan Technology University bleek dat motoren op dederolie even goed presteren als motoren op fossiele brandstof. Daarbij werd een broeikasgasreductie berekend van 84% in het voordeel van dederolie. In het kader van de Energieboerderij is in 2009 op PPO locatie Vredepeel een strokenvergelijking aangelegd bestaande uit verschillende plots met energiegewassen. In deze vergelijking lag een plot met deder. In 2009 werd een zaadopbrengst behaald van kg/ha (ds. 91%) met een ruw vet percentage in de droge stof van 34. De veredeling van deder is de laatste jaren in de belangstelling komen te staan. Er bestaan winter- en zomerrassen. In Europa zijn geen cijfers beschikbaar van onafhankelijk rassenonderzoek. In 2010 en 2011 is gekozen om in het kader van de Energieboerderij een rassenonderzoek aan te leggen bestaande uit 4 deder rassen (zomervariëteiten). Het zaaizaad was afkomstig van kwekers uit Duitsland, Oostenrijk en Noord Amerika. In dit verslag worden de resultaten van het rassenonderzoek in 2010 en 2011 besproken. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 8
10 3 Proefopzet 3.1 Aanleg en uitvoering van de proef in Op onderzoek locatie Vredepeel van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving is in 2010 een rassenonderzoek uitgevoerd in het gewas deder (Camelina sativa). In totaal werden 4 rassen onderzocht op opbrengst en kwaliteit. De proef werd aangelegd als een gewarde blokkenproef in vier herhalingen. In tabel 1 worden de rassen vermeld welke zijn uitgezaaid in Tabel 1. Overzicht van de rassen uitgezaaid in 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Veredelaar Duizendkorrel- Kiemkracht Zaaizaad (kg/ha) Gewicht (gram) A Ligena DSV % 7.4 kg/ha B Calena Saatbau Linz % 6.0 kg/ha C Morgensonne Dreschflegel % 7.5 kg/ha D Blaine Creek Great Plains % 6.7 kg/ha Als voorvrucht werden in 2009 op het perceel schorseneren verbouwd. De bemesting werd uitgevoerd volgens het bemestingsadvies van de veredelingsbedrijven. Op 26 april 2010 werd 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) gestrooid. Op 27 april 2010 werd 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg P 2 O 5 /ha) en 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K 2 O/ha) gestrooid. De meststoffen werden toegepast met een pneumatische kunstmeststrooier. Op 26 mei 2010 werden de rassen gezaaid met een bandzaaimachine uitgerust voor het zaaien van proefvelden. De rijafstand van deze zaaimachine bedraagt 12 cm. De rassen werden uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². In tabel 1is de zaaizaadhoeveelheid omgerekend per hectare weergegeven. De plots, waarop de rassen werden ingezaaid, hadden een bruto afmeting van 3 meter bij 12 meter. In het gewas deder zijn in Nederland geen gewasbeschermingsmiddelen toegelaten. Door de snelle ontwikkeling heeft het gewas een snelle grondbedekking, waardoor onkruid redelijk beheersbaar is gebleven. Op 3 september 2010 is de deder geoogst met een maaidorser uitgerust voor het oogsten van proefvelden. Per plot werd een oppervlak van 1.5 meter bij 10 meter gedorst. Per plot werd de zaadopbrengst bepaald en werd een monster genomen. Dit monster werd door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 9
11 3.2 Aanleg en uitvoering van de proef in In 2011 is de rassenproef nogmaals herhaald op onderzoekslocatie Vredepeel van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving. Dezelfde rassen (zelfde zaaizaad) zijn in vier herhalingen aangelegd (tabel 1). Op het perceel werden als voorvrucht consumptieaardappelen geteeld. De bemesting werd uitgevoerd volgens het bemestingsadvies van de veredelingsbedrijven. Eind maart werd voor het ploegen 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K 2 O) toegepast. Op 5 april 2011 werd 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) en 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg/ha P 2 O 5 ) gestrooid. De meststoffen werden toegepast met een pneumatische kunstmeststrooier. Op 5 april 2011 werden de rassen gezaaid met een pneumatische zaaimachine. Dit is anderhalve maand eerder dan in De rijafstand was 15 cm. De rassen werden uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². In tabel 1 is de zaaizaadhoeveelheid omgerekend per hectare weergegeven. De plots, waarop de rassen werden ingezaaid, hadden een bruto afmeting van 3 meter bij 12 meter. In tegenstelling tot 2010 is het perceel vier keer beregend met een watergift van 30 mm water. De beregening werd uitgevoerd met een beregeningshaspel voorzien van sproeikanon. De beregening vond plaats op 20 mei, 1 juni, 14 juni en 4 juli. Op 1 augustus 2011werd het gewas geoogst met een maaidorser uitgerust voor het oogsten van proefvelden. Per plot werd een oppervlak van 3 meter bij 10 meter gedorst. Per plot werd de zaadopbrengst bepaald en werd een monster genomen. Dit monster werd door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. Bijlage I: Perceelsgegevens 2010 en 2011 Bijlage II: Proefveldschema 2010 en 2011 Bijlage III: Vetzuursamenstelling bepaald in 2010 Bijlage IV: Foto s proefveld 2010 en Statistische verwerking De proef is aangelegd als een gewarde blokkenproef in vier herhalingen. De gegevens zijn verwerkt met het statistische programma Genstat for Windows, 14 Th edition. Met behulp van variatieanalyse werd getoetst of sprake was van een significant behandelingseffect. Hierbij werd volgens de F-toets de overschrijdingskans berekend (F-prob.). Daarna werd volgens de T-toets bij 5% onbetrouwbaarheid de l.s.d. (kleinste significante verschil) berekend. In onderstaand overzicht staat een omschrijving bij de F-prob. om aan te geven hoe significant een resultaat is. Tabel 2: Beschrijving statistische toets. F-probability Omschrijving 0.05 <P< 0.10 indicatie voor een verschil 0.01 <P< 0.05 significant verschil <P< 0.01 sterk significant verschil <P< zeer sterk significant verschil Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 10
12 4 Resultaten 4.1 Opkomst van het gewas De rassen werden uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². Op 23 juni 2010 werd per plot op 2 plekken van 0.25 m² het aantal planten geteld. In tabel 3 zijn de resultaten van deze telling weergegeven. Tabel 3: Gemiddeld aantal deder planten per m² geteld op 23 juni 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Gem. aantal planten per m² A Ligena 120 B Calena 162 C Morgensonne 131 D Blaine Creek 172 Wat opvalt, is dat ondanks het uitzaaien van 500 zaden per m² uiteindelijk maar weinig planten per m² staan. Een groot deel van het zaad lijkt dus niet gekiemd te zijn. 4.2 Opkomst van het gewas Net als in 2010 zijn de rassen in 2011 uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². Op 12 mei 2011 zijn per plot op 2 plekken van 0.25 m² het aantal planten geteld. In tabel 4 zijn de resultaten van deze telling weergegeven. Tabel 4: Gemiddeld aantal deder planten per m² geteld op 12 mei 2011 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Gem. aantal planten per m² A Ligena 75 (a..) B Calena (.b.) C Morgensonne 83.5 (ab.) D Blaine Creek (..c) P (0.05) <0.01 LSD 40.6 In 2011 hadden de rassen Ligena en Morgensonne gemiddeld een minder dichte stand. Het ras Blain Creek daarentegen had gemiddeld het meeste aantal planten per m². Ondanks het uitzaaien van 500 zaden per m² was ook in 2011 het uiteindelijke aantal planten per m² een stuk lager. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 11
13 4.3 Stand van het gewas Op 13 juli 2010 is een waarneming uitgevoerd, waarbij het gewas gescoord is op bodembedekking, bloei en aantasting door ziekten. In tabel 5 is de gemiddelde bodembedekking op 13 juli 2010 voor de verschillende rassen weergegeven. Tabel 5: Gemiddelde procentuele bodembedekking door het gewas gescoord op 13 juli 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Gemiddelde bodembedekking (%) A Ligena 68 (a..) B Calena 79 (.b.) C Morgensonne 75 (ab.) D Blaine Creek 95 (..c) P (0.05) <0.01 LSD 8.6 Tussen de rassen bestaat een groot verschil in bodembedekking. Het ras Ligena heeft een gemiddelde bodembedekking van 68% terwijl het ras Blaine Creek een gemiddelde bodembedekking heeft van 95% en daarmee bijna volledig de grond bedekt heeft. Op 13 juli 2010 en 30 juli 2010 was tussen de rassen een verschil in bloei waarneembaar. In tabel 6 is het gemiddelde percentage planten in bloei weergegeven. Tabel 6: Het gemiddelde percentage planten in bloei gescoord op 13 juli en 30 juli 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Gemiddeld percentage planten in Object Ras bloei 13 juli 30 juli A Ligena B Calena 6 85 C Morgensonne 5 75 D Blaine Creek 4 70 Het ras Ligena bloeit het eerste en staat op 30 juli 2010 volledig in bloei. Het ras Blaine Creek staat het laatste in bloei maar het verschil met het ras Morgensonne is klein. Bij de waarneming op 13 juli 2010 en 30 juli 2010 is eveneens gescoord op aantasting door ziekten. De rassen vertoonden allemaal een lichte aantasting door meeldauw. 4.4 Opbrengst en kwaliteit Op 3 september2010 zijn de rassen geoogst en van iedere plot is de zaadopbrengst bepaald. Door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen is van ieder plot een monster geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. In tabel 7 zijn de resultaten van de zaadopbrengst, de opbrengst aan ruw vet en ruw eiwit per hectare weergegeven. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 12
14 Tabel 7: Gemiddelde zaadopbrengst (91% ds.), droge stofgehalte en gemiddelde opbrengst aan ruw eiwit en ruw vet. Object Ras Gem. zaadopbrengst Gem. drogestof Gem. ruw eiwit Gem. ruw vet kg/ha (bij 91% ds.) (%) (kg/ha) (kg/ha) A Ligena a a B Calena b c 703 C Morgensonne b c 662 D Blaine Creek ab b. 615 P (0.05) niet significant Niet significant LSD Uit de resultaten blijkt, dat het ras Ligena in 2010 een gemiddeld significant lager opbrengst geeft dan de rassen Calena en Morgensonne. Het verschil tussen de rassen Calena, Morgensonne en Blaine Creek is niet significant. De rassen Calena en Morgensonne hebben een significant hogere opbrengst aan ruw eiwit in vergelijking tot de rassen Ligena en Blaine Creek. Het ras Blaine Creek heeft een significant hogere opbrengst aan ruw eiwit dan het ras Ligena, dat de laagste opbrengst aan ruw eiwit heeft. Tussen de rassen kon geen duidelijk verschil in ruw vet worden waargenomen. Het ras Calena heeft daarbij wel de hoogste opbrengst aan ruw vet per hectare. 4.5 Opbrengst en kwaliteit Op 1 augustus 2011 zijn de rassen geoogst en van iedere plot is de zaadopbrengst bepaald. Door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen is van ieder plot een monster geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. In tabel 8 zijn de resultaten van de zaadopbrengst, de opbrengst aan ruw vet en ruw eiwit per hectare weergegeven. Tabel 8: Gemiddelde zaadopbrengst (91% ds.) droge stofgehalte en gemiddelde opbrengst aan ruw eiwit en ruw vet. Object Ras Gem. zaadopbrengst Gem. drogestof Gem. ruw eiwit Gem. ruw vet kg/ha (bij 91% ds.) (%) (kg/ha) (kg/ha) A Ligena B Calena C Morgensonne D Blaine Creek De zaadopbrengsten en de opbrengst aan ruw vet en ruw eiwit waren in 2011 duidelijk beter dan in Tussen de rassen kon geen duidelijk verschil in zaadopbrengst en opbrengst aan ruw eiwit en ruw vet worden waargenomen. Het ras Morgensonne gaf net als in 2010 de hoogste zaadopbrengst. Wel is de proef in tegenstelling tot 2010 beregend (vier beregeningsbeurten met 30 mm water per beurt). Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 13
15 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 14
16 5 Vetzuursamenstelling Na de oogst is in 2010 van ieder ras een mengmonster gemaakt van de herhalingen. Deze monsters zijn door Pre-Mervo Kwaliteitsdienst geanalyseerd op vetzuursamenstelling. In bijlage III zijn de resultaten van deze meting weergegeven. Uit de waarnemingen is af te leiden dat deder een hoog gehalte aan meervoudige onverzadigde vetzuren bevat en daarmee in beginsel goed voor de gezondheid. De waarde hiervan voor bijv. veevoer wordt nog nader in kaart gebracht. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 15
17 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 16
18 6 Resultaten meetlat berekening voor deder 6.1 Energie- en broeikasgasbalans In de onderstaande tabel zijn de resultaten voor 2010 en 2011 van de teelt van deder op proefvelden bij PPO Vredepeel opgenomen. De proefveld resultaten zijn berekend met de Energieboerderij meetlat (Van der Voort et al., 2012). Tabel 9.: Resultaten dederteelt teeltseizoen 2010 en 2011 Jaar Opbrengst vers (ton/ha) Opbrengst koolzaadolie (ton/ha) Opbrengst kolzaadkoek (ton/ha) Uitgangsmateriaal (kg CO 2 -eq./ha) Organische mest (kg CO 2 -eq./ha) Anorganische mest (kg CO 2 -eq./ha) Gewasbeschermings-middelen (kg CO 2 -eq./ha) Energieverbruik (diesel) (kg CO 2 -eq./ha) Lachgasemissie (IPCC) (kg CO 2 -eq./ha) Mechanisatie (indirect) (kg CO 2 -eq./ha) Energierendement (%) Broeikasgasrendement (%) ,8 0,5 1, ,3 1,5 2, Beide teeltseizoenen kenden een vergelijkbare teelt. Het enig verschil is de uitgevoerde beregening in Grootste verschil tussen de beide jaren is de opbrengst. Teeltseizoen 2010 kende een slechte opkomst en hierdoor een tegenvallende opbrengst. Ondanks deze lage opbrengst scoort de deder voor dit jaar als nog een respectabele 24%. Het lagere behoefte aan inputs, onder andere bemesting en bespuitingen zorgen voor deze score. De dederteelt in 2010 scoorde tevens beter als alle low-input varianten van de koolzaadrassenproeven 2009/2010. Teeltseizoen 2011 kende een goede opbrengst en een goede score op de energie- en de broeikasgasbalans. De 67% is ruim boven de gestelde 50% voor biobrandstoffen. Voor het broeikasgasrendement is een richtlijn vastgesteld in de NTA 8080 van 50% als minimumeis voor transportbrandstoffen (par , NTA 8080:2009). De teelt van deder biedt perspectief voor goede scores op de energie- en broeikasgasbalans. Het verlagen van de (kunst)mestgift of vervangen van kunstmest door dierlijke mest kan het resultaat zeker verbeteren. Zeker als de opbrengst behaald in 2011 geen uitzondering betreft, is deder een serieus alternatief voor de koolzaadteelt. Het is echter te voorbarig om op basis van deze twee jaar aan proeven een definitieve conclusie te trekken. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 17
19 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 18
20 7 Saldoberekening deder Naast een beoordeling van de beide jaren en proefvelden op energie- en broeikasgasbalans, is tevens een economische beoordeling van beide jaren gemaakt. Tabel 10: Saldo 2010 en 2011 per hectare in Euro Hoofdproduct 691, ,- Bijproduct 0,- 0,- Bruto-geld opbrengst 691, ,- Toegerekende kosten 489,- 564,- Saldo eigen mechanisatie 202, ,- Kosten loonwerk 261,- 261,- Saldo loonwerk -59,- 785,- In de bijlage V zijn de volledige saldoberekeningen opgenomen. De prijzen zijn gebaseerd op de KWIN De bovenstaande saldoberekeningen zijn met de prijs voor biobrandstof toepassing van de olie. Dit houdt in een prijs van 0,65 per liter dederolie. Afhankelijk van het gebruiksdoel kunnen hogere prijzen worden gevraagd. De biobrandstoftoepassing geeft naar verhouding de laagste prijs voor de dederolie (Van der Voort et al, 2010). De bovenstaande saldi zijn daarom het minimum. Het stro is in de proeven niet geoogst. Dit kan een extra 350,- per hectare betekenen (Van der Voort et al, 2010). De markt voor koolzaad kent momenteel goede prijzen (Hamburg: 0,49 per kilogram). Hierdoor stijgt het saldo voor winterkoolzaad tot ongeveer 1.383,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 1.108,- per ha voor saldo loonwerk (betreft bewerking cijfers KWIN 2009 (eigen bewerking voor kosten loonwerk)- zie ook Van der Voort, 2010). Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 19
21 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 20
22 8 Conclusies. In 2009 werd op PPO Vredepeel in een strokenvergelijking voor het eerst deder uitgezaaid. In deze vergelijking werd van het ras Ligena een zaadopbrengst behaald van kg/ha (ds. 91%) met een opbrengst aan ruw vet van 900 kg/ha. De zaadopbrengst van de rassen varieerde in 2010 tussen de en kg/ha (ds. 91%). Hierbij werd een opbrengst aan ruw vet van 570 tot 700 kg/ha gerealiseerd. Hiermee ligt de opbrengst aan ruw vet lager dan bij een gemiddelde opbrengst aan koolzaad. Een verklaring voor de lage opbrengst kan veroorzaakt zijn door de slechtere opkomst. Ondanks dat er uitgezaaid is op 500 kiemkrachtige zaden per m², werden slechts planten per m² geteld. In 2011 waren de zaadopbrengsten duidelijk hoger dan in De zaadopbrengsten varieerde tussen de en kg/ha. Tussen de rassen kon in 2011 geen duidelijk verschil in opbrengst worden waargenomen. Opgemerkt moet worden dat de proef in 2011 vier keer is beregend met 30 mm water per beregeningsbeurt. Ook is de proef bijna anderhalve maand eerder gezaaid dan in 2010 (26 mei 2010 en 5 april 2011). In 2011 lijkt de opbrengst aan ruw vet (olie) per hectare vergelijkbaar te zijn met de teelt van koolzaad (eveneens beregend). De teelt van deder lijkt vooralsnog makkelijk uitvoerbaar. Zo lijkt weinig input aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk en is het oogstrisico (uitval van zaden) kleiner. In het onderzoek is gekozen om de bemesting uit te voeren met kunstmeststoffen. Mogelijk dat bemesting met organische mest voor zaai het gewas van voldoende mineralen kan voorzien. Voor een verdere teeltoptimalisatie van deder is vervolgonderzoek gewenst. De energie- en broeikasgasbalans voor deder laat perspectief zien voor teelt als biobrandstof. In 2010 is door slechte zaadopkomst een lagere opbrengst gerealiseerd. Met een broeikasgasbalans van 26% scoorde deder wel hoger als de low-input koolzaadrassenproeven in 2009/2010. In 2011 werd inclusief beregening van het gewas een broeikasgasbalans van 67% behaald. Hiermee wordt ruimschoots aan de NTA 8080 eis voldaan van 50%. De saldoberekeningen voor deder geven een beeld van de economische kant van de teelt. Deder is een laag salderend gewas. In 2010 was het saldo 202,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en -59,- per ha voor saldo loonwerk. Dit is wel bij de tegenvallende opbrengst. In 2011 was het saldo 1.046,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 785,- per ha voor saldo loonwerk. Hiermee is het potentieel ook een economisch haalbare teelt en scoort dit gewas opvallend goed voor een dergelijk fijn zaadgewas. De concurrentie met koolzaad lijkt een stap te ver. De huidige markt voor koolzaad laat aanzienlijk stijgende prijzen zien, met navenante financiële opbrengsten. Hierdoor stijgt het saldo voor winterkoolzaad tot ongeveer 1.383,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 1.108,- per ha voor saldo loonwerk. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 21
23 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 22
24 Literatuurlijst Den Hartog, L. (2010). Verkenning teelt en afzet dederzaad, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Interne memo, Lelystad, 18 juni 2010 Meuffels, G.J.H.M, Van der Voort M.P.J. (2011). Onderzoek zaaidichtheid winterkoolzaad, resultaten onderzoek PPO publicatienr , p 17. Meuffels, G.J.H.M, Van der Voort M.P.J. (2011). Onderzoek zaaitechniek winterkoolzaad, resultaten onderzoek PPO publicatienr , p 20. Van der Voort, M.P.J., Den Hartog, L. (2010). Teelt en saldo van deder; Camelina sativa (deder) als alternatieve teelt. PPO Publicatienr , p 23. Van der Voort, M.P.J., Stilma, E.S.C.(2012). Beschrijving meetlat Energieboerderij voor energiegebruik en broeikasgasemissies, Toelichting van gehanteerde rekenregels en methoden, PPO Publicatienr (KWIN) Schreuder, Remco, Leeuwen, Michaela van, Spruijt, Joanneke, Voort, Marcel van der, Asperen, Paulien van, Hendriks-Goossens, Vivian, Kwantitatieve Informatie, Akkerbouw en Vollegrondsgroenteteelt 2009, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, PPO 383, ISSN , juli 2009 Websites: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 23
25 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 24
26 Bijlage I. Perceelgegevens Perceelgegevens algemeen 2010 Perceel Vredepeel 44 Gewas Deder Ras Diverse Voorvrucht Schorseneren Grondbewerking Ploegen met vorenpakker Zaaidatum 26 mei 2011 Zaaizaadhoeveelheid 500 zaden per m² (rekening houdend met DKG en kiemkracht) 26 april: 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) gestrooid. Bemestingstijdstippen 27 april: 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg P 2 O 5 /ha) 27 april: 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K 2 O/ha) Oogstdatum 3 september 2010 Bodemvruchtbaarheid perceel 2010 Datum monstername Grondsoort Zandgrond Stikstof totaal (mg N/kg) 1472 C/N ratio 20 N-leverend vermogen (kg N/ha) 50 P-PAE (mg P/kg) 2.5 P-AL (mg P 2O 5/100g) 43 Zwavel totaal (mg S/kg) 272 S-leverend vermogen (kg S/ha) 8 S-aanvoer (incl. SLV) (kg S/ha) 14 Kalium (mg K/kg) 47 K-getal 11 Magnesium (mg Mg/kg) 107 Natrium (mg Na/kg) <6 Zuurgraad (ph) 5.2 Organische stof (%) 5.0 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 25
27 Perceelgegevens algemeen 2011 Perceel Gewas Ras Voorvrucht Grondbewerking Middenpeelweg Deder (Camelina Sativa) divers Consumptieaardappelen (vroeg) Ploegen met vorenpakker Zaaidatum 5 april 2011 Zaaizaadhoeveelheid 500 zaden per m² (rekening houdend met DKG en kiemkracht) 5 april 2011: 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) gestrooid. Bemestingstijdstippen 5 april 2011: 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg P2O5/ha) Eind maart 2011: 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K2O/ha) 20 mei 2011 Beregening 1 juni juni mm water 4 juli 2011 Oogstdatum 1 augustus 2011 Bodemvruchtbaarheid perceel 2011 Datum monstername 9 februari 2011 Grondsoort Zandgrond Stikstof totaal (mg N/kg) 940 Nmin 0-60 cm (kg/ha) 29 P-PAE (mg P/kg) 5.5 P-AL (mg P 2O 5/100g) 80 Pw-waarde 73 Zwavel totaal (mg S/kg) 210 S-leverend vermogen (kg S/ha) 7 S-aanvoer (incl. SLV) (kg S/ha) 13 K-beschikbaar (mg K/kg) 65 K-getal 16 Magnesium (mg Mg/kg) 106 Natrium (mg Na/kg) 6 Zuurgraad (ph) 5.3 Organische stof (%) 3.5 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 26
28 Bijlage II. Proefveldschema Objecten Object Ras DKG Kiemkracht Zaaizaad (kg/ha) A Ligena 1.25 gr 84% 7.4 kg/ha B Calena 1.12 gr 94% 6.0 kg/ha C Morgensonne 1.2 gr 80% 7.5 kg/ha D Blaine Creek 1.2 gr 90% 6.7 kg/ha Proefveldschema D C 8 16 II B A A B IV C 5 13 D B 4 12 A I D C C D III A 1 9 pad 12 m 12 m B 3 m Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 27
29 Proefveldschema meter B 16 3 m IV A 15 C 14 D 13 B 12 III A 11 D 10 C 9 A 8 II C 7 D 6 B 5 B 4 I D 3 C 2 A 1 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 28
30 Bijlage III. Vetzuursamenstelling deder rassen. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 29
31 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 30
32 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 31
33 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 32
34 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 33
35 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 34
36 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 35
37 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 36
38 Bijlage IV. Foto s proefveld gedurende het groeiseizoen Afbeelding 1: Gewas op 13 juli vlak waarbij de eerste bloei zichtbaar is. Afbeelding 2: Zaadhuizen van de dederplant (5 augustus 2010) Afbeelding 3. Aantasting door meeldauw van de dederplant (13 juli 2010) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 37
39 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 38
40 Bijlage V. Saldoberekening deder 2010 en 2011 Saldo deder 2010 Deder Hoeveelheid Eenheid Prijs in EUR Bedrag in EUR Hoofdproduct Kg 0,37 691,00 Bijproduct 0 Kg 0,10 0,00 Bruto geldopbrengst 691,00 Uitgangsmateriaal Zaaizaad 7 Kg 12,50 88,00 Bemesting Kalkammonsalpeter 100 Kg N 0,94 94,00 Tripelsuperfosfaat 77 Kg P 2 O 5 1,07 82,00 Kali 60 (chloorhoudend) 138 Kg K 2 O 0,51 70,00 Energie Brandstof, smeermiddelen 71 Ltr 1,00 71,00 Overige productgebonden kosten Berekende rente 5,30% 10,00 Verzekering 975 EUR 0,08% 8,00 Productschapsheffing 1 Ha 3,60 4,00 N-mineraalmonster 0,2 stuks 34,00 7,00 Drogen bij derden 1852 Kg 0,03 56,00 Toegerekende kosten 489,00 Saldo eigen mechanisatie 202,00 Loonwerk Stamdorsen 1 Ha 261,00 261,00 Oogst stro, oprolpers 0 Ha 165,00 0,00 Totaal loonwerk (incl. rente) 261,00 Saldo loonwerk -59,00 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 39
41 Saldo deder 2011 Deder Hoeveelheid Eenheid Prijs in EUR Bedrag in EUR Hoofdproduct Kg 0, ,00 Bijproduct 0 Kg 0,10 0,00 Bruto geldopbrengst 1.610,00 Uitgangsmateriaal Zaaizaad 7 Kg 12,50 88,00 Bemesting Kalkammonsalpeter 100 Kg N 0,94 94,00 Tripelsuperfosfaat 77 Kg P 2 O 5 1,07 82,00 Kali 60 (chloorhoudend) 138 Kg K 2 O 0,51 70,00 Energie Brandstof, smeermiddelen 72 Ltr 1,00 72,00 Overige productgebonden kosten Berekende rente 5,30% 10,00 Verzekering 975 EUR 0,08% 8,00 Productschapsheffing 1 Ha 3,60 4,00 N-mineraalmonster 0,2 stuks 34,00 7,00 Drogen bij derden 4314 Kg 0,03 129,00 Toegerekende kosten 564,00 Saldo eigen mechanisatie 1.046,00 Loonwerk Stamdorsen 1 Ha 261,00 261,00 Oogst stro, oprolpers 0 Ha 165,00 0,00 Totaal loonwerk (incl. rente) 261,00 Saldo loonwerk 785,00 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 40
42
Gebruik Bokashi in de akkerbouw. 26 maart 2015, Gerard Meuffels
Gebruik Bokashi in de akkerbouw 26 maart 2015, Gerard Meuffels Bokashi (2013) Keuze in Zuid Limburg om Bokashi uit stro en drijfmest te maken. Ingrediënten: 3 ton tarwe stro 8 ton varkensdrijfmest 10 ltr
Teelt en saldo van deder
Teelt en saldo van deder Camelina sativa (deder) als alternatieve teelt M.P.J. van der Voort L. den Hartog Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien.
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien. In opdracht van: Agro-vital/Agriton Molenstraat 10-1, 8391 AJ Noordwolde Fr, The Netherlands Uitgebracht door: N.G. Boot
Bestrijding van slakken in graszaad, 2004
Bestrijding van slakken in graszaad, 2004 Zaadbehandeling van Engels raaigraszaad met pesticiden ter bescherming tegen slakken Albert Ester & Hilfred Huiting Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector
Inkomensvergelijking vezelgewassen versus graan. Auteur(s): Pieter de Wolf, Lubbert van den Brink en Joanneke Spruijt
Inkomensvergelijking vezelgewassen versus graan Auteur(s): Pieter de Wolf, Lubbert van den Brink en Joanneke Spruijt Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw,
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia Vervolgonderzoek in 2005 P.J. van Leeuwen, A.Th.J. Koster en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bloembollen maart 2006 PPO
Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen.
Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen. Ing. K.H. Wijnholds Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Businessuni Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente
Resultaten onderzoek Gerard Meuffels. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland
Resultaten onderzoek 2013 Gerard Meuffels Rijenbemesting Betere benutting van nutriënten en verkleinen van het risico van uitspoeling / afstroming Kunstmeststoffen reeds gangbare praktijk (o.a. mais) Stikstof:
Satellietbedrijf Graveland
Satellietbedrijf Graveland Rapportage 2016 Algemeen Bedrijfsgegevens Naam:Firma Graveland Adres: Bosweg 5A, 7958 PZ Koekange Het bedrijf van Wout Graveland telt circa 100 stuks melkkoeien en 65 stuks jongvee.
Cultuur- en gebruikswaardeonderzoek industriespinazie 2002 Voorjaarszaai. H. de Putter
Cultuur- en gebruikswaardeonderzoek industriespinazie 2002 Voorjaarszaai H. de Putter Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BV. Projectrapport nr. 110118 2001 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2004
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2004 Zaadbehandeling van wintertarwezaad met pesticiden ter bescherming tegen slakken Albert Ester & Hilfred Huiting Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector
Gebruik kalkstikstof in witte asperge
Gebruik kalkstikstof in witte asperge J. Wilms & G. Meuffels (PPO-Vredepeel) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Businessunit Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroenten Januari 2013 PPO nr. 3250243300
Effect van borium op de hardheid van uien. L. van den Brink
Effect van borium op de hardheid van uien L. van den Brink Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten PPO nr. 3250096600-01
Verbetering ketenresultaat door beter uitgangsmateriaal bruine bonen. Ing. R.D. Timmer
Verbetering ketenresultaat door beter uitgangsmateriaal bruine bonen Ing. R.D. Timmer Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit AGV PPO nr. 32501851 Maart 2011 2011
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe Opdrachtgever: Auteur:
Energieboerderij. Eindrapportage
Eindrapportage ir. J.A.L.M. Kamp en ir. C.L.M. de Visser (PPO-AGV), dr.ir. B. Hanse en ir. A.W.M. Huijbregts (IRS), ir. G.J.H.M. Meuffels, M.P.J. van der Voort en dr.ir. E. Stilma (PPO-AGV) Eindrapportage
Interactie Moddus en Actirob
Interactie Moddus en Actirob Effect op zaadopbrengst Engels raaigras 2011 Expertisecentrum graszaad en graszoden Proefboerderij Rusthoeve en DLV Plant p/a Noordlangeweg 42 4486PR Colijnsplaat C Sam de
Onderzoek naar de gevoeligheid van aardappelrassen voor kringerigheid, op percelen met Trichodorus primitivus besmet met tabaksratelvirus.
Onderzoek naar de gevoeligheid van aardappelrassen voor kringerigheid, op percelen met Trichodorus primitivus besmet met tabaksratelvirus. E.G. Schepel HLB BV Februari 2007 Projectnummer: 2993 Dit project
BODEMBREED INTERREG Resultaten veldonderzoek 2009 nateelt groenbemesters
BODEMBREED INTERREG Resultaten veldonderzoek 29 nateelt groenbemesters Nederlands Limburg Onderdeel: Werkgroep 3 Document: Rapport Tijdstip: januari 21 Versie: 1 Status: definitief Opgesteld door: Praktijkonderzoek
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2005
Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2005 Zaadbehandeling van wintertarwezaad met pesticiden ter bescherming tegen slakken Hilfred Huiting & Albert Ester Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector
Grondbewerking voor Zetmeelaardappelen
Grondbewerking voor Zetmeelaardappelen Onderzoek in 2006 en 2007 in opdracht van: Verenigingen Voor Bedrijfsvoorlichting Communicatie in 2006 en 2007 in opdracht van: Provincie Groningen Onderzoek en communicatie
Wintergerst als groenbemester en stikstofvanggewas. W.C.A. van Geel & H.A.G. Verstegen
Winter als groenbemester en stikstofvanggewas W.C.A. van Geel & H.A.G. Verstegen Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector AGV PPO nr. 3253013350 juni 2008 2008 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant
Rassenonderzoek sojabonen op lössgrond 2004-2006
Rassenonderzoek sojabonen op lössgrond 2004-2006 Droog te oogsten Ing. J.G.M. Paauw Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business-unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente december 2006 PPO
Precisieplant tulp. Basis voor precisielandbouw. A.H.M.C. Baltissen, H. Gude, A. van der Lans, A. Haaster
Precisieplant tulp Basis voor precisielandbouw A.H.M.C. Baltissen, H. Gude, A. van der Lans, A. Haaster Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij
DLV Plant. Kg/ha 9083 7633 8929 8941 8810 8849 9658. Eiwit (%) 7,5 8,8 7,9 8,7 9,2 9,1 7,6. Kg/hl 69,7 70,9 70,1 68,3 68,2 67,1 67,4
Zeer geslaagde Granendag Haal meer uit uw graan 6 juni 2013 Ten Have Seeds Kali und Salz N-xt fertilizers OCI Agro Väderstadt Terugblik granen Zomergerst: Rassenproef 2013 Bemestingsproef stikstof Bemestingsproef
Gebruik ORGAplus organische meststoffen in aardbeien. Auteur(s) Jos Wilms en Gerard Meuffels (PPO-Vredepeel)
Gebruik ORGAplus organische meststoffen in aardbeien Auteur(s) Jos Wilms en Gerard Meuffels (PPO-Vredepeel) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Akkerbouw, Vollegrondsgroenten en Groene Ruimte PPO nr.
Duurzaam elektrisch beregenen. Joanneke Spruijt en Harm Jan Russchen PPO-RAPPORT 649
Duurzaam elektrisch beregenen Joanneke Spruijt en Harm Jan Russchen Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Lelystad, juni 2015 PPO-RAPPORT 649 Duurzaam elektrisch beregenen Joanneke
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
BIO BASED ECONOMY WERKT!
DEDER alternatief oliehoudend gewas Nieuwe bron van hoogwaardige olie BIO BASED ECONOMY WERKT! GROENE GRONDSTOFFEN Inhoudsstoffen INLEIDING Deder (Camelina Sativa L.), of ook wel huttentut, vals vlas of
Verbetering ketenresultaat door beter uitgangsmateriaal bruine bonen. Ing. R.D. Timmer
Verbetering ketenresultaat door beter uitgangsmateriaal bruine bonen Ing. R.D. Timmer Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten
Knelpuntenrapportage nieuwe teelten
Knelpuntenrapportage nieuwe teelten Rapportage van de Afzet- en Teeltknelpunten bij a) Langwerpige radicchio, b) Grootbladige spinazie, c) Salatrio, d) Wortelpeterselie C. van Wijk PPO-agv, Lelystad Praktijkonderzoek
Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe biologische teelt
Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt (P.C.B.T.) v.z.w. Ieperseweg 87 8800 RUMBEKE Tel. : 051/26 14 00, Fax. : 051/24 00 20 Verslag BT03ZTA_RAS01 Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe
Behoud meerjarig proefveld organische bemesting
Behoud meerjarig proefveld organische bemesting Instandhouding meerjarig proefveld organische bemesting hyacint voor toekomstig onderzoek naar organische bemesting op duinzandgrond Peter Vreeburg Praktijkonderzoek
Begeleidingscommissie Bodem Vredepeel. 15 december 2015 Janjo de Haan, Harry Verstegen, Marc Kroonen
Begeleidingscommissie Bodem Vredepeel 15 december 2015 Janjo de Haan, Harry Verstegen, Marc Kroonen Programma Mededelingen Eerste resultaten 2015 Teeltseizoen 2015 Opbrengsten Eerste resultaten uitspoelingsmetingen
Raseigenschappen biologische aardappelen. Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal (VBU) KW0826 Door: Douwe Werkman
Raseigenschappen biologische aardappelen. Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal (VBU) KW0826 Door: Douwe Werkman Inleiding In opdracht van VBU (Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal) werd in
Het Wortelrapport 2017 De effecten van de toepassing van mycorrhiza, schimmels en bacteriën op de groei van wortels
De effecten van de toepassing van mycorrhiza, schimmels en bacteriën op de groei van wortels November 2017 2 Inhoudsopgave Inleiding... 3 De proef... 4 Producten... 4 Proefopzet... 5 Metingen... 5 Resultaten...
Effect bemesting op ziekteontwikkeling in stamslabonen industrieteelt. A. Evenhuis, H. Verstegen, J.A.M. Wilms & C.G. Topper
Effect bemesting op ziekteontwikkeling in stamslabonen industrieteelt A. Evenhuis, H. Verstegen, J.A.M. Wilms & C.G. Topper Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit
Satellietbedrijf Tiems
Satellietbedrijf Tiems Rapportage 2016 Algemeen Bedrijfsgegevens Naam:Maatschap Tiems-Cazemier Adres: Molenberg 2 9567 PP Anloo Het bedrijf van Henk Tiems telt ruim 100 stuks melkkoeien en 70 stuks jongvee.
Bemesting van tulp in de broeierij
Bemesting van tulp in de broeierij M.F.N. van Dam, A.J.M. van Haaster, H.P. Pasterkamp, S. Marinova, N.S. van Wees, e.a. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector bloembollen december 2003 PPO 330
Bestrijding van koolvlieg in radijs
Bestrijding van koolvlieg in radijs A.A.E. Bulle, G.J. Messelink Wageningen UR Glastuinbouw, Wageningen augustus 2007 Projectnummer 3242018600 2007 Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw Alle rechten voorbehouden.
N-systemen in wintertarwe
N-systemen in wintertarwe Inleiding HLB BV en Proeftuin Zwaagdijk voerden het project N-systemen in wintertarwe uit in opdracht van Productschap Akkerbouw in de periode 2010-2012. Doelstelling van het
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)
- 1 - BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit ) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen van 2009 zijn
22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot
22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot Inleiding In de tarweteelt is de grondbewerking een belangrijke kostenpost. Vooral bij monocultuur wintertarwe komt
Pootgoedvermeerdering zetmeelaardappelen
Pootgoedvermeerdering zetmeelaardappelen Project in opdracht van HPA Ing. K.H. Wijnholds en Ir. J.A. Booij Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene
Bemestingsonderzoek Grasland voor paarden voor de sloot
Bemestingsonderzoek Grasland voor paarden voor de sloot Uw klantnummer: 5001382 Postbus 170 NL- 6700 AD Wageningen T +31 (0)88 876 1010 E [email protected] I blgg.agroxpertus.nl T monstername:
Groeiregulatie in Engels raaigras
Groeiregulatie in Engels raaigras Effect Moddus, Robbester, MCPA en stikstof op zaadopbrengst in 2013 In opdracht van en gefinancierd door Productschap Akkerbouw en Werkgroep graszaden en graszoden Postbus
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Bodem in Balans?
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw Resultaten van het veldonderzoek in Nieuw Beerta in het seizoen 2012-2013 Resultaten van het veldonderzoek in Nieuw Beerta in het seizoen 2012-2013 Opdrachtgevers:
Bedrijfseconomische evaluatie van de toepassing van warmwaterbehandeling
Bedrijfseconomische evaluatie van de toepassing van warmwaterbehandeling S.A.M.M. Schreuder M.B.M. Ravesloot Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Fruit januari 2005 Rapportnummer 2005 03 Praktijkonderzoek
Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien. rapport / publicatie. nr
Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien rapport / publicatie nr. 08-08 Uireka is een uniek driejarig ketenproject met als doel het verbeteren van de kwaliteit en daarmee het
Bemestingsonderzoek Akker-/tuinbouw perceel 5
Bemestingsonderzoek Akker-/tuinbouw perceel 5 Uw klantnummer: 5001382 Postbus 170 NL- 6700 AD Wageningen T +31 (0)88 876 1010 E [email protected] I blgg.agroxpertus.nl T monstername:
Chemische onkruidbestrijding asperge
Chemische onkruidbestrijding asperge Onderzoek naar chemische onkruidbestrijdingsmiddelen in een productieveld van asperge in het seizoen 2003-2004 J. Hoek Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business-unit
Bemestingsproef snijmaïs Beernem
Bemestingsproef snijmaïs Beernem 1. Context Het onderzoek richt zich op het bereiken van innovatieve strategieën om agro- en bio-industriële nutriëntenrijke stromen te recycleren. Het agronomische en ecologische
26 Demoveld Energiegewassen Kw0630
26 Demoveld Energiegewassen Kw0630 In het kader van het project Demovelden energieplanten in Zuidoost Nederland en Noord Nederland, gefinancierd door het Hoofd Produktschap Akkerbouw te Den Haag, werd
Ruwvoeravond. Passen alternatieve gewassen bij u?
Ruwvoeravond Passen alternatieve gewassen bij u? Hoornaar, 16 feb 2017 Akkerbouwmatige Ruwvoerteelt Planmatig werken aan een optimale(ruwvoer)opbrengst door te sturen op bodem en gewas +2.000 kg ds Wat
Beproeving mineralenconcentraten en spuiwater in diverse gewassen. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Inhoud
Beproeving mineralenconcentraten en spuiwater in diverse gewassen Resultaten uit onderzoek PPO en andere WUR-instituten Willem van Geel, PPO-AGV, 8-11-2012, Bergeijk Praktijkonderzoek Plant & Omgeving
25 jaar biologische teelt op zandgrond: waar staan we nu?
25 jaar biologische teelt op zandgrond: waar staan we nu? Resultaten van systeemonderzoek Bodemkwaliteit op Zand van WUR proeflocatie Vredepeel 24 januari 2019, Janjo de Haan, Marie Wesselink, Harry Verstegen
Onderzoek naar effect van zaad primen en vroeg zaaien op opbrengst cichorei; verslag 2006 en eindverslag. Ir. L. van den Brink
Onderzoek naar effect van zaad primen en vroeg zaaien op opbrengst cichorei; verslag 2006 en eindverslag Ir. L. van den Brink Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business-unit Akkerbouw, Groene Ruimte
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. SPNA Precisiezaai wintertarwe
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw SPNA Precisiezaai wintertarwe SPNA Precisiezaai wintertarwe Auteur: Rapportnummer: Projectnummer: 270 Onderzoekslocatie: Dhr. W.S. Otter Dhr. J. van t Westeinde
Warmwaterbehandeling van Allium tegen krokusknolaaltje
Warmwaterbehandeling van Allium tegen krokusknolaaltje Onderzoek van 2003 t/m 2006 P.J. van Leeuwen, P. Vink en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bollen november 2006 PPO nr.
Hoe maak je een bemestingsplan binnen de gebruiksnormen
Hoe maak je een bemestingsplan binnen de gebruiksnormen Natuur en Landschap Pleasure green Milieu Tonnis van Dijk Nutriënten Management Instituut NMI 3 november 2011 Beperkingen in bemesting Europese regelgeving:
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Teeltoptimalisatie winterkoolzaad
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw Teeltoptimalisatie winterkoolzaad 2013-2014 Teeltoptimalisatie winterkoolzaad 2013-2014 Opdrachtgever: Kennisnetwerk Koolzaad Auteur: Jaap van t Westeinde
Inventarisatie omstandigheden optreden zwarte vlekken in peen
Inventarisatie omstandigheden optreden zwarte vlekken in peen Analyse praktijkmonsters 2008 Huub Schepers en Joanneke Spruijt Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Businessunit Akkerbouw, Groene ruimte
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia P.J. van Leeuwen, A.Th. J. Koster, J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bloembollen januari 2005 PPO nr.330928 2005 Wageningen,
Structuur tot de bodem uitgezocht. Gjalt Jan Feersma Hoekstra Christiaan Bondt
Structuur tot de bodem uitgezocht Gjalt Jan Feersma Hoekstra Christiaan Bondt Betere Benutting Bodem Mineralisatie NLV Temperatuursom Betere Benutting Bodem Fosfaat (P2O5) Koude grond= traag bodemleven.
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN
TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN CRITERIA CULTUUR- EN GEBRUIKSWAARDE VOOR HET ONDERZOEK VAN RASSEN MET HET OOG OP HUN
Aan de slag met erosie
Aan de slag met erosie Ploegloze grondbewerking in beweging 2004-2006 Ing. J.G.M. Paauw Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business-unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente PPO nr. 325115105
Bemesting in maïs. Oktober 2011
Bemesting in maïs uitgevoerd in opdracht van: Agriton BV Oktober 2011 Proefnummer: 11647 Oktober 2011 H. de Vries Proeftuin Zwaagdijk Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk-Oost Telefoon +31 (228) 56 31 64 Fax +31
MAISTEELT 2019: DE SUCCESFACTOREN!
MAISTEELT 2019: DE SUCCESFACTOREN! In deze editie aandacht voor: Vernietigen en verkleinen vanggewas ph Organische stof: compost Kali bemesting Onderzaai Raskeuze Organisatie maisteelt Een plant groeit
Teelt de grond uit Zomerbloemen
Teelt de grond uit Zomerbloemen Teelt in kisten 2012-2013 Casper Slootweg en Marga Dijkema Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit
Voorkomen wateroverlast Teelt de grond uit bloembollen. Casper Slootweg en Henk Gude
Voorkomen wateroverlast Teelt de grond uit bloembollen Casper Slootweg en Henk Gude Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit PPO nr.
Zaaizaad ontsmetting en bemesting in wintertarwe. Oktober 2011
Zaaizaad ontsmetting en bemesting in wintertarwe uitgevoerd in opdracht van: Agriton Oktober 2011 Proefnummer: 11608 Oktober 2011 H de Vries Proeftuin Zwaagdijk Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk-Oost Telefoon
Warmwaterbehandeling Crocus Grote Gele
Warmwaterbehandeling Crocus Grote Gele Onderzoek naar de mogelijkheden voor een cultuurkook P. J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit PPO
FOSFAAT NATUURLIJK FOSFAAT NATUURLIJKE MAÏSMESTSTOF NATUURLIJK FOSFAAT
GROEN FOSFAAT NATUURLIJKE MAÏSMESTSTOF NATUURLIJK FOSFAAT NATUURLIJK FOSFAAT FOSFAATMESTSTOF VOOR MAIS Maïs telen zonder fosfaatkunstmest zorgt bij een laag fosfaatgehalte voor een lagere opbrengst en
Teelt van lelies in goten in de grond in Drenthe, 2012
Teelt van lelies in goten in de grond in Drenthe, 2012 Casper Slootweg Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit Februari 2013 Programma
Beheersing Rhizoctonia in zetmeelaardappelen
Beheersing Rhizoctonia in zetmeelaardappelen Project in opdracht van: Productschap akkerbouw (PA) Met deelname van Syngenta Crop Protection en Bayer Cropscience Resultaten 2009 Ing. K.H. Wijnholds en Ir.
