Beoordeling Bevindingen
|
|
|
- Bruno Alexander Sanders
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport
2 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad van Bestuur van het Kadaster een door een derde ingediende klacht heeft afgehandeld, waarbij een eigendomsgrens tussen verzoeker en die derde in het geding was. Hij klaagt er met name over dat het Kadaster: in het verslag van de hoorzitting van 29 oktober 2009, welke werd gehouden op 21 oktober 2009 in het kader van een door een derde ingediende klacht, ten onrechte de schriftelijk ingediende zienswijze van verzoeker niet heeft weergegeven en ten onrechte heeft vermeld dat: "Aangezien de andere belanghebbende (verzoeker; N.o.) niet is verschenen, is niet duidelijk of er overeenstemming bestaat"; nadere afspraken met derden heeft gemaakt die volgens verzoeker, indien het Kadaster de zienswijze van verzoeker in acht had genomen, niet hadden mogen worden gemaakt; bij behandeling van de klacht van de derde verzoeker onvoldoende heeft geïnformeerd. Beoordeling Bevindingen Algemeen De klacht van verzoeker is ingediend door een gemachtigde. Waar in dit rapport gesproken wordt over de verzoeker kan ook de gemachtigde daaronder worden begrepen. Verzoeker was vanaf 2 mei 2002 samen met zijn echtgenote eigenaar van een stuk grond en water in de gemeente X. Hij heeft dit gekocht van Y. Op 18 september 2002 hebben verzoeker en Y. de nieuwe grenzen van de percelen aan een medewerker van het Kadaster (landmeter) aangewezen (en heeft er een aanwijs plaatsgevonden). Zowel verzoeker als Y waren hierbij aanwezig. Deze meting is vastgelegd in een relaas van bevindingen. Blijkens dit relaas van bevindingen zijn de nieuwe grenzen eensluidend door verzoeker en Y aangewezen. Dit relaas van bevindingen heeft geleid tot bijwerking van de basisregistratie kadaster. Van deze bijwerking hebben beide partijen een kennisgeving ontvangen. Deze kennisgeving is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Zodoende was het voor belanghebbenden mogelijk om binnen zes weken bezwaar tegen de bijwerking te maken. Er is niet tijdig een bezwaarschrift tegen de bijwerking ingediend, zodat deze in rechte is komen vast te staan. In 2006 heeft verzoeker het perceel in zijn geheel verkocht aan de vereniging van eigenaren van de recreatiewoningen. Deze vereniging heeft nog dezelfde maand het perceel door het Kadaster laten uitmeten en splitsen in vijftien delen en daarna doorverkocht aan voornamelijk individuele eigenaren. Verzoeker is zodoende al ruim vier jaar geen eigenaar meer van het perceel.
3 3 Op 13 maart 2008 heeft de notaris, die de akte van levering in 2002 had opgesteld, aan het Kadaster aangegeven dat Y, middels een advocaat, in de veronderstelling was, dat zij een gedeelte van het perceel niet had verkocht (voorbehouden). Door de perceelsvorming naar aanleiding van de aanwijs heeft Y 'nu minder perceel over'. Deze brief is door het Kadaster opgevat als een verzoek om nadere toelichting. Bij brief van 10 april 2008 heeft het Kadaster aan de notaris meegedeeld dat uit ingesteld onderzoek is gebleken dat bij de bijwerking van de kadastrale registratie geen fouten zijn gemaakt. Het Kadaster heeft daarbij de notaris geïnformeerd dat hij in dit geval een akte van dwaling op zou kunnen maken, die door beide partijen ondertekend diende te worden. In een akte van dwaling zou kunnen worden opgenomen dat partijen hebben gedwaald bij de aanwijzing van de grenzen van het te leveren perceel. Vervolgens heeft de notaris een akte van dwaling opgemaakt, waarin stond dat het Kadaster de door partijen gegeven eensluidende aanwijs van de nieuwe grenzen onjuist heeft toegepast. Verzoeker en Y hebben deze akte getekend. Achteraf bezien stelt verzoeker dat hij bij het tekenen van de akte is misleid door de notaris en de akte derhalve niet meer mag worden gebruikt door de notaris. Dit heeft hij ook per van 19 oktober 2009 aan het Kadaster meegedeeld. Op 22 augustus 2009 was het Kadaster hier, middels een doorgestuurde , echter al van op de hoogte. Het Kadaster heeft nooit gereageerd op deze s. Vanwege deze misleiding heeft verzoeker ook een klacht over de notaris bij het Koninklijk Notariële Beroepsorganisatie (KNB) ingediend. De Kamer van Toezicht van de KNB heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hiertegen door verzoeker ingestelde beroep bij het Gerechtshof Amsterdam loopt nog. Bij brief van 29 augustus 2008 heeft Y het Kadaster formeel verzocht om correctie van de grenzen, welke correctie volgens Y noodzakelijk is geworden vanwege een fout van de landmeter van het Kadaster. Deze brief is door het Kadaster aangemerkt als bezwaarschrift tegen het besluit (bijhouding) uit Omdat tegen deze bijhouding binnen zes weken bezwaar diende te worden gemaakt en dit pas na bijna zes jaar is gedaan, is het bezwaarschrift bij besluit van 12 september 2008 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Tevens is in voornoemd besluit aangegeven dat de brief van 29 augustus 2008 aanleiding heeft gegeven om na te gaan of er wellicht sprake was van een misslag door het Kadaster. Dit heeft het Kadaster gedaan ingevolge artikel 7t, eerste en tweede lid, Kadasterwet. Ingevolge dat artikel kan een verzoek tot herstel worden ingediend, indien men van mening is dat het Kadaster een fout heeft gemaakt. Uit dat onderzoek is gebleken dat er geen fout door het Kadaster is gemaakt. Aangezien er sprake was een gegeven dat krachtens de Kadasterwet als authentiek moet worden aangemerkt, heeft het Kadaster aangegeven dat tegen deze beslissing bezwaar bij het Kadaster kon worden gemaakt.
4 4 Op 17 oktober 2008 heeft Y op het besluit van 12 september 2008 gereageerd. Deze brief is door het Kadaster als bezwaarschrift aangemerkt. Het Kadaster heeft Y aangegeven dat het verzoek opnieuw is beoordeeld en dat als gevolg daarvan het Kadaster opnieuw een onderzoek in het terrein zal gaan instellen. Daarbij zullen alle belanghebbenden opnieuw door het Kadaster worden uitgenodigd om de grens aan te wijzen. Het Kadaster kwalificeerde dit als een "hoorzitting ter plaatse". Het Kadaster heeft vervolgens een gesprek met Y gehad. In vervolg daarop heeft medewerker Z van het Kadaster in januari 2009 een tweetal berichten aan Y gezonden. De inhoud van het eerste bericht (van 21 januari 2009) luidt: "Afgelopen weken is de perceelsvorming rond [perceel] onderzocht. Inderdaad is gebleken dat hierbij een grens niet correct is vastgelegd. Op dit moment is een landmeter bezig hiervan een (ontwerp)kaart te maken die we graag ter controle aan u zouden willen voorleggen alvorens de wijziging zowel in de kadastrale registratie als de kadastrale kaart door te voeren. Ik hoop u voorlopig voldoende te hebben geïnformeerd." De inhoud van het tweede bericht (van 30 januari 2009) luidt: "Bijgevoegd de ontwerp-kaart met betrekking tot (perceel; N.o.). In het geel gearceerde gebied de aangepaste grens, het noordwestelijke gedeelte dat bij het kadastrale (perceel; N.o.) gevoegd dient te worden staat nu nog ongenummerd aangegeven. Graag verneem ik van u of met deze aanpassing de gemelde problemen zijn opgelost." Het Kadaster heeft later bij berichten van Z van 18 september 2009 en 12 oktober 2009 aan Y aangegeven dat de berichten van 21 en 30 januari 2009 onbevoegd zijn geschreven en niet zijn gebaseerd op alle aanwezige informatie. Omdat de brief van 17 oktober 2008 was aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de afwijzing van het verzoek tot herstel als bedoeld in artikel 7t Kadasterwet, dienden belanghebbenden, alvorens een beslissing op bezwaar kon worden genomen, ingevolge artikel 7:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gelegenheid te worden gesteld om te worden gehoord. Onder meer verzoeker is op 9 maart 2009 uitgenodigd voor de hoorzitting van 29 maart Verzoeker heeft echter aangegeven dat hij vanwege de complexiteit van de zaak graag drie maanden uitstel van de hoorzitting zou willen hebben. Dat verzoek is ingewilligd.
5 5 Vervolgens vond er een uitgebreide brief/ wisseling tussen verzoeker en het Kadaster plaats. Deze brieven/ berichten kunnen samengevat worden als inhoudelijke vragen en opmerkingen en de reacties daarop over de gang van zaken en de procedure, die het Kadaster volgt. Zoals bijvoorbeeld: Waarom is het bezwaarschrift omgezet naar een klacht? Verzoek om helderheid met betrekking tot procedures en rechten. Verzoeker heeft in zijn berichten aan het Kadaster aangegeven dat hij niet dezelfde mening is toegedaan als Y en dat volgens hem alles dient te blijven zoals het was. Bij brief van 29 april 2009 deelde het Kadaster aan verzoeker onder meer het volgende mee: " Perceelsvorming van nieuwe kadastrale percelen vindt plaats op basis van eensluidende aanwijs door belanghebbenden van de nieuwe kadastrale grenzen aan de landmeter van het Kadaster. Na de perceelsvorming worden partijen middels een kennisgeving (beschikking) door het Kadaster op de hoogte gesteld van de wijziging. Tegen deze wijziging kan bezwaar worden gemaakt. Van deze mogelijkheid heeft Y gebruik gemaakt. " Bij brief van 21 juli 2009 heeft het Kadaster onder meer het volgende aan verzoeker meegedeeld: " U verzoekt om het reglement dat het Kadaster hanteert bij de behandeling van bezwaren. In casu heeft Y geen bezwaar maar een klacht ingediend. Dit onderscheid wordt bij het Kadaster gemaakt aangezien een bezwaar binnen 6 weken na de bekendmaking van het besluit moet worden ingediend en vervolgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht op de bezwarenafhandeling van toepassing zijn. Y heeft veel later dan 6 weken na de bekendmaking van het besluit "bezwaar" gemaakt tegen de verwerking van de grens tussen de percelen ( ). Dit hebben wij als klacht in behandeling genomen. ( ) Indien er mogelijk sprake is van een kennelijke misslag zullen in dit geval partijen worden gevraagd hun zienswijze naar voren te brengen. U zult hier tijdig van op de hoogte worden gebracht. ( ) Het staat een ieder vrij om zich juridisch bij te laten staan. Deze kosten komen echter ten laste van de partij zelf en kunnen in dit geval niet op het Kadaster worden verhaald." Bij berichten van 4 september 2009 deelt het Kadaster onder meer aan verzoeker mee: " Vervolgens zal de hoofdbewaarder van het Kadaster een besluit nemen op de klacht van Y.
6 6 Indien u wenst kunt u dan een kopie van het besluit met eventuele onderliggende stukken opvragen. In verband met de snelheid van de afhandeling verzoek ik u met verdere vragen en het opvragen van stukken te wachten totdat de klacht is afgehandeld. Naar aanleiding van uw eerdere correspondentie is mij uw standpunt en belang duidelijk. " Op 17 september 2009 heeft verzoeker een klacht bij het Kadaster ingediend. Deze klacht bestond uit veel klachtonderdelen. Op 6 oktober 2009 is verzoeker uitgenodigd voor de hoorzitting van 21 oktober Bij bericht van 19 oktober 2009 heeft verzoeker onder opgaaf van reden aangegeven dat hij niet bij de hoorzitting aanwezig zal zijn. Verzoeker heeft daarnaast nogmaals zijn zienswijze over de gang van zaken naar voren gebracht. Op 21 oktober 2009 heeft de hoorzitting plaatsgevonden. Deze hoorzitting werd voorgezeten door Z. Van die hoorzitting is een verslag opgemaakt. Verzoeker was niet bij de hoorzitting aanwezig. In het verslag staan, behalve een beschrijving van de hoorzitting zelf, meerdere paragrafen opgenomen, zoals onder meer: Feiten, Meting, Perceelsvorming, Verzoek herstel en Onderzoek. Voor zover van belang staat in het verslag van de hoorzitting: "Zienswijze belanghebbende(n) Niet verschenen! ( ) Overeenstemming Aangezien de andere belanghebbende, (verzoeker; N.o.) niet verschenen is (is; toevoeging N.o.) niet duidelijk of er overeenstemming bestaat. 5 Nadere afspraken - Notaris onderzoekt de mogelijkheid de akte van 3 mei 2002 zodanig aan te vullen dat de tekening onderdeel uitmaakt van de ingeschreven akte. - Na inschrijving van het Kadaster zal het Kadaster onderzoek uitvoeren naar de aanpassing van de kadastrale registratie. - Belanghebbende Y zal vervolgens in overleg treden met de gezamenlijke eigenaren van het aanliggende perceel kadastraal bekend ( ).
7 7 - Na het overleg tussen beide belanghebbenden zal contact gezocht worden met het Kadaster om de kadastrale grens vast te leggen." Op 29 oktober 2009 heeft de notaris aan het Kadaster meegedeeld dat hij de akte van 3 mei 2002 niet kan aanvullen. Bij brief van 6 november 2009 heeft het Kadaster aan Y meegedeeld dat de notaris niet zal overgaan tot aanvulling van de akte. Als gevolg daarvan, zo deelde het Kadaster mee, ging het Kadaster niet over tot aanpassing van de basisregistratie kadaster. Bij brief van 30 november 2009 heeft het Kadaster de klacht van verzoeker van 17 september 2009 ongegrond verklaard. Het Kadaster geeft als reden daarvan dat het een zorgvuldige procedure heeft gevolgd bij de behandeling van de klacht naar aanleiding van het verzoek tot herstel. Wel merkt het Kadaster op dat de informatievoorziening meer op de vragen van verzoeker had moeten worden afgestemd. Verzoeker heeft zich vervolgens op 12 april 2010 tot de Nationale ombudsman gericht. Alvorens het onderzoek te openen heeft er met verzoeker op 28 juni 2010 een gesprek bij het Bureau Nationale ombudsman plaats gehad. Daarin is besloten om de klacht tot drie klachtonderdelen terug te brengen. Op 12 juli 2010 heeft de Nationale ombudsman een onderzoek geopend naar de klacht van verzoeker en zijn aan het Kadaster een aantal vragen gesteld. Bij brief van 29 september 2010 heeft het Kadaster op de klacht gereageerd. Het Kadaster gaat in die reactie eerst uitvoerig in de op juridische eigendomsvraag en heeft daarbij tevens aangegeven dat de bijhouding door de Landmeter als gecompliceerd is ervaren, zodoende kan het Kadaster niet uitsluiten dat er misverstanden zijn ontstaan. Verder kan de reactie van het Kadaster als volgt worden samengevat. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond omdat volgens het Kadaster in een verslag van een hoorzitting slechts vermeld mag worden wat er is gezegd en voorgevallen, zij het dat in dit specifieke geval onder 1 de feiten zijn vermeld die blijkens onderdeel 3 van het verslag naar voren zijn gebracht en onder 2 de aanleiding van de hoorzitting. Dit is zo gebeurd vanwege het door de Raad van Bestuur van het Kadaster voorgeschreven sjabloon waarin het verslag moest opgemaakt. De zienswijze van verzoeker is op juiste gronden niet opgenomen in het verslag omdat verzoeker, ofschoon tijdig opgeroepen, niet bij de hoorzitting aanwezig was. Bovendien waren de zienswijze en de belangen van verzoeker bij het Kadaster bekend via onder meer door verzoeker ingezonden s, zodat het opnemen ervan in het verslag van de hoorzitting geen enkele meerwaarde meebracht. Dus ook niet dat aldus geborgd zou worden dat de zienswijze van klagers mee zou worden genomen in het door de hoofdbewaarder te nemen besluit op het bezwaar van partij Y. Tevens staat de paragraaf 'Overeenstemming' standaard in het sjabloon vermeld. Omdat verzoeker niet aanwezig was bij de hoorzitting, kon staande de hoorzitting niet worden vastgesteld of en in hoeverre er op dat moment tussen partijen overeenstemming
8 8 bestond. Overigens maken klagers niet duidelijk waarom de betrokken passage niet in het verslag mocht worden opgenomen, zodat de gegrondheid ervan zich niet goed laat beoordelen. Ook het tweede klachtonderdeel acht het Kadaster ongegrond. Blijkens het verslag van de hoorzitting is het Y die zich afvraagt, of de tekening alsnog kan worden ingeschreven. Daarop werd besloten om de notaris te bellen. De notaris is naar de hoorzitting gekomen en heeft toen toegezegd om te onderzoeken of dit mogelijk is. De overige drie afspraken zouden pas in werking treden, nadat dit onderzoek door de notaris was voltooid en tot een positief resultaat voor Y had geleid. Nu de notaris op 20 oktober 2009 heeft laten weten dat hij de akte niet kon aanvullen, kwamen de andere afspraken te vervallen. Overigens zou een dergelijke aanvulling niet automatisch hebben geleid tot een aanpassing van de basisregistratie kadaster. Bovendien zou tegen een dergelijke aanpassing bezwaar en beroep voor belanghebbenden open hebben gestaan, zodat van een inkorting van rechtsbescherming geen enkele sprake is geweest. Daarbij gaf het Kadaster aan dat het zonder nadere toelichting niet begrijpt waarom de afspraken niet hadden mogen worden gemaakt. De afspraken hadden dan ook verder in zich dat, zo een aanvulling van de akte van levering juridisch mogelijk zou zijn, in elk geval ook bij zo'n aanvulling de consensus van beide partijen wenselijk zo al niet nodig zou zijn. Daarop lettend stond het aan de notaris te beoordelen of de geopperde mogelijkheid ook een haalbare was. Verder merkte het Kadaster op dat de afspraken, in het bijzonder de eerste, als ondertoon hadden dat de hoofdbewaarder niet bereid was tot wijziging van de basisregistratie kadaster in de door Y voorgestane zin over te gaan anders dan op grond van een ingeschreven stuk dat daartoe genoegzaam aanleiding gaf. Ook het derde klachtonderdeel acht het Kadaster ongegrond. Blijkens alle brief- en mailwisselingen is verzoeker niet onvoldoende geïnformeerd. Tot slot heeft het Kadaster aangegeven dat de bewaarders van het kadaster en de openbare registers is verzocht om overal waar burgerbrieven binnenkomen, er zorg voor te dragen dat die brieven juist worden gekwalificeerd en volgens de voorgeschreven procedure correct worden afgehandeld en dat de kennis om dit te doen op tijd beschikbaar is. Daarbij gaf het Kadaster aan dat wordt getracht om zoveel mogelijk maar één behandelend medewerker aan te wijzen voor het afhandelen van het dossier. II. Beoordeling Ten aanzien van de klacht dat het Kadaster in het verslag van de hoorzitting van 29 oktober 2009 ten onrechte de schriftelijk ingediende zienswijze van verzoeker niet heeft weergegeven en ten onrechte heeft vermeld dat: "Aangezien de andere belanghebbende (verzoeker; N.o.) niet is verschenen, is niet duidelijk of er overeenstemming bestaat".
9 9 Het vereiste van administratieve nauwkeurigheid houdt in dat overheidsinstanties secuur werken. Dit houdt onder meer in dat informatie op de juiste plek en op een juiste manier wordt weergegeven. 28. Het standpunt van het Kadaster, dat in een verslag van een hoorzitting slechts mag worden vermeld wat er daadwerkelijk in de hoorzitting is gezegd is op zichzelf niet onjuist. Echter, het verslag van deze hoorzitting bevat ook een aantal alinea's met informatie, die niet ter sprake is gekomen bij de hoorzitting. Het Kadaster verklaart dit door er op te wijzen dat het door hen gebruikte sjabloon voor de verslaglegging van hoorzittingen een dergelijke opzet vereist. De Nationale ombudsman vindt het standpunt van het Kadaster tegenstrijdig: Of het verslag van de hoorzitting bevat uitsluitend wat er tijdens de hoorzitting is gezegd, of het Kadaster vermeldt ook zaken die niet tijdens de hoorzitting naar voren zijn gebracht, mits een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen deze twee. Nu dat laatste hier het geval is geweest en nu het Kadaster op de hoogte was van de zienswijze van verzoeker, mocht van het Kadaster worden verwacht dat de zienswijze van verzoeker ook was opgenomen in het verslag van de hoorzitting. Verder vermeldde het Kadaster onder het kopje "overeenstemming" in het verslag het volgende: "Aangezien de andere belanghebbende (verzoeker; N.o.) niet is verschenen, is niet duidelijk of er overeenstemming bestaat". Het Kadaster gaf voorts aan dat de paragraaf "overeenstemming" ook standaard in het sjabloon is opgenomen. Het Kadaster heeft in de reactie op de klacht echter aangegeven dat verzoeker diverse malen omstandig aan het Kadaster zijn standpunt duidelijk heeft gemaakt. Dit standpunt van verzoeker staat lijnrecht tegenover het standpunt van Y. Het is dan ook onbegrijpelijk dat het Kadaster aan heeft gegeven dat onduidelijk is of overeenstemming bestaat. Als deze zin al opgenomen had moeten worden, dan had het Kadaster uitgebreider moeten motiveren waarom deze zin was opgenomen nu het om een conclusie gaat. Het Kadaster heeft op genoemde punten gehandeld in strijd met het vereiste van administratieve nauwkeurigheid. De onderzochte gedraging is niet behoorlijk. De Nationale ombudsman wijst ook op het volgende. Het Kadaster maakt veelvuldig gebruik van sjablonen bij het opstellen van stukken. Een sjabloon is een intern (hulp) middel en vergemakkelijkt het opstellen van stukken. Het gebruik van zo een sjabloon mag er echter niet toe leiden dat daardoor onduidelijkheid bij derden ontstaat. Ten aanzien van de klacht dat het Kadaster nadere afspraken met derden heeft gemaakt die volgens verzoeker, indien het Kadaster de zienswijze van verzoeker in acht had genomen, niet hadden mogen worden gemaakt.
10 10 Het redelijkheidvereiste houdt in dat overheidsinstanties de in het geding zijnde belangen tegen elkaar afwegen en dat de uitkomst hiervan niet onredelijk is. Dit vereiste houdt in dat indien afspraken worden gemaakt, alle betrokken partijen zich in de afspraken kunnen vinden. De afspraken, die zijn gemaakt, luiden: - "Notaris onderzoekt de mogelijkheid de akte van 3 mei 2002 zodanig aan te vullen dat de tekening onderdeel uitmaakt van de ingeschreven akte - Na inschrijving van het Kadaster zal het Kadaster onderzoek uitvoeren naar de aanpassing van de kadastrale registratie - Belanghebbende Y zal vervolgens in overleg treden met de gezamenlijke eigenaren van het aanliggende perceel kadastraal bekend ( ). - Na het overleg tussen beide belanghebbenden zal contact gezocht worden met het Kadaster om de kadastrale grens vast te leggen." De eerste afspraak is gemaakt op voorstel en na overleg van Y met de notaris. Het Kadaster had daar geen (initiërende) rol in. Het ging hier dus niet op een door het Kadaster gemaakte afspraak. Gebleken is dat de overige afspraken wel tot stand zijn gekomen op voorstel van het Kadaster. Dit terwijl het Kadaster op de hoogte was van het standpunt van verzoeker en wist dat dit standpunt haaks stond op het standpunt van Y. Het Kadaster heeft bij het maken van de afspraken de belangen van verzoeker onvoldoende mee laten wegen. Dat is in strijd met het redelijkheidvereiste. De onderzochte gedraging is niet behoorlijk. De Nationale ombudsman wijst ook nog op het volgende. In januari 2009 zijn door Z, namens het Kadaster een tweetal s verzonden, waarin - samengevat - stond dat Y gelijk had. Het Kadaster heeft later aangegeven dat deze s onbevoegd zijn geschreven. Het bevreemdt de Nationale ombudsman dat de onbevoegde schrijver (Z) van deze s later de voorzitter van de hoorzitting is. Hierdoor kan bij een partij, in dit geval verzoeker, de schijn van vooringenomenheid worden gewekt. Deze schijn moet te allen tijde worden voorkomen. Ten aanzien van de klacht dat het Kadaster bij behandeling van de klacht van de derde verzoeker onvoldoende heeft geïnformeerd. Het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking houdt in dat overheidsinstanties burgers met het oog op de behartiging van hun belangen actief en
11 11 desgevraagd van adequate informatie voorzien. Verzoeker heeft in 2009 veelvuldig s naar het Kadaster gestuurd. Hij heeft in een aantal gevallen een reactie op zijn s van het Kadaster gehad. Echter, op veel s heeft hij geen reactie gehad. Daarnaast staan in de reacties van het Kadaster van 23 april 2009 en 21 juli 2009, zaken vermeld, die bij verzoeker, overigens terecht, meer vragen opriepen dan beantwoord werden. In de antwoorden wordt immers verwarring gecreëerd over de vraag of er nu sprake is van een bezwaarschriftprocedure of een klachtprocedure. Terwijl verzoeker nooit duidelijk is gemaakt dat het oorspronkelijk om een verzoek tot herstel ging. Het is zodoende begrijpelijk dat verzoeker veelvuldig over onder meer dit punt correspondeert. In dat licht is ook niet begrijpelijk waarom het Kadaster op 4 september 2009 aan verzoeker verzocht om in verband met de snelheid van de afhandeling met het verdere vragen en het opvragen van stukken te wachten totdat de klacht was afgehandeld. Daarbij vermeldde het Kadaster dat het standpunt van verzoeker hen duidelijk was. Het standpunt van verzoeker was kennelijk wel duidelijk voor het Kadaster maar het standpunt van het Kadaster was niet duidelijk voor verzoeker en bleef onduidelijk, nu hij verdere vragen pas mocht indienen, nadat de klacht van Y was afgehandeld. Verzoeker is zodoende onvoldoende geïnformeerd. Dat is in strijd met het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking. Het Kadaster heeft zodoende niet behoorlijk gehandeld. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers uit Apeldoorn, is gegrond, ten aanzien van het verslag van de hoorzitting, wegens strijd met het vereiste van administratieve nauwkeurigheid, ten aanzien van de nadere afspraken met derden, wegens strijd met het redelijkheidvereiste en ten aanzien van de behandeling van de klacht van de derde, wegens strijd met het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking. Instemming De Nationale ombudsman heeft met instemming er van kennisgenomen dat het Kadaster de bewaarders van het Kadaster heeft verzocht om overal waar burgerbrieven binnen komen er zorg voor te dragen dat die brieven juist worden gekwalificeerd en volgens de voorgeschreven procedure correct worden afgehandeld en dat de kennis om dit te doen op tijd beschikbaar is. Daarbij gaf het Kadaster aan dat wordt getracht om zoveel mogelijk maar één behandelend medewerker aan te wijzen voor het afhandelen van het dossier.
12 12 Slotbeschouwing In 2002 is verzoeker eigenaar geworden van een stuk grond en water. Verzoeker en verkopende partij hebben eensluidend aan het Kadaster aangewezen welk gebied is verkocht aan verzoeker. Jaren later heeft de verkopende partij echter aangegeven dat het Kadaster een fout zou hebben gemaakt bij het intekenen van het aan verzoeker verkochte gebied. Het Kadaster heeft deze melding van de verkopende partij opgevat als een bezwaarschrift en als klacht. De Nationale ombudsman heeft de indruk dat het Kadaster uit het oogpunt van klantvriendelijkheid dit bezwaarschrift en de klacht van de verkopende partij zorgvuldig heeft willen oppakken. Daarbij lijkt het er op dat het Kadaster de belangen van verzoeker onvoldoende in het oog heeft gehouden. De door het Kadaster gevolgde procedure inzake de klacht van de verkopende partij heeft voor verzoeker een hoop onzekerheden en onduidelijkheden met zich gebracht. Door duidelijkere communicatie van het Kadaster had dit waarschijnlijk voor een deel voorkomen kunnen worden. Onderzoek Op 12 april 2010 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift met een klacht over een gedraging van het Kadaster uit Apeldoorn. Naar deze gedraging werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd het Kadaster verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. In het kader van het onderzoek werd betrokkenen verzocht op de bevindingen te reageren. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen De reacties van het Kadaster en verzoeker gaven aanleiding het verslag op een enkel punt te wijzigen. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie. Klacht met bijlagen van 12 april 2010; Intakegesprek met verzoeker op 28 juni 2010; van verzoeker van 13 juli 2010;
13 13 Reactie van het Kadaster op de klacht met bijlagen van 29 september 2010; Brief van verzoeker van 22 oktober 2010; van verzoeker van 6 december 2010; Brief van verzoeker van 12 december Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond Artikel 7t Kadasterwet luidt: "1. Indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, dan wel omtrent de juistheid van een uit een andere basisregistratie dan genoemd in artikel 1a in de basisregistratie kadaster of de registratie voor schepen of luchtvaartuigen overgenomen authentiek gegeven, kan die belanghebbende onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van dat gegeven in de basisregistratie kadaster doen. De artikelen 7n, tweede tot en met vierde en zesde lid, en 7r zijn van overeenkomstige toepassing indien het verzoek betrekking heeft op een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, en artikel 7m, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing indien het verzoek betrekking heeft op een uit een andere basisregistratie overgenomen gegeven. 2. Indien een gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek tot herstel, bedoeld in het eerste lid, leidt tot verbetering, aanvulling of verwijdering van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens, bericht de Dienst dat zo spoedig mogelijk aan derden aan wie de persoonsgegevens daaraan voorafgaand zijn verstrekt, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige inspanning kost. De Dienst doet desgevraagd aan de verzoeker opgaaf van degenen aan wie is bericht. 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een ander dan een authentiek gegeven in de basisregistratie kadaster of de registratie voor schepen of luchtvaartuigen. 4. De Dienst registreert een verzoek als bedoeld in het eerste of derde lid alsmede de beslissing op dat verzoek."
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat Bureau Jeugdzorg Zeeland: hem niet heeft betrokken bij de totstandkoming van het indicatiebesluit dat is opgesteld met betrekking tot zijn minderjarige kind;
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347
Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een
Rapport. Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073
Rapport Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073 2 Klacht DE ONDERZOCHTE GEDRAGING Het in strijd met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht niet informeren van betrokkene over de mogelijkheid
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders zijn klacht niet gegrond acht en geen reden ziet om zijn oprit alsnog
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,
Rapport. Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens. Datum: 29 december Rapportnummer: 2011/368
Rapport Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens Datum: 29 december 2011 Rapportnummer: 2011/368 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College bescherming persoonsgegevens
Rapport. Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013
Rapport Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) naar aanleiding van de aanvraag deskundigenoordeel van
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er op zijn klacht van 10 februari 2008, tot het moment dat hij zich op 15 juli 2008 tot de Nationale ombudsman wendde, nog steeds niet is beslist door de
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401
Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) incorrecte informatie heeft verschaft in de brochure en op de
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk Datum: 27 december 2011 Rapportnummer: 2011/365 2 Klacht Verzoekster
Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede.
Rapport 2 p class="c3">rapport Rapport betreffende een klacht over Menzis Zorgkantoor uit Enschede. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Menzis Zorg en Inkomen uit Enschede. Datum: Rapportnummer:2011/197
Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid
Rapport. Rapport over een klacht betreffende de Inspectie voor de Gezondheidszorg Bestuursorgaan: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Rapport Rapport over een klacht betreffende de Inspectie voor de Gezondheidszorg Bestuursorgaan: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Datum: 13 oktober 2011 Rapportnummer: 2011/296 2 Klacht
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401
Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR): - pas op 24 juli 2008 een beslissing heeft genomen op de door hem op 24 augustus 2007 ingediende aanvraag voor een
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat haar dochter, vooral als gevolg van de onduidelijke informatieverstrekking door de Informatie Beheer Groep, niet tijdig over haar OV-studentenkaart heeft
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Rapport over een klacht over het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Rotterdam. Datum: 12 april Rapportnummer: 2012/061
Rapport Rapport over een klacht over het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Rotterdam. Datum: 12 april 2012 Rapportnummer: 2012/061 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Landelijk Bureau
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Brabant-Noord hem niet financieel tegemoet heeft willen komen toen hij kort na een huiszoeking een geldbedrag van 1.020 miste.
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de officier van justitie bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) op geen enkele wijze heeft gereageerd op zijn herhaalde schriftelijke verzoek
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de Nederlandse ambassade in Kampala, Uganda, bij de aanvraag om verlening van visum kort verblijf aan een vriendin uit Uganda onduidelijke informatie heeft
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de reactie van de staatssecretaris van Financiën op zijn klacht dat bij de ondertekening van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting 2007 ook de DigiD-code van
