College van Procureurs-generaal Handleiding inbeslagneming
|
|
|
- Emma Sasbrink
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 College van Procureurs-generaal Handleiding inbeslagneming Handleiding voor politie en openbaar ministerie inzake de inbeslagneming op grond van artikel 94 van het wetboek van Strafvordering Vastgesteld in de Collegevergadering d.d. 24 oktober 1995 Inwerkingtreding d.d. 1 januari Inleiding In deze handleiding, op 24 oktober 1995 vastgesteld door het college van procureurs-generaal, wordt aangegeven welk beleid het openbaar ministerie en/of de politie dient te voeren bij inbeslagneming van voorwerpen op grond van artikel 94 en artikel 94a Sv 1. Deze handleiding heeft ten doel gesignaleerde problemen op het gebied van (conservatoire) inbeslagneming zoveel mogelijk te verminderen en een uitleg van de wettelijke regeling te geven. De handleiding ziet niet op inbeslagneming op grond van artikel 94a Sv. Voor nadere aanwijzingen over inbeslaggenomen voorwerpen wordt verwezen naar het Besluit Inbeslaggenomen voorwerpen. 2. Inbeslagneming Algemeen Artikel 94 Sv geeft aan op welke gronden voorwerpen in beslag kunnen worden genomen. Een voorwerp kan in beslag worden genomen om de waarheid aan de dag te brengen, verbeurd te worden verklaard, aan het verkeer te worden onttrokken of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Inbeslagneming op andere dan de vier hierboven genoemde gronden is wettelijk niet toegestaan. Het dwangmiddel inbeslagneming dient in beginsel zo min mogelijk te worden toegepast. Een uitzondering hierop vormt uiteraard de inbeslagneming om het wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Inbeslagneming is een vormloze handeling. Door het daadwerkelijk onder zich nemen van een voorwerp is de inbeslagneming feitelijk voltooid. Formaliteiten als genoemd in artikel 94b Sv dienen in acht te worden genomen. Op grond van artikel 94 lid 3 Sv moet de opsporingsambtenaar een kennisgeving van inbeslagneming opmaken, ook al is de inbeslagneming geschied door de oy cier van justitie of de rechter-commissaris. Aan degene onder wie het voorwerp in beslag is genomen wordt in beginsel zoveel mogelijk direct na de inbeslagneming een bewijs van ontvangst afgegeven. De inbeslaggenomen voorwerpen moeten zo nauwkeurig mogelijk worden beschreven. Ook de waarde van het voorwerp moet worden bepaald. Zo nodig dient het voorwerp ook op foto of video te worden vastgelegd. Dit ter voorkoming van bewijsproblemen in de strafzaak en met het oog op eventuele schadeclaims. Bij inbeslagneming van grote partijen moet worden gekeken of snelle afwikkeling na monsterneming mogelijk is (zie verder paragraaf 6). Bevoegdheid tot inbeslagneming Bevoegd tot inbeslagneming zijn de volgende personen. Gedurende een opsporingsonderzoek kan een opsporingsambtenaar in beslag nemen, behalve tijdens een huiszoeking (artikel 95 en 96 Sv). In geval van een spoedhuiszoeking neemt de (hulp-)oy cier van justitie in beslag (artikel 97 Sv). Binnen een GVO is uitsluitend de rechter-commissaris bevoegd tot inbeslagneming (artikel 104 jo 113 Sv). Tijdens een strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo) is de oy cier van justitie bevoegd om in beslag te nemen (op grond van artikel 126b Sv). Binnen een SFO is de opsporingsambtenaar bevoegd om een ieder te bevelen: a. opgave te doen, inzage of afschriften te geven van bescheiden of gegevens; b. op te geven of, en zo ja welke vermogensbestanddelen hij onder zich heeft of heeft gehad, welke toebehoren of hebben toebehoord aan degene tegen wie het onderzoek is gericht. De aldus verstrekte schriftelijke bescheiden mogen door de opsporingsambtenaar in beslag worden genomen (artikel 126a Sv). Voorafgaand aan een sfo kan in geval van een spoedhuiszoeking de (hulp-)oy cier van justitie in beslag nemen (artikel 126 c jo 126 a en 97 Sv). Tijdens een huiszoeking in een sfo neemt de rechter-commissaris op vordering van de oy cier van justitie in beslag. (artikel 126b Sv). Bijzondere voorwerpen Voor de inbeslagneming en bewaring van bijzondere voorwerpen als dieren, sieraden, inbeslagneming op grond van milieuwetgeving, wapens, reisdocumenten, rij- en kentekenbewijzen, dient de bijlage te worden geraadpleegd. 3. Beslag tijdens GVO Indien tijdens een GVO de artikelen 116 of 117 Sv worden toegepast dient de oy cier van justitie dit te melden aan de rechter-commissaris (artikel 117a Sv). 4. Beklagmogelijkheden In de artikelen 552a Sv ev is het beklagrecht van de beslagene en andere rechthebbenden geregeld. Artikel 552ca Sv legt het openbaar ministerie de verplichting op tot naspeuring van rechthebbenden indien het vermoeden bestaat dat het inbeslaggenomen voorwerp niet uitsluitend toebehoort aan de beslagene en het openbaar ministerie het inbeslaggenomen voorwerp terug wil geven aan een ander dan de beslagene (artikel 116 lid 3 Sv). Het openbaar ministerie stelt de rechthebbende in kennis van het feit dat er beslag is gelegd. Als het openbaar ministerie toepassing geeft aan artikel 116 lid 3 Sv is het verplicht de beslagene van het voornemen tot teruggave aan de rechthebbende in kennis te stellen en hem te wijzen op de mogelijkheden om hiertegen zijn beklag te doen (art 552a Sv ev). De wet schrijft voor dat de beslagene een termijn van veertien dagen wordt gegund om een klaagschrift in te dienen. Indien de rechthebbende om afgifte van het voorwerp vraagt en het openbaar ministerie acht zich daartoe niet in staat, stelt het deze rechthebbende in kennis van zijn beklagmogelijkheden op grond van de artikelen 552a tot en met 552c Sv. Ook de rechthebbende wordt Uit: Staatscourant 1997, nr. 37 / pag. 10 1
2 een termijn van veertien dagen gegund om zijn beklag te doen. 5. Raadkamerprocedures Zolang er beslag op voorwerpen ligt, kunnen belanghebbenden ingevolge de artikelen 552a Sv een klaagschrift indienen. Belanghebbenden, anderen dan de verdachte of veroordeelde, kunnen klagen over de voorwaarden van een transactie (artikel 552b Sv). Tenslotte kunnen belanghebbenden, anderen dan de veroordeelde, binnen drie maanden nadat de beslissing uitvoerbaar is geworden, klagen over de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van de hun toekomende voorwerpen (artikel 552b Sv). Tijdens een beklagprocedure kan het beslag niet worden afgewikkeld (zie verder paragraaf 4). 6. Snelle afwikkeling van het beslag Na registratie van een beslagzaak op het parket, wordt voordat een beslissing over de onderliggende strafzaak wordt genomen, een beslissing genomen over het beslag. Indien de gronden voor het beslag zijn komen te vervallen, moet het beslag worden afgewikkeld. Indien de gronden voor het beslag nog bestaan moet worden bezien of een machtiging ex artikel 117 Sv kan worden gegeven. Indien dit niet mogelijk is moet het inbeslaggenomen voorwerp worden gedeponeerd bij de bewaarder (zie paragraaf 7). De hierna volgende aanwijzingen gelden niet voor inbeslaggenomen voorwerpen die dienen om het wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Afstand Een snelle afwikkeling van het beslag is het meest eenvoudig als de beslagene afstand heeft gedaan van het inbeslaggenomen voorwerp. Een beslagene kan schriftelijk afstand doen ten overstaan van een oy cier van justitie, een rechtercommissaris of een opsporingsambtenaar. Als afstand is gedaan moet eerst worden bezien of het wenselijk is dat de strafzaak wordt afgedaan door een transactie. De oy cier van justitie kan de beslagene/verdachte een transactie aanbieden. Een transactie kan ook uitsluitend bestaan in het afstand doen van inbeslaggenomen voorwerpen, welke vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer (artikel 74 lid 2 sub b Sr). Indien de beslagene geen afstand doet, dient geen transactie plaats te vinden. Voor de volgende beslissingen om het beslag af te wikkelen is het doen van afstand door de beslagene een vereiste. a. Teruggave aan een ander dan de beslagene b. Bewaring ten behoeve van de rechthebbende c. Last oy cier van justitie (verbeurdverklaring/onttrekking aan het verkeer) ad a. De hoofdregel in de wet is dat voorwerpen worden teruggegeven aan degene onder wie ze in beslag genomen zijn (artikel 116 lid 1 Sv). In de praktijk verdient het de voorkeur eerst na te gaan of er een rechthebbende is. De oy cier van justitie doet het voorwerp dan ingevolge artikel 116 lid 2 onder a Sv teruggeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Het beslag is hierdoor beëindigd. ad b. Op grond van artikel 116 lid 2 onder b Sv kan de oy cier van justitie gelasten dat het inbeslaggenomen voorwerp wordt bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Hij doet dit in het geval dat het duidelijk is dat het voorwerp de beslagene niet toebehoort, maar er nog niet aan de rechthebbende kan worden teruggegeven omdat deze (nog) onbekend is (bijvoorbeeld in geval van heling). Het voorwerp dient dan dus te worden gedeponeerd bij de bewaarder (zie paragraaf 7). ad c. De oy cier van justitie kan gelasten dat met het voorwerp wordt gehandeld als ware het verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer. Voorwaarde hiervoor is dat de beslagene die afstand heeft gedaan, verklaart dat het voorwerp hem toebehoort. Het beslag is hierdoor beëindigd. Geen afstand Indien de beslagene geen afstand heeft gedaan kan het openbaar ministerie op grond van artikel 116 lid 2 Sv) dezelfde beslissingen nemen als hierboven omschreven nemen. a. Teruggave aan een ander dan de beslagene b. Bewaring ten behoeve van de rechthebbende c. Last oy cier van justitie (verbeurdverklaring/onttrekking aan het verkeer) De voorwaarde is dan dat het openbaar ministerie de beslagene van de voorgenomen beslissing in kennis stelt. Een schriftelijke kennisgeving is voldoende, betekening van de beslissing is niet nodig. Indien de beslagene zich hierover niet binnen veertien dagen heeft beklaagd of de het door hem ingestelde beklag ongegrond is verklaard, kan de beslissing van het openbaar ministerie worden uitgevoerd. De onder a, b en c genoemde beslissingen zijn dan eindbeslissingen geworden, immers de beslagene heeft zijn rechten op het inbeslaggenomen voorwerp verloren. Beslissingen ongeacht afstand De volgende beslissingen kunnen worden genomen ongeacht of er afstand is gedaan of niet. d. Machtiging vervreemding om niet e. Machtiging vernietiging, vervreemding om baat, prijsgeving of bestemmen tot een ander doel f. Omzetting beslag ad d.de oy cier van justitie geeft een machtiging ex artikel 117 Sv, waarbij het voorwerp niet om baat wordt vervreemd. Door het geven van deze machtiging wordt het beslag afgewikkeld. ad e. De oy cier van justitie geeft de bewaarder een machtiging tot vervreemding om baat, vernietiging, prijsgeving of bestemming tot een ander doel dan het onderzoek (dat wil zeggen voor educatieve doeleinden). Een machtiging tot vernietiging kan worden gegeven als het voorwerp geschikt is voor onttrekking aan het verkeer (zie artikel 36c Sr). Een machtiging tot prijsgeving kan worden verleend voor inbeslaggenomen dieren die daarvoor in aanmerking komen en een machtiging tot bestemming voor een ander doel kan bijvoorbeeld worden gegeven voor vuurwapens, bijvoorbeeld ten behoeve van educatieve doeleinden binnen de politie. De criteria voor het verlenen van een machtiging tot vervreemding zijn de volgende: het voorwerp is niet geschikt voor opslag; de kosten van bewaring staan niet in redelijke verhouding tot de waarde van het voorwerp; de voorwerpen zijn vervangbaar en de tegenwaarde kan op eenvoudige wijze worden bepaald (bijvoorbeeld bij auto s, vaartuigen en audio- en videoapparatuur). Door het geven van deze machtiging wordt het beslag niet afgewikkeld. Hiervoor is nog een rechterlijke uitspraak nodig. Indien het voorwerp om baat is vervreemd blijft het beslag op Uit: Staatscourant 1997, nr. 37 / pag. 10 2
3 de opbrengst rusten (artikel 117 lid 4 Sv, zie paragraaf 7). ad f.om het artikel 94 beslag af te wikkelen kan het beslag, indien de gronden daarvoor aanwezig zijn, worden omgezet naar een artikel 94a beslag. Dit vindt plaats door het wijzigen van de beslagtitel. Aan de rechter-commissaris wordt een machtiging gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag. Deze machtiging wordt aan de beslagene betekend (artikel 103 Sv). Alvorens over te gaan tot omzetting van het beslag dient na te worden gegaan of de inbeslaggenomen voorwerpen in beginsel de beslagene toebehoren. Betekening van dit beslag dient op civielrechtelijke wijze plaats te vinden. Door wijziging van de beslagtitel wordt het beslag ex artikel 94 Sv afgewikkeld. 7. Bewaring Algemeen Na registratie van een beslagzaak op het parket, wordt voordat een beslissing over de onderliggende strafzaak wordt genomen, een beslissing genomen over het beslag. Indien het beslag op dat moment niet afgewikkeld kan worden, moeten de inbeslaggenomen voorwerpen worden gedeponeerd bij de bewaarder. De politie dient een inbeslaggenomen voorwerp na een beslissing tot deponering van het openbaar ministerie zo spoedig mogelijk bij een bewaarder te deponeren. Het openbaar ministerie dient hierop toe te zien. In beginsel duurt de bewaring van een voorwerp niet langer dan twee jaren na inbeslagneming. Bewaring door de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon Het openbaar ministerie kan op grond van artikel 116 lid 4 Sv een voorwerp in bewaring geven aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon, wanneer de beslagene het voorwerp kennelijk door middel van een strafbaar feit aan de rechthebbende onttrokken heeft of hield. Van deze mogelijkheid kan gebruik worden gemaakt in gevallen waarin het duidelijk is dat de als bewaarder aan te wijzen persoon rechthebbende is, in afwachting van toepassing van artikel 116 lid 3 Sv. Deze mogelijkheid is bedoeld om betrokkene reeds gedurende de beklagtermijn van de beslagene de gelegenheid te geven het voorwerp te gebruiken. Vervreemden of vernietigen is hem niet toegestaan. Bij toepassing van artikel 116 lid 4 Sv sluit de oy cier van justitie een contract met de bewaarder waarin zijn bevoegdheden zijn neergelegd. Het standaard-contract is als bijlage bij deze handleiding gevoegd. De oy cier van justitie stelt gelijktijdig de beslagene ingevolge art. 116 lid 3 Sv schriftelijk op de hoogte van zijn beklagmogelijkheden. Indien de beslagene geen gebruik maakt van zijn beklagmogelijkheden of zijn beklag door de rechter niet gegrond wordt verklaard doet het openbaar ministerie alsnog op grond van artikel 116 lid 3 Sv de voorwerpen aan de rechthebbende teruggeven. Bewaring ten behoeve van een rechthebbende Op grond van artikel 116 lid 2 onder b Sv kan de oy cier van justitie gelasten dat het inbeslaggenomen voorwerp wordt bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Hij doet dit in het geval dat het duidelijk is dat het voorwerp de beslagene niet toebehoort, maar er nog niet aan de rechthebbende kan worden teruggegeven omdat deze (nog) onbekend is. Zodra de rechthebbende bekend is, geeft de bewaarder het voorwerp aan hem terug. Hierdoor is het beslag beëindigd. Is dit niet het geval dan dient de oy cier van justitie ter terechtzitting de bewaring ten behoeve van de rechthebbende als eindbeslissing te vorderen (zie paragraaf 8). De bewaarder die het voorwerp bewaart kan gebruik maken van zijn bevoegdheden zoals hieronder omschreven. Bewaarders Artikel 1 van het Besluit Inbeslaggenomen Voorwerpen noemt de categorieën bewaarders. De oy cier van justitie wijst voor de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen een in het Besluit Inbeslaggenomen Voorwerpen genoemde bewaarder aan. Bij uitzondering kan de oy cier van justitie in bijzondere gevallen een andere bewaarder aanwijzen (artikel 118 lid 2 Sv). De oy cier van justitie beoordeelt of het in verband met het behoud, de bestemming of de beveiliging van het voorwerp nodig is een bijzondere bewaarder aan te wijzen. Beëindiging beslag door de bewaarder De bewaarder van inbeslaggenomen voorwerpen kan op ieder moment het openbaar ministerie schriftelijk verzoeken om een machtiging vervreemding, vernietiging, prijsgeving of bestemming tot een ander doel dan het onderzoek (artikel 117 lid 1 Sv). Wanneer het openbaar ministerie niet binnen zes weken een beslissing heeft genomen is de bewaarder bevoegd te handelen alsof hem de machtiging is verleend. Het is derhalve zaak om altijd op de verzoeken van de bewaarders te beslissen. Indien er een derde-rechthebbende is verdient het aanbeveling het verlenen van de machtiging voorlopig te weigeren en de derde op zijn beklagmogelijkheden te wijzen. Indien de derde van zijn beklagmogelijkheden geen gebruik maakt of zijn beklag ongegrond wordt verklaard, kan het verlenen van de machtiging alsnog worden overwogen. De bewaarder mag de bewaring na tijdsverloop van twee jaren na de inbeslagneming of drie maanden na de onherroepelijke einduitspraak beëindigen (artikel 118 lid 3 en 4). Hij stelt het openbaar ministerie van zijn bevoegdheid in kennis. Indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen meedeelt hiertegen bezwaar te hebben, mag de bewaarder het voorwerp vernietigen, vervreemden, prijsgeven of bestemmen tot een ander doel. Het is derhalve van belang dat het openbaar ministerie alert is op berichten van de bewaarder. Beslag op opbrengst Indien een bewaarder een voorwerp met een machtiging van het openbaar ministerie vervreemdt blijft het beslag op de opbrengst rusten. De bewaarder dient de opbrengst te melden aan het openbaar ministerie (zie verder paragraaf 8). Indien in een later stadium van de strafzaak een last tot teruggave wordt gegeven, doet het openbaar ministerie de bewaarder de opbrengst van het inbeslaggenomen voorwerp teruggeven. In artikel 119 Sv worden de rechten en plichten van de bewaarder geregeld en wat de bewaarder dient te doen indien hij niet aan een last tot teruggave kan voldoen. 8. Vorderingen ter terechtzitting Artikel 353 Sv verplicht de rechter een last met betrekking tot het beslag te geven, ook in geval van een vrijspraak of een ontslag van rechtsvervolging. Om een beslissing van de rechter te verkrijgen moeten zaken waarin sprake is van inbeslaggenomen voorwerpen tenlastegelegd worden. De oy cier van justitie dient ervoor zorg te dragen dat Uit: Staatscourant 1997, nr. 37 / pag. 10 3
4 voordat het strafdossier naar de rechter gaat een beslaglijst in het dossier wordt gevoegd (artikel 309 lid 1 Sv). Op deze lijst wordt naast de inbeslaggenomen voorwerpen ook de opbrengst van vervreemde voorwerpen vermeld. In het algemeen zal de beslaglijst kort zijn. Het streven is immers zoveel mogelijk het beslag af te wikkelen vóór de zitting. De oy cier van justitie requireert ter zitting tot oplegging van een straf of maatregel en als onderdeel daarvan de onttrekking aan het verkeer of verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen. Hij kan eveneens teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbende dan wel aan de beslagene, of bewaring ten behoeve van de rechthebbende vorderen. Deze laatste vordering is bedoeld voor het geval het duidelijk is dat het voorwerp de beslagene niet toebehoort, maar er (nog) geen rechthebbende bekend is, bijvoorbeeld in geval van heling. Ook indien het feit niet bewezen is kan de rechter tot bewaring ten behoeve van de rechthebbende beslissen. Het is zaak dat de oy cier van justitie hem hierop attendeert. Dit voorkomt dat de rechter, ondanks het bepaalde in artikel 353 Sv, geen beslissing over het beslag neemt. 9. Resterend beslag In het geval de rechter geen beslissing neemt over het beslag, ondanks het bepaalde in artikel 353 Sv, moet het beslag alsnog worden afgewikkeld. De oy cier van justitie kan dan, voor zover de inbeslaggenomen voorwerpen zich daartoe lenen, een afzonderlijke vordering tot onttrekking aan het verkeer doen op grond van artikel 36b Sr. Indien dit niet mogelijk is, moeten de inbeslaggenomen voorwerpen aan de beslagene worden teruggegeven. Ook teruggave aan de redelijkerwijs rechthebbende of bewaring ten behoeve van de onbekende rechthebbende is mogelijk zo nodig na een procedure ex artikel 116 lid 3 Sv (zie paragraaf 4). 10. Hoger beroep en beslag Het administratieve beheer van de inbeslaggenomen voorwerpen is ondergebracht bij de arrondissementsparketten. Dit betekent dat in geval van hoger beroep een goede communicatie tussen de eerste en de tweede lijn noodzakelijk is. Dit vooral van belang in verband met de bevoegdheden die de bewaarder heeft om een voorwerp na bepaalde tijdsverloop te vernietigen (zie paragraaf 7). Een verzoek van een bewaarder tot verlening van een machtiging ex artikel 117 Sv tijdens het hoger beroep dient door de oy cier van justitie dan wel de advocaat-generaal tot wie het verzoek wordt gericht in beginsel voorshands te worden afgewezen. Dit om de termijn veilig te stellen en overleg te plegen over de vraag of afwikkeling van het beslag mogelijk is of dat het hoger beroep moet worden afgewacht. Pas nadat overleg heeft plaatsgevonden, kan een inhoudelijke beslissing op het verzoek tot het verlenen van een machtiging worden genomen. Bijlage Bijzondere voorwerpen Dieren In artikel 1 van het Besluit Inbeslaggenomen Voorwerpen is de provinciale voedsel commissaris (pvc) aangewezen als bewaarder van dode en levende dieren. Inbeslagneming van dieren geeft vaak problemen en is zeer kostbaar. Daarom vindt vooroverleg plaats tussen de opsporingsinstantie en de oy cier van justitie voordat tot inbeslagneming wordt overgegaan. Bekeken wordt of er andere manieren zijn om de verboden gedraging op te heven. Als inbeslagneming noodzakelijk is overlegt de oy cier van justitie met de pvc. De pvc is verantwoordelijk voor het zoeken van een geschikte bewaarplaats voor de dieren. Inbeslaggenomen uit het wild gevangen dieren dienen voor zover mogelijk zo spoedig mogelijk te worden teruggeplaatst in de natuur. Deze dieren worden daartoe gedeponeerd in overleg met de pvc. Vervolgens geeft het openbaar ministerie de pvc zo spoedig mogelijk een machtiging prijsgeving of vervreemding om niet (ex artikel 117 lid 1 Sv) met de aantekening dat de dieren voor zover mogelijk moeten worden teruggeplaatst in de natuur. De pvc kan dan in overleg met de Directie Natuurbeheer van het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij over terugplaatsing beslissen. Sieraden Voor waardebepaling achteraf is het bij de inbeslagneming van sieraden van het grootste belang dat deze zorgvuldig worden omschreven en eventueel worden gefotografeerd in kleur. Taxatie verdient aanbeveling, zeker in het geval vervreemding om baat wordt overwogen. Inbeslagneming op grond van milieuwetgeving Inbeslagneming van chemische afvalstoven dient zoveel mogelijk te worden voorkomen, bijvoorbeeld door toepassing van bestuurlijke dwangmaatregelen. Indien inbeslagneming onvermijdelijk is, dient, zodra het onderzoek dit toelaat, -eventueel na monsterneming- een machtiging tot vernietiging aan de bewaarder te worden verleend. Inbeslaggenomen vuurwerk (zowel legaal als illegaal) is niet voor opslag geschikt en kan dus direct na inbeslagneming worden vernietigd of vervreemd (artikel 117 lid 1 Sv jo artikel 10 lid 1 onder 4 Besluit Inbeslaggenomen Voorwerpen). De Dienst der Domeinen te Amsterdam en te Gilzen Rijen zijn aangewezen als bewaarplaats (zie de brief van het Stafbureau Openbaar Ministerie d.d. 6 december 1994 aan de milieu-oy cieren van justitie). Wapens Van inbeslaggenomen schiet-, steek-, slag- en stootwapens dient een beschrijving en een foto te worden gemaakt. Vervolgens worden de wapens gedeponeerd bij de Divisie Logistiek van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Het KLPD is gevestigd aan de Hogekampweg 2, Postbus 608, 7300 AP Apeldoorn. Aan het KLPD kan vervolgens een machtiging tot vernietiging ex artikel 117 lid 1 Sv worden verleend. Als inbeslaggenomen wapens ter zitting als stuk van overtuiging moeten worden getoond doet het parket veertien dagen voor de zitting een verzoek tot overbrenging aan de Divisie Logistiek van het KLPD. Deze zal het wapen overbrengen. Reisdocumenten Indien Nederlandse reisdocumenten worden ingenomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, worden deze, als het belang van het onderzoek zich daar niet meer tegen verzet, per aangetekende post en met gebruikmaking van een standaardformulier te worden gezonden aan: 1) indien er met het reisdocument zelf geen onregelmatigheden zijn gepleegd, de Burgemeester van de gemeente waar de houder blijkens de woonplaats, ver- Uit: Staatscourant 1997, nr. 37 / pag. 10 4
5 meld in het reisdocument in het persoonsregister is opgenomen; 2) in alle andere gevallen de Minister van Binnenlandse Zaken. Door deze instanties zal worden nagegaan of aan betrokkene inmiddels een nieuw reisdocument is verstrekt. De bedoelde instanties kunnen daarna beoordelen of het reisdocument aan betrokkene kan worden teruggegeven dan wel definitief onttrokken moet worden aan het verkeer. Het reisdocument dient in deze gevallen derhalve niet aan de houder terug te worden gegeven. Buitenlandse reisdocumenten dienen te worden gezonden naar de Minister van Buitenlandse Zaken. Dit onderwerp is nader geregeld in de Paspoortcirculaire van 20 juli 1993, Staatscourant 30 juli 1993, 143. Rij- en kentekenbewijzen Inbeslaggenomen Nederlandse blanco en valse rijbewijzen en valse kentekenbewijzen dienen na onderzoek te worden opgestuurd naar de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). De RDW is gevestigd aan het Skagerrak 10, Postbus 30000, 9640 RA Veendam. 1 Met de inwerkingtreding van deze richtlijn vervallen de richtlijnen voor het beleid van het openbaar ministerie en de politie inzake inbeslagneming (algemeen), 10 november 1978, Stcrt. 1980, 103. Uit: Staatscourant 1997, nr. 37 / pag. 10 5
Citeertitel: Landsbesluit bewaring inbeslaggenomen voorwerpen =====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van ter uitvoering van enkele artikelen van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (AB 1996 no. 75) inzake de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen
Rapport. Een onderzoek naar een klacht over de inbeslagname van een scooter. Oordeel
Rapport Een onderzoek naar een klacht over de inbeslagname van een scooter. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie te Den Haag gegrond. Datum: 13 november 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:2714
ECLI:NL:RBAMS:2017:2714 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 25-04-2017 Datum publicatie 01-05-2017 Zaaknummer RK 16/7321 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Rekestprocedure
Richtlijn inbeslagneming bij verkeersdelicten
College procureurs-generaal Richtlijn inbeslagneming bij verkeersdelicten Vastgesteld in de vergadering van het college van procureurs-generaal d.d. 20 december 1995 Inwerkingtreding d.d. 1 maart 1996
BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING Gelezen het namens [klager] ingediend verzoekschrift, welke ertoe strekt dat het Hof
ECLI:NL:RBAMS:2016:9239
ECLI:NL:RBAMS:2016:9239 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 08-11-2016 Datum publicatie 23-01-2017 Zaaknummer 16/4106 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Rekestprocedure Inhoudsindicatie
Handboek beslag en ontneming
Handboek beslag en ontneming Voorblad Circulaire Aanvullingsblad 1 e aanvulling, juli 1997 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 Definities, afkortingen en globale schets van de procedures 3 De rol van
ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012
ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage
Een onderzoek naar een klacht over de afwikkeling van in beslag genomen voorwerpen.
Rapport Een onderzoek naar een klacht over de afwikkeling van in beslag genomen voorwerpen. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over de regionale politie-eenheid Oost-Brabant en het parket
3. Alvorens ik toekom aan de bespreking van het middel, besteed ik aandacht aan de vraag of de klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
ECLI:NL:PHR:2016:606 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 07-06-2016 Datum publicatie 07-07-2016 Zaaknummer 15/03064 Formele relaties Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:1420, Gevolgd Rechtsgebieden
Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag
RAPPORT Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag Een onderzoek naar een afwijzing van het Openbaar Ministerie in Den Haag om kosten na vrijspraak te vergoeden. Oordeel Op basis van het onderzoek
ECLI:NL:RBAMS:2017:3217
ECLI:NL:RBAMS:2017:3217 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 07-03-2017 Datum publicatie 15-05-2017 Zaaknummer 16-6064 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Rekestprocedure Inhoudsindicatie
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014 Rapportnummer: 2014/082 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat de politie-eenheid
ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8408 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8408 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 17-12-2010 Datum publicatie 22-12-2010 Zaaknummer 24-002079-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht
Gemeentewet. Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad. Artikel 151b
Verruiming fouilleerbevoegdheden, versie 6 april 2011 internetconsultatie: de relevante bepalingen van de huidige Gemeentewet en Wet wapens en munitie en van de toekomstige Politiewet 201x, met daarin
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende straf
ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999
ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999 Instantie Datum uitspraak 16-05-2012 Datum publicatie 16-05-2012 Zaaknummer 20-002733-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Strafrecht
Gevonden en verloren voorwerpen: beleidsregel, volmacht en begrotingswijziging
B en W. nr. 12.0691 d.d. 3-7-2012 Onderwerp Gevonden en verloren voorwerpen: beleidsregel, volmacht en begrotingswijziging Burgemeester en wethouders besluiten:behoudens advies van de commissie 1. een
ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 10-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-000872-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger
Memo. We onderscheiden bij de handhaving vier categorieën. Categorie 1. Verschrijvingen bij naw gegevens
Memo Van Openbaar Ministerie Datum 13 februari 2013 Onderwerp Handhavingsbeleid artikel 437 SR Handhavingsbeleid artikel 437 SR Het handhavingsbeleid ten aanzien van van artikel 437 Wetboek van Strafrecht
Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190
Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in
32 539 Wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en de Binnenvaartwet in verband met de invoering van de ontzegging van de vaarbevoegdheid
TWEEDE KAMER DER 2 STATEN-GENERAAL Vergaderjaar 2010-2011 32 539 Wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en de Binnenvaartwet in verband met de invoering van de ontzegging van de vaarbevoegdheid Nr. 2
Geachte heer Brenninkmeijer, d.d. 6 november 2007 bericht ik u als volgt. Nationale ombudsman rapport Op waarde geschat
Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken De Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC 'S-GRAVENHAGE Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 11 maart 2008 6 november 2007; BJZ 2008 0137 M 2007.06666.014 Onderwerp
ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518
ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 Instantie Datum uitspraak 17-10-2011 Datum publicatie 25-10-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-003332-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht
opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen
In de eindtermen (juni 2005) voor de opleiding BOA wordt verwezen naar een aantal artikelen van wetten. Deze wetten zijn: de Algemene wet op het Binnentreden (Awob) Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Rapport. Rapport over een klacht over de hoofdofficier van justitie te Den Haag. Datum: 3 juni 2014. Rapportnummer: 2014/044
Rapport Rapport over een klacht over de hoofdofficier van justitie te Den Haag. Datum: 3 juni 2014 Rapportnummer: 2014/044 2 Klacht Meneer Jansen1 klaagt erover dat de hoofdofficier van justitie onvoldoende
U wordt verdacht. Inhoud
Inhoud Deze brochure 3 Aanhouding en verhoor 3 Inverzekeringstelling 3 Uw advocaat 4 De reclassering 5 Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 5 Beperkingen en rechten 5 Voorgeleiding bij de officier
ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273
ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 31-03-2004 Datum publicatie 08-04-2004 Zaaknummer 06/060115-03 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
==================================================================== Artikel 1
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van enkele artikelen van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (AB 1996 no. 75) inzake de verlening van toevoegingen in strafzaken
ECLI:NL:HR:2010:BO2558
ECLI:NL:HR:2010:BO2558 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 02-11-2010 Datum publicatie 03-11-2010 Zaaknummer 09/00354 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO2558
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4692 Instantie Datum uitspraak 19-03-2013 Datum publicatie 19-03-2013 Zaaknummer 21-000368-12 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGRO:2009:BH3578,
Rapport. Datum: 9 november 2007 Rapportnummer: 2007/251
Rapport Datum: 9 november 2007 Rapportnummer: 2007/251 2 Klacht Verzoeker deed op 2 maart 2004 aangifte tegen zijn buurman, de heer Y, wegens vernieling van een aantal bomen, struiken en planten. Verzoeker
RAAD VAN DISCIPLINE. Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort s-hertogenbosch van 25 april 2018
18-194/DB/ZWB ECLI:NL:TADRSHE:2018:65 RAAD VAN DISCIPLINE Beslissing in de zaak onder nummer van: 18-194/DB/ZWB Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort s-hertogenbosch van
Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling
Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen Art. 9:1. 1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan
Onderwerp: Beleidsregel gevonden en verloren voorwerpen gemeente Overbetuwe 2011
Onderwerp: Beleidsregel gevonden en verloren voorwerpen gemeente Overbetuwe 2011 Ons kenmerk: 11BWB00011 Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe; gelet op artikel 4:81 e.v. van de Algemene
Deze brochure 3. Aanhouding en verhoor 3. Inverzekeringstelling 4. De reclassering 5. Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 5
U WORDT VERDACHT INHOUD Deze brochure 3 Aanhouding en verhoor 3 Inverzekeringstelling 4 De reclassering 5 Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 5 Beperkingen en rechten 6 Voorgeleiding bij de
U wordt verdacht. * Waar in deze brochure hij staat, kan ook zij worden gelezen.
U wordt verdacht Dit document bevat de alternatieve tekst van het origineel. Dit document is bedoeld voor mensen met een visuele beperking, zoals slechtzienden en blinden. * Waar in deze brochure hij staat,
ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011
ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 16-11-2011 Datum publicatie 18-11-2011 Zaaknummer 13/656781-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig
Een onderzoek naar de wijze van taxeren door Domeinen Roerende Zaken
Rapport Schade veroorzaken, maar niet vergoeden Een onderzoek naar de wijze van taxeren door Domeinen Roerende Zaken Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over Domeinen Roerende Zaken gegrond.
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 42315 25 juli 2017 Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen Rechtskarakter: Aanwijzing
Voordracht OM. in de strafzaak Bientu (PERS) Gerecht in Eerste Aanleg van Curacao
Voordracht OM in de strafzaak Bientu (PERS) Forum Gerecht in Eerste Aanleg van Curacao Verdachten 1. R.A. dos Santos (500.00430/12) 2. Administratiekantoor Dollar N.V. (500.00119/15) 3. Jamaroma Lotteries
Beleidslijn gevonden en verloren voorwerpen. 8 januari 2013
Beleidslijn gevonden en verloren voorwerpen 8 januari 2013 Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijvingen 5 Artikel 2 Toepassingsbereik 5 Artikel 3 Aangifte en registratie 5 Artikel 4 In bewaring geven;
Aanbeveling binnentreding woning i.v.m. nutsvoorzieningen
Aanbeveling binnentreding woning i.v.m. nutsvoorzieningen aan LOVCK&T van Expertgroep Burgerlijk procesrecht datum 29 mei 2019 onderwerp Aanbeveling binnentreding woning i.v.m. nutsvoorzieningen / reële
Als er sprake is van een incident op heterdaad (tijdens of kort na plegen) en het gaat om een mishandeling of een bedreiging met mishandeling:
1-2-3 Aangiftewijzer Geweld, bedreiging en belediging tegen de gerechtsdeurwaarder Soms heeft de gerechtsdeurwaarder te maken met agressie en geweld. Helaas worden strafbare feiten niet altijd en automatisch
GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken
parketnummer : 20.001938.96 uitspraakdatum : 29 april 1997 verstek dip GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
A 2017 N 77 (GT) PUBLICATIEBLAD. De tweede waarnemende Gouverneur van Curaçao, Heeft goedgevonden: Artikel 1
A 2017 N 77 (GT) PUBLICATIEBLAD LANDSBESLUIT van de 10 de augustus 2017, no. 17/2051, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Rifbeheerverordening Curaçao 1 De tweede waarnemende Gouverneur
ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355
ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 20-11-2007 Datum publicatie 21-11-2007 Zaaknummer 19.830186-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem Afdeling strafrecht Parketnummer: X Uitspraak d.d.: 15 juni 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger
Toetsmatrijs Wettelijke Kaders Onderwijs Generiek 1 januari 2018
Domein: III: Onderwijs Toetsvorm: 50 gesloten vragen Kennisonderdeel: Wettelijke Kaders Onderwijs Generiek Toetsduur: 60 minuten Cesuur: 55% met correctie voor de gokkans Onderwerp Begrip/Artikel Toetsterm
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 834 Wijziging van enige bepalingen in het Wetboek van Strafvordering inzake het rechtsgeding voor de politierechter en de mededeling van vonnissen
Bijlage: Afstemmingsprotocol onderzoeksraad voor de veiligheid - openbaar ministerie. De onderzoeksraad voor veiligheid Openbaar Ministerie
Bijlage: Afstemmingsprotocol onderzoeksraad voor de veiligheid - openbaar ministerie Afstemmingsprotocol De onderzoeksraad voor veiligheid Openbaar Ministerie Inleiding Indien naar een voorval zowel een
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 383 Wet van 28 augustus 2009 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen
Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11
ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere
