Deze FAQ omvat vier delen:
|
|
|
- Kurt van der Linden
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 FAQ statuut - Inhoudstafel Deze FAQ omvat vier delen: 1. Administratief statuut 2. Geldelijk statuut 3. Arbeidstijd 4. Ambulanciers niet-brandweerman 1
2 FAQ statuut - Inhoudstafel Inhoudstafel ADMINISTRATIEF STATUUT BOEK 1. - Algemene bepalingen Q1 Zal de Koning, zoals in het verleden, een model van (organiek) reglement vaststellen voor de punten die door de zoneraad moeten bepaald worden (b.v. vergoeding van de vrijwilligers, )? Q2 Moet er een soort organiek reglement voor de zone worden gemaakt? Q3. Kan het kroontje op het insigne in de vorm van een blauwe of rode driehoek nog gedragen worden door de verantwoordelijken van de posten? Q4. Wat met een stagiair-onderluitenant? Wordt deze persoon ook ingeschaald naar stagiair- LUITENANT en krijgt hij dan ook 2 sterren in de plaats van 1 ster op zijn insigne? Q5. Mag men binnen de zone overgaan tot professionalisering voor vacante betrekkingen in de graad van brandweerman of is men wettelijk verplicht hier in eerste instantie voor aanwerving te kiezen? Q6 In het KB van 19/04/2014 is meermaals sprake van de zonecommandant, of zijn afgevaardigde. Welke procedure moet gevolgd worden om de afgevaardigde aan te stellen? Door wie, wie kan aangesteld worden,...? BOEK 2. Rechten en plichten Titel 1. Algemene rechten en plichten Titel 2. Bijzondere plichten bij interventies Q1 Moet de zonecommandant de hoogste in graad zijn binnen de zone? BOEK 3. Onverenigbaarheden en cumulatie van beroepsactiviteiten Titel 1. Onverenigbaarheden Q1 Je bent beroepsbrandweerman in een korps en daarnaast vrijwillig sergeant in een korps in dezelfde zone. Is dit een onverenigbaarheid en zijn er overgangsmaatregelen voorzien (uitdoofbeleid)? Welke graad krijgt de betrokkene? Q2 Is het mogelijk om de functie van administratief personeelslid van de zone te cumuleren met een functie als vrijwilliger binnen dezelfde zone? Q3 Ik ben beroepsofficier bij een korps en vrijwilliger bij een ander korps. De korpsen behoren tot dezelfde zone. In de beide functies heb ik dezelfde graad en ik kies om beroeps te blijven. In artikel 22 1 lees ik de onverenigbaarheid tussen beroeps en vrijwilliger. In artikel 23 lees ik dat de raad de onverenigbaarheid moet vaststellen en die moet dan beëindigd worden binnen de 6 maanden. Kan ik nog 6 maanden de beide functies (beroeps en vrijwilliger) blijven uitoefenen na de start van de hulpverleningszone?... 44
3 FAQ statuut - Inhoudstafel Q4 Is er een regeling voorzien voor administratieve medewerkers van de zone die ook vrijwilliger is in dezelfde zone. Wat is de voorziene regeling als een administratieve kracht tijdens zijn werkuren in de hoedanigheid van administratief personeelslid wordt opgeroepen als vrijwilliger voor een interventie? Moet dit gezien worden als een dienstvrijstelling met behoud van wedde en moet dit personeelslid dan eveneens betaald worden als vrijwillige brandweer? Of kan hij enkel betaald worden voor zijn interventie en moet dit personeelslid dienstvrijstelling krijgen zonder behoud van zijn wedde? Q5 Wat moet er gebeuren als een administratief personeelslid tijdens zijn diensttijd opgeroepen wordt voor een interventie en tijdens deze interventie een ongeval krijgt? Kan dit gezien worden als een arbeidsongeval? Q6 We hebben een beroepsbrandweerman die een verlof wegens persoonlijke aangelegenheden heeft bekomen bij het stadsbestuur. Dit verlof loopt nog steeds. Heft dit verlof de onverenigbaarheid tussen beroeps- en vrijwilligerspersoneel op en kunnen we hem als vrijwilliger prestaties laten leveren? Zo niet: kan dit eventueel in een opt-out regeling? Q7 Iemand was voor de zonevorming beroepsbrandweerman in post A en vrijwillig brandweerman in post B. Door de zonevorming vallen beide posten nu in dezelfde zone. Is er een overgangsmaatregel voor deze persoon of wordt hij geacht vanaf het moment van de zonevorming te hebben gekozen voor zijn beroepsfunctie of zijn vrijwilligersfunctie? Titel 2. Cumulatie van beroepsactiviteiten van het beroepspersoneelslid BOEK 4. - De aanwerving, de aanwervingsstage en de benoeming Titel 1. De aanwerving Hoofdstuk 1. Het federaal geschiktheidsattest Q1 Zijn de kosten verbonden aan het bekomen van een medisch attest om de geschiktheidsproeven te mogen aanvangen ten laste van de kandidaat? Q2 Wanneer ik in de toekomst zou solliciteren voor de functie van beroepsbrandweerman, hetzij in mijn huidige zone, hetzij in een andere brandweerzone, moet ik dan nog een federaal geschiktheidsattest behalen? Of beschouwt men dit als "behaald" omwille van x-aantal jaren actieve dienst en behaalde brevetten? Q3 Is er al duidelijkheid wanneer en hoe dit federaal geschikhteidsattest kan behaald worden? Ligt dit in de schoot van de zones of van de provinciale scholen? Hoofdstuk 2. Oproep tot kandidaten door de raad Q1 In art 36 van het administratief statuut staat vermeld dat de raad een woonplaats- of beschikbaarheidsverplichting voor vrijwillige personeelsleden kan opleggen door middel van een beslissing gemotiveerd in functie van de operationele organisatie van de zone. Momenteel hebben sommige korpsen in onze zone deze verplichting ook voor beroepspersoneelsleden in
4 FAQ statuut - Inhoudstafel hun statuut opgenomen. Kan/mag de raad dit ook opleggen voor (bepaalde) beroepspersoneelsleden in functie van de operationele organisatie van de zone (vb. voor de officieren van wacht)? Q2 (a) Artikel 37 en 38 KB administratief statuut bepalen dat de aanwerving onderworpen is aan het slagen in een vergelijkend examen en een eliminerend medisch onderzoek. Mogen we ervan uitgaan dat het vergelijkend examen ook eliminerend is/kan zijn? De term eliminerend staat uitdrukkelijk vermeld voor de term het medisch onderzoek, maar niet voor de term een vergelijkend examen. Het is toch niet de bedoeling om alle kandidaten op te nemen in een rangschikking? (b) Wat wordt begrepen onder operationele redenen die nodig zijn om een bijkomende proef in het vergelijkend examen te kunnen voorzien. Is deze bijkomende proef eliminerend of kan deze eliminerend zijn? Q3 Mag de zone aanwervingsreserves aanleggen van vrijwillige brandweerlieden ingedeeld per post (op basis van een keuze die zij zelf maken en ifv de woonplaats / beschikbaarheidsverplichting) iplv per zone, met het oog op vermindering van de administratieve lasten (iedereen van de reserve aanschrijven ingeval van vacature)? Q4 Is de raad verplicht om, indien er twee verschillende soorten reserves zouden zijn, vb een aanwervingsreserve en een bevorderingsreserve, de oudste reserve aan te spreken ingeval van vacature? Hoofdstuk 3. De aanwerving van het personeel van het basiskader Q1 Mogen wij in een aanwervingsprocedure kandidaten toelaten die geen militiegetuigschrift afgeven omdat zij niet onder de dienstplichtwet vallen? Hoofdstuk 4. De aanwerving van het personeel van het hoger kader Q1 Art 38 adm statuut: is de wervingsreserve verplicht of niet? Titel 2. De aanwervingsstage Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Q1 Artikel 39 laatste lid staat: De aanwervingsstage eindigt één jaar na het behalen van het brevet, door Ons bepaald, op basis van een beraadslaging door de Ministerraad. Wat met vrijwilligers die reeds een brevet hebben? Stel een vrijwilliger slaagt in het federaal geschiktheidsattest en slaagt in de zonale proef, hoe dient zijn proeftijd dan te worden geregeld? Want de aanwervingsstage start met het volgen van de opleiding door ons bepaald Q2 In art 41 laatste lid staat: de raad neemt de kosten voor het behalen van het rijbewijs C of C1 en voor het behalen van het brevet ambulancier voor zijn rekening. Wat betekent dit concreet? Dient enkel de eerste poging voor het behalen van het rijbewijs C te worden betaald
5 FAQ statuut - Inhoudstafel of dient elke poging door de zone te worden betaald? Mag de raad na het slagen voor het rijbewijs C de kosten terugbetalen aan de stagiair? Q3 Art 39, zesde lid en art 47, 2 adm statuut: moet de stage van de vrijwilliger volbracht worden binnen de maximumtermijn van 5 jaar, inclusief de eventuele verlengingen (max 2x 6 maand) nav een negatieve evaluatie of mogen deze eventuele verlengingen bovenop de 5 jaar komen? Q4 Is er een mogelijkheid om de stage in te korten voor een stagedoende beroepsbrandweer man/vrouw, en de jaren als vrijwilliger( 28 jaar) alsook de jaren als gedetacheerd ( 16 jaar) brandweer personeel te laten meetellen als stage? Hoofdstuk 2. Evaluatie tijdens de aanwervingsstage Q1 Bij een negatief voorstel van evaluatie door de stagebegeleider kan het, wanneer de stagiair het geval wenst voor te leggen aan de stagecommissie voor advies, tot 4 maand duren alvorens definitief uitspraak wordt gedaan over het ontslag/de verlenging. (Boek 4, titel2, hfdst.2, art. 49). Dient met deze termijn van 4 maand rekening gehouden te worden voor het bepalen van het evaluatiemoment? Of wordt de stageperiode bij overschrijding hier automatisch mee verlengd? In dit laatste geval, dient deze feitelijke verlenging mee in rekening gebracht als uiteindelijk wordt beslist tot verlenging van de stage? Of komt de 6 maand verlenging er bovenop? Q2 Hoe moet de stagecommissie opgericht worden en moet deze bij elke afsluiting van een stage opgericht worden? is hiervoor een formeel besluit (raad, college, zonecommandant) vereist? Titel 3. De benoeming Q1 Moet nieuw brandweerpersoneel nog een eed afleggen? Q2 Artikel 51 heeft het over stilzwijgende vernieuwing van de benoeming van de vrijwillige brandweerman. Hieronder versta ik dat er geen beslissing van de zoneraad vereist is voor vrijwilligers die men wenst te behouden. Aan wie moet de zonecommandant dan zijn advies uitbrengen? Of is er toch steeds een beslissing van de zoneraad vereist? BOEK 5. De loopbaan Titel 1. De bevordering door verhoging in graad Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. - De bevorderingsvoorwaarden Q1 Moeten de 180 uren in het kader van de bevordering van vrijwilligers berekend worden volgens de reële prestaties of op basis van het aantal uren dat wordt uitbetaald? Hoofdstuk 3. - De bevorderingsstage... 53
6 FAQ statuut - Inhoudstafel Afdeling 1. Algemene bepalingen Afdeling 2. De evaluatie tijdens de bevorderingsstage Afdeling 3. - De evaluatie op het einde van de bevorderingsstage Titel 2. Mobiliteit Q1 Wil dit zeggen dat we van korps kunnen veranderen als we aan deze voorwaarden voldoen? Of wil dit zeggen dat de zone ons 'vrij' kan laten veranderen van korps, en we dus op een ander gebied in de zone terecht kunnen komen? Q2 Wat wil de 'mobiliteitsproef' zeggen? Q3 Wat betekent niet geschorst zijn bij wijze van tuchtmaatregel in artikel 70 van het KB van 19/04/2014? Hoofdstuk 1. - Mobiliteit in dezelfde graad Hoofdstuk 2. -Bevordering door mobiliteit Titel 3 De professionalisering Q1 Het is me niet duidelijk hoe die procedure van de professionalisering gelezen moet worden. In concreto: moet de zone bij een professionalisering eerst een oproep doen aan de beroepsbrandweermannen die aan de voorwaarden voldoen (art.90, eerste lid) om te promoveren tot een hogerliggende graad of kan men onmiddellijk opteren om de professionalisering op te starten (art.3 + art.90, tweede lid). Geldt de professionalisering enkel bij ontstentenis van geschikte kandidaten uit het beroepskader? En zo ja: hoe bepaalt men dat? Op papier of middels een proef? Q2 Kan een professionnaliseringsreserve aangelegd worden? Q3 Kan men ook professionaliseren naar een lagere graad dan diegene die men heeft? [Q4 Komt op basis van de gelijkstellingstabel een vrijwilliger met 2 jaar ervaring als luitenant in aanmerking voor een professionalisering tot kapitein? Hoofdstuk 1. - Professionalisering in dezelfde graad en binnen dezelfde zone Hoofdstuk 2. - Professionalisering door mobiliteit in een andere zone Titel 4. De wedertewerkstelling Hoofdstuk 1 Algemeen Q1 Geldt de voortgezette opleiding van 24 uur ook voor de wedertewerkgestelde? Q2 Het wedertewerkgestelde personeelslid behoudt zijn rechten inzake weddeschaal totdat hij een voordeligere weddeschaal geniet in de functie waarin hij wedertewerkgesteld is. Wat betekent dit juist? Hoofdstuk 2 Wedertewerkstelling omwille van medische redenen... 57
7 FAQ statuut - Inhoudstafel Q1 Is er een verschil tussen wedertewerkstelling medische redenen nav een arbeidsongeval en wedertewerkstelling medische redenen tav privé-ongeval of gewone ziekte? Q2 Wat indien iemand operationeel is en afwezig is door een arbeidsongeval, behoudt betrokkene dan voor de shift dat hij afwezig is wegens AO het recht op een operationaliteitspremie? Hoofdstuk 3 Wedertewerkstelling op eigen verzoek Titel 5. Eindeloopbaanregime Q1 Is er nog VVP in het nieuwe statuut? Q2 In het kader van VVP, wat moet begrepen worden onder aanneembare dienstjaren voor opening van het recht op pensioen in de openbare sector? Titel 6. Uitoefening van een hoger ambt Q1 Kan er ook in de toekomst verder gewerkt worden met waarnemende functies? Kan de zoneraad bvb een waarnemende kapitein aanstellen (ook al voldoet hij, volgens de huidige overgangsbepalingen, niet om automatisch kapitein te worden) Q2 Kunnen de jaren die men als waarnemende gepresteerd heeft, meetellen voor de anciënniteit om bevorderd te kunnen worden? BOEK 6 De opleiding Q1 Hoeveel uren voortgezette opleiding zal een brandweerman dienen te volgen? Q2 In art 150 staat: Het personeelslid volgt jaarlijks minimum 24 uur voortgezette opleiding om zijn vroeger verworven competenties te behouden en reactief aan te passen en om proactief nieuwe technieken en competenties aan te leren zodat de huidig uitgeoefende functie op efficiënte wijze kan blijven uitgeoefend worden. Wat betekent dit concreet voor de brandweerman-ambulanciers? Momenteel hebben zij reeds een voortgezette opleiding van 24 uur. Wordt dit dan 48 uur? Q3 Het KB administratief statuut operationeel personeel voorziet in art 150 dat ieder (operationeel) personeelslid van een zone minimaal 24 uur voortgezette opleiding volgt, georganiseerd door een provinciale brandweerschool (opleidingscentrum civiele veiligheid). Het KB bezoldigingsregeling operationeel personeel voorziet in een bevordering in weddeschaal (oa art 13, ) wanneer aan een aantal voorwaarden voldaan is : Minstens 120 uur voortgezette opleiding georganiseerd door een opleidingscentrum civiele veiligheid (er van uit gaande dat het gaat over 5 x 24 uur waarvan sprake in art 150 KB administratief statuut operationeel personeel; Het volgen van minstens 50 uur (op 5 jaar) opleiding erkend door het KCCE; Wat is juist het verschil tussen een opleiding erkend door het KCCE en een opleiding georganiseerd door een opleidingscentrum civiele veiligheid? Is een opleiding georganiseerd door een opleidingscentrum civiele veiligheid niet steeds erkend door het KCCE? Is het
8 FAQ statuut - Inhoudstafel onderscheid dat de 120 uur betrekking heeft op het behouden van reeds verworven competenties en de 50 uur KCCE betrekking heeft op nieuwe materie? Q4 De 50 uur opleiding erkend door KCCE voor verhoging in weddeschaal veronderstelt dat men deze 50 uur opleiding niet meer dient te volgen wanneer men binnen zijn graad reeds de hoogste weddeschaal heeft bereikt. Correct? (De 120 uur voortgezette opleiding blijft dan nog wel over als formele vereiste binnen het KB administratief statuut operationeel personeel) Q5 Een medewerker die een brevetopleiding volgt met het oog op de latere deelname aan een bevorderingsproef, moet deze medewerker in het jaar van zijn brevetopleiding ook nog aan de 24 uur voortgezette opleiding van dat jaar voldoen (of mag de medewerker zijn uren van de brevetopleiding geheel of gedeeltelijk als voortgezette opleiding laten tellen?); Q6 Een medewerker is beroepsbrandweerman in onze zone maar ook vrijwilliger in een andere zone. Moet de medewerker in beide zones voldoen aan zijn 24 uur voortgezette opleiding? Is een zonecommandant verplicht de uren voortgezette opleiding die een medewerker van zijn zone als vrijwilliger in een andere zone heeft gepresteerd/behaald te erkennen? Dit heeft geen zin wanneer een medewerker in de zone waar hij vrijwilliger is, uren voortgezette vorming heeft gepresteerd om zijn kwalificatie als gaspakdrager te behouden in zijn zone, maar in de zone waar hij beroepsbrandweerman geen functie als gaspakdrager heeft (maar bv. duiker is) Q7 Art.151 van het administratief statuut stelt: De verplaatsing tussen de kazerne en de plaats waar de opleiding gegeven wordt, wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. a) Indien dit gelijkgesteld wordt aan dienstactiviteit moet dit dan ook niet vergoed worden? b) Zo ja tellen deze uren dan ook mee voor de geldelijke anciënniteit? c) Anderzijds: is deze eventuele vergoeding voor verplaatsing enkel van toepassing op opleidingen? of ook voor verplaatsingen naar vergaderingen binnen bijv. de zone? BOEK 7. De evaluatie Titel 1. Algemene bepalingen Q1 Een evaluatieperiode bedraagt 2 jaar en een eerste evaluatiegesprek heeft plaats 2 jaar na benoeming. Wordt de evaluatieperiode overgenomen wanneer het personeelslid overgaat naar de zone of begint de periode te lopen vanaf het moment dat de zone opstart? Titel 2. Het verloop van de evaluatie Q1 Art. 166 van het KB administratief statuut operationeel personeel: wet gebeurt er als de voorzitter wordt gewraakt? Titel 4. Gevolgen van de vermelding «onvoldoende» Q1 Art. 169 van het KB administratief statuut operationeel personeel: indien een personeelslid na 2 jaar een onvoldoende krijgt en 1 jaar later (na opvolging) een voldoende, wanneer vindt
9 FAQ statuut - Inhoudstafel dan het volgende evaluatiemoment plaats? Is dit 1 jaar of 2 jaar later?, wanneer kan dan het ambtshalve ontslag volgen? Titel 5. De beroepskamer BOEK 8. Organisatie van de diensttijd van de vrijwillige personeelsleden Q1 Art Kb administratief statuut Mag een vrijwilliger een diensttijd hebben van bv 48u in week 1, 12u in week 2, 36u in week 3 en 0 u in week 4? (=gemiddeld 24u per week gezien over één maand) Q2 Art Kb administratief statuut Betekent dit dat men de 24 u mag overschrijden indien men voldoet aan één van de twee voorwaarden? M.a.w. voldoen aan of "een dringende interventie om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval" of "dringende interventie die door onvoorzien noodzakelijkheid worden vereist"? Of moet in dit geval voldaan worden aan de beide voorwaarden? Q3 Art Kb administratief statuut Is de rustperiode van minimum 12u na een shift met een duur tussen 12 en 24u een verplichting of een recht? Volgens Art 174 is een rustperiode niet gelijk aan de oproepbaarheidsdienst, m.a.w. na een dienstprestatie van 12u mag een vrijwilliger zich oproepbaar "zetten" om eventueel gevolg te geven aan een dringende interventie? Q4 Is de rustperiode van 36 u per periode van 7 dagen een verplichting of een recht? Kan/mag de vrijwilliger deze periode van 36u vrij kiezen in de 14 volgende dagen? Titel 1. Algemeen Titel 2. Dienst- en rusttijden BOEK 9. De administratieve standen, de afwezigheden en de verloven Titel 1. Bepalingen voor de leden van het beroepspersoneel Hoofdstuk 1. Administratieve standen Afdeling 1. Algemene bepalingen Afdeling 2. Dienstactiviteit Afdeling 3. Non-activiteit Afdeling 4. Disponibiliteit Hoofdstuk 2. Afwezigheden Hoofdstuk 3. Verloven en dienstvrijstellingen Afdeling 1. Algemene bepalingen Afdeling 2. Specifieke bepalingen voor de commandant en de personeelsleden van het hoger kader belast met het leiden van een dienst... 65
10 FAQ statuut - Inhoudstafel Q1 Wie heeft recht op loopbaanonderbreking en ouderschapsverlof? Afdeling 3. - Dagen jaarlijks vakantieverlof Q1 Wat verstaat men onder feestdagen? Q2 Waarom niet standaard 10 extra verlofdagen toekennen aan de brandweerlieden in continudienst voor de 10 wettelijke feestdagen? Q3 (1) Als iemand kiest voor zijn oude gemeentelijke verlofstelsel, is artikel 195, 2 dan ook van toepassing? (2) Ingeval iemand kiest voor zijn oude verlofstelsel, zijn alle modaliteiten dan van toepassing? (3) Ik heb gekozen voor het oude gemeentelijk verlofstelsel. Wil dit zeggen dat ook de regel uit het gemeentelijk verlofstelsel dat het verlof toegekend wordt op basis van de prestaties van het voorgaande jaar, ook van toepassing is? Ik ben pas in dienst getreden in december Q4 Kan verlof worden overgedragen? Q5 Dient het aantal dagen jaarlijks vakantieverlof van stagiairs berekend te worden op basis van zijn prestaties in het voorgaande jaar? Q6 In artikel 195 4, van het administratief statuut, staat dat het beroepspersoneelslid recht heeft op één bijkomende verlofdag vanaf de leeftijd van 50 jaar. Is dit vanaf het jaar waarin hij/zij 50 wordt? Q7 In afdeling 3 met betrekking tot de dagen jaarlijks vakantieverlof is er sprake van zowel jaarlijkse vakantiedagen als feestdagen. Zijn de modaliteiten opgenomen in artikel 196, 197, 199 en 200 van toepassing op zowel de jaarlijkse vakantiedagen als de feestdagen? Afdeling 4. Omstandigheidsverlof Q1 Stel dat je naar het huwelijk van je broer moet op een zaterdag en deze zaterdag moest je niet werken. Heb je dan nog recht op één dag omstandigheidsverlof? Q2 Artikel 201 1, van het KB 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone, stelt dat men bij de bevalling van de echtgenote recht heeft op 10 dagen omstandigheidsverlof. 2 stelt dat de, in paragraaf 1, vermelde verloven worden toegekend in opeenvolgende kalenderdagen vanaf de dag van de omstandigheid die het verlof rechtvaardigt. a) Indien hier effectief kalenderdagen wordt bedoeld, worden de weekends in rekening gebracht. Hoe moet dit worden geïnterpreteerd? 68 b) Gaat dit verlof effectief in vanaf de dag dat de omstandigheid zich voordoet? Wordt de dag zelf ook in rekening gebracht? [Q3 Hoe moeten de afwezigheden aangerekend worden indien iemand afwezig is wegens ziekte is en hij ondertussen ook vader wordt: als ziekteverlof of als omstandigheidsverlof? Afdeling 5. Verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang... 69
11 FAQ statuut - Inhoudstafel Q1 Kunt u mij zeggen welke gevolgen het opnemen van 45 dagen verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang heeft voor: a) het pensioen : tellen de opgenomen dagen mee voor de opbouw van het pensioen? b) de jaarlijkse verlofdagen: wordt het jaarlijks verlof pro rata herrekend bij opname van de 45 dagen? c) de eindejaarpremie: wordt deze pro rata herrekend bij opname van de 45 dagen? Q2 Kan het verlof om dwingende redenen van familiaal belang geweigerd worden omwille van dienstbelang? Q3 Mag de zoneraad modaliteiten voorzien voor het aanvragen van dit verlof (b.v. 1 maand op voorhand aanvragen)? [Q4 Het verlof om dwingende redenen van familiaal belang voor de opvang tijdens de schoolvakantie van de kinderen die de leeftijd van vijftien jaar niet hebben bereikt kan de dagen van het weekend dekken? Afdeling 6. Dienstvrijstellingen en uitzonderlijk verlof Onderafdeling 1. Dienstvrijstellingen Q1 (a) Artikel 205 KB Administratief statuut : Dienstvrijstelling is de toestemming gegeven aan het beroepspersoneelslid om gedurende de diensturen afwezig te zijn voor een bepaalde duur en met het behoud van zijn rechten. Wat dienen wij precies te verstaan onder met behoud van zijn rechten? Slaat dit ook op de operationaliteitspremie en de maaltijdcheques? (b) Moet de operationaliteitspremie toegekend worden ingeval van dienstvrijstelling voor syndicaal verlof Q2 Kan de raad een bijkomende vorm van dienstvrijstelling invoeren, voor de duur van medische onderzoeken die niet buiten de diensturen kunnen gebeuren? Kunnen wij de dienstvrijstelling onbezoldigd maken - met mogelijkheid tot inhalen van de uren binnen de gemiddelde arbeidstijd - en voor het overige gelijkstellen met dienstactiviteit? [Q3 a) In welke regelgeving is terug te vinden op welke manier de aanwezigheid van een vakbondsafgevaardigde als waarnemer bij een selectieprocedure aangerekend moet worden als diensturen? b) Quid met de aanwezigheid op HOC/BOC? c) Quid met vergaderingen belegd door de vakbonden op het werk. Moet een dergelijke vergadering worden aangevraagd of worden meegedeeld aan het bestuur? Onderafdeling 2. Uitzonderlijk verlof Q1 Uitzonderlijk verlof voor een gezinsverwant is beperkt tot maximaal 4 dagen in totaal? Of per persoon?... 74
12 FAQ statuut - Inhoudstafel Q2 Behalve in het artikel 207, 4 van het KB van 19/04/2014 betreffende het administratief statuut van het operationeel personeel, dat gaat over verlof bij deelname aan verkiezingen, vind ik in het KB geen bepalingen terug m.b.t. politiek verlof. Welke wetgeving is hier van toepassing? Is dit de Wet van 18 september 1986? Zowel voor het operationeel als voor het administratief personeel, maar dan voor het administratief personeel eventueel nog een bepaling op te nemen in het statuut i.v.m. verlof voor kandidaatstelling bij verkiezingen? Afdeling 7. Verlof om een ambt uit te oefenen bij een secretariaat, een beleidscel, de cel algemene beleidscoördinatie, een cel algemeen beleid, bij het kabinet van een federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal of lokaal politiek mandataris of bij het kabinet van een politiek mandataris van de wetgevende macht, verlof voor stage en verlof voor opdracht van algemeen belang Onderafdeling 1. Verlof om een ambt uit te oefenen bij een secretariaat, een beleidscel, de cel algemene beleidscoördinatie, een cel algemeen beleid, bij het kabinet van een federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal of lokaal politiek mandataris of bij het kabinet van een politiek mandataris van de wetgevende macht Onderafdeling 2. Verlof voor stage Onderafdeling 3. Verlof voor opdracht van algemeen belang Afdeling 8. Verloven toegekend aan de reservisten van het leger Afdeling 9. Moederschapsbescherming Afdeling 10. Verlof voor Loopbaanonderbreking Q1 Wat met het ouderschapsverlof in de hervorming? Q2 (a) Wordt de mogelijkheid voorzien voor deeltijdse tewerkstelling (loopbaanonderbreking,...), bijvoorbeeld 1/2-tijds werken om medische redenen van de brandweerman (cfr statuut politie en verlofstatuut federale ambtenaren KB 19/12/1998)? (b) In het gemeentelijk statuut was voor het beroepspersoneel dat langdurig afwezig was wegens ziekte, in bepaalde omstandigheden, een deeltijdse hervatting van het werk voorzien. In het nieuwe administratief statuut is dergelijke regeling niet voorzien. Art voorziet dat de raad in bijkomende dienstvrijstellingen kan voorzien. Kan de hulpverleningszone van deze mogelijkheid gebruik maken om toch in een vorm van deeltijdse werkhervatting te voorzien, met al dan niet invloed op de berekening van het ziektekrediet? Q3 Zijn er overgangsbepalingen voor een goedgekeurde loopbaanonderbreking (LBO) die start op 01/01/2015? Kan de gemeente momenteel nog aanvragen LBO goedkeuren? Q4 Onder welke regels zullen de personeelsleden van de brandweerzones vallen voor wat betreft loopbaanonderbreking? Gelden dezelfde regels verder (cfr lokaal bestuur) of niet? is het anders voor administratief en technisch personeel als voor brandweerpersoneel?... 77
13 FAQ statuut - Inhoudstafel Afdeling Adoptie- en opvangverlof Afdeling 12. Afwezigheden wegens ziekte Onderafdeling 1. Afwezigheidsdagen wegens ziekte Q1 Kunnen er nog ziektedagen worden opgebouwd in het nieuwe statuut? Q2 Wat indien ziek tijdens verlof? Welke regels zijn hierin bepalend? Q3 Het berekenen bij verhaal van derden van het % ziektedagen dat niet in mindering wordt gebracht, hoe dient dit praktisch te verlopen, gezien uitspraak vaak veel later is (art.230 1)? Q4 Hoe worden aantal ziektedagen verrekend: omgezet naar uren? (Zie ook art. 235) Q5 Ik werk in een 24/48u-stelsel. Als ik ziek word, hoe worden mijn ziektedagen dan in rekening gebracht? Q6 De afwezigheid van tweemaal maximaal twaalf uren zonder een geneeskundig getuigschrift worden deze dagen in mindering gebracht van het ziekteverlof van 21 dagen? Onderafdeling 2. Disponibiliteit wegens ziekte Onderafdeling 3. Controle van de afwezigheden ingevolge ziekte of ongeval Onderafdeling 4. - Controle van de afwezigheden ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg van en naar het werk en een beroepsziekte Afdeling 13. Afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden Titel 2. Bepalingen voor de leden van het vrijwillig personeel Q1 Art 246 adm statuut: kan de opschorting van de benoeming ook tijdens de stage van de vrijwillig brandweerman? Q2 Momenteel ben ik sergeant vrijwilliger. Ik start binnen x aantal tijd in dezelfde zone als beroeps, wat betekent dat ik mijn graad verlies. Professioneel heb ik echter loopbaanonderbreking genomen voor de periode van een jaar. Moest ik na dat jaar besluiten om terug te keren naar mijn vorige werkgever, betekent dat dan dat ik automatisch mijn oude graad van sergeant terug krijg? BOEK 10. Tuchtregeling Titel 1. Tuchtstraffen Titel 2. Bevoegde overheden om de tuchtstraffen uit te spreken Titel 3. Rechten van de verdediging Titel 4. Procedure Q1 Artikel 165 KB administratief statuut: Het beroep heeft een opschortende werking: wat betekent dit concreet? Stel: een personeelslid heeft voor de 2de keer onvoldoende in 3 jaar en gaat in beroep binnen de 10 dagen na kennisname verslag evaluatie. De commissie heeft 2
14 FAQ statuut - Inhoudstafel maanden tijd voor gemotiveerd advies aan de raad, de raad heeft 2 maanden tijd voor bevestiging = max 4 maanden. Dit betekent dan toch dat het personeelslid gedurende de ganse procedure gewoon blijft werken in zijn huidige functie waarvoor hij onvoldoende kreeg? BOEK 11. Uitvoeren van een alcohol- of drugstest BOEK 12. Schorsing in het belang van de dienst BOEK 13. Verzekering van het vrijwilligerspersoneel BOEK 14. De beëindiging van een ambt Q1 Is de pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar voor een operationeel personeelslid van de hulpverleningszone? Kan deze laatste blijven werken na 65 jaar? Q2 Graag had ik meer verduidelijking gehad omtrent artikel 303, 1 KB administratief statuut operationeel personeel. In deze paragraaf staat opgenomen dat het ontslag betekend kan worden met een aangetekende brief of via elke andere drager met bewijskracht en vaste datum. Hoe ruim mag ik elke andere drager met bewijskracht en vaste datum interpreteren? Voldoet een mail met leesbevestiging aan deze omschrijving? Q3 Hoe moeten de vereiste jaren om in aanmerking te komen voor eervol ontslag berekend worden? Q4 Aan een personeelslid kan volgens artikel 305, 1 eervol ontslag worden gegeven indien zijn dienst ten minste 20 jaren telt. Valt hieronder eveneens de stageperiode? Q5 Art voorziet dat het ambt van beroepspersoneelslid eindigt bij definitieve ongeschiktheid. Art. 301, waar de beëindiging van het ambt van de vrijwillige personeelsleden wordt bepaald, voorziet dit niet. Op welke basis moet dan het ambt van vrijwilliger beëindigd worden als hij door de arbeidsgeneesheer definitief ongeschikt wordt verklaard? Q6 Mogen we uit het samenlezen van artikel 46 en artikel 301,1 van het KB administratief statuut operationeel personeel begrijpen dat ook een tussentijdse negatieve evaluatie tot ontslag kan leiden? BOEK 15 - Bepalingen tot vastelling van de algemene beginselen van toepassing op de operationele personeelsleden van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp.. 82 BOEK 16. Overgangsbepalingen De integratie regels Q1 Gelden de regels voor de integratie van de graden zowel voor beroeps- als voor vrijwillige brandweerlieden? Q2 Kan ik wachten met in het nieuwe statuut te stappen, tot ik voldoende anciënniteit heb om over te gaan naar een hogere graad?... 83
15 FAQ statuut - Inhoudstafel Q3 Telt de periode waarin de betrokkene waarnemend dienstchef was mee als nuttige ervaring als dienstchef voor de toepassing van art. 308 en bijlage 3? Q4 Kunnen de dienstjaren als stagiair onderluitenant (1 à 2 jaar) mee in rekening gebracht worden in de berekening voor het bepalen van het aantal jaren dienst in de graad van (onder)luitenant? Q5 Enkele kapiteins die alle noodzakelijke diploma s, met uitzondering van het brevet Dienstchef hebben, zullen deze cursus in het najaar van 2014 volgen. Momenteel is er echter nog geen garantie dat de opleiding reeds afgelopen zal zijn in Zal de nieuwe graad ofwel net wel majoor worden ofwel kapitein blijven? Q6 Krijgen de personen die het brevet van dienstchef verworven hebben vóór dat de opleiding crisissituatiebeheer werd georganiseerd automatisch een gelijkschakeling voor het brevet crisissituatiebeheer? Q7 Zal de officier die aangesteld werd op 01/01/2008 op 01/01/2015 net wel of net niet 7 jaar anciënniteit hebben? Q8 Met welke oude graden moet rekening gehouden worden voor de berekening van de graadanciënniteit? Moet er enkel rekening gehouden worden met de graad die het personeelslid had vóór de inschaling? De officier-geneesheer Q1 Moeten de zones over een officier-geneesheer beschikken? Q2 In welke graad zal de officier-geneesheer geïntegreerd worden? Q3 De algemene regel voor de vrijwilligers is een benoeming voor 6 jaar. Wat is de impact van deze regel op de officiers-geneesheren? Q4 Valt het personeel opgenomen onder punt III (niet-voltijds tewerkgesteld personeel) van artikel 6 van de bijlagen 2 en 3 bij KB , onder de bepaling van art. 205 van de wet van 15 mei 2007? Op welke basis dient, bij automatische overdracht, de opdracht binnen het administratief kader bepaald te worden? Heeft elke officier-geneesheer bij overdracht naar het administratief kader recht op een contract voor xx aantal uren/week? Q5 Is de functie van korpsarts te combineren met de functie van vrijwilliger? Q6 Onze korpsdokter rukt al meer dan 20 jaar uit enkel voor medische en psychologische bijstand aan slachtoffers van ongevallen met beknelling en gebouwbranden. Is het mogelijk om deze mensen in uitdovende functie hun laatste dienstjaren te laten volbrengen? Varia Q1 Contract vrijwilliger : dienstnemingscontract wordt overgenomen, met bestaande resttijd. Wat indien vrijwilliger oude statuut wenst te behouden, omwille van betere voorwaarden, en dan na 3 jaar einde dienstneming is, kan hij dan een nieuw dienstnemingscontract tekenen
16 FAQ statuut - Inhoudstafel aan de oude voorwaarden? Officieren vrijwilliger : krijgen bij invoering contract voor 6 jaar, indien zij dit weigeren loopt hun contract van onbepaalde duur gewoon verder, tot eervol ontslag op 60? Q2 Ziektedagen beroeps : ik veronderstel dat de opgebouwde ziektedagen worden meegenomen? Q3 Wat gebeurt er bij de oprichting van de zones met de bestaande wervingsreserve voor onderluitenant waarin geslaagde kandidaten opgenomen zijn met een bachelordiploma, rekening houdend met het feit dat diploma niveau A vermeld wordt als aanwervingsvereiste voor officieren in het nieuwe statuut van het KB 19/04/2014 (artikel 38, 1, 6 )? Q4 Blijven de bevorderingsreserves die werden gevormd vóór de overdracht geldig na de overdracht? Q5 Kan er afgeweken worden van de maximum 70 uren overuren die kunnen overgedragen worden (art 319)? Q6 Volgens artikel 312 van het administratief statuut voor het operationeel personeel van de zone worden de werfreserves voor brandweerman en onderluitenant overgedragen naar de zone. Als er binnen de zone meerdere werfreserves lopende zijn, geldt er dan een voorrangsregel, bijv. op basis van vervaldatum? Blijft de looptijd van die reserves dezelfde of begint die terug opnieuw te lopen? Q7 Volgens de voorziene overgangsbepalingen worden de personen die reeds opgenomen zijn in een wervingsreserve voor operationele brandweermannen geacht reeds over een federaal geschiktheidsattest te beschikken. Wat als deze wervingsreserve komt te vervallen, beschikken de personen die dan nog op de lijst stonden nog steeds over een federaal geschiktheidsattest? Q8 (a) Personeel dat nu een bijkomende verlofdag hadden in hun oud statuut boven de 45 jaar, behouden ze deze of vervalt dit? (b) vallen arbeidsduurverminderingsdagen en dienstvrijstellingen ook onder artikel 322? Q9 Welke regels voor de overgang van stagiairs? Onder welk statuut vallen zij? Oud of nieuw?.. 89 Q10 Volgens art 320 kan ten persoonlijke titel voor het jaarlijks verlof van het oud statuut worden gekozen. Is deze keuze eenmalig en definitief of kan er later nog gekozen worden voor het verlof van het nieuw administratief statuut? Q11 Momenteel wordt er voor de selectieprocedure van brandweerman vrijstellingen voorzien voor de selectieonderdelen. Wat gebeurt er met deze vrijstellingen? Kunnen deze vrijstellingen nog behouden blijven na de hervorming?... 90
17 FAQ statuut - Inhoudstafel Q12 Momenteel zijn er personeelsleden die geen ziektekredietdagenteller (dus onbeperkte ziektekredietdagen) hebben. Mag er voor deze groep een uitdovende regeling worden voorzien binnen de zone? Q13 Wat moet er gebeuren (inzake premies enzo) met de personeelsleden die momenteel in een stelsel van lichtere operationele functies zitten? Q14 Wat met de 80% loopbaanonderbreking die nog lopen op 01/01/2015? (zie art. 322) Q15 Indien een bestuur op dit moment een selectie met wervingsreserve organiseert kan ze, mits akkoord van de zone, die wervingsreserve meenemen bij de overgang naar de zones. Klopt het dat de personen die in deze wervingsreserve opgenomen zijn bij hun eigenlijke aanstelling ook nog kunnen kiezen voor het oude statuut waaronder ze zijn aangeworven, ook al komen ze pas in dienst na de start van de zone? Q16 Stagiairs die aan hun stage beginnen bij een brandweerdienst maar hun stage beëindigen als de zones van start gegaan zijn, moeten die voldoen aan de voorwaarden die van toepassing waren bij de start van hun stage? Concreet: aan het einde van de stage moeten ze nu een rijbewijs C gehaald hebben (op eigen kosten) en een brevet DGH, binnen het nieuwe statuut moet dit niet. Gelden voor deze stagiairs de voorwaarden van bij de start? Q17 Wat gebeurt er met gestarte maar niet afgesloten tuchtprocedures na de overgang naar de zone? Blijven deze lokaal verder lopen? Vervallen ze van rechtswege? Q18 Kunnen medewerkers die momenteel nog in dienstactiviteit zijn maar die in aanmerking komen voor een door de gemeenteraad goedgekeurde VVP regeling, volgend jaar nog beroep doen op deze regeling, of vervalt deze regeling automatisch op 01/01/2015 en geldt vanaf dan enkel de nieuwe regeling mbt eindeloopbaanregime (art 124 ev administratief statuut)? Q19 a) In art. 207 van de wet van 15/5/2007 is sprake dat het administratief personeel van de zone kan beslissen onderworpen te blijven aan de wetten en reglementen die van toepassing zijn op het gemeentepersoneel. Voor het operationeel personeel is dit omschreven in Art 48 1 KB 19 april 2014 geldelijk statuut. Daarnaast zijn er ook nog artikel 48, 2 KB geldelijk statuut en artikel 322 KB 19 april 2014 administratief statuut. Zijn deze bepalingen ook (automatisch) van toepassing op het administratief personeel of moeten deze overgangsbepalingen specifiek opgenomen worden in het nog op te stellen administratief statuut van het administratief personeel van de zone (en zijn deze bepalingen facultatief vrij te kiezen door de zone)? b) Wil dit zeggen dat art 322 KB adm statuut ook van toepassing blijft op de personeelsleden die na de zonevorming bevorderen maw dat ook na bevordering de mogelijkheid blijft om het huidige verlofstelsel ten persoonlijke titel te blijven behouden? Q20 Door de integratieregels in bijlage 3 van het koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone worden bepaalde luitenanten nu kapitein. Is het echter mogelijk dat de luitenant luitenant blijft indien
18 FAQ statuut - Inhoudstafel hij hier zelf voor opteert omdat hij de verantwoordelijkheden en competenties die bij kapitein horen niet wil dragen. En indien dit kan, hoe moet dit geregeld worden? Indien hij kapitein wordt zou het gevolg kunnen zijn dat hij bij de eerst volgende evaluatie onvoldoende krijgt? Is dan eventueel een mogelijkheid dat hij dan kiest om terug luitenant te worden? Q21 Biedt de keuze voor behoud van het oude geldelijk statuut bedoeld in artikel 207 van de wet demogelijkheid om later, met terugwerkende kracht, te kiezen voor toepassing van de nieuwe geldelijke bepalingen? (Anders zou de keuze tot gevolg kunnen hebben dat men gedurende een bepaalde periode de voordelen van het nieuwe statuut niet meer kan bekomen.) Kan, bij positief antwoord, de zoneraad bepalen dat deze keuze toch beperkt wordt in tijd? Q22 Voor professionalisering moet men een gunstig evaluatieverslag hebben. De evaluatieprocedure duurt 2 jaar. Kan een vrijwilliger voor professionalisering in aanmerking komen als een evaluatie dient vooraf gegaan te worden door een functioneringsgesprek en de procedure 2jaar duurt? In onze gemeente is er geen echte evaluatie voor de vrijwilligers, wel voor beroeps. Mijn inziens hebben bijvoorbeeld bij interne bevordering, verlenging van een dienstnemingsovereenkomst of benoeming in de graad van off de betrokkene een gunstig evaluatie gekregen van de dienstchef (gezien dit zo ook in de voorwaarden vermeld is) en kunnen zij dus per definitie deelnemen aan een professionalisering. Kan u mij kort uitleggen hoe het nu zit met de professionalisering en de benodigde evaluatie Q23 In de overgangsmaatregelen spreekt men in artikel 223 over de overdracht ziektedagen en welk pakket vanuit het verleden in openbare diensten kan meegenomen worden. Wat met situaties waarbij mensen in het verleden bij overgang naar brandweer dat pakket niet hebben mogen meenemen, of enkel een beperkt pakket (bvb enkel uit de stad, maar niet uit andere openbare diensten) Q24 Artikel 326 stelt dat personeelsleden die bij de overdracht naar de zone reeds in het bezit zijn van een goedgekeurde aanvraag inzake VVP dit recht kunnen uitoefenen in Bij hen wordt het wachtgeld berekend op basis van het geldelijk statuut dat op het personeelslid van toepassing was voor de overdracht van de zone. Dit gaat om personen die dus in de loop van 2015 in VVP gaan, maar op 01/01/2015 nog actief zijn. Wil dit zeggen dat deze personen niet kunnen kiezen voor het nieuwe statuut en zij automatisch in het oude statuut blijven? Of wil dit zeggen dat de berekeningswijze voor het wachtgeld gebeurt zoals voorzien in het oude statuut (80% wedde + 80% premies), maar dat deze personen wel nog kunnen kiezen voor het nieuwe statuut op 01/01/2015. Dit impliceert dat hun wachtgeld berekend op 1 jaar voorafgaandelijk aan hun VVP, voor de maanden die nog in 2014 vielen zal berekend worden op basis van hun oude wedde aan 80% + 80% van de zaterdag, zondag en nachtprestaties en dat hun wachtgeld voor de maanden die vallen in 2015 berekend zullen worden op basis van hun nieuwe wedde aan 80% + 80% van de operationaliteitspremie
19 FAQ statuut - Inhoudstafel Q25 Stagiairs die overgedragen worden naar de zone, kunnen zij kiezen voor het oude statuut of komen zij bij hun definitieve benoeming automatisch in het nieuwe statuut? Gelden de verworven rechten ( maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering,verloven,...) voor hen? Q26 Kan men deeltijds administratief personeelslid en deeltijd beroepsbrandweerman zijn in dezelfde zone? Q27 Mag operationeel personeel permanente administratieve taken toegewezen krijgen vb. personeelsadminsitratie? Q28 Moet, naast de bijzondere rekenplichtige en de zonecommandant, nog ander zonepersoneel de eed afleggen? Q29 Er worden verschillende stagiairs overgedragen naar de zone. In de zoneraad zullen we daar de stagebegeleider opnieuw voor vaststellen. Normaal worden deze stagiairs geëvalueerd tijdens hun stage. Maar de evaluatieprocedure is nog niet uitgewerkt. Op welke basis kunnen we ze niettemin rechtsgeldig evalueren. Dit is belangrijk ingeval er stagiairs niet zouden voldoen als brandweerman Q30 Voor de toepassing van artikel 310 van het Kb administratief statuut, moet het gaan om iemand die in dienst is als brandweerman of als politieman vóór ? Betrokkene is brandweerman sedert februari 1995 en politieman sedert september Q31 Ik ben Luitenant Dienstchef, ben geen houder van diploma van niveau A, heb een brevet crisissituatiebeheer en meer dan 7 jaar anciënniteit als officier heb minder dan 5 jaar nuttige ervaring in de functie van dienstchef. Welke graad krijg ik binnen de nieuwe zone? Als luitenant (niet dienstchef) zou ik kapitein geworden zijn Als luitenant dienstchef (huidige functie nu) blijf ik luitenant? Q32 Ik ben een statutair beroepsbrandweerman bij een gemeente X. Momenteel neem ik een functie op bij een gemeente Y als ambtenaar in stage in afwachting van een eventuele vaste benoeming. Bij gemeente X kan ik mij beroepen op het verlofreglement voor het operationeel personeel van de brandweer dat bepaalt dat personeelsleden recht hebben op onbezoldigd verlof voor het vervullen van een proefperiode bij een ander overheidsdienst voor een statutaire functie. In het nieuwe administratief statuut van de zone is eveneens dergelijk verlofstelsel opgenomen (BOEK9-TITEL1-H3-Afd.7-art.209). Moet de zone mij overnemen als volwaardig statutair beroepsbrandweerman van gemeente X? Q33 Loopt het verlofstelsel gewoon door tot ik statutair ambtenaar word in gemeente Y (vaste benoeming)? Q34 Moet de keuze voor het oude of nieuwe verlofstelsel ook gemaakt worden tegen ? Q35 Is het KB rechtshulp en zaakschade van 28 maart 2014 ook van toepassing op het administratief personeel van de zone?... 97
20 FAQ statuut - Inhoudstafel Q36 Wat gebeurt er met lopende loopbaanonderbrekingen, zullen deze doorlopen ook op niveau van de RVA? Q37 Kan er in de lopende bevorderingsprocedure die overgenomen werd van de gemeente en die door de zone afgehandeld wordt, een reserve opgesteld worden met geslaagde kandidaten? Deze reserve is niet voorzien in het organiek reglement Q38 Kunnen de lopende tuchtzaken die voor de overdracht opgestart waren door de gemeente, verder gevoerd worden door de zonale overheid iplv de gemeentelijke overheid? Q39 Hoe kunnen personen die in een wervingsreserve, een lopende wervingsprocedure of een stage van onderluitenant zaten op het moment van de overgang naar de zones worden opgenomen/aangeworven in een zone? Q40 Voor de aanwerving van brandweermannen zouden we beroep doen op de bestaande werfreserves in onze zone, cfr. art 312 van het administratief statuut. (a) Zijn we verplicht om deze vacatureoproep dan toch te publiceren in de kanalen cfr. art 36, of mogen we dit beschouwen als een aanwerving uit de werfreserve waarbij we ons richten tot de geslaagde kandidaten? (b) Gesteld dat we alle kandidaten uit de bestaande werfreserves van de zone kunnen aanwerven, zijn we dan toch nog verplicht om het vergelijkend examen cfr. art 37 te organiseren of kunnen we ons dan beperken tot het eliminerend medisch onderzoek, omdat het opmaken van een rangschikking dan overbodig is? Q41 In artikel 2, 5de lid van het KB van staat opgenomen dat het uitzonderlijk verlof of omstandigheidsverlof ingeval van zieke kinderen of andere huisgenoten, niet kan worden toegekend aan het personeelslid die kiest voor het behoudt van het huidige verlofstelsel indien dit uitzonderlijk verlof begrepen is in de dagen jaarlijks vakantieverlof In artikel 176 rechtspositiebesluit gemeente- en provinciepersoneel van 7 december 2007 wordt het verlofstelsel van het gemeentepersoneel besproken (min. 30 en max. 35 dagen verlof). In 2 van hetzelfde artikel bepaalt verder dat binnen dit krediet aan jaarlijkse vakantiedagen er vier dagen verlof kunnen worden opgenomen zonder dat de werkgever het dienstbelang kan inroepen. Volgens mij zitten in dit krediet aan verlof geen dagen begrepen die vallen onder de noemer uitzonderlijk verlof of omstandigheidsverlof ingeval van zieke kinderen of andere huisgenoten Wil dit zeggen dat het administratief personeel nog een bijkomend recht heeft op dat verlof ook al maakt deze gebruik van artikel 207 wet civiele veiligheid + KB 5 december 2014 (artikel 2, 2 ) Zo ja, op basis van welke wetgeving wordt dit verlof dan toegekend?
21 FAQ statuut - Inhoudstafel Q42 Stel dat een beroepskapitein van een brandweerdienst vandaag volgens het nieuwe KB via aanwerving start als beroepskapitein in een andere zone. Is zijn graadanciënniteit dan overdraagbaar? Q43 We hebben in de zone een wervingsreserve met x kandidaten. We voorzien nu effectieve aanwervingen. Kunnen wij ons beperken tot die x kandidaten of moeten wij de vacatures open stellen voor alle kandidaten met een geschiktheidsattest (met name de kandidaten op wervingsreserves van andere zones)? Q44 In artikel 312 van het KB betreffende het administratief statuut van het operationeel personeel wordt verduidelijkt: Vanaf de overdracht naar de zone, worden de geslaagde kandidaten die opgenomen zijn in een wervingsreserve voor brandweerman gevormd door de aan de zone toebehorende gemeenten, geacht houder te zijn van een federaal geschiktheidsattest voor het basiskader, vermeld in artikel 35. Betekent dit dat een vrijwillige brandweerman van gemeente X, die opgenomen is in een professionele wervingsreserve (in dezelfde gemeente X), geacht wordt houder te zijn van het FGA? Ongeacht de zone waar hij wil solliciteren? Q45 Behouden de personeelsleden die ervoor gekozen hebben het vroegere statuut te behouden en die daarin het begrip verlof voor bloeddonatie hebben, dit verlof, ondanks de Europese wetgeving hierover? BOEK Slotbepalingen Q1 Art. 335 van het KB administratief statuut bepaalt dat de KB s van 1967 (organisatie) en 1971 (modellen) worden opgeheven met ingang van (of uiterlijk op , bij opstart van zone). Deze 2 KB s bevatten inderdaad veel artikelen over personeel, die zijn voorzien in het nieuwe statuut, maar ook bepalingen over de volgende materies: Art. 23 KB 1967: de gemeenten moeten over voldoende bluswatervoorraden beschikken en moeten ervoor waken dat er voldoende hydranten zijn en dat deze gemakkelijk bereikbaar en bruikbaar zijn Art. 36 en 42 KB 1971: er moeten kaarten komen met de plaatsen waar water en hydranten voorhanden zijn Art. 43 KB 1971: er moeten interventieverslagen opgesteld worden Kan u ons meedelen op welke juridische grond wij ons hiervoor na moeten baseren?103 Q2 Gelet op de brandweerhervorming, aan wie moeten wij nu het bijzonder interventieverslag bezorgen bij een overlijden tijdens een brand? Enkel aan de burgemeester van het betrokken grondgebied of aan alle burgemeesters van de zone? Bijlage 1 lichamelijke geschiktheid van de kandidaten Bijlage 2 medisch getuigschrift Bijlage 3 tabel vergelijking actuele en nieuwe graden diploma A of niet
22 FAQ statuut - Inhoudstafel GELDELIJK STATUUT BOEK 1 - Algemene bepalingen Q1 Volgens de bijlage 2 zou voor een vrijwillig brandweerman met 5 jaar geldelijke anciënniteit het uurloon 10,12 EURO bedragen. Moet dit nog vermenigvuldigd worden met index van 1,6? Zo ja heeft de federale regering niet beslist om de index over te slaan? BOEK 2 Bepalingen voor het beroepspersoneelslid Titel 1 Algemene bepalingen Q1 Welke zijn de bedragen van de haard- en standplaatstoelage, vakantiegeld en eindejaarstoelage, zijn deze anders dan in de huidige gemeentelijke regeling? Q2 Het KB geldelijk statuut operationeel personeel verwijst in artikel 6, 2 naar het KB van 28 november 2008 (eindejaarstoelage federaal personeel) De website van fedweb geeft een praktische toelichting mbt de berekening van het variabele gedeelte van deze eindejaarstoelage: Het eerste variabele gedeelte bedraagt 2,5 % van je jaarlijkse geïndexeerde brutobezoldiging. Bij de berekening van het wijzigbaar gedeelte wordt rekening gehouden met de haard- en standplaatstoelage, het weddecomplement bij vrijwillige vierdagenweek en de premie voor competentieontwikkeling (cfr. KB 25/10/2013) Kan een zone beslissen om de diplomatoelage zoals opgenomen in artikel 31 van het geldelijk statuut operationeel personeel, in rekening te brengen van het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage? Q3 Op grond van artikel 6, 3 KB geldelijk statuut operationeel personeel ontvangt het beroepsbrandweerpersoneel een vakantiegeld onder dezelfde voorwaarden als deze bepaald voor het rijkspersoneel Er staat in de info op fedweb ( fcz) dat mandaathouders geen recht hebben op de copernicuspremie. Vertaald naar de hulpverleningszone: wie wordt beschouwd als een mandaathouder? De zonecommandant & de bijzonder rekenplichtige die genieten van een mandaattoelage? Het brutovakantiegeld bestaat uit 92% van de brutomaandwedde voor maart van het jaar waarin vakantiegeld wordt uitbetaald. Op grond van de beschikbare info bestaat het vakantiegeld uit drie delen, zijnde een wijzigbaar gedeelte, een forfaitair gedeelte & de copernicuspremie Moet deze berekening worden uitgesplitst of mag men 92% van 1/12 van het geïndexeerde jaarsalaris van de maand maart van het vakantiejaar toepassen? Titel 2 Wedde
23 FAQ statuut - Inhoudstafel Q1 Hoe dient men het vierde lid van artikel 8 van het geldelijk statuut te interpreteren, waarin wordt bepaald : "Eén maand van volledige prestaties wordt gelijkgesteld met 30/30sten. De teller wordt naar rato verminderd in geval van onvolledige prestaties." Wat in geval van maanden van 28 of 31 dagen? Q2 Ingeval van 1 dag onbetaald verlof, moet de 1/30ste regel toegepast worden? De situatie is concreet de volgende: Een statutair brandweerman neemt 3 dagen onbetaald verlof. In dien men 1/30ste per onbetaalde dag zou aftrekken zoiu 3/30ste van zijn loon niet betaald worden. Zijn werkdag bestaat echter uit dagen van 12 uren. Dus neemt eigenlijk 36 uren onbetaald verlof wat eigenlijk bijna een volledige week is Is het wettelijk toegestaan om bijvoorbeeld de inhouding wedde niet in 30ste te doen, maar effectief 36 x zijn bruto uurloon in te houden? Q3 Een stagiair olt zonder diploma niveau A, die op stagiair luitenant geworden is (integratie in de nieuwe graden) zal binnenkort benoemd worden. Hij zit momenteel in weddeschaal O0-0. Blijft hij bij zijn benoeming in de weddenschaal O0-0 of komt hij in de O0-1 terecht of in O1-1 (die lager is)? Titel 3 Toekenning van de weddenschaal ingeval van bevordering door verhoging in graad Titel 4 Bevordering in weddeschaal Q1 Dient men, voor de overgang van een weddeschaal naar een hogere weddeschaal, een erkende opleiding te hebben gevolgd? Worden de reeds gevolgde opleidingen gevaloriseerd? Q2 Art. 12 van de bezoldigingsregeling bepaalt dat men bij zijn laatste evaluatie de vermelding voldoende moet gekregen hebben om een bevordering in weddeschaal te krijgen. Een evaluatiecyclus duurt 2 jaar. Hoe gaat men de eerste jaren te werk? Q3 Artikel 9 van het KB geldelijk statuut stelt dat men bij een bevordering nooit minder kan verdienen dan de wedde die men in zijn vroegere graad had. De vraag stelt zich of men elk jaar moet vergelijken Titel 5 Geldelijke anciënniteit Q1 Wat gebeurt er met personeelsleden die in het verleden minder geldelijke anciënniteit gekregen hebben dan artikel 20 e.v. van het KB geldelijk statuut toelaat? Q2 Art van het KB van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones bepaalt dat, in afwijking van de bepalingen van de paragrafen 2 en 3, de diensten uitgevoerd als vrijwillig personeelslid van een openbare brandweerdienst of een zone meegerekend worden voor de berekening van de geldelijke
24 FAQ statuut - Inhoudstafel anciënniteit van het beroepspersoneelslid ten belope van één maand per gepresteerde maand Komen voor toepassing van deze paragraaf ook prestaties als vrijwilliger bij de civiele bescherming in aanmerking? Q3 Hoe gebeurt de inschaling voor een vrijwillige brandweerman die zich wil professionaliseren met 13 jaar dienst binnen een post? Komt deze terecht in B0-1 of B0-2? Titel 6 Premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties Q1 Een brandweerman die shiften doet of nachtwerk zal evenveel verdienen als een brandweerman die enkel weekdagen werkt? Q2 Wordt deze premie belast? Q3 Waarom is het beroep van brandweerman geen risicoberoep? Q4 Momenteel beschikken de vrijwillige officieren evenals de beroepsofficieren die wachtdiensten officier van wacht/week over een wachtvergoeding (M0 03/03/1995) wat neerkomt op 3402 /jr. Voor de beroepsofficieren zitten deze waarschijnlijk vervat in de premie voor onregelmatige prestaties. Waar komen deze voor de officier-vrijwilliger die mee wachtdiensten (van thuis uit) draait in terug? Of zullen deze wachtdiensten aan huis vergoed worden conform de prestatievergoedingsschaal? Q5 Verdwijnt de premie van dienstchef, zelfs voor de leden van het personeel die gebruik maken van artikel 207 van de wet? Q6 De operationelen kunnen een premie krijgen voor de extra uren. Wordt deze extra vergoeding mee opgenomen voor de berekening van het vakantiegeld, eindejaarspremie, meegenomen voor de haard en/of standplaatstoelage? Zijn hier werkgeversbijdrage op verschuldigd? Q7 Moet men, voor de eindeloopbaanregeling, effectief aanwezig zijn op de werkvloer om van de 75% premie en 100% wedde te kunnen genieten? Q8 Momenteel zijn uitzonderlijke prestaties vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. Ik vermoed dat dit vanaf 2015 niet meer zo zal zijn. Klopt dit? En indien inhoudingen zullen verschuldigd zijn, kunt u de nieuwe percentages dan doorgeven? Q9 Als men brandweermannen aanwerft dienen ze te starten met de cursus brandweerman en zolang ze het brevet van persluchtdrager niet hebben kunnen ze operationeel niet ingezet worden. De vraag die zich dan stelt is of stagiairs tijdens hun eerste weken opleiding recht hebben op een operationaliteitspremie gezien ze niet operationeel kunnen ingezet worden wegens ontbreken brevetten Q10 Dient er voor de opleidingsuren ook een operationaliteitspremie betaald te worden? Q11 Is de operationaliteitspremie ook verschuldigd voor de trajecten naar de opleidingsplaats? 112
25 FAQ statuut - Inhoudstafel Q12 De brandweermannen ontvangen vanaf januari maandelijks volgende bezoldiging: een vaste maandwedde en, per effectief gepresteerd uur elke maand een vergoeding vastgesteld op basis van een percentage van deze maandwedde. Deze vergoeding is dus niet elke maand hetzelfde vermits bij een dag vakantie, voor de uren vakantie deze vergoeding niet wordt toegekend Aangezien beide componenten elke maand zullen worden uitbetaald zijn wij van mening dat op deze totale belastbare bezoldiging de sleutelformule voor het berekenen van de bedrijfsvoorheffing moet worden toegepast. Of moeten we deze uurvergoeding aanzien als een exceptionele vergoeding en hierop de bedrijfsvoorheffingsschaal van de exceptionele vergoedingen toepassen? Q13 Moet de premie voor onregelmatige prestaties uit art 40 Kb geldelijk statuut ook toegekend worden voor opleidingen en oefeningen? Titel 7 Toelage voor de uitoefening van een hogere functie Q1 In artikel 28 (+ artikel 42) KB geldelijk statuut operationeel personeel staat opgenomen dat het beroepspersoneelslid de hogere functie ononderbroken moet uitoefenen gedurende ten minste 90 dagen. Gaat het om 90 kalenderdagen of 90 werkdagen? Q2 Als men een waarnemend zonecdt aanstelt vanaf , kan hij dan genieten van de mandaatvergoeding voor zonecommandant? Titel 8 Diplomatoelage Q1 Kan een zone beslissen om geen diplomatoelage toe te kennen aan het beroepspersoneel? 113 Q2 Hoe wordt de diplomatoelage van het beroepspersoneel berekend? BOEK 3 Bepalingen voor het vrijwillig personeelslid Titel 1 Prestatievergoeding Q1 Hoe moet de prestatievergoedingsschaal gelezen worden? Begint iedere vrijwilliger aan niveau 0 en wordt en na het behalen van een voldoende evaluatie en het presteren van 180 uren (excl wachturen) deze opgeschaald met 1, of wordt gekeken naar de graadanciënniteit en moeten we ons daarin inpassen? Q2 Is het wel de bedoeling van de schrijver van de tekst om de prestatievergoeding te beperken tot 1u indien een vrijwilliger voor minder dan 1 uur wordt opgeroepen? Q3 Kan voor het eerste uur (als de interventietijd kleiner is dan 60 min) meer dan één uur betaald worden? (b.v. 1,5 uur) Kan, met andere woorden, in art. 36 minimale gelezen worden als een mogelijkheid om voor één uur meer dan één uur te betalen? Q4 Binnen het gemeentebestuur werken in de technische diensten een vijftal vrijwillige brandweermannen. Bij een oproep verlaten ze hun dienst en genieten zij nu dienstvrijstelling. Ik veronderstel dat vanaf vrijwilligers voor elke oproep -
26 FAQ statuut - Inhoudstafel onafhankelijk van waar ze werken- zullen vergoed worden voor alle prestaties. Hoe wordt dit best geregeld binnen de gemeentebesturen? Q5 Kan men de vrijwillige brandweerman-ambulancier op een andere manier vergoeden voor zijn brandweertaken (nl volgens Kb ) en voor zijn taken DMH (nl. volgens KB )? Q6 Er is binnen onze zone onduidelijkheid over het toepassen van de geldelijke anciënniteit voor vrijwilligers. Zou u duidelijkheid kunnen geven? vb1.: een sergeant vrijwilliger heeft binnen hetzelfde korps volgende anciënniteit: 3 jaren brwm., 3 jaren kpl. en 1 jaar sgt. Per 01/01/2015 is hij sergeant in de zone. Aan welke geldelijke anciënniteit zal hij betaald worden (3+3+1 jaren) of 1 jaar? vb2.: een luitenant (master) vrijwilliger heeft binnen hetzelfde korps volgende anciënniteit: 8 jaren olt., 1 jaar lt. Per 01/01/2015 is hij kapitein in de zone. Aan welke geldelijke anciënniteit zal hij betaald worden (8+1 > hoogste trap) of 0 jaar? Q7 Art. 33 geldelijk statuut bepaalt dat de geldelijke anciënniteit van het vrijwillig personeelslid wordt berekend ten belope van één jaar anciënniteit voor honderdtachtig prestatieuren, buiten de wachtdiensten in de kazerne met dien verstande dat er niet meer dan één jaar anciënniteit meegerekend kan worden per periode van twaalf opeenvolgende maanden Als het aantal uren dat gepresteerd wordt in een kalenderjaar hoger is dan 180, mag of moet het restant dan mee overgedragen worden naar een volgend jaar? Vb. een vrijwillig brandweerman heeft op 1 januari 2015 een anciënniteit van 5 jaar en 6 maanden. Hij heeft ten vroegste op 1 juli 2015 een anciënniteit van 6 jaar als in de 6 maanden 90 uren gepresteerd werden (buiten wachtdienst). Als die vrijwilliger gedurende de eerste zes maanden 120 uur presteert, mogen er dan 30 uren overgedragen worden naar een volgende periode? Q8 Art. 246 geeft de mogelijkheid tot opschorting van de benoeming van een vrijwilliger. De periode gedurende dewelke de benoeming van het vrijwillig personeelslid wordt opgeschort wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de dienst-, graad-, schaal- en geldelijke anciënniteit. Hoe moet die gelijkstelling in anciënniteit berekend worden? Moet er dan aan die periode een fictief aantal prestatieuren toegewezen worden gebaseerd op wat? Of geldt dit enkel voor anciënniteit gebaseerd op kalendermaanden (vb. graadanciënniteit voor brandweerman i.f.v. bevordering tot korporaal) Q9 Indien een stagiair brandweerman zijn stageperiode beëindigd, komt hij normalerwijze terecht in trap 1. Echter wanneer hij niet het benodigde aantal prestatie-uren heeft bereikt om door te schalen naar trap 1, komt hij terecht in trap 0. Wanneer kan iemand die in trap 0 is terechtgekomen doorschuiven naar trap 1? Is dit zodra hij voldoende prestatie-uren heeft bereikt? Of begint een nieuwe periode van 12 opeenvolgende maanden te lopen vanaf het ogenblik dat hij in trap 0 is terecht gekomen?
27 FAQ statuut - Inhoudstafel Q10 Overeenkomstig artikel 33 KB geldelijk statuut wordt de geldelijke anciënniteit van het vrijwillig personeelslid berekend ten belope van één jaar anciënniteit voor 180 prestatie-uren. In de FAQ is terug te vinden dat De nieuwe berekeningswijze (een jaar geldelijke anciënniteit voor 180 gepresteerde uren) is pas van toepassing vanaf de overgang naar hulpverleningszone. De vraag rijst of deze berekeningswijze ook van toepassing is op de mensen die gekozen hebben voor het oud geldelijk statuut. Of is art. 33 KB slechts van toepassing vanaf het ogenblik dat men overstapt naar het nieuw geldelijk statuut? Titel 2 Diplomatoelage Q1 Er wordt gesproken over een diplomatoelage voor de vrijwilligers. Is de lijst met de diploma's die in aanmerking komen voor deze toelage up to date? Q2 Op grond van artikel 38 KB geldelijk statuut operationeel personeel stemt de diplomatoelage overeen met een % van de prestatievergoedingen die betaald werden tijdens de voorbije maand met uitzondering van elke toelage of andere vergoeding Hierbij heb ik volgende vragen: Kan u me een voorbeeld bezorgen hoe dergelijke berekeningswijze concreet moet worden uitgevoerd? Kan een zone beslissen om deze diplomatoelage niet maandelijks te betalen maar jaarlijks op basis van de betaalde prestatievergoedingen? Titel 3 Toelage voor onregelmatige prestaties Q1 Moet één zelfde percentage worden toegepast voor de wachtprestaties en de interventies? Kan men b.v. bepalen om s zondags de wachten te vergoeden aan 0% en de interventies aan 100%? Q2 De toelages voor onregelmatige prestaties voor vrijwilligers (max +25% voor nacht, max +100% voor zat-zon-feestdag) zullen door de zoneraad gedefinieerd worden, wat indien deze toelages lager zullen liggen dan de toelages die de gemeentebesturen momenteel hanteren? Q3 Is er een mogelijkheid om de beroeps en de vrijwilligers gelijkwaardig te vergoeden, in de zin dat de vrijwilligers een gelijkwaardige vergoeding zouden krijgen aan de 38% van de beroeps, ongeacht wanneer het uur wordt gepresteerd? Q5 Artikel 40, 7 KB geldelijk statuut operationeel personeel bepaalt dat voor eenzelfde prestatie-uur de toelage voor onregelmatige nachtprestaties niet cumuleerbaar is met de toelage voor onregelmatige zaterdag- of zondagprestaties. Dus deze toelage voor nachtprestaties is wél cumuleerbaar met de toelage voor feesdagprestaties? Q6 Kunnen de onregelmatige prestaties berekend worden volgens de gepresteerde uren, waarbij deze opgesplitst worden tussen de duur gepresteerd op een zondag bvb en de duur
28 FAQ statuut - Inhoudstafel gepresteerd op een maandag. (vb interventie begint zondagavond 23u en eindigt maandagochtend 1u)? Titel 4 Toelage voor de uitoefening van een hogere functie Q1 Heeft de vrijwilliger recht op een bijkomende vergoeding zoals haard- of standplaatstoelage, vakantiegeld of eindejaarspremie? Q2 Kunnen de vrijwillige brandweerlieden nog genieten van een vakantiegeld stelsel private sector? Q3 Een vrijwillig brandweerman heeft gekozen voor zijn nieuw geldelijk statuut: hij geniet van een vakantiegeld berekend overeenkomstig de vakantieregeling van de privé-sector (artikel 38bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers) Maar vanaf wanneer heeft deze vrijwillige brandweerman dan het genot van zijn vakantiegeld? Al in 2015 (op basis van geleverde prestaties in 2014) of pas in 2016 (op basis van geleverde prestaties in 2015) en dit in de veronderstelling dat zijn oude werkgever (het gemeentebestuur) ervoor gekozen heeft om geen vakantiegeld toe te kennen aan de vrijwillige brandweermannen (cfr. KB 2 december 2003 betreffende het vakantiegeld voor de leden van de openbare brandweerdiensten) Met andere woorden, heeft deze vrijwillig brandweerman vakantierechten opgebouwd in 2014 op basis van artikel 38bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers? BOEK 4 Bepalingen waarvan de uitvoering facultatief is Q1 In artikel 45 (facultatieve bepalingen) van het nieuw geldelijk statuut staat dat de Raad bij reglementaire bepalingen, ter aanvulling van dit statuut de toekenningsvoorwaarden van verschillende vergoedingen en sociale voordelen kan vastleggen Betekent dit dat de zoneraad bijkomende vergoedingen kan voorzien. Wij denken concreet aan een vergoeding voor de wachtdienst thuis voor vrijwilligers-ambulanciers, officieren, Kan dit? BOEK 5 Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen Q1 Wie geniet welke verworven rechten en wat houdt de keuze voor het oude (geldelijke) statuut in? Q2 a) Wat met de erkentelijkheidspremie? b) Wat moet er gebeuren met de gemeentelijk bepaalde erkentelijkheidspremie zoals deze actueel bestaat, indien er binnen de zone een nieuw systeem van erkentelijkheidspremie zou bestaan?
29 FAQ statuut - Inhoudstafel c) Blijft de erkentelijkheidspremie ten laste van de gemeente of komt dit op rekening van de zone? Q3 Sommige vrijwilligers ontvangen momenteel obv het organiek reglement van hun huidige brandweerkorps een gunstiger berekening van de vergoeding dan deze opgenomen in art. 39 van het nieuw geldelijk statuut. Zo zijn er momenteel hogere vergoedingen voor onregelmatige prestaties : vb. minimum 2 uur vergoed voor prestaties 's nachts en in het weekend, 220% van de uurvergoeding in het weekend, 200% van de uurvergoeding voor prestaties 's nachts, wil dit zeggen dat vrijwilligers die gebruik maken van art. 207 van de wet 15/05/2007 van deze hogere vergoedingen kunnen blijven genieten? Q4 Kunnen de vrijwilligers ook van deze voordelen blijven genieten nadat ze, na de resterende duur van hun dienstnemingscontract, opnieuw tijdelijk worden benoemd voor de duur van 6 jaar of nadat ze worden bevorderd? Q5 Hoe worden de voorafgaande dienstjaren (voor de opstart van de zone) van de vrijwilligers meegeteld voor het berekenen van de geldelijke anciënniteit? Een jaar voor een jaar of moet ook hier reeds gerekend worden a rato van 180 prestatie-uren op jaarbasis voor een jaar Q6 Moeten de jaren anciënniteit aaneensluitend zijn? Quid iemand die b.v. enkele jaren uit dienst is geweest en later terug actief is opgenomen in een (ander) korps? Q7 Volgens art.51 zal het beroepspersoneelslid op geen enkel ogenblik in zijn nieuwe weddeschaal een wedde krijgen die lager ligt dan de wedde die hij in zijn vroegere weddeschaal gekregen zou hebben. Bij deze vergelijking wordt geen rekening gehouden met een eventueel weddesupplement of een eventuele verhoging van de weddeschaal voor nacht-, zaterdag- en zondagprestaties. Voor de huidige dienstchefs vervalt de premie voor dienstchef. Kan het huidige supplement voor dienstchef niet behouden worden cfr. art 48 2 geldelijk statuut of kan dit supplement enkel behouden worden indien er gebruikt gemaakt wordt van de mogelijkheid vermeld in art. 207 van de wet van 15/05/2007? Q8 Hoe wordt iemand die een hogere functie waarneemt, ingeschaald? Q9 Wanneer iemand kiest voor het behouden van zijn oud geldelijk statuut, blijft de betaling van de wedde dan in het begin van de maand? Q10 In sommige grondreglementen van gemeentelijke brandweerdiensten staat vermeld dat er een fictief maximum contingent van wekelijkse prestatieuren wordt toegekend met het oog op de vergoeding van sommige prestaties van administratieve of representatieve aard voor de verantwoordelijke vrijwillig bevelhebber-dienstchef. Vervalt dit recht op dit aantal fictief maximum contingent prestatieuren ook indien de huidige vrijwillig officier-dienstchef gebruikmaakt van artikel 207 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid aangezien de functie van dienstchef niet meer bestaat, maar de functie vermoedelijk wordt omgevormd tot postverantwoordelijke?
30 FAQ statuut - Inhoudstafel Q11 In art 9 van het geldelijk statuut staat vermeld dat een personeelslid bij een hiërarchische bevordering in zijn nieuwe graad nooit een wedde krijgt die lager ligt dan de wedde die hij in zijn vroegere graad gekregen zou hebben. Momenteel ontvangen de huidige sergeant-majoors (PB5) die bevorderen naar opperadjudant (PB6) een wedde van (geldelijke anciënniteit min. 27 jaar). Na de invoering van het nieuwe administratief en geldelijk statuut zouden de huidige sergeant-majoors (M0-3) echter bevorderen naar de graad van adjudant (M1-2). Hierdoor ontvangen zij een wedde die lager ligt dan de wedde die zij in hun oude statuut zouden hebben gekregen bij een bevordering naar (opper)adjudant (PB6 27 jaar geldelijke anc vs. M jaar geldelijke anc , een negatief verschil van 400). Indien deze medewerkers beslissen om onderworpen te blijven aan hun huidige geldelijke statuut, kunnen ze dan genieten van deze hogere wedde na bevordering? Q12 In art van het geldelijk statuut staat vermeld dat het personeelslid dat gebruikt maakt van de mogelijkheid, vermeld in art 207 Wet 15/05/2007, persoonlijk de reglementaire bepalingen blijft genieten die op hem van toepassing waren wat de geldelijke bepalingen en de sociale voordelen betreft, zo lang deze situatie aanhoudt. Een luitenant-vrijwilliger met een diploma niveau A krijgt volgens de integratieregels de graad van kapitein. Indien deze medewerker zijn huidige geldelijke bepalingen wenst te behouden, welke prestatievergoeding krijgt deze medewerker dan? De prestatievergoeding van luitenant of de prestatievergoeding van kapitein van zijn oude geldelijk statuut? Q13 Artikel 51 spreekt over een garantie van het behoud van wedde. Ik neem aan dat dit over een foto gaat zonder doorgroei in de oude weddeschaal, wel met indexering? Q14 (a) Evaluatieresultaat van voor 01/01/2015 blijft dit tellen voor doorschalingen in het oude statuut (vb. bij BWM van pb2 naar pb2bis) in 2015 en 2016? [(b) Wat indien er geen evaluatie opgemaakt werd, of alleen een evaluatie van meerdere jaren geleden (soms zelfs in een andere functie) beschikbaar is? Bij de brandweer bestond er dan een tussentijdse evaluatie maar in het nieuwe administratief statuut bestaat iets dergelijks niet meer Q15 Art en 3 (geldelijk statuut) somt de verworven rechten op, net als art. 207 en en 3 (administratief statuut). Moeten al deze verworven rechten als pakket beschouwd worden of kan men over elk recht apart kiezen voor het oud of nieuw statuut. Vb. kan men kiezen om verlof en hospitalisatieverzekering uit oud statuut kiezen en de maaltijdcheques en fietsvergoeding uit nieuw statuut? Q16 Indien men een paar maanden anciënniteit tekort komt om in een hogere weddeschaal te vallen, kan men er dan voor opteren om te kiezen voor zijn oude geldelijke statuut om dan bij een verhoging van weddeschaal over te stappen naar het nieuwe geldelijke statuut?
31 FAQ statuut - Inhoudstafel Q17 Artikel 51 stelt dat men nooit een lagere wedde mag hebben in het nieuwe geldelijke statuut dan in het oude statuut. De vraag stelt zich of men elk jaar moet vergelijken Q18 Indien iemand kiest voor behoud van het oude geldelijk statuut (art 207 wet) en dan verder blijft doorgroeien in zijn oude functionele loopbaan, en hij kiest er later voor om (na ) toch over te stappen naar het nieuwe geldelijk statuut, hoe wordt hij dan ingeschaald in de nieuwe weddenschalen? Art. 49 bepaalt dat bij de inwerkingtreding van het statuut, voor het beroepspersoneelslid dat geen officier is, het personeelslid de in bijlage 3 vastgelegde weddeschaal geniet, volgens zijn graad, de weddeschaal die hij voordien genoot en, desgevallend, zijn geldelijke anciënniteit Q19 Wanneer een beroepspersoneelslid vóór de inwerkingtreding van het geldelijk statuut vooruit betaald werd, behoudt het dit recht indien, in toepassing van art. 207 gekozen wordt voor behoud van het oude geldelijk statuut. Als dit personeelslid op een bepaald ogenblik toch opteert voor de bezoldiging volgens het nieuwe statuut, kan het dan beroep doen op de overgangsbepalingen voorzien in art (overgangsperiode van 16 maanden om van vooruitbetaling naar betaling na vervallen termijn over te gaan) of wordt de wedde dan dadelijk na de maand betaald (of in de loop van de maand indien de keuze om toch over te gaan naar het nieuwe statuut genomen wordt binnen de 16 maanden na inwerkingtreding)? Q20 De weddeschaal met corresponderende anciënniteit van majoor en kolonel is in het nieuwe statuut lager dan in ons oude (gemeentelijke) statuut. Wat betekent dit in de praktijk? Blijven zij aan hun oude wedde betaald worden, ook al kiezen zij voor het nieuwe statuut, aangezien het nieuw geldelijk statuut vermeld dat je in het nieuwe statuut niet minder zal verdienen (art. 50 1)? Of betekent dit dat voor hen het kiezen voor het nieuwe statuut de consequentie heeft dat zij maandelijks een lagere wedde zullen hebben? Q21 Een huidige beroepsbrandweerman was bij het gemeentebestuur eerst in dienst als arbeider bij de dienst gebouwen maar is vanaf 1996 aangeworven als beroepsbrandweerman. Op dat moment heeft hij ook de geldelijke anciënniteit meegekregen die hij had opgebouwd binnen het bestuur + 6 jaar privéjaren zodat hij nu op 35 jaar geldelijke anciënniteit komt. Mogen wij de oude anciënniteit laten meetellen voor de inschakeling in de nieuwe weddeschalen? Q22 Kan een persoon die momenteel een toelage geniet voor het uitoefenen van de waarnemende functie van dienstchef, deze behouden door beroep te doen op art 207 van de wet (keuze oud geldelijk statuut)? Q23 (a) In artikel 48, 2 KB geldelijk statuut operationeel personeel is er sprake van een behoud ten persoonlijke titel van de fietsvergoeding indien deze gunstiger is dan de eventuele nieuwe fietsvergoeding die door de raad wordt opgelegd. Gaat het in casu om een fietsvergoeding die kan worden toegekend nav het traject ww-verkeer? Dus het maximaal toegelaten bedrag van
32 FAQ statuut - Inhoudstafel 0.22 euro/km? Of betreft dit de toekenning van een fietsvergoeding voor het maken van een dienstreis? (b) Bijkomend, mag de zoneraad een fietsvergoeding toekennen voor het maken van een dienstreis? Op grond van artikel 3 KB geldelijk statuut operationeel personeel is er enkel sprake van terugbetaling van reiskosten indien gebruik gemaakt wordt van het openbaar vervoer en eigen wagen Q24 Hoe moeten de verworven rechten vermeld in artikel 48, 2, inzake hospitalisatieverzekering begrepen worden? Q25 Hoe moeten de verworven rechten vermeld in artikel 48, 2 inzake maaltijdcheques begrepen worden? Q26 Sommige personen die nu als brandweerman in pb2 zitten, willen weten of zij beter wachten tot zij doorschalen naar pb2bis om dan naar het nieuwe statuut te gaan of al onmiddellijk naar het nieuwe statuut gaan Q27 De keuze tussen het oud en nieuw geldelijk statuut eindigt bij bevordering. De consequentie hiervan is dat dit sommige bevorderingen kan belemmeren. De uitgewerkte verloning voor vrijwilligers binnen de zone is voor sommige posten nadeliger. De huidige vrijwilligers behouden hun oud geldelijk statuut, maar zodra ze bevorderen moeten ze naar nieuw statuut. Wellicht compenseert het meer inkomen in de hogere graad niet het verlies van de overstap naar het nieuw geldelijk statuut, waardoor bepaalde bevorderingsgraden niet ingevuld zullen kunnen worden. Idem voor een verpleegkundige met weddeschaal BV. Deze persoon kan in oud geldelijk statuut blijven, maar indien deze wenst te bevorderen gaat hij naar de schalen van operationeel brandweer en verlies daardoor. Kunnen wij deze personen minstens hun huidige wedde garanderen ook na bevordering en deze daarin blokkeren totdat ze in die nieuwe weddeschaal door anciënniteit meer kunnen verdienen. OF kunnen we een soort bevorderingscomplement voorzien zodat een minimale salarisverhoging gegarandeerd wordt bij bevordering? Q28 In mijn functie van dienstchef heeft de gemeente enkele jaren geleden beslist om een dienstvoertuig (= bedrijfswagen) ter beschikking te stellen. Dit voertuig is onderworpen aan de bepalingen van het KB van 28/12/2011. (De vanaf 1 januari 2012 toegekende voordelen van alle aard die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van een door de werkgever/onderneming kosteloos ter beschikking gesteld voertuig geldt een nieuwe forfaitaire berekening) m.a.w. maandelijks is er dus een financiële verrekening op mijn salaris. Gelet op de overgang van zowel het personeel en roerende goederen is het mijn vraag of ik dit voertuig conform de overeengekomen bepalingen kan blijven behouden als het ware een verworven recht met een uitdovend karakter. Dit wil concreet zeggen dat dit voertuig ter mijner beschikking kan blijven (conform de vigerende wetgeving inzake forfaitaire berekening) tot dit voertuig niet meer rijvaardig blijkt, zonder dat betrokkenen nog recht heeft op een nieuw voertuig
33 FAQ statuut - Inhoudstafel Q29 Een operationeel personeelslid kiest, bij overgang naar de zone, voor het oude geldelijk statuut. Voor de huidige berekening van de toeslagen voor onregelmatige prestaties op zaterdag, zondag en tijdens de nacht wordt er op de prestaties een breuk toegepast van 38/51,54, het getal in de noemer komt overeen met de werkelijke arbeidsduur. Blijft deze breuk dezelfde na overgang naar de zone of dient ze aangepast te worden aan het nieuwe arbeidsregime, bvb. 38/42 wanneer de arbeidsduur vanaf dan 42 uren bedraagt? Q30 Wanneer een onderluitenant kapitein wordt en beslist om zijn oud geldelijk statuut te behouden, welke weddeschaal moet men dan toepassen? Q31 Sommige oude statuten voorzien voor gepresteerde overuren eveneens de mogelijkheid tot uitbetaling (vaak aan 125%). De vraag die zich stelt is of deze regel eveneens wordt aanzien als deel van het oude geldelijke statuut en dat het personeel dus kan blijven kiezen voor uitbetaling, indien deze kiest voor zijn oude geldelijk statuut Q32 In onze zone zijn er vrijwilligers die destijds in 2 verschillende posten een dienstnemingsovereenkomst kregen, met verschillende verloning per post. Mag deze verschillende verloning blijven of moet deze persoon naar 1 soort verloning en welke moet er dan gekozen worden? Momenteel zitten betrokkenen in oud statuut, maar kunnen zij bijv. voor de ene post kiezen voor nieuw statuut en voor de andere post in oud statuut? Indien zij voor beide posten overstappen naar nieuw statuut moet dit dat één verloning voor beide posten zijn? Op basis van hun anciënniteit in de beide posten komen zij in nieuw statuut uit in een verschillende prestatieschaal Q33 Wordt voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de vrijwilligers in dienst vóór 2015 het stagejaar meegerekend als een jaar anciënniteit als brandweerman? Q34 Vanaf welke datum begint de anciënniteit te lopen voor inschaling in het nieuwe geldelijke statuut. Voor de bevorderingsgraden (excl. KPL) is dit de datum vanaf de bevordering, maar voor BWM en KPL is me dit niet zo duidelijk. Is het voor BWM en KPL de datum van indiensttreding of de datum van vaste benoeming als BWM? Q35 Wat betreft de nieuwe weddeschalen, staat in de handleiding van 14/4/2014 het volgende vermeld: in elk geval zult u op geen enkel moment in uw nieuwe weddeschaal een lagere wedde krijgen dan de wedde die u kreeg in uw oude weddeschaal - geldt bovenvermelde stelling enkel bij de inschaling of tijdens de volledige loopbaan? o Bijvoorbeeld: iemand heeft bij de inschaling een hoger barema in het nieuwe statuut, maar na een aantal jaren heeft hij gedurende een paar jaren een lager barema dan wanneer hij in zijn oude weddeschaal zou gebleven zijn. Wat moet de zone tijdens die periode betalen? Zijn (lagere) nieuwe barema, of moet men gedurende de ganse loopbaan toch de vergelijking blijven maken met de oude weddeschaal? - indien iemand bij inschaling een lager barema/prestatievergoeding heeft in het nieuwe statuut (dit komt o.a. voor bij vrijwillige brandweermannen met 1 of 2 jaar
34 FAQ statuut - Inhoudstafel anciënniteit), moet de zone dan zijn oude barema/prestatievergoeding hanteren zolang dit voordeliger is, ook al kiest betrokkene voor het nieuwe statuut? Q36 Een aantal personeelsleden zijn bij hun overdracht als beroepspersoneelslid ambtshalve niet meer vrijwilliger in dezelfde zone. Moet de gemeente waar men vrijwilliger was hier een afrekening doen van de erkentelijkheidspremie, wegens uit dienst, of vervalt dit recht volledig door de overgang naar de zone als beroepspersoneelslid en niet als vrijwilliger? Q37 Volgens zijn "oude" geldelijke voorwaarden krijgt de vrijwilliger voor een permanentieopdracht (bv. nachtwacht ziekenwagen in de kazerne van 23u-7u) een forfaitaire vergoeding van 15 euro. Indien hij in die periode effectief intervenieert krijgt hij zijn uurloon voor de duur van de interventie(s). Indien er tijdens de nachtwacht dus geen interventie is, krijgt de vrijwilliger voor zijn prestatie (8 uren) 15 euro. Deze vrijwilliger kiest voor het behoud van zijn oude geldelijke voorwaarden. Betekent dat dan dat hij zijn uurloon behoudt, maar desalniettemin toch vergoed moet worden voor ieder uur van zijn aanwezigheid of mag de zone de forfait blijven toepassen? Bijlage Q1 Bij de schaal O02 en O03 voor luitenant staat op trap 24 een lager bedrag staat dan op trap 23. Wat is het juiste bedrag? Bijlage 2 - Prestaties vergoedingsschaal Q1 Moeten de bedragen van de prestatievergoedingschalen en de weddenschalen nog vermenigvuldigd worden met de index? Bijlage 3 - Integratieregels in de nieuwe weddenschalen Q1 (1) Een sergeant met 10 jaar geldelijke anciënniteit 9 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in PB2, PB2bis en PB3 geniet in de huidige functionele loopbaan de weddenschaal PB4. Volgens bijlage 3 van het geldelijk statuut geniet dit personeelslid de weddenschaal MO-2. In MO-2 is in bijlage 1 echter geen bedrag voorzien voor de 10e weddentrap. Welke wedde geniet betrokkene op dat ogenblik? (2) Dit doet zich elke keer opnieuw voor bij de periodische sprongen van de baremische loopbaan. Hoe moet dit dan geregeld worden? ARBEIDSTIJD Oproepbaarheidsdienst Q1 Is een beroepslid van de brandweer oproepbaar in oproepbaarheidsdienst of is dit enkel van toepassing op vrijwilligers? Als dit ook van toepassing is op beroepspersoneel, hoe lang kan men dan iemand in oproepbaarheidsdienst plaatsen? (Deze vraag is essentieel om de regeling van officier van dienst verder te kunnen uitwerken binnen de zone.)
35 FAQ statuut - Inhoudstafel Q2 Gaat bij een oproepbaarheidsdienst het initiatief uit van de werknemer die zich beschikbaar verklaart? Kan hij zich dus ook onbeschikbaar stellen? Q3 Wat als iemand zich niet beschikbaar kan verklaren binnen een oproepbaarheidsdienst omdat hij te ver van de kazerne woont? Q4 Is het mogelijk om een vergoeding te voorzien voor de oproepbaarheidsdienst van de beroepsofficieren? Q5 Na de integratie van de brandweerdiensten in de hulpverleningszones verdwijnen de verplichtingen inzake domicilie en beschikbaarheid voor de beroepsofficieren. Wil dit zeggen dat de beroepsofficieren geen wachtdiensten thuis meer moeten presteren? Q6 Kan de zoneraad aan de beroepsofficieren een maximale aankomsttijd opleggen tijdens de oproepbaarheidsdiensten? [Wat als een officier te ver van de zone woont en niet binnen de toegestane tijd kan aankomen?] Q7 De woonplaatsverplichting voor beroepspersoneel is niet meer van toepassing. Kan het personeelslid dan toch verplicht worden om zich beschikbaar te stellen of is dat enkel van toepassing voor bepaalde graden? En kan het personeelslid, die ver van de kazerne woont, kiezen voor opt-out? Zo ja, dient de werkgever dan verplicht te worden om hem onderdak aan te bieden? Q8 Kan/mag een adjudant nog optreden als Officier van Wacht, rekening houdend met de nieuwe structuur bij de officieren, de nieuwe functieomschrijvingen, de verantwoordelijkheden die een officier van wacht heeft wanneer er slachtoffers bij een incident te betreuren vallen (zowel burgers als eigen personeel)? Of is er een bepaalde minimumgraad die een Officier van Wacht moet hebben, of bepaalde vaardigheden/brevetten? Opt-out Q1 Beroeps : kiezen om niet voor opt-out te gaan kan de organisatie ernstig in het gedrang brengen, het betekent immers dat een beroeps na zijn 38 uur niets meer doet voor de brandweer. In grote korpsen is dit misschien wel mogelijk, maar in middelmatige organisaties wordt het heel moeilijk indien men zijn manschappen niet extra kan oproepen of speciale oefeningen of opleidingen kan laten volgen omdat deze niet in de normale werkuren zitten. Kan je opt-out opleggen in kader van de beschikbaarheid, en op basis van de werking van de organisatie? Q2 Hoe worden de opt out-uren betaald? Kan men in een zonevergoeding voorzien om de opt out op sommige momenten (zon- en feestdagen) aantrekkelijk te maken? Q3 Stel dat men kiest voor het nieuwe geldelijke statuut en in een 38urensysteem + 10u opt-out werkt. Hoe worden de opt-out-uren dan vergoed? Tellen ze mee voor de operationaliteitspremie? Kunnen er nog overuren gepresteerd worden in dergelijk systeem?
36 FAQ statuut - Inhoudstafel Q4 Kan de vergoeding voor opt-out-uren voor beroeps per gepresteerde minuut betaald worden? Q5 Hoe verloopt de arbeidstijdregeling in die situatie (interpretatie Q2 FAQ statuut-arbeidstijd varia) In een 38-urenregeling kan een voltijds personeelslid nog 10 u extra presteren en een deeltijds personeelslid zoveel uren als er nog rest tussen de deeltijdse werkbreuk en 48u, met een max. van 24 u/week. Dus oproepen tijdens de kantooruren tellen niet in de extra 10u (bij voltijds personeelslid)? Q6 Als pas na 4 maanden berekend kan worden welke uren in opt-out vallen en welke niet, werk je in dat geval toch met overdracht van opt-out-uren over de week heen? Kan opt-out dan maar om de 4 maanden betaald worden en slechts om de 4 maanden vastgesteld worden welke overuren gerecupereerd moeten worden? Bijv. opt out voor 10u/week, arbeidsduur van 38u/week (voorbeeld voor de gemakkelijkheid over 4 weken i.p.v. 4 maanden, maar logica is dezelfde) Week 1: 40 u gepland en 50 gewerkt Week 2: 36 u gepland en gewerkt Week 3: 36u gepland en 50 gewerkt Week 4: 40 u gepland en gewerkt Totaal gewerkt: 176 u i.p.v. 152 = 24 u teveel Wat is correct: 20 u opt out betalen en 4 u in recup overuren 24 u opt out en geen overuren Q7 Als iemand tekent voor opt-out hier als beroeps en is vrijwilliger in een ander korps, kunnen die 10 opt-outuren voor de vrijwilligers dan ingepland worden in een schema om bvb met de ziekenwagen te rijden in een beurtsysteem in het weekend te samen met andere vrijwilligers? Q8 (a) Wat als in een korps zowel beroeps als vrijwilligers zijn kan die beroeps dan ook nog 10 optouturen bij doen als vrijwilliger in datzelfde korps? (b) Kunnen die uren als vrijwilliger in gepland worden (zelfde korps)? Maw kunnen opt-uren gepland worden in een rooster, want zo maak je beroepsuren bij, zonder een 48 uur regeling te hebben? Q9 Kan een administratief/technisch medewerker dat op het kader staat van de brandweer nog optreden als vrijwilliger en 24 uur extra doen, of zijn dit dan 10 extra opt uren. Opt-out bestaat toch niet voor technisch administratief personeel in brandweerkader? Q10 Kunnen de majoor en de kolonel genieten van de opt-out? Q11 Zouden de volgende mogelijkheden om de opt-out uren te vergoeden mogelijk zijn? Bijvoorbeeld: 1. minimum 2 uur en elk begonnen uur is een uur. 2. een vaste premie zonder toepassing van de operationaliteitspremie en minimum 1 uur en elke begonnen uur is een uur Q12 Omvat de vergoeding voor de opt-out enkel het basisloon of ook de haard- en standplaatstoelage?
37 FAQ statuut - Inhoudstafel Q13 Als iemand voor zijn oud geldelijk statuut heeft gekozen, hoe wordt de opt-out dan geregeld (aangezien zij geen operationaliteitspremie hebben, maar wel vergoeding onregelmatige prestaties!)? Q14 Kan men maaltijdcheques ontvangen voor bijkomende werkuren in het kader van een opt-out? Meer dan 38u arbeidstijd Q1 Wij behoren tot één van de zones i.v.m. de uitzondering van de arbeidstijd. Hoe is de verloning geregeld betreffende de uren tussen 38 en 48 uur? (Vast werkregime, niet opt-out) Worden deze uren ook aan 1/1850 ste betaald, of is er hier een andere regel van toepassing? Q2 Kan een zone kiezen voor 2 systemen van arbeidstijd binnen de zone bvb een deel in 48 uren en een deel in 38. Wat dan bij mutatie van iemand die nu in 38 staat en naar een 48 uur wil. Wordt dit nog toegelaten? Q3 Hoe moet "de bijkomende vergoeding" geïnterpreteerd worden? Uiteraard moet voor elk effectief gepresteerd uur de operationaliteistpremie betaald worden, maar : kan deze operationaliteitspremie de minimale "bijkomende vergoeding" zijn of is de bijkomende vergoeding minimaal het basisuurloon (1/1850e) voor elk uur boven de 38 uur gemiddeld + de operationaliteitspremie (dit zou dan betekenen dat de bijkomende vergoeding een vergoeding is bovenop het extra basisuurloon + operationaliteitspremie). Mag de bijkomende vergoeding, buiten de operationaliteitspremie, berekend worden op basis van de effectief gepresteerde uren of moet dit bijgeteld worden bij het basisloon (bv. in een 42 urenweek : dient het basis jaarloon verhoogd te worden met 52 x 4 uur, ongeacht het verlofstelsel en eventuele ziektedagen,...) of mag er berekend worden op basis van het effectief aantal gepresteerde uren t.o.v. een 38 urenweek met hetzelfde verlofstelsel? Q4 Wat moet er concreet gebeuren indien er geen akkoord kan bereikt worden met de syndicale organisaties over de arbeidstijd boven de 38u per week en de bijkomende vergoeding ervan? Q5 Wie kan/moet de aanvraag tot tussenkomst van een sociaal bemiddelaar doen? Is dat de vakorganisatie of de zone of een mogelijkheid voor allebei? Q6 Indien men voor 38u + 10u opt-out kiest, kan men max. 10u extra per week werken. Is er voor iemand die voor 38u kiest een maximum opgelegd inzake te presteren overuren? Q7 Als men beroepsbrandweerman is in een zone en men naast de vaste shiften ingezet wil worden binnen het voormalig vrijwilligerskorps impliceert dit dat men automatisch moet kiezen voor 38u + 10u opt-out? Of kan dit ook binnen een gewone 38u-regeling (wat zou impliceren dat men het overwerk dat men doet in het vrijwilligerskorps dient te recupereren in zijn vaste shiften als beroeps)? Varia
38 FAQ statuut - Inhoudstafel Q1 Kan een 24-uurs shift eigenlijk nog blijven voortbestaan? In de memorie van toelichting wordt gesteld dat enkel in uitzonderlijke situaties de maximale dagelijkse of wekelijkse arbeidsduur mag overschreden worden. Daarbij wordt gesteld dat een schouwbrand eigenlijk valt onder een gebruikelijke activiteit van een hulpdienst en dus geen uitzonderlijke situatie is die toelaat om af te wijken van de dagelijkse of wekelijkse arbeidsduur. Hoe kan dit nu effectief geïnterpreteerd worden? Q2 (a) Is het mogelijk om de functie van administratief personeelslid van de zone te cumuleren met een functie als vrijwilliger binnen dezelfde zone? (b) Betekent dit dat ik als vrijwilliger een shift van 12u of 24u mag doen, zolang ik gedurende één jaar niet meer dan 520 uur presteer (10u per week gemiddeld)? Q3 Stel dat men kiest voor het nieuwe geldelijke statuut en in een 38urensysteem werkt. Hoe worden overuren dan vergoed? Tellen ze mee voor de operationaliteitspremie? Q4 De adjudant krijgt een operationaliteitspremie van 38%. In het nieuwe statuut specificeert men echter niet of deze een dienstrooster heeft van het operationeel team of een administratief dienstrooster. U moet begrijpen dat wij, als operationeel adjudant in ploeg onder het oude statuut met uitzonderlijke prestaties en dag-, nacht- en weekendshiften, niet willen overgaan naar 5 weekdagen van 8 tot 17u Q5 Art 5, 7 en 8 van de wet van 19 april 2014 zijn niet van toepassing op leidinggevend personeel. Betekent dit dat voor hun arbeidstijdregeling wel nog de wet van 14 december 2000 van toepassing is? Q6 De gemiddelde diensttijd wordt bekeken op 4 maanden. In principe mag men op het einde van die periode geen uren ter recuperatie van de 38h-week meer staan hebben. In welke mate is er een minimale overdracht mogelijk op het einde van die periode naar het begin van de volgende periode? Vb. iemand moet door een interventie langer werken zijn allerlaatste shift van de periode, waardoor hij extra overuren krijgt Q7 Art. 4 van de wet van 19/04/2014 stelt dat de richtlijnen niet van toepassing zijn op personeel dat een leidinggevende functie heeft en autonoom beslist over zijn arbeidstijd. Zij blijven dus werken in het huidige (glijdend) 38h-systeem, waarbij overuren gerecupereerd dienen te worden en betaald worden. Zij hoeven zich niet aan de periode van 4 maanden te houden. Klopt dit? Q8 Is de effectieve invulling van de arbeidstijd (vaststelling van de shiften en gedetailleerde bepaling wat er tijdens de shift moet gedaan worden (rust, oefeningen, sport of taken) overleg- of onderhandelingsmaterie met de vakbonden? Kan de zonecommandant deze invulling zelf bepalen of moet dit vastgelegd worden in de zoneraad of zonecollege? Moet deze effectieve invulling (in detail) in het arbeidsreglement opgenomen worden of is het voldoende het aanvangsuur, aantal werkuren en rusttijden op te nemen in dit reglement?
39 FAQ statuut - Inhoudstafel Ambulanciers niet-brandweerman Q1 Wat gebeurt er met de ambulanciers niet-brandweerman? Q2 Diverse brandweerlui leveren ook prestaties voor de dienst 100 (ambulances). Op dit moment zijn ze in de hoedanigheid van vrijwillige ambulanciers wél onderworpen aan de sociale zekerheid (30,95%). Blijft dit zo voor 2015 en volgende jaren, of zullen de ambulanciersvrijwilligers een zelfde statuut krijgen toegekend als de brandweerman-vrijwilligers en dus vrijgesteld worden van socialezekerheidsbijdragen (tenzij ze het grensbedrag overschrijden)? Q3 Wat gebeurt er met de verpleegkundigen in het technisch administratief kader van de huidige brandweerkorpsen? Sommigen hadden als benoemingsvoorwaarde dat ze het brevet brandweerman dienden te behalen, anderen niet Q4 Kan een ambulancier/verpleegkundige niet-brandweerman ook Opt-Out-uren doen of niet (ik vermoed van niet vermits zij geen operationaliteitspremie genieten), kunnen zij nog overuren doen en welke zijn dan de modaliteiten (ik vermoed dat gepresteerde uren dienen gerecupereerd), zijn zij ook in de mogelijkheid wat betreft de arbeidstijd/duur om meer dan 38u/week te presteren en welk zijn dan de modaliteiten? Q5 Kunnen de ambulanciers eventueel als vrijwillige brandweerman optreden (mits behalen van het brevet brandweerman)? Q6 Kunnen de ambulanciers eventueel overschakelen naar het operationeel brandweerpersoneel als zij het brevet zouden hebben behaald? Q7 Hoe gaat de overgang van een contractuele ambulancier niet-brandweerman naar de zone? Moeten deze mensen gestatutariseerd worden, omdat ze opgenomen worden in het operationeel personeel van de zone? Kunnen we deze ambulanciers in een niet-operationeel kader weerhouden binnen de zone en daar een oplossing voor uitwerking in de rechtspositieregeling van het administratief personeel? Q8 Art 41 van het KB bezoldigingsregeling ambulance personeel verwijst naar art 50 1 punt 3 van het administratief statuut ambulance personeel. Maar dit artikel 50 1 punt 3 bestaat niet. Dit is belangrijk om te weten of het ambulance personeel zijn hoger loon mag behouden bij overgang naar het nieuwe geldelijke statuut Q9 Voor verpleegkundigen staat in het statuut ambulancepersoneel dat ze wel nog kunnen doorlopen in hun oorspronkelijke schaal en voor de verpleegkundigen in het brandweerstatuut niet. Vraag is of hier de lijn kan worden doorgetrokken ten bate van de brandweermanverpleegkundigen? Q10 Moet men enkel beschikken over het diploma van verpleger of moet met effectief andere taken dan gewone ambulanciers uitvoeren om coördinator-hulpverlener-ambulancier te worden?
40 FAQ statuut - Inhoudstafel Q11 In het KB betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel dat geen brandweerman is, staat in artikel 43 dat het ambt van de beroepsleden van het ambulancepersoneel eindigt: 5 door eervol ontslag zoals bedoeld in artikel 48. Zou het kunnen dat hier artikel 47 zou moeten bij staan? Of waarom wordt hier niet verwezen naar artikel 47, dat toch ook een vorm van eervol ontslag bevat? In artikel 44 staat dan weer dat het ambt van de vrijwillige leden eindigt door eervol ontslag zoals bedoeld in artikel 47. Zou het kunnen dat hier dan weer artikel 48 zou moeten bij staan? Of waarom wordt hier niet naar artikel 48 verwezen, dat toch ook een vorm van eervol ontslag bevat?
41 FAQ statuut - Administratief statuut ADMINISTRATIEF STATUUT BOEK 1. - Algemene bepalingen Q1 Zal de Koning, zoals in het verleden, een model van (organiek) reglement vaststellen voor de punten die door de zoneraad moeten bepaald worden (b.v. vergoeding van de vrijwilligers, )? 41 Q2 Moet er een soort organiek reglement voor de zone worden gemaakt? Nee. Het KB vormt zelf de basis. Telkens als in het KB betreffende het geldelijke statuut of het KB betreffende het administratieve statuut een vrijheid wordt gegeven aan de zone om bepalingen op te nemen in een reglement, kan de zone dit doen in aparte reglementen of in één reglement. De benaming van dit reglement is door de zone te bepalen. Bijvoorbeeld kan dit zijn reglement betreffende de aanvullende (zonale) bepalingen van het administratief/geldelijk statuut van het operationeel personeel. De bepalingen van het KB Statuut mogen niet gekopieerd worden in dit zonale reglement. Q3. Kan het kroontje op het insigne in de vorm van een blauwe of rode driehoek nog gedragen worden door de verantwoordelijken van de posten? De functie van dienstchef bestaat niet meer sinds 01/01/2015 en dus mag het kroontje niet meer gedragen worden. Dit zal bevestigd worden door een omzendbrief die nog in opmaak is en met daarin ook andere regels in verband met de insignes verbonden aan de nieuwe graden en functies (voornamelijk voor kolonel en voor zonecommandant). Q4. Wat met een stagiair-onderluitenant? Wordt deze persoon ook ingeschaald naar stagiair- LUITENANT en krijgt hij dan ook 2 sterren in de plaats van 1 ster op zijn insigne? Een stagiair onderluitenant is op 01/01/2015 geïntegreerd volgens de integratieregels van art. 308 KB administratief statuut. Naargelang zijn opleidingsniveau (niveau A of niet) wordt hij geïntegreerd als stagiair-kapitein of als stagiair-luitenant. Zijn insignes zullen ook moeten worden aangepast. Dit zal bevestigd worden door een omzendbrief die nog in opmaak is en met daarin ook andere regels in verband met de insignes verbonden aan de nieuwe graden en functies (voornamelijk voor kolonel en voor zonecommandant). Q5. Mag men binnen de zone overgaan tot professionalisering voor vacante betrekkingen in de graad van brandweerman of is men wettelijk verplicht hier in eerste instantie voor aanwerving te kiezen?
42 FAQ statuut - Administratief statuut Volgens art. 3 van het KB administratief statuut beslist de raad, wanneer een betrekking vacant wordt verklaard of dit gebeurt via aanwerving, bevordering, mobiliteit of professionalisering. In het geval van een vacante betrekking van een beroepsbrandweerman, kan de raad beslissen om dit via aanwerving, mobiliteit of professionalisering te doen. Aangezien er niemand kan bevorderen tot beroepsbrandweerman en er per definitie dus geen beroepskandidaten kunnen zijn, moet art. 90 van het KB administratief statuut zo begrepen worden dat de raad 42 kan beslissen om de functie open te stellen voor kandidaat vrijwilligers van de zone, zonder dat andere voorwaarden moeten zijn voldaan. Bij een aanwervingsprocedure kunnen de vrijwilligers uiteraard ook deelnemen, naast gewone burgers. In afwachting van de organisatie van de federale geschiktheidsattesten, kunnen de zones personeel zoeken via bestaande reserves, via door gemeente opgestarte procedures verder te zetten, via mobiliteits- of professionaliseringsprocedures. Q6 In het KB van 19/04/2014 is meermaals sprake van de zonecommandant, of zijn afgevaardigde. Welke procedure moet gevolgd worden om de afgevaardigde aan te stellen? Door wie, wie kan aangesteld worden,...? Er is geen procedure vastgelegd voor de aanduiding van de afgevaardigde van de zonecommandant. De zonecommandant kan zelf één of meerdere personen aanduiden. Hij kan dit doen in functie van de materie waarover het gaat. B.v. hij kan iemand als afgevaardigde aanduiden voor de operationele kant en iemand voor administratieve zaken. Hij doet dit best zo transparant en duidelijk mogelijk, b.v. via dienstnota. BOEK 2. Rechten en plichten Titel 1. Algemene rechten en plichten Titel 2. Bijzondere plichten bij interventies Q1 Moet de zonecommandant de hoogste in graad zijn binnen de zone? De functie van zonecommandant betreft een mandaatfunctie. Art. 114 van de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid bepaalt dat de uit de selectieprocedure als best gerangschikte kandidaat door de raad in zijn functie wordt aangewezen voor een hernieuwbare periode van zes jaar. Art. 4 van het KB van 26 maart 2014 tot vaststelling van het functieprofiel van de commandant van een hulpverleningszone en van de nadere bepalingen voor zijn selectie en zijn evaluatie
43 FAQ statuut - Administratief statuut legt de voorwaarden vast waaraan de kandidaat voor de functie van zonecommandant moet voldoen (zie ook artikel 17 voor de termijn tot 1 januari 2020). Onder deze voorwaarden is niet vermeld dat de zonecommandant de hoogste in graad binnen de zone moet zijn. Art. 109 van de wet van 15 mei 2007 stelt dat de zonecommandant verantwoordelijk is voor de leiding, de organisatie en het beheer evenals de verdeling van de taken binnen de zone. Het betreft hier duidelijk zowel een administratieve, als een operationele leiding. Dit blijkt ook uit de functiebeschrijving opgenomen als bijlage aan het KB. 43 Bij een interventie zal het dus de zonecommandant zijn die de operationele leiding op zich neemt, ongeacht de graad van de andere aanwezige officieren, zelfs als deze hoger in graad zijn dan de zonecommandant zelf. Anderzijds is het vermoedelijk wel zo dat het veelal veel zo zal zijn dat de zonecommandant niet ter plaatse gaat bij een interventie, en de leiding overlaat aan één van zijn officieren. Bovendien, concreet voor uw vraag met betrekking tot een noodsituatie zoals bedoeld in het KB van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen : de functiebeschrijving in de bijlage aan het KB van 26/03/2014 bepaalt dat de zonecommandant de beleidscoördinatie van discipline 1 in het coördinatiecomité moet verzekeren. In de praktijk zal de zonecommandant dus niet de functie opnemen van Dir-CP-Ops. Art. 10, 4, 2 van het KB van 16/02/2006 bepaalt immers dat de functies van de verantwoordelijke van discipline 1 binnen het coördinatiecomité en van Dir-CP-Ops niet cumuleerbaar zijn. BOEK 3. Onverenigbaarheden en cumulatie van beroepsactiviteiten Titel 1. Onverenigbaarheden Q1 Je bent beroepsbrandweerman in een korps en daarnaast vrijwillig sergeant in een korps in dezelfde zone. Is dit een onverenigbaarheid en zijn er overgangsmaatregelen voorzien (uitdoofbeleid)? Welke graad krijgt de betrokkene? Er is inderdaad een onverenigbaarheid tussen de functie van beroeps en de functie van vrijwillig brandweerman in dezelfde zone (zie artikel 22 KB administratief statuut). Er zijn geen overgangsmaatregelen voorzien om deze functies te blijven cumuleren omdat dit juridisch niet mogelijk is. De betrokkene zal waarschijnlijk opteren om als beroeps aan de slag te blijven in de zone en krijgt de eraan verbonden graad. Men kan zijn eventueel hogere graad als vrijwilliger niet meenemen.
44 FAQ statuut - Administratief statuut Indien de persoon tegen de eerste zoneraad nog geen keuze zou gemaakt hebben, moet de raad betrokkene in gebreke stellen om die situatie te beëindigen binnen de 6 maanden. Wanneer betrokkene geen gevolg binnen deze termijn geeft aan het bevel van de raad, wordt hij ambtshalve ontslagen (zie art. 23 KB 19/04/2014). Er zijn wel een aantal maatregelen voorzien in de wet van 19 april 2014 tot vaststelling van bepaalde aspecten van de organisatie van de arbeidstijd van de operationele beroepsleden. 44 Kort samengevat komt het erop neer dat een beroeps bovenop zijn gemiddelde arbeidsduur van 38u/week nog 10 uur extra kan presteren (als beroeps) op zijn eigen verzoek (=opt-out). Wanneer hij meer dan gemiddeld 38u/week zou werken, kan hij het aantal uren extra presteren tot aan gemiddeld 48u/week (vb. gemiddeld werkt hij al 42u/week, dan kan hij nog max 6u extra per week werken bij wijze van opt-out). Er is een uitzonderlijke overgangsmaatregel die uitdovend is (in 7 welbepaalde zones): wanneer men beroeps en vrijwilliger was in een verschillend korps van dezelfde zone, kan men 4u extra presteren (als beroeps), ook als men hierdoor boven een gemiddelde arbeidsduur van 48u/week zou uitkomen. Deze regel wordt overzichtelijk uitgelegd in de handleiding, p 25 en 26, punt Q2 Is het mogelijk om de functie van administratief personeelslid van de zone te cumuleren met een functie als vrijwilliger binnen dezelfde zone? Zie antwoord op vraag Q2 van de punt Varia onder het hoofdstuk Arbeidstijd van dit document) Q3 Ik ben beroepsofficier bij een korps en vrijwilliger bij een ander korps. De korpsen behoren tot dezelfde zone. In de beide functies heb ik dezelfde graad en ik kies om beroeps te blijven. In artikel 22 1 lees ik de onverenigbaarheid tussen beroeps en vrijwilliger. In artikel 23 lees ik dat de raad de onverenigbaarheid moet vaststellen en die moet dan beëindigd worden binnen de 6 maanden. Kan ik nog 6 maanden de beide functies (beroeps en vrijwilliger) blijven uitoefenen na de start van de hulpverleningszone? Het klopt niet dat u de functie van beroeps en vrijwilliger nog 6 maanden na de inwerkingtreding van de zone kan blijven uitoefenen. Artikel 23 van het Kb administratief statuut is van toepassing in het nieuwe statuut, voor nieuw vastgestelde onverenigbaarheden. Er zijn geen overgangsbepalingen genomen om deze toestand van onverenigbaarheid tijdelijk verder te zetten na de overdracht naar de zone, omdat deze toestand niet strookt met het Kb administratief statuut, noch met het principe uit het sociaal recht dat men voor dezelfde werkgever dezelfde activiteiten niet onder 2 verschillende hoedanigheden mag uitoefenen.
45 FAQ statuut - Administratief statuut Bij de overdracht naar de zone wordt de onverenigbaarheid beroeps-vrijwilliger in dezelfde zone ogenblikkelijk vastgesteld en wordt deze bij de overdracht zelf vermeden, in de zin dat de betrokkene maar in 1 hoedanigheid overgedragen wordt, m.n. diegene die hij verkiest (dat zal normaal gezien die van beroeps zijn). Indien de persoon tegen de eerste zoneraad nog geen keuze zou gemaakt hebben, moet de raad betrokkene in gebreke stellen om die situatie te beëindigen binnen de 6 maanden. 45 Wanneer betrokkene geen gevolg binnen deze termijn geeft aan het bevel van de raad, wordt hij ambtshalve ontslagen (zie art. 23 KB 19/04/2014). Q4 Is er een regeling voorzien voor administratieve medewerkers van de zone die ook vrijwilliger is in dezelfde zone. Wat is de voorziene regeling als een administratieve kracht tijdens zijn werkuren in de hoedanigheid van administratief personeelslid wordt opgeroepen als vrijwilliger voor een interventie? Moet dit gezien worden als een dienstvrijstelling met behoud van wedde en moet dit personeelslid dan eveneens betaald worden als vrijwillige brandweer? Of kan hij enkel betaald worden voor zijn interventie en moet dit personeelslid dienstvrijstelling krijgen zonder behoud van zijn wedde? Wat betreft de administratieve toestand van het zonaal administratief personeelslid dat tijdens de dienst opgeroepen wordt voor een interventie, dit zal geregeld moeten worden in het administratief statuut van het administratief personeel dat de zone zal opstellen. Tot nu toe was dit geregeld in artikel 212 van de rechtspositieregeling BVR De zone kiest echter zelf hoe ze dit wil invullen. Q5 Wat moet er gebeuren als een administratief personeelslid tijdens zijn diensttijd opgeroepen wordt voor een interventie en tijdens deze interventie een ongeval krijgt? Kan dit gezien worden als een arbeidsongeval? Indien de betrokkene een arbeidsongeval krijgt tijdens een interventie waarbij hij optreedt als vrijwillig brandweerman, betreft het een arbeidsongeval overkomen als vrijwillig brandweerman. De betreffende regeling is terug te vinden in artikelen 298 en 299 van het KB adm statuut. Q6 We hebben een beroepsbrandweerman die een verlof wegens persoonlijke aangelegenheden heeft bekomen bij het stadsbestuur. Dit verlof loopt nog steeds. Heft dit verlof de onverenigbaarheid tussen beroeps- en vrijwilligerspersoneel op en kunnen we hem als vrijwilliger prestaties laten leveren? Zo niet: kan dit eventueel in een opt-out regeling? Wanneer het een verlof om persoonlijke redenen betreft waardoor de betrokkene zich in de administratieve stand van non-activiteit bevindt, kan toegelaten worden dat de onverenigbaarheid niet van toepassing is. Hij oefent de functie van beroeps immers voor relatief lange duur niet meer uit bij zijn werkgever (de zone). In dat geval zou hij dus kunnen optreden als vrijwillig brandweerman.
46 FAQ statuut - Administratief statuut Dit geldt evenwel niet voor eventuele andere vormen van non-activiteit (vb. ongewettigd afwezig algemeen, ongewettigd afwezig ziekte, tuchtschorsing). Het is wel zo dat personeelsleden die vóór de overgang naar de zone beroeps en vrijwilliger waren bij 2 gemeenten van de zone, bij de overgang naar de zone slechts in 1 hoedanigheid overgedragen worden. Wanneer zij bvb in 2016 een afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke redenen aanvragen (art 240 Kb adm statuut) en bijgevolg in non-activiteit 46 terechtkomen, is het niet zo dat hun vroegere hoedanigheid van vrijwillig brandweerman herleeft. Zij kunnen dus niet zonder nieuwe aanwerving ingezet worden als vrijwillig brandweerman, en gesteld dat betrokkene terugkeert als beroeps na afloop van zijn verlof, moet de onverenigbaarheid vastgesteld worden en moet een einde gemaakt worden aan de cumul. De opt-out regeling bestaat enkel voor beroepsbrandweerlieden. Een personeelslid in nonactiviteit wegens verlof om persoonlijke redenen, kan zich daar niet op beroepen. Voor andere personeelsleden bestaat er geen opt-out regeling. Mocht het zo zijn dat de betrokkene tijdens zijn verlof werknemer is van de zone als administratief personeelslid, moet rekening gehouden worden met de beperkingen inzake arbeidstijd. Zie antwoord op vraag Q2 van de punt Varia onder het hoofdstuk Arbeidstijd van dit document). Q7 Iemand was voor de zonevorming beroepsbrandweerman in post A en vrijwillig brandweerman in post B. Door de zonevorming vallen beide posten nu in dezelfde zone. Is er een overgangsmaatregel voor deze persoon of wordt hij geacht vanaf het moment van de zonevorming te hebben gekozen voor zijn beroepsfunctie of zijn vrijwilligersfunctie? Op de eerste zoneraad wordt de zoneraad op de hoogte gesteld van welke personen zich in deze situatie bevinden. Indien de persoon nog geen keuze zou gemaakt hebben, moet de raad betrokkene in gebreke stellen om die situatie te beëindigen binnen de 6 maanden. Wanneer betrokkene geen gevolg binnen deze termijn geeft aan het bevel van de raad, wordt hij ambtshalve ontslagen (zie art. 23 KB 19/04/2014). Titel 2. Cumulatie van beroepsactiviteiten van het beroepspersoneelslid BOEK 4. - De aanwerving, de aanwervingsstage en de benoeming Titel 1. De aanwerving
47 FAQ statuut - Administratief statuut Hoofdstuk 1. Het federaal geschiktheidsattest Q1 Zijn de kosten verbonden aan het bekomen van een medisch attest om de geschiktheidsproeven te mogen aanvangen ten laste van de kandidaat? Ja. Q2 Wanneer ik in de toekomst zou solliciteren voor de functie van beroepsbrandweerman, hetzij in mijn huidige zone, hetzij in een andere brandweerzone, moet ik dan nog een federaal geschiktheidsattest behalen? Of beschouwt men dit als "behaald" omwille van x- aantal jaren actieve dienst en behaalde brevetten? 47 Iemand die momenteel vrijwillig brandweerman is en in de toekomst wil solliciteren voor een beroepsfunctie bij aanwerving zal eerst het federaal geschiktheidsattest moeten behalen. Het omgekeerde geldt trouwens ook: een beroepslid dat elders vrijwilliger wil worden zal ook het federaal geschiktheidsattest moeten behalen. Q3 Is er al duidelijkheid wanneer en hoe dit federaal geschikhteidsattest kan behaald worden? Ligt dit in de schoot van de zones of van de provinciale scholen? De voorbereidingen om proeven voor het federaal geschiktheidsattest te organiseren zijn aan de gang. De FOD BiZa zal deze organiseren in samenwerking met de brandweerscholen. De ministeriele omzendbrief van 26 maart 2015 geeft al daaromtrent sommige richtlijnen mee. In afwachting van de organisatie van deze proeven kunnen de zones wel personeel aanwerven door gebruik te maken van de bestaande wervingsreserves. Wie in een dergelijke werfreserve zit, wordt geacht houder te zijn van een federaal geschiktheidsattest (cfr. art. 312 KB 19/04/2014). [De eerste testen voor het federaal geschiktheidsattest worden gepland. De informatie betreffende deze testen is hier beschikbaar. Hoofdstuk 2. Oproep tot kandidaten door de raad Q1 In art 36 van het administratief statuut staat vermeld dat de raad een woonplaats- of beschikbaarheidsverplichting voor vrijwillige personeelsleden kan opleggen door middel van een beslissing gemotiveerd in functie van de operationele organisatie van de zone. Momenteel hebben sommige korpsen in onze zone deze verplichting ook voor beroepspersoneelsleden in hun statuut opgenomen. Kan/mag de raad dit ook opleggen voor (bepaalde) beroepspersoneelsleden in functie van de operationele organisatie van de zone (vb. voor de officieren van wacht)? Het is in het nieuwe statuut niet meer mogelijk een woonplaats- of beschikbaarheidsverplichting op te leggen aan de beroepspersoneelsleden. Deze kunnen
48 FAQ statuut - Administratief statuut echter oproepbaar zijn in het kader van een oproepbaarheidsdienst. Zie verder punt Oproepbaarheidsdienst onder het hoofdstuk Arbeidstijd. Q2 (a) Artikel 37 en 38 KB administratief statuut bepalen dat de aanwerving onderworpen is aan het slagen in een vergelijkend examen en een eliminerend medisch onderzoek. Mogen we ervan uitgaan dat het vergelijkend examen ook eliminerend is/kan zijn? De term eliminerend staat uitdrukkelijk vermeld voor de term het medisch onderzoek, maar niet voor de term een vergelijkend examen. Het is toch niet de bedoeling om alle kandidaten op te nemen in een rangschikking? 48 Men moet inderdaad slagen voor het vergelijkende examen. De niet-geslaagden worden niet opgenomen in de rangschikking. (b) Wat wordt begrepen onder operationele redenen die nodig zijn om een bijkomende proef in het vergelijkend examen te kunnen voorzien. Is deze bijkomende proef eliminerend of kan deze eliminerend zijn? De eventuele bijkomende proef maakt deel uit van het vergelijkend examen, hiervoor geldt dus dezelfde regel. Een eventuele bijkomende proef moet gemotiveerd worden met operationele redenen, die specifiek voor de zone kunnen zijn. Hiervoor kan ook gekeken worden naar de functiebeschrijvingen van de verschillende functies (die momenteel nog niet bekendgemaakt zijn). Q3 Mag de zone aanwervingsreserves aanleggen van vrijwillige brandweerlieden ingedeeld per post (op basis van een keuze die zij zelf maken en ifv de woonplaats / beschikbaarheidsverplichting) iplv per zone, met het oog op vermindering van de administratieve lasten (iedereen van de reserve aanschrijven ingeval van vacature)? Indien men een oproep doet voor kandidaten voor de hele zone, zal de reserve opgesteld worden per zone. Het is niet mogelijk om deze reserve op basis van de keuze van de vrijwilliger zelf te beperken tot een reserve die enkel geldig zou zijn voor de gekozen posten. De zone heeft er zelf ook baat bij om zoveel mogelijk geslaagde kandidaten in een reserve te hebben en de persoonlijke situatie van de betrokkenen kan tijdens de duur van de reserve wijzigingen, waardoor zij toch interesse hebben en in aanmerking komen voor een andere post waar zij in eerste instantie niet voor gekozen hadden. Het is wel mogelijk om bij een oproep tot kandidaten te verduidelijken in welke post(en) vacatures zijn, zeker indien er een woonplaats/beschikbaarheidsverplichting van toepassing is. In dat geval zal de reserve opgesteld worden voor de posten vermeld in de oproep. Q4 Is de raad verplicht om, indien er twee verschillende soorten reserves zouden zijn, vb een aanwervingsreserve en een bevorderingsreserve, de oudste reserve aan te spreken ingeval van vacature?
49 FAQ statuut - Administratief statuut Artikel 3 van het KB adm statuut bepaalt dat bij een vacante betrekking, de raad beslist of deze ingevuld wordt door aanwerving, bevordering, mobiliteit of professionalisering. Volgens het verslag aan de Koning is de prioriteitenvolgorde niet vastgelegd in het KB, omdat de raad beter geplaatst is hierover te oordelen. Dit geldt, ook ingeval er verschillende reserves zouden zijn. Hoofdstuk 3. De aanwerving van het personeel van het basiskader 49 Q1 Mogen wij in een aanwervingsprocedure kandidaten toelaten die geen militiegetuigschrift afgeven omdat zij niet onder de dienstplichtwet vallen? Over de aanwervingsvoorwaarde "aan de dienstplichtwetten voldoen" kan het volgende gezegd worden: Ondanks de afschaffing van de dienstplicht in België, blijft de vereiste om voldaan te hebben aan de dienstplichtwetten bij de aanwerving van personeelsleden gehandhaafd om 2 redenen: de vereiste geldt nog voor alle Belgische mannelijke kandidaten, geboren voor 1 januari Zij moeten nog steeds voldoen aan de dienstplichtwetten en dienen hiervan het bewijs te leveren d.m.v. een militiegetuigschrift. Een getuigschrift blijft vereist indien betrokkene destijds zijn burgerdienst heeft vervuld of gewetensbezwaren heeft aangetekend. de dienstplicht bestaat nog in sommige andere lidstaten van de EER. Een kandidaat uit een EER-lidstaat waar de dienstplicht nog geldt, dient eveneens te voldoen aan de dienstplichtwetten van zijn land. Men moet voldoen aan de dienstplichtwetten, maar men moet daarvoor niet altijd een specifiek document kunnen voorleggen. Een militiegetuigschrift is nodig voor mannelijke Belgische kandidaten, geboren voor 1/1/1976. Als het aan de hand van de nationaliteit, leeftijd of het geslacht al duidelijk is dat de persoon buiten het toepassingsgebied van de dienstplichtwet valt, is er geen document vereist. Hoofdstuk 4. De aanwerving van het personeel van het hoger kader Q1 Art 38 adm statuut: is de wervingsreserve verplicht of niet? Ja, deze is verplicht. Titel 2. De aanwervingsstage Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Q1 Artikel 39 laatste lid staat: De aanwervingsstage eindigt één jaar na het behalen van het brevet, door Ons bepaald, op basis van een beraadslaging door de Ministerraad. Wat met
50 FAQ statuut - Administratief statuut vrijwilligers die reeds een brevet hebben? Stel een vrijwilliger slaagt in het federaal geschiktheidsattest en slaagt in de zonale proef, hoe dient zijn proeftijd dan te worden geregeld? Want de aanwervingsstage start met het volgen van de opleiding door ons bepaald. De regels inzake de gelijkstelling van huidige brevetten met de toekomstige brevetten zullen bepaald worden door het nieuwe Kb opleiding. Los daarvan moet artikel 39 zo gelezen worden dat de stage van een stagiair die al het benodigde brevet heeft, 1 jaar zal duren. Dat staat zo in het Verslag aan de Koning. 50 Q2 In art 41 laatste lid staat: de raad neemt de kosten voor het behalen van het rijbewijs C of C1 en voor het behalen van het brevet ambulancier voor zijn rekening. Wat betekent dit concreet? Dient enkel de eerste poging voor het behalen van het rijbewijs C te worden betaald of dient elke poging door de zone te worden betaald? Mag de raad na het slagen voor het rijbewijs C de kosten terugbetalen aan de stagiair? Artikel 41 bevat geen beperking van het aantal pogingen, want het behalen van het rijbewijs C of C1 en van het brevet ambulancier is een benoemingsvoorwaarde voor het bereopsbrandweerlid. Elke poging moet dus door de zone betaald worden. Het is niet aan de stagiair om de kosten voor te schieten. Elke deelneming aan een examen moet echter wel toegelaten worden. Eventuele misbruiken door een stagiair kunnen altijd via de evaluatievan de stage omkaderd worden. Q3 Art 39, zesde lid en art 47, 2 adm statuut: moet de stage van de vrijwilliger volbracht worden binnen de maximumtermijn van 5 jaar, inclusief de eventuele verlengingen (max 2x 6 maand) nav een negatieve evaluatie of mogen deze eventuele verlengingen bovenop de 5 jaar komen? De totale stageperiode kan niet langer zijn dan 5 jaar voor een vrijwillig stagiair (behalve ingeval van verlenging op basis van art 40, 2 afwezigheden). De eventuele verlengingen inzake evaluatie moeten binnen deze maximumduur vallen. Q4 Is er een mogelijkheid om de stage in te korten voor een stagedoende beroepsbrandweer man/vrouw, en de jaren als vrijwilliger( 28 jaar) alsook de jaren als gedetacheerd ( 16 jaar) brandweer personeel te laten meetellen als stage? Het is niet mogelijk om de stage in te korten met deze periodes. Conform artikel 39 van het KB adm statuut duurt de stage tot 1 jaar na het behalen van het vereiste brevet. Indien de betrokkene het brevet al heeft bij de indiensttreding, duurt de stage 1 jaar. Dat staat in het verslag aan de Koning. Er zijn geen andere uitzonderingen voorzien. Hoofdstuk 2. Evaluatie tijdens de aanwervingsstage
51 FAQ statuut - Administratief statuut Q1 Bij een negatief voorstel van evaluatie door de stagebegeleider kan het, wanneer de stagiair het geval wenst voor te leggen aan de stagecommissie voor advies, tot 4 maand duren alvorens definitief uitspraak wordt gedaan over het ontslag/de verlenging. (Boek 4, titel2, hfdst.2, art. 49). Dient met deze termijn van 4 maand rekening gehouden te worden voor het bepalen van het evaluatiemoment? Of wordt de stageperiode bij overschrijding hier automatisch mee verlengd? In dit laatste geval, dient deze feitelijke verlenging mee in rekening gebracht als uiteindelijk wordt beslist tot verlenging van de stage? Of komt de 6 maand verlenging er bovenop? 51 Het samenvattend eindverslag van de stage wordt altijd op het einde van de stage opgesteld. Indien de stagebegeleider de verlenging voorstelt en de stagiair gaat in beroep, wordt de stage automatisch verlengd met de termijn nodig om dit beroep te behandelen. De maximum 6 maand verlenging moet geteld worden vanaf het einde van de stage, dus niet pas vanaf de uitspraak in beroep. Q2 Hoe moet de stagecommissie opgericht worden en moet deze bij elke afsluiting van een stage opgericht worden? is hiervoor een formeel besluit (raad, college, zonecommandant) vereist? De stagecommissie wordt enkel ad hoc opgericht, telkens als een stagiair de stagecommissie vat (voor beroep tegen een eindverslag dat ontslag of verlenging van de stage voorstelt) of indien er sprake is van een zware fout waarvoor men wil overgaan tot het ontslag. Er moet geen formele beslissing zijn van de raad of het college. Er moet ook geen besluit van de zonecommandant zijn. Titel 3. De benoeming Q1 Moet nieuw brandweerpersoneel nog een eed afleggen? Het KB administratief statuut vermeldt niet expliciet de verplichting om bij de benoeming de eed af te leggen, zoals het geval was voor de officieren in het KB van Echter, er is een algemene bepaling die de eed oplegt aan alle ambtenaren. Het brandweerpersoneel moet dus de eed afleggen zoals bedoeld in artikel 2 van het decreet van De wet, noch het KB adm statuut bepaalt in wiens handen dat moet gebeuren. Naar analogie met de eed van de zonecommandant en de bijzondere rekenplichtige kan dat gebeuren tav de voorzitter van het college.
52 FAQ statuut - Administratief statuut 20 JULI Decreet betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie. Art.2. Al de ambtenaren van het gerecht en van het bestuur, de officieren van de burgerwacht en van het leger en, in 't algemeen, al de ingezetenen belast met enig openbaar ambt of enigen openbaren dienst zijn verplicht, alvorens hun betrekking te aanvaarden, de eed af te leggen in de volgende bewoordingen : " Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du Peuple belge. " 52 " Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgisch volk. " " Ich schwöre Treue dem König, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgisches Volkes. " Art. 3. De eed, bij artikel 2 voorzien, wordt afgelegd voor de overheid, door de bestaande wetten daartoe aangewezen, en op de tot nu toe in acht genomen wijzen. Dit geldt enkel voor de personeelsleden die in dienst komen na 01/01/2015. Iedereen die nu geïntegreerd werd, moet deze eed niet meer opnieuw afleggen. Q2 Artikel 51 heeft het over stilzwijgende vernieuwing van de benoeming van de vrijwillige brandweerman. Hieronder versta ik dat er geen beslissing van de zoneraad vereist is voor vrijwilligers die men wenst te behouden. Aan wie moet de zonecommandant dan zijn advies uitbrengen? Of is er toch steeds een beslissing van de zoneraad vereist? De zonecommandant moet voor elke vrijwilliger bij het einde van de benoemingstermijn een advies geven aan de zoneraad. De zoneraad zal echter enkel een expliciete (gemotiveerde) beslissing dienen te nemen indien de benoeming niet verlengd wordt. Voor zij waarvan de benoeming wel verlengd mag worden, moet geen expliciete beslissing genomen worden door de raad, dit gebeurt stilzwijgend. BOEK 5. De loopbaan Titel 1. De bevordering door verhoging in graad Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. - De bevorderingsvoorwaarden Q1 Moeten de 180 uren in het kader van de bevordering van vrijwilligers berekend worden volgens de reële prestaties of op basis van het aantal uren dat wordt uitbetaald?
53 FAQ statuut - Administratief statuut De 180 uren waarvan sprake in artikel 55 moeten berekend worden volgens de reële gepresteerde tijd (net als de berekening van de diensttijd in art. 174 e.v.) en niet op basis van de uitbetaalde uren. Aangezien zones vrij kunnen kiezen om meer dan 1u te vergoeden, zal die laatste basis immers verschillend zijn van zone tot zone. Hoofdstuk 3. - De bevorderingsstage 53 Afdeling 1. Algemene bepalingen Afdeling 2. De evaluatie tijdens de bevorderingsstage Afdeling 3. - De evaluatie op het einde van de bevorderingsstage Titel 2. Mobiliteit Q1 Wil dit zeggen dat we van korps kunnen veranderen als we aan deze voorwaarden voldoen? Of wil dit zeggen dat de zone ons 'vrij' kan laten veranderen van korps, en we dus op een ander gebied in de zone terecht kunnen komen? Mobiliteit betekent dat men zelf kan vragen om overgeplaatst te worden naar een andere zone met behoud van zijn graad, of zelfs via bevordering. Er moet dan wel binnen die zone een vacature vacant verklaard worden door de zoneraad (zie art. 67 e.v. KB 19/04/2014 administratief statuut). Voor vrijwilligers moet er uiteraard steeds rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de kazerne binnen een redelijke termijn. Overplaatsingen binnen de zone, van de ene post naar de andere, zijn ook mogelijk. Dit kan zowel op verzoek van de betrokkene als door de werkgever omwille van organisatorische redenen. Deze overplaatsingen zijn geen mobiliteit in de zin van het KB administratief statuut. Uiteraard moet in het geval van vrijwilligers steeds rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de kazerne binnen een redelijke termijn. Q2 Wat wil de 'mobiliteitsproef' zeggen? Via deze proef wordt de motivatie, de inzetbaarheid en de overeenstemming van de kandidaat met de functiebeschrijving getest. De zoneraad zal beslissen waaruit die proef precies zal bestaan. Q3 Wat betekent niet geschorst zijn bij wijze van tuchtmaatregel in artikel 70 van het KB van 19/04/2014?
54 FAQ statuut - Administratief statuut De voorwaarde "niet geschorst zijn bij wijze van tuchtmaatregel" in art. 70 van het KB van 19/04/2014 administratief statuut (B.S. 1/10/2014) betekent dat men vanaf het moment van de aanvraag niet geschorst mag zijn. Eerdere schorsingen die afgelopen of verjaard zijn, vormen dus geen bezwaar. Hoofdstuk 1. - Mobiliteit in dezelfde graad 54 Hoofdstuk 2. -Bevordering door mobiliteit Titel 3 De professionalisering Q1 Het is me niet duidelijk hoe die procedure van de professionalisering gelezen moet worden. In concreto: moet de zone bij een professionalisering eerst een oproep doen aan de beroepsbrandweermannen die aan de voorwaarden voldoen (art.90, eerste lid) om te promoveren tot een hogerliggende graad of kan men onmiddellijk opteren om de professionalisering op te starten (art.3 + art.90, tweede lid). Geldt de professionalisering enkel bij ontstentenis van geschikte kandidaten uit het beroepskader? En zo ja: hoe bepaalt men dat? Op papier of middels een proef? De bedoeling van art. 90 is dat er nooit kan beslist worden om een functie open te stellen enkel voor vrijwilligers om te professionaliseren om op die manier beroepspersoneel te blokkeren in een bevordering. Dus: Ofwel is er geen beroepspersoneel dat aan de voorwaarden om te bevorderen voldoet en dan kan de raad de functie openstellen voor vrijwilligers (via professionalisering). Ofwel is er wel beroepspersoneel dat aan de voorwaarden om te bevorderen voldoet en dan kan de raad de functie openstellen ofwel via bevordering (en dan komen enkel de beroeps in aanmerking) ofwel via bevordering EN via professionalisering en dan komen beroeps en vrijwilligers samen in concurrentie voor dezelfde functie. De professionalisering kan dus toegepast worden bij ontstentenis van kandidaten bij het beroepspersoneel, maar dat is geen noodzakelijke voorwaarde. De kandidaten uit het beroepskader moeten voldoen aan de voorwaarden van art. 56: anciënniteit, voldoende evaluatie, brevet, bevorderingsproef (+evt. Belg zijn en diploma niveau A). In de huidige situatie kan niemand al voldoen aan de bevorderingsvoorwaarden, aangezien het brevet nog niet bestaat en de inhoud van de bevorderingsproef nog niet in een ministerieel besluit bepaald is. Tot op het moment dat beide voorwaarden zijn ingevuld, is
55 FAQ statuut - Administratief statuut professionalisering dus mogelijk, zonder dat de vrijwilliger in concurrentie treedt met beroepskandidaten omdat er geen bevorderingsproeven mogelijk zijn. Wanneer de inhoud van de bevorderingsproeven bepaald zal zijn en de raad zal beslist hebben om een functie via bevordering en professionalisering in te vullen, dient de raad dan een bevorderingsproef (in art. 57) te organiseren voor de beroepskandidaten en een professionaliseringsproef voor de vrijwillige kandidaten. Het is bijgevolg aan te raden de 55 professionaliseringsproef identiek in te vullen als de bevorderingsproef zodat iedereen tegelijk op eenzelfde manier wordt getest en gelijk kan worden beoordeeld. Er dient dan één rangschikking te worden opgemaakt van de vrijwillige en beroepskandidaten, waarvan de eerstgerangschikte wordt gekozen (de rangschikking is verplicht door artikel 57). In het geval er enkel vrijwillige kandidaten zijn, kan de inhoud van de professionaliseringsproef wel verschillen van deze van de bevorderingsproef, zoals bepaald in het ministerieel besluit. Bovendien kan dan iemand gekozen worden uit de geslaagde kandidaten, zonder dat een rangschikking moet worden opgemaakt (geen verplichte rangschikking in artikel 93). Q2 Kan een professionnaliseringsreserve aangelegd worden? De professionaliseringsreserve is niet voorzien in het statuut. Dit is een bewuste keuze, aangezien professionalisering enkel mogelijk is bij gebrek aan beroepskandidaten die voldoen aan de bevorderingsvoorwaarden (art 90). Het aanleggen van een professionaliseringsreserve zou deze bepaling omzeilen. Q3 Kan men ook professionaliseren naar een lagere graad dan diegene die men heeft? Zowel artikel 89 (binnen de zone) als 106 (in een andere zone) van het Kb adm statuut spreken over professionalisering in dezelfde graad. Door het feit dat er uitdrukkelijk gesproken wordt over professionalisering in dezelfde graad, kan iemand met een hogere graad zich geen kandidaat stellen. [Q4 Komt op basis van de gelijkstellingstabel een vrijwilliger met 2 jaar ervaring als luitenant in aanmerking voor een professionalisering tot kapitein? De gelijkstellingstabel op onze website kan inderdaad toegepast worden voor wat betreft de graadanciënniteit in toepassing van artikel 309 van het administratief statuut. Echter, de vereiste graadanciënniteit is slechts een van de vereiste voorwaarden in artikel 92. Artikel 89 stelt echter duidelijk dat Professionalisering in dezelfde graad is de overgang van het vrijwillig personeelslid naar een vacant verklaarde betrekking van het beroepspersoneel in dezelfde graad en binnen dezelfde zone. De eerste vereiste om te kunnen professionaliseren in dezelfde graad is de graad waarin geprofessionaliseerd wordt bekleden.
56 FAQ statuut - Administratief statuut In casu kan de tabel wel gebruikt worden door de op 01/01/2015 geassimileerde kapiteins. In strikte zin zouden zij ook geen twee jaar graadanciënniteit (als kapitein) hebben op dit moment. Door de tabel kunnen zij, met oog op professionalisering in dezelfde graad, de jaren als onderluitenant en luitenant laten gelden.] Update Hoofdstuk 1. - Professionalisering in dezelfde graad en binnen dezelfde zone 56 Hoofdstuk 2. - Professionalisering door mobiliteit in een andere zone Titel 4. De wedertewerkstelling Hoofdstuk 1 Algemeen Q1 Geldt de voortgezette opleiding van 24 uur ook voor de wedertewerkgestelde? De voortgezette opleiding van 24u per jaar geldt in principe ook voor de wedertewerkgestelde personen. De verplichting moet echter bekeken worden in functie van de taak waarin de betrokkene wedertewerkgesteld is. Ingeval men wedertewerkgesteld is in lichtere operationele taken, dan moet de 24u voortgezette opleiding per jaar gevolgd worden, tenzij er geen opleiding uit de catalogus KCCE zou kunnen gevonden worden die voldoet aan de doelstelling van de voortgezette opleiding voor de betrokken persoon en compatibel is met zijn persoonlijke toestand (m.n. de reden voor de wedertewerkstelling). Indien het gaat om een technische, logistieke of administratieve taak, dan kan de zone beoordelen of het zinvol is deze 24 uur te volgen. De voortgezette opleiding strekt er immers toe vroeger verworven competenties te behouden en reactief aan te passen en proactief nieuwe technieken en competenties aan te leren zodat de huidig uitgeoefende functie op efficiënte wijze kan blijven uitgeoefend worden. Het aanbod van de voortgezette opleiding zal ook niet altijd nuttig zijn voor de functie waarin men wedertewerkgesteld is. Het toch volgen van de voortgezette opleiding is van belang voor het volgende. Conform artikel 115, tweede lid, behoudt het wedertewerkgestelde personeelslid zijn aanspraken op bevordering in de weddeschaal. Een van de voorwaarden voor bevordering in de weddenschaal is het gevolgd hebben van x aantal uren voortgezette opleiding (art Kb geldelijk statuut). Q2 Het wedertewerkgestelde personeelslid behoudt zijn rechten inzake weddeschaal totdat hij een voordeligere weddeschaal geniet in de functie waarin hij wedertewerkgesteld is. Wat betekent dit juist?
57 FAQ statuut - Administratief statuut Deze bepaling is eerder theoretisch. Het personeelslid krijgt de garantie dat hij in zijn oude weddenschaal van zijn operationele graad blijft, tenzij de weddenschaal van zijn nieuwe functie interessanter zou zijn. Dat kan het geval zijn indien iemand in een administratieve functie tewerkgesteld wordt die beter betaald wordt. Ingeval van wedertewerkstelling in een operationele functie zal dat in principe niet van toepassing zijn, aangezien de betrokkene in zijn graad blijft en dus geen hogere weddenschaal zal kunnen genieten. 57 Hoofdstuk 2 Wedertewerkstelling omwille van medische redenen Q1 Is er een verschil tussen wedertewerkstelling medische redenen nav een arbeidsongeval en wedertewerkstelling medische redenen tav privé-ongeval of gewone ziekte? Indien het een arbeidsongeval is, is de arbeidsongevallenwet van van toepassing en het KB van De enige bepaling mbt de vergoeding tijdens de wedertewerkstelling is artikel 6, 2, van de wet. Art 6 bepaalt: 1. Zolang het slachtoffer de uitoefening van ambten behoudt, mogen de rente bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1, b, en de bijslag bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1, c, niet hoger liggen dan 25 % van de bezoldiging op grond waarvan de rente werd vastgesteld. 2. Het slachtoffer die ongeschikt is bevonden om zijn ambt uit te oefenen maar die andere, met zijn gezondheidstoestand verenigbare ambten kan vervullen, kan volgens de regelen en binnen de grenzen die zijn statuut bepaalt, weder tewerkgesteld worden in een betrekking welke met zulk een ambt overeenkomt. Het wedertewerkgestelde slachtoffer behoudt het voordeel van de bezoldigingsregeling welke hij genoot toen het ongeval zich voordeed of de beroepsziekte werd vastgesteld. Onder het voordeel van de bezoldigingsregeling wordt begrepen de baremische loopbaan. Daaronder vallen niet de toelagen of premies. Artikel 25 van het KB geldelijk statuut heeft betrekking op de wedertewerkstelling wegens medische redenen, zonder onderscheid of dit nav privéongeval/ziekte of nav arbeidsongeval is. Artikel 25 is dus ook van toepassing ingeval van wedertewerkstelling medische redenen nav arbeidsongeval. Dat betekent dat er geen recht is op 100% van de operationaliteitspremie, maar op 25% ervan (administratieve, technische, logistieke functie) of op 75% ervan (operationele functie). Q2 Wat indien iemand operationeel is en afwezig is door een arbeidsongeval, behoudt betrokkene dan voor de shift dat hij afwezig is wegens AO het recht op een operationaliteitspremie?
58 FAQ statuut - Administratief statuut Wat betreft de tijdelijke arbeidsongeschiktheid nav een arbeidsongeval, geldt het volgende. Art 3bis van de arbeidsongevallenwet van bepaalt het volgende: Onder voorbehoud van de toepassing van een meer gunstige wets- of verordeningsbepaling genieten de personeelsleden op wie deze wet van toepassing werd verklaard, gedurende de periode van tijdelijke ongeschiktheid tot de datum van volledige hervatting van het werk, het voordeel van de bepalingen die voor een tijdelijke volledige ongeschiktheid door de wetgeving op de arbeidsongevallen of door de wetgeving op de beroepsziekten zijn vastgesteld. 58 Dat betekent dat zij 90% van het gemiddelde dagloon krijgen. Er is immers geen gunstiger bepaling voor het operationeel personeel in het KB geldelijk statuut voorzien. Het gemiddelde dagloon betreft volgens artikel 34 en 35 van de wet van ieder bedrag of ieder in geld waardeerbaar voordeel dat rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever aan zijn werknemer wordt toegekend ingevolge de tussen hen bestaande arbeidsverhouding, alsmede het vakantiegeld, ( ) hetzij dat de toekenning ervan voortvloeit uit ( ) een reglement, ( )uit het gebruik of uit een statuut,. Het vakantiegeld wordt niet beschouwd als loon voor de berekening van de vergoedingen verschuldigd voor de tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Daarna volgt een opsomming van een aantal vergoedingen die expliciet uitgesloten zijn. De premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties [is niet opgenomen in deze opsomming van uitgesloten vergoedingen en maakt dus deel uit van het gemiddeld dagloon die geldt als basis voor de vergoeding van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Hoofdstuk 3 Wedertewerkstelling op eigen verzoek Titel 5. Eindeloopbaanregime Q1 Is er nog VVP in het nieuwe statuut? Ja, alhoewel het nieuwe statuut (KB 19/04/2014) niet voorziet in eenzelfde systeem van verlof voorafgaand aan het pensioen zoals het actueel bestaat in de steden en gemeenten die het ingevoerd hebben op basis van het KB van 03/06/1999. In het nieuwe statuut is het alleen wanneer er geen lichtere aangepaste functie kan gevonden worden voor de persoon die in de voorwaarden verkeert en een aanvraag indient, dat een VVP toegekend wordt. Het betreft dus geen automatisch recht voor de persoon die in de voorwaarden is. (zie art van het KB van 19/04/2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones)
59 FAQ statuut - Administratief statuut Q2 In het kader van VVP, wat moet begrepen worden onder aanneembare dienstjaren voor opening van het recht op pensioen in de openbare sector? Onder aanneembare dienstjaren voor opening van het recht op pensioen in de openbare sector moet worden begrepen de dienstjaren gepresteerd in de publieke sector; de jaren gepresteerd in de privésector of als vrijwillig brandweerman tellen hier niet mee. Voor de volledigheid: de jaren gepresteerd in de privésector of als vrijwillig brandweerman 59 tellen wel mee voor de loopbaanvoorwaarde voor het recht op vervroegd pensioen zoals bepaald in art 125, 1, 3 van het KB van 19/04/2014 (toekomstig, voor de zones) en zoals bepaald in artikel art 3, 3, 3 KB 03/06/1999 (huidig stelsel). Men moet uiteraard aan alle voorwaarden tegelijk voldoen om recht op VVP/eindeloopbaanregime te hebben. Titel 6. Uitoefening van een hoger ambt Q1 Kan er ook in de toekomst verder gewerkt worden met waarnemende functies? Kan de zoneraad bvb een waarnemende kapitein aanstellen (ook al voldoet hij, volgens de huidige overgangsbepalingen, niet om automatisch kapitein te worden). Ja, de uitoefening van hogere functies is geregeld in art. 137 e.v. van het KB van 19/04/2014. De zoneraad moet uiteraard die voorwaarden en regels respecteren en kan niet zomaar iemand aanduiden als waarnemende kapitein buiten de regels om. Q2 Kunnen de jaren die men als waarnemende gepresteerd heeft, meetellen voor de anciënniteit om bevorderd te kunnen worden? Het antwoord staat in art. 145, tweede lid van het KB van 19/04/2014: Art Het uitoefenen van een hoger ambt verleent geen aanspraak op benoeming in de graad van dat ambt. Indien het personeelslid evenwel wordt bevorderd tot de graad die overeenstemt met de betrekking die het zonder onderbreking heeft waargenomen en indien het voor deze betrekking wordt aangewezen, begint zijn anciënniteit voor de bevordering te lopen op de datum vanaf dewelke het die betrekking ononderbroken waarneemt. Deze datum mag niet teruggaan tot vóór de datum waarop het personeelslid alle vereisten heeft vervuld om bevorderd te worden tot de graad van de betrekking waarvoor het is aangewezen, noch tot vóór de datum waarop die betrekking vacant werd. BOEK 6 De opleiding Q1 Hoeveel uren voortgezette opleiding zal een brandweerman dienen te volgen?
60 FAQ statuut - Administratief statuut Artikel 150 van het administratieve statuut bepaalt dat het operationeel personeelslid jaarlijks minimaal 24 uren voortgezette opleiding volgt, georganiseerd door een erkend opleidingscentrum - in de mate van het mogelijke gegeven in de zone. De commandant of zijn afgevaardigde kan wel bijkomende uren voortgezette opleiding organiseren. Q2 In art 150 staat: Het personeelslid volgt jaarlijks minimum 24 uur voortgezette opleiding om zijn vroeger verworven competenties te behouden en reactief aan te passen en om proactief nieuwe technieken en competenties aan te leren zodat de huidig uitgeoefende functie op efficiënte wijze kan blijven uitgeoefend worden. Wat betekent dit concreet voor de brandweerman-ambulanciers? Momenteel hebben zij reeds een voortgezette opleiding van 24 uur. Wordt dit dan 48 uur? 60 De verplichte voortgezette opleiding voor de badge 100 wordt momenteel niet in aanmerking genomen voor de verplichte 24u voortgezette opleiding bedoeld in artikel 150. De brandweerman-ambulancier moet dus aan beide verplichtingen voldoen. Het is echter goed mogelijk dat het nieuwe KB opleidingen in deze situatie verandering zal brengen. Q3 Het KB administratief statuut operationeel personeel voorziet in art 150 dat ieder (operationeel) personeelslid van een zone minimaal 24 uur voortgezette opleiding volgt, georganiseerd door een provinciale brandweerschool (opleidingscentrum civiele veiligheid). Het KB bezoldigingsregeling operationeel personeel voorziet in een bevordering in weddeschaal (oa art 13, ) wanneer aan een aantal voorwaarden voldaan is : Minstens 120 uur voortgezette opleiding georganiseerd door een opleidingscentrum civiele veiligheid (er van uit gaande dat het gaat over 5 x 24 uur waarvan sprake in art 150 KB administratief statuut operationeel personeel; Het volgen van minstens 50 uur (op 5 jaar) opleiding erkend door het KCCE; Wat is juist het verschil tussen een opleiding erkend door het KCCE en een opleiding georganiseerd door een opleidingscentrum civiele veiligheid? Is een opleiding georganiseerd door een opleidingscentrum civiele veiligheid niet steeds erkend door het KCCE? Is het onderscheid dat de 120 uur betrekking heeft op het behouden van reeds verworven competenties en de 50 uur KCCE betrekking heeft op nieuwe materie? Een verschil zit inderdaad in de inhoud: de (5x)24u betreft voortgezette opleiding bedoeld om vroeger verworven competenties te behouden. Het andere verschil is dat de voortgezette opleiding door de brandweerscholen georganiseerd wordt, terwijl de 50u niet noodzakelijk georganiseerd zullen worden door de brandweerscholen. Q4 De 50 uur opleiding erkend door KCCE voor verhoging in weddeschaal veronderstelt dat men deze 50 uur opleiding niet meer dient te volgen wanneer men binnen zijn graad reeds de hoogste weddeschaal heeft bereikt. Correct? (De 120 uur voortgezette opleiding blijft dan
61 FAQ statuut - Administratief statuut nog wel over als formele vereiste binnen het KB administratief statuut operationeel personeel). Inderdaad. De 50 uur opleiding is enkel een voorwaarde voor verhoging in de weddenschaal, als men in de hoogste weddenschaal van zijn graad zit, heeft men geen belang meer bij deze bepaling. De 24u per jaar is een verplichting voor iedereen, onafhankelijk van de geldelijke loopbaan. 61 Q5 Een medewerker die een brevetopleiding volgt met het oog op de latere deelname aan een bevorderingsproef, moet deze medewerker in het jaar van zijn brevetopleiding ook nog aan de 24 uur voortgezette opleiding van dat jaar voldoen (of mag de medewerker zijn uren van de brevetopleiding geheel of gedeeltelijk als voortgezette opleiding laten tellen?); Wat in aanmerking komt voor de 24u, wordt momenteel nog bepaald in het kader van het nieuwe KB opleiding. Waarschijnlijk zullen zowel brevetten als getuigschriften als attesten in aanmerking komen. De besprekingen zijn echter nog gaande, dus dit is nog niet definitief. Q6 Een medewerker is beroepsbrandweerman in onze zone maar ook vrijwilliger in een andere zone. Moet de medewerker in beide zones voldoen aan zijn 24 uur voortgezette opleiding? Is een zonecommandant verplicht de uren voortgezette opleiding die een medewerker van zijn zone als vrijwilliger in een andere zone heeft gepresteerd/behaald te erkennen? Dit heeft geen zin wanneer een medewerker in de zone waar hij vrijwilliger is, uren voortgezette vorming heeft gepresteerd om zijn kwalificatie als gaspakdrager te behouden in zijn zone, maar in de zone waar hij beroepsbrandweerman geen functie als gaspakdrager heeft (maar bv. duiker is). Wat in aanmerking komt voor de 24u, wordt momenteel nog bepaald in het kader van het nieuwe KB opleiding. De besprekingen zijn echter nog gaande, dus dit is nog niet definitief. De betrokkene zou niet verplicht zijn om in beide hoedanigheden de 24u voortgezette opleiding te volgen, op voorwaarde dat de gevolgde 24u in beide functies nuttig zijn in de zin van artikel 150 KB adm statuut. De betrokken zones kunnen ter zake afspraken maken. Q7 Art.151 van het administratief statuut stelt: De verplaatsing tussen de kazerne en de plaats waar de opleiding gegeven wordt, wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. a) Indien dit gelijkgesteld wordt aan dienstactiviteit moet dit dan ook niet vergoed worden? Voor beroeps: op basis van artikel 151 is deze verplaatsingstijd arbeidstijd en telt deze mee voor de berekening van de 38u/week en de daarvoor voorziene wedde. De verplaatsing van thuis tot de kazerne is geen arbeidstijd en wordt in principe niet vergoed (tenzij b.v. fietsvergoeding). Voor vrijwilligers: op basis van artikel 151 en 174 is deze verplaatsingstijd diensttijd. Art. 37 van het KB geldelijk statuut mag zo gelezen worden dat met de verplaatsingstijd vanaf de kazerne naar het opleidingscentrum rekening gehouden mag worden voor de berekening van
62 FAQ statuut - Administratief statuut de prestatievergoedingen. De verplaatsing van thuis tot de kazerne is geen diensttijd en wordt ook niet vergoed. b) Zo ja tellen deze uren dan ook mee voor de geldelijke anciënniteit? Voor de beroeps: deze uren maken deel uit van de wekelijkse arbeidstijd en tellen mee voor de geldelijke anciënniteit en de anciënniteit in het kader van bevorderingen. 62 Voor de vrijwilligers: in het huidige art. 55 KB administratief statuut en art. 33 KB geldelijke statuut worden momenteel alle uren diensttijd, met uitzondering van de wachtdiensten in de kazerne, mee in aanmerking genomen voor de berekening van de 180u (=1 jaar geldelijke anciënniteit + in kader van bevordering). Het zou de bedoeling zijn om via de reparatiekb s de uren verplaatsingstijd toe te voegen aan de uitzondering. Indien dat effectief zo wordt, zullen ze dus niet meetellen voor de anciënniteitsberekeningen. c) Anderzijds: is deze eventuele vergoeding voor verplaatsing enkel van toepassing op opleidingen? of ook voor verplaatsingen naar vergaderingen binnen bijv. de zone? Voor beroeps: indien de vergadering binnen het normale rooster valt, valt dit binnen de arbeidstijd en wordt dit op deze manier vergoed. Voor vrijwilligers en voor beroeps wanneer de vergadering buiten het normale rooster valt: De verplaatsingstijd is geen arbeidstijd of diensttijd en kan dus niet op die manier vergoed worden. Voor verplaatsingen naar vergaderingen kan de zone wel reis- en verblijfkosten terugbetalen in het kader van een behoorlijk toegelaten zending (zie art. 3 KB geldelijk statuut). BOEK 7. De evaluatie Titel 1. Algemene bepalingen Q1 Een evaluatieperiode bedraagt 2 jaar en een eerste evaluatiegesprek heeft plaats 2 jaar na benoeming. Wordt de evaluatieperiode overgenomen wanneer het personeelslid overgaat naar de zone of begint de periode te lopen vanaf het moment dat de zone opstart? Het is zeker niet de bedoeling van het nieuwe administratieve statuut om alle bevorderingen de eerste 2 jaren te blokkeren. Daarom is in de overgangsbepaling van art. 317 van het KB administratief statuut van 19/04/2014 (B.S. 1/10/2014) het volgende bepaald: Art De evaluatievoorwaarde «voldoende», vermeld in de artikelen 56, 70, 87 en 92, is slechts van toepassing na het einde van de eerste evaluatieperiode gevoerd krachtens dit besluit.
63 FAQ statuut - Administratief statuut Voor de bevorderingen moet de laatste evaluatie bekeken worden. In het begin zal dit de evaluatie van het oude statuut zijn, daarna (na de eerste cyclus van 2 jaar) zal de nieuwe evaluatie van het nieuwe statuut tellen. De evaluatieperiode wordt dus niet overgenomen. Men start een nieuwe volgens het nieuwe statuut. Men kan wel nog beroep doen op het laatste evaluatieresultaat van de oude evaluatieprocedure (die stopgezet wordt). 63 Titel 2. Het verloop van de evaluatie Titel 3. De beroepsprocedure Q1 Art. 166 van het KB administratief statuut operationeel personeel: wet gebeurt er als de voorzitter wordt gewraakt? De procedure wraking is niet geregeld in het statuut, bovendien doet de evaluatiecommissie geen uitspraak in beroep, maar geeft zij een advies aan de raad, die ervan kan afwijken mits bijzondere motivering. De figuur van de wraking is dus niet van toepassing op de voorzitter van de evaluatiecommissie. Het onpartijdigheidsbeginsel wordt al gewaarborgd door het feit dat de zonecommandant niet deelneemt aan de beraadslaging door de raad die de definitieve beslissing neemt (art 167, vijfde lid). Titel 4. Gevolgen van de vermelding «onvoldoende» Q1 Art. 169 van het KB administratief statuut operationeel personeel: indien een personeelslid na 2 jaar een onvoldoende krijgt en 1 jaar later (na opvolging) een voldoende, wanneer vindt dan het volgende evaluatiemoment plaats? Is dit 1 jaar of 2 jaar later?, wanneer kan dan het ambtshalve ontslag volgen? De volgende evaluatie is 2 jaar later. Indien dit opnieuw een onvoldoende is, zal dit aanleiding geven tot het ambtshalve ontslag want het personeelslid 2 krijt onvoldoende vermeldingen in een periode van 3 jaar. De evaluatieperiode loopt immers over 1 jaar (vb Titel 5. De beroepskamer BOEK 8. Organisatie van de diensttijd van de vrijwillige personeelsleden Q1 Art Kb administratief statuut Mag een vrijwilliger een diensttijd hebben van bv 48u in week 1, 12u in week 2, 36u in week 3 en 0 u in week 4? (=gemiddeld 24u per week gezien over één maand)
64 FAQ statuut - Administratief statuut Dat is inderdaad mogelijk. Q2 Art Kb administratief statuut Betekent dit dat men de 24 u mag overschrijden indien men voldoet aan één van de twee voorwaarden? M.a.w. voldoen aan of "een dringende interventie om het hoofd te bieden aan een voorgekomen of dreigend ongeval" of "dringende interventie die door onvoorzien noodzakelijkheid worden vereist"? Of moet in dit geval voldaan worden aan de beide voorwaarden? 64 Voldoen aan één van de twee voorwaarden is voldoende. De bedoeling is dat een interventie die aan het einde van een 24u-shift binnenkomt toch nog wordt afgewerkt. Q3 Art Kb administratief statuut Is de rustperiode van minimum 12u na een shift met een duur tussen 12 en 24u een verplichting of een recht? Volgens Art 174 is een rustperiode niet gelijk aan de oproepbaarheidsdienst, m.a.w. na een dienstprestatie van 12u mag een vrijwilliger zich oproepbaar "zetten" om eventueel gevolg te geven aan een dringende interventie? De bepalingen over de diensttijd zijn in de eerste plaats ter bescherming van de vrijwilliger zelf. Het gaat dus om een recht van de vrijwilliger. Anderzijds dient de werkgever er voor te zorgen dat hij over uitgeruste vrijwilligers beschikt en dus moet hij ook bepalen dat iemand de eerste 12u na een lange shift (tussen 12 en 24u) niet opgeroepen wordt. Dit dient precies te worden geregeld in het huishoudelijk reglement, waarvan sprake in art Q4 Is de rustperiode van 36 u per periode van 7 dagen een verplichting of een recht? Kan/mag de vrijwilliger deze periode van 36u vrij kiezen in de 14 volgende dagen? Het gaat ook hier om een recht van de vrijwilliger. Anderzijds dient de werkgever er voor te zorgen dat hij over uitgeruste vrijwilligers beschikt. De afspraken over het nemen van 36u rust per week moeten ook precies worden geregeld in het huishoudelijk reglement, waarvan sprake in art Titel 1. Algemeen Titel 2. Dienst- en rusttijden BOEK 9. De administratieve standen, de afwezigheden en de verloven Titel 1. Bepalingen voor de leden van het beroepspersoneel Een tabel met vermelding van de lijst van de types verloven is hier beschikbaar. Deze tabel vermeldt voor elk type afwezigheid in welke administratieve stand de brandweerman zich bevindt, of hij zijn recht op wedde behoudt, of zijn jaarlijkse verlofdagen verminderd worden,
65 FAQ statuut - Administratief statuut of zijn ziektekrediet verminderd wordt en tot slot of het verlof het hem mogelijk maakt om zijn geldelijke anciënniteit en zijn recht op graadanciënniteit op te bouwen. Hoofdstuk 1. Administratieve standen Afdeling 1. Algemene bepalingen Afdeling 2. Dienstactiviteit 65 Afdeling 3. Non-activiteit Afdeling 4. Disponibiliteit Hoofdstuk 2. Afwezigheden Hoofdstuk 3. Verloven en dienstvrijstellingen Afdeling 1. Algemene bepalingen Afdeling 2. Specifieke bepalingen voor de commandant en de personeelsleden van het hoger kader belast met het leiden van een dienst Q1 Wie heeft recht op loopbaanonderbreking en ouderschapsverlof? Artikel 194 van het KB statuut moet als volgt begrepen worden: de zonecommandant en de majoors en kolonels hebben geen recht op gewone loopbaanonderbreking (zoals geregeld door de herstelwet van 22/01/1985), maar wel op de 3 thematische vormen van loopbaanonderbreking, nl LBO voor palliatieve zorgen, LBO voor verzorging ziek familielid en LBO voor ouderschapsverlof. Artikel 218 moet als volgt begrepen worden: iedereen heeft recht op gewone loopbaanonderbreking (zoals geregeld door de herstelwet van 22/01/1985), behalve de zonecommandant en de majoors en kolonels (behalve als de raad het machtigt). Volgens artikel 217 moet de gewone loopbaanonderbreking voltijds genomen worden, de drie thematische loopbaanonderbrekingen daarentegen niet. Deze bepalingen inzake de wijze van opnemen gelden voor iedereen die recht heeft op de betreffende vorm van loopbaanonderbreking. Afdeling 3. - Dagen jaarlijks vakantieverlof Q1 Wat verstaat men onder feestdagen? De feestdagen worden gedefinieerd in artikel 1, 14 van het administratief statuut: het betreft de feestdagen bedoeld in artikel 1 van het KB van 18/04/1974, met name :
66 FAQ statuut - Administratief statuut - 1 januari; - paasmaandag; - 1 mei; - Hemelvaart; - pinkstermaandag; - 21 juli; - Maria-Tenhemelopneming; - Allerheiligen; - 11 november; - Kerstmis. 66 Het operationeel personeel van de zones zal dus 10 feestdagen genieten. Q2 Waarom niet standaard 10 extra verlofdagen toekennen aan de brandweerlieden in continudienst voor de 10 wettelijke feestdagen? Artikel 195 van het statuut is bijzonder duidelijk. Het principe is dat het beroepspersoneelslid op de wettelijke feestdagen met verlof is. Wanneer een feestdag op een zaterdag of een zondag valt, krijgt het personeelslid een extra dag verlof (1/5 de arbeidsstelsel). van zijn wekelijkse Daarbij, wanneer het personeelslid op een feestdag wordt opgeroepen om te werken, ongeacht of het een zondag, zaterdag of weekdag is, geniet hij bijkomend extra verlof dat overeenstemt met het aantal gepresteerde uren. Indien een personeelslid die dag niet moet presteren (arbeidsstelsel, ander type verlof, disponibiliteit, non-activiteit, ziekte, enz.), krijgt hij d office een extra dag verlof (1/5 de van zijn wekelijkse arbeidsstelsel) wanneer de feestdag op een zaterdag of zondag valt. Hij geniet geen extra verlof overeenstemmend met het aantal gepresteerde uren, aangezien hij geen uren gepresteerd heeft. Q3 (1) Als iemand kiest voor zijn oude gemeentelijke verlofstelsel, is artikel 195, 2 dan ook van toepassing? Neen. De simultane toepassing van beide bepalingen toestaan zou in sommige verlofsystemen tot ongewenste resultaten leiden. Wanneer men beroep doet op artikel 322 omvat het huidig (gemeentelijk) verlofstelsel ook de modaliteiten die van toepassing zijn binnen dat stelsel. (2) Ingeval iemand kiest voor zijn oude verlofstelsel, zijn alle modaliteiten dan van toepassing? Indien men kiest voor het oude verlofstelsel, zijn inderdaad alle modaliteiten van dat stelsel van toepassing. Dat betekent als het oude verlofstelsel in het begin van het jaar d office alle feestdagen geeft (bvb 12) ongeacht hoeveel men ervan zal werken, dat deze modaliteit ook van toepassing blijft als men het oude verlofstelsel kiest.
67 FAQ statuut - Administratief statuut In het nieuwe statuut krijgt men de feestdagen (als aanvullende verlof) als men ze werkt en de feestdagen die op een zaterdag of zondag vallen, ongeacht of men ze werkt of niet. (3) Ik heb gekozen voor het oude gemeentelijk verlofstelsel. Wil dit zeggen dat ook de regel uit het gemeentelijk verlofstelsel dat het verlof toegekend wordt op basis van de prestaties van het voorgaande jaar, ook van toepassing is? Ik ben pas in dienst getreden in december Ja. Het is inderdaad zo dat als u kiest voor het gemeentelijk verlofstelsel, dat dit ook de eraan verbonden modaliteiten betreft (zie Q3 punt (2). In dit geval het feit dat de dagen toegekend worden op basis van de prestaties geleverd in het vorige jaar. Q4 Kan verlof worden overgedragen? Artikel 321 van het administratief statuut van het operationeel personeel stelt dat de dagen jaarlijks vakantieverlof van het jaar voorafgaand aan de datum van de overdracht naar de zone die nog niet opgenomen werden op die datum, mogen overgedragen worden tot 31 december van het jaar waarin de datum van de overdracht valt. Indien dus de zone dus in werking treedt op 1 januari 2015, kan het niet-opgenomen jaarlijks verlof uit 2014 worden opgenomen tot 31 december Verder is het zo dat artikel 197 voorziet dat de raad de modaliteiten kan vaststellen van een eventuele overdracht van verlofdagen naar het volgend jaar. Deze overdracht is in dit geval één jaar geldig. Het verlof van 2015 kan dus overgezet worden naar 2016 (indien zo voorzien door de raad), het verlof van 2016 naar 2017, het verlof van 2017 naar 2018, enzovoort. Het kan met andere woorden een jaarlijks wederkerende overdracht zijn, indien de raad het zo voorziet. Het is echter niet de bedoeling van artikel 197 dat een overgedragen verlofsaldo jaren wordt meegesleept : het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat er in 2018 nog verlof van 2015, etc., is. Q5 Dient het aantal dagen jaarlijks vakantieverlof van stagiairs berekend te worden op basis van zijn prestaties in het voorgaande jaar? De verloven die in het KB van 19/04/2014 (administratief statuut) vermeld zijn, zijn ook van toepassing op de stagiairs. Enkel de 4 categorieën vermeld in artikel 182 vormen de uitzonderingen. Dit betekent dat een stagiair dus ook recht heeft op het pro rata gedeelte van 26 dagen jaarlijks vakantieverlof (art. 195, 4) vanaf het moment van zijn indiensttreding. De verlofdagen moeten dus niet berekend worden op basis van zijn werkprestaties in het voorgaande jaar.
68 FAQ statuut - Administratief statuut Q6 In artikel 195 4, van het administratief statuut, staat dat het beroepspersoneelslid recht heeft op één bijkomende verlofdag vanaf de leeftijd van 50 jaar. Is dit vanaf het jaar waarin hij/zij 50 wordt? Het artikel is zo geschreven dat de leeftijd op 1 januari vastgesteld wordt. Q7 In afdeling 3 met betrekking tot de dagen jaarlijks vakantieverlof is er sprake van zowel jaarlijkse vakantiedagen als feestdagen. Zijn de modaliteiten opgenomen in artikel 196, 197, 199 en 200 van toepassing op zowel de jaarlijkse vakantiedagen als de feestdagen? 68 De modaliteiten opgenomen in artikel 196, 197, 199 en 200 zijn van toepassing op de verlofdagen (jaarlijks verlof) en de aanvullende verlofdagen toegekend op basis van artikel 195, 2, tweede en derde lid Kb adm statuut. Niet op de feestdagen an sich. Afdeling 4. Omstandigheidsverlof Q1 Stel dat je naar het huwelijk van je broer moet op een zaterdag en deze zaterdag moest je niet werken. Heb je dan nog recht op één dag omstandigheidsverlof? De dag omstandigheidsverlof valt op de dag zelf (art 201, 2 Kb adm statuut). Dus als men die zaterdag niet moest werken, kan je de dag niet op een ander moment opnemen. Q2 Artikel 201 1, van het KB 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone, stelt dat men bij de bevalling van de echtgenote recht heeft op 10 dagen omstandigheidsverlof. 2 stelt dat de, in paragraaf 1, vermelde verloven worden toegekend in opeenvolgende kalenderdagen vanaf de dag van de omstandigheid die het verlof rechtvaardigt. a) Indien hier effectief kalenderdagen wordt bedoeld, worden de weekends in rekening gebracht. Hoe moet dit worden geïnterpreteerd? Inderdaad. Het KB spreekt uitdrukkelijk over dagen en niet over werkdagen. b) Gaat dit verlof effectief in vanaf de dag dat de omstandigheid zich voordoet? Wordt de dag zelf ook in rekening gebracht? Het verlof wordt inderdaad toegekend in opeenvolgende kalenderdagen vanaf de dag van de omstandigheid (ingeval er meer dan 1 dag verlof voorzien is). De dag zelf wordt ook in rekening gebracht. [Q3 Hoe moeten de afwezigheden aangerekend worden indien iemand afwezig is wegens ziekte is en hij ondertussen ook vader wordt: als ziekteverlof of als omstandigheidsverlof? Gelet op art. 201, 2 van het administratief statuut moet het omstandigheidsverlof wegens de bevalling van de echtgenote van het personeelslid toegekend worden in opeenvolgende kalenderdagen vanaf de dag van de omstandigheid, zijn de geboorte.
69 FAQ statuut - Administratief statuut Indien betrokkene afwezig is wegens ziekte, kan hij die dagen omstandigheidsverlof dus niet op een ander moment nemen. Hij heeft met andere woorden geen recht op dit verlof. Deze dagen worden beschouwd als dagen afwezigheid wegens ziekte. (Dit is immers niet uitdrukkelijk bepaald, zoals wel het geval is in art. 228 voor de verlofdagen om dwingende redenen van familiaal belang.)] Update 69 Afdeling 5. Verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang Q1 Kunt u mij zeggen welke gevolgen het opnemen van 45 dagen verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang heeft voor: a) het pensioen : tellen de opgenomen dagen mee voor de opbouw van het pensioen? Het heeft geen impact voor de bepaling van het aantal loopbaanjaren dat het recht op vervroegd pensioen opent. Het kan wel een impact hebben op het pensioenbedrag: indien het gaat over een periode gelijkgesteld met dienstactiviteit, zoals het verlof om dwingende redenen van familiaal belang van maximaal vijfenveertig werkdagen per jaar, dan kan dit in aanmerking worden genomen bij de berekening van het overheidspensioen. Echter, er dient in dit geval te worden gekeken of men een bepaald % werkelijke diensten heeft gepresteerd. Dit percentage schommelt tussen de 20 en 25% en is afhankelijk van de leeftijd van betrokkene en het jaartal waarbinnen men dit heeft opgenomen. Gaat men boven deze grens, dan zullen de periodes verlof om dwingende redenen niet meetellen voor het pensioenbedrag. Het is een behoorlijk complexe berekening, waarbij bepaalde afwezigheidsvormen wél en andere niet worden opgenomen in het percentage. Om individuele gevallen te beoordelen, kan contact opgenomen worden met PDOS via de Pensioenlijn (gratis nummer 1765, op weekdagen van 9 tot 12 u. en van 13 tot 17 u.). b) de jaarlijkse verlofdagen: wordt het jaarlijks verlof pro rata herrekend bij opname van de 45 dagen? Nee, zie art 193 en 198 KB 19/04/2014. Iedere periode van verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit, tenzij anders vermeld. Er is geen uitzondering voorzien in de art. 202 e.v. Elke periode van dienstactiviteit geeft recht op jaarlijks verlof, tenzij de uitzonderingen in art. 198, tweede lid. Het verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang vormt geen dergelijke uitzondering. c) de eindejaarpremie: wordt deze pro rata herrekend bij opname van de 45 dagen?
70 FAQ statuut - Administratief statuut De eindejaarstoelage wordt berekend op basis van de bezoldiging die men ontvangen heeft tijdens de referentieperiode van 1 januari tot 30 september van het betrokken jaar. Wanneer het personeelslid, gedurende de referentieperiode niet genoten heeft van zijn volledige bezoldiging, wordt het bedrag van de eindejaarspremie pro rata verminderd. Het verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang wordt niet vergoed (zie art. 203 KB 19/04/2014). 70 De dagen verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang die opgenomen worden in de referentieperiode van 1 januari tot 30 september zorgen dus voor een pro rata vermindering van de eindejaarstoelage. De dagen verlof wegens dwingende redenen van familiaal belang die opgenomen worden in oktober, november of december hebben geen invloed op de eindejaarstoelage. Q2 Kan het verlof om dwingende redenen van familiaal belang geweigerd worden omwille van dienstbelang? De voorwaarde opleggen dat het verlof enkel kan worden opgenomen rekening houdend met de noden van de dienst kan niet. Art. 202 bepaalt dat het om een recht gaat en dit wordt niet gekoppeld aan de voorwaarde dat moet rekening worden gehouden met de dienstverlening. Q3 Mag de zoneraad modaliteiten voorzien voor het aanvragen van dit verlof (b.v. 1 maand op voorhand aanvragen)? Op basis van artikel 4 van het KB van 19/04/2014 kan de raad de toepassingsmodaliteiten van de in het statuut vastgelegde regels bepalen. Een redelijke termijn vastleggen om de aanvraag in te dienen is zo n modaliteit en vormt dus geen probleem. [Q4 Het verlof om dwingende redenen van familiaal belang voor de opvang tijdens de schoolvakantie van de kinderen die de leeftijd van vijftien jaar niet hebben bereikt kan de dagen van het weekend dekken? Het verlof om dwingende redenen van familiaal belang kan de dagen van het weekend dekken tijdens de schoolvakanties, ongeacht of het om de weekends gaat bij het begin van de vakantie, in het midden van de vakantie of op het einde van de schoolvakantie. Het aantal verlofdagen is in ieder geval beperkt tot 45 dagen.] Update Afdeling 6. Dienstvrijstellingen en uitzonderlijk verlof Onderafdeling 1. Dienstvrijstellingen
71 FAQ statuut - Administratief statuut Q1 (a) Artikel 205 KB Administratief statuut : Dienstvrijstelling is de toestemming gegeven aan het beroepspersoneelslid om gedurende de diensturen afwezig te zijn voor een bepaalde duur en met het behoud van zijn rechten. Wat dienen wij precies te verstaan onder met behoud van zijn rechten? Slaat dit ook op de operationaliteitspremie en de maaltijdcheques? Wat betreft de impact van de dienstvrijstelling bedoeld in artikel 205: dienstvrijstelling is dienstactiviteit. Tenzij anders bepaald, heeft het personeelslid in dienstactiviteit op basis van artikel 184 recht op wedde en op verhoging in zijn weddenschaal. Hij behoudt zijn aanspraken op bevordering en op bevordering in de weddeschaal en op toekenning van een mandaat. 71 Wat betreft de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties, deze worden toegekend voor elke daadwerkelijk gepresteerde periode (art 25 Kb geldelijk statuut). Dienstvrijstelling is geen daadwerkelijk gepresteerde periode. Wat betreft de maaltijdcheque worden de toekenningsvoorwaarden bepaald door het oude gemeentelijk statuut (ingeval van toepassing art 48, 2 Kb geldelijk statuut) of door een zonale reglementaire bepaling ter aanvulling van het statuut (art 45 KB geldelijk statuut). Het zal dus afhangen van de formulering van deze toekenningsvoorwaarden, maar het algemeen principe van maaltijdcheques is dat ze worden toegekend per gepresteerde werkdag. De dienstvrijstellingen voorzien in artikel 206, 1 Kb adm statuut kunnen niet gezien worden als gewerkte dagen. Wat betreft de eventuele bijkomende dienstvrijstellingen die de zone voorziet conform art 206, 2, kan de zone zelf oordelen of deze kunnen gezien worden als gewerkte dagen voor wat betreft de maaltijdcheque. In de meeste gevallen zal dat echter niet het geval zijn. (b) Moet de operationaliteitspremie toegekend worden ingeval van dienstvrijstelling voor syndicaal verlof. De algemene regel vermeld in (a) hierboven kan doorgetrokken worden naar de dienstvrijstelling voor syndicaal verlof. Q2 Kan de raad een bijkomende vorm van dienstvrijstelling invoeren, voor de duur van medische onderzoeken die niet buiten de diensturen kunnen gebeuren? Kunnen wij de dienstvrijstelling onbezoldigd maken - met mogelijkheid tot inhalen van de uren binnen de gemiddelde arbeidstijd - en voor het overige gelijkstellen met dienstactiviteit? Ja. De raad kan een bijkomende dienstvrijstelling voorzien op basis van artikel 206, 2 KB adm statuut. Wat betreft de vraag of dit zonder behoud van wedde kan: dienstrijstelling is in artikel 205 gedefinieerd als de toestemming om gedurende de diensturen afwezig te zijn met behoud van zijn rechten. Volgens artikel 184 heeft het personeelslid in dienstactiviteit, tenzij anders bepaald, recht op wedde en op verhoging in zijn weddenschaal. Hij behoudt zijn aanspraken op
72 FAQ statuut - Administratief statuut bevordering en op bevordering in de weddeschaal en op toekenning van een mandaat. Volgens art. 181, tweede lid wordt men steeds geacht in dienstactiviteit te zijn, tenzij er een uitdrukkelijke bepaling is die hem van rechtswege in een andere administratieve stand plaatst of tenzij een beslissing van een bevoegde overheid die hem in een andere administratieve stand plaatst. Volgens artikel 193 worden de verloven en dienstvrijstellingen bepaald in Hoofdstuk 3 van titel 1 van boek 9 gelijkgesteld met dienstactiviteit, tenzij anders bepaald. 72 Dienstvrijstelling zonder behoud van wedde is dus mogelijk indien de raad dit uitdrukkelijk zo bepaalt. [Q3 a) In welke regelgeving is terug te vinden op welke manier de aanwezigheid van een vakbondsafgevaardigde als waarnemer bij een selectieprocedure aangerekend moet worden als diensturen? De antwoorden zijn terug te vinden in het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Het principe over de aanwezigheid van een vakbondsafvaardiging bij een examen is geregeld in artikel 14 van het KB 28/09/1984: Art. 14. Iedere representatieve vakorganisatie heeft het recht om zich door een afgevaardigde te laten vertegenwoordigen in de examencommissie van elk examen of vergelijkend examen voor werving van personeelsleden, alsook in de examencommissie van elk vergelijkend examen, van elke proef of van elk examen georganiseerd voor de personeelsleden die ze vertegenwoordigt. De afgevaardigde moet zich onthouden van iedere bemoeiing met het normaal verloop van het vergelijkend examen, van de proef van het examen, en mag niet deelnemen aan de beraadslaging van de examencommissie. Hij mag geen kennis nemen van de notulen van de verrichtingen, noch een afschrift ervan ontvangen. Hij mag evenwel zijn opmerkingen over het verloop van het vergelijkend examen, van het examen of de proef doen aantekenen in een bijlage bij de notulen. Hier wordt echter niet expliciet in gesteld hoe hun uren moeten worden aangerekend. Dit staat echter wel in art. 83 KB 28/09/1984. Art Het personeelslid dat vooraf aan zijn hiërarchische meerdere een van een verantwoordelijke leider uitgaande persoonlijke oproeping of 1[doorlopende opdracht]1 voorlegt verkrijgt van rechtswege, gedurende de daartoe benodigde tijd, een vrijstelling van dienst voor het uitoefenen van een van de prerogatieven die opgesomd zijn in de artikelen 16, 1, 2 en 3, en 17, 1, 2 en 3, van de wet.
73 FAQ statuut - Administratief statuut Genoemde prerogatieven kunnen door het personeelslid slechts worden uitgeoefend in het gebied van het sectorcomité of van het bijzonder comité waartoe de overheidsdienst behoort die hem tewerkstelt. 2 Alle andere personen dan die welke bedoeld zijn in 1 kunnen de in die paragraaf bedoelde prerogatieven uitoefenen op voorwaarde dat zij vooraf een van een verantwoordelijke leider uitgaande persoonlijke opdracht of 1[doorlopende opdracht]1 voorleggen. 73 Art. 17, 3 Wet 19/12/1974 verwijst immers naar de aanwezigheid bij examens: Art. 17 Onder de voorwaarden bepaald door de Koning en onverminderd de andere prerogatieven welke hun door deze wet worden toegekend, mogen de representatieve vakorganisaties: 1 de prerogatieven van de erkende vakorganisaties uitoefenen; 2 de bondsbijdragen innen in de lokalen, tijdens de diensturen; 3 aanwezig zijn op de vergelijkende examens en op de examens welke voor de personeelsleden worden georganiseerd onverminderd de prerogatieven van de examencommissies; 4 in de lokalen vergaderingen beleggen. b) Quid met de aanwezigheid op HOC/BOC? Dit wordt geregeld in art. 81 KB 28/09/1984: Art [Een personeelslid-vakbondsafgevaardigde in de zin van artikel 71, 1 of 2, dat vooraf aan zijn hiërarchische meerdere een van een verantwoordelijke leider uitgaande persoonlijke occasionele oproeping of doorlopende opdracht voorlegt, verkrijgt van rechtswege, gedurende de daartoe benodigde tijd, vakbondsverlof om deel te nemen aan de werkzaamheden van de onderhandelings- en overlegcomités. Voor de verantwoordelijke leiders moet de hogerbedoelde oproeping of doorlopende opdracht uitgaan van een andere verantwoordelijke leider. Een personeelslid-vakbondsafgevaardigde bedoeld in artikel 71, 4, dat vooraf aan zijn hiërarchische meerdere een van een verantwoordelijke leider uitgaande persoonlijke occasionele oproeping of doorlopende opdracht voorlegt, verkrijgt van rechtswege, gedurende de daartoe benodigde tijd, vakbondsverlof om deel te nemen aan de werkzaamheden van de onderhandelings- en overlegcomités waaronder het ressorteert.]1 2 Een personeelslid dat vooraf aan zijn hiërarchische meerdere een van de voorzitter van een onderhandelings- of overlegcomité uitgaande persoonlijke occasionele oproeping of
74 FAQ statuut - Administratief statuut doorlopende opdracht voorlegt, verkrijgt van rechtswege, gedurende de daartoe benodigde tijd, vrijstelling van dienst om deel te nemen aan de werkzaamheden van dat comité. 3 In de oproepingen en opdrachten bedoeld in de 1 en 2 wordt het onderhandelings- of overlegcomité vermeld aan de werkzaamheden waarvan het personeelslid verzocht wordt deel te nemen. In de occasionele oproepingen worden bovendien de plaats, de dag en het uur van de vergaderingen vermeld. 74 De voorzitter van het betrokken onderhandelings- of overlegcomité ontvangt door toedoen van de hiërarchische meerdere een afschrift van de oproepingen en opdrachten bedoeld in 1. Hij deelt hun hiërarchische meerdere de naam mede van de personeelsleden die van de vergadering wegblijven. c) Quid met vergaderingen belegd door de vakbonden op het werk. Moet een dergelijke vergadering worden aangevraagd of worden meegedeeld aan het bestuur? Art. 84 KB 28/09/1984: De personeelsleden verkrijgen op voorafgaand verzoek 1[van een verantwoordelijke leider]1 aan de bevoegde overheid, behalve bij volstrekte onverenigbaarheid met de behoeften van de dienst, gedurende de daartoe benodigde tijd, vrijstelling van dienst om deel te nemen aan de vergaderingen die de representatieve vakorganisaties in de lokalen beleggen. In dit geval is een voorafgaande melding aan de werkgever vereist, aangezien deze de onverenigbaarheid met de behoeften van de dienst moet kunnen beoordelen. Art. 77, 1, KB 28/09/1984 stelt: Zodra het personeelslid als vaste afgevaardigde is erkend, is het van rechtswege met vakbondsverlof. Als zodanig is het niet onderworpen aan het hiërarchisch gezag. Het wordt niettemin geacht in actieve dienst te zijn. Het blijft onderworpen aan de bepalingen die zijn persoonlijke rechten in die stand regelen, inzonderheid zijn recht op wedde en op bevordering tot hogere wedde en tot een hogere graad. ] Update Onderafdeling 2. Uitzonderlijk verlof Q1 Uitzonderlijk verlof voor een gezinsverwant is beperkt tot maximaal 4 dagen in totaal? Of per persoon? Art 207, 2 is duidelijk: het zijn 4 dagen per kalenderjaar, niet per persoon.
75 FAQ statuut - Administratief statuut Q2 Behalve in het artikel 207, 4 van het KB van 19/04/2014 betreffende het administratief statuut van het operationeel personeel, dat gaat over verlof bij deelname aan verkiezingen, vind ik in het KB geen bepalingen terug m.b.t. politiek verlof. Welke wetgeving is hier van toepassing? Is dit de Wet van 18 september 1986? Zowel voor het operationeel als voor het administratief personeel, maar dan voor het administratief personeel eventueel nog een bepaling op te nemen in het statuut i.v.m. verlof voor kandidaatstelling bij verkiezingen? 75 Het politiek verlof zoals bedoeld in de wet van 1986 is niet uitdrukkelijk geregeld voor het operationeel personeel van de zones. De Minister is van plan om het personeel van de zones (operationeel en administratief), evenwel met uitzondering van de vrijwillige brandweerlieden en vrijwillige ambulanciers niet-brandweerman, via wetswijziging uitdrukkelijk onder het toepassingsgebied van de wet van te brengen. De Minister van Ambtenarenzaken is echter bevoegd hiervoor en moet akkoord gaan. De zone moet de andere vormen van verlof voor het administratief personeel (vb. voor kandidaatstelling verkiezingen, of functie bij een kabinet) zelf voorzien in haar administratief statuut indien zij deze verloven wenst te voorzien. Afdeling 7. Verlof om een ambt uit te oefenen bij een secretariaat, een beleidscel, de cel algemene beleidscoördinatie, een cel algemeen beleid, bij het kabinet van een federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal of lokaal politiek mandataris of bij het kabinet van een politiek mandataris van de wetgevende macht, verlof voor stage en verlof voor opdracht van algemeen belang Onderafdeling 1. Verlof om een ambt uit te oefenen bij een secretariaat, een beleidscel, de cel algemene beleidscoördinatie, een cel algemeen beleid, bij het kabinet van een federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal of lokaal politiek mandataris of bij het kabinet van een politiek mandataris van de wetgevende macht Onderafdeling 2. Verlof voor stage Onderafdeling 3. Verlof voor opdracht van algemeen belang Afdeling 8. Verloven toegekend aan de reservisten van het leger Afdeling 9. Moederschapsbescherming Afdeling 10. Verlof voor Loopbaanonderbreking Q1 Wat met het ouderschapsverlof in de hervorming?
76 FAQ statuut - Administratief statuut Het nieuwe administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones voorziet in artikel 217 een mogelijkheid om de loopbaan te onderbreken voor ouderschapsverlof: Art Het beroepspersoneelslid krijgt verlof om zijn loopbaan te onderbreken onder het stelsel van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel 76 van de besturen. 2. Het verlof, vermeld in paragraaf 1, wordt voltijds genomen, met uitzondering van loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, voor het bijstaan van of het verstrekken van verzorging aan een ziek familielid en voor ouderschapsverlof. Q2 (a) Wordt de mogelijkheid voorzien voor deeltijdse tewerkstelling (loopbaanonderbreking,...), bijvoorbeeld 1/2-tijds werken om medische redenen van de brandweerman (cfr statuut politie en verlofstatuut federale ambtenaren KB 19/12/1998)? In art. 217, 2 van het KB van 19/04/2014 (administratief statuut) wordt verduidelijkt welke verloven voor loopbaanonderbreking deeltijds kunnen zijn (palliatieve zorgen, bijstaan van of verstrekking van verzorging aan een ziek familielid, ouderschapsverlof). De andere verloven voor loopbaanonderbreking zijn steeds voltijds. Over halftijds werken om medische redenen is niets bepaald in het KB van 19/04/2014. (b) In het gemeentelijk statuut was voor het beroepspersoneel dat langdurig afwezig was wegens ziekte, in bepaalde omstandigheden, een deeltijdse hervatting van het werk voorzien. In het nieuwe administratief statuut is dergelijke regeling niet voorzien. Art voorziet dat de raad in bijkomende dienstvrijstellingen kan voorzien. Kan de hulpverleningszone van deze mogelijkheid gebruik maken om toch in een vorm van deeltijdse werkhervatting te voorzien, met al dan niet invloed op de berekening van het ziektekrediet? Het is zo dat dergelijke vorm van verlof niet voorzien werd omdat men halftijdse tewerkstelling van brandweerpersoneel wou vermijden (behalve dan voor de thematische loopbaanonderbrekingen). Gezien het feit echter dat de controle-artsen dergelijke halftijdse werkhervatting in de praktijk wel degelijk adviseren en de zone deze maatregel mogelijks wil toepassen, is het toegelaten dat de zone een stelsel uitwerkt in de vorm van een bijkomende wedertewerkstelling (bevoegdheid zone op basis van art 111, 2 e lid) of eventueel in de vorm van een bijkomende dienstvrijstelling (bevoegdheid zone op basis van art. 206, 2). Dergelijk stelsel moet evenwel aandacht besteden aan alle facetten van dergelijke regeling: quid impact op ziektedagen en verlof, geldelijk statuut,
77 FAQ statuut - Administratief statuut Q3 Zijn er overgangsbepalingen voor een goedgekeurde loopbaanonderbreking (LBO) die start op 01/01/2015? Kan de gemeente momenteel nog aanvragen LBO goedkeuren? De gemeente kan momenteel nog aanvragen voor loopbaanonderbrekingen toekennen, maar deze mogen niet starten na de datum van Dit omdat het nieuwe administratieve statuut voor het operationeel personeel van toepassing wordt op (= datum oprichting zone), en de nieuwe bepalingen inzake loopbaanonderbreking dan gelden (bvb enkel voltijds mogelijk, tenzij ingeval van thematische LBO) en de zone de bevoegde overheid is als werkgever om dergelijk verlof toe te kennen. 77 Er zijn geen overgangsbepalingen voor goedgekeurde aanvragen voor LBO. Er zijn enkel overgangsbepalingen voor lopende verloven die niet voorzien zijn in het nieuwe statuut: deze lopen na verder volgens de bepalingen van het gemeentelijk statuut (art 324 Kb adm statuut). Wanneer deze aflopen, zullen ze niet meer verlengd kunnen worden. Lopende verloven die wel voorzien zijn in het nieuwe statuut, lopen na verder volgens de bepalingen van het gemeentelijk statuut (art 323 Kb adm statuut). Wanneer deze aflopen, kunnen ze verlengd worden conform de bepalingen van het nieuwe statuut. Strikt gezien mocht de gemeente geen aanvraag goedkeuren voor een verlof dat start op , deze zou ten laatste moeten starten op Al dit bovenstaande geldt voor het operationeel personeel. Voor het administratief personeel zal de zone zelf het statuut bepalen, incl de nodige overgangsbepalingen. Q4 Onder welke regels zullen de personeelsleden van de brandweerzones vallen voor wat betreft loopbaanonderbreking? Gelden dezelfde regels verder (cfr lokaal bestuur) of niet? is het anders voor administratief en technisch personeel als voor brandweerpersoneel? Wat betreft de regeling voor LBO voor het operationeel personeel (beroeps), is artikel 217 Kb adm statuut van toepassing. Dat verwijst naar de herstelwet van en het KB van (regeling federaal personeel). De beroepsbrandweerlieden vallen dus onder het stelsel van het federaal personeel (via assimilatie gedaan door de federale Ministerraad), met dien verstande dat ze enkel voltijdse LBO kunnen nemen, tenzij wat betreft de 3 thematische vormen van LBO. Voor het administratief personeel is het de zone die zal bepalen welke regeling van toepassing is. We hebben per brief bevestiging gevraagd aan de FOD WASO of de hulpverleningszones (als nieuwe lokale overheden) inderdaad onder de herstelwet en de Kb s voor de lokale sector kunnen vallen en of het toepassingsgebied van de teksten nog moet aangepast worden of niet en indien ja, om dat te doen.
78 FAQ statuut - Administratief statuut We hebben hierrond recent bevestiging gekregen van de FOD WASO. De zones zijn bevoegd om het recht op loopbaanonderbreking voor het administratief personeel zelf te regelen in hun administratief statuut: ofwel werken ze zelf een regeling uit ofwel verwijzen ze naar een bestaande regeling (bvb het stelsel van toepassing op het gemeentepersoneel). De regeling van het gemeentepersoneel is dus niet automatisch van toepassing. 78 Wat betreft het recht op uitkering moet de FOD WASO nog verder onderzoeken of dat verzekerd is in de huidige stand van wetgeving, of dat dat verzekerd moet worden via wijziging van de wetgeving. In elk geval heeft de FOD Binnenlandse Zaken gesteld dat het recht op uitkering zowel voor de beroepsbrandweerlieden als voor het administratief personeel moet verzekerd zijn in de reglementering. Afdeling Adoptie- en opvangverlof Afdeling 12. Afwezigheden wegens ziekte Onderafdeling 1. Afwezigheidsdagen wegens ziekte Q1 Kunnen er nog ziektedagen worden opgebouwd in het nieuwe statuut? Zie art.223 van het administratief statuut: a rato van 21d per 12 maanden dienstanciënniteit. Q2 Wat indien ziek tijdens verlof? Welke regels zijn hierin bepalend? Artikel 200 bepaalt dat de vakantie opgeschort wordt ingeval van ziekte, voor zover er medische controle mogelijk is. Q3 Het berekenen bij verhaal van derden van het % ziektedagen dat niet in mindering wordt gebracht, hoe dient dit praktisch te verlopen, gezien uitspraak vaak veel later is (art.230 1)? Dit moet achteraf geregulariseerd worden (herberekening ziektedagen en eventueel regulariseren als men in disponibiliteit gegaan is). Q4 Hoe worden aantal ziektedagen verrekend: omgezet naar uren? (Zie ook art. 235) Artikel 192 (1 dag =1/5e van de wekelijkse arbeidsregeling) is van toepassing op het ziekteverlof. Q5 Ik werk in een 24/48u-stelsel. Als ik ziek word, hoe worden mijn ziektedagen dan in rekening gebracht? Het administratief statuut voorziet dat het aantal ziektedagen 21 dagen per twaalf maanden anciënniteit is. (artikel 223).
79 FAQ statuut - Administratief statuut Onder dag verstaat men een duur die gelijk is aan een vijfde van de wekelijkse arbeidsregeling. Als het beroepspersoneelslid 38u/week werkt, kan hij dus als «ziekteverlof» tot minuten (= 21 x 7u36 minuten)krijgen. Als deze persoon ziek is tijdens zijn prestatie van 24u, dan houdt deze daarna nog minuten (= minuten minuten) ziekteverlof over. 79 Q6 De afwezigheid van tweemaal maximaal twaalf uren zonder een geneeskundig getuigschrift worden deze dagen in mindering gebracht van het ziekteverlof van 21 dagen? De regel van artikel 235 die toelaat om maximum 2 keer per jaar voor minder dan 12u afwezig te zijn wegens ziekte zonder medisch attest, betreft enkel een versoepeling tav de verplichting om een medisch attest te hebben. Dat betekent dat deze dagen/uren wel aangerekend worden op de ziektedagen en ook dat de controlearts kan langskomen. Onderafdeling 2. Disponibiliteit wegens ziekte Onderafdeling 3. Controle van de afwezigheden ingevolge ziekte of ongeval Onderafdeling 4. - Controle van de afwezigheden ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg van en naar het werk en een beroepsziekte Afdeling 13. Afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden Titel 2. Bepalingen voor de leden van het vrijwillig personeel Q1 Art 246 adm statuut: kan de opschorting van de benoeming ook tijdens de stage van de vrijwillig brandweerman? Art 182 bepaalt welke verloven niet van toepassing zijn op de stagiair; art 246 wordt niet vermeld. Dus de opschorting van de benoeming is ook mogelijk tijdens de stage. Conform art 40 zal de stage verlengd worden met deze periode. Q2 Momenteel ben ik sergeant vrijwilliger. Ik start binnen x aantal tijd in dezelfde zone als beroeps, wat betekent dat ik mijn graad verlies. Professioneel heb ik echter loopbaanonderbreking genomen voor de periode van een jaar. Moest ik na dat jaar besluiten om terug te keren naar mijn vorige werkgever, betekent dat dan dat ik automatisch mijn oude graad van sergeant terug krijg? Men kan niet tegelijk vrijwillig en beroepspersoneelslid in een zelfde zone zijn (zie art. 22 KB 19/04/2014).
80 FAQ statuut - Administratief statuut BOEK 10. Tuchtregeling Titel 1. Tuchtstraffen Titel 2. Bevoegde overheden om de tuchtstraffen uit te spreken Titel 3. Rechten van de verdediging Titel 4. Procedure 80 Q1 Artikel 165 KB administratief statuut: Het beroep heeft een opschortende werking: wat betekent dit concreet? Stel: een personeelslid heeft voor de 2de keer onvoldoende in 3 jaar en gaat in beroep binnen de 10 dagen na kennisname verslag evaluatie. De commissie heeft 2 maanden tijd voor gemotiveerd advies aan de raad, de raad heeft 2 maanden tijd voor bevestiging = max 4 maanden. Dit betekent dan toch dat het personeelslid gedurende de ganse procedure gewoon blijft werken in zijn huidige functie waarvoor hij onvoldoende kreeg? De opschortende werking van het beroep betekent inderdaad dat zolang er geen uitspraak in beroep is, de betrokkene in dienst blijft. BOEK 11. Uitvoeren van een alcohol- of drugstest BOEK 12. Schorsing in het belang van de dienst BOEK 13. Verzekering van het vrijwilligerspersoneel BOEK 14. De beëindiging van een ambt Q1 Is de pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar voor een operationeel personeelslid van de hulpverleningszone? Kan deze laatste blijven werken na 65 jaar? Ja, de pensioenleeftijd in de openbare sector blijft 65 jaar. Het administratief statuut bepaalt overigens in artikel 300 dat «het ambt van de beroepspersoneelsleden eindigt [ ] 5 door eervol ontslag, vermeld in artikel 304 ;», Het eervol ontslag wordt verleend aan het beroepspersoneelslid in de volgende gevallen : - op het einde van de maand waarin hij op pensioen gaat; - op het einde van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
81 FAQ statuut - Administratief statuut Het is mogelijk om te blijven werken na 65 jaar: het tweede, derde en vierde lid van artikel 304 laten het beroepspersoneelslid en het vrijwillig personeelslid toe om in dienst te blijven na het bereiken van de leeftijdsgrens. Deze verlenging is mogelijk mits voldaan wordt aan 2 voorwaarden: - De machtiging van de raad voor de maximale duur van één jaar (telkens verlengbaar met één jaar); - Het slagen door het personeelslid voor een cardiorespiratoire test. 81 Q2 Graag had ik meer verduidelijking gehad omtrent artikel 303, 1 KB administratief statuut operationeel personeel. In deze paragraaf staat opgenomen dat het ontslag betekend kan worden met een aangetekende brief of via elke andere drager met bewijskracht en vaste datum. Hoe ruim mag ik elke andere drager met bewijskracht en vaste datum interpreteren? Voldoet een mail met leesbevestiging aan deze omschrijving? Dezelfde formulering komt ook op andere plaatsen in het KB van 19/04/2014 (administratief statuut) terug. Elke andere drager met bewijskracht en vaste datum moet een volwaardig alternatief zijn voor een aangetekende zending. B.v. een ondertekend ontvangstbewijs met datum wanneer men een document persoonlijk heeft afgegeven of een document ondertekend conform de wet van 9 juli 2001 ( =n&fromtab=wet&sql=dt='wet'&tri=dd+as+rank&rech=1&numero=1) voldoen aan deze beschrijving. Een mail met leesbevestiging is echter niet voldoende. Q3 Hoe moeten de vereiste jaren om in aanmerking te komen voor eervol ontslag berekend worden? Voor de berekening van de 20 (art. 305 KB 19/04/2014) of 30 (oude organieke reglementen) jaren dienst mogen gewoon de kalenderjaren worden geteld. Enkel een eventuele periode van opschorting van de benoeming als bedoeld in art. 246 van het KB van 19/04/2014 mag niet meegerekend worden. Er moet dus geen rekening gehouden worden met de bepalingen van art. 33 geldelijk statuut of 55 administratief statuut, waar 180u prestaties worden vereist voor 1 jaar anciënniteit. Deze bepalingen gelden voor bevorderingen en voor de berekening van de geldelijke anciënniteit. Q4 Aan een personeelslid kan volgens artikel 305, 1 eervol ontslag worden gegeven indien zijn dienst ten minste 20 jaren telt. Valt hieronder eveneens de stageperiode? Ja. Q5 Art voorziet dat het ambt van beroepspersoneelslid eindigt bij definitieve ongeschiktheid. Art. 301, waar de beëindiging van het ambt van de vrijwillige personeelsleden wordt bepaald, voorziet dit niet. Op welke basis moet dan het ambt van
82 FAQ statuut - Administratief statuut vrijwilliger beëindigd worden als hij door de arbeidsgeneesheer definitief ongeschikt wordt verklaard? Het is inderdaad zo dat een parallelle bepaling voor de vrijwilliger ontbreekt. De verwijzing naar artikel 117 van de wet van en de erin voorziene wedertewerkstelling en vroegtijdige op pensioenstelling wegens definitieve ongeschiktheid zijn in elk geval niet van toepassing op de vrijwilliger. 82 Evenwel kan beroep gedaan worden op artikel 302, 1, dat stelt dat ontslag van ambtswege wordt uitgesproken als het personeelslid niet meer voldoet aan een aanwervingsvoorwaarde bepaald in artikel 37 (basiskader) of 38 (hoger kader). In deze 2 artikelen is er in 2 sprake van het eliminerend medisch onderzoek bedoeld in artikel 26 van het KB gezondheidstoezicht op de werknemers. Dit is de voorafgaande gezondheidsbeoordeling bij indiensttreding. Ingeval de vrijwilliger definitief ongeschikt verklaard wordt door de arbeidsgeneesheer, zal hij niet meer voldoen aan de aanwervingsvereiste van het eliminerend medisch onderzoek. Q6 Mogen we uit het samenlezen van artikel 46 en artikel 301,1 van het KB administratief statuut operationeel personeel begrijpen dat ook een tussentijdse negatieve evaluatie tot ontslag kan leiden? Ja. Dit zal expliciet verduidelijkt worden in het reparatiekb. Tot zolang mag u inderdaad interpreteren dat ontslag tijdens de stage ook mogelijk is op grond van artikel 46 en 301,1 Kb adm statuut. BOEK 15 - Bepalingen tot vastelling van de algemene beginselen van toepassing op de operationele personeelsleden van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp BOEK 16. Overgangsbepalingen De integratie regels Q1 Gelden de regels voor de integratie van de graden zowel voor beroeps- als voor vrijwillige brandweerlieden? Bij de overgang naar de zone gelden de regels over de integratie van de graden (artikel 308 en bijlage 3 van het KB van 19/04/2014) inderdaad zowel voor beroepspersoneel als voor vrijwillig personeel.
83 FAQ statuut - Administratief statuut Q2 Kan ik wachten met in het nieuwe statuut te stappen, tot ik voldoende anciënniteit heb om over te gaan naar een hogere graad? Nee, de voorwaarden die gesteld worden in artikel 308 en bijlage 3 van het KB van 19/04/2014 moeten voldaan zijn op het moment van de inwerkingtreding van de zone (in principe 01/01/2015 zie art. 336). De mogelijkheid om te kiezen tussen het oude en nieuwe statuut betreft enkel het geldelijke 83 statuut. U kan dus niet kiezen om te wachten en over te stappen naar het nieuwe statuut tot op het op moment dat u over X jaar dienstanciënniteit zou beschikken. Eenmaal het nieuwe statuut in werking getreden is, gelden de nieuwe bevorderingsvoorwaarden (zie art. 56 van het KB van 19/04/2014). Q3 Telt de periode waarin de betrokkene waarnemend dienstchef was mee als nuttige ervaring als dienstchef voor de toepassing van art. 308 en bijlage 3? De periode waarin de betrokkene waarnemend dienstchef was, telt mee als nuttige ervaring als dienstchef. Er moet een officiële aanduiding tot waarnemend dienstchef gebeurd zijn door een beslissing van de gemeenteraad. Q4 Kunnen de dienstjaren als stagiair onderluitenant (1 à 2 jaar) mee in rekening gebracht worden in de berekening voor het bepalen van het aantal jaren dienst in de graad van (onder)luitenant? Ja, de dienstjaren als stagiair mogen mee in rekening gebracht worden voor de berekening van de jaren anciënniteit als officier. Q5 Enkele kapiteins die alle noodzakelijke diploma s, met uitzondering van het brevet Dienstchef hebben, zullen deze cursus in het najaar van 2014 volgen. Momenteel is er echter nog geen garantie dat de opleiding reeds afgelopen zal zijn in Zal de nieuwe graad ofwel net wel majoor worden ofwel kapitein blijven? De integratieregels worden toegepast op het moment van overgang naar de hulpverleningszones (in principe op 01/01/2015). Enkel de brevetten waarover men op dat moment beschikt, kunnen in aanmerking komen voor de bepaling van de toepasselijke integratieregels. Het louter volgen van een opleiding is immers geen garantie dat het brevet zal worden behaald. Q6 Krijgen de personen die het brevet van dienstchef verworven hebben vóór dat de opleiding crisissituatiebeheer werd georganiseerd automatisch een gelijkschakeling voor het brevet crisissituatiebeheer?
84 FAQ statuut - Administratief statuut Zie de Ministeriele omzendbrief van 15 juli 2014 betreffende de gelijkstellingen met het brevet van crisissituatiebeheer. Q7 Zal de officier die aangesteld werd op 01/01/2008 op 01/01/2015 net wel of net niet 7 jaar anciënniteit hebben? Op 31/12/2014, 24u00 heeft een officier die aangesteld werd op 01/01/2008 net 7 jaar anciënniteit. De zone treedt in werking op 01/01/2015, 0u00 en dus voldoet hij aan de voorwaarde van 7 jaar anciënniteit. 84 Q8 Met welke oude graden moet rekening gehouden worden voor de berekening van de graadanciënniteit? Moet er enkel rekening gehouden worden met de graad die het personeelslid had vóór de inschaling? Neen. Het zou natuurlijk onrechtvaardig zijn dat voor een sergeant-majoor, die ingeschaald is in de nieuwe loopbaan van sergeant, enkel de gepresteerde diensten als sergeant-majoor meegeteld zouden worden voor zijn graadanciënniteit. Voor de berekening van zijn graadanciënniteit zal er rekening gehouden worden met de in een openbare brandweerdienst gepresteerde diensten als sergeant, 1 ste sergeant en sergeant-majoor. Hetzelfde geldt voor de officieren. Het principe is dat men voor de berekening van de anciënniteit in de nieuwe graad, rekening houdt met de gepresteerde diensten in alle oude graden die een inschaling in die nieuwe graad mogelijk maken (zie bijgevoegde tabel). Zoals in het verslag aan de Koning vermeld, wordt de anciënniteit overigens afzonderlijk berekend, afhankelijk van het feit dat men gewerkt heeft als beroepsbrandweerman of als vrijwilliger. De huidige regelgeving kadert in de overgangsbepalingen. Ze is dus enkel van toepassing bij een eerste bevordering, bij een eerste mobiliteit in dezelfde graad of een eerste professionalisering, en dit na een de overgang van prezone naar hulpverleningszone De officier-geneesheer Q1 Moeten de zones over een officier-geneesheer beschikken? Er zal geen reglementaire verplichting zijn voor de zone om over een officier-geneesheer te beschikken. Na de hervorming zullen de huidige officier-geneesheren deel uitmaken van het administratief personeel van de zone. De principes inzake de bevoegdheden van de geneesheer, bepaald
85 FAQ statuut - Administratief statuut door de ministeriële omzendbrief van 22/09/2009, blijven van toepassing. In tegenstelling tot wat in de omzendbrief staat, verdwijnt de verplichting om een officier-geneesheer te hebben. De bevoegdheden van de officier-geneesheer zullen beperkt blijven tot de in de omzendbrief van 22/09/2009 opgesomde taken: Hij kan: - instaan voor de opleiding van de leden van de brandweerdienst inzake eerste zorgen en reanimatie en periodiek herscholingscursussen organiseren; - de personeelsleden, die in dienst gekwetst worden verplegen, zelfs op de plaats van het ongeval. - de personeelsleden informeren omtrent de mogelijkheid zich lastens de dienstnemende overheid preventief te laten inenten tegen het hepatitis B virus; - de ambulancedienst van het brandweerkorps organiseren en coördineren. 85 Hij kan in geen geval: - De kandidaten voor een betrekking in de dienst onderwerpen aan arbeidsgeneeskundige onderzoeken; - De gegrondheid van afwezigheid wegens ziekte nagaan. Art. 332 van het KB administratief statuut bepaalt dat de officier-geneesheer, in dienst op het moment van de overgang naar de zone, de eretitel van zijn graad zal kunnen behouden. De nieuw aangeworven geneesheren, na de overgang naar de zone, zullen geen operationele graad meer hebben. Q2 In welke graad zal de officier-geneesheer geïntegreerd worden? Daar de officier-geneesheer aan het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone niet is onderworpen, zijn de integratieregels voorzien in artikel 308 en in bijlage 3 van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone dus niet van toepassing voor hen. Hij houdt de graad die hij voor de overgang naar de zone droeg, als eretitel. Q3 De algemene regel voor de vrijwilligers is een benoeming voor 6 jaar. Wat is de impact van deze regel op de officiers-geneesheren? De regel uit artikel 51, derde lid van het statuut, die voorziet dat de vrijwillige stagiair benoemd wordt voor een duur van zes jaar, is niet van toepassing voor de officier-geneesheer. Ook de regel neergelegd in artikel 331, eerste lid van het statuut, die de duur van de benoeming voor de overgedragen vrijwillige officieren regelt, geldt ook niet voor de officiergeneesheer.
86 FAQ statuut - Administratief statuut De zone zal in het administratief statuut dat zij moet aannemen voor haar administratief personeel, desgevallend ook de nodige overgangsbepalingen voor de huidige officiergeneesheer moeten opnemen en de algemene bepalingen van toepassing op de geneesheer van de zone, zoals de duur van de arbeidsrelatie en de regels inzake het beëindigen van de arbeidsrelatie, hierbij rekening houdend met de bepalingen van de wet, zoals artikel 105 en artikel 205 van de wet van Q4 Valt het personeel opgenomen onder punt III (niet-voltijds tewerkgesteld personeel) van artikel 6 van de bijlagen 2 en 3 bij KB , onder de bepaling van art. 205 van de wet van 15 mei 2007? Op welke basis dient, bij automatische overdracht, de opdracht binnen het administratief kader bepaald te worden? Heeft elke officier-geneesheer bij overdracht naar het administratief kader recht op een contract voor xx aantal uren/week? De functie of graad van officier-geneesheer is niet voorzien in het Kb van administratief statuut voor het operationeel personeel. Hij maakt dus geen deel uit van het operationeel personeel. Artikel 332 bepaalt bovendien dat de officier-geneesheer die al in dienst is, de eretitel van zijn graad kan blijven dragen. Het niet-voltijds personeel met een suigeneris statuut als vrijwilliger, heeft eigenlijk een statutair dienstverband (in de zin van een eenzijdig bepaalde rechtspositie, zonder evenwel vastbenoemd te zijn), de betrokkene behoudt dus zijn sui generis statuut. Het statuut van de overgedragen officieren-geneesheer zal bepaald zijn in het administratief statuut van het administratief personeel. Q5 Is de functie van korpsarts te combineren met de functie van vrijwilliger? Beide zijn combineerbaar, maar de diensttijd als vrijwilliger is beperkt tot 24u/week (en kan verminderd worden indien u meer dan 24u/week actief bent als administratief personeelslid - totaal van meer dan 48u/week mag niet). Q6 Onze korpsdokter rukt al meer dan 20 jaar uit enkel voor medische en psychologische bijstand aan slachtoffers van ongevallen met beknelling en gebouwbranden. Is het mogelijk om deze mensen in uitdovende functie hun laatste dienstjaren te laten volbrengen? De taken van de korpsarts zijn beperkt tot deze van de omzendbrief van 22/09/2009 (zie ook Q1 van dit punt). Indien de dokter mee uitrukt om personeelsleden te verzorgen, dan is dit binnen het wettelijke kader. Als hij op die momenten vaststelt dat er andere mensen in nood zijn, dan is het zijn algemene medische plicht om daar ook bijstand aan te verlenen. Hij kan echter geenszins in de plaats treden van een spoedarts die met de MUG ter plaatse komt. Van zodra de MUG ter plaatse komt, zal deze de medische zorgen voor de slachtoffers op zich (moeten) nemen.
87 FAQ statuut - Administratief statuut Varia Q1 Contract vrijwilliger : dienstnemingscontract wordt overgenomen, met bestaande resttijd. Wat indien vrijwilliger oude statuut wenst te behouden, omwille van betere voorwaarden, en dan na 3 jaar einde dienstneming is, kan hij dan een nieuw dienstnemingscontract tekenen aan de oude voorwaarden? Officieren vrijwilliger : krijgen bij invoering contract voor 6 jaar, indien zij dit weigeren loopt hun contract van onbepaalde duur gewoon verder, tot eervol ontslag op 60? 87 De mogelijkheid om te kiezen tussen het oude en nieuwe statuut betreft enkel het geldelijke statuut. In het nieuwe administratieve statuut zijn alle vrijwilligers (officieren en niet-officieren) benoemd voor een duur van 6 jaar (zie art. 51 van het KB van 19/04/2014). De huidige dienstnemingsovereenkomst van iedere niet-officier eindigt van rechtswege op het moment van de overdracht naar de zone. Op dat moment start zijn benoeming voor de resterende duur van zijn huidige overeenkomst. Nadien kan hij telkens een benoeming van zes jaar krijgen. (art. 331, tweede lid, KB 19/04/2014) De huidige dienstnemingsovereenkomst van iedere officier eindigt ook van rechtswege op het moment van de overdracht naar de zone. Op dat moment start zijn benoeming voor een duur van zes jaar (art. 331, eerste lid, KB 19/04/2014). De stilzwijgende verlenging van de tijdelijke benoeming van een vrijwillig brandweerman maakt geen einde aan zijn keuze voor zijn oude (geldelijk) statuut in toepassing van artikel 207 van de wet van 15/05/2007. Artikel 207, 2 bepaalt wel dat het nieuwe statuut van rechtswege van toepassing is bij een benoeming, bevordering of een aanwijzing voor mobiliteit of een mandaatsfunctie (zowel voor beroeps als vrijwilligers). Dus een bevordering stelt wel een einde aan de keuze voor het oude (geldelijk) statuut. Q2 Ziektedagen beroeps : ik veronderstel dat de opgebouwde ziektedagen worden meegenomen? De opgebouwde ziektedagen kunnen worden overgedragen overeenkomstig artikel 325 KB 19/04/2014. Dit aantal mag niet meer bedragen dan 21 dagen per jaar, verminderd met het aantal reeds genomen ziektedagen. Q3 Wat gebeurt er bij de oprichting van de zones met de bestaande wervingsreserve voor onderluitenant waarin geslaagde kandidaten opgenomen zijn met een bachelordiploma, rekening houdend met het feit dat diploma niveau A vermeld wordt als aanwervingsvereiste voor officieren in het nieuwe statuut van het KB 19/04/2014 (artikel 38, 1, 6 )?
88 FAQ statuut - Administratief statuut Zie Q39 hieronder, eerste streepje Q4 Blijven de bevorderingsreserves die werden gevormd vóór de overdracht geldig na de overdracht? Indien de zoneraad beslist om een bevorderingsprocedure die werd begonnen vóór de overdracht na overdracht verder te zetten, zou dit dan kunnen betekenen dat een beslissing van het gemeentecollege tot machtiging van het verzamelen van kandidaturen om een bevorderingsreserve te vormen in een graad met het oog op het vervullen van de vacatures in deze graad zou kunnen volstaan om het vormen van deze reserve na de overdracht verder te zetten? 88 Artikel 315 van het statuut bepaalt dat: Art Bij de overdracht naar de zone, kan de raad beslissen om de door een gemeente van zijn zone opgestarte bevorderingsprocedure verder te zetten. In dat geval zijn de procedureregels vastgelegd in het organieke reglement van de gemeente betreffende de bevorderingsprocedure van toepassing. De raad bepaalt desgevallend de samenstelling van een nieuwe examencommissie overeenkomstig de regels, vermeld in artikel 57, 1, derde tot vijfde lid. In afwijking van het eerste lid kan de raad beslissen om de door een gemeente van zijn zone opgestarte bevorderingsprocedure niet verder te zetten en te beëindigen. De ratio legis van deze bepaling is om gaten te vermijden in de hiërarchische piramide tijdens de enkele maanden die nodig zijn voor de opstelling van nieuwe bevorderingsprocedures. De bewoordingen opgestarte bevorderingsprocedure moeten dus stricto sensu begrepen worden en beogen enkel de bevordering in een betrekking die vacant was en niet de overdracht van een reeds bestaande bevorderingsreserve. Bovendien bevat de nieuwe bevorderingsprocedure de verplichting voor de raad om te bevorderen volgens de volgorde van rangschikking in een bevorderingsproef (art. 57). Deze verplichting is doorgaans onverenigbaar met de overdracht van één of meerdere gevormde gemeentelijke bevorderingsreserves zonder organisatie van een bevorderingsproef. Q5 Kan er afgeweken worden van de maximum 70 uren overuren die kunnen overgedragen worden (art 319)? Het is mogelijk om meer dan 70 overuren over te dragen als de werknemer, zone en gemeente hiermee akkoord gaan. Q6 Volgens artikel 312 van het administratief statuut voor het operationeel personeel van de zone worden de werfreserves voor brandweerman en onderluitenant overgedragen naar de zone. Als er binnen de zone meerdere werfreserves lopende zijn, geldt er dan een voorrangsregel, bijv. op basis van vervaldatum? Blijft de looptijd van die reserves dezelfde of begint die terug opnieuw te lopen? Artikel 312 KB administratief statuut bepaalt inderdaad dat de bestaande wervingsreserves behouden blijven, in de zin dat de geslaagde kandidaten geacht worden houder te zijn van een federaal geschiktheidsattest. Om effectief aangeworven te kunnen
89 FAQ statuut - Administratief statuut worden door de zone, moeten zij evenwel nog slagen voor het vergelijkend examen (interview) en een eliminerende medisch onderzoek, uitgevoerd door de zone conform art 37, 2 of art 38, 2 van het KB. Het federaal geschiktheidsattest is geen vergelijkend examen, dus alle geslaagden staan op gelijke hoogte om deel te nemen aan de zonale proeven, die wel een vergelijkend examen zijn. Er is dus geen rangorde meer tussen de geslaagde kandidaten van dezelfde of verschillende 89 wervingsreserves. De rangorde wordt pas bepaald na het doorlopen van het vergelijkend examen bij de zone. De looptijd van de reserve begint niet opnieuw te lopen, het is enkel de resterende looptijd. Q7 Volgens de voorziene overgangsbepalingen worden de personen die reeds opgenomen zijn in een wervingsreserve voor operationele brandweermannen geacht reeds over een federaal geschiktheidsattest te beschikken. Wat als deze wervingsreserve komt te vervallen, beschikken de personen die dan nog op de lijst stonden nog steeds over een federaal geschiktheidsattest? Wanneer de wervingsreserve verlopen is, worden de geslaagde kandidaten niet meer geacht houder te zijn van een federaal geschiktheidsattest (art 312). Het betreft immers een overgangsbepaling, dus per definitie van tijdelijke aard. Na het vervallen van de reserve kan persoon de gewone aanwervingsprocedure volgen. Q8 (a) Personeel dat nu een bijkomende verlofdag hadden in hun oud statuut boven de 45 jaar, behouden ze deze of vervalt dit? Het personeelslid kan op basis van artikel 322 van het administratief statuut zijn gemeentelijk verlofstelsel behouden, hierbij inbegrepen deze dagen boven de 45 jaar. (b) vallen arbeidsduurverminderingsdagen en dienstvrijstellingen ook onder artikel 322? Zie Q10 van punt Opstelling van het administratief en geldelijk statuut van het administratief personeel van de FAQ zones dat hierop antwoordt voor het administratief personeel. Dezelfde regel is van toepassing op het operationeel personeel. Q9 Welke regels voor de overgang van stagiairs? Onder welk statuut vallen zij? Oud of nieuw? Artikel 314 bepaalt dat de lopende aanwervingsstages voortgezet worden door de stagebegeleider aangeduid door de zone en conform de bepalingen van het nieuwe statuut. Deze regeling zal aangepast worden om de stagiaires toe te laten hun aanwervingsstage verder te zetten overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren voor de overdracht. De omzendbrief van 12 maart 2015 voorziet dat deze aanpassing al van toepassing op de lopende stage is.
90 FAQ statuut - Administratief statuut Q10 Volgens art 320 kan ten persoonlijke titel voor het jaarlijks verlof van het oud statuut worden gekozen. Is deze keuze eenmalig en definitief of kan er later nog gekozen worden voor het verlof van het nieuw administratief statuut? Artikel 322 stelt dat het beroepspersoneelslid zijn gemeentelijk verlofstelsel kan behouden. De keuze is eenmalig (men kan het maar 1 keer behouden, wanneer men er afstand van doet, kan men het later niet opnieuw inroepen), maar niet definitief. Wanneer de betrokkene dit wenst, kan hij nadien overstappen naar het verlofstelsel in het nieuwe administratieve statuut. 90 Q11 Momenteel wordt er voor de selectieprocedure van brandweerman vrijstellingen voorzien voor de selectieonderdelen. Wat gebeurt er met deze vrijstellingen? Kunnen deze vrijstellingen nog behouden blijven na de hervorming? Artikel 312 voorziet een overgangsbepaling voor geslaagde kandidaten in een wervingsreserve, artikel 313 voorziet een overgangsbepaling voor lopende aanwervingsprocedures. Vrijstellingen voor onderdelen van een selectie buiten deze 2 gevallen kunnen niet behouden blijven. De nieuwe aanwervingsprocedure verloopt via het federaal geschiktheidsattest (nieuw) en het slagen voor een zonale selectie. Q12 Momenteel zijn er personeelsleden die geen ziektekredietdagenteller (dus onbeperkte ziektekredietdagen) hebben. Mag er voor deze groep een uitdovende regeling worden voorzien binnen de zone? Neen. Artikel 325 van het Kb administratief statuut moet onverkort toegepast worden. Er worden geen uitzonderingen voorzien. Q13 Wat moet er gebeuren (inzake premies enzo) met de personeelsleden die momenteel in een stelsel van lichtere operationele functies zitten? De personeelsleden die momenteel in een informeel systeem van lichtere operationele functies zitten (dus niet een wedertewerkstelling wegens medische redenen op basis van het Kb van ) komen bij de overdracht naar de zones niet automatisch in het stelsel van de wedertewerkstelling op vrijwillig verzoek terecht. Indien het personeelslid dat wenst, kan hij een aanvraag tot wedertewerkstelling indienen. Het bepalen van de lichtere operationele taken en de administratieve, technische of logistieke taken waarvan sprake in artikel 119, is een bevoegdheid van de zone (en niet van de Minister zoals bepaald in artikel 126 voor wat betreft het eindeloopbaanregime). De gevolgen voor de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties worden bepaald in artikel 25, derde en vierde lid van het KB geldelijk statuut. Q14 Wat met de 80% loopbaanonderbreking die nog lopen op 01/01/2015? (zie art. 322) Volgens artikel 217, 2 Kb administratief statuut moet 'gewone' loopbaanonderbreking voltijds genomen worden. Artikel 324 bepaalt dat personeelsleden die een verlof genieten dat niet
91 FAQ statuut - Administratief statuut voorzien is in het nieuwe statuut, dit verder blijven genieten volgens de oude toepasselijke bepalingen. Loopbaanonderbreking 4/5e valt onder toepassing van artikel 324. Q15 Indien een bestuur op dit moment een selectie met wervingsreserve organiseert kan ze, mits akkoord van de zone, die wervingsreserve meenemen bij de overgang naar de zones. Klopt het dat de personen die in deze wervingsreserve opgenomen zijn bij hun eigenlijke aanstelling ook nog kunnen kiezen voor het oude statuut waaronder ze zijn aangeworven, ook al komen ze pas in dienst na de start van de zone? 91 De keuze voor het oude statuut ligt vervat in artikel 207 van de wet, dat spreekt over het personeel dat al in dienst is. Kandidaten in een wervingsreserve zijn geen personeel dat al in dienst is en dat zijn verworven recht inzake statuut kan vrijwaren. Zij vallen dus niet onder artikel 207 van de wet en beschikken niet over de keuze voor het oude statuut (dat zij nooit genoten hebben). Q16 Stagiairs die aan hun stage beginnen bij een brandweerdienst maar hun stage beëindigen als de zones van start gegaan zijn, moeten die voldoen aan de voorwaarden die van toepassing waren bij de start van hun stage? Concreet: aan het einde van de stage moeten ze nu een rijbewijs C gehaald hebben (op eigen kosten) en een brevet DGH, binnen het nieuwe statuut moet dit niet. Gelden voor deze stagiairs de voorwaarden van bij de start? Artikel 314 van het Kb administratief statuut zal in principe aangepast worden via het reparatiekb, met retroactieve inwerkingtreding op 1 januari In afwachting van deze wijziging, stelt de omzendbrief van 12 maart 2015 dat de lopende stages verdergezet worden conform de bepalingen van het gemeentelijk statuut. De rol van evaluator zal uitgevoerd worden door de stagebegeleider aangeduid door de zonecommandant. Zodoende blijven de aanwervings- of benoemingsvoorwaarden bepaald door de gemeente van toepassing. Q17 Wat gebeurt er met gestarte maar niet afgesloten tuchtprocedures na de overgang naar de zone? Blijven deze lokaal verder lopen? Vervallen ze van rechtswege? Art. 329 en 330 van het KB van 19/04/2014 bepalen het volgende: Art De tuchtprocedures die hangende zijn bij de overdracht naar de zone worden verdergezet in overeenstemming met de bepalingen die van toepassing zijn vóór deze overdracht. Art Bij de overdracht naar de zone, is de zone belast met het toepassen van de tuchtmaatregel die werd uitgesproken door de gemeentelijke overheid. Dit betekent dat lopende tuchtprocedures dus niet vervallen. De zone zal de bepalingen over de tucht uit het oude statuut moeten toepassen. Ze zal dus enkel de oude procedure en de oude sancties kunnen toepassen. Als een tuchtsanctie lopende is, zal deze ook verder door de zone moeten worden gerespecteerd.
92 FAQ statuut - Administratief statuut Er moet goed op gelet worden dat de rechten van de verdediging gerespecteerd worden. Een belangrijk principe hierbij is het volgende: de leden van de tuchtoverheid die niet aanwezig waren tijdens alle tuchtverhoren voor de tuchtoverheid, mogen niet deelnemen aan de beraadslaging en stemming over de tuchtstraf. De bepalingen in verband met tucht uit het nieuwe statuut (KB ) kunnen pas worden toegepast van zodra zich feiten hebben voorgedaan na de overgang naar de hulpverleningszone. 92 Q18 Kunnen medewerkers die momenteel nog in dienstactiviteit zijn maar die in aanmerking komen voor een door de gemeenteraad goedgekeurde VVP regeling, volgend jaar nog beroep doen op deze regeling, of vervalt deze regeling automatisch op 01/01/2015 en geldt vanaf dan enkel de nieuwe regeling mbt eindeloopbaanregime (art 124 ev administratief statuut)? Er is een overgangsbepaling terzake. Artikel 327 van het KB administratief statuut bepaalt dat de personeelsleden die op de datum van overdracht naar de zone een goedgekeurde aanvraag VVP hebben (conform het KB ), dit recht nog kunnen uitoefenen na hun overdracht. Het wachtgeld wordt berekend op basis van het oude geldelijk statuut en het VVP verloopt volgens de bepalingen van het KB Dus de overgangsbepaling geldt enkel voor zij die een effectief goedgekeurde aanvraag hebben, rekening houdend met de bepalingen van het KB van 1999 (bvb art 4, men kan maar een aanvraag doen ten vroegste 1 jaar voor de datum van het verlof).. Q19 a) In art. 207 van de wet van 15/5/2007 is sprake dat het administratief personeel van de zone kan beslissen onderworpen te blijven aan de wetten en reglementen die van toepassing zijn op het gemeentepersoneel. Voor het operationeel personeel is dit omschreven in Art 48 1 KB 19 april 2014 geldelijk statuut. Daarnaast zijn er ook nog artikel 48, 2 KB geldelijk statuut en artikel 322 KB 19 april 2014 administratief statuut. Zijn deze bepalingen ook (automatisch) van toepassing op het administratief personeel of moeten deze overgangsbepalingen specifiek opgenomen worden in het nog op te stellen administratief statuut van het administratief personeel van de zone (en zijn deze bepalingen facultatief vrij te kiezen door de zone)? Zie antwoord op vraag Q6 van de punt Opstelling van het administratief en geldelijk statuut van het administratief personeel van de FAQ De overgang naar hulpverleningszone op 1 januari 2015 (ongeveer pagina 29). b) Wil dit zeggen dat art 322 KB adm statuut ook van toepassing blijft op de personeelsleden die na de zonevorming bevorderen maw dat ook na bevordering de mogelijkheid blijft om het huidige verlofstelsel ten persoonlijke titel te blijven behouden? Inderdaad. Art 322 is niet gelinkt aan de keuze van art 207 van de wet, dus een bevordering heeft hier geen invloed op.
93 FAQ statuut - Administratief statuut Q20 Door de integratieregels in bijlage 3 van het koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone worden bepaalde luitenanten nu kapitein. Is het echter mogelijk dat de luitenant luitenant blijft indien hij hier zelf voor opteert omdat hij de verantwoordelijkheden en competenties die bij kapitein horen niet wil dragen. En indien dit kan, hoe moet dit geregeld worden? Indien hij kapitein wordt zou het gevolg kunnen zijn dat hij bij de eerst volgende evaluatie onvoldoende krijgt? Is dan eventueel een mogelijkheid dat hij dan kiest om terug luitenant te worden? 93 Artikel 308 van het KB administratief statuut bepaalt de integratieregels in de nieuwe graden. Toestemming van het personeelslid is niet vereist. Het KB laat geen afwijkingen toe. Indien de betrokkene een negatieve evaluatie zou krijgen, kan hij niet kiezen om terug naar de lagere graad te gaan. De gevolgen van een negatieve evaluatie worden bepaald in art 162 en 169 van het Kb administratief statuut en art 24 van het KB geldelijk statuut. Wat wel kan gedaan worden: na de integratie in de nieuwe graden, kan de zoneraad op verzoek van de betrokkene de betrokkene de lagere graad toekennen. De geldelijke aspecten van deze vrijwillige terugzetting in graad moeten eveneens in deze beslissing geregeld worden. Dit werd in het verleden in uitzonderlijke gevallen al toegepast. Q21 Biedt de keuze voor behoud van het oude geldelijk statuut bedoeld in artikel 207 van de wet demogelijkheid om later, met terugwerkende kracht, te kiezen voor toepassing van de nieuwe geldelijke bepalingen? (Anders zou de keuze tot gevolg kunnen hebben dat men gedurende een bepaalde periode de voordelen van het nieuwe statuut niet meer kan bekomen.) Kan, bij positief antwoord, de zoneraad bepalen dat deze keuze toch beperkt wordt in tijd? Indien men eerst gekozen heeft voor het oude geldelijk statuut en daarna wenst onder het nieuwe geldelijk statuut te vallen, dan heeft deze laatste beslissing enkel uitwerking voor de toekomst. Deze beslissing kan niet retroactief zijn. Dit zou niet alleen een hoop administratief werk aan regularisaties meebrengen, het strookt ook niet met de bedoeling van het artikel. Artikel 207 laat immers toe om definitief het oude geldelijk statuut te kiezen, omdat het voordeliger is en blijft dan het nieuwe, of om tijdelijk het oude statuut te genieten, bvb omdat de evolutie in de weddeschaal voordeliger is tot op een bepaald moment. Indien personen die achteraf toch nog overstappen, retroactief in het nieuwe statuut zouden komen, wordt het artikel van zijn nut ontdaan. Dat is niet de bedoeling van het artikel. Het personeelslid moet de situatie evalueren en een keuze maken. Indien hij later de situatie anders evalueert en een nieuwe keuze maakt, geldt deze slechts voor de toekomst. Q22 Voor professionalisering moet men een gunstig evaluatieverslag hebben. De evaluatieprocedure duurt 2 jaar. Kan een vrijwilliger voor professionalisering in aanmerking
94 FAQ statuut - Administratief statuut komen als een evaluatie dient vooraf gegaan te worden door een functioneringsgesprek en de procedure 2jaar duurt? In onze gemeente is er geen echte evaluatie voor de vrijwilligers, wel voor beroeps. Mijn inziens hebben bijvoorbeeld bij interne bevordering, verlenging van een dienstnemingsovereenkomst of benoeming in de graad van off de betrokkene een gunstig evaluatie gekregen van de dienstchef (gezien dit zo ook in de voorwaarden vermeld is) en kunnen zij dus per definitie deelnemen aan een professionalisering. Kan u mij kort uitleggen hoe het nu zit met de professionalisering en de benodigde evaluatie. 94 Artikel 317 van het KB administratief statuut bepaalt dat de evaluatievoorwaarde 'voldoende' voor de toepassing van art 92 (professionalisering) pas van toepassing is na het einde van de eerste evaluatieperiode van het nieuwe statuut. Dit om te vermijden dat men 2 jaar moet wachten voordat men zou kunnen professionaliseren/bevorderen(art 56)/mobiliteit (art 70) genieten. Voor de professionalisering zal gekeken worden naar de laatste evaluatie van de vrijwilliger onder het oude gemeentelijke statuut. Indien de gemeente geen evaluatie georganiseerd heeft, moet men ervan uitgaan dat de betrokkene een gunstige evaluatie gekregen heeft. Q23 In de overgangsmaatregelen spreekt men in artikel 223 over de overdracht ziektedagen en welk pakket vanuit het verleden in openbare diensten kan meegenomen worden. Wat met situaties waarbij mensen in het verleden bij overgang naar brandweer dat pakket niet hebben mogen meenemen, of enkel een beperkt pakket (bvb enkel uit de stad, maar niet uit andere openbare diensten). Artikel 223 is geen overgangsbepaling voor in dienst zijnde personeel, maar een bepaling voor nieuw aangeworven personeel, dus er is geen herberekening ziektedagen voor overgedragen personeel, maar wel toepassing van het specifieke overgangsartikel 325. Q24 Artikel 326 stelt dat personeelsleden die bij de overdracht naar de zone reeds in het bezit zijn van een goedgekeurde aanvraag inzake VVP dit recht kunnen uitoefenen in Bij hen wordt het wachtgeld berekend op basis van het geldelijk statuut dat op het personeelslid van toepassing was voor de overdracht van de zone. Dit gaat om personen die dus in de loop van 2015 in VVP gaan, maar op 01/01/2015 nog actief zijn. Wil dit zeggen dat deze personen niet kunnen kiezen voor het nieuwe statuut en zij automatisch in het oude statuut blijven? Of wil dit zeggen dat de berekeningswijze voor het wachtgeld gebeurt zoals voorzien in het oude statuut (80% wedde + 80% premies), maar dat deze personen wel nog kunnen kiezen voor het nieuwe statuut op 01/01/2015. Dit impliceert dat hun wachtgeld berekend op 1 jaar voorafgaandelijk aan hun VVP, voor de maanden die nog in 2014 vielen zal berekend worden op basis van hun oude wedde aan 80% + 80% van de zaterdag, zondag en nachtprestaties en dat hun wachtgeld voor de maanden die vallen in 2015 berekend zullen worden op basis van hun nieuwe wedde aan 80% + 80% van de operationaliteitspremie.
95 FAQ statuut - Administratief statuut Wat betreft de berekening van het wachtgeld voor de personen die zich bevinden in de situatie van artikel 327 KB adm statuut : het artikel is duidelijk. Het volledige wachtgeld wordt berekend op het oude geldelijk statuut. Ongeacht het feit dat zij eventueel nog enkele maanden van 2015 volgens het nieuwe geldelijk statuut betaald werden. Zij kunnen echter wel gebruik maken van de keuze van artikel 207 van de wet voor wat betreft hun wedde/premies voor de periode die zij nog zullen werken in Ze zijn immers niet 95 uitgesloten uit het toepassingsgebied van artikel 207 van de wet. Q25 Stagiairs die overgedragen worden naar de zone, kunnen zij kiezen voor het oude statuut of komen zij bij hun definitieve benoeming automatisch in het nieuwe statuut? Gelden de verworven rechten ( maaltijdcheques, hospitalisatieverzekering,verloven,...) voor hen? De stagiairs die al stagiair zijn op het moment van de overdracht naar de zone, worden overgedragen naar de zone en kunnen gebruik maken van artikel 207 van de wet om hun oude geldelijke statuut te behouden. Evenwel, wanneer zij benoemd worden (vast benoemd of tijdelijk benoemd voor 6 jaar), komen zij automatisch in het nieuwe geldelijke statuut terecht op basis van artikel 207, 2 van de wet. Zij kunnen dan wel beroep doen op de bepaling inzake 'verworven rechten' van artikel 48, 2 van het KB geldelijk statuut en op art 322 (enkel beroeps) van het KB adm statuut. Q26 Kan men deeltijds administratief personeelslid en deeltijd beroepsbrandweerman zijn in dezelfde zone? De functie van beroepsbrandweerman is altijd voltijds. Enkel de thematische loopbaanonderbrekingen kunnen leiden tot deeltijds werken (zie art 217, 2 KB adm statuut). Q27 Mag operationeel personeel permanente administratieve taken toegewezen krijgen vb. personeelsadminsitratie? Operationeel personeel kan ook administratieve taken uitvoeren. Afhankelijk van de graad zal dit in grotere of mindere mate het geval zijn. De functieprofielen die binnenkort op onze website zullen gepubliceerd worden, zullen hierover ook info bevatten. Operationeel personeel blijft wel altijd operationeel inzetbaar, tenzij ingeval van een vorm van wedertewerkstelling in een administratieve functie. Q28 Moet, naast de bijzondere rekenplichtige en de zonecommandant, nog ander zonepersoneel de eed afleggen? Zie antwoord op vraag Q1 van Boek 4, Titel 3 van FAQ administratief statuut.
96 FAQ statuut - Administratief statuut Q29 Er worden verschillende stagiairs overgedragen naar de zone. In de zoneraad zullen we daar de stagebegeleider opnieuw voor vaststellen. Normaal worden deze stagiairs geëvalueerd tijdens hun stage. Maar de evaluatieprocedure is nog niet uitgewerkt. Op welke basis kunnen we ze niettemin rechtsgeldig evalueren. Dit is belangrijk ingeval er stagiairs niet zouden voldoen als brandweerman. Ik verwijs naar de omzendbrief van 12 maart 2015 die stelt dat in afwachting van de wijziging van artikel 314 van het KB administratief statuut, de lopende stages nu al kunnen verdergezet worden conform de bepalingen van het gemeentelijk statuut. De rol van evaluator zal uitgevoerd worden door de stagebegeleider aangeduid door de zonecommandant. De evaluatieprocedure bepaald in het gemeentelijk statuut blijft dus van toepassing op deze lopende stages. 96 Q30 Voor de toepassing van artikel 310 van het Kb administratief statuut, moet het gaan om iemand die in dienst is als brandweerman of als politieman vóór ? Betrokkene is brandweerman sedert februari 1995 en politieman sedert september De bepaling van artikel 310 is overgenomen uit het KB van 6 mei 1971, bijlage 1. Het gaat dus over het feit dat men in dienst moest zijn vóór 1 april 1999 als brandweerman, maar ook als politieman. Zoniet kon men geen gebruik maken van deze uitzondering. Q31 Ik ben Luitenant Dienstchef, ben geen houder van diploma van niveau A, heb een brevet crisissituatiebeheer en meer dan 7 jaar anciënniteit als officier heb minder dan 5 jaar nuttige ervaring in de functie van dienstchef. Welke graad krijg ik binnen de nieuwe zone? Als luitenant (niet dienstchef) zou ik kapitein geworden zijn Als luitenant dienstchef (huidige functie nu) blijf ik luitenant? U krijgt de graad van kapitein. Artikel 308, 2 bepaalt immers dat indien meerdere specifieke integratieregels uit de tabel van bijlage 3 van toepassing zijn, de regel toegepast moet worden die de hoogste graad toekent. Q32 Ik ben een statutair beroepsbrandweerman bij een gemeente X. Momenteel neem ik een functie op bij een gemeente Y als ambtenaar in stage in afwachting van een eventuele vaste benoeming. Bij gemeente X kan ik mij beroepen op het verlofreglement voor het operationeel personeel van de brandweer dat bepaalt dat personeelsleden recht hebben op onbezoldigd verlof voor het vervullen van een proefperiode bij een ander overheidsdienst voor een statutaire functie. In het nieuwe administratief statuut van de zone is eveneens dergelijk verlofstelsel opgenomen (BOEK9-TITEL1-H3-Afd.7-art.209). Moet de zone mij overnemen als volwaardig statutair beroepsbrandweerman van gemeente X? Ja, alle brandweerlieden beroeps en vrijwilliger die nog in dienst zijn (dus niet de gepensioneerden) worden overgedragen van de gemeentelijke brandweerdiensten naar de zone, ook zij die op een verlof genieten.
97 FAQ statuut - Administratief statuut Q33 Loopt het verlofstelsel gewoon door tot ik statutair ambtenaar word in gemeente Y (vaste benoeming)? Ja. Het is niet de bedoeling dat op omwille van de overdracht alle verloven ambtshalve beëindigd zouden worden en opnieuw zouden moeten aangevraagd worden conform de bepalingen van het nieuwe statuut. Dus alle verloven die verderbestaan in het nieuwe statuut, evenals alle verloven die niet bestaan in het nieuwe statuut, lopen verder totdat ze ten einde zijn. Een verlof dat niet bestaat in het nieuwe statuut kan niet verlengd worden, een verlof dat wel bestaat in het nieuwe statuut, kan verlengd worden conform de bepalingen van het nieuwe statuut. (art 323 en 324). 97 Q34 Moet de keuze voor het oude of nieuwe verlofstelsel ook gemaakt worden tegen ? Neen, de verworven rechten uit art 322 Kb adm statuut zijn niet gelinkt aan de termijn voor het oude geldelijk statuut, dus kunnen juridisch gezien ook gemaakt worden na Q35 Is het KB rechtshulp en zaakschade van 28 maart 2014 ook van toepassing op het administratief personeel van de zone? Dit KB voert de wet van uit (Afdeling 5, artikelen 159 e.v.) die de regeling alleen voor de beroeps en de vrijwilligers van de brandweerzones en voor de Civiele Bescherming instelt De regeling van rechtshulp en zaakschade valt terug te voeren op de regeling van de politie, en werd daar in eerste instantie ingevoerd om tegemoet te komen aan de hogere risico s op rechtshulp/zaakschade omwille van de operationele aspecten van de functie. De regeling uit de wet en het KB van is dus niet van toepassing op het administratief personeel van de zone. Niets belet de zone echter om een regeling terzake uit te werken voor haar administratief personeel gezien haar bevoegdheid om het statuut van het adm personeel te bepalen. Q36 Wat gebeurt er met lopende loopbaanonderbrekingen, zullen deze doorlopen ook op niveau van de RVA? De RVA is op de hoogte van het feit dat de lopende loopbaanonderbrekingen volgens het KB administratief statuut van het operationeel personeel van de zone doorlopen. De RVA stelt alles in het werk om discontinuïteit in de lopende loopbaanonderbrekingen te vermijden. Het zou echter kunnen dat de gegevens niet tijdig of niet volledig kunnen ingevoerd worden bij de RVA. Indien u een brief krijgt van de RVA terzake, moet u de instructies terzake volgen. In principe zal het volstaan te bewijzen dat u overgedragen bent van de gemeente naar de hulpverleningszone en dat uw loopbaanonderbreking bij de gemeente startte voor
98 FAQ statuut - Administratief statuut Het kan zijn dat de RVA (hoofdkantoor) deze gegevens zelf opzoekt. De premie zal in januari in elk geval nog betaald worden, het zou kunnen dat de premiebetaling in februari vertraging oploopt. Q37 Kan er in de lopende bevorderingsprocedure die overgenomen werd van de gemeente en die door de zone afgehandeld wordt, een reserve opgesteld worden met geslaagde kandidaten? Deze reserve is niet voorzien in het organiek reglement. 98 Neen. Volgens art 315 moet deze bevorderingsprocedure verdergezet worden conform de procedureregels bepaald in het organiek reglement van de betrokken gemeente. Een reserve is niet voorzien in het betreffende organiek reglement. Overgangsbepalingen kunnen niet uitgebreid worden. Q38 Kunnen de lopende tuchtzaken die voor de overdracht opgestart waren door de gemeente, verder gevoerd worden door de zonale overheid iplv de gemeentelijke overheid? Artikel 329 KB adm statuut bepaalt dat de hangende tuchtprocedures verdergezet worden in overeenstemming met de bepalingen die van toepassing waren voor deze overdracht. Deze overgangsbepaling heeft als doel dat de gemeentelijke procedureregels inzake tucht verder kunnen toegepast worden op een lopende tuchtzaak. De bevoegde overheden moeten evenwel vertaald worden naar de nieuwe zonale context (bvb de zoneraad iplv de gemeenteraad). De gemeente heeft immers haar hoedanigheid van werkgever en haar bevoegdheden tav het overgedragen personeel verloren. Er moet goed op gelet worden dat de rechten van de verdediging gerespecteerd worden. Een belangrijk principe hierbij is het volgende: de leden van de tuchtoverheid die niet aanwezig waren tijdens alle tuchtverhoren voor de tuchtoverheid, mogen niet deelnemen aan de beraadslaging en stemming over de tuchtstraf. Q39 Hoe kunnen personen die in een wervingsreserve, een lopende wervingsprocedure of een stage van onderluitenant zaten op het moment van de overgang naar de zones worden opgenomen/aangeworven in een zone? Iemand zonder diploma van niveau A: - die in een wervingsreserve zit van onderluitenant wordt op 01/01/2015 geacht te beschikken over het federaal geschiktheidsattest, hoger kader (art. 312 KB 19/04/2014). Het feit dat men in een reserve zit, doet verder geen recht ontstaan om effectief te worden aangeworven. De zone kan wel een vacature openstellen, zonder te moeten wachten op de organisatie van het federaal geschiktheidsattest. Als de zone een vacature openstelt voor officier (kapitein) en beslist om te putten uit bestaande wervingsreserves, dan kan iemand zonder diploma van niveau A, bij wijze van overgangsmaatregel en dus uitzonderlijk en uitdovend, aangeworven worden als luitenant.
99 FAQ statuut - Administratief statuut Als de zone een vacature openstelt voor brandweerman en beslist om te putten uit bestaande wervingsreserves, dan kan hij ook aangeworven worden als brandweerman (art. 37, 1, 7, KB 19/04/2014). - die een weerhouden kandidaat is in een lopende aanwervingsprocedure van onderluitenant (en de zoneraad heeft beslist de procedure verder te zetten) kan, bij wijze van overgangsmaatregel en dus uitzonderlijk en uitdovend, aangeworven worden als luitenant. 99 [Als de zoneraad beslist de aanwervingsprocedure van onderluitenant niet verder te zetten maar] indien bij de vacantverklaring ook vermeld was dat er een wervingsreserve werd aangelegd, zou hij ook kunnen worden aangeworven als brandweerman (art. 37, 1, 7, KB 19/04/2014). - die in een stage zit van onderluitenant op 01/01/2015 is op die dag luitenant geworden (cfr. de integratieregels van art. 308). Hij kan benoemd worden als luitenant. In alle gevallen zal de luitenant een specifieke stage doorlopen. Art. 68, 4, van het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de opleiding bepaalt reeds dat de stagedoende onderluitenant die geen houder is van een diploma van niveau A en die nog niet ingeschreven werd voor zijn opleiding, de opleiding volgt tot het behalen van het brevet BO1, BO2, MO1, MO2 en OFF1. De luitenanten zullen de weddeschaal O0-0 genieten, overeenkomstig art. 50, 2, koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones. Deze regels kunnen toegepast worden vanaf 01/01/2015 en zullen worden bevestigd in een koninklijk besluit tot wijziging van koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones, dat retroactieve werking zal hebben voor wat betreft deze bepalingen. Q40 Voor de aanwerving van brandweermannen zouden we beroep doen op de bestaande werfreserves in onze zone, cfr. art 312 van het administratief statuut. (a) Zijn we verplicht om deze vacatureoproep dan toch te publiceren in de kanalen cfr. art 36, of mogen we dit beschouwen als een aanwerving uit de werfreserve waarbij we ons richten tot de geslaagde kandidaten? Ingeval van bestaande gemeentelijke aanwervingsreserves, kan u enkel de kandidaten in de reserves aanspreken. Het is momenteel nog niet mogelijk aan te werven via de gewone procedure met het federaal geschiktheidsattest. U hoeft dus geen publicatie te doen zoals voorzien in artikel 36 Kb adm statuut. Binnenkort zullen de geschiktheidsproeven tot het behalen van het federaal geschiktheidsattest voor de eerste keer georganiseerd worden. Vanaf dan zal het nodig zijn een publicatie te doen zoals voorzien in artikel 36.
100 FAQ statuut - Administratief statuut (b) Gesteld dat we alle kandidaten uit de bestaande werfreserves van de zone kunnen aanwerven, zijn we dan toch nog verplicht om het vergelijkend examen cfr. art 37 te organiseren of kunnen we ons dan beperken tot het eliminerend medisch onderzoek, omdat het opmaken van een rangschikking dan overbodig is? De zonale proef moet toch gedaan worden. Q41 In artikel 2, 5de lid van het KB van staat opgenomen dat het uitzonderlijk verlof of omstandigheidsverlof ingeval van zieke kinderen of andere huisgenoten, niet kan worden toegekend aan het personeelslid die kiest voor het behoudt van het huidige verlofstelsel indien dit uitzonderlijk verlof begrepen is in de dagen jaarlijks vakantieverlof. 100 In artikel 176 rechtspositiebesluit gemeente- en provinciepersoneel van 7 december 2007 wordt het verlofstelsel van het gemeentepersoneel besproken (min. 30 en max. 35 dagen verlof). In 2 van hetzelfde artikel bepaalt verder dat binnen dit krediet aan jaarlijkse vakantiedagen er vier dagen verlof kunnen worden opgenomen zonder dat de werkgever het dienstbelang kan inroepen. Volgens mij zitten in dit krediet aan verlof geen dagen begrepen die vallen onder de noemer uitzonderlijk verlof of omstandigheidsverlof ingeval van zieke kinderen of andere huisgenoten. Wil dit zeggen dat het administratief personeel nog een bijkomend recht heeft op dat verlof ook al maakt deze gebruik van artikel 207 wet civiele veiligheid + KB 5 december 2014 (artikel 2, 2 ) Zo ja, op basis van welke wetgeving wordt dit verlof dan toegekend? Artikel 322, 2 Kb adm statuut en artikel 2, vierde lid KB zijn gelijkaardig. Artikel 322, 2 van het Kb adm statuut is van toepassing op het operationeel beroepspersoneel dat gekozen heeft voor zijn oude verlofstelsel. Indien de rechtspositieregeling BVR van toepassing is op dat personeelslid, heeft dat als gevolg dat zijn dagen jaarlijks verlof uit het gemeentelijk stelsel wel degelijk al deze 4 dagen uitzonderlijk verlof wegens ziekte kind/huisgenoot omvatten. In dat geval kan hij geen beroep meer doen op het verlof voorzien in artikel 207, 2 van het KB adm statuut. Artikel 2, vierde lid van het KB , dat voor het administratief personeel bepaalt waarop de keuze bedoeld in artikel 207 van de wet slaat, bevat een gelijkaardige bepaling. Ingeval het administratief personeelslid kiest voor zijn oude verlofstelsel, zal dit het stelsel van de rechtspositieregeling BVR zijn. Dit aantal verlofdagen omvat al het uitzonderlijk verlof of omstandigheidsverlof ingeval van zieke kinderen of andere huisgenoten dat de zone (naar analogie van het verlof van art 207, 2 KB ) zou kunnen opnemen in haar zonaal statuut voor het administratief personeel. Indien de zone dus dergelijk verlof opgenomen heeft in haar zonaal statuut, kan het administratief personeelslid dat gekozen heeft voor zijn oude gemeentelijk verlofstelsel, daar niet van genieten, het zit immers al inbegrepen in de jaarlijkse vakantiedagen van zijn oude verlofstelsel.
101 FAQ statuut - Administratief statuut Zie hiervoor ook de uitleg bij art 176 in het verslag aan de regering bij het BVR en een FAQ van het Vlaams gewest terzake. Q42 Stel dat een beroepskapitein van een brandweerdienst vandaag volgens het nieuwe KB via aanwerving start als beroepskapitein in een andere zone. Is zijn graadanciënniteit dan overdraagbaar? 101 Artikel 309 voorziet als overgangsbepaling dat onder graadanciënniteit ook moet begrepen worden de graadanciënniteit verworven als operationeel personeelslid van een openbare brandweerdienst. Het verslag aan de Koning verduidelijkt dat de graadanciënniteit opgebouwd wordt in de hoedanigheid van beroeps of in de hoedanigheid van vrijwilliger en dat deze niet gemengd mag worden. De bedoeling van het artikel is om discontinuïteit te vermijden in de loopbaan van een beroeps die overgedragen wordt van de gemeente naar de zone. Voor de overdracht van graadanciënniteit bij mobiliteit of nieuwe aanwerving tussen zones, is niks bepaald. Er moet evenwel van uitgegaan worden dat de graadanciënniteit opgebouwd in de ene zone meegenomen wordt naar de andere zone, gezien het administratief statuut uniform is. Q43 We hebben in de zone een wervingsreserve met x kandidaten. We voorzien nu effectieve aanwervingen. Kunnen wij ons beperken tot die x kandidaten of moeten wij de vacatures open stellen voor alle kandidaten met een geschiktheidsattest (met name de kandidaten op wervingsreserves van andere zones)? Artikel 312 Kb adm statuut spreekt duidelijk van werfreserves gevormd door de aan de zone toebehorende gemeenten. De werfreserve is dus enkel gelinkt aan de zone. U moet en mag dus enkel een oproep richten tot de kandidaten van de reserves van gemeenten van uw zone. Q44 In artikel 312 van het KB betreffende het administratief statuut van het operationeel personeel wordt verduidelijkt: Vanaf de overdracht naar de zone, worden de geslaagde kandidaten die opgenomen zijn in een wervingsreserve voor brandweerman gevormd door de aan de zone toebehorende gemeenten, geacht houder te zijn van een federaal geschiktheidsattest voor het basiskader, vermeld in artikel 35. Betekent dit dat een vrijwillige brandweerman van gemeente X, die opgenomen is in een professionele wervingsreserve (in dezelfde gemeente X), geacht wordt houder te zijn van het FGA? Ongeacht de zone waar hij wil solliciteren? Artikel 312 van het administratief statuut heeft enkel betrekking op de geslaagde kandidaten van een wervingsreserve. Van hen wordt inderdaad verondersteld dat zij houder zijn van het
102 FAQ statuut - Administratief statuut federaal geschiktheidsattest, maar deze veronderstelling geldt enkel voor hun reserve. Hieruit vloeien 2 gevolgen voort: - De geslaagde kandidaten kunnen enkel solliciteren voor een betrekking in de zone waarvan hun gemeente deel uitmaakt; - Indien de geldigheidsduur van de gemeentelijke wervingsreserve verstrijkt, wordt van de geslaagde kandidaten van deze reserve niet langer verondersteld dat zij houder zijn van het federaal geschiktheidsattest. 102 In de huidige stand van zaken van het administratief statuut wordt van de vrijwillige brandweerman niet verondersteld dat hij houder is van het federaal geschiktheidsattest. Indien hij als beroepsbrandweerman wenst te solliciteren voor een vacature via werving (en dus niet via de professionaliseringsprocedure), moet hij de bewijzen voorleggen met het oog op het verkrijgen van het federaal geschiktheidsattest. Er werd een aanvraag ingediend om het administratief statuut te wijzigen en ervan uit te gaan dat de vrijwillige brandweerlieden houder zijn van het federaal geschiktheidsattest. Deze aanvraag maakt deel uit van de lopende besprekingen in het kader van de wijziging van de koninklijke besluiten betreffende het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones. Q45 Behouden de personeelsleden die ervoor gekozen hebben het vroegere statuut te behouden en die daarin het begrip verlof voor bloeddonatie hebben, dit verlof, ondanks de Europese wetgeving hierover? Artikel 322 van het administratief statuut bepaalt uitdrukkelijk de verlofdagen die bedoeld worden door het behoud van het gemeentelijke verlofstelsel. Het betreft het aantal dagen jaarlijkse vakantieverlof, het aantal feestdagen, de eventuele aanvullende dagen en de leeftijdsgebonden verhoging van de dagen jaarlijks verlof. Het verlof voor bloeddonatie is niet inbegrepen in deze beperkende lijst. BOEK Slotbepalingen Q1 Art. 335 van het KB administratief statuut bepaalt dat de KB s van 1967 (organisatie) en 1971 (modellen) worden opgeheven met ingang van (of uiterlijk op , bij opstart van zone). Deze 2 KB s bevatten inderdaad veel artikelen over personeel, die zijn voorzien in het nieuwe statuut, maar ook bepalingen over de volgende materies:
103 FAQ statuut - Administratief statuut Art. 23 KB 1967: de gemeenten moeten over voldoende bluswatervoorraden beschikken en moeten ervoor waken dat er voldoende hydranten zijn en dat deze gemakkelijk bereikbaar en bruikbaar zijn Art. 36 en 42 KB 1971: er moeten kaarten komen met de plaatsen waar water en hydranten voorhanden zijn Art. 43 KB 1971: er moeten interventieverslagen opgesteld worden Kan u ons meedelen op welke juridische grond wij ons hiervoor na moeten baseren? 103 Het klopt dat de juridische gronden waarnaar je verwijst zullen verdwijnen. In het kader van art. 11 van de wet van 15 mei 2007 behoren de proactie, preventie, preparatie, uitvoering en evaluatie integraal tot de opdrachten van de brandweer. De gemeenten zijn bevoegd gebleven voor de hydranten. Zij staan in voor de controle en het onderhoud van de hydranten en dragen de financiële last. Dat blijkt uit artikel 8, 5 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, dat stelt dat de Koning de normen kan vaststellen inzake bluswatervoorraden waarover de gemeenten moeten beschikken. De zone zal echter in het kader van haar taken van proactie en preparatie ervoor zorgen dat zij over de nodige plannen met aanduiding van de bluswatervoorraden beschikt. De verplichting om interventieverslagen op te stellen kan kaderen in de evaluatie van de opdrachten. Bovendien lijkt het ook noodzakelijk te zijn om de facturaties van interventies te kunnen blijven doen. In afwachting van een KB, kan ook verwezen worden naar de ministeriële omzendbrieven van 06/03/1978 en 14/10/1975: In verband met de interventieverslagen kan ook verwezen worden de ministeriële omzendbrief van 11/12/2009: 06mo_vii_bluswatervoorraden_branden.pdf 14mr_vii_bluswatervoorraden_branden.pdf 11mo_ii_interventieverslagen.pdf Q2 Gelet op de brandweerhervorming, aan wie moeten wij nu het bijzonder interventieverslag bezorgen bij een overlijden tijdens een brand? Enkel aan de burgemeester van het betrokken grondgebied of aan alle burgemeesters van de zone?
104 FAQ statuut - Administratief statuut In de vorige reglementering moest een bijzonder interventieverslag gezonden worden naar o.a. de burgemeester van de groepscentrumgemeente (= het hoofd van de bevoegde brandweer) en naar de burgemeester van de gemeente waar de interventie plaatsgevonden heeft (en ook naar de brandweerinspectie). Als we dezelfde lijn doortrekken moet het bijzonder interventieverslag nu gezonden worden naar de burgemeester-voorzitter van de hulpverleningszone (= het hoofd van de bevoegde brandweer) en naar de burgemeester van de gemeente waar de interventie plaatsgevonden heeft (en naar de brandweerinspectie). De voorzitter kan, indien hij dit wil, beslissen om dit verslag ter kennis te brengen van de leden van de zoneraad, zodat alle burgemeesters van de zone op de hoogte zijn. 104 Bijlage 1 lichamelijke geschiktheid van de kandidaten 1. Fysieke testbatterij 2. Laddertest 3. Uithoudingstest 4. Houder zijn van een zwembrevet van minstens 100 meter Bijlage 2 medisch getuigschrift Bijlage 3 tabel vergelijking actuele en nieuwe graden diploma A of niet
105 FAQ statuut - Geldelijk statuut GELDELIJK STATUUT BOEK 1 - Algemene bepalingen Q1 Volgens de bijlage 2 zou voor een vrijwillig brandweerman met 5 jaar geldelijke anciënniteit het uurloon 10,12 EURO bedragen. Moet dit nog vermenigvuldigd worden met index van 1,6? Zo ja heeft de federale regering niet beslist om de index over te slaan? 105 Zoals vermeld in art. 4 van het KB van 19/04/2014 (geldelijk statuut) moeten de bedragen voor de vergoedingen van de vrijwilligers, zoals vastgelegd in de bijlage 2 van het KB van 19/04/2014 gekoppeld worden aan de index Sinds 01/01/2013 bedraagt deze index Indien de regering zou beslissen om een indexsprong over te slaan, betekent dit dat de index nog een langere periode zou moeten worden gebruikt (i.p.v. een hoger indexcijfer). BOEK 2 Bepalingen voor het beroepspersoneelslid Titel 1 Algemene bepalingen Q1 Welke zijn de bedragen van de haard- en standplaatstoelage, vakantiegeld en eindejaarstoelage, zijn deze anders dan in de huidige gemeentelijke regeling? Wat betreft de reglementering inzake haard- en standplaatstoelage, vakantiegeld en eindejaarstoelage verwijs ik u naar de website De bedragen, uitleg en bijhorende reglementering worden duidelijk aangegeven. Q2 Het KB geldelijk statuut operationeel personeel verwijst in artikel 6, 2 naar het KB van 28 november 2008 (eindejaarstoelage federaal personeel). De website van fedweb geeft een praktische toelichting mbt de berekening van het variabele gedeelte van deze eindejaarstoelage: Het eerste variabele gedeelte bedraagt 2,5 % van je jaarlijkse geïndexeerde brutobezoldiging. Bij de berekening van het wijzigbaar gedeelte wordt rekening gehouden met de haard- en standplaatstoelage, het weddecomplement bij vrijwillige vierdagenweek en de premie voor competentieontwikkeling (cfr. KB 25/10/2013). Kan een zone beslissen om de diplomatoelage zoals opgenomen in artikel 31 van het geldelijk statuut operationeel personeel, in rekening te brengen van het variabel gedeelte van de eindejaarstoelage?
106 FAQ statuut - Geldelijk statuut Het is niet mogelijk om de diplomatoelage te betrekken in de berekening van de eindejaarstoelage. De diplomatoelage wordt immers niet vermeld in de betreffende federale reglementering en het Kb geldelijk statuut heeft ook niets terzake bepaald (bvb dat men iplv de premie voor competentieontwikkeling de diplomatoelage moet gebruiken). Voor de volledigheid moet er ook opgemerkt worden dat de premie voor competentieontwikkeling een weddecomplement is dat in aanmerking komt voor de 106 pensioenberekening en dus qua statuut verschilt van de diplomatoelage van de beroepsbrandweerlieden. Q3 Op grond van artikel 6, 3 KB geldelijk statuut operationeel personeel ontvangt het beroepsbrandweerpersoneel een vakantiegeld onder dezelfde voorwaarden als deze bepaald voor het rijkspersoneel. Er staat in de info op fedweb ( SwffCZ) dat mandaathouders geen recht hebben op de copernicuspremie. Vertaald naar de hulpverleningszone: wie wordt beschouwd als een mandaathouder? De zonecommandant & de bijzonder rekenplichtige die genieten van een mandaattoelage? Het brutovakantiegeld bestaat uit 92% van de brutomaandwedde voor maart van het jaar waarin vakantiegeld wordt uitbetaald. Op grond van de beschikbare info bestaat het vakantiegeld uit drie delen, zijnde een wijzigbaar gedeelte, een forfaitair gedeelte & de copernicuspremie. Moet deze berekening worden uitgesplitst of mag men 92% van 1/12 van het geïndexeerde jaarsalaris van de maand maart van het vakantiejaar toepassen? De copernicuspremie is niet van toepassing voor de brandweerlieden. Deze bestaat immers niet in het Kb geldelijk statuut en het is ook niet de bedoeling er een tegenhanger voor te zoeken. Zie hierboven vraag Q2 (zelfde redenering maar voor eindejaarstoelage). Het volstaat inderdaad om 92% van de brutomaandwedde van de maand maart te nemen, ook voor de zonecommandant. Titel 2 Wedde. Q1 Hoe dient men het vierde lid van artikel 8 van het geldelijk statuut te interpreteren, waarin wordt bepaald : "Eén maand van volledige prestaties wordt gelijkgesteld met 30/30sten. De teller wordt naar rato verminderd in geval van onvolledige prestaties." Wat in geval van maanden van 28 of 31 dagen?
107 FAQ statuut - Geldelijk statuut We trekken 1/30 ste af per niet-gepresteerde dag, ongeacht het aantal dagen in een maand. Het is een bepaling die van toepassing is op de leden van het personeel die niet in dienst treden op de 1 ste van een maand of die hun functie stopzetten in de loop van de maand. Q2 Ingeval van 1 dag onbetaald verlof, moet de 1/30ste regel toegepast worden? De situatie is concreet de volgende: Een statutair brandweerman neemt 3 dagen onbetaald verlof. In dien men 1/30ste per onbetaalde dag zou aftrekken zoiu 3/30ste van zijn loon niet betaald worden. Zijn werkdag bestaat echter uit dagen van 12 uren. Dus neemt eigenlijk 36 uren onbetaald verlof wat eigenlijk bijna een volledige week is. 107 Is het wettelijk toegestaan om bijvoorbeeld de inhouding wedde niet in 30ste te doen, maar effectief 36 x zijn bruto uurloon in te houden? Volgende berekening zal toegepast worden: 1/30 = 38/7 = uur (in de veronderstelling dat men werkt in een 38u-systeem, indien niet, 38 vervangen door het juiste regime) We tellen het aantal niet-gepresteerde 30e als X (in onderstaand voorbeeld 36, dus 36/5,429) Tot 15/30 die niet gepresteerd werden: 30-x wordt betaald 30 Vanaf 15/30 die niet gepresteerd werden: x wordt betaald] 30 Q3 Een stagiair olt zonder diploma niveau A, die op stagiair luitenant geworden is (integratie in de nieuwe graden) zal binnenkort benoemd worden. Hij zit momenteel in weddeschaal O0-0. Blijft hij bij zijn benoeming in de weddenschaal O0-0 of komt hij in de O0-1 terecht of in O1-1 (die lager is)? Hij blijft ook na zijn benoeming in de O0-0, waar hij de geldelijk loopbaan volgt, totdat hij na x jaar in de O0-1 kan komen. Het is immers niet zo dat hij automatisch bij zijn vaste benoeming in de O0-1 terechtkomt, zoals wel het geval is voor de stagiair brandweerman en de stagiair kapitein. Voor deze aanwervingsgraden werd het zo bepaald in artikel 7, vierde lid van het KB geldelijk statuut en werden de weddenschalen in die zin opgesteld. Dat is niet het geval voor de stagiair luitenant in de uitdovende weddenschaal O0. Hij blijft dus wel in de uitdovende weddenschalen voor luitenant (O0), niet in de nieuwe weddenschalen voor luitenant (O1). Titel 3 Toekenning van de weddenschaal ingeval van bevordering door verhoging in graad Titel 4 Bevordering in weddeschaal
108 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q1 Dient men, voor de overgang van een weddeschaal naar een hogere weddeschaal, een erkende opleiding te hebben gevolgd? Worden de reeds gevolgde opleidingen gevaloriseerd? Artikel 12 bepaalt, volgens de graad, het aantal uren voortgezette opleiding en het aantal uren door het KCCE erkende opleidingen dat men gevolgd dient te hebben in zijn weddeschaal om een bevordering door verhoging in weddeschaal te bekomen. De opleidingsuren gevolgd vóór de overgang naar de zone worden niet in aanmerking genomen aangezien zij niet werden gevolgd in de nieuwe weddeschaal. 108 Q2 Art. 12 van de bezoldigingsregeling bepaalt dat men bij zijn laatste evaluatie de vermelding voldoende moet gekregen hebben om een bevordering in weddeschaal te krijgen. Een evaluatiecyclus duurt 2 jaar. Hoe gaat men de eerste jaren te werk? Het moet duidelijk zijn dat de bevordering in weddeschaal pas kan plaatsvinden na 5 jaar in aanmerking komende diensten in zijn weddeschaal te hebben verworven. Aangezien alle brandweerlieden een nieuwe weddeschaal krijgen, moet elk van hen 5 jaar in zijn nieuwe weddeschaal verwerven, waarbij 2015 het eerste jaar is. De evaluatiecyclus zal derhalve functioneel zijn bij de mogelijkheid tot verhoging in weddeschaal. Q3 Artikel 9 van het KB geldelijk statuut stelt dat men bij een bevordering nooit minder kan verdienen dan de wedde die men in zijn vroegere graad had. De vraag stelt zich of men elk jaar moet vergelijken. Als bij een bevordering de wedde in de nieuwe weddenschaal lager is, moet men elk jaar de wedde in de oude weddeschaal vergelijken met de wedde in de nieuwe weddenschaal totdat de wedde in de nieuwe weddenschaal minstens gelijk is. Als op het moment van bevordering de nieuwe wedde hoger is, moet men geen verdere vergelijking meer doen. Titel 5 Geldelijke anciënniteit Q1 Wat gebeurt er met personeelsleden die in het verleden minder geldelijke anciënniteit gekregen hebben dan artikel 20 e.v. van het KB geldelijk statuut toelaat? Artikel 20 e.v. betreffen geen overgangsbepalingen en de artikelen spreken duidelijk over de indienstneming. De overdracht van het personeel conform de wet is geen nieuwe indienstneming, dus het overgedragen personeel geniet geen herberekening van de geldelijke anciënniteit. Q2 Art van het KB van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones bepaalt dat, in afwijking van de bepalingen van de paragrafen 2 en 3, de diensten uitgevoerd als vrijwillig personeelslid van een openbare
109 FAQ statuut - Geldelijk statuut brandweerdienst of een zone meegerekend worden voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van het beroepspersoneelslid ten belope van één maand per gepresteerde maand. Komen voor toepassing van deze paragraaf ook prestaties als vrijwilliger bij de civiele bescherming in aanmerking? Artikel 21, 4 Kb geldelijk statuut slaat niet op prestaties geleverd als vrijwilliger bij de Civiele Bescherming. Paragraaf 4 is immers een uitzondering op het feit dat niet-voltijdse prestaties pro rata aangerekend worden (onverminderd art 23, tweede lid) en kan niet uitgebreid worden. 109 Voor de volledigheid moet er wel opgemerkt worden dat de berekening van de geldelijke anciënniteit voorafgaand aan de indienstneming (bedoeld in art 20, 1 ) niet herberekend wordt voor de overgedragen personeelsleden. Artikel 21 is enkel van toepassing op nieuwe aanwervingen. Q3 Hoe gebeurt de inschaling voor een vrijwillige brandweerman die zich wil professionaliseren met 13 jaar dienst binnen een post? Komt deze terecht in B0-1 of B0-2? De professionalisering binnen de zone moet op geldelijk vlak gezien worden als een nieuwe indiensttreding/geldelijke loopbaan. Dat wil zeggen dat de geldelijke anciënniteit berekend wordt conform de artikelen 20 e.v. van het KB geldelijk statuut. Daarbij wordt rekening gehouden met de vooraf gepresteerde diensten (openbare diensten incl prestaties als vrijwillig brandweerman maar toepassing art 23- en indien erkend ook diensten in de privésector of als zelfstandige) in het hoofdberoep en als vrijwillig brandweerman. De betrokkene komt terecht in de trap die overeenstemt met zijn aldus berekende geldelijke anciënniteit in de weddenschaal B01. (de weddenschaal B0-0 is enkel voor stagiairbrandweerman door aanwerving zie art 7, 4e lid Kb geldelijk statuut). Er zijn geen bepalingen in het geldelijk noch in het administratief statuut die voorzien dat de betrokkene in een hogere weddenschaal zou terechtkomen, hij begint immers een nieuwe geldelijke loopbaan als beroeps. Titel 6 Premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties Q1 Een brandweerman die shiften doet of nachtwerk zal evenveel verdienen als een brandweerman die enkel weekdagen werkt? Het is inderdaad zo dat voor het beroepspersoneel, een premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties toegekend wordt voor elke gepresteerde periode, ongeacht of deze in het weekend of s nachts valt. Voor de graden van het basis- en middenkader wordt deze vastgesteld op 38%.
110 FAQ statuut - Geldelijk statuut Dit systeem vermijdt een teveel aan capaciteit tijdens nachten en weekends en beoogt het in evenwicht brengen van het beschikbare personeel met het aantal interventies. Q2 Wordt deze premie belast? De premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties (enkel beroepsbrandweerlieden) wordt aan de gewone fiscale regels onderworpen. Er is immers geen fiscale vrijstelling voor het beroepspersoneel. 110 De bestaande fiscale vrijstelling voor de vrijwillige brandweerlieden blijft behouden. Omdat dit een bevoegdheid is van de Minister van Financiën, staat deze niet in het KB geldelijk statuut, maar is deze nog steeds te vinden in het Wetboek Inkomstenbelastingen. Q3 Waarom is het beroep van brandweerman geen risicoberoep? De term risicoberoep bestaat in feite niet in de wetgeving. Geen enkel ander beroep werd erkend als risicoberoep. Men zou wel kunnen beschouwen als een impliciete erkenning als risicoberoep, het feit dat de beroepsbrandweerlieden een gunstige berekening van hun pensioen genieten. Waar voor andere ambtenaren elk gepresteerd jaar slechts voor 1/60 ste in aanmerking wordt genomen voor de berekening van hun pensioen, is dit voor de brandweerlieden 1/50 ste en dit voor alle jaren waar men rechtstreeks heeft deelgenomen aan de brandbestrijding (artikel 156 Nieuwe Gemeentewet dat ongewijzigd hernomen wordt in artikel 51 van de wet van 5 mei 2014 houdende diverse aangelegenheden inzake de pensioenen van de overheidssector). Het bedrag van het pensioen is zodoende hoger. Anderzijds is het ook zo dat de brandweerlieden volgens het KB van 28/05/2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers moeten begrepen worden als werknemers met een veiligheidsfunctie/functie met verhoogde waakzaamheid/activiteit met een welbepaald risico, waardoor zij aan een jaarlijks medisch toezicht onderworpen worden. Q4 Momenteel beschikken de vrijwillige officieren evenals de beroepsofficieren die wachtdiensten officier van wacht/week over een wachtvergoeding (M0 03/03/1995) wat neerkomt op 3402 /jr. Voor de beroepsofficieren zitten deze waarschijnlijk vervat in de premie voor onregelmatige prestaties. Waar komen deze voor de officier-vrijwilliger die mee wachtdiensten (van thuis uit) draait in terug? Of zullen deze wachtdiensten aan huis vergoed worden conform de prestatievergoedingsschaal? Men dient allereerst op te merken dat de omzendbrief van 3 maart 1995, momenteel van toepassing, duidelijk bepaalt dat het weddesupplement dat wordt toegekend voor wachtprestaties thuis van de officieren in elk geval nooit gecumuleerd mag worden met de vergoeding voor zaterdag-, zondag- en nachtprestaties. Het nieuwe statuut heft de
111 FAQ statuut - Geldelijk statuut mogelijkheid op om te kiezen tussen de twee stelsels en behoudt enkel het stelsel van de de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties voor de beroepsofficieren of dat van de toelage voor onregelmatige prestaties voor de vrijwillige officieren. Wat de beroepsofficieren betreft, preciseert artikel 27 dat de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties eveneens de oproepbaarheidsdiensten dekt. Een rol als wachtofficier, naast het normale werkrooster, maakt deel uit van deze 111 oproepbaarheidsdiensten. Indien de beroepsofficier effectief wordt opgeroepen, dan zal hij de uren die hij effectief gepresteerd heeft in de loop van de referentieperiode van vier maanden recupereren. Wat de vrijwillige officieren betreft, voorziet het geldelijk statuut geen enkele vergoeding voor de oproepbaarheidsdiensten. Artikel 37 preciseert zelfs duidelijk dat de prestatievergoeding niet verschuldigd is voor de periodes van beschikbaarheid. Indien de vrijwillige officier effectief wordt opgeroepen, dan zal hij vergoed worden op basis van de effectief gepresteerde uren. Indien deze prestaties worden uitgevoerd op een zaterdag, zondag of feestdag, dan zal de vrijwillige officier eveneens de toelage voor onregelmatige zaterdag-, zondag- of nachtprestaties bedoeld in de artikelen 39 tot 41 van het KB geldelijk statuut genieten. Q5 Verdwijnt de premie van dienstchef, zelfs voor de leden van het personeel die gebruik maken van artikel 207 van de wet? Zie antwoord op vraag Q7 van het BOEK 5 - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen. Q6 De operationelen kunnen een premie krijgen voor de extra uren. Wordt deze extra vergoeding mee opgenomen voor de berekening van het vakantiegeld, eindejaarspremie, meegenomen voor de haard en/of standplaatstoelage? Zijn hier werkgeversbijdrage op verschuldigd? Wat betreft de vergoeding voor de 10 uren extra die de beroeps kunnen presteren (opt-out, zoals voorzien in de wet van 19 april 2014 betreffende de arbeidstijd van het operationeel personeel van de zones), maakt deze aanvullende vergoeding aan socialezekerheidsbijdragen onderworpen loon uit. Op de aanvullende vergoeding die toegekend wordt aan beroeps personeelsleden zijn geen pensioenbijdragen verschuldigd tot financiering van het gesolidariseerd pensioenfonds van de RSZPPO aangezien deze vergoeding niet in aanmerking zal worden genomen voor de berekening van het pensioen openbare sector. Deze vergoeding komt niet in aanmerking voor de berekening van vakantiegeld, eindejaarspremie of haard/standplaatstoelage. Q7 Moet men, voor de eindeloopbaanregeling, effectief aanwezig zijn op de werkvloer om van de 75% premie en 100% wedde te kunnen genieten?
112 FAQ statuut - Geldelijk statuut De premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties geldt enkel voor een daadwerkelijk gepresteerde periode. Q8 Momenteel zijn uitzonderlijke prestaties vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. Ik vermoed dat dit vanaf 2015 niet meer zo zal zijn. Klopt dit? En indien inhoudingen zullen verschuldigd zijn, kunt u de nieuwe percentages dan doorgeven? Het koninklijk besluit van 19 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969, (Belgisch Staatsblad ), voorziet dat de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties, die de vastbenoemde personeelsleden van de hulpverleningszones zullen ontvangen, opgenomen wordt in artikel 30, 2 van het koninklijk besluit van 28 november De vergoeding toegekend voor uitzonderlijke prestaties zal bijgevolg ook in de toekomst vrijgesteld worden van socialezekerheidsbijdragen. Q9 Als men brandweermannen aanwerft dienen ze te starten met de cursus brandweerman en zolang ze het brevet van persluchtdrager niet hebben kunnen ze operationeel niet ingezet worden. De vraag die zich dan stelt is of stagiairs tijdens hun eerste weken opleiding recht hebben op een operationaliteitspremie gezien ze niet operationeel kunnen ingezet worden wegens ontbreken brevetten. Artikel 25 KB geldelijk statuut spreekt over "daadwerkelijke prestatie". Tijdens de stage levert men daadwerkelijke prestaties, ongeacht of men werkelijk operationeel inzetbaar is of niet. Het is alleen als men in de situatie van artikel 25, tweede tot vierde lid verkeert, dat de premie verminderd wordt. Stagiairs hebben dus recht op de premie. Q10 Dient er voor de opleidingsuren ook een operationaliteitspremie betaald te worden? Ja, opleiding is een daadwerkelijk gepresteerde periode. Q11 Is de operationaliteitspremie ook verschuldigd voor de trajecten naar de opleidingsplaats? De volledige duur tijdens welke de brandweerman op zending is, moet in aanmerking genomen worden. Het traject «kazerne - opleidingsplaats» is arbeidstijd en telt dus mee om de operationaliteitspremie te berekenen. Het traject "domicilie - opleidingsplaats" is daarentegen geen arbeidstijd en telt dus niet mee om de operationaliteitspremie te berekenen (art. 151, derde lid van het administratief statuut). Q12 De brandweermannen ontvangen vanaf januari maandelijks volgende bezoldiging: een vaste maandwedde en, per effectief gepresteerd uur elke maand een vergoeding vastgesteld op basis van een percentage van deze maandwedde. Deze vergoeding is dus niet elke maand hetzelfde vermits bij een dag vakantie, voor de uren vakantie deze vergoeding niet wordt toegekend. Aangezien beide componenten elke maand zullen worden uitbetaald zijn wij van mening dat op deze totale belastbare bezoldiging de sleutelformule voor het berekenen van de
113 FAQ statuut - Geldelijk statuut bedrijfsvoorheffing moet worden toegepast. Of moeten we deze uurvergoeding aanzien als een exceptionele vergoeding en hierop de bedrijfsvoorheffingsschaal van de exceptionele vergoedingen toepassen? (antwoord FOD Financiën) Indien de premie maandelijks samen met het loon wordt betaald, dan wordt de totaliteit onderworpen aan de barema's en niet langer aan afzonderlijke tarieven. 113 Q13 Moet de premie voor onregelmatige prestaties uit art 40 Kb geldelijk statuut ook toegekend worden voor opleidingen en oefeningen? Neen, artikel 40 spreekt enkel over interventies en wachtdiensten in de kazerne. Titel 7 Toelage voor de uitoefening van een hogere functie Q1 In artikel 28 (+ artikel 42) KB geldelijk statuut operationeel personeel staat opgenomen dat het beroepspersoneelslid de hogere functie ononderbroken moet uitoefenen gedurende ten minste 90 dagen. Gaat het om 90 kalenderdagen of 90 werkdagen? Het gaat om 90 kalenderdagen. Q2 Als men een waarnemend zonecdt aanstelt vanaf , kan hij dan genieten van de mandaatvergoeding voor zonecommandant? Een aantal bepalingen van titel 6 uitoefening van een hoger ambt van boek 5 van het Kb adm statuut zijn ook van toepassing op de zonecommandant (zie art 146). Het betreffen de algemene principes van de uitoefening van een hoger ambt. De regeling voor de toelage voor uitoefening van een hogere functie (voor een beroepspersoneelslid) staat in artikel 28 e.v. van het Kb geldelijk statuut. Er is geen specifieke bepaling opgenomen die stelt dat deze artikelen ook van toepassing zijn voor het waarnemend uitoefenen van het mandaat van zonecommandant. Het niet toepassen van de geldelijke bepalingen terzake zou echter niet stroken met het feit dat de algemene principes terzake uit het administratief statuut wel van toepassing zijn. De waarnemende zonecommandant geniet dus wel de maandaattoelage. Titel 8 Diplomatoelage Q1 Kan een zone beslissen om geen diplomatoelage toe te kennen aan het beroepspersoneel? Neen. Art 31 van het KB geldelijk statuut bepaalt dat het beroepspersoneelslid een diplomatoelage geniet. De zone moet dus een diplomatoelage toekennen, maar kan wel de toekenningsvoorwaarden en bedrag bepalen binnen de perken van het KB van
114 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q2 Hoe wordt de diplomatoelage van het beroepspersoneel berekend? Wat de diplomatoelage betreft, moet ook rekening gehouden worden met alle gepresteerde uren (met inbegrip van de eventuele overuren) en enkel met de gepresteerde uren (geen gelijkstelling van de verloven of afwezigheden wegens ziekte). Voor een bepaalde maand zal de diplomatoelage gelijk zijn aan: H x D /1850 waarbij H gelijk is aan het aantal uren prestaties en D aan het jaarlijks bedrag van de diplomatoelage zoals vastgelegd door de zoneraad (maximum 991,47 euro niet-geïndexeerd of maximum 495,79 euro niet-geïndexeerd naargelang het diploma). 114 Bovendien preciseert het KB van 20 juni 1994 dat «het bedrag (...) het verschil tussen de wedde van de beklede graad en de wedde van de onmiddellijk hogere graad bij gelijke anciënniteit niet mag overschrijden.» Om deze vergelijking uit te voeren, houdt men rekening met de huidige weddeschaal en de weddeschaal die het personeelslid zou verkrijgen in geval van bevordering volgens de regels vastgelegd in artikel 9 van het geldelijk statuut: «Bij een hiërarchische bevordering naar de graad van korporaal en kapitein, geniet het beroepspersoneelslid de weddeschaal van dezelfde rang als de weddeschaal die hij genoot in zijn vroegere graad. Bij een hiërarchische bevordering naar de graad van sergeant, adjudant, luitenant, majoor of kolonel, geniet het beroepspersoneelslid de weddeschaal van de eerste rang als hij in zijn vroegere graad een weddeschaal van de eerste twee rangen genoot; hij geniet respectievelijk de weddeschaal van de tweede of derde rang als hij in zijn vroegere graad een weddeschaal van de derde of de vierde rang genoot.» VOORBEELD: een brandweerman die in de weddeschaal B0-4 zit met 20 jaar geldelijke anciënniteit heeft recht op een diplomatoelage waarvan het jaarlijks bedrag vastgelegd werd op 991,47 euro door de zoneraad. In de loop van de maand presteerde hij 160 uren. Hij heeft dus theoretisch recht op een diplomatoelage van 160 x 991,47/1850 = 85,76 euro nietgeïndexeerd. Hij krijgt een jaarwedde van (B jaar). Als hij bevorderd zou worden tot korporaal, zou hij een jaarwedde van (B jaar) krijgen. Het maandelijks verschil is dus 160/12 = 13,33 euro niet-geïndexeerd. Bijgevolg zal de diplomatoelage beperkt zijn tot 13,33 x = 21,44 euro aan de huidige index. BOEK 3 Bepalingen voor het vrijwillig personeelslid Titel 1 Prestatievergoeding Q1 Hoe moet de prestatievergoedingsschaal gelezen worden? Begint iedere vrijwilliger aan niveau 0 en wordt en na het behalen van een voldoende evaluatie en het presteren van
115 FAQ statuut - Geldelijk statuut 180 uren (excl wachturen) deze opgeschaald met 1, of wordt gekeken naar de graadanciënniteit en moeten we ons daarin inpassen? Artikel 53 preciseert dat men rekening dient te houden met de diensten die al eerder als vrijwilliger werden uitgevoerd in één van de brandweerdiensten van de zone. De nieuwe berekeningswijze (een jaar geldelijke anciënniteit voor 180 gepresteerde uren) is pas van toepassing vanaf de overgang naar hulpverleningszone. Voor de prestaties die werden uitgevoerd vóór de overgang naar de zone, zal men een maand geldelijke anciënniteit tellen voor elke periode van een volledige kalendermaand dienstneming. De geldelijke anciënniteit van de vrijwilligers is de geldelijke anciënniteit die werd verworven in de graad, behalve voor de geldelijke anciënniteit van de korporaal die eveneens de geldelijke anciënniteit omvat die werd verworven in de graad van brandweerman. Voorbeeld: een vrijwillig sergeant met een dienstanciënniteit van 10 jaar en een anciënniteit als sergeant van 28 maanden bij de overgang naar de zone zal dus een geldelijke anciënniteit van 2 jaar hebben in de nieuwe schaal van sergeant. Hij zal overgaan naar niveau 3 na 120 gepresteerde uren en ten vroegste 8 maanden na de overgang naar de zone. 115 Q2 Is het wel de bedoeling van de schrijver van de tekst om de prestatievergoeding te beperken tot 1u indien een vrijwilliger voor minder dan 1 uur wordt opgeroepen? Ja, de combinatie van de artikelen 35 en 36 van het geldelijk statuut impliceert dat de vergoeding van de vrijwilliger wordt berekend aan de hand van de werkelijk gepresteerde uren. Artikel 36 preciseert evenwel dat deze vergoeding niet lager mag zijn dan 1u prestatie, zelfs indien de prestatie korter is en dat elk begonnen uur volledig wordt vergoed. Q3 Kan voor het eerste uur (als de interventietijd kleiner is dan 60 min) meer dan één uur betaald worden? (b.v. 1,5 uur) Kan, met andere woorden, in art. 36 minimale gelezen worden als een mogelijkheid om voor één uur meer dan één uur te betalen? Ja. De Minister is van plan om artikel 36 van het KB geldelijk (die is van toepassing op het vrijwillige personeel) statuut aan te passen. In afwachting daarvan geldt de volgende interpretatie: de zone kan een minimale vergoeding toekennen van meer dan 1 prestatieuur per interventie (cf. de omzendbrief van 16 december 2014) Opgemerkt wordt dat ditzelfde principe niet kan worden van toepassing verklaard op de beroepspersoneelsleden. Voor hen geldt de regel uit de arbeidstijdwet, dat prestaties per minuut worden betaald. (zie Q4, onder punt Opt-out in de FAQ Arbeidstijd Q4 Binnen het gemeentebestuur werken in de technische diensten een vijftal vrijwillige brandweermannen. Bij een oproep verlaten ze hun dienst en genieten zij nu dienstvrijstelling. Ik veronderstel dat vanaf vrijwilligers voor elke oproep - onafhankelijk van waar ze werken- zullen vergoed worden voor alle prestaties. Hoe wordt dit best geregeld binnen de gemeentebesturen?
116 FAQ statuut - Geldelijk statuut De vrijwillige brandweerlieden moeten inderdaad voor elke prestatie vergoed worden. Zie art 37 van het KB geldelijk statuut: Art. 37. Voor de berekening van de prestatievergoedingen van het vrijwillig personeelslid wordt rekening gehouden met de wachtdiensten in de kazerne, de interventies, de preventie, de administratieve of logistieke taken, de oefeningen en behoorlijk toegelaten opleidingen; er wordt geen rekening gehouden met de beschikbaarheidsperiodes, noch met de tijd die nodig is om zich te verplaatsen tussen de woonplaats en de plaats waar de prestaties uitgevoerd worden. 116 Wat betreft de rechtstoestand in Vlaanderen van gemeentelijk personeel dat opgeroepen wordt als vrijwillig brandweerman van de zone, ga ik ervan uit dat de huidige regeling (art 212 van de rechtspositieregeling BVR ) van dienstvrijstelling van toepassing blijft. Q5 Kan men de vrijwillige brandweerman-ambulancier op een andere manier vergoeden voor zijn brandweertaken (nl volgens Kb ) en voor zijn taken DMH (nl. volgens KB )? Een vrijwillig brandweerman-ambulancier heeft maar 1 statuut/hoedanigheid en kan maar op 1 manier vergoed worden voor al zijn taken, nl op de manier bepaald door het KB van Het is niet mogelijk om de activiteiten van deze persoon op te splitsen en deze volgens 2 verschillende statuten (KB brandweer en KB ambulanciers nietbrandweerman) te vergoeden, aangezien deze persoon slechts 1 hoedanigheid heeft (vrijwillig brandweerman) en dus slechts onder het toepassingsgebied van 1 rechtspositieregeling/statuut valt, nl dat van het KB van Q6 Er is binnen onze zone onduidelijkheid over het toepassen van de geldelijke anciënniteit voor vrijwilligers. Zou u duidelijkheid kunnen geven? vb1.: een sergeant vrijwilliger heeft binnen hetzelfde korps volgende anciënniteit: 3 jaren brwm., 3 jaren kpl. en 1 jaar sgt. Per 01/01/2015 is hij sergeant in de zone. Aan welke geldelijke anciënniteit zal hij betaald worden (3+3+1 jaren) of 1 jaar? vb2.: een luitenant (master) vrijwilliger heeft binnen hetzelfde korps volgende anciënniteit: 8 jaren olt., 1 jaar lt. Per 01/01/2015 is hij kapitein in de zone. Aan welke geldelijke anciënniteit zal hij betaald worden (8+1 > hoogste trap) of 0 jaar? De sergeant zal betaald worden aan de anciënniteit van 1 jaar. Zie art 33 Kb geldelijk statuut (de trappen van de prestatievergoedingsschaal komen overeen met de in de graad verworven geldelijke anciënniteit) en art 53 Kb geldelijk statuut (geldelijke anciënniteit verworven bij de brandweerdienst wordt meegenomen voor de toepassing van artikel 33). De kapitein zal betaald worden aan de anciënniteit van 9 jaar. Hij verandert van graad door de integratie in de graden, maar we passen dezelfde redenering toe als voor de personeelsleden/officieren die van graad veranderen voor wat betreft de graadanciënniteit voor bevordering. Zie Q8 van het punt van de FAQ administratief statuut. Dit is enkel van
117 FAQ statuut - Geldelijk statuut toepassing bij de inschaling in de nieuwe weddenschalen bij de overgang naar het nieuwe statuut. Q7 Art. 33 geldelijk statuut bepaalt dat de geldelijke anciënniteit van het vrijwillig personeelslid wordt berekend ten belope van één jaar anciënniteit voor honderdtachtig prestatieuren, buiten de wachtdiensten in de kazerne met dien verstande dat er niet meer dan één jaar anciënniteit meegerekend kan worden per periode van twaalf opeenvolgende maanden. 117 Als het aantal uren dat gepresteerd wordt in een kalenderjaar hoger is dan 180, mag of moet het restant dan mee overgedragen worden naar een volgend jaar? Vb. een vrijwillig brandweerman heeft op 1 januari 2015 een anciënniteit van 5 jaar en 6 maanden. Hij heeft ten vroegste op 1 juli 2015 een anciënniteit van 6 jaar als in de 6 maanden 90 uren gepresteerd werden (buiten wachtdienst). Als die vrijwilliger gedurende de eerste zes maanden 120 uur presteert, mogen er dan 30 uren overgedragen worden naar een volgende periode? De 180 prestatie-uren uit art 33 Kb geldelijk statuut kunnen niet overgedragen worden naar het volgende jaar, zij zijn immers opgevat als een minimum. Men moet ze gepresteerd hebben binnen de 12 maanden om een hogere geldelijke anciënniteit te krijgen op de datum waarop men normaal een hogere geldelijke anciënniteit krijgt (in uw voorbeeld 1 juli). Als men er meer gepresteerd heeft binnen deze periode, dan vervallen zij. Als men er minder gepresteerd heeft, krijgt men pas de hogere geldelijke anciënniteit zodra men er 180 gepresteerd heeft (de datum van 1 juli kan dus opschuiven, de volgende keer dat men kijkt voor een hogere anciënniteit, is die datum +12maanden). Bijvoorbeeld : geldelijke anc 5 jaar en 6 maanden : 90u gepresteerd -> 6 jaar : 200u gepresteerd -> 7 jaar (restant 20u wordt niet overgedragen) : 140u gepresteerd -> pas op heeft hij 180u gepresteerd -> 8 jaar : 240u gepresteerd -> 9 jaar (restant 60u wordt niet overgedragen). Q8 Art. 246 geeft de mogelijkheid tot opschorting van de benoeming van een vrijwilliger. De periode gedurende dewelke de benoeming van het vrijwillig personeelslid wordt opgeschort wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de dienst-, graad-, schaal- en geldelijke anciënniteit. Hoe moet die gelijkstelling in anciënniteit berekend worden? Moet er dan aan die periode een fictief aantal prestatieuren toegewezen worden gebaseerd op wat? Of geldt dit enkel voor anciënniteit gebaseerd op kalendermaanden (vb. graadanciënniteit voor brandweerman i.f.v. bevordering tot korporaal). Artikel 246 Kb adm statuut zal rechtgezet worden in het reparatiekb. Het is niet de bedoeling dat deze periode meetelt voor de graad- en geldelijke anciënniteit, die immers afhankelijk is van het presteren van 180 prestatie-uren per jaar. Het is niet de bedoeling deze schorsingsperiode gelijk te stellen met de nodige prestatieuren.
118 FAQ statuut - Geldelijk statuut De schaalanciënniteit wordt ook weggelaten (aangezien er maar 1 schaal per graad voorzien is voor de vrijwilligers). Deze periode van schorsing zal enkel tellen voor de dienstanciënniteit. Er is nog geen definitieve wijziging via reparatiekb, maar tot zolang is dat wel onze interpretatie van het huidige artikel. Q9 Indien een stagiair brandweerman zijn stageperiode beëindigd, komt hij normalerwijze terecht in trap 1. Echter wanneer hij niet het benodigde aantal prestatie-uren heeft bereikt om door te schalen naar trap 1, komt hij terecht in trap 0. Wanneer kan iemand die in trap 0 is terechtgekomen doorschuiven naar trap 1? Is dit zodra hij voldoende prestatie-uren heeft bereikt? Of begint een nieuwe periode van 12 opeenvolgende maanden te lopen vanaf het ogenblik dat hij in trap 0 is terecht gekomen? 118 In het geval van een stagiair die tijdens zijn stage onvoldoende prestatieuren heeft bereikt om in trap 1 ingeschaald te worden na zijn stage, mag inderdaad overgegaan worden naar de trap 1 zodra hij voldoende prestatie-uren heeft. Hij moet geen jaar wachten. Q10 Overeenkomstig artikel 33 KB geldelijk statuut wordt de geldelijke anciënniteit van het vrijwillig personeelslid berekend ten belope van één jaar anciënniteit voor 180 prestatieuren. In de FAQ is terug te vinden dat De nieuwe berekeningswijze (een jaar geldelijke anciënniteit voor 180 gepresteerde uren) is pas van toepassing vanaf de overgang naar hulpverleningszone. De vraag rijst of deze berekeningswijze ook van toepassing is op de mensen die gekozen hebben voor het oud geldelijk statuut. Of is art. 33 KB slechts van toepassing vanaf het ogenblik dat men overstapt naar het nieuw geldelijk statuut? De berekeningswijze van de geldelijke anciënniteit voor de vrijwilligers zoals bepaald in artikel 33 Kb geldelijk statuut, is wel degelijk voor iedereen van toepassing vanaf Ongeacht of de persoon voor zijn oude geldelijk statuut gekozen heeft of niet. In het oude geldelijk statuut hadden de vrijwilligers immers geen geldelijke anciënniteit, zij ontvingen het gemiddelde van de weddenschaal van de beroeps van de overeenstemmende graad. Op het moment dat zij dus in het nieuwe geldelijk statuut komen, wordt de geldelijke anciënniteit vanaf berekend volgens de regel van artikel 33, de jaren die gepresteerd zijn bij de gemeente worden geteld als 1 jaar = 1 jaar. Zodoende gebeurt de berekening voor alle vrijwilligers op dezelfde manier. Titel 2 Diplomatoelage Q1 Er wordt gesproken over een diplomatoelage voor de vrijwilligers. Is de lijst met de diploma's die in aanmerking komen voor deze toelage up to date?
119 FAQ statuut - Geldelijk statuut De diplomatoelage verwijst naar de bestaande reglementering inzake diploma's en brevetten die actueel in aanmerking komen voor de diplomatoelage. Deze lijst zal up-to-date gebracht worden. Q2 Op grond van artikel 38 KB geldelijk statuut operationeel personeel stemt de diplomatoelage overeen met een % van de prestatievergoedingen die betaald werden tijdens de voorbije maand met uitzondering van elke toelage of andere vergoeding. 119 Hierbij heb ik volgende vragen: - Kan u me een voorbeeld bezorgen hoe dergelijke berekeningswijze concreet moet worden uitgevoerd? - Kan een zone beslissen om deze diplomatoelage niet maandelijks te betalen maar jaarlijks op basis van de betaalde prestatievergoedingen? In eerste instantie moet gekeken worden naar wat de zoneraad bepaald heeft over de percentages. B.v. 3% voor alle diploma s uit lijst A van het MB van 15/3/1995 en 5% voor alle diploma s uit lijst B van het MB van 15/3/1995 (of het percentage kan ook per diploma anders zijn of voor allemaal hetzelfde) In het voorbeeld zou: Iemand met 3 diploma s uit lijst B beperkt worden tot 10% (ipv 15%) Iemand met 3 diploma s uit lijst A 9% diplomatoelage genieten Iemand met 1 diploma uit lijst B en 2 uit lijst A beperkt worden tot 10% (ipv 11%) Een korporaal met 3 jaar anciënniteit (= 10,05 euro/u, ongeïndexeerd) en 2 diploma s uit lijst A een diplomatoelage genieten van 10,05 * (indien het een prestatie op een zondag betreft en er wordt 100% premie bepaald voor de toelage voor onregelmatige prestaties, dan zou dit betekenen: 10,05 * 6% + 10,05 * 100%) In de huidige stand van de reglementering is het niet mogelijk om de diplomatoelage op jaarbasis te betalen. Ter info, het artikel 38 van het KB geldelijk statuut zal in de nabije toekomst zeer waarschijnlijk grondig gewijzigd worden. Er wordt gewerkt aan een nieuwe regeling waarin de principes van dit artikel zullen worden gewijzigd. De regeling die de zones nu uitwerken op basis van de huidige tekst zal dus weldra verouderd zijn. Titel 3 Toelage voor onregelmatige prestaties
120 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q1 Moet één zelfde percentage worden toegepast voor de wachtprestaties en de interventies? Kan men b.v. bepalen om s zondags de wachten te vergoeden aan 0% en de interventies aan 100%? Er kunnen twee verschillende percentages worden toegepast voor interventies en voor wachten in de kazerne. Dit verschil moet natuurlijk gemotiveerd worden. Het is wel belangrijk steeds een percentage van toelage te voorzien voor beide types opdrachten. 0% voor wachten in de kazernes kan niet. Art. 39 van het KB geldelijke statuut is immers niet facultatief en bepaalt dat een vrijwilliger een premie krijgt. 120 Q2 De toelages voor onregelmatige prestaties voor vrijwilligers (max +25% voor nacht, max +100% voor zat-zon-feestdag) zullen door de zoneraad gedefinieerd worden, wat indien deze toelages lager zullen liggen dan de toelages die de gemeentebesturen momenteel hanteren? Mocht de zone een toelage bepalen die voor sommige personeelsleden lager ligt dan wat actueel toegekend wordt, kan het personeelslid altijd nog gebruik maken van de mogelijkheid om te kiezen voor zijn (volledige) oude geldelijk statuut (ingeval dat in zijn geheel meer voordelig zou zijn dan het nieuwe geldelijk statuut) zoals voorzien in artikel 207 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid. Dus ofwel opteert hij voor het behoud van zijn volledige gemeentelijk geldelijk statuut, ofwel, als hij niet kiest voor het behoud ervan, ontvangt hij de vergoedingen voorzien door het nieuwe statuut. Q3 Is er een mogelijkheid om de beroeps en de vrijwilligers gelijkwaardig te vergoeden, in de zin dat de vrijwilligers een gelijkwaardige vergoeding zouden krijgen aan de 38% van de beroeps, ongeacht wanneer het uur wordt gepresteerd? Het is niet mogelijk binnen het kader van het KB geldelijk statuut om eenzelfde of gelijkwaardige vergoeding zoals de beroeps toe te kennen aan de vrijwilligers. Immers, de toelagen voor de vrijwilligers voor onregelmatige prestaties worden voorzien in artikel 40, niet als een mogelijkheid, maar als een recht (art 39) waarvan de maxima van de toelagen in het Kb bepaald zijn. De bevoegdheid van de raad om bijkomende vergoedingen of toelagen te voorzien (art 45) is beperkt (zie verslag aan de Koning) en deze vergoedingen/toelagen mogen in geen geval gecumuleerd worden met een ander compensatievoordeel voor dezelfde prestaties. De auteur van de tekst heeft hier duidelijk gekozen voor een verschillend systeem voor de beroeps en de vrijwilligers wat betreft de onregelmatige prestaties, dit onderscheid trachten teniet te doen strookt niet met de regelgeving. Q4 Kan de premie voor zondagsprestaties betaald worden a rato van de werkelijke duur van de interventie, en niet per uur? Of moet deze premie ook gezien worden als een betaling per uur? Of slaat art. 36 alleen op de betaling van de prestatie, en niet op de premie?
121 FAQ statuut - Geldelijk statuut In het KB van 19/04/2014 (geldelijk statuut) is enkel voor de prestatievergoeding van de vrijwilligers bepaald dat deze per uur moet berekend en betaald worden (art. 35 en 36). De toelage voor onregelmatige prestaties kan dus wel berekend worden op basis van de werkelijke duur van de prestatie (of per kwartier, of half uur, of uur,...). Concreet: een vrijwilliger die op een zondag een interventie doet van 42 minuten, zal daarvoor een prestatievergoeding krijgen van 1u en kan, bij voorbeeld, een toelage voor onregelmatige prestaties voor 42 minuten ontvangen (op voorwaarde dat raad bepaald heeft dat de toelage voor onregelmatige prestaties berekend wordt op basis van de werkelijke duur van de prestatie). 121 Q5 Artikel 40, 7 KB geldelijk statuut operationeel personeel bepaalt dat voor eenzelfde prestatie-uur de toelage voor onregelmatige nachtprestaties niet cumuleerbaar is met de toelage voor onregelmatige zaterdag- of zondagprestaties. Dus deze toelage voor nachtprestaties is wél cumuleerbaar met de toelage voor feesdagprestaties? Neen, er is geen aparte toelage voor feestdagprestaties. Zie art 40, 3. De wachtdiensten in de kazerne en de interventies uitgevoerd op zondag of op een feestdag tussen 0 uur en 24 uur, worden beschouwd als onregelmatige zondagprestaties. Q6 Kunnen de onregelmatige prestaties berekend worden volgens de gepresteerde uren, waarbij deze opgesplitst worden tussen de duur gepresteerd op een zondag bvb en de duur gepresteerd op een maandag. (vb interventie begint zondagavond 23u en eindigt maandagochtend 1u)? Ja. Zondagprestaties worden immers gedefinieerd in artikel 40, 3 van het Kb geldelijk statuut als de wachtdiensten in de kazerne en de interventies op zondag tussen 0 en 24uur. Indien een interventie zich deels voordoet op een zondag en deels op een maandag(nacht) heeft men enkel voor de duur die tijdens de zondag valt, recht op de zondagvergoeding, volgens het stelsel dat de raad bepaald heeft (per werkelijk gepresteerde tijd, afgerond per kwartier, per half uur, per uur, eventueel met specifieke afrondingsregels ingeval een interventie onder verschillende stelsels van onregelmatige prestaties valt en dus 2 keer zou afgerond worden). Titel 4 Toelage voor de uitoefening van een hogere functie Q1 Heeft de vrijwilliger recht op een bijkomende vergoeding zoals haard- of standplaatstoelage, vakantiegeld of eindejaarspremie? De vrijwillige brandweerlieden hebben geen recht op haard- of standplaatstoelage, vakantiegeld (stelsel publieke sector) of eindejaarspremie. Artikel 6 van het Kb van geldelijk statuut is immers uitdrukkelijk van toepassing op de beroepspersoneelsleden. Dat
122 FAQ statuut - Geldelijk statuut staat ook duidelijk in het verslag aan de Koning bij dit KB, bij de commentaar bij artikel 6 (derde lid). Q2 Kunnen de vrijwillige brandweerlieden nog genieten van een vakantiegeld stelsel private sector? Ja. Het stelsel van de private sector voor vakantiegeld blijft wel van toepassing. Dat betekent dat een vrijwillig brandweerman recht heeft op een vakantiegeld dat berekend wordt op de vergoedingen die onderworpen zijn aan sociale zekerheidsbijdragen (dus niet op deze die vrijgesteld zijn op basis van art 17quater KB ). 122 Meer uitgebreid antwoord RSZPPO: Overeenkomstig artikel 1, eerste lid, 1 van de op 28 juni 1971 gecoördineerde wetten op de jaarlijkse vakantie zijn deze wetten, die de vakantieregeling van de privésector organiseren, toepasselijk op de personen die onderworpen zijn aan de socialezekerheidsregelingen voor werknemers. Worden bedoeld alle personen die krachtens een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld zijn of arbeidsprestaties verrichten in gelijkaardige omstandigheden en die onderworpen zijn aan één of meerdere regelingen van het socialezekerheidsstelsel van de werknemers in toepassing van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de socialezekerheidswet. Bijgevolg zijn ook vrijwillige brandweerlieden waarvan de vergoedingen onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, op grond van artikel 1, eerste lid, 1 van de op 28 juni 1971 gecoördineerde wetten in principe onderworpen aan de vakantieregeling van de privésector (voor zover geen toepassing wordt gemaakt van een vakantieregeling van de openbare sector). Dit zal echter in de praktijk slechts het geval zijn voor een kleine minderheid van de vrijwillige brandweerlieden daar de overgrote meerderheid vrijgesteld blijft van de betaling van socialezekerheidsbijdragen. Immers, overeenkomstig artikel 38bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 betreffende de vakantieregeling van de privésector worden slechts de loonelementen, die als basis dienen voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen, in aanmerking genomen voor de berekening van het bedrag van het vakantiegeld. Voor de vrijwillige brandweerlieden wordt het vakantiegeld enkel berekend op de vergoedingen onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en dus niet op hun vrijgestelde vergoedingen. Uit wat voorafgaat, volgt dat vrijwillige brandweerlieden ook na 31 december 2014 nog een vakantiegeld privésector kunnen ontvangen. Q3 Een vrijwillig brandweerman heeft gekozen voor zijn nieuw geldelijk statuut: hij geniet van een vakantiegeld berekend overeenkomstig de vakantieregeling van de privé-sector (artikel 38bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene
123 FAQ statuut - Geldelijk statuut uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers). Maar vanaf wanneer heeft deze vrijwillige brandweerman dan het genot van zijn vakantiegeld? Al in 2015 (op basis van geleverde prestaties in 2014) of pas in 2016 (op basis van geleverde prestaties in 2015) en dit in de veronderstelling dat zijn oude werkgever (het gemeentebestuur) ervoor gekozen heeft om geen vakantiegeld toe te kennen aan de vrijwillige brandweermannen (cfr. KB 2 december 2003 betreffende het vakantiegeld voor de leden van de openbare brandweerdiensten). 123 Met andere woorden, heeft deze vrijwillig brandweerman vakantierechten opgebouwd in 2014 op basis van artikel 38bis van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers? (antwoord DIBISS) Wij zijn van oordeel dat de hulpverleningszone slechts verplicht kan worden om een vakantiegeld (privésector) uit te betalen in 2016 op basis van de geleverde prestaties in Aangezien de brandweervrijwilliger in 2014 nog niet in dienst was van de hulpverleningszone, kan hij ons inziens ten laste van de zone geen rechten op vakantiegeld putten op basis van de door hem geleverde prestaties bij de gemeente die blijkbaar geen vakantiegeld toekende. BOEK 4 Bepalingen waarvan de uitvoering facultatief is Q1 In artikel 45 (facultatieve bepalingen) van het nieuw geldelijk statuut staat dat de Raad bij reglementaire bepalingen, ter aanvulling van dit statuut de toekenningsvoorwaarden van verschillende vergoedingen en sociale voordelen kan vastleggen Betekent dit dat de zoneraad bijkomende vergoedingen kan voorzien. Wij denken concreet aan een vergoeding voor de wachtdienst thuis voor vrijwilligers-ambulanciers, officieren, Kan dit? Artikel 45 van het geldelijk statuut moet op beperkte manier begrepen worden, zoals toegelicht in het verslag aan de Koning. Wat betreft de mogelijkheid om een wachtvergoeding te voorzien voor vrijwillige officieren, verwijs ik u naar het antwoord op vraag Q4 van Titel 6 van Boek 2 van de FAQ geldelijk statuut (ongeveer p35). Voor de vrijwillige ambulanciers geldt dezelfde redenering, aangezien art 29 van het Kb geldelijk statuut ambulanciers niet-brandweerman identiek is aan artikel 37 van het KB geldelijk statuut BWman. BOEK 5 Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
124 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q1 Wie geniet welke verworven rechten en wat houdt de keuze voor het oude (geldelijke) statuut in? Artikel 48, 1 KB geldelijk statuut heeft betrekking op de overgedragen personeelsleden die kiezen voor hun oude statuut, dit wil zeggen hun oude geldelijke statuut, m.n. de geldelijke bepalingen en de sociale voordelen. Hieronder kan bijvoorbeeld begrepen worden de weddeschaal en het premiestelsel, de maaltijdcheques, een fietsvergoeding of een hospitalisatieverzekering. 124 Paragraaf 2 van dit artikel heeft betrekking op de overgedragen personeelsleden die niet kiezen voor hun oude (geldelijke) statuut. Indien zij voor 01/01/2015 een hospitalisatieverzekering, maaltijdcheques, fietsvergoeding, erkentelijkheidstoelage of gunstiger berekening van eindejaarstoelage genoten, kunnen ze ten persoonlijke titel deze voordelen blijven genieten. Deze lijst van verworven rechten is limitatief. Artikel 322 van het administratief statuut voorziet dat de overgedragen beroepspersoneelsleden hun huidig verlofstelsel kunnen behouden (indien dit voor hen voordeliger is). Dit verworven recht geldt zowel voor zij die kiezen voor het behoud van hun oude geldelijk statuut (art 207 wet) als zij die onder het nieuwe geldelijke statuut komen. Uiteraard hebben deze drie bepalingen enkel betrekking op de overgedragen personeelsleden die dus al in dienst waren voor 01/01/2015 bij de brandweer, niet voor het personeel dat door de zone zal aangeworven worden. Q2 a) Wat met de erkentelijkheidspremie? De erkentelijkheidspremie voor de vrijwillige brandweerlieden op het einde van hun dienstneming is actueel niet in alle brandweerdiensten voorzien. Het nieuwe statuut voorziet geen verplichte erkentelijkheidspremie. De zoneraad krijgt wel de mogelijkheid om dergelijke premie te voorzien (art 46 Kb geldelijk statuut). De vrijwillige brandweerlieden (die al in dienst zijn) die in hun gemeentelijk statuut een erkentelijkheidspremie konden krijgen, zullen dit voordeel behouden in hun nieuwe statuut (art 48 2 Kb geldelijk statuut). b) Wat moet er gebeuren met de gemeentelijk bepaalde erkentelijkheidspremie zoals deze actueel bestaat, indien er binnen de zone een nieuw systeem van erkentelijkheidspremie zou bestaan? Artikel 48, 2 van het KB geldelijk statuut stelt dat de vrijwillige personeelsleden die overgedragen werden naar de zone en niet gekozen hebben voor hun oude (geldelijke) statuut, ten persoonlijke titel de erkentelijkheidspremie kunnen blijven genieten. Dit betekent dat de vrijwillige brandweerlieden die al in dienst zijn bij de gemeente en een erkentelijkheidspremie genieten die voordeliger is dan deze die zal voorzien worden binnen de
125 FAQ statuut - Geldelijk statuut zone, deze ten persoonlijke titel blijven genieten. De eraan verbonden voorwaarden en modaliteiten bepaald in het organiek reglement blijven ook van toepassing op hen. De nieuwe personeelsleden zullen de (eventuele) nieuwe zonale regeling genieten. Voor de volledigheid: vrijwilligers die al op pensioen zijn en een erkentelijkheidspremie genieten, worden niet overgedragen naar de zone en de erkentelijkheidspremie blijft ten laste van de gemeente. 125 c) Blijft de erkentelijkheidspremie ten laste van de gemeente of komt dit op rekening van de zone? De erkentelijkheidspremie van vrijwilligers die op 01/01/2015 al op pensioen zijn, blijft ten laste van de gemeenten. De persoon in pensioen wordt immers niet overgedragen naar de zone. Maar de erkentelijkheidspremie van vrijwilligers die pas na 01/01/2015 op pensioen gaan, is ten laste van de zone, die werkgever is. Het is immers ook de zone die de andere verworven rechten of de oude geldelijke statuten van zij die daarvoor kiezen, moet betalen, ook al heeft de zone deze niet zelf bepaald. Q3 Sommige vrijwilligers ontvangen momenteel obv het organiek reglement van hun huidige brandweerkorps een gunstiger berekening van de vergoeding dan deze opgenomen in art. 39 van het nieuw geldelijk statuut. Zo zijn er momenteel hogere vergoedingen voor onregelmatige prestaties : vb. minimum 2 uur vergoed voor prestaties 's nachts en in het weekend, 220% van de uurvergoeding in het weekend, 200% van de uurvergoeding voor prestaties 's nachts, wil dit zeggen dat vrijwilligers die gebruik maken van art. 207 van de wet 15/05/2007 van deze hogere vergoedingen kunnen blijven genieten? Inderdaad, vrijwilligers die gebruik maken van art. 207 van de wet 15/05/2007 kunnen blijven genieten van deze voordelen, zij behouden immers het oude geldelijk statuut (dus ook voor het tarief per gepresteerd uur blijft het gemeentelijk statuut van toepassing). Q4 Kunnen de vrijwilligers ook van deze voordelen blijven genieten nadat ze, na de resterende duur van hun dienstnemingscontract, opnieuw tijdelijk worden benoemd voor de duur van 6 jaar of nadat ze worden bevorderd? De stilzwijgende verlenging van de tijdelijke benoeming van een vrijwillig brandweerman maakt geen einde aan zijn keuze voor zijn oude (geldelijk) statuut in toepassing van artikel 207 van de wet van 15/05/2007. Artikel 207, 2 bepaalt wel dat het nieuwe statuut van rechtswege van toepassing is bij een benoeming, bevordering of een aanwijzing voor mobiliteit of een mandaatsfunctie (zowel voor beroeps als vrijwilligers). Dus een bevordering stelt wel een einde aan de keuze voor het oude (geldelijk) statuut.
126 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q5 Hoe worden de voorafgaande dienstjaren (voor de opstart van de zone) van de vrijwilligers meegeteld voor het berekenen van de geldelijke anciënniteit? Een jaar voor een jaar of moet ook hier reeds gerekend worden a rato van 180 prestatie-uren op jaarbasis voor een jaar. In het kader van art. 53 van het KB 19/04/ geldelijk statuut mag een maand voor een maand geteld worden. 126 Bijvoorbeeld: bij een sergeant met 15 jaar dienstanciënniteit die sinds 5 jaar sergeant is kan enkel rekening worden gehouden met de 5 jaar als sergeant. Dit geldt zo voor alle graden, behalve die van korporaal (zie art. 33). Daar mogen de jaren in de graad van brandweerman ook meegerekend worden. Q6 Moeten de jaren anciënniteit aaneensluitend zijn? Quid iemand die b.v. enkele jaren uit dienst is geweest en later terug actief is opgenomen in een (ander) korps? De anciënniteit die opgebouwd werd in een ander korps (binnen dezelfde zone) of in een vorige periode bij hetzelfde korps kan meegeteld worden voor zover bovenstaande principes vermeld in de vraag Q5 worden gerespecteerd. Q7 Volgens art.51 zal het beroepspersoneelslid op geen enkel ogenblik in zijn nieuwe weddeschaal een wedde krijgen die lager ligt dan de wedde die hij in zijn vroegere weddeschaal gekregen zou hebben. Bij deze vergelijking wordt geen rekening gehouden met een eventueel weddesupplement of een eventuele verhoging van de weddeschaal voor nacht-, zaterdag- en zondagprestaties. Voor de huidige dienstchefs vervalt de premie voor dienstchef. Kan het huidige supplement voor dienstchef niet behouden worden cfr. art 48 2 geldelijk statuut of kan dit supplement enkel behouden worden indien er gebruikt gemaakt wordt van de mogelijkheid vermeld in art. 207 van de wet van 15/05/2007? Artikel 48, 2, dat toelaat om bepaalde geldelijke voordelen uit het oude statuut te combineren met het nieuwe statuut, heeft enkel betrekking op de 5 geldelijke bepalingen die opgesomd zijn. Dus dit artikel geldt niet voor het weddesupplement voor dienstchef. Het bestaande weddesupplement voor dienstchef kan ook niet behouden worden ingeval de betrokkene gebruikmaakt van artikel 207 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid. Deze keuze laat toe de geldelijke bepalingen en sociale voordelen uit het huidige gemeentelijke statuut te behouden (art 48, 1 KB 19/04/2014 administratief statuut). Evenwel, het weddesupplement als dienstchef kan niet behouden worden, aangezien de functie van dienstchef niet meer bestaat en men dus niet meer voldoet aan de toekenningsvoorwaarden voor dit weddensupplement. Q8 Hoe wordt iemand die een hogere functie waarneemt, ingeschaald?
127 FAQ statuut - Geldelijk statuut Bij de inschaling wordt rekening gehouden met de graad waarin de persoon vastbenoemd is. Voor de hogere functies zijn geen specifieke overgangsbepalingen voorzien. Q9 Wanneer iemand kiest voor het behouden van zijn oud geldelijk statuut, blijft de betaling van de wedde dan in het begin van de maand? Ja. Q10 In sommige grondreglementen van gemeentelijke brandweerdiensten staat vermeld dat er een fictief maximum contingent van wekelijkse prestatieuren wordt toegekend met het oog op de vergoeding van sommige prestaties van administratieve of representatieve aard voor de verantwoordelijke vrijwillig bevelhebber-dienstchef. Vervalt dit recht op dit aantal fictief maximum contingent prestatieuren ook indien de huidige vrijwillig officier-dienstchef gebruikmaakt van artikel 207 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid aangezien de functie van dienstchef niet meer bestaat, maar de functie vermoedelijk wordt omgevormd tot postverantwoordelijke? 127 Dezelfde redenering als voor het weddensupplement dienstchef is van toepassing op het maximumcontingent uren voor een vrijwillig dienstchef. Deze bepaling kan niet meegenomen worden in het kader van art 207 van de wet (keuze oud geldelijk statuut) omdat de functie van dienstchef niet meer bestaat. Q11 In art 9 van het geldelijk statuut staat vermeld dat een personeelslid bij een hiërarchische bevordering in zijn nieuwe graad nooit een wedde krijgt die lager ligt dan de wedde die hij in zijn vroegere graad gekregen zou hebben. Momenteel ontvangen de huidige sergeantmajoors (PB5) die bevorderen naar opperadjudant (PB6) een wedde van (geldelijke anciënniteit min. 27 jaar). Na de invoering van het nieuwe administratief en geldelijk statuut zouden de huidige sergeant-majoors (M0-3) echter bevorderen naar de graad van adjudant (M1-2). Hierdoor ontvangen zij een wedde die lager ligt dan de wedde die zij in hun oude statuut zouden hebben gekregen bij een bevordering naar (opper)adjudant (PB6 27 jaar geldelijke anc vs. M jaar geldelijke anc , een negatief verschil van 400). Indien deze medewerkers beslissen om onderworpen te blijven aan hun huidige geldelijke statuut, kunnen ze dan genieten van deze hogere wedde na bevordering? Artikel 9 van het Kb geldelijk statuut is geen overgangsbepaling. Het derde lid verwijst naar het principe dat een hiërarchische bevordering nooit mag resulteren in een lagere wedde dan diegene die men had in de lagere graad. Deze bepaling situeert zich in het nieuwe geldelijk statuut, de vergelijking wordt gemaakt met de wedde van de lagere graad die men bekleedde, niet de wedde die men zou genoten hebben indien men bevorderd zou zijn tot de hogere graad uit het oude gemeentelijk statuut. Artikelen 49 tot 51 bepalen de overgangsregeling voor de inschaling in de nieuwe weddenschalen.
128 FAQ statuut - Geldelijk statuut Artikel 207, 2 van de wet van bepaalt uitdrukkelijk dat ingeval van (hiërarchische) bevordering, het nieuwe geldelijk statuut van rechtswege van toepassing is. Men kan in dat geval dus geen beroep meer doen op de oude weddeschalen. De puur geldelijke bevorderingen zonder dat men hiërarchisch bevorderd wordt en dus zonder dat men van graad verandert, blijven wel van toepassing op de personen die gebruik maken van artikel 207 van de wet. 128 Q12 In art van het geldelijk statuut staat vermeld dat het personeelslid dat gebruikt maakt van de mogelijkheid, vermeld in art 207 Wet 15/05/2007, persoonlijk de reglementaire bepalingen blijft genieten die op hem van toepassing waren wat de geldelijke bepalingen en de sociale voordelen betreft, zo lang deze situatie aanhoudt. Een luitenant-vrijwilliger met een diploma niveau A krijgt volgens de integratieregels de graad van kapitein. Indien deze medewerker zijn huidige geldelijke bepalingen wenst te behouden, welke prestatievergoeding krijgt deze medewerker dan? De prestatievergoeding van luitenant of de prestatievergoeding van kapitein van zijn oude geldelijk statuut? Artikel 48, 1 van het Kb geldelijk statuut laat toe om het oude geldelijke statuut te behouden, meer bepaald de reglementaire bepalingen die op hem van toepassing waren. De betrokkene zal dus de vergoedingen blijven genieten die hij genoot in zijn graad van luitenant-vrijwilliger. Q13 Artikel 51 spreekt over een garantie van het behoud van wedde. Ik neem aan dat dit over een foto gaat zonder doorgroei in de oude weddeschaal, wel met indexering? De vergelijking bedoeld in artikel 51 geldelijk statuut moet inderdaad gemaakt worden met de laatst genoten wedde in de oude weddenschaal, zonder doorgroei in de oude weddenschaal. Zolang de nieuwe wedde niet hoger is dan de oude, blijft men de oude wedde ontvangen. Deze wordt ook geïndexeerd. Q14 (a) Evaluatieresultaat van voor 01/01/2015 blijft dit tellen voor doorschalingen in het oude statuut (vb. bij BWM van pb2 naar pb2bis) in 2015 en 2016? Het betreft dus iemand die gebruik gemaakt heeft van art 207 van de wet en voor zijn oude geldelijke statuut gekozen heeft. Voor de evolutie in de oude (puur) geldelijke loopbaan moet de laatste evaluatie bekeken worden; in het begin zal dit de evaluatie van het oude statuut zijn, daarna zal de nieuwe evaluatie van het nieuwe statuut tellen. [(b) Wat indien er geen evaluatie opgemaakt werd, of alleen een evaluatie van meerdere jaren geleden (soms zelfs in een andere functie) beschikbaar is? Bij de brandweer bestond er dan een tussentijdse evaluatie maar in het nieuwe administratief statuut bestaat iets dergelijks niet meer. Men kan gebruik maken van de laatste beschikbare evaluatie gevoerd krachtens het oude statuut zolang er geen nieuwe evaluatie volgens het nieuwe statuut uitgevoerd werd. Indien
129 FAQ statuut - Geldelijk statuut er geen evaluatie zou zijn (of geen evaluatie in de functie die de betrokkene bekleedt), moet men ervan uitgaan dat de betrokkene over een positieve evaluatie beschikt. Q15 Art en 3 (geldelijk statuut) somt de verworven rechten op, net als art. 207 en en 3 (administratief statuut). Moeten al deze verworven rechten als pakket beschouwd worden of kan men over elk recht apart kiezen voor het oud of nieuw statuut. Vb. kan men kiezen om verlof en hospitalisatieverzekering uit oud statuut kiezen en de maaltijdcheques en fietsvergoeding uit nieuw statuut? 129 Wat betreft de verworven rechten, geldt volgende regeling: - Art 322 administratief statuut: men kiest voor het geheel van zijn oude verlofstelsel, niet voor sommige onderdelen. Bovendien zijn de modaliteiten verbonden aan dat verlofstelsel ook van toepassing. Zie onze FAQ Administratief statuut Q3 van Boek 9, Titel 1, Hoofdstuk 3, Afdeling 3. - Art 48, 2 geldelijk statuut: dit artikel bepaalt 5 verworven rechten: deze kunnen afzonderlijk toegepast worden (geen pakket) - Art 48, 1 geldelijk statuut: dit artikel bepaalt wat valt onder de keuze bedoeld in artikel 207 van de wet: het gaat over de geldelijke bepalingen en sociale voordelen als een pakket, m.n. het gehele oude geldelijke statuut. - De drie verschillende artikelen vormen geen pakket, de keuze wordt afzonderlijk per artikel gemaakt. (met dien verstande dat een combinatie van artikel 48, 2 en 48, 1 niet mogelijk is, aangezien beide artikelen mekaar uitsluiten: artikel 48, 2 betekent dat men het nieuwe geldelijk statuut heeft, en art 48, 1 betekent dat men het oude geldelijk statuut behouden heeft). Q16 Indien men een paar maanden anciënniteit tekort komt om in een hogere weddeschaal te vallen, kan men er dan voor opteren om te kiezen voor zijn oude geldelijke statuut om dan bij een verhoging van weddeschaal over te stappen naar het nieuwe geldelijke statuut? Dit is inderdaad mogelijk. De integratieregels in de nieuwe weddeschalen, zoals opgenomen in bijlage 3 van het geldelijk statuut, blijven geldig, ook als men later dan 01/01/2015 de keuze maakt voor het nieuwe geldelijke statuut. Q17 Artikel 51 stelt dat men nooit een lagere wedde mag hebben in het nieuwe geldelijke statuut dan in het oude statuut. De vraag stelt zich of men elk jaar moet vergelijken. Als bij de integratie de wedde in de nieuwe weddenschaal lager is, moet men elk jaar de wedde in de oude weddeschaal vergelijken met de wedde in de nieuwe weddenschaal totdat de wedde in de nieuwe weddenschaal minstens gelijk is (Zie ook Q3 van titel 4 van het Boek 2 van de FAQ Geldelijk statuut)op p 44 van de FAQ statuut.)
130 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q18 Indien iemand kiest voor behoud van het oude geldelijk statuut (art 207 wet) en dan verder blijft doorgroeien in zijn oude functionele loopbaan, en hij kiest er later voor om (na ) toch over te stappen naar het nieuwe geldelijk statuut, hoe wordt hij dan ingeschaald in de nieuwe weddenschalen? Art. 49 bepaalt dat bij de inwerkingtreding van het statuut, voor het beroepspersoneelslid dat geen officier is, het personeelslid de in bijlage 3 vastgelegde weddeschaal geniet, volgens zijn graad, de weddeschaal die hij voordien genoot en, desgevallend, zijn geldelijke anciënniteit. 130 Indien iemand kiest voor het oude geldelijk statuut, kan deze inderdaad verder genieten van de louter geldelijke bevorderingen in de weddenschaal indien deze als zodoende in het oude gemeentelijk statuut opgenomen waren. Op het moment dat deze beslist in het nieuwe geldelijke statuut te stappen, wordt hij ingeschaald rekening houdend met de situatie (graad, weddenschaal en geldelijke anciënniteit) zoals deze op dat moment is. Artikel 49 en art 50 spreken immers over bij de inwerkingtreding van dit statuut voor het beroepspersoneelslid dat, dus het betreft het moment van inwerkingtreding specifiek voor dat personeelslid Q19 Wanneer een beroepspersoneelslid vóór de inwerkingtreding van het geldelijk statuut vooruit betaald werd, behoudt het dit recht indien, in toepassing van art. 207 gekozen wordt voor behoud van het oude geldelijk statuut. Als dit personeelslid op een bepaald ogenblik toch opteert voor de bezoldiging volgens het nieuwe statuut, kan het dan beroep doen op de overgangsbepalingen voorzien in art (overgangsperiode van 16 maanden om van vooruitbetaling naar betaling na vervallen termijn over te gaan) of wordt de wedde dan dadelijk na de maand betaald (of in de loop van de maand indien de keuze om toch over te gaan naar het nieuwe statuut genomen wordt binnen de 16 maanden na inwerkingtreding)? Indien men het artikel elke keer dat iemand instapt, opnieuw in zijn geheel toepast, zal dit leiden tot zeer veel verschillende uitbetalingsdata, wat onhoudbaar zou zijn voor de sociale secretariaten/personeelsdiensten. Het doel van het artikel is om betalingsproblemen te vermijden bij personeelsleden die overgaan van een systeem van voorafbetaling van wedde naar een systeem van betaling na ververvallen termijn. Indien dit praktisch niet haalbaar zou zijn voor de zone/sociaal secretariaat om artikel 52 telkens opnieuw toe te passen op verschillende momenten, kan aanvaard worden dat de zone een alternatieve oplossing voorziet die dezelfde waarborgen biedt (nl betalingsmoeilijkheden vermijden bvb door voorschot op de wedde toe te staan). Q20 De weddeschaal met corresponderende anciënniteit van majoor en kolonel is in het nieuwe statuut lager dan in ons oude (gemeentelijke) statuut. Wat betekent dit in de praktijk? Blijven zij aan hun oude wedde betaald worden, ook al kiezen zij voor het nieuwe statuut, aangezien het nieuw geldelijk statuut vermeld dat je in het nieuwe statuut niet minder zal verdienen (art. 50 1)? Of betekent dit dat voor hen het kiezen voor het nieuwe statuut de consequentie heeft dat zij maandelijks een lagere wedde zullen hebben?
131 FAQ statuut - Geldelijk statuut Indien de oude wedde hoger ligt dan de nieuwe wedde, en men wil toch kiezen voor het nieuwe geldelijk statuut, wordt men ingeschaald in de nieuwe weddenschalen, maar met toepassing van artikel 51: men blijft zijn oude wedde genieten totdat de nieuwe weddeschaal toelaat een minstens gelijk wedde te krijgen. Q21 Een huidige beroepsbrandweerman was bij het gemeentebestuur eerst in dienst als arbeider bij de dienst gebouwen maar is vanaf 1996 aangeworven als beroepsbrandweerman. Op dat moment heeft hij ook de geldelijke anciënniteit meegekregen die hij had opgebouwd binnen het bestuur + 6 jaar privéjaren zodat hij nu op 35 jaar geldelijke anciënniteit komt. Mogen wij de oude anciënniteit laten meetellen voor de inschakeling in de nieuwe weddeschalen? 131 De inschakeling in de weddenschalen gebeurt inderdaad op basis van de anciënniteit die hij momenteel geniet, zoals toegekend door de gemeente in het verleden. Q22 Kan een persoon die momenteel een toelage geniet voor het uitoefenen van de waarnemende functie van dienstchef, deze behouden door beroep te doen op art 207 van de wet (keuze oud geldelijk statuut)? Neen. Zie antwoorden op vragen Q7 en Q10 van het BOEK 5 - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen, van de FAQ Geldelijk statuut, waarin ook het weddensupplement van de dienstchef en het maximumcontigent uren voor administratie en representatieve functies van de vrijwillige dienstchef niet kan behouden worden, doordat men niet meer voldoet aan de toekenningsvoorwaarden ervan. Dezelfde redenering is hierop van toepassing, de functie van dienstchef zal immers binnen de zone niet meer moeten waargenomen worden. Q23 (a) In artikel 48, 2 KB geldelijk statuut operationeel personeel is er sprake van een behoud ten persoonlijke titel van de fietsvergoeding indien deze gunstiger is dan de eventuele nieuwe fietsvergoeding die door de raad wordt opgelegd. Gaat het in casu om een fietsvergoeding die kan worden toegekend nav het traject ww-verkeer? Dus het maximaal toegelaten bedrag van 0.22 euro/km? Of betreft dit de toekenning van een fietsvergoeding voor het maken van een dienstreis? Beide gevallen komen in aanmerking. (b) Bijkomend, mag de zoneraad een fietsvergoeding toekennen voor het maken van een dienstreis? Op grond van artikel 3 KB geldelijk statuut operationeel personeel is er enkel sprake van terugbetaling van reiskosten indien gebruik gemaakt wordt van het openbaar vervoer en eigen wagen. In de federale reglementering is het mogelijk om een fietsvergoeding te krijgen voor dienstreizen. Q24 Hoe moeten de verworven rechten vermeld in artikel 48, 2, inzake hospitalisatieverzekering begrepen worden?
132 FAQ statuut - Geldelijk statuut Wat betreft de hospitalisatieverzekering, is het zo dat de betrokkene het recht behoudt op het voordeel van een hospitalisatieverzekering ten laste van de werkgever. Enkel de statutaire bepalingen terzake opgenomen in het gemeentelijk statuut kunnen behouden blijven. Gezien het feit dat de voorwaarden van de hospitalisatieverzekering per definitie wijzigbaar zijn in functie van de contractuele voorwaarden tussen de werkgever en de verzekeraar en het feit dat de verzekeraar kan wijzigen wanneer het contract afloopt, is het niet mogelijk om een recht te doen gelden op de concrete voorwaarden van de polis zoals deze op in uw gemeente geldt. 132 Q25 Hoe moeten de verworven rechten vermeld in artikel 48, 2 inzake maaltijdcheques begrepen worden? Het recht op maaltijdcheques wordt behouden conform de statutaire voorwaarden bepaald in het gemeentelijk statuut. Indien het gemeentelijk statuut bepaalt welke de werkgevers- en welke de werknemersbijdrage is, blijven deze van toepassing ten persoonlijke titel. Q26 Sommige personen die nu als brandweerman in pb2 zitten, willen weten of zij beter wachten tot zij doorschalen naar pb2bis om dan naar het nieuwe statuut te gaan of al onmiddellijk naar het nieuwe statuut gaan. Wanneer de betrokkene functioneel doorschaalt naar BO-3, is er een leeg vakje. Naar welke loonschaal dient er op dat moment teruggegrepen te worden? Ingeval van bevordering van weddenschaal in het nieuwe statuut, moet artikel 11 toegepast worden: het personeelslid krijgt in zijn nieuwe weddenschaal nooit een wedde die lager ligt dan de wedde die hij in zijn oude weddenschaal zou gekregen hebben. In voorliggend geval zijn er 2 lege vakjes. We passen de bedragen van B02 in de overeenstemmende trap toe, bij gebrek aan bedragen in de juiste weddenschaal. In trap 9 is de wedde dan In trap 10 is de wedde dan Q27 De keuze tussen het oud en nieuw geldelijk statuut eindigt bij bevordering. De consequentie hiervan is dat dit sommige bevorderingen kan belemmeren. De uitgewerkte verloning voor vrijwilligers binnen de zone is voor sommige posten nadeliger. De huidige vrijwilligers behouden hun oud geldelijk statuut, maar zodra ze bevorderen moeten ze naar nieuw statuut. Wellicht compenseert het meer inkomen in de hogere graad niet het verlies van de overstap naar het nieuw geldelijk statuut, waardoor bepaalde bevorderingsgraden niet ingevuld zullen kunnen worden. Idem voor een verpleegkundige met weddeschaal BV. Deze persoon kan in oud geldelijk statuut blijven, maar indien deze wenst te bevorderen gaat hij naar de schalen van operationeel brandweer en verlies daardoor. Kunnen wij deze personen minstens hun huidige wedde garanderen ook na bevordering en deze daarin blokkeren totdat ze in die nieuwe weddeschaal door anciënniteit meer kunnen
133 FAQ statuut - Geldelijk statuut verdienen. OF kunnen we een soort bevorderingscomplement voorzien zodat een minimale salarisverhoging gegarandeerd wordt bij bevordering? Artikel 9, derde lid van het KB geldelijk statuut stelt dat een beroepspersoneelslid bij een hiërarchische bevordering in zijn nieuwe graad nooit een wedde zal krijgen die lager ligt dan de wedde die hij in zijn vroegere graad zou gekregen hebben. Dit om te vermijden dat mensen weddeverlies doen bij een bevordering. 133 Artikel 51 bevat een gelijkaardige garantie die van toepassing is bij overgang van de oude naar de nieuwe weddenschalen. Er is geen gelijkaardige bepaling voorzien voor het vrijwillig personeel. Evenwel kan aanvaard worden dat eenzelfde principe toegepast wordt op de vrijwilligers om te vermijden dat sommige bevorderingsbetrekkingen niet ingevuld zouden raken. Voor de beroepsbrandweerman-verpleegkundigen zijn artikel 51 en artikel 9 sowieso van toepassing. Als het om vrijwilligers zou gaan, kan eenzelfde principe toegepast worden, zoals hierboven vermeld. Een bevorderingscomplement kan niet gegeven worden gezien de beperkte draagwijdte van artikel 45 van het Kb geldelijk statuut. Q28 In mijn functie van dienstchef heeft de gemeente enkele jaren geleden beslist om een dienstvoertuig (= bedrijfswagen) ter beschikking te stellen. Dit voertuig is onderworpen aan de bepalingen van het KB van 28/12/2011. (De vanaf 1 januari 2012 toegekende voordelen van alle aard die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van een door de werkgever/onderneming kosteloos ter beschikking gesteld voertuig geldt een nieuwe forfaitaire berekening) m.a.w. maandelijks is er dus een financiële verrekening op mijn salaris. Gelet op de overgang van zowel het personeel en roerende goederen is het mijn vraag of ik dit voertuig conform de overeengekomen bepalingen kan blijven behouden als het ware een verworven recht met een uitdovend karakter. Dit wil concreet zeggen dat dit voertuig ter mijner beschikking kan blijven (conform de vigerende wetgeving inzake forfaitaire berekening) tot dit voertuig niet meer rijvaardig blijkt, zonder dat betrokkenen nog recht heeft op een nieuw voertuig. Indien u kiest voor uw oude geldelijk statuut op basis van artikel 207 van de wet en art 48, 1 van het KB geldelijk statuut, kan men ervan uitgaan dat de bedrijfswagen onder de geldelijke bepalingen en sociale voordelen van het gemeentelijk geldelijk statuut valt. Indien u kiest voor het nieuwe geldelijk statuut, worden enkel de voordelen vermeld in artikel 48, 2 KB geldelijk statuut gegarandeerd. De opsomming is limitatief. Een bedrijfswagen valt hier niet onder.
134 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q29 Een operationeel personeelslid kiest, bij overgang naar de zone, voor het oude geldelijk statuut. Voor de huidige berekening van de toeslagen voor onregelmatige prestaties op zaterdag, zondag en tijdens de nacht wordt er op de prestaties een breuk toegepast van 38/51,54, het getal in de noemer komt overeen met de werkelijke arbeidsduur. Blijft deze breuk dezelfde na overgang naar de zone of dient ze aangepast te worden aan het nieuwe arbeidsregime, bvb. 38/42 wanneer de arbeidsduur vanaf dan 42 uren bedraagt? De breuk moet niet aangepast worden aan het gewijzigde arbeidsregime. Indien men kiest voor het oude geldelijk statuut, behoudt men het oude geldelijk statuut zoals het was op Het oude geldelijk statuut kan immers niet meer aangepast worden aan het nieuwe administratief statuut en de nieuwe arbeidstijdregeling van de zone. 134 Q30 Wanneer een onderluitenant kapitein wordt en beslist om zijn oud geldelijk statuut te behouden, welke weddeschaal moet men dan toepassen? Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de vragen over integratie in de nieuwe graden en de toepassing van de weddeschalen: De onderluitenant van niveau A wordt kapitein (integratieregel). Indien hij het gemeentelijk geldelijk statuut behoudt (artikel 207), behoudt hij zijn oude weddeschaal van onderluitenant. Indien hij het nieuw zonaal geldelijk statuut kiest, wordt hij geïntegreerd in de weddeschaal van kapitein, op basis van zijn anciënniteit. Q31 Sommige oude statuten voorzien voor gepresteerde overuren eveneens de mogelijkheid tot uitbetaling (vaak aan 125%). De vraag die zich stelt is of deze regel eveneens wordt aanzien als deel van het oude geldelijke statuut en dat het personeel dus kan blijven kiezen voor uitbetaling, indien deze kiest voor zijn oude geldelijk statuut. Als het gaat over operationele overuren door beroepsofficieren zoals bedoeld in het KB van (onvoorziene operationele prestaties voor beroepsofficieren), dan valt dit voordeel onder de keuze van het oude gemeentelijke geldelijk statuut in het kader van artikel 207 van de wet. Dat is immers uitdrukkelijk voorzien in artikel 47, 1 en 2 van het KB geldelijk statuut. Deze uren moeten evenwel ook onder toepassing van de nieuwe arbeidstijdwet gebracht worden en met inhaalrust gecompenseerd worden (tenzij uitzonderingen voorzien in de wet, m.n. personen die autonoom over hun arbeidstijd kunnen beslissen en personen die van de opt-out genieten (in dat geval zijn het geen overuren, maar opt-out uren)). Als het zou gaan over andere overuren die volgens het gemeentelijk statuut uitbetaald konden worden, dan kan dit voordeel ook behouden blijven. Echter, conform de hogere rechtsnorm, m.n. de arbeidstijdwet van , moeten overuren in eerste instantie altijd via inhaalrust gecompenseerd worden (tenzij uitzonderingen voorzien in de wet, m.n. personen die autonoom over hun arbeidstijd kunnen beslissen en personen die van de opt-out genieten (in dat geval zijn het geen overuren, maar opt-out uren)).
135 FAQ statuut - Geldelijk statuut Q32 In onze zone zijn er vrijwilligers die destijds in 2 verschillende posten een dienstnemingsovereenkomst kregen, met verschillende verloning per post. Mag deze verschillende verloning blijven of moet deze persoon naar 1 soort verloning en welke moet er dan gekozen worden? Momenteel zitten betrokkenen in oud statuut, maar kunnen zij bijv. voor de ene post kiezen voor nieuw statuut en voor de andere post in oud statuut? Indien zij voor beide posten overstappen naar nieuw statuut moet dit dat één verloning voor beide posten zijn? Op basis van hun anciënniteit in de beide posten komen zij in nieuw statuut uit in een verschillende prestatieschaal. 135 Iemand die vrijwilliger was in 2 brandweerdiensten van de zone, kan in de zone slechts 1 keer het statuut van vrijwillig brandweerman hebben. Hij kan geen 2 verschillende geldelijke statuten hebben binnen dezelfde zone. Hij kan kiezen voor één van zijn oude geldelijke statuten (als geheel) of voor het nieuwe statuut. De inschaling in de nieuwe weddenschalen indien hij kiest voor het nieuwe statuut, moet o.i. gebeuren rekening houdend met zijn hoogste anciënniteit. Q33 Wordt voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de vrijwilligers in dienst vóór 2015 het stagejaar meegerekend als een jaar anciënniteit als brandweerman? Ja, voor de geldelijke anciënniteit mag de duur van de stage meegerekend worden. Q34 Vanaf welke datum begint de anciënniteit te lopen voor inschaling in het nieuwe geldelijke statuut. Voor de bevorderingsgraden (excl. KPL) is dit de datum vanaf de bevordering, maar voor BWM en KPL is me dit niet zo duidelijk. Is het voor BWM en KPL de datum van indiensttreding of de datum van vaste benoeming als BWM? Voor de inschaling van de vrijwilligers met de graad van brandweerman of korporaal moet rekening worden gehouden met de datum van indiensttreding. In art. 53 spreekt men van diensten gepresteerd als vrijwillig personeelslid van een openbare brandweerdienst. Stagiairs-vrijwilligers vallen hier ook onder. In art. 33 gaat het over in de graad verworven geldelijke anciënniteit. Er is geen aparte graad voor een stagiair-brandweerman. De jaren stage mogen dus worden meegeteld. Voor de vrijwilligers met de graad van sergeant of adjudant, moet inderdaad gekeken worden naar het moment van bevordering tot die graad. Q35 Wat betreft de nieuwe weddeschalen, staat in de handleiding van 14/4/2014 het volgende vermeld: in elk geval zult u op geen enkel moment in uw nieuwe weddeschaal een lagere wedde krijgen dan de wedde die u kreeg in uw oude weddeschaal - geldt bovenvermelde stelling enkel bij de inschaling of tijdens de volledige loopbaan? o Bijvoorbeeld: iemand heeft bij de inschaling een hoger barema in het nieuwe statuut, maar na een aantal jaren heeft hij gedurende een paar jaren een lager barema dan wanneer hij in zijn oude weddeschaal zou gebleven zijn. Wat moet de zone tijdens die periode betalen? Zijn (lagere) nieuwe barema, of moet men gedurende de ganse loopbaan toch de
136 FAQ statuut - Geldelijk statuut vergelijking blijven maken met de oude weddeschaal? - indien iemand bij inschaling een lager barema/prestatievergoeding heeft in het nieuwe statuut (dit komt o.a. voor bij vrijwillige brandweermannen met 1 of 2 jaar anciënniteit), moet de zone dan zijn oude barema/prestatievergoeding hanteren zolang dit voordeliger is, ook al kiest betrokkene voor het nieuwe statuut? Artikel 51 van het KB van 19/04/2014 (geldelijk statuut) bepaalt het volgende: 136 Het beroepspersoneelslid zal op geen enkel ogenblik in zijn nieuwe weddeschaal een wedde krijgen die lager ligt dan de wedde die hij in zijn vroegere weddeschaal gekregen zou hebben. Bij deze vergelijking wordt geen rekening gehouden met een eventueel weddesupplement of een eventuele verhoging van de weddeschaal voor nacht-, zaterdag- en zondagprestaties. Dit artikel geldt enkel voor het beroepspersoneel, maar het is de bedoeling dat de toepassing ervan zou worden uitgebreid naar de vrijwilligers bij een volgende wijziging van het KB. Artikel 51 moet begrepen worden als een overgangsbepaling die geldt op het moment van integratie in de nieuwe weddenschalen (nu of later bij bvb bevordering). Deze bepaling geldt maar op 1 moment: als men een hogere oude wedde heeft, blijft men deze toepassen. Dat kan verschillende jaren zijn, totdat de nieuwe weddenschaal minstens dezelfde wedde toekent. Vanaf dan gaat de persoon over en moet men geen vergelijking meer maken. Als men als vrijwilliger gekozen heeft voor het nieuwe statuut, zal de nieuwe prestatievergoedingsschaal moeten worden toegepast. (tot aan de mogelijke wijziging van art. 51) Zie ook de antwoorden op Q13 en Q17 van BOEK 5. Q36 Een aantal personeelsleden zijn bij hun overdracht als beroepspersoneelslid ambtshalve niet meer vrijwilliger in dezelfde zone. Moet de gemeente waar men vrijwilliger was hier een afrekening doen van de erkentelijkheidspremie, wegens uit dienst, of vervalt dit recht volledig door de overgang naar de zone als beroepspersoneelslid en niet als vrijwilliger? Buiten het geval waarin er conform het verzekeringsrecht in het kader van een groeps- of collectieve verzekering bedragen opgebouwd zijn die als definitief verworven moeten beschouwd worden in hoofde van de vrijwilliger (voor uitbetaling op de leeftijd bepaald in het contract), moet er geen afrekening gebeuren van de erkentelijkheidspremie. Het is immers zo dat de erkentelijkheidspremie slechts uitgekeerd wordt indien de vrijwilliger onder de voorwaarden bepaald in het OR de dienst verlaat. Dus tenzij de persoon op het moment van de overdracht juist zou voldoen aan de voorwaarden bepaald in het organiek reglement, moet er geen afrekening gebeuren. Bij het verlies van de hoedanigheid van
137 FAQ statuut - Geldelijk statuut vrijwillig brandweerman nav de overdracht naar de zone, gaan ook de ermee verbonden rechten en plichten verloren. Q37 Volgens zijn "oude" geldelijke voorwaarden krijgt de vrijwilliger voor een permanentieopdracht (bv. nachtwacht ziekenwagen in de kazerne van 23u-7u) een forfaitaire vergoeding van 15 euro. Indien hij in die periode effectief intervenieert krijgt hij zijn uurloon voor de duur van de interventie(s). Indien er tijdens de nachtwacht dus geen interventie is, krijgt de vrijwilliger voor zijn prestatie (8 uren) 15 euro. Deze vrijwilliger kiest voor het behoud van zijn oude geldelijke voorwaarden. Betekent dat dan dat hij zijn uurloon behoudt, maar desalniettemin toch vergoed moet worden voor ieder uur van zijn aanwezigheid of mag de zone de forfait blijven toepassen? 137 Indien iemand kiest voor zijn oude geldelijk statuut, is het het geheel van bepalingen dat van toepassing blijft. In dit geval zal de betrokkene dus voor zijn wacht in de kazerne vergoed worden zoals bepaald in zijn oude geldelijk statuut (forfait). Bijlage 1 (Opper-) Adjudant Luitenant (uitdovend) Luitenant Kapitein Majoor Kolonel Q1 Bij de schaal O02 en O03 voor luitenant staat op trap 24 een lager bedrag staat dan op trap 23. Wat is het juiste bedrag? Het betreft een omwisseling tussen de 2 trappen. Dit zal rechtgezet worden in een erratum. Bijlage 2 - Prestaties vergoedingsschaal Q1 Moeten de bedragen van de prestatievergoedingschalen en de weddenschalen nog vermenigvuldigd worden met de index? De prestatievergoedingen voor de vrijwillige brandweerlieden en de weddeschalen zijn gekoppeld aan de spilindex 138, 01 (art 4 KB geldelijk statuut). De bedragen in de bijlagen 1 en 2 zijn niet-geïndexeerd dus moeten nog vermenigvuldigd worden met 1,6084.
138 FAQ statuut - Geldelijk statuut Bijlage 3 - Integratieregels in de nieuwe weddenschalen Q1 (1) Een sergeant met 10 jaar geldelijke anciënniteit 9 jaar gecumuleerde schaalanciënniteit in PB2, PB2bis en PB3 geniet in de huidige functionele loopbaan de weddenschaal PB4. Volgens bijlage 3 van het geldelijk statuut geniet dit personeelslid de weddenschaal MO-2. In MO-2 is in bijlage 1 echter geen bedrag voorzien voor de 10e weddentrap. Welke wedde geniet betrokkene op dat ogenblik? 138 De persoon moet ingeschaald worden in het lege vakje van M-O2, dat overeenstemt met zijn geldelijke anciënniteit. Vanaf dat moment begint zijn schaalanciënniteit in M-02 te lopen voor zijn bevordering in weddenschaal in het nieuwe geldelijk statuut (titel 4 Kb geldelijk statuut). Omwille hiervan is het van belang dat hij in de juiste weddenschaal ingeschaald wordt, en niet in de lagere M-01 of zijn oude. In afwachting dat hij in een vakje terechtkomt waar wel een bedrag instaat, en voor zover dat minstens gelijk is dan zijn huidige wedde, blijft hij zijn oude wedde behouden op basis van artikel 51. (2) Dit doet zich elke keer opnieuw voor bij de periodische sprongen van de baremische loopbaan. Hoe moet dit dan geregeld worden? Daar kan er beroep gedaan worden op artikel 11, die dezelfde garantie als artikel 51 bevat ingeval van bevordering in weddenschaal.
139 FAQ statuut - Arbeidstijd ARBEIDSTIJD Oproepbaarheidsdienst Q1 Is een beroepslid van de brandweer oproepbaar in oproepbaarheidsdienst of is dit enkel van toepassing op vrijwilligers? Als dit ook van toepassing is op beroepspersoneel, hoe lang kan men dan iemand in oproepbaarheidsdienst plaatsen? (Deze vraag is essentieel om de regeling van officier van dienst verder te kunnen uitwerken binnen de zone.) 139 Zowel beroepsleden als vrijwilligers kunnen oproepbaar zijn in het kader van een oproepbaarheidsdienst. In de nieuwe wet over de arbeidstijd van het operationeel beroepspersoneel is de oproepbaarheidsdienst immers gedefinieerd. - zie art. 3, 7 oproepbaarheidsdienst : een periode waarin de werknemer, zonder in de kazerne te moeten zijn, zich beschikbaar verklaart om gevolg te geven aan een oproep voor een interventie. Enkel de periode van de interventie wordt als arbeidstijd aangerekend ) In art. 6, 2, van dezelfde wet is bepaald dat de zonecommandant de wachtdiensten in de kazerne en de oproepbaarheidsdiensten verdeelt. Oproepbaarheidsdienst is geen arbeidstijd en is nergens wettelijk gelimiteerd. Ook als men tijdens die oproepbaarheidsdienst beperkt wordt in zijn vrijheid om gevolg te moeten kunnen geven aan een oproep betekent dit niet dat dit om arbeidstijd gaat. Artikel 27 van het KB van 19/04/2014 (geldelijk statuut) stelt dat de operationaliteitspremie de oproepbaarheidsdiensten van de beroepsofficieren dekt. Ook art. 19 van het KB van 19/04/2014 (administratief statuut) verwijst naar deze oproepbaarheidsdienst. Q2 Gaat bij een oproepbaarheidsdienst het initiatief uit van de werknemer die zich beschikbaar verklaart? Kan hij zich dus ook onbeschikbaar stellen? Het blijft in de eerste plaats de bedoeling om de dienst zo te organiseren dat oproepbaarheidsdiensten voor beroepspersoneel beperkt blijven. Ik neem aan dat uw vragen vooral betrekking hebben op het organiseren van een wacht voor officieren. Over de oproepbaarheidsdienst kunnen afspraken vastgelegd worden in een reglement. In overleg met de hiërarchie wordt dan bepaald hoe die afspraken concreet ingevuld worden. Dit moet op een zelfde manier gebeuren als voor de vrijwilligers. Zie de uitleg bij art. 177 in het Verslag aan de Koning. Q3 Wat als iemand zich niet beschikbaar kan verklaren binnen een oproepbaarheidsdienst omdat hij te ver van de kazerne woont?
140 FAQ statuut - Arbeidstijd Er is inderdaad geen woonplaatsverplichting voor beroepspersoneel. Aangezien gewerkt zal worden in een netwerk van posten, kan er ook aan gedacht worden om te werken met pools of back-ups van officieren van verschillende posten. Het behoort tot het takkenpakket van een officier om wachten te garanderen. Dat geldt ook voor een officier die heel ver buiten de zone woont. Q4 Is het mogelijk om een vergoeding te voorzien voor de oproepbaarheidsdienst van de beroepsofficieren? 140 Nee, de oproepbaarheidsdienst van de officieren wordt gedekt door de operationaliteitspremie, zoals ook voorzien door artikel 27 van het geldelijk statuut. Het betreft een forfaitair bedrag, maar de zones kunnen een objectief systeem invoeren dat bijvoorbeeld per graad het aantal oproepbaarheidsdiensten voor een bepaalde periode bepaalt dat uitgevoerd dient te worden door de officieren. Q5 Na de integratie van de brandweerdiensten in de hulpverleningszones verdwijnen de verplichtingen inzake domicilie en beschikbaarheid voor de beroepsofficieren. Wil dit zeggen dat de beroepsofficieren geen wachtdiensten thuis meer moeten presteren? De opheffing van deze verplichtingen impliceert niet dat de beroepsofficieren niet meer oproepbaar kunnen zijn. De oproepbaarheidsdienst is voorzien in de wet van 19 april 2014 tot vaststelling van bepaalde aspecten van de arbeidstijd van de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones en van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp en tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid (art. 3, 7 ), maar ook in het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone (artikel 19), alsook, specifiek voor officieren, in artikel 27 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones. Voornoemde wet van 19 april 2014 voorziet dat de zonecommandant beslist over de verdeling van de wachtdiensten in de kazerne en van de oproepbaarheidsdiensten en dat de werknemer die niet beschikbaar kan zijn zo snel mogelijk aan de commandant, met motivering, een aanpassing van het dienstrooster moet vragen. Hieruit volgt dat, als een officier zou weigeren om een oproepbaarheidsdienst te presteren, hij in feite zou weigeren om te werken en dus zijn werk niet zou doen. Een dergelijke houding zou het voorwerp kunnen uitmaken van een tuchtprocedure. Omdat het werk niet gedaan wordt, zou de zoneraad ook kunnen beslissen om de operationaliteitspremie te verminderen van de officier die de oproepbaarheidsdiensten weigert te presteren. Deze premie dekt conform artikel 27 van het koninklijk besluit van 19
141 FAQ statuut - Arbeidstijd april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones, de oproepbaarheidsdienst voor de officieren. Q6 Kan de zoneraad aan de beroepsofficieren een maximale aankomsttijd opleggen tijdens de oproepbaarheidsdiensten? [Wat als een officier te ver van de zone woont en niet binnen de toegestane tijd kan aankomen?] Ja, de maximale aankomsttijd moet voorzien worden in het arbeidsreglement van de zone. 141 In de veronderstelling waarin de zoneraad aan de beroepsofficieren tijdens de oproepbaarheidsdiensten een maximale aankomsttijd oplegt, moeten de officieren een oplossing vinden om de kazerne binnen de toegestane tijd te bereiken. In het verleden bijvoorbeeld, zorgden sommige officieren die tamelijk ver van de kazerne woonden ervoor dat zij een verblijfplaats hadden vlakbij de kazerne. Indien de verblijfplaats van een brandweerman het hem niet mogelijk maakt om binnen de toegestane tijd naar de kazerne terug te keren, moet hij een praktische oplossing vinden, eventueel in overleg met de zone. De zone kan beslissen om te helpen zoeken naar een oplossing, maar zij is daartoe geenszins verplicht. Q7 De woonplaatsverplichting voor beroepspersoneel is niet meer van toepassing. Kan het personeelslid dan toch verplicht worden om zich beschikbaar te stellen of is dat enkel van toepassing voor bepaalde graden? En kan het personeelslid, die ver van de kazerne woont, kiezen voor opt-out? Zo ja, dient de werkgever dan verplicht te worden om hem onderdak aan te bieden? Van officieren worden oproepbaarheidsdiensten verwacht. Zij kunnen hiertoe verplicht worden. Voor niet-officieren geldt dit niet, tenzij ze zelf gekozen hebben voor oproepbaarheidsdiensten in het kader van een opt-out. De praktische modaliteiten van de optout kunnen worden geregeld in de individuele overeenkomst. Als men in het kader van de opt-out in de kazerne verblijft, wordt dit niet beschouwd als oproepbaarheidsdienst, maar als wachtdienst in de kazerne en dus arbeidstijd. Het is slechts mogelijk om dit maximaal 10u/week te doen. Oproepbaarheidsdienst daarentegen, is geen arbeidstijd, enkel de effectieve prestaties worden dan als arbeidstijd geteld. Dit betekent niet dat niet-officieren die niet kiezen voor een opt-out, nooit opgeroepen kunnen worden. Bij een grote dringende interventie kunnen ze wel opgeroepen worden, hoewel ze zich niet beschikbaar moesten houden. De gepresteerde uren in zo n geval kunnen dan gerecupereerd worden binnen de referentieperiode van 4 maanden. Q8 Kan/mag een adjudant nog optreden als Officier van Wacht, rekening houdend met de nieuwe structuur bij de officieren, de nieuwe functieomschrijvingen, de verantwoordelijkheden die een officier van wacht heeft wanneer er slachtoffers bij een
142 FAQ statuut - Arbeidstijd incident te betreuren vallen (zowel burgers als eigen personeel)? Of is er een bepaalde minimumgraad die een Officier van Wacht moet hebben, of bepaalde vaardigheden/brevetten? In de reglementering is er niet stikt bepaald over hoe een wachtsysteem moet worden opgebouwd en wie daarin kan/mag meedraaien. Het kadert wel binnen de regeling van de oproepbaarheidsdiensten in het arbeidsreglement voor de beroeps (art. 6, 2, wet 19/04/2014) of in het huishoudelijk reglement voor de vrijwilligers (art. 177 KB 19/04/2014). Het komt dus aan de zoneleiding toe om op basis van de risicoanalyse en de operationele noden te bepalen wie er opgenomen zou moeten worden in een wachtsysteem. Uiteraard moet hierbij rekening gehouden worden met hetgeen past in de functiebeschrijving van ieder personeelslid en in geval van niet-officieren de eventuele keuze voor een opt-out of niet. 142 Opt-out Q1 Beroeps : kiezen om niet voor opt-out te gaan kan de organisatie ernstig in het gedrang brengen, het betekent immers dat een beroeps na zijn 38 uur niets meer doet voor de brandweer. In grote korpsen is dit misschien wel mogelijk, maar in middelmatige organisaties wordt het heel moeilijk indien men zijn manschappen niet extra kan oproepen of speciale oefeningen of opleidingen kan laten volgen omdat deze niet in de normale werkuren zitten. Kan je opt-out opleggen in kader van de beschikbaarheid, en op basis van de werking van de organisatie? De instemming van de werknemer is fundamenteel om van een opt-out te kunnen spreken. Een werknemer kan dus nooit verplicht worden om een opt-out aan te gaan om stelselmatig meer uren dan voorzien in het uurrooster te werken. Q2 Hoe worden de opt out-uren betaald? Kan men in een zonevergoeding voorzien om de opt out op sommige momenten (zon- en feestdagen) aantrekkelijk te maken? Artikel 7 2 van de wet van 19 april 2014 betreffende de arbeidstijd van de beroepsbrandweerlieden bepaalt dat de bijkomende arbeidstijd (opt out) het voorwerp is van een aanvullende vergoeding die gelijkwaardig is aan het basisloon in functie van de gepresteerde uren. Artikel 25 van de bezoldigingsregeling bepaalt dat het beroepspersoneelslid een premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties geniet voor elke daadwerkelijk gepresteerde periode. Het is derhalve evident dat deze bijkomende uren betaald worden zoals de andere werkuren: loon en premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties. Het is niet mogelijk te voorzien in een extra zonepremie voor de uitoefening van deze bijkomende uren op een zon- of feestdag, want het feit dat de brandweerlieden buiten de kantooruren werken, wordt reeds vergoed door de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties. Het is niet mogelijk te voorzien in twee verschillende premies om
143 FAQ statuut - Arbeidstijd hetzelfde te vergoeden. Indien de dienstverantwoordelijke moeilijkheden heeft om op een zon- of feestdag kandidaten te krijgen, weerhoudt niets hem ervan de arbeidsregeling van zijn personeel aan te passen, opdat deze dagen zouden worden opgenomen in de uurregeling van dit personeel. Q3 Stel dat men kiest voor het nieuwe geldelijke statuut en in een 38urensysteem + 10u opt-out werkt. Hoe worden de opt-out-uren dan vergoed? Tellen ze mee voor de operationaliteitspremie? Kunnen er nog overuren gepresteerd worden in dergelijk systeem? 143 De uren opt-out worden uitbetaald volgens het uurloon (zie art. 7, 2, wet 19/04/2014). Ze tellen ook mee voor de operationaliteitspremie (zie art. 25 KB 19/04/2014 geldelijk statuut een premie voor elke daadwerkelijke gepresteerde periode ). De wekelijkse arbeidstijd van 38u is een gemiddelde over 4 maanden, maar de uren opt-out meoten per week berekend worden gezien het feit dat het om een maximum per week gaat.. Als er meer uren gepresteerd werden dan het voorziene totaal voor de brandweerman (dit is 38u/week + het aantal uren opt-out volgens het individueel akkoord), dan gaat het over overuren die moeten worden gecompenseerd met inhaalrust. Q4 Kan de vergoeding voor opt-out-uren voor beroeps per gepresteerde minuut betaald worden? Ja, de opt-out uren voor beroeps worden vergoed per minuut. In de praktijk ziet men soms, dat in sommige gevallen beroepspersoneelsleden na het voltooien van hun shift heropgeroepen worden in het kader van een opt out regeling, en in uitzonderlijke gevallen toch niet kunnen worden ingezet voor de interventie, doordat hun collega s bijvoorbeeld sneller in de kazerne waren. Ook kan het voorvallen dat zij ingezet worden bij een interventie die kort van duur is, bijvoorbeeld een half uur of een uur. Om te voorkomen dat deze brandweerlieden worden ontmoedigd om zich oproepbaar te stellen, kan eventueel door de zoneraad een beslissing worden getroffen waarbij men de volgende regeling aanvaardt. Indien het zou voorvallen dat, bij het oproepen van beroepspersoneel in opt out, dit personeel niet wordt ingezet bij de interventie, of bij een interventie die minder lang duurt dan een half uur /een uur, wordt ervoor gezorgd dat dit personeel toch een volledig half uur / uur tewerk wordt gesteld in de kazerne, en dus dienovereenkomstig wordt betaald. Q5 Hoe verloopt de arbeidstijdregeling in die situatie (interpretatie Q2 FAQ statuut-arbeidstijd varia) In een 38-urenregeling kan een voltijds personeelslid nog 10 u extra presteren en een deeltijds personeelslid zoveel uren als er nog rest tussen de deeltijdse werkbreuk en 48u, met een max. van 24 u/week. Dus oproepen tijdens de kantooruren tellen niet in de extra 10u (bij voltijds personeelslid)?
144 FAQ statuut - Arbeidstijd Administratief personeel van de zone kan het werk verlaten om als vrijwilliger op te treden. Op dat moment moeten zij betaald worden als vrijwilliger overeenkomstig het KB 19/04/2014 (geldelijk statuut) en telt het aantal uren mee voor de berekening van de 10 uren (of meer indien geen voltijdse administratieve functie) als vrijwilliger. De fiscale vrijstelling is dan ook van toepassing op die 10 uren. Of deze uren moeten worden ingehaald en/of doorbetaald, wordt zoals bij andere vrijwilligers 144 geregeld door de hoofdwerkgever. In dit geval bepaalt de zone dus zelf het administratief en geldelijk statuut voor dit personeel, met inbegrip van de bepalingen over de vergoeding en compensatie van de uren dat men optreedt als vrijwilliger. (Pas op bij een copy-paste uit de RPR, want hier geldt een dienstvrijstelling, waardoor men vergoed wordt als vrijwilliger + als administratief personeel wordt doorbetaald, zonder dat de uren moeten worden ingehaald nadien.) Zoals gesteld in de FAQ mag dergelijke regeling niet tot doel hebben het statuut van beroepsbrandweerman uit te hollen. Q6 Als pas na 4 maanden berekend kan worden welke uren in opt-out vallen en welke niet, werk je in dat geval toch met overdracht van opt-out-uren over de week heen? Kan opt-out dan maar om de 4 maanden betaald worden en slechts om de 4 maanden vastgesteld worden welke overuren gerecupereerd moeten worden? Bijv. opt out voor 10u/week, arbeidsduur van 38u/week (voorbeeld voor de gemakkelijkheid over 4 weken i.p.v. 4 maanden, maar logica is dezelfde) Week 1: 40 u gepland en 50 gewerkt Week 2: 36 u gepland en gewerkt Week 3: 36u gepland en 50 gewerkt Week 4: 40 u gepland en gewerkt Totaal gewerkt: 176 u i.p.v. 152 = 24 u teveel Wat is correct: 20 u opt out betalen en 4 u in recup overuren 24 u opt out en geen overuren Volgens art. 6, 2, van de wet van 19 april 2014 moet de verdeling van wachtdiensten en oproepbaarheidsdiensten 3 maanden op voorhand vastgelegd worden. De geplande shiften liggen dus lang op voorhand vast. Iemand die niet gekozen heeft voor de opt-out, zal ieder uur dat hij buiten de geplande shiften presteert, compenseren met inhaalrust binnen de referentieperiode van 4 maanden. Iemand die gekozen heeft voor de opt-out d.m.v. oproepbaarheidsdienst, zal ieder uur dat hij buiten de geplande shiften presteert, presteren in het kader van zijn opt-out, met een maximum van 10u per week (of een lager aantal indien zo bepaald in de overeenkomst). Ieder uur dat hij daarboven nog presteert zal hij compenseren met inhaalrust binnen de
145 FAQ statuut - Arbeidstijd referentieperiode van 4 maanden. (In het voorbeeld presteert hij 10u opt-out in week 1 en 10u opt-out in week 3 + 4u te compenseren.) Iemand die gekozen heeft voor de opt-out d.m.v. ingeplande wachtdiensten, zal de uren presteren volgens zijn rooster en zijn overeenkomst. Dit kan maximaal gemiddeld 38u + iedere week 10u zijn. Ieder uur dat hij daarboven nog presteert zal hij compenseren met inhaalrust binnen de referentieperiode van 4 maanden. 145 In alle gevallen moet de maximale grens van 60u/week (zie art. 5, 2, Wet 19/04/2014) gerespecteerd worden. Iemand die volgens zijn rooster al 52u ingepland is voor een bepaalde week en een opt-outovereenkomst gesloten heeft voor 10u oproepbaarheidsdienst, zal in die week toch slechts 8u kunnen presteren in het kader van de opt-out. Zie ook de antwoorden op volgende vragen in deze FAQ: Q3 hierboven in het onderdeel Optout en Q3 hierna in het onderdeel Meer dan 38u arbeidstijd Q7 Als iemand tekent voor opt-out hier als beroeps en is vrijwilliger in een ander korps, kunnen die 10 opt-outuren voor de vrijwilligers dan ingepland worden in een schema om bvb met de ziekenwagen te rijden in een beurtsysteem in het weekend te samen met andere vrijwilligers? De opt-out bestaat alleen voor de beroeps. Iemand kan naast zijn 38u als beroeps nog 10 optouturen presteren (als beroeps), maar dit kan in een andere post zijn (b.v. de post waar hij vroeger vrijwilliger was). Die opt-outuren kunnen gepresteerd worden tijdens wachten in de kazerne (ingeroosterd) of kunnen gepresteerd worden tijdens interventies waarbij men van thuis wordt opgeroepen (oproepbaarheidsdienst). Iemand kan ook tijdens zijn opt-out een ziekenwagendienst verzorgen met een vrijwilliger als collega. Q8 (a) Wat als in een korps zowel beroeps als vrijwilligers zijn kan die beroeps dan ook nog 10 opt-outuren bij doen als vrijwilliger in datzelfde korps? De opt-out bestaat alleen voor de beroeps. In een gemengde zone, kan een beroeps opt-out presteren in deze zone. Dat kan echter enkel in de hoedanigheid van beroeps, aangezien men de hoedanigheid van beroeps en vrijwilliger binnen de zone niet kan cumuleren en aangezien de opt-out uren alleen kunnen gepresteerd worden in de hoedanigheid van beroeps. (b) Kunnen die uren als vrijwilliger in gepland worden (zelfde korps)? Maw kunnen opt-uren gepland worden in een rooster, want zo maak je beroepsuren bij, zonder een 48 uur regeling te hebben? Ja, opt-outuren kunnen ingepland worden in dezelfde post. Iemand kan zo tot 48u per week werken.
146 FAQ statuut - Arbeidstijd Q9 Kan een administratief/technisch medewerker dat op het kader staat van de brandweer nog optreden als vrijwilliger en 24 uur extra doen, of zijn dit dan 10 extra opt uren. Opt-out bestaat toch niet voor technisch administratief personeel in brandweerkader? Er is inderdaad geen opt-out voor adm technisch personeel. Wat betreft de cumul met vrijwillig brandweerman, verwijs ik u naar vraag Q2 hierna in het onderdeel Varia van deze FAQ 146 Q10 Kunnen de majoor en de kolonel genieten van de opt-out? Om uw vraag te kunnen beantwoorden, moet verwezen worden naar artikel 4 van de wet van 19/04/2014 (Wet tot vaststelling van bepaalde aspecten van de arbeidstijd van de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones en van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp en tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid) en artikel 7 van dezelfde wet dat de opt-out voorziet. "Art. 4. De artikelen 5, 7 en 8 zijn niet van toepassing op de werknemers die een leidinggevende functie uitoefenen en die een autonome beslissingsbevoegdheid hebben over hun volledige arbeidstijd." In de memorie van toelichting is het volgende bepaald: "Artikel 4 sluit de personen die een leidende functie uitoefenen uit van het toepassingsgebied van enkele bepalingen van de wet. Het betreft dus de werknemers die in artikel 17, 1, a) van de Europese richtlijn 2003/88/ EG onder de term leidinggevend personeel bedoeld worden, zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof van Justitie in de zaak C-484/04 (Commissie tegen Verenigd Koninkrijk). Deze werknemers hebben werkelijke autonomie over het volledige aantal arbeidsuren en de organisatie ervan. Voor hen kan afgeweken worden van de bepalingen inzake arbeidsduur met naleving van de algemene beginselen van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid. De werknemers die een leidinggevende functie uitoefenen vallen wel onder het toepassingsgebied van de wet welzijn op het werk." De toepassing van art. 4 is dus niet gelinkt aan een bepaalde graad. Om te bepalen of iemand voldoet aan de definitie, moet men geval per geval bekijken. In theorie kan een kolonel of een majoor uitgesloten zijn van het toepassingsveld van art. 4 naargelang het geval en kan deze dus onder het toepassingsveld van art. 7 vallen (opt-out). Q11 Zouden de volgende mogelijkheden om de opt-out uren te vergoeden mogelijk zijn? Bijvoorbeeld: 1. minimum 2 uur en elk begonnen uur is een uur. 2. een vaste premie zonder toepassing van de operationaliteitspremie en minimum 1 uur en elke begonnen uur is een uur De door u voorgestelde manieren om de opt-outuren te vergoeden zijn niet mogelijk.
147 FAQ statuut - Arbeidstijd De uren opt-out worden uitbetaald volgens het uurloon (zie art. 7, 2, wet 19/04/2014). Ze tellen ook mee voor de operationaliteitspremie (zie art. 25 KB 19/04/2014 geldelijk statuut een premie voor elke daadwerkelijke gepresteerde periode ). De automatische afronding van interventies van minder dan één uur naar één uur voor de prestaties in het kader van de opt-out is dus niet mogelijk. De memorie van toelichting bij art. 7 2 van de wet verduidelijkt dat de vergoeding gelijk is aan de normale verloning 147 verschuldigd voor de prestaties geleverd in het kader van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur. Een uur is dus betaald als 1/1850ste van de weddeschaal van de werknemer in een 38-urenregime. Q12 Omvat de vergoeding voor de opt-out enkel het basisloon of ook de haard- en standplaatstoelage? Artikel 7, 2 van de wet van arbeidstijd operationeel beroepspersoneel zones stelt het volgende: 2. Deze bijkomende arbeidstijd is het voorwerp van een aanvullende vergoeding die gelijkwaardig is aan het basisloon in functie van de gepresteerde uren. De memorie van toelichting zegt het volgende over deze paragraaf 2: De paragraaf 2 bepaalt dat deze bijkomende arbeidsuren het voorwerp moeten zijn van een vergoeding. ( ) De vergoeding verschuldigd voor de prestaties geleverd in het kader van de bijkomende arbeidstijd is gelijk aan de normale verloning verschuldigd voor de prestaties geleverd in het kader van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur. Een uur is dus betaald als 1/1850ste van de weddeschaal van de werknemer in een 38-urenregime. Deze wet heeft niet tot doel de nadere regelen inzake de vaststelling van het basisloon te wijzigen. Op basis van artikel 7, 2 van de wet, de uitleg terzake in de memorie van toelichting en artikel 7, eerste lid en artikel 8, vijfde lid van het KB geldelijk statuut moet geconcludeerd worden dat het basisloon zoals o.m. bedoeld in artikel 7, 2 van de wet van niet de haard- en standplaatstoelage omvat. Het basisloon per uur is 1/1850e van de jaarwedde, m.n. 1/1850e van de weddenschaal in een 38-urenregime. Q13 Als iemand voor zijn oud geldelijk statuut heeft gekozen, hoe wordt de opt-out dan geregeld (aangezien zij geen operationaliteitspremie hebben, maar wel vergoeding onregelmatige prestaties!)? Het oude geldelijk statuut moet toegepast worden, dwz premie voor onregelmatige prestaties tijdens opt-out wordt uitbetaald indien men tijdens de opt-out voldoet aan de toekenningsvoorwaarden ervan (nl. werk op zaterdag, zondag/feestdag of nacht). Men heeft
148 FAQ statuut - Arbeidstijd maw niet d office recht op uitbetaling van onregelmatige prestaties, dat is immers niet zo geregeld in het oude geldelijk statuut. Q14 Kan men maaltijdcheques ontvangen voor bijkomende werkuren in het kader van een optout? De algemene regel stelt dat het aantal toegekende maaltijdcheques gelijk moet zijn aan het aantal dagen waarop de werknemer normale werkelijke arbeid, meerprestaties zonder inhaalrust (= overuren betaald in geld), meerprestaties mits inhaalrust en andere meerprestaties mits inhaalrust (o.a. overuren die gepresteerd worden tussen de normale dagelijkse grens van de arbeidsduur 7u36 en de 9 uur) verricht. Tot vaststelling van het aantal arbeidsdagen kunnen 2 verschillende berekeningswijzen gehanteerd worden. 148 In de standaardregeling geeft elke dag waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties levert, recht op een maaltijdcheque, ongeacht het aantal uren dat hij op deze dag presteert. Het is inderdaad zo dat ze geen bijkomende maaltijdcheque krijgen indien ze hun opt out uren verspreiden over verschillende dagen. In de pro-rata regeling wordt het aantal toe te kennen maaltijdcheques echter berekend op basis van het aantal arbeidsuren. Strikt genomen mogen enkel de besturen waarin gelijktijdig, hetzij voor prestaties van voltijdse werknemers, hetzij voor prestaties van deeltijdse werknemers, hetzij voor beide, verschillende arbeidsregelingen van toepassing zijn en die inzake meerprestaties verplicht zijn om artikel 26bis van de arbeidswet van toe te passen, de pro-rata regeling gebruiken. In de praktijk aanvaardt de RSZPPO (nu DIBISS) dat alle provinciale en plaatselijke besturen de prorata regeling kunnen toepassen. In deze pro-rata regeling geven de overuren, in casu de opt-out uren, steeds aanleiding tot de toekenning van extra maaltijdcheques: benevens voor overuren geleverd op dagen andere dan deze waarop de werknemer reeds normale werkelijke arbeid verricht, worden in de prorata regeling ook maaltijdcheques toegekend voor overuren (opt-out uren)die geleverd worden op dagen waarop de werknemer reeds normale werkelijke arbeid verricht. Indien deze overuren gecompenseerd worden, kunnen voor deze compensatiedagen maaltijdcheques worden toegekend (maar dan niet meer voor de overuren welke gecompenseerd worden). Het is wel zo dat er rekening moet gehouden worden met een maximaal aantal maaltijdcheques van 65 per kwartaal. Meer dan 38u arbeidstijd
149 FAQ statuut - Arbeidstijd Q1 Wij behoren tot één van de zones i.v.m. de uitzondering van de arbeidstijd. Hoe is de verloning geregeld betreffende de uren tussen 38 en 48 uur? (Vast werkregime, niet opt-out) Worden deze uren ook aan 1/1850 ste betaald, of is er hier een andere regel van toepassing? In de wet van 19 april 2014 en de bijhorende memorie van toelichting is duidelijk gesteld dat er onderhandeld of overlegd moet worden met de vakbonden in die zones waar afgeweken wordt van het 38u-systeem. Zowel de gemiddelde arbeidstijd per week als de vergoeding maken deel uit van het syndicaal overleg/onderhandeling. In de wet wordt nergens een minimum of maximum vermeld. 149 Zie de memorie van toelichting bij art. 5: Enkel in die zones kan met de vakbonden onderhandeld of overlegd worden over enerzijds een arbeidsregime van meer dan 38 uren gemiddeld, maar niet meer dan 48 uren gemiddeld en anderzijds over de vergoeding ervan. Dit is de gewone toepassing van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Het vertrekpunt van de onderhandelingen over de vergoeding van de bijkomende uren zal het geldelijk statuut zijn. De weddeschalen die hierin zijn uitgewerkt zijn op basis van een 38- urenregime. Er moet dus onderhandeld worden over de vergoeding aangezien er niet werd voor geopteerd om aparte weddeschalen uit te werken voor alle mogelijke regimes tussen 38u en 48u. Q2 Kan een zone kiezen voor 2 systemen van arbeidstijd binnen de zone bvb een deel in 48 uren en een deel in 38. Wat dan bij mutatie van iemand die nu in 38 staat en naar een 48 uur wil. Wordt dit nog toegelaten? Ja, een zone kan verschillende arbeidsregimes hebben. Een arbeidsregime van meer dan 38u/week gemiddeld is enkel mogelijk in de 7 zones die voldoen aan de voorwaarden vermeld in de wet van 19/04/2014 arbeidstijd operationeel personeel (m.n. Vlaams Brabant Oost, Vlaams Brabant West, Antwerpen Rivierenland, Limburg Oost, West Vlaanderen Fluvia, West Vlaanderen Midwest en Namen NAGE). Het betreft een overgangsregeling die door de zones binnen de termijn bepaald in de wet moet geregulariseerd worden. De overgangsregeling geldt voor de zone, voor zowel hun reeds in dienst zijnde personeel als voor het nieuw aangeworven personeel. Dus als iemand in een andere post terechtkomt, waar een ander arbeidsregime van toepassing is, zal de betrokkene onder dit nieuwe arbeidsregime vallen. Q3 Hoe moet "de bijkomende vergoeding" geïnterpreteerd worden? Uiteraard moet voor elk effectief gepresteerd uur de operationaliteistpremie betaald worden, maar : kan deze operationaliteitspremie de minimale "bijkomende vergoeding" zijn of is de bijkomende vergoeding minimaal het basisuurloon (1/1850e) voor elk uur boven de 38 uur gemiddeld + de operationaliteitspremie (dit zou dan betekenen dat de bijkomende
150 FAQ statuut - Arbeidstijd vergoeding een vergoeding is bovenop het extra basisuurloon + operationaliteitspremie). Mag de bijkomende vergoeding, buiten de operationaliteitspremie, berekend worden op basis van de effectief gepresteerde uren of moet dit bijgeteld worden bij het basisloon (bv. in een 42 urenweek : dient het basis jaarloon verhoogd te worden met 52 x 4 uur, ongeacht het verlofstelsel en eventuele ziektedagen,...) of mag er berekend worden op basis van het effectief aantal gepresteerde uren t.o.v. een 38 urenweek met hetzelfde verlofstelsel? In de wet van 19 april 2014 wordt nergens een minimum of maximum van de bijkomende 150 vergoeding vermeld. Het is de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever geweest om geen aparte weddeschalen uit te werken voor alle mogelijke regimes tussen 38u en 48u, maar om het bedrag van deze vergoeding in onderhandeling met de vakorganisaties te bepalen. Zie de memorie van toelichting bij art. 5: Enkel in die zones kan met de vakbonden onderhandeld of overlegd worden over enerzijds een arbeidsregime van meer dan 38 uren gemiddeld, maar niet meer dan 48 uren gemiddeld en anderzijds over de vergoeding ervan. Dit is de gewone toepassing van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Het vertrekpunt van de onderhandelingen over de vergoeding van de bijkomende uren zal het geldelijk statuut zijn. De weddeschalen die hierin zijn uitgewerkt zijn op basis van een 38- urenregime. De wet sluit ook niet uit dat er b.v. 42u wordt gewerkt aan het maandloon dat voorzien is voor een 38 urenregime. De bijkomende vergoeding is dan dus gelijk aan nul. Uiteraard zal de operationaliteitspremie wel altijd uitbetaald moeten worden per effectief gepresteerd uur. Als overeengekomen wordt om een bijkomende vergoeding toe te kennen, dan mag deze berekend worden op basis van de effectief gepresteerde uren of mag deze ook bijgeteld worden bij het basisloon. Dit maakt deel uit van de onderhandelingen. Q4 Wat moet er concreet gebeuren indien er geen akkoord kan bereikt worden met de syndicale organisaties over de arbeidstijd boven de 38u per week en de bijkomende vergoeding ervan? Aangezien de materie van sociale bemiddeling tot de bevoegdheid van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg behoort, kunt u best rechtstreeks contact opnemen met de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, Ernest Blérotstraat 1, 1070 Brussel (Tel. : ; Fax : ; [email protected] (Nl) of [email protected] (Fr)). Q5 Wie kan/moet de aanvraag tot tussenkomst van een sociaal bemiddelaar doen? Is dat de vakorganisatie of de zone of een mogelijkheid voor allebei?
151 FAQ statuut - Arbeidstijd Beiden kunnen dit doen. In de standaardprocedure is voorzien dat de meest gerede partij een aanvraag indient. Eens de aanvraag gedaan is, is het dan de bemiddelaar die de bereidheid bij de andere partijen zal nagaan. Het is ook al gebeurd dat er een gezamenlijke aanvraag komt, bv. van de overheid maar na dit zo afgesproken te hebben met de vakbonden. Voor een vollediger beeld kan verwezen worden naar volgende bijlagen: een protocol afgesloten op het comité A dat de bemiddelingsprocedure vastlegt, en waarin dus ook bepaald werd wie de aanvraag kan doen, en op welke manier dit dient te gebeuren; een presentatie met wat meer algemene uitleg over wat bemiddeling is (en wat niet). 151 Bij beide geldt wel het voorbehoud dat dit de algemene procedure betreft. De situatie bij de zones kan op sommige punten toch wel wat afwijkend zijn, aangezien in de wet van 19/04/2014 expliciet verwezen wordt naar de bemiddeling als etappe. Q6 Indien men voor 38u + 10u opt-out kiest, kan men max. 10u extra per week werken. Is er voor iemand die voor 38u kiest een maximum opgelegd inzake te presteren overuren? Het absolute maximum van 60u/week geldt wel (art. 5 wet 19/04/2014). Het gemiddelde van 38u/week over een referentieperiode van 4 maanden is te berekenen met de overuren inclusief. Overuren moeten altijd gecompenseerd worden met inhaalrust. Q7 Als men beroepsbrandweerman is in een zone en men naast de vaste shiften ingezet wil worden binnen het voormalig vrijwilligerskorps impliceert dit dat men automatisch moet kiezen voor 38u + 10u opt-out? Of kan dit ook binnen een gewone 38u-regeling (wat zou impliceren dat men het overwerk dat men doet in het vrijwilligerskorps dient te recupereren in zijn vaste shiften als beroeps)? Niemand kan verplicht worden om te kiezen voor een opt-out. Dit is de individuele keuze van de werknemer. Een brandweerman die beroepslid is in een 38u- systeem en in de toekomst verbonden wil blijven met zijn vroegere collega-vrijwilligers kan inderdaad kiezen voor een opt-out van maximaal 10u. Deze uren presteert hij dan als beroeps, maar dit kan wel in een andere post (in dit geval zijn oude vrijwilligerskorps). Indien men in een 38u-systeem werkt, zonder opt-out, kan men ook bepaalde prestaties in andere posten uitvoeren. Wanneer deze prestaties b.v. interventies zijn op oproep buiten zijn gewone arbeidsrooster, dan zouden die uren inderdaad moeten gecompenseerd worden binnen zijn arbeidsrooster. Hij treedt dus in alle gevallen op als beroeps. Varia Q1 Kan een 24-uurs shift eigenlijk nog blijven voortbestaan? In de memorie van toelichting wordt gesteld dat enkel in uitzonderlijke situaties de maximale dagelijkse of wekelijkse
152 FAQ statuut - Arbeidstijd arbeidsduur mag overschreden worden. Daarbij wordt gesteld dat een schouwbrand eigenlijk valt onder een gebruikelijke activiteit van een hulpdienst en dus geen uitzonderlijke situatie is die toelaat om af te wijken van de dagelijkse of wekelijkse arbeidsduur. Hoe kan dit nu effectief geïnterpreteerd worden? Shiften van 24u zijn zeker nog mogelijk in het kader van de nieuwe wet over de arbeidstijd. Art. 5, 3 stelt duidelijk dat men tot 24u kan werken. (Uit art. 5, 4 kan ook afgeleid worden dat interventies van 24u perfect mogelijk zijn.) 152 Het voorbeeld in de memorie van toelichting was vooral bedoeld voor de overschrijdingen van de wekelijkse arbeidsduur. Het kan niet zijn dat iemand meer dan 60u per week werkt omwille van gebruikelijke activiteiten. Om meer dan 60u per week te werken moet er effectief al een grootschalige interventie geweest zijn. Het gaat ook in tegen de redelijkheid om te interpreteren dat iemand na 23,5 u shift niet meer zou mogen uitrukken voor een dringende oproep voor een ambulance of een schouwbrand, omdat hij dan meer dan 24u zou werken. Men kan ook niet in het midden van een interventie stoppen omdat zijn shift er zou opzitten. Na het afwerken van de laatste interventie moet er dan wel compensatie zijn binnen de 14 dagen. Bovendien moeten deze bepalingen ook samen gelezen worden met artikel 19 en 20 van het administratief statuut (bijzondere plichten bij interventies) waarin staat dat beroepspersoneelsleden kunnen verplicht worden om tijdens interventies de duur van hun prestaties te verlengen. Q2 (a) Is het mogelijk om de functie van administratief personeelslid van de zone te cumuleren met een functie als vrijwilliger binnen dezelfde zone? In het KB van 19/04/2014 (administratief statuut voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones) staat er geen onverenigbaarheid tussen administratief personeelslid van de zone en vrijwillig personeelslid van de zone. Het administratief statuut van het administratief personeel zal door de zone opgesteld worden. De zone zal dus zelf kunnen bepalen of zij een dergelijke onverenigbaarheid al dan niet opneemt. De volgende principes zijn van toepassing: Voor het administratief personeel blijft de wet van 14/12/2000 (arbeidstijd van het overheidspersoneel) van toepassing. Een opt-out, zoals die wordt ingevoerd voor het operationeel beroepspersoneel (door de wet van 19/04/2014), is niet mogelijk voor hen. Gelet op het feit dat een beroepslid de mogelijkheid heeft om bij dezelfde werkgever een optout van max. 10u uit te voeren bovenop zijn gemiddelde wekelijkse arbeid van 38u en gelet op
153 FAQ statuut - Arbeidstijd het feit dat een brandweervrijwilliger max. 24u (over een referentieperiode van één jaar) kan presteren naast zijn hoofdjob, die in principe ook gemiddeld 38 u per week bedraagt, is een interpretatie nodig van het maximaal aantal uren dat een administratief personeelslid nog als vrijwilliger kan presteren binnen één zone en dus voor één werkgever. Zonder een standpunt in te nemen over de toepasselijkheid van de richtlijn 2003/88/EG op de brandweervrijwilligers en onder voorbehoud van andersluidende rechtspraak, lijkt het redelijk 153 dat een administratief personeelslid nog max. 10u als vrijwilliger mag presteren (over een referentieperiode van één jaar) binnen dezelfde zone. Iemand die deeltijds als administratief personeel werkt, kan meer uren als vrijwilliger presteren, maar hij kan nooit meer dan 24u als vrijwilliger presteren en ook nooit meer dan gemiddeld 48u per week wanneer de prestaties als vrijwilliger en als administratief lid worden samengeteld. Die laatste mogelijkheid mag echter nooit de bedoeling hebben om de wet te ontduiken en het statuut van het operationeel beroepspersoneel uit te hollen. Volgens art. 174 van voormeld KB van 19/04/2014 is het ook mogelijk om een vrijwilliger een aantal administratieve taken toe te vertrouwen. Ook deze mogelijkheid mag echter nooit de bedoeling hebben om de wet te ontduiken en het statuut/contract van het administratief beroepspersoneel uit te hollen. (b) Betekent dit dat ik als vrijwilliger een shift van 12u of 24u mag doen, zolang ik gedurende één jaar niet meer dan 520 uur presteer (10u per week gemiddeld)? Inderdaad, dat klopt. Aangezien de referentieperiode voor de arbeidstijd voor vrijwillige brandweerlieden over een jaar loopt, mag u shiften van 12 of 24 uur doen, voor zover deze op de referentieperiode uitkomen op max 10u/week gemiddeld. Q3 Stel dat men kiest voor het nieuwe geldelijke statuut en in een 38urensysteem werkt. Hoe worden overuren dan vergoed? Tellen ze mee voor de operationaliteitspremie? Alle uren buiten het normale uurrooster dienen gerecupereerd te worden en worden gewoon vergoed aan 100%. Deze gepresteerde uren tellen allemaal mee voor de operationaliteitspremie, maar doordat ze steeds gecompenseerd moeten worden met inhaalrust werkt men in principe altijd gemiddeld 38u/week. b.v. in een maand met overuren zal de operationaliteitspremie hoger liggen dan in de maand waarin deze uren gecompenseerd worden met inhaalrust (in beide maanden blijft de wedde wel dezelfde, maar wisselt het bedrag van de operationaliteitspremie in functie van de effectief gepresteerde uren). Q4 De adjudant krijgt een operationaliteitspremie van 38%. In het nieuwe statuut specificeert men echter niet of deze een dienstrooster heeft van het operationeel team of een administratief dienstrooster.
154 FAQ statuut - Arbeidstijd U moet begrijpen dat wij, als operationeel adjudant in ploeg onder het oude statuut met uitzonderlijke prestaties en dag-, nacht- en weekendshiften, niet willen overgaan naar 5 weekdagen van 8 tot 17u. Het dienstrooster van het operationeel personeel van de zone (continudienst met shiften van 8, 12 of 24 uren of dagdienst) wordt noch door de wet op de arbeidstijd, noch door het geldelijk statuut, noch door het administratief statuut bepaald. 154 Dit dienstrooster valt onder de organisatie van de zone en zal vastgelegd worden door de bevoegde overheid in functie van de omstandigheden die eigen zijn aan elke zone (bijvoorbeeld: of er vrijwillige brandweerlieden zijn, alsook de beschikbaarheidsgraad van deze vrijwillige brandweerlieden) en/of in functie van de specificiteit van de uitgeoefende functie (een houder van een managementfunctie, een preventiedeskundige of een mecanicien zullen logischerwijs toegewezen worden aan een dagdienst omdat ze moeten deelnemen aan interne vergaderingen of in contact moeten staan met andere openbare diensten of met klanten of leveranciers van buiten de zone). Q5 Art 5, 7 en 8 van de wet van 19 april 2014 zijn niet van toepassing op leidinggevend personeel. Betekent dit dat voor hun arbeidstijdregeling wel nog de wet van 14 december 2000 van toepassing is? Nee, zie art. 21 van de wet van 19/04/2014: alle operationele leden van de hulpverleningszones worden uitgesloten van de belangrijkste bepalingen van de wet van 14/12/2000. Het betekent dat ze hun uurregeling zelf kunnen bepalen en bij voorbeeld meer uren kunnen werken per week of per dag, of hun pauzes anders kunnen nemen dan voorzien in de wet van 19/04/2014 (en de wet van 14/12/2000). Q6 De gemiddelde diensttijd wordt bekeken op 4 maanden. In principe mag men op het einde van die periode geen uren ter recuperatie van de 38h-week meer staan hebben. In welke mate is er een minimale overdracht mogelijk op het einde van die periode naar het begin van de volgende periode? Vb. iemand moet door een interventie langer werken zijn allerlaatste shift van de periode, waardoor hij extra overuren krijgt. Zoiets kan worden opgenomen in een arbeidsreglement (b.v. overdracht van max. 12 overuren naar volgende referentieperiode de uren boven de 12 gaan verloren) Q7 Art. 4 van de wet van 19/04/2014 stelt dat de richtlijnen niet van toepassing zijn op personeel dat een leidinggevende functie heeft en autonoom beslist over zijn arbeidstijd. Zij blijven dus werken in het huidige (glijdend) 38h-systeem, waarbij overuren gerecupereerd dienen te worden en betaald worden. Zij hoeven zich niet aan de periode van 4 maanden te houden. Klopt dit? Artikel 4 stelt dat voor leidinggevende functies die effectief autonoom beslissen over hun volle arbeidstijd volgende bepalingen niet van toepassing zijn: de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd,
155 FAQ statuut - Arbeidstijd de maximale arbeidstijd per week of per dag, de minimale rusttijd per dag, de opt-out mogelijkheid en de regeling betreffende de pauze. Zij zijn dus ook niet gebonden aan een referentieperiode en kunnen eigenlijk geen overuren genereren, aangezien ze niet gebonden zijn aan een gemiddelde arbeidstijd. Bijgevolg kunnen die overuren ook niet betaald worden. Zij kunnen zelf beslissen over hun arbeidstijd en kunnen dus ook zelf beslissen om b.v. de voormiddag na een extra lange shift niet te komen werken. 155 Art. 4 van de wet van 19/04/2014 maakt geen melding van een graad. Deze uitzondering hoeft dus ook niet gekoppeld te worden aan een specifieke graad. (B.v. een majoor die niet autonoom beslist over zijn arbeidstijd valt binnen de normale toepassing van de wet van 19/04/2014.) Q8 Is de effectieve invulling van de arbeidstijd (vaststelling van de shiften en gedetailleerde bepaling wat er tijdens de shift moet gedaan worden (rust, oefeningen, sport of taken) overleg- of onderhandelingsmaterie met de vakbonden? Kan de zonecommandant deze invulling zelf bepalen of moet dit vastgelegd worden in de zoneraad of zonecollege? Moet deze effectieve invulling (in detail) in het arbeidsreglement opgenomen worden of is het voldoende het aanvangsuur, aantal werkuren en rusttijden op te nemen in dit reglement? Een hulpverleningszone beschikt, krachtens artikel 20, 1, van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, over een «bijzonder comité», met andere woorden, over een onderhandelingscomité dat bevoegd is voor het personeel van de zone. Krachtens artikel 35 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 beschikt de zone eveneens over een hoog overlegcomité. De bedoelde maatregelen kunnen gezien worden als maatregelen inzake de «arbeidsduur en de organisatie van het werk» in de zin van de artikelen 2 en 11 van de wet van 19 december 1974 die de voorafgaandelijke verplichting voorzien voor de overheden om naargelang het geval over dergelijke voorstellen van maatregelen te onderhandelen of te overleggen. Volgens een constante administratieve rechtspraak van de laatste drie decennia moet onder «organisatie van het werk» verstaan worden: «de verdeling van het werk in de tijd, alsook de organisatie van het werk in teams, in nachtdienst of in continudienst, zowel op het vlak van hun principe als van hun toepassingsmodaliteiten». Uit een gezamenlijke lezing van de artikelen 2 en 11 van de wet volgt dat het voorstel van een maatregel voorgelegd wordt voor onderhandeling als het van toepassing is op alle diensten die
156 FAQ statuut - Arbeidstijd afhangen van het onderhandelingscomité («bijzonder comité»). Het voorstel zal voor overleg voorgelegd worden als het slechts betrekking heeft op een deel van de diensten. Vroeger vormden de hulpdiensten, in een gemeente, slechts een deel van de diensten die afhangen van het bijzonder comité. In een zone moeten de voorstellen in kwestie onderhandeld worden, als men beschouwt dat de hulpdiensten het geheel vormen van de diensten die afhangen van het bijzonder comité. 156 Bovendien vestig ik de aandacht op het feit dat bijna alle verplichte vermeldingen van een arbeidsreglement vooraf onderhandelde of overlegde bepalingen van de reglementering vormen (krachtens de wet van 19 december 1974 en niet de wet van 8 april 1965) in het bevoegde comité. Deze bepalingen worden vervolgens als verwijzing of integraal overgenomen in het arbeidsreglement zonder andere procedures. Er moet herinnerd worden dat artikel 15quinquies van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen de twee volgende principes voorziet voor de openbare diensten waarop de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel van toepassing is: 1. De verplichte vermeldingen van het arbeidsreglement die bestaan uit bepalingen die het voorwerp moeten uitmaken van onderhandelingen of overleg krachtens de wet van 19 december 1974, moeten niet het voorwerp uitmaken van een procedure voor de opstelling of de wijziging van het arbeidsreglement. 2. De verplichte vermeldingen van het arbeidsreglement die onder materies vallen die niet het voorwerp moeten uitmaken van onderhandelingen of overleg krachtens de wet van 19 december 1974, worden vooraf voorgelegd aan de overlegprocedure in de zin van deze wet. Er moet ook herinnerd worden aan de bepaling van artikel 6, 2, van de wet van 8 april 1965, die specifiek de openbare diensten betreft, teneinde voor deze diensten te voorzien dat het arbeidsreglement zich kan beperken tot verwijzingen naar de geldende teksten.
157 FAQ statuut - Ambulanciers niet-brandweerman Ambulanciers niet-brandweerman Q1 Wat gebeurt er met de ambulanciers niet-brandweerman? Er is een administratief en geldelijk statuut voor de (vrijwillige en beroeps) ambulanciers nietbrandweerman opgesteld in samenwerking met de FOD Volksgezondheid. Dit statuut wil de situatie van deze personeelsleden in de toekomstige zones op uniforme wijze regelen. Het statuut is grotendeels gelijklopend met het nieuwe statuut voor de brandweer. Het maakt de onderwerp van 2 koninklijke besluiten van 23 augustus 2014: het besluit betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen branweerman is en het besluit houdende bezoldigingsregeling van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen branweerman is. 157 Nieuw element: de ambulanciers- niet brandweerman maken deel uit van het operationeel personeel van de zone. De in dienst zijnde ambulanciers niet-brandweerman zullen overgedragen worden naar het operationeel personeel van de zone. Men moet de ambulanciers-niet-brandweerman en de ambulanciers-brandweerman onderscheiden. De ambulanciers-brandweerman (beroeps en vrijwilliger die aangeworven zijn als ambulancier-brandweerman) vallen onder het nieuwe statuut van de brandweerlieden. Q2 Diverse brandweerlui leveren ook prestaties voor de dienst 100 (ambulances). Op dit moment zijn ze in de hoedanigheid van vrijwillige ambulanciers wél onderworpen aan de sociale zekerheid (30,95%). Blijft dit zo voor 2015 en volgende jaren, of zullen de ambulanciers-vrijwilligers een zelfde statuut krijgen toegekend als de brandweermanvrijwilligers en dus vrijgesteld worden van socialezekerheidsbijdragen (tenzij ze het grensbedrag overschrijden)? In de huidige stand van zaken blijft de bestaande regelgeving van toepassing. De vrijwillige ambulanciers blijven dus onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen. Q3 Wat gebeurt er met de verpleegkundigen in het technisch administratief kader van de huidige brandweerkorpsen? Sommigen hadden als benoemingsvoorwaarde dat ze het brevet brandweerman dienden te behalen, anderen niet. Er zijn 2 verschillende categorieën in het operationeel personeel: De brandweerlieden (verpleger of niet, ambulancier of niet) De ambulanciers niet-brandweerman (verpleger of niet) Dus de verplegers (ambulancier of niet), indien zij aangeworven werden als brandweerman (- ambulancier/-verpleger) en het brevet brandweerman behaald hebben, worden ingedeeld bij
158 FAQ statuut - Ambulanciers niet-brandweerman de brandweerlieden (toepassing statuut Kb s ). Zij kunnen worden beschouwd als polyvalente brandweerlieden, desgevallend met als specialisatie ambulancier. Zij die ook ambulancier zijn en niet aangeworven werden als brandweerman en dus ook het brevet brandweerman niet hebben, worden ingedeeld bij de ambulanciers- nietbrandweerman, waarop het statuut van de KB s van van toepassing zijn. Zij zullen exclusief de taken van DMH vervullen. 158 U lijkt ook te spreken over verplegers, die geen ambulancier zijn (badge 100) en die ook geen brandweerman zijn. Zij maken geen deel uit van het operationeel personeel van de zone. Zij kunnen dus enkel overgedragen worden naar het administratief personeel van de zone, waar zij zullen vallen onder het administratief en geldelijk statuut dat de zone zal bepalen, incl de overgangsbepalingen die de zone zal nemen. Q4 Kan een ambulancier/verpleegkundige niet-brandweerman ook Opt-Out-uren doen of niet (ik vermoed van niet vermits zij geen operationaliteitspremie genieten), kunnen zij nog overuren doen en welke zijn dan de modaliteiten (ik vermoed dat gepresteerde uren dienen gerecupereerd), zijn zij ook in de mogelijkheid wat betreft de arbeidstijd/duur om meer dan 38u/week te presteren en welk zijn dan de modaliteiten? De wet op de arbeidstijd van is van toepassing op al het operationeel beroepspersoneel (zoals bedoeld in artikel 103, derde lid wet ), dus ook de ambulanciers niet-brandweerman. Dus de opt-out is ook van toepassing, evenals de afwijkende regeling van de gemiddelde arbeidsduur (+38u/week). Q5 Kunnen de ambulanciers eventueel als vrijwillige brandweerman optreden (mits behalen van het brevet brandweerman)? De cumul tussen brandweerman-ambulancier en ambulancier niet-brandweerman is niet mogelijk binnen dezelfde zone. Deze onverenigbaarheid komt voort uit het principe in het sociaal recht dat men niet onder twee verschillende hoedanigheden dezelfde activiteiten voor dezelfde werkgever mag uitoefenen. De functie van ambulancier niet-brandweerman en de functie van brandweerman-ambulancier kunnen niet duidelijk van elkaar onderscheiden worden en zullen in grote mate overlappend zijn. Dus betreft het geen verschillende activiteiten.
159 FAQ statuut - Ambulanciers niet-brandweerman Q6 Kunnen de ambulanciers eventueel overschakelen naar het operationeel brandweerpersoneel als zij het brevet zouden hebben behaald? Er is in het statuut geen passerelle voorzien voor ambulanciers niet-brandweerman naar brandweerman-ambulancier of omgekeerd. Indien men wil overschakelen, moet het dus via een aanwervingsprocedure gebeuren. Q7 Hoe gaat de overgang van een contractuele ambulancier niet-brandweerman naar de zone? Moeten deze mensen gestatutariseerd worden, omdat ze opgenomen worden in het operationeel personeel van de zone? Kunnen we deze ambulanciers in een niet-operationeel kader weerhouden binnen de zone en daar een oplossing voor uitwerking in de rechtspositieregeling van het administratief personeel? 159 Wat betreft de overgang van contractuele ambulanciers niet-brandweerman naar de zone, dit gebeurt met behoud van hun hoedanigheid van contractueel. Zij moeten niet gestatutariseerd worden. Dat volgt uit artikel 205, derde en vierde lid van de wet van In afwijking van het eerste en het tweede lid worden de niet als brandweerman optredende ambulanciers en de niet als brandweerman optredende verpleegkundigen die deel uitmaken van het administratief en technisch personeel van de openbare brandweerdiensten, ingedeeld bij het operationeel personeel van de zone, met behoud van hun hoedanigheid van vastbenoemd, vrijwillig of contractueel personeelslid. Onverminderd de toepassing van artikel 207 is op die personeelsleden de rechtspositie van de niet als brandweerman optredende ambulanciers van de hulpverleningszones van toepassing. Het is wel zo dat een contractuele ambulancier niet-brandweerman een uitdovende hoedanigheid is. In het nieuwe statuut zijn enkel beroeps en vrijwillige ambulanciers nietbrandweerman voorzien. De contractuelen die in dienst zijn, worden als contractueel overgedragen. Er kunnen nadien geen nieuwe contractuele ambulanciers niet-brandweerman aangeworven worden door de zone. Wat betreft de manier om de bepalingen die momenteel op hen van toepassing zijn (geldelijk statuut en eventueel andere bepalingen van het administratief statuut) moeten geregeld worden, nu het KB s van adm en geldelijk statuut niet expliciet spreken over contractuele ambulanciers: Volgens artikel 205, vierde lid van de wet is de rechtspositie van de ambulanciers nietbrandweerman van toepassing. Voor de contractuele ambulanciers betekent dit dat het administratief en geldelijk statuut van toepassing is, voor zover de hoedanigheid als contractueel en de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet en Arbeidswet zich hiertegen niet verzetten.
160 FAQ statuut - Ambulanciers niet-brandweerman Bvb: geldelijk statuut is van toepassing, m.u.v. het vakantiegeld (stelsel private sector toepassen). Verschillende bepalingen van het adm statuut zullen ook van toepassing zijn, m.u.v. onder meer aanwerving, professionalisering, wedertewerkstelling, administratieve standen en verschillende vormen van verloven (vaderschapsverlof (wel stelsel private sector), verlof voor stage, adoptie- en pleegzorgverlof (wel stelsel private sector) ziekteverlof met ziektekrediet (wel stelsel private sector), geen doorbetaling wedde tijdens moederschapsverlof, ), tucht, beëindiging van het ambt. 160 Het lijkt ons het beste om in de arbeidsovereenkomst te verwijzen naar de bepalingen van het administratief en geldelijk statuut die van toepassing zijn op de contractuele ambulancier nietbrandweerman. Mocht de gemeente deze mensen willen statutair maken, dan is dat zeker mogelijk. Hun rechtspositie zal in elk geval duidelijker zijn. In elk geval is het niet mogelijk deze mensen in een niet-operationeel kader te houden binnen de gemeente, als zij nu op het brandweerkader staan, worden zij ambtshalve overgedragen naar het operationeel kader van de zone, krachtens de wet. Q8 Art 41 van het KB bezoldigingsregeling ambulance personeel verwijst naar art 50 1 punt 3 van het administratief statuut ambulance personeel. Maar dit artikel 50 1 punt 3 bestaat niet. Dit is belangrijk om te weten of het ambulance personeel zijn hoger loon mag behouden bij overgang naar het nieuwe geldelijke statuut. Artikel 41 van het Kb van geldelijk statuut ambulanciers niet-brandweerman bevat inderdaad een foute verwijzing. Deze verwijzing zal aangepast worden (via erratum). Ondertussen mag u ervan uitgaan dat het artikel verwijst naar artikel 51, 3 van het KB van administratief statuut ambulanciers niet-brandweerman. Dat blijkt ook duidelijk uit het verslag aan de Koning dat bij artikel 51 stelt: Artikel 51 Deze bepaling regelt de integratie in de nieuwe graden. De integratie in de nieuwe graden is niet gemakkelijk, omwille van het feit dat er maar 2 graden zijn in voorliggend besluit en omwille van de verschillende benamingen en graden die bij gebrek aan een reglementair kader, gecreëerd werden binnen de openbare brandweerdiensten. De verplegers die in dienst zijn, blijven in dienst. Er is evenwel geen nieuwe functie van verpleger voorzien in de zones. Zodoende betreft het een uitdovende functie. Zij kunnen wel hun oude weddenschaal behouden. Q9 Voor verpleegkundigen staat in het statuut ambulancepersoneel dat ze wel nog kunnen doorlopen in hun oorspronkelijke schaal en voor de verpleegkundigen in het
161 FAQ statuut - Ambulanciers niet-brandweerman brandweerstatuut niet. Vraag is of hier de lijn kan worden doorgetrokken ten bate van de brandweerman-verpleegkundigen? Voor de beroepsbrandweerlieden (-verpleegkundigen) kan artikel 51 van het Kb geldelijk statuut toegepast worden in dergelijk geval. Voor de beroepsambulanciers niet-brandweerman is er een identiek artikel voorzien (art 42 Kb geldelijk statuut ambulanciers) 161 Voor de ambulanciers niet-brandweerman-verpleegkundigen is er daarbovenop een specifiek artikel voorzien: art 41 Kb geldelijk statuut ambulanciers. Dit artikel spreekt over het behoud van de weddenschaal, en niet alleen behoud van de wedde (zoals in art 51 BW en art 42 ambulancier). Het verschil tussen de beide artikelen is bewust gemaakt. De ambulancier niet-brandweerman verpleegkundige kan genieten van zijn oude weddeschaal, dus met doorgroei in de volgende trappen. Dat is niet het geval bij art 51 en 42. Daar kan men enkel de oude wedde genieten en is er geen doorgroei meer mogelijk in de weddenschaal, noch in de trappen, noch in de oude geldelijke loopbaan. Artikel 41 is een specifiek artikel voor de specifieke situatie van de ambulanciers nietbrandweerman verpleegkundigen: zij hebben immers geen verdere bevorderingsmogelijkheden meer (waarin zij een hogere wedde zouden kunnen genieten), wat wel het geval is voor de brandweerman-verpleegkundige. Dit artikel kan dus niet doorgetrokken worden naar de brandweerman-verpleegkundigen. Q10 Moet men enkel beschikken over het diploma van verpleger of moet met effectief andere taken dan gewone ambulanciers uitvoeren om coördinator-hulpverlener-ambulancier te worden? Art. 51, 3 KB 23/08/2014 is van toepassing op iedereen met het diploma van verpleger. Het diploma telt dus en niet of de functie van verpleger of coördinator effectief werd uitgeoefend. Als men over meerdere coördinator-hulpverlener-ambulancier beschikt, zal het volstaan om iemand aan te duiden die effectief de coördinatie te doen. Ze hoeven dit dus niet allemaal te doen. Ze zullen wel allemaal volgens die graad worden vergoed. Q11 In het KB betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel dat geen brandweerman is, staat in artikel 43 dat het ambt van de beroepsleden van het ambulancepersoneel eindigt: 5 door eervol ontslag zoals bedoeld in artikel 48. Zou het kunnen dat hier artikel 47 zou moeten bij staan? Of waarom wordt hier niet verwezen naar artikel 47, dat toch ook een vorm van eervol ontslag bevat? In artikel 44 staat dan weer dat het ambt van de vrijwillige leden eindigt door eervol ontslag
162 FAQ statuut - Ambulanciers niet-brandweerman zoals bedoeld in artikel 47. Zou het kunnen dat hier dan weer artikel 48 zou moeten bij staan? Of waarom wordt hier niet naar artikel 48 verwezen, dat toch ook een vorm van eervol ontslag bevat? Er moet niet verwezen worden naar beide artikelen 47 en 48. Immers, het eervol ontslag in artikel 48 (op verzoek, en enkel onder de gestelde 2 cumulatieve voorwaarden) is altijd ook een ambtshalve ontslag zoals bedoeld in artikel 45 en dus is het al inbegrepen in artikelen 43 en 44 dat de verschillende vormen van beëindiging van het ambt opsomt, m.n. in het punt Het klopt wel dat artikel 43 moet verwijzen naar artikel 47 iplv 48. Dat zal rechtgezet worden in het reparatiekb.
Deze FAQ onvat vier delen:
FAQ statuut - Inhoudstafel Deze FAQ onvat vier delen: 1. Administratief statuut 2. Geldelijk statuut 3. Arbeidstijd 4. Ambulanciers niet-brandweerman 1 FAQ statuut - Inhoudstafel Inhoudstafel ADMINISTRATIEF
Deze FAQ onvat vier delen:
FAQ statuut - Inhoudstafel Deze FAQ onvat vier delen: 1. Administratief statuut 2. Geldelijk statuut 3. Arbeidstijd 4. Ambulanciers niet-brandweerman 1 FAQ statuut - Inhoudstafel Inhoudstafel ADMINISTRATIEF
ADMINISTRATIEF STATUUT
ADMINISTRATIEF STATUUT BOEK 1. - Algemene bepalingen Q1 Zal de Koning, zoals in het verleden, een model van (organiek) reglement vaststellen voor de punten die door de zoneraad moeten bepaald worden (b.v.
ADMINISTRATIEF STATUUT
ADMINISTRATIEF STATUUT BOEK 1. - Algemene bepalingen Q1 Zal de Koning, zoals in het verleden, een model van (organiek) reglement vaststellen voor de punten die door de zoneraad moeten bepaald worden (b.v.
KB ADMINISTRATIEF en GELDELIJK STATUUT AMBULANCIERS
Administratief statuut: Delegatie mogelijk Administratief statuut: Delegatie onmogelijk Art 2. De raad kan beslissen opdrachten van dringende geneeskundige hulpverlening in de zin van artikel 11, 1, 2
ADMINISTRATIEF STATUUT
- Inhoudstafel ADMINISTRATIEF STATUUT Inhoudstafel ADMINISTRATIEF STATUUT... 30 BOEK 1. - Algemene bepalingen... 30 1 Q1 Zal de Koning, zoals in het verleden, een model van (organiek) reglement vaststellen
Bespreking reparatie-kb s welke in het staatsblad verschenen.
Aan het brandweerpersoneel en ambulancepersoneel Bespreking reparatie-kb s welke in het staatsblad verschenen. Volgende reparatie-kb s (met de nieuwe wijzigingen) zijn uitgekomen : 26 jan 2018 - Koninklijk
ADMINISTRATIEF STATUUT
- Inhoudstafel ADMINISTRATIEF STATUUT Inhoudstafel ADMINISTRATIEF STATUUT... 31 BOEK 1. - Algemene bepalingen... 31 1 Q1 Zal de Koning, zoals in het verleden, een model van (organiek) reglement vaststellen
Administratief statuut
Administratief statuut Delegatie mogelijk Art. 3. Wanneer een betrekking vacant wordt verklaard, beslist de raad of deze betrekking ingevuld wordt door aanwerving, door bevordering, door mobiliteit of
Ambulanciers niet-brandweerman
- Inhoudstafel Ambulanciers niet-brandweerman Inhoudstafel Ambulanciers niet-brandweerman... 3 Q1 Wat gebeurt er met de ambulanciers niet-brandweerman?... 3 1 Q2 Diverse brandweerlui leveren ook prestaties
Hoe stel ik mij kandidaat?
Informatiebrochure kandidaat brandweerman 1 Hou je van uitdagingen? Ben je technisch onderlegd en werk je graag in team? Dan is brandweerman de geknipte job voor jou. De brandweerzones in ons land hebben
REGLEMENT betreffende de aanvullende zonale bepalingen van het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel Versie 19.11.
REGLEMENT betreffende de aanvullende zonale bepalingen van het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel Versie 19.11.2014 Wettelijke omkadering - gelet op het koninklijk besluit
CONVERSIETABEL AFWEZIGHEDEN VASTBENOEMDE PERSONEELSLEDEN
versie 2 (update 15/04/2015) in CONVERSIETABEL AFWEZIGHEDEN VASTBENOEMDE PERSONEELSLEDEN 101 werkelijk gepresteerde arbeid 102 zaterdag, zondag, of vervangdag 103 Wettelijke feestdag of vervangdag (geen
CONVERSIETABEL AFWEZIGHEDEN VASTBENOEMDE PERSONEELSLEDEN.
CONVERSIETABEL AFWEZIGHEDEN VASTBENOEMDE PERSONEELSLEDEN. (voorlopige versie, 22 februari 2011) in 101 werkelijk gepresteerde arbeid 102 zaterdag, zondag, of vervangdag / / 103 Wettelijke feestdag of vervangdag
Versie van DEEL III De wedde Inhoudsopgave 1. Wettelijke en reglementaire basis 2. Algemeen 2.1 Definitie van de wedde 2.1.
Versie van 21-03-2011 DEEL III De wedde Inhoudsopgave 1. Wettelijke en reglementaire basis 2. Algemeen 2.1 Definitie van de wedde 2.1.1 Volledige wedde 2.1.2 Niet volledig verschuldigde wedde 3. Recht
Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur 1. Recht op TADD 1.1 Toepassingsgebied Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur is van toepassing op alle wervingsambten van de personeelscategorieën
GEMEENTERAAD. Ontwerpbesluit
GEMEENTERAAD Ontwerpbesluit OPSCHRIFT Vergadering van 12 april 2017 Besluit nummer: 2017_GR_00307 Onderwerp: Eénmalige vaste aanstelling in statutair verband op grond van aantal jaren actieve dienst -
Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur 1. Recht op TADD 1.1 Toepassingsgebied Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur is van toepassing op alle wervingsambten van de personeelscategorieën
VRIJWILLIGERS CIVIELE BESCHERMING
VRIJWILLIGERS CIVIELE BESCHERMING ADMINISTRATIEF STATUUT - Wat gebeurt er met de graden uit de oude civiele bescherming? Blijven deze bestaan? Neen. Alle mensen die op 1 januari 2019 gestart zijn als vrijwilliger
Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur 1. Recht op TADD 1.1 Toepassingsgebied Het recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur is van toepassing op alle wervingsambten van de personeelscategorieën
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «gemeente» ook een «brandweerintercommunale» verstaan.
KONINKLIJK BESLUIT VAN 12 OKTOBER 2011 TOT OVERPLAATSING NAAR DE FOD BINNENLANDSE ZAKEN VAN DE PERSONEELSLEDEN IN DIENST BIJ DE CENTRA VAN HET EENVORMIG OPROEPSTELSEL. (inw. 31 oktober 2011) (B.S. 21.10.2011)
GEMEENTEPERSONEEL : HUISHOUDELIJK REGLEMENT AANGAANDE DE STAND DISPONIBILITEIT.
1 GEMEENTEBESTUUR VAN OUDERGEM. SECRETARIAAT. GEMEENTEPERSONEEL : HUISHOUDELIJK REGLEMENT AANGAANDE DE STAND DISPONIBILITEIT. HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1. Onderhavig reglement is alleen
Wat zijn de gevolgen van de pensioenhervormingen voor de personeelsleden van de UGent?
Wat zijn de gevolgen van de pensioenhervormingen voor de personeelsleden van de UGent? DEZE TEKST IS GEBASEERD OP DE RECENTSTE REGELGEVING TOT 15 JANUARI 2012. ER ZIJN VERDER NOG EEN AANTAL MAATREGELEN
BIJLAGE 7: OVERZICHT VAN DE VERLOVEN EN AFWEZIGHEDEN, DE ADMINISTRATIEVE TOESTAND EN DE GELDELIJKE EN ADMINISTRATIEVE GEVOLGEN
BIJLAGE 7: OVERZICHT VAN DE VERLOVEN EN AFWEZIGHEDEN, DE ADMINISTRATIEVE TOESTAND EN DE GELDELIJKE EN ADMINISTRATIEVE GEVOLGEN Begrippen : dienstactiviteit, non-activiteit en disponibiliteit: : het statutaire
ZIEKTEVERLOF. Gemeenteraadsbesluit van 27 juni 1966.
ZIEKTEVERLOF Gemeenteraadsbesluit van 27 juni 1966. Inwerkingtreding op 1 juli 1966 Uitvoering van artikel 58 van het Algemeen Stadsambtenarenreglement. Laatste wijziging: 02.05.2006. HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSGEBIED.
RECHTSPOSITIEREGELING (gecoördineerde tekst GR d.d. 21/09/2015)
RECHTSPOSITIEREGELING (gecoördineerde tekst GR d.d. 21/09/2015) GEMEENTEBESTUUR BREDENE Centrumplein 1 8450 Bredene tel. 059/33.91.91 fax 059/33.00.36 Email: [email protected] INHOUDSTABEL Titel
BEKENDMAKING GEMEENTERAADSBESLUIT Ingevolge artikel 186 van het gemeentedecreet
BEKENDMAKING GEMEENTERAADSBESLUIT Ingevolge artikel 186 van het gemeentedecreet WIJZIGEN VAN RECHTSPOSITIEREGELING VOOR GEMEENTEPERSONEEL DATUM BESLISSING: 22 juni 2017 DATUM BEKENDMAKING: 6 juli 2017
FAQ: KB opleidingen 18 november 2015
FAQ: KB opleiding 18 november 2015 - Inhoudstafel FAQ: KB opleidingen 18 november 2015 Inhoudstafel FAQ: KB opleidingen 18 november 2015... 4 Hoofdstuk III. Opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten...
KONINKLIJK BESLUIT VAN 19 APRIL 2014 TOT BEPALING VAN HET ADMINISTRATIEF
KONINKLIJK BESLUIT VAN 19 APRIL 2014 TOT BEPALING VAN HET ADMINISTRATIEF STATUUT VAN HET OPERATIONEEL PERSONEEL VAN DE HULPVERLENINGSZONES. (B.S. 01.10.2014 + errata 22.01.2015; 11.05.2015; 24.11.2015;
KONINKLIJK BESLUIT VAN 19 APRIL 2014 TOT BEPALING VAN HET ADMINISTRATIEF
KONINKLIJK BESLUIT VAN 19 APRIL 2014 TOT BEPALING VAN HET ADMINISTRATIEF STATUUT VAN HET OPERATIONEEL PERSONEEL VAN DE HULPVERLENINGSZONES. (B.S. 01.10.2014 + errata 22.01.2015; 24.11.2015) Gelet op de
BEREKENING COMPETENTIETOELAGE
BEREKENING COMPETENTIETOELAGE 2006 FOD FINANCIEN THESAURIE DIENST BETALINGEN WEDDEN & PENSIOENEN KUNSTLAAN 30 1040 BRUSSEL www.wedden.fgov.be INHOUDSTAFEL Inhoudstafel... 2 Berekening competentietoelage
Loopbaanonderbreking in de openbare sector. ACV-Openbare Diensten mei 2014
Loopbaanonderbreking in de openbare sector ACV-Openbare Diensten mei 2014 Loopbaanonderbreking Veel personeelsleden in de openbare sector hebben mogelijkheden om hun loopbaan tijdelijk te onderbreken of
PERSONEELSDIENST VOORBEREIDING EVALUATIEGESPREK
PERSONEELSDIENST VOORBEREIDING EVALUATIEGESPREK Beste medewerker Op het einde van de evaluatieperiode hebben jij en je functionele chef een evaluatiegesprek. Hier wordt gekeken of de doelstellingen bereikt
Aanvraag voor het bekomen van een verlof, afwezigheid of terbeschikkingstelling.
GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Scholengroep: 26 Mandel & Leie Adres: Hugo Verrieststraat 68 8800 ROESELARE versie 19 april 2017 Aanvraagformulier (verloven vanaf 1/9/2018) Aanvraag voor het bekomen
BEREKENING COMPETENTIETOELAGE
BEREKEIG COMPETETIETOELAGE 2007 Bijwerking van 14-08-2007 FOD FIACIE THESAURIE DIEST BETALIGE WEDDE & PESIOEE KUSTLAA 30 1040 BRUSSEL www.wedden.fgov.be IHOUDSTAFEL Inhoudstafel... 2 Berekening competentietoelage
Een melding ziekteverlof geldt voor alle opdrachten op alle niveaus uitgezonderd voor de opdrachten in het hoger onderwijs en omgekeerd.
Ministerie van Onderwijs en Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) 09 februari 2012 Ronald Gyselinck Een melding ziekteverlof geldt voor alle opdrachten op alle niveaus uitgezonderd voor de
DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op 11 oktober 2013, artikel V.84, V.86 en V.259, 1;
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van een aantal verlofstelsels voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de regeling inzake loopbaanonderbreking voor het
Hervorming van de Civiele Veiligheid Het nieuwe ontwerp van administratief en geldelijk statuut van de brandweerlieden
Brussel, 20 maart 2014 Hervorming van de Civiele Veiligheid Het nieuwe ontwerp van administratief en geldelijk statuut van de brandweerlieden Mevrouw, Mijnheer, Beste brandweerman, De Ministerraad heeft
Loopbaanincidenten Invloed op de geldelijke anciënniteit Bevoegde instantie Seining aan het SSGPI
Loopbaanincidenten Invloed op de geldelijke anciënniteit Bevoegde instantie Seining aan het SSGPI Jaarlijks vakantieverlof (art. VIII.III.1 Wettelijke en reglementaire feestdagen (art. VIII.III.12 Omstandigheidsverloven
FAQ : de hulpverleningszones vanaf 2014
FAQ : de hulpverleningszones vanaf 2014 Inhoud Algemene informatie... 2 Wat zullen de prezones in 2014 worden?... 2 Zal de wet van 31/12/1963 betreffende de civiele bescherming nog van toepassing zijn
DE VLAAMSE REGERING, bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, artikel 56ter 1 en 56quater 1 en 4;
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van de regelgeving betreffende de concordantie, de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van het buitengewoon
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van een aantal verlofstelsels in het onderwijs en in de hogescholen
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van een aantal verlofstelsels in het onderwijs en in de hogescholen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie
Versie DEEL VII Titel II Toelage voor de secretaris Inhoudstafel
Versie 04-03-2011 DEEL VII Titel II Toelage voor de secretaris Inhoudstafel 1. Samenvattende tabel 2. Wettelijke en reglementaire grondslagen 3. Begunstigden 3.1 Eengemeentepolitiezone 3.2 Meergemeentepolitiezone
Nachtarbeid Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2007 (84.302) Arbeid op zon en feestdagen... 4
2270000 Paritair Comité voor de audiovisuele sector Nachtarbeid... 2 Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2007 (84.302)... 2 Arbeid op zon en feestdagen... 4 Collectieve arbeidsovereenkomst van
Toelichting KB opleiding
Toelichting KB opleiding 1 Verloop van toelichting Overzicht KB opleidingen Inleiding historiek Definities Opleidingscentra Opleidingen Overgangsbepalingen Wijzigingsbepalingen Urentabel verschillende
BEREKENING VAKANTIEGELD
BEREKENING VAKANTIEGELD 2006 FOD FINANCIEN THESAURIE DIENST BETALINGEN WEDDEN & PENSIOENEN KUNSTLAAN 30 1040 BRUSSEL www.wedden.fgov.be INHOUDSTAFEL Inhoudstafel... 2 Berekening vakantiegeld 2006 inleiding...
Gerechtelijk Wetboek
Bron: Belgische wetgeving - FOD Justitie Gerechtelijk Wetboek HOOFDSTUK Vquater De gerechtelijke stage Art. 259octies. 1. De Koning
DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, gegeven 1 juli 2016;
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 2000 houdende organisatie van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de regeling van de rechtspositie
BEREKENING EINDEJAARSTOELAGE
BEREKENING EINDEJAARSTOELAGE 2010 24 november 2010 FOD FINANCIEN THESAURIE DIENST BETALINGEN WEDDEN & PENSIOENEN KUNSTLAAN 30 1040 BRUSSEL www.wedden.fgov.be INHOUDSTAFEL Inhoudstafel... 2 Berekening eindejaarstoelage
Reglement betreffende de aanvullende (zonale) bepalingen van het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel
Reglement betreffende de aanvullende (zonale) bepalingen van het administratief en geldelijk statuut van het operationeel personeel Brandweer Zone Rand Zonaal Reglement versie 27/05/2016 1 Versiegegevens
Federale Politie STATUTAIRE NOTA PUBLIEK Onderwerp Toelage Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het nieuwe CALog-statuut - Richtlijnen
Federale Politie Algemene Directie Personeel Uitgiftenummer DGP/DPS/P-2006/61716 Directie van de juridische dienst, Uitgiftedatum 21/12/2006 het contentieux en de statuten Classificatie PUBLIEK Fritz Toussaintstraat
UGENT-MENUKAART VOOR PERSONEELSLEDEN
UGENT-MENUKAART VOOR PERSONEELSLEDEN De Universiteit Gent biedt haar personeelsleden twee menu's aan die volledig willekeurig worden geserveerd. We vatten alvast kort de belangrijkste kenmerken samen van
BIJLAGE cao III BE: Voorstel van overgang naar het statuut voor de sector BASISEDUCATIE
Thema uit DRP Tijdelijke aanstelling BIJLAGE cao III BE: van overgang naar het statuut voor de sector BASISEDUCATIE JA, maar geen TADD conform DRP Tijdelijke aanstelling van onbepaalde duur. Tijdelijke
AANVRAAG-OVEREENKOMST of AANVRAAG-WEIGERING van een dienstonderbreking schooljaar
1/ 5 AANVRAAG-OVEREENKOMST of AANVRAAG-WEIGERING van een dienstonderbreking schooljaar 2018-2019 Luik 1: Aanvraag van het personeelslid Ik, ondergetekende... Stamboeknummer... wonende te... personeelslid
Ter beschikking gesteld door ACV-metaal Picanolgroup
EINDEJAARSPREMIE P.C.111 WEST-VLAANDEREN Collectieve arbeidsovereenkomst van 06/03/2001 gesloten in het Gewestelijk Paritair Comité West-Vlaanderen voor de Metaal-, Machine en Elektrische Bouw. Hoofdstuk
