INIS~mf STRALING in ziekenhuizen
|
|
|
- Anke Michiels
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 INIS~mf STRALING in ziekenhuizen
2 STRALING in ziekenhuizen
3 STRALING IN ZIEKENHUIZEN door: Kornelis Blok Gijs van Ginkel Kees van der Leun Hans Muller Jos Oude Elferink Antoinette Vesseur Natuurkundewinkel Rijksuniversiteit Utrecht oktober 1985
4 Deze brochure is samengesteld door de Natuurkundewinkel Utrecht. Dit is een onderdeel van de subfaculteit Natuur- en Sterrenkunde van de Rijksuniversiteit Utrecht. Kontaktpersoon: drs. Kornelis Blok, Vakgroep Technische Natuurkunde van de Rijksuniversiteit Utrecht, Postbus , 3508 TA Utrecht, tel Hoewel wij bij de samenstelling van deze brochure zo zorgvuldig mogelijk te werk zijn gegaan, kunnen wij, noch de Rijksuniversiteit noch enig orgaan van onze universiteit verantwoordelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of voor schade die door het gebruik van deze brochure zou kunnen worden veroorzaakt
5 Woord vooraf In bijna elk ziekenhuis wordt tegenwoordig gebruik gemaakt van straling. Ook het verplegend personeel krijgt te maken met röntgenapparatuur en met patiënten bij wie een radio-aktieve stof Is Ingebracht. Over de risiko's van het gebruik van straling voor de mensen die in een ziekenhuis werken gaat dit boekje. Als we spreken over straling dan bedoelen we hier radio-aktieve straling, zoals ze meestal wordt genoemd. Vakmensen spreken van ioniserende straling. Het boekje is gesplitst in drie stukken. Deel I behandelt de eigenschappen van straling in het algemeen. In deel II worden de verschillende toepassingen van straling in ziekenhuizen besproken. Deel III geeft aan wat je kunt doen om in een niet geheel veilige situatie verbetering te brengen. Een groot aantal personen met verschillende deskundigheden hebben kommentaar geleverd op een eerste ontwerp voor deze brochure. Hiervoor zeggen wij hen dank. Uiteraard dragen zij geen verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke tekst
6 Inhoudsopgave OVERZICHT VAN AANBEVELINGEN. Deel I. WAT IS STRALING? 1. De ontdekking van straling 2. Soorten straling 3. De energie van straling 4. Eigenschappen van röntgenstraling 5. Andere eigenschappen van radio-aktieve straling 6. Schade door straling 7. Regels voor blootstelling aan straling 8. Beperkt gebruik van straling 9. Bescherming tegen straling a. afscherming b. afstand c. tijd 10. Meten van straling 11. Achtergrondstraling DEEL II TOEPASSING VAN STRALING EN RISIKO'S VOOR HET PERSONEEL RÖNTGENONDERZOEK 1. Hoe ontstaat een röntgenopnane? 2. Soorten röntgenopnamen 3. Waar moet je op letten? 4. Mobiele röntgenapparatuur j i
7 NÜKLEAIRE GENEESKUNDE EN RADIOTHERAPIE 5. Nukleaire diagnostiek (scintigrammen) 6. Uaar moet je op letten? 7. Radiotherapie - algemeen 8. Radiotherapie - uitwendige bestraling 9. Radiotherapie - inwendige bestraling 10. Opslag van radio-aktief materiaal DIVERSEN 11. Echografie 12. NMR 13. Microgolfstraling 14. UV-behandeling DEEL III. HOE VERBETER JE DE SITUATIE? 1. Wat zijn je rechten? 2. Overleg 3. De arbeidsinspektie Bijlage: Eenheden in stralingsland
8 OVERZICHT VAN AANBEVELINGEN * kom bij een röntgenopnarae nooit in de direkte stralingsbundel * laat het vasthouden van kinderen en dergelijke over aan familieleden * ga bij het maken van een röntgenopname achter een afscherming staan; een veilige plaats is achter het bedieningspaneel * zorg indien dit niet mogelijk is voor een goede afscherming (bv. loodschort) en houd afstand * ga bi.i het maken van opnamen met mobiele röntgenapparatuur van zaal af * draag indien dit niet kan een loodschort * verwijder urine en faeces van patiënten bij wie kortgeleden een scintigraia Is gemaakt direkt van zaal * was deze patiënten met gebruik van wegwerphandschoenen * kom niet meer in de buurt van deze patiënten dan strikt nodig is * dring er op aan dat van patiënten die terugkomen van het maken van een scintigram bekend is hoe ze behandeld zijn en welke voorzorgen moeten worden genomen * werk alleen op afdelingen voor radiotherapie indien je hier een speciale kursus voor hebt gevolgd. Bij zwangerschap: * werk liever niet op operatiekamers waar beeldversterkers worden gebruikt * laat het begeleiden van patiënten naar de röntgenkamer en het verzorgen van patiënten bij wie kortgeleden een scintigram is gemaakt liever aan kollega's over * kom niet onnodig op de afdeling Nukleaire Geneeskunde * werk niet met patiënten die radio-therapeutisch worden bestraald met inwendige bronnen
9 Twee mensen die een belangrijke rol speelden bij het onderzoek van straling. Boven Wilhelm Conrad Röntgen ( ), de ontdekker van de röntgenstraling, beneden Marya Curie-Sklodowska ( ) die ontdekte dat radium een onzichtbare straling uitzendt.
10 DEEL I: WAT IS STKALING? 1. De ontdekking van straling In 1895 ontdekte Wilhelm Conrad Röntgen, dat hij de botten van zijn hand kon zien, als hij deze tussen een röntgenbuis (zoals deze later naar hem werd genoemd) en een oplichtend scherm hield. Binnen een paar maanden merkte hij, dat de huid van zijn handen rood werd als bij een verbranding. Voor de veiligheid schermde hij de röntgenbuis af met lood. Ongeveer in dezelfde tijd ontdekten anderen, dat er in de natuur radio-aktieve stoffen bestaan, zoals radium en uranium, die uit zichzelf straling uitzenden. Het verschijnsel radioaktiviteit en straling prikkelde de nieuwsgierigheid van verschillende wetenschapsmensen. Zij probeerden de verschijnselen, die ze bij het omgaan met radio-aktieve stoffen en röntgenstraling waarnamen te beschrijven en te verklaren. Ook werd ontdekt, dat straling gebruikt kan worden bij de medische diagnostiek of ter bestrijding van sommige ziektes. Op grond van al dit onderzoek kunnen radio-aktiviteit en straling als volgt worden beschreven: 2. Soorten straling In ziekenhuizen komen twee soorten bronnen van straling voor: -toestellen (bijvoorbeeld röntgenapparaten) -radio-aktieve stoffen. De straling die hierdoor wordt uitgezonden is onzichtbaar en het is ook niet eenvoudig om ons er iets bij voor te stellen. Je kunt straling opvatten als een stroom bijzonder kleine deeltjes die door een toestel of een radio-aktieve stof worden uitgezonden. In het volgende vergelijken we deze deeltjes met knikkers. Deze "knikkers" kunnen uiteenlopen in grootte en in energie (snelheid). Ook kan het aantal uitgezonden knikkers per seconde verschillen afhankelijk van de soort radio-aktieve stof of van het soort röntgenbuis en de instelling ervan. Gamma-straling en röntgenstraling zijn de soorten straling waar we in ziekenhuizen het meeste mee te maken hebben. Gamtna
11 alfa bèta röntgen gamma Er zijn verschillende soorten straling; ze verschillen in grootte van de deeltjes en in andere eigenschappen, die hier niet van belang zijn. - alfa-straling (alfa is de eerste letter van het Griekse alfabet). Alfa-deeltjes zijn relatief groot. - bèta-straling (bëta is de tweede letter van het Griekse alfabet). Bèta-deeltjes zijn veel kleiner dan alfadeeltjes. Ze worden in lichaamsweefsel minder snel afgeremd dan alfadeeltjes. Dit heeft tot gevolg, dat bèta-deeltjes verder in weefsel doordringen dan alfa-deeltjes met dezelfde energie. - gamma- en röntgenscraling (gamma is de derde letter van het Griekse alfabet). Eigenlijk zijn deze soorten straling gelijk aan elkaar. Ze bestaan allebei uit heel kleine knikkers (duizenden malen kleiner dan bèta-deeltjes bijvoorbeeld). Gamma- en röntgenstrallng zijn ook op te vatten als een zeer doordringend soort licht (vandaar de golflijntjes in de figuur)
12 straling is afkomstig van radio-aktieve stoffen, röntgenstraling komt uit rontgenapparaten. Ze zijn allebei op te vatten als een bijzonder doordringend soort licht. Het is zelfs mogelijk dat een deel van deze straling dwars door het lichaam gaat zonder daarin iets te raken (denk bijvoorbeeld aan röntgenfoto's). Doordat ze zo doordringend zijn kunnen ze in het lichaam schade aanrichten, ook al komen ze van buiten af. Als een radio-aktieve stof in het lichaam opgenomen wordt, bijvoorbeeld door de mond, kunnen andere suorten straling (alfa- en bèta-straling; zie de figuur) ook schade aanrichten. 3. De energie van de straling Behalve van het soort stralingsdeeltjes hangt de schade die zij kunnen veroorzaken ook af van de energie van de straling. Deze energie is -als we weer aan knikkers denken- het best te vergelijken met snelheid: een knikker die tegen je arm rolt is minder pijnlijk dan een knikker die met een katapult tegen je arm wordt geschoten. De laatste knikker geeft meer energie af aan de arm en richt daardoor neer schade aan. Zo is het ook met straling: hoe groter de energie-afgifte van de straling, hoe groter de kans op schade. Behalve van de energie ("knikkersnelheid") hangt de schade natuurlijk ook af van de hoeveelheid straling ("aantal knikkers"). 4. Eigenschappen van röntgenstraling Bij een röntgenbuis zijn zowel de energie van de straling als de hoeveelheid straling instelbaar. Als een röntgenbuis wordt uitgezet houdt deze op met het uitzenden van röntgenstraling, net zoals een lamp ophoudt met licht geven zodra de schakelaar wordt omgedraaid. 5. Eigenschappen van radio-aktieve stoffen Van de straling die uit een radio-aktieve stof komt is de energie niet te veranderen. Ook de hoeveelheid straling die er
13 0000 Ó Oj Ma «Si halvt*t*i«fcüd is nog de helft aonde radtoacttviöri o p_oo_q_g_o_o_oo goo g c Een filmpje laat zien hoe de aktlvltelt van een stof in de loop van de tijd afneemt. Tussen twee opeenvolgende beeldjes zit telkens evenveel tijd. Onderstaande tabel geeft voor een aantal veel gebruikte radlo-aktleve Isotopen de halveringstijd weer. Tevens wordt de soort straling aangegeven. Isotoop Halveringstijd Soort straling Koolstof-U Koolstof-14 Stikstof-13 Fluor-18 Chroom-51 Cobalt-60 Gallium-67 Strontium-85 Strontlun-8'm Teehnetlum-99m Indium-Ul Indlum-115ro Jodlum-123 Jodlum-131 Xenon-13 lm Ceslum-137 Irldium-192 Kwik-197 Goud-198 Thallium minuten 5700 jaar 10 minuten 110 minuten 28 dagen 5 jaar 3,2 dagen 64 dagen 3 uur 6 uur 2,8 dagen 4,5 uur 13 uur 8 dagen 12 dagen 30 jaar 74 dagen 65 uur 2,7 dagen 3 dagen diverse bèta diverse diverse bèta, gamma gamma bèta, garana bèta, gamma bèta, gaimna bèta, gamma bèta, gamma bèta gaiama, bèta diverse gamma bèta, gamma bèta, gamma gamma diverse bèta, gamma
14 af komt Is niet te beïnvloeden. Radio-aktieve stoffen blijven deeltjes uitzenden, ook al worden ze niet gebruikt. Hel neemt het aantal uitgezonden deeltjes af in de loop van de tijd; juist bij het uitzenden van de deeltjes verliest de stof zijn radio-aktiviteit. De hoeveelheid straling -de aktiviteit- loopt niet bij alle stoffen even hard terug: bij sommige gaat het langzaam, bij andere gaat het snel. We spreken van stoffen met lange en met korte halveringstijd. Elke stof wordt aangeduid door een naam en een nummer, zoals jodium-131. Naast het kunstmatig geproduceerde jodium-131 bestaat ook het in de natuur voorkomende jodium-127. In het lichaam gedragen beide stoffen zich hetzelfde. Jodium-127 is echter niet radio aktief. Al deze soorten jodium worden isotopen genoemd. Zo wordt elke kombinatie van een stofnaam en een nummer een isotoop genoemd. Alle in ziekenhuizen gebruikte radio-aktieve isotopen worden kunstmatig aangemaakt. 6. Schade door straling Hierboven is het voorbeeld gegeven van een knikker, die tegen je arm rolt of geschoten wordt. In het eerste geval geeft de knikker maar weinig energie aan je arm af: de pijn is gering en de arm blijft heel. Bij afschieten van dezelfde knikker met een katapult wordt de arm met kracht getroffen, zodat er een blauwe plek of zelfs een wond ontstaat. De knikker staat dan zoveel voortbewegingsenergie af aan de arm, dat die beschadigingen oploopt. Iets soortgelijks gebeurt als het menselijk lichaam aan straling wordt blootgesteld. De stralingsdeeltjes staan een deel van hun energie af aan het lichaamsweefsel, dat daardoor beschadigd kan worden. Lichaamsweefsel bestaat uit cellen. Deze zijn opgebouwd uit verschillende onderdelen, die elk zorgen voor het uitvoeren van bepaalde taken binnen de cel
15 Straling kan celonderdelen beschadigen. We kunnen in dat geval drie soorten effekten onderscheiden: - effekten op het funktioneren van de cel zelf - effekten op dochtercellen van de cel (na celdeling) - effekten op voortplantingscellen en daarmee op het nageslacht. Effekten op het funktioneren van de cel zelf kunnen het gevolg zijn van beschadiging van verschillende van de onderdelen. De plaats en de ernst van de schade bepalen dan mede de verdere levensloop van de cel. Zo kan de cel kleine beschadigingen weer repareren. Ingrijpender beschadigingen kunnen tot gevolg hebben dat celfunkties gestoord zijn of zelfs geheel uitvallen. Ernstige beschadigingen kunnen leiden tot het afsterven van de cel; dit zal echter bij in ziekenhuizen voor verplegend personeel gebruikelijke doses niet voorkomen. Daarentegen wordt bij radiotherapie de tumor aan hoge doses straling blootgesteld, zodat de tumorcellen <?aar gedood worden. Wordt de celkern met daarin de erfelijke informatie beschadigd, dan kunnen na celdeling dochtercellen verschillen van hun moedercel. Deze wijzigingen kunnen meer of minder ernstig zijn. In een ernstig geval kan beschadiging van de erfelijke informatie zo leiden tot de groei van een kankergezwel. De kans hierop is normaal gesproken zeer klein, maar wordt groter als de dosis straling groter wordt. Zo'n kankergezwel kan zich lange tijd na de bestraling openbaren, tot zelfs 30 jaar erna. Beschadiging van de celkern van bij de voortplanting betrokken cellen kan leiden tot effekten bij het nageslacht. Dit kan onschuldig zijn, bijvoorbeeld een afwijkende haarkleur, maar ook geestelijke of lichamelijke misvormingen kunnen het gevolg zijn. Dergelijke mutaties kunnen, evenals kanker, overigens ook door andere oorzaken ontstaan. De omvang en het eventuele schadelijke effekt van een hoeveelheid straling die je oploopt worden uitgedrukt in een getal, in een aantal tnillirems. De millirem is eigenlijk een verouderde eenheid, die nog wel vaak gebruikt wordt (zie de bijlage: eenheden in stralingsland).
16 Voor de precieze omvang van het rislko van straling worden wel bepaalde getallen genoemd. Zo zou per 1000 millirem straling die je oploopt de kans dat je er kanker van krijgt 1 op zijn. Dat wil zeggen: als er mensen elk 1000 mrem krijgen (wat al vrij veel is), krijgen er 100 kanker van (1 op de ). De kans op genetische schade wordt -indien je in de vruchtbare periode zin- ongeveer even groot geschat. Bedacht moet worden dat deze getallen zeer onzeker zijn. Ze zijn gebaseerd op experimenten waarbij aan dieren (bijv. muizen) hoge stralingshoeveelheden werden toegediend. Ook kon uit de gevolgen van de atoombomexplosies op Japan (augustus 1945) een en ander worden afgeleid. Deze gegevens zijn omgerekend voor de in vergelijking zeer lage stralingshoeveelheden die mensen onder normale omstandigheden oplopen. Het is onduidelijk of dit korrekt is; er zijn aanwijzingen dat dit zowel naar boven of naar beneden kan afwijken. Deze onzekerheid moet aanleiding geven tot extra voorzichtigheid. Om de kans op beschadiging van het erfelijk materiaal zo klein mogelijk te maken, dient men voorzichtig om te gaan met radio-aktieve stoffen en stralingsapparaten als röntgentoestellen. Bij het gebruik ervan moeten voor- en nadelen voor de patiënt en het medisch personeel tegen elkaar worden afgewogen. Vooral weefsel dat uit zich snel delende cellen bestaat -zoals dat van een foetus of een kind en ook het bloedvormende beenmerg- is bijzonder gevoelig voor straling. 7. Regels voor blootstelling aan straling Toepassing van straling heeft zowel positieve als negatieve kanten. VóSr de ontdekking van de röntgenstraling en de toepassing daarvan in de medische diagnostiek was opensnijden de enige manier om een patiënt van binnen te bekijken; nu hoeft dit niet altijd meer. Verder kan kanker in een aantal gevallen door bestraling met sukses worden bestreden (radiotherapie). Ook wordt bestraling soms gebruikt om bij kankerpatiënten de pijn te verminderen (palliatief gebruik)
17 Door blootstelling aan straling loop je echter ook een grotere kans om kanker te krijgen. De toepassing van straling is dan ook wettelijk geregeld. In de wet (de Kernenergiewet) staat het volgende: - toepassing van straling moet nuttig zijn; - blootstelling aan straling moet zo veel mogelijk beperkt worden; - er wordt een wettelijke norm gesteld voor de blootstelling aan straling. De totale dosis waaraan iemand wordt blootgesteld mag nooit boven de norm komen en moet zelfs zo ver mogelijk onder de norm blijven. De norm is vastgesteld op maximaal 500 millirem per jaar. Dit geldt niet voor de straling die je als patiënt oploopt. De millirem (afgekort mrem) is een maat voor de schadelijkheid van de straling die je oploopt. We noemen dit verder de dosis of stralingsdosis. Zie hierover de bijlage achter in dit boekj e. Een uitzondering wordt gemaakt voor mensen die beroepsmatig veel met straling omgaan, de zgn. radiologische werkers. Zij mogen per kwartaal niet meer dan 3000 millirem en per jaar niet neer dan 5000 millirem oplopen. Voor die mensen gelden extra regels, zoals o.a.: - leren hoe met straling om te gaan (kursussen, instrukties) - dragen van beschermende kleding (loodschorten) - dragen van een badge, zodat de opgelopen dosis kan worden bijgehouden - deskundige begeleiding - regelmatige medische keuring (op verzoek; in sommige ziekenhuizen verplicht). De zin ervan is maar betrekkelijk gezien de lange inkubatietijd van mogelijke effekten. De ongeboren kinderen vormen een aparte categorie die ook in de wet bijzondere aandacht krijgt. Die groeien erg snel en zijn daarom buitengewoon kwetsbaar voor straling. Hierbij zijn met name de eerste 50 dagen van de zwangerschap van belang; in - ]6 -
18 deze periode vindt de orgaanaanleg plaats. Een aantal vrouwen weet dan nog niet dat ze zwanger zijn. Met het oog op een eventuele zwangerschap mogen vrouwelijke radiologische werkers per kwartaal ten hoogste een dosis van 1300 millirem ontvangen op het onderlichaam. Voor zwangere vrouwen geldt dat de dosis die de foetus ten gevolge van het werk van de moeder ontvangt ten hoogste 500 millirem mag bedragen. Het is nog beter als een zwangere vrouw alleen werk doet waarbij de foetus niet aan straling wordt blootgesteld; op dit laatste punt zijn je rechten niet wettelijk geregeld. 8. Beperkt gebruik van straling Toepassingen van straling moeten nuttig zijn. Daarom zijn sommige toepassingen van straling zonder meer verboden (bijvoorbeeld wanneer er gelijkwaardige alternatieven- zonder straling zijn), terwijl voor andere toepassingen strenge wettelijke regels bestaan (zoals voor radium in lichtgevende horloges). Men moet zich dan ook altijd afvragen of een bepaalde toepassing van straling nuttig is. Zo is het bijvoorbeeld beslist niet nuttig om van elke patiënt met grote regelmaat röntgenfoto's te maken. 9. Bescherming tegen straling Blootstelling aan straling kan nadelige gevolgen hebben. Allereerst is het daarom belangrijk het opnemen van radio-aktieve stoffen in het lichaam, bijvoorbeeld door de mond, te vermijden. De kans op nadelige gevolgen van straling die van buiten het lichaam komt kan worden verminderd door de hoeveelheid straling waaraan men blootgesteld wordt te beperken. Deze beperking is op een aantal manieren mogelijk, namelijk: -stralingsbronnen afschermen -afstand houden tot stralingsbronnen -niet langer dan noodzakelijk in de buurt van een stralingsbron verblijven
19 , I I ' I ' I I I I T7T De hoeveelheid doorgelaten straling neemt af naarmate de afscherming dikker wordt. De tabel geeft voor verschillende soorten afscherming en voor straling van verschillende energie aan hoeveiel van de straling wordt doorgelaten. Soort afscherming Doorgelaten hoeveelheid straling Zwakke Harde Zwakke Harde röntgen röntgen gamma gamma Halfsteens muur CIO cm) a 7% 20% 36% Glas (S ra) 80% 92% alles alles Loodschort Oi mm) 2% 37* 60* 80% Staalplaat (2 mm) bijna niks 75% 80% 93% Loden muur (10 cm) bijna bijna bijna 0,4% niks niks niks
20 Dit kunnen we kortweg samenvatten tot: afscherming - afstand - tijd. Deze beschermende maatregelen worden nu puntsgewijs behandeld. a. Afscherming Door een afscherming tussen jezelf en een stralingsbron wordt een deel van de straling tegengehouden. Zo'n afscherming kan een loden omhulling van een röntgenapparaat zijn, een loodschort die je voor hebt, maar ook een muur die zich tussen jou en de stralingsbron bevindt. Hoeveel straling wordt onderschept door de afscherming hangt af van de soort en de dikte van de afscherming en van de soort straling. Het afschermen van gamma- en röntgenstraling is niet eenvoudig, omdat de straling zo doordringend is. Sommige materialen schermen straling zeer goed af; een voorbeeld hiervan is lood. Ook andere metalen, zoals staal, doen het vrij goed. Belangrijk is ook de dikte van de afscherming. Hoe dikker de afscherming hoe meer straling wordt tegengehouden. Het is echter niet mogelijk om alle straling tegen te houden. De figuur geeft dit weer. Je ziet hoe de afschermende werking bij een grotere dikte beter wordt. De tabel geeft aan wat het effect is van verschillende soorten afscherming. Hier blijkt het belang van de dikte: een muur van 10 cm houdt straling beter tegen dan een loden plaat van een halve millimeter; een loodschort helpt alleen goed tegen straling met een lage energie. Hang een loodschort na gebruik op; opvouwen veroorzaakt scheurtjes en vermindert de beschermende werking ervan. Uit de tabel is ook te zien dat afscherming de opgelopen dosis aanmerkelijk kan verminderen. Zorg er wel voor dat de afscherming zich altijd tussen jou en de stralingsbron bevindt! b. Afstand De blootstelling aan straling kan worden beperkt door afstand te bewaren
21 -10m Hoe groter de afstand» opvangt. hoe minder je van een bepaalde bron Twee verschillende "badges" die worden gebruikt om te raeten hoeveel straling iemand bijvoorbeeld In een periode van twee weken oploopt. Links een filmdosismeter, rechts een TLD-badge
22 Dit blijkt uit de volgende vergelijking: Bij een lamp die dichtbij staat kun je beter lezen dan bij dezelfde lamp verder weg: van de eerste bereikt je meer licht dan van de laatste. Dat geldt ook voor radio-aktieve straling. Als je dichterbij staat komt er meer straling bij je dan als je verder weg staat. De dosis die je ontvangt Is dus ook minder als je verder van de bron verwijderd bent. Zo daalt de hoeveelheid straling die je opvangt tot eea ' art als je afstand tot de bron tweemaal zo groot wordt. Dat kun je zien in het plaatje. Het is dan ook verstandig om een stapje terug te doen als dat mogelijk is. Dat geldt ook voor het op afstand bedienen van een röntgenapparaat. c. Tijd Als je korter aan een bepaalde hoeveelheid straling wordt blootgesteld is de dosis die je ontvangt kleiner. Het is dan ook verstandig om er voor te zorgen dat je gedurende een zo kort mogelijke tijd straling opvangt. Radiologisch werkers die een röntgentoestel bedienen of omgaan met een radio-aktieve stof moeten natuurlijk een afweging maken tussen afscherming, afstand en tijd. Onhandig werken door een loodschort (afscherming) of lange instrumenten (afstand) kan bijvoorbeeld maken dat de tijd dat ze aan straling blootstaan toeneemt. Soms wordt bij werken op de röntgenafdeling het drinken van melk aanbevolen. Dit kan heel gezond zijn, maar met stralingsbescherming heeft het niets te maken. 10. Meten van straling Straling kun je niet horen, zien of voelen. Daarom moet je op een andere manier te weten zien te komen of er straling is. Voor het meten van straling zijn allerlei hulpmiddelen bedacht. Die zijn in twee groepen te onderscheiden. Enerzijds zijn er apparaten die het dosistempo meten: de hoeveelheid straling die op een bepaalde plaats op een bepaald
23 16% straling uit bronnen in het lichaam zelf 33% radon en andere stoffen uït bouwmaterialen 16% straling uit de aardbodem 1% diversen 13% straling uit de ruimte 21% straling bij medische toepassingen (als patient) De belangrijkste bronnen van straling die een mens In doorsnee oploopt
24 moment heerst, wordt aangegeven. Deze meters worden dosistempometers genoemd. Anderzijds worden er zogenaamde badges gebruikt om vast te stellen hoeveel straling je totaal hebt ontvangen over een langere periode (meestal twee weken). Meestal worden deze alleen toegepast bij radiologisch werkers. Een badge bestaat uit een fotografische film die in een plat doosje wordt gedragen op de plaats waar je de meeste straling krijgt (dat kan de pols zijn, het voorhoofd, de taille of de onderbuik). Die film wordt zwart als er veel straling op is gevallen, net als bij een röntgenfoto. Tegenwoordig wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van de zogenaamde TLD-badges. Deze zijn meestal gevoeliger. Een badge geeft de opgelopen dosis aan. Op de foto's zijn een paar veel gebruikte badges te zien. 11. Achtergrondstraling Ook van nature loop je toch altijd een zekere stralingsdosis op. Zo zorgt de straling uit de aarde en uit het heelal in Nederland samen voor zo'n 50 millirem per jaar. Binnenshuis is nog meer straling uit de omgeving. In bouwmaterialen, zoals beton en baksteen zitten ook kleine hoeveelheden radio-aktieve stoffen, die aan de stralingsdosis een bijdrage van millirem leveren. Eén van die stoffen is kaliutn, waarvan een deel radio-aktief is. Geen wonder dat we zelfs via het eten nog straling oplopen, onder andere door dit kalium. Van de door menselijke aktiviteiten veroorzaakte straling is de medische straling het belangrijkst. Gemiddeld loopt een Nederlander hierdoor -voornamelijk door het ondergaan van röntgenopnamen- zo'n millirem per jaar op. Andere oorzaken, bijvoorbeeld door het werk in laboratoria of industrieën, leveren voor de doorsnee Nederlander slechts weinig straling op. In individuele gevallen kan dit wel hoger liggen
25 DEEL II: TOEPASSING VAN STRALING EN RISIKO'S VOOR HET PERSONEEL. We komen nu toe aan de behandeling van de verschillende toepassingen van straling in het ziekenhuis. Achtereenvolgens kijken we naar het gebruik van röntgenapparatuur en de toepassingen van radio aktieve stoffen. Tenslotte komen onder de kop diversen enige technieken aan de orde die niet met radio-aktiviteit te maken hebben. RÖNTGENONDERZOEK 1. Hoe ontstaat een röntgenopname? In een ziekenhuis worden veel röntgenonderzoeken gedaan. Met behulp van röntgenstralen is het namelijk mogelijk als het ware binnen in het lichaam te kijken (bijv. naar beenderen en organen). De röntgenapparaten die voor verschillende onderzoeken worden gebruikt zien er allemaal weer anders uit, toch werken ze volgens hetzelfde principe. In elk apparaat zit een Röntgenbuis waarin de straling wordt gevormd. Alleen als het apparaat aan staat komt hier straling uit. De werking wordt uitgelegd in bijgaande figuur. Röntgenstralen zijn niet zonder meer te zien, ze moeten zichtbaar gemaakt worden. Dit kan gebeuren door ze op een fotografische plaat op te vangen of via een beeldversterker op een T.V. scherm af te beelden. Röntgenstraling wordt dus altijd opgevangen en "verwerkt" om zichtbaar gemaakt te worden. Röntgenstraling gaat gemakkelijker door vet en spierweefsel dan door botten. Daardoor kunnen botten zichtbaar gemaakt worden, bijv. door röntgenstraling door de arm van een patiënt te laten gaan en daar achter een fotografische plaat te zetten. De fotografische plaat wordt alleen zwart op de plaatsen waar de straling doordringt. Hierdoor wordt het bot als een licht beeld zichtbaar op de foto. Als er röntgenfoto's gemaakt moeten worden van delen van het lichaam die de straling wel goed doorlaten, wordt een z.g.
26 anode gloeidraad elektronen bedieningskast venster röntgenstraling Als het röntgentoestel wordt aangezet gaat door de gloeidraad een elektrische stroom lopen. De draad wordt daardoor heet en gaat deeltjes (de zgn. elektronen) uitzenden. Tussen de gloeidraad en de anode staat een elektrische spanning (de zgn. bulsspanning). Daardoor vliegen de elektronen naar de anode. Daar botsen ze op het metaal van de anode. Hierdoor gaat de anode ró'ntgenstrallng uitzenden. Als de stroom door de gloeidraad groter wordt gaat deze meer elektronen uitzenden. De omvang van de elektronen-stroom wordt aangegeven In milll-ampëre (na). Er botsen dan meer elektronen op de anode en er wordt dus meer röntgenstraling geproduceerd. Bij twee keer zo veel stroom krijg je ook twee keer zo veel straling. De straling blijft van dezelfde soort. Wordt de buisspanning groter (uitgedrukt In kv) dan krijgen de elektronen een grotere snelheid en botsen harder op de anode. Het gevolg Is dat er hardere rcntgenstrallng wordt gemaakt: de doordringendheid is groter. Ala de bulsspanning twee keer zo groot wordt krijg je vele malen meer en hardere straling. Tenslotte Is ook de tijdsduur van belang: twee keer zo lange opname betekent twee keer zo veel straling
27 kontrastmiddel gebruikt. Dit is een stof die röntgenstralen niet goed doorlaat en dus ook een beeld op de foto geeft. Stel bijv. dat er een foto gemaakt moet worden van de tnaag van een patiënt: een maag laat röntgenstraling goed door en zou dus niet zichtbaar worden op een röntgenfoto. De patiënt moet dan eerst bariumpap innemen; bariumpap laat röntgenstralen niet goed door en een maag vol pap is dus op de foto wel te zien. De bariumpap is dus zelf niet radio-aktief; zij houdt slechts de röntgenstraling tegen. 2. Soorten röntgenopname's Zoals gezegd worden er veel verschillende röntgentoestellen gebruikt in een ziekenhuis, leder apparaat is zo gemaakt dat het speciaal geschikt is voor een bepaald onderzoek. De afmeting en het model kunnen dus nogal uiteenlopen. Het soort onderzoek bepaalt welke stralingsenergie en welke stralingsintensiteit nodig is, d.w.z. met welke buisspanning en welke stroom gewerkt moet worden. Er zijn verschillende manieren om het gevormde beeld te verwerken: - foto's; - film; - beeldversterker met daaraan gekoppeld een TV-scherm. Bij het maken van een foto wordt de patiënt kort bestraald om te voorkomen dat de röntgenfoto door het bewegen van de patiënt onscherp wordt. Bij gebruik van een beeldversterker met TV-scherm kan dat langer duren (bijv. tijdens een operatie) maar is de intensiteit van ^.e straling minder. Wanneer je bij het nemen van een röntgenfoto goed afgeschermd staat (bijv. achter een muur of scherm) is de opgelopen dosis te verwaarlozen. Bij een operatie waarbij gebruik wordt gemaakt van een beeldversterker loop je, als je er vaak dicht bij staat door de verspreiding van de straling uit de patiënt een dosis op die wel onder de norm blijft maar niet verwaarloosbaar is. Röntgenapparatuur met beeldversterkers wordt veel toegepast
28 bij hartcathaterlsaties (angiografie). Genoemd moet ook nog worden de zogenaamde computertomografie. Hierbij draait de röntgenbuis om de patiënt heen en maakt zo een aantal opnamen, die met behulp van een computer worden verwerkt tot een afbeelding van een doorsnede (een zgn. "plak") van de patiënt. Bij computertomografie zijn geen mensen in de ruimte aanwezig. 3. Waar moet je op letten? Bij het zorgvuldig omgaan met röntgenapparatuur moet onderscheid worden gemaakt tussen de bundel die rechtstreeks uit het apparaat komt (de zgn. primaire bundel) en de straling die zich, onder andere via de patiënt, verspreidt (de zgn. strooistraling). De stralingsintensiteit in de primaire bundel is erg hoog. Daarom moet je koste wat het kost hieruit blijven. De verstrooide straling is, zeker als je dicht bij de patiënt staat, echter ook niet onbelangrijk. Je moet hiervoor de patiënt als bron van straling beschouwen: de afscherming moet zich dus tussen jou en de patiënt bevinden. Voor mensen die op korte afstand van de patiënt staan is dus niet alleen het röntgenapparaat zelf maar juist ook de patiënt de bron van straling! Om het risiko 20 klein mogelijk te houden is het raadzaam om, als je dicht bij de patiënt staat een loodschort te dragen en tijdens het nemen van een foto achter een loodscherm te gaan staan. Algemene regels : - kom nooit in de primaire bundel; - laat het vasthouden van kinderen bij röntgenopnames over aan de familieleden; - kom niet onnodig dicht bij de patiënt of het röntgenapparaat wanneer dit aanstaat; - zorg voor goede afscherming door een loodschort of scherm; - ga bij het maken van een opname op een röntgenafdeling achter het bedieningspaneel staan;
29 - ga bij een operatie met beeldversterker achter iemand met een loodschort staan als je er zelf geen draagt; Bij zwangerschap : - vermijd het werken op operatiekamers waar beeldversterkers worden gebruikt; laat het begeleiden van patiënten naar de röntgenafdeling veiligheidshalve aan collega's over. 4. Mobiele röntgenapparatuur Wanneer patiënten niet naar de röntgenafdeling kunnen worden vervoerd, wordt vaak mobiele röntgenapparatuur op de zaal gebruikt. Afscherming is dan minder eenvoudig. Daarom is hierbij extra voorzichtigheid op zijn plaats. Indien een röntgenfoto van boven naar beneden (anterior-posterior) wordt genomen verspreidt de meeste straling zich via het lichaam van de patiënt (zie figuur). Iemand die in de buurt is wanneer de opname wordt gemaakt Ir'opt een bepaalde dosis op, die onder meer afhangt van de instelling van het apparaat en de tijdsduur van de opname. Uit metingen blijkt dat op een afstand van ongeveer 1 meter 0,1 tot 0,5 millirem per foto kan worden opgelopen. Indien iemand een aantal malen per week dicht bij zo'n opname aar.wezig zou zijn, loopt hij/zij jaarlijks een dosis op van bijv. 100 millirem. Deze dosis ligt weliswaar onder de norm. Toch is zij niet verantwoord omdat zij met vrij eenvoudige ingrepen kan worden vermeden: - Bij het maken van een röntgenopnarae moet het personeel dat er niet noodzakelijkerwijs bij is betrokken van zaal af; - Mensen die bij de opname persé aanwezig moeten zijn dienen een loodschort te dragen; - Indien zeer regelmatig röntgenfoto's op zaal worden gemaakt (bijvoorbeeld meerdere per dag) mag op een intensive-careafdeling een afgeschermde borstwering en loodglas voor de verpleegpost worden verlangd
30 Overigens is het belangrijk dat goed wordt overwogen of het zin heeft om van mensen op een intensive care afdeling routinematig (bijv. dagelijks) een róntgenopname te maken. mm- Verspreiding van straling bij mobiele rontgenapparaten. Aangegeven Is waar de straling het meest intensief Is: hoe donkerder, hoe intensiever
31 NUKLEAIRE GENEESKUNDE EN RADIOTHERAPIE Tot nu toe hebben we het vooral gehad over apparatuur die straling opwekt. In het volgende gaan we het vooral hebben over stoffen die uit zichzelf straling uitzenden. Ze worden zowel voor diagnostiek als voor therapie gebruikt. Bij de therapie moet nog onderscheid worden gemaakt tussen open en gesloten bronnen van straling. De gesloten bronnen noemt men ook wel ingekapselde bronnen. 5. Nuklealre diagnostiek Bij de nukleaire diagnostiek wordt een radio-aktieve stof in het lichaam van de patiënt gebracht. Soms gaat het om een stof die normaal ook in het lichaam voorkomt, zoals jodium. De stof is echter "gemerkt", d.w.z. radio-aktief gemaakt. Met een geschikt instrument (bv. een gamma-camera) kan men nu nagaan waar zich de radio-aktieve stof bevindt; er wordt als het ware een foto gemaakt van de radio-aktiviteit in het lichaam. Zo'n opname noemt men een scintigram of "scan". Voor de bepaling van onbedoelde neven-effekten voor het verpleegkundig personeel is niet alleen de toegediende hoeveelheid radio-aktiviteit (uitgedrukt in microcuries of millicuries) belangrijk maar vooral de halveringstijd van de toegediende stof. De halveringstijden zijn weergeven in de tabel op pagina 12. Overigens is ook de zgn- radio-toxiciteit van belang. Deze hangt samen met de tijd dat een radio-aktieve stof -mocht je er mee besmet raken- in je lichaam blijft. Verreweg de meest gebruikte stof in de nukleaire diagnostiek is technetium-99m. De halveringstijd van technetium-99m is slechts 6 uur. Na die tijd is dus al de helft van de in de patiënt gebrachte radio-aktiviteit verdwenen door natuurlijk verval; na een dag is nog slechts 6% van de oorspronkelijke radio-aktiviteit over. Technetium wordt bij 75% van alle nukleaire onderzoekingen toegepast, o.a. bij hersen-, lever-, bot-, long-, hart- en schildklierscans
32 Vu!-. 1. Jv' ft Een van de oudste toepassingen van nuklealre diagnostiek is schlldkller-onderzoek. Radio-aktief jodium wordt in het lichaam gebracht en begeeft zich» evenals gewoon jodium, naar de schildklier. Op de foto is een scintigratn van de schildklier te zien; de lichte vlek in de linker lob wijst op een slecht functionerend deel. < if. De meest gebruikte radlo-aktieve stof voor diagnostische toepassing is technetlum-99m. Hier een opname van een (overigens gezonde) lever en milt van een patiënt aan wie een met technetiun-99ni gemerkte stof (een zwavelsol) is toegediend
33 Een stof die vroeger veel, maar tegenwoordig minder wordt gebruikt is jodium-131. De bekendste toepassing is het onderzoek van de schildklier. Jodium-131 heeft een vrij lange halveringstijd: acht dagen. Dit betekent dat pas acht dagen na de toediening de helft van de radio-aktiviteit door natuurlijk verval uit het lichaam van de patiënt is verdwenen. Overigens verdwijnt een deel van de aktiviteit door uitscheiding. De tijd waarin de helft van de aktiviteit door uitscheiding is verdwenen noemt men wel de biologische halveringstijd. Samen met de "gewone" geeft dit een effektieve halveringstijd. Deze effektieve halveringstijd is altijd korter dan de "gewone" en ook korter dan de biologische halveringstijd. Daarom is niet algemeen aan te geven tot hoelang na het nukleaire onderzoek je nog bepaalde voorzorgen in acht moet nemen. Bij gebruik van technetium-99ra is een dag doorgaans voldoende, bij andere stoffen kan dit langer duren. Soms is de aktiviteit ook veel eerder verdwenen: bijvoorbeeld bij nieronderzoek met hippuran verdwijnt vrijwel alles bij de eerste maal urineren na de behandeling. Bij uitscheiding is de aktiviteit overigens niet verdwenen maar afgevoerd, bijv. naar het riool. Tegenwoordig wordt soms ook gebruik gemaakt van stoffen met een zeer korte halveringstijd, bijv. koolstof-11 (20 minuten). Het ziekenhuis moet dan echter beschikken over faciliteiten om dit soort stoffen zelf te maken. Uit het oogpunt van stralingsbescherming is de ontwikkeling naar korter levende isotopen een goede zaak. Dit geldt overigens in de eerste plaats vooral voor de patiënt zelf. 6. Waar moet je op letten? Patiënten die na het maken van een scintigram op zaal terug komen zijn nog licht radio-aktief. Hoe lang dit d.iurt hangt af van de effektieve halveringstijd van de gebruikte stof. Het is goed om er op te letten dat je zelf geen onnodige straling oploopt. Om een indruk te geven: een patiënt die onderzocht is met behulp van 100 microcurie jodium 131 blijft nog gedurende enkele dagen na het onderzoek straling uitzen
34 Om een orgaan met radio-aktieve stoffen te kunnen onderzoeken moeten de radio-aktieve deeltjes worden ingebouwd in een stof (een chemische verbinding) die een voorkeur heeft voor het betreffende orgaan. Elk orgaan heeft zo zijn eigen stoffen en het is de kunst om radio-aktieve deeltjes te vinden die hierin Ingebouwd kunnen worden. Hieronder een lijst van stoffen die zoal voor de verschillende organen worden gebruikt, samen met de isotoop die wordt ingebouwd. Tevens wordt de halveringstijd weergegeven en de hoeveelheid aktivitelt die meestal wordt toegepast. Vooral de halveringstijd is een belangrijk punt om op te letten. Orgaan Stof Isotoop Gebruikte aktiviteit "Gewone" halveringstijd Schlldkller ttatrlumjodlde Naerluajodide Ferttehnetaat Jodlum-123 Jodium-Ul Technetlum-99m 200 uci 50 yci 2000 pcl 13 uur 8 dagen 6 uur Lever Colloid Technetiura-99m 2000 yci 6 uur Nieren IJzercomplex Hippuran Hlppuran TechnetluB-99m JodiuB-123 Jodium yci 2000 uci 200 yci 6 uur 13 uur 8 dagen Sanografie DTPA, DMSA Technetlum-99m 2000 yci 6 uur Hersen» Fcrtcchnetaat Technetium-99n uci 6 uur Hilt Erytrocyten Erytrocytcn Colloid Technetiua-99n Chroom-51 T*chn*tium-99a 250 MCi 28 dagen 6 uur Botweefsel Fosfaatverbindingen Technetium-99» UCI 6 uur Long Ventilatieacan Vcntilatietcan Zoutoploidng Bloedeivit Xenon-135 Krypton-Slo Xenon-133 T«chn»tiua-99m 1000 UCi/ yci/ VC UCi 5 dagtn 12 seconden 5 dagen 6 uur Hart Bloedaiwit Chloride Technetlum-99m Thalllua MCi 2000 UCi 6 uur 3 dagen Total body Galliuscitraat Callium MCi 3 dagen Leucocytenscan Indiua-lU 450 pci 3 dagen
35 den. Zou je als verpleegkundige een jaar lang per dag gemiddeld twee uur in de onmiddellijke nabijheid (ca. 50 cm) van dergelijke patiënten verblijven, dan loop je zo'n vijftig millirem aan straling extra op. Dit is niet verontrustend, maar voldoende om er rekening mee te houden. Zo is het verstandiger om niet langer in de buurt van deze patiënten te blijven dan strikt nodig is. Het werken met deze patiënten moet snel geschieden en het moeten niet steeds dezelfde verpleegkundigen zijn die deze patiënten verzorgen. Kinderen die nukleaire diagnostiek hebben ondergaan moeten niet op schoot worden genomen (behalve met een loodschort voor). Bij zwangerschap moet je deze patiënten vermijden. Een ander aandachtspunt bij deze patiënten zijn de uitscheidingen; vooral bij de lang levende stoffen verlaat een groot deel van de radio-aktiviteit langs deze weg het lichaam. Door hygiënisch werken moet je voorkomen dat je zelf door bijv. het wassen van de patiënten met de radio-aktieve stof besmet raakt. De hoeveelheden die met urine en faeces naar buiten komen kunnen aanzienlijk zijn, zelfs zo groot dat ze als radioaktief afval zijn te beschouwen. Ze vallen echter niet onder de wet, zodat er geen strikte regels voor zijn. Daarom moeten urine en faeces soms enige tijd worden bewaard voor ze door de WC kunnen worden gespoeld. Enkele voorzorgen die genomen moet worden zijn: - urine en faer.es direct van zaal verwijderen; - patiënten met gebruikmaking van wegwerphandschoenen aan wassen en verschonen; vooral bij incontinente patiënten is dit van belang! Bij sommige onderzoeken worden ook speeksel en neusvocht radio-aktief; de patiënt dient papieren zakdoeken te gebruiken die na het gebruik moeten worden verwijderd. Dring er op aan dat bij patiënten die na een scan terugkomen op de afdeling vermeld wordt met wat voor stof en met welke hoeveelheid hiervan ze behandeld zijn, wat je met de urine moet doen en hoe lang je bepaalde voorzorgen in acht moet nemen
36 Overigens is het verstandig om niet onnodig op de laboratoria en de behandelkamers van de afdeling voor Nukleaire Geneeskunde te komen, zeker niet als je zwanger bent. 7. Radiotherapie - algemeen In de radiotherapie wordt straling gebruikt oia ziekten te behandelen. Vrijwel altijd gaat het hier om vernietiging van tumoren. In totaal zijn er in Nederland achttien instellingen (waaronder de Academische Ziekenhuizen) waar radiotherapie wordt toegepast. Er zijn verschillende vormen van radiotherapie: - uitwendige bestraling; - inwendige met open bronnen: hierbij wordt een radio-aktieve stof in het lichaam van de patiënt gebracht; - inwendige bestraling met gesloten bronnen: hierbij wordt een radio-aktieve stof in afgesloten vorm in het lichaam van de patiënt gebracht. Bij radiotherapie zijn de hoeveelheden straling vele malen groter dan bij de nucleaire diagnostiek. Daarom is een veel grotere zorgvuldigheid geboden. Alle radiotherapie wordt dan ook op aparte afdelingen uitgevoerd en er wordt slechts gewerkt met speciaal geschoolde laboranten en verpleegkundigen. Daarbij worden zeer stringente regels gehanteerd. Bij een goede organisatie en korrekte naleving van de regels blijven de risiko's daardoor zeer beperkt. Een punt van aandacht bij de radiotherapie is de omgeving. Ruimten naast, boven of onder een ruimte waar radiotherapie wordt toegepast zijn niet altijd geschikt voor permanent gebruik. Dit hangt onder meer af van de soort en omvang van de tussenliggende muren en vloeren en van de opgestelde apparatuur. De omgevende ruimten worden dan ook gekeurd door de arbeidsinspektie. 8. Radiotherapie - uitwendige bestraling Bij uitwendige bestraling (ook wel tele-therapie genoemd) gebruikt men meestal röntgen- of gammastraling. Deze straling
37 kan worden opgewekt met behulp van versnellers. Hierin wordt met behulp van snelle deeltjes (zgn. elektronen) de energierijke straling opgewekt. Soms worden de deeltjes ook zelf voor de therapie gebruikt. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van straling uit cobalt-bronnen. Deze laatste bestaan uit een zwaar loden vat met pellets die het isotoop cobalt-60 bevatten. Steeds behoort de oncologisch specialist een geschikte dosis en stralingssoort voor de behandeling te kiezen. Zo'n dosis, die gevonden wordt door het medisch nut tegen de bijkomende ongewenste stralingsschade af te wegen, kan op het behandelde orgaan erg hoog uitvallen; de bedoeling is immers om het kwaadaardige weefsel te vernielen. Door toepassing van smalle, gerichte bundels en het draaien van de apparatuur om de patiënt worden de overige organen en de huid zoveel mogelijk gespaard. Een behandeling wordt verdeeld over een aantal zittingen, bijvoorbeeld 5 weken lang 4 bestralingen per week. Tijdens bestraling mag niemand bij de patiënt blijven, tenzij deze wordt uitgevoerd met minder harde straling (minder energie dan 60 kevï. Dan moeten zij zich wel met een loodschort -en eventueel met loodrubber handschoenen- beschermen tegen strooistraüing. Overigens verdient het aanbeveling om ook bij toepassing van deze relatief zachte straling -die o.a. door huidartsen wel wordt toegepast zo weinig mogelijk aanwezig te zijn. Voor alle duidelijkheid: bij een uitwendige behandeling met straling straalt de patiënt niet na. Na afloop van de bestraling is er dus geen enkel gevaar voor het verplegend personeel. 9. Radiotherapie - inwendige bestraling met open bronnen Bij deze vorm van radiotherapie wordt een radio-aktieve stof in het lichaam van de patiënt gebracht. Een voorbeeld van zo'n therapie is de behandeling van schildklierkanker met jodium
38 De patiënt krijgt het jodium in vloeibare vorm -een sloktoegediend. De aktiviteit van het jodium kan dan wel zo'n 100 mci (millicurie) belopen. Dit is vaak meer dan 1000 maal zoveel als bij nukleaire diagnostiek. Na toediening moet de patiënt nog twee a drie dagen op een speciale kamer blijven, terwijl de toegestane bezoekduur afhankelijk is van de hoeveelheid jodium die nog in het lichaam aanwezig is. Het verplegend personeel kan straling oplopen doordat de patiënt zelf een bron van straling is geworden, of doordat radio-aktief jodium in hun lichaam terechtkomt (inwendige besmetting). Vandaar dat er om zulke risiko's te vermijden diverse praktische regels moeten worden opgesteld, zoals: - de betrokken verpleegkundigen dragen verplicht badges die om de veertien dagen vervangen worden; - personen onder de 18 iaat, vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven mogen niet met radio-aktieve stoffen omgaan of ermee in aanraking komen. Bij deze vorm van radiotherapie blijven de patiënten na de behandeling wel kortere of langere tijd radio-aktief. Speciaal aandacht is nodig indien patiënten tijdens de behandeling overlijden: de uitscheidingsprocessen stoppen dan waardoor de vermindering van de radio-aktiviteit in het lichaam trager gaat. Bij het afleggen moet hiermee rekening worden gehouden. 10. Radiotherapie - inwendige bestraling met gesloten bronnen Het gebruik van gesloten bronnen heeft als kenmerk dat besmetting met radio-aktieve stof is uitgesloten en de patiënt riet nastraalt. Een voorbeeld hiervan is de behandeling van baarmoederhalskanker met cesium-137. In dit geval zit het radio-aktieve materiaal afgesloten In een houder die enkele dagen in de patiënte blijft. Een ander voorbeeld is de behandeling van borstkanker door implantatie van naalden die de radio-aktieve stof iridium-192 bevatten. Omdat het om sterke bronnen gaat, moeten weer regels worden getroffen voor de verpleging. Zo wordt er een grens gesteld aan de tijd die een verpleegkun
39 dige per dag doorbrengt dichtbij de patiënt. Zwangere vrouwen mogen niet bij de verzorging betrokken zijn. Een moderne, veiliger variant maakt gebruik van "remote controlled after-loading" waarbij de radio-aktieve bron bij het binnenkomen van het personeel tijdelijk (automatisch) uit het lichaam wordt verwijderd. 11. Opslag radio-aktief materiaal Radio-aktieve stoffen die nog gebruikt gaan worden of al gebruikt zijn (radio-aktief afval) worden in aparte ruimten opgeslagen. Deze behoren duidelijk aangegeven te zijn (zie figuur). Een deel van het radio-aktieve afval, met een niet te lange halveringstijd, wordt bewaard tot het nauwelijks aktief meer is en dan afgevoerd via het riool of door de vuilnisman. Het afval met een lange halveringstijd wordt in vaten opgeslagen en afgehaald door decovra B.V. (Centrale Organisatie voor Radioactief Afval) in Petten, waar het verder wordt bewaard. Uiteraard moet je niet in de opslagplaatsen van het radio-aktieve materiaal komen. Deze ruimten zijn goed afgeschermd, onder andere door de muren. Hierdoor is het stralingsniveau buiten deze ruimtes zeer laag. Dit teken worde gebruikt om ruimten aan te geven waar radio-aktief materiaal wordt gebruikt of opgeslagen. Ook vaten en apparatuur die radio-aktief materiaal bevatten worden zo aangeduid
40 DIVERSEN Naast radio-aktieve stoffen en ioniserende straling worden de laatste jaren ook andere soorten "straling" toegepast, soms als vervanging van een oudere methode, soms bij een nieuwe aanvullende behandelings- of onderzoekstechniek. 11. Echografie Bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluid waarvan de toon zo hoog is dat het niet hoorbaar is. Toepassing gebeurt vooral in de gynaecologie, bijvoorbeeld om de leeftijd van een foetus te bepalen. Voorzover bekend zijn er geen risiko's aan verbonden; er wordt echter nog onderzoek naar gedaan. Daarom adviseren sommige deskundigen om echografie alleen te gebruiken als het echt nodig is, dus niet routinematig en ook niet "voor het familie-album". Voor de omstanders bij een echo-opname zijn risiko's zeer waarschijnlijk afwezig. 12. H M R De kernspin-resonantie ofwel Nukleaire Magnetische Resonantie (NMR) is een techniek, die nog in ontwikkeling is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van sterke magnetische velden, waarop bepaalde deeltjes in het lichaam kunnen reageren. Daarmee worden deze deeltjes of stoffen "zichtbaar" en kunnen ze informatie geven over de gebeurtenissen in een orgaan. Ook hier is het niet duidelijk of er risiko's voor de patiënt aan zijn verbonden. Vanwege de onbekendheid wordt toepassing van NMR nu nog afgeraden voor heel jonge kinderen, epileptici en mensen met een pace-raaker. Waarschijnlijk is NMR een veilige -maar nog wel erg durevervanger in een aantal onderzoeken waarbij nu computertomografie of scintigrafie wordt gebruikt. 13. Microgolfstraling Microgolven zijn te vergelijken met radiogolven, zoals die opgevangen worden door de antenne van een radiotoestel
41 Ze worden toegepast in radar en in magnetron-ovens. Het is een geschikte methode om dieper gelegen delen van het lichaam te verwannen. Medische toepassingen zijn diathermie (in de fysiotherapie) en hyperthermie (voor tumorbestrijding in combinatie met bestraling). Bij verhitting boven 42 C treden biologische effekten op waarvan gezond weefsel zich nog wel kan herstellen, maar blijvende schade treedt pas bij nog hogere temperaturen op en ook als grotere delen van het lichaam worden verwarmd. Andere schade dan die optreedt door het verwarmen van lichaamsweefsel is niet duidelijk aangetoond; wel wordt er nog onderzoek naar gedaan. Een afscherming is gemakkelijk te realiseren: een kooi van metaalgaas (een zgn. kooi van Faraday) houdt de golven afdoende tege Ultraviolette straling Ultraviolette straling is een soort licht dat we net niet kunnen zien. Het lijkt nog het meest op violet (paars) licht. Het zit ook in zonlicht en zorgt er voor dat we bruin (of rood!) worden. Ultra-violette straling (UV) wordt in toenemende mate in ziekenhuizen gebruikt bij de behandeling van huidziekten. UV-licht wordt ingedeeld in drie soorten: UV-A, OV-B, UV-C. Deze indeling kan worden vergeleken met de verschillende kleuren van zichtbaar licht. Vooral de PUVA-therapie (zie figuur), die gebruik maakt van UV-A is sterk in zwang. Bij gewone lichttherapie wordt gebruik gemaakt van UV-B. Vanouds zijn er nog enkele andere toepassingen van ultraviolette straling in ziekenhuizen. Sterilisatielampen in operatiekamers werken vooral met het UV-C en in de fysiotherapie wordt gewerkt met hoogtezonnen en solaria, die weer vooral gebaseerd zijn op effekten van UV-B. Alle genoemde soorten ultraviolette straling kunnen schade aan de ogen veroorzaken. De ogen zijn eenvoudig te beschermen met een speciale bril. UV-B en UV-C kunnen ook de huid beïnvloeden, op ongeveer
42 Een afbeelding van een apparaat waarmee PUV A-therapie kan «orden toegepast. Het wordt gebruikt bij huidziekten, zoals psoriasis. De therapie bestaat uit het toedienen van soraleen gecombineerd met het bestralen met JW-A^ (vandaar de naam PUVA)
43 dezelfde maaier als zonlicht ("zonnebrand"). ÜV-A geeft, zij het in mindere mate, vergelijkbare effefcten. Alle UV kan -evenals zonlicht- ook huidkanker veroorzaken die bij niet-tijdige behandeling kwaadaardig kan worden. Onnodige blootstelling dient dus te worden vermeden
44 DEEL III: HOE VERBETER JE DE SITUATIE? In het voorgaande hebben we behandeld wat straling is, wat de gevolgen van blootstelling aan straling kunnen zijn en hoe straling wordt toegepast in het ziekenhuis. In het nu volgende zullen we proberen aan te geven wat je kunt doen om de stralingshygiëne op je werkplek te verbeteren. Wat kun je doen om (overmatige of overbodige) blootstelling aan straling te verminderen? 1. Wat zijn je rechten? Op grond van de Kernenergiewet en de Arbeidsomstandighedenwet (kortweg ARBO-wet genoemd) heb je een aantal rechten: - Risiko's moeten zo veel mogelijk worden vermeden. Als dat niet mogelijk is, moeten die risiko's in ieder geval zo veel mogelijk worden beperkt. - Over het verrichten van werk waaraan risiko's zijn verbonden moet voldoende informatie worden gegeven. Het laatste betekent bijvoorbeeld dat er niet alleen -als dat nodig is- beschermende kleding moet worden verstrekt, maar dat ook moet worden verteld hoe je met die kleding omgaat. Ook verdient het aanbeveling dat in de opleiding van verpleegkundigen ruime aandacht wordt besteed aan de omgang met straling. Het eerste punt is wat moeilijker. Want wat is "zo veel n.ogelijk"? In de praktijk blijkt echter dat er vaak met vrij eenvoudige middelen iets tegen overmatige stralingsbelasting is te doen. De voorbeelden in deel II geven dit aan. Laat je in elk geval niet afschepen met de bewering "dat het veilig is omdat de straling onder de norm zit". Dit is in zijn algemeenheid niet juist en daarom is in de wet ook meer geregeld dan dat de stralingsbelasting onder de norm moet blijven: zij moet zo laag zijn als redelijkerwijs mogelijk is. In geval van zwangerschap is het verstandig bepaalde werkzaamheden, vooral in het begin van de zwangerschap, niet te doen. Wettelijk is hierover weinig vastgelegd
45 Vakbonden Bij alle vakbonden zijn afdelingen die zich bezighouden met arbeidsomstandigheden. Bij de volgende adressen kun je hiervoor terecht. ABVA/KABO Bredewater CA Zoetermeer tel Het Beterschap Koningslaan GB Utrecht tel CFO, dhr. Van den Akker Zeekant AA Den Haag tel Wetenschapswinkels Aan verschillende universiteiten in Nederland zijn Wetenschapswinkels gevestigd. Dit zijn instellingen die gratis adviezen geven aan of onderzoek doen voor groepen die daar zelf geen geld voor hebben. Bij de volgende Wetenschapswinkels kun je terecht met vragen over straling. - NATUURKUNDEWINKEL UTRECHT, Laboratorium voor Experimentele Fysica» Postbus , 3508 TA Utrecht, tel FYSIKAWINKEL EINDHOVEN, Gebouw N-LAAG, Kamer NA Postbus 513, 5600 MB Eindhoven, tel / Wetenschapswinkel Universiteit van Amsterdam, Herengracht 530, Amsterdam, tel Interfakultalre Vakgroep Energie- en Milieukunde (IVEM) Wouter Blesiot, Postbus 72, 9700 AB Groningen, Bezoekadres: Oude Kijk In 't Jatstraat 24-1, tel /
46 Normaal gesproken moet het -bij een goede werksituatiemogelijk zijn om een en ander iiv> overleg met kollega's en afdelingsstaf te regelen. 2. Overleg Indien een bepaalde situatie op je afdeling niet in orde is of je hebt twijfels aan de stralingsbescherming, dan ligt het voor de hand om eerst te overleggen met je kollega's en met het hoofd van de afdeling. Indien je niet zeker bent van je zaak kun je je laten adviseren door zgn. wetenschapswinkels (zie adressenlijst), de arbeidsinspektie of door specialisten van de vakbond. Binnen het ziekenhuis kun je de zaak aan de orde stellen bij de beheerders van de stralings-apparatuur (de radiologen of de nukleaire specialisten) of bij de veiligheidsdienst. Vraag of ze je (uitgebreid) voorlichten over hun kijk op de situatie. In het ziekenhuis is het vaak niet gebruikelijk dat verpleegkundigen zich met het beleid van specialisten bemoeien. Je moet dan ook voorbereid zijn op minder prettige reakties. Laat je daardoor niet afschrikken, maar probeer zelf ook redelijk te blijven en probeer in elk geval een goed inzicht in de situatie te krijgen. Mocht het direkte overleg niet tot resultaten leiden dan kun je in de Ondernemingsraad de zaak aan de orde laten stellen. Ook kun je de vakbond inschakelen. Overigens heb je op grond van de Kernenergie-wet formeel geen inspraak. Bij elke instelling is een "deskundige" aangewezen die de eindverantwoordelijkheid heeft voor de stralingsveiligheid. Met de komst van de nieuwe ARBO-wet worden de inspraakmogelijkheden, bijv. via de Ondernemingsraad, beter geregeld. 3. De Arbeidsinspektie De Arbeidsinspektie is de instantie die door de overheid is ingesteld om toe te zien op het naleven van de regels voor de arbeidsomstandigheden (de Kernenergie-wet en de ARBO-wet). Daarnaast heeft de Arbeidsinspektie als taak om: - werkgever en werknemers aan te zetten tot overleg over te
47 treffen veiligheidsvoorzieningen; - als dat overleg geen resultaat oplevert, bepaalde voorzieningen dwingend voor te schrijven; - te beoordelen of wensen die in het overleg niet realiseerbaar blijken, gerechtvaardigd zijn. Het kan nodig zijn de Arbeidsinspektie in te schakelen als je binnen het ziekenhuis niet tot een oplossing komt. Dit kun je bijvoorbeeld via de Ondernemingsraad proberen te regelen. De Arbeidsinspektie grijpt niet snel dwingend in; sinds kort heeft ze echter meer bevoegdheden
48 Bijlage: EENHEDEN IN STHALINGSLAND Zoals al eerder vermeld wordt de opgelopen dosis straling uitgedrukt In mlllirem (mrem). Dit is eigenlijk een ouderwetse eenheid. Tegenwoordig wordt de milllsiever' i.msv) gebruikt. Er geldt: 1 millisievert milllrem. De schadelijkheid van de verschillende stralingssoorten (alfa, bèta, gamma, rsntgen) zit al In deze eenheid verwerkt; daarom noemen natuurkundigen het een eenheid van dosis-ekwivalent, en niet van dosis. Soms wordt de opgelopen dosis weergegeven in millirad (mrad) of milligray (mgy). Dit geeft slechts de afgegeven energie weer en houdt geen rekening met de biologische schade. Voor röntgen- en ganmastrallng geldt: 1 millirem - 1 millirad 1 nillisievert - 1 milligray Voor alfa- en betastraling gelden deze eenvoudige regels niet. Een andere eenheid die je nogal eens tegen zult komen la de curie (Cl). Deze geeft de aktivlteit van een radio-aktief materiaal weer (de hoeveelheid gtralingsdeeltjes die per sekonde worden uitgezonden). De moderne eenheid is de becquerel (Bq). Er geldt: 1 curie = 37 miljard becquerel Overigens is 1 rem gelijk aan 1000 milllrem, net zoals I meter hetzelfde is als 1000 millimeter. Voor andere voorvoegsels, zie de tabel hieronder. Veel gebruikte voorvoegsels waarmee hele grote of hele kleine hoeveelheden worden aangeduid. Voorvoegsel afkorting betekenis voorbeeld micro- u miljoenste 1 Sv = Sv milll- m duizendste 1 mrem = rem kllo- k duizend 1 kbq Bq mega- M miljoen 1 MBq Bq giga- G miljard 1 Cl 37 miljard Bq - 37 GBq
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling Samenvatting door een scholier 1947 woorden 26 augustus 2006 6,5 102 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Natuurkunde overal Samenvatting Natuurkunde VWO
5,5. Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli keer beoordeeld. Natuurkunde
Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli 2006 5,5 66 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Natuurkunde samenvatting hoofdstuk 3 ioniserende straling 3. 1 de bouw van de atoomkernen. * Atoom: - bestaat
Ioniserende straling - samenvatting
Ioniserende straling - samenvatting Maak eerst zélf een samenvatting van de theorie over ioniserende straling. Zorg dat je samenvatting de volgende elementen bevat: Over straling: o een definitie van het
p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 2
Röntgenstraling Röntgenstralen dringen niet overal even goed door het menselijke lichaam heen. Zoals de zon wel door het glas maar niet door de spijlen van een raam kan schijnen. Zo ontstaat een schaduw
Röntgenstraling. Medische beeldvorming
Röntgenstraling Medische beeldvorming Röntgenstralen dringen in wisselende mate door het menselijke lichaam heen. Ter vergelijking kan zonlicht wel door een vensterglas dringen, maar niet door de spijlen
Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde
Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde Inleiding In Nederland worden per jaar meer dan honderdduizend mensen verwezen voor een nucleair geneeskundig onderzoek of behandeling. Nucleair geneeskundig
Nucleaire Geneeskunde. Wat is Nucleaire Geneeskunde
Afdeling: Onderwerp: Nucleaire Geneeskunde 1 Voorwoord In Nederland worden per jaar meer dan honderdduizend mensen verwezen voor een nucleair geneeskundig onderzoek of behandeling. Nucleair geneeskundig
Pijnbehandeling door de anesthesioloog. Operatie met doorlichting op OK.
00 Röntgenstraling Inleiding Uw arts heeft voor u een röntgenonderzoek afgesproken. Misschien heeft u vragen over de straling die bij het röntgenonderzoek wordt gebruikt. Deze folder informeert u over
Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1
Zwangerschap en Stralingsbescherming Zwangerschap en Stralingsbescherming inhoud Informatie over mogelijke biologische effecten door blootstelling aan ioniserende straling tijdens deterministische effecten
Radioactiviteit werd ontdekt in 1898 door de Franse natuurkundige Henri Becquerel.
H7: Radioactiviteit Als een bepaalde kern van een element te veel of te weinig neutronen heeft is het onstabiel. Daardoor gaan ze na een zekere tijd uit elkaar vallen, op die manier bereiken ze een stabiele
Scriptie Natuurkunde Rontgenstraling en mammografie
Scriptie Natuurkunde Rontgenstraling en mamm Scriptie door een scholier 1848 woorden 19 maart 2002 6,7 84 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Röntgenonderzoek Röntgenonderzoek is een term die valt binnen de
Onderzoek Nucleaire Diagnostiek Algemene patiënteninformatie over onderzoeken op de afdeling Nucleaire Diagnostiek
Onderzoek Nucleaire Diagnostiek Algemene patiënteninformatie over onderzoeken op de afdeling Nucleaire Diagnostiek Algemeen U bent door uw behandelend specialist doorverwezen voor een onderzoek op de afdeling
Samenvatting Natuurkunde Domein B2
Samenvatting Natuurkunde Domein B2 Samenvatting door R. 1964 woorden 2 mei 2017 7,1 4 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Domein B. Beeld- en geluidstechniek Subdomein B2. Medische beeldvorming 1. Uitzending,
1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.
SO Straling 1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen. 2 Waaruit bestaat de elektronenwolk van een atoom? Negatief geladen deeltjes, elektronen. 3 Wat bevindt zich
Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e
13 Dosisbegrippen stralingsbescherming 1 13 Ioniserende straling ontvanger stralingsbron stralingsbundel zendt straling uit absorptie van energie dosis mogelijke biologische effecten 2 13 Ioniserende straling
Leefregels na behandeling met radioactief Jodium-131. Afdeling Nucleaire Geneeskunde
Leefregels na behandeling met radioactief Jodium-131 Afdeling Nucleaire Geneeskunde Inleiding Deze folder geeft u informatie over de behandeling met radioactief jodium. Deze behandeling kan worden uitgevoerd
H8 straling les.notebook. June 11, 2014. Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling
Stralingsbron en straling Straling? Bron Soorten straling: Licht Zichtbaarlicht (Kleuren violet tot rood) Infrarood (warmte straling) Ultraviolet (maakt je bruin/rood) Elektromagnetische straling Magnetron
RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING
RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING Inleiding Aan het werken met radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen zijn risico s verbonden. Het is bij de wet verplicht om personen
6,1. Werkstuk door een scholier 1691 woorden 21 mei keer beoordeeld. Natuurkunde
Werkstuk door een scholier 1691 woorden 21 mei 2002 6,1 171 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Inleiding. Pasgeleden las ik in de krant een artikel over een chirurg die een taartschijf had laten zitten bij
Nucleaire Geneeskunde
Nucleaire Geneeskunde Informatie voor patiënten F0229-1011 december 2012 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070
De Afdeling Nucleaire geneeskunde. Algemene informatie
De Afdeling Nucleaire geneeskunde Algemene informatie Informatie over uw bezoek aan de afdeling Nucleaire Geneeskunde U bent doorgestuurd naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde van Orbis Medisch Centrum
PATIËNTEN INFORMATIE. Jodium 131-therapie
PATIËNTEN INFORMATIE Jodium 131-therapie Mijnheer, mevrouw In overleg met jouw behandelende arts is gekozen voor een behandeling met radioactief jodium, ook wel jodium 131-therapie genoemd. Via deze informatiebrochure
Bijschildklierscintigram. Nucleaire geneeskunde
Bijschildklierscintigram Nucleaire geneeskunde U bent naar de afdeling Nucleaire geneeskunde van Zuyderland Medisch Centrum doorverwezen om een foto van de bijschildklier (bijschildklierscintigram) te
Werken met radioactieve straling
Werken met radioactieve straling Wat is radioactieve straling? Radioactieve of ioniserende straling draagt energie. Die energie wordt vanuit een bron aan de omgeving overgedragen in de vorm van elektromagnetische
SCHILDKLIERSCINTIGRAFIE EN THERAPIE (Lees deze folder alstublieft bij ontvangst)
SCHILDKLIERSCINTIGRAFIE EN THERAPIE (Lees deze folder alstublieft bij ontvangst) Afspraak afdeling Nucleaire Geneeskunde Mevrouw/meneer Datum Tijdstip Inname capsule Opnamen (45 min.) Therapie Denkt u
Patiënteninformatie. Skeletscan. Skeletscan
Patiënteninformatie Skeletscan Skeletscan 1126538 Skeletscan.indd 1 1 01-11-13 10:56 Skeletscan Afdeling Nucleaire Geneeskunde, route 1.5 Telefoon (050) 524 6720 Algemeen Neemt u bij ieder bezoek aan
Patiënteninformatie. Leukocytenscan met Technetium. Leukocytenscan met Technetium
Patiënteninformatie Leukocytenscan met Technetium Leukocytenscan met Technetium 1 Leukocytenscan met Technetium Nucleaire Geneeskunde, route 1.5 Telefoon (050) 524 6720 Algemeen Neemt u bij ieder bezoek
Nucleaire Geneeskunde. Imeldaziekenhuis
Nucleaire Geneeskunde Imeldaziekenhuis et ingt u m imelda omr zorg Inhoud Voorwoord 3 Scintigrafische onderzoeken 4 Botdensitometrie (BMC, BMD, DEXA) 5 Therapie 5 Concrete vragen en tips 6 2 Mocht u na
Klinische behandeling met radioactief Jodium-131
Klinische behandeling met radioactief Jodium-131 Deze tekst bevat informatie over de klinische behandeling met radioactief Jodium-131. Waarom krijgt u deze behandeling, hoe verloopt het en wat is van belang
NUCLEAIRE GENEESKUNDE LAGE DOSIS I-131 THERAPIE
NUCLEAIRE GENEESKUNDE LAGE DOSIS I-131 THERAPIE 1 Geachte Mevrouw, Heer, Welkom op de dienst nucleaire geneeskunde. In overleg met uw behandelende arts is gekozen voor een behandeling met radioactief jodium,
NUCLEAIRE GENEESKUNDE Lage dosis I-131 therapie
NUCLEAIRE GENEESKUNDE Lage dosis I-131 therapie INFORMATIEBROCHURE VOOR PATIËNTEN INHOUD 1. INLEIDING...4 2. bijwerkingen therapie...5 3. Duur therapie...5 4. Richtlijnen voor en tijdens de therapie...5
8.1 Radiotherapie bij borstkanker
8.1 Radiotherapie bij borstkanker Uw behandelend chirurg heeft met u besproken dat u in aanmerking komt voor bestraling (radiotherapie). Dit advies is gegeven nadat de uitslagen van het weefselonderzoek
SCHILDKLIERPROBLEMEN BEHANDELING MET RADIOACTIEF JODIUM
SCHILDKLIERPROBLEMEN BEHANDELING MET RADIOACTIEF JODIUM FRANCISCUS VLIETLAND Inleiding Vanwege een (te) snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) komt u in aanmerking voor een behandeling met radioactief
Skeletscintigram. Nucleaire geneeskunde
Skeletscintigram Nucleaire geneeskunde U bent naar de afdeling Nucleaire geneeskunde van Zuyderland Medisch Centrum verwezen om een skeletscintigram te laten maken. Door middel van deze folder willen wij
Samenvatting H5 straling Natuurkunde
Samenvatting H5 straling Natuurkunde Deze samenvatting bevat: Een begrippenlijst van dikgedrukte woorden uit de tekst Belangrijke getallen en/of eenheden (Alle) Formules van het hoofdstuk (Handige) tabellen
Lu-DOTATATE therapie: patiënteninformatie voor opname en ontslag
Lu-DOTATATE therapie: patiënteninformatie voor opname en ontslag informatie voor patiënten INLEIDING 3 OPNAME 4 Maatregelen THERAPIE 6 ONTSLAG 8 Leefregels VRAGEN 10 2 U onderging een reeks voorbereidende
Behandeling met radioactief jodium (I-131 therapie) Instructies voor patiënten
Behandeling met radioactief jodium (I-131 therapie) Instructies voor patiënten In overleg met uw behandelend arts is gekozen voor een behandeling met radioactief jodium, ook wel I-131 therapie genoemd.
Choline PET/CT-scan. Nucleaire geneeskunde
Choline PET/CT-scan Nucleaire geneeskunde Inleiding U bent verwezen naar de afdeling Nucleaire geneeskunde van Orbis Medisch Centrum om een zogenaamde Choline PET/CT-scan te laten maken. De PET/CT-scanner
STRONTIUM-89 THERAPIE BIJ PIJNLIJKE SKELETMETASTASEN
STRONTIUM-89 THERAPIE BIJ PIJNLIJKE SKELETMETASTASEN 618 Afspraak afdeling Nucleaire Geneeskunde Mevrouw/meneer Dag Datum Tijdstip Wij willen u vragen uw recente jaarkaart van het Sint Franciscus Gasthuis
Jodium 131 therapie. (Poliklinisch)
Jodium 131 therapie (Poliklinisch) Inleiding In deze folder leest u meer over Jodium 131 therapie. U heeft een afspraak voor de Jodium 131 therapie op: dag om uur. U meldt zich voor dit onderzoek bij
Een röntgenfoto; is dat gevaarlijk?
Een röntgenfoto; is dat gevaarlijk? Inleiding Deze folder informeert u over het nut en over de mogelijke nadelige effecten bij het maken van röntgenfoto's. Mocht u naar aanleiding van deze folder nog andere
Pet/CT scan ten behoeve van radiotherapie
Pet/CT scan ten behoeve van radiotherapie H09.032-05 Inhoudsopgave Afspraak voor... 2 Voorbereiding PET/CT-scan... 2 Waar meldt u zich voor het onderzoek?... 2 Bent u astmatisch of allergisch?... 2 Kunt
Hoofdstuk 1: Radioactiviteit
Hoofdstuk 1: Radioactiviteit Inleiding Het is belangrijk iets te weten over wat we in de natuurkunde radioactiviteit noemen. Ongetwijfeld heb je, zonder er direct mee in aanraking te zijn geweest, er ergens
Nucleaire Geneeskunde
Nucleaire Geneeskunde Patiënten die door hun arts naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde worden verwezen, stellen ons regelmatig vragen over de onderzoeken die wij verrichten. Hieronder volgt een aantal
Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie
Behandelingen bij longkanker inclusief klinische studie immuuntherapie 1 Longkanker Longkanker is niet één ziekte: er bestaan meerdere vormen van longkanker. In deze brochure bespreken we de twee meest
Stabiliteit van atoomkernen
Stabiliteit van atoomkernen Wanneer is een atoomkern stabiel? Wat is een radioactieve stof? Wat doet een radioactieve stof? 1 Soorten ioniserende straling Alfa-straling of α-straling Bèta-straling of β-straling
8.1 Intra Operatieve Radiotherapie (IORT) bij borstkanker
8.1 Intra Operatieve Radiotherapie (IORT) bij borstkanker Van uw arts heeft u te horen gekregen dat u in aanmerking komt voor Intra Operatieve Radiotherapie (IORT). In dit hoofdstuk leggen we u in het
Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING
Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING NIRAS Brussel, 01-01-2001 1. Radioactiviteit en ioniserende straling Alles rondom ons
Patiënteninformatie. PET-CT onderzoek pet ct onderzoek.indd 1
Patiënteninformatie PET-CT onderzoek 1260361 pet ct onderzoek.indd 1 07-10-16 11:06 PET-CT onderzoek Nucleaire Geneeskunde, route 1.5 Telefoon (050) 524 6720 Algemeen Neemt u bij ieder bezoek aan het
Vragen en antwoorden in verband met het mogelijk tekort aan medische radio-isotopen
Vragen en antwoorden in verband met het mogelijk tekort aan medische radio-isotopen 1. Wat zijn radio-isotopen? Een radio-isotoop is een atoomkern die niet stabiel is, maar volgens een proces van radioactief
Botscan Skeletscintigrafie
Uw behandelend specialist heeft voor u een botscan aangevraagd op de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Dit onderzoek wordt ook wel een skeletscintigrafie genoemd. Een botscan is een onderzoek waarbij de
Patiënteninformatie. Schildklieronderzoek uptake en scan. Schildklieronderzoek uptake en scan
Patiënteninformatie Schildklieronderzoek uptake en scan Schildklieronderzoek uptake en scan 1 Schildklieronderzoek uptake en scan Afdeling Nucleaire Geneeskunde, route 1.5 Telefoon (050) 524 6720 Algemeen
NIERSCINTIGRAFIE 17231
NIERSCINTIGRAFIE 17231 Afspraak afdeling Nucleaire Geneeskunde Mevrouw/meneer Dag Datum Tijdstip Injectie Opnamen Denkt u eraan om uw gegevens jaarlijks te laten controleren bij het Inschrijfbureau in
SCHILDKLIERTHERAPIE MET RADIOACTIEF JODIUM
SCHILDKLIERTHERAPIE MET RADIOACTIEF JODIUM 298 Afspraak afdeling Nucleaire Geneeskunde Mevrouw/meneer Dag Datum Tijdstip Denkt u eraan uw recente jaarkaart van het Sint Franciscus Gasthuis mee te nemen.
Patiënteninformatie. Maagontledigingsonderzoek (vast) Maagontledingsonderzoek (vast) Maagontledingsonderzoek hj.indd 1
Patiënteninformatie Maagontledigingsonderzoek (vast) Maagontledingsonderzoek (vast) 1465205 Maagontledingsonderzoek hj.indd 1 1 30-09-16 11:28 Maagontledigingsonderzoek (vast) Nucleaire Geneeskunde, route
PATIËNTENINFORMATIE BEHANDELING MET RADIOACTIEF JODIUM (ZONDER ZIEKENHUISOPNAME)
PATIËNTENINFORMATIE BEHANDELING MET RADIOACTIEF JODIUM (ZONDER ZIEKENHUISOPNAME) Algemeen Door middel van deze brief wil Maasstad Ziekenhuis u informeren over een behandeling met radioactief jodium. Wij
LONGSCINTIGRAFIE FRANCISCUS VLIETLAND
LONGSCINTIGRAFIE FRANCISCUS VLIETLAND Inleiding Dit onderzoek is bedoeld om de doorbloeding van en de hoeveelheid lucht in de longen af te beelden. Hiermee wordt onderzocht of u een longembolie hebt. Dit
SKELETSCINTIGRAFIE (BOTSCAN)
SKELETSCINTIGRAFIE (BOTSCAN) 708 Afspraak afdeling Nucleaire Geneeskunde Mevrouw/Meneer Totale botscintigrafie van het lichaam Drie fasen botscintigrafie Detail opnamen Datum Tijdstip Injectie en evt.
DMSA-SCAN STATISCHE NIERSCINTIGRAFIE (DMSA)
DMSA-SCAN STATISCHE NIERSCINTIGRAFIE (DMSA) FRANCISCUS VLIETLAND Inleiding Dit onderzoek vertelt iets over de vorm en functie van de nieren. De functie van beide nieren kan met elkaar worden vergeleken.
Schildklierbehandeling met Jodium-131. Dienst nucleaire geneeskunde R00
Schildklierbehandeling met Jodium-131 Dienst nucleaire geneeskunde imelda omringt u met 97600256R00 zorg Inleiding U komt naar het Imelda ziekenhuis voor een behandeling met radioactief jodium, omdat uw
7,3. Werkstuk door een scholier 1419 woorden 9 december keer beoordeeld. Botkanker (oftewel: beentumoren)
Werkstuk door een scholier 1419 woorden 9 december 2002 7,3 166 keer beoordeeld Vak Biologie Botkanker (oftewel: beentumoren) Inleiding Een kwaadaardige (of maligne) primaire beentumor (=botkanker) is
De gang van zaken op de afdeling radiotherapie
Radiotherapie Patiënteninformatie De gang van zaken op de afdeling radiotherapie U ontvangt deze informatie, omdat wij u graag meer vertellen over onze afdeling radiotherapie, de behandelingen die wij
FAQ - Risico op een tekort aan bepaalde isotopen voor medisch gebruik
FAQ - Risico op een tekort aan bepaalde isotopen voor medisch gebruik 1. Wat zijn radio-isotopen? Een radio-isotoop is een atoomkern die niet stabiel is, maar volgens een proces van radioactief verval
SOMATOSTATINESCINTIGRAFIE FRANCISCUS GASTHUIS
SOMATOSTATINESCINTIGRAFIE FRANCISCUS GASTHUIS Afspraak afdeling Nucleaire Geneeskunde Mevrouw/Meneer Datum Tijdstip Injectie Opnamen (30 min.) Opnamen (90 min.) Dag na injectie Zijn uw gegevens gewijzigd?
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 2 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen,
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Algemene informatie afdeling radiologie
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal Algemene informatie afdeling radiologie ALGEMENE INFORMATIE AFDELING RADIOLOGIE INLEIDING U bent door uw huisarts of specialist verwezen naar de afdeling radiologie. Op deze
Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. 2) Zwakker als ze verder
Registratie-richtlijn
en IONISERENDE STRALING 1 (508: Ziekten veroorzaakt door ioniserende stralen) Beschrijving van de schadelijke invloed Inwendige bestraling wordt veroorzaakt door opname in het lichaam van positief geladen
Skeletscintigrafie. Afdeling nucleaire geneeskunde
Skeletscintigrafie Afdeling nucleaire geneeskunde Zwangerschap / Borstvoeding Indien u zwanger bent (of de mogelijkheid daartoe bestaat), moet u dit zo spoedig mogelijk melden aan de afdeling nucleaire
PET/CT-scan. Nucleaire geneeskunde
PET/CT-scan Nucleaire geneeskunde U bent verwezen naar de afdeling Nucleaire geneeskunde van Orbis Medisch Centrum om een zogenaamde PET/CT-scan te laten maken. De PET/CTscanner is een apparaat dat bestaat
Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Octreoscan, kit voor radiofarmaceutisch preparaat 111 MBq/ml
Bijsluiter: informatie voor de patiënt Octreoscan, kit voor radiofarmaceutisch preparaat 111 MBq/ml 111 In-pentetreotide Lees goed de hele bijsluiter voordat dit geneesmiddel bij u wordt toegediend want
PET/CT-scan met gallium
NUCLEAIRE GENEESKUNDE PET/CT-scan met gallium ONDERZOEK U wordt op dag om uur verwacht op de poli/afdeling. De laborant neemt op dag tussen 15.00 en 17.00 uur telefonisch contact met u op voor eventuele
Opgave 4 Het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Het massagetal is het aantal protonen plus het aantal neutronen in de kern.
Uitwerkingen 1 protonen en neutronen Opgave negatief positief neutraal positief neutraal Een atoom bevat twee soorten geladen deeltjes namelijk protonen en elektronen. Elk elektron is evenveel negatief
LEUKOSCAN SCINTIGRAFIE
LEUKOSCAN SCINTIGRAFIE 910 Afspraak afdeling Nucleaire Geneeskunde Mevrouw/Meneer Datum Tijdstip Injectie en opname Opnamen Zijn uw gegevens gewijzigd? Geef dit dan door bij de Inschrijfbalie in de Centrale
RZ Heilig Hart Leuven Naamsestraat 105 3000 Leuven. Dienst Urologie. Informatie voor patiënten. De brachytherapie
RZ Heilig Hart Leuven Naamsestraat 105 3000 Leuven Dienst Urologie Informatie voor patiënten De brachytherapie UROLOGIE De brachytherapie Geachte heer, In deze brochure vindt u informatie over de behandeling
Nucleaire Geneeskunde bij kinderen. Informatiebrochure voor ouders
Nucleaire Geneeskunde bij kinderen Informatiebrochure voor ouders Inhoud 1 Hoe bereid ik me voor? 3 2 Verloop van het onderzoek 4 3 Is het onderzoek veilig? 5 4 Na het onderzoek 5 5 Van wie krijg ik de
Onderzoek diverse ziekteprocessen. ontstekingen en bepaalde tumoren opgespoord worden. Galliumscintigrafie
Onderzoek diverse ziekteprocessen in lichaam waarmee ontstekingen en bepaalde tumoren opgespoord worden Galliumscintigrafie 2 Wanneer moet u komen voor het onderzoek? U krijgt het onderzoek op:.dag...,
Nucleaire geneeskunde ONDERZOEKEN. Patiënteninformatie
Nucleaire geneeskunde ONDERZOEKEN Patiënteninformatie 1. Het onderzoek Uw behandelend arts heeft u een onderzoek op de dienst nucleaire geneeskunde voorgesteld. Alle onderzoeken die op de dienst nucleaire
Somatostatine receptor scintigrafie (Octreotide scan) Nucleaire geneeskunde
Somatostatine receptor scintigrafie (Octreotide scan) Nucleaire geneeskunde U bent naar de afdeling Nucleaire geneeskunde van Zuyderland Medisch Centrum verwezen om een somatostatine receptor scintigrafie
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel krijgt toegediend want er staat belangrijke informatie in voor u.
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKER Chromium [ 51 Cr] EDTA oplossing voor injectie 3,7 MBq/ml Chroom [ 51 Cr] edetaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel krijgt toegediend want er
Wat is een melanoom. Wat zijn pigmentcellen. Wie krijgt een melanoom
Melanoom Wat is een melanoom In de huid bevinden zich talrijke pigmentcellen (melanocyten). Wanneer deze pigmentcellen ongeremd gaan groeien en daardoor een agressief groeiende tumor ontstaat, spreekt
Wat te doen in geval van ziekte of verhindering.
Skeletscintigrafie Skeletscintigrafie Het is belangrijk dat u deze folder aandachtig doorleest. Hierdoor kunt u zich goed op het onderzoek voorbereiden. Goede voorbereiding draagt bij aan het uiteindelijke
Maagevacuatiescintigrafie. Nucleaire Geneeskunde
Maagevacuatiescintigrafie Nucleaire Geneeskunde Inhoud Maagevacuatiesiescintigrafie 3 Vast en vloeibaar 3 Voorbereiding 4 Medicatie 4 Verloop van het onderzoek 5 Maaglediging van vast voedsel 5 Maaglediging
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel krijgt toegediend want er staat belangrijke informatie in voor u.
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERS BRIDATEC 40 mg kit voor radiofarmaceutisch preparaat mebrofenine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel krijgt toegediend want er staat belangrijke
Onderzoek naar afwijkingen van de nieren bij kinderen. Nierscintigrafie (DMSA) bij kinderen
Onderzoek naar afwijkingen van de nieren bij kinderen Nierscintigrafie (DMSA) bij kinderen 2 Wanneer moet uw kind komen voor het onderzoek? Uw kind heeft een afspraak op de kinderafdeling (A24) op:...dag...om...
Poliklinische behandeling met radioactief jodium
NUCLEAIRE GENEESKUNDE Poliklinische behandeling met radioactief jodium Schildklier BEHANDELING U wordt op dag om uur verwacht op de poli/afdeling. In verband met de hoge kosten van dit onderzoek verzoeken
Beentumoren (=bottumoren)
Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct
METASTRON 37 MBq/ml oplossing voor injectie Strontium [ 89 Sr] chloride
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT METASTRON 37 MBq/ml oplossing voor injectie Strontium [ 89 Sr] chloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel krijgt toegediend want er staat belangrijke
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige
Risico s en maatregelen bij stralingsongevallen
Risico s en maatregelen bij stralingsongevallen CBRN symposium 24 januari 2013 Dr. ir. C.H.L. (Chris) Peters Klinisch fysicus Coördinerend stralingsdeskundige JBZ Ioniserende straling Straling die in staat
DMSA-SCAN STATISCHE NIERSCINTIGRAFIE (DMSA)
DMSA-SCAN STATISCHE NIERSCINTIGRAFIE (DMSA) FRANCISCUS VLIETLAND Inleiding Dit onderzoek vertelt iets over de vorm en functie van de nieren. De functie van beide nieren kan met elkaar worden vergeleken.
