Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Frederik Verbeke
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Zorg rond zwangerschap en geboorte Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 17 juni 2014 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft in de periode augustus 2011 tot januari 2014 een thematisch onderzoek uitgevoerd naar de geboortezorg. Verschillende deelrapportages uit dit omvangrijke onderzoek heeft u eerder al ontvangen 1. Hierbij bied ik u de laatste twee deelrapportages en het samenvattend eindrapport van het inspectieonderzoek aan 2. Het gaat om de volgende rapportages: 1. Mogelijkheden voor verbetering geboortezorg nog onvolledig benut; samenvattend eindrapport 2. Verloskundige samenwerkingsverbanden: acute zorg veiliger, preventie is blijven liggen (deelrapport) 3. Verbetering nodig in de samenwerking tussen de kraamzorg en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor verantwoorde geboortezorg (deelrapport). De inspectie heeft de verschillende deelterreinen binnen de geboortezorg onderzocht en heeft daarmee de stand van zaken over de volle breedte op kunnen maken. Dat is helemaal in lijn met de brede focus uit het advies van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte. Ik waardeer het dat de inspectie in haar onderzoek niet alleen heeft gesproken met zorgverleners binnen het geboortezorgnetwerk, maar ook met ouderparen. Het inspectieonderzoek laat zien dat het veld enorm in beweging is gekomen na het Stuurgroepadvies «Een goed begin» uit De inspectie constateert echter dat niet alle aanbevelingen uit het Stuurgroepadvies zijn uitgevoerd. Dat is op zich begrijpelijk gezien de hoeveelheid aanbevelingen, maar er is geen goede balans in wat wel en wat (nog) niet is opgepakt. Er is met name te weinig aandacht voor preventie en te weinig (op elkaar afgestemde, eenduidige) aandacht voor kwetsbare zwangeren. En daarmee wordt onvolledig gebruik gemaakt van de 1 Kamerstuk , nr. 171, Kamerstuk , nr. 57, Kamerstuk , nr Raadpleegbaar via kst ISSN s-gravenhage 2014 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 1
2 mogelijkheden om de geboortezorg te verbeteren en de perinatale sterfte te verminderen. Ik ondersteun dan ook de maatregelen die de inspectie heeft ondernomen richting afzonderlijke beroepsbeoefenaren en instellingen om op korte termijn te komen tot verbetering. Deze maatregelen sluiten ook goed aan bij de activiteiten die vanuit het College Perinatale Zorg worden ondernomen om te komen tot integrale samenwerking in de geboortezorg. Ik heb u hierover onlangs geïnformeerd in de voortgangsrapportage zwangerschap en geboorte. Hieronder ga ik kort in op de inspectieonderzoeken en neem vervolgens een standpunt op deze rapporten in. 1. Mogelijkheden voor verbetering geboortezorg nog onvolledig benut; samenvattend eindrapport Centraal stond de vraag in hoeverre de aanbevelingen uit het advies van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte in de praktijk worden uitgevoerd. De inspectie constateert dat de geboortezorg in beweging is en dat de situatie nergens meer hetzelfde is als in 2010, toen de Stuurgroep het advies uitbracht. Het veld is voortvarend en energiek aan de slag gegaan, maar de brede focus die de Stuurgroep voor stond, is beperkt opgepakt en evaluatie vindt onvoldoende plaats. Het fundament voor samenwerking in de geboortezorg is gelegd met de komst van de verloskundig samenwerkingsverbanden (VSV) die rond elk ziekenhuis in Nederland zijn gestart. De door de Stuurgroep beoogde «naadloze, geïntegreerde zorg» is in alle regio s nog een stip op de horizon. De randvoorwaarden voor acute geboortezorg zijn wel verbeterd. De inspectie constateert echter dat er onvoldoende VSV-brede aandacht is voor preventie van risico s zoals door preconceptieadvisering of stoppen met roken begeleiding. Voor specifieke groepen vrouwen zoals asielzoekers of vrouwen met psychiatrische problematiek was over het algemeen extra aandacht. Er was echter geen VSV-brede aandacht voor vrouwen met minder uitgesproken problemen maar die wel een extra zorgbehoefte hebben, bijvoorbeeld door taal- en cultuurverschillen of lage sociaal economische status. De mogelijkheden van evaluatie en het delen van ervaringen werden onvoldoende benut. De inspectie adviseert voor de komende jaren om door te gaan met het vasthouden en versnellen van de ingezette beweging en het samenbrengen van de vele initiatieven die rond het Stuurgroepadvies zijn ontstaan. De inspectie ziet hierbij een belangrijke taak voor het College Perinatale Zorg (CPZ) en voor de zorgverleners die in de praktijk de aanbevelingen feitelijk moeten uitvoeren. 2. Verloskundige samenwerkingsverbanden: acute zorg veiliger, preventie is blijven liggen (deelrapport) Op basis van onderzoek bij een kwart van de VSV s van Nederland, laat het inspectieonderzoek zien dat in de meeste regio s de aanbevelingen voor de zorg rond de bevalling en voor de organisatie van de samenwerking waren opgepakt. Ook na het sluiten van een verloskunde afdeling in een aantal ziekenhuizen leken de voorziene problemen in de praktijk mee te vallen en bleef de zorg in de regio verantwoord mits voor voldoende randvoorwaarden was gezorgd. Nergens waren echter alle aanbevelingen uit het Stuurgroepadvies opgevolgd en de door de Stuurgroep beoogde «naadloze, geïntegreerde zorg» was vrijwel nergens bereikt. Daardoor waren de veranderingen voor zwangeren zelf ook onvoldoende merkbaar. Zij ervoeren de vele gezichten en het ontbreken van regie als onprettig. Vooral van de organisatie van extra zorg voor kwetsbare zwangeren en aandacht voor preventie was onvoldoende terecht gekomen. De inspectie vindt dat voor echt geïntegreerde geboor- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 2
3 tezorg waar moeder en kind centraal staan een cultuuromslag nodig is en dat dat tijd kost. Hierbij kunnen de VSV s veel meer gebruik maken van de goede voorbeelden die er zijn. 3. Verbetering nodig in de samenwerking tussen de kraamzorg en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor verantwoorde geboortezorg (deelrapport). De inspectie constateert dat de kraamzorg en de JGZ-organisaties vaak geen samenwerkingsafspraken hadden, noch structurele overleggen die de samenwerking ondersteunen. Signalering van problemen vond over het algemeen wel plaats, waarbij ook het intakegesprek van de kraamzorg tijdens de zwangerschap als signaleringsmoment werd benut. Hierbij werd vaak niet het best beschikbare signaleringsinstrument gebruikt. Hierdoor werden mogelijkheden van vroege interventie onvoldoende benut. Voor gesignaleerde problemen beschikten organisaties over het algemeen over een goede werkwijze om de juiste ondersteuning te bieden. De meeste organisaties kenden ook het zorgaanbod bij andere zorgverleners. De overdracht van de kraamzorg aan de JGZ voldeed op meerdere onderdelen niet aan de norm, bijvoorbeeld op het punt van compleetheid. De JGZ op haar beurt controleerde de ontvangen overdrachten in veel gevallen niet op volledigheid, of nam waar deze niet volledig was, geen contact op met de kraamzorg, om de ontbrekende gegevens te verkrijgen. De inspectie concludeert dan ook dat de samenwerking tussen de kraamzorg en JGZ moet verbeteren omdat dit een risico inhoudt voor het niet voldoende herkennen van de zorgbehoefte en de inzet van adequate hulp. Juist voor kwetsbare gezinnen kan dit grote gevolgen hebben. Standpunt Ik deel de conclusie van de inspectie dat de geboortezorg in beweging is gekomen en waardeer het enorm dat alle zorgverleners in de geboortezorg zich het Stuurgroepadvies uit 2010 hebben aangetrokken en daadwerkelijk aan de slag zijn gegaan om te komen tot verbetering in de geboortezorg. En ik realiseer me terdege dat dat niet makkelijk is. Als ik kijk naar de beschikbare cijfers over de geboortezorg, dan is verbetering ook zichtbaar, zowel in Nederland over de jaren heen als in de Europese vergelijking. Maar dat is geen vrijbrief om achterover te leunen. De samenwerking tussen zorgverleners in smalle zin (verloskundigen en gynaecologen), maar ook in brede zin (met kinderartsen, kraamzorg en JGZ) kan en moet beter. Ik ondersteun de oproep van de inspectie aan betrokkenen om samen krachtig door te gaan met het bouwen aan optimale geboortezorg met een goede balans in de volle breedte van het Stuurgroepadvies. Ondanks het feit dat al met veel zaken een begin is gemaakt, zijn nog niet alle elementen uit het Stuurgroepadvies opgepakt. Ik zal het CPZ vragen om zich te buigen over de bredere vraagstukken die de inspectie aankaart. Het gaat daarbij deels over de zaken die in de knelpuntenbrief van het CPZ (van maart 2014) aan de orde zijn gesteld, maar de inspectie stelt deels ook andere kwesties aan de orde. Zo vraagt de inspectie specifiek aandacht voor het verbinden van diverse initiatieven, zoals het programma Zwangerschap en Geboorte van ZonMw en het programma Healthy Pregnancy 4 All. Ik zal samen met CPZ bezien waar de regie belegd kan worden om de resultaten van deze initiatieven te verbinden en toepasbaar te maken voor de dagelijkse praktijk. Er is helaas nergens nog sprake van werkelijk geïntegreerde zorg ook al is de samenwerking in de regio s verbeterd en geïntensiveerd. Eenheid in beleid en uitvoering daarvan in de praktijk is geen staande praktijk, zo leert het inspectieonderzoek. Dat was niet alleen zichtbaar voor zorgver- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 3
4 leners; de ouders ervoeren het gebrek aan overdracht of het niet gebruiken van informatie van de vorige zorgverlener als teleurstellend. En ik kan me heel goed in die ouders verplaatsen. Ook daar waar evident gezondheidswinst is te boeken, zoals bij preventie en bij kwetsbare zwangeren, hebben de VSV s nog nauwelijks voortgang geboekt. Ik ondersteun de oproep van de inspectie dat VSV s, beroepsgroepen en het CPZ onverwijld hier mee aan de slag moeten waarbij de focus gericht moet zijn op een gezamenlijke aanpak en niet op de afzonderlijke aanpak vanuit een beroepsgroep. Gezamenlijke dossiervorming via het perinataal webbased dossier (PWD) kan hier ondersteunend bij zijn. De kraamzorg- en jeugdgezondheidszorgorganisaties opereren in een complex werkveld, mede doordat de kraamzorg en JGZ een verschillende regio indeling kennen en zij daardoor in verschillende regio s met meerdere organisaties moeten samenwerken. Ook hebben zij in de verschillende regio s met veel verloskundigenpraktijken en tweedelijns zorgverleners rondom het gezin te maken. Juist wanneer het dan gaat om gezinnen met complexe (sociale) problematiek is afstemming, samenwerking en eenduidig beleid cruciaal. Verder ontbreekt het in de kraamzorg aan landelijk vastgestelde richtlijnen en protocollen. Iedere kraamzorgaanbieder hanteert een eigen werkwijze. Kraamzorgaanbieders hebben dit eerder zelf al onderkend en zijn per april 2012 het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ) gestart om hierin verandering te brengen. Het Kenniscentrum Kraamzorg richt zich op professionalisering en profilering van de sector. Ik ondersteun de oproep van de inspectie aan de kraamzorgsector om gezamenlijk een plan uit te werken voor het implementeren en borgen van verbeteringen. Ik ga er van uit dat het CPZ met KCZK en NCJ (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid) actief betrokken zullen zijn bij dit plan. Het programma Healthy Pregnancy 4 All levert voorbeelden op die dit ondersteunen. Ik geef de opmerkingen over de drempel die de eigen bijdrage voor kraamzorg vormt, door aan het Zorginstituut Nederland met het verzoek dit mee te nemen in het momenteel lopende onderzoek naar de kraamzorg. Het Zorginstituut stelt, naar aanleiding van de oproep in Buitenhof, een advies op over de plaats van de kraamzorg in het verzekerde pakket. Het eindrapport en de deelrapporten bevatten voor alle betrokkenen in de geboortezorg maatregelen. Het gaat daarbij om een groot scala aan maatregelen zoals onder andere het zorg dragen voor dossiervorming, goede overdracht en adequaat opleidings- en inwerkbeleid. Ik ga er van uit dat de betrokkenen deze maatregelen binnen de gestelde termijn zullen uitvoeren. De inspectie houdt opvolging van deze maatregelen in de gaten. Tot slot Binnen de geboortezorg is veel in beweging gekomen en zijn veel zaken in gang gezet. Daar was ook alle aanleiding toe. Verandering is nodig om te komen tot optimale geboortezorg: een zorg waarin naast een «goed geïnformeerde zwangere» een «goed geïnformeerd netwerk van zorgverleners» staat dat de specifieke omstandigheden van de vrouw kent en de zorg daarop toesnijdt. Zover zijn we in Nederland nog niet. De inspecteur-generaal wijst in haar voorwoord er terecht op dat weliswaar verbetering zichtbaar is in de sterfte tijdens en na de bevalling, maar dat er nog geen verbetering zichtbaar is in sterfte tijdens de zwangerschap. Ik ondersteun haar oproep aan alle betrokkenen om hierin verandering te brengen. Ik benadruk daarbij dat met name VSV s op korte termijn moeten komen tot integrale geboortezorg (conform de CPZ leidraad) en aandacht besteden aan tot nu toe onderbelichte punten uit het Stuurgroepadvies Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 4
5 zoals preventie en op elkaar afgestemde, eenduidige aandacht voor kwetsbare zwangeren. Ik zal de te ondernemen acties samen met de inspectie en het CPZ laten uitvoeren en monitoren. Over de voortgang van de verbeteracties zal ik u periodiek informeren. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 63 5
Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind!
Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind! Samen verder, samen beter! Iedere vrouw heeft recht op professionele geboortezorg die haar en haar gezin in het proces van kinderwens, zwangerschap,
Mogelijkheden voor verbetering geboortezorg nog onvolledig benut
Mogelijkheden voor verbetering geboortezorg nog onvolledig benut Samenvattend eindrapport van het inspectieonderzoek naar de invoering van het Advies van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte Utrecht,
Visie Preall Auteur: Kerngroep/MR januari 2016 Definitief 1.0
Visie op integrale geboortezorg in Almere Aanleiding Met het verschijnen van het Stuurgroep rapport Een goed begin is de organisatie van de verloskundige zorg in Nederland in de aandacht komen te staan.
Verbetering nodig in de samenwerking tussen kraamzorg en JGZ voor verantwoorde geboortezorg. Utrecht, juni 2014
Verbetering nodig in de samenwerking tussen kraamzorg en JGZ voor verantwoorde geboortezorg Utrecht, juni 2014 Verbetering nodig in de samenwerking tussen kraamzorg en JGZ voor verantwoorde geboortezorg
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 316 Vragen van het lid
Participatie van cliënten laat nog te wensen over. Dit geldt ook voor de eenduidige voorlichting aan (aanstaande) zwangeren en hun partners.
VSV s op koers 83% van de VSV s heeft een gezamenlijke visie opgesteld, waarbij moeder en kind centraal staan. Dat blijkt uit een inventarisatie die het CPZ samen met ActiZ heeft laten doen. Centrale vraagstelling
Verloskundige samenwerkingsverbanden: acute zorg veiliger, preventie is blijven liggen. Utrecht, juni 2014
Verloskundige samenwerkingsverbanden: acute zorg veiliger, preventie is blijven liggen Utrecht, juni 2014 Verloskundige samenwerkingsverbanden: acute zorg veiliger, preventie is blijven liggen juni 2014
Bo Geboortezorg over de professionaliteit van kraamzorg in integrale geboortezorg
Position paper kraamzorgorganisaties Ten behoeve van: de hoorzitting/het rondetafelgesprek Geboortezorg en kraamzorg in de Tweede Kamer Datum: maandag 20 juni 2016 Namens Bo Geboortezorg: Marlies Buurman
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 9 oktober 2014 Betreft beantwoording Kamervragen
> Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 016 Ziekenhuiszorg Nr. 59 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Thema: Cliënt centraal
1 Voorbeeldleervragen Uit onderzoek in de geboortezorg door het Athena Instituut Thema: Cliënt centraal Beste zorg in belang cliënt Hoe kunnen wij als keten zodanig samenwerken dat het belang van de zwangere
Plannen geboortezorg. Lisette Bruns Directie Curatieve Zorg. Manou de Nennie Directie Voeding Gezondheidsbescherming en Preventie
Plannen geboortezorg Lisette Bruns Directie Curatieve Zorg Manou de Nennie Directie Voeding Gezondheidsbescherming en Preventie Inhoud 1.Regeerakkoord 2.Visie VWS 3.Plannen geboortezorg 4.Zwangere centraal
Beleidsplan VSV Kracht
Aanleiding De afgelopen jaren zijn landelijke en regionale initiatieven ontstaan om de kwaliteit van de geboortezorg te verhogen en de samenwerking te verbeteren. Het Verloskundig Samenwerkings Verband
pagina 1 van 5 Let op: Deze geprinte versie is 24 uur geldig. Parallelle acties verloskundige zorg regio Rivierenland Algemeen Inleidende gegevens Doel: Type: Handelingsclassificatie: Anatomische classificatie:
rapportage Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Minister van VWS Inspecteur-generaal
Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2013-544992 rapportage Aan Van Vie Kopie Onderwerp Minister van VWS Inspecteur-generaal Verloskundige zorg regio Meppel
Uitkomsten zorgverlenersvragenlijst 2015
Uitkomsten zorgverlenersvragenlijst 2015 Geboortezorg Consortium Midden-Nederland Auteur: Lianne Zondag, MSc Datum: 21.3.2016 1 Samenvatting Achtergrond Een van de doelstellingen van het GCMN is om de
Regionaal Consortium Zwangerschap & Geboorte Zuidwest Nederland
Regionaal Consortium Zwangerschap & Geboorte Zuidwest Nederland In het Regionaal Consortium Zwangerschap & Geboorte Zuidwest Nederland werken bijna alle ketenpartners in de geboortezorg in de regio Zuidwest
THINK BIG, START SMALL
Talmor 2017 THINK BIG, START SMALL Projectathons Amsterdam & Hoorn als Small Start Drachten, 9 februari 2017 Onderwerpen o Wie zijn wij? o Wat zijn de kenmerken van integrale geboortezorg? o Wat is de
Implementatie van de VMIS in de verloskundigenpraktijk
Implementatie van de VMIS in de verloskundigenpraktijk van 1994 tot nu Martijntje Bakker Waarom? Roken tijdens de zwangerschap is schadelijk Lager geboortegewicht Groeiachterstand Verhoogd risico op een
VSV Almere. Onze trots: Integrale Intake voor alle zwangeren van Almere
VSV Almere Onze trots: Integrale Intake voor alle zwangeren van Almere Disclosure belangen sprekers Geen honorarium voor deze voordracht Wij krijgen wel via Achmea een subsidie voor het verder ontwikkelen
Nieuwsbrief Consortium Zwangerschap en Geboorte Noord-Nederland
Nieuwsbrief Consortium Zwangerschap en Geboorte Noord-Nederland JUNI 2015 Deze Nieuwsbrief bevat informatie over het Consortium Zwangerschap en Geboorte Noord-Nederland (ZeGNN). De nieuwsbrief wordt ook
Hoe bevalt het met de Martini Geboorte Groep?
Hoe bevalt het met de Martini Geboorte Groep? F. Korteweg, L. van Breda Vriesman, E. Vreugdenhil Symposium Martini ziekenhuis: samen voor de beste zorg 28 oktober 2016 Inhoud knelpunten in de verloskundige
PLAN VAN AANPAK. Naar een optimale structuur en functioneren van het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) Leeuwarden e.o.
PLAN VAN AANPAK Naar een optimale structuur en functioneren van het Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) Leeuwarden e.o. Juli 2012, Jelle Stekelenburg, gynaecoloog MCL Relinde van der Stouwe, verloskundige
Visietekst PRAGT Perinataal Regionaal Ambulant GezinsTraject
Visietekst PRAGT Perinataal Regionaal Ambulant GezinsTraject Huidige Partners: - Mariaziekenhuis ( gynaecologen-vroedvrouwen-sociale dienst) - Huisartsen regio - CKG/Amberbegeleiding - CIG De Zeshoek -
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 26 mei 2015 Betreft Kamervragen. Geachte Voorzitter,
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34
Implementatie Zorgstandaard Integrale Geboortezorg
Implementatie Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Uitwerking cruciale elementen Zorgstandaard Fase Wat Wanneer Fase 0 Face 0 Plan van aanpak 1-7-2017 HD Fase 0 Gezamenlijke besluitvorming, bejegening
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 253 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet cliëntenrechten zorg en enkele andere wetten in verband met het tijdig signaleren
Rapport van het inspectiebezoek op 14 november 2014 aan Dé Provinciale Kraamzorg te Goes
Rapport van het inspectiebezoek op november aan Dé Provinciale Kraamzorg te Goes Utrecht, januari 2015 V1001342 Rapport van het inspectiebezoek aan Dé Provinciale Kraamzorg te Goes op november Inhoud 1
Inzet professionele tolken en overdracht bij overplaatsing moeten beter voor verantwoorde geboortezorg aan asielzoekers. Utrecht, februari 2014
Inzet professionele tolken en overdracht bij overplaatsing moeten beter voor verantwoorde geboortezorg aan asielzoekers Utrecht, februari 2014 Inzet professionele tolken en overdracht bij overplaatsing
Waarom een zorgpad voor zwangeren met sociale risicofactoren:
Inleiding Zorgpad In Hoogeveen hebben wij een relatief hoog percentage achterstandsgebieden, vergelijkbaar met Rotterdam (60%). Het verschil met Rotterdam is dat het in Hoogeveen gaat om een autochtone
Kraamzorg: krachtige verbinder in de geboortezorg. Visie ActiZ op geboortezorg
Kraamzorg: krachtige verbinder in de geboortezorg Visie ActiZ op geboortezorg Inleiding Met deze visie nemen ActiZ-kraamzorgorganisaties stelling in de discussie rond de organisatie van de geboortezorg.
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning
Kennis hebben en kennis delen: Leren van elkaar
Kennis hebben en kennis delen: Leren van elkaar Prof. dr. Didi D.M. Braat, Hoofd afdeling Obstetrie & Gynaecologie UMC St Radboud Nijmegen Consortium Nijmegen bevalt goed Opgericht op 23 februari 2011:
Bezoekadres Kenmerk Bijlage(n) Samenvatting
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)
B. Voldoet deels aan de norm, maar verbetering nodig
19 maart 2014 Isis Kraamzorg Friesland eoordeling kraamzorgorganisatie: Isis Kraamzorg Regio: Friesland eoordeling en Handhaving Inspectie voor de Gezondheidszorg beoordeelt de scores A en als een onvoldoende
Plan van Aanpak Taskforce Rookvrije Start. 29 juni 2016
Plan van Aanpak Taskforce Rookvrije Start 29 juni 2016 Taskforce Rookvrije Start 29 juni 2016 Een rookvrije start begint bij een vrouw die zwanger wil worden en daarom stopt met roken. Haar embryo ontwikkelt
Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt. Adja Waelput. 8 juni 2015, UMCG
Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt Adja Waelput 8 juni 2015, UMCG Gezond ouder worden gebeurt in de baarmoeder en die verschillen zijn er al vanaf de geboorte Perinatale sterfte 2000-2008
Het college van burgemeester en wethouders geeft in zijn reactie aan de conclusies van de rekenkamer te herkennen.
tekst raadsvoorstel Inleiding Vanaf januari 2015 (met de invoering van de nieuwe jeugdwet) worden de gemeenten verantwoordelijk voor alle ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen, jongeren en opvoeders.
Werkplan 2013. Werkgroep Ketenpartners 1 e lijns Kindzorg. Werkgroep:
Werkplan 2013 Werkgroep Ketenpartners 1 e lijns Kindzorg Werkgroep: Kring Verloskundigen Den Haag Karen Bost, praktijk Femme Carola Keijsper, praktijk Anno Myriam van de Pas, praktijk OTIS Kraamschakel
3. Vertegenwoordiging a) De samenstelling van het stedelijk overleg keten geboortezorg is gebaseerd op de regio Amsterdam.
De partijen die dit samenwerkingsverband vormen, vormen samen een zorgketen voor geboortezorg in Amsterdam. De zorgketen gaat uit van samenwerking tussen de volgende ketenpartners: verloskundigen, kraamzorg,
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 20 december 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340
Toezicht op zorg aan kwetsbare groepen. Heleen Buijze Senior inspecteur
Toezicht op zorg aan kwetsbare groepen Heleen Buijze Senior inspecteur 22 april 2010 SGZ 2010: Vernieuwend toezicht in twee speerpunten 1. Effectiviteit van gemeentelijk gezondheidsbeleid gericht op het
Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde
Samenvatting van de JGZ Richtlijn secundaire preventie kindermishandeling. Handelen bij een vermoeden van kindermishandeling Samenvatting voor het management Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen,
Achmea & Geboortezorg. ketensamenwerking. 13 april Consortium Geboortezorg NW Anna Krüger
Achmea & Geboortezorg ketensamenwerking Consortium Geboortezorg NW Anna Krüger 13 april 2015 1 Uitgangspunt voor optimalisatie geboortezorg is het rapport Een goed begin Focus op samenwerking Goede samenwerking
Inkoopbeleid Geboortezorg 2018
Inkoopbeleid Geboortezorg 2018 1 Inleiding Caresq zal als inkooporganisatie vanaf 2018 de inkoop verzorgen voor zorgverzekeringen van de labels: Promovendum National Academic Besured Caresq treedt op als
De geboortezorgorganisatie. Organisatiemodellen integrale geboortezorg
De geboortezorgorganisatie Organisatiemodellen integrale geboortezorg Presentatie Frederik Schutte 19 mei 2015 Inhoudsopgave 1. Wat en waarom een geboortezorgorganisatie? 2. Stappenplan 3. De modellen
Kansrijke Start : samenwerken!
Kansrijke Start : samenwerken! Wat doet de JGZ? Januari 2019 Lianne Verstraten, GGD Gelderland Midden Doel: Meer kinderen een kansrijke start geven Subdoelen: Meer kwetsbare ouders goed voorbereid met
