NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME)
|
|
|
- Thijmen Aerts
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) 1. Passagier: fœtus (+ placenta, + vliezen) 2. Expulsieve krachten: baarmoedercontracties buikpers 3. Baringskanaal: beenderig bekken weke delen van baringskanaal
2 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) Fœtus: voldragen 50 cm lang meestal hoofd in flexie, armen en benen ingetrokken schedel = determinerend deel
3 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER Schedelbeenderen: - Sinciput: basis neus - grote fontanel - Vertex: tussen grote en kleine fontanel - Occiput: kleine fontanel tot foramen magnum Bij geboorte: onvolledige verbening: membraneuse verbindingen die later vervangen worden door fibreus weefsel vormen de SUTUREN
4 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER Suturen - frontale: tussen helften frontaal been sagittale: tussen pariëtale beenderen coronaire: tussen frontaal en pariëtaal lambdoidale: tussen occipitaal en pariëtaal temporale: tussen temporaal en pariëtaal - laten zekere vorm van compressie toe
5 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER Fontanellen: -Voorste fontanel of bregma: ruitvormigtussen frontale, coronaire en sagittale naden -Achterste fontanel:driehoekig tussen sagittale en lambdoidale naden -Twee laterale fontanellen: aan einde van coronaire en lambdoidale naden Voorste en achterste fontanel zijn belangrijke verloskundige herkenningspunten
6 coronaire sutuur Het foetale hoofd met suturen en fontanellen
7 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER Diameters 1. Suboccipito-bregmatische: 9.5 cm 2. Occipito-frontale: 11.5 cm 3. Occipito-mentale: 13.5 cm 4. Submento-bregmatische: 9.5 cm Omtrek: 35 cm
8 Diameters van het foetale hoofd at terme
9 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER LIGGING = verhouding van lengte-as van de foetus t.o.v. lengte-as van de baarmoeder - lengteligging: hoofdligging(96 %) stuitligging(3.5 %) - dwarsligging - schuine ligging
10 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER HOUDING = verhouding van het hoofd versus de romp - flexie extensie - torsie: ( 90 ) Hoofdligging: Stuitligging: - achterhoofdsligging: hoofd in flexie, kenmerkend deel = kleine fontanel - voorhoofdsligging: hoofd in extensie, kenmerkend deel = voorhoofd - aangezichtsligging: hoofd in extreme extensie, kenmerkend deel = kin - volledige stuitligging: fœtus met opgetrokken knieën - onvolledige stuitligging: fœtus met opgeslagen benen - knie- en voetligging (pretermen)
11 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER PLAATSING: = verhouding van het kenmerkend deel van het voorliggend deel t.o.v. het bekken men onderscheidt 8 plaatsingen t.o.v. het bekken: voor - achter links voor - rechts voor links dwars - rechts dwars links achter - rechter achter
12 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER Indaling: betekent een zekere stabilisatie van de ligging bij hoofdligging: bipariëtale voorbij het vlak van de bekkeningang bij stuitligging: bitrochanterische voorbij het vlak van de bekkeningang
13 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) PASSAGIER Voorbeelden: Aalv: achterhoofdsligging(a) met achterhoofd (A) links voor (meest voorkomende positie) Aara: spiegelbeeld Aaklv:aangezichtsligging (Aa) met kin (k) links voor Sslv: stuitligging (S) met sacrum (s) links voor
14 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN Krachten: Baarmoedercontracties: registratie door - palpatie - uitwendige of inwendige tocografie Soorten (1) - Braxton-Hicks: na 20 weken lichte gecoördineerde maar pijnloze activiteit van de uterus; geleidelijke toename gedurende de laatste 8-10 weken van de zwangerschap (// met uiteindelijke zwangerschapsduur) - Voorweeën: gaan arbeid enkele dagen vooraf; zijn sterker dan Braxton- Hicks contracties, voelbaar maar meestal niet pijnlijk (< 30 mm Hg)
15 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN Krachten Soorten (2) - echte contracties: hebben tot gevolg dat de hals zal ontsluiten, bereiken intensiteit van 70 mm Hg, eerst om 7 tot 10 minuten, in volle arbeid om de 2 tot 4 minuten; duren 45 seconden - naweeën: samentrekkingen van de baarmoeder na de bevalling; kunnen pijnlijk zijn, vooral bij multipara! zogen, hemostatische functie
16 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN Krachten Baarmoedercontracties: - basale tonus - maximum van contractie: acme - relaxatie Te sterke: - > 1 minuut - palpatoir opvallend harde baarmoeder - geen of onvoldoende relaxatie: tetanie Te zwakke: - onfrequent - zwak - geen vordering van de arbeid - (! R/ oxytocine) Ongecoördineerde: onregelmatig, wisselende intensiteit te weinig voor progressie, te veel voor comfort - (! R/ oxytocine)
17 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN Pijn (1) - waarschijnlijk vooral door uitrekking van het onderste baarmoedersegment en de schede, later de vulva - gedeeltelijk vanuit bovenste segment; ischemie?
18 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN Pijn (2) - geleidingsbanen: plexus hypogastricus inferior nervi hypogastrici nervus presacralis (plexus hypogastricus superior) via spinale zenuwen D12-L1 naar T10-T12 nervi erigentes (parasympathisch stelsel) naar plexus sacralis en sacrale merg perifere sensibele banen van nervus pudendus (perineum en uitwendige geslachtsorganen)
19
20 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN - Pijn = hevige pijn op pijnladder - Belang van - goede voorbereiding - efficiënte pijnbestrijding
21 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN Buikpers: - door samentrekking van diafragma en buikspieren - vrijwillig, maar ook reflex wanneer hoofd druk uitoefent op levator ani bij diepe indaling - belang van voorbereiding -! epidurale analgesie
22 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) EX PULSIEKRACH T EN Initiatie van de arbeid: -? - vroeger gecoördineerde baarmoederactiviteit bij arbeid vóór tijd - vroeger ontsluiting bij arbeid vóór tijd - veranderingen in lokale en systemische hormoonconcentraties Stimulerend: - uitrekking van myometrium - oestrogenen - oxytocine prostaglandines Inhiberend: - progesterone -? neuraal regulatie mechanisme
23 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Baringskanaal - beenderige: benige wand van het kleine bekken - weke: baarmoederhals, schede, spieren van bekken en - perineum
24 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekken: beenderige gordel tussen L V en de dijbenen - twee heupbeenderen: os coxae - heiligbeen: sacrum - staartbeen: os coccygis groot bekken <-> linea terminalis klein bekken
25 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Klein bekken: - bekkeningang - bekkenholte - bekkenuitgang
26 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkeningang: vlak begrensd door een op zichzelf gesloten, gekromde lijn gevormd door: - voorrand promontorium - voorrand vleugels van het sacrum - articulatio sacroiliaca - linea arcuata - eminentia iliopectinea - bovenste binnenste rand van schaambeen - bovenrand symphysis pubis
27 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenuitgang: begrensd door een op zichzelf gesloten lijn, die niet in één vlak gelegen is, en die loopt door de - onderrand van symphysis pubis - onderrand van ischiopubische tak - onderrand tuber ischiadicum - onderrand ligamentum sacrotuberale - onderste deel zijrand van het sacrum - zijrand van os coccygis en symmetrisch terug 2 driehoekige vlakken met gemeenschappelijke basis (verbindingslijn tussen de tubera ischiadica) en als top de punt van sacrum enerzijds en de onderrand van de pubis anderzijds
28 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenholte: tussen ingang en uitgang achterwand: concave voorvlakte van sacrum; 12 cm voorwand: binnenvlakte schaambeenderen en ischiopubische takken; ( 5 cm) zijwanden: binnenvlakte heupbeenderen
29 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenafmetingen: Uitwendige:-! distantia ischiadica (10-11 cm); afstand tussen de tubera ischiadica, = dwarse diameter van bekkenuitgang
30 Distantia ischiadica
31 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenafmetingen: Inwendige: a) Bekkeningang 1. Voorachterwaartse diameters - conjugata vera: 11 cm = afstand tussen achterbovenrand van schaamsymfyse en voorrand van het promontorium -! conjugata diagonalis: 12.5 cm = afstand tussen achteronderrand van schaamsymfyse en voorrand promontorium (C.V. = C.D cm!) - sagittalis posterior: afstand tussen maximale dwarse diameter van bekkeningang en promontorium, gemeten op C.V. (gynaecoïd bekken > androïd bekken cfr infra) - conjugata obstetrica = 10.6 cm
32 Conjugata vera et diagonalis
33 Bepaling van de conjugata diagonalis
34 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenafmetingen: a) Bekkeningang 2. Dwarse diameters - voornaamste dwarse diameter: 13 cm = afstand tussen 2 punten op linea arcuata, waar deze gesneden worden door loodlijn op conjugata vera - maximale dwarse diameter: 13.5 cm; ligt meestal dichter bij promontorium dan bij schaambeen 3. Schuine diameters: 12 cm = afstanden tussen eminentiae iliopectineae en sacro-iliacale gewrichten
35 Dwarse diameters van bekkeningang en sagittalis posterior.
36 Voorachterwaartse en schuine diameters van de bekkeningang
37 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenafmetingen: b) Bekkenholte 1. Voorachterwaartse diameters - voornaamste voorachterwaartse diameter: 12 cm = afstand achteronderrand van schaamsymfyse tot voorvlakte van het sacrum, gemeten op de lijn doorheen de projectie van de spinae ischiadicae -! sacro-infrapubische diameter: 11 cm = afstand tussen achteronderrand van de schaamsymfyse en de voorrand van het sacro-coccygeaal gewricht 2. Dwarse diameter: cm = afstand tussen spinae ischiadicae (!)
38 Voornaamste voorachterwaartse diameter van bekkenholte en uitgang
39 Dwarse diameter van bekkenholte: afstand tussen de spinae ischiadicae
40 As van het bekken
41 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenafmetingen: c) Bekkenuitgang 1. Voorachterwaartse diameters -! coccygeo-infrapubische: 9.5 cm = anatomische afstand tussen achteronderrand van schaamsymfyse en de top van het staartbeen -! sacro-infrapubische diameter: 11 cm = functionele voorachterwaartse diameter, omdat het staartbeen t.o.v. het sacrum kan kantelen (cf bekkenholte) 2. Dwarse diameter -! distantia ischiadica: cm (cfr supra)
42 Coccygeo- en sacroinfrapubische diameters
43 Distantia ischiadica
44 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Bekkenafmetingen: (!) kunnen klinisch gemeten worden, de andere radiopelvimetrisch de grootste diameter van de bekkeningang is de dwarse, van de bekkenuitgang de voorachterwaartse. Het kinderhoofd zal zich bij zijn doortocht hieraan moeten aanpassen, wat de spildraai tot gevolg heeft
45 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Inclinatie van het bekken: Het vlak van de bekkeningang vormt met het horizontale vlak een hoek van meestal 55 tot 60.! Bij uitgesproken lendenlordose: soms hyperinclinatie van het bekken met inclinatiedistocie (correctie door hyperflexie van de dijen; houding van Laborie-Duncan).
46 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Vlakken van Hodge: helpen de indaling van het voorliggend deel te bepalen Hodge I: vlak dat samenvalt met bekkeningang, gaat door bovenrand van schaamboog Hodge II: evenwijdig aan Hodge I, doorheen onderrand van de symphyse Hodge III: evenwijdig aan Hodge I en II doorheen spinae ischiadicae Hodge IV: evenwijdig aan vorige door spits van sacrum (= perineum)
47 Vlakken van Hodge
48 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Vormen:! globale beschrijving, vele tussenvarianten (1) Gynaecoïde bekken: - ronde-ovale bekkeningang - grote sagittalis posterior - veroorzaakt meestal weinig problemen bij bevalling Androïde bekken: - hartvormige bekkeningang - korte sagittalis posterior - achterste deel is ondiep, voorste deel is nauw - eerder trechtervormig! waarom mannen geen kinderen kopen
49
50
51 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL Vormen:! globale beschrijving, vele tussenvarianten (2) Antropoïde bekken: - ellipsvormige bekkeningang met als as de voorachterwaartse diameters - korte dwarse diameter - grote sagittalis posterior Platypeloïde bekken: - niervormige bekkeningang - lange dwarse diameters - breed maar ondiep achterste deel van het bekken - eerder omgekeerd trechtervormig
52
53
54 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL, W EKE DELEN Baarmoederlichaam en baarmoederhals Tijdens zwangerschap: - volumetoename - verweking - contracties van Braxton-Hicks - vorming van het onderste uterussegment (O.U.S.): bestaat i.t.t. het bovenste uterussegment (B.U.S.) hoofdzakelijk uit bindweefsel, gezien het gevormd wordt uit de isthmus van het cervikaal kanaal o.i.v. contracties van Braxton Hicks (= passief segment van de baarmoeder)
55 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL, W EKE DELEN Baarmoederlichaam en baarmoederhals Tijdens arbeid (1) - B.U.S.: contractie en retractie - O.U.S. - door retractie van B.U.S. verlenging van O.U.S. dat belangrijker wordt; overgang O.U.S. - B.U.S. = ring van Bandl (cave lokalisatie bij distocie,! ruptuur)
56 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL, W EKE DELEN Baarmoederlichaam en baarmoederhals Tijdens arbeid (2) - Baarmoederhals: verstrijking en ontsluiting: - voorliggende vliezen met vruchtwater vormen wig in het cervikaal kanaal, welk geleidelijk bolvormig wordt omgevormd - het intravaginaal deel van de baarmoederhals evolueert van 2-3 cm naar mm s - door dezelfde krachten ontsluit baarmoederhals geleidelijk tot 10 cm (volledige ontsluiting) - primigravida: eerst verstrijking, dan ontsluiting, bij multigravida: meer simultaan proces
57 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL, W EKE DELEN Baarmoederlichaam en baarmoederhals Tijdens arbeid (3) Vorming van de vochtblaas: - vliezen over het os internum worden geleidelijk door deze opening geduwd. Een deel van de vliezen met voorwater kan doorheen cervikaal kanaal tot in schede puilen Functie van vochtblaas: - bescherming tegen infectie navelstrengprolaps veiligheidsklep bij te sterke baarmoedercontracties - Vochtblaas breekt gewoonlijk (!) bij het einde van de ontsluiting - zo ze breekt bij onvoldoende ontsluiting: droge arbeid - zo ze niet breekt: met de helm geboren worden
58 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL, W EKE DELEN Spieren van de bekkenbodem perineum of dam is het geheel van weefsels die het bekken langs onder afsluiten Spieren van het diafragma pelvis - musculus levator ani ontspringt op peesboog gelegen op musculus obturatorius internus, op achtervlakte schaambeen en op binnenvlakte van tuber ischiadicum spiervezels lopen trechtervormig naar onder, achter en binnen toe en hechten op blaas, schede en rectum en versmelten in een mediane raphe tussen schede en aars - musculus sphincter ani externus
59 NORMALE ARBEID EN BEVALLING (AT TERME) BARIN GSKAN AAL, W EKE DELEN Spieren van het diafragma urogenitale - Diepe laag: tussen inwendig en uitwendig blad van fascia diafragmatis urogenitalis liggen: musculus transversus perinei profundus: vierzijdige spierplaat tussen tubera ischiadica musculus sfincter urethrae - Oppervlakkige laag: spieren van de uitwendige geslachtsorganen musculus ischiocavernosus; langsheen ischiopubische tak musculus bulbospongiosus; omringt de vulvaopening musculus transversus perinei superficialis: oppervlakkig dwars spierplaatje tussen de tubera ischiadica
60 Frontale snede door bekkenbodem
61 Spieren van de bekkenbodem
62 Bezenuwing van het perineum.
63 Sagittale snede door het vrouwelijk bekken
64 VERLOOP VAN DE ARBEID (1) Fasen van de arbeid: Fase 1: Fase 2: Fase 3: van het begin van de arbeid (= begin van cervikale veranderingen o.i.v. contracties) tot volledige ontsluiting (10 cm) van volledige ontsluiting tot volledige uitdrijving van de baby uit het baringskanaal vanaf uitdrijving van de baby tot ook uitdrijving van placenta en vliezen Vaak ook een fase: voorarbeid
65 VERLOOP VAN DE ARBEID (2) Prodromale fase (1): - kan enkele dagen (tot weken) duren - indaling van voorliggend deel (fundushoogte!); zeker subjectieve verlichting, ademt makkelijker, maar meer druk op blaas (pollakisurie) en meer last bij het gaan door relaxatie van bekkengewrichten - indaling: bij primigravida meestal voor de arbeid, bij multigravida simultaan met arbeid
66 VERLOOP VAN DE ARBEID (3) Prodromale fase (2): - opname van het intravaginaal deel van de baarmoederhals in het O.U.S. - tekenen : verlies van de slijmprop. Dit kan gepaard gaan met n weinig bloedverlies - valse contracties : veroorzaken ongemakken en geven de indruk dat arbeid al begonnen is. Ze doen de baarmoederhals evenwel nog niet ontsluiten en zijn vaak onregelmatig, zowel qua periodiciteit als intensiteit.
67 Niet zwangere uterus: corpus, isthmus en cervix
68 VERLOOP VAN DE ARBEID (4) Eerste fase (1) : - begin van echte contracties, welke in frequentie en intensiteit toenemen en meestal aanleiding geven tot ongemakken of pijn (7 tot 10 min om de 3 min, plankhard) - het tekenen komt vaak ook in deze fase voor - soms is vochtblaas al gebroken of breekt - t.g.v. echte contracties vordert de arbeid; het O.U.S. wordt verder gevormd, de baarmoederhals verstrijkt en ontsluit, de vochtblaas wordt gevormd (zo geen PROM)
69 Vorming van het O.U.S.
70 VERLOOP VAN DE ARBEID (5) Eerste fase (2) : de duur van de eerst fase is zeer veranderlijk en hangt af van de : - sterkte van de contracties - weerstand van het cervikaal weefsel bij primigravida: gemiddeld 10 tot 12 uren bij multigravida: korter
71 Vorming van het O.U.S, overgang tussen actief en passief deel: ring van Bandle
72 Primipara: cervix voor de arbeid
73 Primipara: beginnende verstrijking, bovenste deel van cervix wordt opgenomen in O.U.S
74 Primipara: volledige verstrijking
75 Primipara: verstreken en quasi volledig ontsloten
76 Multipara: cervix voor arbeid
77 Multipara: beginnende ontsluiting van inwendig en uitwendig ostium
78 Multipara: met de ontplooiing van het O.I. opent zich ook het O.E.
79 Multipara: verstreken en quasi volledige ontsluiting
80 Primipara Multipara
81 VERLOOP VAN DE ARBEID (6) Tweede fase (1) : - duurt bij primigravida gewoonlijk 30 tot 90 min, bij multigravida soms maar enkele minuten - meestal vindt op dit ogenblik de ruptuur van de vliezen plaats; deze wordt vaak gevolgd door een periode van relatieve stilte voor de storm - tijdens deze fase: gewaarwording van drukgevoel door de druk van het hoofd op de spieren van het perineum, zodat reflectoir de buikpers gestimuleerd wordt (soms nauseeus, braken )
82 VERLOOP VAN DE ARBEID (7) Derde fase (1) : - na geboorte van fœtus reikt baarmoeder tot ongeveer navelhoogte - contracties gaan verder, doch zijn dan meestal pijnloos - placenta zal gewoonlijk binnen de enkele minuten van B.U.S. gescheiden worden, maar expulsie kan nog een zekere tijd nemen. B.U.S. retraheert verder terwijl het O.U.S. breder wordt. Nadien glijdt placenta in de schede om dan ook, meestal samen met vliezen, geboren te worden - verdere contractie en retractie van de baarmoeder maakt dat deze stug en hard voorkomt (veiligheidsbol)
83 VERLOOP VAN DE ARBEID (8) Terminologie (1): bevalling, baring of partus: uitdrijven of uithalen van een levensvatbare vrucht uit de baarmoeder miskraam, misval, abortus: uitdrijven van een niet levensvatbare vrucht (< 22 weken?) spontane baring: expulsie door natuurlijke krachten langs natuurlijke wegen
84 VERLOOP VAN DE ARBEID (9) Terminologie (2): kunstmatige baring of verlossing: assistentie door verloskundige - tangverlossing of forcipale extractie - vaccuumextractie - inwendige kering en extractie (= verlaten) - keizersnede ingeleide of geïnduceerde arbeid partus immaturus: voor levensvatbaarheid partus praematurus: geboorte voor 37 weken partus maturus: 38 week < partus < 42 week partus serotinus: AT + 10 dagen (!) perinatale mortaliteit: som van fœtale en neonatale mortaliteit
85 VERLOOP VAN DE ARBEID (10) Fœtale bewegingen: bij een hoofdligging zal tijdens de arbeid het hoofd een aantal bewegingen ondergaan, die min of meer kunstmatig kunnen worden onderscheiden a. INDALING b. DALING c. FLEXIE d. INWENDIGE ROTATIE e. EXTENSIE f. INDALING VAN DE SCHOUDERS EN UITWENDIGE ROTATIE g. GEBOORTE VAN DE SCHOUDERS
86 VERLOOP VAN DE ARBEID (12) a. INDALING: - doortocht van grootste diameter van het hoofd door de bekkeningang - grootste diameter = afhankelijk van de flexie-extensiegraad van het hoofd: dus bvb. bij achterhoofdsligging in flexie: suboccipito-bregmatische/frontale ( cm) door schuine diameter van bekken (12 cm) - klinisch: nagaan bij vaginaal onderzoek tot in welk vlak het voorliggend deel zich bevindt Indaling: Hodge III
87 VERLOOP VAN DE ARBEID (13) Indaling: wijzen 1. In synclitisme: symmetrisch t.o.v. de as van de bekkenholte 2. In asynclitisme: knoopsgatmechanisme - voorste: voorste wandbeen daalt het eerst in - achterste: achterste wandbeen daalt het eerst in tijdstip: - eerstbarende: meestal laatste 2 tot 4 weken van de zwangerschap - meerbarende: meestal tijdens baring zelf, dikwijls zelfs pas tijdens fase 2 (uitdrijving)
88 Synclitismische indaling
89 Voorste asynclitisme
90 VERLOOP VAN DE ARBEID (14) b. DALING: - geleidelijke verdere daling door baringskanaal o.i.v. arbeid - snelheid kan toch zeer variabel zijn, vooral bij multigravidae (! traumatiserend) c. FLEXIE: tijdens verdere daling zal bij achterhoofdsligging het hoofd in extreme flexie komen, zodat de kin gaat drukken tegen de borst en het hoofd de kleinste diameter aanneemt (suboccipito-bregmatische)
91 VERLOOP VAN DE ARBEID (15) d. INWENDIGE ROTATIE: tijdens daling zal het hoofd geleidelijk roteren rond zijn lengte-as. Meestal roteert het achterhoofd naar voren onder pubisboog (voorachterwaartse diameter van het hoofd // voorachterwaartse van het bekken) -rotatiezin bepaald door: vorm van het bekken (gynaecoïde) verhouding en tonus van de weke delen, o.a. levator ani (! epidurale)
92 VERLOOP VAN DE ARBEID (16) e. EXTENSIE: wanneer hoofd geboren wordt door de vulvaire ring. Het achterhoofd neemt steun onder de symfyse, en de vertex, voorhoofd, neus en kin worden achtereenvolgens geboren door te glijden over de achterste commissuur van de vulva. Perineum komt dan onder spanning te staan, welft (risico op scheuren).
93 VERLOOP VAN DE ARBEID (17) f. INDALING VAN DE SCHOUDERS EN UITWENDIGE ROTATIE (RESTITUTIE): wanneer het hoofd geboren wordt, dalen de schouders in en roteren dan ook van dwars of schuin naar voorachterwaarts. Hierdoor zal het hoofd dat al geboren is, uitwendig roteren over 90, zodat het dwars komt te liggen.
94 Baringsmechanisme bij A.a.l.v.
95 Baringsmechanisme bij A.a.r.a.; rotatie naar voor
96 Baringsmechanisme bij A.a.r.a.; rotatie naar achter
97 Baringsmechanisme bij aangezichtsligging, rotatie naar achter.
98 VERLOOP VAN DE ARBEID (18) g. GEBOORTE VAN DE SCHOUDERS: De voorste schouder neemt steun onder de symfyse en de achterste schouder wordt het eerst geboren door een flexie van de romp, waardoor de achterste schouder over het perineum glijdt. Nadien volgt de verdere geboorte van romp, stuit en onderste ledematen.
99 VERLOOP VAN DE ARBEID (19) Caput succedaneum: wanneer tijdens de arbeid de vochtblaas gebroken is (wordt), drukt het hoofd stevig op de zich dilaterende baarmoederhals. Als gevolg hiervan kan een oedemateuze zwelling optreden, vooral bij lange en moeilijke arbeid. Hierdoor worden de herkenningspunten van de schedel gemaskeerd en het bepalen van de plaatsing bemoeilijkt. Verdwijnt meestal binnen de 24 uur na de geboorte. Cephalhematoom: bloeding onder pericranium, meestal beperkt tot één schedelbeen. Heeft weken nodig om te resorberen
100 VERLOOP VAN DE ARBEID (20) MOULAGE VAN HET HOOFD: - beenderen van het schedeldak liggen nog relatief los t.o.v. mekaar, verbonden door fibromembraneuze naden. Ze kunnen o.i.v. druk onderling verschuiven om hoofddiameters te verkleinen. Meestal schuiven de frontale beenderen en het occipitaal been onder pariëtale beenderen, en het achterste pariëtaal been onder het voorste.
101 VERLOOP VAN DE ARBEID (21) Derde fase: loskomen en uitdrijving van placenta en vliezen; dit gebeurt door: - verkleining van inplantingszone door retractie van het B.U.S. - opeenvolgende contracties - ontstaan van kleine retro-placentaire bloedingen - door structuur van venen van placentair bed, die horizontaal verlopen en een gunstig klievingsvlak vormen. Door afsnoering t.h.v. myometrium ontstaan bloedingen in venen van decidua. Geboorte van placenta - ofwel eerst met blinkende (fœtale) oppervlakte, veelal gevolgd door gulp bloed van het retroplacentair haematoom (Schultze) - evenwel eerst met matte onregelmatige (maternale) zijde, veelal voorafgegaan door bloed (Duncan)
Voorwoord 13. Hoofdstuk 1 Fysiologisch en anatomisch rappel 15
Inhoudstafel Voorwoord 13 Hoofdstuk 1 Fysiologisch en anatomisch rappel 15 1.1 Menstruele cyclus 15 1.1.1 Ovulatie 15 1.1.2 Menstruele cyclus ter hoogte van het endometrium 17 1.2 Gametogenese 18 1.3 De
Stuitbevalling: baringsmechanisme, Bracht, Müller, Lövset, Deventer, Mauriceau, de Snoo
: baringsmechanisme, Bracht, Müller, Lövset, Deventer, Mauriceau, de Snoo zorgvrager zorgverlener Lege blaas Continu CTG voorbereiding Waakinfuus/synto infuus Vliezen staande houden! Pediater verwittigen
Anatomie van de bekkenbodem. Dr. Carine Petré, medische beeldvorming
Anatomie van de bekkenbodem Dr. Carine Petré, medische beeldvorming BEKKENBODEM complexe multifunctionele eenheid : - actieve en passieve steun van viscerale organen - regelt continentie - coördineert
Stuitbevalling: baringsmechanisme, Bracht, Müller, Lövset, Deventer, Mauriceau, de Snoo Leerdoelen Na het doorwerken van dit protocol kan je:
: baringsmechanisme, Bracht, Müller, Lövset, Deventer, Mauriceau, de Snoo Leerdoelen Na het doorwerken van dit protocol kan je: Inzicht in het baringmechanisme tonen door op bekken en pop te tonen en aan
voetverzorging uit Bakens & Zadkine Informatie mbtstof Anatomie Voetverzorging eindtermen
Voetverzorging Informatie mbtstof Anatomie voetverzorging uit Bakens & Zadkine eindtermen Beenderen onderste extremiteiten Focus bekken Oefening locatie beenderen in menselijk lichaam http://www.memorizer.net/nl/menselijk_lichaam/skelet/0
Inhoudsopgave. Inleiding 3. Wat is een stuitligging 3. Hoe vaak komt een stuitligging voor 4. Onderzoek bij een stuitligging 4
Stuitligging Inhoudsopgave blz. Inleiding 3 Wat is een stuitligging 3 Hoe vaak komt een stuitligging voor 4 Onderzoek bij een stuitligging 4 Wat gebeurt er als de baby bij ongeveer 36 weken nog in stuitligging
Inhoud. De gezonde vrouw 19. Factoren van de baring 31. Woord vooraf 13. Inleiding 15. uitdrijvingsfase 62 HOOFDSTUK Gezonde voeding 19
Inhoud Woord vooraf 13 Inleiding 15 HOOFDSTUK 1 De gezonde vrouw 19 1.1. Gezonde voeding 19 1.2. Gezonde psyche en gedrag van de vrouw tijdens de reproductieve leeftijd 22 1.3. Plaats van bevallen en zorgmodellen
Stuitligging. Wat is een stuitligging?
Stuitligging Sommige kinderen liggen tegen het einde van de zwangerschap in stuitligging: met de billen naar beneden en het hoofd omhoog. Vroeg in de zwangerschap is een stuitligging heel gewoon, maar
Inhoudsopgave Inleiding... 3 Wat is een stuitligging?... 3 Hoe vaak komt een stuitligging voor?... 5 Waarom ligt een kind in een stuitligging?...
STUITLIGGING 250 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Wat is een stuitligging?... 3 Hoe vaak komt een stuitligging voor?... 5 Waarom ligt een kind in een stuitligging?... 5 Onderzoek bij een stuitligging... 5
VHO READER VAGINAAL TOUCHEREN. Rondom de Partus, inclusief kunstmatig vliezen breken. propedeuse
VHO READER VAGINAAL TOUCHEREN Rondom de Partus, inclusief kunstmatig vliezen breken. propedeuse 2014-2015 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie,
Anatomie van de heup. j 1.1
j1 Anatomie van de heup De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae, het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. As Vlak Beweging Transver- Sagittaal
Het maken van een keuze Wanneer is een vaginale bevalling bij een stuitligging mogelijk. Heeft u de keuze? Het maken van een keuze. Tot slot.
Een stuitligging Inhoud Algemeen Wat is een stuitligging? Hoe vaak komt een stuitligging voor? Waarom ligt de baby in stuitligging? Als de baby bij ongeveer 36 weken nog in stuitligging ligt Het draaien
Programma. Filmpje. Presentaties nalezen? 7-1-2015. Informatieavond over de bevalling. www.spaarneziekenhuis.nl Gynaecologie en verloskunde Bevallen
Programma 19.30-20.30 Groep 1 Groep 2 Algemene informatie - verloskundige De normale bevalling - verloskundige Pijnstilling anesthesist Praktische tips - verpleegkundige 20.30-20.45 Pauze: Koffie/Thee
Amenorroe. Zwangerschapsdiagnose: symptomen en tekens
Zwangerschapsdiagnose: symptomen en tekens Amenorroe is bij de vrouw met een regelmatige cyclus meestal de eerste aanwijzing van mogelijke zwangerschap kan een gevolg zijn van onregelmatige cycli of van
23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren
Vlak As Beweging Gym Frontaal Sagitale Ab-adductie Radslag Latero flexie Ulnair-radiaal deviatie Elevatie-depressie Sagitaal Frontale Flexie-extensie Salto Transversale Ante-retro flexie Dorsaal flexie
Uitwendige versie (draaien van je baby in de baarmoeder)
Uitwendige versie (draaien van je baby in de baarmoeder) De meeste kinderen liggen rond de achtste maand in de zwangerschap met het hoofd naar beneden. Dat noemen we de hoofdligging. Een bevalling in hoofdligging
1 Inleiding... 1. 2 Wat is een stuitligging?... 1. 3 Hoe vaak komt een stuitligging voor?... 3. 4 Waarom ligt een kind in een stuitligging?...
Stuitligging Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Wat is een stuitligging?... 1 3 Hoe vaak komt een stuitligging voor?... 3 4 Waarom ligt een kind in een stuitligging?... 3 5 Onderzoek bij een stuitligging...
Welkom! Hoog zwanger Bevalling Kraamtijd
Welkom! Hoog zwanger Bevalling Kraamtijd Sophie Ruth Yvonne Marije Ariëtte Voorstelrondje Programma Bevalling Verschillende fasen Weeën opvangen Wanneer bellen? Naar het ziekenhuis Kraamtijd Voeding Na
Stuitligging vanaf de 36 e week van de zwangerschap. Maatschap Gynaecologie IJsselland Ziekenhuis
Stuitligging vanaf de 36 e week van de zwangerschap Maatschap Gynaecologie IJsselland Ziekenhuis Inhoudsopgave Inleiding 2 Wat is een stuitligging? 2 Hoe vaak komt een stuitligging voor? 4 Waarom ligt
frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak
j1 Anatomie van de heup As Vlak Beweging De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae; en het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. transversaal
Inleiden van de bevalling
Gynaecologie Inleiden van de bevalling Inleiding U heeft van uw gynaecoloog te horen gekregen dat u wordt ingeleid. Het inleiden van de baring betekent dat we de bevalling kunstmatig op gang brengen. In
Informatie voor zwangeren die in het ziekenhuis gaan bevallen
Informatie voor zwangeren die in het ziekenhuis gaan bevallen Inhoudsopgave Inleiding... 1 De aankondiging van de bevalling... 1 Het optreden van weeën... 1 Het verlies van vruchtwater... 4 Het 'tekenen'...
Uitwendige versie en stuitligging
Uitwendige versie en stuitligging De meeste kinderen liggen rond de achtste maand met het hoofd naar beneden. Dat noemen we de hoofdligging. Dat is voor een kind de meest natuurlijke ligging om geboren
Gynaecologie / verloskunde Inleiden van de bevalling
Gynaecologie / verloskunde Inleiden van de bevalling Voorwoord Deze brochure is geschreven met het doel u meer informatie te geven over het inleiden van een bevalling. Hierin zijn die vragen beschreven
Wie zijn wij. ! Verloskundigen. ! Ziekenhuizen. ! Kraamzorg
Welkom!" Wie zijn wij! Verloskundigen! Ziekenhuizen! Kraamzorg Informatie over zwangerschap, bevalling en kraamzorg Verloskunde in Nederland Opbouw verloskundig systeem Verloskundige Gezonde zwangerschap
Het inleiden van de bevalling
Het inleiden van de bevalling Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Waarom wordt een bevalling ingeleid?... 1 Over tijd zijn... 1 Langdurig gebroken vliezen... 1 Groeivertraging van de baby... 2 Achteruitgaan
1 FEBRUARI 1991. - Koninklijk besluit betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw.
1 FEBRUARI 1991. - Koninklijk besluit betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw. BS 06/04/1991 in voege 16/04/1991 Gewijzigd door: KB 08/06/2007 gdp 1 / 5 Artikel 1. 1. De houder of houdster
Vaginale kunstverlossing
Vaginale kunstverlossing Dit document bevat vertrouwelijke informatie van JijWij. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorgaand schriftelijke toestemming van JijWij is verboden. JijWij
De ingeleide bevalling
De ingeleide bevalling Verloskunde alle aandacht Inhoudsopgave De ingeleide bevalling 3 Wanneer inleiden 3 Verloop van een inleiding 4 Onrijpe baarmoedermond 4 Ballonkatheter 5 Misoprostol 5 Inleiding
Stuitligging-draaien door uitwendige versie
Stuitligging-draaien door uitwendige versie 1 Stuitligging-draaien door uitwendige versie Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Wat is een uitwendige draaiing? 2 Van een stuit- naar een
Een stuitligging. Wat nu?
Infobrochure Een stuitligging. Wat nu? Dienst: Gynaecologie-verloskunde Tel: 011 826 100 mensen zorgen voor mensen 2 Wat is een stuitligging? Bij een stuitligging ligt het hoofd van het kind boven in de
Bloedverlies in de laatste maanden van de zwangerschap
Bloedverlies in de laatste maanden van de zwangerschap Afdeling gynaecologie en verloskunde Inhoud 1. Wat is vaginaal bloedverlies? 2 2. Verschillende oorzaken 2 2.1 Onbekende oorzaak 2 2.2 Bloeding van
Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Vertrouwd en dichtbij. Informatie voor patiënten. Gynaecologie. Een stuitligging
Wilhelmina Ziekenhuis Assen Vertrouwd en dichtbij Informatie voor patiënten Gynaecologie Een stuitligging 1 Wat is een stuitligging? Als een kind met het hoofdje bovenin de baarmoeder ligt en met de billetjes
Zwangerschap en bevalling na een eerdere keizersnede
Zwangerschap en bevalling na een eerdere keizersnede 1 van 5 Deze folder is bedoeld voor zwangere vrouwen die eerder via een keizersnede bevallen zijn. In Nederland bevalt 1 op de 5 vrouwen met een keizersnede.
Semeiologie en vaardigheden verloskunde
Semeiologie en vaardigheden verloskunde 2 e Master arts Roland Devlieger, Luc De Catte, Johan Verhaeghe, Bernard Spitz Venus in front of the mirror PP Rubens, 1613 Leerdoelen Inzicht de belangrijkste semeiologische
Bloedverlies in de laatste maanden van de zwangerschap
Bloedverlies in de laatste maanden van de zwangerschap Afdeling gynaecologie en verloskunde Inhoud 1. Wat is vaginaal bloedverlies? 2. Verschillende oorzaken 2.1 Onbekende oorzaak 2.2 Randvenebloeding
hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3
Samenvatting Foetale houding en gedrag zijn het resultaat van een interactie tussen foetale (neuromotorische) ontwikkeling en intra-uteriene omgevingsinvloeden. Het is bekend dat veranderingen in intra-uteriene
Stuitligging BEHANDELING
Stuitligging BEHANDELING Stuitligging Een kindje dat tegen het eind van de zwangerschap met de billen omlaag ligt in plaats van met het hoofd wordt een kindje in stuitligging genoemd. Meestal is onbekend
Een stuitligging. Albert Schweitzer ziekenhuis Afdeling Gynaecologie april 2015 pavo 0408
Een stuitligging Albert Schweitzer ziekenhuis Afdeling Gynaecologie april 2015 pavo 0408 Inleiding Als een baby met het hoofd boven in de baarmoeder ligt en met de billen naar beneden, wordt dit een stuitligging
Een stuitligging, wat nu?
Een stuitligging, wat nu? EEN STUITLIGGING, WAT NU? Een kind dat tegen het einde van de zwangerschap met de billen, in plaats van het hoofd, omlaag ligt, wordt een kind in stuitligging genoemd. Meestal
Informatie voor patiënten gynaecologie Uitwendige kering stuitligging
Informatie voor patiënten gynaecologie Uitwendige kering stuitligging Nederrij 133 2200 Herentals t 014 24 61 11 f 014 24 61 26 www.azherentals.be 2 Uitwendige kering stuitligging Antwoorden op veelgestelde
STUITLIGGING 1. In het kort 2. Wat is een stuitligging? 3. Hoe vaak komt een stuitligging voor? 4. Waarom
STUITLIGGING 1. In het kort 2. Wat is een stuitligging? 3. Hoe vaak komt een stuitligging voor? 4. Waarom ligt een kind in een stuitligging? 5. Onderzoek bij een stuitligging 6. Wat gebeurt er als de baby
Het draaien van je kind van stuit- of dwarsligging naar hoofdligging
Het draaien van je kind van stuit- of dwarsligging naar hoofdligging Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Wat is een uitwendige draaiing? 1 Reden voor een uitwendige draaiing 2 Bij wie
EEN STUITLIGGING, WAT NU? FRANCISCUS VLIETLAND
EEN STUITLIGGING, WAT NU? FRANCISCUS VLIETLAND In het kort Een kind dat tegen het einde van de zwangerschap met de billen, in plaats van het hoofd, omlaag ligt, wordt een kind in stuitligging genoemd.
Maatschap Gynaecologie. Stuitligging
Maatschap Gynaecologie Algemeen Deze folder geeft informatie over het bevallen van een kind in stuitligging. Bij een stuitligging ligt het kind met het hoofd boven in de baarmoeder, terwijl de billen of
Waarom wordt u ingeleid?
Inleiding Deze folder is geschreven met het doel u meer informatie te geven over het inleiden van een bevalling. In deze folder zijn de vragen beschreven die het meest gesteld worden door vrouwen wanneer
Inleiden van de baring
Inleiden van de baring Dit document bevat vertrouwelijke informatie van JijWij. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorgaand schriftelijke toestemming van JijWij is verboden. JijWij
Opvolging van de zwangerschap
Dienst Gynaecologie Verloskunde Informatie voor de patiënte Opvolging van de zwangerschap De eerste raadpleging bij de gynaecoloog gebeurt meestal rond 6 à 9 weken zwangerschap. Elke maand dient uw bloeddruk,
ONDERZOEKSLIJN GEZONDHEIDSPROMOTIE EN PERINATALE ZORG
Arteveldehogeschool Katholiek Hoger Onderwijs Gent Bachelor in de Vroedkunde Campus Kantienberg Voetweg 66, BE-9000 Gent ONDERZOEKSLIJN GEZONDHEIDSPROMOTIE EN PERINATALE ZORG NATUURLIJK BEVALLEN IN HET
Bloedverlies in de laatste maanden van de zwangerschap
Bloedverlies in de laatste maanden van de zwangerschap Afdeling gynaecologie en verloskunde In deze brochure vindt u informatie over vaginaal bloedverlies vanaf 24 weken zwangerschap en de verschillende
HvL = Palpatie is het betasten van het abdomen met beide handen ter exploratie van de zwangere uterus.
STAPPENPLAN: HANDGREPEN VAN LEOPOLD 1 Opmerking: De zorg is uitgeschreven zoals uit te voeren door rechtshandigen. HvL = Palpatie is het betasten van het abdomen met beide handen ter exploratie van de
GROEI EN ONTWIKKELING VAN DE FOETUS. - Eerste 5 maanmaanden = kwadraat van de maanmaand. - En volgende 5 maanmaanden: 5 x getal van de maanmaand
GROEI EN ONTWIKKELING VAN DE FOETUS Lengte - Eerste 5 maanmaanden = kwadraat van de maanmaand - En volgende 5 maanmaanden: 5 x getal van de maanmaand 59 60 Foetale circulatie Neonatale circulatie 61 LONGONTWIKKELING
Kraamafdeling. Vroegtijdige weeën. gebroken vliezen en vroeggeboorte
Kraamafdeling Vroegtijdige weeën gebroken vliezen en vroeggeboorte In deze folder leest u over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën. Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar
Een stuitligging wat nu?
Een stuitligging wat nu? Als een kind tegen het einde van de zwangerschap met de billen in plaats van het hoofd omlaag ligt, wordt dit een stuitligging genoemd. Meestal is het niet duidelijk waarom een
Het inleiden van de bevalling
Het inleiden van de bevalling Een inleiding wordt geadviseerd als verwacht wordt dat de situatie voor de baby buiten de baarmoeder gunstiger zal zijn dan daarbinnen. Ook (ernstige) klachten van uzelf kunnen
Langdurig gebroken vliezen
Langdurig gebroken vliezen Albert Schweitzer ziekenhuis november 2014 pavo 0591 Inleiding In deze folder geven we u informatie over langdurig gebroken vliezen. Het hangt van de duur van uw zwangerschap
Koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw (officieuze coördinatie).
Koninklijk besluit van 1 februari 1991 betreffende de uitoefening van het beroep van vroedvrouw (officieuze coördinatie). ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze
VSV Samen Protocol: Langdurig gebroken vliezen a terme
VSV Samen Protocol: Langdurig gebroken vliezen a terme Documentgebied Groep(en) Autorisatie Beoordelaar(s) Documentbeheerder(s) Auteur Verloskunde, kraamzorg, kindergeneeskunde Alle leden aangesloten bij
2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg
Anatomy is destiny Sigmund Freud Belangrijkste botten Nomenclatuur Reina Welling WM/SM-theorieles 1 Osteologie bekken en onderste extremiteit Myologie spieren bovenbeen Met dank aan Jolanda Zijlstra en
Inleiden van de bevalling
OLVG, locatie Oost Inleiden van de bevalling Bij het inleiden van de bevalling brengt men de bevalling kunstmatig op gang. Dit gebeurt met medicijnen die de weeën opwekken. Een inleiding vindt altijd plaats
Zwangerschap en bevallen na eerdere keizersnede
Zwangerschap en bevallen na eerdere keizersnede 1031 Inleiding Deze folder is ontwikkeld voor vrouwen die zwanger zijn nadat ze, in een eerdere zwangerschap met een keizersnede zijn bevallen. Het litteken
Bevallen na een eerdere keizersnede
In Nederland bevalt 1 op de 5 vrouwen per keizersnede. Veel vrouwen worden nadien opnieuw zwanger. Na een eerdere keizersnede bestaat er bij een volgende zwangerschap een medische indicatie, dat wil zeggen
inleiden van de bevalling
inleiden van de bevalling Inleiding... 3 1 Waarom wordt een bevalling ingeleid?... 3 1.1 Over tijd zijn... 3 1.2 Langdurig gebroken vliezen... 3 1.3 Groeivertraging van de baby... 4 1.4 Verslechtering
Dienst Gynaecologie en Verloskunde
Dienst Gynaecologie en Verloskunde Inhoud Wat is een stuitligging? 3 De stuitkliniek 3 Uitwendige kering 4 Vaginaal bevallen 7 Bevallen door keizersnede 9 Praktische informatie 10 Mijn afspraken 11 2 Wat
Stuitligging. Gynaecologie & Verloskunde
Stuitligging Gynaecologie & Verloskunde Inleiding Een kind dat tegen het einde van de zwangerschap met de billen, in plaats van het hoofd, omlaag ligt, wordt een stuitligging genoemd. Meestal is onbekend
Stuitligging. Vaginale stuitbevalling of keizersnede. mca.nl
Stuitligging Vaginale stuitbevalling of keizersnede mca.nl Inhoudsopgave Wat is een stuitligging? 3 Draaien van de baby 5 Een vaginale stuitbevalling 7 Mogelijke complicaties bij een vaginale stuitbevalling
Protocol: vliezen breken bij multigravidae bij 41+5/41+6 ter voorkoming van serotiniteit
Protocol: vliezen breken bij multigravidae bij 41+5/41+6 ter voorkoming van serotiniteit Documentgebied Groep(en) Autorisatie Beoordelaar(s) Documentbeheerder(s) Auteur Verloskunde Alle partijen aangesloten
