OPTIMEELVERSLAG TEELTJAAR 2017
|
|
|
- Peter de Smedt
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 OPTIMEELVERSLAG TEELTJAAR 2017 Naar een beter teeltrendement
2 Optimeel verslag oogstjaar 2017 Avebe - Agro Veendam Maart 2018 De resultaten die in het verslag zijn beschreven zijn mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning uit het Programma voor Plattelandsontwikkeling voor Nederland (POP3). Dit programma wordt deels gefinancierd uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).
3 Bij de samenstelling van dit verslag is de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht. Voor schade van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen of beslissingen gebaseerd op informatie uit dit verslag, aanvaardt Avebe geen enkele aansprakelijkheid. Gebruik van gegevens uit dit verslag is uitsluitend toegestaan onder voorwaarde van bronvermelding.
4 Voorwoord In het teeltjaar 2017 is door de telers van zetmeelaardappelen voor Avebe ruime belangstelling getoond en deelgenomen aan een of meerdere onderdelen van het Optimeel programma. De vier pijlers van dit programma zijn teeltregistratie, demodagen, studiegroepen en introductie nieuwe zetmeelaardappelrassen. Centraal staan de telers en de teelt van zetmeelaardappelen. Het kennis nemen van ontwikkelingen op de demovelden, met elkaar van gedachten wisselen over te maken of gemaakte keuzes, het vergelijken van elkaars teeltresultaten en het delen van kennis die breed bij de telers aanwezig is, draagt bij om te komen tot het verbeteren van het rendement van de teelt van zetmeelaardappelen. Nieuwe technologieën zullen in de komende jaren een ondersteunende rol gaan spelen bij het uitvoeren van teeltbeslissingen en het ondersteunen van werkzaamheden. Tijdens de demodagen kon kennis gemaakt worden met de huidige ontwikkelingen en de rol die precisielandbouw kan betekenen voor de teelt van zetmeelaardappelen. Ruim de helft van de telers van Avebe heeft afgelopen jaar een bezoek gebracht aan een van de demovelden van Avebe in Valthe, Neusustrum (WE) en Krautze (KPW) en kennisgenomen van ontwikkelingen en resultaten op het gebied van teelt en zetmeelaardappelrassen. De deelname aan teeltregistratie in Nederland is verdrievoudigd naar ruim 600 deelnemers. De data die met de teeltregistratie verzameld is, kan ons helpen bij het begrijpen van de verschillen tussen bedrijven en percelen. Door deze te benchmarken met elkaar, kan vastgesteld worden welke onderwerpen nadere aandacht nodig hebben om te verbeteren. Onze klanten vragen in toenemende mate naar transparantie en duurzaamheid bij de teelt van zetmeelaardappelen. Ook hier kan de teeltregistratie een belangrijke rol spelen om de verbinding te maken tussen wat op het boerenbedrijf gebeurt, onze producten en onze klanten. Een woord van dank is op zijn plaats aan al die telers die actief mee hebben gedaan aan het Optimeel programma van 2017 en de organisaties en medewerkers die, in welke vorm dan ook, ondersteuning aan hebben gegeven. Door met elkaar actief te werken aan de verbetering van het rendement van de teelt van zetmeelaardappelen en transparantie naar de markt, zetten wij samen een stap naar een duurzame toekomst.
5 Inhoudsopgave Inleiding. Groeiseizoen Weersomstandigheden... 7 Optimeel teeltregistratie Opbrengsten Teeltmaatregelen Saldo overzicht Rassenkeuze Proef- en demoveld Rassendemo Pootgoedvoorbehandeling Variatie in poten Studiegroepen Rendementsverbetering in de teelt van zetmeelaardappelen Teelttips Conclusies teeltjaar
6 Inleiding In dit Optimeel verslag worden de belangrijkste resultaten gepresenteerd van de teeltregistratie, de demovelden en de studiegroepen van het teeltjaar De uitkomsten zijn tevens gedeeld tijdens telersbijeenkomsten in februari en maart Naast de resultaten zijn een aantal teelttips opgenomen, die verzameld zijn op basis van ervaringen in de praktijk, uitkomsten van de demovelden, studiegroepen en de teeltregistratie. Aan het eind van het verslag is de rassenlijst zetmeelaardappelen voor levering aan Avebe 2018 opgenomen. De lijst is gebaseerd op de resultaten en gegevens van verschillende organisaties waaronder PPO (proeflocaties t Kompas en Kooijenburg), kwekers, HLB, NVWA, CGO en Avebe- Averis. Op deze rassenlijst zijn alleen die rassen opgenomen die voldoende tolerantie en resistentie tegen aardappelmoeheid hebben en voldoende resistentie tegen wratziekte om een duurzame teelt ook in de toekomst mogelijk te maken. Het Rasvergelijkingsonderzoek is mede mogelijk gemaakt door de BO-Akkerbouw en gefinancierd uit overgedragen middelen van het voormalige Productschap Akkerbouw. In het verslag wordt ook aandacht besteed aan de financiële opbrengst van verschillende zetmeelaardappelrassen. Belangrijk is om op te merken dat bij de berekening een aanname gedaan is voor de aardappelprijs van Tevens wordt uitgegaan van het volleveren van het A- volume. Afgelopen jaar is een extra impuls gegeven aan de groei van het aantal deelnemers aan teeltregistratie. Naast Nederland is de teeltregistratie ook in Duitsland opgestart in Weser Ems en het KPW-gebied. Voor deelnemers aan de teeltregistratie is voor 2017 een premie toegezegd van 150,- per bedrijf. Het aantal deelnemers aan de teeltregistratie is verdrievoudigd naar ruim 600 deelnemers. Het beschikbaar krijgen van meer teeltgegevens stelt ons in staat om betere analyses uit te voeren en vast te stellen welke teeltonderwerpen nadere aandacht moeten hebben. Naar de markt kan met deze gegevens aangetoond worden dat ook op het gebied van de zetmeelaardappelen transparantie kan worden gegeven en dat gewerkt wordt aan een duurzame teelt. Bij de studiegroepen zijn in 2017 negen groepen met in totaal een honderd telers actief geweest. Aan het einde van het voorgaande teeltjaar hebben twee groepen het programma afgerond wat ruimte bood voor de opstart van twee nieuwe groepen. Hiermee is het aantal actieve studiegroepen gelijk gebleven. Evenals in voorgaande jaren is op een door de deelnemer gekozen perceel extra onderzoek gedaan. Naast de kwaliteit van het pootgoed zijn de gewassen en groeiomstandigheden beoordeeld en besproken. Ook zijn op meerdere momenten in het groeiseizoen opbrengstbepalingen uitgevoerd. De uitkomsten en bevindingen zijn met elkaar gedeeld om te komen tot verbeter- en aandachtspunten voor het volgende teeltjaar. Eén studiegroep heeft naast het reguliere programma aandacht besteed aan de ontwikkeling van een groeimodel voor zetmeelaardappelen om enerzijds te kunnen sturen tijdens de groei en anderzijds de opbrengst beter te kunnen voorspellen. In 2018 zal de ontwikkeling van dit groeimodel worden voortgezet. 5
7 Groeiseizoen 2017 Het teeltjaar 2017 was op het gebied van het weer een jaar met grote verschillen in neerslag en temperatuur zowel plaatselijk als regionaal. Dit heeft een belangrijke impact gehad op het oogstresultaat maar ook op het organiseren en uitvoeren van de werkzaamheden. Het voorjaar was vroeg, de structuur van de bodem was goed, de weersomstandigheden gunstig en het overgrote deel van de aardappelen kon in een aaneengesloten periode worden gepoot. Sommige delen van het teeltgebied hebben tijdens het poten te maken gehad met lichte vorst. De meeste percelen zijn over het algemeen zonder problemen gepoot. De gemiddelde pootdatum lag in 2017 ten opzichte van het voorgaande jaar een week eerder. Een aanhoudende droogteperiode in mei en juni had op verschillende percelen een negatieve impact op de knolzetting. Discussies ontstonden over de voor- en nadelen van het opbouwen van de rug middels aanaarden of het opzetten van de rug in één werkgang bij het poten. Dit was ook het geval over het wel of niet beregenen van de aardappelen. Achteraf kan geconstateerd worden dat, met uitzondering van droogtegevoelige percelen, voor veel aardappelgewassen de regen eind juni net op tijd is gekomen om opbrengstschade te voorkomen. Uitzondering hierop is het teeltgebied in de Veluwe en de Achterhoek waar pas in de loop van de maand juli de eerste regen van betekenis viel. Het begin van de neerslagperiode was ook het moment dat de Phytophthora-druk toenam en de intensiteit van bespuitingen toenam. De groei van het gewas en de vorming van nieuw onbeschermd blad en de natte omstandigheden gecombineerd met de hoge Phytophthora-druk vroegen om een goede planning van het spuitinterval om het gewas gezond te houden. Bespuitingen vonden in veel gevallen tussen de buien door plaats. Op plaatsen waar het gewas niet voldoende beschermd was zoals bijvoorbeeld bij kantrijen, werden planten in sommige perioden binnen een paar dagen volledig aangetast door de Phytophthora schimmel. Tijdens de rooiwerkzaamheden is in het hele gebied sprake geweest van veel regenval met plaatselijke extremen. Het rooien moest tussen de buien door worden uitgevoerd om de oogst veilig te stellen. Dit heeft impact gehad op de kwaliteit van het rooien. Veel partijen aardappelen zijn beschadigd of er is (te) veel grond in de kuil gekomen. Uiteindelijk zijn de meeste aardappelen geoogst. Pleksgewijs zijn te natte perceel gedeeltes en zelfs gehele percelen niet geoogst. De bewaaromstandigheden waren door de hoge temperaturen ongunstig. Het drogen van de aardappelen verliep moeizaam. In combinatie met veel tarra heeft dit bij een beperkt aantal gevallen geleid tot broei en rot met verlies van product of vervroegde afname tot gevolg. De opbrengsten waren dit jaar wisselend. Aan het begin van de campagne lag het zetmeelgehalte op het niveau van Naarmate de campagne vorderde, daalde het gemiddelde zetmeelgehalte tot beneden dat van het voorgaande teeltjaar. Hier stond tegenover dat de veldopbrengsten beter waren dan in Samenvattend kan geconcludeerd worden dat over het totale areaal bekeken 2017 een jaar was met een bovengemiddelde zetmeelopbrengst. 6
8 Weersomstandigheden De weersomstandigheden, temperatuur, lichtintensiteit en neerslag tijdens het groeiseizoen zijn belangrijke factoren bij het realiseren van een hoge zetmeelopbrengst. Het weer kan niet worden beïnvloed, alleen de gevolgen van extremen kunnen enigszins worden beperkt. Denk aan: Voldoende diepe beworteling Voorkomen van storende lagen Eventueel beregening bij droogte Zorgen voor een goede vochtdoorlatendheid van de bodem bij overvloedige regenval Een goed en gezond gesloten bladerdek om de instraling maximaal te kunnen benutten Ook dit jaar zijn er wisselende perioden van neerslag geweest. In mei en juni is sprake geweest van droogte gevolgd door (zeer) natte perioden in juli en de maanden september tot en met november. Figuur 1 Neerslagcijfers Nederland Bron: KNMI, Jaaroverzicht van het weer in Nederland 2017 De verschillen zijn lokaal zeer groot geweest. Met name de gebieden rond de Hondsrug en Zuid Drenthe hebben dit jaar veel neerslag gehad. Het meest zuidelijke gedeelte van het zetmeelaardappeltelend gebied (Achterhoek en deel Veluwe) bleef wat neerslag betreft duidelijk achter. Hier hebben de telers te maken gehad met droogteverschijnselen met opbrengstschade tot gevolg. De neerslag eind juni kwam net op tijd en is bepalend geweest voor de gewasontwikkeling tijdens het verdere groeiseizoen. Kijkend naar het meerjarig gemiddelde in figuur 1 is er in 2017 gemiddeld zo n 50 tot 125 mm neerslag meer gevallen dan andere jaren met daarbij plaatselijk grote verschillen. De gemiddelde temperatuur lag boven het meerjarig gemiddelde (figuur 2). In april tijdens het poten was het koud met een aantal stevige nachtvorsten. De periode mei t/m half juli was warm tot zeer warm en droog. De gewassen hebben zich in het begin van deze periode goed kunnen 7
9 ontwikkelen, waarna toch op vele percelen droogte verschijnselen zichtbaar werden. Op de droogtegevoelige perceelgedeelten kleurden de gewassen erg donker als teken van vochttekort. De knolzetting in deze periode werd door de droogte nadelig beïnvloed. In augustus en september waren de temperaturen gemiddeld bijna 1 o C lager dan het meerjarig gemiddelde, waardoor de gewassen goed hebben kunnen groeien. De nagroei aan het eind van het seizoen was gemiddeld hoger dan in voorgaande jaren. Figuur 2. Temperatuur afwijking in 2017 van langjarig gemiddelde De hogere temperaturen in de periode oktober tot en met januari bemoeilijkte het drogen en bewaren van de aardappelen. In de loop van februari daalde de gemiddelde temperatuur gevolgd door een vorstperiode in de tweede helft van februari en begin maart. 8
10 Optimeel teeltregistratie 2017 Zoals in de inleiding aangegeven is het aantal deelnemers aan de teeltregistratie fors gestegen (tabel 1). 10, deelnemers percelen hectare Tabel 1 Deelname Optimeel Door bijna de helft van de telers in Nederland zijn de gegevens van één of meerdere percelen vastgelegd in de teeltregistratie. De gegevens die ingevuld zijn, zijn na controle op volledigheid en juistheid geanalyseerd. De uitkomsten worden in dit verslag toegelicht en gepresenteerd in tabellen en grafieken. Opbrengsten 2017 In figuur 3 staat de gemiddelde veldopbrengst en het zetmeelpercentage per ras van de deelnemers van de teeltregistratie weergegeven. De groene balken tonen de gemiddelde veldopbrengst in ton/ha. De blauwe lijn laat het zetmeelpercentage per ras zien. De rassen staan aflopend gerangschikt op veldopbrengst. De rassen liggen op basis van knolopbrengst redelijk dicht bij elkaar. Het onderscheid wordt gemaakt door het zetmeelpercentage. Figuur 3. Gemiddelde opbrengst per ras deelnemers teeltregistratie 2017 Bij vertaling van de veldopbrengst en het zetmeelgehalte naar een bruto financiële opbrengst ontstaat een andere volgorde van de rassen (figuur 4). Achter het ras staat tussen haakjes de rangschikking op basis van veldopbrengst uit figuur 3. Rassen met de combinatie van een hoog veldgewicht met een hoog zetmeelpercentage hebben de hoogste financiële opbrengst. In de grafiek is de aardappelprijs in het groen weergegeven. In blauw wordt de zetmeelverrekening aangevuld met de premie voor vollevering A-volume weergegeven. Er is gerekend met een aangenomen aardappelprijs van 65,- per ton. 9
11 ton zetmeel/ha Figuur 4. Bruto financiële opbrengst per hectare per ras deelnemers teeltregistratie 2017 Axion is in de rangschikking gedaald. Dit komt doordat het zetmeelpercentage lager is dan de andere rassen. Ook bij Avito zien we dit terug. Voor rassen met een zetmeelpercentage boven 19% draagt de zetmeelpremie voor een belangrijk deel bij aan de bruto financiële opbrengst. De gemiddelde zetmeelopbrengst per hectare voor alle rassen bedraagt dit jaar ruim 9,5 ton/ha. De veldopbrengsten waren goed dit jaar, maar de zetmeelpercentages lagen over het algemeen lager ten opzichte van De rassen die een hoog zetmeelgehalte als eigenschap hebben, scoren dit jaar bovengemiddeld. Als figuur 4 en 5 met elkaar worden vergeleken valt op dat de rangschikking vrijwel gelijk aan elkaar is. 13,0 12,0 Zetmeelopbrengst 11,0 10,0 9,0 8,0 7,0 Figuur 5. Zetmeelopbrengsten per hectare per ras deelnemers teeltregistratie
12 Teeltmaatregelen Vooraf aan de aardappelteelt moeten verschillende afwegingen worden gemaakt o.a.: Welke teeltrotatie kan gehanteerd worden op een perceel? Met welke punten moet rekening worden gehouden bij de keuze van een ras? Wordt een granulaat ingezet rekening houdend met de AM- situatie van het perceel en het gekozen ras? Is een Rhizoctonia bestrijding nodig? Rhizoctonia Uit de gegevens van de teeltregistratie blijkt dat het uitvoeren van een Rhizoctonia behandeling van de grond of knol vrijwel altijd een meerwaarde geeft. Het is belangrijk om voor het wel of niet uitvoeren van een bestrijding de afweging te maken op basis van historische kennis van het perceel en de beoordeling van de Rhizoctonia-index van het pootgoed. Indien Rhizoctonia voorkomt op de knol, zal een knolbehandeling moeten worden uitgevoerd om insnoering van de kiemen en daarmee een onregelmatige opkomst en verminderd stengelaantal te voorkomen. Zijn er in voorgaande jaren regelmatig krielnesten geconstateerd, dan is te overwegen om een rijbehandeling uit te voeren tegen Rhizoctonia vanuit de grond. Zware aantastingen van Rhizoctonia kan de veldopbrengst en het zetmeelpercentage negatief beïnvloeden. Figuur 6 laat de zetmeelopbrengsten zien bij verschillende Rhizoctonia behandelingen. Het verschil tussen onbehandeld en een knolbehandeling bedraagt 600 kg zetmeel. Het verschil tussen onbehandeld en een grondbehandeling of een gecombineerde grond/knolbehandeling geeft een verschil van kg zetmeel. Omgerekend circa 300,-. Figuur 6. Opbrengst in tonnen zetmeel/ha bij wel of geen Rhizoctonia behandeling 11
13 Het is belangrijk om alvorens het middel in te zetten het pootgoed te (laten) beoordelen op de aanwezigheid van Rhizoctonia en de index te bepalen. TIP Controleer het pootgoed op de aanwezigheid van Rhizoctonia Als Rhizoctonia op het pootgoed aanwezig is, wordt een knolbehandeling geadviseerd Een grondbehandeling heeft geen effect op Rhizoctonia op de knol Bij direct opruggen tijdens het poten altijd een grondbehandeling uitvoeren Granulaten Het inzetten van granulaten bij de teelt van zetmeelaardappelen is één van de mogelijkheden om de schade als gevolg van aardappelmoeheid (Am) op een perceel te beperken. Het is van belang om zorgvuldig af te wegen of de inzet van deze middelen noodzakelijk is. Granulaten dragen niet bij aan het verminderen van de populatie op een perceel, maar beschermen de wortels waardoor de schade door aaltjes wordt beperkt. Voor het maken van een goede afweging, om de noodzaak van AM te beheersen, is het allereerst belangrijk om te weten of op het perceel een besmetting aanwezig is, de mate van besmetting en de populatie (rostochiensis en/of pallida). Indien een zware besmetting (> 2000 lle) aanwezig is, kan op basis van een rassenkeuzetoets worden bepaald welke resistente rassen het meest geschikt zijn om te telen. Het is hierbij van belang om rekening te houden met de tolerantie van een ras. De mate van tolerantie bepaalt of een ras gevoelig is voor schade bij aanwezigheid van AM. Tot slot kan een afweging gemaakt worden of de inzet van een rijen- of volveldsbehandeling met een granulaat als ondersteunende maatregel noodzakelijk is. Ook de teeltfrequentie in combinatie met de bestrijding van aardappelopslag speelt een rol bij het beheersen van aardappelmoeheid. Uit de teeltregistratie blijkt dat ruim de helft van de percelen een teeltfrequentie heeft van 1:2. Bijna 30% van de geregistreerde percelen heeft een 1:3 teelt en 15% heeft een nog ruimere teeltfrequentie. In onderstaande tabel is naast de teeltfrequentie de opbrengst en het gebruik van granulaat weergegeven. Teeltfrequentie 1 op 2 1 op 3 1 op 4 of ruimer Percelen 57% 28% 15% Opbrengst (ton zetmeel/ ha) Granulaat 48% 25% 13% Tabel 2 Teeltfrequentie, opbrengst en inzet granulaat teeltregistratie Optimeel
14 De mate van AM-tolerantie van een ras is mede bepalend bij het inzetten van (de hoeveelheid) granulaat. Hoog tolerant 8 9 Matig tolerant 7 8 Laag tolerant 6 7 Tabel 3. Hoogte van de AM-tolerantie van zetmeelaardappel rassen Zeer laag tolerant <6 Aventra BMC Sarion Seresta Axion Merenco Novano Altus Avarna Festien Saprodi Simphony Actaro Supporter De meeste zetmeelaardappelrassen hebben een goede AM-tolerantie. Rassen met een hoge tolerantie zijn bijvoorbeeld Festien, Avarna en Axion. Deze rassen hebben bij eenzelfde populatieomvang geen of minder granulaat nodig dan rassen met een lage tolerantie als Seresta en Novano. Ras Granulaat Avarna 47% Axion 35% Festien 35% Novano 32% Seresta 39% Tabel 4. Percentage percelen met inzet van granulaat per ras De teeltregistratie laat geen overeenkomst zien tussen de AM-tolerantie van de rassen en of er wel of geen granulaat wordt gebruikt. Bij Avarna zien we een uitschieter naar boven. Bij dit ras wordt relatief vaker een granulaatbehandeling uitgevoerd. De overige rasverschillen zijn niet significant van elkaar. Kanttekening: Avarna is een veel gebruikt ras op percelen met een AM- probleem. Tip De granulaatgift moet per perceel worden bepaald. Het ras en de aanwezige populatie bepalen de hoogte van de gift. 13
15 N-bemesting De adviezen voor N-bemesting zijn de afgelopen jaren niet veranderd. Onderstaande tabel (5) toont de adviezen per ras zoals ze de laatste jaren zijn vastgesteld op basis van praktijkervaringen en proefveldresultaten kg N kg N kg N kg N Axion Festien Altus Seresta Avarna Aventra Supporter Novano Sarion Saprodi Actaro Merenco Avito BMC Simphony Vermont Tabel 5. Hoogte van de N-bemesting van rassen waarbij de hoogste gift geldt voor de teelt op droge zandgronden en de lage gift voor vochthoudende dalgronden Uit de teeltregistratie blijkt dat er erg veel spreiding is tussen de verschillende berekende N- bemestingen. De berekende N-bemesting is inclusief de nalevering van de voorvrucht en een eventuele groenbemester. Rassen als Seresta en Novano hebben een stikstofgift nodig van gemiddeld 210 kg N. Uit de registraties blijkt dat ruim 40% van de percelen Novano een berekende gift had die lager was dan 180 kg N. Dit kan ertoe bijdragen dat het gewas te vroeg afsterft en groeidagen worden gemist, met een negatief effect op de opbrengst. Axion heeft duidelijk minder stikstof nodig dan andere rassen. Te veel stikstof zorgt ervoor dat het ras een lager zetmeelgehalte krijgt. Uit de registratie blijkt dat ruim een kwart (28%) van de percelen Axion meer dan 200 kg N per hectare heeft gehad. Wat ook opvalt is dat percelen vaak een groenbemester hebben gehad of voorvrucht waarvan nog nalevering kan worden verwacht. Hier moet rekening mee worden gehouden om een ongewenste overbemesting te voorkomen. Tip Voor een goed geslaagde groenbemester kunt u 40 kg N rekenen, deze kunt u dus aftrekken van de totale gift! 14
16 Saldo overzicht In onderstaande tabel staan de saldovergelijkingen van de meest ingevoerde rassen bij de teeltregistratie van De rassen staan van links naar rechts gerangschikt op zetmeelopbrengst. In deze tabel zijn alleen de rassen opgenomen met minimaal tien compleet ingevoerde percelen. Dit om de vergelijkbaarheid van de gegevens te borgen. Voor het bepalen van de bruto- opbrengst wordt gerekend met een aangenomen prijs van 65,- per ton aardappelen. De prestatiecomponenten zijn apart vermeld. BMC Sarion Festien Axion Altus Seresta Saprodi Avarna Actaro Novano Avito Aantal resultaten Veldopbrengst Zetmeelpercentage 22,7 23,6 21,1 18,6 21,2 20,4 20,0 19,8 20,5 20,3 19,1 Zetmeel (kg/ha) Aardappelprijs Zetmeel verrek A-volume Bruto opbrengst Pootgoed Bemesting Granulaat Rhizoctonia Bladluis Onkruid Alternaria Phytophthora Loof vernietiging Totaal toeg. kosten Saldo eigen mechanisatie * Bij de aardappelprijs is gerekend met een aangenomen campagneprijs van 65,- per ton Tabel 6. Saldo overzicht teeltregistratie Optimeel 2017 Opvallende punten in de saldoberekening zijn: - De zetmeelverrekening - Verschillen in pootgoedkosten - Kosten voor inzet granulaat - Phytophthora kosten (Avito) - Kosten voor Alternaria bestrijding 15
17 In onderstaande tabel (7) is de ontwikkeling weergegeven van de gemiddelde saldo s over de teeltjaren 2015, 2016 en De cijfers zijn gebaseerd op de gegevens uit de teeltregistratie. De getallen zijn een samenvoeging van alle ingevoerde gegevens in het betreffende jaar. Voor de berekening van de bruto- opbrengst is de aardappelprijs genomen van het betreffende jaar met een aanname voor het laatste teeltjaar: , in en in per ton veldgewicht bij 19% zetmeel. De zetmeelopbrengst per hectare is in 2015 het hoogst. De opbrengsten zijn in 2015 gebaseerd op 318 percelen en in 2017 op 1699 percelen. Gemiddelde Veldopbrengst Zetmeelpercentage 20,2 21,5 20,7 Zetmeel opbrengst (kg/ha) Aardappelprijs Zetmeel verrekening A-volume Bruto opbrengst Pootgoed Bemesting Granulaat Rhizoctonia Bladluis Onkruid Alternaria Phytophthora Loof vernietiging Totaal toegerekende kosten Saldo eigen mechanisatie Tabel 7. Saldo EM gemiddelde van de teeltjaren 2015, 2016 en 2017 De totaal toegerekende kosten zijn over de afgelopen drie jaar gestegen met circa 50,- per hectare per jaar. Belangrijkste stijgingen vonden plaats bij de bestrijding van ziekten en plagen. Door de gestegen aardappelprijs in combinatie met de opbrengst en de zetmeelverrekening werd de prijsstijging over het totaal gecompenseerd. Het blijft voor de komende jaren dan ook van groot belang om samen te werken aan verdere rendementsverbetering op de akker en invulling te geven aan de ontwikkelingen in de markt die bij kunnen dragen aan de prijsstelling van de grondstof. 16
18 Rassenkeuze De rassenkeuze is een van de belangrijkste keuze die wordt gemaakt op het bedrijf. Welk ras teel ik op welk perceel? Wat is mijn teeltdoel? Welke rassen zijn beschikbaar voor mij? Onderstaand wordt ingegaan op punten die van belang zijn bij de keuze van een ras. Resistenties en ziektes Voor alle percelen geldt, ken de geschiedenis van uw perceel! De populatie bepaald altijd de te verwachten schade. - Aardappelmoeheid Het cijfer voor tolerantie geeft aan of er schade te verwachten is. Het resistentiecijfer geeft aan in welke mate het ras aardappelcystenaaltjes vermeerdert. - Wratziekte De meeste zetmeelrassen hebben een ruime voldoende voor wratziekteresistentie. Zorg ervoor dat u een ras teelt met minimaal een 7 voor alle fysio s. Teeltdoel - Vroegrijpheid Vroege rassen als Seresta en Vermont zijn de beste vroege rassen en geschikt voor levering in de voormalerscampagne en in de eerste weken van de hoofdcampagne. - Bewaareigenschappen De bewaareigenschappen van het ras zijn in verschillende groepen gerangschikt (tabel 8) De beoordeling is een combinatie van houdbaarheid, bewaarverlies, kieming en het voorkomen van rot. Slecht Redelijk Goed Zeer goed Aventra (4) Sarion (6) Avarna (6,5) Altus (7) Actaro (4) Seresta (5) Axion (6,5) Festien (7,5) Vermont (4) Merenco (5) Saprodi (6,5) Novano (7,5) Avito (5) Supporter (6,5) BMC (7,5) Simphony (7,5) Tabel 8. Geschiktheid van rassen voor lange bewaring - Af-land levering Ieder zetmeelaardappelras is geschikt voor af land-levering. Bemesting - N-bemesting Houdt rekening met de stikstofbehoefte van het ras. Rassen als Seresta en Novano hebben 230 kg N nodig voor een goed rendement, Axion en Avarna hebben genoeg aan 150 kg N. Houdt hierbij ook rekening met uw perceel (grondsoort, voorvrucht en/of groenbemester). Zie ook tabel 5, blz K-bemesting Volg minimaal het advies van het grondonderzoek. 17
19 Indien op het perceel een groenbemester heeft gestaan en deze is bemest met organische mest, dan zal ook nog een deel van de gegeven Kali voor het gewas beschikbaar zijn. - P-bemesting Het extra toevoegen van P tijdens het poten kan gunstig zijn voor de opbrengst, houd hierbij wel rekening met uw fosfaatruimte! Pootgoed eigen vermeerdering - Knolzetting Er zijn verschillen voor wat betreft het aantal knollen dat per ras gezet wordt. Avarna geeft veel knollen per stam, terwijl Altus en Festien minder knollen geven per stam. Bij Altus kan een gedeelde stikstofgift het tal verhogen. - Vorm Axion kenmerkt zich door een rond ovale vorm bij vermeerdering op zandgronden en een lang ovale vorm bij vermeerdering op kleigronden. Het is goed om dit mee te laten wegen bij de beschikbare pootmachine. Opbrengsten Met elk ras kan een goede opbrengst behaald worden. De ervaring leert wel dat niet elk ras past bij elke teler en elk perceel. Probeer een ras uit en ondervind welke het beste bij uw manier van telen past. Phytophthora De rassen die opgenomen zijn op de rassenlijst hebben verschillende resistentieniveaus voor Phytophthora. Het ras Avito heeft een hoog resistentiecijfer en kan met duidelijk minder bespuitingen toe. Tip Belangrijke onderwerpen voor de juiste rassenkeuze Aardappelmoeheid o o Wratziekte o Resistentie Tolerantie Minimaal een 7 voor alle fysio s Teeltdoel en bewaarbaarheid Opbrengst (kg en saldo) 18
20 Proef- en demoveld Het proef en demoveld van Agro en Averis Seeds is in 2017 wederom aangelegd in Valthe. Het perceel is verdeeld in twee delen. Op het ene deel zijn proeven en demo s van Agro aangelegd en op het andere gedeelte lag een opbrengstveld van Averis met veelbelovende kruisingen. Het perceel is een droogtegevoelige zandgrond met een organisch stofgehalte van 4,2%. De bemestingswaarden van dit perceel zitten allen op een goed niveau. Over het perceel is 30 kg Nemathorin ingewerkt per hectare, dit om eventuele verscholen aaltjespopulaties te onderdrukken. Het perceel is ook éénmaal beregend op 16 juni vanwege de aanhoudende droogte. De resultaten van het proef- en demoveld worden gepresenteerd als proefveldopbrengsten. Er wordt geen rekening gehouden met kant- en spuitrijen of wendakkers. Het proefveld is met de hand gepoot, dus missers zijn uitgesloten. De opbrengst is direct na de oogst vastgesteld, dus er is ook geen bewaarverlies. Gemiddeld kan 20% van een proefveldopbrengst worden afgetrokken om op een reële praktijkopbrengst te komen. Rassendemo De rassendemo is een jaarlijks terugkerende demo waar de meest gebruikte zetmeelrassen uit het gebied naast elkaar worden gepoot aangevuld met nieuwe veelbelovende rassen. Deze demo is aangelegd om de ontwikkeling van de rassen ten opzichte van elkaar zichtbaar te maken onder vergelijkbare groeiomstandigheden van poten tot rooien. Tevens wordt van de afzonderlijke rassen de opbrengst bepaald. Figuur 7. Proefveldopbrengsten rassendemo Valthe 2017 Het gaat hier om een indicatieve opbrengstbepaling. De opbrengsten zijn niet vergelijkbaar met praktijkopbrengsten omdat de metingen plaatsvinden op basis van één plek op het perceel in een enkele herhaling. Wanneer de opbrengstresultaten van de deelnemers van de teeltregistratie (figuur 5, blz. 14) vergeleken wordt met de opbrengstresultaten van de rassendemo, is een vergelijkbare volgorde van de rassen zichtbaar. Op het proefveld stonden twee nieuwe nummers van Averis: KA en KA Beide rassen vallen dit jaar op door hun opbrengstpotentie. Materiaal van deze rassen is in kleine 19
21 hoeveelheden onder een aantal telers van een studiegroep verspreid om bredere praktijkervaring op te doen. Het nummer KA is inmiddels aangemeld voor opname op de rassenlijst onder de naam Avatar. Het nummer KA valt voor de praktijk af omdat het ras zeer laat is en de knollen niet of slecht van het loof willen. Het blijft van belang om ook in komende jaren ervaringen van nieuwe rassen te verzamelen om te komen tot een teeltadvies voor nieuwe rassen. Zodra meer bekend is van Avatar zullen deze ervaringen gedeeld worden. Pootgoedvoorbehandeling De pootgoedvoorbehandelingsproef heeft ons de afgelopen jaren geleerd dat bij het vergelijken van de opbrengsten er wel degelijk een verschil bestaat tussen de methodes van voorbehandelen. Dit jaar werd de proef voor het vierde jaar aangelegd. Elk jaar worden de rassen Seresta en Avarna als standaard rassen meegenomen. Seresta als een kiemlustig ras in het voorjaar met een vlotte beginontwikkeling en Avarna als een ras met een zeer lange kiemrust. Dit jaar zijn daar de relatief nieuwe rassen BMC, Merenco en KA (Avatar) aan toegevoegd. Doel hierbij is om het effect van de voorbehandeling van pootgoed van de nieuwe rassen in beeld te brengen en het effect van de voorbehandeling op de opbrengst vast te stellen. De proef is in vier herhalingen aangelegd om op twee rooimomenten (begin september en half oktober) een opbrengstbepaling te kunnen doen. De volgende objecten zijn aangelegd en beoordeeld: Schuurkas; voorkiemen, de aardappelen worden onder gecontroleerde omstandigheden bewaard in kiembakjes. Mechanische koeling; de aardappelen worden na het rooien in de koelcel bewaard bij 3,5 C tot vlak voor het poten. Mechanische koeling + warmtestoot; identiek aan mechanische koeling, deze aardappelen worden echter 2 weken voor het poten uit de koeling gehaald en vervolgens 1 week bewaard bij een omgevingstemperatuur tussen de 15 en 20 C. De 2 e week wordt de partij bewaard bij buitentemperatuur. Kisten draaien; de aardappelen worden tot begin februari bij 3,5 C bewaard in de koeling; vervolgens worden de aardappelen eruit gehaald en bewaard bij 7-8 C. De kisten zijn vervolgens 3 maal gedraaid voor het poten (topspruit eraf; meer ogen open). Het object Talent is dit jaar niet meegenomen in de proef. 110 Pootgoedvoorbehandeling KISTDR KOEL KOELWS SCHKAS TALENT Figuur 8. Relatieve opbrengst bij verschillende methoden van pootgoedvoorbehandeling over meerdere jaren en rassen 20
22 Figuur 8 laat de relatieve opbrengst van alle rassen zien over alle jaren dat de proef is uitgevoerd. Het getal boven elke staaf geeft aan hoe vaak het object is beoordeeld in de proef. Over het algemeen zien we geen grote verschillen tussen de objecten. Het verschil in opbrengst tussen de koeling met warmtestoot en talentbewaring bedraagt 6%. De andere objecten laten min of meer vergelijkbare verschillen zien. Als ingezoomd wordt per ras zijn er grotere verschillen zichtbaar. Onderstaande tabellen laten de opbrengsten zien van de pootgoed voorbehandelingsmethode bij Avarna en Seresta. Bij Seresta blijkt dat een pootgoed voorbehandeling geen duidelijke meerwaarde in opbrengst geeft. Avarna geeft wel een meeropbrengst bij een goede voorbehandeling van het pootgoed. Het poten van Avarna uit de mechanische koeling veroorzaakt een achterstand bij opkomst en in de groei. Dit vertaalt zich negatief door in de opbrengst. De mechanische koeling met warmtestoot geeft een duidelijk hogere opbrengst. Het financiële verschil met of zonder warmtestoot bedraagt 450,- per hectare. Figuur 9. Meerjarige relatieve opbrengst Seresta bij verschillende pootgoedvoorbehandelingen Figuur 10. Meerjarige relatieve opbrengst Avarna bij verschillende pootgoedvoorbehandelingen Rassen die net als Avarna een iets tragere start hebben of een onregelmatige opkomst, vragen een aparte aanpak in pootgoedvoorbehandeling. Denk hierbij aan rassen als Novano, Supporter, BMC, Axion etc. Een goede voorbehandeling zal bij deze rassen een duidelijke meerwaarde hebben. Rassen als Seresta, Aventra, Merenco en Vermont hebben als eigenschap dat ze kiemlustiger zijn. Hierdoor kunnen deze ook zonder voorbehandeling voor een goede opkomst zorgen. Zeer trage kieming Trage kieming Iets kiemlustig Kiemlustig Avarna BMC Sarion Seresta Novano Festien Altus Aventra Supporter Simphony Actaro Merenco Axion Saprodi Tabel 9. Kiemlustigheid rassen in het voorjaar Vermont 21
23 Variatie in poten Met de proef variatie in poten worden de verschillen in opbrengst bij een variërend pootbeeld vastgesteld. Ook dit jaar is de proef aangelegd met vier objecten: Regelmatige pootafstand : 33 cm Onregelmatige pootafstand : variatie van cm 15% missers bij pootafstand van 33 cm Onregelmatige pootafstand + 15% missers; combinatie van het tweede en derde object Dit jaar zijn wederom de rassen Altus en Avarna gebruikt voor de proef. Tijdens het groeiseizoen zijn niet veel verschillen waargenomen. Figuur 11. Variatie in poten: missers en onregelmatig; ras Altus; stand 24 mei 2017 Figuur 11 laat Altus zien met 15% missers en een onregelmatige pootafstand op 24 mei. Twee weken later (figuur 12) zijn alleen de grootste gaten nog te zien. Het object geeft nu al een heel ander beeld. De bodembedekking van het object loopt iets achter, maar veel minder in verhouding tot 2 weken ervoor. Figuur 3. Variatie in poten missers en onregelmatig; ras Altus; stand 9 juni
24 In figuur 13 worden de verschillen in relatieve opbrengst getoond van het teeltjaar 2016 en 2017 bij variatie in poten. In beide jaren liet Altus zien dat de opbrengst bij het regelmatig gepote object het hoogst was en bij het combinatie-object het laagst. Bij Avarna is geen verschil aanwezig tussen regelmatig en onregelmatig gepoot. Bij 15% missers en de combinatie van missers en onregelmatig gepoot, is er wel een daling in opbrengst. Concluderend: - Avarna heeft meer compenserend vermogen dan Altus - Onregelmatige pootafstand + 15% missers geeft altijd een lagere opbrengst. Bij Avarna scheelt dit 150,- per hectare, bij Altus 400,- per hectare - Regelmatig poten zonder missers zorgt voor de beste opbrengst Figuur 4. Relatieve opbrengst proef variatie in poten 2016 en 2017 Tip Pootgoed moet los zijn (witte puntjesstadium) Pootgoedtemperatuur minimaal 9-10 graden bij poten Geen topspruiten Elk ras heeft zijn eigen strategie Sorteren pootgoed loont Poot niet te snel (max 6 km/uur) Streef naar 15 stengels per strekkende meter 23
25 Studiegroepen Rendementsverbetering in de teelt van zetmeelaardappelen Het project studiegroepen voor rendementsverbetering in de teelt van zetmeelaardappelen ging dit jaar voor het 6 e jaar van start. 9 groepen zijn onder begeleiding van Avebe, Averis, HLB, Delphy en PPO van start gegaan om het rendement van de zetmeelaardappelteelt te verhogen. Het doel van de studiegroepen is om het verschil tussen de potentiele en de praktijkopbrengsten te verkleinen. Om de werkwijze van metingen en bepalingen binnen elke groep gelijk te maken is aan alle begeleiders voorafgaande aan het seizoen uitleg gegeven over de manier van waarnemen en bemonsteren. Op deze wijze kunnen de resultaten tussen de groepen met elkaar worden vergelijken. Om de kwaliteit van het pootgoed goed in beeld te krijgen is voorafgaande aan het seizoen van elk gepoot perceel een monster genomen en beoordeeld. De beoordeling is uitgevoerd volgens een eerder ontwikkeld protocol. De beoordeling is uitgevoerd door PPO-locatie Valthermond. Alg. Indruk Fys. Ouderdom Rhizoc. index Schurft Index Zilversch. index Besch. index Fusarium % Zetmeel % Gem. Kiem/knol Min. 6,0 6, , ,9 3,1 Max. 8,0 8, ,1 87,5 64,9 4,1 25,2 8,9 Gem. 7,1 7,6 9,2 3,5 18,8 15,4 0,4 19,6 6,2 Tabel 10. Resultaat pootgoedbeoordeling deelnemers studiegroepen Tabel 10 laat, door middel van cijfers en indexering, de verschillen zien van het aangeleverde pootgoed. In 2017 is het pootgoed gemiddeld beter dan voorgaande jaren. Geen onvoldoendes op de algemene indruk en fysische ouderdom van de knollen. Het zetmeelpercentage vertoont grote verschillen. Een hoger zetmeelpercentage kan het risico met zich meebrengen dat partijen gevoeliger zijn voor beschadigingen dan partijen met een lager zetmeelgehalte. Het is bij dergelijke partijen van belang om extra aandacht te besteden aan het voorkomen of minimaliseren van valhoogtes. Vervolgens worden de percelen gepoot en nauwlettend in de gaten gehouden door de begeleiders. Dit jaar is opgevallen dat er minder percelen zijn met een matige of slechte bodemstructuur. Dit is te verklaren uit de gunstige oogstomstandigheden in het najaar van 2016 waarbij duidelijk minder schade is ontstaan aan de bodemstructuur. Bij ieder bezoek aan het perceel worden, door de begeleider, de opvallende zaken genoteerd. Niet alleen de negatieve aspecten maar ook de positieve zaken. Deze kunnen als gespreksonderwerp dienen bij de eerstvolgende veldbijenkomst van de studiegroep en eventueel later bij de analyse van de opbrengstverschillen per perceel. In tabel 11 wordt een overzicht gegeven van de waarnemingen in 2017 in de maand juni op de percelen van de deelnemers aan de studiegroepen. 24
26 Opmerking Percentage van de percelen 2017 Uitstekend perceel 56% Coloradokever en/of larven 45% Onregelmatig 39% Spuitschade 4% Rhizoctonia 7% Matige structuur 8% Bacterieziek 16% Luis 22% Droogteschade 13% Tabel 11. Beoordeling van de verschillende percelen van de deelnemers aan de studiegroepen in de maand juni Bij de gewasbeoordelingen in juni vielen een paar punten op. Op veel percelen werden coloradokevers gevonden. Op zich geeft dit geen directe schade, ook omdat er veelal snel hierna een bestrijding heeft plaatsgevonden. Ook is in deze droge maand op meerdere percelen droogteschade vastgesteld. Deze gewassen vertonen al het beeld van zwarte verkleuring. Bij deze waarneming kan worden gesteld dat al sprake is van opbrengstderving. Tijdens de eerste opbrengstbepaling op 1 juli wordt de beginontwikkeling vastgesteld. Tevens worden een aantal metingen uitgevoerd zoals de Rhizoctonia aantasting, plantafstand en stengels per plant. Daarmee kan ook het aantal stengels per meter rij worden berekend. Het streven is 15 stengels per meter rij, waarbij een marge tussen de 12 en 19 stengels wordt aangehouden. Figuur 14. Stengelaantal per meter rij op 1 juli Bovenstaande figuur laat het aantal percelen zien met een bepaald aantal stengels per meter rij. Bij ruim 5% van de percelen is het stengelaantal te laag, terwijl bij 17% van de percelen het stengelaantal te hoog is. 25
27 De stengels hebben indirect een invloed op de opbrengst. Te veel stengels zorgen ervoor dat de bladeren elkaar overwoekeren. De onderste bladeren zullen hierdoor geheel of gedeeltelijk afsterven en zijn vatbaar voor infecties van ziekten. Dit geeft een hogere ziektedruk. Door te weinig stengels per meter wordt niet het volledige oppervlak gebruikt door de plant om zonlicht op te vangen. Hier wordt groei gemist. Ook zal de grond, door het zonlicht wat tussen de bladeren door valt, heet worden waardoor de onderste bladeren verbranden en afsterven. Naast de opbrengstmeting op 1 juli, wordt op 1 september en aan het eind van het groeiseizoen, veelal tussen loofdoding en oogst, de opbrengst vastgesteld. Op 1 september om de groei per dag tussen 1 juli en 1 september vast te stellen en aan het eind van het groeiseizoen om de nagroei na 1 september vast te stellen. De gerealiseerde opbrengsten worden vergeleken met de theoretische opbrengstlijn en de resultaten van voorgaande jaren. Figuur 15. Resultaten opbrengst studiegroepen De eind opbrengst in 2017 was met gemiddeld 12,4 ton zetmeel het hoogste van de afgelopen jaren, maar nog duidelijk onder de 15 ton zetmeel. De opbrengst varieerde van 7,7 tot 16,4 ton zetmeel. Figuur 16. Groei van de hoog en laag opbrengende percelen in 2017 De opbrengstcijfers van de studiegroepen (figuur 16) laten zien dat dit jaar 25% hoog opbrengende percelen gemiddeld de doelstelling van 15 ton zetmeel per hectare bijna hebben gerealiseerd. 26
28 Tussen de groep 25% hoog opbrengende percelen (groene lijn) en de groep 25% laag opbrengende percelen (rode lijn) is op 1 juli nog geen opbrengstverschil waar te nemen. In de resterende maanden is het verschil ontstaan tussen deze twee groepen. Dit kwam veelal doordat de laag opbrengende percelen last hadden van aanhoudende droogte. Deze percelen hebben het verlies aan opbrengst in de laatste periode niet meer goed kunnen maken, terwijl de hoogst opbrengende percelen juist een eindsprint hebben gemaakt. In de laatste periode van het groeiseizoen (vanaf 1 september) is een uitstekende groei gerealiseerd ten opzichte van de optimale groeilijn. Dit zien we de laatste jaren regelmatig terug. Uiteindelijk zit er tussen de hoog en laag opbrengende groep een verschil van ruim 4 ton zetmeel. Omgerekend betekent dit een verschil van ruim 1200,- per hectare. Om te kijken of op basis van verschillende waarnemingen en metingen in de praktijk een verklaring kan worden gegeven voor de grote opbrengstverschillen, zijn 10% van de percelen met een opbrengst lager dan 10 ton zetmeel vergeleken met 10% van de percelen met een opbrengst van meer dan 15 ton zetmeel. De verschillen tussen hoog en laag opbrengende percelen zijn in onderstaande tabel naast elkaar gezet Meer dan 15,0 ton zetmeel Goede en diepe beworteling, ook naar de zijkanten Minder dan 10,0 ton zetmeel Droogte Geen storende lagen Lang groeiseizoen, laat oogsten Maximale aandacht voor Phytophthora en Alternaria tot aan het eind Gelijkmatige, natuurlijke afrijping Regelmatig gewas, zowel in ontwikkeling als ook in plantafstand Vochthoudende grond Groeidagen na opkomst gemiddeld 158 ( ) Rhizoctonia op de stengels Vroeg ras Vroeg geoogst daardoor niet profiteren van de nagroei Te vroeg afgestorven na 1 september geen groei meer Bewortelingsdiepte = bewerkingsdiepte Rotte knollen door verstikking Groeidagen na opkomst gemiddeld 138 ( ) Tabel 12. Verschillen tussen de10% percelen met een opbrengst van meer dan 15 ton zetmeel en de 10% percelen met een opbrengst van minder dan 10 ton zetmeel Veel positieve waarnemingen hebben te maken met de lengte van het groeiseizoen en de bodem. Daarnaast worden de onderdelen Poten en de Phytophthora bestrijding veel benoemd bij de waarnemingen. Bij alle hoog opbrengende percelen zijn deze punten positief beoordeeld. Bij de minder goed opbrengende percelen mist vaak de nagroei van het gewas. Enerzijds omdat het perceel vroeg is geoogst (begin september) en/of gekozen was voor een vroeg rijpend ras, waardoor niet geprofiteerd kon worden van de groei in september. Daarnaast speelt het optreden van droogte en de N-bemesting een belangrijke rol. De N-bemesting moet worden afgestemd op het ras en teeltdoel. Het is van belang om hier rekening mee te houden, met name bij het inzetten van organische mest. 27
29 Teelttips Onderstaand volgen in het kort een aantal punten die aandacht verdienen bij de teelt van zetmeelaardappelen. Pootgoed Elk ras vraagt een andere aanpak. Denk hierbij aan pootafstand en bewaarmethoden. Om tot een goede pootafstand te komen moet u de kiemen van uw partij per knol tellen. 100 knollen per monster volstaat. In de praktijk zal ongeveer 10% minder stengels worden gevormd dan dat er kiemen zijn geteld. Bereken vervolgens de te verwachten stengels en pas hierop uw pootafstand aan om ongeveer 15 stengels per strekkende meter te verkrijgen. De bewaring en voorbehandeling van pootgoed heeft grote invloed op de beginontwikkeling en uiteindelijk de opbrengst. Bij rassen als Novano, Axion, Avarna en Festien loont het om vlak voor het poten de aardappelen een warmtestoot te geven. Dit kan bijvoorbeeld door één week geforceerd op te warmen tot 17 o C, maar ook door gedurende meerdere weken het pootgoed langzaam op te laten warmen met de buitentemperatuur. Denk er wel om dat bij een lage buitentemperatuur het effect minder sterk is. Poten Tijdens het poten is het altijd van belang dat de grond bekwaam is. De bodemdruk die een trekker op de bodem uitoefent, is bepalend voor de beworteling van de plant. Bodemverdichting door de trekker tijdens het poten kan ervoor zorgen dat de wortels niet tussen de ruggen kunnen komen. Als de aardappelplant zijn wortels over de gehele bouwvoor kan verspreiden, kunnen vocht en meststoffen beter worden opgenomen en geeft dit een betere kans op een goed rendement. De snelheid tijdens het poten bepaalt voor een groot gedeelte het pootbeeld. Ook gesorteerd pootgoed draagt bij aan een beter pootbeeld. Uit praktijkervaringen is gebleken dat 6 km/u de beste pootsnelheid is. Hogere snelheden zorgen ervoor dat de knollen doorrollen. Hierdoor liggen niet alle knollen op de gewenste pootafstand. Een te lage snelheid kan ervoor zorgen dat (bij een bekerpootmachine) er 2 knollen worden gepoot op 1 plek. Per ras verschilt het effect van een onregelmatig pootbeeld. Bij Altus geeft een onregelmatige pootafstand altijd een lagere opbrengst. Het ras Avarna heeft als eigenschap de onregelmatige stand beter te compenseren. Echter een regelmatige pootafstand geeft de meeste zekerheid voor een goede opbrengst. Gewasbescherming Hoe lager de ziektedruk is op een perceel, des te groter de kans op een goede opbrengst. Zorg ervoor dat de eerste bespuiting tegen Phytophthora plaatsvindt voor de eerste infectie optreedt. Houd hiervoor het weer goed in de gaten. De plaatselijke weersverschillen (vochtig en broeiend weer) bepalen uiteindelijk wanneer u moet beginnen met de bespuiting. Het gebruik van Mancozeb-houdende middelen voor Phytophthora biedt ook een beperkte bescherming tegen Alternaria. Indien deze middelen niet gebruikt worden, moet in een eerder stadium overwogen worden een Alternaria-middel te gebruiken in combinatie met uw Phytophthora-bespuiting. Oogst Het weer tijdens de oogst bepaalt de houdbaarheid van een partij. Een natte partij is bij voorbaat minder geschikt om in te schuren of om langer te bewaren. Ook rotte aardappelen en spuitsporen en kopakkers zijn ongeschikt om in te schuren. De kwaliteit van de aardappelen in combinatie met de bewaarbaarheid van het ras zijn belangrijk bij het maken van de juiste keuze voor het inschuren van een partij. Een schone partij heeft altijd de voorkeur boven een partij met rot. Ongeacht het ras! 28
30 Conclusies teeltjaar 2017 Het weer vormde in 2017 een factor waarmee bij de uitvoering van alle werkzaamheden rekening moest worden gehouden. Door een goede structuur van de bodem in het voorjaar gecombineerd met gunstige weersomstandigheden kon in een vrijwel aaneengesloten periode al vroeg gepoot worden. Het groeivoordeel hiervan is deels tenietgedaan door de droogte in mei en juni. Door de aansluitende periode van neerslag was het aantal geschikte spuitdagen beperkt en moest vaak afgeweken worden van het traditionele spuitschema. Percelen die voor een langere periode onbeschermd zijn gebleven, hebben enige schade ondervonden van Phytophthora. Grote schade is beperkt gebleven. De oogst begon in augustus onder droge omstandigheden. Vanaf medio september tot begin november was sprake van aanhoudende neerslag. Veel percelen zijn tussen de buien door geoogst waarbij her en der een niet rooibaar deel van de oogst achterbleef op het veld. Uiteindelijk zijn op een klein deel van de oogst na, alle percelen geoogst. De zetmeelopbrengst per hectare was in 2017 over het totale areaal bekeken bovengemiddeld. De opbrengsten zijn goed te noemen. De veldopbrengst lag duidelijk boven het teeltjaar 2016 terwijl het zetmeelgehalte iets lager lag. De telers van zetmeelaardappelen hebben in 2017 ruime belangstelling getoond en deelgenomen aan een of meerdere onderdelen van het Optimeel programma bestaande uit demovelden, studiegroepen, teeltregistratie en nieuwe zetmeelaardappelrassen. Bij de demovelden in Nederland en Duitsland nam ruim de helft van de telers deel aan de georganiseerde veldbijeenkomsten in juli en september. Er is veel belangstelling van de telers om kennis te nemen van de ontwikkelingen die er zijn bij de teelt van zetmeelaardappelen. Dit jaar was op de demodagen speciale aandacht voor precisielandbouw en wat de technologie kan betekenen voor verdere opbrengstverbetering. De eerste resultaten en hulpmiddelen laten zien dat er mogelijkheden liggen, maar dat met name nog gewerkt moet worden aan de vertaalslag naar de praktijk. De studiegroepen hebben dit jaar wederom laten zien dat een stap gezet is om de optimale groeilijn te realiseren. Uit de opbrengstcijfers van de deelnemende percelen blijkt dat 10% van de telers meer dan 15 ton zetmeel per hectare realiseert. De deelname aan teeltregistratie is in Nederland verdrievoudigd en daarnaast ook opgestart in Duitsland. Avebe heeft besloten om aan de deelnemers een vergoeding uit te keren. De data uit de teeltregistratie biedt de mogelijkheid om de resultaten van telers te benchmarken. Hiermee kan vastgesteld worden welke onderwerpen nadere aandacht nodig hebben om het rendement verder te verbeteren. Ook kan met de data transparantie gegeven worden aan onze klanten over het werken aan een duurzame grondstof voor een duurzaam eindproduct. Bij de nieuwe zetmeelrassen kan op basis van de opbrengstresultaten geconcludeerd worden dat deze perspectief bieden voor de teelt. Ook nieuwe rassen met Phytophthora resistentie bieden nieuwe mogelijkheden en zijn de opstap naar een wijzigende teelt in de toekomst. Het verzamelen van praktijkgegevens van deze nieuwe rassen is belangrijk voor een succesvolle introductie in de praktijk. Tot slot kan geconcludeerd worden dat het zetten van een stap naar een duurzame toekomst alleen maar bereikt kan worden door gezamenlijk en actief te werken aan de verbetering van de teelt van zetmeelaardappelen en transparantie naar de markt. 29
31 Aantal jaren onderzoek N-bemesting Veldgewicht Zetmeelgehalte Zetmeelopbrengst N-bemesting Veldgewicht Zetmeelgehalte Zetmeelopbrengst Am-tolerantie ² Am-resistentie Ro1 Am-resistentie Ro2/3 Am-resistentie Pa 2 Am-resistentie Pa 3 Wratziekte 2/6 Wratziekte 18 Phytophthora (loof) Phytopthora (knol) Schurft Vroegrijpheid loofontwikkeling knolvorm aantal knollen stootblauw rooibeschadiging kiemlustigheid bewaarbaarheid ³ vatbaarheid X vatbaarheid Yntn Rassenlijst zetmeelaardappelen voor levering aan Avebe 2018 Relatieve opbrengstgegevens ¹ Aaltjes Schimmelziekten Diverse eigenschappen Virussen Valthermond Rolde resistentie Resistentie Ras Actaro , , ,5 7 ro 7, ,5 Altus , , ,5 8 ro ,5 7,5 Avarna , , ro 7,5 4,5 6,5 8 6,5 6 7,5 Aventra , ,5 8 ro 7, ,5 kruisingsouders KA Averia KA Kartel KA Stabilo Kanjer Seresta Axion , , ,5 ro 7 7 6,5 7 6,5 6 6,5 KA Stabilo BMC , , ,5 7 r 7,5 nb 7,5 8 7,5 6 9 Seresta KA Festien , ,5 ro 5, ,5 7,5 7 9 Kartel KA Merenco , ,5 8 r 7 nb nb 6 Merano Signum Novano , ,5 8,5 5 3,5 8 ro ,5 7,5 8 BU UVX-56 Saprodi , ,5 8,5 o 7 5, ,5 8 7 Scarlet Sofista Sarion , ro 5, , Festien Seresta Seresta , ,5 ro ,5 6,5 Am Sonate Simphony , ,5 8 ro 7,5 5, ,5 7,5 7 Supporter , , ro , ,5 Bij de samenstelling van deze tabel is gebruik gemaakt van: 1 - resultaten van de rassenopbrengstvelden van de PPO proeflocatie `t Kompas en Kooijenburg 2016 en 2017 Am-resistentie Am-tolerantie 2 = zeer gevoelig 9 = weinig gevoelig Stootblauw 2 = erg blauwgevoelig 9 = weinig blauwgevoelig Klasse % relatieve Rooibeschadiging 2 = erg gevoelig 9 = weinig gevoelig De hoogte van de N bemesting is door kwekers/vertegenwoordigers van de vatbaarheid Wratziekte (fysio 2/6 en 18) 2 = zeer gevoelig 10 = resistent Kiemlustigheid 2 = zeer kiemlustig 9 = weinig kiemlustig rassen bepaald. ( kg N) 9 <=1 Phytophthora (loof en knol) 2 = zeer gevoelig 9 = weinig gevoelig Bewaarbaarheid 2 = slecht bewaarbaar 9 = goed bewaarbaar 2 - resultaten van het Tolerantieonderzoek door HLBbv 2016 en Schurft 2 = zeer gevoelig 9 = weinig gevoelig 3 - resultaten van het bewaaronderzoek van Averis Valthermond Virussen 2 = zeer vatbaar 9 = weinig vatbaar - resultaten van het Proef- en demoveld van Avebe-Agro in Valthe Vroegrijpheid 2 = laat 9 = vroeg - gegevens van de kwekers/vertegenwoordigers van de rassen Loofontwikkeling 2 = weinig loof 9 = veel loof - gegevens van NVWA Knolvorm r = rond ro = rondovaal - gegevens CGO onderzoek l = langovaal o = ovaal De opbrengstgegevens en het cijfer voor de Am-tolerantie is gebasseerd op 2 proefjaar (2016 en 2017) Aantal knollen 2 = weinig knollen 9 = veel knollen Festien SL Sofista Festien Het Rassenvergelijkingsonderzoek is mede mogelijk gemaakt door Bo- Akkerbouw en gefinancierd uit overgedragen middelen van het voormalige Productschap Akkerbouw 30
32 31
Aardappelrassen. Bert Huizinga Jaap Grezel
Aardappelrassen Bert Huizinga Jaap Grezel Inhoud Aardappelrassenproef met suikergehalte en bakcijfers Ontwikkeling aardappelmoeheid m.b.t. de agressieve Am populaties MH demo (bakkenproef) Doel van de
Rassenvergelijkingsonderzoek en Rassenkeuzetoets zetmeelaardappelen 2016
Rassenvergelijkingsonderzoek en Rassenkeuzetoets zetmeelaardappelen 2016 1. Inleiding Rassenvergelijkingsonderzoek zetmeelaardappelen voor levering aan AVEBE. Rassenkeuze is een onderwerp waarvoor jaarlijks
OPTIMEELVERSLAG TEELTJAAR 2018
OPTIMEELVERSLAG TEELTJAAR 2018 Naar een beter teeltrendement Verslag Avebe-Agro Teeltoptimalisatie Optimeel oogstjaar 2018 Avebe - Agro Veendam April 2019 De resultaten die in het verslag zijn beschreven
C. Meijer BV Lady Anna. Willem in t Anker
C. Meijer BV Lady Anna Willem in t Anker Historie CMK 2001-022-033 Doel: goed bewaarbaar frietras met goede verwerkingseigenschappen Oogst 2009 eerste pootgoed productie buiten kweekbedrijf Oogst 2014
Beheersing Rhizoctonia in zetmeelaardappelen
Beheersing Rhizoctonia in zetmeelaardappelen Project in opdracht van: Productschap akkerbouw (PA) Met deelname van Syngenta Crop Protection en Bayer Cropscience Resultaten 2009 Ing. K.H. Wijnholds en Ir.
Raseigenschappen biologische aardappelen. Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal (VBU) KW0826 Door: Douwe Werkman
Raseigenschappen biologische aardappelen. Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal (VBU) KW0826 Door: Douwe Werkman Inleiding In opdracht van VBU (Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal) werd in
Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen.
Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen. Ing. K.H. Wijnholds Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Businessuni Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente
Pootgoedvermeerdering zetmeelaardappelen
Pootgoedvermeerdering zetmeelaardappelen Project in opdracht van HPA Ing. K.H. Wijnholds en Ir. J.A. Booij Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene
Pootgoedgoedkwaliteit in project in jaar 2013
Pootgoedgoedkwaliteit in project 20-15-10 in jaar 2013 Project in opdracht van PA Ing. K.H. Wijnholds Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte
Aardappelen in de lift?
Aardappelen in de lift?. Aardappelen in de lift! Stikstof onder de rij Kali bemesting en (zetmeel)opbrengst Soluveld A de nieuwe held? 12 december 2013 Directe rugopbouw bij het poten Kijken welk ras u
Project Veenkoloniale AM precies in beeld. Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.
Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland. Project 16069 Veenkoloniale AM precies in beeld. Donderdag 7 Februari 2019 ing. Egbert Schepel en ing. Machiel
Doel van het onderzoek
Doel van het onderzoek Compost is een veel gebruikte bodemverbeteraar in meerdere teelten. Diverse soorten zijn verkrijgbaar, waarbij aan sommige soorten middels extra doorgroeien met micro-organismen,
Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen
Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen KW 0112 Door: ing. H.W.G. Floot Inleiding In de teelt van biologische aardappelen gelden specifieke regels van
Effecten van zwavel, borium en mangaan bij de teelt van zetmeelaardappelen
Effecten van zwavel, borium en mangaan bij de teelt van zetmeelaardappelen Inleiding In opdracht van het Productschap Akkerbouw (PA) voerden HLB B.V., BLGG AgroXpertus en NMI een tweejarig onderzoeksproject
Rhizoctoniabestrijding in de teelt van biologische pootaardappelen KW0721 Door: Ing. W.S. Veldman
Rhizoctoniabestrijding in de teelt van biologische pootaardappelen KW0721 Door: Ing. W.S. Veldman Inleiding In 2007 werd door SPNA op de locatie Proefboerderij Kollumerwaard, Munnekezijl, een proef uitgevoerd
Grondbewerking voor Zetmeelaardappelen
Grondbewerking voor Zetmeelaardappelen Onderzoek in 2006 en 2007 in opdracht van: Verenigingen Voor Bedrijfsvoorlichting Communicatie in 2006 en 2007 in opdracht van: Provincie Groningen Onderzoek en communicatie
Groeicurve Amora en Anosta (2015)
4.1 Groeicurve en (2015) V. De Blauwer (Inagro) Samenvatting Al verschillende jaren op rij volgen PCA en Inagro de groei op van meerdere (half)vroege rassen op praktijkpercelen. Tijdens 2015 werden 9 velden
Rijenbehandeling in aardappel met Amistar
Rijenbehandeling in aardappel met Amistar Resultaten seizoen 2018 Advies 2019 Praktijkonderzoek Al jaren is Amistar het vertrouwde en zelfs veruit het meest gebruikte middel in de rijenbehandeling tegen
Groeicurve Bintje en Fontane 2014
Groeicurve en 2014 V. De Blauwer (Inagro), D. Florins (FIWAP), H. Rasmont (CARAH) Samenvatting Net zoals de vorige jaren werd tijdens het groeiseizoen van 2014 de groei van opgevolgd op 29 praktijkpercelen.
Onderzoek naar de gevoeligheid van aardappelrassen voor kringerigheid, op percelen met Trichodorus primitivus besmet met tabaksratelvirus.
Onderzoek naar de gevoeligheid van aardappelrassen voor kringerigheid, op percelen met Trichodorus primitivus besmet met tabaksratelvirus. E.G. Schepel HLB BV Februari 2007 Projectnummer: 2993 Dit project
9.4 Invloed koude tijdens bewaring pootgoed K. Demeulemeester (Inagro)
9.4 Invloed koude tijdens bewaring pootgoed K. Demeulemeester (Inagro) Samenvatting Pootgoed wordt bewaard bij lage temperatuur. Dit heeft o.a. voordeel naar een maximale kiemrust, tragere fysiologische
Invloed van het oogsttijdstip op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien. rapport / publicatie. nr
Invloed van het oogsttijdstip op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien rapport / publicatie nr. 08-0 Uireka is een uniek driejarig ketenproject met als doel het verbeteren van de kwaliteit en daarmee het
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
Jolien Bode, Technisch onderzoeksmedewerker
Jolien Bode, Technisch onderzoeksmedewerker Areaal aardappelen 2017 Proeven aangelegd in 2017 Rassenproef frietaardappelen 10 rassen in proef Variabel poten SMART Crops Groeicurve Fontane Bintje Bladmeststoffen
Programma voor vandaag:
Aardappelteelt Programma voor vandaag: Standdichtheid en benodigde hoeveelheid pootgoed Bemesting van aardappelen Opdrachten no.2 Pauze 10:30 10:45 PowerPoint presentatie / werk in groepen Opdrachten no.
Groeicurve Première en Sinora (2016)
Groeicurve en (2016) V. De Blauwer (Inagro) Samenvatting Al verschillende jaren op rij volgen PCA en Inagro de groei op van meerdere (half)vroege rassen op praktijkpercelen. Tijdens 2016 werden 8 velden
Bespaar op kosten Phytophthora- en Alternariabestrijding op zand- en dalgrond.
Bespaar op kosten hytophthora- en Alternariabestrijding op zand- en dalgrond. Bespaar op de kosten van de bestrijding van Alternaria en hytophthora op zanden dalgronden en profiteer van een betere en langere
AGRITON Inhoudsopgave:
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ Inhoudsopgave: 1. Doel proef.... 2 2. Proefgegevens.... 2 3. Objecten... 2 4. Resultaten... 4 4.1 Algemeen... 4 4.2 Resultaten
Handleiding 2014 voor Unitip online Unitip extern module
Handleiding 2014 voor Unitip online Unitip extern module Bestemd voor: Gebruikers die Online teeltgegevens invoeren in Agrovision. Inleiding: Met deze handleiding wordt u stap voor stap door het programma
Fractioneren van de stikstofbemesting in aardappelen 6 jaar proeven
Fractioneren van de stikstofbemesting in aardappelen 6 jaar proeven V. De Blauwer (Inagro), W. Odeurs (BDB), M. Goeminne (PCA) Samenvatting Het is moeilijk voor een teler om het nitraatresidu na de teelt
Programma voor vandaag:
Aardappelteelt Programma voor vandaag: Padlet Aardappelteelt Rassenkeuze en pootgoedkwaliteit Opdrachten PowerPoint presentatie / werk in groepen Pauze 10:30 10:45 Werkgroepen No. Roepnaam Tv Achternaam
Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien. rapport / publicatie. nr
Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien rapport / publicatie nr. 08-08 Uireka is een uniek driejarig ketenproject met als doel het verbeteren van de kwaliteit en daarmee het
Thuis bestuderen Aardappelen signalen blz. 52 t/m 85
Aardappelteelt Programma voor vandaag: De belangrijke aardappelziekten PowerPoint presentaties Thuis bestuderen Aardappelen signalen blz. 52 t/m 85 Planning Toets deel 2 Woe, 9. november (ziekten, plagen,
KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 ZIEKTEN EN PLAGEN / VIRUSZIEKTEN. www.dlvplant.nl
KENNISBUNDEL Biologische aardappelen Mei 2013 TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN ZIEKTEN EN PLAGEN / INSECTEN ZIEKTEN EN PLAGEN / PHYTOPHTHORA INFESTANS ZIEKTEN EN PLAGEN / RHIZOCTONIA SOLANI DE SMAAK
1/25/2018. Resultaten druppelirrigatie diverse gewassen. Inleiding. More crop per drop. Wie ben ik en wat is mijn rol
Inleiding Resultaten druppelirrigatie diverse gewassen Sigrid Arends Wie ben ik Over het project Resultaten 2014-2017 Zetmeelaardappelen Consumptieaardappelen Soja Uien/Plantuien Pootaardappelen Samenvatting
MAISTEELT 2019: DE SUCCESFACTOREN!
MAISTEELT 2019: DE SUCCESFACTOREN! In deze editie aandacht voor: Vernietigen en verkleinen vanggewas ph Organische stof: compost Kali bemesting Onderzaai Raskeuze Organisatie maisteelt Een plant groeit
Duurzame onkruidbeheersing d.m.v. afdekmaterialen onderdeel van Koepelproject plantgezondheid bomen en vaste planten
Duurzame onkruidbeheersing d.m.v. afdekmaterialen 2015-2016 onderdeel van Koepelproject plantgezondheid bomen en vaste planten 1. Doel van project In de teelt van buxus struikjes wordt binnen het PT Koepelproject
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Biologische bestrijding van Rhizoctonia solani in pootaardappels
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw Biologische bestrijding van Rhizoctonia solani in pootaardappels Biologische bestrijding van Rhizoctonia solani in pootaardappels Opdrachtgever: SPNA Auteur:
Hét kiemremmingsmiddelen voor aardappelen en uien
GROEIREGULATOREN Hét kiemremmingsmiddelen voor aardappelen en uien - Zorgeloze start van kiemremming Behoud van uitwendige kwaliteit Beperking van inwendige kieming Uitstekende korrelformulering met een
INHOUDSOPGAVE AGRO-VITAL
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- INHOUDSOPGAVE 1. Doel proef... 2 2. Proefgegevens... 2 3. Objecten
Proefresultaten zoete aardappel 2016
Proefresultaten zoete aardappel 2016 Zoete aardappel, een veelbelovend gewas In het najaar van 2016 werden in Proefcentrum Herent de eerste zoete aardappelen geoogst. Ondanks zijn naam is de zoete aardappel
9.1 Kiemremming van in het veld
9.1 Kiemremming van in het veld V. De Blauwer (PCA), Annie Demeyere (ADLO), P. Vermeulen (VTI), J. Fagard (PIBO), R. Van Avermaet (LTCW) Samenvatting Voor het vierde jaar op rij werden het voorbije groeiseizoen
Interactie Moddus en Actirob
Interactie Moddus en Actirob Effect op zaadopbrengst Engels raaigras 2011 Expertisecentrum graszaad en graszoden Proefboerderij Rusthoeve en DLV Plant p/a Noordlangeweg 42 4486PR Colijnsplaat C Sam de
Stikstofbemesting bij biologische aardappelen
Stikstofbemesting bij biologische aardappelen A. Beeckman (Inagro), J. Rapol (Inagro), L. Delanote (Inagro) Samenvatting Uit proeven van voorgaande jaren kwam naar voor dat stalmest te traag werkt om optimaal
Het gebruik van ammoniumpolyfosfaat (Hydro Terra) en zwavel in pootaardappelen
Het gebruik van ammoniumpolyfosfaat (Hydro Terra) en zwavel in pootaardappelen KW 362 Door: ing. H.W.G. Floot Inleiding Ammoniumpolyfosfaat (APP) is een vloeibare meststof die zowel stikstof als fosfaat
Aardappelteelt. Docent: Muhtezan Brkić
Aardappelteelt Docent: Muhtezan Brkić Programma voor vandaag: Belangrijke plagen en knolgebreken. Oogst / rooien van aardappelen. Opdrachten aardappelteelt Thuis zelf bestuderen en leren Aardappelen signalen
KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 KOSTPRIJZEN AARDAPPELEN. www.dlvplant.nl
KENNISBUNDEL Biologische aardappelen Mei 2013 TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN ZIEKTEN EN PLAGEN / INSECTEN ZIEKTEN EN PLAGEN / VIRUSZIEKTEN ZIEKTEN EN PLAGEN / PHYTOPHTHORA INFESTANS ZIEKTEN EN PLAGEN
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Rapportage ervaringen no-till
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw Rapportage ervaringen no-till Project: no-till Locatie: verschillende praktijklocaties in het Oldambt Auteur: Jaap van t Westeinde, SPNA periode : januari
Een uniek duo. Informationen unter: www.nufarm.de Hotline: 02 21-179 179-99
Een uniek duo Informationen unter: www.nufarm.de Hotline: 2 21-179 179-99 Werkingsmechanisme Canvas is een preventief contactfungicide voor de bestrijding van Phytophthora. Canvas werkt in op meerdere
Bestrijding van Fusarium in lisianthus
Bestrijding van Fusarium in lisianthus 2014 PT nummer.: 14980 Proef nummer: 13485 Proeftuin Zwaagdijk Tolweg 13 1681 ND Zwaagdijk Phone +31 (0)228 56 31 64 Fax +31 (0)228 56 30 29 E-mail: [email protected]
Pootgoed informat ie
Pootgoed informatie Beste teler, Vitaal en gezond pootgoed is de basis voor een goede aardappelteelt. Dit is de reden dat we deze brochure voor u hebben gemaakt. Als Farm Frites Agro team hebben we de
Toetsing van effecten van toediening van biochar op opbrengst en bodemkwaliteit in meerjarige veldproeven
Toetsing van effecten van toediening van biochar op opbrengst en bodemkwaliteit in meerjarige veldproeven J.J. de Haan, D. van Balen & C. Topper (PPO-agv Wageningen UR) M.J.G. de Haas, H. van der Draai
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)
- 1 - BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit ) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen van 2009 zijn
DACOM - Waarnemingstabellen
DACOM - Waarnemingstabellen Inhoudsopgave Introductie... 1 Waarnemingstabellen aardappel... 6 Waarnemingstabellen biet... 10 Waarnemingstabellen druif... 12 Waarnemingstabellen peen... 15 Waarnemingstabellen
ELKE AARDAPPEL VERDIENT DE BESTE BESCHERMING.
ELKE AARDAPPEL VERDIET DE BESTE BESCHERMIG. Werkingsmechanisme Canvas is een preventief contactfungicide voor de bestrijding van Phytophthora. Canvas werkt in op meerdere fasen in de levenscyclus van de
Inventarisatie knelpunten en kennishiaten bij de teelt van pootgoed voor zetmeelaardappelen. A. Wolfs (HLB), H. de Boer (DLV) & C.B.
Inventarisatie knelpunten en kennishiaten bij de teelt van pootgoed voor zetmeelaardappelen A. Wolfs (HLB), H. de Boer (DLV) & C.B. Bus (PPO) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BV. Projectrapport nr. 510324
Groeikracht nieuwe zetmeelaardappelrassen. Kees Bus
Groeikracht nieuwe zetmeelaardappelrassen Kees Bus Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business-unit Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroente PPO nr 510269 februari 2006 2006 Wageningen, Praktijkonderzoek
Aanaarden in één of twee werkgangen
9.1 Aanaarden in één of twee werkgangen V. De Blauwer (Inagro) Samenvatting Bij een definitieve rugopbouw direct na het planten wordt de opkomst vertraagd. Dit vergroot de kans op aantasting van de kiemen
DOORWAS EEN PROBLEEM IN 2015?
DOORWAS EEN PROBLEEM IN 2015? Hoe voorkom ik doorwas? Ilse Eeckhout, PCA Seizoen 2015 - droog 01/06/2015 03/06/2015 05/06/2015 07/06/2015 09/06/2015 11/06/2015 13/06/2015 15/06/2015 17/06/2015 19/06/2015
Aanaarden in één of twee werkgangen
9.1 Aanaarden in één of twee werkgangen V. De Blauwer (Inagro) Samenvatting Bij een definitieve rugopbouw direct na het planten wordt de opkomst vertraagd. Dit vergroot de kans op aantasting van de kiemen
4.17. ORGANISCHE BODEMVERBETERING - LANGE TERMIJNPROEF SEIZOEN 2002 (TWEEDE TEELTJAAR): HERFSTPREI
4.17. ORGANISCHE BODEMVERBETERING LANGE TERMIJNPROEF SEIZOEN 22 (TWEEDE TEELTJAAR): HERFSTPREI (in samenwerking met de Vlaamse Compostorganisatie, VLACO) DOEL In een lange termijnproef wordt de bodemverbeterende
CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS AARDAPPELEN (Solanum tuberosum L.
1/9 CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS AARDAPPELEN (Solanum tuberosum L.) - 13/12/2013 I ONDERZOEK VAN DE ONDERSCHEIDBAARHEID, DE HOMOGENITEIT EN DE
Tot de laatste korrel robuust in de strijd tegen Phytophthora.
Tot de laatste korrel robuust in de strijd tegen Phytophthora. www.valbon.nl Gebruiksvriendelijke spuitkorrel (WDG) Phytophthora infestans Aardappelziekte ligt altijd op de loer Een geslaagde teelt van
Optimeel. Verslag Teeltregistratie Oogstjaar 2004
Optimeel Verslag Teeltregistratie Oogstjaar 2004 1 Verslag AVEBE Teeltregistratie oogstjaar 2004 AVEBE - Agro Februari 2005 2 Bij de samenstelling van dit Optimeelverslag is de grootst mogelijke zorgvuldigheid
Gladiolen Bakkenproef 2011
Gladiolen Bakkenproef 2011 Opzet: Doel: Mei geplant, oktober geoogst 90 bollen per m2 Teelt in handen van gespecialiseerde teler Geen chemische onkruidbeheersing, handmatig Grondsoort: lichte-, Calciumrijke
Teamsamenstelling: Jan Reinder Smeenge, Harry Koonstra, David van der Schans (PPO-WUR)
Rapportage Satellietbedrijf Smeenge Zeegse -2015 Teamsamenstelling: Jan Reinder Smeenge, Harry Koonstra, David van der Schans (PPO-WUR) Vlnr. Harry Koonstra, Jan Reinder Smeenge In mei 2015 met het team
Boerenexperiment No 4 aanvulling
Boerenexperiment No 4 aanvulling Aardappels op zware grond, aanvulling op rapport Aanvulling en Resultaten en ervaringen van de groenbemestervelden op zware klei, najaar 2012 Achtergrond De toepassing
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien.
Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien. In opdracht van: Agro-vital/Agriton Molenstraat 10-1, 8391 AJ Noordwolde Fr, The Netherlands Uitgebracht door: N.G. Boot
Groenbemesters: zaaitijden en opbrengst
Groenbemesters: zaaitijden en opbrengst Mengsels van groenbemesters vereisen verstand van zaken themaochtend ''Vergroening in de praktijk'' Innovatie veenkoloniën, 1 dec. 2017, Valthermond Leendert Molendijk,
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe Opdrachtgever: Auteur:
Groeicurve Bintje en Fontane 2015
Groeicurve en 2015 V. De Blauwer (Inagro), D. Florins (FIWAP), H. Rasmont (CARAH) Samenvatting Net zoals de vorige jaren werd tijdens het groeiseizoen van 2015 de groei van opgevolgd op 26 praktijkpercelen.
Verbetering rendement suikerbietenteelt
IRS Postbus 3 600 AA Bergen op Zoom www.irs.nl / [email protected] Op naar 3 x Verbetering rendement suikerbietenteelt Bram Hanse jaar suiker kostprijs 0 ton/ha /ton biet Ligging van deelnemende bedrijfsparen
Maaimeststof: een volwaardig alternatief voor stalmest? Inleiding Doel en context Proefopzet Inagro ILVO (a) (b) Figuur 1 Tabel 1
Maaimeststof: een volwaardig alternatief voor stalmest? Bram Vervisch, Annelies Beeckman, Johan Rapol, Lieven Delanote, Victoria Nelissen, Koen Willekens Inleiding Proeven de voorbije jaren hebben aangetoond
Groeicurve Première en Anosta
4.1 Groeicurve Première en Anosta V. De Blauwer (PCA) Samenvatting In navolging van vorig jaar volgde het PCA de groei op van Première en Anosta op telkens acht praktijkpercelen. De gemiddelde opbrengst
Overvloedige neerslag tijdens het groeiseisoen
Overvloedige neerslag tijdens groeiseizoen - Bemesting en verslemping - Wortelrot Peter Wilting en Bram Hanse SID Heerenveen en Tilburg, 7/8 december 2016 Overvloedige neerslag tijdens het groeiseisoen
Bodembevochtiging Transformer. Aaldrik Venhuizen
Bodembevochtiging Transformer Aaldrik Venhuizen Waterafstotendheid van de bodem Oorzaken Classificatie Ervaringen in NL Proefblokken in zetmeelaardappel PPO Vredepeel Vervolg 2014 film niet waterafstotend
N-systemen in wintertarwe
N-systemen in wintertarwe Inleiding HLB BV en Proeftuin Zwaagdijk voerden het project N-systemen in wintertarwe uit in opdracht van Productschap Akkerbouw in de periode 2010-2012. Doelstelling van het
BODEMBREED INTERREG Resultaten veldonderzoek 2009 nateelt groenbemesters
BODEMBREED INTERREG Resultaten veldonderzoek 29 nateelt groenbemesters Nederlands Limburg Onderdeel: Werkgroep 3 Document: Rapport Tijdstip: januari 21 Versie: 1 Status: definitief Opgesteld door: Praktijkonderzoek
Groeicurve Bintje en Fontane 2016
Groeicurve Bintje en Fontane 2016 V. De Blauwer (Inagro), D. Florins (FIWAP), H. Rasmont (CARAH) Samenvatting Net zoals de vorige jaren werd tijdens het groeiseizoen van 2016 de groei van Bintje opgevolgd
Minimaliseren van zwarte vlekken op wortelen.
Minimaliseren van zwarte vlekken op wortelen. Pagina 1 van 13 Dit is het verslag van het onderzoek wat afgelopen seizoen uitgevoerd is door Hagranop bv en Innoventis bv. Het onderzoek is gedaan om meer
pca Bewaarproblemen oogst 2014
pca Bewaarproblemen oogst 2014 Seizoen 2014 Prachtig voorjaar Zomer: groeizaam weer (plaag ) Natte augustus Hoge temperaturen bij oogst Hoge temperaturen eerste weken bewaring Grote productie Grove knollen,
Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy
Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy Projectnummer PT: 14216.12 In opdracht van: Productschap Tuinbouw Postbus 280 2700 AG Zoetermeer Uitgevoerd door: Cultus Agro Advies Zandterweg 5 5973 RB
De fysiologische ontwikkeling van de poter. Invloed van de bewaring op de groei van de plant :631.53:58
633.491:631.53:58 De fysiologische ontwikkeling van de poter Invloed van de bewaring op de groei van de plant Dr. ir. D. E. VAN DER ZAAG Rijkslandbouwconsulent voor Aardappelen OVERDRUK UIT LANDBOUWVOORLICHTING
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia
Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia Vervolgonderzoek in 2005 P.J. van Leeuwen, A.Th.J. Koster en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bloembollen maart 2006 PPO
Proefresultaten zoete aardappel 2017
Proefresultaten zoete aardappel 2017 Zoete aardappel doet het goed in Vlaamse grond Proefcentrum Herent voerde in 2017 een rassenproef uit waarbij de opbrengst van verschillende rassen bataat nagegaan
Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen
Invloed van ventilatie-instellingen op vochtverliezen en kwaliteit in zand aardappelen Ing. D. Bos en Dr. Ir. A. Veerman Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector AGV PPO 5154708 2003 Wageningen,
Onderzoek naar effect van zaad primen en vroeg zaaien op opbrengst cichorei; verslag 2006 en eindverslag. Ir. L. van den Brink
Onderzoek naar effect van zaad primen en vroeg zaaien op opbrengst cichorei; verslag 2006 en eindverslag Ir. L. van den Brink Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business-unit Akkerbouw, Groene Ruimte
9.5 Drempels tussen de aardappelruggen
9.5 Drempels tussen de aardappelruggen C. Olivier (CRA-W), J-P. Goffart (CRA-W), D. Baets (Bayer CropScience), N. Fonder (Epuvaleau), J-P. Barthélemy (ULg-Gembloux Agro-Bio Tech), G. Lognay (ULg-Gembloux
