WELSTAND LEERDAM Herziening 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "WELSTAND LEERDAM Herziening 2013"

Transcriptie

1 WELSTAND LEERDAM Herziening 2013

2 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 2

3 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 5 Gebruik van de nota 5 Leeswijzer 6 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Redelijke eisen van welstand 7 Ruimtelijk beleid 7 Cultureel erfgoed 9 Uitgangspunten 9 Hoofdstuk 3 Welstandscriteria algemeen Toepassing en criteria 11 Hoofdstuk 4 Welstandscriteria gebieden Gebiedsindeling en welstandsniveaus 13 Leerdam - Historisch Leerdam 20 - Omgeving Koningin Emmalaan 22 - Tiendweg en Laantje van Van Iperen 24 - Schaikseweg 26 - omgeving Stationsweg 28 - Woongebied west I 30 - Woongebied west II 32 - Raadsliedenbuurt 34 - Buitens van Van Iperen 36 - Ter Leede 38 - Broekgraaf 40 - Woongebied noordwest 42 - Vogelbuurt 44 - Woongebied oost 46 - Wilna 48 - Lingebolder 50 - Oud Schaik 52 - Nieuw Schaik 54 - Royal Leerdam 56 Oosterwijk 58 Kedichem - Dorpslint 60 - Woongebied 62 Schoonrewoerd - Dorpslint 64 - Woongebied 66 - Bedrijventerrein 68 Groen en recreatie - Park en begraafplaats 70 - Dijklint 72 - Buitengebied 74 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 3

4 Hoofdstuk 5 Welstandscriteria objecten Objecten 77 Boerderijen (1) 78 Agrarische bedrijfsgebouwen (2) 80 Teeltondersteunende voorzieningen (3) 82 Dakopbouwen (4) 86 Reclame aan de gevel (5) 88 Reclame los van de gevel (6) 90 Hoofdstuk 6 Welstandscriteria kleine plannen Criteria kleine plannen 93 Aanbouwen (1) 94 Bijgebouwen (2) 96 Gevelwijzigingen (3) 98 Dakkapellen (4) 100 Erfafscheidingen (5) 102 Dakramen, panelen en collectoren (6) 104 Installaties (7) 106 Rolluiken (8) 108 Hoofdstuk 7 Welstandscriteria cultureel ergoed Bouwen aan of nabij cultureel erfgoed 111 Hoofdstuk 8 Welstandscriteria grote projecten Welstandcriteria grote (her)ontwikkelingen 115 Hoofdstuk 9 Welstandscriteria excessen Welstandcriteria excessen 117 Bijlagen Begrippenlijst (1) 119 Algemene criteria (2) 125 Straatnamen (3) 129 Welstandsvrij gebied (4) 133 Monumenten (5) 134 Beeldbepalende panden (6) 137 Colofon 139 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 4

5 INLEIDING Hoofdstuk 1 De gemeente Leerdam heeft de mogelijkheid welstandsbeleid te voeren zoals aangegeven in de Woningwet van 1 januari 2003 gebruikt om op basis van de samenhang in gebieden en objecten beoordelingscriteria te formuleren. Met de herziening van 2010 heeft de gemeente het welstandsbeleid vereenvoudigd. Hiermee moet het welstandsbeleid toegankelijker en inzichtelijker worden en tegelijkertijd de burger meer inzicht geven in de eigenschappen die van belang zijn bij het opstellen en indienen van een bouwplan. De omschreven regels zijn niet alleen bedoeld om het oordeel te motiveren, maar eveneens om de burger met bouwplannen vooraf informatie over en inzicht te geven in de wijze waarop de commissie over bouwplannen adviseert. Naast het vastleggen van criteria in het kader van de wet, is de welstandsnota vooral bedoeld om het enthousiasme voor de ruimtelijke kwaliteit te vergroten. Begin 2012 is de nota geactualiseerd met betrekking tot enkele nieuwe ontwikkelingen in de gemeente en de wijzigingen in wet- en regelgeving. Uitgangspunten voor het welstandsbeleid Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als algemene waarde. Veel mensen zijn bereid mee te werken aan het instandhouden of zelfs bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van hun leefomgeving, maar zij willen wel graag van tevoren op de hoogte zijn van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. De kaders waarbinnen deze beoordeling plaatsvindt worden vastgesteld door de gemeenteraad. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden te benoemen en een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Met de gebiedsgerichte benadering wil de gemeente in principe de waardevolle eigenschappen van de kernen behouden. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Opdrachtgevers en architecten kunnen in een vroeg stadium informeren welke criteria van toepassing zijn. Voor kleine veranderingen en aanpassingen aan bestaande gebouwen zijn objectieve criteria vastgesteld, die een ambtelijke toets mogelijk maken. Voor grotere bouwplannen in een bestaande omgeving geven de criteria een handreiking bij het maken van een ontwerp, dat binnen zijn context past. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 5

6 Gebruik van de nota In de praktijk zal de welstandsnota niet als leesboek worden gebruikt. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, doorloopt de volgende stappen: Is het gebied welstandsvrij of niet? Op de overzichtskaart en de kernenkaarten in hoofdstuk 4 is te zien in welke delen van de gemeente welstandstoezicht wordt uitgeoefend. zijn de criteria voor kleine plannen uit hoofdstuk 6 van toepassing op het beoogde bouwwerk? Voor veel voorkomende kleine plannen als dakkapellen, aanbouwen en dakopbouwen zijn in hoofdstuk 5 zo vast mogelijk omlijnde criteria opgenomen, die in beginsel door de hele gemeente gelijk zijn. in welk gebied wordt het beoogde bouwwerk geplaatst? In het straatnamenregister in bijlage 3 is per straat aangegeven welke gebiedscriteria van toepassing zijn. Deze criteria zijn in hoofdstuk 4 te vinden en zijn minder vast omlijnd dan die van de veel voorkomende kleine bouwplannen. Indien gewenst kan met de welstandsgemandateerde gesproken worden over de interpretatie in het licht van het beoogde plan. is het beoogde bouwwerk een in hoofdstuk 5 beschreven object? Voor de boerderijen, agrarische hallen en reclame zijn specifieke objectcriteria opgenomen die onafhankelijk van het betreffende gebied worden toegepast. is het beoogde bouwwerk een aanpassing of toevoeging aan of nabij een monument of een beschermd gezicht? In hoofdstuk 7 is aangegeven wat de procedure is bij veranderingen aan en nabij cultureel erfgoed. Op de website van de gemeente is een lijst met monumenten opgenomen. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft het ruimtelijk beleid, als basis voor de welstand. Hoofdstuk 3 geeft een korte toelichting op de algemene welstandscriteria, die gelden als onderlegger voor iedere welstandsbeoordeling. In hoofdstuk 4 en 5 wordt voor de gebieden en objecten in de gemeente aangegeven op welke wijze dit vakmanschap zou moeten worden ingevuld. De beschrijvingen en criteria geven aan welke eigenschappen wenselijk zijn en dienen als agenda voor de beoordeling door de welstandscommissie. Hoofdstuk 6 bevat criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken als dakkapellen en bijgebouwen. Hoofdstuk 7 geeft richtlijnen voor het bouwen aan of nabij cultureel erfgoed, waar het cultuurhistorisch belang moet worden meegewogen in de beoordeling. Hoofdstuk 8 omvat een omschrijving van de procedure voor grote projecten. Hoofdstuk 9 bestaat uit welstandscriteria voor vergunningsvrije bouwwerken. Deze zijn niet per definitie welstandsvrij. Met behulp van deze criteria kan de gemeente achteraf optreden. In de bijlagen zijn een begrippenlijst en een register van straatnamen met een verwijzing naar de betreffende gebiedsbeschrijving(en) opgenomen. Daarnaast is een bijlage met een uitgebreide toelichting op de algemene criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 6

7 RUIMTELIJK KWALITEITSBELEID Hoofdstuk 2 Dit hoofdstuk beschrijft de grondslag voor de welstandsnota. Deze is onderdeel van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente, waarvan ook bestemmingsplannen en cultuurhistorie deel uitmaken. Dit hoofdstuk begint met de basisbeginselen van welstand. Daarna volgen een beschrijving van de ruimtelijke opbouw en het bebouwingsbeeld van de gemeente. Hiermee is het startpunt van de welstandsnota bepaald. Een samenvatting op hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid in zoverre van belang als grondslag voor de beoordeling van plannen maakt duidelijk welke kant de gemeente zich op wil ontwikkelen. Daarnaast mag ook het verleden niet uit het oog worden verloren. Monumenten en cultuurhistorie maken eveneens deel uit van de randvoorwaarden voor welstand. Redelijke eisen van welstand Volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Woningwet moet een plan voldoen aan redelijke eisen van welstand, aan algemene welstandscriteria. Deze eisen betreffen het bouwwerk op zichzelf en in zijn omgeving. In deze nota is dit vertaald in een nadruk op de beleving van de bebouwing vanuit de openbare ruimte en het landschap. Bouwdelen in het zicht zijn belangrijker voor het algemeen belang dan bouwdelen die aan het oog onttrokken zijn. De gemeente heeft in het welstansbeleid met name het algemeen belang op het oog. De gemeente hanteert beoordelingskaders, waarin deze aspecten zijn verwerkt in beschrijvingen en criteria. Daarbij wordt onder meer de invloed van een plan op het straatbeeld en het aanzien van de gemeente als geheel gewogen. Voor een dakkapel aan de achterkant van een woningrij gelden heel andere criteria dan voor een ingrijpende verbouwing van een monumentale boerderij in het buitengebied of een nieuw te bouwen winkel in het beschermd gezicht. Naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de gemeente zullen er meer aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zorgvuldiger worden gewogen. Daarnaast moet worden bekeken of het een omgeving betreft, die vooral moet worden beheerd of een omgeving die aan verandering onderhevig is. Beheer en ontwikkeling De welstandsnota gaat voornamelijk in op het toetsingskader voor de bestaande bebouwde omgeving. De nota is geschreven voor het beheer van bestaande gebieden en objecten. Betreft het bouwplan een nieuwe ontwikkeling, dan kan het kader worden gebaseerd op (stedenbouwkundige) randvoorwaarden. Voor ingrepen die de bestaande structuur van een gebied doorbreken werkt de gemeente met beeldkwaliteitplannen, die het gewenste bebouwingsbeeld beschrijven en waarin de toetsingscriteria voor welstand moeten worden opgenomen. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 7

8 Ruimtelijk beleid De gemeente Leerdam is in ontwikkeling. Voor diverse kleine inbreidingslocaties zijn bouwplannen opgesteld. Concrete plannen zijn opgenomen in deze nota. De welstandscriteria kunnen in de overige gevallen in een later stadium worden opgesteld. Een toelichting op de te volgen procedure staat in hoofdstuk 8. Leerdam Boekgraaf In Broekgraaf (ook wel bekend als Leerdam West-West) worden over een periode van 10 jaar ongeveer 950 woningen gebouwd. In het plangebied is ook ruimte voor sportaccommodaties, voorzieningen en een ecologische zone. Na de vaststelling van het bestemmingplan Broekgraaf in 2010 is in september 2011 de kadernota vastgesteld. Deze nota bevat de stedenbouwkundige en andere randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Broekgraaf en doet tevens dienst als de toetsingskader voor welstand. In het plan Broekgraaf wordt een gedifferentieerde benadering voor welstand voorgestaan. Voor de woningen grenzend aan de hoofdstructuur gelden strenge eisen en zijn kaderstellende criteria opgenomen in de kadernota. Voor de woonvelden zijn de eisen minder streng. Ook is er een gebied opgenomen waar welstandsvrij gebouwd mag worden. Dit gebied ligt in het zuidelijk deel, in fase 5 achter de woningen aan de Tiendweg. Per woonveld is een specifiek woonmilieu omschreven om de differentiatie van woonmilieus in de wijk te garanderen. De beschrijving van de woonmilieus, vastgelegd in hoofdstuk 5 van de kadernota, is richtinggevend voor de uitwerking van het plan en de architectuur van de woningen. In januari 2012 is besloten om te starten met fase 1. Deze fase omvat ongeveer 250 woningen en ligt in het noordelijk deel van Broekgraaf. De eerste woningen zullen naar verwachting in 2015 worden opgeleverd. Buitens van Van Iperen Tussen Tiendweg, Klein Oosterwijk en het Laantje van Van Iperen komen drie hofjes met in totaal vijftig grondgebonden woningen en dertig appartementen. Er is een beeldkwaliteitplan opgesteld waarin per hofje uitspraken over de ruimtelijke en architectonische kwaliteit van het gebied staan. Per deelgebied is een aantal criteria met betrekking tot de ligging, de massa, de detaillering en het materiaal- en kleurgebruik van de gebouwen opgenomen. De twee zuidelijkste hofjes hebben op 20 juni 2012 een positief welstandsadvies gekregen. Ontwikkelingsvisie Poort van Noord Tegenover het huidige stationsgebouw komen woningblokken op een commerciële plint. Ook is er ruimte voor parkeerplekken en kantoren. Gebiedsspecifieke opmerkingen voor concrete inbreidingslocaties zijn in de betreffende gebieden verwerkt. In hoofdstuk 8 wordt aangegeven hoe met beeldbepalende nieuwe ontwikkelingen omgegaan moet worden. Deze gebieden kunnen niet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in deze beheersnota zijn opgenomen. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 8

9 Cultureel erfgoed In de gemeente Leerdam is een aantal panden als Rijksmonument aangewezen. In aanvulling hierop zijn er diverse objecten aangewezen als beeldbepalend pand. Deze panden vormen gezamenlijk een belangrijk aandeel van het gezicht en karakter van de stad. De gemeente zet voor het behoud van het aanzien van monumenten en beeldbepalende panden in op het welstandsbeleid. Bouwplannen aan of nabij monumenten en beeldbepalende panden worden met meer aandacht getoetst door de welstandscommissie. De welstandsnota is zo opgesteld dat voorkomen wordt dat aanpassingen aan monumenten afbreuk doen aan de redengevende beschrijving van het monument. Beschermd gezicht Daarnaast is de omgeving van Oosterwijk aangewezen als beschermd gezicht. Oosterwijk is een mooi herkenbaar en vrij gaaf voorbeeld van binnendijkse lintbebouwing, met zeventiende-, achttiende-, en negentiende-eeuwse boerderijen en een kerkje uit De meeste boerderijen liggen aan de voet van de dijk, volgens het in Holland zeer veel voorkomende systeem van strokenverkaveling met bebouwing aan de kop van de kavel. De stroken weidegrond worden aan de andere zijde begrensd door een van vóór 1500 daterende tiendweg. Bijzonder is ook de negentiende-eeuwse, net buiten het gezicht gelegen, op de Oudendijk aangelegde (en al beschermde) begraafplaats, waarop nog diverse negentiende eeuwse zerken en grafstenen en een baarhuisje staan. Bouwplannen in het beschermd gezicht, aan of nabij monumenten en beeldbepalende panden worden met meer aandacht getoetst door de welstandscommissie. In hoofdstuk 7 zijn hier uitgangspunten en criteria voor opgenomen. Uitgangspunten Het welstandsbeleid is kort en krachtig, met begrijpelijke taal. De foto s zijn gericht op de beleving van de burger. De nieuwe nota continueert het beleid zoals opgesteld in 2010 en is daarnaast aangepast aan de actuele situatie van zowel de gemeente als de wet- en regelgeving. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 9

10 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 10

11 WELSTANDSCRITERIA ALGEMEEN Hoofdstuk 3 De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Deze criteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling. Toepassing In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van redelijke eisen van welstand ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Criteria De algemene welstandscriteria worden uitgebreid toegelicht in bijlage 2 en doen een uitspraak over de volgende onderwerpen: relatie tussen vorm, gebruik en constructie relatie tussen bouwwerk en omgeving betekenissen van vormen en sociaal-culturele context evenwicht tussen helderheid en complexiteit schaal en maatverhoudingen materiaal, textuur, kleur en licht Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 11

12 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 12

13 WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN Hoofdstuk 4 Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen. Gebieden De gebiedsgerichte criteria zijn gebaseerd op het architectonisch vakmanschap en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een bouwwerk zich moet gedragen om in zijn omgeving niet teveel uit de toon te vallen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. De gebiedsgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. Per gebied is een samenhangend beoordelingskader opgesteld met daarin een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke omgeving, een typering van de bouwwerken, het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering. Ook wordt er een samenvatting gegeven van te verwachten of gewenste ontwikkelingen en een waardering voor het gebied op grond van de belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectonische werken. Dit is de grondslag voor het welstandsniveau, waarbij tevens de hoofdpunten voor de beoordeling worden genoemd. Daarna volgen de welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende de relatie met de omgeving van het bouwwerk, de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Met de welstandscriteria kan de commissie zich een gewogen oordeel vormen. In aanvulling op de tekst zijn foto s opgenomen, die een impressie van het deelgebied geven en zowel goede als slechte voorbeelden tonen. Niveaus Voor elk welstandsgebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan op het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Een groot deel van Leerdam is gewoon welstandsgebied. Hier heeft de gemeente gekozen voor het handhaven van de kwaliteit en daarbij de vrijheid voor de burger in het oog te houden. In de bijzondere gebieden is extra inspanning ten behoeve van het behoud van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. Dit zijn met name de historische kernen en linten waar veel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen staan. In het beschermd gezicht is de cultuurhistorische kwaliteit mede bepalend voor de welstand. Hier is behoud van het historisch straatbeeld uitgangspunt. Welstandsvrij De gemeente heeft de Stadhouder Janstraat en omgeving als welstandsvrij gebied aangewezen. In deze individuele uitbreiding kunnen burgers zelf de verantwoordelijkheid nemen zorgvuldig hun eigen belangen af te wegen tegen de belangen van omwonenden. In bijlage is een kaart opgenomen met daarin de exacte begrenzing van dit welstansvrije gebied. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 13

14 Niveaukaart gemeente Leerdam legenda niveaus beschermd gezicht bijzonder gewoon vrij welstandsniveau volgens kadernota Broekgraaf aanduidingen weg spoor water Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 14

15 Gebiedskaart gemeente Leerdam legenda gebieden historische kern oud lint rechte wijk meanderwijk thematische uitbreiding individuele uitbreiding voorzieningen bedrijventerrein fabrieksterrein open lint park/begraafplaats dijklint buitengebied aanduidingen weg spoor water Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 15

16 Niveaukaart kernen Leerdam en Oosterwijk legenda niveaus beschermd gezicht bijzonder gewoon vrij welstandsniveau volgens kadernota Broekgraaf aanduidingen weg spoor water Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 16

17 Gebiedskaart kern Leerdam en Oosterwijk G3 G1 L12 G3 L9 L11 L12 L11 L4 L17 G3 L7 L5 L5 L1 L2 L13 L13 L16 L13 V L15 L16 G2 L10 L18 L13 L14 G1 L3 L6 G3 L8 O1 G2 legenda gebieden L1 historisch Leerdam L2 omgeving Koningin Emmalaan L3 Tiendweg en Laantje van Van Iperen L4 Schaikseweg L5 omgeving Stationsweg L6 woongebied west I L7 woongebied west II Raadsliedenbuurt L8 Buitens van Van Iperen L9 Ter Leede L10 Broekgraaf aanduidingen weg spoor water L11 L12 L13 L14 L15 L16 L17 L18 O1 G1 G2 G3 V woongebied noordwest Vogelbuurt woongebied oost Wilna Lingebolder Oud Schaik Nieuw Schaik Royal Leerdam kern Oosterwijk parken/begraafplaats dijklint buitengebied Stadhouder Janstraat (welstandsvrij) Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 17

18 Kaarten Kedichem G3 G3 G2 K2 K1 G3 legenda gebieden K1 dorpslint Kedichem K2 woongebied Kedichem G2 dijklint G3 buitengebied legenda niveaus bijzonder gewoon aanduidingen weg spoor water Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 18

19 Kaarten Schoonrewoerd S3 G3 S3 G3 S2 S1 S2 S1 G3 legenda gebieden S1 dorpslint Schoonrewoerd S2 woongebied Schoonrewoerd S3 bedrijventerrein Schoonrewoerd G3 buitengebied legenda niveaus bijzonder gewoon aanduidingen weg spoor water Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 19

20 Historisch Leerdam Gebied L1 Beschrijving Historisch Leerdam is aan de Linge ontstaan en heeft voornamelijk smalle straten met overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met kleinstedelijk karakter. Historisch Leerdam wordt begrensd door de Meent, Provinciale weg, de Linge en de bebouwing aan de Oostwal. De straten zijn stenig met veelal aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. Aan de straten haaks op de Fonteinstraat staan relatief veel stadsvernieuwingspanden. Aan de stadsrand komen voortuinen en grotere vrijstaande woningen voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komt soms grootschaligere bedrijfsbebouwing voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen en variërende kappen of een plat dak. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De linten hebben een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, van sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. De begane grondlaag van winkels en bedrijven is vaak voorzien van panelen, afwijkende kleuren en reclame. Uitzonderingen zijn de meer grootschalige inbreidingen, zoals in de omgeving van de Westwal en de Markthof. Deze gebouwen zijn in de oude structuur opgenomen, maar bestaan uit grotere eenheden dan de omgeving. Bijzondere elementen zijn de centraal gelegen kerk, molen Ter Leede en de resten van de vestingwerken aan de Zuidwal. Een andere bijzonderheid is het Hofje van Mevrouw van Aerden, eind 18e eeuw gebouwd op de plaats van het kasteel van Leerdam. Het hofje is nu in gebruik als museum. De bijzondere elementen wijken af in massa, opbouw en vorm. Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Recente meer grootschalige inbreiding aan de Westwal Waarde Het historisch centrum van Leerdam heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. Bijzonder welstandsgebied Het stadscentrum van Leerdam is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Hofje van Mevrouw van Aerden aan de Kerkstraat Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 20

21 Historisch Leerdam Gebied L1 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Individuele en afwisselende bouw langs stenige straten Massa de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinstedelijke karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één of twee lagen met een eenduidige, nadrukkelijke kap (veelal zadeldaken van meer dan 45 graden) de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins Gevels zijn van baksteen of stucwerk, eventueel aangevuld met houten delen Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of incidenteel in een lichte streekeigen tint pleisteren of keimen hellende daken dekken met matte, keramische pannen houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren harmoniëren met de omringende bebouwing Historisch kerkgebouw vormt van oudsher een accent Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 21

22 Omgeving Koningin Emmalaan Beschrijving In de omgeving van de Koningin Emmalaan staat overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het lint bestaat hoofdzakelijk uit de bebouwing aan de Spoorstraat, Prins Hendrikstraat, Generaal Pironstraat en een deel van de Koningin Emmalaan en Watertorenlaan. Aaneengesloten dorpsachtige woningen worden afgewisseld met vrijstaande en twee onder één kapwoningen. De vele voortuinen versterken het groene karakter. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Uitzonderingen zijn de seriematige woningen op een aantal plekken in de linten en appartementencomplex de Oranjehof. Hier is de individuele woning onderdeel van het geheel. Bijzonder element is de watertoren aan de Watertorenlaan. Waarde De waarde van de linten is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Bijzonder welstandsgebied De omgeving van de Koningin Emmalaan is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Gebied L2 Bijzonder element is de watertoren aan de Watertorenlaan Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Gevels zijn van (bak)steen, daken gedekt met keramische pannen Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 22

23 Omgeving Koningin Emmalaan Gebied L2 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het kleinschalige, dorpse karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinschalige karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met een kap de nokrichting is evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand Gevarieerde kleinschalige bebouwing langs groene straten Gebouwen zijn individueel en afwisselend Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume De opbouw bestaat veelal uit één tot twee lagen met een nadrukkelijke kap Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of deels invullen met hout hellende daken bij voorkeur dekken met (matte) keramische pannen en incidenteel met (natuurlijk) riet houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren afstemmen op de omringende bebouwing De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig Uitzondering is het appartementencomplex Oranjehof Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 23

24 Tiendweg en Laantje van Van Iperen Gebied L3 Beschrijving De Tiendweg en het Laantje van Van Iperen hebben overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het lint bestaat hoofdzakelijk uit de bebouwing aan de Tiendweg en de lintbebouwing aan het Laantje van Van Iperen. Vrijstaande dorpsachtige woningen worden afgewisseld met twee onder één kapwoningen en een enkele boerderij. De vele voortuinen versterken het groene karakter. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komen bedrijven voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Uitzonderingen zijn de seriematige rijwoningen op een aantal plekken in het lint. Hier is de individuele woning onderdeel van het geheel. Bijzonder element is de relatief grote aula op de begraafplaats. Waarde De waarde van de linten is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Bijzonder welstandsgebied De Tiendweg en het Laantje van Van Iperen een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 24

25 Tiendweg en Laantje van Van Iperen Gebied L3 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het kleinschalige, dorpse karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Gevarieerde kleinschalige bebouwing langs groene straten Massa de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap (veelal een zadeldak van meer dan 45 graden) de nokrichting is evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of deels invullen met hout hellende daken dekken met (matte) keramische pannen houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Rooilijnen volgen de weg en hebben soms kleine verspringingen De opbouw bestaat veelal uit één tot twee lagen met een nadrukkelijke kap Gevels zijn van (bak)steen of deels ingevuld met hout Bijzonder element is de aula bij de begraafplaats Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 25

26 Schaikseweg Gebied L4 Beschrijving De Schaikseweg heeft overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het lint bestaat uit een deel van de bebouwing aan de Schaikseweg. Vrijstaande dorpsachtige woningen worden afgewisseld met twee onder één kapwoningen. De vele voortuinen versterken het groene karakter. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komen bedrijven voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Bijzonder element is de afgeknotte molen. Uitzonderingen zijn de seriematige rijwoningen aan de westkant van het lint. Hier is de individuele woning onderdeel van het geheel. Waarde De waarde van het lint is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument. Bijzonder welstandsgebied De Schaikseweg is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 26

27 Schaikseweg Gebied L4 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het kleinschalige, dorpse karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinschalige karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met een kap de nokrichting is evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand Gevarieerde kleinschalige bebouwing langs groene straten Rooilijnen volgen de weg en hebben soms kleine verspringingen Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume De opbouw bestaat veelal uit één tot twee lagen met een nadrukkelijke kap Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of deels invullen met hout hellende daken bij voorkeur dekken met (matte) keramische pannen en incidenteel met (natuurlijk) riet houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Gevels zijn van (bak)steen of ingevuld met gepotdekselde houten planken Bijzonder element is de afgeknotte molen Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 27

28 Omgeving Stationsweg Gebied L5 Beschrijving In de omgeving van de Stationsweg staan voornamelijk individuele gebouwen van verschillende grootte en met diverse functies in een groene omgeving. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Stationsstraat, Dokter Reilinghplein, Van Hoevestraat en Vogelsangstraat en wordt onder andere begrensd door een deel van de Meent, Stationsweg en Tiendweg. Het gebied is ruim opgezet met vrijstaande gebouwen die op de weg zijn georiënteerd en verspringende rooilijnen hebben. De bebouwing is bij voorkeur individueel en eenvoudig van opzet. De opbouw is tot drie lagen hoog met een plat dak of hellende kap. Appartementengebouwen hebben een eenvoudige plattegrond en meerdere lagen met een plat dak of hellende kap. Er is een grote variatie in maat en schaal. Gevels hebben een eenvoudige detaillering. Bij gesloten gevels vormen entrees, representatieve ruimten en kantoorachtige delen accenten. Het gebied heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Het materiaalgebruik is overwegend traditioneel. Het kleurgebruik is terughoudend en in onderlinge samenhang. Uitzondering is de nieuwbouw aan en in de omgeving van de Vogelsangstraat. Deze gebouwen maken onderdeel uit van een stedenbouwkundig patroon en zijn onderling in samenhang. De architectonische uitwerking is hier zorgvuldiger dan gemiddeld in het gebied. Andere uitzonderingen zijn de relatief kleinschalige rijwoningen aan de Julianastraat uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Bij beide uitzonderingen is de individuele woning onderdeel van het geheel. Waarde De waarde van de voorzieningen in de omgeving van de Stationsweg is vooral gelegen in de ruime stedenbouwkundige opzet met eenvoudige bebouwing die de functie weergeeft. Gewoon welstandsgebied De omgeving van de Stationsweg is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de samenhang in de massa's en het straatbeeld. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 28

29 Omgeving Stationsweg Gebied L5 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen staan vrij op de kavel per kavel is er één hoofdmassa gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte rooilijnen van de hoofdmassa s liggen terug en volgen de weg Massa de bouwmassa is evenwichtig en in harmonie met het karakter van het gebied gebouwen zijn vrijstaand en individueel gebouwen hebben een onderbouw van meerdere lagen met plat dak of kap de individuele woning binnen een gebouw is deel van het geheel entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of zelfstandige volumes er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen zorgvuldig, evenwichtig en sober begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Individuele gebouwen in een groene omgeving Gebouwen hebben een eenvoudige vorm Materiaal en kleur gevels zijn bij voorkeur van baksteen hellende daken dekken met (keramische) pannen kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume Gebouwen hebben een onderbouw van meerdere lagen met plat dak of kap De architectonische uitwerking is zorgvuldig, evenwichtig en veelal sober Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 29

30 Woongebied West I Gebied L6 Beschrijving Het woongebied ten zuiden van de Tiendweg is gebouwd in meerdere fasen met korte rijen woningen van een tot twee lagen met zadeldak en portiekflats in een veelal sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied wordt onder andere begrensd door de Tiendweg, het Laantje van Van Iperen, de Glashof en de Lingestraat. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. In de oudere gebieden zijn de rijen relatief kort. De voorgevels van de woningen zijn veelal georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van twee lagen met een zadeldak waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. Oudere bebouwing is veelal lager met variërende kappen. Appartementengebouwen hebben een eenvoudige plattegrond en meerdere lagen met een plat dak. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Dakvlakken zijn regelmatig voorzien van dakkapellen en -ramen. De materialisering en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De meeste gevels zijn van baksteen of pleisterwerk. Hellende daken zijn meestal voorzien van rode of donkere keramische pannen en worden veelal benadrukt door een uitkragende goot. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzonderingen zijn de verspreid over het gebied voorkomende vrijstaande woningen. Deze woningen hebben (onderling) verspringende rooilijnen en variëren in architectonische uitwerking, materiaal- en/of kleurgebruik. Bijzondere elementen zijn gebouwen met bijzondere functies zoals de school aan de Tulpstraat. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon Appartementengebouwen hebben bij voorkeur meerdere lagen met plat dak Waarde Het woongebied ten zuiden van de Tiendweg bestaat uit verspreid liggende buurten. De waarde is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. Gevels invullen met baksteen of deels met stucwerk of puien Gewoon welstandsgebied Het woongebied ten zuiden van de Tiendweg is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en per rij in samenhang Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 30

31 Woongebied West I Gebied L6 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met zadeldak appartementengebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot drie lagen met plat dak of kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa vrijstaande woningen, appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en evenwichtig bij rijenwoningen de herhaling in bijvoorbeeld gevelverdelingen of penanten benadrukken elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Korte rijen woningen in sobere baksteenarchitectuur Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met een kap De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, terughoudend en in samenhang met de rij of het blok gevels in hoofdzaak in baksteen, vergelijkbare steenachtige materialen of stucwerk uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn hellende daken van woningen bij voorkeur voorzien van (matte) keramische pannen De individuele woning binnen een rij is deel van het geheel Alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 31

32 Woongebied West II Beschrijving Het woongebied ten noorden van de Tiendweg is gebouwd in meerdere fasen met korte rijen woningen van een tot twee lagen met zadeldak en portiekflats in een veelal sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Populierstraat, Patrimoniumstraat, het Spartaveld en Joost de Jongestraat. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. Rooilijnen van appartementengebouwen staan veelal haaks op de straat. In de oudere gebieden zijn de rijen relatief kort. De voorgevels van de woningen zijn veelal georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van twee lagen met een zadeldak waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. Oudere bebouwing is veelal lager met variërende kappen. Appartementengebouwen hebben een eenvoudige plattegrond en meerdere lagen met een plat dak of flauw hellende kap. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Dakvlakken zijn regelmatig voorzien van dakkapellen en -ramen. De materialisering en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De meeste gevels zijn van baksteen en soms voorzien van grote houten of kunststof puien. Hellende daken zijn meestal voorzien van rode of donkere keramische pannen en worden veelal benadrukt door een uitkragende goot. Samenhangend kleurgebruik is standaard. De begane grondlaag van winkels is vaak voorzien van panelen, afwijkende kleuren en reclame. Uitzondering zijn de woningen aan het Spartaveld waarvan de rooilijnen per rij verspringen en niet evenwijdig aan de straat lopen. Voorkanten grenzen aan achterkanten en de woningen worden ontsloten door paden. De woningen zijn opgebouwd uit twee lagen en een flauw hellend lessenaarsdak. Bijzondere elementen zijn de verspreid over wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals diverse scholen, de winkels en de kerk aan het Europaplein. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Gebied L7 Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Gevels invullen met baksteen of deels met puien Waarde De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. Gewoon welstandsgebied Het woongebied ten noorden van de Tiendweg is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijken in massa opbouw en vorm Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 32

33 Woongebied West II Gebied L7 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met zadeldak appartementengebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot drie lagen met plat dak of kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en evenwichtig bij rijenwoningen de herhaling in bijvoorbeeld gevelverdelingen of penanten benadrukken elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Korte rijen woningen in sobere baksteenarchitectuur Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met een kap De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, terughoudend en in samenhang met de rij of het blok gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn hellende daken van woningen bij voorkeur voorzien van (matte) keramische pannen Winkels aan het Europaplein met daarboven appartementen Woningen aan het Spartaveld wijken af in ligging, massa en uitwerking Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 33

34 Raadsliedenbuurt Gebied L7a Beschrijving Ten noorden van de Patrimoniumstraat wordt gebouwd. De Raadsliedenbuurt krijgt woningen in een architectuur die afwijkt van wat gebruikelijk is in Woongebied West II. Waarde De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. Aanvullend beleid Voor de ontwikkeling van de laatste kavels in de Raadsliedenbuurt zijn bebouwingsregels opgesteld. Bij de beoordeling van bouwplannen in dit gebied zijn de uitgangspunten van de Bebouwingsregels voor de kavels A en B, Leerdam Raadsliedenbuurt (vastgesteld op 3 maart 2011) leidend. Gewoon welstandsgebied De Raadsliedenbuurt is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Uitzondering hierop zijn de welstandsluwe kavels B in de Raadsliedenbuurt. Hier worden de bouwplannen getoetst op het niveau en aan de hand van de Bebouwingsregels voor de kavels A en B (vastgesteld in maart 2011) en de criteria zoals omschreven in de excessenregeling (met inachtneming van de gebiedsbeschrijving en de gebiedscriteria als aanduiding voor de context waarbinnen een exces moet worden geïnterpreteerd). Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 34

35 Raadsliedenbuurt Gebied L7a Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon de individuele woning binnen een cluster of rij is een deel van het geheel en voegt zich hier naar gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw bijzondere gebouwen zoals scholen kunnen vrij op de kavel staan Massa de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig clusters en rijen kennen een sterke onderlinge samenhang gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van drie lagen met plat dak of twee lagen met kap met de nok evenwijdig aan of dwars op de voorgevel accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn per stedenbouwkundige eenheid in samenhang gevels bestaan bij voorkeur uit baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal, eventueel in combinatie met puien, houten beschot of panelen kleuren zijn bij voorkeur samenhangend en terughoudend op- en aanbouwen in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 35

36 Buitens van Van Iperen Gebied L8 Beschrijving Aan het Laantje van Van Iperen wordt gebouwd. In drie hofjes zijn woningen voorzien met variërende massa s en per hof samenhang in de verdere uitwerking, materialen en kleuren. Het gebied ligt ten westen van het laantje. De buitens hebben en krijgen een besloten en groen karakter door de toepassing van hoven. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Binnen een hofje komen verschillende woningtypen voor met verspringende rooilijnen. Bij de appartementenbloken is de rooilijn in samenhang. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van twee lagen met kap. Het appartementengebouw heeft een gevarieerde opbouw van twee tot drie lagen met kap. Hoeken van rijen en blokken zijn regelmatig verbijzonderd met dwarskappen of een hoogteaccent. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een horziontale hoofdordening of een verticale hoofdordening door uitstekende tussenwoningen met topgevels. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als luifels en structuur in het materiaal komen veel voor. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is per hof standaard. De overgang tussen openbaar en privé wordt zorgvuldig vormgegeven met luifels, heggen of lage tuinmuurtjes. Waarde De waarde van de hofjes is vooral gelegen in de samenhang binnen de architectonische eenheden met kleinschalige bebouwing aan groene hofjes. Aanvullend beleid De uitgangpunten van het beeldkwaliteitplan Buitens van Van Iperen zijn leidend bij de beoordeling van bouwplannen. Bijzonder welstandsgebied Het Laantje van Van Iperen is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op de totstandkoming en het behoud van de samenhang per hofje. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 36

37 Buitens van Van Iperen Gebied L8 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het kleinschalige, dorpse karakter van het gebied behouden gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon de individuele woning binnen een cluster of rij is een deel van het geheel en voegt zich hier naar rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn Massa de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig rijen kennen een sterke onderlinge samenhang gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee tot drie lagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren appartementengebouwen harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn per hof in samenhang gevels bestaan bij voorkeur uit baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal, eventueel in combinatie met puien, houten beschot of panelen kleuren zijn bij voorkeur samenhangend en terughoudend op- en aanbouwen in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 37

38 Ter Leede Gebied L9 Beschrijving Woongebied Ter Leede heeft een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Copierlaan en Pallisade en nieuwbouw in de Raadsliedenbuurt (omgeving Van Gentstraat). De wijk heeft een open en groen karakter door brede straatprofielen, ruime tuinen en grote groenelementen. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van veelal twee lagen met kap of tot drie lagen met plat dak. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren in hoogte. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als luifels en structuur in het materiaal komen veel voor. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard. De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven. Bijzondere elementen zijn de verspreid over wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals de school aan de Parallelweg. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Waarde De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. Gewoon welstandsgebied Ter Leede is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 38

39 Ter Leede Gebied L9 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon de individuele woning binnen een cluster of rij is een deel van het geheel en voegt zich hier naar gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw bijzondere gebouwen zoals scholen kunnen vrij op de kavel staan Massa de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig clusters en rijen kennen een sterke onderlinge samenhang gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van drie lagen met plat dak of twee lagen met kap met de nok evenwijdig aan of dwars op de voorgevel accent in hoogte en vormgeving heeft een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn per stedenbouwkundige eenheid in samenhang gevels bestaan bij voorkeur uit baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal, eventueel in combinatie met puien, houten beschot of panelen kleuren zijn bij voorkeur samenhangend en terughoudend op- en aanbouwen in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 39

40 Broekgraaf Gebied L10 Beschrijving Broekgraaf is een te ontwikkelen woongebied aan de westrand van Leerdam. In dit gebied worden diverse woonbuurten gerealiseerd met ieder een eigen sfeer. Het gebied wordt begrensd door de Koenderseweg, Parallelweg, Tiendweg en sportpark De Punt. Aanvullend beleid De uitgangpunten van de kadernota Broekgraaf zijn leidend bij de beoordeling van bouwplannen. Welstandsniveau Het welstandsniveau van Broekgraaf is beschreven in de Kadernota Broekgraaf. Hierin worden drie niveaus onderscheiden: strenge criteria voor bebouwing grenzend aan de hoofdstructuur minder strenge criteria voor de woonvelden welstandsvrije deelgebieden Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 40

41 Broekgraaf Gebied L10 Welstandscriteria Bouwplannen worden beoordeeld aan de hand van de Kadernota Broekgraaf. Hierin is onderscheid gemaakt per niveau. voor bebouwing langs de hoofdstructuur zijn criteria opgesteld voor het programma, de ligging op de kavel, de massa, de architectonische uitstraling, massa en kleur en de openbare ruimte. Samenvattend wordt de algemene uitstraling gewaarborgd door: - een lommerrijke laan met een statig karakter - ruime en groene profielen - gevarieerd en levendig beeld - samenhang door programma en in oriëntatie, hoofdvorm (kappen), daklijst, voortuinen - variatie en levendigheid in individuele uitstraling woningen (architectuur), wisselende kaprichtingen, flexibiliteit in rooilijn en materiaalgebruik bebouwing op de woonvelden wordt getoetst aan de hand van de beeldkwaliteitsrichtlijnen die benoemd zijn in de beschrijving van de verschillende woonmilieus in de kadernota in het zuiden van het plangebied komt een welstandsvrij deelgebied dat wordt omringd door de rest van de nieuwe bebouwing Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 41

42 Leerdam Noordwest Beschrijving Leerdam Noordwest is een uitbreidingswijk in een verzorgde en terughoudende baksteenarchitectuur aan de westkant van de stad waarin woningen van een gelijk type zijn gegroepeerd in clusters of rijen langs groene straten. De wijk wordt begrensd door het Recht van Ter Leede, de Parallelweg, Schaikseweg en Loosdorp. De wijk vormt een besloten eenheid die bestaat uit een verzameling van woonerven ontsloten door een meanderend stratenpatroon. Het voorkomen van veel kleine groenelementen geeft de wijk een groen uiterlijk. Binnen een erf komt in het algemeen één woningtype voor met verspringende nok- en rooilijnen. Het beeld is gedifferentieerd door een wisselende oriëntatie van geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. De opbouw van de woningen varieert, maar in het algemeen bestaat ze uit twee lagen met een kap, waarbij verlengde daken en aanbouwen vaak voorkomen. De afwisselende dakvlakken zijn vaak voorzien van dakkapellen en dakramen. De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. De meeste gevels zijn opgebouwd uit baksteen en vaak voorzien van houten of kunststof puien. Het kleurgebruik is oorspronkelijk terughoudend. Uitzonderingen zijn de individuele woningen aan bijvoorbeeld de Hazeleger en Hooikamp en de enkele appartementengebouwen, zoals aan het Eiland en de Frans L. Blomlaan. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals winkelcentrum Leerdam Noord. Zowel de vrijstaande woningen als de appartementen en bijzondere gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Gebied L11 Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Waarde De waarde van Noordwest is vooral gelegen in de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. Gevels invullen met (bak)steen of deels met puien Gewoon welstandsgebied Leerdam Noordwest is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 42

43 Leerdam Noordwest Gebied L11 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen zijn per blok of cluster in samenhang gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte bijzondere gebouwen zoals scholen kunnen vrij op de kavel staan Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in de rij of het cluster, waarbij met name de kapvorm sturend is gebouwen hebben kappen met de nok evenwijdig aan of anders dwars op de voorgevel uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren aanbouwen eventueel met doorschietende dakvlakken uitvoeren vrijstaande woningen, appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het dorpse karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk, waarbij evenwicht tussen individualiteit en samenhang moet worden gezocht per rij of cluster de samenhang in de gevelindeling en architectonische elementen zoals schoorstenen een rol laten spelen elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Korte rijen woningen in sobere baksteenarchitectuur De kapvorm is sturend voor de samenhang in rijen en clusters De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn verzorgd, terughoudend en in samenhang met de rij of het cluster gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn hellende daken bij voorkeur voorzien van pannen Appartementengebouwen kunnen afwijken in massa opbouw en vorm Winkelcentrum Leerdam Noord aan het Eiland Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 43

44 Vogelbuurt Beschrijving De Vogelbuurt is in meerdere fasen gebouwd en heeft korte rijen woningen van een tot twee lagen met zadeldak in een veelal sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Dimmerlaan, Sperwerlaan en Buizerdstraat. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. Rooilijnen van appartementengebouwen staan veelal haaks op de straat. In de oudere gebieden zijn de rijen relatief kort. De voorgevels van de woningen zijn veelal georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van veelal twee lagen met een zadeldak waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Dakvlakken zijn regelmatig voorzien van dakkapellen en -ramen. De materialisering en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De meeste gevels zijn van baksteen en soms voorzien van grote houten of kunststof puien. Hellende daken zijn meestal voorzien van rode of donkere keramische pannen en worden veelal benadrukt door een uitkragende goot. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzondering zijn de clusters vrijstaande woningen zoals aan de Parallelweg, Dimmerweg en Valkhof. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen. Zowel de vrijstaande woningen als de bijzondere gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Gebied L12 Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon Gevels invullen met baksteen of deels met puien Waarde De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Gewoon welstandsgebied De Vogelbuurt is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 44

45 Vogelbuurt Gebied L12 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met zadeldak uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Korte rijen woningen in sobere baksteenarchitectuur Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en evenwichtig bij rijenwoningen de herhaling in bijvoorbeeld gevelverdelingen of penanten benadrukken elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, terughoudend en in samenhang met de rij of het blok gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn hellende daken van woningen bij voorkeur voorzien van (matte) keramische pannen Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met een kap De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk Gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijken in massa opbouw en vorm Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 45

46 Woongebied Oost Beschrijving Woongebied Oost is in meerdere fasen gebouwd en heeft korte rijen woningen van een tot twee lagen met zadeldak en portiekflats in een veelal sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Markiezenhof, Lodewijk van Nassaustraat, J.A. Burgersstraat, Kruiswerf en Bohemen. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van een of twee lagen met een plat dak of kap waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Dakvlakken zijn regelmatig voorzien van dakkapellen en -ramen. De materialisering en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De meeste gevels zijn van baksteen en soms voorzien van grote houten of kunststof puien. Hellende daken zijn meestal voorzien van rode of donkere keramische pannen en worden veelal benadrukt door een uitkragende goot. Samenhangend kleurgebruik is standaard. De begane grondlaag van winkels is vaak voorzien van panelen, afwijkende kleuren en reclame. Uitzondering zijn de twee onder een kapwoningen aan de Kruiswerf waarvan de rooilijnen haaks op de straat staan. Voorkanten grenzen aan achterkanten en de woningen worden ontsloten door paden. De woningen zijn opgebouwd uit één bouwlaag met een hellende kap. Daarnaast komen enkele appartementengebouwen voor. Bijzondere elementen zijn de verspreid over wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en havengebouwen aan de Sundsvall. Zowel de appartementengebouwen als de bijzondere gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Gebied L13 Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon Gevels invullen met baksteen of deels met puien Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Waarde De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. Gewoon welstandsgebied Woongebied Oost is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Woningen aan de Kruiswerf staan haaks op de weg Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 46

47 Woongebied Oost Gebied L13 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met kap appartementengebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot drie lagen met plat dak of kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en evenwichtig bij rijenwoningen de herhaling in bijvoorbeeld gevelverdelingen of penanten benadrukken elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, terughoudend en in samenhang met de rij of het blok gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn hellende daken van woningen bij voorkeur voorzien van (matte) keramische pannen Korte rijen woningen in sobere baksteenarchitectuur Woningen hebben een onderbouw van een of twee lagen met plat dak of kap De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk Gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijken in massa opbouw en vorm Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 47

48 Wilna Gebied L14 Beschrijving Wilna is een straat aan de rand van de kern en bestaat hoofdzakelijk uit (semi) vrijstaande woningen in een groene omgeving. Naast de Wilna is een aantal aangrenzende woningen aan de Horndijk onderdeel van dit gebied. De Wilna is planmatig opgezet met een vrije structuur. De openbare ruimte is beperkt tot een weg met meestal trottoir, waaraan de ruime tuinen van de privékavels grenzen, ontsloten door inritten. De kleinschalige bebouwing varieert van eenvoudige (semi)vrijstaande huizen en twee onder één kap woningen in korte rijen tot villa s en is georiënteerd op de weg waarbij de rooilijn vaak enigszins verspringt. De panden zijn individueel, gedifferentieerd en representatief, maar ook beperkte herhalingen van eenzelfde woning komen voor. De opbouw varieert van traditioneel tot modern. De huizen bestaan vaak uit een onderbouw van één tot twee lagen met een kap. Er komen verschillende kapvormen voor als een zadel, schild- en lessenaarsdak. Vaak zijn de dakvlakken voorzien van dakkapellen of ramen. Balkons komen voor en zijn meestal aan de achterzijde geplaatst. De woningen hebben veel meeontworpen op- en aanbouwen waaronder erkers en carports. De detaillering is meestal van gemiddeld niveau, maar er zijn uitschieters naar boven met zeer zorgvuldig ontworpen en rijke uitvoering. De materialisering is vaak traditioneel met eigentijdse accenten en enkele versieringen. Daken zijn voorzien van rode of donkere pannen. De gemetselde gevels hebben soms een (houten) pui of betimmering. Naast baksteen komen ook houten rabatdelen en plaatmateriaal als gevelmateriaal voor. Het kleurgebruik is veelal traditioneel en terughoudend. Waarde Wilna kenmerkt zich door een heldere opzet met hoofdzakelijk afwisselende, individuele woningen. Gewoon welstandsgebied Wilna is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele woningen. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van het materiaal- en kleurgebruik. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 48

49 Wilna Gebied L14 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa (hoofd)gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte de rooilijnen van de hoofdmassa s verspringen enigszins of liggen op één lijn bijgebouwen staan achter de rooilijn van de hoofdmassa Massa gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een evenwichtige massaopbouw in diverse hoofdvormen gebouwen bestaan uit een onderbouw van één soms twee lagen met eenduidige kap gebouwen hebben kappen met wisselende nokrichting zijgevels hebben in beginsel vensters uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en gevarieerd herhaling is de leidraad bij twee onder één kapwoningen en korte rijen traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Individuele en afwisselende bouw langs groene straten Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of incidenteel in een lichte tint pleisteren en eventueel deels invullen met puien of houten delen hellende daken dekken met rode of donkere (keramische) pannen kleuren zijn terughoudend De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 49

50 Lingebolder Beschrijving De Lingebolder is een instelling aan de Koningin Emmalaan met diverse vrijstaande gebouwen in een groene omgeving. De inrichting van de openbare ruimte is zorgvuldig en doelmatig. De gebouwen zijn vrijstaand en individueel. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte en hebben een verspringende rooilijn. Boven de voorzieningen wordt vaak gewoond, waardoor in het hele gebied sprake is van enige functiemenging. De bebouwing is gedifferentieerd van opzet en heeft een grote variatie in maat en schaal. De opbouw is tot drie lagen hoog met een plat dak of twee lagen met een kap. Gevels hebben een eenvoudige detaillering die met name bij nieuwe gebouwen ook zorgvuldig is. Bij gesloten gevels vormen entrees, representatieve ruimten en kantoren accenten. Het materiaalgebruik is overwegend traditioneel. Kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang. Uitzondering zijn de woningen aan de Koningin Emmalaan. Naast een rij herhaalde tweekappers staan hier enkele vrijstaande woningen met een individuele uitstraling en een verzorgde uitwerking. Gebied L15 Gebouwen met de voorgevel op de belangrijkste openbare ruimte richten Waarde De waarde van de Lingebolder is vooral gelegen in de ruime groene stedenbouwkundige opzet. Gewoon welstandsgebied De Lingebolder is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van het ruime groene straatbeeld en de samenhang. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 50

51 Lingebolder Gebied L15 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen staan vrij op de kavel per kavel is er één hoofdmassa gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte rooilijnen liggen terug en volgen de weg expeditieruimten zoveel mogelijk aan de achterkant van het gebouw situeren Massa de bouwmassa en gevelopbouw zijn evenwichtig gebouwen zijn vrijstaand, individueel en hebben een eenvoudige vorm gebouwen hebben een onderbouw van hoogstens drie lagen met plat dak of kap de individuele woning binnen een gebouw is deel van het geheel de begane grondlaag van het gebouw afstemmen op de geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of zelfstandige volumes bedrijven en voorzieningen zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Individuele gebouwen in een groene omgeving De architectonische uitwerking is eenvoudig, degelijk en evenwichtig Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en evenwichtig de onderste gebouwlaag van complexen waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Herhaalde tweekappers aan de Koningin Emmalaan Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn duurzaam en per cluster of complex in samenhang grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, gevouwen staalplaat of met kozijnen onderverdeelde glazen puien materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 51

52 Oud Schaik Gebied L16 Beschrijving Oud Schaik heeft overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het lint bestaat uit de bebouwing aan het grootste deel van Oud Schaik. Vrijstaande dorpsachtige woningen worden afgewisseld met twee onder één kapwoningen en een enkele boerderij. De vele voortuinen versterken het groene karakter. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. De bebouwing is kleinschalig, gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Gebouwen met de voorgevel op de belangrijkste openbare ruimte richten Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Waarde De waarde van het lint is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing in een enigszins informele opzet aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. De dynamiek van het lint is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Gevels zijn van (bak)steen, daken gedekt met keramische pannen Gewoon welstandsgebied Oud Schaik is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie en de informele opzet. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 52

53 Oud Schaik Gebied L16 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het kleinschalige, dorpse karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa de bouwmassa is kleinschalig, in harmonie met het karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap de nokrichting is evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden aanbouwen aan aanbouwen zijn mogelijk als het volume van de individuele aanbouw hoogstens 2/3 van het hoofdgebouw is dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of deels invullen met hout hellende daken dekken met (matte) keramische pannen houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Gevarieerde kleinschalige bebouwing langs groene straten Gebouwen zijn individueel en afwisselend De opbouw bestaat veelal uit één tot twee lagen met een nadrukkelijke kap De architectonische uitwerking is zorgvuldig en evenwichtig Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 53

54 Nieuw Schaik Beschrijving Bedrijventerrein Nieuw Schaik ligt tussen spoor en Techniekweg en heeft een dichte bebouwingsstructuur met voornamelijk kleinschalige bedrijfshallen, kantoorgebouwen en een enkel winkelgebouw. Het terrein wordt onder andere begrensd door de Techniekweg, Nijverheidsstraat, Industrieweg en Gildenstraat. Dit bedrijventerrein heeft een eenvoudige hoofdstructuur met vrijwel aaneengesloten individuele bebouwing, waarvan de rooilijnen verspringen. De gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg. De inrichting van de openbare ruimte is aan de hoofdstraten zorgvuldig met groenelementen en in het overig gebied doelmatig en eenvoudig. Groenelementen komen met name aan de hoofdstraten voor en opslag in het zicht is geen uitzondering. Verspreid over het hele gebied zijn diverse loodsen vervangen door meer representatieve gebouwen. De bebouwing is bij voorkeur individueel en eenvoudig van opbouw. De opbouw is veelal tot twee lagen hoog met een plat dak of flauw hellend zadeldak. De bebouwing bestaat uit loodsachtige volumes waarbij entreepartijen en kantoorgedeelten veelal zijn vormgegeven als accenten of zelfstandige volumes. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. De gevels zijn uitgevoerd in plaatmateriaal of bak- of betonsteen. Het kleurgebruik is rustig en sober, waarbij lichte grijzen en baksteentinten het meest aanwezig zijn. Gebied L17 Vrijstaande, individuele en representatieve bebouwing Gebouwen hebben een eenvoudige vorm Waarde Bedrijventerrein Nieuw Schaik is een gemengd bedrijventerrein. De waarde is vooral gelegen in de heldere opzet en eenvoudige bebouwing die de functie weergeeft. Recente bebouwing heeft een representatieve verschijningsvorm. De dynamiek van de terreinen is gemiddeld tot hoog en betreft in het algemeen de plaatsing van bijgebouwen en de vervanging van loodsen hallen. Gewoon welstandsgebied Bedrijventerrein Nieuw Schaik is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op kwaliteitsverbetering door behoud en versterking van de samenhang in de massa's. Variatie moet niet tot rommeligheid leiden. Uitzondering hierop zijn bouwplannen die recht achter de voorgevelroolijn liggen (tussen beide zijgevels en de achtererfgrens van het perceel) en niet grenzen aan woonbebouwing of openbare weg. Plannen binnen deze grenzen worden niet getoetst en zijn welstandsvrij. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het beeld vanuit de openbare ruimte en de samenhang in het gebruik van materiaal en kleur. Ook de overgang tussen het bedrijventerrein en het omringend (landelijk) gebied is een punt van aandacht. Bedrijven en winkels zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden Accenten en geledingen in zorgvuldig uitgewerkte gevels Bouwplannen aan de randen worden met meer aandacht bekeken Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 54

55 Nieuw Schaik Gebied L17 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen oriënteren op de weg per kavel is er één hoofdmassa representatieve, openbare en woonfuncties naar de straat richten de rooilijnen verspringen ten opzichte van elkaar expeditieruimten zoveel mogelijk aan de achterzijde van het gebouw situeren opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Kleinschalige bedrijfshallen, kantoren en winkels in een dichte structuur Massa gebouwen zijn bij voorkeur individueel, afwisselend en representatief gebouwen hebben een eenvoudige vorm gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met plat dak entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of als zelfstandige volumes bedrijven zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig, evenwichtig en bij nieuwe hallen zorgvuldig accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op hoofdvolume woningen hebben een individuele uitstraling en een bescheiden architectuur Materiaal en kleur materialen zijn bij voorkeur duurzaam zoals baksteen, glas en natuursteen grote vlakken bestaan bij voorkeur uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, gevouwen staalplaat of met kozijnen onderverdeelde glazen puien materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang open hekwerken zijn lichtgrijs, verzinkt staal of donker van kleur gevels van woningen uitvoeren in baksteen, daken dekken met pannen Overig reclame is bescheiden en past bij de architectuur van het gebouw Individuele en afwisselende gebouwen met een eenvoudige opbouw Bedrijfshallen worden afgewisseld met kantoren en winkels Terughoudende en sobere kleuren zijn onderling in samenhang Woningen hebben een individuele uitstraling en een bescheiden architectuur Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 55

56 Royal Leerdam Gebied L18 Beschrijving Glasfabriek Royal Leerdam is een gebied met grootschalige bedrijvigheid en procesindustrie. Het gebied wordt onder andere begrensd door de Tiendweg, Lingestraat, de Lingedijk en Provinciale weg. Het terrein heeft weinig samenhang in bebouwing en staat enigszins op zichzelf in de omgeving. De eenvoudige hoofdstructuur is ingevuld met individuele en veelal vrijstaande bebouwing, waarvan de rooilijnen verspringen. Een deel van de hallen is geschakeld. De inrichting van de openbare ruimte is doelmatig en eenvoudig op het sobere af. Groenelementen komen nauwelijks voor. Opslag in het zicht is geen uitzondering. De gebouwen weerspiegelen de functies en kennen weinig opsmuk. Tussen de opslagterreinen en bedrijfshallen staan hier en daar kantoren. Gebouwen zijn meestal eenvoudig van opzet met veel afwisseling in vorm. Kantoren en entreepartijen vormen hier en daar een accent in gesloten gevels. Productiegebouwen zijn schijnbaar willekeurig georiënteerd en hebben zelden een duidelijke voorgevel. De detaillering en het materiaalgebruik zijn in het algemeen erg sober en functioneel. De gevels zijn meestal van gevouwen staalplaat of beton, soms ook wel van baksteen. Het kleurgebruik varieert van terughoudend tot fel, zoals bij reclames. Bijzondere elementen zijn de individuele en afwisselende woningen aan de Lingedijk met representatieve gevels en een zorgvuldige detaillering. De opbouw bestaat uit een onderbouw van één tot anderhalve laag met variërende kappen. Waarde De waarde van het fabrieksterrein van de Glasfabriek Royal Leerdam is vooral functioneel en economisch. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld tot hoog en betreft zowel kleine aanpassingen als vervanging of grootschalige nieuwbouw. Gewoon welstandsgebied Het fabrieksterrein van de Glasfabriek Royal Leerdam is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het goed functioneren van het terrein en het beheer van de verschijningsvorm van de gebouwen en terreinen, gezien vanuit de omringende gebieden. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 56

57 Royal Leerdam Gebied L18 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen indien mogelijk oriënteren op de weg representatieve en openbare functies bij voorkeur naar de straat richten en aan de randen een dubbele oriëntatie geven de rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn bij voorkeur individueel gebouwen bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa en hebben een plat of eenvoudige kap aanbouwen zijn bescheiden en ondergeschikt entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als bescheiden accenten van een industriehal of als zelfstandige volumes woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot anderhalve laag met kap Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig, zorgvuldig en evenwichtig wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op de omringende bebouwing op het terrein woningen hebben een individuele uitstraling en zorgvuldige architectonische uitwerking en detaillering Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn overwegend utilitair kleuren zijn terughoudend met hier en daar een accent gevels van woningen uitvoeren in baksteen, daken dekken met matte, keramische pannen Grootschalige gebouwen met weinig onderlinge samenhang Individuele en afwisselende gebouwen met een eenvoudige uitwerking Woningen hebben een individuele uitstraling en een zorgvuldige uitwerking Overig reclame is bescheiden en past bij de architectuur van het gebouw Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 57

58 Oosterwijk Beschrijving Oosterwijk is ontstaan aan de Oudendijk en heeft smalle straten met gevarieerde, kleinschalige en veelal vooroorlogse bebouwing in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met dorps karakter. Oosterwijk bestaat in hoofdzaak uit de bebouwing aan Oudendijk en Kerkelaan. In het gebied worden vrijstaande woningen afgewisseld met (voormalige) boerderijen en grotere gebouwen met publieke functies. Voortuinen komen veel voor. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg of de dijk, waarbij het hoofdgebouw direct op de kruin staat of laag in de polder ligt. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met variërende kappen. De nokrichting varieert en loopt veelal evenwijdig aan of staat haaks op de weg of dijk. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De gebouwen hebben diverse architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, die varieert van sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering veelal soberder is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is gedekt met riet of keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Uitzondering is de rij woningen aan de Kerkelaan. Hier is de rooilijn in samenhang en de individuele woning onderdeel van het geheel. Bijzondere elementen zijn gebouwen als de kerk en het centraal gelegen buurtgebouw. Deze gebouwen zijn accenten in de buurt door de vrije ligging en de afwijkende hoogte en vorm. Gebied O1 Historisch kerkgebouw is van oudsher een accent Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Waarde Oosterwijk heeft een compacte bebouwingsstructuur met afwisselende bebouwing. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing. Veel panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument. Oosterwijk is in 2011 aangewezen als beschermd gezicht. De dynamiek van het gebied is gemiddeld en bestaat in hoofdzaak uit kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Aanvullend beleid In Hoofdstuk 7 Cultureel erfgoed zijn aanvullende uitgangspunten en criteria opgenomen voor de beoordeling van bouwplannen in beschermde gezichten. Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Beschermd welstandsgebied Oosterwijk is een beschermd welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van het kleinschalige historische karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 58

59 Oosterwijk Gebied O1 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het dorpse karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte nieuwe woningen aan de dijk alleen op kruinhoogte plaatsen tegen het oorspronkelijke dijkprofiel aan (niet aandijken) grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Individuele en afwisselende bouw langs smalle straten Massa de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één laag met een eenduidige en nadrukkelijke kap (veelal een zadeldak van meer dan 45 graden) de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg de entree ligt bij voorkeur aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand aanbouwen aan aanbouwen zijn mogelijk als het volume van de individuele aanbouw hoogstens 2/3 van het hoofdgebouw is Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins Gevels zijn van baksteen of stucwerk, daken gedekt met riet of pannen Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met nadruk op de kap begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume De individuele woning in een rij is onderdeel van het geheel Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of deels invullen met hout hellende daken dekken met (matte) keramische pannen en bij uitzondering met (natuurlijk) riet houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 59

60 Dorpslint Kedichem Gebied K1 Beschrijving Het dorpslint van Kedichem ligt parallel aan de Lingedijk en heeft overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het lint bestaat hoofdzakelijk uit de bebouwing aan de Kerkstraat. Vrijstaande dorpsachtige woningen worden afgewisseld met korte rijen en een enkele boerderij. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komen bedrijven voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot anderhalve laag met variërende kappen. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Bijzonder element is het historisch waardevolle kerkgebouw. Dit gebouw vormt van oudsher een accent door de vrije ligging en de afwijkende hoogte en vorm. Het dorpse karakter van het gebied behouden Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Waarde De waarde van het lint is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument. De dynamiek van het lint is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. De individuele woning in een rij is onderdeel van het geheel Bijzonder welstandsgebied Het dorpslint van Kedichem is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van de het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 60

61 Dorpslint Kedichem Gebied K1 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het dorpse karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Individuele en afwisselende bouw langs smalle straten Massa de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één laag met een eenduidige en nadrukkelijke kap (veelal een zadeldak van meer dan 45 graden) de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg de entree ligt bij voorkeur aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand aanbouwen aan aanbouwen zijn mogelijk als het volume van de individuele aanbouw hoogstens 2/3 van het hoofdgebouw is Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met nadruk op de kap begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in (bak)steen of deels invullen met hout hellende daken dekken met matte, keramische pannen en bij uitzondering met natuurlijk riet houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins De opbouw bestaat veelal uit één bouwlaag met een nadrukkelijke kap Gevels zijn van (bak)steen of deels ingevuld met houten delen Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 61

62 Woongebied Kedichem Beschrijving Het woongebied van Kedichem is gebouwd in meerdere fasen met korte rijen woningen van één tot twee lagen met zadeldak in een veelal sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied ligt ten noorden van de Kerkstraat. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben veelal een eenvoudige opbouw van twee lagen met een zadeldak waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. Een deel van de bebouwing bestaat uit herhaalde twee onder één kap woningen. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. De dakvlakken zijn soms voorzien van dakkapellen en -ramen. De materialisering en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De meeste gevels zijn van baksteen en hebben soms deels houten of kunststof puien. De daken zijn in het algemeen voorzien van donkere pannen en worden veelal benadrukt door een uitkragende goot. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzonderingen zijn de verspreid over het gebied voorkomende vrijstaande woningen. Deze woningen hebben (onderling) verspringende rooilijnen en variëren in architectonische uitwerking, materiaal- en/of kleurgebruik. Andere uitzondering is de bedrijfsbebouwing aan de Michiel van Loonstraat. Deze kleinschalige loodsen en hallen hebben een sobere uitwerking en wijken af in massa, opbouw en vorm. Gebied K2 Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk Waarde De waarde van het woongebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling Gewoon welstandsgebied Het woongebied van Kedichem is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 62

63 Woongebied Kedichem Gebied K2 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa vrijstaande woningen harmoniëren met het dorpse karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Korte rijen woningen in sobere baksteenarchitectuur Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en evenwichtig bij rijenwoningen de herhaling in bijvoorbeeld gevelverdelingen of penanten benadrukken elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met een kap Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, terughoudend en in samenhang met de rij of het cluster gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn hellende daken van woningen bij voorkeur voorzien van (matte) keramische pannen De individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel Materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en per rij in samenhang Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 63

64 Dorpslint Schoonrewoerd Beschrijving Het dorpslint van Schoonrewoerd heeft overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. Het lint bestaat hoofdzakelijk uit de bebouwing aan de Kalverweg en een deel van de Dorpsstraat, Overheicop en het Kortgerecht. Vrijstaande dorpsachtige woningen worden afgewisseld met korte rijen en een enkele boerderij. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komen bedrijven voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot anderhalve laag met variërende kappen. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van bak- of natuursteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Uitzondering is de Overheicop waar bebouwing aan de noordrand bebouwing in hoofdzaak uit achterkanten bestaat. Andere uitzondering is de seriematige nieuwbouw aan de Kalverweg. Deze geschakelde woningen hebben twee lagen met samengestelde kappen en zijn relatief sober gedetailleerd. Een deel van de gevels bestaat uit puien met houten planken. Bijzondere elementen zijn de historisch waardevolle kerkgebouwen aan de Dorpsstraat. De Hervormde kerk vormt van oudsher een accent door de vrije ligging en de afwijkende hoogte en vorm. De Gereformeerde kerk ligt enigszins verscholen in de tweede lijn. Gebied S1 Historisch kerkgebouw is van oudsher een accent Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Waarde De waarde van het lint is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument. De dynamiek van het lint is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Bijzonder welstandsgebied Het dorpslint van Schoonrewoerd is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van de het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Gereformeerd kerkgebouw ligt enigszins verscholen in de tweede lijn Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 64

65 Dorpslint Schoonrewoerd Gebied S1 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging het dorpse karakter van het gebied behouden rooilijnen van de hoofdmassa s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Individuele en afwisselende bouw langs ruime straten Massa de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot anderhalve laag met een eenduidige en nadrukkelijke kap (veelal een zadeldak van meer dan 45 graden) de nokrichting is evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg of staat hier haaks op de entree ligt bij voorkeur aan de belangrijkste openbare ruimte uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand aanbouwen aan aanbouwen zijn mogelijk als het volume van de individuele aanbouw hoogstens 2/3 van het hoofdgebouw is Rooilijnen volgen de weg en verspringen enigszins De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met nadruk op de kap begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Gevels zijn van bak- of natuursteen, daken veelal gedekt met pannen Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in (bak)steen of deels invullen met hout hellende daken dekken met (matte) keramische pannen en bij uitzondering met (natuurlijk) riet houtwerk schilderen in traditionele kleuren kleuren afstemmen op de omringende bebouwing Seriematige nieuwbouw aan de Kalverweg is geschakeld Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 65

66 Woongebied Schoonrewoerd Gebied S2 Beschrijving Het woongebied van Schoonrewoerd is gebouwd in meerdere fasen met korte rijen woningen van één tot twee lagen met zadeldak in een veelal sobere baksteenarchitectuur langs groene straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Koningin Julianastraat, de Prinses Beatrixstraat, Noorderwoerd en Masada. De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben veelal een eenvoudige opbouw van twee lagen met een zadeldak waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. Een deel van de bebouwing bestaat uit herhaalde twee onder één kap woningen en appartementen in vergelijkbare volumes als de rijwoningen. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. De dakvlakken zijn soms voorzien van dakkapellen en -ramen. De materialisering en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De meeste gevels zijn van baksteen en hebben soms deels houten of kunststof puien. De daken zijn in het algemeen voorzien van donkere pannen en worden veelal benadrukt door een uitkragende goot. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzonderingen zijn de verspreid over het gebied voorkomende vrijstaande woningen. Deze woningen hebben (onderling) verspringende rooilijnen en variëren in architectonische uitwerking, materiaal- en/of kleurgebruik. Bijzondere elementen zijn gebouwen met andere functies als de scholen aan de Kerkweg en Noorderwoerd. Deze gebouwen zijn accenten in de buurt door de vrije ligging en de afwijkende hoogte en vorm. Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk Waarde De waarde van het woongebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en aanbouwen. Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Aanvullend beleid Aan de westkant van Schoonrewoerd is een uitbreiding van ongeveer vijftig grondgebonden woningen voorzien. De massa s in dit gebied zijn traditioneel terwijl de uitwerking per woning in meer of mindere mate varieert. Aan de rand van het gebied is een kerk voorzien. Bij de beoordeling van bouwplannen in dit gebied zijn de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan Ooievaarszoom leidend. Alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling Gewoon welstandsgebied Het woongebied van Schoonrewoerd is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 66

67 Woongebied Schoonrewoerd Gebied S2 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met zadeldak uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het dorpse karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Korte rijen woningen in sobere baksteenarchitectuur Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en evenwichtig bij rijenwoningen de herhaling in bijvoorbeeld gevelverdelingen of penanten benadrukken elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, terughoudend en in samenhang met de rij of het cluster gevels in hoofdzaak in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen uitvoeren danwel invullen met puien of houten delen plaatmateriaal alleen gebruiken als invulling van een kozijn hellende daken van woningen bij voorkeur voorzien van (matte) keramische pannen of riet Woningen hebben een onderbouw van één tot twee lagen met een kap De individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel Materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en per rij in samenhang Gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijken in massa opbouw en vorm Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 67

68 Bedrijventerrein Schoonrewoerd Gebied S3 Beschrijving Het bedrijventerrein van Schoonrewoerd bestaat in hoofdzaak uit de grootschalige bebouwing van de kaasfabriek en de meer kleinschalige bebouwing van de waterzuivering. Het terrein heeft weinig samenhang in bebouwing en staat enigszins op zichzelf in de omgeving. De eenvoudige hoofdstructuur is ingevuld met individuele en veelal vrijstaande bebouwing, waarvan de rooilijnen verspringen. De inrichting van de openbare ruimte is doelmatig en eenvoudig op het sobere af. Groenelementen komen nauwelijks voor, met uitzondering van de groene randen en braakliggende terreinen. Opslag in het zicht is geen uitzondering. De gebouwen weerspiegelen de functies en kennen weinig opsmuk. Tussen de opslagterreinen en bedrijfshallen staan hier en daar kantoren. Gebouwen zijn meestal eenvoudig van opzet met veel afwisseling in vorm. Kantoren en entreepartijen vormen accenten in gesloten gevels. Productiegebouwen zijn schijnbaar willekeurig georiënteerd en hebben meestal geen duidelijke voorgevel. De detaillering en het materiaalgebruik zijn in het algemeen erg sober en functioneel. De gevels zijn meestal van gevouwen staalplaat of beton, soms ook wel van baksteen. Het kleurgebruik varieert van terughoudend tot fel, zoals bij reclames. Uitzondering zijn de recente gebouwen van de brandweer en het tankstation aan de noordrand van het gebied. Met name de kazerne is representatief en zorgvuldig gedetailleerd met accenten en geledingen in de gevel. Verschillen in materiaal- en kleurgebruik van deelvolumes verfijnen het gebouw. Bijzondere elementen zijn de bedrijfswoningen aan de Steenovenweg. Vrijstaande, individuele en representatieve bebouwing Recent gebouw is representatief en zorgvuldig gedetailleerd Waarde De waarde van het bedrijventerrein van Schoonrewoerd is vooral functioneel en economisch. Recente bebouwing heeft een representatieve verschijningsvorm. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld tot hoog en betreft zowel kleine aanpassingen als vervanging en nieuwbouw. Gewoon welstandsgebied Het bedrijventerrein van Schoonrewoerd is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is terughoudend en gericht op het goed functioneren van het terrein en het beheer van de verschijningsvorm van de gebouwen en terreinen, gezien vanuit de omringende gebieden. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 68

69 Bedrijventerrein Schoonrewoerd Gebied S3 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging gebouwen indien mogelijk oriënteren op de weg representatieve, openbare en woonfuncties naar de straat richten de rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa gebouwen hebben een onderbouw tot twee lagen met een plat dak of eenduidige en eenvoudige kap woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één bouwlaag met kap Individuele en afwisselende gebouwen met een eenvoudige opbouw Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen zorgvuldig, evenwichtig en sober accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de omringende bebouwing woningen hebben een bescheiden architectuur Gebouwen hebben een eenvoudige vorm Materiaal- en kleurgebruik materialen en kleuren zijn overwegend utilitair kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang met hier en daar een accent gevels van woningen uitvoeren in baksteen, hellende daken dekken met (keramische) pannen Woningen hebben een bescheiden architectuur Overig reclame is bescheiden en past bij de architectuur van het gebouw Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 69

70 Park en begraafplaats Gebied G1 Beschrijving De groene parken en de begraafplaats met overwegend eenvoudige bebouwing zijn verspreid over de gemeente Leerdam te vinden. De terreinen zijn verschillend van grootte. Ook de bijbehorende bebouwing is verschillend in grootte en vormgeving. In het algemeen bestaat de veelal geclusterde bebouwing van de parken uit een hoofdgebouw met meerdere bijgebouwen, die meestal vrij op het maaiveld staan en waarbij het hoofdgebouw gericht is op de belangrijkste openbare ruimte of het hoofd sportveld. De entree is gericht op de weg en veelal vormgegeven als accent. De hoofdbebouwing op de begraafplaats heeft representatieve gevels en is zorgvuldig gedetailleerd. De gebouwen hebben een eenvoudige opbouw en bestaan in hoofdzaak uit een onderbouw van één tot twee lagen met een flauw hellende kap of plat dak. Hoewel de gebouwen verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm helder en de architectuur en detaillering eenvoudig en verzorgd. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat. Het kleurgebruik is terughoudend. De gevels van de sporthallen zijn op het entreegedeelte na veelal gesloten. Waarde De parken en begraafplaats zijn helder en eenvoudig qua opzet en bebouwing en hebben een groen karakter waarbij de gebouwen een ondergeschikte rol spelen. De architectuur is terughoudend. De dynamiek van deze terreinen is laag en betreft voornamelijk kleine uitbreidingen zoals bijvoorbeeld extra kleedruimten. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Mogelijke uitbreidingen zullen met name buiten de kern goed in het landschap ingepast moeten worden. Gewoon welstandsgebied De parken en begraafplaats zijn gewone welstandsgebieden. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van de terughoudende architectuur en landschappelijke inpassing. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 70

71 Park en begraafplaats Gebied G1 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging per terrein is er één hoofdmassa, die met de voorgevel gericht op de belangrijkste openbare ruimte het hoofdgebouw is vrijstaand en individueel het individuele gebouw binnen een cluster is deel van het geheel en voegt zich hier naar bestaande rooilijnen behouden bijgebouwen zijn ondergeschikt grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen zoveel mogelijk beperken Massa gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm die bestaat uit een onderbouw van één tot twee lagen met flauw hellende kap of plat dak gebouwen hebben per cluster samenhang er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie van het gebouw geledingen in massa zijn wenselijk Architectonische uitwerking er is ontwerpaandacht voor alle details accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de detaillering is per cluster in samenhang entreepartijen zijn vormgegeven als accent of als zelfstandig volume bijgebouwen zijn eenvoudiger maar net zo zorgvuldig gedetailleerd als de hoofdmassa wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur gevels zijn bij voorkeur van baksteen of houten delen hellende daken zijn gedekt met pannen of plaatmateriaal met een structuur grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat het kleurgebruik is terughoudend en in onderlinge samenhang Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 71

72 Dijklinten Beschrijving De dijklinten van Leerdam liggen verhoogd in het buitengebied en hebben gevarieerde bebouwing, geclusterd in linten die variëren in openheid. De dijklinten zijn bijzondere randen van het waardevolle buitengebied en bestaan in hoofdzaak uit de bebouwing aan de Lingedijk, Noorderlingedijk en Diefdijk. De bebouwing staat verspreid langs de dijk met veel doorzichten naar het achterliggende landschap. De plaatsing van de hoofdgebouwen varieert van in de polder tot op de kruin van de dijk. Het oorspronkelijke dijkprofiel is grotendeels intact gebleven. De vrijstaande bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit boerderijen, (agrarische) bedrijfsgebouwen en woningen. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde op de weg gericht. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. Bedrijfsgebouwen als hallen en schuren liggen meestal achter en soms naast de woongebouwen. De gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met variërende kappen. Op- en aanbouwen komen in veel soorten en maten voor en zijn in het algemeen ondergeschikt aan en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw en zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. De gebouwen hebben diverse architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, die varieert van sober tot rijk. Er is veel aandacht voor details als siermetselwerk, windveren en fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen. De gevels van de woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal en soms gepleisterd. De daken van de woningen zijn gedekt met pannen of riet. Bijgebouwen hebben veelal een vergelijkbare uitvoering als het hoofdgebouw, maar zijn in uitwerking en detaillering soberder. Uitzondering op de kleinschalige bebouwing zijn de appartementengebouwen aan de Lingedijk ten noorden van het Laantje van Van Iperen. De individuele woning is in deze gebouwen onderdeel van het geheel. Waarde Het buitengebied van Leerdam wordt aan de zuid- en oostrand begrensd door de dijklinten. De waarde is vooral gelegen in de kleinschaligheid van de bebouwing en de relatie met het achterliggende landschap door in omvang variërende doorkijkjes. In het gebied komen diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen voor. Een deel hiervan is monument. Een deel van dit gebied is sinds 2011 aangewezen als beschermd gezicht Oosterwijk. De dynamiek van de dijklinten is gemiddeld en betreft in het algemeen kleine wijzigingen. Aanvullend beleid In Hoofdstuk 7 Cultureel erfgoed zijn aanvullende uitgangspunten en criteria opgenomen voor de beoordeling van bouwplannen in beschermde gezichten. Gebied G2 Rooilijnen volgen het dijklint en verspringen ten opzichte van elkaar De nokrichting is evenwijdig aan de dijk of verkavelingsrichting Representatieve gevels met een zorgvuldige detaillering Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa Bijzonder en beschermd welstandsgebied De dijklinten van Leerdam zijn bijzondere welstandsgebieden. Het deel van de dijklinten dat onderdeel is van het beschermd gezicht is ook beschermd welstandsgezicht. Het beleid is gericht op het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het lint en het bewaren van de eenvoud in de kleinschalige hoofdmassa's en het kleurgebruik. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Grootschalige appartementengebouwen aan de Lingedijk Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 72

73 Dijklinten Gebied G2 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging de hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, onderaan of op de kruin van de dijk, bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie nieuwe woningen alleen op kruinhoogte plaatsen tegen het oorspronkelijke dijkprofiel aan met behoud van het dijkprofiel (niet aandijken) de rooilijnen van de hoofdmassa s verspringen ten opzichte van elkaar gebouwen liggen aan de dijk of op enige afstand van de perceelsgrenzen en slootkanten (bij voorkeur meer dan 3,00 m) de bebouwing met de voorgevel op de weg richten en concentreren in de ontginningslinten, met behoud van doorzichten naar het landschap rooilijnen volgen het dijklint en zijn per cluster of rij in samenhang opslag vindt uit het zicht plaats De hoofdmassa is onderaan of op de kruin van de dijk gesitueerd Massa de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken van de dijk (hoofdvorm en nokrichting) gebouwen zijn kleinschalig, individueel en afwisselend en hebben bij voorkeur een eenduidige opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond de individuele woning binnen een rij of blok is deel van het geheel woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met een eenduidige en nadrukkelijke kap (zoals zadeldaken van meer dan 45 graden) de nokrichting is evenwijdig aan de dijk of verkavelingsrichting zijgevels hebben in beginsel vensters uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en eenvoudig van vorm dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand Gebouwen zijn kleinschalig individueel en afwisselend Gevels van woningen zijn in hoofdzaak van baksteen Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en afwisselend elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of in een lichte tint pleisteren hellende daken van woningen dekken met (matte) keramische pannen of (natuurlijk) riet grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur kleuren zijn traditioneel, terughoudend en afgestemd op omringende bebouwing Hellende daken van woningen dekken met keramische pannen of riet Bedrijfsbebouwing bij voorkeur achter de woonbebouwing plaatsen Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 73

74 Buitengebied Beschrijving Het buitengebied van Leerdam bestaat voornamelijk uit veenweidegebied met gevarieerde bebouwing, geclusterd in polderlinten. De bebouwing staat in het algemeen langs de hoofdontsluitingswegen en ligt meestal iets terug op ruime kavels ontsloten door bruggen. De bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit boerderijen, woningen en bedrijfsgebouwen. De bebouwing staat meestal vrij. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. De bedrijfsgebouwen als hallen en schuren liggen meestal achter en soms naast de woongebouwen. Het erfdeel voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De woningen zijn individueel en afwisselend. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op- en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, van eenvoudig tot rijk. Gevels van oudere woningen zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. De gevels van woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal. De daken van de woningen zijn gedekt met pannen of riet. Bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een flauw hellend zadeldak op plat dak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen met veelal gevels van plaatmateriaal en een enkele keer van baksteen. Bijzonder element is het buitendijks gelegen recreatieterrein aan de Veerstoep in Kedichem. Dit terrein tussen dijk en Linge heeft een eenvoudige opzet en bebouwing. Gebied G3 Veenweidegebied met gevarieerde bebouwing, geclusterd in polderlinten Kleuren zijn traditioneel en terughoudend Waarde Het buitengebied van Leerdam is doorkruist met polderlinten. De waarde is vooral gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen zoals dijken en polderwegen en de afwisselende lintbebouwing. In het gebied komen diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen als boerderijen voor. De dynamiek van het buitengebied is gemiddeld en betreft in het algemeen de plaatsing van op-, aan- en bijgebouwen en de vervanging van oudere gebouwen door gebouwen die aan de huidige eisen voldoen. Hoofdgebouwen met de voorzijde op de weg richten Aanvullend beleid Bij de beoordeling van plannen zijn de uitgangspunten van Visie landschap in beeld Giessen Linge Zouwe aanvullend van toepassing. Bijzonder welstandsgebied Het polderlinten van Leerdam zijn bijzondere welstandsgebieden. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen en het inperken van grote oppervlakken verharding. De welstandscommissie zal bij de advisering over woongebouwen en bedrijfsgebouwen onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Recreatieterrein Kedichem met eenvoudige opzet en bebouwing Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 74

75 Buitengebied Gebied G3 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging de hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bijgebouwen hebben bij voorkeur een ondergeschikte positie de rooilijnen van de hoofdmassa s verspringen ten opzichte van elkaar de bebouwing met de voorgevel op de weg richten en concentreren in de ontginningslinten, met behoud van doorzichten naar het landschap bedrijfsgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn rooilijnen zijn per cluster of rij in samenhang gebouwen liggen op minimaal 3.00 m uit de perceelsgrens, de slootkant opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld inritten voorkomen Bebouwing met de voorgevel op de weg richten met behoud van doorzichten Massa gebouwen zijn individueel en afwisselend woongebouwen bestaan uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap bedrijfsgebouwen bestaan uit een onderbouw van één laag met een flauw hellend zadeldak of plat dak de nokrichting is in beginsel haaks op de weg, waarbij voor bescheiden volumes zoals kleine woningen ook een nok parallel aan de weg denkbaar is zijgevels van vrijstaande woningen hebben vensters uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan hoofdmassa zijn eenvoudig van vorm dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren zeer grote lengtes door middel van geleding van de wand doorbreken elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Hoofdbebouwing aan straatzijde, bijgebouwen hebben ondergeschikte positie Woongebouwen hebben een onderbouw van één tot twee lagen met een kap Materiaal en kleur kleuren zijn traditioneel en terughoudend gevels van woongebouwen zijn bij voorkeur van baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal hellende daken van woningen dekken met pannen of riet grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur kleuren harmoniëren met de omliggende bebouwing aanbouwen en bijgebouwen in materiaal- en kleurgebruik afstemmen op de hoofdmassa en aan de voorkant traditioneel uitvoeren De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend Gevels van woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 75

76 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 76

77 WELSTANDSCRITERIA OBJECTEN Hoofdstuk 5 Net als te onderscheiden gebieden zijn er voor elke gemeente ook specifieke gebouwen of gebouwtypen. Zo zijn er gebouwtypen of bouwwerken te benoemen die zo gebiedseigen zijn, een specifieke functie hebben of beeldbepalend zijn dat daarvoor afzonderlijke criteria voor kunnen worden opgesteld. Het gaat daarbij onder meer om boerderijen, die voor het grootste deel in het buitengebied liggen maar vaak ook langs de dorpslinten of zelfs in het centrum te vinden zijn. De objectgerichte welstandscriteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. Specifieke bouwwerken en welstandsniveau s Objectgerichte welstandscriteria zijn van toepassing op: boerderijen (bijzonder) agrarische bedrijfsgebouwen (gewoon) teeltondersteunende voorzieningen (gewoon) dakopbouwen (gewoon) reclame aan de gevel (gewoon) reclame los van de gevel (gewoon) Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 77

78 Boerderijen Object 1 Beschrijving De boerderijen maken deel uit van linten en zijn vooral in het weidegebied te vinden. Hier vormen de boerderijen met de bijbehorende bijgebouwen duidelijke door veel groen omgeven clusters in het open landschap. De boerderijen liggen meestal niet direct aan de weg, maar dieper op de kavel, veelal omgeven met beplanting. De erfindeling en de erfbeplanting maken van oorsprong deel uit van de compositie van het geheel. De beplanting dient hierbij als zonwering en windkering. Deze is echter bij een deel van de boerderijen verloren gegaan. De rooilijnen van de hoofdgebouwen verspringen en lopen evenwijdig aan de weg of aan het slotenpatroon. De bebouwing bestaat vaak uit een hoofdgebouw en iets teruggelegen bijgebouwen als stallen, schuren en hooibergen. Het hoofdgebouw staat in principe met de kop- of langsgevel gericht naar de hoofdweg. Het hoofdgebouw is soms onderverdeeld in een woon- en een bedrijfsdeel en meestal voorzien van een plint, een begane grond en een laag met een kap, die meestal de vorm van een samengestelde kap of een zadeldak met eventueel een wolfseind. In de dakvlakken zitten tegenwoordig vaak dakramen. De veelal representatieve kop- of langsgevel van het woondeel is vaak symmetrisch met hoge ramen, die soms zijn geflankeerd door luiken. De overige ramen van de zijgevels zijn meestal kleiner. De boerderijen hebben een zorgvuldige detaillering. Bij traditionele boerderijen komen veel rijke details als versierde omlijstingen om de grote ramen en een windveer langs de dakrand voor. De gevels zijn veelal opgebouwd uit een bruine of gele baksteen en een enkele keer wit gepleisterd. De plint is meestal van een ander materiaal of andere kleur. Daken zijn merendeels afgedekt met keramische pannen of ook wel riet. De overwegend houten kozijnen zijn meestal geschilderd in een lichte kleur, evenals de meeste andere houten elementen als de windveer. Het raamhout is vaak juist in een donkere, meestal donkergroene kleur geschilderd. De bijgebouwen zoals de stallen en schuren hebben een met het hoofdgebouw vergelijkbaar hoofdvolume, maar zijn in architectuur en detaillering soberder. Waarde De boerderijen met erfbeplanting en bijgebouwen, zijn kenmerkend voor het buitengebied. De boerderijen bepalen mede het cultuurhistorisch waardevolle beeld. Een aantal boerderijen verliest de agrarische functie en wordt aangepast op de woonfunctie. Hiermee verandert het beeld. De structuur van het gebouw alsmede de erfinrichting zijn van belang. Het beleid is gericht op handhaving van de vaak waardevolle bebouwing en inpassing van nieuwe ontwikkelingen in de bestaande omgeving. Bijzondere welstandsobjecten De boerderijen zijn vanwege hun grote waarde voor het buitengebied aangemerkt als bijzondere welstandsobjecten. Bij bouwplannen zal de welstandscommissie naast de plaatsing van bebouwing op en inrichting van het erf onder meer beoordelen op een zorgvuldige detaillering en een traditioneel kleur- en materiaalgebruik. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 78

79 Boerderijen Object 1 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging een heldere ordening van gebouwen en traditionele erfbeplanting op het erf per erf of kavel is er één hoofdmassa, dwars geplaatst op en met de voorgevel gericht naar de belangrijkste weg rooilijnen verspringen en liggen evenwijdig aan de weg of parallel aan het verkavelingspatroon bijgebouwen liggen achter het hoofdgebouw of maken deel uit van de straatwand en liggen op enige afstand van de perceelsgrens of de slootkant nieuwe bijgebouwen liggen bij voorkeur uit het zicht doorzichten behouden en waar mogelijk versterken Boerderij met bijgebouwen is een cluster in het open landschap Bouwmassa gebouwen zijn vrijstaand, individueel en afwisselend gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm gebouwen bestaan uit een onderbouw van één tot anderhalve laag met een zadeldak, samengestede kap en een enkele keer een schilddak de nokrichting is in beginsel haaks op de weg, waarbij voor bescheiden volumes zoals kleine boerderijen en bijgebouwen ook een nok parallel aan de weg denkbaar is op- en aanbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume zijgevels hebben vensters Gebouwen zijn vrijstaand individueel en afwisselend Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren en voorzien van profileringen wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume verschil tussen voorhuis en achterhuis van het hoofdgebouw benadrukken bijgebouwen als hallen en schuren eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa gevels hebben een verticale geleding met in het woongedeelte van het hoofdgebouw staande en hoge ramen vensters hebben een onderverdeling met bijvoorbeeld tussenkalven traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt een subtiel, maar duidelijk waarneembaar reliëf in de gevel door middel van neggen, kozijnhout, onderdorpels, gootlijst en dergelijke toepassen gevels zijn van metselwerk in een kruis- of staand verband met een grijs geschilderde of gepleisterde plint vensters uitvoeren met stijlen en regels Gebouwen hebben een onderbouw van één tot anderhalve laag met kap Materiaal en kleur gevels zijn in hoofdzaak van baksteen in aardtinten en soms voorzien van stuc accenten hellende daken dekken met keramische pannen of riet bijgebouwen in materiaal- en kleurgebruik afstemmen op hoofdgebouw kleuren zijn terughoudend en traditioneel en afgestemd op de van oorsprong toegepaste kleuren Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 79

80 Agrarische bedrijfsgebouwen Object 2 Beschrijving Agrarische bedrijfsgebouwen staan verspreid over de gemeente langs de linten en in het buitengebied. Het gaat hierbij niet om klassieke boerderijen, maar de bij het hedendaagse boerenbedrijf benodigde stallen en loodsen voor opslag van materieel en producten. Deze kunnen achter een klassieke boerderij staan, maar ook op het erf van een plattelandswoning. Het erf is bij voorkeur voorzien van bij het landschap passende beplanting. De agrarische bedrijfsgebouwen staan niet direct langs de weg, maar liggen achter de eerste rij bebouwing (de woonhuizen). Ze hebben eenvoudige, rechthoekige plattegronden en staan vaak met de korte zijde naar de weg gericht. Aan deze kant is meestal ook een grote deur te vinden. De hoogte is beperkt tot één laag met een hellende kap. Daarnaast komen gebogen dakvlakken tot op het maaiveld voor. De detaillering is direct en weinig nadrukkelijk, wat geheel in lijn is met de wens de gebouwen op een terughoudende manier te plaatsen in hun omgeving. De uitvoering van agrarische hallen is eenvoudig. In het algemeen hebben ze een onderbouw met een plint van baksteen en daarboven gevels van geprofileerde stalen (sandwich) dakplaten, vezelgebonden golfplaten of (donker) schaduwdoek. Ook open gevels met windbreekgaas komen voor. De daken zijn gedekt met een staalplaat (vaak gecombineerd met stroken doorzichtige kunststof beplating). De kleuren zijn gedekt. Dichte beplating van de onderbouw varieert in het algemeen van lichtgrijs tot donkergroen. Eventuele kozijnen zijn vaak uitgevoerd in de kleur van de beplating of wit. De daken zijn overwegend donker of middengrijs. Door de (donker)grijze en groene kleuren vallen de gebouwen minder op in het landschap en trekken ze minder aandacht dan de woonbebouwing grenzend aan de weg. Waarde De waarde van agrarische bedrijfsgebouwen is vooral gelegen in hun functioneren. Ze vertegenwoordigen in het algemeen geen cultuurhistorische waarden, maar vervullen een rol in de uitoefening van het boerenbedrijf en de daarbij horende functies. De gemeente richt zich op het inpassen van deze objecten in het landschap. Een terughoudende vormgeving en kleurstelling zijn gewenst gezien de openheid van het landschap en de daaruit volgende grote zichtbaarheid van de gebouwen vanaf de linten en wegen. Gewone welstandsobjecten Agrarische bedrijfsgebouwen zijn gewone welstandsobjecten. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 80

81 Agrarische bedrijfsgebouwen Object 2 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging achter de eerste rij bebouwing, in het bebouwingspatroon met aandacht voor verkavelingsrichting en andere landschapskenmerken waaronder doorzichten een heldere, samenhangende ordening van de gebouwen op het erf achter het woongedeelte en de bijgebouwen, zodat er sprake is van een woonen een bedrijfszone los van andere in vorm afwijkende gebouwen de terreininrichting maakt onderdeel uit van het architectonische ontwerp De lengte van de agrarische hal staat loodrecht op de weg Massa bedrijfsgebouwen met een schuurvorm bestaan uit een onderbouw van één laag voorzien van een zadeldak van minstens 40 graden hebben de voorkeur (incidenteel een zadeldak met eindschild) de lengte is evenwijdig aan de verkavelingsrichting, waarbij de topgevel/dakvorm zichtbaar is vanaf de weg Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig en sluiten zoveel mogelijk aan op de bestaande bebouwing en de omgeving de naar de straat gerichte zijde is representatief gevelgeleding afstemmen op overige bebouwing en bij voorkeur horizontaal uitvoeren De hallen hebben een onderbouw van één laag met een zadeldak Materiaal en kleur materiaal is duurzaam en de voor- en zijgevels zijn bij voorkeur traditioneel, waarbij moet worden gedacht aan baksteen, hout en geprofileerde staalplaat, of open (met of zonder windbreekgaas) kleuren zijn donker, gedekt en traditioneel, passend bij het landschap en erf gevels donkergroen, rood (baksteen) of zwartgrijs (gepotdekselde delen) daken zijn donker of middengrijs (eventueel lichtgrijs) Ook gebogen dakvlakken tot op het maaiveld komen voor Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 81

82 Teeltondersteunende voorzieningen Object 3 Beschrijving Teeltondersteunende voorzieningen zijn voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden. Deze voorzieningen worden in Leerdam voornamelijk toegepast in de fruitsector, vanwege de kwetsbaarheid van het product voor (weers-)invloeden van buitenaf. Andere redenen voor toepassing zijn seizoensverlenging, opbrengstverhoging, milieu- en arbeidstechnische redenen. Er zijn twee concentratiegebieden voor de fruitteelt in Leerdam: het gebied rond Schoonrewoerd en het gebied bij Kedichem aan de Lingedijk en Hooglandse Tiendweg. Deze gebieden hebben een hoge landschappelijke waarde. Er zijn diverse soorten teeltondersteunende voorzieningen met ieder hun eigen verschijningsvorm en invloed op de omgeving. In hoogte is onderscheid te maken tussen lage (minder dan 1,50 m) en hoge (vanaf 1,50 m tot ongeveer 4,00 m) voorzieningen. De voorzieningen bestaan uit een houten of stalen constructie veelal in boogvorm met daarover gespannen (semi)transparante folie, gaasdoek of netten. Ook folie direct boven de volle grond komt voor. De openheid varieert van alleen een constructie tot geheel (met folie) gesloten tunnels. Kleuren zijn veelal gedekt, natuurlijk en donker, zoals zwartgroen en -grijs. Lichte tinten komen voor bij gaasdoek en folies. Deze hebben echter niet de voorkeur vanwege het contrast met de omgeving. Afscherming van de omgeving is wenselijk. Glastuinbouw is, mede als gevolg van provinciaal beleid, binnen de gemeente niet toegestaan. Teeltondersteunende voorzieningen met in de verschijning sterke overeenkomsten met glastuinbouw worden daarom slechts terughoudend toegepast. Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: tunnelkassen (HDF): een constructie van gegalvaniseerde of verzinkte stalen buizen in een boogvorm, hoogte 2,5 tot 4 meter, afgespannen met transparante of semi transparante folie. wandelkappen (HOF,HDF): goedkope en eenvoudige constructie als alternatief voor een tunnel welke met de teeltwisselingen op het bedrijf verplaatst kan worden, hoogte 2 tot 3 meter. aardbeienkappen (LOF, LDF): wandelkappen met een hoogte tussen de 0,75 en 1 meter en daarmee niet toegankelijk voor werkzaamheden. aardbeienstellingen (LO): constructie van houten of gegalvaniseerde of verzinkte stalen palen met daarop een teeltbak. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 82

83 Teeltondersteunende voorzieningen Object 3 regenkappen (LOF, HOF): constructie van houten of gegalvaniseerde of verzinkte stalen palen met daarop een boog met een kap van transparante folie waarvan de hoogte varieert van 2,5 tot 4,5 meter. hagelnetten (LOG, HOG): constructie van houten of gegalvaniseerde/ verzinkte stalen palen met een dwarsconstructie of span/trekdraden met hierover tentvormig fijnmazig gaasdoek, de hoogte varieert van 2,75 tot 3,5 meter. schaduwhallen (LOG, HOG, LDG, HDG): vierkante constructie van metalen buizen met daarover fijnmazig gaasdoek (in principe in zwartgroen of zwartgrijs, daar gaasdoek in deze gedekte tinten beter opgaat in de omgeving). vogelnetten (LON, HON, LDN en HDN): constructie van houten of aluminium palen met draden met daarover netten (gedekte tinten als zwartgroen of zwartgrijs gaan goed op in de omgeving en hebben de voorkeur). Vogelnetten kunnen ook over de bogen gespannen worden. luisvrije tunnels of hallen (LOG, HOG, LDG en HDG): constructie identiek aan de tunnel of schaduwhal met een zeer fijn gaasdoek. windbreekgaas, schermen (LOG, HOG): constructie van metalen buizen met daarover fijnmazig gaasdoek (gedekte tinten als zwartgroen of zwartgrijs gaan goed op in de omgeving en hebben de voorkeur). afdekfolie (LF): folie over de volle grond (bijvoorbeeld ten behoeve van de aspergeteelt) De voorziening is: H (hoog) of L (laag) O (open) of D (dicht) F (folie) of G (gaas) of N (net) Waarde De waarde van teeltondersteunende voorzieningen is vooral gelegen in hun functioneren. Ze vertegenwoordigen in het algemeen geen cultuurhistorische waarden, maar vervullen een rol in de uitoefening van het boerenbedrijf en de daarbij horende functies. De gemeente Leerdam heeft aangegeven ruimte te willen geven voor nieuwe agrarische ontwikkelingen zonder daarbij het landschap uit het oog te verliezen. Prioriteit ligt bij een verantwoorde inpassing van deze objecten in het landschap. Een terughoudende vormgeving en kleurstelling zijn gewenst gezien de openheid van het landschap en de daaruit volgende zichtbaarheid van de voorzieningen. Bijzondere welstandsobjecten Teeltondersteunende voorzieningen zijn bijzondere welstandsobjecten. De welstandscommissie zal bij de advisering in hoofdzaak aandacht schenken aan de inpassing in het open landschap en een terughoudende vormgeving. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 83

84 Teeltondersteunende voorzieningen Object 3 Welstandscriteria Bij de beoordeling van (bouw)plannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen teeltondersteunende voorzieningen zijn ondergeschikte elementen in het landschap en bij voorkeur alleen aanwezig tijdens het teeltseizoen Ligging een heldere, samenhangende ordening van de gebouwen op het erf is belangrijk de oriëntatie volgt de verkavelings- en landschapsrichting alleen in de daartoe aangewezen gebieden met een zo beperkt mogelijke impact op de omgeving - op bebouwde percelen waar de bebouwing is gerelateerd aan de weg of de dijk achter de achtergevellijn van de hoofdbebouwing - tot 1,50 m met een grote invloed op de omgeving (zoals voorzieningen met folie) zorgvuldig inpassen in het landschap zoals plaatsing direct achter een gesloten streekeigen beplantingshaag of achter een 10 m diepe gesloten en voldoende hoge beplantingszone aangeplant met (streekeigen) fruitbomen of streekeigen beplanting zoals wilgen - vanaf 1,50 m met een grote invloed op de omgeving (zoals voorzieningen met folie) zorgvuldig inpassen in het landschap zoals plaatsing achter een 20 meter diepe gesloten en voldoende hoge beplantingszone aangeplant met fruitbomen of streekeigen beplanting zoals wilgen en achter een gesloten en voldoende hoge streekeigen beplantingshaag - voor voorzieningen van gaas gelden geen nadere beplantingseisen Situatieschets langs dijk Situatieschets langs weg Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 84

85 Teeltondersteunende voorzieningen Object 3 de zijkanten van percelen bij gebruik van voorzieningen met een grote invloed op de omgeving (zoals folie en gaas) afschermen met een gesloten en voldoende hoge streekeigen beplantingshaag vogelnetten in een donkere en gedekte kleur (zwartgrijs of zwartgroen) kunnen vanwege de geringe invloed op de omgeving direct aan de openbare weg en het openbare gebied toegepast worden. Massa onnadrukkelijke massa's met een eenvoudige hoofdvorm in een geordende, seriematige en kleinschalige opzet maximaal 4,00 m hoog ten opzichte van het maaiveld Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en ingetogen de constructie is open en licht, in harmonie met het landelijke karakter (dus geen voorzieningen die aan glastuinbouw refereren zoals tunnelkassen of foliehallen) Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en afgestemd op de omgeving kunsstoffolie beperkt toepassen en aan het beeld onttrekken kleuren zijn in principe donker en gedekt (zoals zwartgroen en zwartgrijs) een bemonstering van materiaal en kleur maakt onderdeel uit van de aanvraag en dient ter goedkeuring te worden overlegd Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 85

86 Dakopbouwen Object 4 Beschrijving Een dakopbouw wordt op een gebouw geplaatst, waarbij een nieuwe ruimte ontstaat of een bestaande ruimte wordt vergroot. Het doel van een dakopbouw is de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakopbouwen zijn vrijwel altijd zichtbaar vanuit de openbare ruimte en voor het straatbeeld zeer bepalend. Het plaatsen van een dakopbouw gaat ten koste van de karakteristiek van het profiel van de woning: de nok- of gootlijn wordt (plaatselijk) verschoven. Om dit effect te beperken, is het van belang de dakopbouw zoveel als mogelijk op te nemen in de hoofdmassa. Dit kan bij eenvoudige dakvormen zoals een plat dak (gootverhoging) of een zadelkap (nokverhoging). Bij woningen met een kap is een enkelzijdige nokverhoging over de gehele breedte van de woning en geplaatst aan de achterzijde van de woning het uitgangspunt. Op platte daken zijn rechthoekige dakopbouwen met een platte beëindiging het uitgangspunt. De dakopbouw ligt bij voorkeur terug ten opzichte van de voorgevellijn. Op deze wijze blijft de invloed op het straatbeeld en de kapvorm beperkt. Een eventuele nieuwe nok loopt evenwijdig aan de straat of staat hier haaks op. Bij meerdere dakopbouwen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok (van dezelfde architectuur/bouwstijl) brengt rust en samenhang. Door nokverhogingen over de gehele woningbreedte te plaatsen, kunnen deze aan elkaar gekoppeld worden. Waarde De waarde van dakopbouwen is vooral gelegen in een verhoging van het woongenot. Dakopbouwen zijn echter zelden een verrijking van het straatbeeld. Wanneer het mogelijk is, zal de welstandscommissie dan ook adviseren de nokverhoging aan de achterzijde van de woning aan te brengen. Indien gewenst kan dit gecombineerd worden met een dakkapel aan de voorzijde van de woning. Tweezijdige dakopbouwen op kappen zijn niet toegestaan. Daarnaast zal de commissie adviseren om dakopbouwen op platte daken terug te leggen ten opzichte van de voorgevel. Gewone welstandsobjecten Dakopbouwen zijn gewone welstandsobjecten. De criteria van het betreffende gebied zijn aanvullend van toepassing. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 86

87 Dakopbouwen Object 4 Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Algemeen het hoofdgebouw heeft minstens twee bouwlagen en een plat dak of een symmetrisch zadeldak van maximaal één verdieping hoog andere uitbreidingsmogelijkheden als dakkapellen en aanbouwen kunnen niet (voldoende) voorzien in de gewenste ruimtebehoefte de dakopbouw is gelijk georiënteerd als en gelijkvormig aan eerder geplaatste dakopbouwen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits deze een positieve welstandsbeoordeling hebben gehad Aantal en plaatsing hoogstens één dakopbouw per woning op samenhangende rijwoningen aan de achterzijde van de woning op platte daken terugliggend vanaf de gevel onderkant kozijn direct aansluiten op het dakvlak Massa op een zadeldak: - alleen enkelzijde nokverhogingen toepassen - over de gehele breedte van de woning aanbrengen, waarbij het metselwerk in de zijmuur van een blok doorloopt in de zijwang van de nokverhoging - de stahoogte in de bestaande ruimte is tussen de 2,00 m en de 2,50 m - de goot van de nokverhoging gelijk aan de daknok of lager - kozijnhoogte maximaal 1,00 m - hellingshoek gelijk aan het bestaande dak op een plat dak: - platte dakopbouwen met de nieuwe gootlijn evenwijdig aan de voorgevel - totale hoogte is maximaal 3,00 m - balustrade van een eventueel dakterras 0,20 m terugleggen ten opzichte van de gevel Architectonische uitwerking op zadeldaken in stijl en afwerking gelijk aan het hoofdgebouw en op platte daken afstemmen op het hoofdgebouw beëindiging dakopbouw aan de kopgevels van een blok identiek uitvoeren elementen in de dakopbouw zoals kozijnen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen Materiaal en kleur op (afgeknotte) zadeldaken in materiaal en kleur gelijk aan het hoofdgebouw, op platte daken materiaal en kleur afstemmen op het hoofdgebouw beperk de toepassing van dichte panelen in het voorvlak Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 87

88 Reclame Object 5 Beschrijving en uitgangspunten Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden, lichtreclames, spandoeken en vlaggen bepalen in hoge mate de beleving van de openbare ruimte. Reclames in gebieden met commerciële functies kunnen op zijn plaats zijn en de visuele aantrekkingskracht van de omgeving verhogen, maar kunnen daar qua vormgeving, omvang en hoeveelheid ook afbreuk aan doen. In andere gebieden zijn (bepaalde) reclames ongewenst. Voor reclame is in veel gevallen een vergunning nodig. Een welstandsbeoordeling maakt deel uit van deze vergunningprocedure. Trendsetter Een reclame voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan een voor het betreffende bouwblok of in de betreffende straat eerder als zodanig door de welstandscommissie goedgekeurd trendsetter. Maatvoering en detaillering afstemmen op de gevel Gewone welstandsobjecten Reclames zijn gewone welstandsobjecten. De criteria van het betreffende gebied zijn aanvullend van toepassing. Reclame is ondergeschikt aan het hoofdgebouw Reclame als zelfstandig element vormgeven, afgestemd op het hoofdgebouw Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 88

89 Reclame aan de gevel Object 5 Welstandscriteria Reclame aan de gevel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan: Plaatsing en aantal loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel reclame alleen plaatsen op bouwlagen met winkel of bedrijfsbestemming met publieksfunctie en met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte reclame bij de hoofdtoegang van een gebouw plaatsen ondergeschikt aan het hoofdgebouw en meenemen in het ontwerp hoogstens één reclame per naar de straat gekeerde gevel (bij complexen één per winkel) en hoogstens twee reclames per gevel op een bedrijventerrein Algemene vormgeving en maatvoering aan voorgevel: - samenhang en ritmiek van de straatwand behouden - de reclame als zelfstandig element vormgeven - maatvoering en detaillering afstemmen op de gevel losse letters en aangelichte reclameteksten toepassen en dus geen lichtbakken en mechanisch bewegende delen Aanvulling algemene vormgeving en maatvoering binnenstad platte reclame: - horizontaal tot 60% van de gevelbreedte en maximaal 0,40 m hoog, aangebracht onder de ramen van de verdieping - verticaal tot 0,50 m breed en maximaal één verdieping hoog, aangebracht boven de pui van de begane grond en onder de dakrand haakse reclame hoogstens 0,70 m2 en onder de ramen van de verdieping bescheiden en ingetogen reclame passend in het gevelbeeld, ondergeschikt aan het straatbeeld en geïntegreerd in de architectuur van het pand bescheiden lichtreclame mogelijk (voorkom hinder voor woningen) Aanvulling vormgeving en maatvoering bedrijventerreinen lichtbakken of felle kleuren mogelijk in het binnengebied, niet aan de randen reclames op bedrijfsverzamelgebouwen clusteren bij de gebouwentree platte reclame tot 70% van de gevelbreedte en maximaal 0,75 m hoog haakse reclame hoogstens 1,00 bij 1,00 bij 0,25 m losse letters bovendaks mogelijk Aanvulling vormgeving en maatvoering overige gebieden aan woningen met praktijk aan huis in totaal ten hoogstens 0,20 m2 in terughoudende kleuren, bestaande uit naam- en beroepsaanduiding aan winkels en bedrijven in woongebieden: - hoogstens 1,00 m2 per 10 m gevel onder de verdiepingsramen - bij gevels vanaf 15 m en op hoeken zijn eventueel meerdere reclames mogelijk op sportterreinen reclame beperkt toepassen (hoogstens 1,00 m2 lichtreclame) in buitengebied hoogstens 3% van het geveloppervlakte met een maximum van 2,50 m2, bestaande uit naamsaanduiding bij bedrijven in het buitengebied maximaal 4,00 m2 reclame, waaronder maximaal 5% van het geveloppervlak, opgenomen in de architectonische opbouw van de gevel (afhankelijk van de situatie is bescheiden lichtreclame mogelijk) Reclame loodrecht op of evenwijdig en vlak aan de gevel plaatsen Reclame blijft onder de daklijn en binnen de hoofdlijnen van de architectuur Beperkte reclame aan winkels in woongebieden Overige de reclame voldoet aan eventuele aanvullende criteria in het gebiedsgerichte beoordelingskader alleen reclame voor diensten of producten die in het betreffende pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 89

90 Reclame Object 6 Beschrijving en uitgangspunten Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden, lichtreclames, spandoeken en vlaggen bepalen in hoge mate de beleving van de openbare ruimte. Reclames in gebieden met commerciële functies kunnen op zijn plaats zijn en de visuele aantrekkingskracht van de omgeving verhogen, maar kunnen daar qua vormgeving, omvang en hoeveelheid ook afbreuk aan doen. In andere gebieden zijn (bepaalde) reclames ongewenst. Voor reclame is in veel gevallen een vergunning nodig. Een welstandsbeoordeling maakt deel uit van deze vergunningprocedure. Trendsetter Een reclame voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan een voor het betreffende bouwblok of in de betreffende straat eerder als zodanig door de welstandscommissie goedgekeurd trendsetter. Gewone welstandsobjecten Reclames zijn gewone welstandsobjecten. De criteria van het betreffende gebied zijn aanvullend van toepassing. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 90

91 Reclame los van de gevel Object 6 Welstandscriteria Reclame los van de gevel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Plaatsing en aantal reclame los van de gevel is in beperkte mate toegestaan op bedrijventerreinen en in winkelgebieden bij de entree van het erf of op een parkeerterrein reclame plaatsen met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte per erf maximaal één reclame los van de gevel Losse reclame plaatsen bij de entree van het erf of op een parkeerplaats Algemene vormgeving en maatvoering reclame als zelfstandig element vormgeven en daarbij de maatvoering en detailleringen afstemmen op het hoofdgebouw reclame beperken tot het hoogst noodzakelijke zorgvuldig vormgeven met losse letters of borden (eventueel aangelicht) geen mechanisch bewegende delen, lichtkranten of lichtreclame met veranderlijk of knipperend licht Aanvulling vormgeving en maatvoering bedrijventerreinen gezamenlijke verwijzingsborden aan invalswegen en bij bedrijfsverzamelgebouwen maximaal 3,50 m hoog, reclamezuilen gelijk aan of lager dan het hoofdgebouw met een maximum van 6,00 m Alleen reclame voor diensten of producten die in het pand worden aangeboden Aanvulling vormgeving en maatvoering overige gebieden woongebied - in totaal hoogstens één reclame per woning - praktijk aan huis in totaal hoogstens 0,20 m2 en tot 1,20 m boven het maaiveld, bestaande uit naam- en beroepsaanduiding - bij een bedrijf tot 2,25 m boven het maaiveld, bestaande uit naam- en beroepsaanduiding of eventueel merkreclame voor het hoofdproduct - terughoudende kleuren, geïntegreerd in het tuinontwerp bij sportcomplexen zijn meerdere op het complex gerichte reclameborden tot 1,20 m boven het maaiveld mogelijk (achterzijde is donker) buitengebied - hoogstens twee reclames per bedrijf (dubbelzijdig telt als twee objecten) - hoogstens 1,00 m2, maximaal 2,00 m breed en tot 2,50 m boven het maaiveld - onverlicht en afgestemd op de omgeving Reclame als zelfstandig element vormgeven, afgestemd op het hoofdgebouw Overige de reclame voldoet aan eventuele aanvullende criteria voor reclame in het gebiedsgerichte beoordelingskader alleen reclame voor diensten of producten die in het betreffende pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht Reclamezuilen zijn gelijk aan of lager dan het hoofdgebouw Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 91

92 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 92

93 CRITERIA KLEINE PLANNEN Hoofdstuk 6 De gemeente streeft ernaar veel voorkomende kleine plannen snel te beoordelen om zo de burger tegemoet te komen. Het gaat daarbij om relatief eenvoudige en meetbare criteria, die de planindiener vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid te geven. Deze criteria zijn opgesteld voor: Aanbouwen Bijgebouwen Gevelwijzigingen Dakkapellen Erfafscheidingen Dakramen, panelen en collectoren Installaties Rolluiken Vergunning De bovengenoemde bouwwerken zijn deels vergunningvrij binnen bepaalde randvoorwaarden. Dat betekent dat een deel van deze plannen niet vooraf wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. Indien een bouwwerk niet vergunningvrij is, moet een vergunning worden aangevraagd en wordt het bouwplan getoetst aan de criteria voor kleine plannen. Voldoet het plan aan deze criteria dan kan een positief welstandsadvies volgen. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria (bijvoorbeeld bij monumenten), dan wordt het bouwplan beoordeeld met gebruikmaking van de gebiedsgerichte, objectgerichte en zo nodig algemene welstandscriteria. Voor- en achterkant Er is onderscheid in de voor- en de achterkant van bouwwerken. Onder voorkant wordt ten eerste verstaan het voorerf, de voorgevel en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Onder achterkant wordt ten eerste verstaan het achtererf, de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen. Erf bebouwing achterkant voorkant Openbaar toegankelijk gebied weg stoep en achterpad groen water Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 93

94 Aanbouwen Klein plan 1 Beschrijving en uitgangspunten Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gebouw zoals een erker, serre of garage. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen. Aanbouwen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. De voorkeur gaat daarom uit naar een aanbouw aan een achterkant. Om het straatbeeld te respecteren en intact te houden dient er aan de voorkant in de regel ruimte blijven tussen gevel en straat. De gemeente streeft in samenhangende gebieden naar een herhaling van gelijkvormige exemplaren, die passen bij het karakter van de straat en de contour van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar houden. Daarnaast is het gewenst, dat de aanbouw qua uitstraling en volume ondergeschikt is aan het oorspronkelijke gebouw. Bij geschakelde woningen moeten de buren een goede aansluiting kunnen maken, bijvoorbeeld op een gemetselde muurdam of een vergelijkbare oplossing. Beoordeling Een aanbouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 94

95 Aanbouwen Klein plan 1 Criteria Aanbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: algemeen de aanbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw direct tegen de hoofdmassa plaatsen (bij plaatsing tegen bestaande aanbouwen uitvoeren als vergroting daarvan in identieke vormgeving) de aanbouw voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object plaatsing en aantal ten minste 1,00 m achter de voorgevelrooilijn plaatsen met uitzondering van erkers aan de voorgevel hoogstens één aanbouw aan de betreffende gevel hoekaanbouwen mogelijk aan achterkanten Goed geplaatste aanbouw in passende vormgeving, materialen en kleuren maatvoering hoogte tot maximaal 0,30 m boven de vloer van de eerste verdieping (minstens 1,00 m onder de gootlijn) met een maximum van 3,50 m diepte aan voorgevels hoogstens 1,00 m breedte aan voorgevels hoogstens 50% van de oorspronkelijke gevel oppervlak in totaal hoogstens 50% van het oorspronkelijke zij- of achtererf vormgeving vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond gevelgeleding van gevels die zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied afstemmen op de gevels van het hoofdgebouw plat afdekken of aan achterkanten met een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting bescheiden detaillering zonder nadrukkelijke ornamenten materiaal en kleur materialen en kleuren van de gevels, kozijnen en profielen is bij voorkeur gelijk aan de gevels, kozijnen en profielen van het hoofdgebouw bij tussenwoningen een eenvormige overgang toepassen door bijvoorbeeld een gemetselde muur op de erfgrens (muurdam) of een scheidende penant Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 95

96 Bijgebouwen Klein plan 2 Beschrijving en uitgangspunten Een bijgebouw is een grondgebonden bouwwerk van in beginsel één bouwlaag los van het hoofdgebouw, zoals een garage, schuur of overkapping. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Bijgebouwen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. De voorkeur gaat daarom uit naar plaatsing aan een achterkant met een volume ondergeschikt aan het oorspronkelijke hoofdgebouw. De vormgeving is daarbij af te stemmen op het karakter van het hoofdgebouw of de inrichting van het erf. Beoordeling Een bijgebouw voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 96

97 Bijgebouwen Klein plan 2 Criteria Een bijgebouw wordt beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: algemeen het bijgebouw is ondergeschikt aan het hoofdgebouw het bijgebouw voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object plaatsing en aantal ten minste 1,00 m achter de voorgevellijn plaatsen afstand tot de erfgrens minimaal 0,50 m met uitzondering van bijgebouwen geïntegreerd in de erfafscheiding bijgebouwen op ten minste 2,00 m plaatsen van gevels hoofdgebouw en eventuele aanbouwen Goed geplaatst bijgebouw in passende vormgeving, materialen en kleuren maatvoering goothoogte maximaal 3,00 m, nokhoogte aan achterkanten maximaal 5,00 m oppervlakte: - aan voorkanten hoogstens 10 m2 - aan achterkanten hoogstens 30 m2 - hoogstens 50% van het oorspronkelijke zij- of achtererf vormgeving vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond aan de voorkant plat afdekken, aan achterkanten is ook een kap met vergelijkbare uitvoering als het dak van het hoofdgebouw mogelijk gevelgeleding in zoverre zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied afstemmen op de gevels van het hoofdgebouw bescheiden detailleren zonder nadrukkelijke ornamenten materiaal en kleur materialen en kleuren afstemmen op hoofdgebouw, erf- of tuinkarakter (bij voorkeur metselwerk en hout) bij integratie in erfafscheiding materialen en kleuren gelijk aan deze erfafscheiding Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 97

98 Gevelwijzingen Klein plan 3 Beschrijving en uitgangspunten Van een gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. De opbouw en indeling van de gevel is een belangrijk onderdeel van de architectonische vormgeving van het gebouw en het aanzicht van de straat. Het is de wens de samenhang en ritmiek in straatwanden mag niet worden verstoord door incidentele gevelwijzigingen. Een gevelwijziging aan een voorkant vraagt om een zorgvuldige vormgeving, die past bij het karakter van het hoofdgebouw en in de omgeving. Een naoorlogse rijwoning heeft bijvoorbeeld een andere vormgeving dan een villa uit de 19e eeuw. Het uitgangspunt is dat de oorspronkelijke of originele vormgeving in elk geval niet strijdig is met redelijke eisen van welstand. Belangrijke kenmerken daarbij zijn de maatvoering van de negge en profilering van het kozijn en het raamhout. Bestaande indeling gerespecteerd bij wijziging Beoordeling Een gevelwijziging voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 98

99 Gevelwijzingen Klein plan 3 Criteria Een gevelwijziging wordt beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: algemeen de gevelwijziging voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object vormgeving samenhang en ritmiek van straatwanden behouden de gevelwijziging maakt geen inbreuk op de architectuur en het tijdsbeeld van de oorspronkelijke gevel, waarbij nieuwe gevelopeningen zijn gelijnd aan bestaande openingen de oorspronkelijke kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt (stalen kozijnen vervangen door aluminium, houten kozijnen bij voorkeur door hout) gevelopeningen transparant invullen (niet blinderen met panelen of verf) Oorspronkelijke kozijnen uit de bouwperiode van voor 1900 materiaal en kleur kleuren afstemmen op die van het hoofdgebouw Acceptabele vervanging van kozijnen uit de bouwperiode van voor 1900 Oorspronkelijke kozijnen uit de bouwperiode vanaf 1920 Acceptabele vervanging van kozijnen uit de bouwperiode van voor 1920 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 99

100 Dakkapellen Klein plan 4 Beschrijving en uitgangspunten Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Een dakkapel mag dus niet ten koste gaan van de kapvorm of het silhouet domineren. Het is gewenst de noklijn van het dak zichtbaar te houden. Bovendien moet de ruimte tussen dakkapel en goot voldoende groot zijn. Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok van dezelfde architectuur of bouwstijl is wenselijk om rust en samenhang te brengen. Een bijzonder type is de dakkapel over de nok. Deze dakkapel doorbreekt de noklijn en is daarmee in mindere mate een ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak. Op bouwblokken met kappen van ongeveer 30 graden op een verdieping zonder knieschot, is dit type standaard toegepast. Plaatsing lager op het dakvlak levert in deze gevallen een te lage ruimte op. Beoordeling Een dakkapel voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 100

101 Dakkapellen Klein plan 4 Criteria Een dakkapel wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: algemeen de dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak (dus bijvoorbeeld niet toepassen op een wolfseind) de dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits deze een positieve welstandsbeoordeling hebben gehad de dakkapel voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object Dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak aantal en plaatsing meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op horizontale lijn, dus niet boven elkaar per woning hoogstens één dakkapel op het voordakvlak en twee op het achterdakvlak bij individuele woningen in het dakvlak centreren of gevelgeleding aanhouden minstens 0,50 m dakvlak boven en aan weerszijden van de dakkapel tussen 0,50 en 1,00 m dakvlak onder de dakkapel afstand tot de voorgevel minstens 1,00 m een dakkapel in een mansardekap in het onderste dakvlak plaatsen en aansluiten op de knik Bij schilddaken de kleinste afstand hanteren voor de plaatsing in het dakvlak maatvoering aan de voorkant breedte in totaal hoogstens 50% van het dakvlak met een maximum van 2,70 m hoogte plat afgedekte dakkapel in totaal hoogstens 50% van het dakvlak met een maximum van 1,50 m aan voorkanten en 1,75 m aan achterkanten goothoogte van de aangekapte dakkapel maximaal 1,00 m en totale hoogte maximaal 50% van het verticaal geprojecteerde dakvlak Dakkapel in mansardekap in onderste dakvlak plaatsen en aansluiten op knik vormgeving plat afdekken of aan de achterkant bij een minimale dakhelling van 45 graden aankappen met een minimale dakhelling van 25 graden gevelgeleding en profielering afstemmen op gevelgeleding van hoofdgebouw bescheiden detailleren zonder nadrukkelijke ornamenten materiaal en kleur materialen en kleuren afstemmen op het hoofdgebouw dichte panelen in het voorvlak slechts beperkt toepassen, eventueel alleen in ondergeschikte mate tussen de glasvlakken zijwangen donker of in de kleur van het dakvlak eventuele kappen gelijk uitvoeren als kap hoofdgebouw Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 101

102 Erfafscheidingen Klein plan 5 Beschrijving en uitgangspunten Een erfafscheiding is bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Erfafscheidingen moeten passen bij het karakter van de omgeving. Het buitengebied vraagt bijvoorbeeld om andere erfafscheidingen dan de woongebieden. Erfafscheidingen moeten op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst en moeten worden gemaakt van duurzame materialen. Een lange, gesloten, slecht onderhouden schutting wekt bij velen het gevoel op van verloedering en sociale onveiligheid. Begroeide hekwerken en beplantingen hebben een meer open en vriendelijke uitstraling. Erfafscheidingen bijvoorbeeld van hout, gecombineerd met metselwerk Beoordeling Een erfafscheiding voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 102

103 Erfafscheidingen Klein plan 5 Criteria Erfafscheidingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: algemeen een erfafscheiding voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object maatvoering hoogte maximaal 1,00 m bij plaatsing voor de voorgevellijn hoogte maximaal 2,00 m bij plaatsing achter de voorgevellijn Een erfafscheiding in de voorm van een heg is vergunningvrij vormgeving één vormgevingsprincipe per afscheiding toepassen, afgestemd op directe omgeving geleding houten erfafscheiding afstemmen op erfafscheidingen in omgeving materiaal en kleur terughoudende materialen en kleuren, afgestemd op naastgelegen percelen materialen als metselwerk, hout of draadstaal gebruiken aansluitend op erfafscheiding naastgelegen percelen (open gaas- of hekwerk gebruiken als drager voor beplanting) Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 103

104 Dakraam, paneel of collector Klein plan 6 Beschrijving en uitgangspunten Dakramen zijn toevoegingen aan een dakvlak, die in het straatbeeld niet snel zullen storen en die mede daarom in veel gevallen vergunningvrij zijn. Ze kunnen met gemak zo worden aangebracht, dat de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Het plaatsen ervan mag niet ten koste gaan van de eenheid van het dakvlak. Zonnepanelen en zonnecollectoren zijn veelal nadrukkelijker aanwezig in het straatbeeld en vanuit welstandsoverwegingen minder wenselijk. Zowel het Rijk als de gemeente willen om andere redenen dan welstand meewerken aan aanvragen voor zonnepanelen en -collectoren. De plaatsing van deze objecten is daarom in veel gevallen vergunningvrij. Bij meerdere dakramen, zonnepanelen of zonnecollectoren op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Daarbij moet de ruimte ten opzichte van de goot of nok voldoende zijn. Ook de onderlinge afstand moet voldoende zijn om het dakvlak als eenheid te respecteren. Op schuine daken is de hellingshoek gelijk aan die van het dakvlak Beoordeling Een dakraam, paneel of collector voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 104

105 Dakraam, paneel of collector Klein plan 6 Criteria Dakramen, panelen en collectoren worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: algemeen een dakraam, paneel of collector voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object plaatsing minstens 0,50 m dakvlak aanhouden boven, onder en aan weerszijden van het raam, paneel of de collector meerdere exemplaren in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op een horizontale lijn (niet boven elkaar) bij individuele woningen in het dakvlak centreren of geleding voorgevel aanhouden alleen op daken (niet aan gevels, balkons of wanden) op hellende daken vlak aanbrengen, direct op of in het dakvlak, binnen het vlak van het dak en met de hellingshoek gelijk aan het dakvlak op platte daken afstand tot de dakrand ten minste gelijk aan de hoogte van het paneel of de collector Meerdere dakramen regelmatig rangschikken op horizontale lijn vormgeving eenvoudig vormgeven en bescheiden detailleren materiaal en kleur eenvoudige en onopvallende kleuren gebruiken afgestemd op het dakvlak Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 105

106 Installaties Klein plan 7 Beschrijving Installaties voor bijvoorbeeld airconditioning, kleine windmolens en antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of op of aan een bouwwerk worden aangebracht. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. De waarde van installaties is vooral gelegen in de functie. Installaties zijn echter zelden een verrijking van het straatbeeld. Wanneer het mogelijk is, zal de welstandscommissie dan ook adviseren de installatie aan een achterkant aan te brengen. De criteria zijn vooral richtinggevend, omdat de vergunningvrije mogelijkgheden zeer ruim zijn. Beoordeling Een installatie voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 106

107 Installaties Klein plan 7 Criteria Installaties worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: plaatsing en aantal installaties bij voorkeur aan een achtergevel bevestigen, in ieder geval achter de voorgevellijn plaatsen bij gestapelde woningbouw: - op het platte dak plaatsen - op of aan het balkon plaatsen binnen het verticale en horizontale vlak van het balkon en niet aan de gevel of kozijn maximaal één installatie aan, op of bij een pand Plaatsing van installaties aan de achterkant van woningen heeft de voorkeur maatvoering hoogte antennes maximaal 5,00 m vanaf maaiveld of bij plaatsing aan de gevel vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak hoogte schotels maximaal 3,00 m gemeten vanaf de voet van de antenne doorsnede schotel maximaal 2,00 m vormgeving installaties en bijbehorende voorzieningen (waaronder mast, bedrading, tuidraden) als één geheel vormgeven beperken van aantal tuidraden en bij bevestiging aan gevel geen tuidraden (stabiliteit halen uit de bevestiging aan de gevel) materiaal en kleur materiaal en kleur onopvallend en aanvaardbaar in relatie tot de omgeving, dus geen felle, contrasterende kleuren maar antraciet of een ander grijs Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 107

108 Rolluiken Klein plan 8 Beschrijving en uitgangspunten Rolluiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen. Deze voorzieningen kunnen de omgeving een rommelig aanzien geven. Daarom stimuleert de gemeente in de eerste plaats het toepassen van alternatieve oplossingen zoals geweldbestendig glas of elektronische beveiligingssystemen. Voor woningen is het toepassen van rolluiken vergunningsvrij gesteld. Voor gebouwen anders dan woningen en woongebouwen echter niet. Juist in winkelgebieden zijn de problemen met deze anti-inbraak en anti-vandalisme voorzieningen het grootst. De gemeente streeft er daarom naar dat rolhekken, luiken en rolluiken de uitstraling van een pand niet negatief beïnvloeden. Beoordeling Een rolluik voldoet aan redelijke eisen van welstand als als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds-, object- en eventuele andere criteria. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 108

109 Rolluiken Klein plan 8 Criteria Rolluiken worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: algemeen een rolluik voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object plaatsing aan de binnenzijde van de pui mits voor minstens 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen aan de buitenzijde van de pui mits: - plaatsing aan de binnenzijde niet mogelijk is - voor minstens 90% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen - rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel worden ingepast Aan de binnenzijde van de pui voor minstens 70% bestaand uit openingen kleur ingetogen kleuren of kleuren die harmoniëren met gevel of interieur Aan de buitenzijde van de pui voor minstens 90% bestaand uit openingen Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 109

110 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 110

111 CRITERIA CULTUREEL ERFGOED Hoofdstuk 7 Aanvullend op de gebiedsgerichte criteria wil de gemeente eisen stellen aan plannen binnen in beschermde gezichten en binnen de invloedssfeer van monumenten en beeldbepalende panden om recht te doen aan de bijzondere waarde van deze structuren en objecten. In bijlage 5 is een lijst met monumenten opgenomen, in bijlage 6 een lijst met beeldbepalende panden. Waarde en beleid Van belang voor cultureel erfgoed is allereerst de waarde van het object op zich. Elk pand of bouwwerk heeft een eigen architectuur en daarmee wat betreft de vormgeving een eigen logica. Daarnaast is er veelal sprake van ensemblewaarde, die voor (voormalige) boerderijen een andere logica heeft dan bijvoorbeeld voor een kerk met pastorie. Op de gebieds- en objectgerichte criteria stelt de gemeente daarom aanvullende eisen aan plannen voor bouwplannen in een beschermd gezicht en binnen de invloedssfeer van monumenten en beeldbepalende panden. Dit is om recht te doen aan de bijzondere waarde van objecten en gebieden. De gemeente wenst de ontwikkeling in beginsel te beperken tot het versterken of herstellen van historisch wenselijke eigenschappen danwel het faciliteren van nieuw gebruik met als doel het behoud van de panden. Aanpassingen betreffen in de regel kleine wijzigingen, die het aanzien van de gebouwen niet schaden zoals bescheiden dakkapellen aan de achterzijde of bijgebouwen uit het zicht vanuit de openbare ruimte. Meer ingrijpende wijzigingen zijn uitzonderingen, die in de regel zorgvuldig en terughoudend in het bestaande beeld moeten worden ingepast. De gemeente zet in op behoud danwel versterking van het cultuurhistorisch karakter van gebieden en gebouwen. Bij de beoordeling van kleinere wijzigingen zal de commissie onder meer de inpassing daarvan in de ordening op het erf en het karakter van het pand bezien waarbij onder meer aandacht zal worden geschonken aan de architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Bij de beoordeling van eventuele grotere wijzigingen zal de commissie met name aandacht schenken aan een grote mate van terughoudendheid met een nadruk op de plaatsing ten opzichte van enerzijds de openbare ruime met inbegrip van het landschap en anderzijds het object of ensemble op zich, een terughoudende vormgeving met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit. Omdat erfgoed vraagt om een specifieke benadering zal bij de beoordeling eveneens kunnen worden teruggegrepen op het vakmanschap van de ontwerper zoals bedoeld en beschreven in de algemene criteria. Aangezien monumenten en beeldbepalende panden vaak een relatie hebben met hun omgeving, zijn er in dit verband ook criteria opgenomen voor bouwen binnen de invloedssfeer van deze objecten. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 111

112 Uitgangspunten Bij aanpassingen aan monumenten en beeldbepalende panden gelden de volgende algemene uitgangspunten: bij verbouw en herbouw de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen handhaven wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld en in het aanzien van het object wijzigingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op de (cultuurhistorische delen van) de omgeving en het hoofdgebouw, waarbij voor kleinere wijzigingen een historiserende vormgeving in de regel de juiste keuze is en voor meer ingrijpende wijzigingen in de regel een terughoudende eigentijdse vormgeving passend zal zijn bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar het zicht op het monumenten of karakteristiek panden vrij laten Binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed geldt daarnaast, dat een bouwplan geen afbreuk mag doen aan de historische waarden. Dit wordt gewogen aan de hand van de volgende criteria: het bouwplan dient zich te voegen in zijn omgeving en de historische context zoveel mogelijk te respecteren het cultureel erfgoed niet visueel of fysiek afsluiten van zijn omgeving het bouwplan mag geen afbreuk doen aan de omgeving door onzorgvuldige detaillering, armoedig materiaalgebruik of contrasterende kleuren het bouwplan mag niet in strijd zijn met de in de redengevende beschrijving van een monument genoemde visuele waarden Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt, in samenhang met de beschrijving en uitganspunten aangevuld met het karakter van het gebouw, in relatie tot de gebieds- en objectcriteria getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging per erf of kavel is er in beginsel één hoofdmassa, die herkenbaar is als zelfstandige eenheid (met uitzondering van samenhangende straatwanden) eventuele nieuwe aanbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt rooilijnen zijn afhankelijk van de landschappelijke of stedenbouwkundige inpassing doorzichten op landschap behouden en waar mogelijk versterken Bouwmassa gebouwen zijn individueel en afwisselend of deel van een ensemble bij aanpassing de contouren en het silhouet van het oorspronkelijke gebouw zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk herstellen gebouwen hebben in de regel een enkelvoudige hoofdvorm met een steile kap Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig afgestemd op het oorspronkelijk karakter met representatieve voorzijde ornamenten als gootklossen en gevelstenen alleen aanbrengen als dit past binnen de historische context bijgebouwen en toevoegingen zoals aanbouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 112

113 wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op de hoofdmassa (hedendaagse interpretatie van historische kenmerken is mogelijk en bij grotere aanpassingen in beginsel kiezen voor een meer eigentijdse terughoudende architectuur) kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke vormgeven als zelfstandige elementen, zorgvuldig detailleren met aandacht voor profiel en gevelreliëf (verhouding negge, kozijnhout, onderdorpels en dergelijke) gevels hebben een verticale geleding met in het woongedeelte van het hoofdgebouw staande en hoge ramen met een onderverdeling Materiaal en kleur aanpassingen in beginsel uitvoeren in oorspronkelijke materialen en kleuren of afstemmen op de aard en het historisch karakter van gebouw of ensemble gevels zijn in beginsel van baksteen in aardtinten (soms voorzien van stuc) danwel van hout, het voegwerk komt overeen met oorspronkelijk voegwerk hellende daken dekken met keramische, holle pannen of natuurlijk riet kleuren zijn terughoudend, traditioneel en afgestemd op de van oorsprong toegepaste kleuren Aanvullende criteria Voor monumenten gelden de volgende aanvullende criteria: Aanbouwen aanbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw plaatsen grotere aanbouwen uitvoeren met kap, kleinere in beginsel plat afdekken Bijgebouwen bijgebouwen in de eerste lijn hebben hoofdzakelijk gevels van baksteen (of vergelijkbaar steenachtig materiaal), grotere bijgebouwen hebben een kap bijgebouwen in de tweede lijn hebben gevels van hout in een donkere en gedekte kleur of zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal Gevelwijzigingen alleen toepassen als herstel van historisch wenselijke eigenschappen kozijnen zijn van hout en liggen bij voorkeur verdiept in het gevelvlak Dakkapellen de zijwangen van dakkapellen uitvoeren in zink of houten delen dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur dakkapellen blijven minimaal 0,50 m onder de nok Erfafscheidingen erfafscheidingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en geen onderdeel vormen van een gesloten straatwand zijn in beginsel deels gemetseld en deels transparant, met zowel een horizontale als een verticale geleding in hout of ijzerwerk schilderen in een donkere tint eventueel met witte accenten Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 113

114 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 114

115 WELSTANDSCRITERIA PROJECTEN Hoofdstuk 8 De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitplan aan ten grondslag ligt. Procedure Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten vormt een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld door de stedenbouwkundige of de supervisor, in overleg met de welstandscommissie. De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota. Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 115

116 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 116

117 WELSTANDSCRITERIA EXCESSEN Hoofdstuk 9 Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van wat in de omgeving gebruikelijk is en daarmee onevenredig afbreuk doet aan de omgevingskwaliteit. Dit kan voorkomen als een bouwwerk in afwijking van de vergunning wordt gebouwd. Ook vergunningvrij bouwen kan leiden tot een exces. Ook bouwwerken waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd moeten immers aan minimale welstandseisen voldoen. Volgens de wet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een gesloten bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan één van de hoofdwegen. Volgens de wet moeten de criteria hiervoor in de welstandsnota zijn opgenomen. De hieronder opgenomen criteria bij excessen zijn niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. Criteria bij excessen De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan een de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk armoedig materiaalgebruik toepassing van felle of contrasterende kleuren te opdringerige reclames, of een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria) Vergunningvrije bouwwerken die voldoen aan de welstandscriteria voor kleine bouwplannen zijn in elk geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand. In het kader van de aanpak van bijvoorbeeld vervallen panden gaat het niet om een actief handelen, maar om een nalaten. Het pand wordt niet onderhouden/ verwaarloosd. Ook hierdoor kan afbreuk worden gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Er is sprake van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand bij bestaande bouwwerken, wanneer er sprake is van: gedeeltelijke afbraak, instorting of verwaarlozing van een gebouw of bouwwerk een bouwwerk dat aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk in ernstige mate is beschadigd (bijvoorbeeld kapotte ruiten, ontbrekende dakpannen, scheurvorming in muren, rotte kozijnen en dakgoten en ontbrekende dakgoten) de detaillering van gevels in ernstige mate wordt verstoord door (onderdelen van) installaties of andere toevoegingen verflagen die zijn afgebladderd Vernieuwd werk moet zijn afgestemd op het origineel. Dakpannen, voegwerk en kleuren van schilderwerk mogen niet sterk afwijkend zijn van die in de rest van de omgeving Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 117

118 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 118

119 BEGRIPPENLIJST Bijlage 1 Aanbouwen grondgebonden ondergeschikte toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een hoofdgebouw Aangekapt met kap bevestigd aan dakvlak Achterkant het achtererf, de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw en het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen Authentiek overeenstemmend met het oorspronkelijke, origineel, eigen kenmerken dragend, oorspronkelijk Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter Beschermd dorps- of stadsgezicht gebied dat vanwege de ruimtelijke of cultuurhistorische waarde is aangewezen tot beschermd gebied krachtens de Monumentenwet Beschot afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen Bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld plan waarin gebruik van grond en bebouwingsvoorschriften zijn vastgelegd Bijgebouw ondergeschikt gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort en los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage Blinde muur of gevel gevel of muur zonder raam, deur of andere opening Borstwering lage dichte muur tot borsthoogte Boeibord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kop-halsromp en andere typen Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt Bouwlaag verdieping van een gebouw, door vloeren of balklagen begrenst Bovenbouw het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 119

120 Bijlage 1 Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd Buurtschap verzameling woningen of boerderijen buiten de bebouwde kom Carport afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert Dakraam raam in een hellend dak Deelplan een stedenbouwkundig plan, waarin een stuk van een wijk of stad gedetailleerd is uitgewerkt Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam Detaillering uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen of aansluitingen Drager en invulling de drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden) Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden Erf het perceel exclusief hoofdgebouwen, waarbij voor kleine bouwwerken onderscheid te maken is tussen erven aan een voorkant en aan een achterkant Erker ondergeschikte toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in hout en glas Flat groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen Galerij gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 120

121 Bijlage 1 Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel) Gootklos in de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot Groengebied gebied met veel beplanting zoals parken, plantsoenen, sportterreinen en natuurgebieden Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw Industriebebouwing gebouwen met een industriële bestemming Industriegebied gebied bestemd voor de vestiging van industrie Kavel grondstuk, kadastrale eenheid Kern centrum van een dorp of stad Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw Laag zie bouwlaag Laagbouw gebouwen van één of twee lagen Lak afwerklaag van schilderwerk Landelijk gebied zie buitengebied Latei draagbalk boven gevelopening Lessenaardak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 121

122 Bijlage 1 Lineair rechtlijnig, langgerekt Lint langgerekte weg met daarlangs overwegend vrijstaande bebouwing in een gegroeide structuur met variërende dichtheden. Linten komen voor in de polders, langs dijken en in de dorpen (oude invalswegen). Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur Maaiveld bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat Massa volume van een gebouw of bouwdeel Metselverband het zichtbare patroon van metselwerk Middelhoogbouw gebouwen van drie of vier lagen Middenstijl verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn Monument aangewezen onroerend goed als bedoeld de Monumentenwet, of aangewezen onroerend goed als bedoeld in de gemeentelijke Monumentenverordening Negge het vlak of de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn Nok horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak Onderbouw het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak Ondergeschikt voert niet de boventoon Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw Oriëntatie de richting van een gebouw Oorspronkelijk origineel, aanvankelijke vorm, authentiek Orthogonaal rechthoekig Overstek bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 122

123 Bijlage 1 Peil a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel) Planmatige bebouwing groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw Portiek gemeenschappelijk trappenhuis Pyramidedak dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een punt ontmoeten Renovatie vernieuwing van een gebouw Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen Ritmiek regelmatige herhaling Rollaag horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand Rooilijn lijn die de grens aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden Sanering herinrichting door middel van sloop en vervangende nieuwbouw Schilddak dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken Schuur bijgebouw ten behoeve van opslag Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving Stads- en dorpsvernieuwing maatregelen voor de verbetering of vervanging van bebouwing en de openbare ruimte daaromheen Stijl architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of een bepaalde stroming Textuur de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk) Uitbouw aan het gebouw vastzittend ondergeschikt bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 123

124 Bijlage 1 Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk Voorkant het voorerf, de voorgevel en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied Windveer plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen Wolfseind meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen Zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 124

125 ALGEMENE CRITERIA Bijlage 2 De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Deze criteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling. Toepassing In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan (slaafs) is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van redelijke eisen van welstand ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context. Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie dan verliest zij daarmee aan begrijpelijkheid en integriteit. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 125

126 Bijlage 2 Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 126

127 Bijlage 2 Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te begrijpen als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie. Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 127

128 Bijlage 2 Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat. Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 128

129 STRAATNAMENREGISTER Bijlage 3 Als er naar aanleiding van de indeling twijfel bestaat in welk gebied een gebouw thuishoort, zal de welstandscommissie op basis van de beschrijvingen en afbeeldingen aangeven welke criteria van toepassing worden geacht. Gebruikte afkortingen: NZ: noordzijde OZ: oostzijde WZ: westzijde ZZ: zuidzijde NOZ: noordoostzijde NWZ: noordwestzijde ZOZ: zuidoostzijde ZWZ: zuidwestzijde A A. van Damstraat L7a Achter de Kerk L1 Achterdijk K2 Akkerwindelaan L11 Ambachtstraat L17 Ambtsplein L5 Anjerstraat L6 Anthoniuswerf S2 Archangel L13 Asterstraat L6 Azaleastraat L6 B Banier L9 Baronie vrij Bastion L9 Bergstraat L1 Berkstraat L7 Berlagestraat L9 Beukstraat L7 Blokhuisstraat L5 Boëtiusstraat L6 Boeylaan L12 Bogerd L11 Bohemen L13 Brinkstraat S2 Broekgraaf L7 Bruine Kade G3 Bruininxdeelse Kade G3 Brunellaan L11 Buizerdstraat L12 Burgemeester B. Tukkerstraat L9 Burgemeester Meesplein L7 Burgemeester Meesstraat L13 Burgemeester Schefferhof K2 Burgemeester Tukkerhof L9 C C. Schalijstraat L13 Cochiuslaan L9 Constructiestraat L17 Copierlaan L9 Cornelis Verheuvelstraat K2 D D. van Rijstraat L7a Dahliastraat L6 De Bazelstraat L9 De Bongerd S2 De Geer K2 De Lormstraat L9 De Ruijterstraat L6 De Stigterstraat L7 De Waterloop L13 Diefdijk G2 Dillenburg vrij Dimmerlaan L12 Dirk Karsstraat L12 Dobbenstraat L12 Dokter Reilinghplein L5 Donjon L9 Donk L11 Donkere Kade G3 Dorpsstraat - ZZ Steenovenweg S1 - overig G3 Dr. C. Voogdplein L2 Drossaardslaan L11 Duetzstraat L7 E Eiberhof Eikstraat Eiland Eksterlaan Energieweg Esdoornstraat Europaplein S2 L7 L11 L12 L17 L7 L7 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 129

130 Bijlage 3 F Filips Willemstraat Floris Radewijnszstraat Fokkerstraat Folpert van ter Leedestraat Fonteinstraat Frans L. Blomlaan Frederik Hendrikstraat Frisopad L15 L7 L17 L7 L1 L11 L13 L15 G Generaal Pironstraat L2 Gerbrandylaan L9 Giddinghof L9 Gildenstraat L17 Glasblazerstraat L9 Glashof L6 Goslar L13 Graaf Adolfstraat - WZ L13 - overig vrij Graafschap vrij Griend L11 Groen van Prinstererstraat L7 Groenzoom L9 Groote Steiger L1 H Hagahof Handelstraat Hazeleger Hellingbaan Hendrik v Nassaustraat Hernösand Het Hazenblok Hoffmanstraat Hoogeind Hoogenhoek Hooglandse Tiendweg Hoogstraat Hooikamp Horndijk Horndijkstraat Huibertweg Huisgracht Hutterspad Hyacinthstraat L12 L17 L11 L7 L13 L13 S2 L12 G3 L1 K2 L1 L11 G2 L13 G3 L1 L18 L6 I I. de Stigterstraat L7a Iepstraat L7 IJsvogellaan L12 Industrieweg L17 J J.A. Burgersstraat L13 J.C. Rijsdijkstraat L13 J.T. Visserstraat L5 Jacoba v Beijerenstraat L7 Jan van Arkelstraat L13 Jasmijnstraat L6 Jeekelstraat L7 Johan van Oldenbarneveltstraat L7 Joost de Jongestraat L7 Juliana v Stolbergstraat L13 Julianastraat L5 K Kalverweg S1 Kastanjestraat L7 Kerkelaantje O1 Kerkeland S2 Kerkstraat L1 Kerkstraat K1 Kerkweg - WZ De Bongerd S2 - OZ Schoonrewoerdse Kerkweg G2 - overig G3 Klein Oosterwijk - WZ Koenderseweg O1 - overig G3 Koekoekstraat L12 Koenderseweg O1 Koningin Emmalaan L15 Koningin Julianastraat S2 Koningin Wilhelminalaan K2 Koningin Wilhelminastraat - OZ ten zuiden van Wilgenlaan S1 - overig S2 Kortgerecht - tot nummer 22 S1 - overig G3 Kruiswerf L13 L Laantje van Van Iperen - lintbebouwing L2 - hofbebouwing L8 Laeken van Burenstraat L7 Laman Tripstraat L7 Lansier L9 Lebeaustraat L9 Leliestraat L6 Levanger L13 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 130

131 Bijlage 3 Lichte Kade G3 Lindestraat L7 Lingedijk - ten noorden van Lingestraat L18 - overig G2 Lingeplein L6 Lingestraat L6 Lingezoom L6 Lisdoddelaan L11 Lodewijk v Nassaustraat L13 Loosdorp - nummer 2 L17 - overig G3 M M.E.L. Westenburgstraat S2 Magnoliastraat L6 Maria van Oranjestraat L15 Markiezenhof L13 Markt L1 Markthof L1 Marnix van Sint Aldegondestraat L7 Masada S2 Meent - OZ Dr Reilinghplein L2 - WZ Dr Reilinghplein L5 Meentplein L5 Meester Vermeulenstraat K2 Memel L13 Michiel van Loonstraat K2 Molenlaan L12 Montagestraat L17 Mussenpad L12 N Narva Nieuweweg Nieuwstraat Nijverheidstraat Noorderbergpad Noorderveld Noorderwoerd Noordwal Nortierstraat Novy Borstraat O Onderweg Onega Ooievaarlaan L13 K2 L1 L17 L1 L11 S2 L1 G2 L17 K2 L13 L12 Oostwal - WZ L1 - OZ L2 Oranje Nassaulaan L2 Oranjehof L13 Oranjeplein L1 Oud Schaik - WZ W. de Zwijgerlaan L2 - OZ W. de Zwijgerlaan L16 Oudendijk O1 Overboeicop G3 Overheicop - OZ van Koningin Julianastraat S1 - overig G3 Overslag K2 Owensstraat - WZ L6 - OZ L18 P P.M. van Gentstraat L7a Palissade L9 Parallelweg L12 Parkstraat L7 Parmentierstraat L17 Patrimoniumstraat - ZZ L7 - NZ L7a Pelgrimpad L9 Pfinztalstraat L17 Plesmanstraat L17 Poorterij L1 Populierstraat L7 Prins Bernhardstraat L13 Prins Bernhardstraat S2 Prins Clausstraat L15 Prins Hendrikstraat L2 Prins Mauritsstraat L13 Prinses Beatrixstraat L13 Prinses Beatrixstraat S2 Prinses Irenelaan L13 Prinses Margrietstraat L13 Prinses Marijkestraat L13 Prinsessenhof L13 Provincialeweg G3 Q Quirinus de Palmelaan R Raadsliedenstraat Ranonkelhof L7 L6 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 131

132 Bijlage 3 Recht van ter Leede Reigerpad Ridderspoor Riga Roekstraat Rogier Jooszstraat Rozenstraat G3 L12 L9 L13 L12 L7 L6 S Salviahof L6 Sarvaasstraat L12 Schaikseweg - ten zuiden van Techniekweg L4 - overig G3 Schapendijkje G3 Schavet Schoolstraat L7 Schoonrewoerdse Kerkweg G2 Siemensstraat L6 Singel L1 Skönvik L13 Spartaveld L7 Sperwerlaan L12 Spoorstraat L2 Sportpunt G1 Spreeuwstraat L11 Stadhouder Janstraat vrij Stationsweg L5 Steenovenweg - ZZ S1 - NZ S3 Sundsvall L13 T Talmastraat L7 Tamarindeplein L7 Techniekweg L17 Tiendweg - OZ Koenderseweg L3 - overig G3 Troubadour L9 Tulpstraat L6 Van Lannoystraat Van Leyenburgstraat Van Naaldwijcklaan Van Rijstraat Veerstoep Velduilstraat Verdorenstraat Verstolkstraat Vijfmolens Vinkenbuurt Violierlaan Vlietlaantje Vlietskant Vogelsangstraat Voorwaartsveld Vrijheidsstraat W Watertorenlaan Wederiklaan Weegbreelaan Weide Westwal Wieltje van Collée Wilgenlaan Wilgstraat Willem de Zwijgerstraat Wilna Z Zijdekade Zijlkade Zuidwal Zuster J.C. Croonhof Zwaansweg L12 L12 L12 L7 L1 L12 L5 L12 K2 L1 L11 L13 L1 L5 L18 L5 L2 L11 L11 L12 L1 L15 S2 L1 L13 L14 G3 G3 L1 L2 K2 V Valkenier Valkhof Van Aalststraat Van Coehoornstraat Van Damstraat Van Egmondstraat Van Hoevestraat L9 L12 L5 L12 L7 L12 L5 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 132

133 WELSTANDSVRIJ GEBIED Bijlage 4 legenda niveaus beschermd gezicht bijzonder gewoon vrij aanduidingen weg spoor water Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 133

134 MONUMENTEN Bijlage 5 De volgende objecten zijn aangewezen als monument (per 1 november 2012): Kedichem Kerkstraat 18 Noorderlingedijk 111 Kerkstraat 18 Toren van de Hervormde Kerk Boerderij onder rieten wolfdak; in een steen gedateerd Kerkgebouw in eclectische trant Leerdam Kerkelaan 4 Lingedijk 137 Lingedijk 153 Lingedijk 155 Lingedijk 175 Lingedik 197 Lingedijk 199 Oudendijk 5 Hervormde Kerk. Vanwege de daarin aanwezige preekstoel, koperen lezenaar, koperen voorzangerslezenaar, koperen kronen en luidklok Boerderij, met woonhuis onder rieten zadeldak en grote stal op L-vormige plattegrond. De met een rieten wolfdak gedekte stal is opgetrokken van gepotdekselde houten delen Boerderij, onder rieten wolfdak. In de gepleisterde voorgevel vensters met luiken en 20- en 16-ruitsschuiframen Boerderij, op T-vormige plattegrond. Woongedeelte onder rieten zadeldak, met in de vensters schuiframen met goede roedenverdeling. Stal onder rieten wolfdak Boerderij, waarvan het woonhuis dwars voor de stal is gebouwd. Woongedeelte onder rieten zadeldak, stal onder hoog, met riet gedekt wolfdak Boerderij, waarvan het woongedeelte dwars voor de stal is gebouwd. Woonhuis onder rieten schilddak. Vensters met 12-ruitsschuiframen Boerderij, waarvan het met een rieten zadeldak gedekte woonhuis dwars voor de stal is gebouwd. Gepleisterde voorgevel. Stal onder rieten wolfdak Boerderij, onder hoog, rieten wolfdak, dat aan de achterzijde een overstek heeft. In de met vlechtingen versierde voorgevel vensters met oude kozijnen, en, bij het topvenster, luiken Lingedijk (Leerdam Oost) Toegangshek Lingedijk (Leerdam Oost) Baarhuisje Lingedijk (Oosterwijk) Begraafplaats omgeven door een haag van laurier, gelegen op een langgerekt perceel op de dijk van een wiel buiten de bebouwde kom van Leerdam, oostelijk van Oosterwijk Diefdijk 45 Boerderij De Kruithof. Hoeve met dwars woongedeelte onder rieten wolfdak. Vensters met luiken en roedenverdeling in vroeg 19e-eeuwse trant. Langgerekte stal achter het woonhuis. Gerestaureerd Diefdijk 48 Pand met lijstgevel, waarin een ingangspartij met hoofdgestel op consoles, waarboven twee gebeeldhouwde wapens. Gesneden dubbele deur, gesneden kalf en bovenlicht Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 134

135 Bijlage 5 Hoogeind 19 Hoogeind 38 Kerkstraat 32 Kerkstraat 32 Kerkstraat 57 Kerkstraat 91 Kerkstraat 93 Kerkstraat 8 Kerkstraat 18 Kerkstraat 44 Hoogeind 17 Provincialeweg 2 Markt 1 Markt 3 Markt 5 Markt 7 Markt 9 Markt 11 Markt 2 Gepleisterde boerderij, onder rieten wolfdak. Rechts een opkamer. Vensters met luiken en schuiframen met goede roedenverdeling Boerderij, met hoge puntgevel en rieten zadeldak Grote Kerk Toren van de Grote Kerk Hofje van Mevrouw Van Aerden Aan de Oostzijde van het Veerhuis een huis met klokgevel op de binnenplaats naast het Van Aarden Hof Eenvoudige gebouw met gepleisterde lijstgevels. Schilddak met dakvenster. Het achterhuis heeft een hoog schilddak tegen een puntgevel aan de achterzijde Patriciershuis ter breedte van vijf vensterassen onder schilddak met dakvenster. Kroonlijst met consoles Lod. XIV. Deurpartij met pilasters en Lod. XV-bladmotieven Gemeentehuis. Witgepleisterde gevel met driehoekig fronton, gesneden deur en kalf en Empireschuiframen Groot huis van zeven vensterassen met onder de kroonlijst Lod. XVI-consoles. Gepleisterde gevels met schuiframen. Zadeldak, aan de Oostzijde tegen een trapgevel. Modern dakvenster. Links in de gevel (nr 48) een buitengewoon mooi renaissance-poortje met opschriften: Wie God wil en Vriheyt is om gheen ghelt te coop Boerderij met dwars woongedeelte onder rieten zadeldak tussen puntgevels met tussentrappen en vlechtingen. Rechts een opkamer, waarvan de vensters geblokte ontlastingsbogen en 20-ruitsschuiframen met luiken hebben Ter Leede Aansluitend bij het hoekpand Kerkstraat huis met gepleisterde lijstgevel en zadeldak, waarin dakvensters met vleugelstukken. In de verdieping schuiframen Huis met gepleisterde lijstgevel met zadeldak Huis met afgeknotte trapgevel met ontlastingsbogen en steen: Thuis genaemt den Hollantsen Tuyn Lijstgevel voor huis met zadeldak, waarin dakvenster met vleugelstukken. In de verdieping Empireramen Huis met lijstgevel, onder met zeven Empire-ramen Hoekpand Hoogstraat. Gotisch huis, gedekt door zadeldak, aan de Zuidzijde afgesloten door een trapgevel met ezelsrugafdekkingen. Aan de Marktzijde schuiframen in stijl 18e eeuw Huis onder zadeldak. Gepleisterde lijstgevel met in de verdieping schuiframen Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 135

136 Bijlage 5 Markt 6 Markt 16 Markt 20 Nieuwstraat 106 Overheicop 35 Zuidwal 1 Fragment stadsmuur Fragment stadsmuur Lingedijk 30 Noordwal 16 Spoorstraat 3 Spoorstraat 7 Spoorstraat 11 Recht van Ter Leede 1 Schoonrewoerd Overboeicop 40 Dorpstraat 26 Dorpstraat 33 Dorpstraat bij 33 Dorpstraat 55 Overheicop 62 Huis met gepleisterde lijstgevel met mezzanino (mogelijk eerste helft 19e eeuw). Huis gedekt door schilddak met hoekschoorsteen Huis met gepleisterde lijstgevel. Schilddak Hoekpand Hoogstraat. Huis met schilddak en gepleisterde gevel Lutherse Kerk. Zaalkerkje met aan de voorzijde een gezwenkte topgevel Boerderij op L-vormige plattegrond met woongedeelte, voorzien van een verdieping en met puntgevel, waartegen het halve schilddak aansluit Langs de Linge fragment van de stadsmuur met zware, vierkante toren Langs de Linge fragment van de stadsmuur Langs de Linge fragment van de stadsmuur Woonhuis van het type villa Slachthuis voor wrakvee Dubbel asymmetrisch woonhuis, type villa, Eclectische stijl Dubbel symmetrisch woonhuis, type villa, Eclectische stijl, Villa in Eclectische stijl Achtermolen of Achterste Molen (molenrestant) Boerderij onder rieten wolfdak met rechts een uitgebouwde zijkamer met puntgevel. In de gepleisterde voorgevel vensters met luiken en zesruitsschuiframen Als boerderij gebouwd pand Hervormde Kerk met inventaris Toren van de Hervormde Kerk Huis De Brink Boerderij onder met riet gedekt wolfdak. Puntgevel met vlechtingen en vensters met luiken. Zijkamer met boven de daklijst opgetrokken puntgevel Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 136

137 BEELDBEPALENDE PANDEN Bijlage 6 De volgende objecten zijn aangewezen als beeldbepalend pand: Fonteinstraat dubbel winkelpand / café ca Fonteinstraat dubbel woonhuis ca Hoogenhoek 4 winkel / onderdeel van winkel ca Hoogenhoek 7 woonhuis ca Hoogstraat dubbel woonhuis Hoogstraat 19 winkel / woonhuis 17e eeuw Hoogstraat winkel / woonhuis 19e eeuw Hoogstraat 33 winkel Glas galerie Hoogstraat 37 woonhuis ca Hoogstraat 47 winkel / woonhuis Hoogstraat winkels / woonhuis ca Hoogstraat 61 woonhuis Hoogstraat 68 kantoor oorspronkelijk catechisatielokaal Hoogstraat 80 kerk 1e gereformeerde 1898 Hoogstraat 84 bijgebouw bij kerk ca Julianastraat 1 t/m 35 oneven woningen Kerkstraat 23 winkel / woonhuis Kerkstraat 24 winkel / woonhuis ca Kerkstraat 29 winkel / woonhuis ca Kerkstraat a café / wonen ooit rijksmonument eind 16e eeuw Kerkstraat 51 kantoor / woonhuis vml.pastorie Kerkstraat 55+55a dubbelpand winkel / woonhuis 1859 Meent 2 woonhuis ca Meent 13 t/m 21 oneven woningen ca Meent 25 t/m 33 oneven woningen Meent 54 kantoor vml.directeurswoning gasfabriek 1902 Meent 58 woonhuis boerderij ca Meent restaurant oorspronkelijk Postkantoor 1910 Meent 61 pastorie Meent 63 kerk Rooms-katholieke Nieuwstraat woonhuis oorspronkelijk synagoge+school 1854 Nieuwstraat 31 woonhuis oorspronkelijk werkinrichting 1856 Nieuwstraat 83 kerk oorspronkelijk school 1893 Noordwal 18 t/m 28 even woningen Noordwal 30 kerk Christelijk Gereformeerde 1916 Schaikseweg 20 woonhuis molenromp 1864 Schaikseweg 22 woonhuis met schuren oorspronkelijk rentmeesterswoning Stationsweg 2 restaurant oorspronkelijk Station 1883 Sundsvall 2 glasblazerij oorspronkelijk houtloods Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 137

138 Bijlage 6 Visserstraat, J.T. 1 woonhuis ca Visserstraat, J.T. 2 t/m 18 even woningen Vlietskant 6 herenhuis / galerie Vlietskant 8 herenhuis / winkel Vlietskant 12 winkel ca Vlietskant 15 winkel / winkel Vlietskant winkel / kantoor Vlietskant 43 winkel / woonhuis Vlietskant 44 winkel Vlietskant 46 hotel 1934 Watertorenlaan 27 woonhuis ca Watertorenlaan dubbelwoonhuis Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 138

139 Colofon De welstandsnota werd opgesteld in opdracht van Dorp Stad en Land voor de gemeente Leerdam door Architectenwerk Twan Jütte te Delft. Stichting Dorp, Stad & Land Adviseurs ruimtelijke kwaliteit Postbus GC Rotterdam Architectenwerk Twan Jütte Stedenbouw en architectuur Mijnbouwstraat RX Delft Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 139

140 Welstandsnota Leerdam 2013, pagina 140

WELSTAND SLIEDRECHT 2011

WELSTAND SLIEDRECHT 2011 WELSTAND SLIEDRECHT 2011 Welstandsnota Sliedrecht 2011, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Redelijke eisen van welstand 5 Uitgangspunten voor welstandsbeleid 5 Gebruik van de nota 6 Leeswijzer 6 Hoofdstuk

Nadere informatie

Historische kernen, linten en fragmenten

Historische kernen, linten en fragmenten Hoofdstuk 8 Historische kernen, linten en fragmenten Inleiding 2 2 Historische kernen, linten en fragmenten Historische kernen, linten en fragmenten zijn in de loop der eeuwen onderdeel geworden van de

Nadere informatie

WELSTAND Papendrecht. Concept, februari 2012

WELSTAND Papendrecht. Concept, februari 2012 WELSTAND Papendrecht Concept, februari 2012 Welstandsnota Papendrecht 2012, pagina 2 INHOUD Overgangsbepaling 5 Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 7 Gebruik van de nota 7 Leeswijzer 8

Nadere informatie

WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN. Hoofdstuk 4

WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN. Hoofdstuk 4 WELSTANDSCRITERIA GEBIEDEN Hoofdstuk 4 Een belangrijke peiler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote

Nadere informatie

Deelgebied 4, Vorchten. 1. Beschrijving bestaande situatie

Deelgebied 4, Vorchten. 1. Beschrijving bestaande situatie Deelgebied 4, Vorchten 1. Beschrijving bestaande situatie der tijden zijn aanbouwen gerealiseerd, soms opvallend qua massa maar zodanig rekening houdend met de locatie en zichten dat zij geen afbreuk doen

Nadere informatie

WELSTAND BERGAMBACHT Herziening, augustus 2010

WELSTAND BERGAMBACHT Herziening, augustus 2010 WELSTAND BERGAMBACHT Herziening, augustus 2010 Welstandsnota Bergambacht 2010, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 7 Gebruik van de nota 7 Leeswijzer 8 Hoofdstuk 2 Welstand

Nadere informatie

WELSTAND Maassluis 2012

WELSTAND Maassluis 2012 WELSTAND Maassluis 2012 Welstandsnota Maassluis 2012, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 7 Gebruik van de nota 7 Leeswijzer 8 Hoofdstuk 2 Welstand en beleid Redelijke

Nadere informatie

Welstandsnota VLAARDINGEN. Vastgesteld, 25 oktober 2012

Welstandsnota VLAARDINGEN. Vastgesteld, 25 oktober 2012 Welstandsnota VLAARDINGEN Vastgesteld, 25 oktober 2012 Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 7 Gebruik van de nota 7 Leeswijzer 8 Hoofdstuk

Nadere informatie

Welstandsnota WAALRE

Welstandsnota WAALRE Welstandsnota WAALRE 2013 De herziening van de welstandsnota Waalre werd in samenspraak met Dorp Stad en Land opgesteld voor de gemeente Waalre door Architectenwerk Twan Jütte. Welstandsnota Waalre 2013,

Nadere informatie

welstandsnota BRIELLE HERZIENING 2011

welstandsnota BRIELLE HERZIENING 2011 welstandsnota BRIELLE HERZIENING 2011 WELSTAND Brielle Herziening 2011 Aangepast aan gevolgen Wabo in eerste kwartaal 2011 Welstandsnota Brielle 2011, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Redelijke eisen

Nadere informatie

Beeldkwaliteitplan Koppelenburg Zuid te Brummen

Beeldkwaliteitplan Koppelenburg Zuid te Brummen Beeldkwaliteitplan Koppelenburg Zuid te Brummen Compendium Gemeente Brummen Engelenburgerlaan 31 Postbus 5 6970 AA Brummen Van Wanrooij Projectontwikkeling BV Broekstraat 2 5386 KD Geffen Rotij Vastgoedontwikkeling

Nadere informatie

Inhoud presentatie. Inleiding. Opbouw van de welstandsnota. Beoordelingskader. 2 voorbeelduitwerkingen. Procedure

Inhoud presentatie. Inleiding. Opbouw van de welstandsnota. Beoordelingskader. 2 voorbeelduitwerkingen. Procedure WELSTANDSNOTA GEMEENTE HEUSDEN 16 februari 2004 Inhoud presentatie Inleiding Opbouw van de welstandsnota Beoordelingskader 2 voorbeelduitwerkingen Procedure Inleiding Aanleiding welstandsnota Welstandsnota

Nadere informatie

3. Stuwwallandschap van het land van Vollenhove

3. Stuwwallandschap van het land van Vollenhove 3. Stuwwallandschap van het land van Vollenhove 3.4. Sint Jansklooster Gebiedsbeschrijving Structuur Aan de oostelijke rand van de stuwwal is de lintbebouwing van Sint Jansklooster uitgegroeid tot een

Nadere informatie

CASTRICUM. Welstandsnota Gemeente Castricum

CASTRICUM. Welstandsnota Gemeente Castricum CASTRICUM Welstandsnota 2013 Gemeente Castricum Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding 2 Waarom een welstandsnota? Wat is het doel? Wat is een welstandsnota? Leeswijzer welstandsnota Gebruik van de nota Hoofdstuk

Nadere informatie

9.1.A Het Hessingterrein. Gebiedsbeschrijving

9.1.A Het Hessingterrein. Gebiedsbeschrijving 9.1.A Het Hessingterrein Gebiedsbeschrijving Ruimtelijke structuur Het Hessingterrein is gelegen aan de Utrechtseweg, die De Bilt en Zeist verbindt met Utrecht. Kenmerkend voor de omgeving van deze gebiedsontsluitingsweg

Nadere informatie

LINTBEBOUWING (sterke samenhang)

LINTBEBOUWING (sterke samenhang) 5 LINTBEBOUWING (sterke samenhang) Gebiedsbeschrijving In de na-oorlogse periode is op nieuwe plaatsen en in het verlengde van bestaande linten, nieuwe lintbebouwing gerealiseerd. Doordat deze linten in

Nadere informatie

NOTA Ruimtelijke Kwaliteit 2012 (versie 24 oktober 2012)

NOTA Ruimtelijke Kwaliteit 2012 (versie 24 oktober 2012) NOTA Ruimtelijke Kwaliteit 2012 (versie 24 oktober 2012) 1. INLEIDING... 2 1.1 WAT IS WELSTAND?... 2 1.2 EEN NIEUWE KOERS: WELSTANDLUWE GEBIEDEN... 2 1.3 SOORTEN WELSTANDSCRITERIA... 3 1.3.1 Algemeen...

Nadere informatie

Overzicht aanpassingen bestemmingsplan Twekkelerveld 2005, Olieslagweg 1.

Overzicht aanpassingen bestemmingsplan Twekkelerveld 2005, Olieslagweg 1. Overzicht aanpassingen bestemmingsplan Twekkelerveld 2005, Olieslagweg 1. Blz.1 Er is een verzoek ingediend om op een perceel grond op de hoek van de Olieslagweg en de Hengelosestraat een bestaande vrijstaande

Nadere informatie

Welstandsnota gemeente Zwartewaterland, versie Deelgebied Naoorlogse woonwijken

Welstandsnota gemeente Zwartewaterland, versie Deelgebied Naoorlogse woonwijken 5.4.8. Deelgebied Naoorlogse woonwijken Algemene kenmerken Het beeld van de naoorlogse woonwijken wordt hoofdzakelijk bepaald door woonblokken onder één kap met voortuin. De hoofdvorm bestaat uit woningen

Nadere informatie

Deelgebied 5, bruggen Apeldoorns Kanaal. 1. Beschrijving bestaande situatie

Deelgebied 5, bruggen Apeldoorns Kanaal. 1. Beschrijving bestaande situatie GELDERS GENOOTSCHAP Welstandsnota Heerde Deelgebied 5, bruggen Apeldoorns Kanaal 1. Beschrijving bestaande situatie In dit deelgebied komen zeven bruggen over het Apeldoorns Kanaal aan de orde. Bruggen

Nadere informatie

BEOORDELINGSCRITERIA WELSTAND. Algemeen

BEOORDELINGSCRITERIA WELSTAND. Algemeen BEOORDELINGSCRITERIA WELSTAND Algemeen Doel In dit document worden richtlijnen beschreven voor de vormgeving van de bebouwing en de openbare ruimte in het stedenbouwkundig plan de Hoge Varen. Dit document

Nadere informatie

Beeldkwaliteitplan Emmen, Noorderplein en omstreken. behorende bij de Welstandsnota Koers op kwaliteit (2 e wijziging)

Beeldkwaliteitplan Emmen, Noorderplein en omstreken. behorende bij de Welstandsnota Koers op kwaliteit (2 e wijziging) Beeldkwaliteitplan Emmen, Noorderplein en omstreken behorende bij de Welstandsnota Koers op kwaliteit (2 e wijziging) Gemeente Emmen 21 april 2011 2 1. Inleiding Dit Beeldkwaliteitplan Emmen, Noorderplein

Nadere informatie

KAVELPASPOORTEN / WATERMOLEN 24 SCHAGEN Watermolen. Zaagmolen

KAVELPASPOORTEN / WATERMOLEN 24 SCHAGEN Watermolen. Zaagmolen KAVELPASPOORTEN / WATERMOLEN 24 SCHAGEN Watermolen Zaagmolen KAVELPASPOORTEN / WATERMOLEN 24 SCHAGEN Inhoud Beeldkwaliteit Kavelpaspoorten Projectnummer : 11008-001 Bestand : 11008-001-19 Datum : 30 september

Nadere informatie

WELSTAND ROOSENDAAL. Januari 2013

WELSTAND ROOSENDAAL. Januari 2013 WELSTAND ROOSENDAAL Januari 2013 De welstandsnota Roosendaal 2013 werd opgesteld voor de gemeente Roosendaal in samenspraak met Stichting Dorp Stad en Land door Architectenwerk Twan Jütte Welstandsnota

Nadere informatie

BEELDKWALITEITPLAN DRIELANDEN WEST FASE 1

BEELDKWALITEITPLAN DRIELANDEN WEST FASE 1 BEELDKWALITEITPLAN DRIELANDEN WEST FASE 1 1 juli 2015 Doel In dit document worden de richtlijnen beschreven voor de vormgeving van de bebouwing in het stedenbouwkundig plan voor Drielanden west fase 1.

Nadere informatie

Ruimte voor Ruimte woning Helvoirtsestraat Helvoirt

Ruimte voor Ruimte woning Helvoirtsestraat Helvoirt 8-7-14 Beeldkwaliteitplan Ruimte voor Ruimte woning Helvoirtsestraat Helvoirt 2 juli 2014 1 Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35-37 4811 GB BREDA telefoon: 076-5225262 fax: 076-5213812 internet: email:

Nadere informatie

BLATENPLAN EWIJK BEELDKWALITEIT 10 oktober 2011 projectnummer 100468

BLATENPLAN EWIJK BEELDKWALITEIT 10 oktober 2011 projectnummer 100468 BLATENPLAN EWIJK BEELDKWALITEIT 10 oktober 2011 projectnummer 100468 colofon SAB Arnhem B.V. Contactpersoon: Arjan van der Laan bezoekadres: Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem correspondentieadres:

Nadere informatie

1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese

1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese 1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese 1.5. Steenwijkerwold Gebiedsbeschrijving Structuur Steenwijkerwold is centraal gelegen op de stuwwal en is ontstaan als gevolg van het samengroeien van de

Nadere informatie

Kavelpaspoort 22 kavels Harderweide d.d

Kavelpaspoort 22 kavels Harderweide d.d Kavelpaspoort 22 kavels Harderweide d.d. 20-9-2017 Uitgangspunten bouwmogelijkheden gemeentelijke kavels: Hoofdgebouw dient gebouwd te worden in de voorgevelrooilijn (zie bijlage); De afstand tussen het

Nadere informatie

BKP Tubbergen, Manderveen, uitbreidingslokatie Beeldkwalteitsplan Manderveen, de Bessentuin

BKP Tubbergen, Manderveen, uitbreidingslokatie Beeldkwalteitsplan Manderveen, de Bessentuin BKP Tubbergen, Manderveen, uitbreidingslokatie Beeldkwalteitsplan Manderveen, de Bessentuin 1. inleiding In 2003 is een locatieonderzoek verricht voor de toekomstige woningbouwopgave van Manderveen. Uit

Nadere informatie

WELSTAND STICHTSE VECHT 2013

WELSTAND STICHTSE VECHT 2013 WELSTAND STICHTSE VECHT 2013 Welstandsnota Stichtse Vecht 2013, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 7 Gebruik van de nota 7 Leeswijzer 8 Hoofdstuk 2 Welstand op hoofdlijnen

Nadere informatie

4. Zeekleilandschap Zeekleilandschap. Gebiedsbeschrijving

4. Zeekleilandschap Zeekleilandschap. Gebiedsbeschrijving 4. Zeekleilandschap 4.1. Zeekleilandschap Gebiedsbeschrijving Structuur Het zeekleilandschap is een vlak en open weidegebied, met percelen van wisselende grootte. De erfbeplanting bestaat voornamelijk

Nadere informatie

Beeldkwaliteitsplan. Denekamp 't Pierik fase 2

Beeldkwaliteitsplan. Denekamp 't Pierik fase 2 Beeldkwaliteitsplan Denekamp 't Pierik fase 2 Govert Flinckstraat 31 - postbus 1158-8001 BD Zwolle 038-4216800 13 november 2008 2 Beeldkwaliteitsplan Denekamp t Pierik fase 2 1. Inleiding 1.1 Aanleiding

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Bijlage Overzicht terrein Verbeelding 2/12

Inhoudsopgave. Bijlage Overzicht terrein Verbeelding 2/12 Inhoudsopgave 1 Beeldkwaliteitsplan 1.1 Inleiding 1.2 Ruimtelijke structuur Waarland 1.3 Huidige situatie 1.4 Het plan 1.5 Beeldkwaliteit 1.5.1 Beschrijving 1.5.2 Criteria 1.5.2.1 criteria Welstansdsnota

Nadere informatie

Beeldkwaliteitplan Wolfsheide

Beeldkwaliteitplan Wolfsheide Beeldkwaliteitplan Wolfsheide Wolfheze - gemeente Renkum 1 februari 2010 Beeldkwaliteitplan Wolfsheide Het stedenbouwkundig plan Opgesteld door: Van Wanrooij Van Schijndel Bouw- en ontwikkelingsmaatschappij

Nadere informatie

BEELDKWALITEITS PLAN DE ERVEN TE ROCKANJE GEMEENTE WESTVOORNE OKTOBER 2017

BEELDKWALITEITS PLAN DE ERVEN TE ROCKANJE GEMEENTE WESTVOORNE OKTOBER 2017 BEELDKWALITEITS PLAN DE ERVEN TE ROCKANJE GEMEENTE WESTVOORNE OKTOBER 2017 2 BEELDKWALITEITSPLAN DE ERVEN ROCKANJE INLEIDING EN DOEL: Dit beeldkwaliteitsplan heeft als doel om de gemeente Westvoorne te

Nadere informatie

WELSTANDSNOTA GEMEENTE BERNHEZE ALGEMEEN DEEL BEBOUWINGSTYPEN

WELSTANDSNOTA GEMEENTE BERNHEZE ALGEMEEN DEEL BEBOUWINGSTYPEN WELSTANDSNOTA GEMEENTE BERNHEZE ALGEMEEN DEEL BEBOUWINGSTYPEN 2.2 Welstandsniveaus Aan elk gebied in de gemeente Bernheze is een welstandsniveau toegekend. De basis voor het welstandsniveau is gelegen

Nadere informatie

7. HISTORISCHE BEBOUWINGSLINTEN EN GEMENGDE BEBOUWING

7. HISTORISCHE BEBOUWINGSLINTEN EN GEMENGDE BEBOUWING 7. HISTORISCHE BEBOUWINGSLINTEN EN GEMENGDE BEBOUWING Langs de oudere hoofdwegen en uitvalswegen, zoals de Varsseveldsestraatweg en de Bredevoortsestraatweg in Aalten en de Aaltenseweg, Terborgseweg en

Nadere informatie

Als u wel een vergunning nodig heeft, gaat u verder met vraag 2.

Als u wel een vergunning nodig heeft, gaat u verder met vraag 2. GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Lingewaal. Nr. 28682 3 april 2015 Nota ruimtelijke kwaliteit Lingewaal Vastgesteld op 5 maart 2015 STROOMSCHEMA 1. BETREFT UW BOUWPLAN EEN VERGUNNINGPLICHTIG

Nadere informatie

Deelgebied 2, Wapenveld centrum. 1. Beschrijving bestaande situatie

Deelgebied 2, Wapenveld centrum. 1. Beschrijving bestaande situatie Deelgebied 2, Wapenveld centrum 1. Beschrijving bestaande situatie In dit deelgebied is onderscheid te maken tussen het historisch dorpsgebied langs de Klapperdijk en de Kerkstraat en de gemengde bebouwing

Nadere informatie

Hoofdstuk 6. Algemene en object gerichte criteria

Hoofdstuk 6. Algemene en object gerichte criteria Hoofdstuk 6. Algemene en object gerichte criteria 6.1. Inleiding In dit hoofdstuk worden criteria genoemd die niet gebiedsspecifiek zijn maar in de gehele gemeente gelden. Het gaat om meer algemene criteria

Nadere informatie

Gebied 6 Woonwijken vooroorlogs tot jaren veertig

Gebied 6 Woonwijken vooroorlogs tot jaren veertig Gebied 6 Woonwijken vooroorlogs tot jaren veertig het gebied is roodgekleurd op de kaart Welstandsnota Overbetuwe 2010, gebied 6 Woonwijken vooroorlogs tot jaren veertig 93 Gebiedsbeschrijving Structuur

Nadere informatie

DE SNELTOETS- CRITERIA

DE SNELTOETS- CRITERIA DE SNELTOETS- CRITERIA 4. ZONNEPANELEN EN -COLLECTOREN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen

Nadere informatie

GRONINGEN, EEN PRONKJUWEEL MET WELSTAND

GRONINGEN, EEN PRONKJUWEEL MET WELSTAND GRONINGEN, EEN PRONKJUWEEL MET WELSTAND SNELTOETS- CRITERIA DAKKAPELLEN DEEL 4. VERSNELLING: DE SNELTOETS- CRITERIA 1. DAKKAPELLEN 2. DAKOPBOUWEN EN AFSCHEIDINGEN ROND DAKTERRASSEN 3. DAKRAMEN EN ANDERE

Nadere informatie

Gebied 12 Elst Centrum

Gebied 12 Elst Centrum Gebied 12 Elst Centrum het gebied is roodgekleurd op de kaart Welstandsnota Overbetuwe 2010, gebied 12 Elst centrum 131 Gebiedsbeschrijving Structuur Het centrum van Elst wordt gevormd door de licht gekromde

Nadere informatie

welstandsnota MIDDEN-DELFLAND

welstandsnota MIDDEN-DELFLAND welstandsnota MIDDEN-DELFLAND September 2010 Welstandsnota Midden-Delfland 2010, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 5 Gebruik van de nota 5 Leeswijzer 6 Hoofdstuk 2 Ruimtelijk

Nadere informatie

DIJKPOLDER. welstandscriteria gemeente Maassluis

DIJKPOLDER. welstandscriteria gemeente Maassluis DIJKPOLDER welstandscriteria gemeente Maassluis concept_v4 oktober 2012 Plandeel 2e Weverskade hoofdbebouwing is individueel of afwisselend als ensemble gebouwen hebben een kap, hellend dak kap is in beeld

Nadere informatie

Kavelpaspoort 18 kavels Harderweide d.d

Kavelpaspoort 18 kavels Harderweide d.d Kavelpaspoort 18 kavels Harderweide d.d. 24-11-2016 Uitgangspunten bouwmogelijkheden gemeentelijke kavels: Hoofdgebouw dient gebouwd te worden in de voorgevelrooilijn (zie bijlagen); De afstand tussen

Nadere informatie

47003-bkp-v BESTEMMINGSPLAN "WONINGBOUW OSSENDRECHTSEWEG 38, HOOGERHEIDE" 1 INLEIDING Aanleiding en doel...

47003-bkp-v BESTEMMINGSPLAN WONINGBOUW OSSENDRECHTSEWEG 38, HOOGERHEIDE 1 INLEIDING Aanleiding en doel... GEMEENTE WOENSDRECHT BESTEMMINGSPLAN "WONINGBOUW OSSENDRECHTSEWEG 38, HOOGERHEIDE" BIJLAGE 5 bij de TOELICHTING BEELDKWALITEITSPLAN Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 2 1.1 Aanleiding en doel... 2 1.2 Ligging

Nadere informatie

LORENTZ III HARDERWIJK

LORENTZ III HARDERWIJK LORENTZ III HARDERWIJK BEELDKWALITEITPLAN BEDRIJVENTERREIN LORENTZ III BEELDKWALITEITPLAN BEDRIJVENTERREIN LORENTZ III Algemeen Doel In dit document worden richtlijnen beschreven voor de vormgeving van

Nadere informatie

Bijlage bij evaluatie van de Welstandsnota Hoogeveen 2005. 2 Aanpassingen gebiedskenmerken deelgebieden - aangepaste deelgebieden 7, 9, 11, 22, 35

Bijlage bij evaluatie van de Welstandsnota Hoogeveen 2005. 2 Aanpassingen gebiedskenmerken deelgebieden - aangepaste deelgebieden 7, 9, 11, 22, 35 Bijlage bij evaluatie van de Welstandsnota Hoogeveen 2005 1 Loketcriteria - aan- en bijgebouwen - dakkappellen 2 Aanpassingen gebiedskenmerken deelgebieden - aangepaste deelgebieden 7, 9, 11, 22, 35 3

Nadere informatie

WELSTAND TEYLINGEN. Loketcriteria en richtlijnen

WELSTAND TEYLINGEN. Loketcriteria en richtlijnen WELSTAND TEYLINGEN Loketcriteria en richtlijnen 2013 De herziening 2012 van de welstandsnota Teylingen werd opgesteld voor de gemeente Teylingen door Architectenwerk Twan Jütte uit Delft. Welstandsnota

Nadere informatie

GEMEENTE KRIMPENERWAARD. nadere definiëring beeldkwaliteitplan Thiendenland II zuidelijk plandeel (2 e fase)

GEMEENTE KRIMPENERWAARD. nadere definiëring beeldkwaliteitplan Thiendenland II zuidelijk plandeel (2 e fase) GEMEENTE KRIMPENERWAARD nadere definiëring beeldkwaliteitplan Thiendenland II zuidelijk plandeel (2 e fase) Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35-37 4811 GB BREDA telefoon: 076-5225262 internet: email:

Nadere informatie

Beeldkwaliteitsplan Baflo Oosterhuisen, 2e fase juni 2009

Beeldkwaliteitsplan Baflo Oosterhuisen, 2e fase juni 2009 Plek voor ideeën Beeldkwaliteitsplan Baflo Oosterhuisen, 2e fase 275.11.02.31.00.00 11 juni 2009 Beeldkwaliteitsplan Baflo Oosterhuisen, 2e fase 275.11.02.31.00.00 11 juni 2009 Inhoud 1.0 Aanleiding

Nadere informatie

Versie behorend bij B&W besluit van Welstand-gebiedscriteria Kloosterblokje IV Willemstad

Versie behorend bij B&W besluit van Welstand-gebiedscriteria Kloosterblokje IV Willemstad Welstand-gebiedscriteria Kloosterblokje IV Willemstad Ligging Het gebied is gelegen aan de zuidzijde van Willemstad, aansluitend aan eerdere uitbreidingsgebieden buiten de vesting (zie figuur 1). De locatie

Nadere informatie

Deelgebied 3, Veessen. 1. Beschrijving bestaande situatie

Deelgebied 3, Veessen. 1. Beschrijving bestaande situatie Deelgebied 3, Veessen 1. Beschrijving bestaande situatie In dit deelgebied is onderscheid te maken tussen het historisch dorpse bebouwingslint langs de Kerkstraat en de dijkbebouwing aan de IJsseldijk.

Nadere informatie

Beeldkwaliteitsplan Drachten, hoek Zuiderdwarsvaart-Raai. 232.30.05.35.00 1 juli 2013

Beeldkwaliteitsplan Drachten, hoek Zuiderdwarsvaart-Raai. 232.30.05.35.00 1 juli 2013 Plek voor ideeën Beeldkwaliteitsplan Drachten, hoek Zuiderdwarsvaart-Raai 232.30.05.35.00 1 juli 2013 Beeldkwaliteitsplan Drachten, hoek Zuiderdwarsvaart-Raai 1 juli 2013 232.30.05.35.00 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Welstandsparagraaf Locatie Voorweg

Welstandsparagraaf Locatie Voorweg Welstandsparagraaf Locatie Voorweg concept november 2010 inhoudsopgave 1 Locatie en programma 2 Ruimtelijke structuur 3 Stedenbouwkundig uitgangspunt 4 Welstandsbeleid 5 Welstandscriteria Algemeen Hoofdvorm/Massavorm

Nadere informatie

Beeldkwaliteitsplan herziening Prikwei West Herziening 025.76.02.11.05.00 15 oktober 2013

Beeldkwaliteitsplan herziening Prikwei West Herziening 025.76.02.11.05.00 15 oktober 2013 Plek voor ideeën e Beeldkwaliteitsplan herziening Prikwei West Herziening 025.76.02.11.05.00 15 oktober 2013 Beeldkwaliteitsplan Prikwei West Herziening 025.76.02.11.05.00 15 oktober 2013 Inhoud 1 Inleiding

Nadere informatie

8. Haarstraat. 9. Nijverdalseweg. 7. Esstraat, Blinde Banisweg en Welleweg

8. Haarstraat. 9. Nijverdalseweg. 7. Esstraat, Blinde Banisweg en Welleweg 7. Esstraat, Blinde Banisweg en Welleweg 8. Haarstraat 9. Nijverdalseweg De Esstraat vormt de oude verbinding tussen de kern van Rijssen naar de oude Esgronden. Nabij de aansluiting van de Tabaksgaarden

Nadere informatie

Bijlage PM Startingerweg Akersloot Woonfase 1. Gebiedsbeschrijving en planvoornemen

Bijlage PM Startingerweg Akersloot Woonfase 1. Gebiedsbeschrijving en planvoornemen Bijlage PM Startingerweg Akersloot Woonfase 1 Gebiedsbeschrijving en planvoornemen In 2008 heeft de gemeenteraad van Castricum ingestemd met de ontwikkeling van het gebied ten zuiden van Akersloot. Met

Nadere informatie

1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese

1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese 1. Stuwwallandschap tussen Oldemarkt en De Eese 1.3. Eesveen en IJsselham Gebiedsbeschrijving Structuur Parallel aan het beekdal van de Steenwijker Aa en aan de oostelijke rand van de noordelijke stuwwal

Nadere informatie

4 Algemene welstandscriteria

4 Algemene welstandscriteria 74 4 Algemene welstandscriteria 4.1. Toelichting In dit hoofdstuk worden de algemene welstandscriteria genoemd, die bij iedere welstandsbeoordeling worden gehanteerd. Deze criteria zijn gebaseerd op de

Nadere informatie

Gebied 5 Historische invalswegen

Gebied 5 Historische invalswegen Gebied 5 Historische invalswegen Welstandsnota Overbetuwe 2010, gebied 5 Historische invalswegen 81 het gebied is roodgekleurd op de kaart Welstandsnota Overbetuwe 2010, gebied 5 Historische invalswegen

Nadere informatie

2. Stuwwallandschap tussen Steenwijk en Johannes Postkazerne

2. Stuwwallandschap tussen Steenwijk en Johannes Postkazerne 2. Stuwwallandschap tussen Steenwijk en Johannes Postkazerne 2.3. Kallenkote Gebiedsbeschrijving Structuur Op de overgang van het beekdal van de Steenwijker Aa en de noordelijke rand van de oostelijke

Nadere informatie

LOCATIE VOORMALIGE RENBAANSCHOOL

LOCATIE VOORMALIGE RENBAANSCHOOL P l e k v o o r i d e e ë n Beeldkwaliteitsplan LOCATIE VOORMALIGE RENBAANSCHOOL RENBAANSTRAAT TE NOORDWOLDE 267.00.02.06.00 18 november 2015 2 Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 05 1.2 Stedenbouwkundig

Nadere informatie

BEELDKWALITEITSPLAN JULIANASTRAAT STERREBOSSTRAAT HAAKSBERGEN. gemeente Haaksbergen

BEELDKWALITEITSPLAN JULIANASTRAAT STERREBOSSTRAAT HAAKSBERGEN. gemeente Haaksbergen BEELDKWALITEITSPLAN JULIANASTRAAT STERREBOSSTRAAT HAAKSBERGEN gemeente Haaksbergen BEELDKWALITEITSPLAN JULIANASTRAAT STERREBOSSTRAAT HAAKSBERGEN opdrachtgever: Gemeente Haaksbergen APRIL 2012 opgesteld

Nadere informatie

Wanneer een bouwplan niet aan de loketcriteria voldoet of wanneer er sprake is van een bijzondere situatie, waarbij twijfel bestaat aan de

Wanneer een bouwplan niet aan de loketcriteria voldoet of wanneer er sprake is van een bijzondere situatie, waarbij twijfel bestaat aan de Welstandsnota gemeente 8 Loketcriteria Dit hoofdstuk behandelt gestandaardiseerde welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen. Deze criteria dienen als basis voor het gemeentelijk welstandsbeleid

Nadere informatie

Beeldkwaliteitplan s-heerenhoek gedeelte de Blikken II 2e fase

Beeldkwaliteitplan s-heerenhoek gedeelte de Blikken II 2e fase Beeldkwaliteitplan s-heerenhoek gedeelte de Blikken II 2e fase Vastgesteld door de raad van de gemeente Borsele bij besluit van 4 december 2008, voorzitter, griffier gemeente titel projectnummer datum

Nadere informatie

Individuele woningbouw niveau 3

Individuele woningbouw niveau 3 Gebied 11: Canadalaan Individuele woningbouw niveau 3 Bebouwing De bebouwing in dit gebied dateert uit de jaren 70-80 en de oorspronkelijke functie is gelijk aan de huidige; te weten wonen. De bebouwing

Nadere informatie

Beeldkwaliteitplan Heerenhage Heerenveen

Beeldkwaliteitplan Heerenhage Heerenveen Beeldkwaliteitplan Heerenhage Heerenveen Team stedenbouw Ontwerp29112017 1 Inleiding Het bestaande complex van Heerenhage in wijk De Greiden in Heerenveen zal volledig herontwikkeld worden. De bestaande

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1 Inleiding Aanleiding Doelstelling 1. 2 Beeldkwaliteit 3. Ontwikkeling 16 woningen Tesselmansgoed te Maasbree

Inhoudsopgave. 1 Inleiding Aanleiding Doelstelling 1. 2 Beeldkwaliteit 3. Ontwikkeling 16 woningen Tesselmansgoed te Maasbree Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Doelstelling 1 2 Beeldkwaliteit 3 Ontwikkeling 16 woningen Tesselmansgoed te Maasbree Deelgebied Tesselmansgoed in Stedenbouwkundig plan In Den Bosch, fase

Nadere informatie

BEELDKWALITEITPLAN Zenderensestraat 2 - Hebbrodweg Zenderen

BEELDKWALITEITPLAN Zenderensestraat 2 - Hebbrodweg Zenderen BEELDKWALITEITPLAN Zenderensestraat 2 - Hebbrodweg Zenderen september 2014 2 Planbeschrijving Aan de noord-oost kant van Borne ligt het historische erf met zijn monumentale status. Het erf en de boerderij

Nadere informatie

WELSTANDSBELEID VOOR GEBIED VAN DE MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID (vaststelling raadsvergadering d.d. 25 januari 2011)

WELSTANDSBELEID VOOR GEBIED VAN DE MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID (vaststelling raadsvergadering d.d. 25 januari 2011) WELSTANDSBELEID VOOR GEBIED VAN DE MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID (vaststelling raadsvergadering d.d. 25 januari 2011) Op 27 november 2008 heeft de gemeenteraad specifiek welstandsbeleid vastgesteld voor

Nadere informatie

De Tuinen II. Beeldkwaliteitsplan juni 2010

De Tuinen II. Beeldkwaliteitsplan juni 2010 De Tuinen II Beeldkwaliteitsplan 267.00.01.40.02 1 juni 2010 Beeldkwaliteitsplan De Tuinen II 267.00.01.40.02 1 juni 2010 Inhoud 1.0 Doel en status 07 2.0 Karakterschets van het gebied 09 3.0 Beeldkwaliteitscriteria

Nadere informatie

GEMEENTE HELDEN. Beeldkwaliteitplan t Höltje-Zuid

GEMEENTE HELDEN. Beeldkwaliteitplan t Höltje-Zuid GEMEENTE HELDEN Beeldkwaliteitplan t Höltje-Zuid Project: Beeldkwaliteitplan t-höltje-zuid Opdrachtgever: Wonen Limburg Vastgoedontwikkeling Opsteller: Compositie 5 stedenbouw bv Datum: april 2008 Bestandsnummer:

Nadere informatie

WELSTAND NUENEN CA. September 2010

WELSTAND NUENEN CA. September 2010 WELSTAND NUENEN CA September 2010 Welstandsnota Nuenen ca, pagina 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding Uitgangspunten voor het beleid 7 Gebruik van de nota 7 Leeswijzer 8 Hoofdstuk 2 Welstand en beleid Redelijke

Nadere informatie

DE SNELTOETS- CRITERIA

DE SNELTOETS- CRITERIA DE SNELTOETS- CRITERIA 1. DAK- KAPELLEN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen gemakkelijk kunnen worden afgehandeld

Nadere informatie

Beeldkwaliteitplan Heerenveen-Midden Tellegebied Herontwikkeling scholenlocatie Tussen Meineszstraat en Coehoorn van Scheltingaweg

Beeldkwaliteitplan Heerenveen-Midden Tellegebied Herontwikkeling scholenlocatie Tussen Meineszstraat en Coehoorn van Scheltingaweg Beeldkwaliteitplan Heerenveen-Midden Tellegebied Herontwikkeling scholenlocatie Tussen Meineszstraat en Coehoorn van Scheltingaweg Team stedenbouw Voorontwerp 16032017 Inleiding De locaties van de scholen

Nadere informatie

Plan Muggenborch Kavelpaspoort A: Richtershof - Kapel Avezaath. gemeente T i e l

Plan Muggenborch Kavelpaspoort A: Richtershof - Kapel Avezaath. gemeente T i e l Plan Muggenborch Kavelpaspoort A: Richtershof - Kapel Avezaath gemeente T i e l Plan Muggenborch Kapel Avezaath Kavelpaspoort A: Richtershof Uw eigen droomhuis bouwen! Een eigen huis bouwen doet u waarschijnlijk

Nadere informatie

WELSTAND ALPHEN AAN DEN RIJN

WELSTAND ALPHEN AAN DEN RIJN WELSTAND ALPHEN AAN DEN RIJN Dorp Stad en Land & Twan Jütte Stedenbouw Architectuur Naar een nieuwe welstandsnota Alphen aan den Rijn Toelichting op de herziening van het welstandsbeleid. Waarom een nieuwe

Nadere informatie

beeldkwaliteitsplan Meulenveld Lomm

beeldkwaliteitsplan Meulenveld Lomm beeldkwaliteitsplan Meulenveld Lomm 17.02.09 wissing stedebouw en ruimtelijke vormgeving b.v. Inventarisatie omgeving Inleiding Het voorliggende beeldkwaliteitsplan dient ter inspiratie voor de architectuur

Nadere informatie

Gebied 14 Hemmen. het gebied is roodgekleurd op de kaart. Welstandsnota Overbetuwe 2010, gebied 14 Hemmen 141

Gebied 14 Hemmen. het gebied is roodgekleurd op de kaart. Welstandsnota Overbetuwe 2010, gebied 14 Hemmen 141 Gebied 14 Hemmen het gebied is roodgekleurd op de kaart Welstandsnota Overbetuwe 2010, gebied 14 Hemmen 141 Gebiedsbeschrijving Structuur Hemmen ligt omringd door het Oeverwallen en stroomruggengebied.

Nadere informatie

ACTUALISATIE DIEPENHEIM NOORD 2

ACTUALISATIE DIEPENHEIM NOORD 2 ACTUALISATIE DIEPENHEIM NOORD 2 2015 Inleiding Dit beeldkwaliteitsplan is een herziening van het beeldkwaliteitsplan voor Diepenheim Noord 2 uit 2008. De huidige inzichten op het gebied van ruimtelijke

Nadere informatie

Gemengde bebouwing niveau 3

Gemengde bebouwing niveau 3 Gebied 8: Nederheide Gemengde bebouwing niveau 3 Bebouwing De westkant van de straat Nederheide hoort bij Woensdrecht, terwijl de oostkant bij Hoogerheide hoort. De oorspronkelijke bebouwing dateert uit

Nadere informatie

DE SNELTOETS- CRITERIA 2. DAKOPBOUWEN EN AFSCHEIDIN- GEN ROND DAKTERRASSEN

DE SNELTOETS- CRITERIA 2. DAKOPBOUWEN EN AFSCHEIDIN- GEN ROND DAKTERRASSEN DE SNELTOETS- CRITERIA 2. DAKOPBOUWEN EN AFSCHEIDIN- GEN ROND DAKTERRASSEN Veel aanvragen betreffen kleine veranderingen of toevoegingen aan de bestaande bebouwing. Om ervoor te zorgen dat deze ingrepen

Nadere informatie