HISTORISCH GENOOTSCHAP 'ROTERODAMUM'

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HISTORISCH GENOOTSCHAP 'ROTERODAMUM'"

Transcriptie

1 HISTORISCH GENOOTSCHAP 'ROTERODAMUM' OVERZICHT VAN DE WERKZAAM Hl-DEN IN 1997 Dit jaar was een kroonjaar voor het Genootschap daar 50 jaar geleden, op 14 mei 1947, de oprichtingsvergadering werd gehouden. I let feit dat het Genootschap dit jaar Abraham resp. Sara zag, een Genootschap is immers onzijdig, gaf aanleiding tot diverse feestelijkheden, waarbij het hoogtepunt was de uitvoering van de lustrumrevue 'Geheid Rotterdam' in de Doelen op 3 en 4 juni. Terwijl een natuurlijk persoon op zijn 50ste de voorfase van zijn ouderdom ingaat, bloeit het Genootschap als nooit tevoren en tracht het door actueel en levendig de geschiedenis onder de aandacht te brengen van een nieuwe generatie leden, zichzelf te versterken en met vertrouwen de volgende eeuw tegemoet te gaan. De eerste lezing van het jaar 1997 vond plaats op donderdag 16 januari in het Oscar Auditorium. Dr. J.W. van Borselen behandelde de geschiedenis van de Rotterdamse spoorwegen in en rond twee wereldoorlogen. Over dit onderwerp had hij in 1995 een boek gepubliceerd onder de titel Adrcs/rt op /iet 5poor; dit is een vervolg op zijn in september 1993 verschenen publicatie Sporen m Rottenftifti over de ontwikkeling van de spoorwegen in en om de stad en de betekenis daarvan voor haven en scheepvaart. De oude Rotterdammers kunnen zich nog wel de verminkte Rotterdamse spoorwegstations herinneren, welke na het bombardement nog zo'n 15 jaar dienst deden als een soort levende oorlogsmonumenten, zoals het station Delftse Poort en het Maasstation. Alleen het Beursstation aan het spoorviaduct werd redelijk gespaard. De kern van de lezing betrof de aanslag op het spoorviaduct tussen het Hofplein en de Hoogstraat; deze had als doel een trein met Duitse verlofgangers van het viaduct te laten storten. Dit doel werd niet bereikt, maar de aanslag had wel de dood van veel Rotterdammers ten gevolge. Vijf prominente gijzelaars, waaronder Willem Ruys, werden gefusilleerd en honderden verzetsstrijders werden opgepakt met een fatale afloop. Vervolgens werd er aandacht besteed aan de spoorwegstaking in Rotterdam. Aan de hand van dia's werden tot slot diverse stations van zowel voor de oorlog als na de oorlog belicht. Dit riep voortdurend een blik van her- 103

2 kenning bij de toehoorders op. Donderdag 20 februari was ons Genootschap te gast in het Maritiem Museum 'Prins Hendrik', waar door de heer W. Heijveld, assistent-conservator van het museum, een lezing werd gehouden over de geschiedenis van de Rotterdamse havenarbeider. Aansluitend werd de tentoonstelling 'Pakt aan' bekeken, die geheel gewijd was aan de historie van de Rotterdamse havenarbeider. De lezing richtte zich met name op de mens die te midden van de veranderingen die de haven van Rotterdam in de loop der tijden heeft ondergaan, zijn werk moest doen: de bootwerker. Rond 1890 waren er ongeveer 6000 arbeiders die zich bezighielden met het stuwadoorswerk, d.w.z. het overslaan en de verwerking van goederen op de kaden en in de loodsen. Van vaste arbeidsrelaties was geen sprake. Geen schip betekende geen werk, dus ook geen inkomen. Het werk geschiedde nog bijna geheel handmatig. De arbeidsomstandigheden kenmerkten zich door wantoestanden waaronder slechte woonomstandigheden, lange werkdagen en veel ongevallen en nagenoeg geen sociale voorzieningen. Vroeger traden maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld de Volksbond tegen Drankmisbruik en de Maatschappij tot Exploitatie van Wachtlokalen voor bootwerkers, op tegen de wantoestanden. Een gevolg van de slechte arbeidsomstandigheden was ook de oprichting van de eerste bootwerkersbond in Vooral in de eerste decennia van deze eeuw veranderden de werkzaamheden van de bootwerkers door mechanisatie, onder meer door invoering van grijperkranen, laadbruggen en graanelevatoren. Nieuwe functies kwamen op, zoals de kraanmachinist en tevens kwam er onderscheid in verwerking van stukgoed en massagoed. De omstandigheden voor de arbeiders werden allengs beter en de in 1920 ingestelde Havenarbeidsreserve zorgde voor de verdeling van de arbeid. Voorts maakte de arbeidswetgeving een einde aan de lange werkdagen. In 1960 waren in Rotterdam ongeveer havenarbeiders die bijna 100 miljoen ton aan scheepsruimte behandelden. De container die in het midden van de jaren zestig zijn intrede deed, maakte dat de stukgoedsector, waar een aanzienlijk deel van de havenarbeiders werkte, grotendeels gemechaniseerd werd. De traditionele overslag van de goederen werd vervangen door een containerkraan en een straddlecarrier. De situatie van grote aantallen havenarbeiders die zich bij nacht en ontij moesten vervoegen op de kaden en schepen, behoorde vanaf dat moment definitief tot de verleden tijd. 104

3 De jaarvergadering werd op woensdag 26 maart in het Oscar Auditorium gehouden. In deze vergadering werden de gebruikelijke agendapunten afgehandeld en werd mevrouw drs. E.A.G. van den Bent, gemeentearchivaris van Rotterdam, tot bestuurslid benoemd. De functie van gemeentearchivaris is al sinds de oprichting aan het bestuurslidmaatschap van ons Genootschap verbonden. Aan de vorige gemeentearchivaris, drs. C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije, thans directeur van het Historisch Museum en het Maritiem Museum 'Prins Hendrik', is, gezien zijn grote verdiensten voor het Genootschap, gevraagd als bestuurslid aan te blijven. Na afloop van de jaarvergadering werden de films 'De brugwachter' en 'Bruggen' van de Rotterdamse filmers Dick Rijneke en Mildred van Leeuwarden vertoond. In deze twee tamelijk unieke documentaires, vervaardigd in 1996, vervult de hefbrug een belangrijke rol. Na afloop van de voorstelling gingen beide filmmakers kort in op de totstandkoming van deze twee originele filmprojecten. De film 'De brugwachter' toont het dagelijks werk van Arie van der Weerd, de laatste brugwachter van de hefbrug; dit werk is minutieus via de camera vastgelegd. De film 'Bruggen' is een caleidoscoop van fraaie Rotterdamse brugbeelden, ondersteund door intrigerende muziek van Z. Preisner. Deze film is vervaardigd ter gelegenheid van de opening van de Erasmusbrug in september 1996 en werd bij de opening op de openstaande voorkant van de brugklep vertoond. Donderdag 17 april hield de heer L. de Hollander, werkzaam bij de afdeling Externe en Interne Communicatie van het douanedistrict Rotterdam, in het Oscar Auditorium een causerie over de geschiedenis van de Rotterdamse douane. In een leerzame voordracht belichtte hij de taken van de douane en de procedures die vervuld moeten worden bij de in-, uit- en doorvoer van goederen. Hij ondersteunde zijn verhaal met dia's, waarbij met name de dagelijkse douanepraktijk werd belicht. Op 14 mei, exact op de dag dat het Historisch Genootschap 'Roterodamum' 50 jaar bestond, werd in het stadhuis het eerste exemplaar van het boek Vi//h'en /ragm^men uit de gescftïedem's yan Kofterdam aangeboden aan burgemeester dr. A. Peper. Geschiedenisleraren van middelbare scholen in Rotterdam en verre omgeving hebben inmiddels ca exemplaren van dit boek besteld. Het boek is bestemd voor de hoogste klassen van HAVO en VWO en kan worden gebruikt in het kader van het schoolonderzoek in die klassen. Het fraai uitgevoerde boek behandelt de stadsgeschie- 105

4 denis in 15 essays die zijn ingedeeld in drie groepen: de Middeleeuwen, de 17de eeuw en de periode 1850 tot Auteurs zijn stadshistorici van de Erasmus Universiteit en het Rotterdamse Gemeentearchief onder leidingvan prof. dr. Jan van Herwaarden. 1 let boek bleek ook zeer aan te slaan bij de leden van ons Genootschap en werd door hen in grote getale afgenomen. Donderdag 22 mei hield prof. dr. H. Binneveld in het Oscar Auditorium een lezing over het ontstaan van de militaire psychiatrie tijdens de Eerste Wereldoorlog. De enige connectie van de militaire psychiatrie met Rotterdam is dat daarvoor in de Maasstad de basis is gelegd. Van oudsher wordt bij verwondingen vooral aan fysieke beschadigingen gedacht. In de moderne tijden is het echter steeds duidelijker geworden dat ook de geest van de mens in het strijdgewoel beschadigd kan raken. De moderne oorlog ontstond in het kielzog van de industriële revolutie. Deze verschafte het militair bedrijf op velerlei gebied ongekende mogelijkheden. Deze veranderingen hebben echter gevolg gehad voor de psychische belasting van betrokken soldaten. Voor hen bracht de moderne oorlog dood en verderf op een voordien ongekende schaal. Daarnaast werden ze geconfronteerd met wapensystemen die bewust waren ontworpen om in te spelen op hun angst en onzekerheden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de relatie tussen psychiatrische problemen bij militairen en de gegevenheden van de moderne industriële oorlogvoering steeds duidelijker. Door dit inzicht en door de massaliteit van het verschijnsel werden alle betrokken legers gedwongen structurele oplossingen te gaan zoeken. Het resultaat van dit zoeken was de militaire psychiatrie. In de lezing kwamen aan de orde de stoornissen die bij de soldaten optraden, de gehanteerde diagnostische categorieën en de toegepaste therapieën. Op 3 en 4 juni werden in de Doelen twee succesvolle voorstellingen gegeven van de lustrumrevue 'Geheid Rotterdam'. De stadsrevue, zo voortreffelijk geleid door de liedjeszanger Peter Blanker, zal vele leden nog lang bijblijven. In vlot tempo werden op speelse wijze vele facetten van de Rotterdamse geschiedenis voor het voetlicht gebracht. Zo'n 200 medewerkers zorgden gedurende 372 uur voor een boeiend spektakel. Na afloop van de première op 3 juni ontving Peter Blanker uit handen van burgemeester Peper de Erasmusspeld. Tot zijn verrassing werd onze voorzitter drs. H.H. Horsting vanwege zijn voortreffelijke kwaliteiten als voorzitter van het Genootschap vervolgens door de burgemeester beloond met 106

5 de Wolfert van Borselenpenning. De penning droeg als motto: 'Horsting, een man waarop Rotterdam immer kan rekenen'. Voorts kreeg mevrouw G. Wenink-Peltenburg als voorzitter van de lustrumcommissie, die gedurende twee jaar voorafgaand aan het lustrum veel tijd daaraan heeft besteed, een warme bloemenhulde. De jaarlijkse excursie die in verband met het 5O-jarig jubileum werd uitgesteld tot september, vond plaats op vrijdag 12 september. De excursie combineerde deze keer oud met nieuw. Er werd een bezoek gebracht aan Hoorn en de deelnemers kregen de gelegenheid het nieuwe Frisia-museum in Spanbroek te bezichtigen. In Hoorn werden de leden ontvangen in het Westfries Museum, dat gehuisvest is in het voormalig Statencollege. Het museum met 25 zalen biedt prehistorisch materiaal, schilderijen, voorwerpen van kunstnijverheid als tegels, porselein, glas en zilver, compleet met gedekte tafel ingerichte deftige stijlkamers, maar ook een keuken en een speelgoedkamer wisselen elkaar af en geven bij elkaar S3 /l I / J WVm Hi Ij 26. De voorzitter wzn /iff Hi5tonsc/i G^noof5(.7i<ip drs. H.H. i/r. A. Pep^r, 3 /i/n/ /998. Fofo Cor Vb5. 107

6 een beeld van het dagelijks leven en de geschiedenis van Hoorn en West-Friesland. Het museum dat op straat wordt verlevendigd met het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, besteedt veel aandacht aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Ten tijde van ons bezoek was er in het museum bovendien een tentoonstelling over de handel op India, waar vandaan de VOC de in fraaie patronen beschilderde katoenen sitsen betrok die in Nederland zo populair waren. Om uur werd geluncht in restaurant De Keizerskroon; daarna vertrokken we naar Spanbroek waar in een voormalige melkfabriek het verrassende Frisia-museum is gevestigd. Dit museum dat in februari van dit jaar werd geopend, toont in een ruime en lichte omgeving werk van Carel Willink en verwante schilders van het magisch realisme, zoals Dick Ket en Raoul Hynckes. Vervolgens werd er thee gedronken op de buitenplaats Groenendaal bij Heemstede, welke uit het begin van de 19de eeuw dateert. Hierna vond de reis huiswaarts plaats. Op de Open Monumentendag op 13 september werden door de Monumentencommissie van ons Genootschap de jaarlijkse oorkonde en gevelpenning uitgereikt. Dit jaar werd een tweetal objecten uitverkoren, namelijk de groep panden aan de Oostzeedijk 356/360 in Kralingen, die na jarenlange sloopdreiging een ingrijpende verbetering heeft ondergaan, variërend van restauratie/renovatie tot gedeeltelijke herbouwing in de historische verschijning. Betrokken partijen hierbij waren naast de eigenaar het Woningbedrijf Rotterdam (WBR), de Stichting Historisch Kralingen en de Stichting Bevordering van Volkskracht. Voorts werd uitverkoren het hofje aan de Charloisse Kerksingel 28/32-Klein 1/14, een groepje zeer eenvoudige hofjes c.q. rug-aan-rug-woningen die door de eigenaar, de corporatie 'Onze Woongemeenschap', met een meer dan gewone inspanning zijn gerenoveerd, met behoud van de historische kenmerken. Op dinsdag 14 oktober vond in het Oscar Auditorium een buitengewone ledenvergadering plaats. Met algemene stemmen werd besloten de contributie te verhogen van ƒ 35,- tot ƒ 45,-; in dit bedrag is begrepen een ingenaaid exemplaar van het jaarboekje. Voor een ingebonden exemplaar werd de contributie verhoogd tot ƒ 55,-. Voorts werd in deze vergadering tot bestuurslid van het Genootschap benoemd prof. dr. P.Th. van de Laar, bijzonder hoogleraar geschiedenis van Rotterdam aan de Erasmus Universiteit. Het bestuur is verheugd omdat op deze wijze met de benoeming van de heer Van de Laar de band met de Erasmus Universiteit weer is 108

7 verstevigd. Zoals bekend is de heer Van de Laar benoemd op de door het Genootschap ingestelde bijzondere leerstoel geschiedenis van Rotterdam. Na de ledenvergadering werd door drs. Han van der Horst een lezing gehouden over 'de cultuur van Rotterdam'. Het imago van Rotterdam is duidelijk: op beide oevers van de Nieuwe Maas strekt zich een werkstad uit, waarvan de bewoners tot grote prestaties in staat zijn. Ze zitten in hun woningen voor de televisie. Aan cultuur, aan de geneugten des levens, aan stijl en sfeer besteden ze geen tijd. Sinds het bombardement is zielloosheid het centrale kenmerk van Rotterdam. We weten allemaal dat dit imago niet klopt en de vraag is waar dit imago vandaan komt. Om die vraag te beantwoorden, moeten we kijken naar de cultuur van Rotterdam waarbij dit begrip niet in artistieke zin wordt opgevat maar in een antropologische. Het moderne Rotterdam is het product van een industriële, technologisch ingestelde beschaving. Op dit moment is de stad aan het veranderen, komen er weer nieuwe groepen bewoners in de stad en wordt het gebombardeerde hart weer gevuld. Deze nieuwe bewoners drukken een stempel op de maatschappij die Rotterdam vormt; het zijn niet meer de havenarbeiders maar de zakelijke dienstverleners. Het wordt tijd dat Rotterdam ook een cultuurstad wordt en wellicht een mengeling van beide. De vraagstelling van Van der Horst bracht een stroom van reacties vanuit de zaal met zich mee en leidde tot zeer geanimeerde gedachtenwisseling. Op woensdag 19 november waren de Roterodamumleden te gast in het Natuurmuseum Rotterdam, gevestigd aan de Westzeedijk nr Dr. J. Reumer, directeur van het museum, hield een inleiding over de geschiedenis van het museum, waarna er gelegenheid was om het gebouw en haar schatten, in het bijzonder de beroemde schelpencollectie, te bezichtigen. De huidige locatie van het Natuurmuseum is Villa Dijkzigt, de woning die Anthony van Hoboken in 1851 liet bouwen. Anthony van Hoboken zelf heeft niet lang van zijn woning kunnen genieten. Hij overleed spoedig na de oplevering. Villa Dijkzigt werd vervolgens de thuishaven van de Volksuniversiteit totdat deze in 1984 failliet ging. In zwaar verwaarloosde toestand stond toen de villa in een prachtig park te wachten op betere tijden, die uiteindelijk kwamen. Het pand werd in 1987 door het Natuurmuseum betrokken. Het Natuurmuseum dat in 1995 vergroot werd met de nieuwbouw van Erick van Egeraat, vormt met de KunstHal, Museum Boijmans van Beuningen, het Nederlands Architectuurinstituut en 109

8 het Chabot Museum het culturele hart van Rotterdam. Het museum zelf is in 1927 opgericht door enkele leden van de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging die fraaie collecties onderbrachten in de Vereeniging tot Oprichting en Instandhouding van een Natuurhistorisch Museum te Rotterdam. Een van de eerste onderkomens van het nieuwe museum was de zolder van een schoolgebouw aan de Westzeedijk; vanaf 1936 vond men onderdak in een villa aan de Mathenesserlaan, recht tegenover Museum Boymans. Door bemiddeling van de Stichting Bevordering van Volkskracht kreeg het museum in 1939 de beschikking over een belangrijke collectie Molukse schelpen en een collectie Nederlandse vogels die afkomstig waren uit het sociëteitsgebouw van de oude diergaarde. In de jaren vijftig verhuisde men van de Mathenesserlaan naar het gebouw van de Spaarbank aan de Kastanjesingel te Schiebroek. Begin jaren zeventig werd het museum ondergebracht in Diergaarde Blijdorp, eerst in een aantal noodlokalen en later in het zogenaamde Dioramagebouw. In 1987 vond de laatste verhuizing plaats naar de eerdergenoemde Villa Dijkzigt. De laatste lezing van dit verslagjaar werd op dinsdag 9 december in het Oscar Auditorium gehouden door kapitein A.J. Veldkamp over de moderne walvisvaart zoals die in de naoorlogse jaren in Nederland weer op gang is gekomen. De walvisvaart heeft een lange historie en dateert in feite van na de ontdekking van Spitsbergen in het jaar In 1614 werd de Noordse Compagnie opgericht waarvan vanaf het eerste begin Rotterdam naast de steden Enkhuizen en Hoorn deel uitmaakte. Dat Rotterdam actief deelnam aan deze 17de-eeuwse walvisvaart getuigen nog de restanten van de traanovens van Delft/De Maze in Smeerenburg op Amsterdam-Eiland/Spitsbergen. Deze Arctische walvisvaart vanuit Nederland kwam ten einde in 1863, toen de laatste walvisvaarder vanuit Harlingen om de noord naar Straat Davis voer. Hoewel er in het Rotterdamse ook initiatieven zijn geweest om na de bevrijding van 1945 weer een Nederlandse walvisvaart op te starten, heeft toch het Amsterdamse ondernemen geresulteerd in het oprichten van de Nederlandse Maatschappij voor de Walvisvaart. Als eerste werd een tanker aangekocht, welke werd omgebouwd tot walvisfabrieksschip en werd genaamd 'Willem Barentsz'. In de jaren vijftig werd dit schip vervangen door een modern nieuwbouwschip. Deze naoorlogse walvisvaartperiode heeft standgehouden tot 1964, waarna de walvisvaart werd beëindigd uit economisch oogpunt door onder meer vangstbeperkin- 110

9 gen en toenemende kosten. De lezing werd toegelicht met een film van de eerste reis van de 'Willem Barentsz'. Het bestuur vergaderde dit jaar wederom vijf maal. In de jaarvergadering werd mevrouw drs. E.A.G. van den Bent tot bestuurslid benoemd en in de buitengewone ledenvergadering in november prof.dr. P.Th. van de Laar. Het aantal bestuursleden kwam daarmee op 13. De Kroniek verscheen zeven maal en werd in 1997 weer op inspirerende wijze geredigeerd door jhr. J.W.R. Boddaert. Kroniek 106 in februari verscheen voor de eerste maal met een bijlage, die bijdragen bevatte van de Gemeentelijke Archiefdienst, het Historisch Museum en Boekhandel Donner. Ook dit jaar presenteerde het Genootschap zich weer op de Rotterdamse Dag, welke op zondag 16 november in de Doelen werd gehouden. Het Genootschap was daar met een eigen stand vertegenwoordigd, hetgeen weer een aantal nieuwe leden en verkoop van door de Stichting Historische Publicaties Roterodamum uitgegeven boeken opleverde. Een van de hoogtepunten van de Rotterdamse Dag was de presentatie van het eerste exemplaar van de video van de lustrumrevue, welke werd aangeboden aan de gemeentearchivaris mevrouw drs. E.A.G. van den Bent. Het Rotterdams Jaarboekje verscheen op 26 november Het eerste exemplaar werd aangeboden in de voormalige vertrekhal van de Holland-Amerika Lijn, thans 'Café Rotterdam', aan mevrouw F. Ravestein, fractie-voorzitter van D66 in de Gemeenteraad en tevens voorzitter van de Stichting Rotterdam Cruiseterminal, bestemd om de internationale cruisevaart naar Rotterdam te halen. Het aantal leden van het Genootschap bedroeg per 1 januari 1997: en per 1 januari 1998: Sficnting Hi5tonscfig Gedurende het jaar 1997 zijn in de Historische Reeks de volgende delen verschenen: nr J.G. de Bijll Nachenius-Sterkenburg, Srfiui/en m Waterstad. Dg Rgmon5trant5^ Kerfeentfdrcde V/ssersd/jfe te ftotterdtfra. nr H. Bots, O.S. Lankhorst en C. Zevenbergen, Bib/iopo/is. Etffi ron^jn^ /angsfroe/eyer/eopersu/f de zefenen ac/iff/ende eeuu'. nr K.K. Vervelde, De ftofferdrtmse gra^n/wnde/ bemonsterd en 111

10 125 jvwr Kom'nfc/i/fce Vfer^n/^ing Het Comité i>#n nr N. Manneke en A. van der Schoor, Het grootste i/an /iet grootste. Leven en ifer/? twn Abraham Tuschmsfci ( J. Aan het einde van het verslagjaar waren meerdere nieuwe publicaties in voorbereiding. Stichting Stadsherste/ Historisch Het blijft de voortdurende zorg van de molenaar en van het bestuur van de Stichting te streven naar een verhoging van de omzet van de molen 'De Distilleerketel' te Delfshaven; deze omzet bevindt zich al enige jaren op hetzelfde niveau. Op tal van manieren wordt er gezocht naar nieuwe afzetmogelijkheden voor de diverse soorten meel die op de molen zijn gemalen. Verhoging van de service aan de afnemers is mogelijk geworden door de aanschaf van een bestelbusje met behulp van een subsidie van de Stichting Bevordering van Volkskracht. Daarnaast blijft, meer in het algemeen, vergroting van de bekendheid en bereikbaarheid van de molen van groot belang. Het bestuur zoekt waar nodig en nuttig aansluiting bij initiatieven die in Delfshaven worden genomen, gericht op het vergroten van de bedrijvigheid en de - toeristische - aantrekkelijkheid van dit deel van Rotterdam. In dat verband worden de plannen met het terrein rond het (voormalig) Zeemagazijn van de Verenigde Oost-Indische Compagnie aan de Achterhaven nauwlettend gevolgd. De Nationale Molendag in mei en de Open Monumentendag in september boden vele belangstellenden een extra mogelijkheid 'De Distilleerketel' te bezoeken. Mede dank zij de jaarlijkse inspecties door de Monumentenwacht Zuid-Holland verkeert de molen in goede staat van onderhoud. M.G. VAN RAVESTEYN, secretaris. 112