Gebruikershandleiding. Universeelstrooier

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gebruikershandleiding. Universeelstrooier"

Transcriptie

1 Gebruikershandleiding Universeelstrooier VS Printed in Germany Lees deze gebruikershandleiding door, voordat de machine in gebruik wordt genomen! Volg de aanwijzingen op! Bewaren voor toekomstig gebruik!

2 EG-conformiteitsverklaring EG-conformiteitsverklaring overeenkomend met de EG-richtlijn 98/37/EG, aanhang II A De Fabrikant: B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG Bielefelder Str. 53 D Bad Laer verklaart hiermee, dat de hier na volgend beschreven machine: Fabrikaat: Universeelstrooier Type: VS 2403 Machinenummer:... overeenkomt met de volgende bepalingen in de volgende EG-richtlijnen: Machine-Richtlijn 98/37/EG EMV-richtlijn 89/336/EWG (Elektromagnetische compatibiliteit) Toegepaste normen en technische specificaties: EN ISO , EN ISO , EN 294, EN 982, EN 1553, EN 690 Bad Laer Dr. J. Marquering Leider ontwikkeling R. Kleine - Niesse Leider constructieafdeling Voertuigtechniek Dr. K.-P. Strautmann Bedrijfsdirecteur 2 VS 2403 Stand 03.08

3 Identificatiegegevens Identificatiegegevens Vul hier de identificatiegegevens van de machine in. De identificatiegegevens vindt u op het typeplaatje. Fabrikant: B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG Machinenummer: (negen posities) Type: Bouwjaar: Adres fabrikant B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG Landmaschinenfabrik Bielefelder Straße 53 D Bad Laer Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) Onderdelen bestelling Formeel voor de gebruikershandleiding B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG Landmaschinenfabrik Bielefelder Straße 53 D Bad Laer Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) Online onderdelenboek: Geef bij het bestellen van onderdelen altijd het machinenummer (negen posities) van de machine door. Documentnummer: Aanmaakdatum: Copyright B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG, 2008 Alle rechten voorbehouden. Nadruk, ook gedeeltelijk, slechts toegestaan na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Firma B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG. VS 2403 Stand

4 Voorwoord Voorwoord Geachte gebruiker, U hebt besloten tot aankoop van een kwaliteitsproduct uit het omvangrijke productenpalet van de Firma B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. Wij danken u voor het in ons gestelde vertrouwen. Controleer de machine bij ontvangst op beschadigingen en controleer of er (onder)delen missen! Controleer de leveromvang inclusief de bestelde extra opties aan de hand van de pakbon. Alleen directe reclames zullen in behandeling worden genomen! Lees deze gebruikershandleiding zorgvuldig door voor het eerste gebruik en volg de aanwijzingen op. Speciaal de veiligheidsaanwijzingen. Na het zorgvuldig lezen kunnen de voordelen van de nieuwe machine volledig worden benut. Laat alle personen die met deze machine gaan werken, de gebruikershandleiding lezen, voordat de machine in gebruik wordt genomen cq. door die personen wordt gebruikt. De machines zijn met diverse opties uit te rusten. Door de individuele uitrusting van uw machine hebben niet alle in deze handleiding beschreven zaken betrekkingen op uw machine. Extra uitrustingen (opties) zijn in deze gebruikershandleiding gekenmerkt en tegen meerprijs te leveren. Bij eventuele vragen of bij problemen, leest u alstublieft deze gebruikershandleiding na of bel met ons. Regelmatig onderhouden en verzorgen van de machine en het tijdig vervangen van versleten of beschadigde machinedelen verhogen de verwachte gebruikstijd van uw machine. Gebruikers beoordeling Geachte lezers, Onze gebruikershandleidingen worden regelmatig geactualiseerd. Met uw verbeteringsvoorstellen helpt u mee, een gebruikersvriendelijke handleiding vorm te geven. Zend uw voorstellen per fax of aan: Firma B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG Bielefelder Straße 53 D Bad Laer Tel.: + 49 (0) Fax.: + 49 (0) VS 2403 Stand 03.08

5 Inhoudsopgave 1 Gebruikersaanwijzingen Doel van het document Richtingaanduiding in de gebruikershandleiding Gebruikte afbeeldingen Toegepaste begrippen Productbeschrijving Overzicht bouwgroepen Veiligheids- en bescherminrichtingen Verzorgingsleidingen tussen trekker en machine Verkeerstechnische uitrustingen Eigenlijk gebruik Gevarengebied en gevaarlijke plaatsen Typeplaatje en CE-kentekening Technische gegevens Algemene gegevens Afmetingen Bandenspanning Benodigde uitrusting van de trekker Geluidsniveau Conformiteit Veiligheidsaanwijzingen Veiligheidsbewust werken Organisatorische maatregelen Verplichting van de eigenaar Verplichting van het bedienende personeel Kwalificering van personen Bedrijfszekerheid Bedrijfszeker bedienen van de machine Veiligheids- en bescherminrichtingen Veranderingen aan de machine Onderdelen of verslijtdelen, als ook hulpstoffen Garantie en aansprakelijkheid Fundamentele Veiligheidsaanwijzingen Algemene veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften Hydraulische-installatie Elektrische installatie Aftakas gebruik Aangehangen machines Reminstallatie Assen Banden Machine gebruiken Machine onderhouden en verzorgen Veiligheidsaanwijzingen en belangrijke informaties voor een specifieke handeling Veiligheidsaanwijzingen voor een specifieke handeling Belangrijke informaties Waarschuwing- en instructieaanwijzingen Waarschuwingsaanwijzingen Instructieaanwijzingen Plaats van de waarschuwing- en instructieaanwijzingen Gevaren door het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingsaanwijzingen Verladen en lossen...58 VS 2403 Stand

6 Inhoudsopgave 5 Opbouw en functie Strooimechanisme Bodemketting Instellen van de aandrijfsnelheid van de bodemketting Verstelbereik van de toerentalregelaar laten aanpassen op de hydraulische installatie van de trekker Bedieningskast zonder controlelampen voor de bestuurbare- cq. liftas Stuwschuif walsen-strooimechanisme Kap over de strooiwalsen Verstelbare klep en strooischuif schijven-centrifugaalstrooimechanisme Toerentalcontrole Weeginrichting Bedieningselementen Bedieningskast Mogelijke symbolen en hun betekenis Field-Operator Hydraulische-installatie op de machine Elektro-hydraulisch ventielenblok Instellen van de systeem-omstelschroef voor het aanpassen van het hydraulische systeem Load-Sensing-hydraulieksysteem met Load-Sensing-stuurleiding Elektrisch - Nood-handbediening Hydraulische slangen Hydraulische slangen aankoppelen Hydraulische slangen afkoppelen Trekdissel Onderaankoppeling Trekdissel aankoppelen Trekhaak (Hitchhaak) en trekoog (Hitchring) Trekpen (Piton-Fix) en trekoog (Hitchring) Kogelkopkoppeling en trekschaal Trekdissel afkoppelen Trekhaak (Hitchhaak) en trekoog (Hitchring) Trekpen (Piton-Fix) en trekoog (Hitchring) Kogelkopkoppeling en trekschaal Steunpoot Hydraulische steunpoot Hydraulische steunpoot in transportstand heffen Hydraulische steunpoot in de steunstand laten zakken Aftakas Aftakas aankoppelen Aftakas afkoppelen Onderstel Hydropneumatische tandem-as met hydraulische niveauregeling Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling controleren Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling corrigeren Hydraulische liftas Liftas heffen en laten zakken Bestuurbare as voor naloopbesturing Stuuras vrijgeven Stuuras blokkeren Bestuurbare as voor gedwongen besturing (alleen bij onderaankoppeling) Gedwongen besturing aankoppelen Gedwongen besturing blokkeren Gedwongen besturing uitrichten (Werkplaats werkzaamheden) Gedwongen besturing ontluchten (Werkplaats werkzaamheden) VS 2403 Stand 03.08

7 Inhoudsopgave Tweeleiding-luchtdruk-reminrichting Geremde assen Rem- en voorraadleiding aankoppelen Rem- en voorraadleiding afkoppelen Parkeerrem Machine in gebruik nemen Wegenverkeersvoorschriften Controleren of de trekker geschikt is Bereken de werkelijke waarde Voorwaarden voor het gebruik van trekkers met aanhangers die zijn uitgerust met een starre dissel Combinatie van verbindings- en trekinrichtingen De daadwerkelijke D C -waarde voor de te koppelen combinatie berekenen Toegestane aanhangerbelasting van de trekker berekenen Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen Bedieningskast op de trekker aanbrengen Lengte van de aftakas op de trekker aanpassen (Vakwerkplaats werkzaamheden) Functies van de machine controleren Machine aan- en afkoppelen Machine aankoppelen Machine afkoppelen Instellingen Algemene aanwijzingen schijven-centrifugaalstrooimechanisme Werpers op de strooischijven verstellen Verstelbare klep en strooischuif verstelbare klep instellen Strooischuif instellen Strooihoeveelheid Strooihoeveelheid volgens strooitabel instellen Omrekenen van de strooihoeveelheid van [m 3 /ha] in de massa in [t/ha] Omrekenen van strooihoeveelheden bij een gedeeltelijk geopende stuwschuif Gebruik van de machine Laden Strooien Maatregelen als de toerentalcontrole begint te werken Verstoppingen / blokkeringen met de hand opheffen Aanbevelingen voor het rijgedrag tijdens het strooien Aanbevelingen voor het in- en uitschakelen van de bodemketting van de machine op de kopakker Aanbeveling voor het verkrijgen van een gelijkmatige lengteverdeling Transporten Transportritten met een gedeeltelijk geloste machine Machine onderhouden en verzorgen Schema onderhoud en verzorging Overzicht Machine reinigen Machine smeren Smeerschema Conserveren / langere perioden van stilstand VS 2403 Stand

8 Inhoudsopgave 11.5 Olie in aandrijfkast controleren / navullen / wisselen Vulhoeveelheden en wisselintervallen Bodemkettingaandrijving Hoofdverdeelaandrijving Middenaandrijving van het 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme Schijvenaandrijving walsen-aandrijfkast Strooiwalsenaandrijving Oliepeil controleren / navullen Olie verversen Bodemketting Kettingen van de bodemketting naspannen Kettingen van de bodemketting inkorten Kettingspanners en voorste omlooprollen van de bodemketting-geleiding doorsmeren Achterste omkeerrollen van de bodemketting doorsmeren walsen-strooimechanisme Bindtouw van de strooiwalsen verwijderen Strooimesjes omkeren / vervangen (Werkplaats werkzaamheden) schijven-centrifugaalstrooimechanisme Werpers controleren / vervangen Verslijtplaten vervangen Hydraulische-installatie Hydraulische-installatie drukloos maken Gedwongen besturing drukloos maken Hydraulische slangen Kenmerken en gebruiksduur van hydraulische slangen Onderhoudsintervallen Inspectiecriteria voor hydraulische slangen en leidingen In- en uitbouwen van hydraulische slangen/leidingen (Vakwerkplaats werkzaamheden) Hydrauliekfilter wisselen (Vakwerkplaats werkzaamheden) Onderhoud schema assen Hydraulische niveauregeling De olievoorraadhouder op de hydraulisch cilinder van de hydraulische niveauregeling Condenswater aftappen en het oliepeil controleren / navullen Banden Banden controleren De uitwerking van verschillende banden op akker- en groenland Uitwerking van verschillende bandenspanningen op de weg Banden wisselen Reminstallatie Leidingfilter van de luchtdrukreminstallatie reinigen / controleren Luchtdruk reminstallatie instellen Aandraaimomenten voor metrische boutverbindingen Storingen en oplossingen Hydrauliek Storingen en oplossingen Elektrisch Schema s Hydrauliek schema Hydrauliek schema gedwongen besturing Elektrisch schema Aansluiting verlichting Aansluiting extra elektrische verbruikers VS 2403 Stand 03.08

9 Indexcijfer A Aan- en afkoppelen van de machine...34 Aandraaimoment van de wielmoeren Aandraaimomenten Aangehangen machines...40 Aftakas...90 Aftakas aanpassen Aftakas gebruik...39 B Banden...42, 179 Bedieningskast Benodigd vermogen...25 Bescherminrichtingen...15 Bodemketting D D C -waarde E Elektrisch - Nood-handbediening...80 Elektrische installatie...38 Elektro-hydraulisch ventielenblok...78 G Gebruik van de machine...35 Gedwongen besturing...101, 171 Geremde assen Gevarengebied en gevaarlijke plaatsen...20 H Hef- en bevestigingsmiddelen...58 Hogedrukreiniger / stoomreiniger Hydrauliek olie...25 Hydrauliekfilter wisselen Hydraulische niveauregeling Hydraulische reminrichting...41 Hydraulische slangen Hydraulische-installatie...37, 77 I Instellingen L Lekken...37 Load-Sensing-hydraulieksysteem...79 Luchtdrukreminstallatie...40 M Machine in gebruik nemen Machine tegen wegrollen beveiligen Maximale bedrijfsdruk N Naloopbesturing O Oliesoort Omstelschroef op het elektro-hydraulische ventielenblok Onderaankoppeling Onderdelen of verslijtdelen Onderhoud hydraulische-installatie Onderhouden en verzorgen Onderhoudsschema Opbrengst van de hydraulische pomp Open- of closed-center-hydraulieksysteem.. 77 P Parkeerrem Productbeschrijving R Reinigen Rem- en voorraadleiding Reminstallatie... 40, 182 Remvertraging Risico - Betekenis S Scharmüller kogelkopkoppeling Schema s Slipkoppeling Smeren Steunpoot Steunpoot - hydraulisch Stuurventielen Systeem-omstelschroef VS 2403 Stand

10 Indexcijfer T Toegestane aanhangerbelasting Transport van de machine...36 Transporten Trekker en machine beveiligen , 117 Tweeleiding-luchtdruk-reminrichting V Vakwerkplaats...31 Veiligheid tijdens het bedienen...32 Veiligheids- en bescherminrichtingen...32 Veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften...34 Veiligheidsaanwijzingen voor een specifieke handeling...44 Veranderingen aan de machine...32 Verbindings- en trekinrichtingen Verbindings- en trekinrichtingen - D C -waarde Verstoppingen bij de strooiwalsen...61 W Waarschuwing- en instructieaanwijzingen...56 Waarschuwingsaanwijzingen...46 Waarschuwingsaanwijzingen - Verklaring...46 Wegenverkeersvoorschriften Werk voor werkplaats...31 Werkplek, bestuurderszitplaats VS 2403 Stand 03.08

11 Gebruikersaanwijzingen 1 Gebruikersaanwijzingen Het hoofdstuk gebruikersaanwijzingen geeft informatie hoe om te gaan met deze gebruikershandleiding. 1.1 Doel van het document De hier voorliggende gebruikershandleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de machine. geeft aanwijzingen voor een veilige en efficiënte omgang met de machine. is een BESTANDEEL van de machine en moet altijd bij de machine/op de trekker aanwezig zijn. bewaren voor toekomstig gebruik. moet bij verkoop van de machine (ook inruil) worden doorgegeven. 1.2 Richtingaanduiding in de gebruikershandleiding Alle richtingsaanduidingen in deze gebruikershandleiding worden in de rijrichting gezien. 1.3 Gebruikte afbeeldingen Aanwijzingen hoe te handelen en reacties Opsommingen De door gebruiker uit te voeren bezigheden zijn als genummerde aanwijzingen weergegeven. Houdt de volgorde van de aanwijzingen aan. De reactie op de handelingen is eventueel met een pijl gemarkeerd. Voorbeeld: 1. Aanwijzing 1 Reactie van de machine op aanwijzing 1 2. Aanwijzing 2 Opsommingen zonder een dwingende volgorde zijn als lijst met opsommingpunten weergegeven. Voorbeeld: Punt 1 Punt 2 Positie aanduidgetallen in afbeeldingen Cijfers tussen haakjes verwijzen naar een positie aanduidend getal in een afbeelding. Het eerste cijfer verwijst naar de afbeelding, het tweede cijfer op het positiegetal in de afbeelding. Voorbeeld (Fig. 3/6) Figuur 3 Positie 6 VS 2403 Stand

12 Gebruikersaanwijzingen 1.4 Toegepaste begrippen Begrip derde persoon Risico Fabrikant Het begrip betekent: alle anderen personen behalve de bedienende persoon. de bron van een mogelijke letselrisico of gezondheidsbeschadiging. de Firma B. Strautmann & Söhne GmbH & Co. KG. Machine de Universeelstrooier VS Bedieningsdeel... het bouwdeel, dat door de bedienende persoon direct wordt gebruikt, bijvoorbeeld door druk. Een bedieningsdeel kan een hefboom, tuimelschakelaar, draaiknop, taster enzovoort zijn. 12 VS 2403 Stand 03.08

13 Productbeschrijving 2 Productbeschrijving Dit hoofdstuk bevat: omvattende informatie betreffende de opbouw van de machine, de benamingen van de individuele bouwgroepen en de plaats van de onderdelen. Lees dit hoofdstuk, zo mogelijk, bij de machine. Zo maakt u zich het beste met de machine vertrouwd. De machines zijn met diverse opties uit te rusten. Door de individuele uitrusting van uw machine hebben niet alle in deze handleiding beschreven zaken betrekkingen op uw machine. Extra uitrustingen (opties) zijn in deze gebruikershandleiding gekenmerkt en tegen meerprijs te leveren. 2.1 Overzicht bouwgroepen Afbeelding van het product en een beschrijving van de belangrijkste elementen. Fig. 1 (1) Kettingspanner (2) Platform met bodemketting (3) Dissel (4) Stuurstang voor gedwongen besturing (alleen als deze optie is aangebouwd) (5) Hydraulische steunpoot (6) Electro-/hydraulische aansturing (7) Elektro-hydraulisch ventielenblok (8) Kogelblokkeerkraan voor klep over strooiwalsen (9) Aandrijfkast voor bodemketting (10) Toerentalsensoren voor 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme (11) Stuwschijf (12) Verstelbare klep (13) Hoogteverstelling voor stuwschijf (14) Verstelling rechts (Verstelbare klep) (15) Klep over 2-walsenstrooimechanisme (16) Toerentalsensor voor strooiwalse (17) Hydraulische stuw- en doseerschuif (18) Opbouw (19) Bescherming over zijwand VS 2403 Stand

14 Productbeschrijving Fig. 2 (20) Strooiwalsenaandrijving boven (21) 2-walsen-strooiinrichting (22) Strooiwalsenaandrijving onder (23) Verstelling links (Verstelbare klep) (24) 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme met hoofdverdeelaandrijving, middenaandrijving, schijvenaandrijving (25) Kantstrooiinrichting (alleen als deze optie is aangebouwd) (26) 2-walsen-aandrijfkast (27) Naloopas (28) Onderstel (29) Hydraulische liftas (30) Parkeerrem (31) Aanhangerremventiel met aftapventiel (32) Hydrauliek-handpomp voor gedwongen besturing (alleen als deze optie is aangebouwd) (33) Niveauventiel (34) Opname voor hydraulische slangen met slangengarderobe 14 VS 2403 Stand 03.08

15 Productbeschrijving 2.2 Veiligheids- en bescherminrichtingen Dit hoofdstuk toont de plaats van de correct aangebrachte en gesloten bescherminrichtingen. WAARSCHUWING Gevaren door beklemmen, vastgrijpen, opwikkelen, intrekken en vangen door aangedreven, niet beschermde aangedreven elementen! De machine alleen gebruiken als alle beschermingen zijn aangebracht en zijn gesloten. Vervang defecte beschermingen direct. VS 2403 Stand

16 Productbeschrijving Fig. 3 (1) Vanghek (2) Bescherming voor gedwongen besturing (alleen als deze optie is aangebouwd) (3) Aanrijdbeveiliging links (4) Afdekking voor de elektro-hydraulische aansturing (5) Afdekking voor elektro-/hydraulisch ventielenblok (6) Onderrijdbeveiliging (7) Lang scherm aandrijfas bij 2-schijvencentrifugaalsctrooimechanisme (8) Bescherming om aandrijfas bij 2-schijvencentrifugaalsctrooimechanisme (9) Kap over strooiwalsen (10) Zijscherm strooiwalsenaandrijving links (11) Beschermbeugel (12) Bodem-eindstuk over aandrijfas (13) Aanrijdbescherming rechts (14) Beschermkappen (2x) voor aandrijfas (15) Beschermbuis (7x) voor aandrijfas (16). Opklapbare ladder (17) Bescherming over zijwand 16 VS 2403 Stand 03.08

17 Productbeschrijving De afstand tussen de onderijdbeveiliging (1) en de rijbaan (2): mag hoogstens 550 mm bedragen, kan bij het verwisselen van de banden veranderen. Controleer deze afstand na het verwisselen van de wielen. Verander de stand van de onderijdbeveiliging, als de afstand meer dan 550 mm bedraagt. Fig Verzorgingsleidingen tussen trekker en machine (1) Hydrauliekaansluiting "Druk" SN 16 rood (2) Hydrauliekaansluiting "Retour" SN 20 blauw (3) Load-Sensing-aansluiting SN 6 (alleen als een Load-Sensing-aansluiting beschikbaar is) (4) Luchtdrukrem voorraadleiding rood (5) Luchtdrukrem remleiding geel (6) Stroomverzorging voor aansturing 3-polig (7) Verlichtingsaansluiting 7-polig (8) Hydrauliekaansluiting voor hydraulische rem met hydrauliekkoppeling volgens ISO 5676 (alleen bij een hydraulische reminrichting) Fig. 5 VS 2403 Stand

18 Productbeschrijving 2.4 Verkeerstechnische uitrustingen Telkens voor het gebruik van de machine moet de verkeerstechnische uitrustingen volgens voorschrift zijn aangebracht en op de werking worden gecontroleerd voordat een rit op openbare wegen en straten wordt gemaakt. (1) Meer-functieverlichting (2) Kentekenplaat (3) Snelheidsbord (4) Driehoek-reflector (5) Onderrijdbeveiliging (6) Waarschuwingsborden achter (7) Zijreflectoren (4 stuks per machinezijde) (8) Wielblokken Fig. 6 (9) Waarschuwingsborden voor Fig. 7 Fig VS 2403 Stand 03.08

19 Productbeschrijving 2.5 Eigenlijk gebruik De Universeelstrooier "VS 2403": is uitsluitend bestemd voor het normale gebruik in de landbouwtoepassing, is geschikt voor het verdelen van alle soorten stalmest, compost, kalk, Carbo-kalk, ingedikt rioolslib en kippenmest op de oppervlakte van de akkers, mag uitsluitend worden bediend door één persoon vanaf de trekkerbestuurderszitplaats. Hellingen kunnen worden bereden: Terras-lijn: ο Rijrichting naar links 20 % ο Rijrichting naar rechts 20 % Val-lijn: ο helling op 20 % ο helling af 20 % Tot het eigenlijke gebruik behoort ook: het opvolgen van de aanwijzingen in deze gebruikershandleiding, het nakomen van de voorgeschreven werkzaamheden voor onderhoud en verzorging van de machine, het uitsluitend gebruiken van originele onderdelen. Andere toepassingen als boven aangevoerd zijn verboden en gelden als oneigenlijk gebruik. Voor schade voortvloeiend uit oneigenlijk gebruik: draagt de gebruiker/eigenaar de volle verantwoording, de fabrikant kan op geen enkele wijze verantwoordelijk worden gesteld. VS 2403 Stand

20 Productbeschrijving 2.6 Gevarengebied en gevaarlijke plaatsen Het gevarenbereik is het gebied rondom de machine en/of in een groter gebied rond de machine, waar gevaarlijke situaties voor de veiligheid of voor de gezondheid van een persoon kunnen ontstaan. Er mogen zich geen personen in het gevarenbereik bevinden: als de trekkermotor draait, de aftakas is aangekoppeld, hydraulische/elektronische functies zijn aangesloten, als de trekker en de machine niet tegen ongecontroleerd wegrollen zijn beveiligd. Alleen als zich geen personen in het gevarenbereik bevinden, mag de bestuurder: de machine in beweging zetten, bewegende delen van de machine van transport- in werkstand brengen, aangedreven werktuigen doen aandrijven. In het gevarenbereik ontstaan risico s, die met betrekking op het functioneren van de machine niet helemaal zijn op te heffen. De risico s zijn altijd aanwezig en kunnen onverwacht ontstaan. Gevaarlijke plaatsen op de machine worden met waarschuwingsstickers gemarkeerd. De waarschuwingsstickers waarschuwen voor het aanwezig zijn van restgevaren. In deze gebruikershandleiding wijzen de veiligheidsaanwijzingen ook op de aanwezige restgevaren. De risico s kunnen ontstaan: door bewegingen van de machine die ontstaan door het werken er mee, door uit de machine geslingerde materialen of vreemde voorwerpen, door het ongecontroleerd laten zakken van een geheven machine / geheven delen van de machine, door ongecontroleerd starten en wegrollen van de trekker en de machine. De gevaarlijke plaatsen bevinden zich: in het gebied van de trekdissel, tussen de trekker en de machine, in het gebied rond een aangedreven aftakas, onder de machine, onder de geheven, niet beveiligde achterklep, in het bereik van de aangedreven strooiwalsen en strooischijven, in het bereik van de aangedreven bodemketting, bij een aangedreven machine in de laadruimte. 20 VS 2403 Stand 03.08

21 Productbeschrijving 2.7 Typeplaatje en CE-kentekening De volgende afbeeldingen tonen de indeling van het typeplaatje, machinenummer en de CE-kentekening. De gezamenlijke kentekening heeft oorkondewaarde en mag niet worden veranderd of onherkenbaar worden gemaakt. (1) Typeplaatje met CE-kenmerk (2) Machineframe-nr. (Machinenummer) (in het frame ingeslagen) (3) Instelgegevens voor ALB-regelaar Fig. 9 Op het typeplaatje worden aangegeven: Hersteller = Fabrikant Fahrzeug / Maschinen Ident-Nr. = Machinenummer Typ = Type Leergewicht kg = Ledig gewicht kg Zul. Gesamtgew. kg = Toegestaan totaalgewicht kg Zul. Stützlast / Achslast vorn kg = Toegestane oplegdruk / as-belastingen voor kg Zul. Achslast hinten kg = Toegestane asbelasting achter kg Baujahr = Bouwjaar Nenndrehzahl U/min = Normtoerental o/min Zul. Hydr. Druck bar = Toegestane hydraulische druk bar Zul. Höchstgeschw. km/h = Toegestane max. snelheid km/h Fig. 10 VS 2403 Stand

22 Productbeschrijving 2.8 Technische gegevens Algemene gegevens Type Eenheid VS 2403 Toegestaan totaalgewicht kg Toegestane asbelasting kg Toegestane oplegdruk onderaankoppeling 1) met: Trekoog kg 4000 Trekschaal kg 4000 Ledig gewicht kg ca Nuttige belasting kg Maximale transportsnelheid km/h 40 Max. Hydraulische druk bar 210 Oliedoorstroomhoeveelheid l/min Benodigd vermogen min. kw (PK) 140/190 Minste gewicht van het trekkende voertuig kg 6500 Aftakastoerental min Spanningsverzorging Volt 12 VDC Geluidsniveau db(a) 84,3 1) Dat geldt allen voor transportsnelheden tot maximaal 40 km/h Tab VS 2403 Stand 03.08

23 Productbeschrijving Afmetingen Fig. 11 A = Totaal lengte m 10,12 B = Totaal breedte m 2,75 C = Totaal hoogte m 3,64 D = Totale hoogte, doseerschuif omhoog m 4,97 E = Spoorbreedte m 2,05 F = Asafstand m 1,805 G = Disselaankoppeling, onderaansluiting m 0,52 H = Lengte laadruimte tot stuwschuif m 6,30 J = Lengte laadruimte tot 2-walsenstrooimechanisme m 6,90 K = Laadruimtebreedte m 2,20 L = Laadruimtehoogte m 1,30 M = Doorgang stuwschuif m 1,45 N = Doorlaat strooiwalsen m 1,65 O = Laadhoogte m 3,05 Laadvolume m³ 20,1 Tab. 2 VS 2403 Stand

24 Productbeschrijving Bandenspanning 40 km/h 16 to 18 to 20 to max. 600/ PR bar 1, ,0 600/55 - R D bar 1,5 1,8-2,9 650/55 - R A8 bar 1,5 1,9-4,8 680/55 - R D bar 1,4 1,7-3,2 700/ PR bar 1,5 1,5 1,5 2,5 710/ A8 bar 1,5 1,8-2,4 710/50 - R D bar 1,7 2,0 2,3 4,0 710/50 - R D bar 1,3 1,5 1,7 4,0 710/50 - R D bar - - 1,5 3,7 750/45 - R A8 bar 1,3 1,5 2,0 4,8 800/40 - R D bar 1,5 1,8 2,0 4,0 800/45 - R D bar - - 1,5 3,7 800/ A8 bar - - 1,3 2,3 800/45 - R D bar - - 1,3 3,7 Tab. 3 Voorbeeld: Beschrijving van de banden: Asbelasting: Toegestane bandenspanning: 600/ PR 16 to 1,5 bar maximaal 2,0 bar De spanning van de banden mag vlgs. StVZO max. 1,5 bar bedragen, als de breedte van 2,55 m door brede banden wordt overschreden. 1 bar = 14,5 psi 24 VS 2403 Stand 03.08

25 Productbeschrijving 2.9 Benodigde uitrusting van de trekker Trekkermotorvermogen en eigengewicht Voor het eigenlijk gebruiken van de machine, moet de gebruikte trekker aan de volgende voorwaarden voldoen: Type VS 2403 Benodigd vermogen kw PK vanaf 140 vanaf 190 Eigengewicht kg 6500 Tab. 4 Elektrisch Accuspanning: 12 V (Volt) Stekkerdoos voor verlichting: 7-polig Stekkerdoos voor aansluiting 3-polig (DIN 9680) van de bediening Hydrauliek Controleer de soort hydraulische olie, voordat de machine op de trekker wordt aangesloten. Vermeng geen minerale oliën met bio-oliën! Maximale bedrijfsdruk: 200 bar Opbrengst van de hydraulische Tenminste 40 l/min bij 180 bar pomp: Hydrauliek olie op de machine: Hydrauliek olie HLP 46 Enige hydraulische componenten kunnen naar keuze worden aangesloten op: een dubbelwerkend stuurventiel, een enkelwerkend stuurventiel met een vrije retourleiding direct naar de voorraadtank op de trekker. Wij bevelen een enkelwerkend stuurventiel met een vrije retourleiding direct naar de voorraadtank op de trekker aan. Door de vrije retourleiding vloeit de hydraulische olie zonder terugloopstuwdruk in de olievoorraadtank van de trekker terug. Een vrije retourleiding reduceert de opwarming van de hydraulische olie. De hydraulische slangen zijn bij de snelsluiting met een kleur gemarkeerd: Drukleidingen (Voorloop P) zijn rood gemarkeerd, Retourleidingen (Terugloop T) zijn blauw gemarkeerd. VS 2403 Stand

26 Productbeschrijving Benodigde stuurventielen Hydraulische componenten: Benodigde stuurventielen: Elektro-hydraulisch ventielenblok optie: 1 dubbelwerkend stuurventiel of 1 enkelwerkend stuurventiel en 1 drukloze retourleiding met grote snelsluiting (Stuwdruk in retourleiding max. 5 bar) Hydraulische steunpoot 1 dubbelwerkend stuurventiel (alleen nodig, indien de functie direct vanaf de trekker moet worden bediend) Hydraulische niveauregeling van de hydro-/pneumatische tandemas 1 enkelwerkend stuurventiel Tab. 5 Reminstallatie Tweeleiding bedrijfsreminrichting: Tweeleiding-luchtdruk-reminrichting met: 1 Koppelingskop (rood) voor de voorraadleiding 1 Koppelingskop (geel) voor de remleiding Hydraulische beremming 1 Hydrauliekkoppeling volgens ISO 5676 Tab VS 2403 Stand 03.08

27 Productbeschrijving 2.10 Geluidsniveau De werkplekbepaalde emissiewaarde (geluidsniveau) bedraagt 84,3 db(a), gemeten in bedrijfstoestand bij gesloten cabine aan het oor van de trekkerbestuurder. De hoogte van het geluidsniveau is wezenlijk afhankelijk van het voertuig Conformiteit De machine wordt gebouwd met in acht neming van de veiligheid- en gezondheidsnormen vastgelegd in de volgende richtlijnen en normen: Machine-Richtlijn 98/37/EG EMV-Richtlijn 89/336/EWG EN ISO EN ISO DIN EN 294 DIN EN 982 DIN EN 1553 DIN EN 690 De fabrikant bevestigt, dat de machine aan basis veiligheid- en gezondheidseisen voldoet: door het opstellen van de conformiteitverklaring, door het aanbrengen van het CE-kenmerk op de machine. Door het aanbrengen van niet toegestane veranderingen, als aan- en ombouw: verliest de conformiteitverklaring van de machine haar geldigheid, zijn garantie- en productaansprakelijkheid bij letsel en/of zaakschade voor de fabrikant uitgesloten, draagt de gebruiker/eigenaar de volle verantwoording. VS 2403 Stand

28 Veiligheidsaanwijzingen 3 Veiligheidsaanwijzingen Dit hoofdstuk bevat belangrijke aanwijzingen voor de eigenaar en het bedienend personeel voor het veilige- en storingsvrije gebruik van de machine. Let op de veiligheidsaanwijzingen in deze gebruikershandleiding! De meeste ongevallen worden veroorzaakt, door het niet opvolgen van de eenvoudigste veiligheidsregels. Door het opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen in deze gebruikershandleiding helpt u mee, het ontstaan van ongevallen te vermijden. 3.1 Veiligheidsbewust werken De machine is gebouwd volgens de huidige stand der techniek en rekening houdend met de veiligheidstechnische voorschriften. Echter ook dan, kunnen bij het gebruik van de machine gevaren en gevaarlijke situaties ontstaan: voor lijf en leven van het bedienend personeel of voor derden, voor de machine zelf, aan andere zaken of voorwerpen. Let op een veilig gebruik van de machine: deze gebruikershandleiding, speciaal: ο de basis veiligheidsaanwijzingen, de veiligheidsaanwijzingen in het verband met het uitvoeren van werkzaamheden en de aanwijzingen hoe te handelen, ο de aanduidingen voor een eigenlijk gebruik. de waarschuwingsaanwijzingen op de machine, de nationale, algemeen geldende voorschriften met betrekking tot veiligheid, het voorkomen van ongevallen en de milieuvoorschriften, de nationale verkeersvoorschriften bij transportritten. Gebruik de machine alleen in een veiligheidstechnisch onberispelijke toestand. WAARSCHUWING Gevaren door beklemmen, snijden, vastgrijpen, opwikkelen, intrekken, vangen of omstoten van personen kunnen ontstaan, als de trekker en de machine onvoldoende beveilig zijn! Controleer de trekker en de machine telkens voor het in gebruik nemen op verkeer- en bedrijfszekerheid. 28 VS 2403 Stand 03.08

29 Veiligheidsaanwijzingen 3.2 Organisatorische maatregelen De gebruikershandleiding: bewaren op de plaats waar de machine wordt gebruikt, moet te allen tijde voor het bedienend- en onderhoudpersoneel vrij toegankelijk zijn Verplichting van de eigenaar De gebruiker is verantwoordelijk voor: het navolgen van de nationale algemeen geldende voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen en de milieuvoorschriften, alleen personen met/aan de machine laten werken, die: ο vertrouwd zijn met de voorschriften over arbeidsveiligheid en het voorkomen van ongevallen, ο in het werken met/aan de machine zijn geïnstrueerd, ο deze gebruikershandleiding hebben gelezen en hebben begrepen. alle waarschuwingsstickers op de machine in leesbare toestand te houden, beschadigde waarschuwingsstickers te vernieuwen, De persoonlijke beschermmiddelen beschikbaar te stellen, zoals bijv.: ο Veiligheidsbril, ο Werkhandschoenen volgens DIN EN 388, ο Veiligheidsschoeisel, ο Veiligheidskleding, ο Huidbeschermingsmiddelen, enzovoort. VS 2403 Stand

30 Veiligheidsaanwijzingen Verplichting van het bedienende personeel Alle personen, die met/aan de machine werken, zijn verplicht: zich voor het begin van de werkzaamheden met de machine vertrouwd te maken, zich voor het begin van de werkzaamheden met de volgende voorschriften vertrouwd te maken en deze tijdens de werkzaamheden na te volgen: ο ο ο ο de nationale, algemeen geldende veiligheid- en ongevallenpreventievoorschriften, het hoofdstuk "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen" in deze gebruikershandleiding, pagina 34, het hoofdstuk "Waarschuwing- en instructieaanwijzingen" in deze gebruikershandleiding, pagina 46 en de waarschuwingsaanwijzingen bij het gebruik van de machine navolgen, de hoofdstukken in deze handleiding te lezen, die voor het uitvoeren van de u gegeven opdrachten belangrijk zijn. Als wordt vastgesteld, dat de veiligheidstechnische toestand niet in orde is, moet dit onverwijld worden verholpen. Behoort dit niet tot de taak van het bedienende personeel of heeft deze niet voldoende kennis van zaken, dan moet dit euvel onmiddellijk aan de verantwoordelijke persoon worden gemeld. 30 VS 2403 Stand 03.08

31 Veiligheidsaanwijzingen Kwalificering van personen Alleen geschoolde en geïnstrueerde personen mogen met / aan de machine werken. De houder/eigenaar moet de bevoegdheden/verantwoordelijkheden van de personen voor het bedienen, onderhouden en in stand houden duidelijk vastleggen. Een onervaren persoon mag slechts onder toezicht van een ervaren persoon met/aan de machine werken. De voor het bedienen aangewezen persoon mag ALLEEN de in deze gebruikershandleiding beschreven werkzaamheden uitvoeren. Werkzaamheden die enkele speciale opleidingen vereisen, mogen alleen door daarvoor gekwalificeerde personen worden uitgevoerd. Vakwerkplaatsen beschikken over gekwalificeerd personeel en geëigende hulpmiddelen (gereedschap, hef- en hijswerktuigen, ondersteuningsvoorzieningen) voor het veilig en adequaat uitvoeren van deze werkzaamheden. Dat geldt voor alle werkzaamheden: die niet in deze gebruikershandleiding zijn genoemd, die in deze gebruikershandleiding zijn voorzien van de opmerking "Werk voor werkplaats". Actie Personen Speciaal voor deze actie opgeleide personen 1) geïnstrueerde personen 2) Personen met een vakopleiding (Vakwerkplaats) 3) Verladen / Transport X X X Machine in gebruik nemen -- X X Inrichten, uitrusten -- X X Gebruik -- X X Onderhouden en verzorgen -- X X Storingen zoeken en opheffen -- X X Milieuvriendelijk afvoeren X Legenda: X..toegestaan --..niet toegestaan 1) 2) 3) Een persoon, die een specifieke taak kan overnemen en deze voor een overeenkomstig gekwalificeerde firma mag doorvoeren. Als geïnstrueerd persoon geldt diegene die de aan u opgedragen taak kent en die op de mogelijke gevaren bij ondeskundig gedrag is gewezen. Die zo nodig is geïnstrueerd, als ook over de noodzaak van beschermingen en beschermende maatregelen op de hoogte werd gebracht. Personen met een vakspecifieke opleiding gelden als vakkracht (Vakman). U kunt op grond van uw vakopleiding, kennis van de betreffende voorwaarden en de aan u opgedragen werkzaamheden beoordelen en mogelijke gevaren herkennen. Opmerking: Een aan een vakopleiding gelijkwaardige kwalificatie kan ook door een meerjarige ervaring in het betreffende werk zijn verkregen. VS 2403 Stand

32 Veiligheidsaanwijzingen 3.3 Bedrijfszekerheid Bedrijfszeker bedienen van de machine Als zich in het gevarengebied rond de machine geen personen (Kinderen) meer bevinden, mag de machine alleen worden bediend door een persoon, vanaf de bestuurderszitplaats op de trekker. Let hierbij op het hoofdstuk "Gevarenbereik en gevaarlijke plaatsen", pagina Veiligheids- en bescherminrichtingen Gebruik de machine alleen als alle beveiligingen en beschermkappen zijn aangebracht en kunnen functioneren. Foutieve of gedemonteerde veiligheids- en bescherminrichtingen kunnen tot gevaarlijke situaties leiden. Controleer alle veiligheid- en bescherminrichtingen op uiterlijk herkenbare beschadigingen en op het functioneren, voordat de machine in gebruik wordt genomen Veranderingen aan de machine Machines waarvoor een type goedkeuring is afgegeven of de met een voertuig verbonden uitrusting of uitrustingsdelen met een geldige typegoedkeuring of vergunningen voor verkeer op de openbare wegen volgens de verkeervoorschriften, moeten zich in de toestand bevinden die in alle afgegeven verklaringen staan beschreven. Veranderingen, aan- of afbouwwerkzaamheden aan de machine mogen slechts plaatsvinden na schriftelijke toestemming van de fabrikant. Bij eigenmachtige veranderingen, aan- of afbouwwerkzaamheden: ο ο verliest de conformiteitverklaring van de machine haar geldigheid, verliest de typegoedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften haar geldigheid. Gebruik uitsluitend originele onderdelen, of onderdelen die door de fabrikant zijn vrijgegeven voor ombouw- of toebehoren, zodat: ο ο ο de conformiteitverklaring en de CE-kentekening van de machine hun geldigheid behouden, de goedkeuring volgens nationale en internationale voorschriften behoudt, het bedrijfszeker functioneren van de machine blijft gewaarborgd. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade of beschadiging, die is veroorzaakt is door: ο eigenmachtige veranderingen van de machine, ο gebruik van niet vrijgegeven ombouw- of toebehoren, ο lassen en boren aan dragende delen van de machine. 32 VS 2403 Stand 03.08

33 Veiligheidsaanwijzingen Onderdelen of verslijtdelen, als ook hulpstoffen Vervang machinedelen die zich niet in een goede toestand bevinden. Gebruik originele onderdelen die door de fabrikant zijn vrijgegeven, zodat de typegoedkeuring volgens nationale- en internationale voorschriften haar goedkeuring behoudt. Bij het gebruik van onderdelen vervaardigd door andere leveranciers is niet gegarandeerd, dat deze aan de eisen van veiligheid- en bedrijfszekerheid voldoen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade of beschadigingen veroorzaakt door het gebruik van dergelijke onderdelen of hulpmiddelen Garantie en aansprakelijkheid Hier gelden onze "Algemene Verkoop- en levervoorwaarden". Deze staan de eigenaar tenminste bij het sluiten van de overeenkomst ter beschikking. Een beroep op garantieverlening en aansprakelijkheid is uitgesloten, als deze op een of meerdere van de volgende oorzaken zijn terug te voeren: oneigenlijk gebruik van de machine, onjuist monteren, in gebruik nemen, bedienen en onderhouden van de machine, gebruik van de machine met defecte veiligheidsinrichtingen of niet ordelijk aangebrachte of defecte veilgheids- of bescherminrichtingen, het niet navolgen van de aanwijzingen in deze handleiding betreffende het in gebruik nemen, het gebruik en het onderhoud, eigenmachtige veranderingen aan de machine, het niet tijdig vervangen van machinedelen die aan slijtage onderhevig zijn, onoordeelkundig uitgevoerde reparaties, schade of beschadiging veroorzaakt door de inwerking van vreemde voorwerpen of overmacht. VS 2403 Stand

34 Veiligheidsaanwijzingen 3.4 Fundamentele Veiligheidsaanwijzingen Fundamentele Veiligheidsaanwijzingen: gelden altijd voor een veilig gebruik van de machine, zijn in de navolgende delen van dit hoofdstuk samengevat Algemene veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften Aan- en afkoppelen van de machine Volg naast deze veiligheidsaanwijzingen ook de algemeen geldende nationale veiligheid- en ongevallenpreventievoorschriften op! Draag bij werkzaamheden aan de machine beschermende kleding, handschoenen, bril en veiligheidsschoeisel! Let op de op de machine aangebrachte waarschuwing- en instructiestickers. U krijgt daardoor belangrijke aanwijzingen voor een veilig- en storingvrij gebruik van de machine! Houdt u naast de fundamentele veiligheidsaanwijzingen in dit hoofdstuk, ook aan aanwijzingen met betrekking op de uit te voeren werkzaamheden in de andere hoofdstukken! Stuur personen uit het gevarenbereik van de machine voordat u de machine van de plaats rijdt of in gebruik neemt! Let speciaal op kinderen! Neem geen personen of voorwerpen mee op de machine! Het laten meerijden van personen of het vervoeren van voorwerpen op de machine is verboden! Pas uw rijstijl zodanig aan, dat u de trekker met de aangekoppelde / aangehangen machine te allen tijde onder controle heeft! Houdt hierbij rekening met uw persoonlijke bekwaamheden, de rijbaan-, verkeers-, zicht- en weersomstandigheden, die de rijeigenschappen van de trekker en de aangekoppelde / aangehangen machine beïnvloeden. Gebruik voor het werk en voor het vervoer van de machine alleen trekkers die daarvoor geschikt zijn! Koppel de machine volgens voorschriften aan de voorgeschreven koppelinrichting op de trekker aan! Let op, dat door het aankoppelen van de machine de volgende waarden niet worden overschreden: ο het toegestane totaalgewicht van de trekker, ο de toegestane as-belastingen van de trekker, ο de toegestane oplegdruk op het koppelpunt van de trekker, ο ο de toegestane aanhangerbelasting van de verbindingsinrichting, de toegestane spanningen in de trekkerbanden van de trekker! Beveilig trekker en machine tegen wegrollen, voordat de machine wordt aan- of afgekoppeld! Het verblijf van personen in het gevarengebied tussen de trekker en de machine is VERBODEN, als de trekker naar de machine 34 VS 2403 Stand 03.08

35 Veiligheidsaanwijzingen toe wordt gereden! Aanwezige helpers mogen slechts naast de trekker en de werktuigen aanwijzingen geven en pas bij stilstand van beide tussen de trekker en de machine treden. Breng bij het aan- en afkoppelen van de machine de steuninrichtingen in de passende stand (Standveiligheid)! Bij het bedienen van de steuninrichtingen bestaat letselgevaar door verklemmen en beknellen! Wees bijzonder voorzichtig met het op de trekker aan- en afkoppelen van de machine! Tussen de trekker en de machine bevinden zich in het bereik van het aankoppelpunt bijzonder gevaarlijke plaatsen (beknellen en verklemmen)! Het is personen verboden zich op te houden tussen de trekker en de machine als de driepuntshefinrichting wordt gebruikt! Controleer gekoppelde verzorgingsleidingen. Gekoppelde verzorgingsleidingen: ο ο moeten alle bewegingen tijdens het maken van bochten zonder spanning, knikken of wrijven kunnen maken, mogen niet langs machinedelen schuren! Afgekoppelde machine tegen wegrollen beveiligen! Zorg voor voldoende druk op de steunpoot! Gebruik van de machine Maak U met de gehele machine en alle bedieningselementen vertrouwd, voordat u met de machine gaat werken! Tijdens het werk is het daarvoor te laat. Draag nauw aansluitende kleding! Losjes gedragen kleding verhoogt het gevaar om door draaiende (aandrijf-)assen te worden gepakt en op te worden gewikkeld! Neem de machine alleen in gebruik, als alle beschermingen volgens voorschrift zijn aangebracht en zijn gesloten! Let op het maximaal toegestane totaalgewicht van de machine en op de max. asbelasting van de trekker en op de max. oplegdruk van het trekpunt! Rij desnoods met een gedeeltelijk gevulde machine. Ten strengste verboden is het oponthoud van personen: ο in het werk- en gevarenbereik van de machine, ο in het uitwerpbereik van de machine, ο in het draai- en zwenkbereik van bewegende delen van de machine, ο onder geheven en niet beveiligde bewegende machinedelen! Op plaatsen waar andere krachten op machinedelen werken (bijvoorbeeld hydraulische aandrijvingen) bevinden zich eveneens gevaarlijke plaatsen! U mag deze door andere krachten werkende machinedelen slechts bedienen, als zich geen personen in het gevarenbereik van de machine bevinden! Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en wegrollen voordat de trekker wordt verlaten! VS 2403 Stand

36 Veiligheidsaanwijzingen Ondersteun opgeklapte beschermkappen, voordat u zich daaronder gaat begeven! Transport van de machine Volg bij transporten op openbare wegen, de nationale verkeerregels en andere voorschriften op! Controleer voor het begin van een transportrit: ο de juiste aansluiting van de verzorgingsleidingen, ο de verlichting op beschadiging, functie en netheid, ο de rem- en hydrauliekinstallatie op zichtbare gebreken, ο of de parkeerrem geheel is vrijgegeven, ο het functioneren van de reminstallatie! Zorg voor voldoende stuur- en remcapaciteit van de trekker! Aan een trekker aangebouwde of aangekoppelde machines en front- of hekgewichten beïnvloeden het rijgedrag als ook de bestuurbaarheid en de werking van de remmen. Gebruik eventueel frontgewichten! De vooras van de trekker moet altijd met minstens 20 % van het ledige gewicht van de trekker belast zijn, zodat een voldoende bestuurbaarheid is gewaarborgd. Bevestig frontgewichten altijd volgens voorschrift aan de daarvoor bedoelde bevestigingspunten! Overschrijd de maximaal toegestane gewichten van de machine, als ook de max. asbelasting en de max. oplegdruk van de trekker, niet! Controleer de werking van de remmen voordat u gaat rijden! De trekker moet de voorgeschreven remvertraging voor de beladen combinatie (trekker en werktuig) leveren! Houd bij het maken van bochten rekening met aangebouwde of aangekoppelde machines, de breedte van de lading en de swingmassa van de combinatie! Vermijdt het plotseling maken van bochten bij het rijden op hellingen, zowel helling op als helling af (Kantelgevaar!)! Breng voor het maken van een transportrit alle zwenkbare delen van de machine in de transportstand! Breng voor het maken van een transportrit alle zwenkbare machinedelen in de transportstand. Gebruik daarvoor de daarvoor bedoelde transportbeveiligingen! Controleer voor het begin van een transportrit of de benodigde transportuitrusting correct aan de machine is gemonteerd, bijvoorbeeld: verlichting, waarschuwingsborden, waarschuwingsinrichtingen en bescherminrichtingen! Pas de rijsnelheid aan de omstandigheden aan! Schakel voordat met een rit bergaf wordt begonnen over in een lagere versnelling! Schakel voor het begin van een transportrit de mogelijkheid om per wiel te remmen uit (Pedalen vergrendelen)! 36 VS 2403 Stand 03.08

37 Veiligheidsaanwijzingen Hydraulische-installatie De hydraulische installatie staat onder hoge druk! Let op een correct aansluiten van de hydraulische slangen (leidingen)! Maak voor het aansluiten van slangen of leidingen de hydraulische installatie zowel op de trekker als op de machine drukloos! Het is verboden delen die worden gebruikt om hydraulische of elektrische functies te verstellen, op de trekker, te blokkeren, bijvoorbeeld: klap-, zwenk- en schuifbewegingen! De betreffende beweging moet automatisch stoppen, als u het betreffende bedieningsdeel loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van machinedelen: ο die continue plaats vinden, ο die automatisch zijn geregeld, ο die bepaalt door de functie, in een zweefstand of een drukstand gehouden moeten worden. Voor het begin van werkzaamheden aan de hydraulische installatie: ο de machine afkoppelen, ο bewegende, geheven machinedelen beveiligen tegen ongecontroleerd zakken, ο maak de hydraulische installatie drukloos, ο trekkermotor stop zetten, ο parkeerrem aantrekken, ο contactsleutel uit het contactslot nemen! Laat hydraulische slangen tenminste 1 keer per jaar door een deskundig iemand controleren en beproeven op hun veiligheid! Vervang hydraulische slangen en leidingen bij zichtbare gebreken, in geval van beschadiging en veroudering! Gebruik alleen originele hydraulische slangen! De gebruiksduur van de hydraulische slangen (leidingen) mag niet langer dan 6 jaar zijn, inclusief een eventuele tijd van opslag van ten hoogste 2 jaar! Ook bij een gepaste wijze van opslaan en toegestane manier van gebruiken zijn slangen en slangverbindingen aan een natuurlijke veroudering onderhevig en is de gebruiksduur dus beperkt. Afwijkend hiervan kan de gebruiksduur in overeenkomst met de ervaringswaarden, met speciale aandacht voor veiligheid, worden beperkt. Voor slangen en hydraulische leidingen geproduceerd met thermoplasten kunnen andere richtwaarden gelden. Probeer NOOIT een lek in een hydraulische slang of leiding met de hand of met vingers af te dichten! Onder hoge druk staande hydraulische olie kan door de huid in het lichaam binnendringen en zwaar letsel veroorzaken. Bezoek direct een arts bij verwondingen door hydraulische olie. Infectiegevaar! Nooit lekkages opsporen met een onbeschermde hand! INFEKTIEGEVAAR. Gebruik bij het zoeken naar lekken, geëigende hulpmiddelen (Reinigingsspray, speciale spray voor het opsporen van lekken)! VS 2403 Stand

38 Veiligheidsaanwijzingen Elektrische installatie Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie altijd de minpool van de accu losmaken! Gebruik de voorgeschreven zekeringen. Bij gebruik van te zware zekeringen wordt de elektrische installatie verstoord - Brandgevaar! Let op de juiste volgorde bij het aan- en afklemmen van de accu: ο Aanklemmen: Eerst de pluspool en dan de minpool aanklemmen, ο Afklemmen: Eerst de minpool en dan de pluspool afklemmen! De plus-pool van de accu altijd met de daarvoor bedoelde afdekkap uitrusten. Bij kortsluiting op massa bestaat brandgevaar! Vermijd vonkenvorming en open vuur in de nabijheid van de accu! Er bestaat explosie gevaar! De machine kan worden uitgerust met componenten en bouwdelen, waarvan de functie kan worden beïnvloed door elektromagnetische straling van andere apparaten. Zulke beïnvloedingen kunnen personen in gevaar brengen als volgende veiligheidsaanwijzingen niet worden nagekomen: ο ο Bij een installatie achteraf van elektrische apparaten of componenten op de machine, met een aansluiting op de aanwezige elektrische installatie, moet onder verantwoording van de gebruiker, worden gecontroleerd of die installatie storingen veroorzaakt op de al aanwezige componenten, Let er op, dat de later geïnstalleerde elektrische en elektronische componenten voldoen aan de EMV-Richtlijn 89/336/EWG en de dan geldende versie en dat ze het CEkenmerk dragen! 38 VS 2403 Stand 03.08

39 Veiligheidsaanwijzingen Aftakas gebruik Er mogen slechts de door de fabrikant voorgeschreven aftakassen, met de voorgeschreven beschermingen worden gebruikt! Volg de aanwijzingen in de gebruikershandleiding van de meegeleverde aftakas! Controleer de aftakas: ο beschermbuizen en beschermkappen van de aftakas moeten onbeschadigd zijn, ο ook de bescherming op de trekker en op de machine moeten op de plaats zijn! De bescherming moet zich in een goede toestand bevinden! Het is verboden te werken met beschadigde beschermkappen! Het aan- en afkoppelen van de aftakas mag alleen worden uitgevoerd, als: ο de aftakasaandrijving is uitgeschakeld, ο de trekkermotor is uitgeschakeld, ο de contactsleutel uit het contactslot is verwijderd, ο de parkeerrem is aangetrokken! Let op dat de aftakas juist is gemonteerd en of de beveiligingsstift in de daarvoor bedoelde uitsparing is geschoven! Beveilig de aftakasbeschermbuizen tegen meedraaien door het vastzetten van de ketting(en)! Let op, dat de overlapping van de aftakasprofielbuizen en van de beschermbuizen bij het maken van bochten voldoende is! Volg de aanwijzingen van de aftakassenfabrikant op. Let er op dat de aftakas bij het rijden van bochten, voldoende schuifruimte heeft! Bij het gebruik van een groothoekkoppeling, deze altijd op het draaipunt tussen de trekker en de machine aanbrengen! Bij aftakassen met een slip- of een vrijloopkoppeling, deze altijd aan de machinezijde aanbrengen! Controleer of het gekozen aftakastoerental en de draairichting overeenkomen met het toelaatbare toerental en de draairichting van de machine voordat de trekker-aftakas wordt ingeschakeld! Verwijder personen uit het gevarenbereik van de machine, voordat de aftakas wordt ingeschakeld! Bij werkzaamheden aan de aftakas, mogen er zich geen personen in het bereik van de draaiende aftakas ophouden! De aftakas nooit inschakelen terwijl de trekkermotor stil staat! Schakel de aftakas altijd uit, als een te grote hoek moet worden gemaakt, of als de aandrijving niet nodig is! Na het uitschakelen van de aftakas bestaat verwondingrisico, door nalopende swingmassa van roterende machinedelen! Kom gedurende deze tijd niet dicht bij de machine! Pas als alle machinedelen volledig tot stilstand zijn gekomen, mag aan de machine worden gewerkt. VS 2403 Stand

40 Veiligheidsaanwijzingen Aangehangen machines Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd in werking stellen en tegen wegrollen, voordat de aftakasaangedreven machine of de aftakas wordt gereinigd, gesmeerd of wordt ingesteld! Leg de afgekoppelde aftakas op de voorgeschreven houder! Steek na het afmonteren van de aftakas, de bescherming op de trekkeraftakas-stomp! Let erop dat de combinatie van trekker en werktuigen op elkaar is afgestemd wat betreft de koppelingen op de trekker en de trekinrichting op de machine! Maak slechts voertuigsamenstellen die zijn toegestaan (Trekker en aangekoppelde machine). Overschrijd de maximaal toegestane oplegdruk op de verbinding tussen de trekker en een 1-assige machine niet! Zorg voor voldoende stuur- en remcapaciteit van de trekker! De aan een trekker aangekoppelde of aangehangen machines beïnvloeden het rijgedrag van de trekker, als ook de bestuurbaarheid en het remvermogen van de trekker, speciaal aanhangers met een starre dissel en oplegdruk. Een vakwerkplaats mag alleen de hoogte van de trekdissel met een oplegdruk instellen! Let voor het afkoppelen van een 1-assige machine er op, dat de steunpoot voldoende oplegdruk heeft! Speciaal bij een niet gelijkmatig beladen machine, kan kipgevaar ontstaan. (Standzekerheid) Reminstallatie Het remsysteem van de trekker, moet overeenkomen met het remsysteem van de machine! Stop de trekker onmiddellijk bij een functiestoring aan de reminstallatie. Laat de functiestoring onmiddellijk repareren! Reparaties en instelwerkzaamheden aan de reminrichting mogen alleen door vakwerkplaatsen worden uitgevoerd! Laat de reminrichtingen regelmatig controleren! Voor het behoud van de bedrijfsveiligheid, moeten de remmen altijd juist zijn ingesteld. Voor alle werkzaamheden aan de reminstallatie: ο Koppel de machine veilig af en beveilig de machine tegen wegrollen (wielblokken), ο Beveilig de geheven machine tegen ongecontroleerd zakken! Wees bijzonder voorzichtig met las-, brand- en boorwerkzaamheden in de omgeving van remleidingen! Voer na alle werkzaamheden aan de reminrichting altijd een remproef uit! 40 VS 2403 Stand 03.08

41 Veiligheidsaanwijzingen Luchtdrukreminstallatie De luchtdrukreminstallatie van de trekker en de machine moeten overeenstemmen! Maak de afdichtingen van de koppelingskoppen op de voorraaden de remleiding altijd schoon, voordat de voorraad- en de remleiding op de trekker worden aangesloten! Begin met een aangekoppelde machine pas te rijden, als de manometer van de luchtdrukreminrichting op de trekker 5,0 bar aanduidt! Tap de luchtketel elke dag af! Hydraulische reminrichting (machines buiten Duitsland) Assen Sluit de koppelingskoppen op de trekker af, als u gaat rijden zonder aangekoppelde machine! Hang de koppelingskoppen van de voorraad- en van de remleiding in de daarvoor op de machine bedoelde houders! Gebruik bij het navullen of het vervangen alleen de voorgeschreven remvloeistof. Houdt u bij het vervangen van de remvloeistof aan de betreffende voorschriften! De vastgelegde instellingen van de remventielen mogen niet worden veranderd! Vervang de luchtvoorraadtank, als: ο de voorraadtank in de spanbanden kan worden bewogen, ο de luchtvoorraadtank is beschadigd, ο het typeplaatje op de luchtvoorraadtank begint te roesten, loszit of is verdwenen! Hydraulische reminrichtingen zijn in Duitsland niet toegestaan! Gebruik bij het navullen of het vervangen alleen de voorgeschreven hydraulische olie. Let bij het vervangen van de hydraulische olie op de betreffende voorschriften! De assen nooit overbelasten. Overbelasting van de assen vermindert de levensduur van de lagers en kan tot beschadiging aan de assen leiden. Vermijdt daarom: overbelasting van de machine, tegen trottoirbanden aan rijden, rijden met te hoge snelheden, de montage van wielen en banden met een verkeerde persdiepte, het monteren van te grote wielen en banden. VS 2403 Stand

42 Veiligheidsaanwijzingen Banden Machine gebruiken Reparatiewerkzaamheden aan wielen en banden mogen alleen door vaklieden worden uitgevoerd, met toepassing van passende gereedschappen! Koppel de machine veilig af en beveilig deze tegen ongecontroleerd zakken en tegen wegrollen (parkeerrem, wielblokken), voordat wordt begonnen met werkzaamheden aan de wielen en banden! Het monteren van wielen mag alleen door vaklieden worden uitgevoerd, met toepassing van passende gereedschappen! Laat de lucht uit de banden lopen, voordat de band wordt gedemonteerd! Controleer de bandenspanning regelmatig! Houdt u aan de voorgeschreven bandenspanning. Bij een te hoge spanning ontstaat explosiegevaar! Blijf bij het op spanning brengen van banden, die aan de machine zijn gemonteerd, op zij, voor of achter de band staan! Een vulslang van tenminste 1,5 meter, maakt het gemakkelijker om op zij van het wiel te gaan staan. Alle bevestigingsbouten en moeren moeten worden vastgezet met een door de fabrikant voorgeschreven kracht! Het is verboden de machine te gebruiken, als het meegeleverde voorhek niet op de voorwand is aangebracht! Controleer telkens voor het in gebruik nemen of de bevestigingsdelen, speciaal de bevestiging voor de strooischijven, de werpers en de messen op de strooiwalsen, goed zijn bevestigd. Oponthoud in het werkbereik van de machine is verboden! Gevaren door weggeslingerd product / vreemde voorwerpen. Voor het inschakelen van de strooiwalsen of de strooischijven moeten personen uit de uitwerpzone worden verwijderd. De uitwerpzone kan tot 25 m breed zijn! Niet in de nabijheid van draaiende strooiwalsen / -schijven komen. Het is verboden in de laadruimte te klimmen, zolang de trekkermotor draait. Het laten meerijden van personen of het vervoeren van voorwerpen op de machine zijn verboden! Bij het gebruik van het 2-walsen-strooimechanisme langs perceelsranden, water of straten, moet de kantstrooiinrichting worden toegepast! De machine van de trekker afkoppelen als deze geheel leeg is! 42 VS 2403 Stand 03.08

43 Veiligheidsaanwijzingen Machine onderhouden en verzorgen Voer de voorgeschreven controle-, onderhoud- en afstelwerkzaamheden op vaste termijnen uit! Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen wegrollen, voordat met de werkzaamheden wordt gestart! Mechanische-, hydraulische-, pneumatische- en elektrische restenergieën kunnen ongecontroleerde bewegingen van, machinedelen veroorzaken! Let op de mogelijkheid van mechanische-, hydraulische-, pneumatische- en elektrische/elektronische restenergie op de machine. Waarschuwingsstickers kenmerken machinedelen, waar restenergie kan vrijkomen. Gedetailleerde aanwijzingen vindt u in de betreffende hoofdstukken van deze gebruikershandleiding. Sluit uit dat de machine ongecontroleerd kan worden gebruikt (luchtdruk en hydrauliekolie)! Bevestig en beveilig de grotere bouwgroepen zorgvuldig aan hefwerktuigen, voordat deze worden gewisseld! Controleer regelmatig of bouten en moeren vast zitten! Trek losse bouten en moeren na! Beveilig geheven machinedelen, of de geheven machine, tegen ongecontroleerd zakken, voordat de machine wordt gereinigd of voordat met onderhoud- of reparatiewerkzaamheden wordt begonnen! Gebruik bij het verwisselen van onderdelen met scherpe kanten (messen) passend gereedschap en beschermende handschoenen! Controleer of alle boutverbindingen vast zijn getrokken. Controleer of alle veiligheid- en beschermkappen na de werkzaamheden weer op de plaats zijn aangebracht! Voer gebruikte oliën, vetten en filters milieuvriendelijk af! Gebruikte stoffen en materialen passend opslaan en afvoeren/verwijderen, speciaal: ο bij werkzaamheden aan smeersystemen en -inrichtingen, ο bij het reinigen met oplosmiddelen! Voordat met elektrische laswerkzaamheden aan de trekker of aan de aangekoppelde / aangehangen machine wordt begonnen, moeten de kabels op de trekker van de dynamo en de accu worden afgekoppeld! Onderdelen moeten minstens aan de technische specificaties van de fabrikant voldoen! Dit is verzekerd als u originele onderdelen gebruikt! Houd de onderhoudintervallen voor slijtdelen aan! VS 2403 Stand

44 Veiligheidsaanwijzingen 3.5 Veiligheidsaanwijzingen en belangrijke informaties voor een specifieke handeling In de gebruikshandleiding bevinden zich veiligheidsaanwijzingen en belangrijke informaties met betrekking tot een specifieke handeling. Signaalwoorden en symbolen dienen er toe, veiligheidsaanwijzingen en belangrijke informaties met betrekking tot een specifieke handeling in één oogopslag te kunnen herkennen Veiligheidsaanwijzingen voor een specifieke handeling Veiligheidsaanwijzingen voor een specifieke handeling: Waarschuwen voor risico s, die in een bepaalde situatie of in samenhang met een bepaald gedrag kunnen optreden, staan in de betreffende hoofdstukken direct voor een gevaarvolle bezigheid, zijn gekenmerkt door het driehoekige veiligheidssymbool en een daarvoor staand signaalwoord. Het signaalwoord beschrijft de hoogte van het dreigende gevaar. GEVAAR GEVAAR kenmerkt een direct optredende situatie met een hoog risico dat levensbedreigend kan zijn of ernstig letsel (Verlies van lichaamsdelen of langdurige kwetsuren) tot gevolg zal hebben, als deze situatie niet wordt vermeden. Door het niet navolgen van de met "GEVAAR" gekenmerkte veiligheidsaanwijzingen dreigt direct gevaar voor zware verwondingen met mogelijk de dood tot gevolg. WAARSCHUWING WAARSCHUWING kenmerkt een direct optredende situatie met een gemiddeld risico dat levensbedreigend kan zijn of ernstig letsel (Verlies van lichaamsdelen of langdurige kwetsuren) tot gevolg zal hebben, als deze situatie niet wordt vermeden. Het niet navolgen van de met "WAARSCHUWING" gekenmerkte veiligheidsaanwijzingen kan zware verwondingen, met mogelijk de dood tot gevolg hebben. VOORZICHTIG VOORZICHTIG kenmerkt een gevaarlijke plaats met een beperkt risico, dat lichte of middelzware verwondingen (te genezen) of zaakschade tot gevolg kan hebben, als deze niet worden vermeden. Door het niet navolgen van de met "VOORZICHTIG" gekenmerkte veiligheids-aanwijzingen ontstaan mogelijk lichte of middelzware verwondingen of zaakschades. 44 VS 2403 Stand 03.08

45 Veiligheidsaanwijzingen Belangrijke informaties Belangrijke informaties: geven aanwijzingen voor een juist omgaan met de machine, geven gebruikerstips om de machine optimaal te benutten, worden gekenmerkt door de navolgende symbolen. BELANGRIJK kenmerkt een verplichting tot een bijzonder gedrag of een handeling om juist met de machine om te gaan. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan leiden tot storingen aan de machine of schade in de omgeving daarvan. AANWIJZING Kenmerkt gebruikstips en nuttige informatie. Deze aanwijzingen helpen u, alle functies op uw machine optimaal te gebruiken. VS 2403 Stand

46 Veiligheidsaanwijzingen 3.6 Waarschuwing- en instructieaanwijzingen Op de machine zijn de volgende aanwijzingen aangebracht: Waarschuwingsaanwijzingen kenmerken gevaarlijke plaatsen op de machine en waarschuwen voor restgevaren, die door de functie van bepaalde machinedelen niet geheel zijn uit te sluiten. Instructieaanwijzingen geven informatie voor het juist omgaan met de machine. Houd deze aanwijzingen altijd schoon en in een goed leesbare toestand! Vernieuw onleesbare aanwijzingen. Vraag nieuwe stickers aan onder het juiste bestelnummer: uw handelaar, bij de importeur, eventueel bij het Strautmann onderdelenmagazijn (+ 49 (0) ) Waarschuwingsaanwijzingen Een waarschuwingsaanwijzing kent 2 velden: (1) Pictogram voor het beschrijven van het risico Het pictogram toont een beeldbeschrijving van het risico, omgeven door een driehoekig veiligheidssymbool. (2) Pictogram om het risico te vermijden Het pictogram toont een beeldbeschrijving van het risico. Toelichting op de waarschuwingsaanwijzingen De volgende lijst bevat: Fig. 12 in de rechter kolom, alle op de machine aanwezige waarschuwingsaanwijzingen, in der linker kolom de volgende gegevens bij de rechtsstaande waarschuwingsaanwijzing: 1. Het bestelnummer. 2. De beschrijving van het risico, bijvoorbeeld "Verwondingrisico, kwetsen van vingers of de hand, veroorzaakt door toegankelijke bewegende machinedelen!" 3. De gevolgen van het negeren van de aanwijzing om het risico te vermijden, bijvoorbeeld "Deze plaats kan zware verwondingen, met het verlies van lichaamsdelen, veroorzaken." 4. De aanwijzing(en) om het risico te vermijden, bijvoorbeeld "Grijp nooit in de gevarenzone, zolang de trekkermotor draait en de aftakas / hydraulische installatie / elektrische installatie zijn aangesloten. Stuur personen uit het gevarengebied rond de machine, voordat delen van de machine in beweging worden gezet." 46 VS 2403 Stand 03.08

47 Veiligheidsaanwijzingen Bestelnummer en verklaring Waarschuwingsaanwijzingen Lees de gebruikershandleiding en de veiligheidsaanwijzingen, voordat de machine in gebruik wordt genomen! Verwondingrisico bij ingrepen aan de machine, bij werkzaamheden als: monteren, instellen, opheffen van storingen, veroorzaakt door ongecontroleerd starten en wegrollen van trekker en machine! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Beveilig de trekker en de machine voor alle ingrepen aan de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. Lees al naar gelang de ingreep, het betreffende hoofdstuk door en volg de aanwijzingen op Verwondingrisico voor het gehele lichaam tijdens oponthoud in het zwenkbereik van de achterklep! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. In het zwenkbereik van de achterklep mogen zich geen personen ophouden, zolang de trekkermotor loopt en de aftakas / hydraulische installatie is aangesloten. Verwijder personen uit het zwenkbereik van de achterklep, voordat de klep wordt geopend. VS 2403 Stand

48 Veiligheidsaanwijzingen Verwondinggevaar voor het gehele lichaam, veroorzaakt door niet noodzakelijk oponthoud onder niet beveiligde, zwevende lasten of geheven machinedelen! Dit risico kan zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg! Gebruik veiligheidsvergrendelingen tegen ongecontroleerd zakken van zwevende lasten of geheven delen van de machine, voordat het gevarenbereik wordt betreden Gevaren door beklemmen, vastgrijpen, ingetrokken worden voor het gehele lichaam, veroorzaakt door aangedreven machinedelen! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Nooit in het laadruimte klimmen, zolang de trekkermotor loopt en de aftakas / hydraulische-/ elektronische installatie is aangesloten Gevaar voor elektrocutie of verbrandingen, veroorzaakt door ongecontroleerd aanraken van bovengrondse elektrische hoogspanningsleidingen of door het ongecontroleerd benaderen van onder hoge spanning staande bovengrondse leidingen! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Houdt een veilige afstand aan tot bovengrondse hoogspanningsleidingen. Normspanning tot 1 kv boven 1 tot 110 kv boven 110 tot 220 kv boven 220 tot 380 kv Veilige afstand tot bovengrondse hoogspanningsleidingen 1 m 2 m 3 m 4 m 48 VS 2403 Stand 03.08

49 Veiligheidsaanwijzingen Gevaar door onder hoge druk uittredende hydraulische olie, veroorzaakt door lekke hydraulische slangen en-/of leidingen! Dit risico veroorzaakt zware verwondingen aan het gehele lichaam, als de onder hoge druk uittredende hydraulische olie de huid doordringt en het lichaam binnendringt. Probeer NOOIT een lek in een hydraulische slang of leiding met de hand of met vingers af te dichten. Lees de aanwijzingen in de gebruikershandleiding, voordat wordt begonnen met werkzaamheden voor onderhoud of verzorging van hydraulische slangen en/of leidingen. Bezoek direct een arts bij verwondingen door hydraulische olie Explosiegevaar door onder hoge druk uittredende hydraulische olie, veroorzaakt door onder gas- en/of oliedruk staande accumulatoren! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken met mogelijk de dood tot gevolg, als de onder hoge druk uittredende hydraulische olie de huid doordringt en het lichaam binnendringt. Lees voordat met werkzaamheden aan de hydraulische installatie wordt begonnen, de aanwijzingen door en volg deze op. Bezoek direct een arts bij verwondingen door hydraulische olie Gevaar om overreden te worden, veroorzaakt door het wegrollen van een afgekoppelde, niet beveiligde machine! Dit risico kan zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Beveilig de machine tegen wegrollen, voordat deze van de trekker wordt losgekoppeld of wordt weg gezet. Gebruik hiervoor de parkeerrem en/of wielblokken. VS 2403 Stand

50 Veiligheidsaanwijzingen Gevaren door beklemmen voor het gehele lichaam, veroorzaakt door oponthoud in het zwenkbereik van de dissel, tussen de trekker en een aangekoppelde machine! Dit risico kan zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Het verblijf van personen in het gevarengebied tussen de trekker en de machine is VERBODEN, zolang de trekkermotor loopt en de trekker niet is beveiligd tegen ongecontroleerd wegrollen. Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen de trekker en de machine, zolang de trekkermotor loopt en de trekker niet is beveiligd tegen ongecontroleerd wegrollen Gevaren door beklemmen, vastgrijpen, ingetrokken worden voor het gehele lichaam, veroorzaakt door aangedreven machinedelen! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Houdt een voldoende veilige afstand tot aangedreven onderdelen. Let er op, dat personen een voldoende veilige afstand tot aangedreven onderdelen houden Gevaren door vastgegrepen worden, opwikkelen, intrekken en vangen, veroorzaakt door aangedreven aftakas! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Houdt een voldoende veilige afstand tot de aftakas, zolang de trekkermotor draait en de aftakas / hydraulische installatie is aangesloten. Let er op dat personen een voldoende veilige afstand tot een aangedreven aftakas houden. 50 VS 2403 Stand 03.08

51 Veiligheidsaanwijzingen Gevaren door beklemmen, vastgegrepen worden,voor handen en/of armen, veroorzaakt door bewegende machinedelen! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met het verlies van lichaamsdelen gevolg. Nooit beschermkappen openen of verwijderen, zo lang de trekkermotor loopt terwijl de aftakas is aangesloten en / of de hydraulische-/ elektronische installatie werkt Verwondingrisico voor vingers of handen, veroorzaakt door toegankelijke, bewegende delen van de machine! Dit risico kan zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met het verlies van lichaamsdelen gevolg. Grijp nooit in de richting van een dergelijke gevaarlijke plaats, zo lang de trekkermotor loopt terwijl de aftakas is aangesloten en / of de hydraulische-/elektronische installatie werkt Gevaren door beklemmen, vastgrijpen, opwikkelen, intrekken en gevangen worden door aangedreven, niet beschermde aangedreven elementen, veroorzaakt door niet aangebrachte bescherminrichtingen! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met het verlies van lichaamsdelen gevolg. Sluit de geopende bescherminrichtingen of monteer de verwijderde bescherminrichting, voordat u de machine aandrijft. VS 2403 Stand

52 Veiligheidsaanwijzingen Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan in het gevarenbereik van de machine, door rond- of weggeslingerde materialen of vreemde voorwerpen! Deze risico s kunnen zware verwondingen aan het gehele lichaam veroorzaken. Houdt een voldoende veilige afstand tot het gevarenbereik van de machine. Let er op, dat personen een voldoende veilige afstanden tot het gevarenbereik van de machine aan houden, zolang de trekkermotor draait Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, als door mechanische werkzaamheden aan het frame, deze dragende delen breken! Deze risico s kunnen zeer zware verwondingen veroorzaken, mogelijk met de dood tot gevolg. Het is verboden: mechanische werkzaamheden te verrichten aan het onderstel, boren aan het machineframe, bestaande boringen aan het onderstel of het chassis te vergroten, door deze op te boren of anderszins, te lassen aan dragende machinedelen. 52 VS 2403 Stand 03.08

53 Veiligheidsaanwijzingen Instructieaanwijzingen Een instructieaanwijzing bestaat uit een pictogram: (1) Pictogram met informatie over het juist omgaan met de machine. Het pictogram bevat de informatie in een beeldende of beschreven weergave of in de vorm van een tabel. Fig. 13 Bestelnummer en verklaring Instructieaanwijzingen Het aandrijftoerental van de machine bedraagt 1000 min -1. Overtuig u er van dat het gekozen aftakastoerental en de draairichting overeenkomen met het toelaatbare toerental en de draairichting van de machine voordat de trekker- aftakas wordt ingeschakeld Lees de aanwijzingen voor het plegen van onderhoud aan de geremde assen in deze gebruikershandleiding Gevaren door ondeskundig reinigen van de machine. Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk "Reinigen met hogedrukreiniger / stoomreiniger" op pagina 155, als voor het reinigen een dergelijke voorziening wordt gebruikt Bedieningskast tijdens het rijden op de openbare weg uitschakelen. VS 2403 Stand

54 Veiligheidsaanwijzingen Dit pictogram kenmerkt de plaatsen waar een hefvoorziening (krik) kan worden geplaatst Sluit de kogelblokkeerkraan om de kap over strooiwalsen te borgen: tijdens het strooien, bij alle werkzaamheden onder de geopende kap over de strooiwalsen Controleer telkens voor het gebruik de strooischijven en de werpers of deze vast zitten. Indien nodig, de boutverbindingen natrekken. Oponthoud binnen het strooibereik van de machine is verboden. De kleinste afstand bedraagt tenminste 25 m Voor het in gebruik nemen controleren of de draairichting van de bodemketting juist is. Draairichting van de bodemketting slechts kortstondig omdraaien (reverseren). Liftas niet gebruiken bij ritten over de weg. Liftas pas bedienen, als de machine half leeg is Strooiwalsen vrijhouden van pakkentouw! 54 VS 2403 Stand 03.08

55 Veiligheidsaanwijzingen Let op de juiste spanning van de kettingen van de bodemketting. VS 2403 Stand

56 Veiligheidsaanwijzingen Plaats van de waarschuwing- en instructieaanwijzingen De volgende afbeeldingen tonen de ordening van de waarschuwingen instructieaanwijzingen op de machine. Fig VS 2403 Stand 03.08

57 Veiligheidsaanwijzingen 3.7 Gevaren door het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingsaanwijzingen Het negeren van de veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingsaanwijzingen kan: Risico s voor personen, omgeving en machine veroorzaken, bijvoorbeeld: ο ο ο ο ο gevaar voor personen door een niet beveiligde werkomgeving, weigeren van belangrijke machinefuncties, verzaken van de voorgeschreven methoden voor het gebruik, onderhoud en verzorging van de machine, het in gevaar brengen van personen door mechanische en chemische inwerkingen, het in gevaar brengen van het milieu door lekkende hydraulische olie. tot uitsluiting van enige aansprakelijkheid leiden. VS 2403 Stand

58 Verladen en lossen 4 Verladen en lossen Verladen en lossen met de trekker WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan door ongecontroleerd bewegen van trekker en machine, als er onvoldoende stabiliteit is als ook ontoereikende rem- en stuurcapaciteit van de trekker optreedt! Koppel de machine volgens voorschrift op de trekker aan, voor dat de machine op een transportmiddel wordt geladen of wordt gelost. De machine mag worden verladen of worden gelost onder voorwaarde dat het vermogen van de trekker en van de reminrichting voldoet aan de eisen die hiervoor zijn te stellen. Begin met een aangekoppelde machine pas te rijden, als de manometer van de luchtdrukreminrichting op de trekker 5,0 bar aanduidt. Verladen en lossen met hefmiddelen WAARSCHUWING Verwondingrisico of het risico om omgestoten te worden voor personen kunnen ontstaan, als de geheven machine onverwachts los schiet en valt! Maak gebruik van de gekenmerkte bevestigingspunten voor het bevestigen van haken bij het laden of lossen van de machine met een hefwerktuig. Gebruik hef- en bevestigingsmiddelen met een toereikende krachtopname. Nooit onder een geheven machine komen. 58 VS 2403 Stand 03.08

59 Verladen en lossen Fig. 15 (X) Bevestigingspunt (Y) Aanslagpunt Maak gebruik van de gekenmerkte bevestigingspunten voor het bevestigen van haken bij het laden of lossen van de machine met een hefwerktuig. VS 2403 Stand

60 Opbouw en functie 5 Opbouw en functie Het volgende hoofdstuk informeert U over de opbouw van de machine, de functie en het bedienen van de verschillende bouwdelen. De machine is soms met extra voorzieningen uitgerust. Extra uitrustingen (opties) zijn in deze gebruikershandleiding gekenmerkt en tegen meerprijs te leveren. 5.1 Strooimechanisme Het strooimechanisme van de Universeelstrooier bestaat uit: Bodemketting, Stuwschijf, 2-walsen-strooimechanisme, Kap over walsen met: ο verstelbare klep en ο strooischuif, 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme, Toerentalcontrole. 60 VS 2403 Stand 03.08

61 Opbouw en functie Bodemketting De ketting (1) van de bodemketting is van U- profielen (2) voorzien. De bodemketting brengt het product naar het 2- walsenstrooimechanisme (3). Fig. 16 Automatische kettingspanners (1) spannen de kettingen van de bodemketting. Fig. 17 De aandrijfas van de bodemketting wordt aangedreven via de hydro-motor (1) en de aandrijfkast (2). Via de bedieningskast / de Field-Operator: wordt de bodemketting in- of uitgeschakeld, is de snelheid van de bodemketting traploos instelbaar. De regelbare olie-volumestroom bedraagt 2 60 l/min. kan de draairichting van de bodemketting kortstondig worden omgekeerd, bijvoorbeeld voor het opheffen van verstoppingen bij de strooiwalsen tijdens het lossen. Fig. 18 VS 2403 Stand

62 Opbouw en functie Instellen van de aandrijfsnelheid van de bodemketting De aandrijfsnelheid van de bodemketting wordt via de draaiknop (Fig. 19) op de bedieningskast ingesteld. Voor de pijl (1) leest U de waarde van de ingestelde aandrijfsnelheid af: Waarde Aandrijfsnelheid van de bodemketting 1 laagste 10 hoogste De ingestelde waarde is geen absolute waarde voor aandrijfsnelheid, maar dient ter oriëntering. Al naar gelang de hydraulische installatie van de trekker: kan de ingestelde aandrijfsnelheid bij eenzelfde waarde op de schaalverdeling verschillend zijn, moet u het verstelbereik van de toerentalregelaar laten aanpassen op de hydraulische installatie van de trekker. Fig Verstelbereik van de toerentalregelaar laten aanpassen op de hydraulische installatie van de trekker Het in de fabriek ingestelde verstelbereik van de draaiknop (Fig. 19) veranderen, als de bodemketting: de minimale aandrijfsnelheid later bereikt van op schaalwaarde 1, de maximale aandrijfsnelheid eerder bereikt dan op schaalwaarde 10. Het aanpassen van het verstelbereik voorbereiden 1. Trekker en machine moeten zijn gekoppeld. 2. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd wegrollen. 3. Open de bedieningskast. 4. Start de motor van de trekker en schakel de olieomloop tussen trekker en machine in. 62 VS 2403 Stand 03.08

63 Opbouw en functie 5. Zet het verstelbereik van de draaiknop terug in basisinstelling (maximaal verstelbereik) terug: 5.1 Schakel alle schakelaars uit. Zie hiervoor hoofdstuk "Bedieningskast" vanaf pagina Schakel de bedieningskast in. Zie hiervoor hoofdstuk "Bedieningskast" vanaf pagina Overbrug de contacten (Fig. 20/1) op de printplaat met een geëigend stuk gereedschap, bijvoorbeeld met een kleine schroevendraaier. De controlelampen voor de bestuurbare- en liftas lichten op. 5.4 Schakel de bedieningskast uit De installatie bevindt zich nu in de basisinstelling. Fig Breng de trekker hydraulische installatie op maximale opbrengst (tenminste 60 l/min). Let bij Load-Sensing-hydraulischsysteem op de juiste aansluiting van de Load-Sensing-stuurleiding. 5.6 Verdraai de draaiknop (Fig. 21), tot de bodemketting met de gewenste minimale snelheid loopt. 5.7 Overbrug de contacten (Fig. 20/1) op de printplaat. De controlelamp voor "bestuurbare as" (Fig. 22) licht op. 5.8 Schakel de bedieningskast uit. Zie hiervoor hoofdstuk "Bedieningskast" vanaf pagina 72. De instelling voor de gewenste minimale aandrijfsnelheid is opgeslagen. 5.9 Schakel de bedieningskast in Verdraai de draaiknop (Fig. 21) zolang: tot de bodemketting met de gewenste maximale aandrijfsnelheid loopt of tot de aandrijfsnelheid niet meer toeneemt. Fig. 21 Fig. 22 VS 2403 Stand

64 Opbouw en functie 5.11 Overbrug de contacten (Fig. 20/1) op de printplaat. De controlelamp voor "bestuurbare as" (Fig. 23) licht op Schakel de bedieningskast uit. Zie hiervoor hoofdstuk "Bedieningskast" vanaf pagina 72. Die instelling voor die gewenste maximale aandrijfsnelheid is opgeslagen. Fig. 20 Fig Bedieningskast zonder controlelampen voor de bestuurbare- cq. liftas Bij een bedieningskast zonder controlelampen voor de bestuurbare as of de liftas, kan een multimeter op de aansluitingen H1- en H1+(bestuurbare as) of H2- en H2+(liftas) worden aangesloten. Bij het overbruggen van de contacten (Fig. 20/1) op de printplaat geeft de multimeter aan, dat er stroom is (ca. 1 ma). Fig VS 2403 Stand 03.08

65 Opbouw en functie Stuwschuif De stuwschuif (1): bevindt zich voor het 2-walsenstrooimechanisme en dicht de laadruimte af, is, afhankelijk van het te verspreiden product, verschillend ver te openen, wordt bij stalmest geheel geopend, wordt bij vlot lopend producten (bijvoorbeeld kippenmest, rioolslib, kalk, compost) geopend tussen de schaalwaarden 1 tot 14, om de uit te brengen hoeveelheden voor te doseren. wordt tijdens het transport geheel gesloten, om morsen op de rijbaan te verhinderen. Het openen en sluiten van de stuwschuif vindt plaats met twee dubbelwerkende hydraulische cilinders (2) via de bedieningskast / de Field- Operator. Fig. 25 De opening van de stuwschuif: is traploos instelbaar, is bij de pijl (1) op de schaalverdeling (2) af te lezen Waarde Stuwschuif 0 gesloten 14 geheel geopend (opening is ca. 1,45 m) Fig. 26 VS 2403 Stand

66 Opbouw en functie walsen-strooimechanisme Het 2-walsen-strooimechanisme bestaat uit twee horizontale strooiwalsen (1). De strooiwalsen zijn uitgerust met omkeerbare- en verwisselbare mesjes (2). De mesjes frezen het product los als de bodemketting wordt aangedreven en doseren het product op het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme (4) als de klep over de walsen (3) is gesloten. Het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme verdeelt het product breedwerpig. Fig. 27 Aandrijving van het 2-walsenstrooimechanisme De strooiwalsen worden door de trekkeraftakas aangedreven via: de hoofdverdeelaandrijving (1), de middenaandrijving van het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme (2), de nokkenschakelkoppeling (slipkoppeling) (3), de 2-walsen-aandrijfkast (4), de aftakas (5), de onderste strooiwalsenaandrijfkast (6), de koppeling (7) en de bovenste strooiwalsenaandrijfkast (8). De nokkenschakelkoppeling (3) scheidt de aandrijflijn tussen hoofdverdeelaandrijving (1) en 2-walsen-aandrijving (4), als bijvoorbeeld vreemde voorwerpen de strooiwalsen blokkeren. Fig VS 2403 Stand 03.08

67 Opbouw en functie Kap over de strooiwalsen De kap over de walsen (1) is hydraulisch zwenkbaar en sluit de laadruimte aan de achterzijde af. Het openen en sluiten van de kap over de walsen vindt plaats door twee enkelwerkende hydraulische cilinders (2) via de bedieningskast / de Field-Operator. De kap over de walsen wordt geopend: bij het strooien langs perceelranden zonder kantstrooiinrichting. Hierdoor wordt het product direct via het 2-walsenstrooimechanisme uitgebracht, bij werkzaamheden voor onderhoud of verzorging van het strooimechanisme, om verstoppingen te verhelpen. De kap over de walsen wordt gesloten: bij het verspreiden van het product via het 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme, bij transportritten. Fig. 29 De kap over de walsen kan met een kogelblokkeerkraan (1) tegen ongecontroleerd openen of dalen worden vergrendeld. De kogelblokkeerkraan bevindt zich onder de afdekking (2) aan de rechter kant van de machine. Fig. 30 toont de betekenis van de stand van de kogelblokkeerkraan. Fig. 30 Kogelblokkeerkraan Kap over de strooiwalsen Actie Tab. 7 I - geopend II - gesloten niet vergrendeld openen en sluiten mogelijk gesloten en vergrendeld geopend en vergrendeld Verspreiden via het 2-walsenstrooimechanisme Verspreiden via het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme Werkzaamheden voor het verhelpen van storingen, reinigen, onderhoud en verzorging VS 2403 Stand

68 Opbouw en functie Verstelbare klep en strooischuif De verstelbare klep (1) met de binnen liggende strooischuif (2) bevindt zich aan de onderzijde van de kap over de strooiwalsen (3). De neiging van de verstelbare klep en de hoogte van de strooischuif kunnen worden ingesteld. Deze instelmogelijkheden maken het mogelijk, verschillende producten met een gelijkmatige dwarsverdeling uit te brengen. De benodigde instelwaarden, voor de neiging van de verstelbare klep en de hoogte van de strooischuif, zijn afhankelijk van het te verspreiden product. Instelaanbevelingen voor de neiging van de verstelbare klep en de hoogte van de strooischuif voor het uitbrengen van verschillende producten vindt u in het hoofdstuk "Instellingen" vanaf pagina 129. Fig VS 2403 Stand 03.08

69 Opbouw en functie schijven-centrifugaalstrooimechanisme Fig. 32 en Fig. 33: De beide strooischijven (1) van het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme: zijn elk uitgerust met 4 werpers (2), verdelen het product op breedtes van m. De werpers op de strooischijven kunnen na het losdraaien van de boutverbindingen (4) in verschillende standen A H om het draaipunt (3) van de werpers worden gezwenkt. Hierdoor is het mogelijk: de verschillende eigenschappen van de producten te compenseren, de verschillende producten met een gelijkmatige dwarsverdeling over een bepaalde breedte te verspreiden. Fig. 32 Af fabriek zijn de werpers ingesteld op stand C. Fig. 33 VS 2403 Stand

70 Opbouw en functie Toerentalcontrole De toerentalcontrole: controleert de bedrijfstoestand van het 2- walsenstrooimechanisme en van het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme, bestaat uit 3 toerentalsensoren. Eén toerentalsensor controleert het 2-walsen-strooimechanisme en de beide andere toerentalsensoren controleren elk een strooischijf van het 2- schijven-centrifugaalstrooimechanisme. is gekoppeld met de hydraulische aandrijving van de bodemketting, wordt geactiveerd bij het inschakelen van de bodemketting. Het correct functioneren van de toerental controle wordt door een kort akoestisch en optisch signaal aangegeven. treedt in werking bij een ontoelaatbare bedrijfstoestand en stopt de aandrijving van de bodemketting, als: ο het toerental van de strooiwalsen onder 100 O/min daalt, ο een nokkenschakelkoppeling de aandrijflijn naar de strooischijven onderbreekt. Het stoppen van de hydraulische aandrijving van de bodemketting moet een verstopping van de strooiwalsen bij een ontoelaatbare bedrijfstoestand van het 2-walsen- of 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme verhinderen. Stopt de toerentalcontrole de aandrijving van de bodemketting: weerklinkt een claxon, gelijktijdig licht de rode controlelamp "Bodemketting stop" op de bedieningskast op, kan een verstopping van de strooiwalsen door een ontoelaatbare ophoping van product voor de strooiwalsen hebben plaatsgevonden, zo dat de nokkenschakelkoppeling de aandrijflijn naar de strooiwalsen onderbreekt, kunnen vreemde voorwerpen een/de strooischij(f)ven blokkeren, zo dat de nokkenschakelkoppeling de aandrijflijn naar de betrokken strooisch(f)ven onderbreekt, kan de bodemketting kortstondig met de toets "Bodemketting CHECK" op de bedieningskast in aandrijf- en reverseerrichting (voorwaarts, en achterwaarts) worden ingeschakeld. Door dit kortstondige inschakelen van de bodemketting kunnen ontoelaatbare bedrijfstoestanden op de 2-walsen-strooiinrichting, vaak vanaf de bestuurderszitplaats worden opgelost. 70 VS 2403 Stand 03.08

71 Opbouw en functie Op de 2-walsen-strooiinrichting verzamelt de toerentalsensor (1) het actuele toerental van de bovenste strooiwalsen. Het toerental van de walsen stuurt het in en uitschakelen van de hydraulische aandrijving van de bodemketting aan. De hydraulische aandrijving van de bodemketting schakelt: in, als het toerental van de strooiwalsen minstens 100 O/min bedraagt. uit, als het toerental van de strooiwalsen beneden 100 O/min daalt. Op het 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme controleren de toerentalsensoren de draaibewegingen van de strooischijven. Als de nokkenschakelkoppeling de aandrijving van de aandrijflijn naar de betreffende strooischijf onderbreekt, dan schakelt de hydraulische aandrijving van de bodemketting uit. Fig Weeginrichting Speciale uitvoering: Als de machine met een te ijken weeginrichting is uitgerust, kan het daadwerkelijk geladen gewicht van het product worden weergegeven en als de hardware dit toelaat, worden opgeslagen. Het daadwerkelijk geladen gewicht wordt met 8 weegstaven (1) verzameld, die tussen het frame en het platform zijn ingebouwd. Verdere informatie vindt u in de separate gebruikershandleiding die bij de weeginrichting hoort. Fig. 35 VS 2403 Stand

72 Opbouw en functie 5.3 Bedieningselementen Bedieningskast Al naar gelang de uitrusting van de machine vindt het bedienen van de hydraulische functies op de machine plaats: deels via de bedieningskast / Field-Operator en deels via de stuurventielen op de trekker, Uitsluitend via de bedieningskast, Uitsluitend via de Field-Operator. Standaarduitrusting: De bedieningskast: bevindt zich op de trekker, in het zicht en onder handbereik, zodat de bedieningsknoppen goed bereikbaar zijn, moet met de 3-polige stekker (DIN 9680) op de stroomverzorging van de trekker (12 V) zijn aangesloten, bezit verschillende bedieningsmogelijkheden, zoals toetsen, tuimelschakelaars en een draaiknop, heeft verschillende controlelampen voor het controleren van bedrijfstoestanden. De bedieningsdelen zijn of tastend (Toetsen) of vergrendelend (Tuimelschakelaar) uitgevoerd: Tastend, voor het uitvoeren van klap-, zwenk- of schuifbewegingen van bewegende delen van de machine, bijvoorbeeld steunpoot, stuwschuif, kap over strooiwalsen etc. Alleen als dat bedieningsdeel wordt vastgehouden, wordt de functie uitgevoerd. Als het bedieningsdeel wordt losgelaten, keert het in de neutrale stand terug en de beweging stopt. Vergrendelend, voor het uitvoeren van bewegingen die een duurfunctie voor constantverbruikers benodigen, bijvoorbeeld hydro-motoren. Toetsen en tuimelschakelaars kunnen maximaal 3 standen aannemen: Functie I, Neutrale-stand, Functie II. Fig. 36 Schakel de bedieningskast uit, als de machine langere tijd stil zal staan, omdat de gebruikers anders in staat zijn de accu op de trekker leeg te trekken. 72 VS 2403 Stand 03.08

73 Opbouw en functie Mogelijke symbolen en hun betekenis Bedieningskast in- / uitschakelen De volgende tekstblokken tonen de mogelijke symbolen op de bedieningskast en hun betekenis. Symbool Stand van de tuimelschakelaar Bedieningskast 0 UIT (groene controlelamp licht niet op) I AAN (groene controlelamp licht op) Steunpoot heffen / zakken Symbool Stand van de toets Steunpoot boven (vasthouden) in transportstand heffen Neutrale-stand UIT beneden (vasthouden) in steunstand laten zakken Kap over strooiwalsen openen / sluiten Symbool Stand van de toets Kap over de strooiwalsen boven (vasthouden) open Neutrale-stand UIT beneden (vasthouden) sluit VS 2403 Stand

74 Opbouw en functie Liftas heffen / zakken Symbool Stand van de toets Liftas boven (vasthouden) heffen (groene controlelamp licht op) Neutrale-stand UIT beneden (vasthouden) zakken (groene controlelamp licht niet op) Bestuurbare as blokkeren / vrij geven Symbool Stand van de toets Bestuurbare as boven (vasthouden) blokkeren (groene controlelamp licht op) Neutrale-stand UIT beneden vrij geven (groene controlelamp licht niet op) Stuwschuif openen / sluiten Symbool Stand van de toets Stuwschuif boven (vasthouden) open Neutrale-stand UIT beneden (vasthouden) sluit 74 VS 2403 Stand 03.08

75 Opbouw en functie Bodemketting schakelen Symbool Stand van de tuimelschakelaar boven (vasthouden) Neutrale-stand beneden Bodemketting reverseren (groene controlelamp licht niet op) 0 (UIT) (groene controlelamp licht niet op) I (AAN) (groene controlelamp licht op) Kantstrooiinrichting heffen / dalen Symbool Stand van de toets Kantstrooiinrichting boven (vasthouden) heffen Neutrale-stand UIT beneden (vasthouden) zakken Bodemketting CHECK Symbool Stand van de toets Bodemketting boven (vasthouden) draait tegen de aandrijfrichting in (reverseert) Neutrale-stand 0 (UIT) beneden (vasthouden) begint in de aandrijfrichting te draaien VS 2403 Stand

76 Opbouw en functie Aandrijfsnelheid voor de bodemketting instellen Symbool Stand van de draaiknop Aandrijfsnelheid 1 laagste 10 hoogste Field-Operator Speciale uitvoering: De Field-Operator: bevindt zich op de trekker, in het zicht en onder handbereik, zodat de bedieningsknoppen goed bereikbaar zijn, is met een boordcomputer op de machine verbonden, bewaakt de bedrijfstoestanden van de machine neemt de regeling van de hoeveelheid per [m³/ha] afhankelijk van de ingevoerde te strooien hoeveelheid (gewenste waarde) en de rijsnelheid van het moment [km/h], verzamelt de werkelijk uitgebrachte hoeveelheden van het verspreide product, beschikt over een PC-opslagkaart om de gegevens verder te kunnen doorverwerken in de perceelgrenskaarten op een PC. Verdere informatie vindt u in de separate gebruikershandleiding van de Field-Operator. 76 VS 2403 Stand 03.08

77 Opbouw en functie 5.4 Hydraulische-installatie op de machine De hydraulische installatie op de machine: kan met max. 80 l/min. worden gebruikt, is geschikt voor open- of closed-center-hydraulieksysteem. Het omschakelen van open- naar closed-center-hydraulieksysteem vindt plaats met een omstelschroef op het elektro-hydraulische ventielenblok. Alle hydraulische functies van de machine worden via de bedieningskast of de Field-Operator bediend. Hiervoor zijn de verschillende hydraulische componenten van de machine op het elektro-hydraulische ventielenblok van de machine aangesloten. De hydraulische-installatie van de machine is bedrijfsklaar, als: het elektro-hydraulische ventielenblok via een dubbel werkend ventiel of een enkelwerkend ventiel met een vrije retourleiding op de hydraulische installatie van de trekker is aangesloten en de olieomloop tussen de trekker en de machine via het stuurventiel op de trekker is ingeschakeld. De bedieningssnelheid van de hydraulische functies (Hydraulische componenten) is afhankelijk van de hydraulische installatie van de trekker. Al naar gelang het type trekker kan een correctie van de ingestelde bedieningssnelheden op het stuurventiel van de trekker/op het ventielenblok van de machine nodig zijn. Aanwijzingen voor de benodigde stuurventielen vindt u in het hoofdstuk "Benodigde uitrusting van de trekker op pagina 26. (1) Slangen-ophangpunt voor het correct weghangen van afgekoppelde slangen. Fig. 37 VS 2403 Stand

78 Opbouw en functie Elektro-hydraulisch ventielenblok (1) Elektro-hydraulisch ventielenblok (2) Ingangsplaat met proportionele wegventielen voor aandrijving van de bodemketting (3) Constantstroom-regelschijf (4) Load-Sensing-aansluiting met wisselventiel (5) Tussenplaat met weg-zittingventielen voor het voorhek (6) Tussenplaat met weg-zittingventielen voor de stuwschuif (7) Tussenplaat met weg-zittingventielen voor de bestuurbare as (8) Afsluitplaat (9) Aansluitopening voor de Load-Sensingstuurleiding (10) Load-Sensing-schroef om de drukevenaar te blokkeren als een Load-Sensingstuurleiding is gemonteerd. Fig. 38 (11) Systeem-omstelschroef. Het hydraulische systeem van de trekker bepaalt de instelling van de systeem-omstelschroef Instellen van de systeem-omstelschroef voor het aanpassen van het hydraulische systeem Altijd de instelling van de systeem-omstelschroef controleren. Een foutieve instelling van de systeem-omstelschroef leidt tot een overmatige verwarming van de hydraulische olie door de hydraulische installatie van de trekker. De hydraulische installatie van de trekker bepaalt de instelling van de systeem-omstelschroef (Fig. 38/9) op het elektro-hydraulische ventielenblok. Al naar gelang het hydraulische systeem van de trekker, de systeem-omstelschroef (Fig. 38/9) met een schroevendraaier 1 ½ slag uitdraaien (fabrieksinstelling) bij trekkers met: ο open center hydraulieksysteem (constant-stroomsysteem, tandwielpompen-hydrauliek) ο Load-Sensing-hydraulieksysteem (druk- en stroomgeregelde verstelpomp) olieafname direct van de hydraulische pomp van de trekker, niet via trekkerstuurventielen. met een schroevendraaier tot aan aanslag indraaien (tegenovergesteld aan de fabrieksinstelling) bij trekkers met: ο closed-center-hydraulieksysteem (constant-druksysteem, drukgeregelde verstelpomp), bijvoorbeeld oudere JOHN- DEERE trekkers. 78 VS 2403 Stand 03.08

79 Opbouw en functie Load-Sensing-hydraulieksysteem met Load-Sensing-stuurleiding Het hydraulische systeem alleen in drukloze toestand koppelen. Schakel de trekkermotor uit, voordat het hydraulische systeem wordt aangesloten. De Load-Sensing-stuurleiding altijd aansluiten, als u de hydraulische aansluiting "Vorlauf" direct op de hydraulische pomp van de trekker aansluit. Via de Load-Sensing-stuurleiding is het elektro-hydraulische ventielenblok op de machine direct met de hydraulische pomp van de trekker verbonden. De actuele olievraag van de machine bepaald de druk en de opbrengst van de hydraulische pomp van de trekker. Trekker Machine Fig. 39 (1) Elektro-hydraulisch ventielenblok op de machine, zie pagina 78. (2) Load-Sensing-stuurleiding. (3) Verstelbare hydrauliekpomp van de trekker. (4) Hydrauliekaansluiting "Terugloop", aangesloten op de vrije retourleiding, niet via een stuurventiel. (5) Hydrauliekaansluiting "Voorloop", direct aangesloten op de hydraulische pomp van de trekker, olieafname niet via een stuurventiel. Load-Sensing-stuurleiding aansluiten 1. Schroef de Load-Sensing-stuurleiding (2) in de aansluitopening (Fig. 38/7) van het elektro-hydraulische ventielenblok. 2. Stel de systeem-omstelschroef (Fig. 38/9) (in fabrieksinstelling). 3. Blokkeer de drukevenaar in het elektro-hydraulische ventielenblok. Hiertoe 3.1 Load-Sensing-schroef (Fig. 38/8) met een schroevendraaier tot de aanslagmoer indraaien. 4. Sluit de Load-Sensing-stuurleiding (2) aan op de Load-Sensingaansluiting van de trekker. 5. Sluit de hydraulische aansluiting "Terugloop" (4) aan op een vrije retouraansluiting op de trekker. 6. Sluit de hydraulische aansluiting "Voorloop (Druk)" (5) aan op een directe aansluiting met de hydraulische pomp van de trekker. Open de drukevenaar via de Load-Sensing-schroef (Fig. 38/8) op het elektro-hydraulische ventielenblok, als de hydraulische aansluiting "Voorloop (Druk)" op een stuurventiel van de trekker is aangesloten. VS 2403 Stand

80 Opbouw en functie Elektrisch - Nood-handbediening Bij stroomuitval kunnen de elektromagneten voor het schakelen van de ventielen direct op het elektro-hydraulische ventielenblok via de noodhandbediening worden bediend. Druk het anker van de elektromagneet op het betreffende schakelventiel voor het bedienen van de gewenste hydraulische functie met een spitsvoorwerp (1) in. Fig Hydraulische slangen WAARSCHUWING Infectiegevaar voor personen kan ontstaan, als hydraulische olie onder hoge druk in het lichaam binnendringt! LET ER OP dat bij het aan- en afkoppelen van de hydrauliekslangen, de hydraulische installatie van zowel de trekker als van de machine drukloos zijn. Zet de hendels op het stuurventiel van de trekker altijd in de zweefstand. Raadpleeg bij verwondingen door hydraulische olie direct een arts Hydraulische slangen aankoppelen WAARSCHUWING Verwondingrisico door kwetsen, snijden, beetgepakt worden, in de machine getrokken worden en omgestoten worden door een foutieve hydraulische functie door verkeerd aangesloten hydraulische slangen! Let bij het aankoppelen van de hydrauliekslangen op de gekleurde markering van de slangen en koppelingen. Controleer de aansluiting van de hydraulische slangen op het stuurventiel van de machine, als de gekleurde markering (stofkappen) ontbreekt: ο P = Drukleiding, ο T = Retourleiding. 80 VS 2403 Stand 03.08

81 Opbouw en functie Controleer de soort hydraulische olie, voordat de machine op de trekker wordt aangesloten. Vermeng geen minerale oliën met bio-oliën! LET OP: de maximaal toegestane bedrijfsdruk bedraagt 200 bar. Snelsluitingen voor het aankoppelen reinigen. Let er op, dat bij het aan- en afkoppelen van de hydraulische slangen, geen olie in de omgeving terecht komt. Steek de hydraulische snelsluitkoppelingen zo ver in de moffen, tot een duidelijke vergrendeling merkbaar is. Controleer of de koppelingen in de hydraulische leidingen correct zijn aangesloten en of ze dicht zijn. Gekoppelde hydraulische slangen: ο moeten alle bewegingen tijdens het maken van bochten zonder spanning, knikken of wrijven kunnen maken, ο mogen niet langs machinedelen schuren Hydraulische slangen afkoppelen 1. Zet de hendels op het stuurventiel van de trekker altijd in de zweefstand (Neutrale stand). 2. Reinig de hydraulische snelsluitingen aan de slangen, voordat deze op de trekker worden aangesloten. 3. Sluit de hydraulische slangen aan op het stuurventiel van de trekker: 3.1 Drukleiding (Stofkap rood) op een enkel- of een dubbelwerkend stuurventiel. 3.2 Retourleiding (Stofkap blauw) op een drukloze retouraansluiting, indien mogelijk. 1. Zet de hendels op het stuurventiel van de trekker altijd in de zweefstand (Neutrale stand). 2. Ontgrendel de snelsluitstekker uit de snelsluitmof. 3. Sluit de snelsluitstekker en de snelsluitmof met de beschermkappen af tegen intredend vuil. 4. Leg de hydraulische slangen op het slangen-ophangpunt (Fig. 37/1), pagina 77. VS 2403 Stand

82 Opbouw en functie 5.5 Trekdissel De machine is uitgerust met een trekdissel voor onderaankoppeling Onderaankoppeling Al naar gelang de uitvoering van de verbindingseenheid op de trekker kan de trekinrichting (1) zijn: een trekoog (Hitchring) voor een trekhaak (Hitchhaak) of een trekpen (Piton-Fix), overeenkomend met ISO , een trekschaal 80 (2) voor een kogelkopkoppeling 80. De Elastomeervering van de trekdissel verhoogt het rijcomfort en de rijstabiliteit. Fig VS 2403 Stand 03.08

83 Opbouw en functie Trekdissel aankoppelen WAARSCHUWING Er ontstaan grote risico s voor beklemming, intrekken, meegepakt worden, omgestoten worden, als de machine onverwacht los raakt van de trekker! Controleer, of de verbindingsinrichting op uw trekker is toegelaten om de trekinrichting van de machine op aan te sluiten. Lees zonder meer het hoofdstuk "Voorwaarden voor het gebruik van trekkers met aanhangers met starre dissels", pagina 113. Koppel de machine volgens voorschrift op de trekker aan en borg de verbinding. Nooit beschadigde of verbogen aankoppelsystemen gebruiken. WAARSCHUWING Verwondingrisico s of het risico omgestoten te worden, ontstaan als tijdens het naar de machine rijden van de trekker, personen tussen de trekker en de machine staan! Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen de trekker en de machine, voordat u naar de machine rijdt. Aanwezige helpers mogen slechts naast de trekker en de werktuigen aanwijzingen geven en pas bij stilstand van beide tussen de trekker en de machine treden Trekhaak (Hitchhaak) en trekoog (Hitchring) 1. Beveilig de machine tegen wegrollen. 2. Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen de trekker en de machine, voordat u naar de machine rijdt. 3. Laat de trekhaak zakken. 4. Rijdt zo dicht naar de machine, tot de trekhaak het trekoog kan opnemen. 5. Hef de trekhaak, om het trekoog te vangen. Het trekoog is na het automatische inhaken tussen de trekhaak en de sluiting (Neerhouder) gefixeerd. 6. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen ongecontroleerd wegrollen. 7. Controleer, of de trekhaak juist is vergrendeld. 8. Sluit de verzorgingsleidingen aan. 9. Geef de parkeerrem vrij. 10. Breng de steunpoot in de transportstand. VS 2403 Stand

84 Opbouw en functie Trekpen (Piton-Fix) en trekoog (Hitchring) 1. Beveilig de machine tegen wegrollen. 2. Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen de trekker en de machine, voordat u naar de machine rijdt. 3. Trekker achteruit rijden tot aan de machine. 4. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen ongecontroleerd wegrollen. 5. Verwijder de neerhouder (Dwarspen) boven de trekpen. 6. Sluit de verzorgingsleidingen aan. 7. Rijdt zo dicht naar de machine, tot de trekhaak het trekoog kan opnemen. 8. Laat de trekdissel via de steunpoot zakken, tot de trekpen het trekoog vangt. 9. Bevestig en beveilig de dwarspen boven de trekpen. 10. Maak de handrem vrij (indien aanwezig). 11. Breng de steunpoot in de transportstand. 84 VS 2403 Stand 03.08

85 Opbouw en functie Kogelkopkoppeling en trekschaal WAARSCHUWING Er ontstaan grote risico s voor beklemming, intrekken, meegepakt worden, omgestoten worden, als de machine onverwacht los raakt van de trekker! Controleer op er voldoende ruimte is op de trekschaal voordat u op gaat rijden op een sterk glooiende ondergrond of voordat over de silo wordt gereden. Monteer de kortere tegenhouder op de trekkerzijdige "Scharmüller kogelkopkoppeling", als de vrije ruimte onvoldoende is. Smeer de koppeling dagelijks, zo wordt slijtage aan de kogelkop en de trekschaal verminderd. Smeer ook tussen de houder en de oppervlakte van de trekschaal. (1) Kortere tegenhouder voor de Scharmüller kogelkopkoppeling. Scharmüller bestelnummer Fig Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen de trekker en de machine, voordat u naar de machine rijdt. 2. Trekker achteruit rijden tot aan de machine. 3. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen ongecontroleerd wegrollen. 4. Beveilig de machine tegen wegrollen. 5. Aankoppelen voorbereiden: 5.1 Verwijder vet en vuil van de kogelkop, de houder en de trekschaal. 5.2 Smeer de kogelkop en de oppervlakte van de trekschaal met nieuw vet. 5.3 Ontgrendel de tegenhouder op de lagerbok. 5.4 Zwenk de tegenhouder in de koppel-stand. 5.5 Reinig de kogelkop en vet deze in. 6. Sluit de verzorgingsleidingen aan. 7. Rij zo dicht naar de machine toe, dat de kogelkop de trekschaal kan opnemen. 8. Laat de trekdissel met de steunpoot zo ver zakken, tot de kogelkop, de trekschaal vangt. 9. Vergrendel en borg de tegenhouder op de lagerbok. 10. Geef de parkeerrem vrij. 11. Breng de steunpoot in de transportstand. VS 2403 Stand

86 Opbouw en functie Trekdissel afkoppelen WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties bij het afkoppelen van de trekker kunnen ontstaan, als de afgekoppelde machine ongecontroleerd wegrolt! Beveilig de machine tegen wegrollen, voordat deze van de trekker wordt losgekoppeld. Let hierbij op het hoofdstuk "Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen", pagina Trekhaak (Hitchhaak) en trekoog (Hitchring) Trekpen (Piton-Fix) en trekoog (Hitchring) 1. Beveilig de machine tegen wegrollen. 2. Laat de steunpoot zo ver in de steunstand zakken. 3. Laat de trekhaak zakken. 4. Rijdt de trekker voor uit (ca. 25 cm). 5. Hef de trekhaak op. 6. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen ongecontroleerd wegrollen. 7. Ontkoppel de verzorgingsleidingen. 8. Leg de verzorgingsleidingen op de daarvoor bedoelde houders. 9. Rijdt de trekker vooruit. 1. Beveilig de machine tegen wegrollen. 2. Verwijder de neerhouder (Dwarspen) boven de trekpen. 3. Laat de steunpoot in de steunstand zakken, zodat het trekoog los komt van de trekpen. 4. Rijdt de trekker voor uit (ca. 25 cm). 5. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen ongecontroleerd wegrollen. 6. Bevestig en beveilig de neerhouder (dwarspen) boven de trekpen. 7. Ontkoppel de verzorgingsleidingen. 8. Leg de verzorgingsleidingen op de daarvoor bedoelde houders. 9. Rijdt de trekker vooruit. 86 VS 2403 Stand 03.08

87 Opbouw en functie Kogelkopkoppeling en trekschaal 1. Beveilig de machine tegen wegrollen. 2. Ontgrendel de tegenhouder op de lagerbok. 3. Zwenk de tegenhouder in de koppel-stand. 4. Laat de steunpoot zo ver in de steunstand zakken, zodat de trekschaal los komt van de kogelkop. 5. Rijdt de trekker voor uit (ca. 25 cm). 6. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen ongecontroleerd wegrollen. 7. Vergrendel en borg de tegenhouder op de lagerbok. 8. Ontkoppel de verzorgingsleidingen. 9. Leg de verzorgingsleidingen op de daarvoor bedoelde houders. 10. Rijdt de trekker vooruit. VS 2403 Stand

88 Opbouw en functie 5.6 Steunpoot De afgekoppelde machine steunt nu op de hydraulische steunpoot Hydraulische steunpoot Al naar gelang de uitrusting van de machine wordt de steunpoot op afstand vanaf de trekker bediend: direct via een dubbelwerkend ventiel op de trekker (Optie), via de bedieningskast / de Field-Operator (Optie). Fig. 43 toont de steunpoot in: Steunstand (1) Transportstand (2) Fig Hydraulische steunpoot in transportstand heffen WAARSCHUWING Verwondingrisico voor vingers en handen kan ontstaan, als de steunpoot in de transportstand wordt geheven! Houdt tijdens het heffen van de steunpoot een voldoende veilige afstand aan, zo lang er nog delen bewegen. Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen trekker en machine, voordat de hydraulische steunpoot wordt geheven. 1. Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen trekker en machine, voordat de hydraulische steunpoot in de transportstand wordt geheven. 2. Houdt de hendel voor het bedienen van de steunpoot zo lang in de stand "Heffen", tot de steunpoot geheel in de transportstand is geheven. 88 VS 2403 Stand 03.08

89 Opbouw en functie Hydraulische steunpoot in de steunstand laten zakken WAARSCHUWING Verwondingrisico voor de voeten, als de geheven steunpoot ongecontroleerd naar beneden valt! Houdt tijdens het laten zakken van de steunpoot een voldoende veilige afstand aan, zo lang er nog delen bewegen. Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen trekker en machine, voordat u de hydraulische steunpoot laat zakken. 1. Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen trekker en machine, voordat u de hydraulische steunpoot in de steunstand laat zakken. 2. Houdt de hendel voor het bedienen van de steunpoot zo lang in de stand "Zakken", tot de steunpoot geheel uit de transportstand (2) in de steunstand (1) is gezakt. De trekdissel legt geen druk meer op de trekker. VS 2403 Stand

90 Opbouw en functie 5.7 Aftakas De aftakas zorgt voor de krachtoverbrenging van de trekker naar de machine. WAARSCHUWING Verwondinggevaar ontstaat voor personen, als de trekker en/of de machine ongecontroleerd kunnen wegrollen! Koppel de aftakas op de trekker aan- of af, als trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen zijn beveiligd. WAARSCHUWING Er ontstaan risico s om beetgepakt, of in de machine getrokken te worden, als een niet beveiligde aftakas wordt gebruikt, of als de beschermkappen zijn beschadigd! Nooit een aftakas gebruiken waarvan de bescherming niet aanwezig is, of waar deze is beschadigd of de vasthoudketting niet wordt gebruikt. Telkens voor het gebruik controleren, of: ο alle beschermingen van de aftakas zijn gemonteerd en kunnen functioneren, ο de vrije ruimten rond de aftakas in alle bedrijfstoestanden toereikend zijn. Te weinig ruimte leidt tot beschadigingen van de aftakas. Hang de vasthoudketting zodanig, dat een voldoende groot zwenkbereik van de aftakas in alle bedrijfstoestanden is gewaarborgd. Vasthoudkettingen mogen zich niet aan delen van de trekker of de machine kunnen vasthaken. Laat onverwijld beschadigde of niet meer aanwezige delen van de aftakas vervangen door originele onderdelen van de aftakassenfabrikant. LET OP: reparaties aan aftakassen mogen alleen door een vakwerkplaats worden uitgevoerd! Leg de afgekoppelde aftakas in de daarvoor bedoelde houder. Zo wordt de aftakas beschermd tegen beschadiging en vervuiling. Gebruik de vasthoudketting niet om de afgekoppelde aftakas aan op te hangen. 90 VS 2403 Stand 03.08

91 Opbouw en functie WAARSCHUWING Er ontstaan risico s om beetgepakt, of in de machine getrokken te worden, als delen van de aftakas in het gebied van de krachtenoverbrenging tussen trekker en aangedreven machine niet beschermd zijn! Werk alleen met een geheel van bescherming voorziene aandrijving tussen de trekker en de machine: De onbeschermde delen van de aftakas moeten altijd door een schermschild op de trekker en een beschermkap op de machine worden afgeschermd. Controleer, of het schermschild op de trekker en de beschermkap op de machine tenminste een overlapping van 50 mm bieden op de bescherming aan de aftakas. Is dit niet het geval, dan mag de machine niet door een aftakas worden aangedreven. Gebruik alleen de meegeleverde aftakas of een aftakas van het voorgeschreven type. Volg de meegeleverde aanwijzingen van de aftakassenfabrikant op. Het juist toepassen en onderhouden van de aftakas kan zware ongevallen voorkomen. Let bij het afkoppelen van de aftakas op: ο de meegeleverde gebruikershandleiding van de aftakas, ο het toegestane aandrijftoerental van de machine, ο de juiste inbouwlengte van de aftakas. Let op het hoofdstuk "Lengte van de aftakas naar de trekker aanpassen", pagina 118, ο de juiste stand van de aftakas. Het trekkersymbool op de beschermkap van de aftakas kenmerkt de trekkeraansluitzijde van de aftakas. Monteer de slip- of vrijloopkoppeling altijd aan de machinezijde, als de aftakas is voorzien van een slip- of vrijloopkoppeling. Let op bij het inschakelen van een aftakas. Lees de veiligheidsaanwijzingen voor het aftakas gebruik in het hoofdstuk "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 39. VS 2403 Stand

92 Opbouw en functie Aftakas aankoppelen 1. Reinig de trekker-aftakas en vet deze in. 2. Machine moet aan de trekker zijn gekoppeld. 3. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen ongecontroleerd wegrollen. 4. Controleer of de aftakasaandrijving is uitgeschakeld. 5. Schuif de aftakaskoppeling zover op de trekkeraandrijfas, tot de snelsluiting merkbaar in de daarvoor bedoelde uitsparing gaat. Let bij het aankoppelen van de aftakas op de aanwijzingen uit de door de fabrikant meegeleverde gebruikershandleiding. 6. Zet de beschermbuizen van de aftakas vast aan de trekker en aan de machine met de beveiligingsketting (1) om meedraaien te voorkomen: 6.1 Bevestig de vasthoudketting zo mogelijk haaks op de aftakas. 6.2 Bevestig de vasthoudketting zodanig dat een voldoende groot zwenkbereik van de aftakas in alle bedrijfstoestanden is gewaarborgd. Vasthoudkettingen mogen zich niet aan delen van de trekker of de machine kunnen vasthaken. 7. Controleer, of de vrije ruimte rondom de aftakas in alle bedrijfstoestanden voldoende is. Te weinig ruimte leidt tot beschadigingen van de aftakas. Fig VS 2403 Stand 03.08

93 Opbouw en functie Aftakas afkoppelen VOORZICHTIG Verbrandingsrisico ontstaat door het aanraken van oververhitte delen van de aftakas! Raak geen sterk verwarmde delen van de aftakas aan (speciaal worden koppelingen bedoeld). Reinig en smeer de aftakas door, voor een periode van langere stilstand. 1. Beveilig de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 2. Koppel de aftakas af van de aandrijfas van de trekker. 3. Leg de aftakas in de daarvoor bedoelde houder. Fig. 45 VS 2403 Stand

94 Opbouw en functie 5.8 Onderstel De machine is uitgerust met een asconstructie, bestaande uit: tandem-as aggregaat met hydraulische niveauregeling, hydraulische liftas, bestuurbare as, naloop- of gedwongen besturing, tweeleiding-luchtdruk-reminrichting met ALB-regelaar Hydropneumatische tandem-as met hydraulische niveauregeling De hydraulische niveauregeling: Bij een hydropneumatische tandem-as met de gescheiden hydraulische niveauregeling voor de rechter en linker zijde van de machine nemen vier niveaugeregelde hydraulische cilinders (1) de as-vering en de demping van de machine op de verschillende wielen op zich. zorgt door de grote uitslag van de niveaugeregelde hydraulische cilinders voor een dynamische lastverdeling tussen de beide assen. Hierdoor wordt een steeds gelijkmatige belasting van de beide assen bereikt. zorgt op hellende ondergrond en bij het snel nemen van bochten voor zijdelingse stabiliteit; zorgt ervoor de opbouw over de gehele breedte bij het rijden over oneffenheden altijd parallel tot de ondergrond staat, stuurt de hydraulische ALB-regelaar van de tweeleidingluchtdruk-installatie aan. Fig VS 2403 Stand 03.08

95 Opbouw en functie Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling controleren De rijhoogte van de hydraulische niveauregeling moet dagelijks in onbeladen toestand worden gecontroleerd. De ingestelde rijhoogte kan veranderen door lekolieverliezen in de hydraulische niveauregeling. Bij een onbeladen machine met een correct ingestelde rijhoogte bedraagt de afstandmaat X = 570 ±10 mm tussen de opnamepunten van de hydraulische cilinders (Fig. 48/1). Alleen als de rijhoogte correct is ingesteld stuurt de hydraulische niveauregeling de hydraulische ALB-regelaar van de tweeleidingluchtdruk-reminstalatie voor lastafhankelijke regeling goed aan. 1. Koppel trekker en machine. 2. Zet de onbeladen machine op een vlakke ondergrond. 3. Laat de hydraulische liftas geheel zakken. 4. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd wegrollen. Bij een onbeladen machine geven de manometers (1) en (2) op het niveauventiel (Fig. 47) ca. 35 bar aan. 5. Controleer de afstandmaat X tussen de opnamepunten op alle vier hydraulische cilinders (1). 6. De rijhoogte van het tandem-asaggregaat moet worden gecorrigeerd, als de afstandmaat niet X = 570 ±10 mm bedraagt. Fig. 47 Fig. 48 VS 2403 Stand

96 Opbouw en functie Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling corrigeren De rijhoogte van de hydraulische niveauregeling wordt gecorrigeerd via het niveauventiel (Fig. 49) als de machine onbeladen is. De rijhoogtes aan de rechter- en linkerzijde van de machine worden apart van elkaar ingesteld. De manier van het instellen van de rijhoogte is voor beide zijden van de machine gelijk. Om reden van veiligheid zakt de machine langzaam. WAARSCHUWING Verwondingrisico en kans om omgestoten te worden kunnen ontstaan bij het corrigeren van de rijhoogte! Verwijder personen uit het gevarenbereik onder de machine, voordat u de rijhoogte via de hydraulische cilinders corrigeert. De rijhoogte wordt ingesteld: voor de rechterzijde van de machine via de bedieningselementen (Fig. 49/1), (Fig. 49/3) en (Fig. 49/5), voor de linkerzijde van de machine via de bedieningselementen (Fig. 49/2), (Fig. 49/4) en (Fig. 49/6). Stel na elkaar aan de rechter- en de linkerzijde van de machine de afstandmaat X = 570 mm tussen de opnamepunten van de hydraulische cilinders (Fig. 50/1) in: 1. Koppel trekker en machine. 2. Zet de trekker en de onbeladen machine op een vlakke ondergrond. 3. Laat de liftas geheel zakken. 4. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd wegrollen. 5. Koppel de hydrauliekslang van het niveauventiel met een enkelwerkend ventiel van de trekker. 6. Verdraai de blokkeerkraan (5) of (6) in stand "AUF" (= OMHOOG) (Afstandsmaat X vergroten) of "AB" (= OMLAAG) (Afstandsmaat X verkleinen): 6.1 Druk op de blokkeerknop (3) of (4), om de blokkeerkraan te ontgrendelen. 6.2 Verdraai de kraan voorzichtig tot aan de aanslag. 7. Houdt de hendel op het stuurventiel van de trekker voor het niveauventiel zolang in de stand "Heffen", tot de afstandmaat X = 570 mm tussen de opnamepunten van de hydraulische cilinders (Fig. 50/1) bedraagt. Fig. 49 Fig VS 2403 Stand 03.08

97 Opbouw en functie Het is nuttig, als een tweede persoon het instellen van de rijhoogte naast de machine observeert en de bedienende persoon op de trekker ondersteund bij het instellen van de hydraulische cilinders. 8. Stel de hendel op het stuurventiel van de trekker voor het niveauventiel in de neutrale stand. 9. Draai de blokkeerkraan (5) of (6) terug in de middenstand, tot de blokkeerknop aangrijpt en de blokkeerkraan in de middenstand vergendeld. 10. Houdt de hendel op het stuurventiel van de trekker voor het niveauventiel korte tijd in de "Zweefstand", zodat de in het niveauventiel ingebouwde terugslagklep goed kan sluiten. Fig. 49 VS 2403 Stand

98 Opbouw en functie Hydraulische liftas Al naar gelang de uitrusting van de machine wordt de hydraulische liftas vanaf de trekker bediend met: de bedieningskast, de Field-Operator. Door de hydraulische liftas kan de op de trekker rustende oplegdruk tijdens het lossen, constant worden gehouden. Tijdens het lossen van de machine vermindert de op de trekker rustende oplegdruk. Hierdoor vermindert ook de trekkrachtoverbrenging op de achterwielen van de trekker. Dit kan er toe leiden, dat de achterwielen van de trekker doorslippen, als de machine half leeg is. Het heffen van de hydraulische liftas bij een half lege machine bewerkt: het ontlasten van de liftas, het verhogen van de oplegdruk op de trekker, het automatische vergrendelen van de bestuurbare as. Bij het laten zakken van de liftas blijft de bestuurbare as geblokkeerd. De bestuurbare as moet via de bedieningskast / de Field-Operator handmatig worden vrij gegeven, als u de functie van de besturing van de as na het laten zakken weer wilt gebruiken. Er mag alleen met een geheven liftas worden gereden: ο bij het werk op het veld, als de machine tenminste half leeg is, ο als de bestuurbare as is geblokkeerd. Voor het maken van transportritten moet U de liftas altijd geheel laten zakken. Alleen als de as geheel is gedaald, kan de ALBremkrachtregelaar de benodigde remkracht correct regelen. Als u de hydraulische liftas (1) bediend, laten de hydraulische cilinders (2) en (3) de hydraulische liftas heffen of dalen ten opzichte van het machineframe (4). Als de liftas is geheven wordt de oplegdruk op de trekker verhoogd. Fig VS 2403 Stand 03.08

99 Opbouw en functie Liftas heffen en laten zakken De hydraulische liftas wordt via de tuimelschakelaar op de bedieningskast bediend: 1. Zet de tuimelschakelaar op de bedieningskast in de stand "Liftas heffen": dan wordt de oplegdruk op de trekker verhoogd, vergrendelt de bestuurbare as automatisch, licht de groene controlelamp op. 2. Zet de tuimelschakelaar op de bedieningskast in de stand "Liftas zakken": dan wordt de oplegdruk op de trekker verminderd, blijft de bestuurbare as vergrendeld, gaat de groene controlelamp uit. Fig Bestuurbare as voor naloopbesturing Stuuras vrijgeven Standaarduitrusting: De vrijgegeven bestuurbare as voor naloopbesturing: kan vrij bewegen en volgt de stuurradius van de bocht bij het rijden van een bocht, ontziet de zode, reduceert de slijtage van de banden bij het maken van bochten op een vaste ondergrond. De bestuurbare as wordt vanaf de trekker via de bedieningskast / de Field-Operator vrij gegeven en geblokkeerd. WAARSCHUWING Gevaar door onvoldoende stabiliteit en omkippen van de machine bij verkeerd gebruik van de naloop-stuuras! Richt uw manier van rijden zodanig in, dat u de trekker en de aangekoppelde machine altijd onder controle heeft. Nooit enge bochten rijden met een hoge snelheid. 1. Zwenk de tuimelschakelaar op de bedieningskast in de stand "Stuuras vrijgeven": de bestuurbare as kan vrij bewegen en volgt de stuurradius van de bocht bij het rijden van een bocht, gaat de groene controlelamp uit. Stuuras blokkeren Stuuras vrijgeven Fig. 53 VS 2403 Stand

100 Opbouw en functie Stuuras blokkeren WAARSCHUWING Gevaar door onvoldoende stabiliteit en omkippen van de machine bij verkeerd gebruik van de naloop-stuuras! De stuuras MOET worden vergrendeld: bij rijsnelheden boven 40 km/h, op een hobbelige rijbaan, bij ritten dwars over hellingen (het rijden van een slag), bij achteruit rijden. 1. Richt de wielen van de stuuras in de stand rechtuit, door kort rechtuit te rijden met de trekker en de machine. 2. Houdt de toets op de bedieningskast zolang vast in de stand "Bestuurbare as blokkeren", tot de groene controlelamp oplicht. De naloop-stuur-as is in de stand "Rechtuit" gesperd. Stuuras blokkeren Stuuras vrijgeven Fig VS 2403 Stand 03.08

101 Opbouw en functie Bestuurbare as voor gedwongen besturing (alleen bij onderaankoppeling) Gedwongen besturing aankoppelen Speciale uitvoering: Bij de bestuurbare as voor gedwongen besturing (gedwongen besturing) worden de wielen op de bestuurbare as door een stuurstang tussen de trekker en de machine hydraulisch gestuurd. De bestuurbare as: is geschikt voor kogelkopkoppelingen, Hitchkoppeling en Piton- Fix, verbetert de wendbaarheid van de aangekoppelde machine en verhinderd vreten van de banden bij het maken van bochten in voorwaartse- en achterwaartse richting, is een eigen gesloten hydraulisch circuit. De trekschaal / trekoog moet zo mogelijk spelingvrij op de verbinding met de trekker worden bevestigd, om de gedwongen besturing zorgvuldig te laten verlopen. 1. Bevestig de kogelkop (1) van de stuurstang (2) op de zelfde hoogte op een afstand van 245 ±5 mm evenwijdig aan de kogelkopkoppeling, de trekhaak of de trekbout stabiel op uw trekker. Verschil in hoogte leidt tot verschillende stuuruitslagen. 2. Koppel trekker en machine. 3. Koppel en borg de stuurstang (2) met de kogelkop (1) op de trekker. Stel de stuurstang (2) zo in, dat de gevercilinders gelijkmatig ver zijn uitgeschoven, als de trekker en de machine in één lijn staan. 4. Zet de trekker op maximale wieluitslag. 5. Rij voorzichtig vooruit, tot de wielen van de trekker de aanrij-bescherming (3) raken. 6. Controleer de afstand tussen zwenkbegrenzing (4) en as. De zwenkbegrenzing mag niet tegen de as aanslaan. De hydraulische cilinders van de bestuurbare as moeten bij een volle stuuruitslag nog tenminste 10 mm speling hebben. 7. De aanrij-beschermingen moeten naar voren worden geplaatst als de speling minder dan 10 mm bedraagt. 8. Controleer alle vrije ruimten en alle mogelijke stuurhoeken op voldoende vrije ruimte. Fig. 55 VS 2403 Stand

102 Opbouw en functie Gedwongen besturing blokkeren Bevestig de stuurstang (Fig. 55/2) op de pen (Fig. 55/5): als de machine aan een trekker moet worden gekoppeld die niet met een kogelkop voor de stuur stang is uitgerust, voordat de afgekoppelde machine wordt gerangeerd. Hierdoor wordt de bestuurbare as geblokkeerd Gedwongen besturing uitrichten (Werkplaats werkzaamheden) WAARSCHUWING Verwondinggevaar ontstaat voor personen, als de trekker en/of de machine ongecontroleerd kunnen wegrollen! Beveilig trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en tegen verrollen, voordat u onder de machine kruipt. Uit moet de besturing altijd uitrichten, als de wielen tijdens het rechtuit rijden niet in lijn staan (raderen). 1. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 2. Open de kogelblokkeerkranen (1 en 2) van de gedwongen besturing, om het stuursysteem in te sporen. Fig. 56 toont gesloten kogelblokkeerkranen. 3. Zet het ventiel (4) van de hydraulischehandpomp (5) in de stand "Dalen" = Pos Start de trekker en rij tenminste 20 meter rechtuit. 5. Zet het ventiel (4) van de hydraulischehandpomp (5) in de stand "Heffen" = Pos Bedien de hefboom (7) van de hydraulische-handpomp (5) zolang, tot u de wijzer van de manometer (8) een druk van 60 bar ziet aangeven. 7. Sluit de kogelblokkeerkranen. Het stuursysteem is nu gereed. 9 Fig VS 2403 Stand 03.08

103 Opbouw en functie Gedwongen besturing ontluchten (Werkplaats werkzaamheden) Het gesloten systeem van de gedwongen besturing moet worden ontlucht na het openen van het gesloten hydraulische systeem, bijv. na het vervangen van hydraulische onderdelen. Voor het ontluchten van de gedwongen besturing is een tweede persoon nodig. Bij het ontluchten van de verschillende oliestromen van het stuursysteem moet u de hefboom van de hydraulische-handpomp zolang bedienen, tot: de hydraulische olie zonder blaasjes uit de openingen komt, de afsluitstoppen in de openingen, waar de olie blaasjesvrij naar buiten komt, zijn geschroefd, de betreffende kogelblokkeerkraan is gesloten. 1. Controleer het oliepeil van de hydraulischehandpomp (5) of Fig. 56/5) via de vulopening, bijv. met een stalen meetband. Oliepeil is ca. ¾ van de inhoud van de tank. Vul indien nodig hydraulische olie (VG 46) bij. 2. Ontkoppel de stuurstang (Fig. 55/2) van de trekker. 3. Verwijder de bescherming voor de gedwongen besturing (Fig. 55/6). 4. Demonteer de draagplaat (Fig. 58/1) met de gever-cilinders (Fig. 58/2 en Fig. 58/3). 5. Leg de draagplaat (Fig. 58/1) met de gevercilinder op een werkbank horizontaal neer zodanig dat de afsluitstoppen (Fig. 58/4) naar boven wijzen. 6. Zet een geschikte opvangbak onder de openingen van de vier hydraulische cilinders (10, 11, 12, 13), om de uitstromende olie op te vangen. 7. Schroef de afsluitstoppen uit alle vier hydraulische cilinders van de gedwongen besturing. (Twee gevercilinders (10 en 11) op de dissel en twee stuurcilinders (12 en 13) op de bestuurbare as.) 8. Open de kogelblokkeerkranen (1 en 2). 9. Zet het ventiel (Fig. 56/4) van de hydraulische-handpomp (Fig. 56/5) of (5) in de stand "Heffen". Fig. 57 VS 2403 Stand

104 Opbouw en functie 10. Eén persoon bedient nu de hefboom (Fig. 56/7) van de hydraulische-handpomp (Fig. 56/5) of (5). Uit de openingen aan de plunjerzijde van de hydraulische cilinders (10-13) komt hydraulische olie naar buiten. 11. De tweede persoon draait de afsluitstoppen aan de plunjerzijde er weer in (10 en 13), zodra de hydraulische olie zonder blaasjes uit de openingen komt. 12. Sluit de kogelblokkeerkranen (1 en 2). 13. Controleer, of de gevercilinders (10 en 11) en de stuurcilinders (12 en 13) gelijkmatig ver zijn uitgeschoven. Als de gever- en/of de stuurcilinders ongelijkmatig zijn uitgeschoven, moet de gedwongen besturing opnieuw worden uitgericht. Zie hoofdstuk "Uitrichten van de gedwongen besturing", pagina Monteer de dragerplaat (Fig. 58/1) met de gevercilinders. 15. Bevestig de bescherming voor de gedwongen besturing (Fig. 55/6). Fig Tweeleiding-luchtdruk-reminrichting De machine is uitgerust met een reminrichting bestaande uit: een geremde as met een twee-leiding- luchtdrukreminrichting (Bedrijfsrem) en een parkeerrem voor een maximale snelheid van 40 km/h, een automatisch-lastafhankelijke-remkrachtregelaar (ALBregelaar) (Remkrachtberekening volgens EG-richtlijn 98/12/EG). De ALB-regelaar regelt automatisch de benodigde remkracht afhankelijk van de beladingtoestand van de aangekoppelde machine. De reminstallatie werkt op alle 4 wielen. Houdt u aan de nationaal geldende wettelijke bepalingen en verkeersregels. Houdt er rekening mee, dat de geremde as gedurende de eerste bedrijfsuren inloopt de remvoeringen passen zich aan de remtrommels aan. De volle remcapaciteit wordt pas bereikt na deze inloopfase. Test het functioneren van de reminrichting, voordat transportritten worden uitgevoerd. Het aanhouden van de onderhoudsintervallen is van groot belang voor het juist functioneren van de tweeleiding-luchtdruk-reminrichting. 104 VS 2403 Stand 03.08

105 Opbouw en functie WAARSCHUWING Risico door ontoereikende remcapaciteit van de machine kan ontstaan, als de rijhoogte van de hydraulische niveauregeling niet correct is ingesteld! Alleen als de rijhoogte op de hydraulische niveauregeling correct is ingesteld wordt de ALB-regelaar van het twee-leidingluchtdrukremsysteem voor een lastafhankelijke remkracht regeling correct aangestuurd. Lees hiervoor het hoofdstuk "Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling controleren", pagina 95. (1) Voorraadleiding met koppelingskop (rood) en geïntegreerd leidingfilter (2) Remleiding met koppelingskop (geel) en geïntegreerd leidingfilter (3) Lege koppeling voor remleiding (4) Aanhanger-remventiel (5) Aftapventiel (6) Bedieningsknop voor aftapventiel (kan alleen in afgekoppelde toestand worden bediend): tot aan aanslag indrukken en de bedrijfsrem laat los, bijvoorbeeld voor het rangeren van de afgekoppelde machine, tot aan aanslag uittrekken en de machine wordt weer door de uit de luchtvoorraadtank komende voorraaddruk geremd. (7) Membraanremcilinder (8) Automatisch-lastafhankelijkeremkrachtregelaar (ALB-regelaar) (hydraulisch), aangestuurd via de hydraulische niveauregeling van de tandemasconstructie (9) Hydraulische cilinder van de hydraulische niveauregeling (10) Luchtvoorraadtank (11) Ontwateringventiel (12) Controleaansluiting luchtvoorraadtank (13) Controleaansluiting voor membraanremcilinder (14) Controleaansluiting voor ALB-regelaar (15) Controleaansluiting achter ALB-regelaar (16) Parkeerrem Fig. 59 VS 2403 Stand

106 Opbouw en functie Geremde assen (1) Membraanremcilinder (2) Verstelstang voor de remnokkenas (3) Remnokkenas (4) Verbindingsstang voor parkeerrem (5) Controleaansluiting voor manometer Fig Rem- en voorraadleiding aankoppelen WAARSCHUWING Verwondingrisico: beklemd raken, meegetrokken worden, snijden, in de machine getrokken of omgestoten worden. Dit gevaar ontstaat als de bedrijfsreminrichting niet juist functioneert! Let er bij het aankoppelen van de voorraad- en remleiding op, dat: ο de afdichtingen van de koppelingskoppen schoon zijn, ο de afdichtringen van de koppelingskoppen goed afdichten. Beschadigde afdichtringen onmiddellijk vervangen. Tap het vocht uit de luchtvoorraadtank dagelijks voor de eerste rit af. Begin met een aangekoppelde machine pas te rijden, als de manometer van de luchtdrukreminrichting op de trekker 5,0 bar aanduidt. Controleer het verloop van de gekoppelde remleidingen! De remleidingen mogen niet aanschuren. WAARSCHUWING Verwondingrisico: beklemd raken, meegetrokken worden, snijden, in de machine getrokken of omgestoten worden. Dit gevaar ontstaat als de machine niet op de rem staat en verrolt! Koppel altijd eerst de koppelingskop van de remleiding (geel) aan en daarna de koppelingskop van de voorraadleiding (rood). De bedrijfs-reminrichting van de machine gaat direct uit de remstand, als de rode koppelingskop is gekoppeld. 106 VS 2403 Stand 03.08

107 Opbouw en functie Rem- en voorraadleiding afkoppelen 1. Open het deksel van de koppelingskoppen op de trekker. 2. Neem de koppelingskop van de remleiding (geel) van de lege koppeling 3. Maak vuile afdichtingen schoon of vervang beschadigde afdichtringen. 4. Bevestig de koppelingskop van de remleiding (geel) volgens voorschrift op de geelgemarkeerde koppeling op de trekker. 5. Neem de koppelingskop van de voorraadleiding (rood) van de lege koppeling. 6. Maak vuile afdichtingen schoon of vervang beschadigde afdichtringen. 7. Bevestig de koppelingskop van de voorraadleiding (rood) volgens voorschrift op de roodgemarkeerde koppeling op de trekker. Bij het aankoppelen van de voorraadleiding (rood) drukt de van de trekker komende voorraaddruk de bedieningsknop van het aftapventiel op het aanhanger-remventiel automatisch naar buiten. 8. Zet de parkeerrem er af en/of verwijder de wielblokken. WAARSCHUWING Verwondingrisico: beklemd raken, meegetrokken worden, snijden, in de machine getrokken of omgestoten worden. Dit gevaar ontstaat als de machine niet op de rem staat en verrolt! Ontkoppel altijd als eerste de koppelingskop van de voorraadleiding (rood) en daarna de koppelingskop van de remleiding (geel). De bedrijfs-reminrichting van de machine gaat pas in de remstand, als de rode koppelingskop is losgemaakt. Houdt deze volgorde aan, omdat anders de rem eraf wordt gehaald en de machine zich in beweging kan zetten. Bij het afkoppelen of het verbreken van de verbinding van de machine ontlucht de voorraadleiding naar het aanhanger-remventiel. Het aanhanger-remventiel schakelt automatisch om en bedient de bedrijfs-reminrichting afhankelijk van de remkrachtregeling. 1. Beveilig de machine tegen wegrollen. Gebruik hiervoor de parkeerrem en eventueel als extra de wielblokken. 2. Ontkoppel de koppelingskop van de voorraadleiding (rood). 3. Ontkoppel de koppelingskop van de remleiding (geel). 4. Bevestig de koppelingskoppen op de lege koppelingen. 5. Sluit de kappen op de koppelingskoppen van de trekker. VS 2403 Stand

108 Opbouw en functie Parkeerrem (1) Slinger; in de verstelstand (2) (2) Verstelstand (3) Ruststand, 180 ten opzichte van de verstelstand gezwenkt (4) Spindel (5) Trekkabel De aangetrokken parkeerrem beveiligt de afgekoppelde machine tegen verrollen. De parkeerrem wordt bediend door het verdraaien van de slinger via een spindel en een trekkabel. Fig. 61 Parkeerrem los maken Let er op dat de kabel niet op andere machinedelen ligt, of aanschuurt. Als de parkeerrem er af is gehaald, moet de kabel iets doorhangen. Parkeerrem aantrekken 1. Zwenk de slinger (1) uit de ruststand (3) 180 in de verstelstand (2). 2. Verdraai de slinger (1) zolang tegen de wijzers van de klok in, tot de trekkabel (5) ontspant. De parkeerrem is eraf gehaald. 3. Zwenk de slinger (1) in de ruststand (3). Corrigeer de instelling van de parkeerrem, als de spanweg van de spindel (4) niet meer toereikend is. 1. Zwenk de slinger (1) uit de ruststand (3) 180 in de verstelstand (2). 2. Slinger (1) met de wijzers van de klok mee in verdraaien en de parkeerrem via de kabel (5) aantrekken (de aantrekkracht van de parkeerrem bedraagt ca. 40 kg handkracht). 108 VS 2403 Stand 03.08

109 Machine in gebruik nemen 6 Machine in gebruik nemen In dit hoofdstuk krijgt u informatie: hoe u de machine in gebruik neemt, hoe u kunt controleren, of u de machine aan uw trekker mag koppelen. Voor het in gebruik nemen moet het bedienend personeel: ο de gebruikershandleiding hebben gelezen en hebben begrepen, ο alle smeerpunten doorsmeren. Let bovendien op de volgende hoofdstukken, voordat de machine in gebruik wordt genomen: ο "Verplichting van het bedienende personeel", pagina 30, ο "Kwalificatie van personen", pagina 31, ο "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 34, ο "Waarschuwing- en instructieaanwijzingen, pagina 46. ο "Machine onderhouden en verzorgen", pagina 150. Het kennisnemen van dit hoofdstuk dient uw veiligheid. Controleer de machine en de trekker telkens voor het gebruik op verkeer- en bedrijfszekerheid. Koppel en transporteer de machine alleen met een trekker die hiervoor geschikt is. Controleer bij het verwisselen van de trekker de volgende aanpassingen: ο Lengte van de aftakas. Let hiertoe op het hoofdstuk "Lengte van de aftakas naar de trekker aanpassen", pagina 118. ο Instelling van de systeem-omstelschroef. Let hiertoe op het hoofdstuk "Instellen van de systeem-omstelschroef voor het aanpassen van het hydraulieksysteem", pagina 78. Voer de aanpassingen eventueel opnieuw door. Trekker en machine moeten voldoen aan de nationale wegenverkeersvoorschriften en aan de lokale wetgeving. Voertuighouder (Eigenaar) als ook de trekkerchauffeur (Bedienende persoon) zijn verantwoordelijk voor het nakomen van de wettelijke bepalingen en van de voorschriften uit het Wegenverkeersreglement. VS 2403 Stand

110 Machine in gebruik nemen WAARSCHUWING Gevaren door beklemmen, vastgrijpen, opwikkelen, intrekken en vangen voor personen kunnen ontstaan, als de bedieningshendels voor bewegende delen met gevaar veroorzakende bewegingen worden geblokkeerd! Blokkeer geen bedieningshendels, die dienen voor het laten bewegen van machinedelen die een gevaarlijke beweging moeten maken, bijvoorbeeld in- uitklappen, in- uit zwenken of het laten schuiven van machinedelen. De beweging moet automatisch stoppen, als u de bedieningshendel loslaat. Dit geldt niet voor bewegingen van machinedelen: in zweefstand voor constantverbruikers, die automatisch zijn geregeld, de functiebepaald een zweef- of drukstand vereisen. 110 VS 2403 Stand 03.08

111 Machine in gebruik nemen 6.1 Wegenverkeersvoorschriften Houdt u bij gebruik van openbare wegen aan de ter plaatse geldende wettelijke voorschriften en verkeersregels. Voertuighouder (Eigenaar) als ook de trekkerchauffeur (Bedienende persoon) zijn verantwoordelijk voor het nakomen van de wettelijke bepalingen en van de voorschriften uit het Wegenverkeersreglement. VS 2403 Stand

112 Machine in gebruik nemen 6.2 Controleren of de trekker geschikt is WAARSCHUWING Gevaren door breuk tijdens het gebruik, ontoereikende stabiliteit en ontoereikende stuur- en remcapaciteit van de trekker bij een oneigenlijk gebruik van de soort! Controleer de geschiktheid van de trekker, voordat de machine wordt aangekoppeld. De machine mag alleen worden aangekoppeld aan trekkers die hiervoor geschikt zijn. Voer een remproef uit, om te controleren, of de trekker de benodigde remvertraging ook bereikt met een aangekoppelde machine Bereken de werkelijke waarde Voorwaarden voor de geschiktheid van de trekker zijn in het bijzonder: het toegestane totaalgewicht van de trekker, de toegestane as-belastingen van de trekker, de toegestane oplegdruk / aanhangerbelasting aan de verbindingsinrichting van de trekker. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje en in de gebruikershandleiding van de trekker. de draagkracht van de gemonteerde banden op de trekker. De vooras van de trekker moet tenminste met 20% van het onbelaste gewicht van de trekker zijn belast. De trekker moet de door de trekkerfabrikant voorgeschreven remvertraging ook bereiken met aangekoppelde / aangehangen machine. Het toegestane totaalgewicht van de trekker, dat in de handleiding is aangegeven, moet groter zijn dan de som van: ledig gewicht van de trekker, ballastmassa, oplegdruk van de aangekoppelde/aangehangen machine. 112 VS 2403 Stand 03.08

113 Machine in gebruik nemen Voorwaarden voor het gebruik van trekkers met aanhangers die zijn uitgerust met een starre dissel WAARSCHUWING Gevaren door het niet juist functioneren van bouwdelen, door oneigenlijk gebruik van de trekker! Let op: dat de verbindingsinrichting op de trekker de daadwerkelijk optredende oplegdruk kan verwerken, dat de verbindingsinrichting op de trekker en de trekinrichting aan de starre-dissel aanhanger de aanhangerbelasting (aanhangerbelasting = asbelasting) van de machine kan opnemen. Eventueel moet de toegestane aanhangerbelasting van de trekker worden berekend. dat de door de oplegdruk veranderde asbelastingen en gewichten van de trekker moet binnen de toegestane grenzen liggen. In geval van twijfel na-wegen. dat de statische, daadwerkelijke achterasbelasting van de trekker niet de toegestane asbelasting overschrijdt, dat het maximum toegestane totaalgewicht van de trekker niet wordt overschreden, dat de toegestane belasting van de banden van de trekker niet wordt overschreden Combinatie van verbindings- en trekinrichtingen Tab. 8 toont toelaatbare verbindingsmogelijkheden van de aankoppelinrichting op de trekker en de trekinrichting aan de machine afhankelijk van de toegestane oplegdruk. U vindt de maximaal toegestane oplegdruk op het typeplaatje van de verbindingsinrichting van uw trekker. Maximaal toegestane oplegdruk 2000 kg 4000 kg - 40 km/h 2000 kg - > 40 km/h Verbindingsinrichting op de trekker Penkoppeling DIN / ISO Niet automatische penkoppeling DIN Trekhaak (Hitchhaak) ISO Trekpen (Piton-fix) ISO Trekinrichting aan de machine Trekoog: 40 verzwaard DIN / ISO Trekoog 40 DIN /2, ISO 8755 Trekoog 40 DIN /2, ISO 8755 Trekoog (Hitchring) ISO Trekoog (Hitchring) ISO Trekoog (Hitchring) ISO Tab kg - 40 km/h 2000 kg - > 40 km/h Kogelkopkoppeling 80 Trekschaal 80 VS 2403 Stand

114 Machine in gebruik nemen De daadwerkelijke D C -waarde voor de te koppelen combinatie berekenen WAARSCHUWING Gevaren voor personen kunnen ontstaan door het uitvallen van bouwdelen, als de verbindingsinrichting tussen de trekker en de machine, door oneigenlijk gebruik, breekt! Combineer alleen toegestane combinaties van verbindings- en trekinrichtingen. Bereken de werkelijke D C -waarde van uw combinatie, bestaande uit trekker en starre-disselaanhanger, om te controleren, of de verbindingsinrichting op de trekker de gewenste D C -waarden heeft. De daadwerkelijke, berekende D C -waarde voor de combinatie moet kleiner of gelijk zijn ( ) aan de aangegeven D C -waarde van de verbindingsinrichting van uw trekker en de trekinrichting van de starre-disselaanhanger. Is dit niet het geval, dan moet de toegestane aanhangerbelasting van uw trekker worden berekend. Maatgevend is telkens, de laagste D C -waarde. Bereken de toegestane aanhangerbelasting van uw trekker, als de berekende D C -waarde voor de combinatie groter is dan de aangegeven D C -waarde van de verbindingsinrichting of van de trekinrichting van de starre-disselaanhanger. Deze berekende aanhangerbelasting mag bij het vullen van de starredisselaanhanger niet worden overschreden. De werkelijke D C -waarde voor een koppelende combinatie wordt als volgt berekend: D C = g x T x C T + C Fig. 62 D C -waarde voor de combinatie T: Toegestaan totaalgewicht van de trekker [t] (zie gebruikershandleiding van de trekker) C: Asbelasting / Som van de as-lasten van de met de toegestane massa (nuttige belasting) beladen starre-disselaanhanger in [t] zonder oplegdruk g: Aardeversnelling (9,81 m/s²) daadwerkelijke, berekende D C -waarde voor de combinatie: aangegeven D C -waarde van de verbindingsinrichting op de trekkeren de trekinrichting aan de machine KN KN 114 VS 2403 Stand 03.08

115 Machine in gebruik nemen U vindt D C -waarde: voor de verbindingsinrichting direct op het typeplaatje van de verbindingsinrichting / in de gebruikershandleiding van uw trekker. Als de waarden op het typeplaatje van de aanhangbok en de aanhangerkoppeling verschillen, is de laagste waarde maatgevend. voor de trekinrichting direct op het typeplaatje van de trekinrichting. Voorbeeld: Toegestaan totaalgewicht van de trekker: 14 [t] Toegestane as-last(en) van de starredisselaanhanger: 18 [t] D C = 9,81 m/s² x 14 [t] x 18 [t] 14 [t] + 18 [t] = 77,2 [KN] Toegestane aanhangerbelasting van de trekker berekenen De laagste D C -waarde van de verbindingsinrichting op uw trekker of de trekinrichting van uw starre-dissel-aanhanger bepaalt de toegestane aanhangerbelasting C op uw trekker. Bij starredisselaanhanger komt de aanhangerbelasting van de trekker overeen met de asbelasting van de starre-disselaanhanger. De toegestane aanhangerbelasting van uw trekker bepaalt de toegestane beladingslast van uw starre-disselaanhanger. Deze berekende aanhangerbelasting/asbelasting mogen bij het laden van uw starre-disselaanhanger niet worden overschreden. C = T x D C g x T - D C T: Toegestaan totaalgewicht van de trekker [t] D C : Laagste D C -waarde van de verbindingsinrichting van uw trekker / de trekinrichting van uw machine / de combinatie g: Aardeversnelling (9,81 m/s²) Voorbeeld: Toegestaan totaalgewicht van de trekker: 14 [t] D C -waarde van de verbindingsinrichting op de 70 [KN] trekker D C -waarde van de trekinrichting aan de machine: 77,5 [KN] D C -waarde voor de te koppelen combinatie: 77,2 [KN C = 14 [t] x 70 [KN] 9,81 m/s² x 14 [t] - 70 [kn] = 14,5 [t] Op grond van de D C -waarde van de verbindingsinrichting van de trekker bedraagt de toegestane asbelasting 14,5 [t]. Deze berekende as-belastingen mogen tijdens het laden van de starredisselaanhanger niet worden overschreden. VS 2403 Stand

116 Machine in gebruik nemen 6.3 Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen WAARSCHUWING Gevaren door beklemmen, scharende bewegingen, snijden, afsnijden, vastgegrepen worden, opwikkelen, intrekken, vangen en omgestoten worden ontstaan bij alle ingrepen aan de machine: door ongecontroleerd verrollen van een niet beveiligde machine, als de machine niet op de trekker is aangekoppeld, als de machineaandrijving niet is uitgeschakeld, als ongecontroleerd hydraulische functies worden uitgevoerd, toebehoren of delen van de machine worden aangedreven, terwijl de machine aan de trekker is gekoppeld terwijl de trekkermotor draait, als de trekkermotor ongecontroleerd wordt gestart, als de trekker en de machine ongecontroleerd wegrollen, als geheven machinedelen ongecontroleerd zakken. Bij alle ingrepen aan de machine ontstaan gevaarlijke situaties door onverwacht contact met aangedreven, niet beveiligde en geheven delen van de machine. U moet daarom voor alle ingrepen aan de machine, zoals bijvoorbeeld werkzaamheden voor het afstellen of het opheffen van storingen: de machine tegen wegrollen beveiligen, als deze niet aan de trekker is gekoppeld, de trekkermotor worden stilgezet en de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen worden beveiligen, als de machine aan de trekker is gekoppeld, verdere personen (Kinderen) van de trekker verwijderen, geheven machinedelen ondersteunen om ongecontroleerd zakken te voorkomen. Machine tegen wegrollen beveiligen Beveilig de machine tegen wegrollen: op oneffen ondergrond met de parkeerrem of het plaatsen van wielblokken, op een sterk hellende plaats met parkeerrem en met wielblokken. 116 VS 2403 Stand 03.08

117 Machine in gebruik nemen Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen 1. Laat geheven, niet ondersteunde machinedelen zakken tot een veilige stand is bereikt. Zo voorkomt u ongecontroleerd zakken. 2. Zet de trekker op de parkeerrem. 3. Zet de trekkermotor stil. 4. Trek de contactsleutel uit het contactslot. 5. Verdere personen (Kinderen) van de trekker verwijderen. 6. Sluit eventueel de cabine van de trekker af. 7. Beveilig de machine tegen wegrollen: op oneffen ondergrond met de parkeerrem of het plaatsen van wielblokken, op een sterk hellende plaats met parkeerrem en met wielblokken. 6.4 Bedieningskast op de trekker aanbrengen 1. Bevestig de bedieningskast (1) in het zicht en binnen handbereik, rechts van de bestuurder in de cabine. 2. Steek de 3-polige stekker (DIN 9680) van de stroom-verzorgingskabel (2) in de stekkerdoos van de trekker. (Klem 15/30 = Plus; Klem 31 = Min) 3. Sluit de stuurkabel (3) van het elektrohydraulische stuurventielenblok aan op de bus (4) aan de bedieningskast. 4. Zet de stuurkabel met de contramoer vast op de bedieningskast. Fig. 63 VS 2403 Stand

118 Machine in gebruik nemen 6.5 Lengte van de aftakas op de trekker aanpassen (Vakwerkplaats werkzaamheden) WAARSCHUWING Gevaar door intrekken en beet gepakt worden door een foutief monteren van de aftakas of door ontoelaatbare constructieve verandering hieraan! Verandering aan de constructie rond de aftakas mogen alleen in een vakwerkplaats worden uitgevoerd, slechts met toestemming van de fabrikant van de machine. Hierbij ook de meegeleverde gebruikershandleiding van de fabrikant van de aftakas opvolgen. Het aanpassen van de lengte van de aftakas is toegestaan mits rekening wordt gehouden met de eis die aan de kleinste overlapping van de profielbuizen wordt gesteld. Niet toegestaan zijn veranderingen aan de aftakas, als deze niet in de meegeleverde gebruikershandleiding van de aftakassenfabrikant staan beschreven. WAARSCHUWING Gevaren door beschadigde en/of vervormde, wegvliegende onderdelen ontstaan, als de aftakas bij het maken van bochten stuikt, terwijl de lengte van de aftakas ondeskundig is aangepast! Laat de lengte van de aftakas in alle bedrijfstoestanden door een vakwerkplaats controleren en eventueel aanpassen, voordat u de aftakas voor de eerste keer op uw trekker aansluit. Zo vermijdt u dat de aftakas opstuikt of onvoldoende overlapping van de profielbuizen heeft. WAARSCHUWING Verwondingrisico ontstaat, als de trekker en de aangekoppelde machine ongecontroleerd wegrollen! Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen, voordat u begint met het aanpassen van de aftakas in de gevarenzone tussen de trekker en de aangekoppelde machine. De kortste bedrijfsstand van de aftakas wordt bereikt bij het maken van een enge bocht. De langste bedrijfsstand van de aftakas wordt bereikt als de combinatie trekker/machine rechtuit rijdt. De aanpassing van de lengte geldt alleen voor de combinatie van de op het moment van aanpassen gebruikte trekker en de machine. Als de machine achter een andere trekker wordt gebruikt, moet de lengte van de aftakas opnieuw worden aangepast of tenminste worden gecontroleerd of deze lengte juist is. 118 VS 2403 Stand 03.08

119 Machine in gebruik nemen Montageaanwijzingen voor de vakwerkplaats: 1. Koppel de machine achter de trekker (Aftakas niet aankoppelen). 2. Neem de kortste bedrijfsstand voor de aftakas aan. 3. Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en wegrollen, voordat de gevarenzone tussen trekker en machine wordt betreden. 4. Trek de beide aftakashelften uit elkaar. 5. Schuif de aftakashelft waar het trekkersymbool op staat aan op de aftakas van de trekker, tot de sluiting merkbaar in de uitsparing valt. 6. Schuif de andere aftakashelft op de profiel-as van de machineaandrijfas, tot de sluiting merkbaar in de uitsparing valt. 7. Houdt u tijdens het bepalen van de lengte en het inkorten van de aftakas aan de aanwijzingen in de meegeleverde gebruikershandleiding van de aftakassenfabrikant. 8. Steek de ingekorte helften weer in elkaar. 9. Vet de trekkeraftakas en de profiel-as van de machineaandrijfas in, voordat u de aftakas aankoppelt. 6.6 Functies van de machine controleren Controleer de functies van de machine voor het voor de eerste keer in gebruik nemen van de machine en elke keer voordat opnieuw met het werken met de machine wordt begonnen: 1. Koppel de machine achter de trekker. 2. Smeer de machine en de aftakas geheel door. Lees hiervoor het hoofdstuk "Machine smeren", pagina Controleer het oliepeil in de verschillende aandrijfkasten regelmatig. Lees hiervoor het hoofdstuk "Oliepeil controleren", pagina Controleer alle machinefuncties voordat voor de eerste keer met de machine gewerkt gaat worden: 4.1 Stuwschuif openen en sluiten. 4.2 Kap over strooiwalsen openen en sluiten. 4.3 Werking van de reminrichting testen. 5. Controleer de ingestelde rijhoogte van de hydraulische niveauregeling. Lees hiervoor het hoofdstuk "Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling controleren", pagina Verwijder touw dat om de walsen is gewikkeld direct, tenminste dagelijks. VS 2403 Stand

120 Machine aan- en afkoppelen 7 Machine aan- en afkoppelen Houdt u tijdens het aan- en afkoppelen van de machine bovendien het hoofdstuk "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 34. Controleer de machine elke keer tijdens het aan- of afkoppelen op zichtbare gebreken. Let hiertoe op het hoofdstuk "Verplichting van het bedienend personeel", pagina 30. WAARSCHUWING Verwondingrisico ontstaat, als bij het aan- en afkoppelen van de machine, de trekker en de machine ongecontroleerd starten en wegrollen! Beveilig de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen, voordat de gevarenzone tussen trekker en machine wordt betreden om aan- of af te koppelen. Let hiertoe op het hoofdstuk "Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen", pagina Machine aankoppelen WAARSCHUWING Verwondingrisico door oneigenlijk gebruik van de trekker kan ontstaan, als door de aangekoppelde machine onvoldoende stabiliteit of ontoereikende stuur- en remcapaciteit van de trekker optreden! De machine mag alleen worden aangekoppeld aan trekkers die hiervoor geschikt zijn. Let op het hoofdstuk "Controleren of de trekker geschikt is", pagina 112. WAARSCHUWING Verwondingrisico en de kans om omgestoten te worden, ontstaat als personen tijdens het aan-/ en afkoppelen van de machine, tussen de trekker en de machine staan! Verwijder personen uit het gevarenbereik tussen de trekker en de machine, voordat u naar de machine rijdt. Aanwezige helpers mogen slechts voor het geven van aanwijzingen naast de trekker en de machine staan. Als trekker en machine stilstaan, mag de gevarenzone tussen trekker en machine pas worden betreden. WAARSCHUWING Er ontstaan grote risico s voor beklemming, intrekken, meegepakt worden, omgestoten worden, als de machine onverwacht los raakt van de trekker! Let op de maximaal toegestane oplegdruk, aanhang- en asbelastingen van de trekker. Gebruik en beveilig de voorgeschreven inrichtingen voor het verbinden van trekker en machine volgens de voorschriften. 120 VS 2403 Stand 03.08

121 Machine aan- en afkoppelen WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, als de energieverzorging tussen de trekker en de machine uitvalt! Let bij het aankoppelen van de verzorgingsleidingen op het verloop van de verzorgingsleidingen. De verzorgingsleidingen: moeten alle bewegingen tijdens het maken van bochten zonder spanning, knikken of wrijven kunnen maken, mogen niet langs machinedelen schuren. Alleen bij Load-Sensing-hydraulieksysteem: Controleer de correcte instelling van de systeem-omstelschroef. Let hiertoe op het hoofdstuk "Instellen van de systeemomstelschroef voor het aanpassen van het hydraulieksysteem", pagina 78. Controleer de juiste instelling van de drukevenaar. Let hiertoe op het hoofdstuk "Load-Sensing-hydraulieksysteem met Load- Sensing-stuurleiding", pagina 79. ο ο Blokkeer de drukevenaar in het electro-hydraulische ventielenblok, als de hydrauliekaansluiting "Voorloop (Druk)" direct op de hydraulische pomp van de trekker is aangesloten. Open de drukevenaar op het elektro-hydraulische ventielenblok, als de hydraulische aansluiting "Voorloop (Druk)" op een stuurventiel van de trekker is aangesloten. 1. Beveilig de machine tegen wegrollen. Let hiertoe op het hoofdstuk "Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen", pagina Controleer de machine bij het aankoppelen op zichtbare gebreken. Let hierbij op het hoofdstuk "Verplichting van het bedienend personeel", pagina Koppel de trekdissel aan. Let hiertoe op het hoofdstuk "Trekdissel aankoppelen", vanaf pagina Koppel de hydraulische aansluitingen aan. Let hiertoe op het hoofdstuk "Hydraulische slangen aankoppelen", pagina Sluit de reminrichting aan. Let hiertoe op het hoofdstuk "Rem- en voorraadleiding aankoppelen", pagina Koppel de aftakas aan. Let hiertoe op het hoofdstuk "Aftakas aankoppelen", pagina Sluit de verlichting aan. 8. Koppel de bedieningskast aan. Let hiertoe op het hoofdstuk "Bedieningskast op de trekker monteren", pagina 117. Gebruik voor het aansluiten van de Field-Operator de separate gebruikershandleiding. 9. Breng de steunpoot in de transportstand. Lees hiervoor het hoofdstuk "Steunpoot in de transportstand heffen", pagina Geef de parkeerrem vrij. Let hiertoe op het hoofdstuk "Parkeerrem", pagina 108. VS 2403 Stand

122 Machine aan- en afkoppelen 7.2 Machine afkoppelen WAARSCHUWING Verwondingrisico door beklemming, snijden, beetgepakt, ingetrokken of omgestoten worden, ontstaan door onvoldoende stabiliteit van de afgekoppelde machine! Koppel de ontladen machine af op een vaste, vlakke ondergrond. Beveilig de machine tegen wegrollen. Let er op, dat tijdens het afkoppelen van de machine zoveel vrije ruimte overblijft, dat voor het opnieuw aankoppelen voldoende manoeuvreerruimte overblijft. 1. Laat de liftas geheel zakken. 2. Laat de steunpoot zo ver in de steunstand zakken. Lees hiervoor het hoofdstuk "Hydraulische steunpoot in steunstand laten zakken", pagina Zet de machine op de parkeerrem. Let hiertoe op het hoofdstuk "Parkeerrem", pagina Controleer de machine tijdens het afkoppelen op zichtbare gebreken. Let hiertoe op het hoofdstuk "Verplichting van het bedienend personeel", pagina Koppel de trekdissel af. Let hiertoe op het hoofdstuk "Trekdissel afkoppelen", pagina Koppel de hydraulische aansluitingen af. Let hiertoe op het hoofdstuk "Hydraulische slangen afkoppelen", pagina Koppel de reminstallatie af. Lees hiervoor het hoofdstuk "Remen voorraadleiding afkoppelen", pagina Koppel de aftakas af. Let hiertoe op het hoofdstuk "Aftakas afkoppelen", pagina Koppel de verlichting af. 10. Koppel de bedieningskast af. Let hiertoe op het hoofdstuk "Bedieningskast op de trekker monteren", pagina Rijdt de trekker vooruit. 122 VS 2403 Stand 03.08

123 Instellingen 8 Instellingen Volg bij het instellen bovendien de aanwijzingen op in hoofdstuk: "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 34, "Waarschuwing- en instructieaanwijzingen, pagina 46. Het navolgen van deze aanwijzingen dient uw veiligheid. WAARSCHUWING Verwondingrisico door beklemming, snijden, beetgepakt, ingetrokken of omgestoten worden, ontstaan kunnen ontstaan bij het afstellen van de machine: door ongecontroleerd verrollen van een niet beveiligde machine, als de machine niet op de trekker is aangekoppeld, als de machineaandrijving niet is uitgeschakeld, als ongecontroleerd hydraulische functies worden uitgevoerd, toebehoren of delen van de machine worden aangedreven, terwijl de machine aan de trekker is gekoppeld terwijl de trekkermotor draait, als de trekkermotor ongecontroleerd wordt gestart, als de trekker en de machine ongecontroleerd wegrollen, als geheven machinedelen ongecontroleerd zakken! Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen, voordat u de trekker en de aangekoppelde machine gaat instellen. Let hiertoe op het hoofdstuk "Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen", pagina 116. Wacht tot de trekker en de machine geheel stilstaan, voordat de gevarenzone rond de combinatie wordt betreden. VS 2403 Stand

124 Instellingen 8.1 Algemene aanwijzingen Let bij het gebruik van de machine op: de richtlijn 91/676/EWG (in Duitsland vervangen door de Mestverordening), als u handelsmeststoffen van dierlijke afkomst en secundaire meststoffen verspreidt, in Duitsland is bovendien de Bio-afvalverordening van toepassing, als secundaire meststoffen zoals compost worden verspreid, de goede vakkundige praktijk voor het bemesten. Volgens goed gebruik bij het bemesten moeten meststoffen op tijd en in afgemeten hoeveelheden zodanig worden verspreid dat de voedingsstoffen optimaal door de planten worden opgenomen. De te verspreiden moeten zodanig worden gekozen, dat een evenwicht tussen de benodigde voedingsvraag en de toe te voegen voedingswaarden verzekerd is. De benodigde hoeveelheden voor een juiste bemesting worden gevonden: in de vraag naar voeding van de te bemesten planten, uit voedingsstoffen toevoeging en de in de bodem aanwezige voedingsstoffen (verkregen door bodemanalyses), uit de voedingsstoffengehaltes van de te verspreiden meststoffen. Tab. 9 levert gemiddelde voedingsstoffenwaarden van enkele handelsmeststoffen op. Voedingsstoffenwaarden van handelsmeststoffen van dierlijke afkomst en van secundaire meststoffen kunnen sterk schommelen: afhankelijk van de diersoort, de voedering van die dieren, de manier van dierhouden en van opslag van de meststof, door verschillende toevoeging van instrooimiddelen of het arbeidsproces. Op grond van deze schommelingen kunnen de in Tab. 9 genoemde gemiddelde bemestingswaarden dan ook slechts richtwaarden voor het bemesten zijn. Deze richtwaarden geven wel een overzicht over hoeveelheden en tendensen. Een precieze bepaling van voedingswaarden van de grond en de handelsmeststoffen is alleen bij laboratoriumonderzoek mogelijk. Om deze reden is het aan te bevelen, zowel de grond als de toegepaste meststoffen met regelmaat te laten onderzoeken, zoals de meststoffenvoorschriften dit aangeven. 124 VS 2403 Stand 03.08

125 Instellingen Handelsmeststof Vaste mest TS % Voedingsstof N ges NH 4 -N P 2 O 5 K 2 O MgO CaO Gehalte in kg/t Rundermest 23 5,5 3,1 9,2 1,4 Varkensmest 22 7,0 6,7 7,2 2,2 Paardenmest 26 4,5 3,7 8,0 2,1 Schapen mest 25 8,0 3,0 7,0 2,0 Kalkoenenmist 50 14,4 4,7 18,7 14,8 4,8 20,0 Kuikenmest 55 28,0 21,0 23,0 6,0 21,0 Kippenmest 48 26,9 7,1 17,2 16,1 4,5 13,8 Kippenmest Frisse kippenmest 28 17,1 3,0 10,9 8,3 4,0 26,0 Droge kippenmest 50 28,6 10,9 23,0 20,1 7,7 56,1 gedroogde kippenmest 70 32,1 11,0 30,9 21,8 7,9 90,1 Organische meststof Tab. 9 Groen- /Biocompost 50 4,9 0,2 2,6 4,5 3,6 17,4 Rioolslib, ingedroogd 34 9,5 1,2 15,8 0,8 2,4 55,5 Champignonaarde 30 8,2 0,2 4,7 6,0 2,0 30 Gemiddelde meststofwaarde van enkele handelsmeststoffen (Bron: Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen) De hoofdcriteria voor de beoordeling van de arbeidskwaliteit van mestverspreiders, zijn de dwars- en de langsverdeling van het verspreide product als ook het afvoeren van de gewenste hoeveelheden. Instelbaar zijn: het 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme, die verstelbare klep en de strooischuif, de strooihoeveelheid. VS 2403 Stand

126 Instellingen schijven-centrifugaalstrooimechanisme De specifieke strooi-eigenschappen van het te verspreiden product beïnvloeden de strooibreedte. De verstelbare werpers (Fig. 64/2) op de strooischijven (Fig. 64/1) van het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme maken het mogelijk de specifieke strooi-eigenschappen van het product te compenseren, zo dat het product met een gelijkmatig dwarsverdeling kan worden verspreidt. Hiertoe kunnen de werpers op de beide strooischijven in verschillende standen A-H om het draaipunt (Fig. 64/3) worden geordend. Tab. 10 geeft "Aanbevelingen voor het instellen van de werpers voor verschillende producten". Af fabriek ingesteld op stand C. Door het verschillende spreidgedrag van de te verstrooien producten worden voor een deel verschillende werkbreedtes bereikt. Raadpleeg hiervoor ook de tabel "Mogelijke werkbreedtes van verschillende producten", pagina 127. Fig. 64 Product specifieke strooi-eigenschappen Stand van de werpers Potstalmest, opgeslagen mest zwaar, zeer vochtig, kleverig A, B Oude rundermest, compost, kuikenmest, droge kippenmest normaal gewicht, gehakseld stro, normale vochtigheid, opgeslagen tot doorgroei of korrelig C 1), D, E Kalkoenenmest zeer licht, hoog strogehalte, lang stro F, G, H 1) Basisinstelling Tab. 10 Aanbevelingen voor het instellen van de werpers voor verschillende producten 126 VS 2403 Stand 03.08

127 Instellingen Product Verspreidbaarheid [kg/m 3 ]* Werkbreedte [m] Rundermest, fris Rundermest, opgeslagen Loopstalmest (ca. 5 6 maanden oud) ca Instrooimest (ca. 1 4 weken oud) ca Varkensmest Compost, bioafval (licht) Zeeffractie 0 2,4 mm (ca. 35% DS) Compost (zwaar) Rioolslib Kalkoenenmest, droog / Kippenmest ca Droge kippenmest Kippenmest (Bodenhaltung) Schapenmest Kalkmergel ca * De verspreidbaarheid: wordt sterk beïnvloed door de vochtigheid en het aandeel stro in het product, kan op grond van de verschillende manieren van huisvesting en het voeren grote verschillen opleveren. Tab. 11 Mogelijke werkbreedtes van verschillende producten De volgende gegevens dienen als richtwaarde: Compost met geringe verspreidbaarheid werkbreedte 10 tot 14 m Compost met hoge verspreidbaarheid werkbreedte 15 tot 18 m Stalmest en kippenmest (geringe hoeveelheid) werkbreedte 15 tot 18 m, stalmest ook tot ca. 20 m werkbreedte De werkbreedte: Is afhankelijk van het product en komt niet overeen met de werpbreedte, Is met een zicht- en meetcontrole op het veld vast te stellen. VS 2403 Stand

128 Instellingen Werpers op de strooischijven verstellen 1. Ontgrendel de kap over de strooiwalsen. Zie hiervoor hoofdstuk "Kap over strooiwalsen", pagina Open de kap over de strooiwalsen geheel. 3. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 4. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd zakken. Zie hiervoor hoofdstuk "Kap over strooiwalsen", pagina Verwijderen de boutverbindingen (4) van de werpers. 6. Zet de werpers in de gewenste stand A-H. Let hierbij op Tab. 10, pagina Bevestig de werpers (2) met de verbindingsbouten (4) in de nieuwe stand. 8. Controleer of alle boutverbindingen vast zitten. 9. Ontgrendel de kap over de strooiwalsen. Zie hiervoor hoofdstuk "Kap over strooiwalsen", pagina Sluit de kap over de strooiwalsen. 11. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd openen. Zie hiervoor hoofdstuk "Kap over strooiwalsen", pagina Controleer de gekozen instelling van de werpers met een strooiproef op het veld met aansluitend een zichtcontrole op de dwarsverdeling en het meten van de bereikte werkbreedte. Bij een strooiproef moeten de naast elkaar liggende stroken elkaar overlappen. Let hierbij op het hoofdstuk "Aanbevelingen voor het rijden tijdens het strooien ", pagina Corrigeer de instelling van de werpers bij een onbevredigende dwarsverdeling. Fig VS 2403 Stand 03.08

129 Instellingen Verstelbare klep en strooischuif Om een gelijkmatige dwarsverdeling van verschillende producten te bereiken, bevelen we aan: de neiging van de verstelbare klep en daarmee het afgiftepunt op de strooischijven: ο ο zo ver mogelijk naar voren te leggen, om een gelijkmatige dwarsverdeling te bereiken. Daarbij neemt de doorvoer af. Deze instelling is gewenst voor alle goed strooibare en lopende producten in geringe hoeveelheden. verder naar achteren te zetten, om de doorstroming te vergroten. Daarbij wordt de dwarsverdeling minder gelijkmatig. Deze instelling is gewenst voor langhalmige-, in elkaar zittende producten met grote te verspreiden hoeveelheden. de hoogte van de strooischuif: ο in principe zo diep mogelijk in te stellen, om een gelijkmatige dwarsverdeling te bereiken. Deze instelling is gewenst voor alle goed te verspreiden- en vlot lopende producten zoals compost, droge kippenmest, kalk, rioolslib enzovoort met geringe hoeveelheden. ο hoger in te stellen, om verstoppingen op de strooischijven te voorkomen. Gelijktijdig wordt de doorvoer vergroot. Deze instelling is gewenst voor langhalmige-, in elkaar zittende producten, zoals bijvoorbeeld: vaste mest (stro, potstal) met grotere te verspreiden hoeveelheden. Neiging verstelbare klep Strooischuif (Afgiftepunt) lager hoger naar voren verleggen naar achteren verleggen Tab. 12 Voor alle goed te verspreiden- en goed lopende producten zoals compost, droge kippenmest, kalk, rioolslib enzovoort met geringe hoeveelheden. Betere dwarsverdeling. Voor langhalmige-, in elkaar zittende producten met grote te verspreiden hoeveelheden. Als het te ver naar achteren wordt verlegd, wordt de dwarsverdeling slechter. Bij mest met lang stro: om verstoppingen te voorkomen. Voor langhalmige-, in elkaar zittende producten met grote te verspreiden hoeveelheden. VS 2403 Stand

130 Instellingen verstelbare klep instellen De neiging van de verstelbare klep (1) bepaalt het afgiftepunt, waar het product op de strooischijven (2) komt. Om een gelijkmatige dwarsverdeling te bereiken, moet het afgiftepunt op de strooischijven zo ver mogelijk naar voren liggen. Wordt het afgiftepunt verder naar achteren verlegd: wordt de doorvoer vergroot, verslechtert de dwarsverdeling. Het instellen van de verstelbare klep moet aan beide zijden gelijkmatig plaats vinden, om op beide strooischijven een gelijk afgiftepunt te vinden: 1. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 2. Draai de contramoer (3) van de verstelbout (5) los. Fig Verdraai de verstelmoer (4), zo, dat de afstandmaat X tussen de aanslag (6) en de verstelhoek (7): verkleind, dan wordt het afgiftepunt naar voren verlegd, vergroot, dan wordt het afgiftepunt naar achteren verlegd. 4. Trek de contramoer weer aan, om de verstelbare klep in de nieuwe stand vast te zetten. 130 VS 2403 Stand 03.08

131 Instellingen Strooischuif instellen De strooischuif (1) bevindt zich binnen de verstelbare klep (2) over de strooischijven (3). De hoogte van de strooischuif kan ten opzichte van de verstelbare klep worden ingesteld. De ingestelde hoogte van de strooischuif bepaalt de hoogte van de doorgang (4) tussen de verstelbare klep en de strooischijven. Om een gelijkmatige dwarsverdeling te verkrijgen, moet de hoogte van de strooischuif zo diep mogelijk worden ingesteld. Wordt de hoogte van de doorgang (4) tussen de strooischuif en de strooischijven vergroot: wordt de doorvoer vergroot, verslechtert de dwarsverdeling. De verschillende hoogten van de strooischuif / van de doorgang worden ingesteld door het verdraaien van de hoogteverstelling (5) en het plaatsen van de pen (6) in één van de boringen A-H op het verstelsegment (7). Fig. 67 Stand van de pen A H Hoogte van de doorgang minimaal maximaal 1. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 2. Hefboom (8) ontgrendelen en uit de houder (9) nemen. 3. Hefboom op de hoogteverstelling (5) steken. 4. Met één hand de hoogteverstelling iets verdraaien, om de pen (6) te ontlasten. Houdt de hefboom vast, zodat de strooischuif (1) zich niet door zijn eigengewicht versteld. 5. Met de andere hand de veerbelaste pen (6) uit de boring van het verstelsegment (7) trekken en vasthouden. 6. Hefboom zwenken, tot de gewenste doorgangshoogte is bereikt. 7. Pen (6) los laten. De pen glijdt in één van de boringen A-H op het verstelsegment en houdt de strooischuif in de ingestelde hoogte. Let er op, dat de veerbelaste pen (6) helemaal in de boring op het verstelsegment steekt. 8. Hefboom van de hoogteverstelling aftrekken, in de houder leggen en borgen. VS 2403 Stand

132 Instellingen Strooihoeveelheid De hoeveelheid per oppervlak in [m 3 /ha] is afhankelijk van: de laadhoogte (Opening van de stuwschuif) en de breedte van de laadruimte van de machine, de aandrijfsnelheid van de bodemketting, de werkbreedte en de rijsnelheid. De hoeveelheid wordt ingesteld aan de hand van de strooitabel. Aanwijzingen voor het toepassen van de strooitabel Tab. 13: De waarden in de strooitabel zijn slechts richtwaarden. Ze werden door medewerkers van de firma Strautmann berekend aan de hand van steekproeven op het veld. Als er andere voorwaarden zijn, kunnen de waarden afwijken. Bij een normaal vochtig, goed verrot product kunnen de waarden direct uit de tabel worden overgenomen, terwijl er bij dit materiaal zo goed als geen "Slip" werd vastgesteld. Bij een vochtig of slecht verrot product moet de aandrijfsnelheid van de bodemketting iets hoger dan de aangeven tabellenwaarden worden ingesteld, om de in de strooitabel aangegeven strooihoeveelheden te bereiken. De instellingen voor de draaiknop voor het instellen van de aandrijfsnelheid van de bodemketting werden opgenomen bij een trekker met een pompopbrengst van 60 l/min en 180 bar. De waarden voor de aandrijfsnelheid van de bodemketting werden opgenomen in onbeladen toestand. De werkbreedte is het beste vast te stellen bij een strooiproef, waarbij de breedte door een zichtcontrole en een meting wordt vastgesteld. De waarden voor de strooihoeveelheid werden verkregen bij een geheel geopende stuwschuif (Laadhoogte = 1,45 m). Door de stuwschuif gedeeltelijk te openen wordt de strooihoeveelheid met een zelfde deel gelijkmatig verminderd: Bij een bijvoorbeeld 10% geopende stuwschuif bedraagt ook de strooihoeveelheid ca. 10% van de tabellenwaarde. 132 VS 2403 Stand 03.08

133 Instellingen VS 2403 Stand Bodemkettingaandrijfsnelheid [m/min] Werkbreedte [m] 12 Rijsnelheid [km/h] 4 Uitgebrachte hoeveelheid [m 3 /ha] bij laadhoogte 1,45 m Stand van de draaiknop 0,45 0,80 1,30 2,00 2,80 3,20 3,50 3,60 3,0 4,0 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0 Tab. 13

134 Instellingen Strooihoeveelheid volgens strooitabel instellen Stel de gewenste strooihoeveelheid als volgt in: 1. Bepaal daarna de werkbreedte door op het veld een strooiproef te doen. Meet de werkbreedte en voer een zichtcontrole op de dwarsverdeling uit. Bij een strooiproef moeten de naast elkaar liggende stroken elkaar overlappen. Let hierbij op het hoofdstuk "Aanbeveling om tijdens het strooien te rijden", pagina 145. Bijvoorbeeld bij oude rundermest: Werkbreedte 18 m, Stuwschuif geheel openen. 2. Leg de gewenste strooihoeveelheid in m³/ha vast (bijv. 14 m³/ha). 3. Zoek in de kolom werkbreedte 18 m de strooihoeveelheid van 14 m³/ha. De strooitabel levert hier twee mogelijke instellingen op: 3.1 Rijsnelheid: 6 km/h Positie van de draaiknop: Rijsnelheid: 10 km/h Positie van de draaiknop: Omrekenen van de strooihoeveelheid van [m 3 /ha] in de massa in [t/ha] De volgende tabel (Tab. 14) toont het soortelijk gewicht in [kg/m 3 ] voor verschillende producten. Met behulp van deze waarden kunnen de strooihoeveelheid van [m 3 /ha] in de hoeveelheid [t/ha] omrekenen. Product Soortelijk gewicht [kg/m 3 ] Soortelijk gewicht [ds/m 3 ] Rundermest, fris ,0 8,0 Rundermest, opgeslagen ,0 10,0 Varkensmest ,5 8,5 Compost Bioafval Zeeffractie 0 2,4 mm (ca. 35% DS) ca. 500 ca. 5,0 Rioolslib ,0 Kalkoenenmest, droog / Kippenmest ca. 500 ca. 5,0 Tab. 14 Strooihoeveelheid [t/ha] = Strooihoeveelheid [m 3 /ha] x soortelijk gewicht [kg/m 3 ] 1000 Strooihoeveelheid [t/ha] = Strooihoeveelheid [m 3 /ha] x soortelijk gewicht [ds/m 3 ] VS 2403 Stand 03.08

135 Instellingen Omrekenen van strooihoeveelheden bij een gedeeltelijk geopende stuwschuif Strooihoeveelheid [m 3 /ha] = Laadbreedte [m] x Laadhoogte [m] x aandrijfsnelheid m/min] x 600 Werkbreedte [m] x rijsnelheid [km/h] VS 2403 Stand

136 Gebruik van de machine 9 Gebruik van de machine Let bij het gebruiken van de machine op bovendien de aanwijzingen in hoofdstuk: "Verplichting van het bedienende personeel", pagina 30, "Kwalificatie van personen", pagina 31, "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 34, "Waarschuwing- en instructieaanwijzingen, pagina 46. Het kennisnemen van dit hoofdstuk dient uw veiligheid. WAARSCHUWING Verwondingrisico door te worden vastgegrepen, wikkelen en gevaar door weggeslingerde vreemde voorwerpen in de gevarenzone rond een aangedreven aftakas! Controleer telkens voor het gebruik van de machine of de bescherming van de aftakas in orde is en of deze juist functioneert. Laat beschadigde veiligheid- en bescherminrichtingen van een aftakas onmiddellijk door een vakwerkplaats vervangen. Controleer of de beschermbuizen van de aftakas met de betreffende ketting, tegen meedraaien zijn beveiligd. Houdt een voldoende veilige afstand aan tot een aangedreven aftakas. Verwijder personen uit de gevarenzone rond een aangedreven aftakas. Zet bij gevaar de trekkermotor onmiddellijk stil. WAARSCHUWING Verwondingrisico: ingetrokken gevangen te worden ontstaat als tijdens het gebruik van de machine, aandrijfelementen onbeschermd zijn! De machine alleen gebruiken als alle beschermingen zijn aangebracht en zijn gesloten. Het is verboden beschermkappen te openen: ο terwijl de machine wordt aangedreven, ο zolang de trekkermotor terwijl de aftakas / hydraulische installatie zijn aangesloten, ο als de contactsleutel in het contactslot is en de trekkermotor ongecontroleerd kan worden gestart, terwijl de aftakas / hydraulische installatie zijn aangesloten, ο als de trekker en de machine niet met de handrem en / of met wielblokken tegen ongecontroleerd wegrollen is beveiligd. Sluit alle beschermkappen, voordat u de machine aandrijft. 136 VS 2403 Stand 03.08

137 Gebruik van de machine WAARSCHUWING Gevaar door verzaken van machinedelen kan ontstaan, als de machine met een ontoelaatbaar hoog aandrijftoerental wordt aangedreven! Controleer het toegestane maximale aandrijftoerental voor de machine, voordat de trekker-aftakas wordt ingeschakeld. VOORZICHTIG Gevaar door verzaken van machinedelen kan ontstaan als de slipkoppeling in werking treed! Schakel de aftakasaandrijving onmiddellijk uit, als de slipkoppeling in werking treedt. Zo voorkomt u verdere beschadiging of schade aan de slipkoppeling. WAARSCHUWING Gevaar door beklemming, snijden, afsnijden, ingetrokken worden, worden gevangen en omgestoten door onvoldoende stabiliteit of omkiepen van de trekker/machine! Richt uw manier van rijden zodanig in, dat u de trekker en de aangekoppelde / aangehangen machine altijd onder controle heeft: Houdt rekening met uw persoonlijke vaardigheden, de rijbaan-, bochten-, verkeers-, zicht- en weersomstandigheden, de rijeigenschappen van de trekker, als ook de invloed van de aangekoppelde machine. Nooit enge bochten rijden met een hoge snelheid. Vermijdt het plotseling maken van bochten bij het rijden op hellingen, zowel helling op als helling af (Kantelgevaar!). WAARSCHUWING Gevaar door uit de machine geslingerde materialen of vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld stenen) kunnen voor de bedienende persoon ontstaan, als deze op de bestuurderszitplaats op de trekker door een gevaarlijke voorwerp wordt getroffen! Neem de machine alleen in bedrijf, als het meegeleverde voorhek op de voorwand van de laadruimte is gemonteerd. Om de individuele hydraulische functies uit te kunnen voeren, is een constante oliestroom tussen de trekker en de machine nodig. Controleer de machine dagelijks op in het oog springende beschadigingen/afwijkingen. Zichtbare gebreken direct verhelpen of laten verhelpen. VS 2403 Stand

138 Gebruik van de machine 9.1 Laden WAARSCHUWING Gevaren door breuk tijdens het gebruik, ontoereikende stabiliteit en ontoereikende stuur- en remcapaciteit van de trekker bij een oneigenlijk gebruik van de soort! Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorwaarden voor het gebruik van trekkers met starre-disselaanhangers", pagina 113. Let op het maximaal toegestane totaalgewicht van de machine en op de max. asbelasting van de trekker en op de max. oplegdruk van het trekpunt. Rij desnoods met een gedeeltelijk gevulde machine. Belaad de machine met wiel- of telescopische laders, mobiele kranen of met trekkers met een frontlader. Als strohoudende stalmest hoog boven de zijwanden wordt geladen, kan dit tot opstuwing voor de stuwschuif leiden en storingen tijdens het strooien veroorzaken. Reduceer de laadhoogte of laadt in de bovenste laag zwaardere mest. Voordat met het laden wordt begonnen, moet u: ο de geheven lift-as (indien aanwezig) altijd laten zakken, ο de stuwschuif sluiten. Let er op, dat in het geladen product geen grotere harde voorwerpen bevinden, bijvoorbeeld stenen of anderszins vreemde voorwerpen. Belaad de machine zo gelijkmatig mogelijk om een egaal strooibeeld te verkrijgen. Als holle ruimtes ontstaan, of het soortelijk gewicht afwisselend is, dan verslechterd de lengteverdeling van het product aanzienlijk. Houdt u bij het beladen aan de toegestane laadhoogtes ten opzichte van de bodemketting: ο De laadhoogte mag niet hoger zijn dan de doorlaathoogte van de strooiwalsen. ο Bij producten met een soortelijk gewicht vanaf ca. 800 kg/m 3 treedt een overbelasting van de machine op, als de machine tot de bovenkant van de zijwanden wordt beladen. Tab. 15 toont toegestane laadhoogtes ten opzichte van de bodemketting voor verschillende soortelijke gewichten. 138 VS 2403 Stand 03.08

139 Gebruik van de machine Tab. 15 Soortelijk gewicht [kg/m 3 ] toegestane laadhoogtes ten opzichte van de bodemketting [m] 500 1, , , , , , , , , , ,64 VS 2403 Stand

140 Gebruik van de machine 9.2 Strooien GEVAAR Gevaar door elektrische schok of verbrandingen ontstaan, als de geopende stuwschuif ongecontroleerd bovengrondse elektrische leidingen raakt of onder hoogspanning staande bovengrondse leidingen nadert! Houdt een veilige afstand aan tot bovengrondse hoogspanningsleidingen. WAARSCHUWING Gevaar door uit de machine geslingerde materialen of vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld stenen) kunnen voor personen ontstaan, als deze zich in het gevarenbereik van de machine ophouden! Let er op dat personen een voldoende veilige afstand tot een werkende machine houden: ο ο voordat u de aandrijving van de bodemketting en van de strooischijven inschakelt, zo lang de motor van de trekker loopt. Let er bij het strooien van perceelsranden in bebouwde gebieden of langs wegen op, dat geen personen in gevaar worden gebracht, of zaken worden beschadigd. Houdt een voldoende veilige afstand aan of gebruik veiligheidsvoorzieningen, bijvoorbeeld een kantstrooiinrichting en/of reduceer het aandrijftoerental van de strooischijven. WAARSCHUWING Gevaar door het worden weggeslingerd van delen van de werpers ontstaat als deze te ver zijn versleten. Tijdig vervangen! Controleer dagelijks voor het begin / aan het einde van de werkzaamheden alle werpers op in het oog springende beschadigingen. Let hierbij op de criteria voor het vervangen van verslijtdelen in het hoofdstuk "Werpers controleren / vervangen", pagina 168. VOORZICHTIG Gevaar door beschadiging van bouwdelen van de machine, als het strooimechanisme blokkeert en de slipkoppeling in werking treedt! Schakel de hydraulische aandrijving voor de bodemketting en de aftaks van de trekker onmiddellijk uit, als de toerentalcontrole in werking treedt. Zo voorkomt u beschadigingen aan de machine. Hef de blokkeringen bij het strooimechanisme op. Risico s dat delen van de machine worden beschadigd, als de stuwschuif verkeerd wordt gebruikt. Gebruik de stuwschuif alleen voor licht stromende producten. Sluit de stuwschuif alleen als er zich geen materiaal onder de schuif bevindt. Bevindt zich materiaal onder de stuwschuif, dan kan de stuwschuif scheef lopen en de geleiders verbuigen. 140 VS 2403 Stand 03.08

141 Gebruik van de machine Meststoffen van dierlijke afkomst en secundaire meststoffen: zijn als mengmeststoffen gekwalificeerd en bevatten voornamelijk stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K), kunnen op grond van hun verschillende strooi-eigenschappen in de regel in vergelijking tot minerale meststoffen niet zo exact worden toegepast. Aan het verspreiden daarvan zijn grotere risico s voor eventuele milieubelastingen door voedingsstof verliezen verbonden. Om deze risico s zo gering mogelijk te houden, moet u bijvoorbeeld volgende manier van omgaan met deze meststoffen aanhouden: ο ο ο ο ο ο let op de opgebrachte hoeveelheden stikstof, fosfaat en kalium, om een overbemesting met de aparte voedingsstoffen te vermijden, vul gericht aan met andere meststoffen, om een optimale voedingsstoffentoevoer voor de planten te krijgen, breng de meststoffen uit bij lagere temperaturen en bij een bedekte hemel, bemest met deze middelen zo mogelijk bij windstilte, houdt rekening met de stand van de vegetatie houdt rekening met de hoofdvrucht of met de bodembedekking. De strooihoeveelheid [m³/ha] is afhankelijk van: ο de opening van de stuwschuif, ο de aandrijfsnelheid van de bodemketting, ο de rijsnelheid van de trekker. Kleine hoeveelheden Grote hoeveelheden = Kleine opening van de stuwschuif, lage aandrijfsnelheid van de bodemketting en een hoge rijsnelheid = Grote opening van de stuwschuif, hoge snelheid van de bodemketting en lage snelheid van de trekker Gelijkmatige langsverdeling als de machine bijna leeg is: Verhoog de aandrijfsnelheid van de bodemketting en / of verminder de rijsnelheid van de trekker, als u merkt dat de strooihoeveelheid duidelijk afneemt. De oplegdruk op de trekker tijdens het leegdraaien van de machine constant houden: Hef de hydraulische liftas (indien aanwezig) op als de machine half leeg is, als de trekkerwielen doorslippen. Let hierbij op het hoofdstuk "Hydraulische liftas", pagina 98. VS 2403 Stand

142 Gebruik van de machine De werpers op de strooischijven en de verslijtplaten op het 2- schijven-centrifugaalstrooimechanisme zijn verslijtdelen: ο ο ο Product, gebruikstijden als ook de strooihoeveelheden beïnvloeden de levensduur van de werpers en van de verslijtplaten. De technische toestand van de werpers en de verslijtplaten dragen wezenlijk bij aan een gelijkmatige dwarsverdeling van het product op het veld. Als werpers en verslijtplaten verslijten, vermindert de werpbreedte en precisie in het verdelen van het product. Versleten werpers vormen een ongevallen risico. Controleer de werpers dagelijks. Vervang versleten delen tijdig. Stel de aandrijfsnelheid van de bodemketting zo danig in, dat het product niet voor de stuwschuif of de strooiwalsen ophoopt. Stuw het product voor de walsen, dan kunnen deze blokkeren (verstoppen). 1. Stel de werpers af in de juiste stand. Let hierbij op het hoofdstuk "2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme", pagina Stel de verstelbare klep en de strooischuif in. Let hierbij op het hoofdstuk "Verstelbare klep en strooischuif", pagina Verwijder personen uit het gevarengebied van de machine. 4. Schakel de olieomloop tussen trekker en machine in (hendel op het stuurventiel in de stand "Heffen" vastzetten (Duurfunctie voor constantverbruikers. 5. Schakel de aftakas (1000 min -1 ) van de trekker in. 6. Schakel de bedieningskast in. 7. Stel de benodigde snelheid voor de bodemketting in met de draaiknop. Let hierbij op het hoofdstuk "Aandrijfsnelheid voor de bodemketting instellen", pagina Open de stuwschuif tot de benodigde hoogte. 9. Schakel de hydraulische aandrijving voor de bodemketting in. 10. Begin te rijden als er voldoende product aan de walsen wordt toegevoerd. 11. Houdt tijdens het strooien de bedoelde rijsnelheid constant aan. 12. Laat de stuwschuif tijdens het strooier zakken, zodra de bovenste wals product in de richting van de trekker begint te werpen. 13. Schakel de hydraulische aandrijving van de bodemketting op de kopakkker uit. Let hierbij op het hoofdstuk "Aanbeveling voor het in en uitschakelen van de bodemketting machine op de kopakker", pagina Verhoog de aandrijfsnelheid voor de bodemketting en/ of verminder de rijsnelheid van de trekker, als tegen het leeg raken van de machine duidelijk zichtbaar wordt dat de strooihoeveelheid afneemt. Zo bereikt u een gelijkmatige lengteverdeling als de machine leeg raakt. 15. Schakel de hydraulische aandrijving van de bodemketting uit, als 142 VS 2403 Stand 03.08

143 Gebruik van de machine de machine leeg is gestrooid. 16. Sluit de stuwschijf. 17. Schakel de aftakas op de trekker uit. 18. Laat de hydraulische liftas weer geheel zakken (indien voorhanden). 19. Schakel de olieomloop tussen de trekker en de machine uit. 20. Schakel de bedieningskast uit. Nadere verduidelijkingen voor de bedieningskast vindt u in het hoofdstuk "Bedieningskast" vanaf pagina 72. Voor de Field-Operator is een separate gebruikershandleiding VS 2403 Stand

144 Gebruik van de machine Maatregelen als de toerentalcontrole begint te werken Stopt de toerentalcontrole de aandrijving van de bodemketting: weerklinkt een claxon, gelijktijdig licht de rode controlelamp "Bodemketting stop" op de bedieningskast op, kan een verstopping van de strooiwalsen door een ontoelaatbare ophoping van product voor de strooiwalsen hebben plaatsgevonden, zo dat de nokkenschakelkoppeling de aandrijflijn naar de strooiwalsen onderbreekt, kunnen vreemde voorwerpen een/de strooischij(f)ven blokkeren, zo dat de nokkenschakelkoppeling de aandrijflijn naar de betrokken strooisch(f)ven onderbreekt, kan de bodemketting kortstondig met de toets "Bodemketting CHECK" op de bedieningskast in aandrijf- en reverseerrichting (voorwaarts, en achterwaarts) worden ingeschakeld. Door de bodemketting voor korte tijd uit te schakelen kunnen ontoelaatbare bedrijfstoestanden bij het 2-walsenstrooimechanisme vaak vanaf de bestuurderszitplaats worden opgelost. 1. Schakel de hydraulische aandrijving van de bodemketting en de aftakas van de trekker onverwijld uit. 2. Bedien de toets "Bodemketting CHECK" op de bedieningskast in reverseerrichting (Terugdraaien) en laat de aandrijfrichting van de bodemketting kortstondig reverseren. 3. Schakel de aftakas op de trekker in. 4. Laat de aftakas van de trekker met gevoel aanlopen, zodat de walsen zich vrij kunnen werken. 5. Werkt de toerentalcontrole: niet weer, dan kunt u de hydraulische aandrijving voor de bodemketting weer inschakelen en het strooien voortzetten, opnieuw, moet u de verstopping / blokkering met de hand opheffen Verstoppingen / blokkeringen met de hand opheffen 1. Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 2. Open de kap over de strooiwalsen. 3. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 4. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd zakken. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina Verhelp de verstoppingen / blokkeringen. 6. Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 7. Sluit de kap over de strooiwalsen. 8. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd openen. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina Vervolg het strooien. 144 VS 2403 Stand 03.08

145 Gebruik van de machine 9.3 Aanbevelingen voor het rijgedrag tijdens het strooien Fig. 68 Fig. 68 toont de dwarsverdeling bij de Universeelstrooier (schematisch): (1) Strooibeeld enkelvoudige slag (2) Strooibeeld aansluitslag (3) Bereik zonder overlapping (4) Bereik met overlapping van naastliggende strooibeelden (5) Rijsporen (Rijpaden) (6) Werkbreedte = afstand tussen twee naast elkaar liggende rijsporen (7) Werpbreedte = Afstand tussen het linker en rechter einde van de dwarsverdeling Het 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme: verdeelt de producten over breedtes van m, toont bij een enkele slag een naar buiten toe sterk afvallend strooibeeld. Om het product met een gelijkmatige dwarsverdeling uit te brengen, moet de afstand tussen de rijsporen (de werkbreedte) zodanig worden gekozen, dat de naastliggende slagen op de juiste manier worden overlapt. Op grond van de verschillende strooieigenschappen van de verschillende producten worden zo werkbreedtes van m bereikt. Voer alle instellingen zeer zorgvuldig uit. Afwijkingen van de optimale instelling kunnen het strooibeeld negatief veranderen. VS 2403 Stand

146 Gebruik van de machine De instelwaarden van de verschillende tabellen zijn slechts aanbevelingen, omdat de strooi-eigenschappen van de verschillende producten sterk fluctueren en daardoor andere instellingen vereisen. De aangegeven aanbeveling voor het instellen van een gelijkmatige dwarsverdeling (werkbreedte) hebben uitsluitend betrekking op de gewichtsverdeling en niet op de voedingsstoffenverdeling. Wij wijzen elke aanspraak op gevolgschade van strooifouten af Aanbevelingen voor het in- en uitschakelen van de bodemketting van de machine op de kopakker De machine is uitgerust met een groothoekkoppeling in de aftakas, daarom is het niet noodzakelijk om de aftakas tijdens het keren uit te schakelen. Het is voldoende als de hydraulische aandrijving voor de bodemketting wordt uitgeschakeld. Let er tijdens het maken van bochten op, dat de trekkerwielen de dissel niet raken. De juiste plaats van de rijsporen is een voorwaarde voor het werken aan perceelsgrenzen of randen. Bij gebruik van de kantstrooiinrichting wordt het eerste rijspoor (F1) in de regel altijd afgelegd op de halve afstand tot de rand van de akker. Op de kopakker wordt op de zelfde manier een rijspoor gemaakt. Als oriënteringshulp zijn er twee rijsporen meer (gestreepte lijn) op de kopakker zeer nuttig - met volle afstand van de werkbreedte. Bewerk als eerste de akkers en aan het slot de kopakkers. Omdat de strooischijven het product ook naar binnen werpen, moet voor de exacte verdeling op de kopakker op het volgende worden gelet: De hydraulische aandrijving voor de bodemketting bij heen- (Rijpaden F1, F3 enz.) en weer rijden (Rijpdaden F2, F4 enz.) op verschillende afstand tot de rand van het veld in- resp. uitschakelen. De hydraulische aandrijving voor de bodemketting bij "Heen" rijden ongeveer op punt P1 inschakelen, als de trekker het 3. rijpad op de kopakker (gestreepte lijn) passeert. De hydraulische aandrijving voor de bodemketting bij "Weer" op punt P2 uitschakelen, als het 2-schijvencentrifugaalstrooimechanisme ter hoogte van het 2e rijpad op de kopakker bevindt. Het toepassen van deze manier van werken voorkomt verlies van meststoffen, over- of onderbemesting en werkt een milieuvriendelijke manier van werken in de hand. Fig VS 2403 Stand 03.08

147 Gebruik van de machine Aanbeveling voor het verkrijgen van een gelijkmatige lengteverdeling Voor een optimale lengteverdeling van het product moet u in de lengterichting overwegend grote lengte overlappen bij het begin van het verspreiden van de volgende lading. Bij stalmest neemt de benodigde overlapping tot als de te strooien hoeveelheid groter wordt. De strooihoeveelheid neemt duidelijk merkbaar af, als de machine leeg raakt. Dan moet de bodemkettingsnelheid handmatig worden verhoogd en / of de rijsnelheid worden verminderd. Hierdoor wordt bereikt dat de strooihoeveelheid constant blijft. VS 2403 Stand

148 Transporten 10 Transporten Een transportrit is een rit van of naar de standplaats van de trekker/machine in beladen of lege toestand. Houdt u tijdens het transport bovendien aan hoofdstuk "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 34. Controleer voor het begin van een transportrit: ο de juiste aansluiting van de verzorgingsleidingen, ο de verlichting op beschadiging, functie en netheid, ο de rem- en hydrauliekinstallatie op zichtbare gebreken, ο of de parkeerrem geheel is vrijgegeven, ο het functioneren van de reminstallatie. WAARSCHUWING Gevaar door beklemming, snijden, afsnijden, ingetrokken worden, worden gevangen en omgestoten door onvoldoende stabiliteit of omkiepen van de trekker/machine! Richt uw manier van rijden zodanig in, dat u de trekker en de aangekoppelde / aangehangen machine altijd onder controle heeft: Houdt rekening met uw persoonlijke vaardigheden, de rijbaan-, bochten-, verkeers-, zicht- en weersomstandigheden, de rijeigenschappen van de trekker, als ook de invloed van de aangekoppelde machine. Nooit enge bochten rijden met een hoge snelheid. Vermijdt het plotseling maken van bochten bij het rijden op hellingen, zowel helling op als helling af (Kantelgevaar!). WAARSCHUWING Gevaren door breuk tijdens het gebruik, ontoereikende stabiliteit en ontoereikende stuur- en remcapaciteit van de trekker bij een oneigenlijk gebruik van de soort! Let op het maximaal toegestane totaalgewicht van de machine en op de max. asbelasting van de trekker en op de max. oplegdruk van het trekpunt. Rij desnoods met een gedeeltelijk gevulde machine. WAARSCHUWING Meerijden op de machine is ten allen tijde STRENG verboden! Hoog ongevallenrisico. Meerijden van personen op de machine is ten strengste verboden. 1. Laat de liftas geheel zakken. Alleen als de as geheel is gedaald, kan de ALBremkrachtregelaar de benodigde remkracht correct regelen. 2. Blokkeer de naloop-tandem-as onvoorwaardelijk als rijsnelheden boven 40 km/h worden bereikt. 3. Schakel de olieomloop tussen de trekker en de machine uit. 4. Blokkeer de te gebruiken stuurventielen op de trekker tegen ongecontroleerd bedienen. 5. Schakel de bedieningskast / de Field-Operator uit. 6. Begin met uw transportrit. 148 VS 2403 Stand 03.08

149 Transporten 10.1 Transportritten met een gedeeltelijk geloste machine Zorg voor een toereikende oplegdruk bij het transport met een gedeeltelijk geloste machine. Transporteer het product van achteren naar voren, als de machine voor ca. 50 % is gelost. Laat de bodemketting daarvoor reverseren (in omgekeerde richting draaien). VS 2403 Stand

150 Machine onderhouden en verzorgen 11 Machine onderhouden en verzorgen Regelmatig onderhoud en verzorging: houdt uw machine in een betere vorm en vermindert slijtage, vermindert uitval- en reparatietijd, is voorwaarde voor onze garantiebepalingen. Let bij het onderhoud of de verzorging van de machine bovendien op de aanwijzingen in hoofdstuk: ο "Verplichting van het bedienende personeel", pagina 30, ο "Kwalificatie van personen", pagina 31, ο "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 34, ο "Waarschuwing- en instructieaanwijzingen, pagina 46. Het kennisnemen van dit hoofdstuk dient uw veiligheid. Gebruik alleen originele-onderdelen. Neem voor het reinigen en het plegen van onderhoud maatregelen om dit milieuvriendelijk uit te voeren. Volg de wettelijke regels bij het afvoeren van bedrijfsstoffen, zoals olie en vet. Delen die met deze middelen in aanraking komen, vallen eveneens onder deze wettelijke voorschriften. Verbreek alle elektrische/elektronische verbindingen tussen trekker en machine voordat met het reinigen of het plegen van onderhoud wordt begonnen. Dit geldt zeer in het bijzonder voor laswerkzaamheden aan de machine! Beschermende maatregelen, zoals het afdekken van stroomleidingen, hydraulische slangen, rem- of voorraadleidingen of zelfs het demonteren van deze leidingen/kabels op bijzonder kritische plaatsen, zijn nodig: ο bij las-, boor- en slijpwerkzaamheden, ο bij werkzaamheden met doorslijpschijven in de buurt van deze leidingen/kabels. Controleer rem-, lucht- en hydraulische leidingen/slangen zeer zorgvuldig op zichtbare gebreken. Speciale vakkennis is een voorwaarde voor het uitvoeren van controle en onderhoudswerkzaamheden. Deze vakkennis is niet aan deze gebruikershandleiding te ontnemen. De onderhoudstermijnen zijn afhankelijk van het gebruik van uw machine. 150 VS 2403 Stand 03.08

151 Machine onderhouden en verzorgen WAARSCHUWING Gevaar door beklemming, snijden, afsnijden, ingetrokken worden, worden gevangen en omgestoten ontstaan, als: geheven, niet beveiligde machinedelen ongecontroleerd zakken, of door anderen worden neergelaten, trekker en machine ongecontroleerd starten en wegrollen! Beveilig geheven machinedelen tegen ongecontroleerd zakken, voordat u onder het bereik van dit geheven deel gaat werken. Beveilig trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en tegen verrollen, voordat wordt begonnen met de voorgenomen werkzaamheden. Let hiertoe op het hoofdstuk "Trekker en machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen beveiligen", pagina 116. Wacht tot de trekker en de machine geheel stilstaan, voordat de gevarenzone rond de combinatie wordt betreden. WAARSCHUWING Gevaar door beklemming, snijden, afsnijden, ingetrokken worden, worden gevangen en omgestoten ontstaan, als aangedreven machinedelen niet beschermd zijn! Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen wegrollen, voordat beschermkappen worden geopend. Sluit de geopende bescherminrichtingen en/of monteer de verwijderde bescherminrichting, voordat u de machine aandrijft. Vervang defecte beschermingen direct. WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, als door mechanische werkzaamheden aan het frame, deze dragende delen breken! Het is verboden: te boren aan het frame of wel aan het onderstel, het opboren van bestaande boorgaten aan het frame of wel aan het onderstel, te lassen aan dragende machinedelen. WAARSCHUWING Gevaar voor lijf en leden ontstaat, als personen de laadruimte betreden terwijl de machine wordt aangedreven! Beveilig de trekker tegen ongecontroleerd starten en tegen wegrollen, voordat beschermkappen worden geopend. WAARSCHUWING Verwondingrisico en de kans omgestoten te worden ontstaan als de geopende achterklep ongecontroleerd daalt. Beveilig de geopende achterklep met de kogelblokkeerkraan tegen ongecontroleerd dalen, voordat u zich in de gevarenzone onder de geopende achterklep begeeft. VS 2403 Stand

152 Machine onderhouden en verzorgen 11.1 Schema onderhoud en verzorging Overzicht Voer het onderhoud uit op de eerst bereikte onderhoudsinterval. Tijdsafstanden, gebruik- en onderhoudsintervallen van eventueel meegeleverde documentatie van derden hebben voorrang. Voor het eerste gebruik Dagelijks Controleert u: of de wielmoeren vast aangetrokken zijn. Trek losse wielmoeren na. Aandraaimoment van de wielmoeren ο M22x1,5 = 630 Nm ο M18x1,5 = 310 Nm ο M20x1,5 = 490 Nm alle boutverbindingen voor: ο Dissel. ο Onderstel. ο Strooimechanisme. de hydraulische installatie op dichtheid de oliepeilen in alle aandrijfkasten de bandenspanning Controleer: de machine op in het oog lopende gebreken: ο Afstrijker op de strooiwalsen. ο Mesjes op de walsen. ο Aandrijfkast voor de strooiwalsen. ο Smeerleidingen. ο Werpers. ο Kruiskoppelingen. Zichtbare gebreken direct verhelpen of laten verhelpen. de functie van de verlichting. de functie van de reminstallatie. Verwijder het bindtouw van de strooiwalsen. Tap water af van de voorraadtank van de luchtdrukreminstallatie, via het ventiel onderaan de tank. 152 VS 2403 Stand 03.08

153 Machine onderhouden en verzorgen Alle 10 dagen Alle dagelijkse onderhoudswerkzaamheden en bovendien de hierna beschreven werkzaamheden uitvoeren. Bodemketting: ο Spanning van de bodemkettingen controleren, indien nodig de kettingen inkorten. ο Boutverbindingen van de meenemers op de bodemketting controleren, eventueel natrekken. Onderstel: ο Instelling van de remhefboom controleren, eventueel nastellen (Vakwerkplaats werkzaamheden). ο Lagering van de remnokkenas smeren. ο Bandenspanning controleren, eventueel corrigeren. Strooimechanisme: ο Afstrijkers op de strooiwalsen nastellen, indien nodig vervangen. ο Mesjes op de strooiwalsen controleren, indien nodig vervangen. ο Strooiwalsenlagers controleren op speling. ο Verbindingsbus van aandrijfkast controleren. ο Rubber in de kap controleren. ο Rubbers op het schijvenstrooimechanisme controleren. Alle 50 dagen Alle werkzaamheden uit het 10-dagen schema uitvoeren en bovendien de volgende werkzaamheden. Assen: ο Vastzitten van de wielmoeren controleren, eventueel natrekken. ο Speling van de wiellagers corrigeren: Wieldop en splitpen verwijderen. Moer op de as aandraaien tot de loop van de naaf iets zwaarder wordt. Moer op de as iets terugdraaien, tot de eerst komende boring voor een splitpen. Moer op de as met een splitpen borgen tegen ongecontroleerd loslopen. Controleren of de naaf licht loopt. ο Remvoeringen controleren. Controleren of de luchtdrukreminstallatie dicht is: ο De drukval in de voorraadtank van een afgekoppelde machine mag binnen 10 minuten, niet meer zijn dan 0,15 bar. Trekoog: Boutverbinding en slijtage controleren. ο De boring van het trekoog 40 mag max. 41,5 mm bedragen. ο Toegestane slijtage op de ringdiameter van het ringtrekoog max. 2,5 mm. Disselverbinding controleren en eventueel natrekken. VS 2403 Stand

154 Machine onderhouden en verzorgen Alle 100 dagen Aandraaimoment van de kroonmoeren Nm. Gummie stootblok M20 spelingvrij max.: 70 mm. Alle lagerplaatsen controleren. Controleer de slijtage van de meenemers op de bodemketting (minstens 2 mm dik). Bodemkettinglagering voor en achter. Boutverbindingen van strooischijven en werpers controleren. Oliepeilen in alle aandrijvingen controleren. Alle kabels op zichtbare beschadigingen controleren. Alle werkzaamheden uit het 50-dagen schema uitvoeren en bovendien de volgende werkzaamheden. Frame en dissel controleren op scheuren. Al naar gelang de gebruiksomstandigheden, de filters in de luchtdrukreminstallatie reinigen Machine reinigen Reinig de machine regelmatig en grondig! Vuil trekt vocht aan en leidt tot roestvorming. Regelmatig reinigen is een voorwaarde voor een gericht onderhoud en vereenvoudigt het bedienen van de machine. Smeer de machine na het reinigen door, speciaal na het reinigen met een hogedruk-/stoomreiniger of met vetoplossende middelen. Volg de wettelijke voorschriften met betrekking tot het houden of afvoeren van reinigingsmiddelen. Onderzoek de machine regelmatig op corrosie! Voorkom corrosieschade door lakbeschadigingen bij te werken. Controleer rem-, lucht- en hydraulische leidingen/slangen zeer zorgvuldig op zichtbare gebreken. Behandel rem-, lucht-, en hydraulische slangen nooit met benzine, benzol, petroleum of minerale oliën. 154 VS 2403 Stand 03.08

155 Machine onderhouden en verzorgen Reinigen met hogedrukreiniger / stoomreiniger Let op de volgende punten, als voor het reinigen een hogedrukreiniger / stoomreiniger wordt gebruikt: De maximaal toegestane spuitdruk bedraagt 80 bar. De watertemperatuur mag maximaal 60 bedragen. Reinig geen elektrische componenten zoals bedieningskast, weegstaven, verdeelboxen, weegcomputer etc. Reinig geen verchroomde componenten. Richt de reinigingsstraal van de spuitkop van een hogedrukreiniger / stoomreiniger: ο nooit direct op smeerpunten en lagerplaatsen, ο nooit direct op hydraulische delen. Houdt altijd een afstand van tenminste 300 mm aan tussen de spuitkop en het te reinigen oppervlak. Richt de reinigingsstraal nooit haaks op de machinedelen. De hoek van de spuitkop moet 25 bedragen. Gebruik geen chemische toevoegingen. Houdt u aan de veiligheidsbepalingen bij het omgaan met hogedrukreinigers Machine smeren Smeer alle lager- en smeerplaatsen volgens schema door. Verwijder eerst verontreinigingen op de smeernippels. Gebruik milieuvriendelijke, biologisch afbreekbare oliën en vetten, op die plaatsen waar de smeermiddelen met het gewas in aanraking kunnen komen resp. op de grond kunnen vallen. Informeer bij uw smeermiddelenleverancier. Let op, tijdens het doorsmeren met hogedruksmeermiddelenspuiten, mag een druk van 250 bar niet worden overschreden. Schade aan lagers, afdichtingen, etc. kunnen optreden, als de gebruikte smeermiddelenpomp geen veiligheidsvoorziening heeft Smeerschema Houdt u zich bij het smeren van de aftakas(sen) aan de voorschriften van de aftakassenfabrikant(en). VS 2403 Stand

156 Machine onderhouden en verzorgen Fig VS 2403 Stand 03.08

157 Machine onderhouden en verzorgen 11.4 Conserveren / langere perioden van stilstand Zo bereidt u de machine voor op een langere periode van stilstand: Machine grondig reinigen, Machine doorsmeren, oliën en invetten, Lakbeschadigingen bijwerken Olie in aandrijfkast controleren / navullen / wisselen Op de verschillende aandrijfkasten moet u: het oliepeil regelmatig controleren / navullen, de olie wisselen, de eerste oliewissel na 50 bedrijfsuren uitvoeren. VOORZICHTIG Risico s van beschadiging van machinedelen ontstaan, als aandrijving worden aangedreven met een te laag oliepeil of zonder olie! Zorg ervoor dat de olie altijd op peil is. WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als bij het wisselen of navullen olie op de ondergrond terecht komt (uitglijden)! Leg frisse olievlekken onmiddellijk vast met een bindmiddel. Het wisselen van olie moet plaats vinden nadat de olie op bedrijfstemperatuur is gebracht. (30 40 C). Op bedrijfstemperatuur kan de olie het beste vloeien. Het optimale oliepeil wordt bereikt bij een temperatuur van 0-20 C. VS 2403 Stand

158 Machine onderhouden en verzorgen Vulhoeveelheden en wisselintervallen Benodigde olie in tandwielkast: EP 80W 90 SAE resp. VG (ISO 3448). Wissel de olie in de tandwielkast: ο de eerste maal na 50 bedrijfsuren, ο daarna om de 500 bedrijfsuren, ο maar tenminste éénmaal per jaar (al naar gelang welke termijn het eerst verloopt). Voer afgewerkte olie af volgens voorschrift. Maak afspraken met uw olieleverancier over de afvoer van afgewerkte olie! Aggregaat Aandrijving Oliesoort Vulhoeveelheid [Liter] Interval Bodemketting Bodemkettingaandrijving EP80W-90 SAE 8,2 2-schijven- Hoofdverdeelaandrijving EP80W-90 SAE 2,3 centrifugaal- strooimecha- Middenaandrijving EP80W-90 SAE 2,3 nisme Schijvenaandrijving EP80W-90 SAE 2,2 500 h of 1x jaarlijks 2-walsen- 2-walsen-aandrijfkast EP80W-90 SAE 1,2 strooimecha- nisme Strooiwalsenaandrijving EP80W-90 SAE 1,0 Tab Bodemkettingaandrijving (1) Olievulstop met pijlstok Op de pijlstok is geen markering aanwezig Het oliepijl moet op een afstand van tenminste 310 mm van boven af op de peilstok herkenbaar zijn. (2) Aftapplug Fig VS 2403 Stand 03.08

159 Machine onderhouden en verzorgen Hoofdverdeelaandrijving (1) Vulplug (2) Niveauplug (3) Aftapplug Fig Middenaandrijving van het 2-schijven-centrifugaalstrooimechanisme (1) Vulplug (2) Niveauplug (3) Aftapplug Fig. 73 VS 2403 Stand

160 Machine onderhouden en verzorgen Schijvenaandrijving (1) Vulplug (2) Niveauplug (3) Aftapplug Fig walsen-aandrijfkast (1) Vulplug (2) Niveauplug (3) Aftapplug Fig VS 2403 Stand 03.08

161 Machine onderhouden en verzorgen Strooiwalsenaandrijving (1) Vulplug (2) Niveauplug (3) Aftapplug Fig Oliepeil controleren / navullen 1. Zet de machine horizontaal neer. 2. Draai de peilstok (2) er uit Het oliepeil moet op de peilstok (2) zichtbaar zijn. 3. Eventueel olie via de vulplug (1) navullen. VS 2403 Stand

162 Machine onderhouden en verzorgen Olie verversen 1. Zet de machine horizontaal neer. 2. Zet een opvangbak onder de betreffende aandrijfkast (De inhoud daarvan moet groter zijn dan de inhoud van de betreffende aandrijfkast). 3. Draai de olie-aftapbout (3) er uit. 4. Draai de olie-vulstop (1) er uit. 5. Wacht zolang, tot er geen olie meer uit de olie-aftapschroef loopt. 6. Olie-aftapschroef (3) er weer indraaien en vasttrekken (Dichtmiddel gebruiken). 7. Vul de voorgeschreven hoeveelheid olie bij via de olie vulschroef (1). 8. Olie vulschroef (1) schoonmaken en er in draaien. 9. Controleren het oliepeil na 5 bedrijfsuren. Het oliepeil moet op de peilstok (2) zichtbaar zijn. 162 VS 2403 Stand 03.08

163 Machine onderhouden en verzorgen 11.6 Bodemketting De vier kettingen van de bodemketting: worden automatisch voorgespannen, moeten gelijkmatig, maar niet te strak gespannen zijn, mogen slechts licht doorhangen. Fig. 77 U moet de kettingen van de bodemketting: met de automatische kettingspanners (Fig. 78/1) gelijkmatig naspannen, als de ingestelde voorspanning niet meer toereikend is, om de kettingen volgens voorschrift gespannen te houden, gelijkmatig inkorten, als de spanweg van de kettingspanners (Fig. 79/1) niet meer toereikend is voor het naspannen van de kettingen. Dit is het geval, als de maat X tussen de kettingspanner (Fig. 79/1) en de voorwand (Fig. 79/2) minder dan 10 mm bedraagt. Fig. 78 Fig. 79 VS 2403 Stand

164 Machine onderhouden en verzorgen Kettingen van de bodemketting naspannen De kettingen van de bodemketting zijn correct gespannen, als de afstandsmaat tussen de afstandsbuis (3) en de drukschijf (4) tenminste 3 mm en maximaal 10 mm bedraagt. U moet de kettingen van de bodemketting naspannen, als de afstandsmaat tussen afstandsbuis (3) en de drukschijf (4) meer dan 10 mm bedraagt. Corrigeer de afstandsmaat door het vastdraaien van de spanbout (2). Doe dit gelijkmatig op alle kettingspanners. Fig Kettingen van de bodemketting inkorten WAARSCHUWING Risico voor de ogen door weggeblazen slijpdeeltjes bij het doorslijpen van de kettingleden met een haakse slijpmachine! Draag altijd een veiligheidsbril, als de kettingen met een haakse slijpmachine worden gescheiden. 1. Richt de kettingen van de bodemketting zo uit, dat de verbindingsleden zich in het midden tot het achterste deel van de bodem bevinden. 2. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 3. Draai de 4 spanbouten (1) helemaal los. De bodemketting hangt nu door. 4. Klim via de ladder in de laadruimte, om de kettingen in te korten. 5. Open de kettingsluitingen en verwijder ze. 6. Verwijder van alle kettingen hetzelfde aantal leden (2, 4, 6). 7. Verbindt de kettingeinden weer met een nieuwe verbinder. 8. Span de kettingen van de bodemketting gelijkmatig via de 4 spanbouten (1). Fig Kettingspanners en voorste omlooprollen van de bodemketting-geleiding doorsmeren 1. Schakel de bedieningskast uit. 2. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 3. Smeer de kettingspanners door. 4. Smeer de voorste omkeerrollen van de bodemketting door. 164 VS 2403 Stand 03.08

165 Machine onderhouden en verzorgen Achterste omkeerrollen van de bodemketting doorsmeren 1. Schakel de bedieningskast uit. 2. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 3. Smeer de achterste omkeerrollen van de bodemketting door. VS 2403 Stand

166 Machine onderhouden en verzorgen walsen-strooimechanisme Bindtouw van de strooiwalsen verwijderen Verwijder bindtouw tenminste 1 keer per dag van de walsen. 1. Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 2. Open de kap over de strooiwalsen (1). 3. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 4. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd zakken. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina Verwijder het bindtouw van de strooiwalsen (2). 6. Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 7. Sluit de kap over de strooiwalsen. 8. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd openen. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina 67. Fig Strooimesjes omkeren / vervangen (Werkplaats werkzaamheden) WAARSCHUWING Gevaar door uit de machine geslingerde materialen (bouten, mesjes) kunnen ontstaan, als boutverbindingen los raken! Altijd de zelfborgende moeren vervangen als deze om wat voor reden ook, moeten worden losgedraaid. Een losgedraaide zelfborgende moer heeft niet meer de benodigde klemkracht om een veilige verbinding te waarborgen. Gebruik voor het bevestigen van de mesjes alleen bouten en moeren in de klasse Trek de boutverbindingen aan met een aantrekmoment van 150 Nm. WAARSCHUWING Gevaar door uitglijden, struikelen of vallen kunnen ontstaan, als men tijdens het omdraaien of vervangen van mesjes op niet daarvoor geschikte machine delen wordt geklommen! Gebruik voor het omkeren of vervangen van de mesjes altijd een mobiel platform met een vaste ladder. 166 VS 2403 Stand 03.08

167 Machine onderhouden en verzorgen Keer de mesjes om, of vervang ze, als ze door slijtage de volgende slijtgrenzen bereiken. De boringen van de mesjes zijn symmetrisch aangebracht. Hierdoor kunnen de mesjes bij slijtage één maal worden omgedraaid. Fig Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 2. Open de kap over de strooiwalsen. 3. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 4. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd zakken. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina Draai de bouten los en verwijder deze van de mesjes (1). 6. Keer de mesjes om of vervang deze. 7. Vervang de zelfborgende moeren door niet gebruikte exemplaren! 8. Trek de boutverbindingen vast met een aandraaimoment van 150 Nm. 9. Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 10. Sluit de kap over de strooiwalsen. 11. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd openen. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina 67. Fig. 84 VS 2403 Stand

168 Machine onderhouden en verzorgen schijven-centrifugaalstrooimechanisme Werpers controleren / vervangen De werpbreedte en de nauwkeurigheid in het verdelen wordt vermindert door het slijten van de werpers. De werpers zijn vervaardigd uit een bijzonder slijtvaste staalsoort. Desondanks zijn werpers verslijtdelen. Vervang de werpers zodra een duidelijke slijtage is vast te stellen. Alle 8 werpers gelijktijdig vervangen. Let op de juiste montage van de werpers. De open kant (Fig. 85/2) van de licht U-vormige werper wijst in de draairichting. 1. Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 2. Open de kap over de strooiwalsen. 3. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen. 4. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd zakken. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina Draai de bouten los en verwijder deze van de werpers (1). 6. Vervang alle werpers. 7. Vervang de zelfborgende moeren door niet gebruikte exemplaren! 8. Trek de boutverbindingen vast met een aandraaimoment van 150 Nm. 9. Open de kogelblokkeerkraan van de kap over de strooiwalsen. 10. Sluit de kap over de strooiwalsen. 11. Beveilig de kap over de strooiwalsen tegen ongecontroleerd openen. Let hierbij op het hoofdstuk "Kap over de strooiwalsen", pagina 67. Fig VS 2403 Stand 03.08

169 Machine onderhouden en verzorgen Verslijtplaten vervangen Vervang de verslijtplaten (1), als: de verslijtplaten dunner zijn dan 7 mm, de afstandsmaat tussen strooischijf en verslijtplaat groter is dan 15 mm, de verslijtplaat is verbogen. Richt indien nodig de dragende plaat. Fig. 86 VS 2403 Stand

170 Machine onderhouden en verzorgen 11.9 Hydraulische-installatie WAARSCHUWING Infectiegevaar voor personen kan ontstaan, als hydraulische olie onder hoge druk in het lichaam binnendringt! Werkzaamheden aan de hydraulische installatie mogen alleen in een vakwerkplaats worden uitgevoerd. Maak de hydraulische installatie drukloos, voordat u met werkzaamheden aan die installatie begint. Gebruik geëigende hulpmiddelen bij het zoeken naar lekken in de hydraulische installatie. Probeer NOOIT een lek in een hydraulische slang of leiding met de hand of met vingers af te dichten. Onder hoge druk staande hydraulische olie kan door de huid in het lichaam binnendringen en zwaar letsel veroorzaken. Bezoek direct een arts bij verwondingen door hydraulische olie! Infectiegevaar. Explosiegevaar bij het ondeskundig werken aan accumulatoren! Het is verboden aan accumulatoren te boren, te lassen of te solderen, omdat de mechanische eigenschappen kunnen veranderen. Let bij onderhoud aan de hydraulische installatie op de beschrijving in het hoofdstuk "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 37. WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als bij het wisselen of navullen hydraulische olie op de ondergrond terecht komt (uitglijden)! Leg frisse olievlekken onmiddellijk vast met een bindmiddel. Let er op dat voor het aansluiten van hydraulische leidingen op de hydraulische installatie van de trekker, zowel de trekker als de machine drukloos zijn gemaakt. Let op een correcte aansluiting van de hydraulische slangen en/of leidingen. Controleer hydraulische slangen en snelsluitstekkers regelmatig op beschadigingen en verontreinigingen. Laat hydraulische slangen tenminste 1 keer per jaar door een deskundig iemand controleren en beproeven op hun veiligheid. Vervang hydraulische slangen en leidingen in geval van beschadiging en veroudering. Gebruik alleen originelehydraulische slangen van de fabrikant. De gebruiksduur van de hydraulische slangen (leidingen) mag niet langer dan 6 jaar zijn, inclusief een eventuele tijd van opslag van ten hoogste 2 jaar. Ook bij een gepaste wijze van opslaan en toegestane manier van gebruiken zijn slangen en slangverbindingen aan een natuurlijke veroudering onderhevig en is de gebruiksduur dus beperkt. Afwijkend hiervan kan de gebruiksduur in overeenkomst met de ervaringswaarden, met speciale aandacht 170 VS 2403 Stand 03.08

171 Machine onderhouden en verzorgen voor veiligheid, worden beperkt. Voor slangen en hydraulische leidingen geproduceerd met thermoplasten kunnen andere richtwaarden gelden. Voer afgewerkte olie af volgens voorschrift. Maak afspraken met uw olieleverancier over de afvoer van afgewerkte olie. Bewaar hydraulische olie op een voor kinderen veilige manier. Let er op dat er geen hydraulische olie op de grond of in water terecht komt Hydraulische-installatie drukloos maken WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties door ongecontroleerd contact met hydraulische olie ontstaat, als de hydraulische olie onder hoge druk vrijkomt en in het lichaam binnendringt, speciaal bij een hydraulische installatie voorzien van een accumulator! Het is verboden werkzaamheden aan de hydraulische installatie te verrichten, als deze nog onder druk staat. Maak de hydraulische installatie drukloos, voordat werkzaamheden daar aan worden verricht. Raadpleeg bij verwondingen door hydraulische olie direct een arts. 1. De hydraulische cilinders via het betreffende bedieningsdeel ontlasten Gedwongen besturing drukloos maken 1. Open de kogelblokkeerkranen (1 en 2) van de gedwongen besturing. Fig. 87 toont gesloten kogelblokkeerkranen. 2. Zet het ventiel (4) van de hydraulische handpomp (5) in de stand "Dalen" = Pos. 6. Fig. 87 VS 2403 Stand

172 Machine onderhouden en verzorgen Hydraulische slangen Kenmerken en gebruiksduur van hydraulische slangen De kenmerken (Fig. 88) leveren volgende informatie: (1) Kenmerk van de fabrikant van de hydraulische slang (A1HF) (2) Productiedatum van de hydraulische slang (07 / 10 = Jaar / Maand = Oktober 2007) (3) Maximaal toegestane bedrijfdruk (210 BAR) De gebruiksduur van een hydraulische slang wordt overschreden, als de productiedatum van de slang (2) meer dan 6 jaren geleden is. Voorbeeld: Fig. 88 Productiedatum (2) = 07 / 10 Oktober 2007 Einde gebruiksduur Oktober 2013 Na het beëindigen van de gebruiksduur mag de hydraulische slang niet meer worden gebruikt Onderhoudsintervallen Na de eerste 10 bedrijfsuren en daarna om de 50 uren: 1. Controleer alle bouwdelen van de hydraulische installatie op dichtheid. 2. Trek eventueel alle verbindingen na. Telkens voor het in bedrijf nemen: Controleer alle hydraulische leidingen op zichtbare gebreken. Verhelp de volgende gebreken onmiddellijk: 1. Hef schuren van hydraulische slangen en leidingen op. 2. Vervang versleten, beschadigde of verouderde hydraulische slangen onmiddellijk (Vakwerkplaats werkzaamheden). 172 VS 2403 Stand 03.08

173 Machine onderhouden en verzorgen Inspectiecriteria voor hydraulische slangen en leidingen Voor uw eigen veiligheid: Vervang hydraulische slangen onmiddellijk, als een van de volgende tekortkomingen wordt vast gesteld: Beschadiging van de buitenste laag tot op de binnenlaag (bijv. schuurplekken, sneden en scheuren). Veroudering van de buitenlaag (scheurvorming van het materiaal). Onnatuurlijke vervormingen van de hydraulische slang, zowel in drukloze toestand, als ook onder druk of bij het buigen (bijv. loslaten van lagen, blaasvorming, beschadigingen of knikken in de slang). Lekkages. Beschadiging, vervorming of lekkages van het armaturenpaneel. Geringe oppervlaktebeschadigingen zijn geen reden voor vervanging. Het uit de klemhuls lopen van een slang. Corrosie van de klemhuls, die de functie en de stabiliteit verminderen. Onoordeelkundig aangelegde hydraulische slangen, bijv. verkeerde buigradius, het langs scherpe kanten laten lopen van de slang. De gebruiksduur van 6 jaren is overschreden. Let hiertoe op het hoofdstuk "Kenmerken en gebruiksduur van hydraulische slangen, pagina 172. VS 2403 Stand

174 Machine onderhouden en verzorgen In- en uitbouwen van hydraulische slangen/leidingen (Vakwerkplaats werkzaamheden) Houdt u bij het in- en uitbouwen van hydraulische slangen/leidingen zonder meer aan de volgende aanwijzingen: Gebruik alleen originele-hydraulische slangen van de fabrikant. Let op een schone omgeving. Alle hydraulische slangen/leidingen moeten zodanig worden ingebouwd dat onder alle bedrijfsomstandigheden: ο ο ο ο geen trekbelasting optreedt, uitgezonderd door het eigengewicht, bij korte lengtes geen stuikbelasting optreedt, van buitenaf komende mechanische inwerking op de hydraulische slangen/leidingen wordt vermeden. Verhinder schuren van hydraulische slangen aan machine delen of ook onderling, door een doelmatige bevestiging en geleiding. Bescherm hydraulische slangen eventueel door mantelbuizen of daarvoor bedoeld materiaal. Dek scherpe kanten van machinedelen af. de toegestane buigradius niet overschrijden. De lengte van een hydraulische slang moet bij het aansluiten op bewegende machinedelen zodanig worden bemeten, dat: ο ο in het gehele bewegingsbereik, de kleinste toegestane buigradius niet wordt onderschreden, de hydraulische slang niet trekkend wordt belast. Bevestig de hydraulische slangen/leidingen op de aangegeven bevestigingpunten. Vermijdt dat extra aangebrachte slangenhouders, de natuurlijke beweging en lengteverandering van een hydraulische slang niet hinderen. Verboden de hydraulische leidingen over te lakken. 174 VS 2403 Stand 03.08

175 Machine onderhouden en verzorgen Hydrauliekfilter wisselen (Vakwerkplaats werkzaamheden) Wissel het filterelement (1) na ca. 250 bedrijfsuren. Daarna indien nodig, maar tenminste om de 1000 bedrijfsuren. Vervuilde filters veroorzaken een sterkere olieopwarming. WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties door ongecontroleerd contact met hydraulische olie ontstaat, als de hydraulische olie onder hoge druk vrijkomt en in het lichaam binnendringt! Als de hydraulische installatie onder bedrijfsdruk staat, is het verboden de hydraulische filters te wisselen. Het hydrauliekfilter alleen verwisselen als de hydraulische installatie niet met de trekker is verbonden. Raadpleeg bij verwondingen door hydraulische olie direct een arts. WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan als bij het wisselen of navullen van hydraulische olie op de ondergrond terecht komt (uitglijden)! Leg frisse olievlekken onmiddellijk vast met een bindmiddel. 1. Ontkoppel de hydraulische installatie op de machine van de trekker. De hydraulische installatie is drukloos. 2. Schroef het filterhuis (3) uit de filterkop. 3. Trek het vervuilde filterelement (1) los. 4. Reinig het filterhuis. 5. Vet de schroefdraad van het filterhuis in. 6. Controleer, of de O-ring (2) is beschadigd. Een beschadigde O-ring vervangen. O-ring DR 67,95 x 2,62 Best.-Nr Vet de O-ring (2) van de nieuwe filterpatroon in. 8. Schuif het filterelement tot aanslag op. Filterelement Best.- Nr Schroef het filterhuis in de filterkop. 10. Aantrekken met een draaimoment van 150 Nm. Fig. 89 VS 2403 Stand

176 Machine onderhouden en verzorgen Onderhoud schema assen Tijdstip Actie Na de eerste belaste ritten Controleren of de wielmoeren vast zitten. Indien nodig wielmoeren natrekken. Speling op de wiellagers controleren. Na 50 bedrijfsuren Speling op de wiellagers controleren. Na 100 bedrijfsuren Remnokkenas lagering smeren (vervalt bij nylonbussen). Remhevel-instelling, nastellen indien nodig. Na 500 bedrijfsuren Speling van de wiellagers corrigeren: ο Wieldop en splitpen verwijderen. ο Moer op de as aandraaien tot de naaf licht aanloopt, terug draaien tot de vorig.e boring om de splitpen in te steken. ο Splitpen aanbrengen en controleren of de naaf licht loopt. Alle 1000 bedrijfsuren Wielnaaflagering opnieuw van walslagervet voorzien. Remvoering op slijtage controleren. Indien nodig de remvoeringen vervangen. Het onderhoudsschema is op een gemiddeld gebruik van assen en remmen gebaseerd. Bij een zwaarder gebruik moeten de werkzaamheden in kortere tussentijden worden uitgevoerd. Dit geld speciaal voor de remmen. 176 VS 2403 Stand 03.08

177 Machine onderhouden en verzorgen Hydraulische niveauregeling Lees hierover in hoofdstuk "Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling controleren", pagina 95 en "Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling corrigeren", pagina De olievoorraadhouder op de hydraulisch cilinder van de hydraulische niveauregeling Bij langdurig gebruik van de machine moet u maandelijks: het condenswater uit de olievoorraadhouder (Fig. 90/1) aftappen, het oliepeil in de olievoorraadhouder (Fig. 90/1) controleren / navullen. Alle vier olievoorraadhouders moeten tot de helft zijn gevuld met hydraulische olie HLP 46. De vulhoeveelheid bedraagt telkens 100 ml. De olievoorraadhouder (1) voorziet de ruimte rond de plunjerstang van de hydraulische cilinder (2) van hydraulische olie. Tijdens het uitveren van het onderstel zuigt de hydraulische cilinder hydraulische olie uit de olievoorraadhouder aan en vult de plunjerruimte met hydraulische olie. Fig Condenswater aftappen en het oliepeil controleren / navullen Voer de nodige werkzaamheden na elkaar aan de rechter en de linkerzijde uit: 1. Koppel trekker en machine. 2. Zet de trekker en de onbeladen machine op een vlakke ondergrond. 3. Laat de hydraulische liftas geheel zakken. 4. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd wegrollen. VS 2403 Stand

178 Machine onderhouden en verzorgen 5. Koppel de hydrauliekslang van het niveauventiel met een enkelwerkend ventiel van de trekker. 6. Laat alle vier hydraulische cilinders (Fig. 90/4) van de hydraulische niveauregeling compleet zakken: 6.1 Druk op de blokkeerknop (3) of (4), om de blokkeerkraan (5) of (6) te ontgrendelen. 6.2 Verdraai de blokkeerkraan in de stand "AB" (OMLAAG), voorzichtig tot aan de aanslag. 6.3 Houd de hendel op het stuurventiel van de trekker zolang in de stand "AUF" (Heffen), tot de manometers (1) en (2) 0 bar aangeven. De hydraulische cilinders (Fig. 90/4) van de hydraulische niveauregeling zijn helemaal ingeschoven. Fig Condenswater uit de voorraadhouder (1) aftappen: 7.1 Houdt een opvangvat onder de voorraadhouder. 7.2 Draai de aftapschroef (4) los. Het condenswater loopt in het opvangvat. 7.3 Trek de aftapschroef weer aan, zodra er hydraulische olie naar buiten komt. 7.4 Het condenswater milieuvriendelijk afvoeren. 8. Het oliepeil in de olievoorraadhouder (1) controleren / navullen: 8.1 Draai de verbinding (3) los. 8.2 Zwenk de olievoorraadhouder naar boven. 8.3 Draai de verbinding weer vast. 8.4 Verwijder de aftapbout (4). 8.5 Gebruik een schoon voorwerp, dat als peilstok kan dienen. 8.6 Steek dit schone voorwerp in de vulopening, om het peil op te nemen. 8.7 Indien nodig, hydraulische olie navullen. 8.8 Aftapbout op de plaats brengen en vastdraaien. 8.9 Draai de verbinding (3) los Zwenk de olievoorraadhouder naar beneden Draai de verbinding weer vast. Fig Stel de rijhoogte voor de hydraulische niveauregeling weer correct in. Lees hiervoor het hoofdstuk "Rijhoogte van de hydraulische niveauregeling corrigeren", pagina VS 2403 Stand 03.08

179 Machine onderhouden en verzorgen Banden Goed bandenmanagement is een vraag van regelmatige controles en rijden met juiste bandenspanningen Banden controleren Controleer de bandenspanning tenminste 1 keer per 14 dagen. Als u de machine langere tijd niet gebruikt, moet de bandenspanning worden gecontroleerd, voordat U de machine weer in gebruik neemt. Let er altijd op, dat de bandenspanning precies op de belasting en de soort van het werk is ingesteld, die voor de machine in het algemeen wordt aangegeven. Banden nooit overbelasten. Controleer of er beschermdopjes op de ventielen zijn en of ze vast zitten. Banden bij voorkeur tijdens het werk controleren op "Vouwen" of andere niet normale vervormingen. Stenen, kiezel, spijkers en andere vreemde voorwerpen, die zich in de band gedrongen hebben, verwijderen, omdat deze zich anders dieper in de band kunnen dringen. Diepere insnijding onmiddellijk laten repareren. Ontlast de banden, als de machine voor langere tijd niet zal worden gebruikt. Zo vermijdt u een vervorming van de banden. Sla losse banden op een donkere plaats op, die vrij is van olie en andere chemicaliën. Banden niet in de buurt van elektromotoren opslaan. Het door de elektromotoren uitgebrachte ozon droogt de band langzaam uit De uitwerking van verschillende banden op akker- en groenland De kracht die nodig is om een band over de ondergrond te trekken, wordt als rolweerstand aangeduid. Deze wordt aanzienlijk hoger als de band in de ondergrond insnijdt of wegzakt. Lagere bandenspanning vergroot het contactvlak van de band ten opzichte van gebruik daarvan met een hoge bandenspanning. Bij het gebruik van brede banden met een lage spanning blijft de band beter aan de oppervlakte en de rolweerstand vermindert. Het trekken van de machine vraagt minder kracht, het brandstofverbruik vermindert en er wordt tijd uitgespaard. Gelijktijdig worden minder sporen gevormd en een storende bodemverdichting wordt voorkomen. Het grotere contactvlak maakt ook de krachtenoverbrenging effectiever. Onnodige beschadigingen aan de bodemstructuur worden vermeden. Ook het brandstofverbruik wordt verminderd. De last wordt door de lucht in de banden gedragen. Daarom is het heel belangrijk, de juiste bandenafmetingen en de juiste bandenspanning voor de betreffende machine of de betreffende werkzaamheden te kiezen. Een met lage druk toegepaste band is zachter en daarom vriendelijker voor het oppervlak. De soepelheid VS 2403 Stand

180 Machine onderhouden en verzorgen verbetert ook het rijcomfort. De slijtage van de band verschilt al naar gelang de bandenspanning en het soort oppervlak dat wordt bereden. Een eenvoudige regel is, zachte banden voor zachte oppervlakken en hardere banden voor hardere oppervlakken. Eén blik op de banden kan al veel vertellen over de manier waarop de band wordt gebruikt. Als de band hoofdzakelijk aan de schouders slijtage vertoont, werd deze waarschijnlijk met een te lage spanning gebruikt - de zijwanden van de band dragen een te hoog deel van de belasting. Als de banden hoofdzakelijk in het midden slijten, zijn ze waarschijnlijk met een te hoge druk gebruikt. Als de machine wordt gebruikt op hellingen, bestaat de mogelijkheid de bandenspanning tot de maximale waarde te verhogen. Zo wordt het spoorhoudend vermogen tijdens het rijden van terrassenlijnen verbeterd Uitwerking van verschillende bandenspanningen op de weg Als de machine overwegend op een vaste ondergrond wordt gebruikt (straat of verhard erf), bestaat de mogelijkheid om de spanning tot de maximum toelaatbare druk te verhogen. Daarbij is de slijtage in deze toepassing het geringst Banden wisselen Lees voor u begint met reparaties aan wielen en banden het hoofdstuk "Fundamentele veiligheidsaanwijzingen", pagina 42. WAARSCHUWING Verwondingrisico en het risico te worden omgestoten kunnen ontstaan, als de machine tijdens werkzaamheden aan de banden, ongecontroleerd zakt! Gebruik voldoende zware hefmiddelen, die voor het gewicht van de machine zijn toegestaan en geschikt zijn. Gebruik de hefmiddelen op de daarvoor gemarkeerde punten. De ondergrond moet voldoende draagkracht hebben, voordat de machine met een hefmiddel wordt geheven. Plaats bokken om ongecontroleerd zakken te voorkomen. Gebruik, indien nodig, lastverdelende onderlegstukken. Nooit onder een geheven, niet beveiligde machine gaan. WAARSCHUWING Gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, als reparaties aan wielen en banden onoordeelkundig worden uitgevoerd! Alleen geschoolde personen met geschikt gereedschap mogen reparaties aan de wielen en banden uitvoeren. Vervang beschadigde velgen onmiddellijk. 180 VS 2403 Stand 03.08

181 Machine onderhouden en verzorgen 1. Beveilig de trekker en de machine tegen ongecontroleerd starten en wegrollen, zie hiervoor pagina Gebruik de hefmiddelen op de daarvoor gemarkeerde punten. Fig Houdt bij het los- en vastdraaien van de wielmoeren, de getoonde volgorde aan. Fig Trek de wielmoeren aan met het voorgeschreven draaimoment: ο M 18x1, Nm ο M 22x1, Nm 5. Controleer na 10 werkuren of de wielmoeren vast zitten. De wielmoeren eventueel natrekken. Fig. 93 VS 2403 Stand

182 Machine onderhouden en verzorgen Reminstallatie Leidingfilter van de luchtdrukreminstallatie reinigen / controleren De in de koppelingskoppen van de rem- en voorraadleiding geïntegreerde leidingfilters beschermen de reminrichting voor versmeren door vaste partikels. De luchtverzorging voor het remsysteem heeft voorrang voor het beschermen van het remsysteem tegen versmering en wordt onder alle voorwaarden veiliggesteld. Als een extra filterelement is toegevoegd opent daar bij versmering een intern overbruggingselement en ongefilterde lucht stroomt door de koppelingskop. Controleer regelmatig de mate van versmering in de filterelementen in de koppelingskoppen. Reinig sterk versmeerde filterelementen. Mate van versmering controleren 1. Controleer de mate van versmering in de filterelementen (1) in de koppelingskoppen van de rem- en voorraadleiding voordat de koppelingskoppen met de trekker worden verbonden. U kunt door de opening (2) onder het kunststofdeksel het filterelement zien. Filterelement reinigen 1. Maak de bajonetsluiting los van de inschroef-stop (3) met een inbussleutel (SW 10). Fig. 94 Fig VS 2403 Stand 03.08

183 Machine onderhouden en verzorgen 2. Neem de inschroef-stop (3) uit de koppelingskop. 3. Neem het filterelement (4) uit de koppelingskop. 4. Let er op dat de drukschijf (5) niet verloren raakt. 5. Blaas het filterelement met perslucht uit of reinig het met benzine of een verdunner. 6. Plaats het filterelement, de drukschijf en de inschroef-stop weer in de koppelingkop. 7. Bevestig de bajonetsluiting op de inschroefstop (3) met een inbussleutel (SW 10). 8. Koppel de rem- en de voorraadleiding op de trekker aan. 9. Controleer of de koppelingskoppen dicht zijn. Fig. 96 Fig Luchtdruk reminstallatie instellen Remhefboom met de hand in de drukrichting bedienen. Als de slag (X) max. 30 mm is, moeten de remmen worden nagesteld. De instelling vindt plaats aan de stelbout (1) (Veiligheidsring neerdrukken) De vrije slag (X) instellen op 0,1 maal de lengte van de remhefboom (Y). Controle remvoeringen (2) Bij een restdikte van geniete voering 5 mm gelijmde remvoering 2 mm moet de remvoering worden vernieuwd. Fig. 98 VS 2403 Stand

Universeelstrooier VS 2403

Universeelstrooier VS 2403 Universeelstrooier VS 2403 2 Sterk tot in het detail De firma Strautmann heeft op het gebied van de productie van mestwagens meer dan 50 jaar ervaring en biedt vandaag de dag een keuze die loopt van BE

Nadere informatie

Silagewagen Giga-Trailer

Silagewagen Giga-Trailer Silagewagen Giga-Trailer 2 Slagvaardige transporttechniek Hakselaars met een grote capaciteit en zware trekkers vereisen een betrouwbare transporttechniek. Betrouwbaarheid, gering onderhoud, lichtlopend

Nadere informatie

Voermengwagen. Verti-Mix

Voermengwagen. Verti-Mix Voermengwagen Verti-Mix W etenschappelijke onderzoeken in verschillende landen hebben aangetoond dat de productiviteit in de melkveehouderij, door het gebruik van voermengwagens wordt verhoogd. Door het

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Aluminium krikken Datona

Veiligheidsinstructies Aluminium krikken Datona Veiligheidsinstructies Aluminium krikken Datona *dt-53211man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 3 Gebruik

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Werkplaatskraan Datona

Veiligheidsinstructies Werkplaatskraan Datona Veiligheidsinstructies Werkplaatskraan Datona *dt-53114man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 2 Gebruik

Nadere informatie

Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00

Printed: 07.07.2013 Doc-Nr: PUB / 5071466 / 000 / 00 OORSPRONKELIJKE GEBRUIKSAANWIJZING DD-ST-150/160-CCS Kruisrails Lees de handleiding beslist voordat u de machine de eerste keer gebruikt. Bewaar deze handleiding altijd bij het apparaat. Geef het apparaat

Nadere informatie

2 Soorten trekkers Indeling van trekkers Afsluiting Algemene bouw Hoofdonderdelen Afsluiting 32

2 Soorten trekkers Indeling van trekkers Afsluiting Algemene bouw Hoofdonderdelen Afsluiting 32 Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Veiligheidsvoorschriften 11 1.1 Veiligheidsvoorschriften 11 1.2 Veiligheidsvoorschriften voor het werken met de aftakas 16 1.3 Afsluiting 20 2 Soorten trekkers 21 2.1 Indeling

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Versnellingsbakkrik Datona

Veiligheidsinstructies Versnellingsbakkrik Datona Veiligheidsinstructies Versnellingsbakkrik Datona *dt-53107man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 3 Gebruik

Nadere informatie

Toolbox-meeting Rijden met aanhangwagens

Toolbox-meeting Rijden met aanhangwagens Toolbox-meeting Rijden met aanhangwagens Unica installatietechniek B.V. Schrevenweg 2 8024 HA Zwolle Tel. 038 4560456 Fax 038 4560404 Rijden met aanhangwagens Het gebruik van aanhangwagens in de bouw en

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Vrachtwagenkrik Datona

Veiligheidsinstructies Vrachtwagenkrik Datona Veiligheidsinstructies Vrachtwagenkrik Datona *dt-53220man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 3 Gebruik

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Werkplaatspers Datona

Veiligheidsinstructies Werkplaatspers Datona Veiligheidsinstructies Werkplaatspers Datona *dt-56202man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 3 Voor gebruik... 3 Gebruik

Nadere informatie

Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen

Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen AANHANGWAGEN TRACTOR 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPGEPAST Aanhangwagens al dan niet voorzien

Nadere informatie

3. BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN

3. BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN 3. BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Voordat tot bediening van de aanhangwagen wordt overgegaan moet de informatie uit het hoofdstuk "Veiligheid" bekend zijn. Dit hoofdstuk is bestemd voor bedieners zoals aangegeven

Nadere informatie

Hefbrugkriks hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch

Hefbrugkriks hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch s hand hydraulisch of pneumatisch hydraulisch nl/ta-bjxxxx -1 INHOUDSOPGAVE pagina 1 Inleiding 02 2 Gebruik van de handleiding 02 3 Beschrijving van de hefbrugkrik 02 4 Veiligheid 02 5 Technische specificaties

Nadere informatie

Bobeco kipwagens, als u kiest voor duurzaamheid en veiligheid!

Bobeco kipwagens, als u kiest voor duurzaamheid en veiligheid! Bobeco kipwagens, als u kiest voor duurzaamheid en veiligheid! Leverbaar uitvoering met 18 en 22 ton laadvermogen. Standaard zeer compleet Pagina 1 Chassis Assen BPW kwaliteits assen met paraboolveren

Nadere informatie

Niets uit deze documentatie mag worden gereproduceerd in welke vorm dan ook zonder

Niets uit deze documentatie mag worden gereproduceerd in welke vorm dan ook zonder Deze documentatie Deze documentatie is opgesteld in het Nederlands door: Intertrailer nv Versiedatum: 2 april 2014 Niets uit deze documentatie mag worden gereproduceerd in welke vorm dan ook zonder voorafgaandelijke

Nadere informatie

200 bar, 15 l/min., l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport.

200 bar, 15 l/min., l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport. Handleiding mobiele hogedrukreiniger 200 bar, 15 l/min., 1.140 l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport. Inhoud 1. Veiligheidsinstructies...

Nadere informatie

Componenten voor hydraulische uitrusting. Algemeen. Maatregelen vóór het starten van een nieuw hydraulisch systeem

Componenten voor hydraulische uitrusting. Algemeen. Maatregelen vóór het starten van een nieuw hydraulisch systeem Algemeen Algemeen De volgende componenten voor het bedienen van hydraulische uitrusting kunnen af fabriek worden besteld: De volgende componenten zijn beschikbaar: Bedieningshendel Hydraulische olietank

Nadere informatie

Verklaring van de symbolen (pictogrammen)

Verklaring van de symbolen (pictogrammen) Verklaring van de symbolen (pictogrammen) Waarschuwingssymbolen verwijzen naar mogelijke gevaren: zij geven aanwijzingen voor de veilige bediening van de machine. Zorg dat de waarschuwingssymbolen altijd

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter

Gebruikershandleiding Festec FNS hydraulische moerensplijter 1 1.0 Ontvangstcontrole Controleer alle onderdelen op transportschade. Indien er sprake is van transportschade waarschuw dan onmiddellijk de vervoerder. Transportschade valt niet onder de garantie. De

Nadere informatie

Shuttle. Shuttle Groot volume opraap-silagewagen

Shuttle. Shuttle Groot volume opraap-silagewagen Shuttle Shuttle Groot volume opraap-silagewagen Shuttle Hoogwaardige veevoeders professioneel op transport Optimale gewasdoorvoer zonder vernauwing in het kanaal vanaf de pick-up met extra kortgewasrol

Nadere informatie

BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl

BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug. Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl BGR 233 GEKEURD (DE) Gebruikshandleiding Laadbrug Bekijk de instructievideo op www.kruizinga.nl Lees mij eerst! 1Lees deze handleiding zorgvuldig voor de laadbrug te gebruiken. De handleiding omschrijft

Nadere informatie

Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. Routetrein CX T. Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies. vandetrekkercxt 51048070051 NL - 02/2012

Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. Routetrein CX T. Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies. vandetrekkercxt 51048070051 NL - 02/2012 Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Routetrein CX T Aanvullingopdeseriebedieningsinstructies vandetrekkercxt 1050 51048070051 NL - 02/2012 Inhoudsopgave g 1 Voorwoord Informatie over de documentatie...

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Pijpenbuiger Datona

Veiligheidsinstructies Pijpenbuiger Datona Veiligheidsinstructies Pijpenbuiger Datona *dt-56102man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 3 Voor gebruik... 3 Gebruik en

Nadere informatie

Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen

Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPRAAPWAGEN 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen) 112 en leidinggevende verwittigen OPGEPAST Zware machines, die in aandrijving grote

Nadere informatie

Handleiding. Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus

Handleiding. Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus Handleiding Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus Handsealmachine type Standard Plus is specifiek bestemd voor het sluiten van kunststof en aluminium schalen, die worden voorzien van een hitte bestendige

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Hydraulische Uitdeukset 10 Ton Datona

Veiligheidsinstructies Hydraulische Uitdeukset 10 Ton Datona Veiligheidsinstructies Hydraulische Uitdeukset 10 Ton Datona *DT-56304MAN* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik...

Nadere informatie

T4512 Telescooplader. Technische gegevens. Motorgegevens. Elektrische installatie

T4512 Telescooplader. Technische gegevens. Motorgegevens. Elektrische installatie T4512 Telescooplader Technische gegevens Kleine motor Grote motor Motorgegevens Fabrikant Yanmar Yanmar Motortype 3TNV82A 3TNV84T Cilinder 3 3 Vermogen (max.) kw (PS) 22,6 ( 31 ) 29,6 ( 40 ) bij (max.)

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Potkrik Datona

Veiligheidsinstructies Potkrik Datona Veiligheidsinstructies Potkrik Datona *dt-53304man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING 1 Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 3 Gebruik en veiligheid...

Nadere informatie

MAAIOPRAAPWAGEN. Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen). 112 en leidinggevende verwittigen.

MAAIOPRAAPWAGEN. Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen). 112 en leidinggevende verwittigen. MAAIOPRAAPWAGEN 1. Waarschuwing en algemene richtlijnen Bij nood Machine stilleggen en vergrendelen (sleutel verwijderen). 112 en leidinggevende verwittigen. OPGEPAST Zware machines, die in aandrijving

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Bierman - Lier

Gebruikershandleiding Bierman - Lier Gebruikershandleiding Bierman - Lier Gewijzigd 01-07-2011 De Inhoud: 1. Inleiding 3 2. Technische specificaties 4 3. Veiligheid 5 3.1 Inleiding 5 3.2 Beschrijving van de getroffen veiligheidsmaatregelen

Nadere informatie

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies 1 2 Inhoud 1. Veiligheidsinstructies... 3 2. Gebruik volgens de voorschriften... 4 3. Omschrijving... 4 4. Toepassingstabel... 4 5. Montage... 4 5.1 Omschrijving van de onderdelen... 5 5.2 Meeneemring

Nadere informatie

Eisen te stellen aan tractie

Eisen te stellen aan tractie Bijlage 2 Eisen te stellen aan tractie A: Eisen voor vrachtauto s (kipper/container) die worden ingezet voor het (nat)zoutstrooien en eventueel sneeuwruimen met brede sneeuwploegen. Voor het (nat)zoutstrooien.

Nadere informatie

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat INLEIDING Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor Rapid 100E. Lees ze eerst grondig door alvorens u het apparaat in gebruik neemt. Deze gebruiksaanwijzing bevat de veiligheidsvoorschriften, de voorschriften

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Verrijdbare heftafel Datona

Veiligheidsinstructies Verrijdbare heftafel Datona Veiligheidsinstructies Verrijdbare heftafel Datona *dt-53124man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 3 Gebruik

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Auto poetsbrug Datona

Veiligheidsinstructies Auto poetsbrug Datona Veiligheidsinstructies Auto poetsbrug Datona *dt-57606man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING 1 Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 2 Gebruik

Nadere informatie

Voor uw veiligheid. Het apparaat is uitsluitend geconstrueerd voor de normale toepassing bij agrarische werkzaamheden (reglementair gebruik).

Voor uw veiligheid. Het apparaat is uitsluitend geconstrueerd voor de normale toepassing bij agrarische werkzaamheden (reglementair gebruik). Voor uw veiligheid Dit supplement bij de handleiding bevat algemene gedragsregels voor het reglementaire gebruik van het apparaat en tevens veiligheidstechnische instructies die u omwille van uw eigen

Nadere informatie

Fig Veiligheid

Fig Veiligheid 3.4.2 Crankstel; bij inrijden van een nieuwe skelter Na een gebruiksperiode van enkele dagen (bij intensief gebruik) tot twee weken (bij normaal gebruik) dienen de bevestigingsbouten (zie Fig. 3) waarmee

Nadere informatie

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN

Nadere informatie

Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3

Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3 Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3 Bediening 1 Contactslot 2 Urenteller 3 Waarschuwingslampje 4 Claxonschakelaar 5 Schakelaar werklamp 1 Gashendel 2 Rijhendel (links) 3 Rijhendel (rechts)

Nadere informatie

4 Aan- en afkoppelen 74

4 Aan- en afkoppelen 74 4 74 4.1 Gedragen werktuigen Eerst moet je weten wat allemaal lading is. Lading noemen we in elk geval alle personen, dieren en goederen die je met een trekker kunt vervoeren. Maar lading zijn ook alle:

Nadere informatie

Tijdschakelklok. Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Omwille van het milieu 100% recyclingpapier

Tijdschakelklok. Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Omwille van het milieu 100% recyclingpapier G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 61 00 57 (groen) 61 00 58 (oranje) 61 00 82 (transparant) 61 00 83 (blauw) Tijdschakelklok Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten,

Nadere informatie

Worldleader DRAINCLEANERS

Worldleader DRAINCLEANERS Worldleader DRAINCLEANERS INVESTEREN IN VOOR JARENLANG ONDERHOUDSARM REINIGEN VAN DRAINAGEBUIZEN De voordelen van drainage in het land of in de kas kent u natuurlijk. Uw gewassen groeien beter en de werkomstandigheden

Nadere informatie

G E B R U I K S H A N D L E I D I N G. ALP-Lift Luchtlift. Pagina 1

G E B R U I K S H A N D L E I D I N G. ALP-Lift Luchtlift. Pagina 1 G E B R U I K S H A N D L E I D I N G ALP-Lift Luchtlift Pagina 1 Inhoudsopgave Pagina 1. Algemeen 3 2. Toepassingsgebied 3 3. Beschrijving ALP-Lift montagelift 3 4. Veiligheidsvoorschriften 3 5. Ingebruikname

Nadere informatie

Auto adapter voor kleine apparaten 120 W

Auto adapter voor kleine apparaten 120 W Versie 02/04 Bestnr. 51 05 10 Auto adapter voor kleine apparaten 120 W Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand,

Nadere informatie

OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR

OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR Aanvullende bladen bij de bedieningshandleiding Optie af fabriek NL OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR Optie af fabriek: verhoogde sensorspanning voor MIG/MAG-stroombronnen Algemene aanwijzingen

Nadere informatie

E X T R A C T O R S QS-2115N

E X T R A C T O R S QS-2115N E X T R A C T O R S QS-2115N Extractor QS-2115N 1. Algemene veiligheidsvoorschriften N.B.: Lees de handleiding zorgvuldig door teneinde problemen te voorkomen. Zoals bij alle machines zijn ook aan deze

Nadere informatie

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding Bedienings- en montagehandleiding Woord vooraf Deze handleiding geeft inzicht in de werking, de montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. U dient zich tijdens plaatsing en montage

Nadere informatie

TEBBE. universeel precisie breedstrooier

TEBBE. universeel precisie breedstrooier Nederlandse importeurs voor het noordoosten en zuiden voor de westen en het midden LMC Gennep bv. JAMO bv. Hoogveld 3 Polderweg oost 8 6598 BL Heijen L 2973 AN Molenaarsgraaf (ZH) Tel. 0485 511605 b.g.g.:

Nadere informatie

Handleiding StairTrainer

Handleiding StairTrainer Handleiding StairTrainer HANDLEIDING STAIRTRAINER NL VERSIE 2.0 Liftup A/S Hagensvej 21 DK-9530 Støvring Denmark T: +45 96 86 30 20 M: service@liftup.dk www.liftup.dk Inhoud 1. Voorwoord...3 2. EG-verklaring

Nadere informatie

Vierkantebalen-wikkelmachines. Serie G30 Q & G40 Q

Vierkantebalen-wikkelmachines. Serie G30 Q & G40 Q s Serie G30 Q & G40 Q GÖWEIL / Serie G30 Q & G40 Q / Pagina 02-03 GÖWEIL Maschinenbau GmbH Davidschlag 11 / 4202 Kirchschlag / Oostenrijk Tel: +43 (0)7215 2131-0 / Fax: +43 (0)7215 2131-9 office@goeweil.com

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING ELEKTRISCHE AUTO KRIK

GEBRUIKSAANWIJZING ELEKTRISCHE AUTO KRIK GEBRUIKSAANWIJZING ELEKTRISCHE AUTO KRIK BJ 2007 Lees voor gebruik van de krik om veiligheidsredenen deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. STEBER C.B. Techniek www.gaswinkel.com TECHNISCHE GEGEVENS

Nadere informatie

Compressor H V CE

Compressor H V CE GebruikershandleidingError! Compressor H1100 400V CE Deze compressor is specifiek ontworpen om te gebruiken in combinatie met spackspuit MC3V 400V 80L Roza of MC4V 400V 90L Inhoudsopgave Inleiding... 3

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING KS

GEBRUIKERSHANDLEIDING KS GEBRUIKERSHANDLEIDING KS150.2450 Geachte klant, U hebt een product van KS Tools via Beneparts BVBA gekocht. Bedankt voor uw aankoop en vertrouwen. In deze gids vindt u al het nodige terug voor een veilig

Nadere informatie

Wat vindt u in deze handleiding

Wat vindt u in deze handleiding MK2000 Handleiding Wat vindt u in deze handleiding 1. INLEIDING... 3 1.1. ALGEMENE INFORMATIE... 3 1.2. WERKPRINCIPE... 3 1.3. SNIJGEDEELTE... 4 1.4. TECHNISCHE GEGEVENS... 5 2. GEBRUIKSINSTRUCTIES...

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Mechanische meetstok voor de lichaamslengte

Gebruiksaanwijzing Mechanische meetstok voor de lichaamslengte KERN & Sohn GmbH Ziegelei 1 D-72336 Balingen E-mail: info@kern-sohn.com Tel: +49-[0]7433-9933-0 Fax: +49-[0]7433-9933-149 Internet: www.kern-sohn.com Gebruiksaanwijzing Mechanische meetstok voor de lichaamslengte

Nadere informatie

3 WEG- OMSCHAKELKLEP. Installatie- en gebruikershandleiding. voor warmtapwaterlading. USV 1" bu USV 5/4" bu USV 6/4" bi

3 WEG- OMSCHAKELKLEP. Installatie- en gebruikershandleiding. voor warmtapwaterlading. USV 1 bu USV 5/4 bu USV 6/4 bi Installatie- en gebruikershandleiding NL 3 WEG- OMSCHAKELKLEP voor warmtapwaterlading USV 1" bu USV 5/4" bu USV 6/4" bi A.u.b. eerst lezen Deze handleiding bevat belangrijke aanwijzingen voor het gebruik

Nadere informatie

Handboek van een vacuümunit type VHU-40-HE Type: VHU-3000-HE Gewicht: 145 kg

Handboek van een vacuümunit type VHU-40-HE Type: VHU-3000-HE Gewicht: 145 kg De Brugman 9, NL-1948NB Beverwijk Tel: +31(0)251226477 Fax:+31(0)251221840 Email: info@hamevac.nl Site: www.hamevac.nl KvK: 34079398 BTW: NL800854202B01 Bank: 671113003 Iban: NL24INGB0671113003 Handboek

Nadere informatie

EW 100. Snel op weg met de EW100 mobiele graafmachine

EW 100. Snel op weg met de EW100 mobiele graafmachine EW 100 Wielgraafmachines Snel op weg met de EW100 mobiele graafmachine De 10 ton mobiele graafmachine EW100 overtuigt met een groot vermogen, een laag brandstofverbruik en uitzonderlijk gebruiksvriendelijke

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) , , ,2

GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) , , ,2 1. Gebruikersgroepen Taken Bediener Bediening, visuele controle Vakpersoneel GEBRUIKSAANWIJZING (Vertaling) Hefttafel Type(s) 1097.0,75 1097.1,25 8718.0,2 Aanbouwen, slopen, reparatie, onderhoud Keuringen

Nadere informatie

Eisen Examenvoertuig T-rijbewijs. Johan Simmelink

Eisen Examenvoertuig T-rijbewijs. Johan Simmelink Eisen Examenvoertuig T-rijbewijs Johan Simmelink Eisen aan examenvoertuigen Examen wordt afgelegd met Landbouw- of bosbouwtrekker(lbt) met aanhangwagen Eisen aan de landbouw- of bosbouwtrekker(lbt) Trekkers

Nadere informatie

Handleiding GASTRO SUNRAIN GASTRO SUNSHINE. voor klanten. Hartelijk dank!

Handleiding GASTRO SUNRAIN GASTRO SUNSHINE. voor klanten. Hartelijk dank! voor klanten GASTRO SUNRAIN GASTRO SUNSHINE Hartelijk dank! U hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma LEINER. Lees deze handleiding a.u.b zorgvuldig door, zodat u lang plezier kunt beleven

Nadere informatie

Adapters en verloopmoeren van metaal

Adapters en verloopmoeren van metaal Adapters en verloopmoeren van metaal Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Gegevens over de bedieningshandleiding...3 1.3 Andere

Nadere informatie

ris> tt\\\\t\\\} Instituut voor Landbouwtechniek en Rationalisatie BEPROEVING LIPSIA LANDBOUWWAGEN-MESTSTROOIER . 3. BULLETIN No.

ris> tt\\\\t\\\} Instituut voor Landbouwtechniek en Rationalisatie BEPROEVING LIPSIA LANDBOUWWAGEN-MESTSTROOIER . 3. BULLETIN No. ris> BULLETIN No. 147 BEPROEVING LIPSIA LANDBOUWWAGEN-MESTSTROOIER tt\\\\t\\\} Instituut voor Landbouwtechniek en Rationalisatie Dr. S. L. Mansholtlaan 12, Wageningen k. 3. . DE LiPSIA LANDBOUWWAGEN-MESTSTROOIER

Nadere informatie

Installation instructions, accessories. Sneeuwkettingen. Volvo Car Corporation Gothenburg, Sweden. Pagina 1 / 15 R

Installation instructions, accessories. Sneeuwkettingen. Volvo Car Corporation Gothenburg, Sweden. Pagina 1 / 15 R Installation instructions, accessories Instructienr. 30664147 Versie 1.0 Ond. nr. Sneeuwkettingen R7700468 Volvo Car Corporation Sneeuwkettingen- 30664147 - V1.0 Pagina 1 / 15 Uitrusting A0000162 R7700458

Nadere informatie

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies HANDLEIDING Sesame Thermoplastic Tank Technologies INSTALLATIE- EN GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD 1. ALGEMEEN 3 2. BELANGRIJK 3 3. INSTALLATIE EXPANSIEVAT 4 4. GEBRUIK EXPANSIEVAT 5 5. VERVANGEN LUCHTCEL 5

Nadere informatie

Met de aankoop van een Weijer aanhangwagen of paardentrailer heeft u gekozen voor kwaliteit en duurzaamheid.

Met de aankoop van een Weijer aanhangwagen of paardentrailer heeft u gekozen voor kwaliteit en duurzaamheid. Met de aankoop van een Weijer aanhangwagen of paardentrailer heeft u gekozen voor kwaliteit en duurzaamheid. In deze bijlage vindt u informatie en tips over het gebruik van, en het onderhoud aan uw Weijer

Nadere informatie

Banden de- en montage machine

Banden de- en montage machine Banden de- en montage machine - 1 - Algemene veiligheidsregels Deze handleiding bevat belangrijke informatie, lees deze aandachtig door voordat men de machine gaat gebruiken. 1. Omschrijving van de machine

Nadere informatie

Tuincontactdoos met piket

Tuincontactdoos met piket NL Handleiding GS 2 DE GS 4 DE Belangrijk! Lees deze handleiding en bewaar ze. Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht. Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding... 29 2 Leveringsomvang... 29 3 Conform gebruik...

Nadere informatie

TM 3215/3265. Uw professionele veelzijdige partner

TM 3215/3265. Uw professionele veelzijdige partner TM 3215/3265 Uw professionele veelzijdige partner Krachtig & betrouwbaar Bij de tractoren van Iseki zit al het vakmanschap in één enkele machine: de ISEKI TM serie bestaat uit twee modellen met hydrostatische

Nadere informatie

Presteer op elk terrein beter met de Herder Grenadier GRENADIER

Presteer op elk terrein beter met de Herder Grenadier GRENADIER Presteer op elk terrein beter met de Herder Grenadier GRENADIER De Grenadier van Herder, veelzijdig en krachtig De Grenadier is de meest veelzijdige en krachtige toolcarrier van Herder die ingezet kan

Nadere informatie

Fig. 1 NOODDEURCONCEPTEN EN 1125 DB-PPES1 PPES1.280815. t 088 500 2800 f 088 500 2899 73 MODELLEN E-PPES1, E-APPES1

Fig. 1 NOODDEURCONCEPTEN EN 1125 DB-PPES1 PPES1.280815. t 088 500 2800 f 088 500 2899 73 MODELLEN E-PPES1, E-APPES1 NOODDEURCONCEPTEN EN 5 MODELLEN E-PPES, E-APPES DB-PPES PPES.8085 ALGEMEEN Uitsluitend originele onderdelen mogen worden gebruikt. De installatie moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon

Nadere informatie

Pneumatiek 1 AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2013

Pneumatiek 1 AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2013 AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2013 Inleiding Het woord pneumatiek is afgeleid van het Franse woord pneu. Dit betekent lucht. Je zou kunnen zeggen dat pneumatiek het werken met perslucht is. In het

Nadere informatie

HANDLEIDING. MULTIDISC is een geregistreerde merknaam waarvan het uitsluitend gebruiksrecht toekomt aan ondernemingen van het TULIP-concern.

HANDLEIDING. MULTIDISC is een geregistreerde merknaam waarvan het uitsluitend gebruiksrecht toekomt aan ondernemingen van het TULIP-concern. HANDLEIDING MULTIDISC is een geregistreerde merknaam waarvan het uitsluitend gebruiksrecht toekomt aan ondernemingen van het TULIP-concern. 2004. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az Centaur 4001-2 5001-2 Super / Special Mulchcultivator MG 2694 BAG 0070.0 07.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies 2 Koloms Hefbrug Datona

Veiligheidsinstructies 2 Koloms Hefbrug Datona Veiligheidsinstructies 2 Koloms Hefbrug Datona *dt-57602man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING 1 Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 2 Gebruik

Nadere informatie

Bewaar de bedieningshandleiding

Bewaar de bedieningshandleiding Bedieningshandleiding az Centaur 3001 4001 Super / Special Mulchcultivator MG3050 BAG0069.1 12.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig

Nadere informatie

TECHNISCHE HANDLEIDING

TECHNISCHE HANDLEIDING TECHNISCHE HANDLEIDING TIMER SCHAKELAAR Sleutelschakelaar met timerfunctie 230/380V / 4 x 10 Amp - 1 x 2 AMP inschakelbaar incl. LED controle, uitvoering opbouw ASW BV 2011 Technische Handleiding Documentversie

Nadere informatie

2 elements-zwadharken

2 elements-zwadharken 2 elements-zwadharken Zijafleg- en middenafleg-harken Middenafleg-harken - driepuntsophanging R 655 DS - een middenafleg-hark met driepuntsaanbouw Driepuntsophanging Beweegbare elementophanging -- De harkelementen

Nadere informatie

TECHNISCHE HANDLEIDING

TECHNISCHE HANDLEIDING Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...

Nadere informatie

Carrosserie hefbrug GEBRUIKERS / INSTALLATIE HANDLEIDING

Carrosserie hefbrug GEBRUIKERS / INSTALLATIE HANDLEIDING nl/ta-_ 1 INHOUDSOPGAVE PAG 1 Inleiding 02 2 Gebruik van de handleiding 02 3 Verpakking/transport/opslag 02 4 Beschrijving van de hefbrug 02 5 Technische specificaties 03 6 Veiligheid 03 7 Installatie

Nadere informatie

1 Hydraulische systemen 9 1.1 Hydraulische overbrengingen 10 1.2 Kracht, snelheid en vermogen 15 1.3 Afsluiting 18

1 Hydraulische systemen 9 1.1 Hydraulische overbrengingen 10 1.2 Kracht, snelheid en vermogen 15 1.3 Afsluiting 18 Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Hydraulische systemen 9 1.1 Hydraulische overbrengingen 10 1.2 Kracht, snelheid en vermogen 15 1.3 Afsluiting 18 2 Hydraulische onderdelen 19 2.1 Oliereservoir 19 2.2 Pompen

Nadere informatie

STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02

STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02 STIGA PARK 107 M HD 8211-3042-02 S SVENSKA 1 2 3 4 5 7 A B 6 SVENSKA 8 9 X Z S Y W V 10 NEDERLANDS NL SYMBOLEN Op de machine ziet u de volgende symbolen om u eraan te herinneren dat voorzichtigheid en

Nadere informatie

Aanvulling op de technische handleiding. MOVIMOT -opties MLU.1A, MLG.1A, MBG11A, MWA21A. Uitgave 06/2008 16663675 / NL. www.sew-eurodrive.

Aanvulling op de technische handleiding. MOVIMOT -opties MLU.1A, MLG.1A, MBG11A, MWA21A. Uitgave 06/2008 16663675 / NL. www.sew-eurodrive. Aandrijfelektronica \ Aandrijfautomatisering \ Systeemintegratie \ Service SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG P.O. Box 3023 D-76642 Bruchsal / Germany Phone +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-1970 sew@sew-eurodrive.com

Nadere informatie

BECO Haakarmcarriers

BECO Haakarmcarriers BECO Haakarmcarriers BECO Haakarmcarriers De BECO haakarmcarriers zijn uniek in de sector. Zo op het oog lijken alle systemen op elkaar, er zijn veel manieren om een haakarmcarrier te bouwen, echter er

Nadere informatie

>01/2015-NL 406042-05

>01/2015-NL 406042-05 >01/2015-NL 406042-05 1 2 EEN RONDUIT INDRUKWEKKENDE SERIE XT 100 XT 130 XT 160 XT 160H XT 210H XT 240H De nieuwe generatie XT verlegt de grenzen van het prestatievermogen. Deze getrokken kunstmeststrooiers

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Tenias sinds 1957. Overzicht modellen. Serie Evolution. Technische specificaties Serie Evolution. Opties Serie Evolution.

Inhoudsopgave. Tenias sinds 1957. Overzicht modellen. Serie Evolution. Technische specificaties Serie Evolution. Opties Serie Evolution. Frontloader systems Inhoudsopgave Overzicht modellen Serie Evolution Technische specificaties Serie Evolution Opties Serie Evolution Serie 00 Technische specificaties Serie 00 Opties Serie 00 Werktuigprogramma

Nadere informatie

Voertuigcontrole 9-VLD E achter B

Voertuigcontrole 9-VLD E achter B Voertuigcontrole 9-VLD-47 21 E achter B Dit document bevat de onderdelen die u nodig heeft tijdens uw opleiding en examen. Kentekens Apk-bewijs Dodge Mogelijke vragen op het examen behorend bij kentekens

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Sleepstang Voor Auto s Datona

Veiligheidsinstructies Sleepstang Voor Auto s Datona Veiligheidsinstructies Sleepstang Voor Auto s Datona *dt-57880man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING 1 Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik...

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Ontvetterbak voor aan de wand Datona

Veiligheidsinstructies Ontvetterbak voor aan de wand Datona Veiligheidsinstructies Ontvetterbak voor aan de wand Datona *dt-54101man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik...

Nadere informatie

Handleiding Volkswagen Caddy (Maxi) voor rolstoelvervoer. (Versie 1.5 Nederlands)

Handleiding Volkswagen Caddy (Maxi) voor rolstoelvervoer. (Versie 1.5 Nederlands) Handleiding Volkswagen Caddy (Maxi) voor rolstoelvervoer (Versie 1.5 Nederlands) Inleiding Geachte bestuurder / gebruiker, Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe aangepaste auto. Deze handleiding is

Nadere informatie

Bestnr. 11 01 73. Zonne-energie laadregelaar 12 V / 24 V 4A met diepontladingsbeveiliging

Bestnr. 11 01 73. Zonne-energie laadregelaar 12 V / 24 V 4A met diepontladingsbeveiliging Bestnr. 11 01 73 Zonne-energie laadregelaar 12 V / 24 V 4A met diepontladingsbeveiliging Belangrijk! Beslist lezen! Deze gebruiksaanwijzing is een integraal onderdeel van dit product. Er staan belangrijke

Nadere informatie

Tweeassige trekkers juli 2008

Tweeassige trekkers juli 2008 Tweeassige trekkers juli 2008 Inhoud Inleiding 5 1 Veiligheid en milieu 1.1 Lekkage van brandstof, olie of koelvloeistof 1.2 Wettelijke regels 7 7 7 2 Starten, wegrijden en stoppen 2.1 Starten 2.2 Wegrijden

Nadere informatie

WWW.HUURLAND.BE HANDLEIDING CHAPEPOMP

WWW.HUURLAND.BE HANDLEIDING CHAPEPOMP Veiligheidsvoorschriften - De machine dient uitsluitend voor het mengen en verpompen van chape. Het verwerkte zand dient minimum korrel 05 te zijn en de maximum partikelgrootte bedraagt 16mm. Andere stoffen

Nadere informatie

Montage- en bedieningshandleiding Modules hydrauliques DN 25

Montage- en bedieningshandleiding Modules hydrauliques DN 25 Montage- en bedieningshandleiding Modules hydrauliques DN 25 2013/05 994436010DeD01-mub-nl V04 1 Art.nr. 100020167x Versie V04 Stand 2013/05 Vertaling van de originele handleiding Technische wijzigingen

Nadere informatie

RENALCHAIR 410 CE. Handleiding RENALCHAIR 410 CE

RENALCHAIR 410 CE. Handleiding RENALCHAIR 410 CE RENALCHAIR 410 CE Handleiding RENALCHAIR 410 CE Inhoudsopgave Garantievoorwaarden blz. 3 Beschrijving - Algemeen blz. 4 - Installatie blz. 5 - Onderhoudsvoorschriften bekleding blz. 7 Technische gegevens

Nadere informatie

Greentec Stobbenfrezen

Greentec Stobbenfrezen Greentec Stobbenfrezen Greentec 660 stobbenfrees Uitgekiende freeswielkap: Goede lossing en weinig morsen Zeer compacte, aftakas aangedreven stobbenfrees voor het professionele werk. Direkte aandrijflijn

Nadere informatie

Specificaties. FC 4000 Serie. Vierwiel Vorkheftruck FC 4000. Serie

Specificaties. FC 4000 Serie. Vierwiel Vorkheftruck FC 4000. Serie C FC 4000 Serie FC 4000 Serie Vierwiel Vorkheftruck C FC 4000 Serie Vierwiel Vorkheftruck 4.21 3.7 3.6 4.22 4.24 4.21 4.35 100 mm 4.33-4.34 100 mm 1220 500 Q 4.22 4.5 4.7 4.4 4.2 4.18 462 mm 14.6" 503

Nadere informatie

Motor vermogen: 26 pk Eigen gewicht: 1599 kg KUBOTA WIELLADER

Motor vermogen: 26 pk Eigen gewicht: 1599 kg KUBOTA WIELLADER Motor vermogen: 26 pk Eigen gewicht: 1599 KUBOTA WIELLADER KRACHTIG, SOEPEL EN VEELZIJDIG Kubota heeft een nieuwe lijn wielladers in het assortiment van 1000 tot 2800. Deze nieuwe RT-serie is ontworpen

Nadere informatie

Transport over land en te water laten van de boot

Transport over land en te water laten van de boot Transport over land en te water laten van de boot Hier lees je alles over het transporteren van boten over het land. Ook lees je hier alles over het te water laten en uit het water halen van je boot. Vervoer

Nadere informatie