Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 9 Milieu ANTWOORDMODEL thema schrift

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 9 Milieu ANTWOORDMODEL thema schrift"

Transcriptie

1 2 e editie Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt Thema 9 Milieu ANTWOORDMODEL thema schrift 9

2 Inhoud Hoe werk je met Mundo? 4 Start 6 Blok 1 Milieu en milieuproblemen 8 Menukaart 1 16 A Scheepsrampen B Hoeveel broeikasgassen produceer jij? C Bordspel: Honger of erosie? Blok 2 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? 20 Menukaart 2 28 A Een mijnwerkersgezin in Zuid-Limburg B Paaseiland C De eerste stoomtrein in Nederland Blok 3 De toekomst van het milieu 32 Menukaart 3 met keuzemenu Economie 40 A Duurzaam ondernemen B Speel de Afvalrace C Benzineprijs: een juiste prijs? Blok 4 Het milieu en ik 44 Eindsprint 50 Begrippen 52 Illustratieverantwoording 54 ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: of via onze klantenservice (088) ISBN Tweede druk, eerste oplage ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp ( Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www. auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Mundo 2e editie is mede gebaseerd op Mundo 1e editie. Aan Mundo 1e editie werkten mee: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Jeanine Cronie, Mariska Jansen, Marieke Kleinhuis, Jeannette Kooistra, Juul Lelieveld, Brigitte van Meurs, Eva Noort, Marieke van Osch, Theo Peenstra, Paul Scholte, Ferry Siemensma, Floris Ternede, Barbara Visschedijk, Jaap-Hein Vruggink. Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

3 Mens en maatschappij 2 e editie Themaschrift 9 Milieu ANTWOORDMODEL leerjaar 2 / vmbo-kgt Auteurs: Liesbeth Coffeng, Ilse Ouwens, Theo Peenstra & Paul Scholte Eindredactie: Liesbeth Coffeng & Theo Peenstra

4 4 Hoe werk je met Mundo? Voor je ligt het themaschrift van Mundo. Je hebt dit themaschrift samen met het lesboek elke les nodig voor mens en maatschappij. Op deze pagina s zie je hoe je met het themaschrift gaat werken. Intro Hier lees je een korte beschrijving van waar dit blok over gaat. Het themaschrift is op een vaste manier opgebouwd: De Start: dit is de themaopening. Blokken met opdrachten. Na blok 1, 2 en 3 een menukaart met keuzeopdrachten. Eindsprint met afsluitende opdrachten. Begrippen: uitleg van de belangrijkste begrippen. opdracht 1 De opdrachten die je gaat maken, kunnen door jou of je leraar of lerares worden aangekruist. In het themaschrift staan de opdrachten die je gaat maken. Je doet dat vaak met het lesboek. Bij de opdrachten heb je soms nog andere hulpmiddelen nodig. Dat wordt aangegeven met symbolen. Hieronder kun je lezen wat die betekenen: a b c d Bij deze opdracht heb je de atlas nodig. Bij deze opdracht heb je de computer nodig. Bij deze opdracht ga je samenwerken. Bij deze opdracht heb je extra spullen nodig, bijvoorbeeld een schaar of lijm. 8 Blok 1 opdracht 1 Landen rond de Middellandse Zee Lees de tekst hierboven en bekijk in het lesboek de titels, teksten en bronnen van blok 1. 1a Wat is de deelvraag van dit blok? 1b titel Elk jaar brengen veel Nederlanders hun vakantie door in een land aan de Middellandse Zee. In juli en augustus staan er heel lange files op de Franse snelwegen en daar komen veel Nederlandse gezinnen met hun caravan in terecht. Jongeren pakken massaal de bus of het vliegtuig naar de Spaanse stranden. Waarom is dit deel van Europa zo in trek bij vakantiegangers? DEELvraaG van DIt BLok: Hoe ziet het Middellandse Zeegebied eruit? Welk onderwerp hoort bij welk tekstblokje? Geef in figuur 1 met pijlen aan wat bij elkaar hoort. Warm en zonnig Het land Druk en rustig Het Romeinse rijk Romaanse en andere talen Chinees op school Toerisme Afstand 1c Welke bron in dit blok spreekt jou het meeste aan? Leg uit waarom. Bron opdracht 2, want Lees op bladzijde 8 van het lesboek de tekst Warm en zonnig. a Gebruik de atlas. 2a Maak de tabel van figuur 2 af. Gebruik GB 77B (BB-) en 77C (BB 56B). 2b Zoek de temperatuur in Athene en Amsterdam in januari en juli op. Zet die in de tabel van figuur 3. Gebruik GB 194E2 en E3 (BB 114D). 2c De blauwe staafjes geven de hoeveelheid neerslag aan per maand. Schrijf in figuur 3 op in welke maand de meeste neerslag valt in Athene en in Amsterdam. 2d Welk klimaat hebben de twee steden? Amsterdam: Athene: 2e Het verschil in klimaat komt doordat Zuid- Europa dichter bij / verder van de Atlantische Oceaan ligt. In Zuid-Europa komt de wind in de zomer uit het westen / andere windrichtingen. Daardoor komen er in de zomer weinig / veel wolken van de Atlantische Oceaan naar Zuid- Europa. Verder ligt Zuid-Europa zuidelijker en daardoor staat de zon er in de zomer hoger / lager. Het is er dan warm en droog. Figuur 1 onderwerp geschiedenis van het gebied talen die mensen spreken landschap wat een toerist nodig heeft in een gebied waar mensen wonen afstand in kilometers en tijd gerekend taalonderwijs in Nederland klimaat Deelvragen Ieder blok begint met een deelvraag. Aan het eind van het blok kun je die deelvraag beantwoorden. Figuren Figuren zijn plaatjes en tabellen waarin jij iets moet doen: kleuren, tekenen of schrijven.

5 opdracht 1 FiguuR 1 Culturen Oude Grieken niet één groot rijk, maar verschillende... in Athene bijzondere manier van besturen:... landbouw moeilijk, oplossing: 1 h... 2 k... Romeinen groot rijk: het... rijk Romeinse cultuur verspreidt zich in het hele rijk. Dat heet:... nieuw geloof in dit rijk:... taal:... Arabieren groot rijk: het... rijk geloof:... taal:... Landschap vegetatie: planten die tegen w... en d... zomers kunnen, zoals... en : veel hoogteverschillen Turkije taal:... geloof:... klimaat kust: M... Zeeklimaat binnenland: - veel / weinig neerslag - koude / zachte winters Klimaat heet:... Zeeklimaat zomer: d... en w... winter: n... en z... in hogere gebieden is het k... en n... Waar de mensen wonen Verdeling van de mensen in het gebied =... Meeste mensen wonen: aan de kust / in het binnenland Redenen vroeger: 1 l... 2 h... 3 v... nu: 1 l... 2 t... 3 h... opdracht 1 opdracht 2 FiguuR 2 opdracht 3 opdracht 4 Figuur opdracht 2 opdracht 3 FiguuR 3 d I 250 A km c H 21 a B b L J G 8 C D 19 K 11 E F 5 Extra Vraag aan je docent of je deze extra taak mag maken. verdieping Soms mag je deze opdracht maken van je docent, bijvoorbeeld als je tijd over hebt. Op een rij In deze opdracht oefen je wat je hebt geleerd in dit blok. Menukaart 40 Menukaart 3 Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Schone kleren Alleen Computer Hoe worden de kleren die je bij jouw favoriete winkelketen koopt, geproduceerd? B Mondialisering: een goede zaak? Met z n vieren Moeten we blij zijn met de mondialisering? Welke gevolgen zijn er voor de economie en het milieu? Voer een debat. C Nederland handelsland Alleen Papier of computer Onderzoek hoe goed Nederlandse bedrijven kunnen concurreren met bedrijven uit andere EU-landen. Schrijf daarover een krantenbericht. A Schone kleren b Ga naar en maak de opdracht Schone kleren. Thema 7 Wereldhandel Menukaart 3 met keuzemenu Economie Schoenen en mobieltjes 41 C Nederland handelsland In deze opdracht vergelijk je de 2b concurrentiekracht van Nederland met die van andere landen in de EU. Je zoekt antwoord op de vraag: Wat is de concurrentiekracht van Nederland? Je antwoord verwerk je in een krantenbericht. Omdat de factoren die de concurrentiekracht bepalen op verschillende manieren worden gemeten, ga je de landen punten geven voor hun concurrentiekracht. 3a Lees op bladzijde 25 van het lesboek de tekst 3b Nederland handelsland. 1a Leg in je eigen woorden uit wat concurrentiekracht is. 1b In de tekst worden een paar factoren genoemd die de concurrentiekracht van een land bepalen. 3c Er zijn natuurlijk nog veel meer factoren, zoals de ligging van een land. Leg uit waarom de ligging belangrijk is voor de handel. In de tabel staan zeven Europese landen. De twee landen met de beste arbeidskosten geef je 3 punten, de twee landen met de slechtste arbeidskosten geef je 1 punt en de landen ertussenin krijgen ieder twee punten. Zet die punten op de juiste plek in figuur 1. Bekijk op bladzijde 25 van het lesboek bron 31. Zoek in blok 3 de betekenis op van arbeidsproductiviteit. Is een hoge arbeidsproductiviteit goed of slecht voor je concurrentiekracht? Leg je antwoord uit. De twee landen met de beste arbeidsproductiviteit geef je 3 punten, de twee landen met de slechtste arbeidsproductiviteit geef je 1 punt en de landen ertussenin krijgen ieder twee punten. Zet die punten op de juiste plek in figuur 1. Thema 3 Toerisme Blok 4 Toerisme en recreatie in je eigen omgeving opdracht 11 verdieping 11a Met welke leus maakt Nijmegen reclame? 11b Veel dorpen en steden in Nederland hebben een slagzin waarmee ze reclame maken. Welke reclamezin heeft jouw woonplaats of streek? Tip: kijk eens op de website van je gemeente. 11c Misschien heb je geen reclamezin gevonden. En als die zin er wel is, kun je vast een betere verzinnen. Bedenk eerst wat er in jouw woonomgeving echt goed, leuk of bijzonder is voor toeristen en recreanten. Bedenk dan je eigen reclamezin voor jouw streek of plaats. opdracht 12 12a Bij jou in de buurt is er vast wel een recreatieterrein of zwemplas te vinden. Hoe heet dat recreatieterrein? 12b Bezoek je dat gebied wel eens? Zo ja, op wat voor soort dagen? Ja / nee, ik bezoek het gebied 12c Welke andere plaatsen, die speciaal zijn ingericht om je vrije tijd door te brengen, bezoek jij? 12d Welke recreatievoorziening zou jij in je buurt of stad graag erbij willen krijgen? Bb opdracht 13 Ga naar en maak de opdracht Drusus en Corbulo. opdracht 14 op een rij De letters van de Romeinse sporen zijn door elkaar geraakt. Zet ze weer in de goede volgorde. smile: schewelaag: hisbaud: ceshaspwerk: geenmijn: opdracht 15 deelvraag 15a Wat is er in jouw woonomgeving echt goed, leuk of bijzonder voor toeristen en recreanten? 15b Zijn er in je eigen omgeving overblijfselen uit de Romeinse tijd te vinden? Zo ja, welke en waar? 15c Wat is er te doen voor toeristen en recreanten in jouw omgeving? ExTrA oefenblad vaardigheden Vraag aan je docent of je het extra oefenblad Bronnen gebruiken moet maken. Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: op de kaart aanwijzen waar de grens van het Romeinse rijk in Nederland lag. uitleggen hoe de Romeinen hun grens bewaakten. voorbeelden noemen van voorwerpen die van de Romeinen in Nederland teruggevonden zijn. uitleggen waarom Nijmegen een geschikte plek was voor een Romeins fort. een voorbeeld geven van de manier waarop steden met hun geschiedenis mensen proberen te trekken. uitleggen waarom gemeenten mensen met evenementen en voorzieningen naar hun stad proberen te trekken. voorbeelden noemen van recreatievoorzieningen in je eigen omgeving. Begrippen: limes Tijdwijzer: Tijd van Grieken en Romeinen Ga naar: kennen en kunnen Na ieder blok staat er een overzicht van alles wat je moet kennen en kunnen voor je toets. 47 c B Mondialisering: een goede zaak? Deze opdracht doe je met z n vieren. Lees op bladzijde 24 van het lesboek de tekst Meningen. Bekijk op bladzijde 24 van het lesboek de bronnen 28 en 29. Je gaat met z n vieren een debat voeren over mondialisering. Maak twee tweetallen: één tweetal verdedigt het standpunt van de globalisten; één tweetal verdedigt het standpunt van de anders-globalisten. In het debat discussiëren jullie over de volgende twee stellingen. 1 Mondialisering is goed voor de economie van alle landen. 2 Mondialisering is slecht voor het milieu wereldwijd. Hier mag je kiezen welke van de keuzeopdrachten je wilt doen. Er zit altijd één opdracht bij die je op de computer doet. En in leerjaar 2 is er per themaschrift ook altijd een keuzemenu Economie. Eindsprint 50 Eindsprint Bekijk het schema in figuur 1. Maak het schema in figuur 1 compleet. 1a Vul de woorden waarvan al een letter is gegeven aan. Middellandse Zeegebied Bereid je als tweetal voor op het debat. Bedenk wat jullie mening is over de twee stellingen. Zet de argumenten voor jullie mening op een rij. Bedenk wat het andere tweetal vindt en welke argumenten zij hebben. Bedenk hoe je kunt aantonen dat het andere tweetal geen gelijk heeft. Bedenk voorbeelden waarmee je jullie argumenten duidelijk kunt maken. Voer het debat. Begin met stelling 1. Laat eerst het ene tweetal aan het woord. Daarna krijgt het andere tweetal het woord. Reageer op elkaars argumenten en voorbeelden. Wie was het meest overtuigend? Doe hetzelfde voor stelling 2. 1b Zet de volgende woorden op de goede plek: islam Middellandse Arabisch stadstaten olijfboom christendom cipres reliëf Latijn bevolkingsspreiding Romeinse romanisering christendom islam Arabische democratie. Dit zijn afsluitende opdrachten aan het eind van het thema. Je vult een schema in en herhaalt zo nog een keer de belangrijkste begrippen. Hierdoor ontdek je of je alles goed kent. 1c d 2a Heeft Nederland een goede ligging voor de handel? Gebruik eventueel de atlas. papier Bekijk op bladzijde 25 van het lesboek bron 30. Zijn hoge arbeidskosten goed of slecht voor je concurrentiekracht? Leg je antwoord uit. Land Nederland Duitsland Frankrijk Verenigd Koninkrijk Polen Zweden Portugal Thema 3 Toerisme Eindsprint 2a 2b 2c 2d 3a Score concurrentiekracht 4a Bekijk op bladzijde 25 van het lesboek bron 32. Is een hoog opleidingsniveau goed of slecht voor de concurrentiekracht van een land? Leg je antwoord uit. 4b Geef de twee landen met het beste onderwijsniveau weer 3 punten, de twee landen met het slechtste opleidingsniveau geef je 1 punt en de landen ertussenin krijgen ieder twee punten. Zet die punten op de juiste plek in figuur 1. Arbeidskosten Arbeidsproductiviteit Opleidingsniveau Totaal Bekijk op bladzijde 28 van het lesboek de Tijdwijzer. Bekijk de tijdbalk in figuur 2. Kleur op de tijdbalk: de tijd van jagers en boeren: geel de tijd van Grieken en Romeinen: rood Schrijf de volgende letters bij de tijdbalk: A 500 v.chr.: bloeitijd van Athene B 1: geboorte van Christus C 100 n.chr: Romeinse rijk op zijn grootst D 500 n.chr: val van het Romeinse rijk Wat kom je nu nog tegen van de oude Grieken? Wat kom je nu nog tegen van de Romeinen? Bekijk de kaart in figuur 3. Zet de naam van het land of eiland achter de letters. A D B E C F G J H K I 3b Zet de naam van de stad, zee of rivier achter de cijfers c Zet de naam van het gebergte achter de letters. a c b d 51 Bij ieder blok vind je op ict-opdrachten, films, animaties en oefentoetsen.

6 6 START Thema 9: Milieu opdracht 1 2c Leg uit waarom je dat niet doet. 1a Lees op bladzijde 51 van het lesboek de tekst Plastic soep en bekijk de foto. Welk probleem zie je op de foto? Eigen antwoord. Vervulling van water met drijvend plastic. 1b 1c 1d Bedenk of de eigenaren van de boten dit als een probleem ervaren. Leg je antwoord uit. Waarschijnlijk wel. Het ziet er niet mooi uit, de troep is onhandig bij het wegvaren en aanleggen en waarschijnlijk ook bij het vissen als ze dat met deze boten doen. Zie je het echte probleem op deze foto? Nee, het echte probleem speelt zich verder op zee af, het ontstaat op het land. Waarom hoor of zie je niet zo veel over dit milieuprobleem in het nieuws? Het echte probleem ver weg op zee is niet zo zichtbaar, er komen daar weinig mensen, er zijn ook maar weinig mensen die er direct last van hebben. c d opdracht 3 Deze opdracht doe je met z n tweeën. tijdschriften en kranten, vel papier (A3 of groter), kleurpotloden, schaar, lijm Zoek in tijdschriften en kranten naar teksten en afbeeldingen over het milieu. Zoek naar de volgende onderwerpen: een schoon milieu; milieuproblemen; oplossingen voor milieuproblemen. Leg de plaatjes en artikelen die jullie gevonden hebben bij elkaar. Deel ze in op onderwerp. Kies per onderwerp de beste plaatjes uit. Kies per onderwerp de beste artikelen uit. Onderstreep daarin de belangrijkste zinnen. Of knip de kop uit. Maak nu een collage over het milieu. Laat van elk onderwerp iets zien. Schrijf er zelf korte teksten bij. opdracht 2 2a Jouw gedrag heeft ook invloed op het milieu. Noem drie dingen die je iedere dag doet waarmee jij het milieu vervuilt. 1 Eigen antwoord. 2 2b 3 Bedenk voor één van de dingen uit opdracht 2a een manier waardoor je het milieu minder zou vervuilen. Eigen antwoord.

7 Thema 9 Milieu Start 7 Hoofdvraag: Welke invloed hebben mensen op het milieu? Blok Deelvraag Onderwerp 1 Waarom heeft de hele wereld te maken met milieuproblemen? welke milieuproblemen er zijn 2 Welke milieuvervuiling was er vroeger? milieuproblemen vroeger 3 Hoe gaat het verder met het milieu? oplossingen voor milieuproblemen 4 Wat kost een beter milieu en wat betekent dat voor jou? wat ik aan milieuproblemen kan doen Figuur 1 opdracht 4 Blader in het lesboek thema 9 door. Lees de titels, de tussenkopjes en bekijk de bronnen. 4a Schrijf de hoofdvraag als titel bij figuur 1. 4b Op welke vraag krijg je antwoord in welk blok? Schrijf de deelvragen van dit thema bij het goede blok. 4c Zet de volgende onderwerpen bij het goede blok. oplossingen voor milieuproblemen wat ik aan milieuproblemen kan doen milieuproblemen vroeger welke milieuproblemen er zijn. 5a opdracht 5 Wat weet jij al van het milieu? Test je kennis en maak de puzzel in figuur 2. 1 Een belangrijk milieuprobleem is de opwarming van de 2 Het opnieuw gebruiken van afval als grondstof. 3 Het etiket op een apparaat dat aangeeft hoe energiezuinig het apparaat is. 4 Zorgt voor veel luchtvervuiling. 5 Windmolens leveren deze vorm van energie. 6 CO 2 zorgt voor een versterkt...-effect. 7 Als dieselauto s een -filter hebben, stoten ze veel minder fijnstof uit. 5b 5 Bedenk waarom het woord dat in de grijze kolom staat, belangrijk is als je het hebt over milieuproblemen. hghg Figuur A A R D E R E C Y C L 4 7 I N G E N E R G I E L A B E L V E R K E E R W I N D E N E R G I E B R O E I K A S R O E T

8 8 Blok 1 Milieu en mileuproblemen Als het milieu in het nieuws is, gaat het vaak over problemen. Maar wat bedoelen we precies met milieu? Wat voor problemen zijn er met het milieu? En wat kunnen we er als mensen aan doen? Daarover gaat het in dit blok. 2a opdracht 2 Lees op bladzijde 52 van het lesboek de tekst Ieder zijn milieu. Wat zijn de drie onderdelen van het milieu? 1 2 landschap klimaat Deelvraag van dit blok: Waarom heeft de hele wereld te maken met milieuproblemen? opdracht 1 2b 3 mensen Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen Nederland, een tropisch regenwoud en een woestijn? Schrijf de verschillen in figuur 1. Kies uit: warm en vochtig warm en droog gematigd dicht begroeid oerwoud weinig bebouwing nauwelijks begroeiing weinig bebouwing veel bebouwing. 1a 1b 1c Bekijk in het lesboek de titels en bronnen van blok 1. Kruis de titels aan die volgens jou te maken hebben met milieuproblemen. Ieder zijn milieu Milieuvervuiling Aantasting: verstoring en versnippering Op is op Bodemerosie in het Rifgebergte Het broeikaseffect Kruis de bronnen aan die volgens jou te maken hebben met milieuproblemen. Bron 1: De kringloop van het water Bron 2: Rioolwaterzuiveringsinstallatie Bron 3: Vervuilde grond in Lekkerkerk Bron 4 en 5: Ecoducten Bron 6: Bodemerosie in het Rifgebergte Bron 7: IJsbedekking van de Noordpool in 1980 en in 2010 Maak jij je wel eens zorgen over het milieu? Zo ja, waarover maak jij je zorgen? 1a t/m c: eigen antwoorden. 3a 3b opdracht 3 Bekijk op bladzijde 52 van het lesboek bron 1. Zet de stappen van de kringloop in de juiste volgorde. Zet voor iedere stap een cijfer. De eerste stap heeft al het cijfer Wolken drijven van zee naar het land. Het sneeuwt en het regent. Een rivier stroomt van de bergen naar lagergelegen gebieden. Waterdamp condenseert en er ontstaan wolken. De sneeuw smelt. Water verdampt uit zee. Water stroomt over en door de grond naar het dal. 8 De rivier mondt uit in zee. Wat is het begin- en eindpunt van deze kringloop? De zee. Figuur 1 Weer en klimaat Plantengroei Ingericht landschap Nederland Tropisch regenwoud Woestijn Nederland gematigd loofbos veel bebouwing warm en vochtig dicht begroeid oerwoud weinig bebouwing warm en droog nauwelijks begroeiing weinig bebouwing

9 Thema 9 Milieu Blok 1 Milieu en milieuproblemen 9 3c De kringloop van het water zoals die is getekend in bron 1 is de lange kringloop van het water. Bedenk wat er gebeurt bij een korte kringloop van water. De regen valt dan gelijk weer in zee. 4b Het schema van figuur 2 is nog geen kringloop. Daarvoor ontbreekt één pijl. Teken die pijl zelf in het schema. 4c Leg uit wat wordt bedoeld met de uitspraak: De aarde heeft geen afval. De aarde hergebruikt haar eigen afval, waardoor er niets overblijft. 1 4a opdracht 4 verdieping Mineralen zijn voedingsstoffen voor planten. Ze lossen op in water. Ook mensen en dieren hebben mineralen nodig. Door planten te eten, krijgen mensen en dieren mineralen binnen. In deze opdracht maak je een schema van de mineralenkringloop. Lees eerst de stappen 1 t/m 10 door. Bedenk wat de goede volgorde van de stappen van de mineralenkringloop is. Zet de cijfers van de stappen op de juiste plaats in figuur 2. Begin bij 1: Planten nemen met hun wortels water en mineralen op uit de bodem. 1 Planten nemen met hun wortels water en mineralen op uit de bodem. 2 Mineralen lossen in de bodem op in water. 3 Mineralen zakken tussen de zandkorrels door de grond in. 4 Dode plantenresten verrotten. 5 Via de stam en de takken komen mineralen in de bladeren van de planten. 6 Volgroeide planten sterven af en bomen laten in de herfst hun bladeren vallen. 7 Planten groeien. 8 Mensen en dieren eten planten en vruchten. 9 Bacteriën breken verrotte plantenresten en uitwerpselen af tot mineralen. 10 Mensen en dieren poepen voedselresten weer uit. Figuur d Er is ook een gesteentekringloop. In de brugklas heb je daar al iets over geleerd, alleen werd dat toen niet zo genoemd. Bedenk samen met een medeleerling vijf stappen uit de gesteentekringloop. Tip: Denk aan een vulkaan. 5a 5b 5c 5d Een vulkaan barst uit. De lava stolt. Het gesteente wordt onderdeel van een plaat. Het gesteente duikt bij een trog mee naar beneden. Het gesteente smelt en komt weer in de mantel. Ze komt uiteindelijk bij een vulkaanuitbarsting weer een keer aan het aardoppervlak. opdracht 5 Lees op bladzijde 53 van het lesboek de tekst Milieuvervuiling. Bekijk op bladzijde 52 en 53 van het lesboek bron 2 en 3. Bij welke vorm van vervuiling past bron 2 het best? Watervervuiling. Bij welke vorm van vervuiling past bron 3 het best? Bodemvervuiling. Van welke vorm van vervuiling staat geen bron in het lesboek? Luchtvervuiling. Bedenk waarom van die vorm van vervuiling geen foto is afgebeeld in het boek. Luchtvervuiling en het schoonmaken ervan kun je niet zo goed zien.

10 10 opdracht 6 Bekijk op bladzijde 52 van het lesboek bron 2. 6a We halen water uit het milieu, en nadat we het hebben gebruikt, komt het ook weer in het milieu terecht. Lees eerst de stappen 1 t/m 9 door. Bedenk wat de goede volgorde van de stappen van deze drinkwaterkringloop is. Zet de cijfers van de stappen op de juiste plaats in figuur 3. Begin bij 1. 1 Door de riolering stroomt het water naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. 2 Het water gaat via de waterleiding naar woningen en bedrijven. 3 Hoe dieper het water in de grond wegzakt, hoe schoner het wordt. Diep in de grond zitten geen voedingsstoffen meer voor schadelijke bacteriën. 4 In een fabriek worden de laatste schadelijke stoffen uit het water gefilterd. 5 Jij draait de kraan open voor een lekkere douche. 6 Jouw douchewater spoelt door het putje het riool in. 7 Kanaalwater zakt langzaam weg in de grond. 8 Nadat het meeste vuil eruit gefilterd en bezonken is, is het water schoon genoeg om in een kanaal te lozen. 9 Het water wordt uit de grond gepompt. 6b Kleur het vakje in figuur 3 dat het best bij bron 2 past rood. 6c Vervuild water verlaat je huis via de riolering. Op welke manieren verdwijnen andere afvalstoffen uit je huis? Plastic, oud papier, gft, glas mogelijk gescheiden, restafval in een container/vuilniszak. Je moet het wegbrengen of het wordt opgehaald. Figuur a 7a 7b 7c 7d 8a opdracht 7 Bekijk op bladzijde 53 van het lesboek bron 3. Gebruik de atlas. Zoek Lekkerkerk op in de atlas. Lekkerkerk ligt in de provincie Zuid-Holland vlak bij de grote stad Rotterdam. Hoe werd de vervuiling in Lekkerkerk ontdekt? Had de ramp in Lekkerkerk voorkomen kunnen worden? Ja / Nee, want het gif was afkomstig van vaten Bedenk waarom het afgraven van de vervuilde grond zo veel tijd en geld kost. opdracht 8 Lees op bladzijde 54 van het lesboek de tekst Aantasting: verstoring en versnippering. Heb je bij jou in de buurt wel eens geluidsoverlast? Zo ja, waarvan? 8b Trek in figuur 4 lijnen tussen de zinnen en de begrippen versnippering of verstoring. 8c Leg uit waarom er minder diersoorten komen door verstoring. a 9a Doordat een waterleiding knapte, kwam men erachter dat het water vervuild was en later bleek de bodem ook vervuild te zijn. die gedumpt waren in sloten. De huizen blijven staan, men graaft onder de huizen de grond weg. De huizen moeten gestut worden om instorten te voorkomen. Dit kost tijd en geld. Eigen antwoord. Jongen raken hun moeder kwijt. Of vogels gaan van hun nest. Er komen dan steeds minder jongen om de soort in stand te houden. opdracht 9 Bekijk op bladzijde 54 van het lesboek bron 4 en 5. Gebruik de atlas. Leg in je eigen woorden uit wat een ecoduct is. Een viaduct over een snelweg, waar dieren kunnen oversteken van het ene naar het andere natuurgebied.

11 Thema 9 Milieu Blok 1 Milieu en milieuproblemen 11 Door militaire activiteiten raken zeehondjongen hun moeder kwijt. Verstoring De snelweg A1 loopt dwars door de Veluwe. Boeren mogen pas maaien na 15 juni. In 2006 stierven er meer dassen door het verkeer. Door de verlichting van snelwegen raken trekvogels de weg kwijt. Versnippering Figuur 4 9b Ecoducten worden meestal niet over spoorwegen aangelegd. Bedenk waarom een ecoduct over een snelweg wel nodig is en een ecoduct over een spoor niet. A1 A6 A km Tussen twee opeenvolgende treinen zit vaak flink wat tijd. Dieren kunnen dus gemakkelijk een spoorweg oversteken. 9c Bekijk figuur 5. Bedenk wat geschikte plaatsen zijn voor meer ecoducten op de Utrechtse Heuvelrug. Gebruik de atlaskaart van Midden- Nederland. Teken twee ecoducten op de kaart van figuur 5. 9d Leg uit waarom je de ecoducten daar hebt getekend. Bijvoorbeeld: zo worden de grootste bosgebieden met elkaar verbonden. opdracht 10 Bekijk op bladzijde 54 van het lesboek bron 4. Lees op bladzijde 146 Vaardigheid 4 Waarderen. 10a De ecoducten op de Veluwe verbinden vooral bosgebieden met elkaar. Bedenk waarom het ecoduct bij Middachten is gepland. Zo kunnen dieren van de Veluwe in de uiterwaarden van de IJssel komen grazen en drinken. 10b In 2011 schrapte de regering het aanleggen van nieuwe natuur in Flevoland. Tussen welke natuurgebieden kunnen grote herten en wilde zwijnen daardoor niet gemakkelijk trekken? Veluwe en Oostvaardersplassen. A2 A12 A27 A2 Figuur 5 Hilversum Utrecht A27 A2 A27 Zeist 10c De Partij voor de Dieren vond daarom dat één van de ecoducten voor niets was aangelegd. Welk ecoduct bedoelt die partij? Het ecoduct Hierden. Amersfoort natuurgebied Utrechtse Heuvelrug bebouwing water bestaand ecoduct A28 A1 Leusden Veenendaal snelweg spoorlijn nieuw te bouwen ecoduct 10d Ben je het eens met de Partij voor de Dieren? Leg je antwoord uit. Gebruik in je antwoord het begrip Ecologische Hoofdstructuur. Voorbeelden van goede antwoorden: Ja, het ecoduct was in de Ecologische Hoofdstructuur bedoeld als verbinding tussen twee grote natuurgebieden. Nee, over het ecoduct kunnen de dieren van de Veluwe nog steeds bij het A12 A28 A1 A30 A15 water komen, ze kunnen ook naar het bos aan de overkant zwemmen, de Ecologische Hoofdstructuur wordt dus wel versterkt.

12 12 opdracht 11 Lees op bladzijde 54 van het lesboek de tekst Op is op. 11a Kruis de voorbeelden van de uitputting van natuurlijke hulpbronnen aan. De aarde is oud en slijt langzaam. De aardoliereserves in de Verenigde Staten raken snel op. Er is steeds minder vis in de Noordzee. Door verbranding van fossiele brandstoffen komt er veel koolstofdioxide in de lucht. In Zweden worden alle gekapte bomen vervangen door nieuwe aanplant. 11b Waarvoor worden aardolie en aardgas gebruikt? Voor het maken van benzine en andere brandstoffen voor vliegtuigen, fabrieken, verwarming in huizen enzovoort. a opdracht 13 gebruik in de atlas de overzichtskaart en thematische kaart van Marokko. Lees op bladzijde 55 van het lesboek de tekst Daar en nu: Bodemerosie in het Rifgebergte. Bekijk op bladzijde 55 van het lesboek bron 6. 13a Wat is bodemerosie? De vruchtbare bodem spoelt weg. 13b Het Rifgebergte ligt in het noorden / oosten / zuiden / westen van Marokko. Het Rifgebergte is tussen de 500 meter en 3000 meter hoog. In het Rifgebergte valt meer / minder neerslag dan in het vlakkere gedeelte van Marokko. In het Rifgebergte is het belangrijkste bodemgebruik: 11c Waarom kan de aarde de voorraad olie en gas niet (snel) aanvullen? Het duurt vele miljoenen jaren voordat uit plantenresten weer olie en gas is ontstaan. mediterrane landbouw. De producten die op het land verbouwd worden zijn: granen, olijven en citrusvruchten. 11d Noem twee redenen waarom de wereldbevolking steeds meer energie verbruikt. 1 2 De bevolking groeit, er zijn steeds meer mensen. Door meer welvaart gebruiken we meer energie. opdracht 12 12a Bedenk waarom er steeds minder vis in de Noordzee zwemt.???? Door overbevissing. 12b Door minder vis te vangen en te kleine vis terug te zetten in zee, kan de hoeveelheid vis in zee weer groeien. Maar daardoor is er minder vis om te verkopen. De vis wordt daardoor duurder / goedkoper. Het is daarom wel / niet winstgevend om vis uit verre landen in te voeren. Je kunt het tekort aan vis op de markt ook aanvullen door vis te kweken, telen. 13c Leg uit waarom honderd jaar geleden bodemerosie nog geen probleem was in het Rifgebergte. Tussen de akkertjes stonden toen nog bomen die met de wortels de bodem vasthielden. Die bomen zijn weggehaald om meer akkertjes te kunnen aanleggen. 13d Wat is de overeenkomst in de oorzaak van dit milieuprobleem en de oorzaak van de problemen in het tekstblok Op is op? Bevolkingstoename. 13e Kijk goed naar de foto. Op welke manier hebben de boeren geprobeerd het wegstromen van water van de helling te stoppen? Ze hebben randjes gemaakt dwars op de helling, waardoor het water wordt afgeremd en langer de tijd krijgt om in de grond weg te zakken.

13 Thema 9 Milieu Blok 1 Milieu en milieuproblemen 13 opdracht 14 Bekijk op bladzijde 55 van het lesboek bron 7. 14a Welke verschillen zie je tussen de twee kaarten? IJskappen zijn in 2003 een stuk kleiner dan in b Bedenk hoe de verschillen tussen 1980 en 2010 zijn ontstaan. Het is steeds warmer geworden op aarde 15c Er zit maar 0,038% koolstofdioxide in de dampkring. Het is dus een onbelangrijk gas. Ben je het eens met deze stelling? Leg je antwoord uit. Ja / Nee, want zonder koolstofdioxide kunnen planten niet groeien. Er zou geen eten zijn en te koud zijn voor de huidige levensvormen. 15d Waardoor komt er steeds meer koolstofdioxide in de dampkring? Door de verbranding van fossiele brandstoffen. waardoor de ijskappen aan de polen zijn gaan smelten. 14c Weet je het nog? Wat wordt bedoeld met het klimaat? Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar. 14d Merk jij dat het warmer wordt in Nederland? Bijv.: Nee, ik ben nog te jong. Je kunt geen uitspraken over het klimaat doen naar aanleiding van een paar warme jaren. Of: Ja, veel mensen praten erover. Er is veel over in het nieuws. opdracht 15 Lees op bladzijde 55 van het lesboek de tekst Het broeikaseffect. 15a De dampkring heeft verschillende namen. Ken jij nog een naam voor dampkring? Zo ja, welke? Atmosfeer, lucht. 15b Vul in figuur 6 in welke gassen planten, mensen en dieren nodig hebben, en waarvoor die gassen nodig zijn. opdracht 16 Bekijk op bladzijde 55 van het lesboek nog eens bron 7. 16a Als ik in de zomer witte kleren draag, heb ik het warmer / koeler dan wanneer ik zwarte kleren draag. Als het (witte) ijs op aarde smelt, wordt het aardoppervlak lichter / donkerder van kleur. Gevolg: de aarde neemt meer / minder warmte op. Hierdoor daalt / stijgt de temperatuur op aarde. 16b Als het warmer wordt, is er meer / minder verdamping. Er zijn dan meer / minder wolken. Wolken zijn vanuit de ruimte gezien wit van kleur. Als er meer wolken zijn, wordt de aarde lichter / donkerder van kleur. Gevolg: de aarde neemt meer / minder warmte op. Hierdoor daalt / stijgt de temperatuur op aarde. 16c Wat is je conclusie? De gevolgen van het smelten van de ijskappen voor de opwarming van de aarde zijn moeilijk / gemakkelijk te voorspellen. 16d Bedenk welke gevolgen het smelten van het ijs heeft voor de dieren in het Noordpoolgebied. Bedenk welke gevolgen het smelten van het ijs heeft voor de dieren in het Noordpoolgebied. Figuur 6 Planten Mensen en dieren Welke gas(sen) uit de dampkring nodig? zuurstof en koolstofdioxide zuurstof Waarvoor is het gas nodig? om te leven en om te groeien om te ademen (en om warmte in de dampkring te houden)

14 14 opdracht 17 Planten, industrie, verkeer en zee spelen allemaal een rol bij de uitstoot van koolstofdioxide en het opnemen ervan in de lucht. Koolstofdioxide bestaat uit koolstof en zuurstof. Bij het opnemen van koolstofdioxide wordt de koolstof opgeslagen. Je kunt zeggen dat er een kringloop van koolstof is. Bekijk figuur a Lees de volgende stappen. Zet de cijfers van de stappen in het juiste vakje van figuur 7. 1 Planten nemen koolstofdioxide op uit de lucht. 2 In steden worden aardgas en aardolie gebruikt voor verwarming en industrie. 3 Aardgas en aardolie worden met boortorens uit de grond gehaald. 4 Fabrieken en elektriciteitscentrales stoken aardolie, aardgas en steenkool en brengen zo koolstofdioxide in de lucht. 5 Het verkeer verbruikt aardolie en brengt koolstofdioxide in de lucht. 6 Waterplanten, weekdieren en vissen halen koolstof uit het water en groeien. 7 Planten die doodgaan in een moeras vergaan niet. De koolstof blijft opgeslagen in de dode plantenresten. 8 Dode plantenresten worden onder druk van de aardlagen erboven langzaam veranderd in steenkool. 9 Uit de dode resten van waterplanten en zeedieren ontstaat aardgas en aardolie. 10 In mijnen wordt steenkool uit de grond gehaald. 11 Koolstofdioxide lost op in het water van zeeën en oceanen. 12 Dode zeediertjes en waterplanten zinken naar de bodem en vormen dikke lagen dood materiaal. 17b De vakjes die genummerd zijn, staan in grotere vakken. Kleur het vak dat gaat over het opnemen van koolstofdioxide uit de lucht groen. Kleur het vak dat gaat over het in de lucht brengen van koolstofdioxide rood. Kleur het vak dat gaat over koolstof dat opgeslagen zit in de aardkorst blauw. Figuur

15 Thema 9 Milieu Blok 1 Milieu en milieuproblemen 15 Bb Bb opdracht 18 ga naar en maak de opdracht Hoe schoon is de lucht vandaag?. opdracht 19 ga naar en maak de opdracht Biodiversiteit. opdracht 20 op een rij 20a De letters van onderstaande milieuproblemen zijn in de war geraakt. Schrijf de milieuproblemen op de juiste manier in de puzzel van figuur 8. 1 moederbosie 2 verspringpien 3 wavergruivintel 4 grinstover 5 vechtluivulring 6 pintutigut 20b Welk woord lees je van boven naar beneden in de grijze balk? Milieu. opdracht 21 deelvraag Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: drie soorten milieuproblemen noemen. drie soorten vervuiling noemen. voorbeelden noemen van versnippering. voorbeelden noemen van verstoring van het milieu. uitleggen wat biodiversiteit en ecologische hoofdstructuur met elkaar te maken hebben. uitleggen wat fossiele brandstoffen zijn en waarom ze opraken. uitleggen wat bodemerosie is. vertellen wat het verschil is tussen het broeikaseffect en het versterkte broeikaseffect. voorbeelden noemen van de gevolgen van het versterkte broeikaseffect. voorbeelden van verschillende kringlopen noemen en deze kringlopen in een schema tekenen. Eigen onderwerp. 21a De vraag waardoor de hele wereld te maken heeft met milieuproblemen, heeft te maken met de oorzaken. Welke twee oorzaken gelden voor alle milieuproblemen? 1 bevolkingsgroei 2 welvaartsgroei, groei van de economie 21b Niet alle soorten vervuiling verspreiden zich op dezelfde manier. Welk soort vervuiling verspreidt zich het snelst en het verst? Luchtvervuiling. Begrippen biodiversiteit bodemerosie broeikaseffect dampkring ecologische hoofdstructuur fossiele brandstoffen Vaardigheid 4 Waarderen natuurlijk evenwicht oppervlaktewater uitputting versnippering verstoring vervuiling Ga naar: Figuur 8 1 B O D E M E R O S I E 2 V E R S N I P P E R I N G 3 W A T E R V E R V U I L I N G 4 V E R S T O R I N G 5 L U C H T V E R V U I L I N G 6 U I T P U T T I N G

16 16 Menukaart 1 Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Scheepsrampen Alleen Atlas, computer B Hoeveel broeikasgassen produceer jij? Alleen Computer C Bordspel: Honger of erosie? Samen (twee tot vier leerlingen) - Pionnen - Dobbelsteen - Kopieën van de kaarten in figuur 2 en 3. - Schaar (om de kaartjes los te knippen) - Gekleurd papier (knip er 30 even grote stukjes van als de kanskaarten) A Scheepsrampen a 1a 1b opdracht 1 Gebruik de atlas. Lees op bladzijde 56 van het lesboek bron 8. Zoek in de atlas Duinkerken op. In welk land ligt Duinkerken? In Frankrijk. Bedenk waarom de plek waar de Tricolor zonk zo gevaarlijk was. Het ligt in een drukke scheepvaartroute, er komen veel andere schepen langs. Figuur 1 Gezonken olietankers rond Europa Schip Plaats Jaar Braer Shetland eilanden Sea Empress Milford Haven 1996 Torrey Canyon Scilly eilanden 1967 Amoco Cadiz Brest 1978 Ievoli Sun Cherbourg Globe Assimi Klaipeda 1981 Erika Prestige Nantes A Coruña Andros Patria A Coruña 1978 Urqiola A Coruña 1976 Aegean Sea Jakob Maersk Independenta A Coruña Porto Istanbul c b a 2a 2b 2c 2d De Tricolor is geen olietanker. Waarom stierven er toch vogels door de ramp met de Tricolor? Omdat er olie uit de brandstoftanks lekte, en omdat er een dieseltanker tegenaan voer, die ook ging lekken. opdracht 2 gebruik internet. Gebruik zo nodig de atlas. Sommige schepen in figuur 1 hebben een naam die ook iets anders betekent. Bedenk welk woord je naast de naam van het schip in een zoekmachine kunt gebruiken om meer over deze rampen op internet te vinden. Olieramp. Vul nu figuur 1 verder in. Welke plaats in figuur 1 is het gevaarlijkst als het gaat om ongelukken met tankers in de zeeën rond Europa? A Coruña Kies één van de scheepsnamen uit en zoek op internet informatie over de ramp met dat schip. Wat was de oorzaak van de ramp? Hoe gebeurde de ramp precies? Wat waren de gevolgen van de ramp? Welke maatregelen werden getroffen na de ramp? Kies zelf een manier om je antwoorden op de vragen te presenteren. Denk bij je presentatie ook aan een kaart van de plaats van de ramp en eventuele foto s van het schip.

17 Thema 9 Milieu Menukaart 1 Milieu en milieuproblemen 17 B Hoeveel broeikasgassen produceer jij? Bb ga naar en maak de opdracht Broeikasgassen. C Bordspel: Honger of erosie? c d Dit spel speel je met twee tot vier leerlingen. Zie menukaart. Vooraf Leg alles klaar. Schud de kans- en pechkaarten en leg ze op één stapel met de tekst naar beneden. Maak twee stapels van de akkerkaarten en de terraskaarten. Gooi met de dobbelsteen. Het aantal ogen dat je gooit, is jouw aantal kinderen. Je gezin bestaat uit: vader, moeder en de kinderen. Leg voor ieder kind in je gezin een stukje gekleurd papier voor je neer. Elke speler heeft op de berghelling vijf percelen bos: A t/m E. Jij beslist welke percelen worden gekapt om akkers aan te leggen. Op die percelen leg je een akkerplaatje. Hoeveel akkers je moet aanleggen, is afhankelijk van het aantal kinderen dat je hebt (zie de tabel bij het speelbord in het lesboek). Figuur 2 Kans- en pechkaarten. Voorbehoedsmiddel Je krijgt niet meer dan vier kinderen. Als je er al meer dan vier hebt, krijg je geen kinderen meer. Te weinig voedsel Een kind sterft. Leg een kind terug op de stapel en ga 6 plaatsen terug. Het spel Gooi om beurten met de dobbelsteen om te bepalen hoeveel stappen je naar boven mag. Kom je op een ooievaarsvakje? Je krijgt er een kind bij. Let op: misschien moet je nu ook een extra akker aanleggen. Zie de tabel in het lesboek. Kom je op een blauw vlakje? Ai, een harde regenbui. Sta je op dat moment op een perceel met bos: je hebt geen bodemerosie en kunt blijven staan. Sta je op een akker: je hebt wel bodemerosie en moet 5 plaatsen terug. Is het perceel boven je op de helling ook een akker: nog meer bodemerosie en moet je 10 plaatsen terug. Kom je op een vakje met een vraagteken? Pak een kaart van de stapel kans- en pechkaarten en lees de tekst voor. Soms moet je de opdracht op een kaart direct uitvoeren, soms later. Leg de kaart na het lezen onder op de stapel terug. Kom je op een leeg vakje, dan hoef je niets te doen. De volgende speler mag de dobbelsteen gooien. Wie het eerst de top van de berghelling heeft bereikt, is de winnaar. Figuur 3 Akker- en terraskaarten. Terrasakker Je mag een terrasakker aanleggen. Een terras betekent geen bodemerosie. Je hoeft geen plaatsen terug bij een regenbui. Slimme zet: een bomenrij Je plant bomenrijen terug op de helling. Dat betekent minder erosie! Je mag 3 plaatsen vooruit. terras akker akker Flinke regenbui Een deel van jouw oogst mislukt door de harde regen. Ga 3 plaatsen terug. Slecht nieuws Je broer is overleden en laat twee kinderen achter. Neem twee extra kinderkaarten en leg zo nodig een extra akker aan (zie tabel).

18 18

19 Thema 9 Milieu Blok 1 Aantekeningen 19

20 20 Blok 2 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? Het lijkt misschien of milieuvervuiling iets van deze tijd is. Maar zolang als er mensen zijn, vervuilen ze al hun omgeving. Daar was eerst weinig van te merken. Maar vanaf de middeleeuwen en vooral na 1800 werd de invloed van mensen op het milieu steeds duidelijker. Deelvraag van dit blok: Welke milieuvervuiling was er vroeger? 2e 2f 3a 3b 3c Welke grondstof was ook een energiebron? Hout. Noem een energiebron die wij nu hebben, maar de mensen in de middeleeuwen niet. Bijv.: benzine, kernenergie, elektriciteit, gas. opdracht 3 Bekijk op bladzijde 58 van het lesboek bron 10. Wat doen deze mensen? Spinnen en weven. Welk product maken ze? Lappen stof. Wat gebruiken ze als grondstoffen? 1a opdracht 1 Bekijk de titels, teksten en bronnen van blok 2. Welke energiebronnen worden er in dit blok behandeld? 3d Wol of vlas. Wat gebruiken ze als energie? Hun spierkracht. opdracht 4 1b 2a 2b 2c 2d Hout, turf, steenkool, windenergie (de molen). Welke verandering had veel gevolgen voor het milieu? De Industriële Revolutie. opdracht 2 Lees op bladzijde 58 van het lesboek de tekst Energie en grondstoffen. Zet in de eerste kolom van figuur 1 vier grondstoffen uit de middeleeuwen. Zet in de tweede kolom van figuur 1 waar de grondstoffen vandaan kwamen. Kies uit: landbouw grond bos. Zet in de derde kolom van figuur 1 vier energiebronnen uit de middeleeuwen. Zet in de vierde kolom van figuur 1 waarvoor de energiebron werd gebruikt. c d Lees op bladzijde 58 van het lesboek de tekst Hout. Deze opdracht doe je met z n tweeën. schaar, papier, lijm Kopieer figuur 2 en knip de kaartjes uit. Met de zinnen op de kaartjes kun je het verhaal van de Europese bossen vertellen. Leg de kaartjes zo neer dat je een logisch verhaal krijgt. Als alle kaartjes goed liggen, lijm je ze vast op het papier. Let op het volgende. Je hoeft niet alle kaartjes achter elkaar te leggen, ze mogen ook in een groepje bij elkaar liggen. Om zo n groepje kun je een cirkel trekken om aan te geven dat de kaartjes bij elkaar horen. Verbind de kaartjes met lijnen en pijlen en schrijf erbij wat de relatie is tussen de kaartjes. Zie bladzijde 30 voor voorbeeldgroepjes. Figuur 1 Grondstof Waar vandaan? Energiebron Waarvoor gebruikt? klei grond wind windmolen om graan te malen hout bos stromend water watermolen om graan te malen graan landbouw spierkracht graanmolen, trekkken ploeg of kar wol landbouw hout stoken van een oven

21 Thema 9 Milieu Blok 2 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? 21 Vanaf het jaar 1000 groeit de bevolking. Het meeste bos is gekapt. Hout is een belangrijke brandstof. Hout wordt veel gebruikt als bouwmateriaal. Rond 1500 is er in Europa weinig bos meer over. Boomschors wordt gebruikt door leerlooiers. Boeren moeten bomen planten als hun koeien in het bos lopen. Voor 1 kilo houtskool is 6,5 kilo hout nodig. Er worden weilanden en akkers aangelegd. Er wordt grootschalig hout gekapt. Europa is bedekt met bossen. Voor de productie van ijzer is veel houtskool nodig. Er komen strenge straffen voor het stelen van hout. Figuur 2 5b 5c Bedenk: waar wordt houtskool tegenwoordig nog voor gebruikt? Om mee te schetsen en voor de barbecue. Wat gebeurde er waarschijnlijk met het stuk bos dat door de houtskoolbranders was kaalgekapt? Het werd landbouwgrond of er ging weer nieuw bos op groeien. opdracht a Bekijk op bladzijde 58 van het lesboek bron 11. Waar werd deze molen voor gebruikt? Het malen van graan. Figuur 3 Houtskoolbranders in Duitsland. Tekening uit ongeveer b Bedenk: waarom was het handig dat een molen in een stad stond? In de stad woonden veel mensen en die aten brood. Er moest dus graan gemalen worden, 5a opdracht 5 De afbeelding van figuur 3 laat zien hoe van bomen houtskool wordt gemaakt. Zet de volgende cijfers op de juiste plaats. 1 Bos wordt gekapt. 2 De boomstammen worden in stukken gehakt. 3 De stukken hout worden opgestapeld. 4 De houtstapel wordt in brand gestoken. 5 Houtskoolbranders houden de brandende stapel in de gaten. Het hout moest niet branden, maar smeulen. Zonder vlammen dus. 6c zodat de bakkers meel konden kopen. Deze molen is erg hoog. Bedenk waarom molens in steden vaak hoger zijn dan molens buiten de stad. Omdat er bebouwing omheen stond moesten de molens hoog zijn om wind te vangen. 6d Bedenk: waarom stonden de molens in de stad vaak op de stadswal? De stadswal bevond zich aan de rand van de stad: daar was ruimte en woei de windsterker dan midden in de stad.

22 22 Figuur 4 West-Nederland. Figuur 5 Oost-Nederland. 7a 7b 7c 7d opdracht 7 Lees op bladzijde 59 van het lesboek de tekst Turf: brandstof uit het moeras. Leg uit hoe turf ontstaat. Moerasplanten sterven, ze vergaan gedeeltelijk. De samengeperste plantenresten vormen veen. Als veen gedroogd wordt is het turf. Zet bij figuur 4 en 5 in welk gebied op deze manier turf werd gewonnen: West-Nederland of Oost-Nederland. Bedenk wat meer moeite kostte: het maken van turf in West-Nederland of het maken van turf in Oost-Nederland. Leg je antwoord uit. West-Nederland: het veen moest op het land getrokken en gedroogd worden. In Oost- Nederland liep het water weg door kanalen. Men begon met de turfwinning in het gebied waar dat het moeilijkst ging. Bedenk waarom dat zo was. De turf in West-Nederland hoefde minder ver vervoerd te worden naar de steden. a opdracht 8 Gebruik GB 20 (BB 21). Gebruik figuur 6. 8a Welke twee veenlandschappen zijn er in Nederland? Schrijf dat in figuur 6. 8b Schrijf bij elk type veenlandschap drie provincies waarin dat landschap het meest voorkomt. Gebruik GB 24 (BB 24). 8c Vergelijk de twee landschappen en schrijf twee kenmerken op. 9a opdracht 9 Bekijk op bladzijde 59 van het lesboek bron 12. Welk type veenlandschap is dit? Laagveenlandschap. 9b Welk gevolg van turfwinning voor het milieu zie je op deze foto? Het ontstaan van grote plassen. Figuur 6 Type veenlandschap Provincies kenmerken Hoogveen Friesland, Groningen, Drenthe Boerderijen meer verspreid langs meerdere wegen, weinig sloten, geen plassen. Laagveen Noord-Holland, Zuid-Holland, Veel sloten en plassen, Utrecht bebouwing/boerderijen langs één lange weg.

23 Thema 9 Milieu Blok 2 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? 23 opdracht 10 Lees op bladzijde 59 van het lesboek de tekst Hier en nu: Loosdrechtse plassen: nutteloos of waardevol?. Bekijk op bladzijde 59 van het lesboek bron 13. Lees op bladzijde 146 vaardigheid 4A Je eigen mening. 10a Leg uit dat de Loosdrechtse plassen een onbedoeld gevolg waren van de turfwinning. Er lag vroeger veen en na afgraving bleven de plassen over. opdracht 12 Bekijk op bladzijde 60 van het lesboek bron a Wat is hier afgebeeld? Een ijzerfabriek. 12b Wat wordt er als energie gebruikt? Steenkool. 12c Hoe zie je dat? Steenkool geeft bij verbranding veel rook. 10b Waarom vonden de mensen in de achttiende en negentiende eeuw de plassen waardeloos? Je kon op de grond geen landbouw meer bedrijven. 10c Waarom vinden de mensen de plassen nu juist waardevol? Om er rondom en op te recreëren, voor de natuur en waterwinning. 10d Met welk begrip kun je dit verschil in mening verklaren? 12d Welk gevolg voor het milieu zie je op deze bron? Luchtvervuiling. opdracht 13 Lees op bladzijde 60 van het lesboek de tekst Stoommachines. 13a Zet de volgende zinnen in de goede volgorde. 7 Daardoor groeide de vraag naar ijzer en steenkool. Standplaatsgebondenheid. opdracht 11 Lees op bladzijde 60 van het lesboek de tekst Steenkool. Lees op bladzijde 60 van het lesboek bron a Wat was de belangrijkste reden dat mensen steenkool gingen gebruiken? Hout werd steeds duurder In steenkoolmijnen liep grondwater. De stoommachine van Watt dreef andere machines aan. James Watt verbeterde de stoompomp. Newcomen bedacht een stoompomp voor de mijnen. Machines konden sneller en goedkoper producten maken. 11b Welk gevolg van het gebruik van steenkool voor het milieu staat in de bron? De lucht werd vervuild. 6 Fabrikanten gingen steeds meer machines gebruiken. 13b Bedenk twee gevolgen van de groeiende vraag naar ijzer en steenkool voor het milieu. 11c Welke gevolgen had de uitvinding van de stoommachine voor: de winning van steenkolen? 1 2 Er kwam meer luchtvervuiling. Het landschap werd ingrijpend veranderd Er kon meer steenkool gewonnen worden. doordat er meer/grotere mijnen kwamen. het gebruik van steenkolen? Er werd meer steenkool gebruikt, omdat de stoommachines zelf ook steenkolen gebruikten.

24 : turf : telefoon Napoleon verslagen: : grondwet tot 1500: hout 1764: stoommachine 1824: stoomtrein 1700-nu: steenkool Figuur 7 opdracht 14 Bekijk op bladzijde 60 van het lesboek de tijdbalk. Bekijk op bladzijde 141 van het lesboek de Tijdwijzer. 14a Zet de volgende woorden op de juiste plaats op de tijdbalk van figuur 7. tot 1500: hout : turf 1700-nu: steenkool 14b Zet twee belangrijke uitvindingen op de tijdbalk. 14c Kleur de tijd van burgers en stoommachines rood. 14d Wanneer was ongeveer het begin van de Industriële Revolutie in Nederland? e Leg uit dat dit laat was. In 1760 was de Industriële Revolutie begonnen in Engeland is 90 jaar later! 14f Zet twee belangrijke politieke gebeurtenissen uit die tijd op de tijdbalk. Figuur 8 14g Leg uit welke gebeurtenis te maken heeft met burgers uit de naam van het tijdvak burgers en stoommachines grondwet: de burgers kregen meer macht en de koning minder: opdracht 15 Lees op bladzijde 61 van het lesboek de tekst Gevolgen voor de samenleving. Lees op bladzijde 145 van het lesboek Vaardigheid 3 Verklaren. 15a Door de komst van fabrieken veranderde het werk van veel mensen. Zet achter de zinnen in figuur 8 een kruisje bij de juiste tijd. 15b Welke gevolgen op de korte termijn had de industrialisatie voor de arbeiders? Ze hadden lage lonen, deden saai werk en woonden in slechte huizen. 15c Welke gevolgen op de lange termijn had de industrialisatie voor de arbeiders? Hun lonen stegen, de prijzen van producten daalden, de welvaart steeg. Vóór de Industriële Revolutie Na de Industriële Revolutie 1 Spierkracht X 2 Grote fabrieken 3 Stoomkracht 4 Producten worden in de hele wereld verkocht X X X 5 Arbeiders zijn vaklui X 6 Arbeiders werken met machines 7 Arbeiders hebben geen opleiding nodig X X 8 Arbeiders werken met gereedschappen 9 De baas werkt mee in de werkplaats 10 Producten worden in de omgeving verkocht X X X 11 De ondernemer koopt grondstoffen, organiseert het werk en verkoopt de producten X 12 Kleine werkplaatsen X

25 Thema 9 Milieu Blok 2 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? 25 Wist je dat? De eerste sociale wet in Nederland het Kinderwetje van Van Houten (1874) was? Kinderen die jonger waren dan twaalf jaar mochten niet meer in de fabrieken werken. Rond 1900 luchtbanden voor fietsen werden uitgevonden? Het aantal fietsen groeide daarna spectaculair. 17c Leg uit hoe wetenschappelijke ontdekkingen leidden tot bevolkingsgroei. Kennis over gezondheid en ziekte namen toe. Mensen bleven langer leven, de bevolking groeide. 17d Een grotere bevolking heeft meer producten nodig. Leg uit dat de industrie daarvoor kon zorgen. In de industrie werd veel meer geproduceerd opdracht 16 Bekijk op bladzijde 61 van het lesboek bron a Bedenk welke vervoermiddelen mensen gebruikten vóór de komst van de stoomtrein. Trekschuit, paard en wagen, koets, zeilschip. 16b Bedenk waarom mensen eerst bang waren voor de trein. De trein ging veel harder en de mensen waren dat helemaal niet gewend. 16c Door de komst van treinen werd het vervoer sneller en betrouwbaarder. Waarom was dat belangrijk voor de industrialisatie? Vul de volgende woorden in: eindproducten fabrieken grondstoffen klant. Fabrieken hebben grondstoffen nodig en die moeten naar de fabriken De eindproducten vervoerd worden. die in de fabrieken gemaakt worden, moeten naar de klant opdracht 17 vervoerd worden. Lees nogmaals op bladzijde 61 van het lesboek de tekst Gevolgen voor de samenleving. 17a Waarom was wetenschap belangrijk voor de industrialisatie? De industrie was afhankelijk van nieuwe uitvindingen. 17b Hoe probeerde de overheid in de negentiende eeuw de wetenschap te stimuleren? De overheid gaf meer geld aan universiteiten voor onderzoek en verbeterde het onderwijs in natuurkunde en scheikunde. dan in de kleine werkplaatsen. opdracht 18 Lees op bladzijde 61 van het lesboek de tekst Gevolgen voor het milieu. 18a Leg uit hoe de Industriële Revolutie leidde tot uitputting. Door de toegenomen energiebehoefte werden er veel meer fossiele brandstoffen gebruikt, zodat die opraken. 18b Leg uit hoe de Industriële Revolutie leidde tot meer afval. De industrie maakt nieuwe producten die moeilijk afbreekbaar zijn, zoals plastic. 18c In geïndustrialiseerde landen kwam meer bebouwing en infrastructuur. Noem drie voorbeelden van infrastructuur. 1 Bijvoorbeeld: wegen, spoorwegen, bruggen, 2 havens, kanalen. 3 18d Leg uit dat meer bebouwing en infrastructuur leidt tot meer overstromingen. Groot deel van het aardoppervlak is door bebouwing en infrastructuur verhard. Regenwater kan minder goed in de grond wegzakken. Na een bui komt het water sneller in de rivier, de afvoer van de rivieren wordt daardoor onregelmatiger. Er ontstaan sneller overstromingen. 18e Welk voorbeeld van de gevolgen van het weghalen van bos heb je in blok 1 al geleerd? Bodemerosie in Marokko.

26 26 afvoer van de rivier d opdracht 19 verdieping kleurpotloden Bekijk figuur 9. In figuur 9 staan twee lijnen die aangeven hoeveel water er op een bepaald punt door de rivier stroomt tijdens en na een regenbui. De ene lijn geeft de afvoer van een rivier aan in een stedelijk gebied, de andere in een bosrijk gebied. 19a Omcirkel de nummers van de zinnen hieronder die gaan over het stedelijke gebied. 1 Doordat het water eerst op de bladeren valt, duurt het langer voor alle water op de grond is gevallen. 2 Over daken en door dakgoten stroomt het water snel weg naar putten. Van daar gaat het water naar de rivier. 3 Op straat stroomt het water weg naar de grachten. 4 Er ontstaan plassen op de bodem, die langzaam verdwijnen als het water de grond inzakt. 5 De rivier krijgt water uit de bodem, dat door de grond naar de rivier toestroomt. 6 De straten zijn weer droog. 19b Kleur de lijn van de rivier in het stedelijk gebied rood. 19c Kleur de lijn van de rivier in het bosrijke gebied groen. 19d Zet de cijfers van de zinnen 1 t/m 6 in figuur 9. regenbui FiguuR Rivier in stedelijk gebied Rivier in bosrijk gebied tijd a FiguuR 10 opdracht 20 B C T A U X D J H G K M E L N F I Q O P Gebruik de atlas. 20a Zoek een kaart op van Europa. Schrijf de letters van de volgende plaatsen op de juiste plaats in de kaart van figuur 10. A Birmingham M Leipzig B Glasgow N Dresden C Liverpool O Stuttgart D Londen P München E Lille Q Parijs F Luik R Lyon G Dortmund S Marseille H Essen T Nantes I Frankfurt U Toulouse J Hamburg V Milaan K Hannover W Turijn L Keulen X Barcelona 20b Kleur de rondjes van de steden die bij steenkoolmijnen liggen. 20c Waarom gingen tijdens de Industriële Revolutie juist die steden snel groeien? R S De fabrieken hadden steenkolen nodig voor de W V stoommachines.

27 Thema 9 Milieu Blok 2 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? 27 20d Na steenkool zijn er veel andere energiebronnen bijgekomen, zoals aardolie en aardgas. Bedenk waarom bij de vindplaatsen daarvan geen nieuwe grote steden zijn ontstaan. Bb Die energiebronnen kunnen gemakkelijk worden vervoerd. De steden bestonden al, toen die energiebronnen werden ontdekt. opdracht 21 ga naar en maak de opdracht Stoommachine. opdracht 22 op een rij 22a Maak de puzzel in figuur Nieuw vervoermiddel in de negentiende eeuw. 2 Brandstof die meestal diep in de grond zit. 3 Werknemer in een fabriek. 4 Gedroogd veen. 5 Aan de universiteiten wordt aan gedaan. 6 Belangrijkste brandstof in de middeleeuwen. 7 Dit heb je nodig om iets te verwarmen of te laten bewegen. 8 Contact tussen mensen. 9 Door de Industriële Revolutie kregen mensen meer te besteden. De steeg. 22b Welk woord lees je van boven naar beneden in de grijze balk? Industrie. FiguuR 11 T R E I N S T E E N K O O L A R B E I D E R opdracht 23 deelvraag 23a Waardoor was er rond 1500 in Nederland bijna geen bos meer? Omdat men hout nodig had als energiebron en voor de bouw van huizen en schepen. 23b Leg uit welke gevolgen de turfwinning had voor het milieu. Er ontstonden plassen en er kwam zandgrond te voorschijn waar boeren akkerland van maakten. 23c Welke gevolgen had de Industriële Revolutie voor het milieu? Er werden veel meer fossiele brandstoffen gebruikt, wat leidde tot meer luchtvervuiling en uiteindelijk tot uitputting van de voorraad energiebronnen. Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: met een voorbeeld uitleggen dat ambachtslieden grondstoffen en energie nodig hebben. uitleggen hoe het kwam dat er rond 1500 bijna geen bos meer was in Nederland. uitleggen hoe sommige plassen in ons land zijn ontstaan door een tekort aan brandhout. een voordeel en een nadeel noemen van het gebruik van steenkool. uitleggen welke zes gevolgen de Industriële Revolutie had voor de samenleving. uitleggen waardoor de Industriële Revolutie grote gevolgen had voor het milieu. Eigen onderwerp. T U R F W E T E N S C H A P H O U T E N E R G I E C O M M U N I C A T I E W E L V A A R T Begrippen Industriële Revolutie mijn Vaardigheden 3 Verklaren 4a Je eigen mening turf veen Extra oefenblad vaardigheden Vraag aan je docent of je het extra oefenblad Bronnen gebruiken over het leven van arbeiders in de 19 e eeuw moet maken. Ga naar:

28 28 Menukaart 2 Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Een mijnwerkersgezin in Zuid-Limburg Beschrijf een dag uit het leven van een Limburgs mijnwerkersgezin vijftig jaar geleden. Samen Computer B Paaseiland Paaseiland is ontbost. De bewoners kunnen heel moeilijk overleven zonder bomen. Maak een plan om Paaseiland weer te bebossen. Alleen of samen Pen, papier, eventueel atlas en computer C De eerste stoomtrein in Nederland Maak en speel het Stoomtrein-ganzenbordspel. Met z n vieren Stevig A3-papier, stevig A4-papier, schaar, kleurpotloden of stiften, lijm, dobbelsteen, pionnen, eventueel computer A Een mijnwerkersgezin in Zuid-Limburg Bb ga naar en maak de opdracht Een dag uit het leven van een mijnwerkersgezin. B Paaseiland d Zie menukaart. Lees op bladzijde 62 van het lesboek de tekst Kannibalen. Stel, je bent als scheepsjongen (of -meisje) aan boord van een van de schepen van kapitein Roggeveen. Op Paaseiland maak je kennis met een paar vriendelijke Paaseilanders. Met gebaren en het laten zien van het eiland maken ze je duidelijk wat het probleem op het eiland is. Op een dag wil Roggeveen weer vertrekken. Jij wilt blijven en je krijgt het voor elkaar dat Roggeveen het kleinste (houten) schip van de vloot bij je achterlaat. Bedenk wat je kunt doen om de Paaseilanders te helpen. Maak een 20-jarenplan waarin je rekening houdt met reistijden (één jaar heen en terug naar Australië of Zuid-Amerika), het klimaat en de cultuur van de Paaseilanders. Gebruik je kennis over de groeisnelheid van planten en bomen en zoek zo nodig meer uit over Paaseiland met de atlas of internet. Als je wilt weten hoe Paaseiland er nu uitziet, kun je foto s van het eiland opzoeken op Google Earth. Zoek dan naar Easter Island (Engels) of Isla de Pascua (Spaans).

29 Thema 9 Milieu Menukaart 2 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? 29 C De eerste stoomtrein in Nederland d Zie menukaart. Lees op bladzijde 63 van het lesboek de tekst De Arend. Bekijk op bladzijde 63 van het lesboek bron 18 en 19. Tussen 1840 en 1880 werden er veel nieuwe spoorlijnen aangelegd en gingen er in Nederland steeds meer treinen rijden. De treinverbindingen in figuur 1 zijn de basis voor jullie Stoomtreinganzenbordspel. Kopieer of teken de kaart van figuur 1 op stevig A3-papier. Dit wordt jullie speelbord. Stippel nu de spelroute uit. Kies een station als vertrekpunt en een ander station als eindpunt. Teken tussen deze twee stations tenminste 60 hokjes. Nummer de hokjes beginnend bij 1. Schrijf bij het beginstation Start en bij het eindstation Finish. Tijdens de treinreis kan er van alles verkeerd gaan: een kapotte trein, vertragingen, een kapotte wissel, een koe op het spoor, noem maar op. Ook tijdens jullie reis per stoomtrein staat je de nodige tegenslag te wachten. Dit kun je oplossen door een vraag goed te beantwoorden. Geef op jullie speelbord ten minste vijftien vakjes aan waarbij een speler een vraag moet beantwoorden om door te kunnen gaan. Bedenk per persoon ten minste vijf meerkeuzevragen (ABC-vragen). Dit doe je aan de hand van: de tekst De Arend (twee vragen) bron 18 (één vraag) bron 19 (één vraag) eigen ideeën (één vraag). Schrijf iedere vraag op een aparte kaartje. Schrijf onder de vraag steeds twee foute antwoorden en het goede antwoord, in verschillende volgorde. Omcirkel de letter van het goede antwoord. Bedenk ook wat een speler moet doen als hij of zij de vraag niet goed beantwoordt (bijvoorbeeld: drie plaatsen achteruit of twee beurten overslaan). Schrijf ook dit op het kaartje. Bedenk met elkaar de spelregels en schrijf ze op. Maak het speelbord af met tekeningen en plaatjes van vervoer in de negentiende eeuw. Op internet kun je veel voorbeelden vinden van stoomtreinen, koetsen en trekschuiten. Kijk bijvoorbeeld op Speel het spel! Figuur 1 Spoorlijnen in 1880.

30 30 Antwoord op opdracht 4, bladzijde 20. Vanaf het jaar 1000 groeit de bevolking. Er worden weilanden en akkers aangelegd. Hout is een belangrijke brandstof. Hout is een veelgebruikt bouwmateriaal. Boomschors wordt gebruikt door leerlooiers. Europa is bedekt met bossen. Er wordt grootschalig hout gekapt. In 1500 is er in Europa weinig bos meer over. Er komen strenge straffen voor het stelen van hout. Boeren moeten bomen planten als hun koeien in het bos lopen. Het meeste bos is gekapt. Voor een kilo houtskool is zes en een halve kilo hout nodig. Voor productie van ijzer is veel houtskool nodig.

31 Thema 9 Milieu Blok 2 Aantekeningen 31

32 32 Blok 3 De toekomst van het milieu De lucht in Nederland is veel schoner dan vroeger. Hetzelfde geldt voor het water in rivieren en sloten. Auto s vervuilen minder en er komen steeds meer windmolens. Gaat het dan eindelijk beter met het milieu? Of valt er nog wat te doen? 2b 2c Hoe willen de Amerikanen wel een bijdrage leveren aan minder uitstoot van broeikasgassen? Bijv. door een manier te vinden om koolstofdioxide en andere schadelijke gassen op te vangen. Steeds meer goederen worden in China en India gemaakt. Bedenk waarom die landen hun broeikasuitstoot liever niet beperken. Deelvraag van dit blok: Hoe gaat het verder met het milieu? 2d Door de groeiende industrie is daar ook meer energie nodig. Bedenk waarom de landen in Europa hun broeikasuitstoot wel willen beperken. opdracht 1 In Europa wordt de industrie juist minder 1a Bekijk de titels, teksten en bronnen van blok 3. Denk eens na over de volgende vragen. Geef je eigen antwoord, zonder verder in de tekst te kijken. Kun je alle energie met zon en wind opwekken? Eigen antwoord. Bijv: Ja, de zon levert heel 2e belangrijk. Daardoor stoot de industrie ook minder broeikasgassen uit. Jij hebt vast ook kleding en andere spullen die in China zijn gemaakt. Leg uit op welke manier jij bijdraagt aan de groeiende uitstoot van broeikasgassen in China. 1b 1c veel energie. Welk land draagt het meeste bij aan de opwarming van de aarde? Eigen antwoord. Volgens grafieken is dat nu nog de VS, maar China is met een inhaalrace bezig. Is luchtvervuiling door verkeer slechter voor je dan roken? Eigen antwoord. Bijv: Ja, roken kies je zelf voor, 3a Door die goederen te kopen, worden er broeikasgassen uitgestoten, ook door het vervoer van die goederen naar Nederland komen er broeikasgassen in de lucht. opdracht 3 Bekijk op bladzijde 64 van het lesboek bron 20. Wat is het onderwerp van deze grafiek? 1d 2a luchtvervuiling door verkeer is niet te ontlopen. Is de uitputting van fossiele brandstoffen een groter probleem dan de uitstoot van broeikasgassen? Eigen antwoord. Bijv.: Ja, op is op, we zullen dan echt naar een alternatief moeten zoeken. opdracht 2 Lees op bladzijde 64 van het lesboek tekst Wat doen landen?. Waarom willen de Amerikanen niet meedoen aan afspraken over het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen? De Amerikanen vinden de afspraken slecht 3b 3c 3d Wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Wat zijn de drie belangrijkste broeikasgassen? 1 2 Koolstofdioxide Methaan 3 Lachgas Welk broeikasgas wordt het meest uitgestoten? Koolstofdioxide. Wat laat deze grafiek zien over de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd? Vanaf het jaar 2000 is de uitstoot van broeikasgassen sterk gedaald / gelijk gebleven / toegenomen. voor hun economie.

33 Thema 9 Milieu Blok 3 De toekomst van het milieu 33 Dampkring opdracht 4 Bekijk nog eens op bladzijde 64 van het lesboek bron 20. 4a Wat laat deze grafiek zien over de uitstoot van broeikasgassen in Nederland? Vanaf het jaar 2000 is de uitstoot van broeikasgassen: sterk gedaald / licht gedaald / toegenomen. 4b Welke stof die door menselijke activiteiten wordt uitgestoten is het belangrijkste broeikasgas in Nederland? Koolstofdioxide. 4c Nederland is vanaf 2000 meer producten gaan verbruiken en Nederlanders zijn meer gaan reizen. Welke uitspraken passen bij de grafieken? Nederlanders gebruiken meer schone energie. Nederland wekt steeds meer elektriciteit op met steenkool en aardgas. Nederland sluit vervuilende industrie, maar koopt de producten nu uit het buitenland. Nederland is een van de grootste vervuilers van de wereld. Nederlanders gebruiken vaker zuiniger vervoermiddelen. 4d Als je het probleem van de broeikasgassen wilt aanpakken, met welke bron kun je dan het best beginnen? Met fossiele brandstoffen dit de grootste veroorzaker is., omdat opdracht 6 Bekijk figuur 1. 6a Er zijn twee soorten straling van belang voor het broeikaseffect. De zon straalt alleen licht uit. Kleur in figuur 1 de zonnestralen geel en de warmtestralen rood. 6b Kleur ook de legenda. 6c Zet een sterretje bij de pijl die zorgt voor de opwarming van de aarde. 6d Leg met de tekening uit waarom het warmer wordt als er meer bewolking komt. 6e Figuur 1 Lichtstraling Warmtestraling Aarde Meer bewolking: meer warmtestralen die vanaf de aarde tegen de wolken weerkaatsen: dus warmer. Leg met de tekening uit waarom het ook koeler kan worden als er meer bewolking komt. Als er meer bewolking is, wordt er direct meer zonlicht weerkaatst. 5a 5b 5c opdracht 5 Lees op bladzijde 65 van het lesboek de tekst Lastig onderzoek. Hoe wordt klimaatverandering onderzocht? Door lange tijd heel veel metingen te doen over de hele wereld en die te verzamelen/vergelijken. Waarom is het zo ingewikkeld om goede voorspellingen over het klimaat te doen? Allerlei factoren beïnvloeden elkaar. Noem drie dingen waarover klimaatwetenschappers het wel eens zijn Wereldwijd wordt het gemiddeld warmer. Het wordt niet overal evenveel warmer. De verschillen in het weer op een bepaalde plaats worden groter. 7a opdracht 7 verdieping Bekijk nog eens figuur 1. Wat zijn wolken eigenlijk? Zwevende sneeuwkristallen en waterdruppeltjes. 7b Wolken ontstaan doordat water van het aardoppervlak verdampt / condenseert. Dat kost energie / levert energie op. Als de lucht stijgt, koelt de lucht af en verdampt / condenseert de waterdamp, waardoor wolken ontstaan. Als het warmer wordt, verdampt er meer / minder water. Er komen dus meer / minder wolken. 7c Wolken zorgen overdag vooral voor meer / minder instraling van zonlicht. s Nachts zorgen wolken er vooral voor dat er meer / minder warmte wordt vastgehouden in de dampkring. Of het warmer of kouder wordt door meer bewolking hangt dus wel / niet af van de lengte van dag en nacht.

34 34 opdracht 8 8a Bekijk op bladzijde 64 van het lesboek bron 21 en lees het bijschrift. Lees op bladzijde 145 van het lesboek vaardigheid 3 Verklaren. Op de foto zie je mensen naar de brand toelopen, en mensen er vandaan. Bedenk wat voor mensen dat zijn. De vrouw die wegloopt vlucht. De mensen die Er zijn strenge milieuvoorschriften. In arme landen zijn er minder of geen strenge milieuvoorschriften. Het verwerken van afval is duur. Bedrijven dumpen hun afval in arme landen. naar de brand toelopen, zijn reddingswerkers of brandweerlieden. 8b Bedenk wat de aanleiding was voor de bosbrand die je in deze bron ziet. Langdurige droogte, blikseminslag of een Figuur 2 Afval wordt ergens gedumpt. Mensen worden ziek of overlijden. 8c Wat is de indirecte oorzaak van de bosbranden? Denk daarbij aan wat je in blok 1 hebt geleerd. 8d Welk van de in bron 20 genoemde broeikasgassen kwam door de bosbranden vrij? 9a opdracht 9 Lees op bladzijde 65 van het lesboek de tekst De vervuiler betaalt. Op welke manier wil de regering mensen zuiniger met energie laten omgaan? 9b Wie moet volgens de regering betalen voor het vervuilen en uitputten van het milieu? 9c weggegooide smeulende sigarettenpeuk. Grote weersextremen door versterkt broeikaseffect. Koolstofdioxide. Door energie duurder te maken. De vervuiler. Denk je dat dit een goede manier is? Ik denk van wel / niet, want Eigen antwoord. opdracht 10 Lees op bladzijde 65 van het lesboek de tekst Not in my backyard. Lees op bladzijde 145 van het lesboek vaardigheid 3 Verklaren. 10a Wat betekent de titel van de tekst? Niet in mijn achtertuin (als ik er maar geen last van heb). 10b In figuur 2 horen steeds twee kaartjes bij elkaar. Geef die twee kaartjes een eigen kleur. Je krijgt dan drie paar kaartjes. 10c Van elk paar kaartjes is de een de oorzaak en de ander het gevolg. Omcirkel de kaartjes die de oorzaak zijn met rood en de kaartjes die een gevolg zijn met groen. opdracht 11 Bekijk op bladzijde 65 van het lesboek bron a Wat zie je op deze bron? Mensen beschermen zich tegen de stank van afval. 9d Werkt deze manier voor jou? 9e Ja / Nee, want Eigen antwoord. Hoe help jij mee aan het vervuilen van het milieu als je elektriciteit gebruikt? Elektriciteit wordt vooral gemaakt door fossiele brandstoffen te verbranden. Daardoor komen er vervuilende stoffen in de lucht. 11b Bedenk er een bijschrift bij. 11c Eigen antwoord. Wat vind je: moet een bedrijf worden gestraft wanneer het afval naar een land brengt met minder strenge regels? Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: streng controleren, het verwerken van afval het in eigen land goedkoper maken, een bonus geven als een bedrijf het afval in eigen land laat verwerken.

35 Thema 9 Milieu Blok 3 De toekomst van het milieu 35 11d Bedenk wat wordt bedoeld met de zin: Het ene land wentelt zijn problemen af op het andere land.???? Vergeten???? Personenauto s 30% Vrachtauto s 23% opdracht 12 Gebruik de figuren 3 en 4. 12a Kleur in figuur 4 elke taartpunt in een eigen kleur. 12b Schrijf de procenten in de verschillende stukken. 12c Kleur ook de legenda in de juiste kleuren. 12d Wat is de grootste vervuiler? Personenauto s. 12e Eén vrachtauto vervuilt meer dan één personenauto. Dat zie je niet in het diagram. Hoe komt dat? Er zijn veel meer personenauto s dan vrachtauto s. Samen geven ze meer vervuiling. Bestelauto s 22% Binnenvaartschepen 10% Motoren en bromfietsen 9% Bussen 5% Dieseltreinen 1% NB: vliegtuigen en zeeschepen zijn in dit overzicht niet opgenomen. Bron: Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeksbureau CE. Figuur 3 Welk verkeer vervuilt de lucht het meest? opdracht 13 Lees op bladzijde 66 van het lesboek de tekst Verkeersoverlast. 13a De EU wil de gezondheid van mensen beschermen en heeft daarvoor regels gesteld. De Nederlandse regering heeft regels gemaakt om aan die EU-regels te voldoen. Zet EU voor de regels van de EU en NL voor de regels van de Nederlandse regering. EU Er moeten schonere auto s komen. 1% 0% NL Er mag niet harder dan 80 km per uur gereden worden. 80% 70% 90% 9% 10% 22% 5% 23% 30% 10% 20% 30% NL Op roetfilters krijg je korting. EU Er mogen geen woningen worden gebouwd op plaatsen met veel fijn stof in de lucht. 13b Prioriteit is een ander woord voor: voorrang geven, alle aandacht geven. Wat heeft voor jou vandaag prioriteit? Eigen antwoord. 60% Personenauto s 50% 40% Motoren en bromfietsen 13c Welk milieuprobleem kreeg voor de Nederlandse regering in 2004 opeens prioriteit? De luchtvervuiling door fijn stof. Vrachtauto s Bestelauto s Binnenvaartschepen Figuur 4 Bussen Dieseltreinen 13d Bedenk: waarom nam de regering opeens maatregelen? De regering wist niet dat er zoveel fijn stof in de lucht zat. De regering was erg bezorgd voor de gezondheid van de burgers. Op een aantal plaatsen mocht opeens niet meer worden gebouwd.

36 36 opdracht 14 14a In veel huishoudens praten kinderen mee over de aanschaf van een nieuwe auto. Stel, je praat thuis ook mee over een nieuwe familiewagen. Wat heeft jouw prioriteit: 1000 meer betalen voor een zuinigere auto, waar je 500 van terugkrijgt van de overheid, of een set videoschermpjes voor de passagiers op de achterbank voor 250 euro? Leg je antwoord uit. Eigen antwoord. opdracht 16 16a Kies het juiste antwoord. Duurzaam gebruik is zo met grondstoffen omgaan dat ze: niet opraken een keer opraken snel opraken opraken 16b Bedenk waarom het belangrijk is om duurzaam met grondstoffen om te gaan. Je wilt dat je kinderen en kleinkinderen ook nog grondstoffen hebben. 14b Leg uit waarom een keuze voor een schonere auto een economische keuze is. Een schonere auto, of een auto met een roetfilter 16c Hoe kun je duurzaam met grondstoffen omgaan? Je kunt grondstoffen zo veel mogelijk recyclen. is duurder, je offert daardoor de mogelijkheid op om dat geld aan iets anders uit te geven. 14c Nederland is een vrij land. Ieder mag kiezen wat hij wil. Maar de overheid probeert met subsidies en belastingen je keuze wel te beïnvloeden. Vind je dat de overheid zich op deze manier met jouw keuzes mag bemoeien? Leg je antwoord uit. Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: Ja, zo worden de goede keuzes gestimuleerd. Of: Nee, ieder mens kan zelf wel bepalen wat goed en slecht is. opdracht 17 Bekijk op bladzijde 66 van het lesboek bron a Waar is in jouw eigen omgeving een milieustraat of scheidingsstation? Eigen antwoord. 17b Welk afval wordt in jouw woonplaats gescheiden opgehaald? Eigen antwoord. opdracht 15 Lees op bladzijde 66 van het lesboek de tekst Duurzaam gebruik. 15a Zet de volgende grondstoffen in het juiste rijtje in figuur 5: hout goud aardolie aardgas zoet water zonnebloemolie wind steenkool. 15b Een oneindige hulpbron is niet altijd duurzaam. Leg dat uit met een voorbeeld. 17c Welk afval kun je recyclen? Bedenk behalve de in het lesboek genoemde voorbeelden zelf ook nog minstens drie voorbeelden. Papier, glas, plastic, ijzer, koper, batterijen, kleding, gft-afval. Hout is een oneindige hulpbron, het groeit steeds opnieuw, maar er zijn landen waar bomen worden gekapt zonder dat er opnieuw wordt aangeplant. Dan is het dus niet duurzaam. Figuur 5 c opdracht 18 verdieping Deze opdracht doe je met z n tweeën. 18a Welk nadeel van het verbouwen van soja wordt genoemd in de tekst? Er wordt tropische oerwoud gekapt. eindige hulpbron goud aardolie aardgas steenkool oneindige hulpbron hout zoet water zonnebloemolie wind 18b Hoe lossen de houtkappers in Zweden en Finland dat probleem op? Door voor iedere gekapte boom weer een boom terug te planten.

37 Thema 9 Milieu Blok 3 De toekomst van het milieu 37 18c Er wordt op verschillende manieren geprobeerd om uit planten brandstoffen te maken. Deze biobrandstoffen zijn niet allemaal even duurzaam. Lees de kenmerken van de brandstoffen in figuur 6. Waarvoor kun je suikerriet, sojabonen en maïs ook gebruiken? Als voedselgewas of veevoer. 18d Leg uit wat een nadeel van het gebruik van deze gewassen als biobrandstof kan zijn. Als je deze gewassen als biobrandstof gebruikt, worden de voedselgewassen schaarser, de prijzen van voedsel worden daardoor hoger. 18e Overleg steeds met je medeleerling. Zorg ervoor dat je het over de uiteindelijke volgorde eens bent. Zet in figuur 6 een 1 voor het gewas dat je het meest duurzaam vindt als biobrandstof, een 2 voor de volgende, enzovoort. Figuur 6 Eigen antwoord. De Jathropastruik levert zaden die olie bevatten. Die olie is direct zeer geschikt als vliegtuigbrandstof. De plant groeit goed op grond die niet geschikt is voor akkerbouw. In zulke gebieden komt wel extensieve veeteelt voor. Van suiker uit suikerriet kan alcohol worden gemaakt, waar in Brazilië de meeste auto s op rijden. Voor de teelt van suikerriet is veel water nodig. Olie van sojabonen en maïs, die vooral als veevoer worden gebruikt, is ook geschikt als autobrandstof. Sojabonen en maïs groeien in een warm en vochtig klimaat. Door de vergisting van landbouwafval zoals mest, stro en cacaobonen kan gas gewonnen worden. Uit algen, kleine plantjes die in zeewater groeien, kunnen brandstoffen worden gemaakt. De algen groeien heel snel en de zee is ontzettend groot. opdracht 19 Lees op bladzijde 67 van het lesboek de tekst Schone energie. Bekijk op bladzijde 67 van het lesboek bron a Bedenk met bron 26 hoe een waterkrachtcentrale werkt. 19b Nederland is een geschikt land om windenergie op te wekken. Geef een voorbeeld van hoe in Nederland al heel lang windenergie wordt gebruikt. 19c Bedenk waarom Nederland een geschikt land is voor windenergie. 19d Bedenk ook een reden waarom Nederland niet een geschikt land is om windenergie op te wekken. a Water wordt achter de stuwdam tegengehouden. Het stroomt met kracht onder door de dam en het drijft daar een grote dynamo aan, die elektriciteit opwekt. Door molens te bouwen voor het malen van graan en oppompen van water, bij zeilschepen. Het waait hier vaak. Nederland is vrij klein en vlak. Grote molens zijn lelijk, je ziet ze van verre staan. opdracht 20 Gebruik GB 79 (BB ). 20a Welke landen in Europa produceren het grootste deel van hun elektriciteit op een duurzame manier? Noem drie landen. 1 2 Noorwegen IJsland 3 Albanië 20b Op welke manier wekt Nederland de meeste elektriciteit op? Er zijn veel hoogteverschillen en er is veel neerslag. 20c Bedenk waarom Noorwegen een geschikt land is voor waterkrachtcentrales. Uit thermische industrie, centrales om gas en kolen. 20d Welke kaart in de atlas kun je gebruiken om dat antwoord te controleren? GB 72, reliëf, GB 77 Neerslag

38 38 opdracht 21 Bekijk figuur 7. a Gebruik GB 78 en a De energiebronnen waarmee elektriciteit wordt opgewekt, staan in figuur 7 in de legenda in dezelfde volgorde als in de staven. Kies voor iedere energiebron een passende kleur. Kleur de legenda en de staven. Begin onderaan. 21b Leg met de atlaskaarten uit waarom Polen en Duitsland veel elektriciteit opwekken met steenkool. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% Import elektriciteit Er wordt veel steenkool in Duitsland en Polen gewonnen. 21c Leg met de atlaskaarten uit waarom Nederland veel elektriciteit opwekt met aardgas. 30% 20% 10% Overig Aardgas Olie Kolen Kernenergie Er wordt veel aardgas in Nederland gewonnen. 21d Leg met de atlaskaarten uit waarom Frankrijk veel elektriciteit opwekt met kernenergie. Frankrijk heeft niet veel andere energie- 0% Nederland Frankrijk Duitsland Polen Duurzaam bronnen, voor kernenergie heb je niet veel Figuur 7 Elektriciteitsmix in grondstoffen nodig. opdracht 22 Lees op bladzijde 67 van het lesboek bron 25. Bekijk nog eens figuur 7. 22a Waarom wil Duitsland alle kerncentrales sluiten? De Duitsers zijn bang voor ongelukken zoals in Japan en voor de gevaren van het opslaan van het kernafval. 22b Hoeveel procent van zijn elektriciteit wekt Duitsland op met kernenergie? Ongeveer 20%. 22c Hoe wil Duitsland de kernenergie vervangen? Door meer duurzame energie op te wekken. 22d Wat is het nadeel van de andere belangrijke energiebron in Duitsland? Kolen zijn slecht voor het broeikaseffect. 22e Een andere oplossing voor Duitsland is het invoeren van stroom uit Frankrijk, dat meer elektriciteit produceert dan het zelf gebruikt. Vind je dat een goede oplossing? Leg je antwoord uit. Wist je dat? Alle vormen van alternatieve energie uiteindelijk van de zon komen? Voor zonneenergie spreekt dat voor zich. Maar wind ontstaat door verschillen in luchtdruk, die weer door temperatuurverschillen ontstaan. Planten groeien door zonlicht. Rivieren stromen doordat er neerslag is, en de neerslag ontstaat in de waterkringloop, nadat het water door zonnewarmte is verdampt. Er is één uitzondering: eb en vloed. Het verschil tussen hoog en laag water op zee wordt vooral veroorzaakt door de zwaartekracht van de maan. In Frankrijk staat een centrale waar het water dat een baai binnenstroomt bij vloed en weer naar buiten bij eb, wordt gebruikt om elektriciteit mee op te wekken. Ja, dat is beter voor het broeikaseffect dan het gebruik van kolen, zo helpen de landen elkaar. Nee, de Duitsers leggen het gevaar zo in Frankrijk, maar profiteren wel van de goedkope stroom.

39 Thema 9 Milieu Blok 3 De toekomst van het milieu 39 c d Bb opdracht 23 Deze opdracht doe je met z n tweeën. schaar, lijm, A4-papier ga naar en print de werkbladen van de opdracht Het broeikaseffect. Extra oefenblad ECONOMIE Vraag aan je docent of je het extra oefenblad over De kosten van afvalverwerking moet maken. c Bb opdracht 24 Deze opdracht doe je met z n tweeën. ga naar en maak de opdracht Jij en het milieu. opdracht 25 op een rij 25a Vul in de eerste kolom van figuur 8 in welke energiebronnen eindig zijn. 25b Bedenk bij iedere energiebron een voordeel en een nadeel. Vul ook die in figuur 8 in. Figuur 8 Hulpbron Eindig Voordeel Nadeel Ja/Nee Steenkool Aardolie Wind Zon Waterkracht Biomassa Aardwarmte Kernenergie Ja Goedkoop Vervuilt de lucht Gemakkelijk te Ja vervoeren Vervuilt de lucht Nee Schoon Waait niet altijd, opslag Nee Schoon Schijnt niet altijd, dure panelen, opslag Nee Schoon Er moet een dam worden gebouwd Nee Is tegelijk re- Er is heel veel van cycling van afval nodig. Nee Schoon Dure installatie Ja Schoon Gevaarlijk afval Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: uitleggen waarom sommige landen wel of niet mee willen doen aan afspraken over het verminderen van het uitstoten van broeikasgassen. vertellen wat de gevolgen zijn van de toename van broeikasgassen in de dampkring waar klimaatwetenschappers het over eens zijn. uitleggen wat wordt bedoeld met de vervuiler betaalt. uitleggen dat het rekening houden met het milieu een keuze is. voorbeelden noemen van eindige en oneindige hulpbronnen. voorbeelden noemen van stoffen die kunnen worden gerecycled. vertellen wat duurzaam gebruik is. voorbeelden noemen van schone energie. voor- en nadelen noemen van kernenergie. Eigen onderwerp. Eigen onderwerp. opdracht 26 deelvraag 26a Welke ontwikkelingen voor het milieu vind jij positief? Nieuwe technische ontwikkelingen, nieuwe Begrippen duurzaam gebruik eindige hulpbron oneindige hulpbron prioriteit recycling uitvindingen. 26b Welke ontwikkelingen voor het milieu vind jij negatief? We gaan toch steeds verder door met het uitputten van reserves en het vervuilen van het milieu. 26c Welk antwoord is voor jou belangrijker, dat op opdracht a of b? Leg je antwoord uit. Vaardigheid 3 Verklaren Ga naar: Eigen antwoord.

40 40 Menukaart 3 Keuzeopdracht Samen of alleen Wat heb je nodig? A Duurzaam ondernemen Maak reclame voor cradle to cradle. Samen Papier, kleurpotloden of computer met microfoon B Speel de Afvalrace Weet jij hoe je afval moet sorteren? Speel dan de Afvalrace. Alleen of samen Computer C Benzineprijs: een juiste prijs? Wat is de juiste prijs voor benzine? Een taxichauffeur denkt er waarschijnlijk anders over dan een milieuactivist. Schrijf namens een van hen een brief aan de overheid. Alleen Schrijfpapier A Duurzaam ondernemen d 1a 1b opdracht 1 Lees op bladzijde 68 van het lesboek de tekst Cradle to cradle. Bekijk op bladzijde 68 van het lesboek bron 27 en lees bron 28. zie menukaart Cradle to cradle betekent letterlijk van wieg tot wieg. Leg uit wat hiermee wordt bedoeld. Afval is voedsel, het eindpunt is het beginpunt van een productieproces. Cradle to cradle is het principe van een eeuwige kringloop. Leg uit wat het verschil is met recycling. Bij recycling gaat de grondstof achteruit in kwaliteit. Bij 2a 2b Mening 2: De vraag naar goederen bepaalt het aanbod. Dat wil zeggen: consumenten bepalen wat er wordt geproduceerd. Met welke mening ben jij het eens? Geef een argument. Eigen antwoord. Je bent minister van Infrastructuur en Milieubeheer. Je wilt graag dat cradle to cradle de nieuwe norm is voor productie in Nederland. Op welke manier ga jij cradle to cradle stimuleren voor producenten? Bedenk een paar maatregelen. Eigen antwoord. cradle to cradle blijft een grondstof gelijkwaardig. 1c Leg uit dat Nike-considered een voorbeeld is van cradle-to-cradle. De schoen kan makkelijk uit elkaar gehaald worden en opnieuw gebruikt worden. Bovendien zijn de gebruikte materialen milieuvriendelijk. 2c Op welke manier ga jij cradle to cradle stimuleren bij consumenten? Bedenk een paar maatregelen. Eigen antwoord. opdracht 2 Mening 1: Ieder aanbod van goederen creëert zijn eigen vraag. Dat wil zeggen: bedrijven bepalen wat er wordt geproduceerd.

41 Thema 9 Milieu Menukaart 3 met keuzemenu Economie De toekomst van het milieu 41 c d A opdracht 3 Deze opdracht doe je met z n tweeën. papier Het ministerie wil dat cradle to cradle beter bekend raakt bij jonge consumenten. Daarom wil het een reclamecampagne opzetten. De reclamecampagne bestaat uit posters en radiospotjes. Kies welke reclame-uiting jullie willen uitwerken: A poster B radiospotje Poster Wat is de boodschap in je reclame? Bedenk een goede slogan. Ontwerp een goed logo voor cradle to cradle. Verzamel beeldmateriaal voor je poster. Maak de poster compleet. B Maak een lijst van locaties waar je de poster goed zou kunnen ophangen om de jonge consument te bereiken. Vraag of je jullie poster in de klas mag hangen. Radiospotje In het radiospotje moet een kort informatief liedje zijn verwerkt. Dit liedje mag op bestaande muziek worden geschreven. Wat is de boodschap van je reclame? Bedenk een goede slogan. Kies een goed nummer. Schrijf een informatieve, overtuigende tekst. Let op: een reclamespot is kort, je hoeft dus niet het hele liedje te schrijven. Neem het liedje op. Op welke zenders en op welke tijden kan deze spot het best worden uitgezonden? Vraag of je jullie spotje in de klas mogen laten horen. B Speel de Afvalrace Bb ga naar en doe de Afvalrace. C Benzineprijs: een juiste prijs? opdracht 1 1a Lees op bladzijde 69 van het lesboek de tekst De prijs van benzine. De benzineprijs is gestegen. De oorzaak kan zijn dat de koers van de dollar is veranderd. Wat is er dan met de koers van de dollar gebeurd? Leg je antwoord uit. prijs vraag V 2 E 1 E 2 aanbod [antwoord volgt] 1b De oorzaak van de prijsstijging kan ook zijn dat de belastingen en accijnzen zijn gestegen. Wie kan de belastingen en accijnzen aanpassen? De overheid. opdracht 2 Bekijk figuur 1. Een verandering in vraag en aanbod kan ook de oorzaak zijn voor een stijging van de benzineprijs. In figuur 1 zie je de vraaglijn en aanbodlijn van olie. Bij elke prijs staat aangegeven hoeveel de totale vraag en het totale aanbod is. 2a FiguuR 1 hoeveelheid olie Bij een hoge prijs wordt er veel / weinig olie aangeboden, maar veel / weinig olie gevraagd. Bij een lage prijs, wordt juist veel / weinig olie gevraagd en veel / weinig aangeboden. Vervolg keuzemenu op de volgende bladzijde

42 42 2b 2c 3a 3b 3c De vraag naar olie is toegenomen, omdat er steeds meer olie nodig is. Teken hoe de vraaglijn komt te liggen. Het snijpunt van de vraaglijn en aanbodlijn is de prijs waarvoor de olie wordt verkocht. Het snijpunt ligt nu op een andere plek. Is door de toegenomen vraag de prijs van olie gestegen of gedaald? [antwoord volgt] opdracht 3 Bekijk op bladzijde 69 van het lesboek bron 29. Lees op bladzijde 154 van het lesboek vaardigheid 9b Uitdrukken in een percentage van. Wat is de consumentenprijs van een liter benzine? [antwoord volgt] Hoeveel procent van de consumentenprijs gaat naar de Belastingdienst? Maak daarvoor op een kladblaadje een berekening. [antwoord volgt] Wat wordt er in bron 29 bedoeld met inkoopprijs? d A B opdracht 4 Zie menukaart. Kies welke opdracht je wilt maken. A Brief van een taxichauffeur B Brief van een milieuactivist Eigen keuze. Brief van een taxichauffeur Je hebt een taxibedrijf. Je bent chauffeur van je eigen auto. Je leeft van de winst, dus je betaalt inkomstenbelasting. Je hebt een auto, dus je betaalt motorrijtuigenbelasting. Nu je bron 29 hebt gezien, word je pas echt boos. Schrijf een brief aan de Belastingdienst waarin je klaagt dat je zo veel moet betalen. Laat je brief aan je docent zien. Brief van een milieuactivist Je bent milieuactivist. Je maakt je zorgen over de toekomst van het milieu. Je vindt dat de overheid autorijden moet tegengaan. Schrijf een brief aan de minster van Verkeer en Waterstaat. Leg aan de minister uit wat er volgens jou met de benzineprijs moet gebeuren. Bedenk ook een andere maatregel die de minster kan nemen. [antwoord volgt] Laat je brief aan je docent zien.

43 Thema 9 Milieu Blok 3 Aantekeningen 43

44 44 Blok 4 Het milieu en ik 1a 1b 2a 2b 2c Een beter milieu begint bij jezelf. Je kunt dus kiezen om milieuvriendelijker producten te kopen. Maar vaak zijn die duurder. Wat koop jij? Deelvragen van dit blok: Wat kost een beter milieu en wat betekent dat voor jou? opdracht 1 Bekijk in het lesboek de titels en bronnen van blok 4. Denk jij bij het kopen of gebruiken van dingen wel eens aan de gevolgen ervan voor het milieu? Geef een voorbeeld. Eigen antwoord, bijv. vervuiling of uitputting. Scheiden jullie thuis alle soorten afval die in je gemeente apart worden ingezameld? Leg uit waarom wel of niet. Eigen antwoord. Ja, dat vinden we belangrijk. Nee, het is veel gedoe/vies; bepaalde stoffen worden toch nog uit het vuil gehaald bij de afvalverwerker. opdracht 2 Lees op bladzijde 70 van het lesboek de tekst Wat koop jij?. Welk woord voor het verzamelen van geld ken je al? Sparen. Wat is het verschil tussen geld in je spaarpot stoppen en reserveren? Reserveren doe je voor een vooraf bepaald doel, een grote uitgave die je niet direct kunt betalen. Wat is het verschil tussen dagelijkse uitgaven en vaste lasten? Dagelijkse uitgaven: het geld dat je uitgeeft aan eten, drinken, cadeautjes. Vaste lasten: de kosten die je iedere maand of ieder jaar betaalt zoals huur, telefoonrekening of lidmaatschap. 2d 2e Waarvoor moet je geld reserveren? Uitgaven kun je indelen in dagelijkse uitgaven (D), vaste lasten (V) en grote uitgaven waarvoor je geld reserveert (R). Schrijf de juiste letter voor de volgende uitgaven. opdracht 3 huur of hypotheek van een woning lidmaatschap van een sportvereniging nieuwe computer kapper tosti scooter blikje cola Je wilt over tien maanden een nieuwe spelcomputer van 550 kopen. Je ruilt je oude computer dan in voor 75. Welk bedrag moet je per maand reserveren om over tien maanden de nieuwe spelcomputer te kunnen kopen? 3a Stap 1 Reken uit hoeveel geld je over tien maanden moet bijbetalen = 475 3b Stap 2 Reken uit hoeveel geld je per maand moet reserveren. 4a Om grote uitgaven te kunnen doen die je niet direct kunt betalen. V V R D D R D 475 : 10 = 47,50 opdracht 4 Bekijk de figuren 1, 2 en 3. Wat is budgetteren? Om uit te komen met je geld, moet je je inkomsten en uitgaven op elkaar afstemmen. 4b De inkomsten en uitgaven van een gezin zijn niet iedere maand even hoog. Kijk maar naar figuur 1. Maak voor de familie Van Buren een overzicht voor december en januari. Welke inkomsten en uitgaven heeft het gezin in december en januari? Zet steeds de omschrijving en het bedrag in figuur 2.

45 Thema 9 Milieu Blok 4 Het milieu en ik 45 Inkomsten Maand Bedrag Salaris Iedere maand Kinderbijslag Januari, april, juli, oktober 300 Vakantiegeld Mei Uitgaven Maand Bedrag Huur Iedere maand 700 Huishouden Iedere maand 500 Energiekosten Iedere maand 90 Water Januari, april, juli, oktober 130 Belastingen Juni 320 Verzekeringen Iedere maand 150 Abonnementen en lidmaatschappen Oktober 450 Figuur 1 Inkomsten december Bedrag Uitgaven december Bedrag Salaris 1500 huur 700 huishouden 500 energiekosten 90 verzekeringen 150 Totaal 1500 Totaal 1440 Inkomsten januari Bedrag Uitgaven januari Bedrag salaris 1500 huur 700 kinderbijslag 300 huishouden 500 energiekosten 90 water 130 verzekeringen 150 Totaal 1800 Totaal 1570 Figuur 2 4c Reken in figuur 3 uit hoeveel geld de familie Van Buren in december en januari over heeft om te reserveren. 4d Bedenk waarvoor mensen maandelijks geld willen reserveren behalve voor een nieuwe geplande aanschaf. Eigen antwoord. Inkomsten december 1500 Uitgaven december 1440 Over in december 60 Inkomsten januari 1800 Uitgaven januari 1570 Over in januari 230 Figuur 3

46 46 5a 5b 5c 5d opdracht 5 Lees op bladzijde 70 van het lesboek de tekst Wat kost dat?. Als je een nieuwe televisie koopt, waar let jij dan op? Wat vind jij het belangrijkst? Schrijf voor de onderstaande kenmerken de cijfers 1 t/m 5 (1 = belangrijkst, 5 = minst belangrijk). geluidskwaliteit beeldkwaliteit prijs energieverbruik vormgeving en afmetingen Eigen antwoord. Het energieverbruik van de tv heb ik op plaats 1 / 2 / 3 / 4 / 5 staan, omdat Eigen antwoord. Bedenk waarom een zuinig apparaat ook goed is voor de portemonnee. Minder stroom verbruiken kost minder elektriciteit en dat spaart geld uit. Bedenk waarom een zuinig apparaat niet altijd direct goedkoper is. Een zuinig apparaat kan in aanschaf duurder zijn dan een minder zuinig apparaat. Later 6d Wat betekent het als een apparaat duurzaam is voor het milieu? 7a 7b 7c Dan gaat het langer mee. opdracht 7 Hoe bestraft de overheid milieu-onvriendelijk gedrag? Door accijns op benzine te heffen. Hoe beloont de overheid milieuvriendelijk gedrag? Door subsidie op de aanschaf van zonnepanelen te geven. De overheid in Nederland wil ook subsidie geven op zuinige auto s. Bedenk of dat gunstig is voor het milieu. Leg je antwoord uit. Eigen antwoord. Bijvoorbeeld: Ja, want mensen zullen dan sneller een duurdere, maar schonere auto kopen. Nee, want in plaats van een kleine auto, kopen mensen nu een grotere zuinige, die evenveel vervuilt als een niet zuinige kleine. 6a opdracht 6 Bekijk op bladzijde 70 van het lesboek bron 30. Op welk apparaat is het energielabel geplakt? 6b Het energieverbruik van een apparaat wordt aangegeven met letters / cijfers. Een A geeft het zuinigste / minst zuinige verbruik aan. Een G geeft het zuinigste / minst zuinige verbruik aan. Het energieverbruik van het apparaat op de foto 6c kan dit apparaat dan wel goedkoper voor jou worden, omdat je minder elektriciteit betaalt. Koelkast. heeft de letter A. Dit is helemaal niet / redelijk / heel zuinig. Is een duur apparaat ook altijd een duurzaam apparaat? Ja / Nee, want iets wat duur is, zoals een grote auto, is niet altijd ook goed voor het milieu. 8a opdracht 8 Bekijk op bladzijde 71 van het lesboek bron 31. Over welke energiesoorten gaat het in deze grafiek? 1 2 elektrictiteit 8b Waarvoor gebruik je aardgas thuis? Bedenk drie dingen. 8c 1 2 aardgas verwarming warm water 3 koken Bedenk door welk gebruiksdoel de schommelingen in het aardgasgebruik zo groot zijn. Leg je antwoord uit. Door verwarming, in de winter gebruik je veel meer gas voor verwarming dan in de zomer.

47 Thema 9 Milieu Blok 4 Het milieu en ik 47 8d Bedenk waardoor er ook schommelingen in het elektriciteitsverbruik zitten. In de winter is het langer donker, en heb je dus langer het licht aan. Mensen zitten ook meer voor de tv en achter de computer. Daar staat Mijn apparaten staan nooit op stand-by. Wij hebben thuis spaarlampen. Ik sluit de deuren achter me als de verwarming aan is. Punten 8e 8f tegenover dat in de zomer mensen vaker een airconditioning aanzetten. Welke soort energie wordt steeds meer gebruikt volgens deze grafiek? Elektriciteit. Bedenk waarom er in 2010 meer van die energiesoort werd gebruikt dan in We hebben meer elektrische apparaten in huis. Ik haal opladers uit het stopcontact als ik ze niet gebruik. Ik laat de warme kraan alleen stromen als ik het water gebruik. Als ik de computer niet gebruik, zet ik hem uit. Totaalscore Figuur 4 opdracht 9 Lees op bladzijde 71 van het lesboek de tekst Je eigen milieu. Bekijk op bladzijde 71 van het lesboek bron 32. 9a Hoe energiezuinig ben jij? Doe de test! Lees de zinnen in figuur 4 en vul punten in: 2 punten: de zin klopt voor mij 1 punt: de zin klopt een beetje 0 punten: de zin klopt helemaal niet voor mij. Eigen antwoord. 9b Tel je punten op en vul de totaalscore in. Wat is de uitslag? 0-4 punten: Jij verspilt heel veel energie! Er is bij jou thuis nog veel te besparen. 5-8 punten: Jij denkt al af en toe aan jullie energieverbruik, maar het kan beter punten: Jij verspilt weinig energie! Maar misschien weet jij thuis toch nog iets te verbeteren. Eigen antwoord. Goed voor het milieu hervulbare flesjes drinken appels uit Nederland kersen uit Nederland 9c Bedenk een goede milieutip voor jezelf. hghg 9d Behalve thuis kun je ook bij je aankopen het milieu sparen door bewust (niet) te kopen. Zet de volgende producten in de juiste kolom van figuur 5. appels uit Chili kiwi s uit Nieuw-Zeeland sixpack cola hervulbare flesjes drinken apart verpakte koekjes 9e Vul in figuur 5 naast elk product een product in dat beter of slechter voor het milieu zou zijn geweest. Figuur 5 Slecht voor het milieu uit blikjes drinken appels uit Chili kiwi s uit Nieuw-Zeeland 1,5 of 2 literflessen cola sixpack cola koekjes in 1 pak apart verpakte koekjes

48 48 opdracht 10 Hoeveel aardgas en elektriciteit verbruiken jullie thuis? In de meterkast zitten de meters die het verbruik van aardgas en elektriciteit meten. De meterkast zit vaak in de gang. Vraag een ouder om je te helpen. 10a Schrijf in figuur 6 bij beginstand de stand van de elektriciteitsmeter en gasmeter op. Schrijf ook de datum en het tijdstip op. 10b Schrijf de volgende dag op (ongeveer) hetzelfde tijdstip de stand van de meters op bij eindstand. 10c Trek nu de eindstand van de beginstand af en vul bij totaal het dagverbruik in. 10d Vermenigvuldig het dagverbruik met 365. aardgas (in m 3 ) en elektriciteit (in kwh) Elektriciteit: kwh per dag x 365 = kwh per jaar Gas: m 3 per dag x 365= m 3 per jaar 10e Zet nu het verbruik dat je hebt uitgerekend bij vraag 10c, in het staafdiagram van figuur 7. 10f Wij verbruiken thuis meer / minder elektricteit dan gemiddeld. Wij verbruiken thuis meer / minder gas dan gemiddeld. 10g Bedenk waarom jullie thuis meer of minder gas en elektricteit verbruiken dan gemiddeld. Wij hebben een groot / klein huis. Wij hebben een oud / nieuw huis dat slecht / goed geïsoleerd is. Wij hebben een donker / licht huis, we hebben daarom vaak / niet vaak lampen aan. Wij zijn met veel / weinig mensen thuis. Wij zijn veel / weinig thuis. Wij koken elektrisch, daardoor verbruiken wij veel elektriciteit, maar minder gas. Wij zijn heel erg / niet erg milieubewust thuis. Figuur 6 Anders, namelijk 10a t/m 10g: Eigen antwoorden opdracht 11 aardgas gemiddeld wij thuis Figuur 7 Energieverbruik van een gemiddeld huishouden van 4 personen in elektriciteit gemiddeld wij thuis Lees op bladzijde 71 van het lesboek bron a Waarom verzamelt de gemeente Rotterdam groente-, fruit- en tuinafval (gft-afval) niet meer gescheiden in? Omdat het verbranden ervan niet beter is dan composteren. 11b De biobak wordt in Rotterdam omgebouwd tot een papierbak. Waarom helpt een papierbak mee aan een beter milieu? Papier kun je recyclen, opnieuw als grondstof gebruiken. Elektriciteit Beginstand kwh Meterstand Datum Tijd Eindstand Totaal kwh kwh Aardgas Beginstand m 3 Eindstand m 3 Totaal m 3

49 Thema 9 Milieu Blok 4 Het milieu en ik 49 11c Veel gemeenten subsidiëren de aankoop van een compostvat, waarmee je zelf van gft-afval compost voor de tuin kunt maken. Bedenk waarom zelf composteren wel beter is voor het milieu dan het verbranden van gft-afval. opdracht 12 verdieping Een oud Indiaans spreekwoord luidt: we erven de aarde niet van onze ouders, we lenen haar van onze kinderen. 12a Wat betekent erven? 12b Wat betekent lenen? 12c Bedenk wat de Indianen met het spreekwoord willen zeggen over het milieu (de aarde). 12d Ben je het met het spreekwoord eens? Leg je antwoord uit. Bb Dan hoeft het afval niet te worden opgehaald, dat bespaard brandstof voor de vuilniswagens. Krijgen van iemand die is overleden. Iets wat je krijgt en later moet teruggeven. Dat we er zuinig mee moeten zijn, we moeten het milieu doorgeven aan de volgende generatie. Eigen antwoord. Bijv.: Ja, de mensen na ons hebben recht op een schone wereld met natuurlijke hulpbronnen. Of: Nee, we gebruiken deze hulpbronnen ook om kennis op te bouwen. opdracht 13 ga naar en maak de opdracht Hoe zuinig is onze auto?. opdracht 14 op een rij 14a Teken in figuur 8 pijlen tussen de begrippen en de onderwerpen die bij elkaar horen. 14b Kun jij je milieugedrag verbeteren? Leg uit waar je dan op moet letten. Eigen antwoord. opdracht 15 Kennen en kunnen Als je klaar bent met dit blok kun je: uitleggen wat reserveren is. uitleggen wat het verschil is tussen dagelijkse uitgaven en vaste lasten en van beide voorbeelden noemen. een overzicht maken van inkomsten en uitgaven. uitleggen dat een duurzaam apparaat niet ook altijd duurzaam is voor het milieu. uitleggen hoe de overheid probeert de keuzes van mensen bij het gebruik van producten te beïnvloeden. voorbeelden noemen van je eigen invloed op het milieu door energiegebruik en je keuze voor bepaalde producten. Eigen onderwerp. Begrippen budgetteren dagelijkse uitgaven deelvraag 15a Noem twee voorbeelden van manieren waarop een beter milieu geld kost. 1 2 Alternatieve energiebronnen kosten vaak nog meer geld. Schone, zuinige producten zijn vaak duurder in aanschaf, al is het gebruik ervan goedkoper. 15b Welke keuze maak jij? Kies je er nu (en straks) voor om wel of niet rekening te houden met het milieu bij het kiezen van een product, scooter, auto, huis? Leg je antwoord uit. Eigen antwoord. De keuze van bepaalde prioriteiten is ook afhankelijk van het welvaartsniveau. reserveren vaste lasten Figuur 8 Ga naar: Budgetteren Vaste lasten Reserveren Dagelijkse uitgaven Duurzaam gebruik Geld opzijleggen Lang meegaan Inkomsten en uitgaven Broodje shoarma Gasrekening

50 50 Eindsprint Milieu = omgeving waarin je leeft. Milieuproblemen Bij verstoring van het n atuurlijk e venwicht ontstaan er milieuproblemen: vervuiling van bodem, water en lucht Verstoring, bijvoorbeeld geluidsoverlast Versnippering, bijvoorbeeld weg door natuurgebied Uitputting, bijvoorbeeld vis sterft uit door overbevissing Gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen: versterkt broeikaseffect. FiguuR 1 Vroeger Middeleeuwen: 1500: meeste hout gekapt. Na 1500: turf als brandstof uit veen. Industriële revolutie: uitvinding en verbetering van de stoommachine met als brandstof steenkool. Veranderingen in de samenleving: Arbeiders gingen bij fabrieken wonen. Voor vervoer kwamen er stoomschepen en treinen. Verbetering in de communicatie door post, telegraaf en telefoon. Door deze ontwikkelingen groeide de welvaart. Afspraken tussen landen: Wereldwijd: Verdrag van Kyoto. Eindige hulpbronnen Zuinig mee omgaan door: grondstoffen opnieuw te gebruiken: recycling duurzaam gebruik, bijvoorbeeld: producten die lang meegaan hout aanplanten na houtkap K ernenergie. Extra probleem is kernafval. Oneindige hulpbronnen Overstappen op oneindige hulpbronnen, zoals: windenergie biomassa waterenergie aardwarmte Oplossingen Nederlandse overheid: De vervuiler betaalt: belasting voor ophalen van vuil en het schoonmaken van water. Zuinig met energie: energieheffing om energie duur te maken. Subsidie op milieuvriendelijke producten, zoals zonnepanelen. Strenge milieuregels. Sommige bedrijven ontwijken die regels en verplaatsen hun productie. Inrichten van de ruimte op een milieuvriendelijke manier. Jij Kopen van duurzame producten. Kopen van apparaten die weinig energie gebruiken. Dat kun je zien aan het energielabel. Kopen van producten die weinig afval. opleveren Afval scheiden.

51 Thema 9 Milieu Eindsprint 51 1a 1b 2a 2b opdracht 1 Maak het schema in figuur 1 compleet. Vul de woorden waarvan al een letter is gegeven aan. Zet de volgende woorden op de goede plek. fabrieken stoommachine uitputting turf vervuiler verstoring milieuregels energielabel water waterenergie broeikaseffect welvaart treinen belasting ruimte duurzame zonnepanelen veen kernafval lucht aardwarmte steenkool zonne-energie versnippering duurzaam energieheffing windenergie omgeving recycling bodem stoomschepen post Verdrag van Kyoto opdracht 2 Bekijk op bladzijde 141 t/m 143 van het lesboek de Tijdwijzer. Bekijk de tijdbalk in figuur 2. Kleur op de tijdbalk de tijd van burgers en stoommachines rood. Zoek de ontbrekende jaartallen bij de gebeurtenissen. Zet daarna de letters van de gebeurtenissen op de tijdbalk. A bijna al het hout is gekapt in Europa: 1500 B turf is de belangrijkste brandstof: C begin industrialisatie in Engeland: 1850 D eerste spoorlijn in Engeland: 1825 E eerste benzineauto: 1885 F eerste vliegtuig: 1903 G eerste loonstijging na de oorlog: mensen krijgen steeds meer apparaten in huis:???? H Verdrag van Kyoto: 1997 opdracht 3 Bekijk de kaart in figuur 3. Schrijf achter de letters om welke plaats het gaat. A B C D E F G H I J K L Figuur 3???? M???? N O P Q R S T U V W X FiguuR A B C D E F G H

52 52 Begrippen biodiversiteit (blok 1 LB blz. 54) Het aantal verschillende soorten planten en dieren in een gebied. Het tropisch regenwoud heeft een grote biodiversiteit. bodemerosie (blok 1 LB blz. 55) Het verdwijnen van vruchtbare grond door regen of wind. Door het kappen van bomen kan bodemerosie ontstaan. broeikaseffect (blok 1 LB blz. 55) Het verschijnsel dat bepaalde gassen in de dampkring zonlicht wel doorlaten, maar warmte vasthouden. Zonder broeikaseffect zou het op aarde veel kouder zijn. budgetteren (blok 4 LB blz. 70) Zorgen dat je net zoveel inkomsten als uitgaven hebt. Om uit te komen met je geld moet je budgetteren. dagelijkse uitgaven (blok 4 LB blz. 70) Uitgaven die je dagelijks doet, zoals voor eten en drinken. Een kop koffie in de kantine is voor mij een dagelijkse uitgave. dampkring (blok 1 LB blz. 55) De laag lucht die om de aarde zit. Zonder de dampkring is leven op aarde onmogelijk. duurzaam gebruik (blok 3 LB blz. 66) Natuurlijke hulpbronnen zo gebruiken dat ze lang meegaan. Windenergie is een voorbeeld van een duurzame energiebron. ecologische hoofdstructuur (blok 1 LB blz. 54) Een netwerk waarin natuurgebieden met elkaar zijn verbonden. Door de ecologische hoofdstructuur kunnen dieren zich van het ene naar het andere natuurgebied verplaatsen. eindige hulpbron (blok 3 LB blz. 66) Hulpbron die op kan raken. Aardolie en steenkool zijn voorbeelden van eindige hulpbronnen. fossiele brandstoffen (blok 1 LB blz. 54) Brandstoffen die zijn ontstaan uit afgestorven planten en dieren. Aardgas en benzine zijn veelgebruikte fossiele brandstoffen. Industriële Revolutie (blok 2 LB blz. 60) Verandering in de manier van produceren: van handmatige productie naar machinale productie in fabrieken. De Industriële Revolutie begon met de uitvinding van de stoommachine. mijn (blok 2 LB blz. 60) Een plaats waar vaste, natuurlijke hulpbronnen worden gewonnen. Steenkool en ijzererts worden in mijnen gewonnen. Als het vlak onder de grond zit, is dat een open mijn, anders moeten er schachten en gangen worden gegraven. natuurlijk evenwicht (blok 1 LB blz. 52) De toestand waarbij de natuur zelf zijn afvalstoffen opruimt en tekorten aanvult. Het natuurlijk evenwicht raakte verstoord toen een olietanker op de rotsen van een eiland kapotsloeg. oneindige hulpbron (blok 3 LB blz. 66) Hulpbronnen die niet op kunnen raken. Zonne-energie is een oneindige hulpbron. oppervlaktewater (blok 1 LB blz. 53) Water in sloten, rivieren en meren. In de zomer wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater gecontroleerd om te bepalen waar je veilig kunt zwemmen. prioriteit (blok 3 LB blz. 66) De belangrijkste behoefte voor iemand. Wat is voor jou een prioriteit: uitgaan of sparen voor een nieuwe spijkerbroek?

53 Thema 9 Milieu Begrippen 53 recycling (blok 3 LB blz. 66) Het opnieuw gebruiken van afval als grondstof. De recycling van oud papier en glas is een succes. reserveren (blok 4 LB blz. 70) Geld opzijzetten voor een grote uitgave. Voor de aanschaf van een ipod zul je elke maand geld moeten reserveren. turf (blok 2 LB blz. 59) Gedroogd veen. Vroeger werd turf gebruikt als brandstof. uitputting (blok 1 LB blz. 54) Milieuprobleem dat ontstaat als van iets te veel uit de natuur wordt gehaald. Uit de Noordzee wordt zo veel vis gehaald dat sommige vissen met uitsterven worden bedreigd. vaste lasten (blok 4 LB blz. 70) Uitgaven die met een vaste regelmaat terugkomen. Mijn vaste lasten zijn het afgelopen jaar gestegen. veen (blok 2 LB blz. 59) Laag dode plantenresten. Veen is ontstaan in natte gebieden. versnippering (blok 1 LB blz. 54) Milieuprobleem dat ontstaat als het leefgebied van dieren in stukken gedeeld wordt door de aanleg van wegen, huizen en industrie. Om de versnippering van het natuurgebied de Hoge Veluwe terug te draaien, is er een wildviaduct over de snelweg gemaakt. verstoring (blok 1 LB blz. 54) Milieuprobleem waarbij het milieu wordt beïnvloed door geluid, licht of stank. De verlichting van steden en wegen zorgt voor verstoring: nachtdieren blijven erdoor weg. vervuiling (blok 1 LB blz. 53) Milieuprobleem dat ontstaat als de mens te veel stoffen in het milieu brengt die er niet thuishoren. Uitlaatgassen van auto s zorgen voor vervuiling van de lucht. Ga naar:

54 54 Illustratieverantwoording Vormgeving & opmaak: In2vorm, Barchem Cartografie: EMK, Deventer Technisch tekenwerk: Tiekstra Media, Groningen In2vorm, Barchem Beeldresearch: Lineair Fotoarchief, Arnhem Verbaal Bureau voor Visuele Communicatie, Velp Foto omslag: REUTERS/China Photo ASW/JD Foto s binnenwerk: Martin Stevens / Natuurmonumenten, p. 22 De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

55 Thema 9 Milieu Illustratieverantwoording 55

56

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie Zelfstandig werken Ajodakt Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie 9 789074 080705 Informatieverwerking Groep 7 Antwoorden Auteur P. Nagtegaal ajodakt COLOFON Illustraties

Nadere informatie

Zand en klei 1. Van veen tot weiland 2. Blad 1. Heide Een lage plant met paarse bloemen.

Zand en klei 1. Van veen tot weiland 2. Blad 1. Heide Een lage plant met paarse bloemen. 5 Lastige woorden Blad Zand en klei Heide Een lage plant met paarse bloemen. Voedingsstoffen Voedsel dat planten nodig hebben om te groeien. Boomgaard Een stuk land met fruitbomen. Greppel Een kleine droge

Nadere informatie

Fossiele brandstoffen? De zon is de bron!

Fossiele brandstoffen? De zon is de bron! Energie 5 en 6 3 Fossiele brandstoffen? De zon is de bron! Filmpjes werkblad Doelen Begrippen Materialen Duur De leerlingen: weten dat fossiele brandstoffen hele oude resten van planten zijn. kunnen een

Nadere informatie

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden COLOFON Auteurs Frank Pollet Illustraties Liza-Beth Valkema Basisvormgeving LS Ontwerpers bno, Groningen Omslag illustratie Metamorfose ontwerpen BNO, Deventer

Nadere informatie

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8 Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees?

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? 42 blok 6 C1 Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. C2 Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? Hoeveel pakken brokken? Hoeveel bakjes water? Fido 3 2 1 4

Nadere informatie

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7 Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

5.1 De kaart van Nederland

5.1 De kaart van Nederland LB 0-5. De kaart van Nederland Wat betekent dit bord, denk je? Welke zin hoort bij welk woord? Trek lijnen. Een schaalstok...... geeft de vier windrichtingen op de kaart aan. Een legenda...... geeft aan

Nadere informatie

Lesbrief DUURZAAM WERKEN OPDRACHT 1 - WERKEN IN DE HAVEN

Lesbrief DUURZAAM WERKEN OPDRACHT 1 - WERKEN IN DE HAVEN Lesbrief Primair onderwijs - BOVENBOUW DUURZAAM WERKEN De haven van Rotterdam is de grootste haven van Europa. Veel mensen werken in de haven. Steeds meer spullen die je in de winkel koopt, komen per schip

Nadere informatie

Naam: WATER. pagina 1 van 8

Naam: WATER. pagina 1 van 8 Naam: WATER Geen leven zonder water Zonder water kun je niet leven. Als je niet genoeg drinkt, krijgt je dorst. Als je dorst hebt, heeft je lichaam water tekort. Je raakt dit water vooral kwijt door te

Nadere informatie

Les 1 Ontstaan aardgas

Les 1 Ontstaan aardgas Les 1 Ontstaan aardgas In 1959 werd onder het land van boer Boon in de buurt van Slochteren gas ontdekt. Het bleek één van de grootste gasvelden van de wereld te zijn! Hoe is dat gas in de boden van Nederland

Nadere informatie

Lesbrief DUURZAAM BOUWEN OPDRACHT 1 - WAT IS DAT, DUURZAAMHEID?

Lesbrief DUURZAAM BOUWEN OPDRACHT 1 - WAT IS DAT, DUURZAAMHEID? Lesbrief Primair onderwijs - BOVENBOUW DUURZAAM BOUWEN De haven van Rotterdam is de grootste haven van Europa. Veel mensen werken in de haven. Steeds meer spullen die je in de winkel koopt, komen per schip

Nadere informatie

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK 6 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK 6 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK THEMA 4 Eindredactie: Carla Wiechers Leerlijnen: Mark van Heck Auteurs: Marc ter Horst, Meie Kiel, Dianne Manders, Jacques van der Pijl

Nadere informatie

Afhankelijk van de natuur vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62385

Afhankelijk van de natuur vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62385 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 06 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62385 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Bedreigingen. Broeikaseffect

Bedreigingen. Broeikaseffect Bedreigingen Vroeger gebeurde het nogal eens dat de zee een gat in de duinen sloeg en het land overspoelde. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. De mensen hebben de duinen met behulp van helm goed vastgelegd

Nadere informatie

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Basisles Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Les Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Zonlicht dat de aarde bereikt, zorgt ervoor dat het aardoppervlak warm

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Wet van Ohm J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

2 Landschapszones op aarde SO 1

2 Landschapszones op aarde SO 1 Aardrijkskunde 1 havo/vwo 2 Landschapszones op aarde SO 1 Deze toets bestaat uit tien vragen: open vragen en meerkeuzevragen. Ook zijn er vragen waarbij de atlas (Grote Bosatlas, editie 54) nodig is. Bij

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2003 - I

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2003 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. OMGAAN MET NATUURLIJKE HULPBRONNEN figuur 1 De kringloop van het water A B LAND ZEE 2p 1 In figuur 1 staat de kringloop van het

Nadere informatie

Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 12 Wie wonen er in Nederland? ANTWOORDMODEL thema schrift

Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt 2 e editie Thema 12 Wie wonen er in Nederland? ANTWOORDMODEL thema schrift 2 e editie www.mundo-online.nl Mens en maatschappij leerjaar 2 / vmbo-kgt Thema 12 Wie wonen er in Nederland? ANTWOORDMODEL thema schrift 12 Inhoud Hoe werk je met Mundo? 4 Start 6 Blok 1 Baby s en bejaarden

Nadere informatie

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Lesbrief Watersysteem Droge voeten en schoon water www.wshd.nl/lerenoverwater Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Droge voeten en schoon water Waterschappen zorgen ervoor dat jij en ik droge

Nadere informatie

Afhankelijk van de natuur. banner. Green Science CITAVERDE. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.

Afhankelijk van de natuur. banner. Green Science CITAVERDE. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs. banner Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Green Science CITAVERDE 12 juli 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/81673 Dit lesmateriaal is gemaakt met

Nadere informatie

Tropisch Nederland. 1. Aanzetten. 1.a Tropisch Nederland

Tropisch Nederland. 1. Aanzetten. 1.a Tropisch Nederland 1. Aanzetten Tropisch Nederland 1.a Tropisch Nederland Jij gaat aan de slag met het dossier Tropisch Nederland. Welke onderdelen van het dossier ga jij maken? Overleg met je docent. GA IK DOEN STAP ONDERDEEL

Nadere informatie

1. Ecologische voetafdruk

1. Ecologische voetafdruk 2 VW0 THEMA 7 MENS EN MILIEU EXTRA OPDRACHTEN 1. Ecologische voetafdruk In de basisstoffen heb je geleerd dat we voedsel, zuurstof, water, energie en grondstoffen uit ons milieu halen. Ook gebruiken we

Nadere informatie

1.7 Kwartet over de verschillende energiebronnen

1.7 Kwartet over de verschillende energiebronnen 2. 1. Lessuggesties Oriënterende en activiteiten op klasniveau 1.7 Kwartet over de verschillende energiebronnen Dit kwartet is een syntheseactiviteit. De meeste aspecten van energie die aan bod zijn gekomen,

Nadere informatie

Groep 8 Basisles: Elektriciteit opwekken

Groep 8 Basisles: Elektriciteit opwekken Leerkrachtinformatie Lesduur: 35 tot 40 minuten Deze basisles kunt u op verschillende manieren organiseren: A. Klassikaal (35 minuten) U verzorgt en begeleidt de les. U gebruikt hierbij deze leerkrachtinformatie

Nadere informatie

Sheet 2: Bekijk met de kinderen de tussenstand van Afval the Game op Instagram en/of Facebook. Hoe gaat het bij de kinderen met inzamelen?

Sheet 2: Bekijk met de kinderen de tussenstand van Afval the Game op Instagram en/of Facebook. Hoe gaat het bij de kinderen met inzamelen? Afval the Game Docentenhandleiding les 2 Duur Voor deze les hebt u ongeveer 80 minuten nodig. Leerdoelen De kinderen hebben in de vorige les geleerd dat het belangrijk is om plastic te scheiden, zodat

Nadere informatie

Bernd Roemmelt / Greenpeace HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL

Bernd Roemmelt / Greenpeace HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL Bernd Roemmelt / Greenpeace HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL Greenpeace is een organisatie die ereldijd opkomt voor het milieu. We illen de natuur en de dieren daarin beschermen.

Nadere informatie

Toeristen in Nederland

Toeristen in Nederland Toeristen in Nederland Het is bijna zomer. Veel Nederlanders gaan lekker op vakantie naar het buitenland. Maar er komen ook heel veel buitenlandse toeristen naar Nederland. Hoeveel zijn dat er eigenlijk?

Nadere informatie

Lesbrief DUURZAAM WERKEN OPDRACHT 1 - WERKEN IN DE HAVEN

Lesbrief DUURZAAM WERKEN OPDRACHT 1 - WERKEN IN DE HAVEN Lesbrief Primair onderwijs - MIDDENBOUW DUURZAAM WERKEN De haven van Rotterdam is de grootste haven van Europa. Veel mensen werken in de haven. Steeds meer spullen die je in de winkel koopt, komen per

Nadere informatie

Lesbrief. aardrijkskunde DUURZAAM PRODUCEREN OPDRACHT 1 - DUURZAAMHEID

Lesbrief. aardrijkskunde DUURZAAM PRODUCEREN OPDRACHT 1 - DUURZAAMHEID Lesbrief Onderbouw voortgezet onderwijs - VMBO DUURZAAM PRODUCEREN De haven van Rotterdam is de grootste haven van Europa. Steeds meer spullen die je in de winkel koopt, komen per schip in Rotterdam binnen.

Nadere informatie

Werken aan natuur en milieu

Werken aan natuur en milieu Keuzevak Milieu, hergebruik en duurzaamheid Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 5 van dit werkboek. Te activeren tot: COLOFON Uitgeverij: Auteur(s): Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Landengids voor: Landengids

Landengids voor: Landengids We gaan een reisgids maken voor een land dat je zelf mag uitkiezen. Dat is een boekje waarin allemaal dingen staan die met dat land te maken hebben en die je zou willen weten als je op vakantie zou gaan

Nadere informatie

Afhankelijk van de natuur vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Afhankelijk van de natuur vmbo-kgt12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 14 July 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/62464 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Water kan ook veranderen is waterdamp. Het wordt dan een gas. Maar heter als 100 graden kan water niet worden. Dit is het kookpunt van water.

Water kan ook veranderen is waterdamp. Het wordt dan een gas. Maar heter als 100 graden kan water niet worden. Dit is het kookpunt van water. Water Zonder water kun niet Zonder water kun je niet leven. Als je niet genoeg drinkt, krijgt je dorst. Als je dorst hebt, heeft je lichaam water tekort. Je raakt dit water vooral kwijt door te plassen

Nadere informatie

Dagboek Nederland onder water?! Komt Nederland onder water te staan? En wat kunnen jij en de politiek doen om dit te voorkomen?

Dagboek Nederland onder water?! Komt Nederland onder water te staan? En wat kunnen jij en de politiek doen om dit te voorkomen? Dagboek Dagboek Nederland onder water?! Komt Nederland onder water te staan? En wat kunnen jij en de politiek doen om dit te voorkomen? Dat het klimaat verandert is een feit. Je hoort het overal om je

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Stroom. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Stroom. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Stroom J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Ons milieu, een kostbaar goed

Ons milieu, een kostbaar goed 1 Ons milieu, een kostbaar goed Datum Blz. 1. Inleiding 4 2. Soorten vervuiling 5 2.1. Luchtverontreiniging 5 2.2. Bodemvervuiling 6 2.3. Lichtvervuiling 7 2.4. Geluidsoverlast 7 2.5. Watervervuiling 8

Nadere informatie

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Naam GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Groot Brittannië Groot-Brittannië is Schotland, Engeland en Wales samen. Engeland is het grootst van Groot-Brittannië en Wales het kleinst. Engeland heeft meer dan 46

Nadere informatie

Economie en milieu hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52456

Economie en milieu hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52456 Auteur VO-content Laatst gewijzigd 02 May 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/52456 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa)

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Lees ter voorbereiding onderstaande teksten. Het milieu De Europese Unie werkt aan de bescherming en verbetering van

Nadere informatie

1. Van je juf of meester krijg je een plaatje. Bekijk je plaatje goed. 3. Zoek samen nog vier klasgenoten met een ander plaatje.

1. Van je juf of meester krijg je een plaatje. Bekijk je plaatje goed. 3. Zoek samen nog vier klasgenoten met een ander plaatje. Opdracht 1 Ongeveer 150 jaar geleden stonden er veel steenfabrieken langs de IJssel. De stenen werden van klei gemaakt. Dat kon je langs de IJssel vinden. Als de rivier overstroomde, bleef er een laagje

Nadere informatie

Tropisch Nederland. 1. Aanzetten. 1.a Tropisch Nederland

Tropisch Nederland. 1. Aanzetten. 1.a Tropisch Nederland Tropisch Nederland 1. Aanzetten 1.a Tropisch Nederland Jij gaat aan de slag met het dossier Tropisch Nederland. Welke onderdelen van het dossier ga jij maken? Overleg met je docent. GA IK DOEN STAP ONDERDEEL

Nadere informatie

WERKBLAD mijn landschap

WERKBLAD mijn landschap WERKBLAD mijn landschap Hoe zie jij het landschap? Wat vind je mooi of belangrijk? Ga alleen of in groepjes aan de slag en maak - een presentatie op papier of digitaal - een gedicht, een verhaal of een

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL. Bernd Roemmelt / Greenpeace

HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL. Bernd Roemmelt / Greenpeace HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL Bernd Roemmelt / Greenpeace 2. NOORDPOOL OPDRACHT 1 Bekijk het filmpje: 1. Welke landen liggen rondom de Noordpool? 2. In welke zee ligt de Noordpool? Bernd Roemmelt / Greenpeace

Nadere informatie

LESBLAD WATERKRINGLOOP GROEP 5-6

LESBLAD WATERKRINGLOOP GROEP 5-6 1 NAAM GROEP De reis van een waterdruppel Het water op aarde maakt verre reizen. De reizen van het water verlopen altijd in een rondje: de waterkringloop. Het begint met de zon De zon verwarmt het zeewater

Nadere informatie

Waar halen ze de ENERGIE. vandaan? Leerlijn

Waar halen ze de ENERGIE. vandaan? Leerlijn Leerlijn Waar halen ze de ENERGIE vandaan? Inleiding De lesmethode van Solarkids heeft een doorgaande leerlijn voor het basisonderwijs. De leerlijn is gebaseerd op de kerndoelen die zijn opgelegd door

Nadere informatie

Lessuggesties energie Ter voorbereiding van GLOW. Groep 6, 7, 8

Lessuggesties energie Ter voorbereiding van GLOW. Groep 6, 7, 8 Lessuggesties energie Ter voorbereiding van GLOW Groep 6, 7, 8 Eindhoven, 8 september 2011 In het kort In deze lesbrief vind je een aantal uitgewerkte lessen waarvan je er één of meerdere kunt uitvoeren.

Nadere informatie

Van de regen in de drup

Van de regen in de drup Doelen Kerndoel 43: De leerlingen leren hoe je weer en klimaat kunt beschrijven met behulp van temperatuur, neerslag en wind. De leerlingen leren de waterkringloop. Kerndoel 47: De leerlingen leren de

Nadere informatie

Opwarming van de aarde

Opwarming van de aarde Leerlingen Opwarming van de aarde 8 Naam: Klas: In dit onderdeel kom je onder andere te weten dat er niet alleen een broeikaseffect is, maar dat er ook een versterkt broeikaseffect is. Bovendien leer je

Nadere informatie

Toets_Hfdst10_BronnenVanEnergie

Toets_Hfdst10_BronnenVanEnergie Toets_Hfdst10_BronnenVanEnergie Vragen Samengesteld door: visign@hetnet.nl Datum: 31-1-2017 Tijd: 11:10 Samenstelling: Geowijzer Vraag: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19,

Nadere informatie

Spelend leren, leren spelen

Spelend leren, leren spelen Spelend leren, leren spelen een werkboek voor kinderen en ouders Rudy Reenders, Wil Spijker & Nathalie van der Vlugt Spelend leren, een werkboek voor kinderen en ouders leren spelen Rudy Reenders, Wil

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Reizen

Ik en de maatschappij. Reizen Ik en de maatschappij Reizen Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Ferry van de Put Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Eindredactie: Daphne Ariaens

Nadere informatie

naam WERKBLAD in de buurt van de school Bekijk de buurt waar de school staat. Probeer de vragen te beantwoorden.

naam WERKBLAD in de buurt van de school Bekijk de buurt waar de school staat. Probeer de vragen te beantwoorden. WERKBLAD in de buurt van de school Bekijk de buurt waar de school staat. Probeer de vragen te beantwoorden. Ga het vragen. Zoek in boeken en op internet. Schrijf de antwoorden op. Zoek er plaatjes bij.

Nadere informatie

Jouw idealen in Utrecht Verkiezingsprogramma. Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal

Jouw idealen in Utrecht Verkiezingsprogramma. Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal Jouw idealen in Utrecht Verkiezingsprogramma Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal Verkiezingen in de provincie Op 18 maart 2015 zijn er verkiezingen in de provincie Utrecht. Iedereen die in Utrecht

Nadere informatie

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Leerkrachtinformatie Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Lesduur: 30 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen weten wat de gevolgen zijn van energie verbruik. De leerlingen weten wat duurzaamheid is. De leerlingen

Nadere informatie

Titel De gasbel onder Nederland

Titel De gasbel onder Nederland De gasbel onder Nederland Het ontstaan van gas en zout in de Nederlandse bodem Korte lesomschrijving In deze les maken leerlingen kennis met het ontstaan van de gasbel onder Slochteren in de provincie

Nadere informatie

Aardrijkskundeproefwerk Hoofdstuk 6. Vakantielanden

Aardrijkskundeproefwerk Hoofdstuk 6. Vakantielanden Aardrijkskundeproefwerk Hoofdstuk 6 Vakantielanden Het klimaat is in Zuid-Europa anders dan in Nederland. In de zomer is het er warm en droog, in de winter is het er ongeveer zoals zomers in Nederland.

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

REKENTOPPERS 4. Antwoordenboek. Rekenen en wiskunde. Pascal Goderie. Auteur

REKENTOPPERS 4. Antwoordenboek. Rekenen en wiskunde. Pascal Goderie. Auteur REKENTOPPERS 4 Rekenen en wiskunde Antwoordenboek Auteur Pascal Goderie KAART KAART 2. Zet de getallen op de goede plaats 2 7. Sjoelen Elke behaalt 4 punten. Willem: veertig punten 4 3 5 8 6 9 2. Pijltjes

Nadere informatie

Inleiding. Afvalwater. Afvalwaterzuivering

Inleiding. Afvalwater. Afvalwaterzuivering Inleiding Je poetst je tanden en spoelt je mond. Hup, doorspoelen! Vieze handen? Flink wat zeep en de kraan open: hup, ook maar doorspoelen! Elke dag spoel jij vele liters schoon drinkwater door de wastafel,

Nadere informatie

PrOmotie. Praktijk en Loopbaan. Werkboek 2 Plant en Dier

PrOmotie. Praktijk en Loopbaan. Werkboek 2 Plant en Dier PrOmotie Praktijk en Loopbaan Werkboek 2 Plant en Dier Colofon Auteurs: Onder redactie van: Tekstredactie: Vormgeving: Illustraties: Drukwerk: Jany Brussaard, Harold Jongsma, Hanneke Molenaar Ingrid Koops

Nadere informatie

Wat weet jij over biologisch en over de bodem?

Wat weet jij over biologisch en over de bodem? Met leuke vragen, opdrachten en experimenten voor thuis! Wat weet jij over biologisch en over de bodem? Biologisch, lekker natuurlijk! Heb je er wel eens over nagedacht dat alles wat je eet, van een plant

Nadere informatie

1 Zet in de goede volgorde. Van klein naar groot.

1 Zet in de goede volgorde. Van klein naar groot. Herhaling Ω groep 5 Ω Aardrijkskunde (blad 1) Zoek de pagina in het lesboek. Lees de tekst en bekijk de foto of tekening. Maak dan de vraag. pagina 2 en 3 1 Zet in de goede volgorde. Van klein naar groot.

Nadere informatie

Groei voorbereiden. -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl. De CO 2

Groei voorbereiden. -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl. De CO 2 Groei voorbereiden De CO 2 -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl www.climatecalc.eu Cert. no. CC-000057/NL Groei voorbereiden WEGWIJZER Deze module

Nadere informatie

Titel De gasbel onder Nederland

Titel De gasbel onder Nederland De gasbel onder Nederland Het ontstaan van gas, zout en steenkool in de Nederlandse bodem Korte lesomschrijving In deze les maken leerlingen kennis met het ontstaan van de gasbel onder Slochteren in de

Nadere informatie

Schoon water voor iedereen?

Schoon water voor iedereen? Doelen Kerndoel 43: De leerlingen leren hoe je weer en klimaat kunt beschrijven met behulp van temperatuur, neerslag en wind. Kerndoel 47: De leerlingen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

Lessenplan C2C, dé duurzame oplossing?

Lessenplan C2C, dé duurzame oplossing? Lessenplan C2C, dé duurzame oplossing? (gebaseerd op lessen van 50 minuten) Les 1 en 2: Bekijken van de DVD Afval is Voedsel (Vpro Tegenlicht 6 oktober 2006) Maken van de verwerkingsopdrachten. De DVD

Nadere informatie

Economie en milieu vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Economie en milieu vmbo12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 17 October 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/62169 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

www.praktischtechniek.nl

www.praktischtechniek.nl D. Bekijk nu de andere zaklampen. Vul de tabel in. Werken alle zaklampen? Ja / nee Omdat: Welke zaklamp schijnt het langst? Techniekkit: Noord Nederland Domein: Energie omzetting Competentie: Ontwerpen

Nadere informatie

Waterkringloop vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/82660

Waterkringloop vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/82660 Auteur VO-content Laatst gewijzigd 16 november 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres https://maken.wikiwijs.nl/82660 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs

Nadere informatie

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK 5 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK 5 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK Eindredactie: Carla Wiechers Leerlijnen: Mark van Heck Auteurs: Marc ter Horst, Jacques van der Pijl THEMA 4 thema 4 les 1 Wat eten

Nadere informatie

DE STAD. Projectboek Mens en Maatschappij HET HOOGHUIS. ZUID/WEST Leerjaar 1 b/k

DE STAD. Projectboek Mens en Maatschappij HET HOOGHUIS. ZUID/WEST Leerjaar 1 b/k DE STAD Projectboek Mens en Maatschappij HET HOOGHUIS ZUID/WEST Leerjaar 1 b/k Inhoud Introductie... 2 Ruimteverdeling... 3 Bouwstijl... 5 Het stadswapen... 7 Onderzoek en presentatie... 12 Beoordelingscriteria...

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 6 groep 6 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 6 groep 6 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 6 groep 6 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Duurzame stroom in het EcoNexis huis

Duurzame stroom in het EcoNexis huis Groepsopdracht 1 Duurzame stroom in het EcoNexis huis Inleiding De wereldbevolking groeit, en de welvaart stijgt ook steeds meer. Daarom neemt de vraag naar energie (elektriciteit, gas, warmte) wereldwijd

Nadere informatie

Basiscursus Nederlands voor buitenlanders Delftse methode. Oefenboek

Basiscursus Nederlands voor buitenlanders Delftse methode. Oefenboek Basiscursus Nederlands voor buitenlanders Delftse methode Oefenboek Beginners NT2-niveau 0 1 Delftse methode Basiscursus 1 Nederlands voor buitenlanders Oefenboek A.G. Sciarone P.J. Meijer Boom, Amsterdam

Nadere informatie

Bevolkingsgroepen DOE KAART 1. Naam van het project. Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep.

Bevolkingsgroepen DOE KAART 1. Naam van het project. Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep. DOE KAART 1 Bevolkingsgroepen Als je voor deze opdracht kiest leer je meer over een bepaalde bevolkingsgroep. Zoek 6 verschillende bevolkingsgroepen op. Kies 1 bevolkingsgroep uit waar je meer over wilt

Nadere informatie

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK 7 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK 7 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK Eindredactie: Carla Wiechers Leerlijnen: Mark van Heck Auteurs: Meie Kiel, Jacques van der Pijl, Maril Rijks THEMA 4 thema 4 les 1 Volop

Nadere informatie

05 xxx De bodem van Nederland

05 xxx De bodem van Nederland 0 xxx De bodem van Nederland LB 0- Zand en klei Bodem en landschap Kijk naar de kaart op bladzijde 6 in je boek. a Welke grondsoort komt bij jou in de buurt voor? b Welk landschap vind jij het mooist?

Nadere informatie

Jouw idealen in de provincie Basisverkiezingsprogramma. Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal

Jouw idealen in de provincie Basisverkiezingsprogramma. Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal Jouw idealen in de provincie Basisverkiezingsprogramma Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal Verkiezingen in de provincie Op 18 maart 2015 zijn er verkiezingen in de provincies van Nederland. Iedereen

Nadere informatie

REKENEN METEN EN MEETKUNDE. Meetkunde voor 1F Deel 1 van 2

REKENEN METEN EN MEETKUNDE. Meetkunde voor 1F Deel 1 van 2 REKENEN METEN EN MEETKUNDE Meetkunde voor 1F Deel 1 van 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteurs: Daphne Ariaens, Marie Josée Halman Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

stp lwo wb.2 09-03-2005 12:44 Pagina 1 STANDPUNT voor VMBO/LWOO & BBL Werkboek deel 2 Jan de Leeuw Van: Klas: School: Schooljaar:

stp lwo wb.2 09-03-2005 12:44 Pagina 1 STANDPUNT voor VMBO/LWOO & BBL Werkboek deel 2 Jan de Leeuw Van: Klas: School: Schooljaar: stp lwo wb.2 09-03-2005 12:44 Pagina 1 STANDPUNT voor VMBO/LWOO & BBL Werkboek deel 2 Jan de Leeuw Van: Klas: School: Schooljaar: stp lwo wb.2 09-03-2005 12:44 Pagina 3 Hoofdstuk 1 Dierproeven Paragraaf

Nadere informatie

Les Energie besparen LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE. Werkblad

Les Energie besparen LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Energie besparen Werkblad Les Energie besparen Werkblad Stel je voor dat fossiele brandstoffen morgen bijna op zouden zijn. De huizen zouden koud blijven. Er zou geen energie

Nadere informatie

Hoe maak ik een Spreekbeurt?

Hoe maak ik een Spreekbeurt? Hoe maak ik een Spreekbeurt? Stap 1: Kies een onderwerp. Voordat je kunt beginnen met het maken van een spreekbeurt, moet je natuurlijk een onderwerp kiezen. Het hoeft niet perse een hobby van je te zijn,

Nadere informatie

De Geo. 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk

De Geo. 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 1. www.degeo-online.nl. 1ste druk De Geo 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw Antwoorden hoofdstuk 1 www.degeo-online.nl 1ste druk De Geo, aardrijkskunde voor de onderbouw van hv - Docentenhandleiding 1 HV 1 ThiemeMeulenhoff Utrecht/Zutphen,

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding blz. 3. Wat is een fossiel? blz. 4. Hoe fossielen ontstaan blz. 5. Fossielen van zacht weefsel blz. 6. Zeedieren blz.

Inhoud. Inleiding blz. 3. Wat is een fossiel? blz. 4. Hoe fossielen ontstaan blz. 5. Fossielen van zacht weefsel blz. 6. Zeedieren blz. Door: Oscar Zuethoff Groep 6b - Meneer Jos & Ingrid Februari 2008 Inhoud Inleiding blz. 3 Wat is een fossiel? blz. 4 Hoe fossielen ontstaan blz. 5 Fossielen van zacht weefsel blz. 6 Zeedieren blz. 7 De

Nadere informatie

Voor het welzijn van kind en school. Klas 3!

Voor het welzijn van kind en school. Klas 3! Voor het welzijn van kind en school Klas 3! Wat is energie Energie heb je nodig om iets te doen. Je hebt het nodig om een auto mee te kunnen laten rijden, een huis mee te verwarmen of een fabriek mee te

Nadere informatie

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke

Spinners. Veel plezier! Juf Els en juf Anke Spinners Een nieuwe rage: spinners! Heb jij ze al gespot in jouw klas? Vervelend, al dat speelgoed op school, of handig! spinners in de klas, daar kun je leuke, leerzame activiteiten mee doen! Wij bedachten

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Uitsterven of wegwezen

Uitsterven of wegwezen Klimaatverandering 7 en 8 5 Uitsterven of wegwezen Voedselwebspel Doelen Begrippen Materialen Duur De leerlingen: kennen een aantal oorzaken waardoor dieren uitsterven of verdwijnen, waaronder de klimaatverandering.

Nadere informatie

Cursus. Oriëntatie op het werkveld voor SMD en SCW

Cursus. Oriëntatie op het werkveld voor SMD en SCW Cursus Oriëntatie op het werkveld voor SMD en SCW Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Esmeralda de Leeuw en Floortje Vissers Titel: Oriëntatie op

Nadere informatie

Strategieles Sleutelschema s niveau A

Strategieles Sleutelschema s niveau A Strategieles Sleutelschema s niveau A Wat doe je in deze les? Bij Nieuwsbegrip lees je steeds een tekst. Bij de tekst maak je altijd een schema. Dan kun je snel zien waar de tekst over gaat. Zo'n schema

Nadere informatie

Mr Finney. Lesbrief Een tuin onder water. Deze lesbrief is een uitgave van Hogeschool Utrecht 1

Mr Finney. Lesbrief Een tuin onder water. Deze lesbrief is een uitgave van Hogeschool Utrecht 1 Mr Finney Lesbrief Een tuin onder water Deze lesbrief is een uitgave van Hogeschool Utrecht 1 Voor je ligt de lesbrief die ontwikkeld is bij het hoofdstuk Een tuin onder water uit het boek Mr Finney en

Nadere informatie

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet?

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet? 1 Kun je aan planten zien wat je aan moet? Hoofdstuk 1 Les 1 Zoek het op Bij de evenaar staat de zon hoog. Het is er warm en daardoor verdampt het water. Die warme damp stijgt op en koelt af: dan gaat

Nadere informatie

Werkblad 1 Vroeger en nu

Werkblad 1 Vroeger en nu Werken en school. Lees en vul in: Werkblad 1 Vroeger en nu Vroeger werkten de kinderen mee op het land of thuis (helpen met thuisweven of thuisspinnen bijvoorbeeld), de meisjes hielpen ook nog in het huishouden.

Nadere informatie

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Filmpje kijken en aantekeningen maken

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Filmpje kijken en aantekeningen maken B, les 1 Les 1: Een verklarende tekst schrijven Wat ga je schrijven: een verklarende tekst Wat is de VOGELS-strategie? Schrijf op wat de letters betekenen. V O GE L S Filmpje kijken en aantekeningen maken

Nadere informatie