Rechtsvraag: In cassatie staat de vraag centraal of het recht van een patiënt op smartengeld op diens erven is overgegaan.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rechtsvraag: In cassatie staat de vraag centraal of het recht van een patiënt op smartengeld op diens erven is overgegaan."

Transcriptie

1 HR 3 februari 2006, AU5684, C04/308HR Onderwerp: Aansprakelijkheidsverzekering, vergoeding immateriële schade, overgang op erfgenamen Artikelen: Art. 6:106 lid 2 BW Rechtsvraag: In cassatie staat de vraag centraal of het recht van een patiënt op smartengeld op diens erven is overgegaan. Beslissing: De Rechtbank heeft de vordering tot betaling van ,21 toegekend. Het Hof heeft deze veroordeling bekrachtigd. De Hoge Raad is van mening dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ziekenhuis de brief van de eiser tot cassatie niet behoefde te begrijpen als betrekking hebbend op de immateriële schade. (r.o. 3.5) De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst het geding naar een ander Hof ter verdere behandeling en beslissing. Nr. C04/308HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. G.C. Makkink, t e g e n de vennootschap naar buitenlands recht ST. PAUL INTERNATIONAL INSURANCE COMPANY LIMITED, gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand. 1. Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: St. Paul - heeft bij exploot van 9 april 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. [eiser] te veroordelen om aan St. Paul te betalen een bedrag van ,21 (ƒ ,--), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2001, althans vanaf de dag der dagvaarding, en 2. [eiser] te veroordelen tot betaling van de kosten van preprocessuele rechtsbijstand van 3.976,57, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf der dag der dagvaarding. [Eiser] heeft de vorderingen bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 12 december 2002 [eiser] veroordeeld aan St. Paul te betalen een bedrag van ,21, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2001 tot aan de dag der algehele voldoening, [eiser] in de kosten van de procedure aan de zijde van St. Paul veroordeeld, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. St. Paul heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 29 juni 2004 heeft het hof in het principaal en in het incidenteel hoger beroep het vonnis van de rechtbank van 12 december 2002 bekrachtigd, [eiser] in de kosten van het principaal appel aan de zijde van St. Paul veroordeeld, St. Paul in de kosten van het incidenteel appel aan de zijde van [eiser] veroordeeld, dit arrest, voor zover het de proceskosten-veroordeling in het incidenteel appel betreft, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. Page 1

2 2. Het geding in cassatie New Text Document (2).txt Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. St. Paul heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor St. Paul mede door mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 29 juni 2004 en tot verwijzing van de zaak. 3. Beoordeling van het middel 3.1 Wat betreft de feiten en het verloop van de procedure verwijst de Hoge Raad naar de punten 1-7 van de conclusie van de Procureur-Generaal en naar het hiervoor onder 1 overwogene. Kort samengevat gaat het in cassatie om het volgende. (i) [Betrokkene 1] heeft in juni 1997 een hersenoperatie ondergaan in het Academisch Ziekenhuis Utrecht (hierna: het ziekenhuis), na welke operatie hij letsel heeft opgelopen. (ii) [Eiser] heeft als advocaat van [betrokkene 1] een brief gedateerd 18 september 1998 gestuurd aan het ziekenhuis met voorzover in deze procedure van belang de volgende inhoud: "Hierbij bericht ik u in vervolg op mijn brief van 29 mei jl. in verband met bovenvermelde zaak dat cliënt, [betrokkene 1], u aansprakelijk stelt voor de schade die het gevolg is van het letsel dat hij heeft opgelopen in uw ziekenhuis in aansluiting op de hersenoperatie die op 24 juni 1997 bij hem is uitgevoerd (...)" (iii) Op 15 maart 1999 is [betrokkene 1] overleden. (iv) St. Paul, de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat het recht van [betrokkene 1] op smartengeld bij gebreke van een mededeling in de zin van art. 6:106 lid 2 BW niet op diens erven is overgegaan en dat het nalaten zo'n mededeling te doen een beroepsfout van [eiser] vormt. Zij stelt dat de erven te dier zake een vordering tot vergoeding van vermogensschade jegens [eiser] toekomt gelijk aan het bedrag van ƒ ,-- waarop het smartengeld in een vaststellingsovereenkomst van 11 april 2001 tussen St. Paul en de erven is bepaald, en dat zij deze vordering vervolgens, tegen betaling van dat bedrag, krachtens cessie heeft gekregen. St. Paul heeft van [eiser] betaling van het bedrag in kwestie gevorderd. Deze vordering is door de rechtbank toegewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. 3.2 Het middel houdt, kort gezegd, de klacht in dat het oordeel van het hof dat het ziekenhuis uit de hiervóór in 3.1 onder (ii) vermelde brief van 18 september 1998 redelijkerwijs niet behoefde af te leiden dat [betrokkene 1] daadwerkelijk genoegdoening van ander nadeel dan vermogensschade wenste, onbegrijpelijk is, althans blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. 3.3 Het recht op vergoeding van immateriële schade is een hoogstpersoonlijk recht in dier voege dat de benadeelde zelf moet laten blijken dat hij genoegdoening voor ander nadeel dan vermogensschade wenst (HR 20 september 2002, nr. C00/328, NJ 2004, 112). In de onderhavige procedure is uitgangspunt dat aan dit vereiste is voldaan. St. Paul heeft slechts aangevoerd dat de brief van 18 september 1998 niet de door art. 6:106 lid 2 BW vereiste mededeling aan het ziekenhuis inhield dat [betrokkene 1] op vergoeding van immateriële schade aanspraak maakte, en dat [eiser] door die mededeling niet in de brief op te nemen een beroepsfout heeft begaan. Het middel bestrijdt terecht niet het oordeel van het hof in rov dat voor het antwoord op de vraag of een mededeling aangemerkt kan worden als een mededeling van de benadeelde ([betrokkene 1]) waarin deze aanspraak maakt op smartengeld bepalend is de betekenis die degene tot wie de mededeling was gericht (het ziekenhuis) daaraan in de gegeven omstandigheden heeft toegekend en heeft mogen toekennen. In het licht van de strekking van art. 6:106 lid 2, zoals deze naar voren komt uit de in de conclusie van de Procureur-Generaal weergegeven ontstaansgeschiedenis van deze bepaling en de Kamerstukken betreffende wetsvoorstel (zie punt 13 van de conclusie), is er geen reden om aan de inhoud van de bedoelde mededeling verdergaande eisen te stellen. 3.4 Ten aanzien van de vraag welke betekenis in dit opzicht moet worden gehecht aan de brief van 18 september 1998 overwoog het hof vervolgens: "(...) In de brief van 18 september 1998 van [eiser] (...) is uitsluitend sprake van een algemene aansprakelijkstelling van het ziekenhuis voor de schade als gevolg van het opgelopen letsel (eerste alinea), wordt vervolgens uiteengezet waarop die aansprakelijkheid zou berusten en wordt besloten met de vraag of het ziekenhuis aansprakelijkheid aanvaardt (laatste alinea). Het ziekenhuis behoefde uit deze brief redelijkerwijs niet af te leiden dat de benadeelde daadwerkelijk Page 2

3 genoegdoening van ander nadeel dan vermogensschade wenste. Het hof verwijst ook naar hetgeen het onder zal overwegen." In rov komt het hof tot het oordeel dat de reactie van St. Paul namens het ziekenhuis geen erkenning inhoudt dat het ziekenhuis/st. Paul de brief van 18 september 1998 daadwerkelijk heeft begrepen als mede strekkend tot het verkrijgen van vergoeding van immateriële schade. 3.5 Het middel wijst in de onderdelen A en B op hetgeen [eiser] gesteld heeft omtrent de door [betrokkene 1] geleden schade en wat het ziekenhuis daarover bekend was - welke stellingen kort samengevat inhielden dat [betrokkene 1] een ernstige hersenbeschadiging had opgelopen en zijn schade aldus in belangrijke en omvangrijke mate uit ander nadeel dan vermogensschade bestond en dat dit aan het ziekenhuis bekend was -, en wijst voorts erop dat uit art. 6:95 in verbinding met art. 6:106 voortvloeit dat [betrokkene 1] recht had op vergoeding van zowel vermogensschade als ander nadeel, en dat het naar de thans in de maatschappij heersende opvattingen algemeen gebruikelijk is om in dergelijke gevallen van ernstige letselschade niet slechts vergoeding van vermogensschade te vorderen. Het klaagt terecht dat in het licht van dit een en ander zonder nadere, door het hof niet gegeven, motivering niet begrijpelijk is waarom het ziekenhuis de mededeling in de brief van 18 september 1998 dat [betrokkene 1] het ziekenhuis aansprakelijk stelde "voor de schade die het gevolg is van het letsel dat hij heeft opgelopen (...)" niet behoefde op te vatten als mede betrekking hebbend op immateriële schade. Nu deze klacht slaagt, behoeft het middel voor het overige geen behandeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 29 juni 2004; verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing; veroordeelt St. Paul in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op 829,96 aan verschotten en 2.600,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 februari Conclusie nr. C04/308HR Mr. A.S. Hartkamp zitting 21 oktober 2005 Conclusie inzake [Eiser] tegen St. Paul International Insurance Company Limited Feiten en procesverloop 1) In cassatie dient te worden uitgegaan van de volgende feiten(1). Op 24 en 25 juni 1997 is [betrokkene 1] medisch behandeld in het Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU). Hij heeft daarbij onder meer een hersenoperatie ondergaan. [Betrokkene 1] heeft na de behandelingen in het AZU letsel opgelopen, met name doordat na de operatie een nabloeding is ontstaan. Eiser tot cassatie, [eiser], heeft als advocaat van [betrokkene 1] een brief gedateerd 18 september 1998 gestuurd aan de Raad van Bestuur van het AZU met voor zover in deze procedure van belang de volgende inhoud: "Geachte Raad, Hierbij bericht ik u in vervolg op mijn brief van 29 mei jl. in verband met bovenvermelde zaak dat cliënt, [betrokkene 1], u aansprakelijk stelt voor de schade die het gevolg is van het letsel dat hij heeft opgelopen in uw ziekenhuis in aansluiting op de hersenoperatie die op 24 juni 1997 bij hem is uitgevoerd (...)" Page 3

4 [Betrokkene 1] is op 15 maart 1999 overleden. Verweerster in cassatie, verder te noemen: "St. Paul", is de aansprakelijkheidsverzekeraar van het AZU. In een brief van haar advocaat ([betrokkene 2]) gedateerd 24 maart 1999 heeft St. Paul laten weten dat zij had besloten de schade van [betrokkene 1] die voortvloeit uit "het (mogelijk) delay bij de ontdekking van het postoperatieve hematoom op 25 juni 1997" te vergoeden en voorts "dat de neurologische schade die [betrokkene 1] opliep als gevolg van de bloeding op 25 juni 1997 voor vergoeding in aanmerking komt". Op 20 maart 2001 is een vaststellingsovereenkomst opgemaakt en door St. Paul ondertekend, welke overeenkomst op 11 april 2001 door [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] (verder te noemen: de erven) voor akkoord is ondertekend. In deze vaststellingsovereenkomst is onder andere het volgende opgenomen: "1. Partijen stellen het totale beloop van de door [betrokkene 1] respectievelijk de erven uit hoofde van bedoelde medische behandeling geleden en nog te lijden schade van welke aard dan ook, zowel materieel als immaterieel, waaronder die tengevolge van aantasting van de lichamelijke integriteit in volledige overeenstemming en bindend ten opzichte van ieder aan wie de schade van gelaedeerde mocht aangaan, ex aequo et bono vast op een totaal bedrag groot fl ,-- (Zegge: honderdéénenzeventigduizend gulden); (opgebouwd als volgt, fl ,-- voor immateriële schade en fl ,-- voor materiële schade)." Eveneens op 20 maart 2001 is een akte van cessie opgesteld en door St. Paul ondertekend, welke akte door de erven als cedent op 11 april 2001 voor akkoord is getekend. In deze akte is het volgende opgenomen: "In aanmerking nemende: dat [betrokkene 1] op 24 en 25 juni 1997 medisch behandeld werd waarbij buiten materiële schade tevens lichamelijk letsel is ontstaan uiteindelijk leidende tot diens overlijden op 15 maart 1999; dat aanvankelijk [betrokkene 1] en later de erven van [betrokkene 1] hun belangen hebben laten behartigen door [eiser] (...) (...) 1. "Cedent" verkoopt en cedeert aan "st. Paul International Insurance Co. Ltd." die koopt en aanvaardt van "cedent" alle rechten die laatstgenoemde in verband met het in de considerans genoemde medische behandeling jegens wie dan ook kan doen gelden in verband met de vergoeding terzake van immateriële schade welke in de vaststellingsovereenkomst tussen partijen is bepaald op een bedrag ad fl , De koopprijs bedraagt fl ,-- en maakt onderdeel uit van de in de vaststellingsovereenkomst tussen partijen bepaalde schadevergoeding. (...)" [Eiser] is voor beroepsfouten verzekerd bij Nationale Nederlanden. Op 6 juni 2001 heeft Mc. Laren Toplis Claim Services een brief gestuurd naar Nationale Nederlanden met - voorzover van belang - de volgende inhoud: "In opdracht van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het Academisch Ziekenhuis te Utrecht zijn wij belast met de schadeafwikkeling van de door [betrokkene 1] uit [plaats], casu quo zijn nabestaanden geleden schade naar aanleiding van medische behandelingen op 24 en 25 juni In verband met het niet tijdig doen van een beroep namens betrokkene bij leven op een vergoeding van immateriële schade namens [betrokkene 1] door zijn belangenbehartiger, [eiser], stelt opdrachtgever zich op het standpunt dat de erven in beginsel geen aanspraak op een immateriële schadevergoeding konden maken nu de vordering daartoe niet zoals bepaald in artikel 6:106 lid 2 onder algemene titel op hen is overgegaan. Aldus is sprake van een beroepsfout uit hoofde waarvan de erven een vordering van gelijke hoogte als de immateriële schade hebben gekregen op [eiser], die tegen dergelijke aanspraken bij u is verzekerd. Vooral met het oog op de nabestaande werd inmiddels in een vaststellingsovereenkomst een schadevergoeding geregeld inclusief een vergoeding terzake immateriële schade ad fl ,00 terzake waarvan echter middels akte van cessie de rechten van de erven op [eiser] op opdrachtgever zijn overgegaan. [Eiser] bevestigde mij afschriften van de vaststellingsovereenkomst en akte van cessie inmiddels aan u te hebben toegezonden (...)" 2) St. Paul heeft [eiser] op 9 april 2002 gedagvaard en betaling gevorderd van ,21 (ƒ ,--) vermeerderd met wettelijke rente, alsmede van de kosten van preprocessuele rechtsbijstand ad 3.976,57. St. Paul baseerde deze vordering op de stelling dat [eiser] een beroepsfout had gemaakt door niet namens zijn cliënt Page 4

5 [betrokkene 1] aan het ziekenhuis mede te delen dat [betrokkene 1] aanspraak maakte op vergoeding van zijn immateriële schade, waardoor deze aanspraak met het overlijden van [betrokkene 1] niet op grond van artikel 6:106 lid 2 BW op de erven is overgegaan. De vordering tot schadevergoeding van de erven jegens [eiser] wegens die beroepsfout ter grootte van ,21 (ƒ ,--), zijnde de hoogte van de aan [betrokkene 1] verschuldigde vergoeding wegens immateriële schade, heeft St. Paul gecedeerd gekregen tegen betaling aan de erven van een gelijk bedrag. 3) [Eiser] heeft de vordering bestreden, stellende dat in "de schade" in zijn brief van 18 september 1998 (hierboven geciteerd onder 1) ook de immateriële schade dient te worden gelezen. Volgens [eiser] volgt dit uit het feit dat het blijkens de aansprakelijkstelling ging om letselschade, terwijl St. Paul als beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van artsen en ziekenhuizen bekend mag worden verondersteld met de aard van de schade die patiënten oplopen als in een ziekenhuis een beroepsfout is gemaakt. [Eiser] betwistte dan ook dat hij een beroepsfout zou hebben gemaakt. 4) Nadat partijen van repliek en dupliek hadden gediend heeft de rechtbank bij vonnis van 12 december 2002 de vordering van St. Paul ten bedrage van ,21 toegewezen; de vordering ter zake van buitengerechtelijke kosten heeft de rechtbank afgewezen. Laatstgenoemde vordering speelt in cassatie geen rol meer. 5) Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld. Daarbij richtte [eiser] onder meer een grief (grief 2) tegen het oordeel van de rechtbank dat de aansprakelijkstelling voor "de schade" in de brief van [eiser] d.d. 18 september 1998 niet kan worden opgevat als een mededeling in de zin van art. 6:106 lid 2 tweede volzin BW. 6) St. Paul heeft de grieven van [eiser] bestreden en incidenteel geappelleerd. Het incidenteel appel betrof de afwijzing van de buitengerechtelijke kosten die zoals gezegd in cassatie geen rol meer spelen. 7) Nadat partijen elk nog een akte hadden genomen heeft het gerechtshof te Arnhem bij arrest van 29 juni 2004 het vonnis van de rechtbank van 12 december 2002 bekrachtigd. 8) Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] (tijdig) beroep in cassatie ingesteld. St. Paul heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Partijen hebben hun stellingen schriftelijk toegelicht. Vervolgens heeft [eiser] nog gerepliceerd. Bespreking van het cassatiemiddel 9) Het cassatiemiddel is in al zijn vier onderdelen gericht tegen r.o , laatste 3 volzinnen, en r.o , waarin het hof overweegt: "(...) In de brief van 18 september 1998 van [eiser] (de raadsman van [betrokkene 1], hof) aan het ziekenhuis (dagv. prod. 1) is uitsluitend sprake van een algemene aansprakelijkstelling van het ziekenhuis voor de schade als gevolg van het opgelopen letsel (eerste alinea), wordt vervolgens uiteengezet waarop die aansprakelijkheid zou berusten en wordt besloten met de vraag of het ziekenhuis aansprakelijkheid aanvaardt (laatste alinea). Het ziekenhuis behoefde uit deze brief redelijkerwijs niet af te leiden dat de benadeelde daadwerkelijk genoegdoening van ander nadeel dan vermogensschade wenste. Het hof verwijst ook naar hetgeen het onder zal overwegen. (...) Tenslotte heeft [eiser] opgemerkt (MvG sub 18 en 26) dat St. Paul namens het AZU zonder meer "de schade" van de erven [betrokkene 1] heeft erkend en vervolgens aan hen zowel de materiële als de immateriële schade heeft vergoed. Voor zover [eiser] met de gestelde erkenning doelt op de brief van de advocaat van St. Paul d.d. 24 maart 1999 (dagv. prod. 2) waarin wordt meegedeeld dat St. Paul in overleg met het AZU besloten heeft "de schade" van [betrokkene 1] als gevolg van het (mogelijk) delay te vergoeden en waarin voorts wordt meegedeeld dat "de neurologische schade" als gevolg van een bloeding voor vergoeding in aanmerking komt, kan hieruit niet worden afgeleid dat [betrokkene 1] aanspraak had gemaakt op vergoeding van immateriële schade. (...)" 10) In cassatie worden uitdrukkelijk (zie p. 4 van de cassatiedagvaarding, tweede alinea) niet bestreden de voorafgaande overwegingen van het hof in r.o : "Gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van de bepaling en de daaruit blijkende ratio te waarborgen dat het, mede gelet op de vele daarbij betrokken gevoelens, uitsluitend aan de benadeelde zelf is om te beslissen of hij aanspraak maakt op smartengeld dan wel daarvan afziet, is er reden deze bepaling aldus uit te leggen dat uit de mededeling aan de wederpartij moet blijken dat de benadeelde genoegdoening voor ander nadeel dan vermogensschade wenst. Voor het Page 5

6 antwoord op de vraag of een mededeling aangemerkt kan worden als een mededeling van de benadeelde ([betrokkene 1]) waarin deze aanspraak maakt op smartengeld (...) bepalend (is) de betekenis die degene tot wie de mededeling was gericht (het ziekenhuis) daaraan in de gegeven omstandigheden heeft toegekend en heeft mogen toekennen." 11) Onderdeel A bevat een motiveringsklacht tegen de onder 9 geciteerde volzinnen uit r.o en somt een aantal omstandigheden op die het volgens het onderdeel zozeer voor de hand liggend maken dat met "schade" in de brief van 18 september 1998 tevens werd gedoeld op immateriële schade als bedoeld in art. 6:106 BW, dat het andersluidende oordeel van het hof uitvoeriger had moeten worden gemotiveerd dan het hof heeft gedaan. Deze omstandigheden parafraseer ik als volgt: - [Betrokkene 1] heeft na een operatie letselschade opgelopen als gevolg van een nabloeding; deze letselschade bestond onder meer in een ernstige hersenbeschadiging, hersenstambeschadiging en beschadiging van vele zenuwbanen; - Als gevolg van dit letsel is [betrokkene 1] onder meer blind geworden en is hij overgeplaatst naar een verpleeghuis. De uitzichten op enig herstel waren verwaarloosbaar klein en het was onzeker of [betrokkene 1] ooit weer, al was het maar voor korte perioden en met veel beperkingen, thuis zou kunnen komen; - de advocaat van [betrokkene 1] heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor "de schade die het gevolg is van het letsel dat [betrokkene 1] heeft opgelopen"; - Reeds eerder was het ziekenhuis door een klacht d.d. 6 mei 1998 op de hoogte van de toestand waarin [betrokkene 1] zich bevond als gevolg van het opgelopen letsel; - Art. 6:95 BW bepaalt dat de schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, bestaat in vermogensschade en ander nadeel (immateriële schade), dit laatste voorzover de wet op vergoeding hiervan recht geeft, hetgeen in casu het geval was; - Gelet op de aard en omvang van het letsel van [betrokkene 1] is het evident dat de immateriële schadevergoeding waarop [betrokkene 1] aanspraak kon maken een aanzienlijk bedrag beloopt. In onderdeel B wordt hieraan toegevoegd dat indien een ziekenhuis in de in onderdeel A opgesomde omstandigheden een brief ontvangt waarin het ziekenhuis aansprakelijk wordt gesteld voor "de schade die het gevolg is van het letsel", de veronderstelling dat met "de schade" slechts wordt gedoeld op vermogensschade en niet mede op immateriële schade, zozeer afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, dat het ziekenhuis deze veronderstelling niet zonder nader onderzoek naar de bedoeling van [betrokkene 1] gerechtvaardigd kan hebben gekoesterd. In dit verband wordt in het onderdeel gesteld dat het niet in enige relevante mate voorkomt dat slachtoffers van letselschade enerzijds wel aanspraak maken op vergoeding van vermogensschade, maar anderzijds afzien van vergoeding van immateriële schadevergoeding terwijl, zoals hier, in substantiële mate immateriële schade is geleden. 12) De onderdelen A en B treffen m.i. doel. In de genoemde omstandigheden, waarbij in het bijzonder belang te hechten is aan de omstandigheid dat het gaat om ernstige en - naar het zich ten tijde van de aansprakelijkstelling liet aanzien - blijvende letselschade beweerdelijk als gevolg van een medische fout en gelet op art. 6:95 BW jo. 6:106 lid 1 aanhef en onder b BW, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk waarom het ziekenhuis uit de meergenoemde brief van 18 september 1998 redelijkerwijs niet behoefde af te leiden dat [betrokkene 1] genoegdoening (ook) van ander nadeel dan vermogensschade wenste. Dat in de meerderheid van de gevallen waarin aanspraak wordt gemaakt op schadevergoeding wegens blijvend letsel als gevolg van een medische fout niet van het vorderen van immateriële schadevergoeding wordt afgezien, is in de feitelijke instanties niet aangevoerd en kan in cassatie dan ook niet als vaststaand gelden. Overigens kan evenmin in cassatie tot uitgangspunt dienen dat het in de praktijk in enigszins substantiële mate voorkomt dat een gelaedeerde afziet van het vorderen van vergoeding van immateriële schade. Zie in dit verband Lindenbergh, De vermogensrechtelijke lotgevallen van het recht op smartengeld, TVP 2003, p. 3, die opmerkt dat de gedachte dat het "onethisch" zou zijn om smartengeld te vorderen inmiddels en zeker in de gevallen waarin de wet een recht op vergoeding kent, slechts weinig meer wordt aangehangen. Bij deze stand van zaken zal m.i. bij de uitleg van een verklaring als de onderhavige, waarin een persoon het slachtoffer stelt te zijn geworden van een medische fout en daardoor blijvende letselschade te hebben opgelopen en het ziekenhuis aansprakelijk stelt voor "de schade die het gevolg is van het letsel dat hij heeft opgelopen" als vuistregel moeten worden aangenomen dat "de schade" ziet op alle vormen van schade waarvoor de wet die persoon recht op vergoeding toekent, dus zowel vermogensschade als ander nadeel. Uiteraard kunnen de omstandigheden van het geval tot een andere uitleg voeren, maar dergelijke omstandigheden heeft het hof in zijn arrest niet genoemd en zij blijken ook niet uit het dossier. 13) Zoals ook het hof vermeldt in zijn in cassatie bestreden arrest (r.o ), is de ratio van de in art. 6:106 lid 2 aangebrachte beperking in de mogelijkheid van beslag op of overgang onder bijzondere of algemene titel van het recht op smartengeld dat dit recht een hoogstpersoonlijk recht is dat in beginsel niet aan anderen dan het slachtoffer zelf ten goede dient te komen (Parl. Gesch. Boek 6, p. 378; Kamerstukken II , 28781, nr. 6, p. 16). Page 6

7 Hierbij speelde ook de gedachte mee dat, nu aan de nabestaanden van een overleden slachtoffer geen vordering wegens affectieschade toekomt, zij ook niet via de weg van vererving van de smartengeldvordering van de overledene een recht op smartengeld moeten verkrijgen (Parl. Gesch. Boek 6, p. 381(2)). Voorts brengt het hoogstpersoonlijke karakter van het recht op vergoeding van ideële schade mee dat de gelaedeerde zelf moet laten blijken of hij genoegdoening voor zijn onstoffelijke schade wenst te vorderen (Parl. Gesch. Boek 6, p. 383 en p. 389; HR 20 september 2002, NJ 2004, 112 m.nt. JBMV; Kamerstukken II , 28781, nr. 6, p. 16/17). Wanneer de gelaedeerde te kennen heeft gegeven smartengeld te willen claimen door middel van het instellen van een vordering in rechte of door het sluiten van een overeenkomst met de aansprakelijke partij, waardoor het recht op smartengeld tevens is geconcretiseerd, werd beslag op en overgang van dat recht wel toelaatbaar geacht (Parl. Gesch. Boek 6, p. 378 en p. 382; zie voor het faillissementsbeslag HR 22 november 2002, NJ 2003, 32 m.nt. PvS). Gedurende de totstandkoming van art. 6:106 BW is de voor vatbaarheid voor overgang onder algemene titel aanvankelijk gestelde eis van een overeenkomst of een ingestelde vordering versoepeld tot het mededelingsvereiste dat thans in de bepaling is opgenomen (Parl. Gesch. Boek 6, p. 383). Ter toelichting werd opgemerkt dat hiermee voorkomen wordt dat in een situatie van langdurig onderhandelen over een vergoeding het recht op smartengeld verloren zou gaan indien de benadeelde zou overlijden voordat overeenstemming is bereikt. Zie over de voorgenomen opheffing van de vereisten voor overgang onder bijzondere titel en uitsluiting van de mogelijkheid van beslag, alsmede de handhaving van de mededelingseis voor overgang onder algemene titel wetsvoorstel 28781, Kamerstukken II , 28781, nr. 6, p. 16/17. 14) In de literatuur is naar voren gebracht dat het doen van een mededeling dat men aanspraak maakt op smartengeld een nogal arbitraire afgrenzing vormt; zie Lindenbergh Smartengeld, diss. 1998, p. 320 en p. 327 en TVP 2003, p. 3; Verheij, Vergoeding van immateriële schade wegens aantasting in de persoon, diss. 2002, p. 541; Tjittes, NTBR 2003, p. 53. Ook wordt het belang dat de gelaedeerde zelf te kennen dient te geven of hij aanspraak maakt op smartengeld gerelativeerd, zie Lindenbergh, diss. a.w. p. 326/327 en TVP 2003, p. 2/3. De genoemde auteurs pleiten, deels op grond van deze kritiek, deels om andere redenen, voor afschaffing van iedere beperking in de mogelijkheid tot overgang onder algemene titel van het recht op smartengeld (Lindenbergh, a.w. p. 327/328 en p. 331/332 en TVP 2003, p. 3; Verheij, a.w. p. 543; Tjittes, a.w. p. 53; vgl. ook iets voorzichtiger Van Dam, De vererving van de smartegeldvordering: Op het raakvlak van aansprakelijkheidsrecht en erfrecht (art. 6:106 lid 2 NBW), in: Liber amicorum NBW, De Die-bundel, 1991, p. 91). In wetsvoorstel wordt evenwel, zoals ook het hof in zijn bestreden arrest vermeldt, het vereiste van een mededeling voor overgang onder algemene titel uitdrukkelijk gehandhaafd (Kamerstukken II , 28781, nr. 6, p. 16/17). 15) De ratio van de in art. 6:106 lid 2, tweede volzin, opgenomen beperking met betrekking tot overgang onder algemene titel vergt niet dat in een concreet geval strenge eisen worden gesteld aan de mededeling dat op vergoeding van immateriële schade aanspraak wordt gemaakt.(3) Met het hof en de steller van het middel ben ik van mening dat hier "gewoon" de Haviltex-maatstaf kan worden toegepast. Het hof heeft die maatstaf echter niet op een begrijpelijke wijze toegepast door kennelijk de eis te stellen dat de gelaedeerde expliciet (afzonderlijk) melding maakt van zijn aanspraak op vergoeding van immateriële schade en daarmee aangeeft dat hij "daadwerkelijk" aanspraak maakt op vergoeding voor ander nadeel dan vermogensschade. Hier stelt het hof m.i. onnodig strenge eisen aan een mededeling als bedoeld in art. 6:106 lid 2, tweede volzin BW. Daarmee wordt ook geen recht gedaan aan de gedachte achter de tijdens de totstandkoming van de bepaling ingevoerde versoepeling naar een mededeling buiten rechte. Weliswaar waren in het onderhavige geval geen onderhandelingen gaande, maar het schijnt mij toe dat evenzeer dient te worden voorkomen dat het recht op vergoeding van immateriële schade verloren zou gaan doordat de gelaedeerde overlijdt nadat hij de wederpartij aansprakelijk heeft gesteld, doch voordat de onderhandelingen een aanvang hebben genomen. 16) Terzijde merk ik op dat in het onderhavige geval vast staat dat [betrokkene 1] vergoeding van zijn immateriële schade wenste, nu de vordering van St. Paul jegens [eiser] er juist op berust dat laatstgenoemde deze wens c.q. aanspraak niet zou hebben overgebracht aan St. Paul en aldus een beroepsfout zou hebben gemaakt. De vraag zou zelfs kunnen rijzen of het beroep op art. 6:106 lid 2, tweede volzin, in dit geval niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, nu deze bepaling niet is geschreven ter bescherming of ten behoeve van de aansprakelijke partij, zodat deze niet moet kunnen profiteren van het mededelingsvereiste in een geval waarin zij zelf tot uitgangspunt neemt dat de gelaedeerde aanspraak wenste te maken op smartengeld. Vgl. voor het geval waarin de mededeling wel reeds is verzonden maar nog niet door de geadresseerde is ontvangen Van Dam, a.w. p. 91, die opmerkt dat de wederpartij door het buiten toepassing laten van de bepaling niet extra wordt benadeeld, omdat hij - zo hij aansprakelijk is - toch al moet opkomen voor de materiële schade (van de benadeelde) en diens nabestaanden en het feit dat hij niet wordt aangesproken voor smartengeld voor hem of voor zijn verzekeraar "een pure meevaller" is. Wat daarvan ook zij, de verwerping door het hof (in r.o. 4.3) van het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid wordt in cassatie niet bestreden (nog daargelaten of dit met succes had gekund nu dit beroep niet was gegrond op de hier bedoelde omstandigheid) zodat deze kwestie verder kan blijven rusten. Page 7

8 17) Nu de onderdelen A en B slagen, behoeven de onderdelen C en D geen behandeling meer. Conclusie De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juni 2004 en tot verwijzing van de zaak. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Zie r.o. 1.1 t/m 1.7 van het vonnis in eerste aanleg d.d. 12 december 2002, welke feitenvaststelling het hof in zijn uitspraak - op dit punt in cassatie niet bestreden - overneemt. 2 Thans is een wetsvoorstel aanhangig waarin toekenning van affectieschade mogelijk wordt gemaakt (wetsvoorstel ). Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer aangenomen op 22 maart 2005 en ligt voor behandeling bij de Eerste Kamer. 3 In de schaarse lagere rechtspraak hierover wordt wisselend geoordeeld, zie bijvoorbeeld soepel Rb. Rotterdam 29 april 1999, JOR 1999, 134 en streng Rb. Haarlem 23 juli 2002, zaaknr , LJN AE6438. Vgl. nog Ktr. Middelburg 24 augustus 1998, JAR 1998, 207. Page 8

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 6 maart 1998 Eerste Kamer Nr. 16.561 (C97/040 HR) AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Karl Heinz HILLE, wonende te Haarlem, EISER tot cassatie, advocaat : mr E. Grabandt, t e g e n 1. de

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

JA 2017/99 met annotatie van mr. L. Boersma

JA 2017/99 met annotatie van mr. L. Boersma ECLI:NL:PHR:2017:47 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 03-02-2017 Datum publicatie 21-04-2017 Zaaknummer 16/01604 Formele relaties Rechtsgebieden Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:757, Gevolgd

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:37. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 12/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5416, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2013:37. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 12/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5416, Gevolgd ECLI:NL:HR:2013:37 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 28-06-2013 Datum publicatie 04-07-2013 Zaaknummer 12/00171 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5416,

Nadere informatie

de vennootschap naar Duits recht MECKLENBURGER KARTOFFELVEREDLUNG GMBH, gevestigd te Hagenow, Bondsrepubliek Duitsland,

de vennootschap naar Duits recht MECKLENBURGER KARTOFFELVEREDLUNG GMBH, gevestigd te Hagenow, Bondsrepubliek Duitsland, LJN: AD9613, Hoge Raad, C00/311HR Datum uitspraak: 26-04-2002 Datum publicatie: 26-04-2002 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Cassatie Vindplaats(en): JOL 2002, 260 Rechtspraak.nl Uitspraak 26

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken Page 1 of 5 LJN: BO4930, Hoge Raad, 09/03103 Datum uitspraak: 28-01-2011 Datum publicatie: 28-01-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verbintenissenrecht. Zekerheidsstelling;

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:9831

ECLI:NL:GHARL:2015:9831 ECLI:NL:GHARL:2015:9831 Instantie Datum uitspraak 22-12-2015 Datum publicatie 31-12-2015 Zaaknummer 200.173.880 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel

Nadere informatie

HR: rechtsbijstandverzekeraar aansprakelijk voor niet wijzen op verjaringstermijn

HR: rechtsbijstandverzekeraar aansprakelijk voor niet wijzen op verjaringstermijn HR: rechtsbijstandverzekeraar aansprakelijk voor niet wijzen op verjaringstermijn Hoge Raad 03 februari 2012 BV2719 10/04120 Niet-nakoming van garantieverplichting. Rechtsbijstandverlener verzuimt haar

Nadere informatie

Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1 17).

Bij de memorie van eis zijn producties gevoegd (genummerd 1 17). SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Arbitraal vonnis in kort geding van 28 november 2014 Kenmerk: SG KG 14/28 De fungerend voorzitter van het Scheidsgerecht, mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, bijgestaan

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden c. ' ir. ij i O 29 mei 1987 Eerste Kamer Nr. 12.908 AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. Peter STRUYCKEN, wonende te Gorinchem, 2. Gerard Anthony UNGER, wonende te Bussum, EISERS tot

Nadere informatie

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Een jongetje van 4 jaar oud wordt door een pitbull terriër in het gezicht en in de arm gebeten. Zijn

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN.

IN NAAM DER KONINGIN. IN NAAM DER KONINGIN. Uitspraak: 24 april 2007 Rolnummer: 04/1518 Rolnr. rechtbank: 52161 / HA ZA 03-2869 HET GERECHTSHOF 'S-GRAVENHAGE, vierde civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y],

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], GERECHTSHOF TE AMSTERDAM EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], gevestigd te [plaats],

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BP3091

ECLI:NL:RBALK:2010:BP3091 ECLI:NL:RBALK:2010:BP3091 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 29-12-2010 Datum publicatie 04-02-2011 Zaaknummer 119974 - HA ZA 10-474 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Hof: medisch advies behoeft niet te worden overgelegd

Hof: medisch advies behoeft niet te worden overgelegd pagina 1 van 5 (http://stichtingpiv.nl/) Inloggen PIV-Kennisnet(http://stichtingpiv.nl/inloggen) JURISPRUDENTIE Bron: Hof Amsterdam 3 februari 2016 Publicatie nummer: (nog) niet gepubliceerd Zaaknummer:

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl... 1 of 5 31-01-16 21:27 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:GHARL:2013:5729 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 30-07-2013 Datum publicatie 01-08-2013

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons.

prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. GCHB 2012-434 Uitspraak van 2 februari 2012 prof. mr. A.S. Hartkamp, voorzitter, mr A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F.P. Peijster en prof. mr. F.R. Salomons. Consument aanvaardt advies van de Geschillencommissie

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:417, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1483

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:417, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1483 ECLI:NL:HR:2014:2652 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-09-2014 Datum publicatie 10-09-2014 Zaaknummer 13/01257 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op

Nadere informatie

UITSPRAAK HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ARREST

UITSPRAAK HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ARREST UITSPRAAK 4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C03/063HR JMH/AT HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ARREST in de zaak van: LOYALIS CONTRACTMANAGEMENT B.V., voorheen genaamd USZO DIENSTEN B.V., gevestigd te Heerlen, EISERES

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

24 juni Eerste Kamer 14/ Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. in de zaak van: 1. De stichting STICHTING BETAALD VOETBAL VITESSE-ARNHEM,

24 juni Eerste Kamer 14/ Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. in de zaak van: 1. De stichting STICHTING BETAALD VOETBAL VITESSE-ARNHEM, 24 juni 2016 Eerste Kamer 14/06313 EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. De stichting STICHTING BETAALD VOETBAL VITESSE-ARNHEM, gevestigd te Arnhem, 2. B.V. VITESSE, gevestigd te Arnhem,

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : De heer A te B, vertegenwoordigd door de heer C te D, tegen E te F en G te H Zaak : Schadevergoeding, wettelijke rente Zaaknummer : 2012.03079 Zittingsdatum : 11 september

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2014:5578

ECLI:NL:RBOVE:2014:5578 ECLI:NL:RBOVE:2014:5578 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 17-09-2014 Datum publicatie 17-10-2014 Zaaknummer C/08/152582/ ha za 14-111 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:HR:2015:2191 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2015:2191 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 14-08-2015 Datum

Nadere informatie

Het geding in hoger beroep Bij exploot van 26 oktober 2006 is door [Afbouw Noord B.V.] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d.

Het geding in hoger beroep Bij exploot van 26 oktober 2006 is door [Afbouw Noord B.V.] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. LJN: BC8179, Gerechtshof Leeuwarden, 0600557 Datum uitspraak: 12-03-2008 Datum publicatie: 31-03-2008 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Civiel overig Hoger beroep [Naar] het oordeel van

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5915 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 905/05

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5915 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 905/05 ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5915 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 11-01-2007 Datum publicatie 14-06-2007 Zaaknummer 905/05 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak.

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak. ECLI:NL:HR:2013:1157 Uitspraak 12 november 2013 Strafkamer nr. 11/04366 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 04052017 Datum publicatie 15052017 Zaaknummer C/03/232895 / KG ZA 17112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:4885

ECLI:NL:RBDHA:2017:4885 ECLI:NL:RBDHA:2017:4885 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10052017 Datum publicatie 12052017 Zaaknummer C/09/504538 / HA ZA 16112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Ondernemingsrecht

Nadere informatie

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER Nr. C98/080HR ARREST in de zaak van: DE GEMEENTE GRONINGEN,gevestigd te Groningen, EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: voorheen

Nadere informatie

Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:HR:2016:2222. Uitspraak

Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:HR:2016:2222. Uitspraak Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:HR:2016:2222 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 30 09 2016 Datum publicatie 30 09 2016 Zaaknummer 15/01943 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:473,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2015:5262

ECLI:NL:RBROT:2015:5262 Rechtspraak.nl Print uitspraak pagina 1 van 5 2772015 ECLI:NL:RBROT:2015:5262 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 24072015 Datum publicatie 25072015 Zaaknummer 3437926 cv expl 1445430 Rechtsgebieden

Nadere informatie

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden.

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden. Rechtbank Amsterdam, 06 juni 2012; de hondenbezitter is aansprakelijk voor de letselschade van een vrouw die tijdens het uitlaten van de hond ten valt komt doordat de hond plotseling hard aan de lijn trok.

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBAMS:2014:6139 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 13-08-2014 Datum publicatie 19-09-2014 Zaaknummer HA ZA 14-295 Rechtsgebieden Civiel

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken

Rechtspraak.nl - Zoeken in uitspraken Page 1 of 5 LJN: BD7584, Hoge Raad, 07/12596 Datum uitspraak: 07-11-2008 Datum publicatie: 07-11-2008 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Internationaal privaatrecht.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ7650

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ7650 ECLI:NL:RBASS:2011:BQ7650 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 17-05-2011 Datum publicatie 09-06-2011 Zaaknummer 302487 CV EXPL 10-8041 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift.

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift. Uitspraak Commissie van Beroep 2012-17 d.d. 11 september 2012 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt,

Nadere informatie

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene.

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-233 d.d. 6 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Consument en Aangeslotene hebben

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM

GERECHTSHOF AMSTERDAM Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 13/00004 en 13/00005 30 juli 2014 uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te Uithoorn, belanghebbende, gemachtigde: [A]

Nadere informatie

pagina 1 van 5 LJN: BR6704, Gerechtshof Amsterdam, 200.072.5489/01 Datum 07-06-2011 uitspraak: Datum 05-09-2011 publicatie: Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Kennelijk

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2017:3565

ECLI:NL:RBROT:2017:3565 ECLI:NL:RBROT:2017:3565 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 10-05-2017 Zaaknummer C/10/507047 / HA ZA 16-758 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging

Nadere informatie

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2016:996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 10-02-2016 Datum publicatie 10-02-2016 Zaaknummer 4645281 VV EXPL 15-591 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2017:6351

ECLI:NL:RBNHO:2017:6351 ECLI:NL:RBNHO:2017:6351 Instantie Datum uitspraak 05-07-2017 Datum publicatie 31-07-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 5474399 \ CV EXPL 16-8870 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Delta Lloyd Levensverzekering N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Delta Lloyd Levensverzekering N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Niet-bindende Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-408 d.d. 12 november 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering.

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2003:AF3057

ECLI:NL:HR:2003:AF3057 ECLI:NL:HR:2003:AF3057 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2003:af3057 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 21 03 2003 Datum publicatie 21 03 2003 Zaaknummer C01/201HR

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2005:AT7799

ECLI:NL:HR:2005:AT7799 ECLI:NL:HR:2005:AT7799 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 12-08-2005 Datum publicatie 12-08-2005 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie C04/144HR Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT7799

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:7283

ECLI:NL:RBDHA:2017:7283 ECLI:NL:RBDHA:2017:7283 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 04-07-2017 Zaaknummer 5069821 RL EXPL 16-14147 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22 november 2010

Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22 november 2010 Uitspraak GCHB 397-H90020 Zorgplicht hypotheekadviseur i.v.m. termijn financieringsvoorbehoud. 'eigen schuld' cliënt. Bekijk de uitspraak in eerste aanleg Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017:1064. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2017:1064. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410, Gevolgd ECLI:NL:HR:2017:1064 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-06-2017 Datum publicatie 09-06-2017 Zaaknummer 16/04866 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410,

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

hikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: UE VERZ MAR/1217

hikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: UE VERZ MAR/1217 Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 4498796 UE VERZ 15-500 MAR/1217 Beschikking van 23 december 2015 hikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND inzake [VERZOEKSTER], wonende te Wijk

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.2274 (047.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2001:AD4914

ECLI:NL:HR:2001:AD4914 1 of 5 12-10-2014 15:35 ECLI:NL:HR:2001:AD4914 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 14-12-2001 Datum publicatie 14-12-2001 Zaaknummer C00/042HR Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD4914 Rechtsgebieden

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Rechtsbijstandverzekering. Verzekeringsvoorwaarden. Relevante informatie en medewerking.

Rechtsbijstandverzekering. Verzekeringsvoorwaarden. Relevante informatie en medewerking. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-017 d.d. 8 mei 2014 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG en mr. W.J.J. Los, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop JURISPRUDENTIE STRAFRECHT Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop HR uitspraken 10 februari 2015 Beslissingen voorlopige hechtenis (Cassatie in het belang der wet) HR:2015:247 HR:2015:255 HR:2015:256

Nadere informatie

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-149 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mevrouw mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland,

Nadere informatie

inachtneming van het bepaalde in artikel 4 voorlegt aan de geschillencommissie.

inachtneming van het bepaalde in artikel 4 voorlegt aan de geschillencommissie. Geschillenreglement VViN Artikel 1 - Definities In dit reglement gelden de volgende definities: 1. Eiser: de partij die een verzoek tot beslechting als bedoeld in lid 7 van dit artikel met inachtneming

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2003:AL7059

ECLI:NL:HR:2003:AL7059 1 of 6 12-10-2014 15:31 ECLI:NL:HR:2003:AL7059 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 05-12-2003 Datum publicatie 08-12-2003 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden C02/183HR Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AL7059

Nadere informatie

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C12/87397/HA ZA 13-35)

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C12/87397/HA ZA 13-35) ARREST GERECHTSHOF s-hertogenbosch Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.141.063/01 arrest van 13 januari 2015 in de zaak van A, wonende te [Woonplaats], appellante, hierna aan te duiden als de vrouw,

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: Uitspraak 6 februari 2015 Eerste Kamer 14/03627 LH/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.J. van Galen, t e g e n BEPRO

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-hertogenbosch, sector civiel recht, eerste kamer, van 29 mei 2007, gewezen in de zaak van:

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-hertogenbosch, sector civiel recht, eerste kamer, van 29 mei 2007, gewezen in de zaak van: LJN: BA6976, Gerechtshof 's-hertogenbosch, C0501069 Datum uitspraak: 29-05-2007 Datum publicatie: 13-06-2007 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Nu gesteld noch gebleken

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 21 juni 1996 Eerste Kamer Nr. 16.009 (C 95/161) AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: AUTOMATISERINGSCENTRUM WIM VAN GENK B.V., gevestigd te Roosendaal, gemeente en Nispen, Roosendaal EISERES

Nadere informatie

Hoge Raad 10 oktober 2003 nr. C02/122HR mrs. Neleman, Aaftink, De Savornin Lohman, Hammerstein, Kop concl. P-G Hartkamp

Hoge Raad 10 oktober 2003 nr. C02/122HR mrs. Neleman, Aaftink, De Savornin Lohman, Hammerstein, Kop concl. P-G Hartkamp Volledig arrest Van der Male/Den Hoed Van der Male/Den Hoedt, HR 10 oktober 2003, JAR 2003/263 (C02/122HR) JAR 2003/263 Hoge Raad 10 oktober 2003 nr. C02/122HR mrs. Neleman, Aaftink, De Savornin Lohman,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2017:886

ECLI:NL:RBROT:2017:886 ECLI:NL:RBROT:2017:886 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 19-01-2017 Datum publicatie 03-02-2017 Zaaknummer C/10/518779 / KG ZA 17-53 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3534

ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3534 ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3534 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 28-12-2011 Datum publicatie 09-02-2012 Zaaknummer 287601 / HA ZA 10-1263 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT 98/4586 AKW U I T S P R A A K in het geding tussen: de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij beslissing

Nadere informatie

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Brondatum: 07-07-2015 Een bestuurder is aansprakelijk gesteld voor de niet afgedragen loonheffingen van een

Nadere informatie

EJEA ECLI:NL:RBMNE:2016:3152 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer414169/KG ZA

EJEA ECLI:NL:RBMNE:2016:3152 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer414169/KG ZA EJEA 16101 ECLI:NL:RBMNE:2016:3152 Rechtbank MiddenNederland Datum uitspraak17062016 Datum publicatie04072016 Zaaknummer414169/KG ZA 16314 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Kort geding Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente. LJN: BY0971, Hoge Raad, 11/01100 Datum uitspraak: 04-01-2013 Datum publicatie: 04-01-2013 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Vindplaats(en): Art. 81 lid 1 RO. Door

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2014:3351. Uitspraak. Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2014:3351. Uitspraak. Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd ECLI:NL:HR:2014:3351 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd Civiel recht

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-205 d.d. 19 mei 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en R.H.G. Mijné, leden en mr. I.M.M. Vermeer, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene.

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-381 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.E. du Perron en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 7 NOVEMBER 2014 C.14.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0122.N 1. M. H., 2. A. D. K., eisers, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 6 januari 2014 (nr. G.13.0163.N) vertegenwoordigd

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN 1 RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 015.01 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie