Kerk-zijn in een seculiere samenleving

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kerk-zijn in een seculiere samenleving"

Transcriptie

1 Rapport Kerk-zijn in een seculiere samenleving Definitieve versie 2 maart 2013 Synodale commissie Kerk-zijn in een seculiere samenleving

2 2

3 Inhoud Inhoud Inleiding Terugblik Samenstelling Opdracht Werkwijze Een verkenning Samenleving in beeld Secularisatie, wat bedoelen we Schuld Roeping Vreemdelingschap De Bijbelse lijn Bouwen en bewaren De belijdenisgeschriften De Vroege Kerk Conclusies Onze tijd geanalyseerd Historische terugblik Ontwikkeling in het huidige denken Aspecten van de huidige samenleving Conclusies Kerk en Staat Scheiding van Kerk en Staat Andere relevante rechtsbeginselen Marginalisering van de kerk

4 5.4 De christelijke roeping Overheden Conclusies De positie van de kerk Kerk-zijn in de 21e eeuw; schuld en oordeel Wat is de kerk? Bijbelse roeping van de gemeente Positie van de Gereformeerde Gemeenten Conclusies Slotconclusies en aanbevelingen Vreemdelingschap, een Bijbelse lijn Onze tijd geanalyseerd Kerk en Staat De positie van de kerk Schriftuurlijke toespitsing Literatuurlijst

5 1. Inleiding 1.1 Terugblik In de vergadering van uw Generale Synode van 26 januari 2011 heeft u op voorstel van het Deputaatschap Kerk en Overheid besloten tot het instellen van een Synodale Commissie Kerk-zijn in een seculiere samenleving. De aanleiding daartoe vormde de in uw zitting van 15 en 16 september 2010 besproken Instructie van de Particuliere Synode Zuid- West inzake de positie van de kerk in de hedendaagse maatschappij. Deze Instructie van de Particuliere Synode Zuid-West ligt ten grondslag aan de opdracht van de Synodale Commissie. Daarin werd uw Synode verzocht om een commissie te benoemen met als opdracht een brede doordenking van: 1. De plaats en het functioneren van apologetiek binnen de Gereformeerde Gemeenten 2. De wijze waarop de kerk zich in getuigende zin naar buiten toe beweegt, en dat in relatie tot het werk van het Deputaatschap bij de Hoge Overheid 3. Toerusting van kerkenraden door bijvoorbeeld ambtsdragerconferenties te beleggen om handvatten aan te reiken voor het omgaan met de hedendaagse ontwikkelingen in kerk en maatschappij 4. Het aandringen bij de gemeenten om bij voortduur de oproep tot verootmoediging en gebed te laten klinken gelet op de ontzaglijke nood der tijden 1 Op basis van de Instructie, de toelichting daarop en de bespreking van het Rapport van het Deputaatschap Kerk en Overheid heeft uw Synode besloten tot de instelling van de Synodale Commissie Kerk-zijn in een seculiere samenleving. 1.2 Samenstelling Door het Deputaatschap Kerk en Overheid zijn de volgende leden van de Synodale Commissie benoemd: 1. als voorzitter: ds. L. Terlouw; 2. namens het Deputaatschap Kerk en Overheid, de heren mr. dr. J.T. van den Berg en drs. I. de Muijnck, tevens secretaris van de commissie; 3. namens het Deputaatschap Evangelisatie, de heer G. Baan; 4. namens de Stichting CGO, de heer J.H. Mauritz; 5. namens het Deputaatschap Kerk, Jeugd, Gezin en Onderwijs, de heer ing. A.A. Gorter; 6. namens de Jeugdbond, de heer L. A. Kroon. 1.3 Opdracht Door uw Synode is de volgende centrale vraagstelling en opdrachtformulering vastgesteld 2 : Centrale vraagstelling: Hoe kan blijvend invulling worden gegeven aan de actualiteit van de belijdenis van de kerk in onze seculiere samenleving? Doordenking van deze vraag dient een praktische toepassing te krijgen ten behoeve van zowel de plaatselijke gemeente, het kerkverband als geheel en het individuele (doop)lid. 1 Citaat uit de Instructie 2 Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Gemeenten 2010, pag

6 Opdrachtformulering: a. De in te stellen commissie rapporteert aan de Generale Synode 2013 over een doorgronding van de tijdgeest ten behoeve van het kerk-zijn en christen-zijn in de hedendaagse en toekomstige maatschappij, gericht op bewustwording, bezinning, toerusting en begeleiding. b. In het op te stellen advies dient geïnventariseerd te worden waar aangesloten kan worden op bestaande activiteiten. c. Tenslotte worden in het advies concrete handreikingen opgenomen die van betekenis zijn om gestalte te geven aan het kerk-zijn en christen-zijn in de samenleving. 1.4 Werkwijze De Commissie is achtmaal in vergadering bijeen gekomen met dien verstande dat tussentijds via e- mail onderling is gecommuniceerd. Gekozen is voor een aanpak waarbij allereerst een inventarisatie en diagnose heeft plaatsgevonden wat er in de maatschappij en de kerk gaande is. Op basis daarvan en verdere literatuurstudie heeft de Commissie de resultaten daarvan verwoord in een viertal hoofdstukken met elk een eigen toespitsing, voorafgegaan door een eerste verkennende beschouwing. De vier hoofdstukken bevatten: 1. een analyse van het Bijbelse begrip vreemdelingschap, mede in relatie tot de situatie van de Vroege Kerk; 2. een analyse van de tijd waarin wij leven, mede in het licht van de ontwikkelingen in het Westerse denken zoals dat ook voor ons land relevant is; 3. een beschouwing over de verhouding van kerk en staat, de voor ons land relevante rechtsbeginselen en de verschuiving in opvattingen in onze samenleving inzake de plaats van kerk en religie in het publieke domein; 4. tenslotte een analyse van de positie van de kerk op grond van Gods Woord en onze belijdenisgeschriften en wat dat betekent voor onze kerkelijke gemeenten. Deze hoofdstukken treft u in dit rapport aan, evenals een literatuurlijst waarin diverse relevante publicaties zijn opgenomen. Op grond van deze analyses heeft de Commissie een aantal aanbevelingen geformuleerd. Deze aanbevelingen zijn besproken met een aantal andere geledingen uit ons kerkverband, te weten het deputaatschap Kerk en Overheid en een lid van het deputaatschap Evangelisatie. Tevens is er overleg gevoerd met de Commissie Catechese en ds. W. Visscher. 6

7 2. Een verkenning 2.1 Samenleving in beeld In deze paragraaf proberen we met wat grafieken inzichtelijk te maken wat er gaande is in ons land. Beelden zeggen daarin soms meer dan woorden. 3 Achtereenvolgens wordt een beeld gegeven van verschuivingen in het geheel van onze samenleving, zowel politiek als ten aanzien van een beperkt aantal ethische onderwerpen. Vervolgens geven de grafieken een beeld van hoe het kerkelijk in Nederland gesteld is, zowel in ledentallen als in meeleven. Ook wordt aangegeven hoe in de kerken het denken over sommige theologische onderwerpen verschuift. Tenslotte wordt weergegeven hoe het staat met het ledenverloop en kerkverlating in de Gereformeerde Gemeenten. Samenstelling van de Tweede Kamer Duidelijk is dat het aantal christenen dat zich verbonden voelt aan christelijke partijen sterk is gedaald sinds Wijzigingen in ethische standpunten euthanasie en abortus 3 De getallen/grafieken zijn ontleed aan Joep de Hart, Zwevende gelovigen, oude religie en nieuwe spiritualiteit 7

8 Standpunt t.o.v. homofilie Ledenverloop kerken/godsdiensten t.o.v. totale bevolking Ten opzichte van de toename van de bevolking daalt het aantal kerkleden sterk. Door de instroom van allochtonen neemt het aantal inwoners die zich verbonden weten aan andere godsdiensten toe. 8

9 Percentage kerkleden dat vrijwel elke week in de kerk komt Naast afname van het aantal kerkleden, is ook het percentage kerkleden dat regelmatig in de kerk komt sterk afgenomen. Kerkelijkheid en gelovigheid naar generatie In deze grafiek wordt zichtbaar gemaakt hoe generaties onderling verschillen. Hoe jonger de generaties hoe minder men een kerkelijk meelevend lid is (kerks lid) of nog lid blijft van de kerk (nominaal lid). De grafiek maakt duidelijk dat de uitstroom uit de kerk zal doorgaan. 9

10 Godsdienstige opvattingen onder kerkleden Binnen de kerk veranderen meningen door de jaren heen over godsdienstige thema s. De mening beweegt zich duidelijk verder van de inhoud van de Bijbel vandaan. Men gelooft binnen de kerk nog wel maar men vult het op eigen manier in. Het gezaghebbende karakter van de Bijbel is steeds meer aan het verdwijnen met alle gevolgen van dien. Ledenverloop Gereformeerde Gemeenten 4 4 Onderzoek kerkverlating in de Gereformeerde Gemeente, synodaal rapport 1992; Kerkelijke jaarboeken

11 Uitstroom en instroom bij de Gereformeerde Gemeenten Het ledenverloop van de Gereformeerde Gemeenten laat een steeds verder uiteen lopen van doopen belijdende leden zien. Procentueel neemt het aantal doopleden af. In absolute zin geeft het aantal doopleden een stabilisering te zien. De kerk zal als dit niet verandert vergrijzen en het ledental zal gaan afnemen. De uitstroom is door de jaren heen verviervoudigd. De instroom is hooguit verdubbeld. Procentueel is de uitstroom toegenomen. Sinds het ontstaan van de Hersteld Hervormde Kerk is de uitstroom behoorlijk toegenomen. Samenvattend kan gezegd worden: De Nederlandse samenleving raakt steeds meer los van de christelijke wortels: dat blijkt in de politieke verhoudingen maar ook in ethische standpunten bv. ten aanzien van abortus, euthanasie en homofilie; Het ledental van de christelijke kerken/gemeenschappen daalt sterk, ook het meeleven van hen die nog wel kerklid zijn neemt af. Jongere generaties zijn minder bij de kerk betrokken, zodat het aantal leden van de kerken zal blijven dalen. De theologische visie in de kerk komt steeds verder van de Bijbel af te staan. Het ledenbestand van de Gereformeerde Gemeenten vergrijst. Dit zal zich waarschijnlijk te zijner tijd vertalen in een daling van het aantal leden. De uitstroom uit de gemeenten vertoont een stijgende lijn. 2.2 Secularisatie, wat bedoelen we Met hetgeen in 3.1 is weergegeven kunnen we denken een aardig beeld te hebben van de secularisatie in Nederland. Veelal wordt er een is gelijk teken gezet tussen ontkerkelijking en secularisatie. Secularisatie gaat echter dieper. Secularisatie komt van het Latijnse saeculum dat o.a. een aanduiding is van het aardse leven. Secularisatie betekent dan ook leven gericht op de aarde. In de wereld van vandaag heeft de hemel/ het Hogere zijn betekenis verloren en zoekt de mens alles in het hier en nu. Secularisatie is dat we leven alleen voor het aardse; iets anders is er niet. Men kan op aarde alles zelf, weet alles zelf, heeft geen behoefte aan God en godsdienst. In onze samenleving doortrekt dit gevoelen alle mensen binnen en buiten de kerk. We zijn allemaal geseculariseerde mensen in ons denken, in ons leven in de Westerse samenleving. Godsdienst is vaak niet meer dan een sociaal gebeuren in het hier en nu of slechts een dun vernislaagje over ons leven. 11

12 Een leven dat onder het vernislaagje vervuld is van een ontembare honger naar welvaart op de aarde. Calvijn spreekt over het van nature geneigd zijn tot de wereld met een beestachtige liefde Schuld De schuld van de huidige situatie en tendensen in de afwijking van God en Zijn Woord en het leven gericht op het hier en nu, ligt in de eerste plaats bij de kerk. Naar haar roeping zou de kerk een lichtend licht, een zoutend zout, een stad op de berg moeten zijn. De schuld betreft in de eerste plaats de ambtsdragers maar daarnaast ook de kerk als geheel. Wij zijn van het heilspoor afgegaan, wij en onze vaderen tevens. Het gevolg daarvan is dat we wonen te midden van medereizigers naar de eeuwigheid die van God en Zijn Woord niet meer weten en de weg blijven gaan bij God vandaan. Leven we als leden van de kerk onze doopleden en medemensen niet voor dat het gaat om welvaart en het aardse? Waar zijn de ambtsdragers wiens levensopenbaring getekend is in wat Calvijn schrijft: Hierop moeten dus de gelovigen bij het waarderen van het sterfelijk leven het oog gevestigd houden, dat ze, daar ze begrijpen, dat het in zichzelf niets dan ellende is, des te vuriger en gereder zich geheel wijden aan de overdenking van het toekomende eeuwige leven. 6 Weliswaar heeft de gelovige van nature een vrees voor de dood, maar deze moet overwonnen worden door de overdenking van het toekomende eeuwige leven. Het verlangen naar de dag van de dood en van de opstanding is een belangrijke maatstaf voor de stand van het christelijk leven. We lezen daarover bij Calvijn: Maar laat ons dit voor vastgesteld houden, dat niemand goede vordering gemaakt heeft in de leerschool van Christus, dan hij die de dag zijns doods en der laatste opstanding met vreugde verwacht. 7 Waar dit leven gemist wordt, waar deze vorderingen op de leerschool van Gods genade niet gevonden worden, is dat schuld van de ambtsdragers, van Gods volk, van de kerk. Voorts is het voor nietige mensenkinderen levend buiten het paradijs ondoenlijk het huidig tijdsgewricht te doorgronden. Het in dit rapport richting geven aan het christen-zijn binnen het kerkelijk leven voor nu en in de toekomst, is voor mensen daarom een onmogelijke taak. Ons verstand is door de zonde te verduisterd en de macht van de wereld, de satan en de zonde is zeer groot. Ons gebed mag bij voorduur wel zijn: Want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons opkomt, en wij weten niet wat we doen zullen; maar onze ogen zijn op U. (2 Kronieken 20:12) 2.4 Roeping De kerk draagt echter ook een verantwoordelijkheid gelet op de roeping van s hemelswege. Uw Synode heeft de verantwoordelijkheid van de kerk beseft. Onze Commissie heeft de opdracht dan ook zwaar gewogen om inhoud te geven aan uw opdracht en aanbevelingen op te stellen. Wij allen worden geroepen Gods Woord over te dragen. In deze overdracht waartoe we persoonlijk en als kerkelijke gemeente geroepen zijn, heeft ieder op de eigen plaats een eigen toebedeelde verantwoordelijkheid. Duidelijk moet hierbij worden voor onszelf en anderen, dat Gods Woord gezaghebbend en van beslissende betekenis is voor de vernieuwing van ons leven in de weg van bekering maar ook voor het dagelijkse leven. Van groot belang is daarbij een levenswandel die door Gods genade zichtbaar maakt, dat we als vreemdeling op weg zijn naar een beter Vaderland. Dit bewaart voor het grote gevaar van het 5 J. Calvijn, Institutie, III, IX, 1 6 J. Calvijn, Institutie III, IX, 4 7 Idem, III, IX, 5 12

13 materialisme en de gerichtheid op de dingen die van deze wereld zijn. Het is een leven op deze aarde als niet bezittende. Het overdragen betekent tevens onderwijzen in velerlei vorm. De verwoording van dit onderwijs vraagt om de relevantie van de boodschap voor vandaag op een verstaanbare wijze over te brengen. Niet alleen buiten de kerk, maar ook binnen de kerk. Relevant betekent vooral dat het niet alleen over anderen gaat, maar juist ook over onszelf. Hoezeer immers zijn ook wij geneigd om ons eigen ik boven Gods Woord te stellen. Naar binnen toe in kerk en gezin is het zo nodig, dat God ons in de weg van de middelen door Zijn genade maakt tot leesbare brieven van Hem. De verantwoording naar buiten toe vraagt in leer en leven diezelfde genade van God. Petrus roept de gemeente op altijd naar ieder bereid te zijn tot verantwoording (1 Petrus 3:15). Voor Petrus is dit gelet op het tekstverband een zaak van heel het leven. Deze levenshouding, die we kunnen aanduiden als een apologetische levenshouding, is voor Petrus een Goddelijke eis en roeping. Middellijk vraagt deze levenshouding ook om onderwijs binnen de gemeente in de breedste zin van het woord. 13

14 3. Vreemdelingschap De verwoesting die de secularisatie aanricht in onze samenleving en in de kerk heeft niet het laatste woord. Hoe de golven ook slaan en de wateren bruisen: de Heere regeert. De HEERE in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren, dan de geweldige baren der zee (Ps. 93:4). Dwars door alles heen gaat Hij naar Zijn welbehagen door met Zijn kerkvergaderend werk. De schare die niemand kan tellen en Goddrie-enig eeuwig zal groot maken, zal er komen. De Kerk, die de Heere bijeen brengt, is niet ontstaan met Pinksteren. Met de NGB belijden we dat deze Kerk is geweest van den beginne der wereld af en zal zijn tot den einde toe gelijk daaruit blijkt, dat Christus een eeuwige Koning is. Deze Kerk is vrucht van het werk van Gods Woord en Geest. Met Zijn genade werkt God hartvernieuwend in het leven van zondaren. Doden gaan naar Zijn welbehagen luisteren naar de stem van de levende God. Als het gaat om het Kerk-zijn buiten het paradijs, zullen we in de eerste plaats moeten luisteren naar Gods Woord. 3.1 De Bijbelse lijn In de positie die de Kerk in Oude en Nieuwe Testament inneemt, staat het begrip vreemdeling heel centraal. Het woord vreemdeling roept gedachten op aan het woord vreemd in de zin van raar. In het vervolg zal duidelijk worden dat het in vreemdelingschap gaat om het enige leven dat in positieve zin toekomst heeft. Bijbels gezien is het leven als vreemdeling op aarde een bevoorrechte positie. Vreemdelingschap wijst er Bijbels gezien in de eerste plaats op dat we op aarde niet thuis zijn. De apostel trekt daarin in de brief aan de Hebreeën de lijn vanuit het Oude Testament naar zijn eigen tijd. Hij houdt de gemeente het vreemdelingleven voor vanaf Abel tot en met de tijd van de profeten. Men leefde op de aarde als gasten en vreemdelingen 8 (Hebr. 11:13). Ook de apostel Petrus vermaant zijn lezers: zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning 9 (1 Petrus 1:17). Verderop lezen we: Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen 10, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden welke krijg voeren tegen de ziel; en houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen.. (1 Petrus 2:11,12). Paulus gebruikt dezelfde woorden in omgekeerde zin als hij schrijft aan de gemeente van Efeze: Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners 11 maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods (Ef. 2:19). In de Openbaring aan Johannes wordt zowel in de brieven aan de zeven gemeenten als in de openbaring van wat zal geschieden, duidelijk dat het leven van Gods gemeente tot het einde toe gekenmerkt zal worden door vreemdelingschap. Zo onderscheidt men zich van hen die het merkteken van het beest dragen (Openb. 11:1-14; 13:6). Er is in het Nieuwe Testament een aanwijsbaar verband tussen vreemdelingschap en gemeente, tussen zich bijwoner weten en geloof. 8 In het Grieks staat hier ><>dhmoi> (xenoi kai parepidemoi):vreemdelingen/gasten en vreemdelingen/bijwoners met nadruk op tijdelijkheid verblijf 9 In het Grieks staat hier het woord >(paroikas) is vreemdeling/bijwoner; de kanttekeningen op de Statenvertaling vermelden: Het Griekse woord >(paroikas) betekent een inwoning voor een tijd in een plaats die ons vaderland niet is. Het woord komt o.a. ook voor in Hebr. 11:9 10 In Grieks staat hier >< parepidh>mouhet eerste woord is gelijk aan 1 Petr. 1:17 en het tweede woord komt ook voor in Hebr. 11: In het Grieks staat hier >>(xenoi kai paroikoi): vreemdelingen/gasten en vreemdelingen en bijwoners 14

15 Vreemdelingschap duidt ook de plaats aan van de gelovigen als volk van God in een heidense omgeving. Ware christenen zijn als vreemdelingen niet thuis in deze wereld 12 en leven anders dan de wereld. Hun levensopenbaring laat zien dat ze vreemdeling zijn. Paulus schrijft dat onze wandel 13 in de hemelen moet zijn (Fil. 3:20). De ware christen behoort tot de hemelse gemeenschap. Ze zijn burger van het rijk van Christus en de hemelse stad. Daarom moet men zich door het aardse niet laten verlokken. Men leeft naar de hemelse wetten. Het Hoofd van de Kerk is Boven en daarom zoekt de Bruidskerk, die met Christus is opgewekt datgene wat boven is (Kol. 3:1). Men is door Gods genade op aarde geroepen tot een heilig leven,tot het niet vervallen in zonde en een zich onthouden van wat kan schaden. Vreemdelingschap duidt de plaats aan van de gelovigen als volk van God in een heidense omgeving. Verder wijst het woord vreemdelingschap erop dat men op reis is naar het land waar men thuis zal zijn. Gods kinderen zijn als pelgrims op weg naar het eeuwig huis bij God. Zij hebben hier geen blijvende stad maar zoeken de toekomende (Hebr. 13:14). Christenen mogen de wereld niet ontvluchten maar moeten wel als vreemdeling en bijwoner in deze wereld leven. Abraham kon daarin niet buiten de Heere en Zijn Woord. Zijn geloofsvertrouwen rustte daarop door Gods genade. Diezelfde levensrichting wordt vandaag van vreemdelingen op reis gevraagd vanuit de genade dat het beste nog wacht. Leven met een verlangen naar het en alzo zullen wij altijd bij de Heere wezen (1 Thess. 4:17b). Op de achtergrond van de term vreemdelingschap in het Nieuwe Testament staat heel duidelijk het gebruik van de aanduiding vreemdeling in het Oude Testament. Het Oude Testament spreekt veelvuldig over de bijzondere positie van de aartsvaders en Israël als van vreemdelingen op de aarde. Zo spreekt Jacob tegen Farao over de dagen van zijn vreemdelingschap op aarde (Gen. 47:9). In onderscheid met de andere stammen krijgt de stam van Levi geen erfdeel in het beloofde land. Dit maakt dat ze ook op een bepaalde manier vreemdeling zijn in het beloofde land. Maar ook voor het volk van Israël in Egypte, Kanaän of elders gebruikt het Oude Testament de uitdrukking vreemdeling. Het vreemdelingschap is een kenmerk van het volk Israël in het Oude Testament (bv. Lev. 25:23; Ps. 119:19). Israël is als volk van God vreemd in deze wereld. Het beloofde land is Gods eigendom. Daar verkeert Israël als vreemdeling en bijwoner (Lev. 25:23; Ps. 39:13). Het volk heeft geen rechten maar geniet daar en elders Gods bescherming en is daarvan afhankelijk. 14 De term bijwoner, vreemdeling is een term die de verhouding van de gelovige of Israël tot God weergeeft. Israël als afgezonderd volk, gesteld als vreemdeling, tot voorbeeld opdat de heidenen naar Israëls God zouden vragen (bv. Deut. 28). Vreemdeling is een aanduiding voor Israëls totale afhankelijkheid van God zodat ze hun hoop niet op het land maar op God zouden vestigen. 15 In het Oude Testament komen we het begrip vreemdelingen echter ook tegen zoals wij dat vandaag nog kennen voor mensen die niet tot de volksgemeenschap behoren, buitenlander. Het is de niet-israëliet die slechts tijdelijk op het grondgebied van Israël vertoeft en er geen blijvende woonplaats heeft. Het kan de notie in zich dragen van vijanden van Israël (bv. Ps. 54; 137; Ez. 11). De verlossing van deze vreemdelingen is een trek van het toekomstige heil. Verder kan er in meeklinken onbevoegd en onheilig (Num. 18:4). Samenvattend kan men van deze groep vreemdelingen zeggen dat het anders-zijn, het ongewone, niet-thuishorend in Israël en ook wel het onbevoegd zijn, wordt onderstreept. Met uitzondering van de betekenis in de zin van onbevoegd zijn wordt het niet 12 Met de wereld wordt hier niet de schepping bedoeld, maar de mensenwereld zoals deze per definitie in opstand is tegen God (evangelie van Johannes) 13 In het Grieks staat (polòteuma) gemeenschap, maar dan hier niet op de aarde maar in de hemel. 14 Hebreeuws In LXX vooral vertaald met >(paroikos) 15 Zo o.a. in de verklaringen van Calvijn op het O.T. Zie ook Jacob Gopalswamy, The Motif of Stranger in Calvin s Old Testament Commentaries, blz

16 gebruikt voor een Israëliet. Juist wat niet tot Israël behoort, dat wat zich niet gedraagt overeenkomstig hetgeen van Israël gevraagd wordt of onrein is, wordt benadrukt. 16 Onder Israël kent men in het Oude Testament ook vreemdelingen die worden aangeduid als gast en bijwoner. Het zijn mensen die hun woonplaats in Israël hebben gevonden. Het verschil tussen deze groep en de vorige wordt bepaald door de verhouding ten opzichte van Israëls God. Deze vreemdelingen houden zich aan de wetten van God en er zijn er die zich laten besnijden, zodat ze ook het Pascha mogen meevieren (Ex. 12:48). Zij houden onder Israël de gedachte levend dat Abraham vreemdeling is geweest in het land der belofte en dat Israël vreemdeling is geweest in Egypte. 17 Van deze vreemdelingen zegt het Oude Testament meer dan eens dat ze delen in dezelfde rechten als andere zwakken in de samenleving bijvoorbeeld huurlingen, verarmden (bv. Ex. 12:45, Lev. 22;10, 25:35). Men heeft woonrecht en recht op asiel. 18 De tegenstelling tussen het leven in vreemdelingschap en het leven in een opgaan in het hier en nu wordt ons in de Bijbel al getekend in de generaties voor de zondvloed. Lamech en zijn zonen Jabal, Jubal en Tubal-Kaïn leven uit: hier beneden zijn wij thuis. In het geslacht van Seth vinden we de lijn van het vreemdelingschap als we de Lamech uit dit geslacht bij de geboorte van zijn zoon Noach horen uitroepen: Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft (Gen. 5:29). In het Oude Testament zijn meerdere aansprekende voorbeelden waarbij Gods kinderen gestalte geven aan het leven als vreemdeling. Zo is Abraham levend in tenten en bij het altaar, een vreemdeling geweest in het beloofde land. Lot overschreed de grenzen van het leven als vreemdeling door in Sodom te gaan wonen met alle consequenties van dien. Ook Daniël en zijn drie vrienden geven een tekening van het als vreemdeling leven in Babel. Dit maakte echter niet dat zij geen positie in het landsbestuur konden innemen. 3.2 Bouwen en bewaren Een andere opdracht, die God aan de mens geeft, is de aarde bebouwen en bewaren (Gen. 1:28, 9:1 e.v.). De vraag kan rijzen of dit verenigbaar is met het vreemdeling zijn. Men dient de opdracht om te bebouwen en te bewaren als rentmeester in afhankelijkheid van de Schepper op aarde te vervullen. Dit betekent dat bouwen en bewaren niet kan betekenen dat mensen op aarde Gods Koninkrijk dichterbij brengen door hun inspanning en organisaties. Een rentmeester heeft geen eigendomsrecht en zal eenmaal verantwoording moeten afleggen van wat hij met de geschonken gaven heeft gedaan. Van nature zoekt een mens buiten het paradijs als god te zijn om te heersen en alles door te brengen als vermeende eigenaar, net als de verloren zoon in de gelijkenis. Calvijn spreekt over het op een wachtpost gesteld zijn als hij spreekt over de basis van de roeping en het beroep van de mens. Voor iedereen is de eigen levensvorm dus als het ware een (wacht-)post die hem door de Heere toebedeeld is, zodat de mensen niet hun leven lang van het een naar het ander gedreven worden. Dit onderscheid is ook om deze reden nodig dat al onze handelingen daarnaar voor Zijn aangezicht beoordeeld worden, en vaak is dit heel anders dan volgens het oordeel van de menselijke rede en het wijsgerig denken. 19 De geboden die God geeft in Zijn Woord zijn voor dit bouwen en bewaren richtinggevend. 16 Hebreeuws nooit het woord Voor beide woorden in het Nederlands de vertaling vreemdeling.in het Grieks van de LXX: >of > 17 Hebreeuws In LXX is de vertaling meestal >proselytos). 18 Hebreeuws In LXX is de vertaling >(paroikos) 19 J. Calvijn Institutie, III, X, 6 16

17 Bij bouwen en bewaren gaat het dus niet om het verwerven van wereldse macht en heerschappij. Het koninkrijk der hemelen is niet van deze aarde en krijgt geen gestalte door het verwerven van aardse macht. Dit betekent niet dat de mens niet dienstbaar kan zijn in het bouwen en bewaren bij de overheid. Denk daarbij aan Daniël en ook Paulus roept personen in overheidsdienst niet op deze overheidsdienst te verlaten. Veelmeer is er de opdracht om tot een voorbeeld te zijn in christelijke levenswandel. In het bouwen en bewaren gaat het erom met de gaven die God gaf, te dienen tot Zijn eer. Het gaat om het uitoefenen van het goddelijk beroep zo getrouw als de engelen in de hemel. De naasten zullen in die weg delen in de gaven die God gaf. In het huwelijksformulier lezen we hierover: En naardien het Gods bevel is dat de man in het zweet zijns aanschijns brood zal eten, zo zult gij ook getrouwelijk en naarstiglijk in uw Goddelijk beroep arbeiden, opdat gij uw huisgezin met God en met ere moogt onderhouden en ook daarenboven iets hebt om den nooddruftigen mede te delen. Duidelijk is dat buiten Christus werk om, de mens nooit kan voldoen aan de roeping tot bouwen en bewaren als rentmeester. Toch blijft de Goddelijke eis staan en dient deze de gemeente te worden voorgehouden. 3.3 De belijdenisgeschriften Het zal niemand verbazen, dat we de weergegeven Bijbelse lijn ook in de belijdenisgeschriften tegen komen. De belijdenisgeschriften spreken ook hierin Gods Woord na. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis is het in de eerste plaats artikel 37 dat onze aandacht trekt. Daar lezen we: En daarom is de gedachtenis van dit oordeel met recht schrikkelijk en vervaarlijk voor de bozen en goddelozen, en zeer wenselijk en troostelijk voor de vromen en uitverkorenen; dewijl alsdan hun volle verlossing volbracht zal worden, en zij aldaar zullen ontvangen de vruchten des arbeids en der moeite, die zij zullen gedragen hebben; hun onnozelheid zal door allen bekend worden, en zij zullen de schrikkelijke wraak zien die God tegen de goddelozen doen zal, die hen getiranniseerd, verdrukt en gekweld zullen hebben in deze wereld. Dewelke overwonnen zullen worden door het getuigenis hunner eigen consciënties, en zullen onsterfelijk worden, doch in zulker voege, dat het zal zijn om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is. En daarentegen, de gelovigen en uitverkorenen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zone Gods zal hun naam belijden voor God, Zijn Vader, en Zijn uitverkoren engelen; alle tranen zullen van hun ogen afgewist worden; hun zaak, die nu tegenwoordiglijk door vele rechters en overheden als ketters en goddeloos verdoemd wordt, zal bekend worden de zaak des Zoons Gods te zijn. En tot een genadige vergelding zal hen de Heere zulk een heerlijkheid doen bezitten, als het hart eens mensen nimmermeer zou kunnen bedenken. Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere. Guido de Brès spreekt hier in het hier en nu van het verlangen, het heimwee van één die vreemdeling is geworden op aarde. In de Heidelbergse Catechismus lezen we in antwoord 1 wat beslissend is voor het getroost leven van een zondaar op aarde: Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben, Die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomenlijk betaald en mij uit alle heerschappij des duivels verlost heeft, en alzo bewaart, dat zonder den wil mijns hemelsen Vaders geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja ook, dat mij alle ding tot mijn zaligheid dienen moet; waarom Hij mij ook door Zijn Heiligen Geest van het eeuwige leven verzekert, en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt. Het christenleven wordt gekenmerkt door het afsterven van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens in de weg van bekering. Het gaat om het hoe langer hoe meer leren haten en vlieden van de zonden en een hartelijke vreugde in God door Christus, en een ernstige lust en liefde om naar de wille Gods in alle goede werken te leven (antwoord 89,90). 17

18 In Zondag 12 wordt het leven van een christen als volgt verwoord: Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben; opdat ik Zijn Naam belijde, en mijzelven tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en den duivel strijde, en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere. Het leven van een ware christen door de werking van Gods Geest is gericht op wat boven, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods en niet wat op de aarde is (antwoord 49). In antwoord 52 lezen we over dit leven: Dat ik in alle droefenis en vervolging met opgerichten hoofde even Denzelfde Die Zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al den vloek van mij weggenomen heeft, tot een Rechter uit den hemel verwacht, Die al Zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen, maar mij met alle uitverkorenen tot Zich in de hemelse blijdschap en heerlijkheid nemen zal. Als het gaat om de Dordtse Leerregels komen we ten aanzien van het leven van een ware christen en het volharden op de weg des leven als vreemdeling het volgende tegen: Hieruit spruiten de dagelijkse zonden der zwakheid, en ook aan de allerbeste werken der heiligen kleven gebreken. Hetwelk hun gestadige oorzaak geeft om zich voor God te verootmoedigen, hun toevlucht tot den gekruisigden Christus te nemen, het vlees hoe langer hoe meer door den Geest des gebeds en heilige oefeningen der godvruchtigheid te doden, en naar het eindperk der volmaaktheid te zuchten, totdat zij van dit lichaam des doods ontbonden zijnde, met het Lam Gods in de hemelen zullen regeren. (DL V.2) Doch zo ver is het vandaar dat deze verzekerdheid der volharding de ware gelovigen hovaardig en vleselijk-zorgeloos zou maken, dat zij daarentegen een ware wortel is van nederigheid, kinderlijke vreze, ware godzaligheid, lijdzaamheid in allen strijd, vurige gebeden, standvastigheid in het kruis en in de belijdenis der waarheid, mitsgaders van vaste blijdschap in God; en dat de overdenking van die weldaad hun een prikkel is tot ernstige en gedurige beoefening van dankbaarheid en goede werken; gelijk uit de getuigenissen der Schrift en de voorbeelden der heiligen blijkt. (DL V.12) Wanneer ook het vertrouwen der volharding wederom levend wordt in degenen die van den val weder opgericht worden, zo brengt dat in hen niet voort enige dartelheid of veronachtzaming der godzaligheid, maar een veel grotere zorg om de wegen des Heeren vlijtiglijk waar te nemen, die van tevoren bereid zijn, opdat zij, daarin wandelende, de verzekerdheid van hun volharding zouden mogen behouden, en opdat het aanschijn des verzoenden Gods (waarvan de aanschouwing den godvruchtigen zoeter is dan het leven, en waarvan de verberging bitterder is dan de dood), om het misbruik van Zijn Vaderlijke goedertierenheid niet wederom van hen afgekeerd worde, en zij alzo in zwaarder kwellingen des gemoeds vervallen. (DL V.13) 3.4 De Vroege Kerk 20 De Vroege Kerk heeft de gedachte van het Nieuwe Testament rond vreemdelingschap overgenomen. 21 Men gaat in die tijd de plaatselijke gemeente aanduiden met het woord parochie 22 dat is afgeleid van het Griekse woord voor vreemdeling. De eerste christengemeenten verkeerden als minderheid in een wereld die veelal vijandig tegenover hen stond. Regelmatig waren vervolgingen het deel van christenen in de eerste eeuwen totdat Constantijn de Grote in 313 een einde maakte aan de vervolgingen. Doordat de christelijke gemeente een minderheid was die geminacht werd, is het gelet op de huidige tijd in het westen waar de kerk wordt gemarginaliseerd, van belang om te zien hoe de Vroege Kerk in de wereld stond. Tegelijk is het goed om ons te realiseren dat de positie van de 20 Aan de Vroege Kerk wordt hier in het bijzonder aandacht geschonken omdat er in het mandaat voor de commissie naar gevraagd is dat te doen. Dit omdat de situatie van de Vroege Kerk in een vijandige wereld punten van gelijkenis vertoont met de huidige situatie. 21 Zie 2 Clemens 5:1; Diognetus 5:5; Eusebius, Hist. Eccl. V 24, Het gaat om het Griekse woord: >(paroikas) naast het woord Jh>ekkelsia): gemeente 18

19 kerken in het westen ook anders is. Zij verkeren in een cultuur die het christendom achter zich gelaten heeft. De Vroege Kerk stond in een wereld waarvoor het christendom iets nieuws was. Een brief aan een zekere Diognetus, uit naar men aanneemt de tweede eeuw, laat iets zien van het christen zijn in de wereld van de Vroege Kerk. "De christenen onderscheiden zich niet van andere mensen door taal, vaderland of kledij. Zij wonen immers nergens in eigen steden, gebruiken geen afwijkend dialect en leven geen uitzonderlijk leven. Hun leer is niet uitgevonden door de vindingrijkheid of het overleg van mensen die zich met nutteloze problemen bezighouden en zij zijn niet, zoals sommigen, de verdedigers van een menselijke leer. Zij wonen in steden van Grieken en barbaren, zoals aan ieder het lot beschoren was en zij leven volgens de zeden van het land, wat betreft kledij, voeding en andere levensomstandigheden, en geven zo blijk van een verwonderlijk en naar aller mening paradoxaal burgerschap. Zij wonen in hun eigen vaderland, maar als vreemdeling; zij kwijten zich van hun burgerplichten en verdragen als vreemdeling alles. Ieder vreemd land is hun vaderland en ieder vaderland is een vreemd land. Zij trouwen als ieder ander maar leggen hun kinderen niet te vondeling. Zij delen hun tafel maar niet hun bed. Zij leven in het vlees maar niet naar het vlees. Zij wonen op aarde maar zijn thuis in de hemel. Zij gehoorzamen de heersende wetten maar overtreffen ze in hun eigen leven. Zij hebben iedereen lief en worden door iedereen vervolgd. Zij worden miskend en veroordeeld; ze worden gedood en ten leven gewekt. Zij zijn arm als bedelaars maar maken velen rijk. Zij hebben aan alles gebrek maar leven in overvloed. Zij worden veracht maar ze worden verheerlijkt door de verachting. Ze worden belasterd maar worden gerechtvaardigd door de laster. Zij worden bespot en ze zegenen. Ze worden beledigd en bewijzen eer aan zij die hen beledigen. Hoewel zij goed doen, worden ze gestraft als misdadigers. Zij die hen haten kunnen geen reden opgeven voor hun haat. In één woord, wat de ziel is voor het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld. De ziel is verspreid over alle delen van het lichaam en de christenen over alle steden van de wereld. De ziel verblijft in het lichaam, maar is niet van het lichaam. Christenen zijn in de wereld maar niet van de wereld." De mensen in de wereld waarin Diognetus en andere christenen leefden, was uit op vooruitgang en macht. Daarnaast draaide het in hun leven om brood en spelen. De zedelijke verwildering nam hand over hand toe. De gemiddelde Romein scheidde één keer. De vrouw was ondergeschikt aan de man en kon om allerlei oorzaak verlaten worden. De vrouw mocht geen overspel doen en de man wel. Kinderen werden dikwijls te vondel gelegd of gedood als een kind niet aan de wensen van de vader voldeed. De Vroege Kerk had een andere oriëntatie. Men vertoefde op de aarde, maar het thuis was in de hemel. Dus de hoop richtte zich niet op een betere samenleving maar op het eeuwig leven. Men vormde hechte gemeenschappen waarbinnen niemand gebrek had. In de eerste plaats in de huisgezinnen. Dit was de plaats waar mensen over het algemeen voor het eerst over Gods Woord hoorden en ook tot bekering kwamen. Als de man, het hoofd van het gezin, christen werd had dat invloed op het hele gezin. Paulus schrijft aan Korinthe over een gelovige vrouw die door haar levenswandel het middel kan zijn tot bekering van haar echtgenoot (1 Kor. 7:11 v.v.). Ook slaven, vrijgelatenen kwamen zo tot geloof. Vervolgens was daar het onderlinge gesprek met buren, op de markt en in het badhuis. In de brief van Barnabas lezen dat ieder woord dat de gelovigen spreken in geloof en liefde zal strekken tot hoop en bekering voor velen. 23 Verder liet men zich in met zieken, melaatsen, het uitschot van de toenmalige maatschappij. Gaven werden ook ingezameld om behoeftige weduwen en wezen hulp te bieden. 23 A. Baars, Vreemdelingen in de Vroege Kerk, artikel in Vreemdelingen en bijwoners, opstellen rond een urgent theologisch thema, G.C. den Hertog en H.G.L. Peels (red.) blz. 31, 32 19

20 In levensstijl onderscheidde men zich omdat men niet mee deed met allerlei volksvermaak van schouwspelen, openbare feesten, e.d. Het volksvermaak riep veel agressieve emoties op en gevloek. Voor o.a. Tertullianus (ca na Chr.) waren toneelspelen kijkspelen van de duivel. Schaamteloosheid en menselijke hartstochten stonden centraal. Men eerbiedigde de overheid, bad er voor maar men leefde ook bij het Gode meer gehoorzaam zijn dan de keizer. Op bevel van de overheid de keizer vereren of de afgoden offeren was voor hen onmogelijk. Ook overheidsdienst waarbij men moest offeren aan de afgoden kon men niet vervullen. Christenen hadden een hecht huwelijks- en gezinsleven. De vrouw was niet ondergeschikt aan de man, wel had ieder een eigen roeping en verantwoordelijkheid. Seksualiteit had alleen een plaats binnen het huwelijk. Men waarschuwde tegen de morele verloedering van de samenleving. De verdediging van het christendom naar buiten had in de Vroege Kerk een belangrijke plaats. Deze verdediging of apologie geschiedde niet al weifelend maar met beslistheid. Men stelde de critici van het christendom ook onder kritiek en riep op tot bekering. Men zocht niet het geloof acceptabel te maken voor de wereld, maar ontmaskering van het leugenachtige gedachtegoed van de tegenstanders, evenals Christus mensen liet zien wie ze waren. De zaak van Christus vroeg offers. Menigeen liet het eigen leven als martelaar en ook daarin was men wervend. Zo stond de Vroege Kerk als vreemdeling in de wereld, maar trok men zich er in die begintijd nog niet uit terug. De pilaarheiligen en kluizenaars in de 4 e eeuw deden dit wel. Zij trokken zich terug in de woestijn en wilden zo een zuiver, gewijd en eenvoudig leven leiden. Ze wilden zich onttrekken aan de samenleving, waar veel mensen alleen maar uit waren op eigenbelang. Later vinden we dit ook in het zich terugtrekken in kloostergemeenschappen. Hoewel het buiten de periode van de Vroege Kerk valt, ter afsluiting een opmerking over de visie van Augustinus. Voor hem zijn er twee steden: de stad Gods en de stad van de mens. De stad van de mens zal uiteindelijk ten ondergaan. De stad Gods verkeert hier op aarde in den vreemde. Voor Augustinus heeft Constantijn de Grote met de erkenning van het christendom zeker zegen gebracht. Tegelijk heeft het echter het denken van de stad van de mens in de stad Gods gebracht. De kerk is daardoor gaan vergeten dat haar bestemming niet in de wereld ligt en dat aardse macht betrekkelijk is Conclusies God de Heere regeert en naar Zijn welbehagen zal Hij ondanks alle machten en krachten, in en door Christus en de werking van Zijn Geest zorgen dat de Kerk er op deze aarde zal zijn tot Christus wederkomst. Het vreemdelingschap vraagt een levenswandel waarin tot uitdrukking komt dat men niet thuis is op aarde en men door genade op weg is naar een beter Vaderland. Dit vraagt alertheid om niet meegezogen te worden in de verwereldlijking zodat het onderscheid verdwijnt. Het rentmeesterschap vraagt de aarde te bebouwen en bewaren levend voor Gods aangezicht tot eer van God en heil van de naaste. Het gaat hierbij niet om de gedachte dat in het hier en nu het koninkrijk Gods wordt gerealiseerd. Het gij geheel anders moet door Gods genade tot uitdrukking komen in een Bijbels getuigende levenswandel ook naar degenen die buiten zijn. Dit vraagt zelfopofferende liefde vanuit de liefde tot God en de naaste. De apologie dient tot uitdrukking te komen in ons Bijbels getuigend verantwoorden naar die buiten zijn in leer en leven met een oproep tot bekering. 24 M.J. de Vries, God vinden, in gesprek met zoekers, blz

W. Kelly. Het boek. Daniël

W. Kelly. Het boek. Daniël Het boek Daniël W. Kelly Het boek Daniël Notes on the book of Daniël by W. Kelly (April, 1897) Herziene versie 2010 Inhoud Inleiding....................................... 9 Hoofdstuk 1....................................

Nadere informatie

VAN AANGEZICHT TOT AANGEZICHT

VAN AANGEZICHT TOT AANGEZICHT VAN AANGEZICHT TOT AANGEZICHT HUGO BOUTER VAN AANGEZICHT TOT AANGEZICHT Voorvallen uit het leven van Mozes, de man Gods Boeken om de Bijbel Gouda Copyright H. Bouter Omslagontwerp: Cees van der Steldt

Nadere informatie

over de dood en daarna..

over de dood en daarna.. M.G. de Koning BEGRAVEN OF CREMEREN? over de dood en daarna.. Oude Sporen 2008 2 Begraven of cremeren? INHOUD Vooraf...4 1. De dood...6 Inleiding...6 Het ontstaan van de zonde...8 Als God willen zijn...8

Nadere informatie

ze (engelen) zijn door Hem (Christus) en tot Hem geschapen.

ze (engelen) zijn door Hem (Christus) en tot Hem geschapen. M.G. de Koning ENGELEN, ZE ZIJN ER (WEER) ze (engelen) zijn door Hem (Christus) en tot Hem geschapen. Oude Sporen 2008 2 Engelen, ze zijn er (weer) INHOUD Voorwoord...3 1. Het begin...4 2. De uitverkoren

Nadere informatie

Waarom het de moeite waard is Christen te zijn. Norbert Lieth. Waarom het de moeite waard is Christen te zijn

Waarom het de moeite waard is Christen te zijn. Norbert Lieth. Waarom het de moeite waard is Christen te zijn Norbert Lieth Waarom het de moeite waard is Christen te zijn 1 2 Waarom het de moeite waard is Christen te zijn Norbert Lieth Waarom het de moeite waard is Christen te zijn Uitgeverij Middernachtsroep

Nadere informatie

Geachte ouderling Jansen en Slingerland (van de GGiN te Bruinisse),

Geachte ouderling Jansen en Slingerland (van de GGiN te Bruinisse), Geachte ouderling Jansen en Slingerland (van de GGiN te Bruinisse), Nadat ik in mei 2007 uw antwoord ontvangen heb, op mijn vragen die ik destijds gesteld heb. Heb ik in alle gebrek geprobeerd, uw antwoord

Nadere informatie

Theologische handreiking aan predikanten, kerkenraden en gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland

Theologische handreiking aan predikanten, kerkenraden en gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland 22 Brandpunten in de Verkondiging Theologische handreiking aan predikanten, kerkenraden en gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland Opgesteld door dr. C. van der Kooi en dr. G. van den Brink November

Nadere informatie

Catechismus van Geneve

Catechismus van Geneve Catechismus van Geneve JOHANNES CALVINUS AAN DE TROUWE DIENAREN VAN CHRISTUS, DIE IN OOSTFRIESLAND DE ZUIVERE LEER VAN HET EVANGELIE VERKONDIGEN. Voorwoord : Daar het ons voegt er op alle manier naar te

Nadere informatie

God straft om te redden

God straft om te redden God straft om te redden Alverzoening: de leer dat God rechtvaardig straft. Door Tom van Dijk Inhoud Wat is alverzoening?...5 Bijbels schrijven over de redding van allen...8 Bijbels schrijven over oordeel

Nadere informatie

10193_Spreken over God 5.0 22-12-2010 13:17 Pagina 1. Spreken over God

10193_Spreken over God 5.0 22-12-2010 13:17 Pagina 1. Spreken over God 10193_Spreken over God 5.0 22-12-2010 13:17 Pagina 1 Spreken over God 10193_Spreken over God 5.0 22-12-2010 13:17 Pagina 2 Verkrijgbaar bij dezelfde uitgever: dr. J.M. van t Kruis (red.), Protestantse

Nadere informatie

En toen was er voor mij niemand meer

En toen was er voor mij niemand meer En toen was er voor mij niemand meer Over godsdienst en incest De samenwerkende synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk de Gereformeerde Kerken in Nederland de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk

Nadere informatie

BURGERSCHAP. Visies. Burgerschap Gevorderdenfase II grote visies op mens en samenleving[kies de datum

BURGERSCHAP. Visies. Burgerschap Gevorderdenfase II grote visies op mens en samenleving[kies de datum BURGERSCHAP Visies I have a dream Ik heb een droom dat op een dag dit land zal opstaan en de ware betekenis van haar credo zal naleven: "Wij vinden de volgende waarheden vanzelfsprekend: dat alle mensen

Nadere informatie

En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat zij doen.

En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat zij doen. En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat zij doen. Als ik dit schrijf, is Pasen net voorbij. Het feest van de overwinning van Jezus Christus hebben we opnieuw mogen vieren. Jezus

Nadere informatie

Bevel tot geloof. C.H. Spurgeon. En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus. 1 Johannes 3:23

Bevel tot geloof. C.H. Spurgeon. En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus. 1 Johannes 3:23 Bevel tot geloof C.H. Spurgeon En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus. 1 Johannes 3:23 De oude wet glinstert in ontzagwekkende heerlijkheid met haar Tien Geboden.

Nadere informatie

Jaargang 14 Nummer 3 Prijs 2,25

Jaargang 14 Nummer 3 Prijs 2,25 Geestelijke vorming, vernieuwing & missionaire gemeenteopbouw Jaargang 14 Nummer 3 Prijs 2,25 Materiaal voor 13 weken geloofsopbouw 3 Herfst 2010 We hebben elkaar nodig Inhoudsopgave Van de redactie Gespreksgroepen

Nadere informatie

ASPECTEN VAN HET WERK VAN CHRISTUS

ASPECTEN VAN HET WERK VAN CHRISTUS ASPECTEN VAN HET WERK VAN CHRISTUS Hugo Bouter e.a. ASPECTEN VAN HET WERK VAN CHRISTUS De betekenis van de oudtestamentische offeranden in het licht van het kruis Slachtoffers en spijsoffers hebt U niet

Nadere informatie

HOE MEN BIDDEN MOET OVER DE GOEDE WERKEN. Toegevoegd: KORTE GEBEDEN DOOR MAARTEN LUTHER

HOE MEN BIDDEN MOET OVER DE GOEDE WERKEN. Toegevoegd: KORTE GEBEDEN DOOR MAARTEN LUTHER 1 HOE MEN BIDDEN MOET EN OVER DE GOEDE WERKEN Toegevoegd: KORTE GEBEDEN DOOR MAARTEN LUTHER Verschenen in: Stemmen uit Wittenberg Preken, artikelen, brieven enz. Van Dr. Maarten Luther en zijn tijdgenoten

Nadere informatie

Brieven over de kerk tussen de generaties

Brieven over de kerk tussen de generaties Brieven over de kerk tussen de generaties bezinning 40 / 2011 1 Onder vermelding van de titel te bestellen bij: Raad van Kerken in Nederland Kon. Wilhelminalaan 5 3818 HN Amersfoort [t] 033 4633844 [e]

Nadere informatie

Wees dan waakzaam. Wees dan waakzaam

Wees dan waakzaam. Wees dan waakzaam Wees dan waakzaam Wees dan waakzaam i ii Winand F. Breuer Wees dan waakzaam www.debazuin.nu 2015 Herziende 2 de druk in PDF formaat, maart 2015 Copyright 2014 by Winand F. Breuer Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

De kerk die toekomst heeft

De kerk die toekomst heeft De kerk die toekomst heeft De redactie van het Contactblad heeft me gevraagd een stukje te schrijven over de kerk van de toekomst, met als achtergrond de opgedane ervaring in Colombia en Rwanda. In Colombia

Nadere informatie

Vrees niet! Overwinning over vrees en angst. Henri Hüpscher

Vrees niet! Overwinning over vrees en angst. Henri Hüpscher 2 Vrees niet! Overwinning over vrees en angst Henri Hüpscher 2005 Henri Hüpscher Deze studie mag op alle manieren worden vermenigvuldigd en verspreid mits volledig en onveranderd en niet voor commerciële

Nadere informatie

ENCYCLIEK CARITAS IN VERITATE VAN PAUS BENEDICTUS XVI AAN DE BISSCHOPPEN AAN DE PRIESTERS EN DIAKENS AAN DE RELIGIEUZEN AAN DE LEKENGELOVIGEN

ENCYCLIEK CARITAS IN VERITATE VAN PAUS BENEDICTUS XVI AAN DE BISSCHOPPEN AAN DE PRIESTERS EN DIAKENS AAN DE RELIGIEUZEN AAN DE LEKENGELOVIGEN ENCYCLIEK CARITAS IN VERITATE VAN PAUS BENEDICTUS XVI AAN DE BISSCHOPPEN AAN DE PRIESTERS EN DIAKENS AAN DE RELIGIEUZEN AAN DE LEKENGELOVIGEN EN AAN ALLE MENSEN VAN GOEDE WIL OVER DE INTEGRALE ONTWIKKELING

Nadere informatie

GENADE ERVAREN (1) Je hebt niet meer dan mijn genade nodig

GENADE ERVAREN (1) Je hebt niet meer dan mijn genade nodig GENADE ERVAREN (1) Je hebt niet meer dan mijn genade nodig Over verbrokenheid Preek over Psalm 51:19 en 2 Korintiërs 12:9-10 Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult

Nadere informatie

Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.

Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien. Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien. Zingen: Psalm 92 : 1 en 2 Lezen : Joh. 14 Zingen: Psalm 63 : 1 en 2 Zingen: Psalm 3 : 4 Zingen: Psalm 2 : 7 Geliefden, het Woord van God, hetwelk wij u

Nadere informatie

EEN CHRISTEN RIJP GEMAAKT VOOR DE HEMEL

EEN CHRISTEN RIJP GEMAAKT VOOR DE HEMEL 1 EEN CHRISTEN RIJP GEMAAKT VOOR DE HEMEL Door ANDREW GRAY 12 e bundel in de serie: Preken van A. Gray 2 INHOUD Preek 1 t/m 5: Hierover heb ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken.

Nadere informatie

de bergrede in het licht van de vedanta-leer

de bergrede in het licht van de vedanta-leer de bergrede in het licht van de vedanta-leer Deze tekst is uitsluitend voor persoonlijk gebruik. Commercieel gebruik is niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan de tekst te wijzigen, bewerken, geheel

Nadere informatie

REDDEN WAT VERLOREN WAS

REDDEN WAT VERLOREN WAS NELLY ASTELLI HIDALGO ALEXIS SMETS, S.J. REDDEN WAT VERLOREN WAS Een weg naar innerlijke genezing UITGEVERIJ TABOR - BRUGGE 1 INLEIDING Jezus zou zo graag komen "bij ons wonen", zoals Hij bij Zacheüs gewoond

Nadere informatie

Wat God bereid heeft

Wat God bereid heeft Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben "Art used by Pat Marvenko Smith, copyright 1992. To order prints visit her "Revelation Illustrated" site, http://revelationillustrated.com." Een studie

Nadere informatie

Handelingen hoofdstuk 12

Handelingen hoofdstuk 12 Handelingen hoofdstuk 12 Vertaling Bible Commentary van Andrew Wommack Wiebrig Calderhead, 2008 (Om in Word naar een eindnoot te springen: plaats de cursor bij de eindnootverwijzing, kies Beeld (menubalk)

Nadere informatie

Wat de Bijbel zegt. over de Doop. Harry Bultema

Wat de Bijbel zegt. over de Doop. Harry Bultema Wat de Bijbel zegt over de Doop Harry Bultema Oorspronkelijke titel: The Bible and Baptism Uitgever: Grace Publications, 2125 Martindale, S.W., Grand Rapids, MI 49509, USA 1st edition 1955, 2d edition

Nadere informatie