Haal het meest uit creatief potentieel: De rol van werkdruk en uitdaging in organisaties

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Haal het meest uit creatief potentieel: De rol van werkdruk en uitdaging in organisaties"

Transcriptie

1 PrePrint of: Caniëls, M.C.J., Chini, B. and W. Ooms (2015), Haal het meest uit creatief potentieel, Gedrag en Organisatie Themanummer Creativiteit en Innovatie 28(2), Haal het meest uit creatief potentieel: De rol van werkdruk en uitdaging in organisaties Marjolein C.J. Caniëls, Ben Chini & Ward Ooms * Samenvatting Het versterken van creatieve processen is van vitaal belang voor continue innovatie en concurrentiekracht van organisaties. Het omzetten van creatief potentieel in daadwerkelijk zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit wordt mogelijk beïnvloed door bepaalde organisationele factoren. Dit onderzoek toont aan in hoeverre uitdagend werk en werkdruk een dergelijke rol vervullen. We verspreidden een online vragenlijst onder 336 medewerkers van een innovatieve Nederlandse telecomprovider. Uit de resultaten blijkt dat uitdaging en werkdruk kernfactoren zijn die het verband tussen creatief potentieel en de mogelijkheden voor uiting van creativiteit modereren. De relevantie van onze studie ligt in het identificeren van factoren die de mate beïnvloeden waarin medewerkers het gevoel hebben dat ze hun creatief potentieel kunnen benutten in hun werkomgeving. * Marjolein C.J. Caniëls is verbonden aan de faculteit Management, Science and Technology van de Open Universiteit Nederland. Correspondentieadres: Faculteit Management, Science and Technology, Open Universiteit Nederland, Postbus 2960, 6401 DL, Heerlen, Ben Chini is werkzaam bij Vodafone Nederland BV. Ward Ooms is verbonden aan de faculteit Management, Science and Technology van de Open Universiteit Nederland. Een studie die gedeeltelijk van dezelfde dataset gebruik maakt en een andere, gerelateerde onderzoeksvraag onderzoekt, zal worden gepubliceerd als Caniëls & Rietzschel (2015) in Creativity and Innovation Management.

2 Haal het meest uit creatief potentieel: De rol van werkdruk en uitdaging in organisaties 1. Inleiding Innovatie is de drijvende kracht achter economische welvaart en groei (Tellis, Prabhu & Chandy, 2009). Om te komen tot innovatie moeten er eerst ideeën zijn. Ideeën zijn het product van een creatief proces. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat het ondersteunen en verbeteren van het creatief proces de sleutel is voor het voeden van innovatie in organisaties (Woodman, Sawyer & Griffin, 1993). Er is een duidelijk verschil tussen creativiteit en innovativiteit. Creativiteit wordt gekarakteriseerd door het aandragen van nieuwe en bruikbare ideeën (Amabile, Conti, Coon, Lazenby & Herron, 1996; Shalley, Zhou & Oldham, 2004). Innovatie gaat over de implementatie van deze ideeën in de praktijk (Sternberg & Lubart, 1999). Innovatie in organisaties bouwt dus voort op creativiteit. Vanaf het moment dat een idee geboren is start een creatief proces dat met het juiste management uiteindelijk kan leiden tot een innovatie die belangrijk is voor de concurrentie- en innovatiekracht van organisaties (Amabile, 1988; DiLiello & Houghton, 2006; Shalley, Gilson & Blum, 2000). Het belang van creativiteit voor innovatie heeft geleid tot een aantal empirische studies naar individuele en organisationele (ook wel contextuele ) factoren die organisationele creativiteit stimuleren of beperken (Amabile, Schatzel, Moneta & Kramer, 2004; Rice, 2006; Shalley et al., 2004; Zhou & George, 2001; Zhou & Shalley, 2008). Deze studies concluderen veelal dat een ondersteunende en stimulerende werkomgeving gerelateerd is aan creativiteit, terwijl een niet-ondersteunende en controlerende werkomgeving voornamelijk gerelateerd wordt aan een gebrek aan creativiteit. Invloedrijke modellen voor creativiteit van Amabile et al. (1996) en Woodman et al. (1993) zien contextuele factoren als antecedenten voor creativiteit. De impliciete assumptie van deze studies is dat creativiteit een afhankelijke variabele is, in dit geval het resultaat van creatieve inspanningen. Echter, men vergeet daarbij dat het belangrijk is allereerst creatief potentieel te onderzoeken. Creatief potentieel is de creativiteit die men zou vertonen onder omstandigheden waar geen sprake is van beperkende factoren (Hinton, 1968). Verder wordt in de literatuur nauwelijks aandacht besteed aan de vraag of medewerkers wel het gevoel hebben dat ze hun creativiteit kunnen uiten in hun werkomgeving. DiLiello en Houghton (2006; 2008) stellen dat contextuele factoren een modererend effect hebben op de relatie tussen creatief potentieel een combinatie van creatieve capaciteiten en vaardigheden en de mogelijkheden die medewerkers percipiëren voor het uiten van creativiteit. Het uitgangspunt van dit perspectief is dat contextuele factoren beïnvloeden in hoeverre individuen ervaren dat zij de mogelijkheid hebben hun creatieve vaardigheden het creatief potentieel in te zetten in hun werkomgeving (DiLiello & Houghton, 2008). We weten echter nog weinig van de werking van contextuele factoren in deze relatie (Binnewies, Ohly & Sonnentag, 2007; DiLiello & Houghton, 2008). Vanuit het oogpunt van een manager is het van uiterst belang om te begrijpen welke organisationele factoren de relatie tussen creatief potentieel en perceptie van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit bevorderen of beperken. Factoren die er voor zorgen dat medewerkers het gevoel hebben dat ze hun creativiteit meer kunnen benutten in hun werk stimuleren het innovatief vermogen van een onderneming. Op termijn leidt dit tot een verbeterd concurrentievermogen en verhoogd financieel resultaat (Hansen & Crespell, 2008). Ook is het waarschijnlijk dat medewerkers die het gevoel hebben dat ze hun potentieel 1

3 kunnen realiseren meer tevreden zijn in hun werk en minder de neiging hebben om een andere baan te zoeken (Shalley et al., 2000). Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in de manier waarop de relatie tussen creatief potentieel en de mogelijkheden voor uiting van creativiteit wordt gemodereerd door contextuele factoren. Hierbij gebruiken we gevalideerde construct variabelen van DiLiello en Houghton (2008) om onderscheid te maken tussen creatief potentieel aan de ene kant, en mogelijkheden voor het uiten van creativiteit aan de andere kant. We onderzoeken welke organisationele factoren de relatie tussen creatief potentieel en mogelijkheden voor creatieve uiting versterken of verzwakken. De organisationele factoren die we gebruiken in dit onderzoek zijn werkdruk en uitdagend werk. Onze analyse is gebaseerd op data die is verzameld via een online vragenlijst onder 336 medewerkers van een innovatieve Nederlandse telefoonprovider. In het vervolg van de studie ontwikkelen we eerst een aantal hypotheses op basis van relevante literatuur. Vervolgens bespreken we de gehanteerde methodologie en presenteren we de resultaten van het onderzoek. Tot slot beschrijven we de theoretische en praktische implicaties van onze studie en bediscussiëren we enkele beperkingen en richtingen voor vervolgonderzoek. 2. Relevante literatuur en hypothesen Mensen zijn van nature creatief, maar verschillen in de mate waarin ze creatieve aanleg hebben (Simonton, 2008). Daarnaast kunnen creatieve vaardigheden ontwikkeld en getraind worden (Scott, Leritz, & Mumford, 2004; Simonton, 2003) en creatieve denkstijlen kunnen worden beïnvloed door tal van omgevingskenmerken zoals kleur, stemming, en motivatie (Madjar, Oldham & Pratt, 2002; Soriano de Alencar & Bruno-Faria, 1997; voor een overzicht zie Zhou & Shalley, 2008 en Shalley et al., 2004). In navolging van de definitie van DiLiello en Houghton (2008, p. 39), stellen we dat creatief potentieel een combinatie is van creatieve capaciteiten en vaardigheden waarover een persoon op een bepaald moment beschikt. DiLiello en Houghton (2008) volgen hiermee onderzoek van Hinton (1968) waarin een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen creatief potentieel en daadwerkelijke creatieve output. Hinton (1968) stelt dat creatief potentieel gezien kan worden als de creativiteit die men zou vertonen als men ongehinderd zijn gang zou kunnen gaan. Tierney en Farmer (2002) hebben het construct creatieve self-efficacy (zelfovertuiging) ontwikkeld, dat een deel afdekt van Hinton s idee van creatief potentieel. DiLiello en Houghton stellen dat het self-efficacy construct nog te beperkt is, en ze valideren een meetinstrument voor creatief potentieel dat onder meer de vragen van self-efficacy omvat, maar daaraan nog enkele items toevoegt, bijvoorbeeld over de zelfperceptie van talent en vaardigheden. De psychometrische kenmerken van deze schaal zijn gepubliceerd in DiLiello en Houghton (2008). Wanneer creatief gedrag wordt beperkt door contextuele factoren, dan is het individu niet in staat zijn of haar volledige creatief potentieel te benutten en om te zetten in creatieve output (DiLiello & Houghton, 2008, p. 39; George & Zhou, 2001; Hinton, 1968). Veel van het huidige creativiteitsonderzoek is gericht op het meten van creatieve output en factoren die de output rechtstreeks beïnvloeden. Hinton stelt echter dat er weinig output te meten valt als het al eerder mis gaat, namelijk als medewerkers geen mogelijkheid zien om hun potentieel te benutten. Onderzoek heeft aangetoond dat het vaak moeilijk is voor medewerkers om steun te krijgen voor innovatieve projecten in grote organisaties (Dougherty & Hardy, 1996). Met name als een idee revolutionair nieuw is, wordt het idee vaak verworpen omdat het gezien wordt als te risicovol (Mueller, Melwani & Goncalo, 2012; Staw, 1995). Er kan sprake zijn van office politics en heersende belangen die er voor zorgen dat het voor medewerkers 2

4 moeilijk is om creatieve ideeën te uiten (Greve, 1999; Hlavacek & Thompson, 1973; McDermott & O Connor, 2002; Sheaffer, Honig, Zionit & Yeheskel, 2011). Medewerkers hebben creatief potentieel, maar in een dergelijke omgeving ervaren ze niet de mogelijkheden om hun ideeën te opperen. Er zijn organisationele factoren zijn die dit proces belemmeren (Shalley et al., 2004). Er is veel onderzoek gedaan naar factoren zoals psychologische veiligheid en creatieve organisatiecultuur (bijvoorbeeld Baer & Frese, 2003). Deze onderzoeken meten het effect van organisationele context variabelen op innovativiteit van de gehele organisatie (Baer & Frese, 2003; Ekvall, 1996) of creatief gedrag van medewerkers zoals dat wordt beoordeeld door de leidinggevende (Kessel, Kratzer & Schultz, 2012; Tesluk, Farr & Klein,1997). In ons onderzoek concentreren we ons op een stap die vooraf gaat aan het vertonen van creatief gedrag van medewerkers. Namelijk, hebben medewerkers het gevoel dat ze hun creatief potentieel kunnen benutten in hun werkomgeving? Als medewerkers dit gevoel niet hebben, dan is de kans klein dat ze creatief gedrag gaan vertonen (DiLiello and Houghton, 2008; Hinton, 1968). Het beeld dat mensen hebben van hun omgeving hangt samen met de zelfperceptie van hun eigen kunnen (Ford, 1996). Medewerkers die van zichzelf vinden dat ze ingenieuze oplossingen kunnen bedenken en goed zijn in het genereren van nieuwe ideeën, kortom die van zichzelf vinden dat ze creatief potentieel hebben, zullen met een open blik tegen hun organisatie aankijken. In een verlangen naar het bevestigen van hun zelfbeeld zullen deze medewerkers open staan voor allerlei mogelijkheden die de organisatie hen biedt om hun potentieel vermogen te uiten. We verwachten daarom dat de mate waarin medewerkers van zichzelf vinden dat ze creatief potentieel hebben, een positief verband vertoont met de mate waarin medewerkers mogelijkheden zien voor het uiten van creativiteit. Hypothese 1: Creatief potentieel heeft een positief verband met het zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit. Er zijn veel organisationele context variabelen die mogelijk een rol spelen in de relatie tussen creatief potentieel en de mogelijkheden voor uiting van creativiteit. Een baanbrekende studie in het creativiteitsonderzoek is die van Amabile et al. (1996) waarin de volgende contextuele factoren werden onderzocht in relatie tot creatief gedrag: ondersteuning vanuit de organisatie, ondersteuning van de leidinggevende, ondersteuning van het team, vrijheid, organisationele middelen, werkdruk, uitdagend werk, en organisationele belemmeringen. Deze factoren zijn te groeperen tot factoren die een invloed uitoefenen op (1) de motivatie van medewerkers, zoals ondersteuning vanuit de organisatie, de leidinggevende en het team; (2) organisationele mogelijkheden, zoals vrijheid, organisationele middelen en organisationele belemmeringen; en (3) stressoren, zoals werkdruk en de mate van uitdaging in het werk. De stressoren vormen een interessante categorie. De laatste jaren wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de invloed van stressoren op creativiteit (Sacramento, Fay & West, 2013). De resultaten uit verschillende studies spreken elkaar tegen (Byron, Khazanchi, & Nazaruian, 2010). Er worden positieve verbanden gesuggereerd (Baer, 1998), of negatieve (Amabile, Goldfarb, & Brackfield, 1990) of zelfs curvenlineaire (Landon & Suedfeld, 1972). Recent onderzoek laat zien dat verschillende mensen dezelfde stressor anders kunnen ervaren (Sacramento et al., 2013). Zo is het effect van een stressor op creatieve prestaties afhankelijk van het soort stress dat wordt opgewekt (Byron et al., 2010). Stressors kunnen worden ervaren als uitdagend. Ze worden dan gezien als een mogelijkheid om idealen te realiseren (LePine, Podsakoff & LePine, 2005). Maar stressoren kunnen ook worden ervaren als een last die productiviteit en werktevredenheid belemmert (LePine et al., 2005; Sacremento et al., 2013). 3

5 In ons onderzoek sluiten we aan bij het challenge stressor-hindrance stressor framework van Lazarus en Folkman (1984). Met name besteden we aandacht aan de stressoren uitdaging en werkdruk. We willen weten hoe het verband tussen het creatief potentieel van medewerkers en de mate waarin medewerkers het gevoel hebben dat ze mogelijkheden hebben om zich creatief te uiten in hun werkomgeving wordt gekleurd door deze stressoren. Interacteren de factoren uitdaging en werkdruk met creatief potentieel? Met andere woorden, we willen weten of uitdaging en werkdruk een modererende invloed uitoefenen op de mate waarin creatief potentieel in verband staat met het gevoel dat men creatief mag en kan zijn. Uitdaging nodigt uit tot verkenning van creatieve ideeën (Anderson, De Dreu & Nijstad, 2004; Bunce & West, 1994). Medewerkers die uitdagende taken krijgen worden daarmee aangespoord om extra hun best te doen en te investeren in zo optimaal mogelijke prestaties. Uitdagend werk zorgt er voor dat medewerkers het gevoel hebben dat de organisatie hen vertrouwt de uitdagende taak tot een goed eind te brengen. Daarmee wordt trots en eigenwaarde van medewerkers gevoed (Orpen, 1994). We verwachten dat medewerkers die uitdaging ervaren in hun werk zich gesteund voelen om hun creatief potentieel maximaal benutten. Met andere woorden, we verwachten dat ze het gevoel hebben dat ze hun creatief potentieel tot uiting kunnen laten komen in hun werk. Als het werk van medewerkers daarentegen veel routinematige taken verlangt, terwijl dit niet aansluit bij de ambitie, kennis en kunde van de medewerker, dan wordt het verband tussen creatief potentieel en het zien van mogelijkheden voor creativiteit hierdoor beïnvloedt. Het is waarschijnlijk dat medewerkers die geen uitdagend werk ervaren weinig mogelijkheden zullen zien om hun creatief potentieel te uiten. We verwachten daarom een positief modererend effect van uitdagend werk. Hypothese 2: De relatie tussen creatief potentieel en het zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit wordt gemodereerd door uitdaging op een zodanige manier dat die (a) door sterke uitdaging wordt versterkt en (b) door beperkte uitdaging wordt verzwakt. Werkdruk daarentegen verhindert naar verwachting dat men zich in staat voelt om het creatief potentieel te kunnen uiten. Het ontwikkelen van bruikbare nieuwe ideeën vergt tijd. Een hoge werkdruk beperkt de ruimte die men kan besteden aan verkenning en ontwikkeling van ideeën (Amabile et al., 1996; Baer & Oldham, 2006) en daarmee worden mogelijkheden voor uiting van creativiteit onderdrukt. Diverse studies concluderen dat medewerkers die te maken hebben met zware belasting en tijdsdruk minder creatief en eenvoudig omgaan met problemen (Mumford, Waples, Antes, Brown, Connelly, Murphy, et al. 2010). Deze studies geven aan dat werkdruk zorgt voor een vermindering van het zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit, hetgeen een direct effect aangeeft van werkdruk op creativiteit. Als we vervolgens kijken naar het verband tussen creatief potentieel en het zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit, dan lijkt het plausibel om op basis van deze literatuur tevens te veronderstellen dat er een interactie effect kan zijn van werkdruk met creatief potentieel. Medewerkers die een hoge werkdruk ervaren zullen nog steeds van zichzelf vinden dat ze creatief potentieel hebben, maar ze zullen minder mogelijkheden zien om dat potentieel tot uiting te laten komen in hun werk dan medewerkers die weinig werkdruk ervaren. Kortom, we verwachten dat werkdruk een negatief modererend effect heeft op de relatie tussen creatief potentieel en het zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit. Hypothese 3: De relatie tussen creatief potentieel en het zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit wordt gemodereerd door werkdruk op een zodanige manier dat die (a) door een hoge werkdruk wordt verzwakt en (b) door een lage werkdruk wordt versterkt. 4

6 Figuur 1 geeft een overzicht van het door ons gehanteerde model. HIER FIGUUR 1 INVOEGEN 3. Methodologie 3.1 Steekproef en dataverzameling Het doel van deze studie is om te onderzoeken in hoeverre medewerkers denken hun creatief potentieel te kunnen benutten op het werk. Dit betekent dat we de perceptie van individuen over creativiteit, hun zelfperceptie over de mogelijkheden voor het inzetten en benutten van creativiteit en hun perceptie van organisationele factoren die creativiteit stimuleren of tegenwerken moeten meten. Zelfrapportage is de meest geschikte manier om te meten in hoeverre medewerkers de mogelijkheid hebben om creatieve output te produceren en zich creatief uit te drukken, omdat het individu de beste inschatting kan maken van het eigen creatief potentieel en de uiting daarvan (Parker & Collins, 2010; Lance, Lapoit & Fisicaro, 1994). Een grote Nederlandse mobiele telecomprovider verstrekte toegang tot medewerkers uit alle lagen van de organisatie. Er zijn willekeurig 1000 medewerkers gekozen en benaderd uit een lijst van 2500 medewerkers. Zij ontvingen een persoonlijke uitnodiging via , met daarin een beschrijving van de doelstelling. In de uitnodiging werd onderschreven dat vertrouwelijkheid en anonimiteit waren gewaarborgd. Voorafgaand aan de verzending van de vragenlijst is deze door een willekeurig groep proefpersonen getest op duidelijkheid en leesbaarheid. Deze proef leidde tot verbeteringen van de inhoud van de begeleidende brief en het ontwerp van de vragenlijst. Geselecteerde medewerkers die twee weken na verzending nog niet hadden deelgenomen ontvingen een eenmalige herinnering. Het responsepercentage van de studie is 33.6% (336 ingevuld en bruikbare vragenlijsten) en ligt daarmee enigszins boven dat van vergelijkbare studies (Cohen-Meitar, Carmeli & Waldman, 2009; George & Zhou, 2007). De respondenten vormen een goede vertegenwoordiging van elk van de tien bevraagde afdelingen van de organisatie. De steekproef bestaat voor 69% uit mannen en voor 31% uit vrouwen en is daarmee representatief voor de organisatie. De gemiddelde respondent heeft een leeftijd van 37 jaar (SD = 7.1) en is 6.8 jaar werkzaam bij de organisatie (SD = 4.1). De opleidingsachtergrond van respondenten varieert van de middelbare school (27%), tot een behaalde bacheloropleiding (45%) en een afgeronde masteropleiding (28%). We hebben de anonimiteit van respondenten gewaarborgd. Verder hebben we aangegeven dat foute antwoorden niet bestaan en we hebben respondenten verzocht zo eerlijk mogelijk te antwoorden (Podsakoff, MacKenzie & Lee, 2003). Daarnaast zijn vragen in willekeurig volgorde aan respondenten gepresenteerd waarbij enkele vragen negatief geformuleerd waren, hetgeen het voor respondenten bemoeilijkt om gerelateerde vragen te herkennen en antwoorden op elkaar af stemmen. 3.2 Operationalisatie Het meetinstrument bestaat uit schalen met meerdere items, gebaseerd op eerdere studies. In navolging van eerder onderzoek naar creativiteit (bijv. Amabile et al., 1996) wordt gebruik gemaakt van schalen met een even aantal antwoordmogelijkheden. Zulke schalen dwingen respondent een keuze te maken tussen de twee uitersten op de schaal en voorkomen dat de middelste antwoordmogelijkheid wordt verward voor een antwoord met niet van toepassing als strekking (Kulas, Stachowski & Haynes, 2008). In dit onderzoek kozen we voor een 6-5

7 punts schaal waarin antwoorden een score vormden voor de frequentie waarmee een situatie zich voordoet (nooit, zelden, soms, vaak, erg vaak, altijd). We ontlenen de schalen voor creatief potentieel en mogelijkheden voor uiting van creativiteit aan DiLiello en Houghton (2008). Zij toonden de construct validiteit van deze schalen aan. Creatief potentieel is gemeten met zes items (α =.81); een voorbeelditem van deze schaal is Ik ben goed in het genereren van nieuwe ideeën. Mogelijkheden voor het uiten van creativiteit is gemeten met vijf items (α =.79); een voorbeelditem van deze schaal is Ik heb mogelijkheden om mijn creativiteit te gebruiken op mijn werk. De contextuele factoren uitdagend werk en werkdruk zijn gemeten met behulp van items uit de KEYS vragenlijst (Amabile et al., 1996, met toestemming). Amabile et al. (1996) illustreren de psychometrische kenmerken en validiteit van het KEYS instrument. Uitdagend werk is gemeten met 5 items uit het KEYS meetinstrument (α =.81); een voorbeelditem van deze schaal is De taken in mijn werk zijn uitdagend. Werkdruk is gemeten met 5 items uit het KEYS meetinstrument (α =.75); een voorbeelditem van deze schaal is Ik heb te veel te doen in te weinig tijd. We volgen eerder onderzoek door de volgende demografische controlevariabelen op te nemen: leeftijd, werkervaring, afdeling, geslacht, en opleidingsniveau. Ook controleren we voor andere contextuele variabelen die de mogelijkheden voor het uiten van creativiteit zouden kunnen beïnvloeden. Zo gebruiken we uit KEYS 15 items voor ondersteuning vanuit de organisatie (α =.90); een voorbeelditem is In deze organisatie worden nieuwe ideeën aangemoedigd. We gebruiken 11 items voor ondersteuning van de leidinggevende (α =.92); een voorbeelditem is Mijn leidinggevende staat open voor nieuwe ideeën. We gebruiken 8 items voor ondersteuning van het team (α =.89); een voorbeelditem is In mijn team willen mensen elkaar helpen. We gebruiken 4 items voor vrijheid (α =.51); een voorbeelditem is Ik heb vrijheid in het beslissen over hoe ik mijn projecten ga uitvoeren. We gebruiken 6 items voor organisationele middelen (α =.74); een voorbeelditem is Het budget voor mijn projecten is doorgaans adequaat. We gebruiken 12 items voor organisationele belemmeringen (α =.82); een voorbeelditem is Er zijn veel politieke problemen in mijn organisatie. 4. Resultaten In Tabel 1 presenteren we de beschrijvende statistieken voor de gemeten variabelen. Alle constructen, met uitzondering van vrijheid, hebben acceptabele betrouwbaarheidscoëfficiënten (α > 0,7). We berekenden de variance inflation factors (VIFs) voor alle regressievergelijkingen om te controleren op multicollineariteit. De hoogste VIF-waarde was 2.60 en dus ruim onder de maximaal acceptabele waarde van 10 (O Brien, 2007). We gebruikten multiple regressieanalyse om onze hypothesen te toetsen. Daarbij hebben we de onafhankelijke variabelen gecentreerd, zoals wordt aangeraden in Cohen, Cohen, West en Aiken (2003). Model 1 bevat uitsluitend de demografische controlevariabelen. Model 2 bevat alle controlevariabelen en voegt daar de onafhankelijke variabelen aan toe, terwijl Model 3 ook de interactietermen meeneemt. Model 4 toont de resultaten voor een spaarzaam ontwerp, waarin alleen de significante variabelen uit Model 3 zijn meegenomen. Tabel 2 geeft de resultaten. HIER TABEL 1 INVOEGEN HIER TABEL 2 INVOEGEN 6

8 In Model 1 constateren we dat verschillende controlevariabelen een lichte significante relatie hebben met uitingen van creativiteit, te weten: werkervaring (β =.11, p =.07), afdeling (β =.12, p =.04) en opleidingsniveau (β =.14, p =.01). De lage waarde voor adjusted R² (.04) impliceert dat er meer variabelen nodig zijn om de variantie in mogelijkheden voor uitingen van creativiteit te verklaren. Model 2 neemt alle onafhankelijke variabelen mee in de analyse. Dit zorgt voor een duidelijke verbetering van de adjusted R² (.58). De resultaten laten de significantie van de onafhankelijke variabele creatief potentieel zien (β =.15, p =.00). Bovendien constateren we directe, significante verbanden van uiting van creativiteit met uitdagend werk (β =.42, p =.00), ondersteuning vanuit de organisatie (β =.20, p =.00) en vrijheid (β =.16, p =.00). Wanneer we ook de interactietermen meenemen in Model 3, zorgt dat wederom voor een verbetering van het model. De adjusted R 2 in model 3 is.62. Model 3 toont de significantie van uitdagend werk (β =.40; p =.00), ondersteuning vanuit de organisatie (β =.26; p =.00) en vrijheid (β =.17; p =.00). De resultaten geven ondersteuning voor hypothese 1 over het directe effect van creatief potentieel (β =.23; p =.00), voor hypothese 2 over de modererende invloed van uitdagend werk (β =.16; p =.02), en voor hypothese 3 over de modererende invloed van werkdruk (β = -.13; p =.08). Om te vermijden dat we impotente variabelen behouden en we onnodig de voorspellingskracht van onze analyses verminderen, hebben we alle niet-significante variabelen uit ons model verwijderd (conform Becker, 2005). Het definitieve model (Model 4) heeft een adjusted R 2 van 61% en bevat de onafhankelijke variabele creatief potentieel (β =.21; p =.00), de modererende variabelen uitdagend werk (β =.42; p =.00) en werkdruk (β = -.08; p =.09), alsook de interactietermen voor uitdagend werk (β =.16; p =.02) en werkdruk (β =.12; p =.09). Verder bevat Model 4 de controle variabelen ondersteuning vanuit de organisatie (β =.33; p =.00) en vrijheid (β =.19; p =.00). Een simple slope analyse is uitgevoerd om de significante interacties in meer detail te onderzoeken. De interacties zijn uitgezet in Figuur 2a en 2b. We nemen één standaarddeviatie boven het gemiddelde als hoog en één standaarddeviatie onder het gemiddelde als laag. Een simple slope analyse voor uitdagend werk (Figuur 2a) laat zien dat het positief verband tussen creatief potentieel en gepercipieerde uitingsmogelijkheden voor creativiteit sterker is bij hoge waarden voor uitdagend werk (β =.33; SE =.04, t = 8.34; p =.00) dan bij lage waarden van uitdagend werk (β =.08; SE =.04, t = 1.99; p =.04). Met andere woorden, bij veel uitdaging is er een sterker verband tussen creatief potentieel en gepercipieerde uitingsmogelijkheden voor creativiteit, dan bij weinig uitdaging. HIER FIGUUR 2A INVOEGEN In Figuur 2b is het modererende effect van werkdruk op het verband tussen creatief potentieel en uitingsmogelijkheden voor creativiteit weergegeven. De simple slope analyse laat zien dat het verband tussen creatief potentieel en gepercipieerde uitingsmogelijkheden voor creativiteit sterker is bij lage werkdruk (β =.31; SE =.04, t = 7.64; p =.00) dan bij hoge werkdruk (β =.11; SE =.04, t = 2.69; p =.01). Met andere woorden, een hoge werkdruk verzwakt de positieve relatie tussen creatief potentieel en gepercipieerde uitingsmogelijkheden voor creativiteit. 5. Discussie, Conclusie en Beperkingen HIER FIGUUR 2B INVOEGEN 7

9 Deze studie draagt op diverse manieren bij aan de actuele literatuur over organisationele creativiteit. In ons onderzoek benadrukken we het proceskarakter van creativiteit. We doen dit door het onderscheid te maken tussen creatief potentieel en de mogelijkheden die mensen zien om zich creatief te uiten in de werkomgeving. Ons onderzoek is uniek als het gaat om de identificatie van factoren die dit verband stimuleren of onderdrukken. De resultaten geven ons inzicht in contextuele factoren waaronder individuen meer geneigd zijn hun creatief potentieel in te zetten op het werk. Deze inzichten zijn waardevol omdat ze ons helpen onbenutte creatieve capaciteiten in de organisatie te herkennen. Met betrekking tot uitdaging in het werk laten de resultaten zien dat medewerkers meer mogelijkheden zien om hun creatief potentieel om te zetten in uitingen van creativiteit wanneer zij het werk als uitdagend ervaren. Deze bevinding komt overeen met eerder onderzoek dat suggereert dat werkdruk die voortkomt uit uitdaging een stimulans is voor creativiteit, omdat het gevoelens van vervulling en trots oproept (Orpen, 1994). Ook sluit de bevinding aan bij recent onderzoek naar de rol van spanning of iets zal lukken (suspense) voor het plezier dat men heeft in een taak (Abuhamdeh, Csikszentmihalyi & Jalal, 2014). Daarnaast concluderen we dat het positieve effect van creatief potentieel op het zien van uitingsmogelijkheden voor creativiteit veel sterker is onder een lage werkdruk dan onder een hoge werkdruk. Eerder onderzoek kwam tot een vergelijkbaar inzicht, namelijk dat medewerkers onder een hoge werkdruk meer pragmatisch, en dus minder creatief, handelen bij het oplossen van problemen (Mumford et al., 2010; Hsu & Fan, 2010). Managers kunnen een aantal interessante implicaties uit ons onderzoek afleiden. Gezien onze bevindingen doen managers er goed aan medewerkers aan te trekken met voldoende creatief potentieel, maar moeten zij de werkomgeving voor hun medewerkers zodanig inrichten dat die toestaat dit creatief potentieel optimaal te benutten. In die werkomgeving zorgt men idealiter voor ondersteuning vanuit de organisatie (een significante controlevariabele in ons model), beperkt men het aantal routinematige, weinig uitdagende taken en probeert men een hoge werkdruk te vermijden. Een organisatie kan ondersteuning bieden voor creatieve medewerkers door een open houding ten aanzien van creatieve ideeën in alle managementlagen aan te moedigen. Men moet managers bovendien bewust maken van hun eigen risicoaversie. Een verbeterde ondersteuning vanuit de organisatie kan ook worden gerealiseerd door het scheppen van een eerlijke en constructieve beoordelings- en beloningssystematiek voor creatieve ideeën, door het geven van beloning en erkenning voor creatieve prestaties, en door mechanismen te vinden voor de ontwikkeling en het actief delen van ideeën. Het management moet zich bewustzijn van het feit dat een gebrek aan uitdaging in het werk een negatief effect heeft. Men kan medewerkers voldoende uitdaging bieden door de juiste persoon te zoeken bij beschikbare functies. Medewerkers voelen zich gewaardeerd en capabel wanneer zij uitdagingen krijgen in hun werk en in staat zijn om daarmee om te gaan en dat vergroot de mogelijkheden die ze zien om zich creatief te uiten, en vermoedelijk vergroot het daarmee ook hun daadwerkelijke creatieve output. In ons onderzoek zien we dat het verband tussen creatief potentieel en gepercipieerde mogelijkheden voor het uiten van creativiteit het sterkst is wanneer de werkdruk als laag wordt ervaren. In de praktijk betekent een lage werkdruk veelal dat men weinig tijdsdruk opgelegd krijgt. Dat geeft medewerkers de mogelijkheid om alternatieven te verkennen en nieuwe ideeën te ontwikkelen en uit te proberen. Een lage werkdruk versterkt het gevoel van medewerkers dat ze hun creatief potentieel tot uiting kunnen laten komen in hun werk. We onderkennen een aantal beperkingen in ons onderzoek, die ruimte bieden voor toekomstig onderzoek. Hoewel zelfrapportage regelmatig wordt gebruikt (bijv. Rice, 2006) en zelfs 8

10 voordelen heeft voor onze soort studie (Lance et al, 1994; Parker & Collins, 2010) zou men in vervolgonderzoek common method bias kunnen vermijden door te kiezen voor triangulatie van onderzoeksmethoden. Een onderzoeksdesign zou bijvoorbeeld diverse dataverzamelingsmethoden zoals zelfrapportage, expert-reviews, supervisor ratings en secundaire data kunnen combineren en daarmee interne en externe validiteit verbeteren. Echter, vanwege het feit dat deze studie zich specifiek richt op de perceptie van medewerkers is het gebruik van zelfrapportage in dit onderzoek gerechtvaardigd. Zie in dit verband ook de studies van Spector (2006) en Conway & Lance (2010). We hanteren een enigszins beperkt perspectief op de verschillende dimensies van organisationele creativiteit. De literatuur identificeert een variëteit aan factoren die creativiteit beïnvloeden, waaronder vertrouwen (Madjar & Ortiz-Walters, 2009), gemoedstoestand (Madjar et al., 2002), medewerker-ontevredenheid (Zhou & George, 2001), complexiteit van het werk (Hatcher, Ross & Collins, 1989), feedback (Zhou, 1998), tijdsgebonden deadlines en doelstellingen (Amabile, Hadley & Kramer, 2002), de ruimtelijke inrichting van de werkomgeving (Soriano de Alencar & Bruno-Faria, 1997), en bureaucratie (Cummings, Hinton & Gobdel, 1975). De studie van Shalley en Gilson (2004) wijst erop dat het effect van deze niet-uitputtende verzameling van factoren op creativiteit en interacties tussen de verschillende factoren moet worden bestudeerd om het proces van creativiteit volledig te kunnen begrijpen. Toekomstig onderzoek zou moeten streven naar een completer beeld van organisationele creativiteit. Het voornaamste doel daarbij is het integreren van de huidige literatuur in één allesomvattend model. Onze afhankelijke variabele is de mogelijkheid die medewerkers zien om zich creatief te uiten in de werkomgeving. Daadwerkelijk creatief gedrag hebben we niet gemeten in dit onderzoek. Voor vervolgonderzoek zou het interessant zijn om te onderzoeken of de mogelijkheid tot het benutten van creativiteit een moderator zou kunnen zijn in de relatie tussen creatief potentieel en daadwerkelijke uitingen van creativiteit binnen organisaties. Creativiteit van medewerkers kan worden gemeten met behulp van rapportages van leidinggevenden over creativiteit van individuele medewerkers, in navolging van Tierney et al (1999). Daarnaast zou een test van daadwerkelijke creativiteit kunnen worden afgenomen, bijvoorbeeld met behulp van een experimentele opzet zoals in Galinsky, Magee, Gruenfeld, Whitson en Liljenquist (2008), met wellicht daaraan toegevoegd een medewerker score op de Creative Personality Scale van Oldham en Cummings (1996). Deze metingen samen geven een goed beeld van de daadwerkelijke creativiteit van individuele medewerkers op het werk. Vervolgens kan een eventueel modererend effect van perceptie van uitingsmogelijkheden worden onderzocht op het verband tussen creatief potentieel en daadwerkelijke creativiteit. We hebben onderzoek gedaan naar de relatie tussen creatief potentieel en het zien van mogelijkheden voor het uiten van creativiteit op het werk. Op deze manier hebben we meer inzicht gekregen in de manieren waarop organisaties het creatieve proces kunnen versterken. We tonen aan dat uitdaging en werkdruk kernfactoren zijn die het verband tussen creatief potentieel en de mogelijkheden voor uiting van creativiteit modereren. Managers en leidinggevenden kunnen deze factoren gebruiken ter ondersteuning en als stimulans voor het creatieve proces in hun organisatie. 9

11 Praktijkbox: - Geef creatief potentieel de kans om te floreren. Spreek de trots van uw medewerkers aan door hen uitdagende taken te bieden. Zij voelen zich dan meer uitgenodigd tot uiting van creativiteit. - Medewerkers voelen zich gewaardeerd en capabel wanneer zij uitdagingen krijgen in hun werk. Met name medewerkers met hoog potentieel hebben uitdaging nodig. - Creatief potentieel komt eerder tot uiting wanneer de werkdruk laag is (weinig tijdsdruk). Een lage werkdruk geeft medewerkers de mogelijkheid om alternatieven te verkennen en nieuwe ideeën uit te proberen. - Een organisatie kan ondersteuning bieden voor creatieve medewerkers door een open houding ten aanzien van creatieve ideeën in alle managementlagen aan te moedigen. - Verbeter de ondersteuning vanuit de organisatie door het scheppen van een eerlijke en constructieve beoordelings- en beloningssystematiek voor creatieve ideeën, het geven van beloning en erkenning voor creatieve prestaties, en door het vinden van mechanismen voor de ontwikkeling en het actief delen van ideeën. 10

12 Literatuur Abuhamdeh, S., Csikszentmihalyi, M., & Jalal, B. (2014). Enjoying the possibility of defeat: Outcome uncertainty, suspense, and intrinsic motivation. Motivation and Emotion, 39, Amabile, T.M. (1988). A model of creativity and innovation in organizations. Research in Organizational Behavior, 10, Amabile, T.M., Conti, R., Coon, H., Lazenby, J., Herron, M. (1996). Assessing the work environment for creativity. Academy of Management Journal, 39, Amabile, T.M., Goldfarb, P., Brackfield, S.C. (1990). Social influences on creativity: Evaluation, coaction, and surveillance. Creativity Research Journal, 3, Amabile, T.M., Hadley, C. N., Kramer, S.J. (2002). Creativity under the gun. Harvard Business Review, Amabile, T., Schatzel, E., Moneta, G., Kramer, S. (2004). Leader behaviors and the work environment for creativity. Leadership Quarterly 15, Anderson, N., De Dreu, C.K.W., Nijstad, B.A. (2004). The routinization of innovation research. Journal of Organizational Behavior, 25, Baer, J.R. (1998). Gender differences in the effects of extrinsic motivation on creativity. Journal of Creative Behavior, 32, Baer, M., Frese M. (2003). Innovation is not enough: climates for initiative and psychological safety, process innovations, and firm performance. Journal of Organizational Behavior, 24, Baer, M., Oldham, G.R. (2006). The curvilinear relation between experienced creative time pressure and creativity. Journal of Applied Psychology, 91, Becker, T.E. (2005). Potential problems in the statistical control of variables in organizational research. Organizational Research Methods, 8, Binnewies, C., Ohly, S., Sonnentag, S. (2007). Taking personal initiative and communicating about ideas. European Journal of Work and Organizational Psychology, 16, Bunce, D., West, M. (1994). Changing work environments, innovative coping responses to occupational stress. Work and Stress, 8, Byron, K., Khazanchi, S., Nazarian, D. (2010). The relationship between stressors and creativity. Journal of Applied Psychology, 95, Cohen, J., Cohen, P., West, S. Aiken, L.S. (2003), Applied multiple regression/correlation analysis for the behavioral sciences New Jersey: Lawrence Earlbaum Associates. Cohen-Meitar, R., Carmeli, A., Waldman, D. (2009). Linking meaningfulness in the workplace to employee creativity. Creativity Research Journal, 21, Conway, J.M., & Lance, C.E What reviewers should expect from authors regarding common method bias in organizational research. Journal of Business Psychology, 25, Cummings, L., Hinton, B., Gobdel, B. (1975). Creative behavior as a function of task environment. Academy of Management Journal, 18, DiLiello, T.C., Houghton, J. (2006). Maximizing organizational leadership capacity for the future. Journal of Managerial Psychology, 21, DiLiello, T.C., Houghton, J. (2008). Creative potential and practiced creativity. Creativity & Innovation Management, 17, Dougherty, D., Hardy, C. (1996). Sustained product innovation in large, mature organizations. Academy of Management Journal, 39,

13 Ekvall, G. (1996). Organizational climate for creativity and innovation. European Journal of Work and Organizational Psychology, 5, Ford, C.M. (1996). A theory of individual creative action in multiple social domains. Academy of Management Review, 21, Galinsky, A.D., Magee, J.C., Gruenfeld, D.H, Whitson, J.A., Liljenquist, K.A. (2008). Power reduces the strength of the situation. Journal of Personality and Social Psychology, 95, George, J.M., Zhou, J. (2001). When openness to experience and conscientiousness are related to creative behavior. Journal of Applied Psychology, 86, George, J.M., Zhou, J. (2007). Dual tuning in a supportive context. Academy of Management Journal, 50, Greve, H.R. (1999). The effect of core change on performance: Inertia and regression toward the mean. Administrative Science Quarterly, 44, Hansen, E., Crespell, P. (2008). Work climate, innovativeness, and firm performance in the US forest sector. Canadian Journal of Forest Research, 38, Hatcher, L., Ross, T.L., Collins, D. (1989). Prosocial behavior, job complexity, and suggestion contribution under gainsharing plans. Journal of Applied Behavioral Science, 25, Hinton, B.L. (1968). A model for the study of creative problem solving. Journal of Creative Behavior, 2, Hlavacek, J.D., Thompson, V.A. (1973). Bureaucracy and new product innovation. Academy of Management Journal, 16, Hsu, M.L., Fan, H. (2010). Organizational innovation climate and creative outcomes. Creativity Research Journal, 22, Kessel, M., Kratzer, J., Schultz, C. (2012). Psychological safety, knowledge sharing, and creative performance in healthcare teams, Creativity and Innovation Management, 21, Kulas, J., Stachowski, A., Haynes, B. (2008). Middle response functioning in Likertresponses to personality items. Journal of Business & Psychology, 22, Lance, C.E., LaPointe, J.A., Fisicaro, S.A. (1994) Test of three causal models of halo rater error. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 57, Landon, P.B., Suedfeld, P. (1972). Complex cognitive performance and sensory deprivation. Perceptual and Motor Skills, 34, Lazarus, R., Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. New York: Springer LePine, J.A., Podsakoff, N.P., LePine, M.A. (2005). A meta-analytic test of the challenge stressor hindrance stressor framework. Academy of Management Journal, 48, Madjar, N., Oldham, G., Pratt, M. (2002). There's no place like home? The contributions of work and nonwork creativity support to employees' creative performance. Academy of Management Journal, 45, Madjar, N., Ortiz-Walters, R. (2009). Trust in supervisors and trust in customers. Human Performance, 22, McDermott, C. M., O Connor, G. C. (2002). Managing radical innovation: an overview of emergent strategy issues. Journal of Product Innovation Management, 19, Mueller, J.S., Melwani, S., Goncalo, A. (2012). The bias against creativity: Why people desire but reject creative ideas. Psychological Science January, 23, Mumford, M.D., Waples, E.P., Antes, A.L., Brown, R.P., Connelly, S., Murphy, S.T., et al. (2010). Creativity and ethics. Creativity Research Journal, 22,

14 O'Brien, R.M. (2007). A caution regarding rules of thumb for variance inflation factors. Quality & Quantity, 41, Oldham, G.R., Cummings, A. (1996). Employee creativity: Personal and contextual factors at work. The Academy of Management Journal, 39, Orpen, C. (1994). The effect of initial job challenge on subsequent performance among middle managers. Journal of Human Behavior, 31, Parker, S.K. Collins C.G. (2010) Taking Stock: Integrating and Differentiating Multiple Proactive Behaviors. Journal of Management, 36, Podsakoff, P.M., MacKenzie, S.B., Lee J. (2003). Common method biases in behavioral research. Journal of Applied Psychology, 88, Rice, G. (2006). Individual values, organizational context, and self-perceptions of employee creativity. Journal of Business Research, 59, Sacramento, C.A., Fay, D., West, M. (2013). Workplace duties or opportunities? Challenge stressors, regulatory focus, and creativity. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 121, Scott, G, Leritz, L.E, Mumford, M.D (2004). The effectiveness of creativity training. Creativity Research Journal, 16, Shalley, C.E., Gilson, L.L. (2004). What leaders need to know: A review of social and contextual factors that can foster or hinder creativity. Leadership Quarterly, 15, Shalley, C.E., Gilson, L.L., Blum, T.C. (2000). Matching creativity requirements and the work environment. Academy of Management Journal, 43, Shalley, C.E., Zhou, J., Oldham, G. (2004). The effects of personal and contextual characteristics on creativity. Journal of Management, 30, Sheaffer, Z., Honig, B., Zionit, S., Yeheskel, O. (2011). Radical changes, ideology, dwindling membership and financial distress. European Management Journal, 29, Simonton, D.K. (2003). Scientific creativity as constrained stochastic behavior. Psychological Bulletin, 129, Simonton, D.K. (2008). Scientific talent, training, and performance: Intellect, personality, and genetic endowment. Review of General Psychology, 12, Soriano de Alencar, E., Bruno-Faria, M. (1997). Characteristics of an organizational environment which stimulate and inhibit creativity. Journal of Creative Behavior, 3, Spector, P.E. (2006). Method variance in organizational research. Organizational Research Methods, 9, Staw, B.M. (1995). Why no one really wants creativity. In C. Ford & D.A. Gioia (Eds), Creative action in organizations: Ivory tower visions and real world voices (pp ). Thousand Oaks, CA: Sage Publications, Inc. Sternberg, R.J., Lubart, T.I. (1999). The concept of creativity. In J.A. Glover, R.R. Ronning, C.R. Reynolds, Handbook of Creativity. NY: Plenum Press. Tellis, G.J., Prabhu, J.C. & Chandy, R.K. (2009). Radical innovation across nations. Journal of Marketing, 73, Tesluk, P.E., Farr, J.L., Klein, S.R. (1997). Influences of organizational culture and climate on individual creativity. The Journal of Creative Behavior, 31, Tierney, P., Farmer, S.M. (2002). Creative self-efficacy: its potential antecedents and relationshipto creative performance. Academy of Management Journal, 45, Tierney, P., Farmer, S.M., Graen, G.B. (1999). An examination of leadership and employee creativity. Personnel Psychology, 52,

15 Woodman, R., Sawyer, J., Griffin, R. (1993). Toward a theory of organizational creativity. Academy of Management Review, 18, Zhou, J. (1998). Feedback valence, feedback style, task autonomy, and achievement orientation. Journal of Applied Psychology, 83, Zhou, J., George, J. (2001). When job dissatisfaction lead to creativity. Academy of Management Journal, 44, Zhou, J., Shalley, C.E. (2008). Handbook of organizational creativity. New York: Lawrence Erlbaum. 14

16 Make the most of creative potential The role of challenge and workload pressure English Summary Research has shown that enhancing creative processes is vital for continuous innovation and firm competitiveness. Organizational factors may have a limiting effect on employee creativity. Creativity at work is hampered when employees perceive themselves as being unable to fully exploit their creative potential. This study aims to provide empirical evidence of whether and to what degree the relationship between creative potential and perceived opportunity to demonstrate creativity is moderated by contextual organizational factors. We administered an online questionnaire among 336 employees from a highly innovative Dutch telecom organization. Results showed that challenge and workload pressure are key factors that moderate the relationship between creative potential and perceived opportunities to demonstrate creativity. The theoretical and managerial impact of this study lies in the identification of key factors that support the development of creative potential into practiced creativity within organizations. Keywords: Innovation; Organizational creativity; Creative potential; Practiced creativity; Perceived support for creativity 15

17 Tabel 1 Gemiddelden, standaarddeviaties, Cronbach s alpha en correlaties Items Alpha Mean Std. Dev. UC CP UW W OO OL V OM OT OB Leeftijd Ervaring Afdeling Geslacht Uitingsmogelijkheden voor creativiteit (UC) a Creatief potentieel (CP) a ** 1 Opleidings niveau Uitdagend werk (UW) b **.29** 1 Werkdruk (W) b *.13*.11* 1 Ondersteuning vanuit de organisatie (OO) b **.13*.51**.25** 1 Ondersteuning van de leidinggevende (OL) b **.07.48**.27**.61** 1 Vrijheid (V) b **.19**.39**.32**.39**.41** 1 Organisationele middelen (OM) b **.01.37**.38**.48**.48**.39** 1 Ondersteuning van het team (OT) b **.25**.57**.16**.58**.66**.42**.41** 1 Organisationele belemmeringen (OB) b **.21**.09.43**.47**.32**.25**.37**.22** 1 Leeftijd ** **.11* Ervaring ** ** 1 Afdeling **.01.19**.02.19**.18**.13*.01.19** * 1 Geslacht ** * * 1 Opleidingsniveau **.20**.19** **.01.19** **.30**.11* 1 N = 336, a Cronbach s alpha uit DiLiello en Houghton (2008), b Cronbach s alpha uit Amabile et al. (1996) + p <.10; * p <.05; ** p <.01; *** p <

18 Tabel 2 Hiërarchische regressieanalyse voorspelt uitingsmogelijkheden voor creativiteit Model 1 Model 2 Model 3 Model 4 Beta Beta Beta Beta (gestandardiseerd) (gestandardiseerd) (gestandardiseerd) (gestandardiseerd) Constante 3.35*** (9.62).09 ( 0.20) 2.33*** (3.77) 1.98*** (6.68) Onafhankelijke variabele Creatief potentieel (CP).15*** (3.88).23*** (3.87).21*** (3.75) Modererende variabelen Uitdagend werk (UW).42*** (8.34).40*** (6.59).42*** (7.92) Werkdruk (W).05 ( 1.05).05 (.98).08 + ( 1.70) Interacties CP x UW.16* (2.29).16* (2.34) CP x W.13 + ( 1.73).12 + ( 1.68) Controlevariabelen Ondersteuning vanuit de.20*** (3.64).26*** (3.41).33*** (5.59) organisatie (OO) Ondersteuning door de.07 (1.25).05 (0.96) leidinggevende (OL) Vrijheid (L).16*** (3.51).17*** (3.20).19*** (3.66) Organisationele.00 (0.08).00 ( 0.06) middelen (OM) Ondersteuning van het.01 (0.23).03 (0.45) team (OT) Organisationele belemmeringen (OB).07 ( 1.46).09 ( 1.47) Demografische controlevariabelen Leeftijd.03 (0.43).04 ( 1.00).00 ( 0.99) Werkervaring.11 + (1.80).05 (1.13).01 (1.02) Afdeling.12* ( 2.11).01 (0.16).00 (0.00) Geslacht.01 ( 0.10).01 (0.15).00 (0.04) Opleidingsniveau.14** (2.49).03 (0.63).03 (0.62) Adjusted R F-value N (Steekproefgrootte) N.B.: t-waarde tussen haakjes. + p <.10; * p <.05; ** p <.01; *** p <

De Invloed van Dagelijkse Stress op Burn-Out Klachten, Gemodereerd door Mentale. Veerkracht en Demografische Variabelen

De Invloed van Dagelijkse Stress op Burn-Out Klachten, Gemodereerd door Mentale. Veerkracht en Demografische Variabelen Running head: INVLOED VAN DAGELIJKSE STRESS OP BURN-OUT KLACHTEN De Invloed van Dagelijkse Stress op Burn-Out Klachten, Gemodereerd door Mentale Veerkracht en Demografische Variabelen The Influence of

Nadere informatie

Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief

Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief Leader Member Exchange: Effects of Locus of Control, Coping and the Mediation of Personal Initiative

Nadere informatie

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen. Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en

Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen. Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en Ziekteverzuim Moderation of the Big Five Personality Factors on

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers The Influence of Job Demands and Job Resources on Psychological Fatigue and Work Satisfaction

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

De Relatie tussen Autonomie, Pesten en Ervaren Gezondheid

De Relatie tussen Autonomie, Pesten en Ervaren Gezondheid De Relatie tussen Autonomie, Pesten en Ervaren Gezondheid The Relationship between Autonomy, Mobbing and Perceived Health Mariëtte Vester Eerste begeleider: mevrouw dr. T. Vollink Tweede begeleider: mevrouw

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

De rol van doeloriëntaties

De rol van doeloriëntaties Paul Preenen, Annelies van Vianen en Irene de Pater Uitdaging en motivatie: De rol van doeloriëntaties Als medewerkers uitdaging in hun werk ervaren, heeft dit positieve gevolgen voor henzelf en voor de

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

BISEKSUALITEIT: DE ONZICHTBARE SOCIALE IDENTITEIT. Biseksualiteit: de Onzichtbare Sociale Identiteit met Zichtbare Gezondheidsgevolgen

BISEKSUALITEIT: DE ONZICHTBARE SOCIALE IDENTITEIT. Biseksualiteit: de Onzichtbare Sociale Identiteit met Zichtbare Gezondheidsgevolgen Biseksualiteit: de Onzichtbare Sociale Identiteit met Zichtbare Gezondheidsgevolgen Bisexuality: the Invisible Social Identity with Visible Health Consequences Maria Verbeek Eerste begeleidster: dr. N.

Nadere informatie

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs The Relationship between Existential Fulfilment, Emotional Stability and Burnout

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Transformationeel leiderschap, Transactioneel leiderschap en Creativiteit

Transformationeel leiderschap, Transactioneel leiderschap en Creativiteit Transformationeel leiderschap, Transactioneel leiderschap en Creativiteit Bachelorthese Arbeids- en Organisatie Psychologie Student: David Hofman Collegekaartnummer: 10121811 Begeleider: Daniel Sligte

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women De Relatie tussen (Over)Gewicht en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen The Relationship between (Over)Weight and Sex Drive in Men and Women Mandy M. de Nijs Eerste begeleider: Dr. W. Waterink Tweede begeleider:

Nadere informatie

Relatie tussen Appreciative Inquiry en Autonome Motivatie Verklaard door Psychologische. Basisbehoeften en gemodereerd door Autonomieondersteuning

Relatie tussen Appreciative Inquiry en Autonome Motivatie Verklaard door Psychologische. Basisbehoeften en gemodereerd door Autonomieondersteuning Relatie tussen Appreciative Inquiry en Autonome Motivatie Verklaard door Psychologische Basisbehoeften en gemodereerd door Autonomieondersteuning The Relationship between Appreciative Inquiry and Autonomous

Nadere informatie

De Relatie tussen Ervaren Organisatiecultuur en Organizational. Commitment in de Periode na een Overname.

De Relatie tussen Ervaren Organisatiecultuur en Organizational. Commitment in de Periode na een Overname. De Relatie tussen Ervaren Organisatiecultuur en Organizational Commitment in de Periode na een Overname. The Relation Between Perceived Organizational Culture and Organizational Commitment After an Acquisition.

Nadere informatie

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Een onderzoek naar de invloed van cognitieve stijl, ziekte-inzicht, motivatie, IQ, opleiding,

Nadere informatie

Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing

Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing Quality of Life and Depressive Symptoms of People with Multiple Sclerosis:

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Modereren Roeping en Spiritualiteit de Relatie Tussen

Modereren Roeping en Spiritualiteit de Relatie Tussen MODEREREN ROEPING EN SPIRITUALITEIT? 1 Modereren Roeping en Spiritualiteit de Relatie Tussen Emotionele Belasting en Emotionele Uitputting? Do Calling and Spirituality Have a Moderating Effect on the Relationship

Nadere informatie

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1 Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out The effect of Goal-striving Reasons and Personality on facets of Burn-out

Nadere informatie

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1

DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 DANKBAARHEID, PSYCHOLOGISCHE BASISBEHOEFTEN EN LEVENSDOELEN 1 Dankbaarheid in Relatie tot Intrinsieke Levensdoelen: Het mediërende Effect van Psychologische Basisbehoeften Karin Nijssen Open Universiteit

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Procedurele Rechtvaardigheid en Samenwerking bij Thuislozen: De Invloed van het Huishoudreglement. Procedural Justice and cooperation with Homeless:

Procedurele Rechtvaardigheid en Samenwerking bij Thuislozen: De Invloed van het Huishoudreglement. Procedural Justice and cooperation with Homeless: Procedurele Rechtvaardigheid en Samenwerking bij Thuislozen: De Invloed van het Huishoudreglement Procedural Justice and cooperation with Homeless: The Influence of the House Rules Johan W. De Wilde Eerste

Nadere informatie

Executief Functioneren en Agressie. bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag. Executive Functioning and Aggression

Executief Functioneren en Agressie. bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag. Executive Functioning and Aggression Executief Functioneren en Agressie bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag Executive Functioning and Aggression in a Forensic Psychiatric Population in PPC The Hague Sara Helmink 1 e begeleider:

Nadere informatie

Eline Wissink. Eerste begeleider: dr. J.M.E. van Ruysseveldt Tweede begeleider: drs. I.V. Stevelmans. April 2009 Faculteit Psychologie

Eline Wissink. Eerste begeleider: dr. J.M.E. van Ruysseveldt Tweede begeleider: drs. I.V. Stevelmans. April 2009 Faculteit Psychologie De Effecten van Perfectionisme en Copingstijl op Burnout bij Stafwerknemers The Effects of Perfectionism and Coping Style on Burnout among Staff Employees Eline Wissink 838524901 Eerste begeleider: dr.

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 (SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 Psychologische Inflexibiliteit bij Kinderen: Invloed op de Relatie tussen en de Samenhang met Gepest worden en (Sociale) Angst Psychological

Nadere informatie

Safety Values in de context van Business Strategy.

Safety Values in de context van Business Strategy. Safety Values in de context van Business Strategy. Annick Starren en Gerard Zwetsloot (TNO) Papendal, 31 maart 2015. NVVK sessie Horen, Zien en Zwijgen. Safety Values in de context van Business strategy.

Nadere informatie

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit 1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan

Nadere informatie

Tijdelijk en Toch Bevlogen

Tijdelijk en Toch Bevlogen De Invloed van Taakeisen, Ontplooiingskansen en Intrinsieke Arbeidsoriëntatie op Bevlogenheid van Tijdelijke Werknemers. The Influence of Job Demands, Development Opportunities and Intrinsic Work Orientation

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Relatie Tussen Organisatie-Onrechtvaardigheid, Bevlogenheid en Feedback. The Relationship Between the Organizational Injustice, Engagement and

Relatie Tussen Organisatie-Onrechtvaardigheid, Bevlogenheid en Feedback. The Relationship Between the Organizational Injustice, Engagement and Onrechtvaardigheid, bevlogenheid en feedback 1 Relatie Tussen Organisatie-Onrechtvaardigheid, Bevlogenheid en Feedback The Relationship Between the Organizational Injustice, Engagement and Feedback Nerfid

Nadere informatie

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer?

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type of Dementia as Cause of Sexual Disinhibition Presence of the Behavior in Alzheimer s Type? Carla

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19103 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Pisanti, Renato Title: Beyond the job demand control (-support) model : explaining

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

Hoe autonomie-ondersteunend werkt een docent binnen honoursonderwijs? Tineke Kingma Elanor Kamans Marjolein Heijne-Penninga Marca Wolfensberger

Hoe autonomie-ondersteunend werkt een docent binnen honoursonderwijs? Tineke Kingma Elanor Kamans Marjolein Heijne-Penninga Marca Wolfensberger Hoe autonomie-ondersteunend werkt een docent binnen Tineke Kingma Elanor Kamans Marjolein Heijne-Penninga Marca Wolfensberger Fellow onderzoeker Adviseur en coördinator 2 Opzet onderzoekspresentatie 1.

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

The influence of Management Style on Networked Innovation in Consultancy & Engineering Firms

The influence of Management Style on Networked Innovation in Consultancy & Engineering Firms The influence of Management Style on Networked Innovation in Consultancy & Engineering Firms Master thesis Arjen van Bruchem Inhoud Wat verstaan we onder innovatie? Waarom dit onderzoek? Aanpak van het

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN

Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Running head: EFFECT VAN IB-CGT OP SEKSUELE DISFUNCTIES BIJ VROUWEN Het Effect van Online Cognitieve Gedragstherapie op Seksuele Disfuncties bij Vrouwen The Effectiveness of Internet-based Cognitive-Behavioural

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach.

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach. 1 Master Thesis Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models Using an Item Response Approach. Burnout onder Beginnende Nederlandse Verpleegkundigen: een Vergelijking van Theoretische

Nadere informatie

Transvorm Actueel. en de zorg verandert mee. Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers?

Transvorm Actueel. en de zorg verandert mee. Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers? Transvorm Actueel en de zorg verandert mee Het werk(en) in de zorg verandert. Hoe reageert u als werkgever en wat doet dat met uw medewerkers? Woensdag 17 december 2015 Dr. Monique Veld E-mail: monique.veld@ou.nl

Nadere informatie

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. University of Groningen Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. Verbakel, N. J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling?

Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling? Welke Factoren hangen samen met Kwaliteit van Leven na de Kanker Behandeling? Which Factors are associated with Quality of Life after Cancer Treatment? Mieke de Klein Naam student: A.M.C.H. de Klein Studentnummer:

Nadere informatie

Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming

Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming Differences between Immigrant and Native Young Student Mothers

Nadere informatie

Persoonlijke factoren en Sales succes

Persoonlijke factoren en Sales succes Persoonlijke factoren en Sales succes Welke samenhang is er? Gerard Groenewegen Mei 2009 06-55717189 1 Agenda 1. Inleiding 2. Opzet studie 3. Beoordeling van dit onderzoek 4. Bevindingen 5. Conclusie 6.

Nadere informatie

Modelleren en meten team resilience. Niek Steijger, Dolf van der Beek, Johan van der Vorm, Raphaël Gallis

Modelleren en meten team resilience. Niek Steijger, Dolf van der Beek, Johan van der Vorm, Raphaël Gallis Modelleren en meten team resilience Niek Steijger, Dolf van der Beek, Johan van der Vorm, Raphaël Gallis 2 Rode draad 1. Wat is resilience? 2. Relevantie in de energiesector 3. Literatuuronderzoek: conceptueel

Nadere informatie

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving Relationships between Attachment and Well-being among the Elderly: The mediational Roles of Mindfulness

Nadere informatie

bij Kinderen met een Ernstige Vorm van Dyslexie of Children with a Severe Form of Dyslexia Ans van Velthoven

bij Kinderen met een Ernstige Vorm van Dyslexie of Children with a Severe Form of Dyslexia Ans van Velthoven Neuropsychologische Behandeling en Sociaal Emotioneel Welzijn bij Kinderen met een Ernstige Vorm van Dyslexie Neuropsychological Treatment and Social Emotional Well-being of Children with a Severe Form

Nadere informatie

De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1

De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1 De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1 The Role of Sense of Coherence in Glucose regulation among People with Diabetes Type 1 Marja Wiersma Studentnummer:

Nadere informatie

De Invloed van Self-efficacy en Optimisme op de Bevlogenheid, Organisatiebetrokkenheid, Arbeidstevredenheid en Verloopintentie van Verzorgenden

De Invloed van Self-efficacy en Optimisme op de Bevlogenheid, Organisatiebetrokkenheid, Arbeidstevredenheid en Verloopintentie van Verzorgenden De Invloed van Self-efficacy en Optimisme op de Bevlogenheid, Organisatiebetrokkenheid, Arbeidstevredenheid en Verloopintentie van Verzorgenden in de Verpleeg- en Verzorgingshuizen The Influence of Self-efficacy

Nadere informatie

De relatie tussen Zelfwaardering, Externe Attributie en Psychotische symptomen.

De relatie tussen Zelfwaardering, Externe Attributie en Psychotische symptomen. De relatie tussen Zelfwaardering, Externe Attributie en Psychotische symptomen. The association between Self-esteem, External Attribution and Psychotic symptoms. Mike van Kempen 851084784 Begeleider 1:

Nadere informatie

Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen

Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen op Mindfulness, Stressbeleving, Interne Locus of Control, Self-Efficacy in het Omgaan met Emoties en Kwaliteit van Leven The

Nadere informatie

Stoppen-met-roken Begeleiding door Cardiologie Verpleegkundigen: Intentie, Gedrag en Determinanten

Stoppen-met-roken Begeleiding door Cardiologie Verpleegkundigen: Intentie, Gedrag en Determinanten Stoppen-met-roken Begeleiding door Cardiologie Verpleegkundigen: Intentie, Gedrag en Determinanten Smoking Cessation Guidance by Cardiac Nurses: Intention, Behavior and Determining Factors Jan van Riet

Nadere informatie

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F.

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F. Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding Relation between Cyberbullying and Parenting D.J.A. Steggink Eerste begeleider: Dr. F. Dehue Tweede begeleider: Drs. I. Stevelmans April, 2011 Faculteit Psychologie

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children 1 Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working mothers with spouse and young children Verschil in stress en stressreactiviteit tussen hoogopgeleide thuisblijf-

Nadere informatie

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden.

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Well-being of Family Caregivers in Flanders: The Relationships between Social

Nadere informatie

MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1. Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden

MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1. Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1 Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden Mindful (well)being? The mediating role of the self

Nadere informatie

CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN

CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN Mieke Audenaert 2010-2011 1 HISTORY The HRM department or manager was born

Nadere informatie

Je baas als aanleiding voor de zoektocht naar ander werk

Je baas als aanleiding voor de zoektocht naar ander werk Je baas als aanleiding voor de zoektocht naar ander werk Een onderzoek naar de relatie tussen baasgedrag en loyauteit van medewerkers Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt en de war for talents is het

Nadere informatie

Innovatie. prof.dr.ir. Han Gerrits. Vrije Universiteit Amsterdam Innovation Factory INNOVATION FACTORY

Innovatie. prof.dr.ir. Han Gerrits. Vrije Universiteit Amsterdam Innovation Factory INNOVATION FACTORY Innovatie prof.dr.ir. Han Gerrits Vrije Universiteit Amsterdam Innovation Factory Inhoud Wat is innovatie? Waarom is innovatie zo moeilijk? Innovatie in Banking Hoe kan een organisatie innovatiever worden?

Nadere informatie

De Rol van Zelfregulatie, Motivatie en Eigen Effectiviteitsverwachting op het Volhouden

De Rol van Zelfregulatie, Motivatie en Eigen Effectiviteitsverwachting op het Volhouden De Rol van Zelfregulatie, Motivatie en Eigen Effectiviteitsverwachting op het Volhouden van Sporten en de Invloed van Egodepletie, Gewoonte en Geslacht The Role of Selfregulation, Motivation and Self-efficacy

Nadere informatie

Het Demand Induced Strain Compensation Model binnen de Vlaamse Arbeidsmarktsectoren

Het Demand Induced Strain Compensation Model binnen de Vlaamse Arbeidsmarktsectoren Het Demand Induced Strain Compensation Model binnen de Vlaamse Arbeidsmarktsectoren The Demand Induced Strain Compensation Model in the Flemish Labour Markets Arnold Maas Eerste begeleider: Tweede begeleider:

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Dagelijkse Stress en Snackgewoonte: de. Modererende Rol van Persoonlijkheid. Daily Stress and Snack Habit: the. Moderating Role of Personality

Dagelijkse Stress en Snackgewoonte: de. Modererende Rol van Persoonlijkheid. Daily Stress and Snack Habit: the. Moderating Role of Personality Dagelijkse Stress, Snackgewoonte en Persoonlijkheid 1 Dagelijkse Stress en Snackgewoonte: de Modererende Rol van Persoonlijkheid Daily Stress and Snack Habit: the Moderating Role of Personality Josine

Nadere informatie

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiviteit van Angstcommunicaties 1 (In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiveness

Nadere informatie

Creativiteit en innovatie : introductie op het thema

Creativiteit en innovatie : introductie op het thema Creativiteit en innovatie : introductie op het thema Nijstad, B.A.; Baas, M.; Gevers, J.M.P. Published in: Gedrag en Organisatie Gepubliceerd: 01/01/2015 Document Version Uitgevers PDF, ook bekend als

Nadere informatie

De Invloed van Persoonskenmerken, Werkkenmerken, Werk Thuis. Interferentie en Leren-Thuis Interferentie op Emotionele Uitputting

De Invloed van Persoonskenmerken, Werkkenmerken, Werk Thuis. Interferentie en Leren-Thuis Interferentie op Emotionele Uitputting De Invloed van Persoonskenmerken, Werkkenmerken, Werk Thuis Interferentie en Leren-Thuis Interferentie op Emotionele Uitputting The Effect of Personal Resources, Job Resources, Work-Home Interference,

Nadere informatie

Integratie van Due Diligence in bestaande risicomanagementsystemen volgens NPR 9036

Integratie van Due Diligence in bestaande risicomanagementsystemen volgens NPR 9036 Integratie van Due Diligence in bestaande risicomanagementsystemen volgens NPR 9036 NCP contactdag, 19 april 2016 Thamar Zijlstra, Dick Hortensius NEN Milieu en Maatschappij Agenda Achtergrond NPR 9036

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE. Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het

SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE. Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het modererend effect van coping Cyberbullying: the implications

Nadere informatie

Van veiligheid naar innovatie

Van veiligheid naar innovatie Van veiligheid naar innovatie Jan Dul Rotterdam School of Management Erasmus University Vakgroep Management van Technologie en Innovatie Hoogleraar Technology and Human Factors jdul@rsm.nl Inhoud Het traditionele

Nadere informatie

Seksdrive, Stresscoping en Extrinsieke Ambitie : De Verschillen tussen Mannen en Vrouwen. Sexdrive, Stresscoping and Extrinsic Ambition :

Seksdrive, Stresscoping en Extrinsieke Ambitie : De Verschillen tussen Mannen en Vrouwen. Sexdrive, Stresscoping and Extrinsic Ambition : Seksdrive, Stresscoping en Extrinsieke Ambitie : De Verschillen tussen Mannen en Vrouwen Sexdrive, Stresscoping and Extrinsic Ambition : The Differences between Men and Women Karine Garcia Eerste begeleider:

Nadere informatie

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven Onderzoek werkstress, herstel en cultuur De rol van vrijetijdsbesteding 6 februari 2015 Technische Universiteit Eindhoven Human Performance Management Group ir. P.J.R. van Gool prof. dr. E. Demerouti /hpm

Nadere informatie