Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Versterking management onderwijsinstellingen Nr. 4 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Ontvangen 4 juli 1986 Procedure 1 Op 18 februari 1985 is over de concept-nota in de CCOO overleg gevoerd onder grote tijdsdruk. Eerst op 23 augustus is de beleidsnotitie aan de Tweede Kamer aangeboden. Waarom kon over een zo belangrijke aangelegenheid procedureel niet beter overleg worden gevoerd met het onderwijs? De grote tijdsdruk heeft er niet toe geleid, dat het overleg over de concept-notitie niet intensief is gevoerd. Over deze notitie is juist zeer intensief overleg gevoerd. Na het overleg is de tekst aangepast. Hierbij is tevens de wens gehonoreerd om hoofdstuk IV over het HBO te laten sporen met de resultaten van de beleidsontwikkeling m.b.t. het beheersprofiel (onderdeel van de nieuwe bekostigingssystematiek). I. BESTUUR, MANAGEMENT EN ONDERWIJS 1.1. Inleiding 2 Is reeds gebleken dat management binnen het huidige stelsel onvoldoende is? Zo ja, is dit een kwestie van functioneren van schoolleiders of van gebrek aan middelen (faciliteiten)? Management-problemen werden reeds in de jaren zestig gesignaleerd. Als de scholen groter worden komen veel schoolleiders, van huis uit leraar en niet opgeleid of toegerust als manager, met managementproblemen in aanraking. Dit geldt thans eens te meer nu zoveel externe veranderingen inwerken op de gang van zaken in de scholen. Evenals buiten het onderwijs het vanzelfsprekend is bij voortduring aandacht te schenken aan versterking van het management onder meer door her- en bijscholing, geldt zulks ook voor het onderwijs zelf. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 1 i

2 3 De nota geeft geen evaluatief overzicht van de activiteiten die in het onderwijsveld hebben plaatsgevonden ter versterking van het management. Kunnen de beschikbare gegevens worden overgelegd? Een systematische evaluatie van de activiteiten die reeds in het onderwijsveld plaatsvinden ter versterking van het management heeft niet plaatsgevonden. Voor een beoordeling van de voorgestelde maatregelen gericht op verdere versterking van het management is een dergelijke evaluatie niet strikt nodig, zij het dat het zeker bruikbaar zou zijn geweest. Wel zal worden nagegaan op welke wijze de nieuwe, c.q. geïntensiveerde activiteiten kunnen worden geëvalueerd. 4 Kan, onder verwijzing naar wetten, algemene maatregelen van bestuur of circulaires, een nadere omschrijving worden gegeven van het begrip: «middenniveau»? Het is niet mogelijk om, onder verwijzing naar wetten, algemene maatregelen van bestuur of circulaires, een nadere omschrijving te geven van het begrip: «middenniveau». Het begrip «middenniveau» is in dit verband eerst vrij onlangs geïntroduceerd. Met «middenniveau» wordt in feite de gehele ruimte aangeduid die zich bevindt tussen het centrale directie- c.q. college van bestuur-niveau en de zogenaamde «werkvloer». Aan een nadere definiëring bestaat geen behoefte, aangezien elke nadere uitleg en specificatie kan leiden tot pseudo-regeling, hetgeen uitdrukkelijk niet de bedoeling is. Daarmee zou bovendien afbreuk kunnen worden gedaan aan de vrijheid van de instellingen bij het vormgeven van hun eigen organisatiestructuur. 5 Kunnen nadere aanduidingen worden gegeven van het begrip kwaliteit en de wijze waarop het management vorm krijgt? Hoe denkt de minister de kwaliteit van het onderwijs te bevorderen door management gericht op de technisch-organisatorische kant? Is er een relatie te leggen tussen de beide begrippen zonder dat daaraan meer gedachten en ideeën worden gewijd dan in de onderhavige nota? Uitspraken over kwaliteit veronderstellen het bestaan van eisen of standaarden, waaraan «iets» (een produkt, een proces, een instrument, etc.) moet voldoen. Kwaliteit is derhalve geen absoluut gegeven. Het beredeneren en vaststellen van eisen of standaarden, bij voorbeeld het formuleren van beleidsdoelen of onderwijseindtermen, zou vooraf moeten gaan aan de produktie, zodat de producerende actoren zelf tijdens het produktieproces aan kwaliteitsbeheersing kunnen doen en achteraf het geleverde produkt op kwaliteit kunnen beoordelen. In de beleidsnotitie wordt beschreven, dat tal van maatschappelijke ontwikkelingen gevolgen hebben voor het gehele onderwijssysteem. Vanwege de vaak turbulente veranderingen moet het onderwijs voldoen aan andere maatschappelijke eisen dan tot nu toe; nieuwe kwaliteitseisen worden gesteld, andere standaarden gaan gelden. Deze beleidsnotitie wil geen antwoord geven op de vraag aan welke kwaliteitseisen de verschillende onderwijssectoren thans moeten voldoen. Daarentegen beoogt de notitie wél een bijdrage te leveren aan het antwoord op de vraag wat er op het vlak van management en organisatie nodig is om met succes het kwaliteitsvraagstuk beleidsmatig en bestuurlijk te kunnen aanpakken. De achterliggende gedachte hierbij is, dat hiervoor een relatieve verzelfstandiging nodig is van een managementniveau ten opzichte van het directe onderwijsgebeuren. Dit is nodig om stelsels te ontwikkelen en in werking te laten treden met behulp waarvan kwaliteitscontrole en "bevordering kan Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 2

3 plaatsvinden. Daarnaast is dit nodig om er voor zorg te dragen dat de in te zetten middelen en mensen van een zodanig niveau zijn, dat ze van positieve invloed zijn op de kwaliteit van het te realiseren produkt. Tevens is dit nodig om een optimale inzet van mensen en middelen mogelijk te maken in het onderwijsproces. Het is overigens niet zo, dat in de notitie slechts aandacht wordt geschonken aan de technisch-organisatorische kant van het management. Vooral in de beleidsvoornemens is het accent duidelijk gelegd op maatregelen die in eerste aanleg de kwaliteit van het onderwijs ten goede zullen komen. Ongetwijfeld is het zo dat er, naast hetgeen in notitie naar voren is gebracht, nog vele andere gedachten zijn te wijden aan de relatie tussen kwaliteit en management. Het uitbrengen van deze notitie wil dan ook geenszins zeggen dat de gedachtenvorming als afgerond kan worden beschouwd. De nota moet dan ook niet worden gezien als een afronding. Veeleer wil zij er blijk van geven dat de overheid signalen uit het onderwijsveld heeft opgevangen en deze serieus neemt. Naar het inzicht van ondergetekende vormen de in de beleidsnotitie neergelegde overwegingen voldoende aanleiding om te komen tot een beredeneerde zet van beleidsvoornemens per onderwijssector. In andere beleidsdocumenten bij voorbeeld de op het hoger onderwijs toegesneden nota «Hoger Onderwijs Autonomie en Kwalitiet», kamerstukken II, , , nrs. 1-2) is meer expliciet ingegaan op andere aspecten van de relatie tussen kwaliteit en management. 6 Is een verminderd budget vooral de oorzaak van de aandacht voor versterking van het management, meer dan de noodzaak van autonomie van de school? Verminderde budgetten vormen niet de oorzaak van de aandacht voor versterking van het management. De notitie is vooral een beleidsmatige verwoording van het alom ingeziene belang van goed management van onderwijsinstellingen. Een versterking van het management brengt wel met zich, dat de mate van autonomie, die instellingen hebben t.o.v. de overheid, verandert in de richting van een vergrote autonomie. In de aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegezonden nota «Minder regels, meer ruimte», (kamerstukken II, , , hoofdstuk VIII, nr. 63), is aangegeven dat de mogelijkheid tot verdere deregulering en bevordering van autonomie van onderwijsinstellingen aanwezig is. Omdat de notitie «Meer over management» hiervoor argumenten aandraagt, kan deze notitie ook worden bezien in het licht van de uitwerking van de motie-franssen over deregulering van autonomievergroting (kamerstukken II, , , hoofdstuk VIII, nr. 86). 7 Had niet - naar de mening van de minister - het management ook benaderd moeten worden vanuit de positie van de medezeggenschapsraad en niet alleen vanuit het blikveld van de dagelijkse leiding van de school? In de notitie ligt de vooronderstelling opgesloten dat versterking van het management positieve effecten kan hebben op het functioneren van medezeggenschapsraden. Medezeggenschapsraden hebben er belang bij, dat besturen, directies, sectie-coördinatoren e.d. de mogelijkheid hebben vastgesteld beleid goed uit te voeren. Bovendien kan een versterking van het management ertoe bijdragen, dat raden op een meer rationele wijze beleidsbeslissingen kunnen nemen vanwege een zekere professionalisering van de beleidsvoorbereiding. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 3

4 8 Waarom kreeg het middenmanagement, speciaal voor het voortgezet en het hoger beroepsonderwijs niet meer aandacht? Middenmanagement-activiteiten worden weliswaar in scholen van enige omvang verricht, maar in het RPB-0 wordt geen aparte functie onderscheiden voor leraren die deze taken verrichten. In hoofdstuk IV van de notitie, dat handelt over het HBO, wordt op blz. 34, 38 en 39 stilgestaan bij het verschijnsel «middenmanagement». In deze passages wordt verwezen naar het beheersprofeit dat deel uitmaakt van het nieuwe bekostigingssysteem van het HBO. Thans wordt in het bestek van de STC-operatie en de invoering van de Wet HBO door de betrokken zelf invulling gegeven aan management en organisatiestructuur met name op het middenniveau. 9 Is er geinvetariseerd welke faciliteiten er door de instituten van respectievelijke het basis-, voortgezet- en hoger beroepsonderwijs noodzakelijk geacht worden, om het management naar behoren te kunnen uitvoeren? Hoewel in strikte zin is geïnventariseerd welke faciliteiten er door de instellingen van respectievelijk basis-, voortgezet en hoger beroepsonderwijs noodzakelijk worden geacht, om het management naar behoren te kunnen versterken, neemt e.e.a. niet weg, dat op onderdelen wel degelijk kennis is vergaard over terzake in het veld levende behoeften. Met in de notitie opgesomde faciliteiten wordt gepoogd zo goed mogelijk aan deze behoeften tegemoet te komen. 10 Welke faciliteiten kunnen ten behoeve van het basis-, voortgezet- en hoger beroepsonderwijs expliciet voorde versterking van het management worden verstrekt? Naast structurele maatregelen zoals nascholingsfaciliteiten en de ontwikkeling van managementinstrumenten zullen per onderwijssector ook maatregelen worden getroffen die gericht zijn op het wegnemen van knelpunten op de korte termijn. Voor de nadere explicitering wordt verwezen naar paragraaf 1.4. «Overzicht beleidsvoornemens en financiële kaderstelling» van de beleidsnotitie. 11 Is voor de versterking van het management het niet onontkoombaar de directeurplaatsen hiervoor volledig vrij te maken, bij scholen met een leerlingenaantal van bijvoorbeeld 600 of meer? Dit is in het basisonderwijs reeds het geval bij scholen met een leerlingenaantal van 560. Indien de school, leerlingen heeft die voor de formatie, «gewogen» kunnen worden ligt dit aantal beduidend lager. Reeds bij 2 formatieplaatsen, wordt ten behoeve van de taakrealisatie van de schoolleiding 0,2 formatieplaats toegekend. Bij 30 of meer formatieplaatsen wordt ten behoeve van de taakrealisatie van de schoolleiding maximaal 1,5 formatieplaats toegekend. De inzet van deze extra formatieplaatsen is een zaak van het bevoegd gezag. In het voortgezet onderwijs bestaat de mogelijk om de de directeuren en rectoren van scholen met 600 leerlingen of meer vrij te stellen van lesgeven. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 4

5 I. 2. Algemene ontwikkelingen 12 Kan de minister aangeven, per schoolsoort, welke betrokkenen zo prettig verrast waren door de «vrijwel ongeremde financiële groei»? Welke onderwijsinstellingen konden zich verheugen in een situatie «van vrijwel ongeremde financiële groei»? De uitdrukking «zich verheugen in vrijwel ongeremde economische groei» is niet zonder meer identiek aan «prettig verrast zijn». De passage over krimpende middelen, waarin deze uitdrukking is opgenomen, maakt deel uit van een korte schets van relevante ontwikkelingen in de omgeving van het onderwijssysteem. Met deze passage is niet meer, maar ook niet minder, bedoeld dan dat na jaren van groei alle onderwijssectoren in meer of mindere mate te maken hebben gekregen met krimp en bezuinigingen, hetgeen ook gevolgen heeft gehad voor de cultuur binnen de instellingen. De uitspraak «zich verheugen in» is aldus geïnterpreteerd, van toepassing op alle betrokkenen en instellingen, zij het dat sommige betrokkenen en instellingen reeds in een vroeg stadium voor zichzelf hebben vastgesteld dat het tijdperk van «ongeremde groei» voorbij was. 13 Wat wordt onder «toenemende arbeidsdeling» verstaan? Uit welk onderzoek blijkt dat de arbeidsdeling is toegenomen? Welke gevolgen hebben de bezuinigingen op taak- en diensturen gehad op de toename van de arbeidsdeling? Twee dimensies zijn hierbij te onderscheiden: horizontale en verticale taakdifferentiatie. Horizontale taakdifferentiatie is een vorm van arbeidsdeling waarin het te verrichten werk functioneel is verdeeld, (het vaklerarensysteem). Bij verticale arbeidsdeling is het werk over verschillende hiërarchische niveaus verdeeld, er is sprake van een scheiding tussen «the performance of the work from the administration of it». Van «toenemende arbeidsdeling» kan dus worden gesproken in geval in verticale en/of horizontale richting de taakdifferentiatie toeneemt. Arbeidsdeling is alom in de samenleving waarneembaar. Het is onwaarschijnlijk dat het onderwijs hier een uitzondering op zou vormen. Een onderzoek dat specifiek op arbeidsdelingsvraagstukken in het v.o. ingaat is: P. Smets: «Werk verdelen op school taakdifferentiatie en schoolorganisatie in het v.o.» (Nijmegen, Instituut voor Toegepaste Sociologie, 1984). Arbeidsdeling wordt mede beïnvloed door de bestedingsvoorschriften verbonden aan de inzet van personele formatie. Van een rechtstreeks verband tussen de hoeveelheid middelen en de (toename van) arbeidsdeling is in deze zin geen sprake. In indirecte zin kan een vermindering van taakuren een verdere uitkristallisatie van arbeidsdeling belemmeren. Een bezuiniging op diensturen heeft niet plaatsgevonden. 14 Wat bedoelt de minister met: «dat het personeel een brede inzetbaarheid ontwikkelt»? Is het beleid er niet op gericht dit juist te voorkomen, gezien het feit dat geen bezoldiging meer plaatsvindt via het aantal akten of diploma's? Met die zinsnede wordt bedoeld, dat het personeel verscheidene taken en zonodig functies kan vervullen. Naarmate deze inzetbaarheid groter is zal de organisatie flexibeler kunnen worden ingericht. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 5

6 1.3. De reactie van de overheid 15 Kan de minister de aard en de omvang van de «aanvaardbare risico's» nader aangeven; zijn er financiële middelen mee gemoeid? In december heeft de Tweede Kamer ter informatie de resultaten van het onderzoek naar aanleiding van de motie Franssen aangeboden gekregen, vervat in de eerdergenoemde nota «Minder regels, meer ruimte». De conclusie van het onderzoek is, dat mogelijkheden tot verdere deregulering en bevordering van autonomie van onderwijsinstellingen aanwezig zijn. De resultaten van het onderzoek wijzen er niet op dat deregulering en autonomiebevordering onaanvaardbare risico's met zich brengen. Per onderwijssector zal worden bezien hoe ver hiermee kan worden gegaan. I. 4. Overzicht beleidsvoornemens en financiële kaderstelling 16 Welke is de ratio voor de verdeling van de extra financiële middelen over de drie genoemde onderwijssectoren (blz. 12)? De verdeling van de extra financiële middelen over de drie genoemde onderwijssectoren moet in relatie worden gebracht met structurele middelen die eveneens in dit verband in de nota reeds zijn genoemd, nl.: - structurele versterking voor de bestuurskracht van hbo-instellingen (25,0 min.); - bestaand financieel kader ten behoeve van v.o.-schoolmanagement (5,9 min.); - nieuwe formatieregeling WBO. De combinatie van bestaande financiële kaders en de toedeling van gelden van de prioriteit «management» resulteert in een evenwichtige verdeling over de drie genoemde onderwijssectoren. 17 Is het de bedoeling dat een deel van de financiën wordt besteed ten behoeve van de vervanging van de deelnemers aan professionalisering (blz. 12)? Ja. Gedurende de periode van de proefprojecten zullen er voor 100 scholen voor basisonderwijs en 10 scholen voor speciaal onderwijs tot maximaal 0,2 formatieplaats per school beschikbaar zijn ten behoeve van de bedoelde vervanging. 18 Is het de bedoeling dat de middelen ter beschikking worden gesteld aan de instellingen die zich met schoolmanagement bezig houden, of worden ze aan de scholen ter beschikking gesteld ter besteding aan versterking van bestuur en management? Beide is het geval. De toedeling van middelen aan scholen heeft de overhand. 19 De nota geeft geen knelpuntenanalyse van het schoolmanagement, zodat ook moeilijk geoordeeld kan worden over de doelmatigheid van de voorgestelde acties en er een goede afweging tussen de acties kan plaatsvinden. Is deze analyse alsnog te geven? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 6

7 Omdat het accent in de analyse is gelegd op het per onderwijssector beschrijven van de gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen voor management en organisatie, is afgezien van het maken van een knelpuntanalyse in strikte zin. Een beoordeling van de beleidsvoornemens moet dan ook vooral in dit kader plaatsvinden. Wel zal in het overleg nagegaan worden in hoeverre de uit de beleidsvoornemens voortvloeiende acties een bijdrage leveren aan het wegnemen van gesignaleerde knelpunten. 20 Wordt in deze nota versterking van bestuur én management bedoeld, de nota ademt echter meer de geest van versterking van het management. Houdt dit niet tegelijkertijd een verzwakking van het bestuur in? In het eerste hoofdstuk (blz. 4) is uiteengezet, wat in deze notitie wordt verstaan onder «bestuur» en «management». In de beleidsvoornemens ligt het accent inderdaad op die organen in onderwijsinstellingen, die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse leiding. Toch mag hieruit niet de conclusie worden getrokken dat, ingeval bestuur en management niet samenvallen, het bestuur een verzwakking zal ondergaan als de beleidsvoornemens zullen worden uitgevoerd. Een bestuur, in casu een bevoegd gezag, is gebaat bij een management, dat goed leiding geeft binnen de vastgestelde beleidskaders. Wellicht ten overvloede zij er nog op gewezen dat met deze notitie op geen enkele manier wordt getreden in de bevoegdheden van enig bevoegd gezagsorgaan. 21 Is de overheid voornemens extra middelen ter beschikking te stellen voor de versterking van het bestuur van onderwijsinstellingen (advies Onderwijsraad, blz. 10)? Het antwoord op deze vraag moet worden geplaatst in het kader van versterking van de autonomie van de scholen en het streven naar deregulering. In dit kader zal aandacht moeten worden geschonken aan de positie van het bestuur van onderwijsinstellingen. 22 De nota is gebaseerd op onderdelen. Welke data moeten worden bijgesteld? Aangezien niet duidelijk is wat met deze vraagstelling wordt bedoeld, kan op deze vraag voorshands geen antwoord worden gegeven. II. PRIMAIR ONDERWIJS II. 4. Beleidsvoornemens 23 Wordt met extern adviesbureau op blz. 17 een concreet bureau bedoeld? Zo ja, welk? Wat zijn de kosten van inschakeling van een dergelijk bureau in absolute zin, en relatief gezien ten opzichte van instellingen in de verzorgingsstructuur? Waarom worden in plaats hiervan de LPC niet genoemd (blz. 18)? Bij de opmerking op blz. 18 over de inschakeling van een extern adviesbureau is niet bij voorbaat gedacht aan een concreet bureau. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 7

8 Inschakeling van een extern bureau lijkt overigens niet de hoogste prioriteit te hebben, daar in ieder geval de schoolbegeleidingsdiensten geacht mogen worden voldoende oog te hebben voor de nodige samenwerkingsrelatie tussen mensen binnen de school en betrokkenen buiten de school. De functie, die de LPC hier zouden kunnen hebben, moet worden afgeleid uit de rol die de centra in het algemeen bij de ondersteuning van de proefprojecten wordt toegedacht (zie blz. 19). 24 Kan de minister meedelen of de in de nota voorgestelde nascholing in de plaats komt van het huidige nascholingsproject? De vanaf 1 augustus 1988 te verwachten uitbreiding van de nascholingsmogelijkheden op het gebied van het schoolmanagement zal worden toegevoegd aan het huidige aanbod. 25 Is de minister bereid bij de opzet van de nascholingscursussen ook de onderwijsvakorganisaties die schoolleiders vertegenwoordigen te betrekken? Het raamplan voor een (modulaire) opzet van deze nascholing zal volgens de gebruikelijke procedures worden besproken. 26 Een argumentatie voor de opzet van proefprojecten is gezien de reeds aanwezige ervaringen, onontbeerlijk. Kan deze alsnog tegemoet gezien worden (blz. 18)? De belangrijkste reden voor de opzet van proefprojecten schoolmanagement ligt besloten in de keuze, in eerste instantie de eerstelijnsinstituten in te schakelen. Na overdracht van kennis en ervaring van de LPC naar Pabo-docenten en schoolbegeleiders, krijgen de betrokken eerstelijns-instellingen de mogelijkheid in nauwe samenwerking met scholen, cursusonderdelen te ontwikkelen, die vervolgens kunnen worden uitgeprobeerd en naar gelang de resultaten kunnen worden bijgesteld. 27 a. Wat is de aard van deze proefprojecten? Wordt bij positief resultaat het aantal PABO's - SBD's uitgebreid of betreft de proef slechts het programma? b. Is het de bedoeling, gezien de betrokkenheid van 1 SBD bij I PABO, dat bij voorbeeld PC-schoolleiders nascholing ontvangen op een niet PC-PABO (blz. 18) a. Het proefproject betreft in eerste instantie, de verdere ontwikkeling en proefuitvoering van onderdelen ten behoeve van te ontwikkelen cursusprogramma's. De deskundigheid van alle SBD's zal verder worden bevorderd, zodat voor elke basisschool professionele begeleiding bij versterking van het schoolmanagement voorhanden zal zijn. b. Neen. 28 a. Waarom worden voor deze proefprojecten de PABO's en de SBD's ingeschakeld, en niet de LPC's, die over de nodige ervaring en know-how beschikken, iets wat van de PABO's en SBD's nauwelijks gezegd kan worden? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 8

9 b. Kan aangegeven worden dat de werkzaamheden met betrekking tot deze proefprojecten passen binnen de taakstelling van de PABO's en de SBD's (denk aan bestaande en toekomstige regelgeving)? Mede dankzij cursussen en trainingen die in het verleden door de centra en andere instituten zijn verzorgd beschikken PABO's en SBD's over basis-ervaring en knowhow op het gebied van schoolmanagement. Voorzover er sprake is zijn van hiaten in de ervaring en deskundigheid van PABO-docenten en schoolgeleiders, die in de proefprojecten zullen participeren, zullen de LPC in de voorscholingsperiode daarin voorzien. Ter illustratie volgt hieronder een overzicht met betrekking tot door PABO's georganiseerde cursussen nascholing schoolmanagement. Jaar Totaal Waarvar i Uitgevoerd door aantal cursussen OCA VCA Rijks Gem. AB RK PC '83-' '84-' '85-' Bij de keuze voor het opzetten van proefprojecten (Nascholing schoo!- management) is juist met het oog op hun taakstelling uitgegaan van de inschakeling van eerstelijnsinstituten. Nascholing is primair de taak van de PABO's. Schoolbegeleidingsdiensten passen zeer wel in de gekozen opzet vanwege de betrokkenheid van basisscholen en gezien de nodige «follow-up»-begeleiding die zij moeten verzorgen. De LPC hebben hier geen taak. 29 Waarom wordt hier de LPC niet genoemd (blz. 19, 2e alinea)? In de bewuste passage (blz. 19, 2e alinea) wordt in ieder geval één landelijk pedagogisch centrum (namelijk het KPC) - bij wijze van voorbeeld - met name genoemd. Zoals gezegd ligt het in de bedoeling dat de betrokken PABO-docenten en schoolbegeleiders in de 1e fase van het project, dat wil zeggen in het jaar of jaardeel dat voorafgaat aan de proefprojectperiode, door de LPC worden voorgeschoold. 30 Heeft beoordeling door de bewindslieden van het LPC-plan al plaatsgevonden en wat is het resultaat ervan (blz. 19)? Afhandeling van de LPC-plannen is aangehouden in afwachting van de behandeling van deze nota in de Kamer. 31 Vindt de minister dat deze nascholing moet plaatsvinden binnen de reguliere weektaak; zo ja, zijn dan vervangings faciliteiten beschikbaar? Zo ja, in welke mate? Nascholing is een onderdeel van de taak van de leraar. Het volgen van nascholing mag echter niet ten koste gaan van het onderwijs aan de leerlingen. Financiële mogelijkheden voor het bieden van vervangingsfaciliteiten zijn daarenboven thans niet beschikbaar. 32 Kan de minister aangeven welke beweegredenen hem er toe gebracht hebben te veronderstellen dat het management van de scholen verbeterd zal worden door een «meerhoofdige schoolleiding» of het «duo-schoolleiderschap» aan te moedigen? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 9

10 Het is niet gezegd dat «duo-schoolleiderschap» dan wel «meerhoofdige schoolleiding» automatisch altijd leidt tot beter teammanagement in de school. Er zijn situaties mogelijk, waarin een meerhoofdige schoolleiding of duoschoolleiderschap wellicht een middel kan zijn om de betrokkenheid van de teamleden te vergroten. Bovendien opent e.e.a. betere mogelijkheden tot taakverdeling e.d. 33 Moet de positie van de schoolleider in het basisonderwijs niet op dezelfde wijze benaderd worden als die van de leiding in het voortgezet en hoger beroepsonderwijs? Kan een hoofd van een basisschool zijn vele taken vervullen zonder onderwijsondersteunend personeel? Kan zijn functie niet op andere wijze worden ingevuld, bij voorbeeld door hem primair leidinggevende taken te geven met daarnaast - eventueel - een leidinggevende functie? Voor het antwoord op deze vraag wordt kortheidshalve verwezen naar het antwoord op vraag Kan het beleid ten aanzien van een meerhoofdige schoolleiding een uitgebreidere toelichting krijgen dan nu het geval is in de onderhavige nota, dit met het oog op de mogelijkheid dat meer vrouwen (mede)directeur kunnen worden? Met betrekking tot het beleid ten aanzien van een meerhoofdige schoolleiding kan het volgende worden opgemerkt. In de Wet op het Basisonderwijs is in artikel 14 bepaald dat aan elke school 1 of 2 directeuren zijn verbonden, bij wie onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag de onderwijskundige, organisatorische en huishoudelijke leiding berust. Hiermee is de wettelijke basis gelegd voor een meerhoofdige schoolleiding. Het rapport «Benoemingen van de directeuren basisschool, inventarisatie per » bevat kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over de directeursbenoemingen. De Tweede Kamer zal binnenkort worden geïnformeerd over het beleidsstandpunt bij de resultaten van deze inventarisatie. Verder wordt in opdracht van het ministerie onderzoek verricht naar meer kwalitatieve aspecten van de meerhoofdige schoolleiding. Naar verwachting kan de Kamer daar begin 1987 nadere informatie over ontvangen. III. VOORTGEZET ONDERWIJS III. 1. Inleiding 35 Indien de algemene ontwikkelingen, ook binnen één schooltype verschillende uitwerkingen zullen hebben en de managementsproblematiek in het v.o. moeilijk onder één noemer kan gehaald worden, is het dan wel mogelijk via de voorgestelde algemene maatregelen de gewenste effecten te bereiken, met andere woorden zullen deze maatregelen bij een zo gedifferentieerde situatie wel zinnig zijn? De uitwerking van de maatregelen maakt uiteraard differentiatie naar sector, schoolsoort, onderwijssituatie e.d. mogelijk. 36 Kan voor elk van de problemen, genoemd op blzz. 6 en 7, zoals de demografische ontwikkeling, krimpende middelen, technologische Tweede Kamer, vergaderjaar , 19132, nr. 4 10

11 ontwikkelingen, fusies en herschikkingen en veranderingen in instroom van leerlingen aangegeven worden hoe een versterking van het management de gevolgen van deze (externe) problemen kan opvangen? Genoemd worden exogene, maatschappelijke problemen waarop organisatorische antwoorden moeten worden gevonden. Daarvoor wordt het schoolmanagement beter uitgerust. Het is bij voorbeeld niet de bedoeling om door middel van versterking van het management de gevolgen van de demografische ontwikkeling te keren, maar wel om er beter mee om te gaan. III.2. Kenmerken van het management in het voortgezet onderwijs 37 De nota stelt dat ontwikkelde model-reglementen lang niet op alle scholen van kracht zijn. a. Is onderzocht of op deze scholen zonder model-reglement ten aanzien van de besluitvorming grotere problemen bestaan dan op scholen met een model-reglement? b. Indien ja, zijn hierover cijfers beschikbaar? De Commissie Analyse Voortgezet Onderwijs heeft in haar rapport over de bestuursproblematiek in het v.o. (maart 1982) gewezen op het belang van onderlinge werkafspraken, delegatie van bestuurlijke taken en overleg- en besluitvormingsprocedures binnen de school. De CAVO heeft in dit verband gewezen op de ontwikkeling van modelreglementen. De OMPC (nota blz. 29) zal worden gevraagd te adviseren over nadere ontwikkelingen van besluitvormingsprocedures, beheersprofielen e.d. 38 Wat zijn de concrete gevolgen van het HOS-akkoord op de functionering van het management op middenniveau van het v.o. (zie advies Onderwijsraad blz. 8)? Zijn de bewindslieden voornemens hier iets aan te doen (blz. 22)? De HOS is voor het v.o. op 1 april 1985 van kracht geworden. Gezien deze korte periode en gezien de op ruime schaal getroffen overgangsmaatregelen, is de vraag naar de concrete gevolgen van het HOS-akkoord op het functioneren van het management op middenniveau van het v.o. nu nog niet te beantwoorden. Het beleid is gericht op het vergroten van de inzetbaarheid van leraren en de mogelijkheden voor het management een verantwoord personeelsbeleid te voeren. Op zich ligt de verantwoordelijkheid voor een al dan niet informeel management op middenniveau bij het bevoegd gezag. Het ligt niet in de lijn van het beleid daarin veranderingen aan te brengen. 39 Hoe blijkt uit de taakkarakteristiek van de leider van de administratie een toenemende verantwoordelijkheid voor het schoolbeleid? Is er een onderzoek naar deze karakteristiek en de ontwikkeling daarvan geweest? Zo ja, welk? De nota stelt (blz. 23) dat naarmate de betrokken school groter is de verantwoordelijkheid van de leider van de schooladministratie toeneemt inzake verdeling en beheer van de middelen. Rechtspositioneel gezien betekent een grotere school hogere inschaling en meer administratief personeel. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 11

12 III.3. Ontwikkelingen die management in voortgezet onderwijs beïnvloeden. 40 Waarom slechts een toelichting voor de vijf genoemde ontwikkelingen in paragraaf III. 3, en is de factor «krimpende middelen» (bezuinigingen) niet vermeld? De factor «krimpende middelen» door prioriteitstelling in het rijksbudget is reeds in de inleiding van de notitie (blz. 6) gesignaleerd; deze factor geldt bovendien voor alle onderwijssectoren en is niet v.o. specifiek. Tevens wordt in het v.o. deel in paragraaf 3 geconstateerd dat door de dalende aantallen leerlingen terugloop van beschikbare middelen optreedt. 41 a. Is in het onderzoek naar de schoolkeuze van de ouders de factor veel keuzemogelijkheden als een van de voornaamste naar voren gekomen? b. Is nader aan te geven van welk belang ouders deze factor achten? c. Als kleine en categoriale scholen geen ruim aanbod van keuzemogelijkheden kunnen geven en daaraan wordt in de nota het voortbestaan van deze scholen gekoppeld, hoe is dit dan te rijmen met de alom bekende groei van de categoriale gymnasia en lycea? a. Zie hiervoor het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau naar schoolkeuze motieven uit b. Zie daarvoor de genoemde studie. c. Inmiddels is voorgesteld om een norm van 30 leerlingen per leerjaar aan te houden. Zie hiervoor de op 12 mei 1986 ingediende nota van wijziging bij het voorstel van wet tot wijziging van de wet op het voortgezet onderwijs, houdende verhoging van de opheffingsnoemer voor scholen die aansluiting geven op het basisonderwijs enz. (kamerstukken il, vergaderjaar , ). De groei van bepaalde schoolsoorten is slechts relevant voor zover individuele scholen als gevolg van een toeneming van het aantal leerlingen boven de opheffingsnorm geraken. 42 De nota spreekt over het ontwikkelen van criteria voor het op een verantwoorde manier toewijzen van taken en functies aan de personeelsleden; aan welke criteria denkt de minister? Bedoeld worden criteria die worden belichaamd in onder meer instrumenten voor personeelsbeoordeling en begeleiding (blz. 30 van de nota). Te denken valt aan: het stimuleren van taakdifferentiatie in overeenstemming met de kennis, belangstelling en motivatie van leraren. Sommige leraren leveren graag bijdragen aan het ontwikkelen van leerplannen, toetsen e.d. Anderen specialiseren zich bij voorkeur in vormen van leerlingbegeleiding. 43 Krijgen, behalve schoolleiders, ook docenten de gelegenheid tot het volgen van bedoelde nascholing (management); worden daartoe aan scholen vervangings faciliteiten ter beschikking gesteld en zo ja, in welke mate? Er is een nascholingsaanbod mede gericht op bijzondere taken te verrichten door leraren, zoals de hier omschreven midden-managementactiviteiten. Voor nascholing worden in beginsel geen vervangingsfaciliteiten beschikbaar gesteid. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 12

13 44 Welke zijn de «recente onderwijskundige studies» genoemd in alinea 1? Welk «onderzoek naar kenmerk van goede scholen» wordt bedoeld in alinea 4? Door wie is het wanneer verricht en waar gepubliceerd? Wie zal het onderzoek verrichten genoemd in de slotzin van alinea 4, en wanneer zal dit geschieden? Wie zal de analyse verrichten genoemd in de voorlaatste volzin van alinea 4? In het laatste decennium is er voor de Nederlandse situatie veel onderzoek gedaan naar effecten van schoolgrootte en m.n. het verband tussen schoolgrootte en welbevinden van de leerlingen. In deze context kunnen we ook het «Fifteenthousand hours» onderzoek uit Groot Brittannië noemen. Dit onderzoek gaat in op de in de nota genoemde zaken (invloed van het schoolklimaat op de leerprestaties en factoren als groepsgrootte, uitrusting van de school, meervoudige vestiging e.d). Ook het thema «Excellence and quality» uit de VS is in dit verband interessant. Onderzoek naar kenmerken van goede scholen is ook in Nederland verricht. Daarbij kunnen de volgende onderzoeken genoemd worden: - «Scholen verschillen»; van Marwijk Kooy van Baumhaven, Rotterdam, Erasmus «Schoolkenmerken»; P. Smets ITS. In dit verband kunnen ook de volgende engelstalige onderzoeken worden genoemd: - «Ten good schools» HMSO, Department of Education and Science «Fifteenthousand hours» M. Rutter, B. Manghan, P. Mortimure, London Indien gewenst kan terzake een overzicht worden verschaft. De OMPC zal het uitbrengen van adviezen over te verrichten onderzoek en het aanbesteden van onderzoek tot taak krijgen. III. 4. Beleidsvoornemens ter versterking van het management van scholen voor voortgezet onderwijs 45 Indien de mogelijkheid tot het delegeren van taken dient te worden verruimd en dit leidt tot het wijzigen en verruimen van de regelgeving, welke wetten, besluiten of circulaires betreft dit dan en op welke punten? Het is op dit moment niet te overzien tot welke wijzigingen van regelgeving de hier bedoelde delegatiemogelijkheden aanleiding geven. Er zal over een en ander advies worden gevraagd aan de OMPC (blz. 29). 46 Wordt aan scholen extra formatie verstrekt in verband met de vergroting van de beleidsruimte en met verschuiving van coördinatietaken van rijksoverheid naar de scholen; in welke mate legt dit beslag op de financiële middelen? In het kader van de ontwikkeling van bekostigingsmodellen in het v.o. (zie onder meer de eerdergenoemde nota «Minder regels, meer ruimte» zal rekening worden gehouden met een programma van eisen inzake bestuur en beheer van onderwijsinstellingen (ter vergelijking zij gewezen op de zg. LONDO bekostigingssystematiek en de voorstellen inzake HBO-bekostiging). 47 Wat is bedoeld met «geharmoniseerd stelsel van formatieregelingen voor het personeel»; is deze gedachte in overeenstemming met het Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 13

14 onlangs gesloten HOS-akkoord en het daarop gebaseerde rechtspositiebesluit? Ja, deze gedachte is in overeenstemming met het onlangs gesloten HOS-akkoord en het daarop gebaseerde rechtspositiebesluit. 48 Komen de bedragen die bespaard worden bij het overhevelen van coördinatietaken van de rijksoverheid naar de scholen, ook ten goede aan die scholen? Zie hiervoor het antwoord op vraag Zal bij de vergroting van de beleidsruimte waaronder bestedingsvrijheid, zorg gedragen worden voor een versterking van het bestuur (het bevoegd gezag) zowel door nascholing als door faciliteiten voor hetzij beroepsbestuurders, hetzij bestuursadviseurs? (De mogelijkheid van delegatie lost niets op, a. het is vrijwillig, b. als het geschiedt, moeten de middelen met de delegatie mee). Bij de ontwikkeling van voorstellen inzake herzienning van de bekostigingsregels in het v.o. zal tevens tot de afweging behoren om voor het v.o. een bekostigingsfactor te ontwikkelen die overeenkomt met het programma van eisen voor bestuur en beheer in de Londo-systematiek, dan wel te vergelijken kan zijn met de ontwikkeling van beheersprofielen conform de HBO-systematiek. Bij de vaststelling van beleidsvoornemens inzake herziening van de v.o.-bekostigingsregels zal een uiteindelijke beleidskeuze worden gemaakt, mede afhankelijk van de mate waarin verschuiving van besluitvormingslasten in de richting van het bevoegd gezag zal optreden. 50 Is het noodzakelijk de WMO aan te passen aan de nieuwe situatie die ontstaat, wanneer de mogelijkheid tot delegatie wordt verruimd; zo ja, in welk opzicht? Op voorhand is het niet uitgesloten dat een en ander tot wijziging in de WMO zal leiden. De bevindingen van de commissie belast met de evaluatie van de WMO zijn hierbij eveneens van belang. 51 Waarom wordt ten aanzien van de professionalisering van schoolmanagement anders gehandeld dan bij andere professionaliseringsactiviteiten en wordt een OMPC ingesteld, met een taakstelling die sterk die van de LPC en nascholingsinstellingen overlapt (blz. 29)? De OMPC heeft een voornamelijk adviserende taak. De OMPC voert zelf vrijwel geen enkele activiteit uit. De uitvoering is zoals gebruikelijk voorbehouden aan de LPC, NLO's e.d. 52 Wat zijn de geraamde kosten van de OMPC (blz. 29)? Omdat de OMPC zelf vrijwel geen activiteiten verricht (zie voorgaande antwoord), blijven de kosten beperkt tot vergaderkosten, secretariaatskosten e.d. 53 Hoe is de relatie van de OMPC met ARVO-I, II en APVO-I, II (blz. 29)? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 14

15 De OMPC wordt slechts voor een beperkte tijd in het leven geroepen. Omdat er voor de adviserende en stimulerende taken van de OMPC behoefte is aan bedrijfskundige en organisatiekundige expertise naast onderwijskundige ervaring, is voor een afzonderlijke en tijdelijke externe commissie van deskundigen gekozen. 54 Vele schoolleiders hebben managementcursussen gevolgd. Kunnen deze cursussen ongewijzigd worden gecontinueerd (blz. 29)? De nota kondigt aan dat uitbreiding en verdieping van de managementcursussen worden nagestreefd. Wel wordt een herverdeling van de huidige uitvoeringslocaties van management-cursussen overwogen. 55 Wat moet worden verstaan onder in-service-training? in diensttijd of in de «vrije» tijd? Vindt deze plaats In-service-training heeft betrekking op het bevorderen van vaardigheden en kennis van mensen voor de functie van schoolleiderschap. Zoals het woord al te kennen geeft gebeurt dat op de werkplek. Deze vorm van scholing vindt op dit moment nog niet plaats. De mogelijkheid en haalbaarheid daarvan worden bestudeerd. 56 Heeft de minister inmiddels een afgerond standpunt met betrekking tot een eventuele initiële opleiding voor schoolleiders en op welke termijn zou deze opleiding van start kunnen gaan? Na de behandeling van de nota zal de OMPC geïnstalleerd worden. Zij zal zoals in de nota is vermeld de opdracht krijgen een studie in te stellen naar de wenselijkheid en haalbaarheid van initiële opleidingen. 57 Welk beschikbaar onderzoeksmateriaal wordt in de tweede alinea bedoeld; waar en wanneer is dat gepubliceerd? In bekende tijdschriften voor schoolorganisatie en onderwijsmanagement, zoals MESO, Educational Administration Quaterly, Schoolmanagement, hebben de laatste jaren velerlei publicaties impliciet of expliciet gewezen op het nut van en de behoefte aan managementinstrumenten ter verbetering van de bedrijfsvoering van scholen en de planning en coördinatie van het onderwijs. Daarnaast kan worden gewezen op talloze bronnen in de sfeer van het hoger onderwijs, in de sfeer van andere non-profit-instellingen (bij voorbeeld welzijn, gezondheidszorg). 58 Wat wordt bedoeld met «één of meer wezenlijke perioden van studieverlof schoolleidersschap»? Waar dient tijdens deze periode wat gestudeerd te worden? Hiermee wordt bedoeld: één of meer aaneengesloten perioden van verlof voor na- en bijscholing tijdens de loopbaan van de betrokken schoolleiders. Over de mogelijkheid en wenselijkheid van een dergelijk verlof wordt in samenwerking met de Federatie van Schoolleiders in het Voortgezet Onderwijs een onderzoek ingesteld. 59 Hoe verhoudt zich naar het oordeel van de minister, een vorm van educatief verlof voor schoolleiders ten opzichte van een dergelijk verlof voor docenten in het voortgezet onderwijs? Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 15

16 In de beleidsnotitie is een onderzoek aangekondigd naar de mogelijkheid één of meer wezenlijke perioden van studieverlof voor schoolleiders op te nemen. Dit onderzoek zal uitdrukkelijk worden verricht in het kader van de doorstromingsproblematiek bij schoolleiders. In die zin is dit studieverlof duidelijk te onderscheiden van educatief verlof en van een dergelijk verlof voor docenten in het voortgezet onderwijs. Het genoemde onderzoek zal moeten uitwijzen of en zo ja hoe, een wezenlijke periode van studieverlof kan bijdragen tot vergroting van de mobiliteit en doorstroming van schoolleiders. 60 Waarom een onderzoek naar de mogelijkheid van educatief verlof voor schoolleiders in samenwerking met een nog op te richten organisatie, de FSO, en niet met andere organisaties, die ook representatief voor schoolleiders zijn? Het genoemde onderzoek zal in samenwerking met de Federatie van Schoolleiders v.o. worden ingesteld. Op dit moment is nog niet vastgesteld door wie het onderzoek zal worden uitgevoerd. Over de opzet van een dergelijk onderzoek zal overigens graag van gedachten worden gewisseld met reguliere overlegorganen. Indien de uitkomsten van het onderzoek aanleiding geven tot het formuleren van beleidsvoorstellen zal ik daarover nader overleg voeren. Studieverlof voor managers is ook in andere non-profit sectoren een wezenlijk onderdeel van de loopbaanontwikkeling. De Federatie van Schoolleiders v.o. (AVS en VDB) is, zoals de naam al aangeeft, de meest representatieve beroepsvereniging van schoolleiders in zowel het algemene als het beroepsonderwijs. 61 Op welke wijze denkt de minister binnen de huidige middelen voor management periodiek studieverlof te bekostigen? Bekostiging van het studieverlof is onderdeel van het onderzoek dat in het antwoord op vraag 58 is geschetst. Als randvoorwaarde mag gelden dat het hier bedoelde studieverlof mede moet worden gezien in het kader van het arbeidsvoorwaardenbeleid in het voortgezet onderwijs. 62 Hoe zijn de deelnemerscijfers aan de oriënteringscursus op schoolorganisatie en schoolmanagement (specifiek voor vrouwelijke onderwijsgevenden)(blz. 31)? De deelnemerscijfers aan de oriënteringscursus op schoolorganisatie en schoolmanagement georganiseerd door Interstudie te Arnhem. Jaar Aantal 1981/ / / / / jaar (116,6 gemiddeld per jaar) Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 16

17 De deelname aan de oriëntatiecursus management voor vrouwen is als volgt: Jaar Aantal Uren/deelnemer 1982/ / / / jaar gem. p/j Kunnen de inhoudelijke verschillen tussen de oriëntatiecursus voor vrouwelijke onderwijsgevenden en die voor mannelijke onderwijsgevenden worden aangegeven? De oriëntatiecursus voor vrouwen is specifiek gericht op deze doelgroep: een oriëntatiecursus voor mannen is er niet. Er bestaat het voornemen om op basis van een beleidsmatige evaluatie te onderzoeken op welke wijze uitbreiding en introductie van de cursussen gericht op vrouwen zal plaatsvinden. Het waarom van deze cursus ligt in de volgende overwegingen: - Vrouwen zijn in het algemeen in de minderheid als het om het vervullen van managementfuncties in instellingen voor VO en HBO gaat; - Vrouwen werken in het algemeen in een door mannen bepaald organisatieklimaat, ook in het onderwijs; - Vrouwen kunnen in het algemeen in hun school of instituut geen voorbeeld nemen aan andere vrouwen in managementsfuncties. 64 Aan welk onderzoek ligt de gedachte ten grondslag dat met het mogelijk maken van schoolleidingsfuncties in deeltijd het schoolmanagement wordt bevorderd? De overweging het mogelijk te maken ook schoolleidingfuncties in deeltijd (te onderscheiden van meerhoofdige schoolleiding) te verrichten, is niet op onderzoek gebaseerd, maar op de veronderstelling dat een dergelijke maatregel kan bijdragen tot het verminderen van de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding. Genoemde mogelijkheid is in het primair onderwijs reeds gerealiseerd. Het onderzoek naar deeltijdarbeid in het onderwijs in 1984 heeft aangetoond dat deeltijdwerkers voornamelijk gehuwde vrouwen zijn. Zo heeft in het AVO 70,3% van de vrouwen een aanstellingsomvang van 22 eenheden of minder (tegenover 18,9% van de mannen). In het overig VO zijn deze percentages resp. 61,1% en 20,1%. 65 Houdt de gekozen formulering van het netwerk van schoolmanagementconsulenten in, dat deze consulenten kunnen functioneren als medewerkers van de LPC (blz. 3 Ij?Zo niet, onder wiens verantwoordelijkheid werken deze consulenten dan? Het is de bedoeling dat de schoolmanagementconsulenten voor een deel van de reguliere werktijd als schoolleider worden vrijgesteld. Hiervoor zal een speciale vervangingsregeling worden ontworpen. Schoolmanagementconsulenten werken zoals alle schoolconsulenten onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de betrokken school. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 17

18 66 Over welke bevoegdheden zullen managementconsulenten beschikken? Managementconsulenten hebben een strikt adviserende en schoolleidersondersteunende taak. Er is dus geen sprake van specifieke bevoegdheden. IV. HOGER BEROEPSONDERWIJS IV.3. Ontwikkelingen die het management in het hoger beroeps onderwijs beïnvloeden 67 Welke rol ziet de minister weggelegd voor het management als eventueel de bekostiging van de instelling gedeeltelijk zal kunnen gaan plaatsvinden vanuit het bedrijfsleven? De beoogde vergroting van de maatschappelijke oriëntatie van de h.b.o."instellingen, waartoe onder andere de eigen inkomstenverwerving uit activiteiten de meest uiteenlopende aard kan worden gerekend, kan niet zonder gevolgen blijven voor functioneren en structurering van management en organisatie. Het beter kunnen inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen, het ontwikkelen en instandhouden van netwerken waarin relevante maatschappelijke organisaties en groeperingen zijn vertegewoordigd en het effectief kunnen optreden op bepaalde markten, veronderstelt een goed functionerend management op de verschillende niveaus in de organisatie. Vergroting van de maatschappelijke oriëntatie stelt ook eisen aan inrichting en structurering van de organisatie. Het is uiteraard niet de eerste verantwoordelijkheid van de overheid om in voorschrijvende zin uitspraken te doen over de vraag welke veranderingen management en organisatie binnen de instellingen moeten ondergaan. De overheid zal zich er zoveel mogelijk van moeten onthouden om van buitenaf directe invloed te willen uitoefenen op management en organisatie van de instellingen. Een en ander neemt niet weg dat de overheid wel degelijk verantwoordelijkheden heeft. Vanuit haar (politieke) verantwoordelijkheid voor het functioneren van het h.b.o.-systeem heeft de overheid de plicht, in geval binnen de instellingen management" en organisatiestructuren onvoldoende zijn ontwikkeld, te bevorderen dat dergelijke structuren en kaders tot stand komen waarbinnen de instellingen metterdaad de mogelijkheden hebben nieuwe initiatieven te ontplooien. Naast maatregelen op het vlak van het wegnemen van (formeel-juridische) belemmeringen kan derhalve worden gedacht aan maatregelen in de sfeer van het scheppen van voorwaarden om binnen de instellingen management en organisatie verder uit te bouwen en passend te maken voor het verrichten van meer direct op de maatschappij toegesneden taken. Binnen diverse h.b.o."instellingen zijn overigens reeds stappen gezet om management en organisatie meer geschikt te maken voor een vergrote maatschappelijke oriëntatie. Maatregelen van de kant van de overheid zullen dan ook reeds binnen de instellingen op gang gezette ontwikkelingen zoveel mogelijk moeten ondersteunen. 68 Is het niet verstandiger eerst het management te versterken en beter te bekwamen; om vervolgens pas tot uitvoering van dit management te Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 18

19 komen, na de eerste fase, en eerst daarna te denken aan uitbreiding van het management? Hoewel de gedachte om eerst het management te versterken en beter te bekwamen, alvorens het tot uitvoering van zijn taken over te laten gaan, op zich wel verstandig lijkt, is het generaal aanbrengen van een dergelijk fase-verschil niet strikt noodzakelijk. Naar het zich thans laat aanzien zal het streven van welhaast alle betrokkenen om de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving voor het h.b.o. en de daarmee onlosmakelijk verbonden aspecten als de nieuwe bekostigingssystematiek, rechtspositionele veranderingen en de implementatie van de STC-operatie feitelijk per 1 augustus 1986 te doen plaatsvinden met succes worden bekroond. Het effectueren van de nieuwe structuur voor het h.b.o. per die datum kan dan ook als een gezamenlijk door overheid en veld nagestreefd doel worden beschouwd. In het mondeling overleg over de resultaten van het STC-proces op 12 december 1985 is toegezegd om te bezien of een vorm van flexibele invoering van de nieuwe structuur mogelijk is. Een verwoording daarvan, waarbij uiteraard die instellingen die reeds per 1 augustus 1986 onder de nieuwe structuur kunnen functioneren daartoe de mogelijkheid wordt geboden, is opgenomen in de tweede nota van wijziging op de lnvoeringswet WHBO (kamerstukken II, 1985/86, 19051, nr. 12). Aldus is gegarandeerd dat die instellingen die de nodige voorbereidingen hebben getroffen om met ingang van het studiejaar te beginnen, daartoe in de gelegenheid worden gesteld. IV. 4. Beleidsvoornemens ter versterking van het management in het hoger beroepsonderwijs 69 Hoe verhoudt zich de opmerking op pag. 37 van de nota, waarin het belang benadrukt wordt van het onderscheid tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid en taken enerzijds, en de directionele verantwoordelijkheid en taken anderzijds, met artikel 21 a, lid 3, tweede volzin van de WHBO? De aangehaalde opmerking is uitsluitend gemaakt op grond van bestuurlijke overwegingen. Voor een ieder dient duidelijk te zijn welke taken en bevoegdheden vallen onder de eindverantwoordelijkheid van het bevoegd gezag en welke onder die van het college van bestuur. Er mag geen misverstand over bestaan welk orgaan op een bepaalde taak of bevoegdheid kan worden aangesproken. Een neerslag van de bevoegdheidsverdeling tussen bevoegd gezag en college van bestuur dient te worden opgenomen in het bestuursreglement, met dien verstande dat daarin in elk geval worden vastgelegd de taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag overdraagt aan het college van bestuur. Met de opmerking is geenszins bedoeld dat een college van bestuur naast taken en bevoegdheden van de centrale directie geen taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag zou mogen uitoefenen. Harde voorwaarde hierbij is evenwel dat laatstgenoemde taken en bevoegdheden officieel door het bevoegd gezag zijn gedelegeerd aan het college van bestuur. 70 Is het starten van de genoemde oriëntatie-programma's en professionaliseringsprogramma's, gezien het tijdstip van de ingang van de WHBO, niet wat aan de late kant? Met andere woorden zijn de besturen en de directies voldoende geëquipeerd om de STC-operatie uit te voeren? Het STC-proces is destijds op gang gekomen op basis van vrijwilligheid. De primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de schaalvergro- Tweede Kamer, vergaderjaar , 19132, nr. 4 19

20 tingsoperatie is overgelaten aan het veld. Op grond van de resultaten van het STC-proces in het eindrapport van de procescoördinator, de HBO-Raad, kan worden vastgesteld dat het h.b.o. deze eigen verantwoordelijkheid met succes heeft gedragen. Het overgrote deel van de h.b.o. instellingen heeft actief deelgenomen aan het fusieproces. De daadkracht waarmee de h.b.o."instellingen de ontwikkeling van hun onderwijssector ter hand hebben genomen verdient bewondering. Nu het STC-proces goed op gang is gekomen, zal moeten blijken of de nieuw te vormen instellingen in staat zijn de nieuwe taken aan te pakken, of zij de vergrote bestedings- en beleidsvrijheid kunnen benutten en of zij tot een gelijkwaardige partner van het wetenschappelijk onderwijs zullen uitgroeien. Er is geen reden om aan te nemen dat de huidige bevoegde gezagsorganen en directies niet in staat zullen zijn aan deze nieuwe uitdaging het hoofd te bieden. De organisatorische inrichting van de h.b.o. instellingen wordt door de overheid nauwelijks aan regels onderworpen. Slechts in voorwaardenscheppende zin heeft de overheid de gewenste versterking van bestuur en beheer geregeld door de installatie van een «college van bestuur» mogelijk te maken. Wat het top- en middenmanagement betreft is inmiddels een proces van professionalisering op gang gekomen. Of dit proces te laat is gestart zal de praktijk moeten uitwijzen. Gezien de ontwikkelingen tot op heden is het vertrouwen gewettigd, dat het gros van de h.b.o. instellingen op een creatieve wijze gebruik zal maken van de hun geboden organisatorische vrijheid en die ook op adequate wijze zullen invullen. In dit verband kan nog worden verwezen naar een eerder gegeven antwoord met betrekking tot de flexibele invoering van de nieuwe structuur in het h.b.o. (vraag 68) 71 Waarom wordt de bestuursstructuur van het W.O. slechts ten dele overgebracht naar het HBO, terwijl veel andere onderdelen van het W. O. worden geharmoniseerd met het HBO? Aangezien in het algemeen de structuur van h.b.o.- en w.o."instellingen verschilt, zowel met betrekking tot de omvang als met betrekking tot de taak, is voor wat betreft de bestuursstructuur voor het h.b.o. gekozen voor een gedeeltelijke harmonisatie met die voor het w.o. Vooralsnog wordt geen aanleiding gezien tot een verdergaande harmonisatie over te gaan. Bij het w.o. betreft het vooral grote tot zeer grote instellingen; in het h.b.o. komen daarmee qua omvang vergelijkbare instellingen, ook na het STC-proces, voor zover thans te overzien valt slechts in enkele gevallen voor. De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, W. J. Deetman Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4 20

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1987-1988 19790 Sectorvorming en vernieuwing in het middelbare beroepsonderwijs Nr. 24 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20418 Wijziging van de Wet op het hoger beroepsonderwijs (Stb. 1986, 289) betreffende een aantal bepalingen ten aanzien van nascholing Nr. 3 MEMORIE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 19 521 Nieuwe informatietechnologie in het Voortgezet Onderwijs Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETEN- SCHAPPEN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

: Voorstel inzake kaderstellende discussie Zorgloket

: Voorstel inzake kaderstellende discussie Zorgloket Raad : 10 december 2002 Agendanr. : 5 Doc.nr : B200217584 Afdeling: : Educatie en Welzijn RAADSVOORSTEL Onderwerp : Voorstel inzake kaderstellende discussie Zorgloket Voorgeschiedenis De realisatie van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 77 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

INTENTIEVERKLARING. De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen. De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk,

INTENTIEVERKLARING. De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen. De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk, INTENTIEVERKLARING De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen en De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk, verder te noemen: de besturen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd, overwegende

Nadere informatie

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM Regeling studiefaciliteiten duurzame inzetbaarheid Vastgesteld bij besluit nr. 2015cb0168 van het College van Bestuur op 18 mei 2015 Deze regeling treedt in werking per 1 juni 2015 en vervangt de Regeling

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer. 21 januari 1998.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer. 21 januari 1998. Nassaulaan 6 2514 JS Den Haag Telefoon (070) 363 79 55 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer Fax (070) 356 14 74 E-mail secretariaat@onderwijsraad.nl

Nadere informatie

SAMENVATTING. de medezeggenschapsraad van het X College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR

SAMENVATTING. de medezeggenschapsraad van het X College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR SAMENVATTING 104590 - Adviesgeschil VO- artikel 11 onder h WMS (aanstelling schoolleiding) De MR heeft negatief advies uitgebracht over een voorgenomen besluit tot benoeming van de waarnemend rector tot

Nadere informatie

Openbaar Onderwijs Zwolle Postbus 55, 8000 AB Zwolle Telefoon 038 4 55 59 40 Fax 038 4 55 59 49

Openbaar Onderwijs Zwolle Postbus 55, 8000 AB Zwolle Telefoon 038 4 55 59 40 Fax 038 4 55 59 49 Openbaar Onderwijs Zwolle Postbus 55, 8000 AB Zwolle Telefoon 038 4 55 59 40 Fax 038 4 55 59 49 Leerlingenzorg door externen onder schooltijd. Inleiding. Basisscholen worden in toenemende mate geconfronteerd

Nadere informatie

Partijen: burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, nader aan te duiden als bevoegd gezag

Partijen: burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, nader aan te duiden als bevoegd gezag Uitspraaknr. G624 Datum: 22 februari 1999, Soort geschil: Instemmingsgeschil Partijen: burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, nader aan te duiden als bevoegd gezag -tegenmedezeggenschapsraad

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 404 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de samenstelling van

Nadere informatie

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Soort document Algemeen verbindend voorschrift Datum 30 oktober 2000 Kenmerk PO/PJ-2000-37542 Datum inwerkingtreding zie

Nadere informatie

Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels

Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels De wet op het voortgezet onderwijs (WVO) kent een aantal bepalingen waarbij limitatief is vastgelegd wanneer het onderwijs - gedurende een beperkte tijd en onder

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 19132 Versterking management onderwijsinstellingen Nr. 2 NOTITIE INHOUDSOPGAVE Blz. I. Bestuur, management en onderwijs 4 1.1. Inleiding 4 1.2.

Nadere informatie

Leerlingenzorg door externen onder schooltijd

Leerlingenzorg door externen onder schooltijd Leerlingenzorg door externen onder schooltijd Inleiding. Basisscholen worden in toenemende mate geconfronteerd met ouders/verzorgers die op eigen initiatief en voor eigen rekening externe hulp inschakelen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal i Zitting 1979-1980 Nr. 44e 15 800 VIM Hoofdstuk VIII (Departement van Onderwijs en Wetenschappen) van de begroting van uitgaven van het Rijk voor het jaar 1980; begroting

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Herziening van het stelsel van sociale zekerheid BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Functiebeschrijving Manager Personeelsbeleid

Functiebeschrijving Manager Personeelsbeleid Functiebeschrijving Manager Personeelsbeleid Binnen O2A5 staat een belangrijke verandering voor de deur, namelijk de invoering van zgn. onderwijsteams. Voor een succesvolle implementatie van deze organisatieverandering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal Vergaderjaar 1988-1989 20 214 Hoger onderwijs en onderzoek plan Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20 418 Wijziging van de Wet op het hoger beroepsonderwijs (Stb. 1986, 289) betreffende een aantal bepalingen ten aanzien van nascholing Nr. 5 MEMORIE

Nadere informatie

HET MANAGEMENTCONTRACT in het kader van Integraal Resultaatverantwoordelijk Management Margreeth van der Kooij

HET MANAGEMENTCONTRACT in het kader van Integraal Resultaatverantwoordelijk Management Margreeth van der Kooij HET MANAGEMENTCONTRACT in het kader van Integraal Resultaatverantwoordelijk Management Margreeth van der Kooij De context van het managementcontract Het managementcontract is een overeenkomst tussen vertegenwoordigers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1980-1981 16815 Toelatingscriteria numerus fixus-studierichtingen voor het studiejaar 1981-1982 Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot)

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot) Verordening cliëntenparticipatie ISD de Kempen 2015 Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Zitting 1982-1983 Nr. 51 16106 Wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, de Wet universitaire bestuurshervorming 1970 en de Wet van 12 november 1975, Stb.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 356 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 597 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs ter bestendiging en actualisering

Nadere informatie

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, - 1 - Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 augustus 2012, nr. JOZ/378065, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende bekostiging ten behoeve van het stimuleren

Nadere informatie

in het geschil tussen: de medezeggenschapsraad van het A College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR gemachtigde: mr. E.J.M.

in het geschil tussen: de medezeggenschapsraad van het A College te B, verzoeker, hierna te noemen de MR gemachtigde: mr. E.J.M. S AMENV ATTING 08.023 / 104010 Interpretatiegeschil VO - artikel 4 lid 3, artikel 21 lid 2 en artikel 2 jo 11 onder h WMS m.b.t. de medezeggenschapsstructuur, de procedure van vaststelling van medezeggenschapsdocumenten,

Nadere informatie

Managementstatuut. t Baken De Horn De Werkschuit De Toermalijn Piet de Springer. www.obswijk.nl

Managementstatuut. t Baken De Horn De Werkschuit De Toermalijn Piet de Springer. www.obswijk.nl t Baken De Horn De Werkschuit De Toermalijn Piet de Springer www.obswijk.nl Inhoudsopgave Preambule 3 Artikel 1. Definities 3 Artikel 2. Vaststelling en wijziging van het managementstatuut 4 Artikel 3.

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool De Quint te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Uitspraaknr. G416 Datum: 17 november 1993 Soort geschil: Interpretatiegeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad

Nadere informatie

Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid

Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid Binnen O2A5 staat een belangrijke verandering voor de deur, namelijk de invoering van zgn. onderwijsteams. Voor een succesvolle implementatie van deze organisatieverandering

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2

Communicatieplan Energie- & CO 2 Communicatieplan Energie- & CO beleid Versie 9 - Januari 013 Akkoord Directie: Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1. Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en voorgenomen acties in 01 1.4

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 681 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met versnelde invoering toets nieuwe opleiding Nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 558 Regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten

Nadere informatie

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit ADVIES Advies van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 20e, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Zaaknummer: 104152/15

Nadere informatie

Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld CvB

Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld CvB Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld CvB Personeel Juni 2010 I 6 december 2010 3.2 Mobiliteitsbeleid Personeel/Mobiliteitsbeleid Inhoudsopgave 1. Beleidsinhoud 3 2. Beleidsuitwerking 5 2.1

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel

Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel Opgesteld : maart 2006 Vastgesteld : juni 2006 0 Inhoudsopgave Inleiding 2 2005 vergeleken met 1999 2 Genomen maatregelen vanaf 1999 3 Nieuwe

Nadere informatie

SCHOLINGSBELEID PANTA RHEI

SCHOLINGSBELEID PANTA RHEI SCHOLINGSBELEID PANTA RHEI 1 Inleiding De Stichting PANTA RHEI is in april 2006 van start gegaan na een fusie van De Jakobsladder, het Openbaar Onderwijs Leidschendam-Voorburg en de Stichting Katholiek

Nadere informatie

FUNCTIEBESCHRIJVING EN -WAARDERING. Stichting Talent Adjunct-algemeen directeur

FUNCTIEBESCHRIJVING EN -WAARDERING. Stichting Talent Adjunct-algemeen directeur FUNCTIEBESCHRIJVING EN -WAARDERING Adjunct-algemeen directeur januari 2013 Opdrachtgever Nieuwstraat 23 A 1621 EA Hoorn Auteur P.P.J.G. Janssen Project 5POBA4560 1 FUNCTIE INFORMATIE Functienaam Adjunct-algemeen

Nadere informatie

106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR.

106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR. 106794-02.07 De tijdelijke waarneming van de directiefunctie dient op verschillende gronden voor advies voorgelegd te worden aan de (P)MR. in het geding tussen: UITSPRAAK de medezeggenschapsraad en de

Nadere informatie

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden Bijlage 1 bij ledenbrief ECCVA/U201201556 Bijlage 1 CAR Teksten A Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden HOOFDSTUK 17 OPLEIDING EN ONTWIKKELING Ontwikkeling en mobiliteit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19 582 Het toeristisch en recreatief onderwijs Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Medezeggenschapsstatuut OPR en MR-P

Medezeggenschapsstatuut OPR en MR-P Medezeggenschapsstatuut OPR en MR-P Samenwerkingsverband IJssel Berkel Vastgesteld door bestuur: 20 april 2015 Datum 20 april 2015 Versie 20150420 Pagina 1 van 7 IJssel Berkel is een Samenwerkingsverband

Nadere informatie

Regeling bezwaar toelaatbaarheid

Regeling bezwaar toelaatbaarheid Regeling bezwaar toelaatbaarheid Colofon Uitgever: Auteur: PO-Raad en VO-raad, Utrecht Peter van den Heuvel (KPC Groep) Datum uitgave: januari 2014 1 Voorwoord Deze publicatie is onderdeel van het instrumentarium

Nadere informatie

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232 De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Bijlagen Inlichtingen bij G.A. van Nijendaal Onderwerp Stimulering kinderopvang Uw kenmerk DJB/PJB-993207 Ons kenmerk

Nadere informatie

http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm.

http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm. wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op het primair onderwij. http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm. Wet op het primair onderwijs, Artikel 17c Artikel 17c. Inhoud intern

Nadere informatie

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, ingesteld bij wet van 15 mei 1997 (de Wet op de Onderwijsraad). De Raad adviseert,

Nadere informatie

Beleid Leerlingenzorg door externen onder schooltijd

Beleid Leerlingenzorg door externen onder schooltijd 1 Beleid Leerlingenzorg door externen onder schooltijd Leerlingenzorg door externen onder schooltijd Inleiding Basisscholen worden in toenemende mate geconfronteerd met ouders/verzorgers die op eigen initiatief

Nadere informatie

Klachtenregeling. Directeur De directeur van Pool Management & Organisatie b.v.

Klachtenregeling. Directeur De directeur van Pool Management & Organisatie b.v. Klachtenregeling Inleiding Klachtenregeling Pool Management Academy inzake cursussen, trainingen, opleidingen, coaching of begeleidingstrajecten, uitgevoerd door Pool Management Academy in opdracht van

Nadere informatie

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 De raad van de gemeente Borsele; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Borsele d.d. 21 mei 2012;

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1976-1977 14 501 Wijziging van de Overgangswet W.V.O. (herziene regeling t.a.v. de bewijzen van bekwaamheid tot het geven van voortgezet onderwijs) Nr. 3 MEMORIE

Nadere informatie

Reglement voor de commissie toelaatbaarheidsverklaringen speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs clusters 3 en 4

Reglement voor de commissie toelaatbaarheidsverklaringen speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs clusters 3 en 4 Reglement voor de commissie toelaatbaarheidsverklaringen speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs clusters 3 en 4 Het bestuur van het samenwerkingsverband Primair Onderwijs Duin en Bollenstreek (28-12)

Nadere informatie

Managementstatuut Versie 07-06-2012

Managementstatuut  Versie 07-06-2012 Managementstatuut Versie 07-06-2012 1 Basis Wet en regelgeving WVO art. 32c / Statuten art. 6 lid 3 Archief CvB CA 1.0 Van toepassing op/voor Gehele scholengroep Over- en Midden-Betuwe Status Data Opmerkingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn.

Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn. Het college van de gemeente Zuidhorn; gelet op artikel 160 van de Gemeentewet; gehoord de OR; B E S L U I T : vast te stellen het: Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn.

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1980-1981 Rijksbegroting voor het jaar 1981 16400 Hoofdstuk VIII Departement van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Nadere informatie

DECENTRALISATIE FINANCIËLE VERANTWOORDELIJKHEID PROTESTANTSE GEMEENTE ZWOLLE 2013 2016

DECENTRALISATIE FINANCIËLE VERANTWOORDELIJKHEID PROTESTANTSE GEMEENTE ZWOLLE 2013 2016 DECENTRALISATIE FINANCIËLE VERANTWOORDELIJKHEID PROTESTANTSE GEMEENTE ZWOLLE 2013 2016 Algemene Kerkenraad 23 september 2013 Inhoudsopgave Decentrale financiële Verantwoordelijkheid 3 Inleiding 3 Hoofdzaken

Nadere informatie

Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Mook

Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Mook Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Mook en Middelaar 2016 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door

Nadere informatie

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 2015, nr. , tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing) Handelend

Nadere informatie

Bekostiging van residentiële leerlingen

Bekostiging van residentiële leerlingen Bekostiging van residentiële leerlingen Een aantal leerlingen verblijft in een residentiële instelling. Dit betreft enerzijds gesloten instellingen: Justitiële Jeugdinrichting (JJI) en Gesloten Jeugdzorg

Nadere informatie

SAMENVATTING. in het geding tussen: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van A, verzoeker, hierna te noemen de GMR

SAMENVATTING. in het geding tussen: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van A, verzoeker, hierna te noemen de GMR SAMENVATTING 104464 - Interpretatiegeschil VO - artikel 16 lid 2 onder a en b WMS (hoofdlijnen meerjarig financieel beleid en criteria verdeling middelen over voorzieningen op (boven)schools niveau) De

Nadere informatie

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep Van Gelder Groep B.V. Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Van Gelder Groep 1 2015, Van Gelder Groep B.V. Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van dit document mag worden gereproduceerd in welke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

(G)MR Scan. werkwijze. Naar verdere professionalisering van medezeggenschap

(G)MR Scan. werkwijze. Naar verdere professionalisering van medezeggenschap (G)MR Scan Naar verdere professionalisering van medezeggenschap werkwijze Het is de bedoeling dat deze scan aan de MR, deelraad of GMR van een organisatie een snel beeld geeft over de professionaliteit.

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG.. Voortgezet Onderwijs IPC 2650 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Naar een Raad van Toezicht. Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderwijs voor Westelijk Nederland

Naar een Raad van Toezicht. Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderwijs voor Westelijk Nederland Naar een Raad van Toezicht Vereniging voor Gereformeerd Voortgezet Onderwijs voor Westelijk Nederland April 2011 0 Inhoud Naar een Raad van Toezicht... 0 1. Waarom een Raad van Toezicht- model?... 2 2.

Nadere informatie

14 april 2008 PO/B&B/2008/9198

14 april 2008 PO/B&B/2008/9198 Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 14 april 2008 PO/B&B/2008/9198 Onderwerp verlichting leergang bewegingsonderwijs Inleiding

Nadere informatie

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444

Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Voorlichtingspublicatie Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Primair Onderwijs po 079-3232.333 Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Wet van 9 december 2005, houdende opneming in de Wet op het

Nadere informatie

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming

Nadere informatie

Op 9 november 2006 is het volgende advies (A06.038) gegeven. 1. Het verzoek van X:

Op 9 november 2006 is het volgende advies (A06.038) gegeven. 1. Het verzoek van X: Op 9 november 2006 is het volgende advies (A06.038) gegeven. 1. Het verzoek van X: X deelt mede dat zij, samen met twee andere farmaceutische bedrijven, te weten Y en Z, een convenant heeft opgesteld zijnde

Nadere informatie

Ontwerp-Experimentenwet onderwijs. Zijne Excellentie de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, Nieuwe Uitleg 1, 's-gravenhage.

Ontwerp-Experimentenwet onderwijs. Zijne Excellentie de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen, Nieuwe Uitleg 1, 's-gravenhage. ONDE RWIJS RAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 S-GRAVENHAGE TEL. 070-83 61 94 f* jo^s/u^-*,. O^f 4 oktober 1968 Bericht op schrijven dd. 3 juli 1968, D.G.O. 940. Betreft: D/AB Ontwerp-Experimentenwet

Nadere informatie

MEDEZEGGENSCHAPSSTATUUT

MEDEZEGGENSCHAPSSTATUUT MEDEZEGGENSCHAPSSTATUUT Pagina 1 van 5 Medezeggenschapsstatuut van Openbare Stichting SG Reigersbos te Amsterdam. Preambule Het college van bestuur van de Openbare Stichting SG Reigersbos en de medezeggenschapsraad,

Nadere informatie

KLACHTENREGELING ONS MIDDELBAAR ONDERWIJS

KLACHTENREGELING ONS MIDDELBAAR ONDERWIJS KLACHTENREGELING ONS MIDDELBAAR ONDERWIJS 2003. Ons Middelbaar Onderwijs, Tilburg Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF

Nadere informatie

ADHD-kinderen op de basisschool

ADHD-kinderen op de basisschool Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport ADHD-kinderen op de basisschool Henk Foekema B8133 december

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 17134 26 juni 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 juni 2013, nr. JOZ/499515,

Nadere informatie

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN INHOUDSOPGAVE Paragrafen Inleiding... 1-4 Reikwijdte en doelstellingen van de interne audit... 5 Verhouding

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

REGLEMENT DIRECTIE/RAAD VAN BESTUUR FONDS VOOR CULTUURPARTICIPATIE

REGLEMENT DIRECTIE/RAAD VAN BESTUUR FONDS VOOR CULTUURPARTICIPATIE REGLEMENT DIRECTIE/RAAD VAN BESTUUR FONDS VOOR CULTUURPARTICIPATIE Vastgesteld door het bestuur op: 4 juni 2014 Goedgekeurd door de raad van toezicht op: 4 juni 2014 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 279 Besluit van 18 juni 2012, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES in verband met de invoering van een nieuwe studiefaciliteitenregeling

Nadere informatie

Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012

Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012 De raad van de gemeente Leusden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Leusden d.d. 14 februari 2012, nr. 180294 gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet werk en bijstand;

Nadere informatie

Informatiepakket Hoofd Stafbureau

Informatiepakket Hoofd Stafbureau Informatiepakket Hoofd Stafbureau 1/8 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 2 Protocol sollicitatieprocedure Hoofd Stafbureau Esloo 3 Voorbeeld vacaturetekst 4 Functiebeschrijving Hoofd Stafbureau Esloo 5 Sollicitatiecode

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 659 Besluit van 13 december 2012, houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een aantal artikelen van de Wet dieren,

Nadere informatie

FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS

FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS Het Algemeen Bestuur van het recreatieschap Dobbeplas; Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 13 oktober 2014; Gelet op het bepaalde in de artikelen

Nadere informatie