Hervorming van de instellingen en gemeentelijke bevoegdheden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hervorming van de instellingen en gemeentelijke bevoegdheden"

Transcriptie

1 Hervorming van de instellingen en gemeentelijke bevoegdheden INLEIDING Gerwin Van Gerven In tegenstelling tot de meeste hoofdstukken uit de vervolgroman die de staatshervorming is geworden, kan de gemeentelijke problematiek bezwaarlijk als typisch Belgisch omschreven worden. Bestaat er wel een interdependentie tussen de staatshervorming en de gemeentelijke problematiek? De bedoeling van dit artikelligt erin aan te tonen dat een reflexie over de hervorming in de staatsstructuren gerelateerd met de problematiek van de gemeenten wel degelijk zin heeft. Welke rol wordt de gemeente toebedeeld in het "nieuwe" Belgie? Wordt door de ingevoerde gewestvorming en '' gemeenschapsvorming'' geen impliciete optie in verband hiermee genomen? Als dit zo is, mag men het toch wel betreurenswaardig noemen dat bij de aan de gang zijnde institutionele hervorming de vraag naar de bijdrage van het locaal niveau in de globale overheidsopgave nagenoeg steeds op de achtergrond werd gehouden. De gehele gemeentelijke problematiek komt uiteraard niet ter sprake. De aandacht gaat naar de gemeentelijke bevoegdheden en eveneens- in het kort, wegens de nauwe verbondenheid ermee- het bestuurlijk toezicht (a). In hoofdstuk I worden enkele algemene beginselen en opmerkingen omtrent de gemeentelijke bevoegdheden naar voren gebracht die het mogelijk moeten maken nadien op een duidelijke wijze de weerslag van de institutionele hervormingen op de gemeentelijke bevoegdheden te onderkennen. Autonomie, medebewind en deconcentratie komen ter sprake evenals de evolutie in de gemeentelijke bevoegdheden. In hoofdstuk II wordt de aandacht besteed aan de hervormingen van de instellingen in hun betrokkenheid op de gemeentelijke bevoegdheden. De Grondwetsherziening van 1970 (artt. 108 en 108bis) komt aan bod evenals de uitvoering van artikel 1 08bis G. W. door de Wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten. Enige aandacht gaat eveneens naar het Egmontpact van 24 mei 1977 waarin een staatkundig veeljarenproject werd uitgestippeld waarin de gemeentelijke problematiek dan toch expliciet enige belangstelling kreeg. Vooral de institutionele hervorming van juli en augustus 1980 wordt behandeld om enige implicaties te accentueren van de re- (a) Aileen het gewoon bestuurlijk toezicht komt aan bod. 363

2 gionalisatie voor de gemeenten in het algemeen en de gemeentelijke bevoegdheden in het bijzonder. Het zal misschien verwondering wekken dat de territoriale verruiming van de gemeenten waartoe in het najaar van 1975 besloten werd, niet ter sprake wordt gebracht in het kader van het thema "hervorming van de instellingen en gemeentelijke bevoegdheden''. Zij beoogde immers een schaalvergroting van de gemeenten om hen zo de nodige bestuurskracht te verlenen om efficient hun taken te behartigen en eventueel decentralisatie van bevoegdheden naar de gemeenten mogelijk te maken. Het is nu duidelijk dat de versterking van de gemeentelijke autonomie eerder tot de verbale argumenten diende gerekend te worden om het gemeentelijk milieu met de hervorming te verzoenen. HOOFDSTUK I. ALGEMEEN OVERZICHT VAN DE GEMEENTELIJKE BE VOEGDHEDEN A. Decentralisatie. a) Gemeentelijke autonomie. De basis van de gemeentelijke autonomie (1) vinden we in artikel 31 van de Grondwet: "De uitsluitend gemeentelijke (... ) belangen worden door de gemeenteraden (... ) geregeld, volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld". Artikel 31 verwijst zo naar artikel 108 van de Grondwet waarbij de regeling van de gemeentelijke instelling opgedragen wordt aan de wetgever die daarbij de toepassing verzekert van een aantal beginselen o.a. de bevoegdheid van de gemeenteraden voor alles wat van gemeentelijk belang is, behoudens goedkeuring van hun handelingen in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald. In dezelfde zin luidt artikel 75 van de Gemeentewet. Wie tracht de grenzen van dit recht de eigen belangen te regelen nauwkeurig te omschrijven, kan niet voorbijgaan aan de vraag : Wat omvat het gemeentelijk belang of- enigszins anticiperend op het antwoord - wie bepaalt wat van gemeentelijk belang is? (1) De betekenis van de gemeentelijke autonomie werd door het Hof van Cassatie tijdens de vorige eeuw als volgt omschreven: "Sous Ia reserve du droit de controle de l'autorite superieure, dans les cas prevus par Ia loi et suivant le mode qu'elle determine, le pouvoir communal est autonome et independant. Les resolutions portees par l'autorite communale, dans l'etendue de sa competence, constituent des actes de souverainete qui obligent le gouvernement de meme que les particuliers". Cass., 24 oktober 1887, Pas., 1887, I, 370, en Cass., 4 februari 1899, Pas., 1899, I,

3 In de vorige eeuw heeft men wei gesproken van drie belangenkringen, die van bet Rijk, provincie en gemeente en bet voorgesteld alsof bet om drie, aan de onderscheiden overheden toekomende, vaststaande kringen ging. Dat was een reactie van de liberale democratie tegen de bemoeizucht van bet centralistisch bewind, achtereenvolgens van bet Ancien Regime, van Napoleon en van Willem I. Wat men, vooral gemeentelijk, zelf geregeld had of meende te moeten regelen, daar had bet boger gezag zich buiten te houden (2). Het werd echter duidelijk dat de zaken zo niet kunnen worden gesteld. Het gemeentelijk belang is een open begrip dat moet gezien worden in bet verband van de gedecentraliseerde eenheidsstaat. Noch de grondwetgever, noch de wetgever aan wie de Grondwet de regeling van de gemeentelijke instelling voorbehoudt, hebben op algemeen geldende wijze bepaald wat men onder uitdrukking '' gemeentelijk belang" dient te verstaan. Volgens bet Hof van Cassatie moet als gemeentelijk belang beschouwd worden de handeling of de openbare dienst, welke de gemeenschap van een gemeente aanbelangt (3). Deze definitie, hoe juist ook in abstracto, lost geenszins de concrete vraagstelling op. Het lijkt niet mogelijk in een algemeen geldende en toch concrete bepaling vast te leggen wat de juiste inhoud van bet gemeentelijk belang is (4). Men kan zeggen dat bet gemeentelijk belang bet belang is dat noch provinciaal noch algemeen is ; dat bet algemeen belang noch gemeentelijk noch provinciaal is en dat bet provinciaal belang noch algemeen noch gemeentelijk is (5). We staan voor drie vergelijkingen met drie onbekenden. Aan wie behoort de oplossing? Prof A Buttgenbach schrijft in een veel geciteerde passage: ''En Belgique, sont d'interet provincial ou communal, toute activite et tout objet que les autorites provinciales et communales estiment devoir s'attribuer, dans la mesure ou ceux-ci n'ont pas ete reserves par la Constitution ou par la loi a un autre pouvoir" (6). De bevoegdheid van de gemeente is dus niet onbeperkt, wei onbepaald. In wezen komt de gemeentelijke autonomie aldus neer op een recht van initiatief in hoofde van de gemeenteraad ten aanzien van aile aangelegenheden, welke niet door de wet of de Grondwet aan andere instanties werden opgedragen (7). (2) DEMEYER, J., De Territoriale Decentralisatie in de Beneluxlanden, T. Best., 1952,77. (3) Cass., 6 april 1922, Pas., 1922, I, 235. (4) Cass., 26 mei 1852, Pas., 1852, I, 361 ;Cass., 7 februari 1857, Pas., 1859, I, 115; DENYS, M., De Begrippen Gemeente/ijk, Provinciaal en Algemeen Belong, Heule, 1969, 23. (5) MAST, A., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, zevende druk, Gent-Leuven, 1977, 309. (6) BUTTGENBACH, A., Manuel de Droit Administratif, I, derde druk, Brussel, 1966, 623. (7) Cass., 26 mei 1852, Pas., 1852, I, 361; Cass., 6 april1922, Pas., 1922, I, 235; Gemeenterecht, Permanente Commentaar, I, Heule,

4 De gemeenteraad. De wetgever heeft in artikel 75 van de Gemeentewet bet grondwettelijk beginsel bevestigd dat de gemeenteraad alles regelt wat van gemeentelijk belang is terwijl artikel 78, tweede lid bepaalt dat de reglementen en verordeningen die de gemeenteraad maakt niet in strijd mogen zijn met de wetten of met de verordeningen van algemeen of provinciaal bestuur. De uitdrukking ''de gemeenteraad regelt alles wat van gemeentelijk belang is " betekent dan ook dat de gemeenteraad om h~t even welke maatregel kan nemen op bet stuk van aangelegenheden die door de wet, maatregel van algemeen bestuur of provinciale reglementen nog niet op volledige wijze werden geregeld (8). Dit houdt in dat de gemeenten nog de aangelegenheden kunnen aanvullend regelen die reeds door een hogere overheid werden geregeld metals enige beperking niet in strijd te zijn met de regeling uitgevaardigd door de hogere overheid (9). Soms wordt deze bevoegdheid om op aanvullende wijze te regelen uitdrukkelijk erkend in de regeling van de hogere overheid (10). Evenwel kan een bepaalde materie ofwel expliciet ofwel impliciet geheel aan de bevoegdheidssfeer van de gemeente onttrokken worden (cfr infra). Wanneer de gemeenteraad een aangelegenheid op een aanvullende wijze regelt, regelt zij een aangelegenheid van gemeentelijk belang (11). De wetgever. Het enige beslissende criterium van bet gemeentelijk belang is de kwalificatie van dat belang als zodanig door de wetgever. W at tot de bevoegdheid van de plaatselijke besturen behoort en wat niet, kan eerst worden uitgemaakt wanneer men weet wat de wet aan hun bevoegdheid heeft overgelaten (12). Deze bevoegdheid der bevoegdheden komt de wetgever toe krachtens artikel 108 van de Grondwet (13). Een bepaalde materie kan hetzij uitdrukkelijk, hetzij impliciet aan de be- (8) DENYS, M., a. w., Heule, 1969, 38. (9) Cass., 10 februari 1873, Pas., I, 146; Cass., 13 oktober 1936, Pas., I, 383 ;R.v.St., Provincie Luxemburg t. Belgische Staat, nr 9808, 17 januari 1963, Arr. R. v.st., 1963, 25; DEMBOUR J., Droit Administratif, derde druk, Luik, 1978, 48. (10) O.a. Wet van 15 april 1964 tot wijziging van de Wet van 1 augustus 1899 houdende herziening van de wetgeving en van de reglementen op de politie van het vervoer (art. 1) (Stbl. 15 mei 1965). (11) CRABBE, V., in L'Autonomie Communale en Droit Beige, Brussel, 1968, (12) DENYS, M., a. w., Heule, 1969, ;MAST, A., a. w., zevende druk, Gent druk, 977, 310. (13) MAST, A., De Specifieke Inhoud van het Gemeente/ijk Belong, T. Best., 1967; SENEL LE, R., en VAN DE VELDE, E., De Residuaire Bevoegdheden, T. Best.,

5 voegdheidssfeer van de gemeenteoverheden onttrokken worden. De bevoegdheid van de plaatselijke overheid zal uitgesloten zijn wanneer een wet of de op grand van de wet genomen koninklijke besluiten een op zichzelf staande gedetailleerd en systematisch uitgewerkt geheel vormen waaruit blijkt dat het centraal Rijksbestuur zich de regeling van de betrokken aangelegenheid heeft voorbehouden (14). De wetgever kan door zijn optreden niet aileen aanduiden wat niet van gemeentelijk belang is, hij kan ook op positieve wijze het gemeentelijk belang kenmerken door het op uitdrukkelijke wijze aan de gemeentelijke organen ter regeling op te dragen (15). Prof. J. Dembour deelt deze mening niet: "(... ) il n'y a pas, (... ), d'interets (... ) communaux par determination de la loi. Lorsque le legislateur prend un interet en main et qu'il oblige les autorites (... ) communales (... ) a pourvoir a sa satisfaction, c'est qu'il considere cet interet general. S'il en etait autrement, le legislateur n'aurait pas pu, en raison de la competence exclusive des autorites (... ) communales en la matiere, s'occuper de!'interet considere" (16). Prof. J. Dembour onderschat m.i. de ruime bevoegdheid waarover de wetgever krachtens artikel108 van de Grondwet beschikt. Steunend op de verleende bevoegdheid der bevoegdheden zou de wetgever een limitatieve lijst van aangelegenheden van gemeentelijk belang hebben kunnen opsommen. De gemeentelijke belangenkring zou dan volledig op positieve wijze gekwalificeerd zijn. b) Medebewind. Een andere vorm van decentralisatie dan de gemeentelijke autonomie (wat een behartigen van eigen belangen betreft) is het medebewind. Medebewind betreft niet het behartigen van eigen (in casu gemeentelijke) belangen maar het deelnemen aan of het uitoefenen van een taak van algemeen bestuur (17). Zijnde een vorm van decentralisatie impliceert de medebewindsfiguur geen hierarchische ondergeschiktheid ( cfr infra) (18). (14) R.v.St., Van Bael t. Burgemeester en College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Mol, nr 8744, 12 juli 1961, Arr R. v.st., 1961, 7; R.v.St., Van Limberghen t. Gemeente Asse, nr 14637, 30 maart 1971, Arr. R.v.St., 1971, 399. (15) DE VISSCHER, P., Note d'observationssous Cass. 21 octobre 1954, Rec. J. Dr. Adm., 1954, ; BUTTGENBACH, J., a. w.., derde druk, Luik, 1978, 122. (17) MERTENS DE WILMARS, J., De Gemeente in de Gedeconcentreerde en Gedecentraliseerde Staat, CEPESS-Doc., 1963, nr 6, 126. (18) KORTMANN, C.A.I.M., Decentralisatie en Aanwijzigingen, Uitnodigingen en Bevelen, Tijdschrift voor Overheidsadministratie, 1974,

6 De Belgische Grondwet - in tegenstelling tot de Nederlandse - kent de gemeenten niet uitdrukkelijk de bevoegdheid toe in het kader van het medebewind mee te werken aan een taak van algemeen bestuur (19). Men kan dan ook niet ontkennen dat de medebewind-vorderende regeling zelf deze bevoegdheid geeft of een verplichting oplegt. Ongetwijfeld geen probleem voor een medebewind-vorderende wet aangezien de wetgever krachtens artikel 108 G.W. de bevoegdheid der bevoegdheden bezit ten aanzien van de gemeenten. Maar anders...?!! Men mag resumeren dat de vraag wat tot de bevoegdheidsfeer van de gemeente behoort en wat buiten de bevoegdheidssfeer valt, per slot van rekening ondergeschikt is aan de vraag : W at heeft de wetgever aan de gemeente overgelaten? (20). De gemeentelijke autonomie is voor de wetgever dan ook vooral een voorschrift van goed bestuur en niet een positiefrechtelijke regel (21). De wetgever beschikt over een bijna onbeperkte vrijheid (22). B. Deconcentratie. Naast het behartigen van de eigen- d.i. gemeentelijke- belangen worden de gemeenten eveneens betrokken bij de behartiging van aangelegenheden van algemeen of provinciaal belang. Enerzijds onder de vorm van medebewind (cfr supra) en anderzijds onder de vorm van deconcentratie (23). Hier blijven we even stilstaan bij het optreden van de gemeenteorganen als gedeconcentreerde uitvoeringsorganen. De Gemeentewet verschaft hiervoor de volgende gegevens : Artikel 75, eerste lid luidt: ''De gemeenteraad regelt alles wat van gemeentelij k be lang is ; hij beraadslaagt over elk ander onderwerp dat de hogere overheid hem voorlegt". Artikel 90, eerste lid bepaalt: ''Het college van burgemeester en schepenen is belast met : 1 De uitvoering van de wetten en van de besluiten van het algemeen bestuur, alsmede van de verordeningen en besluiten van de provincieraad of van de bestendige deputatie van de provincieraad, wanneer zulks bepaaldelijk aan het college is opgedragen; (... )". (19) zie noot 48. (20) MAST, A., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, zesde druk, Gent-Leuven, 1958, 101. (21) MAST, A., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, zevende druk, Gent-Leuven, 1977, 312. (22) Advies L 13395/VR van R.v.St. in Gedr. St., Senaat, B.Z.1979, nr 261/1, bijlage II, 3; MAST, A., a. w., zevende druk, Gent-Leuven, 1977, 305. (23) R.v.St., Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Oost-Vlaanderen t. nationaal Studiefonds en de Belgische Staat, nr 13666, 8 juli 1969, Arr. R. v.st., 1969,

7 En artikel 90, tweede lid vervolgt: ''De burgemeester is belast met de uitvoering van de wetten en van de besluiten van het algemeen bestuur, alsmede van de besluiten en verordeningen van de provincieraad of van de bestendige deputatie, tenzij zulks uitdrukkelijk aan het college of aan de gemeenteraad is opgedragen (... )". De gemeentelijke organen hebben bijgevolg een dubbele hoedanigheid, nl. gedecentraliseerd orgaan en gedeconcentreerd uitvoeringsorgaan. In hun eerste hoedanigheid nemen ze deel aan het locaal bestuur en in hun tweede hoedanigheid aan vnl. het algemeen bestuur van hetland (24). Het onderscheid is op verschillende vlakken van juridisch belang ondermeer voor de burgerlijke. aansprakelijkheid van het overheidslichaam en voor de bepaling van de politieke verantwoordelijkheid t.a. v. de gemeenteraad (25). De rechtsfiguur van de deconcentratie impliceert een aantal beperkingen voor de bevoegdheid van de organen als gedeconcentreerde organen. Prof. A. Buttgenbach merkt op: "(Dans ce domaine les autorites) ne peuvent agir que sur delegation expresse de la loi ou sur requisition des autorites superieures et dans les conditions que celles-ci determinent" (26). De uitvoeringsopdracht bevat haar eigen grenzen. Zo kan de burgemeester slechts op grond van artikel 11, derde lid van de besluitwet van 14 november 1939 de exploitatie van een drankgelegenheid verbieden als de door die bepaling gestelde voorwaarden voorhanden zijn. Onder meer kan hij niet optreden om red en en dat mindejjarigen in de drankgelegenheid herhaaldelijk betrokken waren bij feiten van openbare zedenschennis en aanranding van de eerbaarheid (27). De deconcentratie omvat bovendien een aantal beperkingen omdat ze nauw verbonden is met het probleem van bevoegdheidsdelegatie. Delegatie doet geen afbreuk aan het recht van de hierarchische overheid om die delegatie ten aile tijde in te trekken, bindende richtlijnen aan de delegatus te verstrekken (28), zijn beslissingen te hervormen of ongedaan te maken, of een beslissing aan zich te trekken (evocatie) (29). Kortom, de gemeentelijke organen, als gedeconcentreerde uitvoeringsorganen, blijven onder hierarchisch gezag van de hogere overheid. (24) ALEN, A., Poging tot een Juridische Begripsomschrijving van Unitarisme, Centralisatie, Deconcentratie, Decentralisatie, Regionalisme, Federalisme en Conjederatie, Heule, 1975, 35. (25) DEMBOUR, J., Droit Administratif, derde druk, Luik, 1978, (26) BUTTGENBACH, A., Manuel de Droit Administratif, I, derde druk, Bn.lssel, 1966, 625. (27) R.v.St., Stragier t. Burgemeester van de Stad Blankenberge en Stad Blankenberge, nr 14672, 16 april 1971, Arr. R. v.st. 1971, 477. (28) R.v.St., Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Oost-Vlaanderen t. Nationaal Studiefonds en rie Belgische Staat nr , 8 juli 1969, Arr. R. v.st., 1969, 774. (29) DE VISSCHERE, F., Algemene Theorie der Rechtshandelingen van het Openbaar Bestuur, Leuven, 1966, 37 e.v. 369

8 Duidelijk is dat de deconcentratie juridisch een vorm van centralisatie blijft. Bij deconcentratie ligt de nadruk op de ruimtelijke spreiding van activiteiten en instellingen. ''Deconcentratie is een middel om de centralisatie zo doeltreffend mogelij k te doen verlopen. Zij betekent dat de centrale organen in de gewesten en zelfs in de afzonderlijke gemeenten dependances vestigen om geheel in overeenstemming met de ambtelijke hierarchie het centrale gezag tot uitvoering te brengen"(30). C. Van autonomie naar medebewind en deconcentratie. De Nederlandse auteur J. T. Buys heeft de verdeling van de bevoegdheden tussen het Rijk en de onderdelen ervan ooit gekenmerkt als "een dading waarvan de inhoud van tijd en omstandigheden afhangt" (31). In dit verband stelt men een "centralisatiereflex" vast van de hogere overheid t.a.v. de ondergeschikte besturen; evenwel geen specifiek Belgisch probleem. Dit wekt het vermoeden dat het al te simplistisch zou zijn de centrale overheid van machtshonger of bemoeizucht te verdenken. De diepste wortels van deze crisis liggen immers bij een gewijzigd maatschappelijk klimaat. Er hebben zich met name belangrijke verschuivingen voorgedaan in het verwachtingspatroon t.a. v. het openbaar bestuur in het algemeen en de locale bestuursvormen in het bijzonder (32). Nooit mag uit het oog verloren worden dat autonomie geen doel op zich is. Centralisatie kan vanuit politiek en bestuurlijk oogpunt onvermijdelijk zijn, bv. wanneer het gaat om het vastleggen van algemene en waar nodig eenvormige beleidslijnen of wanneer de gelijkheid onder de burgers zulks vereist (33). Maar er is meer! De gemeenten zijn niet altijd geconcipieerd voor een aantal taken die ze feitelijk te vervullen kregen. Deze onaangepastheid had zeker te maken met hun territoriale dimensie, maar ook met hun administratieve en juridische organisatiestructuren. Het werkingsmodel, het administratief toezicht, de toekenning van financiele middelen, dateren uit een periode waarin de gemeenten hoofdzakelijk een bestuursopdracht hadden nl. het keurig verzorgen van een aantal welomlijnde diensten. Wanneer nieuwe behoeften opdoken, bv water- en energiebevoorrading, de ruimtelijke ordening, een plaatselijk cultuurbeleid, dan bleken niet enkel de financiele middelen te kart te schieten (30) VANPRAAG, J.P., geciteerd bij ALEN, A., a.w., Heule, 1975, 21. (31) BUYS, J.T., geciteerd in DE MEYER, J., De Territoriale Decentralisatie in de Beneluxlanden, T. Best., 1952, 78. (32) DELMARTINO, F., De Gemeente in de Staatshervorming, Res Publica, 1978, 140. (33) MEYERS, P., De Plaats van de Gemeente bij de Herverdeling van de Politieke Macht, in Decentralisatie, geen Utopie maar Noodzaak, 1973,

9 maar ook de structuren onaangepast te zijn. De gemeenten hebben zich erg pragmatisch uit de slag getrokken door intercommunales op te richten, stadsbedrijven en grondregieen, V.Z. W. 's allerhands maar deze institutionele diversificatie bewijst voldoende de onaangepastheid van het traditionele basispatroon. In plaats van een fundamentele reflexie op gang te brengen over deze ontwikkelingen, heeft ook de centrale overheid de pragmatische weg gekozen. Wanneer zich nieuwe taakdomeinen manifesteren, heeft ze deze ofwel zonder meer voor zich gereserveerd, ofwel zodanig gereglementeerd, aan toezicht onderworpen (34) en financieel geconditioneerd (subsidieringsvoogdij) (35) dater van een gemeentelijke behartiging enkel nog in naam sprake kan zijn. De onaangepastheid van de gemeente om bepaalde taken naar behoren te vervullen d.i. er de beleidsconceptie voor uit te werken en er de realisatie van te verzekeren, heeft dus tot centralisatie geleid en deze feitelijke decentralisatie ontkracht de behoefte aan een fundamentele hervorming van de lokale besturen. Men heeft deze kringloop wei eens de verlammende centralisatiespiraal genoemd (36). Ten aanzien van de gemeentelijke bevoegdheden verdient de overgang van gemeentelijke autonomie naar enerzijds medebewind en anderzijds deconcentratie enige accentuering. Wat de gemeenten als objecten van autonomie zagen verdwijnen, verdween niet noodzakelijkerwijs achter hun horizon. Enerzijds gaat de ontwikkeling van de territoriale decentralisatie in Belgie meer en meer in de richting van medebewind (37). Tekenend voor die evolutie is de wet van 29 maart 1962, houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw. De zeer grote detaillering van de taakstelling in de aanwijzingen van de hogere overheid maken van deze vorm van decentralisatie meer en meer een vorm van deconcentratie (38). Anderzijds- en dit is opmerkelijker- bestaat er de evolutie naar deconcentratie, het betrekken van de gemeentelijke organen bij de beharti- (34) FREY, S., A lgemene Critische Beschouwingen over Bepaalde Aspecten van de Plaatselijke Decentralisatie in Belgie, in Liber Amicorum L. Fredericq, I, Gent, 1966, ; MERTENS DE WILMARS, J., Verleden en Toekomst van de Bestuurlijke Voogdij, T. Best., 1963, 6-9. (35) MERTENS DE WILMARS, J., De Gemeente in de Gedeconcentreerde en Gedecentraliseerde Staat, CEPESS-Doc., 1963, nr 6, 133. (36) DELMARTINO, F., De Gemeentelijke Autonomie in een Nieuw Perspectiej, Gemeente en Provincie, 1978, 148. (37) ALEN, A., Poging tot Juridische Begripsomschrijving van Unitarisme, Centralisatie, Deconcentratie, Decentralisatie, Regionalisme, Federalisme en Confederatie, Heule, 1975, 32. (38) ALEN, A., a. w., Heule, 1975, 32; KORTMANN, C.A.J.M., Decentralisatie en Aanwijzingen, Uitnodigingen en Bevelen, Tijdschrift voor Overheidsadministratie,

10 ging van aangelegenheden van algemeen belang als gedeconcentreerde organen voornamelijk wanneer een wet of, in uitvoering van een wet, een besluit van algemeen bestuur een aangelegenheid regelt die aan de toepassingssfeer van de gemeentelijke autonomie onttrokken werd (39). Deze ontwikkeling, waarvan hier het aspect van de bevoegdheidsverschuiving werd onderlijnd, heeft voor een goed deel van de gemeentelijke autonomie een illusie gemaakt en de gemeente herleid tot een plaatselijk filiaal van het centraal bestuur. De vraag is of er in het jarenlange debat over de staatshervorming een afdoende remedie is gezocht en, indien zo, gevonden om deze aanslag op het "local government" te bestrijden? HOOFDSTUK II. DE HERVORMING VAN DE INSTELLINGEN EN DE GEMEENTELIJKE BEVOEGDHEDEN Ondanks de steeds voortschrijdende centralisatie ontbrak het tijdens de laatste tientallen jaren geenszins aan verklaringen en standpunten waarin het tegenovergestelde werd voorgestaan. Men denke maar aan de talrijke regeringsverklaringen, aan de werkzaamheden van het Harmelcentrum ( 40) en de Commissie voor de Hervorming van de Instellingen (de zgn. Ronde Tafelconferentie) (41). Men denke ook aan de werkzaamheden van de Werkgroep van 28 (42) en de op de resultaten hiervan gebaseerde Mededeling van de Eerste Minister op 18 februari 1970 waarin zowel onder punt 14 bij de voorstellen omtrent de grondwettelijke bepalingen als onder punt 28 bij de voorstellen omtrent de wettelijke bepalingen vermeld wordt: "versteviging van de (... ) gemeentelijke instellingen o.m. door de versoepeling van het toezicht en een uitbreiding van de bevoegdheden" (43). Tegelijkertijd weinig en veelzeggend ; een voorbeeld! A. De Grondwetsherziening van 1970 Van 1968 tot 1971 was het Belgische Parlement een vergadering met grondwet~evende bevoegdheid, die een ingrijpende hervorming van de (39) FREY, S., a. w.,in Liber Amicorum L. Fredericq, I, Gent, 1966, 440. (40) Gedr. St., Kamer, , nr 940, (41) Gedr St., Kamer, , nr 993/1 bijlage C. (42) Verslag van de Werkgroep van 28, CEPESS-Doc., 1969, nr 2, (43) Mededeling van de Eerste Minister van 18/ebruari 1970 CEPESS-Doc., 1969, nr 2,

11 Belgische instellingen bewerkstelligde o.a. door de grondwettelijke basis te leggen voor een communautair en regionaal Belgie. Een welhaast volledige hervorming werd het doel van de plaatselijke instellingen. a) Artike/108 van de Grondwet. Decentralisatie van bevoegdheden : In de teksten die de regering op 28 januari 1969 bij de Senaatscommissie voor de Grondwetsherziening indiende, werd voorgesteld artikel 108, tweede lid, 2 aan te vullen met de volgende tekst: "De materies van provinciaal en gemeentelijk belang die door de wet aan de provincieraden en aan de gemeenteraden zijn toegewezen, kunnen enkel door een uitdrukkelijke bepaling van de wet, geheel of gedeeltelijk aan de bevoegdheid van deze raad worden onttrokken" (44). De bedoeling was de wetgever te verplichten een eenvoudige vormvereiste in acht te nemen telkens hij aan de gemeenten bevoegdheden ontnam zodat dit niet meer impliciet, maar slechts door een uitdrukkelijke bepaling zou kunnen geschieden. De Senaatscommissie meende dat dergelijke vormvereiste overbodig, en zelfs gevaarlijk was. "Het is immers duidelijk", luidt het verslag Dua, "dat de grondwettelijke bepalingen elke betekenis zouden verliezen indien dergelijke gehele of gedeeltelijke onttrekking als mogelijk wordt beschouwd" (45). Een nogal onbegrijpelijke redenering wanneer men weet dat algemeen aanvaard is dat de wetgever de ''bevoegdheid der bevoegdheden'' heeft. Uiteindelijk vond de invoeging van het beginsel "decentralisatie van bevoegdheden naar de provinciale en gemeentelijke instellingen' ', waarvan de wetgever de toepassing behoort te verzekeren, genade in de ogen van de grondwetgever (cfr artikel 108, tweede lid, 3 ). Wat betekent dergelijke explicitering evenwel ten aanzien van de verhouding tussen de Staat en de gemeenten? Wat is de draagwijdte van het nieuwe beginsel? Artikel 108, tweede lid, 3 G.W. bevat geen rechtsregel maar een bepaling met programmatische. inslag, een tot de wetgever gerichte aanbeveling (46). Wat moet de wetgever hiermee aanvangen? Reeds werd erop gewezen dat de centralisatiespiraal, waartegen artikel 108, tweede lid, 3 G.W. op vrij naleve wijze reageert, niet gegrond is op machtshonger of bemoeizucht. De keuze tussen centralisatie- en decentralisatiemaatrege- (44) Verslag Herbiet, Gedr. St.,Senaat, , nr 391, 40. (45) Verslag dua, Gedr. St., Senaat, , nr 583, bijlage 1, 10. (46) VAN ASSCHE, W., Het Gewijzigd Artike/108 van de Grondwet, T. Best., 1970, 302; MAST, A., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, zevende druk, Gent-Leuven, 1977,

12 len bestaat in werkelijkheid slechts in geringe mate voor de verantwoordelijke gezagdragers gewoon omdat centralisatie niet het gewilde gevolg is van een doelbewust gevoerde machtspolitiek (47). De wetgever zal ook na deze beginselverklaring uit dezelfde premissen tot dezelfde conclusies moeten komen. De vrome wens geexpliciteerd in artikel 108 G.W. heeft weinig of niets veranderd aan de aan de gang zijnde evolutie in de verhouding tussen Staat en gemeente. Wil men een ommekeer teweegbrengen in de centralisatie, inbegrepen de, deconcentrering'' van - in essentie - als territoriaal gedecentraliseerde opgevatte instellingen, dan is daarvoor meer no dig dan artikel 108, tweede lid, 3 G.W. Niettemin heeft de grondwetgever zijn wil bevestigd dat hij na 140 jaar nog steeds een staat verlangt waarin "local government" een rol blijft spelen en de wetgever de raad gegeven de gemeenten als gedecentraliseerde instellingen - hetzij onder de vorm van autonomie, hetzij onder de vorm van medebewind ( 48) - zoveel mogelij k te betrekken bij de overheidstaak. "Decentralisatie betekent met de gemeente beginnen en aan de gemeente geven wat ze kan vervullen ; vervolgens naar de streek overgaan om daar aan de streek over te laten al wat zij kan doen om tenslotte op deze wijze aan de staat enkel deze taken te laten die de staat beter dan de andere kan uitoefenen" (49). Dat is de ware zin van artikel 108, tweede lid, 3 G.W. Administratief toezicht: De tekst aangenomen door het Nationaal Congres in 1831 luidde: "5 Het optreden van de Koning of van de wetgevende macht om te beletten dat (... ) gemeenteraden hun bevoegdheid te buiten gaan en het algemeen belang schaden" (50). De nieuwe tekst luidt: "6 Het optreden van de toezichthoudende overheid of van de wetgevende macht, om te beletten dat de wet wordt geschonden of bet algemeen belang geschaad''. Drie wijzigingen zijn aangebracht door de grondwetgever van De toezichthoudende overheid. Het woord "Koning" werd vervangen door "toezichthoudende overheden". Ten aanzien van het algemeen toezicht is de wetgever sedert 1970 dan ook vrij te bepalen wie de toezichthoudende overheid is, net (47) MAST, A., Hervorming van de Staat, Advies van Prof. A. Mast, T. Best., 1975, 3 (48) Deze vorm van decentralisatie wordt door art. 108, tweede lid, 3 voor bet eerste erkend in de Grondwet. Zie: VAN ASSCHE, W., a. w., T. Best., 1970, 303. (49) PISANI, E., Het Belang van de Decentralisatie als Remedie tegen de Technocratie, De Gemeente, 1969, 495. (50) CRAENEN, G., e.a., De Belgische Grondwet van 1831 tot Heden, Leuven,

13 zoals hij steeds vrij is geweest de overheid aan te duiden die hij wil ten aanzien van het bijzonder toezicht (art. 108, tweede lid, 2 ). 2. De overheden waarop toezicht kan worden uitgeoefend. V66r 1970 had de Grondwet het enkel over de gemeenteraad. De rechtspraak heeft er echter nooit aan getwij feld dat het algemeen toezicht ook op andere gemeenteorganen toepasselijk was (51). Dit werd nu grondwettelijk bevestigd en in artikel 108, tweede lid, 6 worden geen organen meer genoemd. 3. De gronden van toezicht. Ten aanzien van het algemeen toezicht waren de toezichtsgronden v66r 1970 machtsoverschrijding en schending van het algemeen belang. "Hun bevoegdheid te buiten gaan" werd vervangen door het ruimer begrip ''de wet schenden''. En werd vervangen door of, zodat legaliteits- en opportuniteitstoezicht voortaan apart kunnen worden georganiseerd. Van die mogelijkheid werd vooralsnog geen gebruik gemaakt. De tekst van artikel 108, tweede lid, 6 is bijgevolg veel soepelder dan de vorige bepaling. Overeenkomstig de algemene strekking van artikel 108 G. W. beschikt de wetgevende macht vanaf 1970 over een zeer grote vrijheid. Volksvertegenwoordiger R. Boel schrijft in zijn verslag: "Regering en wetgever zullen dit vraagstuk dus kunnen onderzoeken en oplossen zonder speciaal door grondwettelijke teksten gebonden te zijn" (52). b) Artike/108bis van de Grondwet. Artikel 108bis werd in de Grondwet ingevoegd op 24 december 1970 (53). Artikel 108ter voorziet in een aantal speciale regelingen voor de Brusselse agglomeratie die hier evenwel onbesproken blijven. Krachtens de artikelen 110 en 113 G.W. hebben de agglomeraties en federaties fiscale bevoegdheid. (51) VAN ACKER, J.,Het Administratief Toezicht op de Agglomeraties en Federaties van Gemeenten en op hun Samenstellende Gemeenten, Heule, 1973, 73. (52) Verslag Boel, Gedr. St., Kamer, , 10 (B.Z. 1968),nr 20/1, 3. (53) 1. De wet richt agglomeraties en federaties van gemeenten op. Zij bepaalt hun inrichting en hun bevoegdheid en verzekert daarbij de toepassing van de beginselen vermeld in artikel 108. Elke agglomeratie en elke federatie heeft een raad en een ilitvoerend college. De voorzitter van het uitvoerend college wordt door de raad uit zijn leden verkozen ; zijn verkiezing wordt door de Koning bekrachtigd; de wet bepaalt zijn statuut.(... ) 2. (... ) 3. Verscheidene federaties van gemeenten mogen zich met elkaar of met een of meer agglomeraties verstaan of zich verenigen, onder de voorwaarden en op de wijze door de wet te bepalen, om zaken die tot hun bevoegdheid behoren gemeenschappelijk te regelen en te beheren. Het is hun raden niet toegestaan samen te beraadslagen (art. 108bis G.W.). 375

14 De Grondwet laat de inrichting van deze instellingen eveneens over aan de wetgever en beperkt zich toe een opsomming van enkele beginselen waarnaar de wetgever zich moet richten. De agglomeratie en federatie zijn instellingen van gemeentelijke aard. De nieuwe overheid is een nieuwe formule van locaal bestuur (54). Grondwettelijk gezien treedt de gemeentelijke macht thans in een dubbele institutionele gedaante naar voren. De aangelgenheden van gemeentelijk belang zullen voor een deel door de gemeente, voor een ander deel door de agglomeratie of federatie worden uitgeoefend (55) - uiteraard in de veronderstelling van hun oprichting. Terwijl de gemeente ter regeling van materies van gemeentelijk belang de algemene en onbepaalde bevoegdheid heeft die haar door de artikelen 31 en 108 G.W. is toegekend, is de bevoegdheid van de agglomeratie of federatie van gemeenten een toegewezen bevoegdheid. Alle aangelegenheden die niet door of krachtens de wet aande agglomeraties of federaties zijn overgedragen blijven behoren tot de bevoegdheid van de gemeenten (56). B. De wet houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten a) Doelstellingen en a/gemeen kader. De grondwettelijke regeling en de uitwerking ervan in de Wet van 26 juli 1971 sluiten aan bij een reeds Ianger werkzame institutionele trend naar inter- en supracommunale samenwerking. Reeds in 1921 werd aan artikel108 G.W. een lid toegevoegd waardoor de mogelijkheid tot vereniging van gemeenten grondwettelijk werd erkend (57). De intercommunales bieden evenwel volgens een algemene opvatting een voorbeeld van ingewikkelde en ondoorzichtige structuren die vrijwel geheel - a fortiori in het geval van gemengde intercommunales - ontsnappen aan elke idee van "responsible and responsive government": zij zijn de typische verschijningsvorm geworden van de wijze waarop een daartoe noch opgeleid noch uitgerust bestuursniveau, improviserend en aanhaken~ aan een wei opgeleid en uitgerust bedrijfsleven, op (54) MAES, R., De Herstructurering van de Gemeenten, De Gemeente, 1975, 19; COENEN, O.,De Rechtstoestand van de Gemeenten na de Wet op de Agglomeraties en Federaties van Gemeenten, R.W., , (55) MAST, A., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, zevende druk, Gent-Leuven, 1977, 373. (56) MAST, A., a. w., zevende druk, Gent-Leuven, 1977, (57) Wet betreffende de vereniging van gemeenten met een doel van openbaar nut van 1 maart 1922 (Stbl. 16 maart 1922). 376

15 avontuur is gegaan met het oog op openbare nutsvoorzieningen (58). Door de invoeging van het artikel 1 08bis G. W., en door de W. 26 juli 1971 werd een meer fundamentele herstructurering van het locaal bestuur doorgevoerd. De doelstellingen van deze hervorming kan men als volgt omschrijven : 1) een rationele verdeling tussen de taken en de verantwoordelijkheden, die op supracommunaal en op gemeentelijk vlak dienen uitgeoefend te worden, 2) een democratische uitbouw van de instellingen met een supracommunaal werkterrein: belangrijk in dat opzicht is dat de raden van deze nieuwe instellingen rechtstreeks door de bevolking zouden worden verkozen (59). Ben goed begrip van de eigenaardige geschiedenis die de agglomeraties en federaties is weggelegd, veronderstelt enige kennis van het kader waarin de Wet houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten (W. 26 juli 1971) (60) is tot standgekomen. De wet werd in een ijltempo door het Parlement gehaald omwille van een ''koppeling'' tussen een Franstalige eis (' 'liberte du pere de famille") en een Nederlandstalige eis (een- voor de Vlamingen- bevredigende inrichting van de organen van de Brusselse agglomeratie). Daar de Brusselse politici afkerig stonden tegenover een aparte regeling, die tot hun grondgebied beperkt zou blijven, moest meteen het kader uitgewerkt worden voor de hervorming van de gemeentelijke instelling in geheel hetland. Na het falen van ontwerp 868 (het zgn. TNT-ontwerp, naar de ministers Tindemans en Terwagne) diende de regering, om een snelle afhandeling te bevorderen een ontwerp van kaderwet in. Ret gevolg was dat er zelfs tussen de meerderheidspartijen geen reele consensus bestond over de juiste omschrijving van de bevoegdheden - die trouwens zeer beperkt werden gehouden - noch over de wijze, waarop deze nieuwe instellingen aldan niet over geheel hetland zouden worden opgericht. Op juridisch vlak vertoont de wet van 26 juli 1971 trouwens talrijke leemten. De wet van 26 juli 1971 bepaalt dat er vijf agglomeraties zijn: de Brusselse, de Antwerpse, de Charleroise, de Gentse en de Luikse (art. 1, eerste lid) en dat iedere gemeente van het Rijk die geen deel uitmaakt van een agglomeratie kan deel uitmaken van een federatie van gemeenten (art. 2, 1). Aileen de Brusselse agglomeratie en de haar randfederaties zijn opgericht en wei bij de wet van 26 juli 1971 zelf. (58) NEELS, L., De Techniek van de Herverdeling van de Wetgevende Bevoegdheid, T. Best., 1980, 217. (59) MAES, R., a. w., De Gemeente, 1975, 19. (60) Stbl. 24 augustus

16 De wet van 26 juli 1971 heeft voor de agglomeraties en federaties van gemeenten een eenvormig stelsel ingevoerd wat de samenstelling en de werking van de organen (met de grondwettelijk bepaalde uitzonderingen voor de Brusselse agglomeratie) en de bevoegdheid betreft. Onderscheid bestaat er tussen de agglomeraties en federaties qua oprichting, het plegen van overleg en het administratief toezicht. b) De bevoegdheden van agglomeraties en federaties van gemeenten. Er werd reeds op gewezen dat de agglomeraties en federaties slechts een toegewezen bevoegdheid hebben. De toewijzing van bevoegdheid stelt zich op een dubbel vlak: Enerzijds werden de agglomeraties en federaties in het!even geroepen om gemeentelijke taken, hoofdzakelijk van technische aard, op een grotere schaal uit te voeren. Het gaat om exclusieve bevoegdheden. De bevoegdheid van de agglomeraties of federaties in materies die hen door de wet of overeenkomstig de wet worden opgedragen, sluit de bevoegdheid van de gemeenten in de bepaalde materies uit (61). Anderzijds zouden ze geroepen zijn tot de vervulling van taken, die de Staat of de provincie hen in het kader van decentralisatie of deconcentratie toekent. Zowel in de Memorie van Toelichting als in het Verslag van de Kamercommissie (62) bij de wet van 26 juli 1971 worden de bevoegdheden van de agglomeraties en federaties ingedeeld in exclusieve bevoegdheden, overgedragen bevoegdheden en toegewezen bevoegdheden. Op basis van het juist gemaakte onderscheid, geniet volgende indeling de voorkeur (63). 1. Overgedragen gemeentelijke bevoegdheden : De wet kent er drie soorten: a. V erplicht overgedragen bevoegdheden van aile samenstellende gemeenten van de agglomeratie of federatie. '' Aan de agglomeratie of aan de federatie wordt de bevoegdheid van gemeenten in de volgende aangelegenheden overgedragen : 1 het aannemen van de algemene plannen van aanleg na het ad vies der gemeenten te hebben ingewonnen in door de Koning te bepalen voorwaarden ; 2 het advies betreffende de bijzondere plannen van aanleg ; 3 het advies over de gewestplannen ; (61) VAN ACKER, J., Het Administratief Toezicht op de Agg/omeraties en Federaties van Gemeenten en op hun Samenstellende Gemeenten, Heule, 1973, 59. (62) Gedr. St., Kamer, , nr 973 1, (63) VAN ACKER, J., a.w., Heule, 1973,

17 4 de bouw- en verkavelingsverordeningen; 5 bet ophalen en verwerken van bet vuilnis ; 6 de waterbeheersing ; 7 bet bezoldigd vervoer van personen ; 8 de economische expansie zoals die bij de wet van 30 december 1970 is vastgesteld ; 9 de beveiliging en de bescherming van bet leefmilieu, hierin begrepen de groene zones, de bestrijding van bet gerucht en de bezoedeling alsook de vernieuwing van bet landschap ; 10 de brand weer ; 11 de dringende geneeskundige hulpverlening" (art. 4, 2 W.A. & F). b. Vrijwillig overgedragen bevoegdheden van aile samenstellende gemeenten van de agglomeratie of federatie. ''Met de toestemming of op verzoek van minstens de helft van de gemeenten die tot de agglomeratie of de federatie behoren, en voor zover deze gemeenten twee derde van de bevolking vertegenwoordigen, kan de agglomeratie of federatie bet volgende regelen: o.a. 1 bet aanleggen, de overname, bet beheer en de verlichting van wegen van de agglomeratie of van de federatie, de aanvullende reglementen op de politie van bet verkeer op deze wegen, de rooilijnplannen, alsook de afgifte van verkavelingsvergunningen die de aanleg of de wijziging van deze wegen inhouden ; (... ) 5 de openbare parkings; 6 de bevordering, bet onthaal en de informatie _betreffende bet toerisme; (... ) 9 de inrichting van diensten voor technische hulp aan de samenstellende gemeenten die tot de agglomeratie of federatie behoren".(art. 2, 3 W. & F.). c. Vrijwillig overgedragen bevoegdheden van een of meer gemeenten die van de agglomeratie of federatie deel uitmaken. ''De agglomeratie of federatie oefent de bevoegdheden uit die de agglomeratieraad of de federatieraad aanvaardt uit te oefenen op verzoek van een of meer gemeenten van hun gebied" (art. 4, 4, 2 W.A. & F.). De laatste categorie is een open categorie waarvoor de wetgever geen beperkende opsomming van bevoegdheden geeft die kunnen worden overgedragen zodat de vraag naar de grenzen van die bepaling open blijft. Destijds werd de vraag gesteld of dit gebrek aan beperkende opsomming wei in overeenstemming was met de Grondwet daar bet aan de gemeenten zou toekomen om, alleszins tot op zekere hoogte, te bepalen welke de bevoegdheid zou zijn van de agglomeraties en federaties. 379

18 Artikel 108bis G.W. zegt dat de wet de bevoegdeid van de agglomeraties en federaties van gemeenten bepaalt. Overtreedt de wetgever dit grondwettelijk voorschrift niet wanneer hij toelaat dat elke gemeenteraad de wettelijk bepaalde bevoegdheden van de agglomeratie en federatie vrij kan aanvullen, aldus de redenering (64). Aan de gemeenten wordt aldus een opvallend belangrijke rol toebe-: deeld bij het bepalen van de bevoegdheden van de agglomeratie en federatie. Het aantal onmiddellijk - zonder tussenkomst van de gemeente- toegekende bevoegdheden is bperkt gehouden. Dit was geenszins bet geval in het TNT-ontwerp dat de regering oorspronkelijk had ingediend. In dit ontwerp werden onmiddellijk ruimere bevoegdheden toegekend aan de nieuwe instellingen (65). Tegen zoveel onmiddellijk overgedragen bevoegdheden reeds verzet in bet Parlement. Vandaar dat werd voorzien in een ruime tussenkomst van de gemeenten in de wet van 26 juli buidelijk is dat de toegewezen taken voornamelijk uitvoerend zijn. De mogelijkheid werd zo geschapen om tot een bonte mozalek van bevoegdheidsverdelingen te komen tussen de agglomeratie of federatie enerzijds en de gemeenten anderzijds. De bevoegdheden van de verschillende agglomeraties of federaties zouden in aanzienlijke mate kunnen verschillen. Hetzelfde geldt voor de gemeenten. Zelfs binnen een agglomeratie of federatie kunnen de organen, zowel van de agglomeratie of federatie als van de gemeenten, bevoegdheden hebben die in min of meerdere mate verschillend zouden zijn van gemeente tot gemeente. Dit roept zonder twijfel bezwaren van bestuurstechnische aard op. Maar bet is alleszins een soepele oplossing waarbij geleidelijk bevoegdheden kunnen worden overgeheveld van de gemeente naar de agglomeratie of federatie. Een uniforme, voor gans bet land geldende regeling, wordt zo vermeden en bij de bevoegdheidsoverheveling kan men ruim rekening houden met de concrete omstandigheden zoals de aard van de bevolking, de bestaande infrastructuur en de specifieke noden van de streek (66). 2. Gedecentraliseerde of gedeconcentreerde bevoegdheden van de Staat of van de provincie. (64) COENEN, 0., De Rechtstoestand van de Gemeenten na de Wet op de Agg/omeraties en Federaties van Gemeente, R.W., ,1136. zie ook advies van de Raad van State bij bet wetsvoorstel GILSON-Spinoy, geciteerd in de Memorie van Toelicbting bij bet wetsvoorstel betreffende de districten, Gedr. St., Kamer, , nr 367/1, 20. (65) Gedr. St., Kamer, , nr 866/1, artt (66) COENEN, 0., De Rechtstoestand van de Gemeenten na de Wet op de Agg/omeraties en Federaties van Gemeenten, R.W., ,

19 ''De agglomeratie of federatie oefent de bevoegdheden uit van de Staat of van de provincie, die hun 'in het kader van de decentralisatie of deconcentrati~ worden toegekend" (art. 4, 4, 1 W.A. & F.). 3. Recht van aanmoediging en aanbeveling. ''De agglomeraties en federaties van gemeenten moedigen de coordinatie van de gemeentelijke activiteiten aan, met name de technlsche coordinatie van de gemeentelijke politiediensten" (art. 4, 1 W. A. & F.). "Voor elk ander probleem dat de agglomeratie of de federatie aanbelangt, is het deze toegelaten aanbevelingen tot de gemeentelijke overheid te richten. Binnen de in de aanbeveling vastgestelde termijn laat de overheid weten welk gevolg zij daaraan heeft verleend" (art. 4, 5 W. A. & f.). c) Het administratief toezicht. De wet van 16 juli 1971 voorziet in een nieuwe regeling van bet administratief toezicht ten aanzien van gemeenten die deel uitmaken van een agglomeratie of een federatie. Artikel 56 heeft het toezicht als volgt geregeld: '' 1. Het administratief toezicht op de agglomeraties (... ) en op de gemeenten die tot de agglomeratie behoren, wordt door de Koning aileen uitgeoefend. Dit toezicht wordt uitgeoefend voor al de aangelegenheden waarvoor het ten aanzien van de gemeenten is voorgeschreven. 2. De bestendige deputatie van de provinciale raad oefent het administratief toezicht uit op de federaties alsook op de gemeenten die tot de federatie behoren. (... ) 4. De beslissingen waarvoor goedkeuring vereist is zijn van rechtswege uitvoerbaar indien de toezichthoudende overheid daaraan geen goedkeuring heeft onthouden binnen veertig dagen na ontvangst ervan door de bevoegde Minister of door de bestendige deputatie van de provinciale raad, naar gelang het geval. Elke onthouding van goedkeuring met met redenen worden omkleed. 5. Artikel125 van de provinciewet is niet van toepassing op de beslissingen bedoeld in 2 en 4 van dit artikel. (... )". Dit betekent een impliciete wijziging van de Gemeentewet inzake bestuurlijk toezicht: 1) Voor de gemeenten behorende tot een agglomeratie of federatie is er slechts een toezichthoudende overheid : de Koning of de Bestendige Deputatie. 2) Het voorafgaand advies van de Bestendige Deputatie, dat aan som- 381

20 mige goedkeuringsbeslissingen van de Koning voorafgaat (bv. art. 76 Gem. W.) vervalt. 3) de regeling is toepasselijk op alle vormen van toezicht (advies, machtiging, goedkeuring, schorsing, vernietiging). 4) Zoals het algemeen toezicht moet nu ook het bijzonder toezicht binnen een bepaalde termijn worden uitgeoefend, zoniet is de beslissing van rechtswege uitvoerbaar (stilzwijgende goedkeuring). Artikel 56, 6 voegt hieraan toe: ''Bij een Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de nadere regelen voor de uitoefening van het administratief toezicht, daarbij in ieder geval toepassing makend van de beginselen van de artikelen 86, 87 en 88 van de Gemeentewet". In de door het K.B. van 6 juni 1972 tot regeling van het administratief toezicht vastgestelde procedure is aan de gouverneur een belangrijke taak toebedeeld o.a. de schorsingsbevoegdheid, een afwijking van de letter van de wet. Door de Wet van 26 juli 1971 werden een aantal verbeteringen aan het administratief toezicht op de gemeenten aangebracht. De zaken waren er voor een goed deel duidelijker en eenvoudiger op geworden Vooral de rechtszekerheid werd erdoor gediend. Men denke maar aan de afschaffing van het voorafgaand advies, de invoering van een termijn ' voor het bijzonder toezicht en het aanduiden van een toezichthoudende overheid. De hervorming bleef evenwel slechts beperkt tot 105 gemeenten (de Brusselse agglomeratie en de randfederaties). Ze behoort inmiddels reeds tot het verleden, tenzij voorlopig voor de 19 Brusselse gemeenten. d) Het einde van een nauwe/ijks begonnen experiment (?). De vijf Brusselse randfederaties werden door de Wet van 30 december 1975 "houdende de bekrachtiging van Koninklijke Besluiten genomen in uitvoering van de Wet van 23 juli 1971 betreffende de samenvoeging van gemeenten en de wijziging van hun grenzen, en afschaffing van de randfederaties opgericht door de Wet van 26 juli 1971 (... )" afgeschaft (67). De afschaffing gebeurde in ruil voor de fusies in Vlaams Brabant. Hoger werden reeds enkele aanwijzingen gegeven waaruit blijkt dat noch in het Parlement noch in het land de politieke wil aanwezig was om van de federaties en agglomeraties levende instellingen te maken. Belangrijk is dat velen de fusies als een alternatief zijn gaan zien voor de agglomeraties en federaties. Eerste Minister Tindemans verklaarde (67) Artikel 2 (Stbl. 23 januari 1976). 382

Omzendbrief BB 2007/03

Omzendbrief BB 2007/03 Omzendbrief BB 2007/03 Omzendbrief Aan de provinciegouverneurs Aan de colleges van burgemeester en schepenen Aan de leden van de deputaties Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies, gemeenten en districten. Stuk 1070 (2006-2007) Nr.

ONTWERP VAN DECREET. houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies, gemeenten en districten. Stuk 1070 (2006-2007) Nr. Stuk 1070 (2006-2007) Nr. 1 Zitting 2006-2007 18 januari 2007 ONTWERP VAN DECREET houdende vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies, gemeenten en districten 2700 LEE Stuk 1070 (2006-2007)

Nadere informatie

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter A. Alen en de rechters-verslaggevers E. Derycke en P. Nihoul, bijgestaan door de griffier F.

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter A. Alen en de rechters-verslaggevers E. Derycke en P. Nihoul, bijgestaan door de griffier F. Rolnummer 5970 Arrest nr. 157/2014 van 23 oktober 2014 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming,

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

Van deze beschikking werd aan de partijen kennis gegeven.

Van deze beschikking werd aan de partijen kennis gegeven. Rolnummer : 18 Arrest nr. 25 van 26 juni 1986 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 20 maart 1984 houdende het statuut van de logiesverstrekkende

Nadere informatie

De Zesde Staatshervorming

De Zesde Staatshervorming De Zesde Staatshervorming Grondwetsherzieningen en het provinciale bestuursniveau VVP Colloquium 19/10/2013 Jürgen Vanpraet Kabinet van de Staatssecretaris voor Staatshervorming en voor de Regie der Gebouwen

Nadere informatie

Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986

Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986 Rolnummer : 26 Arrest nr. 20 van 25 juni 1986 In zake : de prejudiciële vraag gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen bij arrest van 26 september 1985 in de zaak van de N.V. TRENAL tegen DE BUSSCHERE

Nadere informatie

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt:

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet. Artikel 2 Bij het Ministerie

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking GRO..M Mechelen

Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking GRO..M Mechelen Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking GRO..M Mechelen HOOFDSTUK 1: ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Art. 1 De GRO..M is de advies- en participatieraad van de stad Mechelen met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking

Nadere informatie

De hiërarchie der normen

De hiërarchie der normen De hiërarchie der normen De hiërarchie der normen houdt in dat er een rangorde bestaat tussen de verschillende reglementaire teksten. Dit betekent dat een lagere norm niet mag indruisen tegen een hogere

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD ONTWERP VAN DECREET. houdende aanvulling van de wet van 26 maart 1971. de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging

VLAAMSE RAAD ONTWERP VAN DECREET. houdende aanvulling van de wet van 26 maart 1971. de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging Stuk 228 (1983-1984) - Nr. 1 VLAAMSE RAAD ZITTING 1983-1984 6 DECEMBER 1983 ONTWERP VAN DECREET houdende aanvulling van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 houdende de organisatie van het toezicht, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode

Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 houdende de organisatie van het toezicht, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode 1 Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 houdende de organisatie van het toezicht, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. In dit besluit

Nadere informatie

hierna elk afzonderlijk "de Autoriteit" en gezamenlijk "de Autoriteiten" genoemd,

hierna elk afzonderlijk de Autoriteit en gezamenlijk de Autoriteiten genoemd, 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten over de buitenlandse beleggingsondernemingen De Nationale Bank van België (hierna "de Bank"),

Nadere informatie

TC/95/86. Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;

TC/95/86. Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid; TC/95/86 BERAADSLAGING Nr. 95/58 VAN 24 OKTOBER 1995, GEWIJZIGD OP 12 MEI 1998, BETREFFENDE DE MEDEDELING BUITEN HET NETWERK VAN SOCIALE GEGEVENS VAN PERSOONLIJKE AARD DOOR DE INSTELLINGEN VAN SOCIALE

Nadere informatie

DE BEROEPSINSTANTIE. Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;

DE BEROEPSINSTANTIE. Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur; Beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement coördinatie Administratie Kanselarij en Voorlichting Boudewijnlaan 30 1000 Brussel tel. secretariaat:

Nadere informatie

Rolnummer 2338. Arrest nr. 8/2003 van 22 januari 2003 A R R E S T

Rolnummer 2338. Arrest nr. 8/2003 van 22 januari 2003 A R R E S T Rolnummer 2338 Arrest nr. 8/2003 van 22 januari 2003 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 18 mei 2001 tot wijziging van het decreet van 30 maart

Nadere informatie

BESTUURSMEMORIAAL VU.Hilaire Ost, Provinciegriffier, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200, Sint-Andries

BESTUURSMEMORIAAL VU.Hilaire Ost, Provinciegriffier, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200, Sint-Andries INHOUD 23. PLP33 betreffende de jaarrekening 2002 van de politiezones. Algemene directie Directie Politiebeheer 24. Omzendbrief BA-2004/01 van 13 februari 2004 tot aanvulling van de omzendbrief BA-1998/01

Nadere informatie

Rolnummer 5794. Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T

Rolnummer 5794. Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T Rolnummer 5794 Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 28 juni 2013 houdende diverse bepalingen

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 SEPTEMBER 2007 S.07.0003.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.07.0003.F A. T., Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LUIK.

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN SCSZ/05/69 1 BERAADSLAGING NR. 05/026 VAN 7 JUNI 2005 M.B.T. DE RAADPLEGING VAN HET WACHTREGISTER DOOR DE DIENST VOOR ADMINISTRATIEVE CONTROLE VAN HET RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 29 / 95 van 27 oktober 1995 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 95 / 029 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2012-2013 33 691 Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Waterschapswet (institutionele

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Non bis in idem bij belasting op verkrotting. tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten

Non bis in idem bij belasting op verkrotting. tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten Non bis in idem bij belasting op verkrotting tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten 1. Het non bis in idem beginsel De invulling van het non bis in idem beginsel is in de loop der jaren geëvolueerd.

Nadere informatie

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse Instellingen, inzonderheid op de artikelen 42 en 63;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse Instellingen, inzonderheid op de artikelen 42 en 63; Samenwerkingsakkoord tussen de staat, de gemeenschappen, de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie en de gewesten tot oprichting van een algemene gegevensbank Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus

Nadere informatie

Gewesten en gemeenschappen

Gewesten en gemeenschappen Staten en kiesstelsels België België is, anders dan Nederland, een federatie. Juist ook omdat België een land is met verschillende taalgebieden, is de structuur van deze staat veel ingewikkelder dan die

Nadere informatie

De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand

De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand De bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid en sociale bijstand Jan Velaers Materiële bevoegdheidsverdeling Federale overheid: residuaire bevoegdheden Gemeenschappen: toegewezen bevoegdheden o.m.

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

A-2015-033-ESR. Minister Gosuin. Aanvrager. Aanvraag ontvangen op 18 mei 2015. Aanvraag behandeld door

A-2015-033-ESR. Minister Gosuin. Aanvrager. Aanvraag ontvangen op 18 mei 2015. Aanvraag behandeld door ADVIES Voorontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques 16 juni 2015 Economische

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies nummer 06/04 van de Vlaamse Jeugdraad, gegeven op 1 februari 2006;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies nummer 06/04 van de Vlaamse Jeugdraad, gegeven op 1 februari 2006; Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 september 2003 ter uitvoering van het decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en de stimulering

Nadere informatie

Rolnummer 3739. Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T

Rolnummer 3739. Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T Rolnummer 3739 Arrest nr. 79/2006 van 17 mei 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 413bis tot 413octies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 1-6 Europese economische samenwerkingsverbanden en economische samenwerkingsverbanden De Europese Ministerraad hechtte op 25 juli 1985 zijn goedkeuring

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

Reactie NautaDutilh. Reactie NautaDutilh op het ambtelijk voorontwerp voorstel

Reactie NautaDutilh. Reactie NautaDutilh op het ambtelijk voorontwerp voorstel Reactie NautaDutilh consultatie Wet bestuur en toezicht rechtspersonen Reactie NautaDutilh op het ambtelijk voorontwerp voorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen NautaDutilh N.V. Marianne de Waard-Preller

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende de verlaging van het tarief van het verkooprecht voor beroepspersonen. Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1.

ONTWERP VAN DECREET. houdende de verlaging van het tarief van het verkooprecht voor beroepspersonen. Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1. Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 11 september 2008 ONTWERP VAN DECREET houdende de verlaging van het tarief van het verkooprecht voor beroepspersonen 4602 FIN Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1 2

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1 VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 --------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 7, 3

Nadere informatie

Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T

Rolnummer 2485. Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T Rolnummer 2485 Arrest nr. 84/2003 van 11 juni 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de wet van 4 juli 2001 tot wijziging van artikel 633 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door

Nadere informatie

STATUTEN CULTUURRAAD

STATUTEN CULTUURRAAD STATUTEN CULTUURRAAD 1. DOELSTELLING Art.1 Het Decreet op het lokaal en geïntegreerd Cultuurbeleid van 12 juli 2001 bepaalt dat de organisatie van advies en inspraak voor het cultuurbeleid een bevoegdheid

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 JUR 10 FIN 10 EUROJUST 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 JUR 10 FIN 10 EUROJUST 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 10 FIN 10 EUROJUST 1 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE DIENST AAN DE BESPREKINGEN VAN HET BEGROTINGSCOMITE nr. Comv.: 12130/02 FIN 333

Nadere informatie

BONDIGE GESCHIEDENIS VAN DE HOGE RAAD VAN FINANCIEN

BONDIGE GESCHIEDENIS VAN DE HOGE RAAD VAN FINANCIEN BONDIGE GESCHIEDENIS VAN DE HOGE RAAD VAN FINANCIEN 1. De huidige Hoge Raad van Financiën vindt haar oorsprong in het Koninklijk Besluit van 31 januari 1936 houdende instelling van een hoogen raad van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

WET VAN 5 MEI 2014 BETREFFENDE DIVERSE AANGELEGENHEDEN INZAKE DE PENSIOENEN VAN DE OVERHEIDSSECTOR. (B.S. 02.06.2014) Uittreksels

WET VAN 5 MEI 2014 BETREFFENDE DIVERSE AANGELEGENHEDEN INZAKE DE PENSIOENEN VAN DE OVERHEIDSSECTOR. (B.S. 02.06.2014) Uittreksels FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID WET VAN 5 MEI 2014 BETREFFENDE DIVERSE AANGELEGENHEDEN INZAKE DE PENSIOENEN VAN DE OVERHEIDSSECTOR. (B.S. 02.06.2014) Uittreksels De Kamers hebben aangenomen

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 47 Landsverordening van de 2 de juli 2014, tot wijziging van de Sanctielandsverordening inzake de wijze van implementatie van vastgestelde sanctieverordeningen

Nadere informatie

Beginselen van het Nederlands Staatsrecht

Beginselen van het Nederlands Staatsrecht Prof.mr. A.D. Belinfante Mr. J.L. de Reede Beginselen van het Nederlands Staatsrecht druk Samsom H.D. Tjeenk Willink Alphen aan den Rijn 1997 VOORWOORD II AFKORTINGEN 13 I INLEIDING 15 1. Benadering van

Nadere informatie

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T

Rolnummer 2847. Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T Rolnummer 2847 Arrest nr. 57/2004 van 24 maart 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 394 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vóór de wijziging ervan bij de

Nadere informatie

Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie

Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Vlaamse Regering Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Kanselarij Boudewijnlaan 30 1000 Brussel T. secretariaat:

Nadere informatie

Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018

Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018 Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018 1. DOELSTELLING : ADVIES EN INSPRAAK BIJ HET LOKAAL CULTUURBELEID 1.1. Met het oog op de voorbereiding en de evaluatie van het

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T Rolnummer 5847 Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 347-2 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het

Nadere informatie

~LGEMEEN rn5eheerscç:omite

~LGEMEEN rn5eheerscç:omite ~LGEMEEN rn5eheerscç:omite VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN- Opgericht bij de wet van 30 december 1992 Jan Jacobsplein, 6 1 000 Brussel Tei.:02 54643 40 Fax :02 546 21 53 ABC Advies 2011/08 Brussel,

Nadere informatie

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries Advies Gemeenteraad Westland Prof. mr. D.J. Elzinga Mr. dr. F. de Vries Inhoud Casus... 2 Vragen... 2 Benoeming van publieke bestuurders... 3 Onduidelijkheid in wet- en regelgeving... 4 Dubbele geheimhouding?...

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid Stuk 825 (2005-2006) Nr. 1 Zitting 2005-2006 28 april 2006 ONTWERP VAN DECREET houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid 1879 FIN Stuk

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie

ALGEMEEN HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR NORMALISATIECOMMISSIES

ALGEMEEN HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR NORMALISATIECOMMISSIES ALGEMEEN HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR NORMALISATIECOMMISSIES Artikel 1 : Geldingskracht 1.1. Dit algemeen huishoudelijk reglement werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur van het NBN tijdens zijn vergadering

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s.

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s. Stuk 437 (1996-1997) Nr. 2 VLAAMS PARLEMENT Zitting 1996-1997 6 november 1996 VOORSTEL VAN DECREET van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s. houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) PUBLIC 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 INLEIDENDE NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met het verbeteren van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen alsmede de uniformering van enkele bepalingen

Nadere informatie

Rolnummer 2704. Arrest nr. 109/2003 van 22 juli 2003 A R R E S T

Rolnummer 2704. Arrest nr. 109/2003 van 22 juli 2003 A R R E S T Rolnummer 2704 Arrest nr. 109/2003 van 22 juli 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 1, 3, eerste lid, van artikel III, overgangsbepalingen, van de wet van 14 juli 1976 betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1

Inleiding / Doel van de vraag om advies. Belangrijkste gegevens van het dossier. Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom AFWIJKING 2004/1 Samenvatting van het advies met betrekking tot een vraag om afwijking van de regel die het bedrag beperkt

Nadere informatie

IAB-Info. Inhoud. Beroep. Economie

IAB-Info. Inhoud. Beroep. Economie Nummer 4 16 29 februari 2004 IAB-Info Inhoud 16e jaargang Beroep c Bestuur en aandeelhouderschap van erkende professionele vennootschappen Deze bijdrage strekt ertoe een overzicht te bieden van zowel de

Nadere informatie

Rolnummer 5552. Arrest nr. 161/2013 van 21 november 2013 A R R E S T

Rolnummer 5552. Arrest nr. 161/2013 van 21 november 2013 A R R E S T Rolnummer 5552 Arrest nr. 161/2013 van 21 november 2013 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 378 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals vervangen bij artikel 380 van

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten. Advies. van de Raad van State

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten. Advies. van de Raad van State stuk ingediend op 1529 (2011-2012) Nr. 11 20 juni 2012 (2011-2012) Ontwerp van decreet houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten Advies van de Raad van

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie Waterloola Kantoren : Regentsch Tel. : 02 Fax : 02 / COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 20 / 97 van 11 september

Nadere informatie

2.3.2. Wie is er bevoegd om het huishoudelijk reglement op te stellen?

2.3.2. Wie is er bevoegd om het huishoudelijk reglement op te stellen? DEEL 1: DE IDENTITEITSKAART VAN DE VZW 23 de wijze van benoeming, ambtsbeëindiging en afzetting van de bestuurders, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij die uitoefenen, ofwel alleen, ofwel

Nadere informatie

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en E. De Groot, bijgestaan door de griffier L.

A R R E S T. samengesteld uit voorzitter M. Melchior en de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en E. De Groot, bijgestaan door de griffier L. Rolnummer 2235 Arrest nr. 158/2001 van 11 december 2001 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 41 van de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/07/162 BERAADSLAGING NR. 07/059 VAN 6 NOVEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST 1) Omschrijving van de arbeidsovereenkomst Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

Rolnummers 4293, 4294, 4295 en 4296. Arrest nr. 138/2008 van 22 oktober 2008 A R R E S T

Rolnummers 4293, 4294, 4295 en 4296. Arrest nr. 138/2008 van 22 oktober 2008 A R R E S T Rolnummers 4293, 4294, 4295 en 4296 Arrest nr. 138/2008 van 22 oktober 2008 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 3, 1, b), en 9, 1, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke

Nadere informatie

In artikel 23 van dezelfde wet, worden de onderdelen b), c), d) en f) opgeheven.

In artikel 23 van dezelfde wet, worden de onderdelen b), c), d) en f) opgeheven. HOOFDSTUK 1 Geestelijke gezondheidszorg-beroepen Afdeling 1 Wijziging van de wet van 4 april 2014 tot regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen en tot wijziging van het koninklijk besluit nr.78

Nadere informatie

Studiedag over pensioenen 09.06.2015

Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Dames en heren, Studiedag over pensioenen 09.06.2015 Vooreerst dank ik u voor de uitnodiging op deze studiedag. U hebt mij uitgenodigd om te spreken over een fundamentele kwestie: «Met welke uitdagingen

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007; SCSZ/07/122 1 BERAADSLAGING NR. 07/036 VAN 2 OKTOBER 2007 MET BETREKKING TOT MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 1025 GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE N. 2008 92 VLAAMSE OVERHEID [C 2007/37387]

Nadere informatie

Rolnummer 3009. Arrest nr. 39/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T

Rolnummer 3009. Arrest nr. 39/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T Rolnummer 3009 Arrest nr. 39/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 21 van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-,

Nadere informatie

De Wet goed onderwijs, goed bestuur: vormen van toezicht

De Wet goed onderwijs, goed bestuur: vormen van toezicht 3 De Wet goed onderwijs, goed bestuur: vormen van toezicht Op 1 augustus 2010 is de Wet goed onderwijs, goed bestuur in werking getreden. Een van de elementen uit deze wettelijke regeling is de verplichting

Nadere informatie

REGLEMENT INZAKE VESTIGINGS- EN UITBATINGVERGUNNING VOOR NACHTWINKELS

REGLEMENT INZAKE VESTIGINGS- EN UITBATINGVERGUNNING VOOR NACHTWINKELS dienst ruimtelijke ordening R E G L E M E N T Gemeenteraad van 28-11-2013 REGLEMENT INZAKE VESTIGINGS- EN UITBATINGVERGUNNING VOOR NACHTWINKELS HOOFDSTUK 1: BEGRIPPENKADER Artikel 1: defintities Voor de

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 09 / 96 van 3 mei 1996 ---------------------------------- O. ref. : 10 / A / 96 / 008 BETREFT : Ontwerp van koninklijk besluit tot

Nadere informatie

Rolnummer 3055. Arrest nr. 119/2005 van 6 juli 2005 A R R E S T

Rolnummer 3055. Arrest nr. 119/2005 van 6 juli 2005 A R R E S T Rolnummer 3055 Arrest nr. 119/2005 van 6 juli 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 180, derde lid, van de gemeentewet van 30 maart 1836, zoals ze werd aangevuld bij de wet van

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling 4. Ondernemingen die investeren in een raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk Art. 194ter.

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T Rolnummer 4100 Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 12, 1, en 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof

Nadere informatie

Brus sel, 19 mei 2008. Mijn heer de mi nis ter-pre si dent,

Brus sel, 19 mei 2008. Mijn heer de mi nis ter-pre si dent, 1608 Brus sel, 19 mei 2008 Mijn heer de mi nis ter-pre si dent, Wij hebben de eer U ter bekrachtiging door de Vlaamse Regering het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing

Nadere informatie

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies aan Mevrouwen de Voorzitsters en de Heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Definities HOOFDSTUK III. - De organisatienota HOOFDSTUK IV. - Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

Rolnummer 2845. Arrest nr. 200/2004 van 15 december 2004 A R R E S T

Rolnummer 2845. Arrest nr. 200/2004 van 15 december 2004 A R R E S T Rolnummer 2845 Arrest nr. 200/2004 van 15 december 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over de wet van 23 december 1986 betreffende de invordering en de geschillen ter zake van provinciale

Nadere informatie

Handleiding besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding

Handleiding besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding Handleiding besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding November 2009 1. Inleiding Aanleiding voor deze handleiding is de constatering dat in de praktijk met betrekking tot besloten vergaderingen

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE ONDERNEMINGEN, GEWIJZIGD DOOR DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 BIS VAN 10 NOVEMBER

Nadere informatie

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T Rolnummer 5633 Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 «houdende invoering van een sociale

Nadere informatie

Toelichting op de Coördinatieverordening

Toelichting op de Coördinatieverordening Toelichting op de Coördinatieverordening Hoofdstuk 1: Algemene toelichting 1. Coördinatieregeling ex artikel 3.30 Wro Afdeling 3.6 Wro bevat verschillende coördinatieregelingen voor Rijk, provincie en

Nadere informatie

Rolnummer 5855. Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T

Rolnummer 5855. Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T Rolnummer 5855 Arrest nr. 178/2014 van 4 december 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13, tweede lid, van de wet van 3 juli 1967 betreffende preventie van of de schadevergoeding

Nadere informatie