verslag referendumcommissie van de werkzaamheden van de

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "verslag referendumcommissie van de werkzaamheden van de"

Transcriptie

1 verslag van de werkzaamheden van de referendumcommissie

2 INHOUDSOPGAVE Conclusies en aanbevelingen 5 1. Inleiding 9 2. Referendum Het eerste nationale referendum Wet raadplegend referendum Europese Grondwet Totstandkoming van de wet Inhoud van de wet De Referendumcommissie Samenstelling en benoeming De taken van de Referendumcommissie Juridische positie Taakopvatting Arbeidsvoorwaarden Secretariaat De tijdfactor De referendumperiode Samenvallen referendumperiode met vakantieperioden Het begin van de referendumperiode Concluderende opmerkingen De Vaststelling van de dag van de stemming De wettelijke taak De datum Concluderende opmerkingen Het advies over de referendumvraag Taak en achtergrond De referendumvraag Concluderende opmerkingen Het vaststellen van een feitelijke samenvatting van het verdrag De wettelijke taak Twee gelijkluidende versies Inhoud en kritiek De feitelijke samenvatting in verschillende vormen De samenvatting en andere voorlichting Concluderende opmerkingen 29

3 7. De verstrekking van subsidies De wettelijke taak De regeling Inrichting regeling Politieke partijen Publiciteit Termijnen Uitvoering van de regeling Verslag gesubsidieerde activiteiten De gesubsidieerde activiteiten Financiële verantwoording Juridische procedures Wet openbaarheid van bestuur Concluderende opmerkingen Voorlichting, publiciteit en communicatie Publiciteit en woordvoering Contacten Advertenties Website Concluderende opmerkingen Financiën Budgetten Financiële stromen 47 Bijlagen 49 I. Samenstelling Referendumcommissie en secretariaat 49 II. Relevante wetteksten 50 III. Besluit vaststelling datum 54 IV. Advies over referendumvraag en -datum aan de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties 55 V. Tekst van de samenvatting 57 VI. Subsidieregeling raadplegend referendum Europese Grondwet 69 VII. Advertentie oproep subsidieaanvragen 80 VIII. Advertentie aankondiging samenvatting 81 IX. Overzicht subsidieontvangers 82 X. Financieel overzicht 90

4

5 Conclusies en aanbevelingen De wetgever heeft de Referendumcommissie ingesteld als een zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Haar leden zijn benoemd door de Tweede Kamer. De commissie is in juridische zin geen verantwoording aan derden verschuldigd. Zij heeft haar onafhankelijke, onpartijdige en objectieve positie voortdurend bewaakt. Zij deed dit onder meer door haar werk in de luwte te verrichten en te voorkomen dat zij in de maatschappelijke discussie zou worden betrokken. Voor het in onafhankelijkheid uitvoeren van taken en bevoegdheden is een zbo-status naar de mening van de Referendumcommissie niet vereist. Deze status kent bovendien enkele nadelen, waaronder de relatieve oneindigheid van het bestaan van de - als tijdelijk bedoelde - commissie. Deze verslaglegging vindt plaats onder voorbehoud van de afronding van de werkzaamheden van de commissie. Dit betreft hoofdzakelijk de definitieve afwikkeling van de subsidies. De tijdfactor heeft bij dit referendum een belangrijke rol gespeeld. De eerste taak van de Referendumcommissie was het zo spoedig mogelijk (in overeenstemming met de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) vaststellen van de dag van de stemming. Daarvoor was de werkelijke keuzemogelijkheid aanzienlijk kleiner dan de wettelijke periode doet vermoeden. Dit was enerzijds het gevolg van vakantieperiodes. Anderzijds vielen aan het begin van de periode woensdagen uit als gevolg van de noodzakelijke voorbereidingstijd voor de feitelijke samenvatting en de subsidieverlening. Het referendum betrof een gecompliceerd verdrag. De wetgever had bepaald dat een objectieve feitelijke samenvatting wordt verspreid en dat subsidies worden toegekend ter bevordering van het publieke debat. Het was dan ook problematisch om, zoals de wetgever deed, de periode waarbinnen het referendum zou kunnen plaatsvinden al te laten beginnen vijfentachtig dagen na de benoeming van de leden van de referendumcommissie. Het is lastig om binnen die termijn een feitelijke samenvatting vast te stellen en te laten drukken en verspreiden, alsmede een subsidieregeling vast te stellen en uit te voeren en daarna nog voldoende tijd over te houden voor het publieke debat. Nu vond de stemming plaats op de honderddertiende dag na de dag waarop de leden van de Referendumcommissie waren benoemd, en nog was de tijd voor debat en campagne kort. Vooral de aanvragers van subsidie hebben dit als een bezwaar gevoeld. De Referendumcommissie is van mening dat er weinig tijd beschikbaar was voor de aanvraag van subsidies en de beoordeling en toekenning daarvan. Als de referendumdatum later had kunnen vallen en de voorbereidingsfase dus langer was geweest, had de feitelijke samenvatting langer beschikbaar kunnen zijn en was er meer tijd geweest voor het indienen en afhandelen van subsidies. 5

6 Hoewel het niet tot haar wettelijke taken behoorde, heeft de Referendumcommissie de minister geadviseerd over de referendumvraag. Wat betreft de tekst op het stembiljet baseerde de Wet raadplegend referendum Europese Grondwet zich op de Tijdelijke referendumwet. Dit bracht niet alleen mee dat er in beginsel geheel géén vraag zou worden gesteld, hetgeen de commissie onwenselijk achtte, maar ook dat het wettelijk kader beperkingen bevatte voor de inhoud van de alsnog gestelde vraag. Er is enige kritiek geweest op de lengte van de vraag. Deze zou daardoor minder leesbaar en begrijpelijk zijn. Deze lengte vloeit echter vooral voort uit het wettelijk kader: zowel de (lange) naam van het verdrag als de keuze voor of tegen moesten in de vraag voorkomen. Dit geeft tegelijk ook het antwoord op de vraag waarom de Nederlandse referendumvraag niet met ja of nee kon worden beantwoord. Indien het in een vergelijkbare situatie niet mogelijk blijkt een duidelijke en correcte referendumvraag in een (ad hoc)wet op te nemen, verdient het naar de mening van de commissie aanbeveling om de formulering van de referendumvraag over te laten aan een referendumcommissie, zonder dat daaraan beperkingen worden gesteld. Inzake de taak van de commissie een feitelijke samenvatting van het verdrag op te stellen, heeft de wetgever een regeling vastgesteld. De commissie deed door de dubbele verspreiding van de samenvatting meer dan de wet verlangde. Deze schreef slechts voor dat de burgemeester ervoor zorgdraagt dat de feitelijke samenvatting ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming aan het adres van de kiezers wordt bezorgd. Omdat de Referendumcommissie dat tijdstip te laat achtte, besloot zij tot een eerdere verspreiding. Het later door de zorg van de burgemeester verspreide vouwblad moest, omdat de wet deze wijze van verspreiding van de feitelijke samenvatting had voorgeschreven, opnieuw de volledige tekst van de feitelijke samenvatting bevatten. Dat ontnam de Referendumcommissie de mogelijkheid om op dat moment een kortere, meer toegankelijke versie te laten verspreiden. Als de wetgever minder stringent had voorgeschreven door wiens zorg de feitelijke samenvatting aan de kiezers bezorgd had moeten worden, zou de vrijheid bestaan hebben een andere folder te laten verspreiden door de zorg van de burgemeester in de periode van de bezorging van de oproepingen voor de stemming. Een referendumcommissie behoort op dit punt een grotere vrijheid van handelen te hebben. De opvatting van de wetgever dat de voorlichting door middel van bezorging aan de kiezers van de feitelijke samenvatting kon wachten tot slechts enkele weken voor de dag van de stemming, was niet gelukkig. Met betrekking tot de doeltreffendheid en de effecten van de door de commissie verstrekte subsidie is de commissie van oordeel dat een bedrag van 1 miljoen euro in vergelijking met de aangetoonde behoefte aan fondsen van een bescheiden niveau is. De verdeling vooraf in categorieën ( ,- voor vóór- en tegenstanders, en ,- voor organisaties die het debat wilden stimuleren) heeft goed gewerkt. De belangstelling voor het organiseren van debat was aanzienlijk groter dan de Referendumcommissie vooraf had verwacht. Ook de deelname aan neutrale activiteiten is over het algemeen groot geweest. Zeker als politieke partijen in de toekomst via de Wet subsidiëring politieke partijen geen gebruik meer (hoeven te) maken van additionele subsidieregelingen, is het wenselijk de verhouding tussen voor- en tegenstanders en neutrale activiteiten anders te regelen. 6

7 De opzet van de wetgever was dat de discussie zou doordringen tot in de haarvaten van de samenleving. De commissie is van mening dat de subsidiëring binnen de grenzen van het niveau van het beschikbare bedrag aan dat doel heeft beantwoord. De subsidies zijn in nagenoeg alle gevallen verantwoord besteed. Zij vergrootten de betrokkenheid van de kiezer bij de problematiek van het verdrag en hebben ertoe bijgedragen dat zich een brede discussie over de betekenis van Europa voor de burger op nagenoeg alle niveaus in de samenleving kon ontwikkelen. Niettemin blijft het de vraag of de besteding van de subsidiegelden niet meer effect zou hebben gesorteerd, als de subsidieontvangers meer tijd zouden hebben gehad voor het indienen van hun verzoeken en voor het uitvoeren van hun activiteiten. De Referendumcommissie beantwoordt deze vraag positief en geeft in overweging (ook) op dit onderdeel van het referendum kennis te nemen van ervaringen die elders zijn opgedaan. De door de wet ingegeven opstelling van de Referendumcommissie leidde ertoe dat zij in de vrije publiciteit weinig aandacht kreeg. Naarmate de strijd tussen voor- en tegenstanders van goedkeuring van het verdrag intensiever en scherper werd, nam de belangstelling van de media voor onpartijdige informatie en toelichting op het verdrag af. De makers van actualiteitenrubrieken, discussieprogramma s en talkshows zagen in de Referendumcommissie met haar onpartijdige opstelling kennelijk geen aantrekkelijke deelnemer. De vraag is of het anders had gekund. Daarnaast heeft de commissie enkele malen publiekelijk kritiek op haar werkzaamheden gekregen. De commissie kon en wilde - onder meer in verband met haar door de wetgever bepaalde onafhankelijke positie - deze kritiek niet via de media pareren. De Referendumcommissie is van mening dat zij op grond van de wet in de publiciteit niet anders kon optreden dan zij heeft gedaan. Met het oog op mogelijke toekomstige referenda zal de vraag beantwoord moeten worden of een andere wettelijke basis een referendumcommissie niet meer armslag zou moeten geven. 7

8 8

9 1 Inleiding Op woensdag 1 juni 2005 vond het referendum plaats over de instemming van Nederland met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Dit referendum werd gehouden op initiatief van de Tweede Kamer, op grond van de Wet raadplegend referendum Europese Grondwet (WrrEG). De wetgever heeft een referendumcommissie in het leven geroepen. 1 Deze had tot taak de datum voor het referendum vast te stellen, een samenvatting van het verdrag te maken en een bedrag van 1 miljoen euro aan subsidies te verstrekken voor campagnes inzake het referendum. Daarnaast heeft de commissie een (niet op de wet gebaseerd) advies over de referendumvraag uitgebracht. Met dit verslag voldoet de Referendumcommissie aan haar wettelijke verplichting tot verslaglegging over de werkzaamheden, het gevoerde beleid en de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in de praktijk. Dit verslag bevat hierna acht hoofdstukken. Hoofdstuk 2 is gewijd aan het eerste nationale referendum en zijn wettelijke grondslag. Hoofdstuk 3 beschrijft de commissie zelf, haar taken en het al dan niet wettelijk kader van haar werkzaamheden, waaronder de tijdfactor die daarbij een belangrijke rol speelde. De hoofdstukken 4 tot en met 7 bevatten de verslaglegging over de werkzaamheden die de commissie op grond van haar taken heeft verricht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de voorlichting, publiciteit en communicatie betreffende de werkzaamheden van de commissie. Hoofdstuk 9 bevat enige beschouwingen over de financiën die de commissie tot haar beschikking had. Conclusies en aanbevelingen in diverse hoofdstukken zijn beknopt voorafgaand aan het verslag opgenomen. In de zaal zaten en stonden ruim 450 mensen. Op de stoep stonden nog eens 150 belangstellenden, maar voor hen was geen ruimte meer. (Politiek & Cultureel Debatcentrum DwarsDiep) 9 1 Zie hoofdstuk 9 (artikelen 24 tot en met 26) WrrEG. De referendumcommissie is sindsdien door zichzelf en door anderen overigens als de Referendumcommissie betiteld, vaak met toevoeging van het adjectief onafhankelijke.

10 10

11 2 Referendum 2.1. Het eerste nationale referendum Een nationaal referendum heeft sinds de Grondwet van 1814 in Nederland nooit plaatsgevonden. Ten tijde van het referendum bestond er - behalve in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden - geen algemene regeling inzake enige vorm van een referendum op landelijk niveau. De invoering van een beslissend correctief referendum, waarvoor een herziening van de Grondwet is vereist, is tweemaal gesneuveld in de Staten-Generaal. De Tijdelijke referendumwet, die handelde over het raadgevend correctief referendum, is op 1 januari 2005 vervallen. Het referendum van 1 juni 2005 was gebaseerd op een ad-hocwet. Over dit referendum merkt de commissie het volgende op Wet raadplegend referendum Europese Grondwet Totstandkoming van de wet Het voorstel voor een Wet raadplegend referendum Europese Grondwet is op 20 mei 2003 aanhangig gemaakt door de leden van de Tweede Kamer Karimi, Dubbelboer en Van der Ham. Na de schriftelijke voorbereiding vond de plenaire behandeling door de Tweede Kamer plaats op 20 november De Kamer aanvaardde het wetsvoorstel op 25 november Toen bestond de verwachting dat de onderhandelingen over het verdrag op een zodanig tijdstip zouden worden afgerond, dat een referendum over het verdrag zou kunnen worden gecombineerd met de verkiezing van de leden van het Europese Parlement op 10 juni Toen duidelijk werd dat dat niet mogelijk zou zijn, besloten de initiatiefnemers tot indiening van een novelle, houdende een regeling voor de vaststelling van de dag van de stemming los van de verkiezing van de leden van het Europese Parlement. Daarmee voldeden de indieners aan een wens van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat van de Eerste Kamer. Nadat de Tweede Kamer ook de novelle had aanvaard, vond op 18 januari 2005 de plenaire behandeling van beide wetsvoorstellen door de Eerste Kamer plaats. Op 25 januari 2005 aanvaardde deze de voorstellen. De wet kwam twee dagen later tot stand. 2 Het Besluit raadplegend referendum Europese Grondwet, houdende uitvoeringsregels van enige artikelen van de WrrEG, werd eveneens van kracht Inhoud van de wet De WrrEG voorziet in het houden van een raadplegend referendum over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Dit verdrag is op 29 oktober 2004 in Rome mede namens het Koninkrijk der Nederlanden ondertekend. Het is op 16 december 2004 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. De WrrEG sluit op veel punten aan bij 11 2 Gepubliceerd in Staatsblad 2005, 44 en 45.

12 de toen nog geldende Tijdelijke referendumwet. Wat de organisatie van de stemming betreft sluit de wet aan bij de Kieswet. Een raadplegend referendum op initiatief van de wetgever is uniek in Nederland. Tijdens de parlementaire behandeling is dan ook uitvoerig gesproken over de vraag waarom in dit geval een dergelijk referendum geëigend zou zijn. De initiatiefnemers waren van mening dat het constitutionele karakter van de onderhavige verdragsherziening noopt tot een sterkere legitimatie door de burgers direct te betrekken bij de instemming met het verdrag. 3 Daarmee is de plaats van een dergelijk referendum in een stelsel van representatieve democratie nog niet zonder meer duidelijk. De initiatiefnemers hebben de uitslag van het referendum steeds bestempeld als een zwaarwegend advies aan de wetgever, die de mogelijkheid behoudt het advies naast zich neer te leggen. 4 Gelet op de eigen verantwoordelijkheid van ieder die bij het ratificatieproces een taak heeft, stond daarmee echter niet vast hoe zwaar ieder van hen het advies in de praktijk zou laten wegen. Doordat de regering zich met de ondertekening van het verdrag verplicht had de ratificatie ervan te bevorderen, kon zij met betrekking tot het referendum geen neutrale positie innemen. Mede om die reden heeft de wetgever een aantal taken die normaliter onder verantwoordelijkheid van een minister zouden vallen, opgedragen aan een onafhankelijke referendumcommissie. Aanvankelijk was het de bedoeling van de initiatiefnemers dat de minister de leden van de commissie zou benoemen. Nadat gebleken was dat zowel de minister als de meerderheid van de Tweede Kamer het consequenter achtten dat de Kamer zelf de leden van de commissie zou benoemen, werd het wetsvoorstel in die zin aangepast. Het argument hiervoor was dat het bij het referendum zou gaan om een advies aan de Kamer. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer is nog aan de orde geweest of ook deze Kamer een rol zou moeten spelen bij de benoeming van de leden van de commissie. Dat leidde echter niet tot wijziging van de regeling. De kosten zijn hoger uitgevallen dan aanvankelijk begroot. Dit had vooral te maken met het beperkte tijdpad waarin een en ander gerealiseerd moest worden. (Federatie van Ouderverenigingen) 12 3 Kamerstukken II 2002/03, , nr. 3, blz A.w., blz. 12.

13 3 De Referendumcommissie 3.1. Samenstelling en benoeming Centraal bij de toekenning van taken aan de Referendumcommissie stond de onafhankelijke positie van de commissie. Daarom bepaalt de WrrEG dat de leden van de Referendumcommissie worden benoemd door de Tweede Kamer der Staten-Generaal, op voordracht van een aantal met name genoemde adviesorganen: de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (voordracht voorzitter), de Kiesraad, de Adviesraad internationale vraagstukken, de Raad voor het openbaar bestuur en de Sociaal-Economische Raad. 5 De genoemde raden kozen voor een gezamenlijke voordracht, zo bleek uit de brief van de voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur, prof. dr. J.A. van Kemenade, aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 25 januari Voor de functie van voorzitter van de referendumcommissie werden in een bijlage bij die brief twee kandidaten voorgedragen; voor de - vier - leden werd een voordracht van acht personen gedaan. De vaste Kamercommissies voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Europese Zaken besloten in een gezamenlijke vergadering op 1 februari de Kamer te adviseren uit de voorgedragen kandidaten de volgende personen te benoemen: prof. mr. C.A.J.M. Kortmann (voorzitter), mr. T. Elzenga, mr. F. Korthals Altes, mevrouw E.J. van Oostveen en de heer G.J. Schutte (zie ook bijlage 1). De Kamer volgde dit advies en ging op 8 februari tot benoeming over. Op 10 februari vond in de Tweede Kamer de installatie van de commissie plaats. De commissie beschikte over een door de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties benoemd secretariaat (zie paragraaf 3.6). Vergaderingen De commissie vergaderde plenair achtmaal. Reeds op vrijdag 18 februari vergaderde zij voor de eerste keer; op 25 februari vond de tweede vergadering plaats. De daaropvolgende vergaderingen vonden plaats op 11 maart, 30 maart, 27 april, 27 mei, 17 juni en 17 augustus. Alle vergaderingen vonden plaats in het gebouw waarin de Projectgroep Referendum Europese Grondwet is gevestigd, op het adres Herengracht 21 te Den Haag. Hier was voor de Referendumcommissie een aparte vergaderruimte beschikbaar en de leden beschikten over een eigen bureau met een internetaansluiting. Buiten de vergaderingen waren er veel contacten tussen de leden en het secretariaat door middel van telefoon- en, vooral, verkeer. Hierdoor kon het aantal vergaderingen beperkt blijven De taken van de Referendumcommissie De taken van de commissie op grond van de wet zijn: a. het zo spoedig mogelijk vaststellen van de dag van de stemming in overeenstemming met de minister; >> 13 5 Artikel 24 WrrEG.

14 >> b. het vaststellen van een feitelijke samenvatting van het verdrag; c. het verstrekken van subsidies ten behoeve van maatschappelijke initiatieven die zich ten doel stellen het publieke debat in Nederland over het verdrag dan wel het referendum te bevorderen. Met het oog op deze taak moest de commissie met inachtneming van de wettelijke bepalingen een subsidieregeling vaststellen. 6 Daarnaast heeft de Referendumcommissie op verzoek van de minister geadviseerd over de inhoud van een referendumvraag. De bepaling dat de vaststelling van de dag van de stemming in overeenstemming met de minister geschiedt, hangt samen met de verantwoordelijkheid van de minister voor de organisatie van de stemming, vergelijkbaar met zijn verantwoordelijkheid voor de organisatie van verkiezingen. Over de inhoud van de feitelijke samenvatting zijn tijdens de parlementaire behandeling wel wensen geuit en suggesties gedaan, maar er is uitdrukkelijk toe besloten deze door de commissie in onafhankelijkheid te laten bepalen. Mede naar aanleiding van kritische kanttekeningen van de Raad van State is tijdens de parlementaire behandeling overwogen of de vaststelling van een subsidieregeling wel tot de taak van de commissie zou moeten behoren. De Raad achtte het in het algemeen onwenselijk dat een algemeen verbindend voorschrift wordt vastgesteld door zelfstandige bestuursorganen, omdat deze zijn onttrokken aan democratische controle. De initiatiefnemers hechtten er echter aan dat een onafhankelijke instantie de criteria voor de verstrekking van subsidies zou vaststellen. De wetgever volgde hen in dit standpunt Juridische positie Blijkens de WrrEG en haar geschiedenis heeft de Referendumcommissie een onafhankelijke en onpartijdige positie. Haar leden zijn benoemd door de Tweede Kamer. Zij zijn niet aan de instructies van de regering of de Kamers onderworpen. Zij zijn in juridische zin geen verantwoording aan derden verschuldigd. De commissie behoeft slechts een verslag van haar werkzaamheden - het onderhavige verslag - aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden en dit algemeen verkrijgbaar te stellen. De leden kunnen niet worden ontslagen. Hun taak eindigt slechts op eigen verzoek en door vervallenverklaring van de WrrEG. Deze bijzondere positie van de leden, die lijkt op die van rechters, hangt samen met de wettelijke taken van de Referendumcommissie. Zelfstandig bestuursorgaan De Referendumcommissie is in het leven geroepen als een zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Zbo s kunnen worden omschreven als bestuursorganen die geen eigen democratische legitimatie bezitten en die niet werkzaam zijn onder politieke verantwoordelijkheid, dat wil zeggen verantwoordelijkheid jegens een algemeen vertegenwoordigend orgaan (Staten- Generaal, provinciale staten, gemeenteraad). 7 De wetgever achtte het van groot belang dat de commissie haar taken zo onafhankelijk mogelijk zou uitvoeren. 8 Dit betrof niet alleen het opstellen van de samenvatting maar ook de verstrekking van subsidies. De consequentie 14 6 Artikel 26 WrrEG. 7 Andere openbare lichamen in de Grondwet, Advies modernisering hoofdstuk 7 van de Grondwet deel III, Raad voor het openbaar bestuur, december Zie bijv. Kamerstukken II 2002/03, , nr. 3, blz. 13, en A, blz. 6.

15 hiervan was dat de commissie niet alleen was belast met de toekenning van subsidies maar ook met de beslissing op bezwaarschriften en het nemen van eventuele andere besluiten inzake subsidies, zoals (gedeeltelijke) terugvordering. Uit het oogpunt van onpartijdigheid pleit het één en ander voor deze constructie. Maar er zijn ook bezwaren aan verbonden, zoals een mogelijk tekort aan deskundigheid, het tijdsbeslag dat deze activiteiten op de commissie leggen en de juridische of feitelijke onmogelijkheid van toepassing van wetten als de Wet integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Een ander bezwaar dat de zbo-status meebrengt is de relatieve oneindigheid van het bestaan van de - toch als tijdelijk bedoelde - commissie: juridische procedures kunnen tot ver na de referendumdatum worden gevoerd. Zolang er procedures lopen, en zelfs zolang de mogelijkheid bestaat dat een juridische procedure tegen de commissie wordt geopend, moet de commissie (met een secretaris) blijven bestaan. Het kan dan gaan om procedures in verband met subsidiëring door de commissie, maar ook bijvoorbeeld om een procedure voor de Nationale ombudsman, die nog tot een jaar na beëindiging van de activiteiten van de commissie kan worden ingesteld. Voor het in onafhankelijkheid uitvoeren van taken en bevoegdheden is een zbo-status naar de mening van de Referendumcommissie niet vereist. Inzake het maken van een samenvatting spreekt dit voor zich zelf, nu daaraan geen rechtsgevolgen zijn verbonden. Maar het geldt ook voor de subsidiëring. 9 Overwogen kan worden een eventuele toekomstige commissie met betrekking tot subsidiëring een (zwaarwegende) adviesbevoegdheid te verlenen. Het is dan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (of voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijkrelaties) die de besluiten neemt en de uitbetaling verricht en daaraan desgewenst een onderzoek in het kader van de Wet Bibob vooraf kan doen gaan Taakopvatting De Referendumcommissie heeft haar onafhankelijke, onpartijdige en objectieve positie voortdurend bewaakt, onder meer door haar werk in de luwte te verrichten en te voorkomen dat zij in de maatschappelijke discussie zou worden betrokken. Daar waar publiekelijk commentaar werd geleverd op onderdelen van haar werkzaamheden, heeft zij het publieke debat gemeden om elke schijn van een politieke stellingname of van partijdigheid te vermijden. In het publieke debat is deze bijzondere positie van de commissie niet altijd voldoende begrepen en in acht genomen. 11 In de media en bij de kiezers kon dat tot verwarring over haar rol leiden. De wettelijke taken van de Referendumcommissie zijn beperkt (zie paragraaf 3.2). De Referendumcommissie heeft zich in hoofdzaak gehouden aan deze taken. Op enige onderdelen heeft zij deze, met inachtneming van de wet en haar eigen positie, ruimer opgevat. Zo heeft zij de tekst van haar samenvatting tweemaal laten verspreiden, terwijl de wet slechts éénmaal voorschrijft. Verder heeft zij een website geopend, waarop op diverse wijzen nadere informatie over het referendum, de subsidieverlening en het verdrag kon worden verkregen. Tevens was er een Informatiepunt waar telefonisch, per en per brief inlichtingen konden worden ingewonnen. Voorts gaf de Referendumcommissie persconferenties en interviews en ontving zij enige buitenlandse delegaties Zo ook de Raad van State, zie Kamerstukken II 2002/03, , A, blz. 6, punt 4b. Zie ook paragraaf De commissie had, om Bibob-onderzoek mogelijk te maken, de mogelijkheid daartoe moeten opnemen in haar subsidieregeling en vervolgens over de gehele regeling goedkeuring moeten vragen aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie. Dit achtte zij niet passend bij haar positie. Maar ook gezien de beperkt beschikbare tijd zou een Bibob-onderzoek onmogelijk zijn. Zie ook paragraaf Zie in het bijzonder de hoofdstukken 6 en Zie verder hoofdstuk 8.

16 3.5. Arbeidsvoorwaarden Over de arbeidsvoorwaardelijke kant van de positie van leden van de Referendumcommissie is in de WrrEG noch in enige andere wet iets geregeld. Over de vraag wie - de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Tweede Kamer - afspraken met de leden van de commissie over arbeidsvoorwaarden zou moeten maken en welke juridische vorm deze zouden moeten krijgen, bestond aanvankelijk dan ook onduidelijkheid, vooral nu het ging om een commissie waarvan de leden door de Tweede Kamer zijn benoemd. Deze onduidelijkheid is pas enige tijd na de benoeming opgeheven op grond van een verzoek van de voorzitter van de Tweede Kamer aan de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties om de administratieve afhandeling van de benoemingen ter hand te nemen. Vervolgens konden in overleg tussen het ministerie en de commissie afspraken over de tegemoetkoming voor de verrichte werkzaamheden worden uitgewerkt. Er werd een vaste beloning vastgesteld, ter hoogte van voor de voorzitter, en voor de leden. Bij Koninklijk Besluit van 31 maart 2005 werd de hoogte van de beloning vastgelegd. 13 Deze is, aldus ook de toelichting op het besluit, in overeenstemming met artikel 3, tweede lid, van het Vacatiegeldenbesluit Bij brief van 26 april 2005 van de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties is het besluit aan de leden toegezonden Secretariaat Artikel 25 WrrEG bepaalt dat de commissie een secretaris heeft en dat deze voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig is aan de commissie. Ook andere medewerkers kunnen aan de secretaris worden toegevoegd. De minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties benoemt de secretaris en de andere medewerkers. Gedurende de maanden februari tot en met augustus stond de commissie een secretariaat ter beschikking. Secretaris was mr. E.A. van Bonzel. Verder bestond het secretariaat uit twee juridisch medewerkers, een (parttime) voorlichter en een secretaresse. 14 Gedurende een aantal weken in de maanden maart en april waren aan dit team twee juridisch medewerkers ten behoeve van de behandeling van het grote aantal subsidieverzoeken toegevoegd. Het secretariaat van de Referendumcommissie maakte in organisatorische zin deel uit van de Projectgroep Referendum Europese Grondwet (PREF). Deze projectgroep was ingesteld door de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de organisatie van het referendum, het organiseren van een opkomstbevorderende campagne en de secretariële ondersteuning van de Referendumcommissie. Vanuit het Informatiepunt Referendum Europese Grondwet, dat eveneens onderdeel vormde van deze projectgroep, werd objectieve informatie verstrekt, onder meer in reactie op vragen die door burgers aan de Referendumcommissie werden gesteld. De Referendumcommissie heeft geen aanwijzingen dat de organisatorische inbedding van het secretariaat tot ongewenste vermenging van taken heeft geleid. Toch zou zij het juister geacht hebben, als het secretariaat los gestaan zou hebben van andere ambtelijke (project)groepen die bij de voorbereiding van het referendum betrokken waren. De commissie denkt hierbij aan de figuur die ook bij kabinets(in)formaties voorkomt, waarbij ambtenaren die de kabinets(in)formateur bijstaan, tijdelijk zijn ontslagen uit de hiërarchie Besluit van 31 maart 2005, nr , houdende toekenning van een vaste beloning aan de voorzitter en de overige leden van de referendumcommissie, genoemd in artikel 24 van de Wet raadplegend referendum Europese Grondwet. 14 Zie bijlage I.

17 van het ministerie waarvoor zij werkzaam zijn en waarbij zij wat hun materiële arbeidsvoorwaarden betreft aangesteld blijven. Ook zou het juister zijn geweest als de Referendumcommissie haar post niet via het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zou hebben ontvangen, maar over een eigen postbus zou hebben beschikt De tijdfactor De referendumperiode De korte tijd die verliep tussen de dag van de benoeming van de leden van de Referendumcommissie en de periode waarin het referendum moest plaatsvinden, was een factor van betekenis. Dit gold zowel voor de vaststelling van de dag van de stemming (hoofdstuk 4) als bij de vaststelling en de verspreiding van de feitelijke samenvatting (hoofdstuk 6), en vooral bij de subsidietoekenning en de behandeling van de bezwaarschriften tegen beschikkingen waarbij aangevraagde subsidies waren afgewezen (hoofdstuk 7). De initiatiefnemers gingen aanvankelijk uit van de mogelijkheid dat de stemming inzake het referendum zou samenvallen met de dag waarop in Nederland de verkiezing van leden van het Europees Parlement zou plaatsvinden. Dit zou zich voordoen indien de WrrEG vóór 22 april 2004 in werking zou zijn getreden en het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa voor het Koninkrijk vóór die dag zou zijn ondertekend, dan wel in de Intergouvernementele Conferentie vóór die dag overeenstemming zou zijn bereikt over de tekst van het verdrag. 15 Aan geen van deze voorwaarden is echter voldaan. Het initiatiefvoorstel regelde verder wanneer de stemming zou plaatsvinden, als voor 22 april 2004 geen overeenstemming over het verdrag zou zijn bereikt dan wel de wet op of na 22 april 2004 in werking zou treden. 16 Ook bepaalde het voorstel dat, indien de dag van de stemming zou vallen in de periode van 15 juni tot en met 7 september 2004, de stemming zou plaatsvinden op 8 september Zo werd voorkomen dat de stemming zou plaatsvinden in de vakantieperiode. Als gevolg van vertraging van zowel de overeenstemming tussen de lidstaten van de Europese Unie over het verdrag, als de afhandeling van het voorstel van WrrEG, hebben de initiatiefnemers op 26 mei 2004 in verband met het tijdstip van het referendum een voorstel van wet tot wijziging van de WrrEG aanhangig gemaakt. In het nieuwe artikel 8, dat ingevolge deze wijzigingswet in de plaats is getreden van het oorspronkelijke artikel 8, kreeg de referendumcommissie tot taak zo spoedig mogelijk de dag van de stemming vast te stellen, in overeenstemming met de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. 18 Als gevolg van deze wijziging werd als dag van de stemming aangewezen: een woensdag binnen een termijn die aanvangt op de vijfentachtigste dag en eindigt vijf maanden na de datum met ingang waarvan de leden van de referendumcommissie zijn benoemd Dit was opgenomen in artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b, WrrEG. 16 Artikel 8, eerste lid, onderdelen c tot en met e, WrrEG. 17 Artikel 8, tweede lid, WrrEG. 18 Artikel 8, eerste lid, WrrEG. 19 Artikel 8, tweede lid, onderdeel a, WrrEG.

18 Om te voorkomen dat de stemming in de vakantieperiode zou vallen, werden de artikelen 110, derde lid, en 111 van de Tijdelijke referendumwet (met enige aanpassingen) van toepassing verklaard. 20 Als gevolg hiervan zou de stemming niet kunnen plaatsvinden in de periode van 1 juli tot en met 15 augustus. De data die in die periode vallen, werden opgeschort tot na afloop van die periode. Deze vakantieperiode volgens de - inmiddels vervallen - Tijdelijke referendumwet begon later en eindigde vroeger. Zij was dus korter dan die van het oorspronkelijke voorstel. De leden van de Referendumcommissie zijn benoemd op 8 februari Aldus begonnen de termijnen van vijfentachtig dagen en vijf maanden te lopen op 9 februari Het referendum moest dus worden gehouden op een woensdag, vallende tussen 4 mei en 9 juli De eerst mogelijke datum van het referendum was 4 mei en de laatst mogelijke zou zijn 6 juli Zoals hierboven uiteengezet kon het referendum niet vallen tussen 1 juli en 15 augustus. Voor woensdag 6 juli kwam woensdag 17 augustus in de plaats. Zou niet verwezen zijn naar de Tijdelijke referendumwet, maar de oorspronkelijke bepaling van artikel 8, tweede lid, zijn aangepast voor het jaar 2005, dan zou de stemming in plaats van op een der woensdagen tussen 14 juni en 6 september 2005, zijn gehouden op 7 of 14 september Samenvallen referendumperiode met vakantieperioden De Referendumcommissie moest dus bij de bepaling van de dag van de stemming een woensdag vaststellen, die zou vallen in de periode van 4 mei tot 1 juli of op 17 augustus. De Referendumcommissie was van mening dat 17 augustus nog binnen de periode van de schoolvakanties zou vallen. Dat was ook het oordeel van de Kiesraad. Bovendien zou de laatste periode van de voorlichting over het verdrag en de campagne voor of tegen instemming met dit verdrag dan eveneens gedurende de vakantieperiode (ook van leden van het kabinet) en het reces van Kamerleden vallen. Stemming op 17 augustus achtte de Referendumcommissie daarom niet wenselijk. Zij zag zich dus beperkt tot de periode van 4 mei tot en met 29 juni Het begin van de referendumperiode Gelet op de complexiteit van de materie waarover een uitspraak van de kiezers werd gevraagd, was een betrekkelijk lange periode van voorlichting en maatschappelijk debat vereist. Die periode zou niet geheel of gedeeltelijk mogen samenvallen met vakantieperiodes van grote groepen kiezers of van politieke ambtsdragers. Zij zou pas kunnen beginnen na de verspreiding van de feitelijke samenvatting van het verdrag, die de Referendumcommissie moest vaststellen. Die periode kon pas goed beginnen, nadat subsidieaanvragers de beschikking over (een voorschot op) de subsidie hadden verkregen om daarmee hun activiteiten te bekostigen. Voorbereiding en bekendmaking van de subsidieregeling vergden tijd. De tijd die beschikbaar was voor het aanvragen van subsidies en het beslissen daarop, was kort. Die tijd kon niet nog meer worden ingekort. De eerste vier woensdagen (maand mei) in de voor stemming aangewezen periode, kwamen om deze redenen niet in aanmerking als dag van de stemming Artikel 8, derde lid, WrrEG.

19 Concluderende opmerkingen De tijdfactor speelde reeds onmiddellijk toen de Referendumcommissie zich aan haar eerste taak zette om zo spoedig mogelijk (in overeenstemming met de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) de dag van de stemming vast te stellen. Bij een referendum over een gecompliceerd onderwerp, waarvoor de wetgever bepaalt dat een objectieve feitelijke samenvatting wordt verspreid en waarvoor subsidies worden toegekend ter bevordering van het publieke debat, is het onwenselijk de referendumperiode al te laten beginnen vijfentachtig dagen na de benoeming van de leden van de referendumcommissie. Het is zeer moeilijk om binnen die termijn een feitelijke samenvatting vast te stellen en te laten drukken en verspreiden, alsmede een subsidieregeling vast te stellen en uit te voeren en daarna nog voldoende tijd over te houden voor het publieke debat. Nu vond de stemming plaats op de honderddertiende dag na de dag waarop de leden van de Referendumcommissie waren benoemd, en nog was de tijd voor debat en campagne kort. Een eerdere datum was dus praktisch uitgesloten. Een latere aanvang van de referendumtermijn zou hebben geleid tot een dienovereenkomstige verschuiving van het einde daarvan. Dat zou de mogelijkheid hebben geboden tot een, ten opzichte van de dag van de stemming, eerdere verspreiding van de feitelijke samenvatting en tot ruimere termijnen voor de indiening en behandeling van subsidieaanvragen en de behandeling van bezwaarschriften tegen afwijzende beschikkingen. Daarnaast zou de tijd van voorbereiding en voor debat en campagne ruimer zijn geweest indien de stemming gedurende de periode van 15 juni tot 7 september zou zijn uitgesteld tot 7 of 14 september. Een dergelijk uitstel was in het oorspronkelijke wetsvoorstel 21 voorzien en door de Tweede Kamer aanvaard. De toepasselijkverklaring van de Tijdelijke referendumwet die daarvoor in de plaats kwam, leidde mede tot de krappe tijd van voorbereiding, publiek debat en campagne. Vooral de aanvragers van subsidie hebben dit als een bezwaar gevoeld. De Referendumcommissie is van mening dat er weinig tijd beschikbaar was voor aanvraag van subsidies en de beoordeling en toekenning daarvan. Voor de volgende keer zou het wel goed zijn om in een eerder stadium de toewijzingsprocedure uit te voeren. Wij kwamen nu in de problemen met de organisatie van de campagne, doordat de tijd erg kort was. Meer voorbereidingstijd is dan ook wenselijk! (JOVD) Artikel 8, tweede lid, WrrEG.

20 Op die referendumwet zelf, die bepaalt dat de referendumcommissie het feitelijke referendum en het verschaffen van subsidies binnen dagen moet organiseren, kun je de nodige kritiek hebben. Onze zusterorganisaties in het buitenland (Denemarken, Ierland, Zwitserland) verklaarden desgevraagd dat een maandenlange campagne een vereiste is om een echt publieksdebat van de grond te krijgen. (Socialistische Partij) 20

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Reglement bezwaarprocedure SVWN

Reglement bezwaarprocedure SVWN Reglement bezwaarprocedure SVWN Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland Versie 1.0, vastgesteld 15 december 2015 1/10 Inhoud Begripsbepalingen... 3 De bezwaarcommissie... 3 Procedure... 4 Voorbereiden

Nadere informatie

REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP

REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP Vastgesteld bij besluit van de Raad van Bestuur van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep, hierna de NPO, d.d. 12 januari 2010, herzien d.d. 12 februari 2013.

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003

Nadere informatie

Burgerlijk wetboek - boek 2 - rechtspersonen

Burgerlijk wetboek - boek 2 - rechtspersonen Burgerlijk wetboek - boek 2 - rechtspersonen Arikel 30 Vereniging kan geen registergoederen verkrijgen 1.Een vereniging waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte, kan geen registergoederen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 378 Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1 RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting

Nadere informatie

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Klachtenregeling IGZ Artikel 1 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de inspectie zich in een bepaalde aangelegenheid jegens

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053

Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Postbus 20011 2500 EA Den Haag

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Postbus 20011 2500 EA Den Haag De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onderwerp Advies inzake de wijziging van het Kiesbesluit in verband met de invoering van het stemmen met

Nadere informatie

Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden

Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Commissiereglement NBA

Commissiereglement NBA Commissiereglement NBA 1. Grondslag 1.1 Dit reglement kent als grondslag artikel 11, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep. Daarin is bepaald dat het bestuur de NBA bestuurt. 2. Overwegingen

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met het verbeteren van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen alsmede de uniformering van enkele bepalingen

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland en het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen;

het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland en het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen; Publicatieblad Openbaar lichaam Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Jaargang: 2014 Nummer: 2 Uitgifte: 10 juli 2014 Bekendmaking van de besluiten van het algemeen bestuur, van het dagelijks bestuur en van

Nadere informatie

Beoogd effect en/of resultaat Bundeling en stroomlijning van de processen op het terrein van de behandeling van bezwaarschriften.

Beoogd effect en/of resultaat Bundeling en stroomlijning van de processen op het terrein van de behandeling van bezwaarschriften. Raadsvoorstel 25 Vergadering 6 maart 2007 Gemeenteraad Onderwerp : Vaststelling Verordening behandeling bezwaarschriften Helmond 2007. B&W vergadering : 16 januari 2007 Dienst / afdeling : MO.BJZ Aan de

Nadere informatie

gelet op de wenselijkheid over te gaan tot instelling van een Adviescommissie Bezwaar en Beroep;

gelet op de wenselijkheid over te gaan tot instelling van een Adviescommissie Bezwaar en Beroep; Het algemeen bestuur van de ISD Midden Langstraat gevestigd te Waalwijk gelet op de wenselijkheid over te gaan tot instelling van een Adviescommissie Bezwaar en Beroep; mede gelet op artikelen 84 en 165

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

27 BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN DOOR DE COMMISSIE VAN ADVIES VOOR BEZWAARSCHRIFTEN PERSONELE AANGELEGENHEDEN

27 BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN DOOR DE COMMISSIE VAN ADVIES VOOR BEZWAARSCHRIFTEN PERSONELE AANGELEGENHEDEN 27 BEHANDELING BEZWAARSCHRIFTEN DOOR DE COMMISSIE VAN ADVIES VOOR BEZWAARSCHRIFTEN PERSONELE AANGELEGENHEDEN Inhoudsopgave Onderwerp Artikel * Inleidende bepaling 27:1:1 * Begripsomschrijvingen 27:1:2

Nadere informatie

REGELING BEZWAARSCHRIFTENPROCEDURE AWB STICHTING WAARBORGFONDS POLITIE BESLUIT. Begripsbepalingen. De commissie voor de bezwaarschriften

REGELING BEZWAARSCHRIFTENPROCEDURE AWB STICHTING WAARBORGFONDS POLITIE BESLUIT. Begripsbepalingen. De commissie voor de bezwaarschriften REGELING BEZWAARSCHRIFTENPROCEDURE AWB STICHTING WAARBORGFONDS POLITIE Het bestuur van de Stichting Waarborgfonds Politie Gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht Overwegende dat het wenselijk

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 december 2002; nr.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z19463 Datum 26 oktober

Nadere informatie

Raadsvoorstel van de Commissie voor bezwaarschriften. Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 22 december 2005 / 225/2005.

Raadsvoorstel van de Commissie voor bezwaarschriften. Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 22 december 2005 / 225/2005. Datum raadsvergadering / Nummer 22 december 2005 / 225/2005 Onderwerp bezwaar Programma / Programmanummer Kunst en cultuur / 6310 Portefeuillehouder T. Hirdes Voorstel van het College van Burgemeester

Nadere informatie

Werkwijze van de WAR voor de behandeling van subsidieaanvragen bij de TSN en de chronologische

Werkwijze van de WAR voor de behandeling van subsidieaanvragen bij de TSN en de chronologische Werkwijze van de WAR voor de behandeling van subsidieaanvragen bij de TSN en de chronologische volgorde van de behandeling van subsidieaanvragen bij de Trombosestichting Nederland. Artikel 1. Taak van

Nadere informatie

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries Advies Gemeenteraad Westland Prof. mr. D.J. Elzinga Mr. dr. F. de Vries Inhoud Casus... 2 Vragen... 2 Benoeming van publieke bestuurders... 3 Onduidelijkheid in wet- en regelgeving... 4 Dubbele geheimhouding?...

Nadere informatie

Algemene subsidieverordening Texel 2016

Algemene subsidieverordening Texel 2016 Algemene subsidieverordening Texel 2016 ASV Texel 2016 Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 maart 2016 onder nummer 019 Gemeenteblad Texel 2016 nr 35 datum 24-03-2016 Algemene subsidieverordening

Nadere informatie

Reglement. houdende de uitwerking van artikel 7.4 van de Gedragscode. Herzien 1 maart 2013

Reglement. houdende de uitwerking van artikel 7.4 van de Gedragscode. Herzien 1 maart 2013 Reglement houdende de uitwerking van artikel 7.4 van de Gedragscode Herzien 1 maart 2013 Afdeling 1. Inleidende bepalingen Artikel 1. Definitiebepalingen De definitiebepalingen uit de Gedragscode gelden

Nadere informatie

Algemene Subsidieregeling 2008

Algemene Subsidieregeling 2008 Algemene Subsidieregeling 2008 Paragraaf 1 Inleidende bepalingen Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. gemeentebestuur: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van besluiten betreffende

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 215 Besluit van 26 april 2012, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement

Nadere informatie

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming

Nadere informatie

Onderwerp : Verordening commissie bezwaarschriften 2012

Onderwerp : Verordening commissie bezwaarschriften 2012 Vergadering d.d. : 21 november 2012 Agendapunt : 7.3 Registratienummer : R 399654 Onderwerp : Verordening commissie bezwaarschriften 2012 De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

Verordening behandeling bezwaarschriften 2006

Verordening behandeling bezwaarschriften 2006 Verordening behandeling bezwaarschriften 2006 Het Algemeen Bestuur van de IGSD Veluwerand; gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 14-6-2006; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2009; gelet op de

Nadere informatie

V E R G A D E R I N G G E M E E N T E R A A D 2012

V E R G A D E R I N G G E M E E N T E R A A D 2012 V E R G A D E R I N G G E M E E N T E R A A D 2012 D e g e m e e n t e r a a d, h e t c o l l e g e v a n b u r g e m e e s t e r e n w e t h o u d e r s e n d e b u r g e m e e s t e r v a n d e g e m

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Wonen. Reglement van de adviescommissie bezwaarschriften vrijstellingsbesluiten

Stichting Pensioenfonds Wonen. Reglement van de adviescommissie bezwaarschriften vrijstellingsbesluiten Stichting Pensioenfonds Wonen Reglement van de adviescommissie bezwaarschriften vrijstellingsbesluiten administrateur Syntrus Achmea Pensioenbeheer N.V. Rijnzathe 10, 3454 PV De Meern Postbus 3183, 3502

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 juni 2003 Rapportnummer: 2003/199

Rapport. Datum: 30 juni 2003 Rapportnummer: 2003/199 Rapport Datum: 30 juni 2003 Rapportnummer: 2003/199 2 Klacht 1. Verzoeker klaagt er over dat de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag op het moment dat hij zich voor de tweede keer tot de Nationale ombudsman

Nadere informatie

Verordening behandeling bezwaarschriften VKB

Verordening behandeling bezwaarschriften VKB Verordening behandeling bezwaarschriften VKB WETSTECHNISCHE INFORMATIE Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie : Samenwerkingsorgaan Volkskredietbank Noord-Oost Groningen Officiële naam regeling

Nadere informatie

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd - artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd - artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. Wettechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld door Onderwerp Eigen onderwerp Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland Algemeen Bestuur

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. GEDEPUTEERDE STATEN VAN PROVINCIE UTRECHT, hierna te noemen: Gedeputeerde Staten;

PROVINCIAAL BLAD. GEDEPUTEERDE STATEN VAN PROVINCIE UTRECHT, hierna te noemen: Gedeputeerde Staten; PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Utrecht. Nr. 3311 19 juni 2015 Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht van16 juni 2015 nr. 8150649C houdende verlening van mandaat en machtiging

Nadere informatie

1. De ChristenUnie kent een partijbreed databestand waarin kwalitatieve gegevens van leden worden beheerd.

1. De ChristenUnie kent een partijbreed databestand waarin kwalitatieve gegevens van leden worden beheerd. Ingaande per 17 november 2007, gewijzigd op 14 mei 2011 (art. 2, waterschapsverkiezingen), op 13 april 2013 (art. 2, Eerste Kamerverkiezingen), op 21 juni 2014 (artt. 2, 6 en 19, invoering Partijcongres

Nadere informatie

Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Mook

Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Mook Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Mook en Middelaar 2016 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door

Nadere informatie

Artikel 1 - Geschillencommissie

Artikel 1 - Geschillencommissie Reglement Geschillencommissie inzake de kwaliteit van Marktonderzoek zoals bedoeld in artikel 21 lid 2 van de statuten van de MarktonderzoekAssociatie MOA vastgesteld door het Bestuur van de MOA op 11

Nadere informatie

Gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 21 juli 2009, nr. 2009-013327,

Gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 21 juli 2009, nr. 2009-013327, Provinciale Staten Vergadering d.d. 23 september 2009 Besluit nr. PS2009-658 PROVINCIALE STATEN VAN GELDERLAND Gezien het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 21 juli 2009, nr. 2009-013327, Gelet op

Nadere informatie

Klachten Procedure en Reglement

Klachten Procedure en Reglement Klachten De directie van Coaching Plaza heeft een klachtenprocedure in het leven geroepen en heeft daarvoor het volgende reglement vastgesteld. Tevens heeft de directie de hierin genoemde klachtencommissie

Nadere informatie

*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015

*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015 *ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-27443/DV.14-436, afdeling Middelen en Advies. Sellingen, 12 februari 2015 Onderwerp: Verordening behandeling bezwaarschriften

Nadere informatie

Concept Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gebiedscommissies van de gemeente Rotterdam

Concept Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gebiedscommissies van de gemeente Rotterdam Concept Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gebiedscommissies van de gemeente Rotterdam Gelet op artikel 14 van de Verordening op de gebiedscommissies 2014 Artikel 1

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT no. 19 Landsverordening Sociaal-Economische Raad 1 Hoofdstuk 1. Instelling en taak Artikel 1 Er is een Sociaal-Economische Raad, hierna genoemd de Raad.

Nadere informatie

Reglement van het Verantwoordingsorgaan

Reglement van het Verantwoordingsorgaan Reglement van het Verantwoordingsorgaan Per 3 december 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk I Algemene bepalingen 3 Artikel 1 Begripsbepalingen 3 Artikel 2 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 4 Artikel 3

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35220 16 december 2013 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 december 2013 houdende

Nadere informatie

veranderjewereld Klachtenregeling NOBCO Leonie Linssen www.veranderjewereld.nl

veranderjewereld Klachtenregeling NOBCO Leonie Linssen www.veranderjewereld.nl Leonie Linssen Coach en Counsellor Tel : 073-6420725 M: 06-45550680 E-mail: info@veranderjewereld.nl www.veranderjewereld.nl Verander je Wereld conformeert zich aan de klachtenregeling van de Nederlandse

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van het college; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie

Artikel 2: Benoeming leden Commissie: Artikel 3: Indiening bezwaarschrift: Artikel 4: Behandeling van het bezwaar door de Commissie:

Artikel 2: Benoeming leden Commissie: Artikel 3: Indiening bezwaarschrift: Artikel 4: Behandeling van het bezwaar door de Commissie: REGLEMENT ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN van het Samenwerkingsverband VO/VSO Waterland HET BESTUUR VAN DE STICHTING SAMENWERKINGSVERBAND VO/SVO Waterland (27.07), statutair zetel hebbende in de gemeente

Nadere informatie

HET DAGELJKS BESTUUR VAN DE STICHTING SAMENWERKINGSVERBAND VO/VSO MIDDEN-HOLLAND & RIJNSTREEK, statutair zetel hebbende in de gemeente Gouda;

HET DAGELJKS BESTUUR VAN DE STICHTING SAMENWERKINGSVERBAND VO/VSO MIDDEN-HOLLAND & RIJNSTREEK, statutair zetel hebbende in de gemeente Gouda; REGLEMENT ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN van het Samenwerkingsverband VO/VSO Midden Holland en Rijnstreek ----------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

REGELING BEZWAARSCHRIFTENPROCEDURE AWB NEDERLANDS-VLAAMSE ACCREDITATIE ORGANISATIE

REGELING BEZWAARSCHRIFTENPROCEDURE AWB NEDERLANDS-VLAAMSE ACCREDITATIE ORGANISATIE REGELING BEZWAARSCHRIFTENPROCEDURE AWB NEDERLANDS-VLAAMSE ACCREDITATIE ORGANISATIE Gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht: Overwegende dat het wenselijk is een adviescommissie in te stellen

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit van... houdende aanpassing van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria en enkele andere besluiten terzake van een aantal onderwerpen van diverse aard (Verzamelbesluit rechtsbijstand 2009)

Nadere informatie

Gelet op het artikel 90, tweede en derde lid van de Wet raadgevend referendum;

Gelet op het artikel 90, tweede en derde lid van de Wet raadgevend referendum; Subsidieregeling raadgevend referendum Regeling van de Referendumcommissie van 12 november 2015, houdende nadere regels over de verstrekking van subsidies voor activiteiten die tot doel hebben het publieke

Nadere informatie

Het Tijdelijk Experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming wordt als volgt gewijzigd:

Het Tijdelijk Experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming wordt als volgt gewijzigd: Besluit van tot wijziging van het Tijdelijk Experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming in verband met het vervoer van de stembescheiden en de zitting van het gemeentelijk stembureau bij

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015;

gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015; Het college van de gemeente Stadskanaal gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Wedeka bedrijven van 5 november 2015; gelet op artikel 23 van de gemeenschappelijke

Nadere informatie

Gelet op artikel 9 van het Bestuursreglement College gerechtelijk deskundigen en de bepalingen van de Algemene Wet bestuursrecht;

Gelet op artikel 9 van het Bestuursreglement College gerechtelijk deskundigen en de bepalingen van de Algemene Wet bestuursrecht; N R G D DERLANDS GISTER RECHTELIJK SKUNDIGEN Versie 1.0/24.03.2011 Reglement bezwaaradviescommissie NRGD Het College gerechtelijk deskundigen, Gelet op artikel 9 van het Bestuursreglement College gerechtelijk

Nadere informatie

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot)

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot) Verordening cliëntenparticipatie ISD de Kempen 2015 Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 95 Wet van 9 februari 2006, houdende regels inzake de openbaarmaking van beloningen bij rechtspersonen of organisaties die deel uit maken van

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD 2003 nr.126

GEMEENTEBLAD 2003 nr.126 GEMEENTEBLAD 2003 nr.126 De raad, het college, de burgemeester en de gemeenteambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, van de gemeente Maassluis; ieder voor zoveel het hun bevoegdheden

Nadere informatie

Verordening cliëntenparticipatie adviesraad sociaal domein Ede 2015.

Verordening cliëntenparticipatie adviesraad sociaal domein Ede 2015. De raad van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op artikel 47 van de Participatiewet artikel 2.1.3, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Artikel 6 Lid van de vereniging kan zijn iedere natuurlijk persoon die instemt met het doel van de vereniging.

Artikel 6 Lid van de vereniging kan zijn iedere natuurlijk persoon die instemt met het doel van de vereniging. Statuten Zoals vastgesteld door het Congres bijeen op 16 december 1990 te Wageningen; waarna verleden in een akte houdende de oprichting van de vereniging, op 4 januari 1991 te Amsterdam; en voor het laatst

Nadere informatie

Verordening materiele en financiele gelijkstelling onderwijs gemeente Blaricum 2015

Verordening materiele en financiele gelijkstelling onderwijs gemeente Blaricum 2015 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Blaricum. Nr. 79652 23 december 2014 Verordening materiele en financiele gelijkstelling onderwijs gemeente Blaricum 2015 De raad van de gemeente Blaricum gelezen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam De besturen van de rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. een klacht:

Nadere informatie

Doe mee en test je kennis. Stuur je antwoorden naar mij en ik informeer je over de scoren.

Doe mee en test je kennis. Stuur je antwoorden naar mij en ik informeer je over de scoren. Quiz over politiek, Europa en staatsrechtelijke spelregels Toelichting In de periode 2008-2010 werkte ik als staatsrechtjurist binnen het projectteam versterking Grondwet bij het Miniserie van BZK. Dit

Nadere informatie

Begripsomschrijving. Samenstelling en taak GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS

Begripsomschrijving. Samenstelling en taak GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS Begripsomschrijving Artikel 1 Beroepscode Commissie Consument Erkend Hypotheekadviseur Geschillencommissie Hypothecaire

Nadere informatie

BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle

BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle Het bevoegd gezag, zijnde het College van Bestuur van de Openbare Rechtspersoon Openbaar

Nadere informatie

Regeling melding misstand woningcorporaties

Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling van de procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand en van de (rechts)bescherming van de melder en de vertrouwenspersoon integriteit.

Nadere informatie

Reglement Klachtenloket ouders/oudercommissie Kinderopvang

Reglement Klachtenloket ouders/oudercommissie Kinderopvang Reglement Klachtenloket ouders/oudercommissie Kinderopvang Telefoon: 0900-1877 ( 0,20 per gesprek) maandag t/m vrijdag 9.00-17.00 uur E-mail: info@klachtenloket-kinderopvang.nl Postadres: Postbus 96802,

Nadere informatie

b e z w a a r m a k e n

b e z w a a r m a k e n bezwaar maken In de gemeente Westland worden voortdurend besluiten genomen. Deze besluiten kunnen gevolgen hebben voor uw woon- en leefsituatie. Daarom is het in de wet geregeld dat u bezwaar kunt maken

Nadere informatie

2013, nr. 53. Gelet op artikel 158 van de Provinciewet en het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht;

2013, nr. 53. Gelet op artikel 158 van de Provinciewet en het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht; Uitgegeven: 5 september 2013 2013, nr. 53 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLÂN Mandaatbesluit Stelsel Natuur en Landschap 2013 Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 20 augustus 2013, nr.

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 augustus 2004 Rapportnummer: 2004/335

Rapport. Datum: 25 augustus 2004 Rapportnummer: 2004/335 Rapport Datum: 25 augustus 2004 Rapportnummer: 2004/335 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bellingwedde, op het moment dat verzoekers zich

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen pas in juni 2008 middels een definitieve berekening te kennen heeft gegeven dat verzoeker alsnog recht heeft op de huurtoeslag

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 202 Besluit van 22 mei 2015, houdende wijziging van het Tijdelijk besluit Commissie advies- en verwijspunt klokkenluiden en het Besluit bestuursorganen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 279 Besluit van 18 juni 2012, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES in verband met de invoering van een nieuwe studiefaciliteitenregeling

Nadere informatie

Mandaat- en machtigingenbesluit Programma Beheer en Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Flevoland 2010,

Mandaat- en machtigingenbesluit Programma Beheer en Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Flevoland 2010, 2014/13 Nummer 1641892 Mandaat- en machtigingenbesluit Programma Beheer en Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Flevoland Gedeputeerde Staten van Flevoland maken, gelet op het bepaalde in art.

Nadere informatie

Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter

Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter INHOUDSOPGAVE Artikel 1 Begrippen Blz. 03 Artikel 2 Uitgangspunten Blz. 04 Artikel 3 De Klachtencommissie Blz. 05 Artikel 4 De werkwijze van de commissie

Nadere informatie

Artikel 2 1. De leden van de commissie worden benoemd door de raad van toezicht op voordracht van het bestuur.

Artikel 2 1. De leden van de commissie worden benoemd door de raad van toezicht op voordracht van het bestuur. Commissie van beroep Artikel 1 De stichtingen Stichting Garantiefonds Reisgelden en Stichting Calamiteitenfonds Reizen - verder respectievelijk SGR en het Calamiteitenfonds te noemen - hebben gezamenlijk

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252

Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van herziening bij aanslagbelastingen (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst) VOORSTEL

Nadere informatie

Verordening behandeling bezwaarschriften Orionis Walcheren WWB/Participatiewet

Verordening behandeling bezwaarschriften Orionis Walcheren WWB/Participatiewet Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren, ieder zoveel het hun bevoegdheden betreft, gelet op de Gemeenschappelijke Regeling Orionis Walcheren, de Wet Werk en Bijstand (WWB)/Participatiewet

Nadere informatie

Onderwerp: Statutenwijziging Stichting openbaar onderwijs Marenland.

Onderwerp: Statutenwijziging Stichting openbaar onderwijs Marenland. Raadsvergadering 22 februari 2016 Nr.: 10 AAN de gemeenteraad Onderwerp: Statutenwijziging Stichting openbaar onderwijs Marenland. Portefeuillehouder: Wethouder B. Schollema. Ter inzage liggende stukken:

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346 Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt

Nadere informatie

Definitief reglement ondernemingsraad HMC (zie: WOR, artikel 8)

Definitief reglement ondernemingsraad HMC (zie: WOR, artikel 8) Definitief reglement ondernemingsraad HMC (zie: WOR, artikel 8) Inhoudsopgave pag. I Begripsbepalingen 1 Artikel 1 1 II Samenstelling en zittingsduur 2 Artikel 2 2 Artikel 3 2 III Voorbereiding van de

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025 Rapport Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat haar over het

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 september 2005 Rapportnummer: 2005/293

Rapport. Datum: 26 september 2005 Rapportnummer: 2005/293 Rapport Datum: 26 september 2005 Rapportnummer: 2005/293 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie hem in de beschikking van 25 februari 2004 op zijn bezwaarschrift

Nadere informatie

Reglement Klachtencommissie Friesland College

Reglement Klachtencommissie Friesland College Reglement Klachtencommissie Friesland College I. definities Aangeklaagde: een ieder die deel uitmaakt van de instelling, zowel personeel als cursist en tegen wie een klacht is ingediend. Bevoegd gezag:

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO

KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO Preambule Het bestuur van de Stichting Nederlandse Orde voor Beroeps Coaches (NOBCO) heeft besloten een klachtenprocedure in het leven te roepen en heeft daarvoor het

Nadere informatie

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 ... No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 Bij Kabinetsmissive van 8 november 2012, no.12.002573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie