Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid CENTRALE VERWARMING 5.3A. Brandertechnieken. Stookoliebranders. Stookolie: eigenschappen en opslag

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid CENTRALE VERWARMING 5.3A. Brandertechnieken. Stookoliebranders. Stookolie: eigenschappen en opslag"

Transcriptie

1 Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid CENTRALE VERWARMING 5.3A Brandertechnieken Stookoliebranders

2 2

3 Voorwoord Stookoliebranders Voorwoord Situering De bouwsector, een draaischijf van onze economie, heeft voortdurend te kampen met een groot aantal uitdagingen. Een van deze uitdagingen is ervoor zorgen dat de sector over opgeleide arbeidskrachten beschikt. Om deze nood aan arbeidskrachten te lenigen, besteedt het Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid, fvb-ffc Constructiv, bijzondere aandacht aan het bouwonderwijs en aan de jongeren die kiezen voor een bouwopleiding. Ook de bij- en nascholing van volwassenen blijft een noodzaak omdat de technieken en materialen sterk wijzigen en er meer aandacht zal gegeven worden aan het veilig en duurzaam bouwen. Daarom heeft het fvb, samen met de beroepsorganisaties, opdracht gegeven aan redactieteams om verschillende handboeken uit te werken. Deze modulaire handboeken kunnen een aanvulling zijn aan de publicaties van het WTCB. De redactieteams kunnen worden samengesteld uit instructeurs, docenten en lesgevers. Ook beroepsverenigingen en mogelijk ook fabrikanten kunnen vakspecialisten uitvaardigen om een handboek te ontwikkelen dat overeenstemt met de huidige realiteit op de werkvloer. Het modulair handboek Centrale Verwarming Vele slimme mensen met slimme handen hebben met dit werk een onschatbare bijdrage geleverd om het vakmanschap in ons land op een hoger peil te brengen. Dit handboek richt zich dan ook tot iedereen die het vak onder de knie wil krijgen. In deze handboekenreeks zijn er boekdelen die zich meer richten op de uitvoerder (monteur), terwijl andere eerder interessant zijn voor de onderhoudsmedewerker (technicus) of leidinggevende (installateur). In bevattelijke taal en in een sterk visuele stijl worden alle aspecten van het beroep in de kleinste bijzonderheden omschreven en uitgelegd. Het geeft enerzijds een overzicht van de hedendaagse producten, technieken en toepassingen, én sluit anderzijds aan bij de beroepscompetentieprofielen die omgezet worden in opleidingsprogramma s. Het resultaat is een modulaire handboekenreeks die bruikbaar is als ondersteuning van de lessen voor verschillende opleidingen en doelgroepen. Deze inhouden worden ook gebruikt om het leermateriaal digitaal aan te bieden via de website fvb.constructiv.be Samenvatting Dit handboek beschrijft de oorsprong, eigenschappen en verbranding van stookolie voor huishoudelijk gebruik, evenals een beperkte omschrijving van de opslagmogelijkheden. In het eerste hoofdstuk worden de ruwe olie en de derivaten besproken; in het tweede hoofdstuk worden de eigenschappen van de stookolie verder toegelicht. De verbranding van de stookolie wordt in het derde hoofdstuk uit de doeken gedaan; een beetje chemie kan hier geen kwaad. De algemene informatie over de opslag van stookolie kan je terugvinden in hoofdstuk 4; dit omvat zeker niet de volledige reglementering en de constructienormen. In deze reeks worden volgende handboeken uitgegeven: eigenschappen en opslag stookoliebranders: werking en onderdelen stookoliebranders: verbrandingscontrole en onderhoud Doelpubliek : lesgevers, leerlingen, professionals Robert Vertenueil Voorzitter fvb-ffc Constructiv 3

4 Redactie Coördinatie: Patrick Uten Redactieleden: Paul Adriaenssens Chris De Deyne Inge De Saedeleir Gustaaf Flamant rené Onkelinx Jacques Rouseu Teksten: Tekeningen: Dank aan: Chris De Deyne VDAB CEDICOL Thomas De Jongh CEDICOL CEDICOL VDAB Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid, Brussel, 2014 Alle rechten van reproductie, vertaling en aanpassing onder eender welke vorm, voorbehouden voor alle landen Versie augustus 2014 D/2014/1698/03 Contact Voor opmerkingen, vragen en suggesties kun je terecht bij: fvb-ffc Constructiv Koningsstraat 132/ Brussel Tel.: Fax: website : fvb.constructiv.be 4

5 Inhoud Stookoliebranders Inhoud 1 Ruwe olie en DERIVATEN Ruwe olie en derivaten De winning van ruwe olie Rangschikking Raffinage De distillatie Kraking Vloeibare brandstoffen Indeling Stookolie / mazout / gasolie Stookolie extra Halfzware stookolie Zware stookolie Analysemethodes De massadichtheid, densiteit De relatieve dichtheid Het vlampunt - Flash Point Kinematische viscositeit (symbool = v) Het verwarmingsvermogen Het zwavelgehalte Water en sedimenten Conradson-residu De invloed van lage temperaturen op vloeibare brandstoffen Het productveiligheidsblad De VERBRANDING VAN stookolie Algemeen Samenstelling van zuivere lucht Soorten verbranding De volledige verbranding De onvolledige verbranding De destructieve verbranding De hydroxylatieve verbranding De verbranding van stookolie De verbranding van koolstof De verbranding van waterstof De verbranding van zwavel Bepaling van de hoeveelheid zuurstof Samenstelling van de verbrandingsgassen Hoeveelheid koolstofdioxide (CO 2 ) Hoeveelheid water in de vorm van waterdamp (H 2 O) Hoeveelheid zwaveldioxide (SO 2 ) Hoeveelheid stikstof (N 2 ) Totale hoeveelheid verbrandingsgassen Maximaal theoretische CO 2 -gehalte Vorming van stikstofoxiden Het dauwpunt Luchtfactor Invloed van de luchtovermaat op het CO 2 gehalte Verbrandingsrendement Formule van Siegert Bij meting van het CO 2 -gehalte Bij meting van het zuurstofgehalte Luchthoeveelheid Samenvatting De OPSLAG van stookolie Het reservoir en zijn uitrusting Niet-toegankelijke reservoirs Toegankelijke reservoirs Constructie van een reservoir: Materiaal, plaatdikte en bekleding Het mangat De identificatie van het reservoir De uitrusting De leidingen Systemen tegen overvulling Inhoudsbepaling van een reservoir De plaatsing van reservoirs Plaatsing van toegankelijke reservoirs Plaatsing van ontoegankelijke reservoirs (ingegraven of in een opgevulde groeve) bijlagen

6 6

7 1. Ruwe olie en derivaten Stookoliebranders 1. Ruwe olie en derivaten 1.1 Ruwe olie en derivaten Boorplatform Wikipedia creative commons Aardolie, ruwe olie en petroleum zijn drie benamingen die gebruikt worden om eenzelfde grondstof aan te duiden. Aardolie of ruwe olie is een donkerkleurige vloeistof die in de bodem zit en die ontgonnen wordt op diepten tot m. We spreken van aardolie wanneer de materie nog onder de grond zit en van ruwe olie wanneer ze al gewonnen is. Petroleum is de oudere benaming, die afstamt van de Latijnse woorden petrus (rots) en oleum (olie). Ruwe olie wordt namelijk gewonnen uit rotslagen van sedimentaire aard. Ruwe olie is een complex mengsel van koolwaterstofverbindingen, namelijk koolstof- en waterstofatomen en hun zwavel-, stikstof- en zuurstofverbindingen. Deze laatste zijn echter ongewenste bestanddelen die in geringe mate voorkomen. Aardolie ontstond uit een proces dat al honderden miljoenen jaren geleden van start ging. Dierlijke en plantaardige resten hebben zich circa 300 miljoen jaar geleden in reusachtige hoeveelheden neergezet op de zeebodem, samen met verweringsproducten, die ontstonden door natuurlijke erosie nabij de uitmonding van rivieren en stilstaand water. Langzamerhand werd dit bezinksel bedekt met nieuwe lagen sedimenten. Aangezien er zuurstof ontbrak, konden de resten van de dode organismen hun verrottings- of afbraakproces niet voltooien. Als gevolg van geofysische veranderingen raakten deze sedimenten bedekt onder zand- en kleilagen. Gedurende miljoenen jaren werden deze bedekte lagen blootgesteld aan hoge druk, hoge temperaturen en micro-organismen. Uit de afgestorven organismen ontstond op die manier aardolie. Aardolie verschilt van samenstelling naargelang van de vindplaats, aangezien de omstandigheden van het omvormingsproces niet overal identiek waren. 7

8 Stookoliebranders 1. Ruwe olie en derivaten De winning van ruwe olie De techniek van het boren naar aardolie stamt af van de techniek van het boren naar artesische putten (Artois, 1126). De boortorens die gebruikt worden om aardolie op te sporen, worden ook gebruikt voor de ontginning. Om de lagen van de aardkorst te doorboren, onderscheiden we verschillende procedés. De technieken van het turboboren en het rotary-systeem komen het vaakst voor. De boorbeitels die gebruikt worden, verschillen in vorm naargelang van de aard van de rots en het doel van de boring. Voor zachte rotsen wordt een visstaartbeitel gebruikt, voor middelharde rotsen een rolbeitel en voor de hardste gesteenten een beitel met diamantkroon. Het boren kan onder hoek gebeuren en tegenwoordig wordt zelfs de techniek van het horizontaal boren toegepast. De ontginning kan zowel gebeuren op het vasteland als op de zeebodem. Bij ontginning op zee wordt een boorplatform gebruikt dat na verloop van tijd verplaatst kan worden Rangschikking Een eerste onderverdeling van ruwe olie gebeurt aan de hand van het dichtheidsverschil. Op basis van deze eigenschap verkrijgen we immers een natuurlijke opsplitsing van de verschillende bestanddelen: gas, benzine, lichte en daarna zware fracties. We onderscheiden achtereenvolgens: lichte ruwe olie (dichtheid van ± 0,800 tot 0,830), zoals de olie uit Libië of uit de Noordzee, die veel benzine en halfzware fracties opbrengt; halfzware ruwe olie, die vooral uit het Midden- Oosten afkomstig is; zware ruwe olie met een dichtheid van meer dan 0,890 (zware olie uit Arabië en olie uit Venezuela), die door atmosferische distillatie tot 80 % residuele brandstoffen (zware fuels) oplevert. Scheikundig gezien bevat ruwe olie hoofdzakelijk koolwaterstofstructuren. De aanwezige koolwaterstoffen worden ingedeeld in de volgende groepen: paraffine (verzadigde koolwaterstoffen met open keten), naftenen (verzadigde koolwaterstoffen met ringstructuur), aromaten (onverzadigde koolwaterstoffen met ringstructuur) en olefinen (onverzadigde koolwaterstoffen met open keten). 8

9 1. Ruwe olie en derivaten Stookoliebranders Rotary-boring Wikipedia creative commons Wikipedia creative commons raffinage Zoals ze uit de bodem komt, is ruwe olie een grondstof die bestaat uit verschillende bestanddelen en die onzuiverheden bevat. Tijdens hef raffineren wordt de ruwe olie gescheiden in haar verschillende bestanddelen en gescheiden van deze onzuiverheden De distillatie In een eerste fase worden de verschillende bestanddelen, die een verschillend kookpunt hebben, gescheiden door distillatie. We onderscheiden hier: atmosferische distillatie; vacuümdistillatie. De atmosferische distillatie Atmosferische distillatie is een eenvoudige bewerking waarbij de ruwe oliestroom verhit wordt tot ongeveer 370 C, de temperatuur waarbij de olie overgaat in dampvorm. Daarna worden de dampen op een bepaalde hoogte in de distillatietoren geleid. De zware fracties, die vloeibaar gebleven zijn, scheiden zich af van de lichtere, dampvormige fracties en stromen naar de bodem van de distillatietoren. De lichtere fracties stijgen van de ene naar de andere plaat. Zij borrelen door de al gecondenseerde vloeistof, die tegengehouden wordt door de platen. De fracties, die alsmaar lichter worden naarmate ze dichter bij de top komen, blijven verder stijgen. Tezelfdertijd stroomt het condensaat langs openingen van elke plaat naar een lager liggende plaat. Aangezien de temperatuur daar hoger ligt, verdampen de overgebleven lichtere fracties. Als gevolg van de tegenstroom en de neerwaartse vloeistofstroom vinden er op elke plaats herdistillaties plaats die van de top tot de bodem van de toren een zeer nauwkeurige scheiding van de producten toelaten. Distillatietoren 9

10 Stookoliebranders 1. Ruwe olie en derivaten Op sommige platen wordt zo een vloeistof verkregen die perfect aan de gewenste eigenschappen voldoet. Op deze plaatsen zijn aftappingen voorzien: De topstroom bevat producten met een kookpunt lager dan 0 C, die gebruikt worden voor de productie van gas en benzine. De eerste zijstroom wordt gebruikt voor de productie van kerosine en solventen. De tweede en derde zijstromen geven lichte en zware fracties, die gebruikt worden voor de productie van stookolie en dieselolie. De bodemstroom bevat producten met een kookpunt boven 370 C, die nog een vacuümdistillatie of een kraking moeten ondergaan. Vacuümdistillatie De bestanddelen van de ruwe olie waarvan het kookpunt hoger ligt dan 370 C, worden doorgevoerd naar de vacuümdistillatie. De druk in deze distillatietoren bedraagt circa 60 millibar (= 0,06 bar). Door een verlaging van de druk zullen de kookpunten lager liggen dan 400 C. De zware bodemstroom, die uit de atmosferische distillatie komt, wordt zo verder gedistilleerd. 10

11 1. Ruwe olie en derivaten Stookoliebranders Kraking Kraken is een bewerking waarbij de temperatuur en de druk voldoende hoog worden opgevoerd om de koolstof-koolstofbindingen te doorbreken en de moleculaire structuur van de koolwaterstofketens te wijzigen. Dit procedé wordt toegepast op de bodemstroom van de atmosferische distillatietoren, maar ook en vooral op de zware fracties van de vacuümdistillatie. Thermische kraking Thermisch kraken gebeurt door ontbinding van koolwaterstoffen bij hoge druk (± 10 bar) in een oven die tot 400 C is opgewarmd. Onder deze omstandigheden worden grote moleculen gebroken. Hoewel dit procedé nog nauwelijks wordt gebruikt, vinden we de principes ervan terug in de zogenaamde techniek van de viscoreductie (visbreaking). Katalytische kraking Het verloop van een scheikundige reactie kan versneld worden door de aanwezigheid van een katalysator, met andere woorden een scheikundige stof die de reactie bevordert zonder zelf te veranderen. De kraking van petroleumproducten wordt aanzienlijk vergemakkelijkt door de aanwezigheid van sommige katalysatoren, waardoor het mogelijk is om met zeer goede resultaten zware fracties te kraken bij betrekkelijk lage temperaturen (± 500 C) en een betrekkelijk lage druk (± 2 bar). Eenvoudige raffinage (zonder kraking) Complexe raffinage (met kraking) GPL 2 % GPL 3 % Nafta 17 % Nafta 30 % Kerosine 9 % Kerosine 9 % Gasoil 26 % Gasoil 28 % Fuel oil 46 % Fuel oil 30 % (1,5% zwavel) 100 % 100 % Tabel: Resultaten verkregen bij een eenvoudige raffinage (zonder kraking) en een complexe raffinage (met kraking) 11

12 Stookoliebranders 1. Ruwe olie en derivaten Het praktische verloop van de bewerkingen gebeurt als volgt: een stroom van zware fracties, in gasvormige toestand, gemengd met stoom, wordt door een toren (reactor) gestuurd waarin een hoeveelheid poedervormige katalysator aanwezig is. Door de opwaartse blaaskracht komt de katalysator los. Er ontstaat dan een innig contact tussen deze katalysator en de koolwaterstofdampen (de krakingsreacties gebeuren aan het oppervlak van de katalysator). Tijdens de reactie zet er zich koolstof af op de katalysator, waardoor zijn werking vermindert. Daarom wordt de katalysator langs een U-buis naar de tweede toren (regenerator) overgeheveld. Hierin wordt lucht door de katalysator geblazen, zodat de koolstof gewoon verbrandt. Na enkele minuten is deze verbranding beëindigd en vloeit de geregenereerde katalysator door een tweede U-buis naar de reactor om er zijn werking te hervatten. Het hele proces verloopt ononderbroken aan het bijna ongelooflijke tempo van 8 ton per minuut. De typische katalysator is samengesteld uit silicium en aluminiumoxide. Ontzwavelen Na de raffinage kunnen de producten ontzwaveld worden in verschillende ontzwavelingsinstallaties, waarbij het zwavelhoudende gas in een zwavelterugwinningsinstallatie wordt omgezet in zuivere zwavel, die weer wordt gebruikt als grondstof in de rubber-, kunstmest-, chemische en farmaceutische industrie. 12

13 2. Vloeibare brandstoffen Stookoliebranders 2. Vloeibare brandstoffen Stookolie en vloeibare brandstoffen in het algemeen zijn afkomstig van een mengsel van fracties die verkregen worden door distillatie, kraking of door behandelingsprocedés met waterstof en die gebruikt worden voor de warmteproductie in verwarmingsinstallaties voor woningen en industrie. De wetgever bepaalt de kenmerken van deze brandstoffen. Alle zware minerale oliën die als brandstof worden gebruikt, moeten samengesteld zijn uit een mengsel van koolwaterstoffen dat bij distillatie bij 250 C niet meer dan 65 % mag overdistilleren. De in de handel gebrachte zware minerale oliën hebben benamingen en kenmerken gekregen waaraan ze moeten voldoen. 2.1 Indeling Er zijn verschillende soorten stookolie, afhankelijk van de raffinage van de aardolie Stookolie / mazout / gasolie De verzamelnaam stookolie wordt als brandstof gebruikt in verwarmingsinstallaties en dieselmotoren. De aan het Russisch ontleende naam mazout (Russisch: мазут ; mazoet) wordt ook vaak gebruikt in België. Stookolie is een lichte stookolie en wordt gebruikt als brandstof in verwarmingsinstallaties van gebouwen, dieselmotoren, auto s, vrachtwagens, tractors en schepen. Aan de stookolie bestemd voor gebruik voor verwarming en buiten het wegverkeer (rode diesel), wordt een rode kleurstof en furfural toegevoegd om te vermijden dat men de stookolie als motorbrandstof bij auto s zou gebruiken (omwille van hogere accijnzen op motorbrandstof ). De kleurstof is in principe gemakkelijk te verwijderen, maar het furfural blijft geruime tijd in kleine hoeveelheden in de tank aanwezig, waardoor men alsnog kan nagaan of men rode stookolie als brandstof in de auto heeft gebruikt. Er worden geregeld controles uitgevoerd op het gebruik van rode stookolie; er staan zware boetes op overtredingen omdat dit een vorm van belastingontduiking is. 13

14 Stookoliebranders 2. Vloeibare brandstoffen Stookolie extra Er bestaat ook stookolie met een extra laag zwavelgehalte van 0,005%, speciaal voor condensatieketels en vergassingsbranders (blauwe vlam). Deze wordt stookolie extra of mazout extra genoemd Halfzware stookolie Een zwaardere stookolie wordt veel gebruikt voor de verwarming van serres in de glastuinbouw, voor schepen, voor grote verwarmingsinstallaties en voor industriële warmtetechniek. Deze olie moet voorverwarmd worden Zware stookolie Zware stookolie is moeilijk te verwerken omdat ze zeer stroperig is. Zij moet verwarmd opgeslagen worden. Zeeschepen gebruiken deze stookolie. 2.2 Analysemethodes Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de betekenis en de praktische toepassing van de waarden die toegekend worden aan de kenmerken. Het is ook nuttig de genormaliseerde analysemethode terug te vinden die bij de bespreking van de verschillende kenmerken wordt opgegeven De massadichtheid, densiteit De massadichtheid van een vloeistof bij een gegeven temperatuur is gelijk aan haar massa, gedeeld door haar volume: ρ = m (kg) v (m 3) Ze wordt uitgedrukt in kilogram per kubieke meter, in kilogram per liter of in gram per milliliter. Voor aardolieproducten wordt ze veelal gegeven bij 15 C. De densiteit speelt zowel een belangrijke rol bij de facturatie in liter van een in gewicht geleverd product als bij de te nemen voorzorgsmaatregelen bij het opslaan en het vervoer van de producten, omdat de kans bestaat dat het volume van de producten toeneemt bij een temperatuursverhoging. 14

15 2. Vloeibare brandstoffen Stookoliebranders De relatieve dichtheid De relatieve dichtheid (of kortweg de dichtheid) van een product bij een temperatuur Θ1 is de verhouding van de massa van een volume van dit product bij deze temperatuur Θ1 tot de massa van een gelijk volume water bij een referentietemperatuur Θ2. Voor vloeibare brandstoffen is de relatieve dichtheid de verhouding van de massa van een volume vloeibare brandstof bij een temperatuur van 15 C tot de massa van een identiek volume gedistilleerd water bij een temperatuur van 4 C (dichtheid 15/4 C) bij een normale atmosferische druk op zeeniveau (1.013 mbar). Met de relatieve dichtheid kan het gewicht van een brandstof bepaald worden, uitgedrukt per volume-eenheid. De relatieve dichtheid van een vloeibare brandstof wordt beïnvloed door de temperatuur. De relatieve dichtheid 15/4 C van een vloeibare brandstof die op het ogenblik van de meting niet deze temperatuur heeft, kan bepaald worden aan de hand van de onderstaande tabel. Basiscorrectie voor dichtheidsmeting Relatieve dichtheid Basiscorrectie 1 C temperatuurverschil minder of meer van 0,600 tot 0,700 0,00090 van 0,700 tot 0,800 0,00080 van 0,800 tot 0,840 0,00075 van 0,840 tot 0,880 0,00070 van 0,880 tot 0,920 0,00065 van 0,920 tot 1,000 0,

16 Stookoliebranders 2. Vloeibare brandstoffen Densimeter a) stookolie b) water c) thermometer CEDICOL Wikipedia creative commons Voorbeelden van correcties: Stookolie met een dichtheid van 0,845 bij 10 C: het temperatuurverschil naar beneden toe bedraagt 5 C (15-10 ). De basiscorrectie bedraagt 0,0007. Het correctiecijfer zelf zal gelijk zijn aan 0,0007 x 5 = 0,0035. Aangezien de meettemperatuur lager ligt dan 15, zullen we het correctiecijfer aftrekken en verkrijgen we een dichtheid van 0,841 bij 15 C (0,845-0,0035). Stookolie met een dichtheid van 0,828 bij 25 C: het temperatuurverschil naar boven toe bedraagt 10 C (25-15 ). De te gebruiken basiscorrectie is 0, Het correctiecijfer is gelijk aan 0,00075 x 10 = 0,0075. Aangezien de meettemperatuur hoger ligt dan 15 C, wordt het correctiecijfer bij de dichtheid bij 25 C geteld en verkrijgen we een dichtheid van 0,835 bij 15 C (0, ,0075). De dichtheid van stookolie schommelt in het algemeen tussen 0,800 en 0,880 bij 15 C. Voor producten met een temperatuur lager dan 15 C kan de samentrekking van het product of het volumeverlies als volgt berekend worden: 7,5 liter per graad minder en per liter voor een nominale dichtheid van 0,800 tot 0,840 bij 15 C; 7 liter per graad minder en per liter voor een nominale dichtheid van 0,840 tot 0,880 bij 15 C. Omgekeerd berekenen we de uitzetting van het product of de volumetoename als volgt voor producten met een temperatuur hoger dan 15 : 7,5 liter per graad meer en per liter voor een nominale dichtheid van 0,800 tot 0,840 bij 15 C; 7 liter per graad meer en per liter voor een nominale dichtheid van 0,840 tot 0,880 bij 15 C. De dichtheid wordt vooral gecontroleerd met behulp van een dichtheidsmeter (densimeter). Deze meter werkt volgens het volgende principe: een lichaam dat in een vloeistof wordt ondergedompeld, heeft hetzelfde gewicht als de verplaatste hoeveelheid vloeistof. 16

17 2. Vloeibare brandstoffen Stookoliebranders Het toestel van Pensky-Martens a) Brander b) Verwarmingsfluïdum c) Staal d) Opening e) Waakvlam f ) Thermometer CEDICOL aliexpress.com Het vlampunt - Flash Point Het vlampunt is de laagste temperatuur waarop een product verwarmd kan worden en waarbij de ontwikkelde dampen nog ontvlammen in aanwezigheid van een vlam. Het vlampunt wordt in een laboratorium bepaald in een gesloten vat (toestel van Pensky-Martens). Het vlampunt bepaalt de veiligheidsgrens voor het gebruik van vloeibare brandstoffen. In de praktijk mogen we beschouwen dat vloeibare brandstoffen (lamppetroleum uitgesloten) onder een temperatuur van 60 C principieel geen enkel gevaar opleveren tijdens hun behandeling, vervoer en opslag. Wanneer stookolie wordt opgeslorpt door brandbare materialen zoals hout, vodden, papier, enz., ontstaat er werkelijk een ernstig brandgevaar. Daarom verbieden de Inspectiediensten voor de Arbeidsbeveiliging de aanwezigheid van brandbare stoffen in opslagplaatsen voor vloeibare brandstoffen en in stookplaatsen. Opgeslagen brandstoffen en brandstoffen in leidingen mogen bijgevolg nooit verwarmd worden op een temperatuur die hoger ligt dan het vlampunt. De indeling in licht ontvlambare, ontvlambare en brandbare stoffen gebeurt op basis van het vlampunt (zie tabel): Vlampunt P-Product Benzine VP < 21 C P1 Kerosine 21 C < VP < 55 C P2 Stookolie, diesel 55 C < VP < 100 C P3 Smeerolie VP > 100 C P4 17

18 Stookoliebranders 2. Vloeibare brandstoffen Kinematische viscositeit (symbool = v) De kinematische viscositeit van stookolie is haar vermogen om meer of minder vloeibaar te zijn, met andere woorden haar vermogen om meer of minder weerstand te bieden bij het oppompen of doorstromen in een opening of een leiding. De kinematische viscositeit wordt in een laboratorium gemeten met een viscosimeter. Een nauwkeurig bepaalde hoeveelheid stookolie wordt door een capillaire buis (een zeer fijn buisje, ook wel haarbuisje genoemd) gestuurd. De tijd die hiervoor nodig is, bepaalt de kinematische viscositeit. In het Internationale Eenhedenstelsel (SI) wordt de kinematische viscositeit uitgedrukt in mm 2 /s, wat overeenkomt met de oude benaming cst (Centistokes). Voor de invoering van het Internationale Eenhedenstelsel werden nog andere eenheden gebruikt, zoals graden Engler, Saybolt, Redwood of Oswald. Engler graden is de uitstroomtijd van 200 cm³ (1/5 liter) van een vloeistof door een boring van 2,8 mm diameter (doorsnede is 1 mm²) te vergelijken met water (1/5 l) bij een temperatuur van 20 C. Vandaar de eenheid mm²/s. De temperatuur speelt een belangrijke rol bij de viscositeitsmeting. Bij hogere temperaturen wordt stookolie vloeibaarder en neemt de kinematische viscositeit af. Koudere stookolie daarentegen wordt dikker en minder vloeibaar, terwijl de kinematische viscositeit toeneemt. De kinematische viscositeit van stookolie is van groot belang voor de brander. Bij een verstuivingsbrander moet de brandstof zo vloeibaar mogelijk zijn, omdat een zeer vloeibare brandstof gemakkelijker opgepompt kan worden en een betere verstuiving mogelijk maakt. Een fijnere verstuiving verbetert de mengeling van lucht en stookolie en bevordert bijgevolg de verbranding. Bij een vergassingsbrander daarentegen vermindert het debiet van stookolie naarmate de kinematische viscositeit hoger wordt. Sommige verstuivingsbranders zijn uitgerust met een voorverwarmer, die de stookolie opwarmt om de kinematische viscositeit te stabiliseren. Omzettingstabel van kinematische viscositeiten (als bijlage). Thomas De Jongh Grafiek van de viscositeit in functie van de temperatuur 18

19 2. Vloeibare brandstoffen Stookoliebranders Het verwarmingsvermogen Het verwarmingsvermogen van een brandstof is de hoeveelheid warmte-energie die vrijkomt bij de volledige verbranding van een kilogram vloeibare of vaste brandstof of een kubieke meter gas. Het verwarmingsvermogen wordt uitgedrukt in kilojoule (kj) per kilogram of kubieke meter brandstof. We onderscheiden twee verwarmingsvermogens, die in een laboratorium bepaald worden door middel van een calorimetrische bom of door een berekening. De verbrandingswaarde of calorische bovenwaarde De bovenste verbrandingswaarde van een brandstof is de hoeveelheid warmte die vrijkomt bij een volledige verbranding van één kg brandstof, waarbij de verbrandingsproducten afgekoeld worden tot de begintemperatuur en waarbij de bij de verbranding gevormde waterdamp gecondenseerd wordt. De stookwaarde of calorische onderwaarde De stookwaarde of onderste verbrandingswaarde is de warmtehoeveelheid die ontwikkeld wordt bij de volledige verbranding van één kg brandstof, maar waarbij de gevormde waterdamp niet gecondenseerd wordt terwijl de verbrandingsproducten worden afgekoeld tot de aanvangstemperatuur. De latente verdampingswarmte wordt dus niet teruggewonnen. Het verschil tussen de bovenste verbrandingswaarde en de onderste verbrandingswaarde van een brandstof is bijgevolg de warmte van de bij de verbranding gevormde waterdamp. De warmte van de waterdamp die vrijkomt bij de verbranding van één kg stookolie, bedraagt ongeveer 814 W/kg of 2931 kj/kg. Waarden: Voor een brandstoftype blijft het verwarmingsvermogen vrij constant. De eenheid van het verwarmingsvermogen was vroeger de kilocalorie (kcal). De internationale eenheid is nu de joule (J). Noteer dat: 1 cal = 4,1868 J 1 kcal = 4186,81 = 4,187 kj 1 kj = 0,238 kcal 1 MJ = Joule 1 W= 1 J/s 1 kwh = 3,6 MJ 1 kcal/h = 1,163 W Het latente verdampingsverlies van water ligt tussen 2500 en 2930 kilojoule per kilogram (kj/kg) vloeibare brandstof (tussen 700 en 814 W/kg), dus ongeveer 6%. 19

20 Stookoliebranders 2. Vloeibare brandstoffen 20 Brandstof Lamppetroleum Stookolie Stookolie extra EN 590 Zware stookolie Extra zware stookolie Verbrandingswarmte per kg, liter of Nm 3 De warmtevermogens: worden gebruikt voor de berekening van het nuttig rendement van een stookketel. Hierbij moeten we even herhalen dat de stookwaarde of onderwaarde voor de berekening van het stookketelrendement alleen wordt gebruikt wanneer het water dat gevormd werd tijdens de verbranding in de vorm van damp, in verbrandingsgassen ontsnapt; maken het mogelijk om het debiet te bepalen van de verstuiver die op de brander wordt geplaatst, in functie van het vermogen van het verwarmingstoestel; maken het mogelijk om de energiekostprijs van de verschillende brandstoffen te vergelijken; maken het mogelijk om het brandstofverbruik te berekenen voor een gegeven gebouw en voor de bereiding van het sanitair warm water. Praktisch gezien is de stookwaarde (onderste verbrandingswaarde) het belangrijkst. Zodra het water gevormd wordt in de vlam, door de verbinding van de waterstof uit de olie en de zuurstof uit de lucht, gaat het op in dampwarmte. Deze warmte is niet meer bruikbaar voor de verwarming van het medium (uitgezonderd bij condenserende olieketels, waar een deel van deze dampwarmte wordt gerecupereerd). Stookwaarde per kg, liter of Nm 3 kilocalorie kilojoule kilowattuur kilocalorie kilojoule kilowattuur kcal/kg kj/kg 12,888 kwh/kg kcal/kg kj/kg 12,016 kwh/kg 8900 kcal/l kj/l 10,351 kwh/l 8295 kcal/l kj/l 9,647 kwh/l kcal/kg kj/kg 12,677 kwh/kg kcal/kg kj/kg 11,863 kwh/kg 9150 kcal/l kj/l 10,641 kwh/l 8550 kcal/l kj/l 9,945 kwh/l kcal/kg kj/kg 12,677 kwh/kg kcal/kg kj/kg 11,863 kwh/kg 9150 kcal/l kj/l 10,641 kwh/l 8550 kcal/l kj/l 9,945 kwh/l kcal/kg kj/kg 12,037 kwh/kg 9800 kcal/kg kj/kg 11,397 kwh/kg 9729 kcal/l kj/l 11,315 kwh/l 9210 kcal/l kj/l 10,711 kwh/l kcal/kg kj/kg 11,833 kwh/kg 9700 kcal/kg kj/kg 11,281 kwh/kg 8852 kcal/l kj/l 10,295 kwh/l 8439 kcal/l kj/l 9,814 kwh/l Cokes 7100 kcal/kg kj/kg 8,260 kwh/kg 6500 kcal/kg kj/kg 7,560 kwh/kg Antraciet 7800 kcal/kg kj/kg 9,071 kwh/kg 7500 kcal/kg kj/kg 8,722 kwh/kg Propaan (**) 24174kcal/Nm³ kj/nm³ 28,11 kwh/nm³ kcal/nm³ kj/nm³ 26,00 kwh/ Nm³ Butaan (**) kcal/nm³ kj/nm³ 37,14 kwh/nm³ kcal/nm³ kj/nm³ 34,34 kwh/ Nm³ Elektriciteit kcal/kwh 3600 kj/kwh 1 kwh Aardgas L (*) (Slochteren) 8754,8 kcal/nm³ kj/nm³ 10,18 kwh/nm³ 7903,4 kcal/nm³ kj/nm³ 9,19 kwh/nm³ Aardgas H(*) (Rijk gas) 9847 kcal/nm³ kj/nm³ 11,45 kwh/nm³ 8892,4 kcal/nm³ kj/nm³ 10,34 kwh/nm³ (*) Voor aardgas moet rekening gehouden worden met de oorsprong, de druk en de leveringstemperatuur om het warmtevermogen te bepalen. Bron: KVBG Cerga. (**) Bron: Febupro

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Scheikunde Hoofdstuk 2 Samenvatting Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Fossiele brandstof Koolwaterstof Onvolledige verbranding Broeikaseffect Brandstof ontstaan door het afsterven van levende organismen,

Nadere informatie

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering.

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering. 1 Warmteleer. 1 De soortelijke warmte is de warmte die je moet toevoeren om 1 kg van een stof 1 0 C op te warmen. Deze warmte moet je ook weer afvoeren om 1 kg van die stof 1 0 C af te koelen. 2 Om 2 kg

Nadere informatie

Kolenvergasser. Kolenvergasser 2009-02-01 hdefc.doc

Kolenvergasser. Kolenvergasser 2009-02-01 hdefc.doc Kolenvergasser 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 Beantwoord de vragen 1 t/m 3 aan de hand van het in bron 1 beschreven proces. Bron 1 De

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Energie in de glastuinbouw

Energie in de glastuinbouw Energie info glastuinbouw 22-11-2004 Energie in de glastuinbouw Eenheden Voelbaar / niet voelbaar Brandstof Benutte deel Prijs energiekost Alternatieve energie BBT Serre verliezen Energieproductie Vermogen

Nadere informatie

a. Beschrijf deze reactie met een vergelijking. In het artikel is sprake van terugwinning van zwavel in zuivere vorm.

a. Beschrijf deze reactie met een vergelijking. In het artikel is sprake van terugwinning van zwavel in zuivere vorm. PEARL GTL Oliemaatschappijen zoals Shell willen aan de nog steeds stijgende vraag naar benzine en diesel kunnen blijven voldoen én ze willen de eindige olievoorraad zoveel mogelijk beschikbaar houden als

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Op basis van richtlijn 91/155/EEG van de Commissie der Europese Gemeenschappen

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Op basis van richtlijn 91/155/EEG van de Commissie der Europese Gemeenschappen 1.Identificatie van de stof of het preparaat en van de firma 1.1 Identificatie van de stof of het preparaat: Synoniemen: R 134 a UN :3159 No CAS : 000811-97-2 No index CE S.O. Code NFPA 1-0-1 No EINECS

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

Clean fuel. LNG Facts & Figures

Clean fuel. LNG Facts & Figures 1 LNG Facts & Figures Waarom LNG Schoon Zonder nabehandeling voldoen aan emissie standaarden Veilig Lichter dan lucht als het verdampt Moeilijk ontsteekbaar Enorme voorraden Past in Europese doelstelling

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over

Nadere informatie

Op ontdekkingstocht naar aardolie

Op ontdekkingstocht naar aardolie O p o n t d e k k i n g s t o c h t n a a r a a r d o l i e Op ontdekkingstocht naar aardolie Miljoenen jaren geleden De mens heeft in de loop van de tijd vele vormen van energie gebruikt: spierkracht,

Nadere informatie

Een beginnershandleiding tot Brandstoffen

Een beginnershandleiding tot Brandstoffen Een beginnershandleiding tot Brandstoffen Energie is essentieel om te voorzien in de basisbehoeften van onze huishouding: koken, water verwarmen en verwarming. Maar het is ook een belangrijke factor voor

Nadere informatie

De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift opgenomen.

De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift opgenomen. Toelichting bij Voorbeeldopgaven Syllabus Nieuwe Scheikunde HAVO De opgave is een bewerking van de volgende CE-opgave: LPG 2007-2de tijdvak De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift

Nadere informatie

1.5 Alternatieve en gasvormige brandsstoffen

1.5 Alternatieve en gasvormige brandsstoffen 1.5 Alternatieve en gasvormige brandsstoffen Vooreerst worden de gasvormige brandstoffen uiteengezet. Vervolgens worden de verschillende alternatieve brandstoffen. 1.5.1 Gasvormige brandstoffen Aardgas

Nadere informatie

Autogeen snijden. Het proces en de gassen

Autogeen snijden. Het proces en de gassen Laskennis opgefrist (nr. 36) Autogeen snijden. Het proces en de gassen Het autogeensnijden is in de metaalindustrie nog altijd het meest toegepaste thermische snijproces. Deze populariteit ontleent het

Nadere informatie

Kuwait Petroleum Europoort, Q8KPE

Kuwait Petroleum Europoort, Q8KPE SPREEKBEURT 1/8 Kuwait Petroleum Europoort, Q8KPE Q8KPE is gelegen in Rotterdam Europoort. De locatie Europoort heeft de grootste haven ter wereld waar veel producten worden gemaakt en verhandeld. Voor

Nadere informatie

Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster

Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster Vragen en opdrachten bij de poster Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster 3 vwo Probleem: Zuur gas T1 Waterstofsulfide ontstaat bij de afbraak van zwavelhoudende organische stoffen.

Nadere informatie

Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming

Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming H01N2a: Energieconversiemachines- en systemen Academiejaar 2010-2011 Thermodynamische analyse van het gebruik van een warmtepomp voor residentiële verwarming Professor: Martine Baelmans Assistent: Clara

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II Ammoniak Ammoniak wordt bereid uit een mengsel van stikstof en waterstof in de molverhouding N 2 : H 2 = 1 : 3. Dit gasmengsel, ook wel synthesegas genoemd, wordt in de ammoniakfabriek gemaakt uit aardgas,

Nadere informatie

1) Stoffen, moleculen en atomen

1) Stoffen, moleculen en atomen Herhaling leerstof klas 3 1) Stoffen, moleculen en atomen Scheikundigen houden zich bezig met stoffen. Betekenissen van stof zijn onder andere: - Het materiaal waar kleding van gemaakt is; - Fijne vuildeeltjes;

Nadere informatie

Warmte. Hoofdstuk 2. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte

Warmte. Hoofdstuk 2. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte Warmte Hoofdstuk 2 Warmte is Energie Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte Brandstoffen verbranden: Brandstof Zuurstof voldoende hoge temperatuur (ontbrandingstemperatuur) 1 Grootheid Symbool Eenheid

Nadere informatie

SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9

SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9 SCHEIKUNDE Hoofdstuk 9 Par. 1 Elke chemische reactie heeft een energie-effect. De chemische energie voor én na de reactie is niet gelijk. Als de reactie warmer wordt is de chemische energie omgezet in

Nadere informatie

[Samenvatting Energie]

[Samenvatting Energie] [2014] [Samenvatting Energie] [NATUURKUNDE 3 VWO HOOFDSTUK 4 WESLEY VOS 0 Paragraaf 1 Energie omzetten Energiesoorten Elektrisch energie --> stroom Warmte --> vb. de centrale verwarming Bewegingsenergie

Nadere informatie

Bijlage 1.2.2bis bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne

Bijlage 1.2.2bis bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne Bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu houdende omzetting van Europese richtlijnen en andere diverse wijzigingen Bijlage 1.2.2bis bij het

Nadere informatie

TECHNISCHE GEGEVENS doorstromingsgegevens bepaling van de doorstromingsfactor en de doorlaatdiameter

TECHNISCHE GEGEVENS doorstromingsgegevens bepaling van de doorstromingsfactor en de doorlaatdiameter TECHNISCHE GEGEVENS doorstromingegevens bepaling van de doorstromingsfactor en de doorlaatdiameter Bepaling van de grootte van de afsluiters Een goede keuze van de grootte van de afsluiters is belangrijk.

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. en energieomzetting

Hoofdstuk 3. en energieomzetting Hoofdstuk 3 Energie en energieomzetting branders luchttoevoer brandstoftoevoer koelwater condensator stoomturbine generator transformator regelkamer stoom water ketel branders 1 Energiesoort Omschrijving

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. en energieomzetting

Hoofdstuk 3. en energieomzetting Energie Hoofdstuk 3 Energie en energieomzetting Grootheid Energie; eenheid Joule afkorting volledig wetenschappelijke notatie 1 J 1 Joule 1 Joule 1 J 1 KJ 1 KiloJoule 10 3 Joule 1000 J 1 MJ 1 MegaJoule

Nadere informatie

Module in verband met de meettechnieken voor verwarmingsketels

Module in verband met de meettechnieken voor verwarmingsketels EPB-verwarmingsreglementering Technische inhoud voor opleidingsinstellingen Module in verband met de meettechnieken voor verwarmingsketels Voor verwarmingsspecialisten: erkende verwarmingsinstallateurs

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen Afsluitende les Leerlingenhandleiding Alternatieve brandstoffen Inleiding Deze chemie-verdiepingsmodule over alternatieve brandstoffen sluit aan op het Reizende DNA-lab Racen met wc-papier. Doel Het Reizende

Nadere informatie

Mogelijke oplossingen voor het energieprobleem

Mogelijke oplossingen voor het energieprobleem http://glasreg.khk.be/ www.kvlt.be Mogelijke oplossingen voor het energieprobleem Studiedag: Toekomst voor de glastuinbouw? 1 december 2006 Herman Marien Energieprobleem: van kennis tot besparing 1. Kennis

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Afsluitende module Alternatieve Brandstoffen - Chemie verdieping - Ontwikkeld door dr. T. Klop en ir. J.F. Jacobs Op alle lesmaterialen is de Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk

Nadere informatie

AAN de slag 1.1 de bunsenbrander

AAN de slag 1.1 de bunsenbrander AAN de slag 1.1 de bunsenbrander ORiËNTEREN De bunsenbrander werd rond 1855 uitgevonden door professor Robert Wilhelm Bunsen (1811-1899) uit Heidelberg. De uitvinding diende vooral om een stabiele warmtebron

Nadere informatie

5 Formules en reactievergelijkingen

5 Formules en reactievergelijkingen 5 Formules en reactievergelijkingen Stoffen bestaan uit moleculen en moleculen uit atomen (5.1) Stoffen bestaan uit moleculen. Een zuivere stof bestaat uit één soort moleculen. Een molecuul is een groepje

Nadere informatie

VOGELVLUCHT Laatste herziening: 16/10/2007, Versie 1.0 pagina 1 / 5

VOGELVLUCHT Laatste herziening: 16/10/2007, Versie 1.0 pagina 1 / 5 Laatste herziening: 16/10/2007, Versie 1.0 pagina 1 / 5 1 IDENTIFICATIE VAN HET PREPARAAT EN DE ONDERNEMING Productnaam: Toepassing: Leverancier: Vogelafweermiddel Koppert B.V. Veilingweg 17 2651 BE Berkel

Nadere informatie

DEEL 1 ALGEMENE INFORMATIE

DEEL 1 ALGEMENE INFORMATIE Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 1 Algemene informatie DEEL 1 ALGEMENE INFORMATIE Editie 1-2010 CCR/OCIMF 2010 Pagina 1 Internationale veiligheidsrichtlijnen Deel 1 Algemene informatie Editie

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2011 - I

Eindexamen scheikunde havo 2011 - I Beoordelingsmodel Uraanerts 1 maximumscore 2 aantal protonen: 92 aantal elektronen: 88 aantal protonen: 92 1 aantal elektronen: aantal protonen verminderd met 4 1 2 maximumscore 2 Voorbeelden van een juist

Nadere informatie

Diesel. AdBlue is een gedeponeerd handelsmerk van de Vereniging van Duitse automobielfabrikanten (VDA). ONTDEK ADBLUE

Diesel. AdBlue is een gedeponeerd handelsmerk van de Vereniging van Duitse automobielfabrikanten (VDA). ONTDEK ADBLUE Diesel AdBlue is een gedeponeerd handelsmerk van de Vereniging van Duitse automobielfabrikanten (VDA). ONTDEK ADBLUE Korte samenvatting BELANGRIJKSTE KENMERKEN Wat is AdBlue?... 3 Waar dient het voor?....

Nadere informatie

Dossier: Afvalverwerking en verwarming

Dossier: Afvalverwerking en verwarming Dossier: Afvalverwerking en verwarming In een houtverwerkend bedrijf heeft men altijd met afval te maken. Optimalisatiesystemen en efficiëntie zorgen er gelukkig voor dat dit tot een minimum wordt beperkt.

Nadere informatie

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste Code van goede meetpraktijk van de VKL (Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen) Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet-

Nadere informatie

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken 3HV Antwoorden samenvatting onderouw scheikunde 1.6 Scheidingsmethoden 1 a stofnaam voorwerp c voorwerp d stofnaam e voorwerp f stofnaam 2 a goed slecht c goed d slecht e slecht f matig (zuurstof) tot

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Pagina 1

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Pagina 1 Pagina 1 1. Identificatie van de stof of het preparaat en van de vennootschap / onderneming Productbenaming: Plasticrète deel A : P- Cast A02 Gebruik: Diverse industriële toepassingen. Verantwoordelijke

Nadere informatie

p V T Een ruimte van 24 ºC heeft een dauwpuntstemperatuur van 19 ºC. Bereken de absolute vochtigheid.

p V T Een ruimte van 24 ºC heeft een dauwpuntstemperatuur van 19 ºC. Bereken de absolute vochtigheid. 8. Luchtvochtigheid relatieve vochtigheid p e 100 % p absolute vochtigheid = dichtheid van waterdamp dauwpuntstemperatuur T d = de temperatuur waarbij de heersende waterdampdruk de maximale dampdruk is.

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Gasbranders. 057.130.7 Gasbrander zonder vlambeveiliging 057.131.7-057.146.3 Gasbranders met vlambeveiliging.

Gebruiksaanwijzing. Gasbranders. 057.130.7 Gasbrander zonder vlambeveiliging 057.131.7-057.146.3 Gasbranders met vlambeveiliging. Gasbranders Overzicht 057.130.7 gasbrander 20cm, butaan/propaan, 5 kw, zonder vlambeveiliging 057.131.5 gasbrander 30cm, butaan/propaan, 7 kw + vlambeveiliging 057.132.3 gasbrander 40cm, butaan/propaan,

Nadere informatie

Rekenen aan reacties (de mol)

Rekenen aan reacties (de mol) Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html

Nadere informatie

door Olaf P. van Pruissen en Jacob A. Moulijn Technische Universiteit Delft 1. Inleiding 101 3 2. Produktie en eigenschappen van dieselbrandstof

door Olaf P. van Pruissen en Jacob A. Moulijn Technische Universiteit Delft 1. Inleiding 101 3 2. Produktie en eigenschappen van dieselbrandstof 101 1 Dieselbrandstof door Olaf P. van Pruissen en Jacob A. Moulijn Technische Universiteit Delft 1. Inleiding 101 3 2. Produktie en eigenschappen van dieselbrandstof 101 3 2.1. Raffinage 101 3 2.2. Samenstelling

Nadere informatie

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009 MINISTERIE N ONDERWIJS EN OLKSONTWIKKELING EXMENBUREU UNIFORM EINDEXMEN MULO tevens TOELTINGSEXMEN WO/HO/NTIN 2009 K : NTUURKUNDE DTUM : MNDG 06 JULI 2009 TIJD : 09.45 11.25 UUR (Mulo III kandidaten) 09.45

Nadere informatie

STOOKWAARDE BIJ CONSTANTE DRUK

STOOKWAARDE BIJ CONSTANTE DRUK STOOKWAARDE BIJ CONSTANTE DRUK 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Deze koepelprocedure vervangt de procedure CMA/2/II/A.5 ontwerp van april 2008. In deze CMA methode wordt een overzicht gegeven van de te analyseren

Nadere informatie

-5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Omschrijf de brandklassen. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand.

-5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Omschrijf de brandklassen. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand. -5- Met welk bord wordt een explosiegevaarlijke gebied aangegeven? -5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand. -5- Noem de blusmethoden voor een

Nadere informatie

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties BIJLAGE V Technische bepalingen inzake stookinstallaties Deel 1 Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties 1. Alle emissiegrenswaarden worden berekend bij een temperatuur

Nadere informatie

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week 18-4-2016

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week 18-4-2016 Rekenen aan reacties 2 Scheikunde Niveau 4 Jaar 1 Periode 3 Week 4 Deze les Rekenen aan reactievergelijkingen Samenvatting Vragen Huiswerk voor volgende week Bestuderen Lezen voor deze week Bestuderen

Nadere informatie

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN 3(4) VMBO-TGK,

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl 2005 - I

Eindexamen natuurkunde/scheikunde 2 vmbo gl/tl 2005 - I BEOORDELINGSMODEL Vraag Antwoord Scores Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. ZWAVELOXIDEN 1 C 2 maximumscore 3 CH 4 S + 3 O 2 CO 2 + 2 H 2 O + SO 2 CH 4 S en O 2 voor

Nadere informatie

Veiligheidsinformatieblad (MSDS)

Veiligheidsinformatieblad (MSDS) Adhesive spray Veiligheidsinformatieblad (MSDS) versie: 7 7 2009 / 37 Leverancier: Profclean Europe Duinweg 27 5482VR Schijndel telefoon: 073 5478265 fax: 073 5492305 telefoonnr noodgevallen : 073 5432720

Nadere informatie

Mededeling van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 22 juli 2008

Mededeling van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 22 juli 2008 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 79 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web:

Nadere informatie

Scheikunde Samenvatting H4+H5

Scheikunde Samenvatting H4+H5 Scheikunde Samenvatting H4+H5 Hoofdstuk 4 4.2 Stoffen worden ingedeeld op grond van hun eigenschappen. Er zijn niet-ontleedbare stoffen en ontleedbare stoffen. De niet-ontleedbare stoffen zijn verdeeld

Nadere informatie

Onderwerp: Verbrandingsgassen van huishoudelijke toestellen

Onderwerp: Verbrandingsgassen van huishoudelijke toestellen Nummer 25 Onderwerp: Verbrandingsgassen van huishoudelijke toestellen 1. Inleiding Voor gasgestookte (huishoudelijke) toestellen gelden vele eisen die voor het overgrote deel betrekking hebben op het veilig

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2003-II

Eindexamen scheikunde havo 2003-II 4 Antwoordmodel Superzwaar 1 Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 50 (neutronen). opzoeken van het atoomnummer van krypton (36) 1 berekening van het aantal neutronen: 86 verminderd met het atoomnummer

Nadere informatie

Biomassa Hernieuwbare energie in gebouwen Vlaamse confederatie bouw

Biomassa Hernieuwbare energie in gebouwen Vlaamse confederatie bouw 18/09/2012 Biomassa Hernieuwbare energie in gebouwen Vlaamse confederatie bouw Ruben Guisson VITO Bioenergy Team 13 september 2012, Technopolis Mechelen Types brandstof Houtpellets + Hoge energiedichtheid

Nadere informatie

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen Uitwerkingen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN

Nadere informatie

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014 Energie in Beweging Wat is Well to Wheel Met Well to Wheel wordt het totale rendement van brandstoffen voor wegtransport uitgedrukt Well to Wheel maakt duidelijk

Nadere informatie

Tentamen Verbrandingstechnologie d.d. 9 maart 2009

Tentamen Verbrandingstechnologie d.d. 9 maart 2009 Tentamen Verbrandingstechnologie d.d. 9 maart 2009 Maak elke opgave op een afzonderlijk vel papier Diktaat mag gebruikt worden, aantekeningen niet Succes! Opgave 1: Diversen (a) Geef de algemene reactie

Nadere informatie

Natuurwetenschappen GT NW 1 leerjaar A 2 trimester schooljaar 2013-2014

Natuurwetenschappen GT NW 1 leerjaar A 2 trimester schooljaar 2013-2014 Naam:... Klas:... nr:... Grote toets Datum: 2014-03-26 Resultaat: / 72 Afdeling: Middenschool EPI Leerkrachten: L. De Bondt, K. De Scheemaeker, M. Desomville, M. De Sutter, R. De Vlaeminck, B. Verhasselt,

Nadere informatie

Flipping the classroom

Flipping the classroom In dit projectje krijg je geen les, maar GEEF je zelf les. De leerkracht zal jullie natuurlijk ondersteunen. Dit zelf les noemen we: Flipping the classroom 2 Hoe gaan we te werk? 1. Je krijgt of kiest

Nadere informatie

HEREXAMEN EIND MULO tevens IIe ZITTING STAATSEXAMEN EIND MULO 2009

HEREXAMEN EIND MULO tevens IIe ZITTING STAATSEXAMEN EIND MULO 2009 MNSTERE VAN ONDERWJS EN VOLKSONTWKKELNG EXAMENBUREAU HEREXAMEN END MULO tevens e ZTTNG STAATSEXAMEN END MULO 2009 VAK : NATUURKUNDE DATUM : VRJDAG 07 AUGUSTUS 2009 TJD : 7.30 9.30 UUR DEZE TAAK BESTAAT

Nadere informatie

VEILIGHEIDS INFORMATIE BLAD

VEILIGHEIDS INFORMATIE BLAD VEILIGHEIDS INFORMATIE BLAD Montage vet op waterbasis, 90 ml Datum herziening: 23-06- 2015 Afdruk datum: 23-06- 2015 Datum eerste versie: 28/07/2014 Versie nummer: 02 Rubriek 1. Identificatie van de stof

Nadere informatie

INFORGAS SPECIAAL DOSSIER NR. 4

INFORGAS SPECIAAL DOSSIER NR. 4 INFORGAS SPECIAAL DOSSIER NR. 4 TECHNISCH DOSSIER HUISHOUDELIJKE CONDENSERENDE KETELS 1. Inleiding HUISHOUDELIJKE CONDENSERENDE KETELS Het basisprincipe van het Rationeel Energiegebruik (REG) voor de centrale

Nadere informatie

Chemische naam van de stof : Ammoniak oplossing, formule: NH4OH (waterige oplossing) Synoniemen : Ammonia

Chemische naam van de stof : Ammoniak oplossing, formule: NH4OH (waterige oplossing) Synoniemen : Ammonia 1. Identificatie van het product : Ammonia Leverancier : Firma J. van der Graaf & Zn. Patrijsweg 1 - tel. 0168-381333 Tel.nr.voor noodgevallen : Nationaal Vergiftigingen Centrum Tel.nr: 030-2748888 (Uitsluitend

Nadere informatie

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas

ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART CCNR-ZKR/ADN/WG/CQ/2011/12 definitief 27 januari 2012 Or. DUITS ADN-VRAGENCATALOGUS 2011 Gas De ADN-vragencatalogus 2011 is op 27-01-2012 in de onderhavige versie aangenomen

Nadere informatie

In overeenstemming met de wetgeving in Nederland Sonax Formule Plus Actieve Hardwax Limit

In overeenstemming met de wetgeving in Nederland Sonax Formule Plus Actieve Hardwax Limit PAGINA: 1/5 1. Identificatie van de stof of het preparaat en van de onderneming Produktbenaming: Art.Nr. 643700.02/643705.02 Toepassing Autowasstraatproduct Leverancier Sonax GmbH & Co. KG Münchener Straße

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2006-I

Eindexamen scheikunde havo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Rood licht Maximumscore 1 1 edelgassen 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De (negatieve) elektronen bewegen zich richting elektrode A dus is elektrode A de positieve elektrode.

Nadere informatie

1. Identificatie van de stof of het preparaat en van de onderneming. Voor de vervaardiging van spalkmateriaal.

1. Identificatie van de stof of het preparaat en van de onderneming. Voor de vervaardiging van spalkmateriaal. Blad: 1 van 6 1. Identificatie van de stof of het preparaat en van de onderneming. Productnaam: Gebruik: Identificatie onderneming: Telefoonnummer In noodgevallen: +32 (0)3 326 20 26 Voor de vervaardiging

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

Eindexamen scheikunde havo 2001-II Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:

Nadere informatie

HeatMaster 25 C 25 TC 35 TC 45 TC 70 TC 85 TC 120 TC

HeatMaster 25 C 25 TC 35 TC 45 TC 70 TC 85 TC 120 TC made in Belgium With the future in mind HeatMaster 25 C 25 TC 35 TC 45 TC 70 TC 85 TC 120 TC Condenserende gasketel met dubbele functie HeatMaster condensatie op CV HeatMaster condensatie op CV en sanitair

Nadere informatie

Is de pinda een energiebron? Zo ja, hoeveel energie bevat de pinda dan?

Is de pinda een energiebron? Zo ja, hoeveel energie bevat de pinda dan? Is de pinda een energiebron? Zo ja, hoeveel energie bevat de pinda dan? Uit bijna alle dieetvoorschriften blijkt: 'Van pinda's eten wordt je snel dik. Je wordt er snel dik van, omdat ze veel calorieën

Nadere informatie

1ste ronde van de 19de Vlaamse Fysica Olympiade 1. = kx. = mgh. E k F A. l A. ρ water = 1,00.10 3 kg/m 3 ( θ = 4 C ) c water = 4,19.10 3 J/(kg.

1ste ronde van de 19de Vlaamse Fysica Olympiade 1. = kx. = mgh. E k F A. l A. ρ water = 1,00.10 3 kg/m 3 ( θ = 4 C ) c water = 4,19.10 3 J/(kg. ste ronde van de 9de Vlaamse Fysica Olympiade Formules ste onde Vlaamse Fysica Olympiade 7 9de Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde De eerste ronde van deze Vlaamse Fysica Olympiade bestaat uit 5 vragen

Nadere informatie

Samenvatting Chemie Overal 3 havo

Samenvatting Chemie Overal 3 havo Samenvatting Chemie Overal 3 havo Hoofdstuk 1: Stoffen 1.1 Zwart goud Aardolie Aardgas, aardolie en steenkool heten ook wel fossiele brandstoffen. Bij verbranding komt veel energie vrij, maar er ontstaan

Nadere informatie

Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW)

Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW) Energiebesparingspotentieel door isolatie Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW) Het is bekend dat de CO 2 uitstoot tegen 2020 fors naar omlaag moet. In Duitsland zijn

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Pagina: 1 Samenstellingsdatum: 18.08.04 Herziening: 17.08.2015 Verstuurd naar: nl Revisie nr. 2 Rubriek 1: Identificatie van de stof of het mengsel en van de vennootschap/onderneming 1.1. Productidentificatie

Nadere informatie

Thermodynamica - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/7

Thermodynamica - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/7 VAK: Thermodynamica A Set Proeftoets AT01 Thermodynamica - A - PROEFTOETS- AT01 - OPGAVEN.doc 1/7 DIT EERST LEZEN EN VOORZIEN VAN NAAM EN LEERLINGNUMMER! Beschikbare tijd: 100 minuten Uw naam:... Klas:...

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten 4.1 Deeltjesmassa 4.1.1 Atoommassa De SI-eenheid van massa is het kilogram (kg). De massa van een H-atoom is gelijk aan 1,66 10 27 kg. m(h) = 0,000 000 000 000 000 000

Nadere informatie

1. IDENTIFICATIE VAN DE STOF OF HET PREPARAAT EN DE ONDERNEMING

1. IDENTIFICATIE VAN DE STOF OF HET PREPARAAT EN DE ONDERNEMING Vidol GreaseCare A 100 3 1. IDENTIFICATIE VAN DE STOF OF HET PREPARAAT EN DE ONDERNEMING HANDELSNAAM Vidol GreaseCare A 100 3 SOORT GEBRUIK Smeervet LANDELIJKE FABRIKANT/IMPORTEUR Onderneming Vidol Trading

Nadere informatie

Stoken met hout. Robbie Goris

Stoken met hout. Robbie Goris Stoken met hout Robbie Goris Inverde hout = recent opgeslagen zonne-energie energie stoken met hout = koolstofneutraal t l hout juist stoken = milieuvriendelijk Koolstofcyclus Wat is hout? cellulose &

Nadere informatie

1.1 Identificatie van het preparaat: 3M ESPE ROCATEC-SOFT. 1.3 3M Artikelnummer(s): 70-2011-0758-1

1.1 Identificatie van het preparaat: 3M ESPE ROCATEC-SOFT. 1.3 3M Artikelnummer(s): 70-2011-0758-1 3M Nederland BV Industrieweg 24 NL2382 NW ZOETERWOUDE NETHERLANDS ======================================================================== VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD ========================================================================

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Herziene uitgave nr : 1 REACh Datum : 1 / 6 / 2007

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Herziene uitgave nr : 1 REACh Datum : 1 / 6 / 2007 bladzijde : 1 van 5 VEILIGHEIDSRMATIEBLAD Herziene uitgave nr : 1 Postbus 93 Beugsloepweg 9 NL-3130 AB Vlaardingen Nederland Tel. 010-4343911 Fax 010-4602436 In geval van nood : NVIC +31 (0)30 2748888

Nadere informatie

Ecohuis Antwerpen A2 & PPO. 24 Oktober 2006 Jan Bekaert

Ecohuis Antwerpen A2 & PPO. 24 Oktober 2006 Jan Bekaert Ecohuis Antwerpen A2 & PPO 24 Oktober 2006 Jan Bekaert Pure Planten Olie (PPO) als brandstof in dieselmotoren Dieselmotor: eigenschappen Voordelen van een dieselmotor Hoog rendement: 35% (benzine: 25%)

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

BEKOSPLIT DE ECONOMISCHE, MILIEUVRIENDELIJKE BEHANDELING VAN EMULSIES

BEKOSPLIT DE ECONOMISCHE, MILIEUVRIENDELIJKE BEHANDELING VAN EMULSIES BEKOSPLIT DE ECONOMISCHE, MILIEUVRIENDELIJKE BEHANDELING VAN EMULSIES ÉÉN LITER OLIE VERONTREINIGT 1.000.000 L GRONDWATER De wetgever heeft goede redenen om een professionele, verantwoordelijke en veilige

Nadere informatie

VEILIGHEIDS- INFORMATIE- BLAD

VEILIGHEIDS- INFORMATIE- BLAD VEILIGHEIDS- INFORMATIE- BLAD COLORSIL VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD 1.- IDENTIFICATIE VAN DE STOF OF HET PREPARAAT EN VAN DE VENNOOTSCHAP/ONDERNEMING 1.1 Productbenaming: COLORSIL 1.2 Fabrikant: COSENTINO

Nadere informatie

Reactie op het voorstel voor de G-gassamenstelling in de toekomst en de eisen aan gastoestellen.

Reactie op het voorstel voor de G-gassamenstelling in de toekomst en de eisen aan gastoestellen. 30-11-2011 Reactie op het voorstel voor de G-gassamenstelling in de toekomst en de eisen aan gastoestellen. 1. De G-gassamenstelling vanaf 2021 (of vanaf een later moment). Tabel 1.1: Voorstel : Agentschap

Nadere informatie

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 docent: drs. Ruben E. A. Musson Het gebruik van uitsluitend BINAS is toegestaan. 1. Welk van de volgende processen

Nadere informatie

Energie en Energiebalans. Dictaat hoofdstuk 5

Energie en Energiebalans. Dictaat hoofdstuk 5 Energie en Energiebalans Dictaat hoofdstuk 5 Inleiding Energiebalansen = boekhouden met energie elementaire warmteleer; energieberekeningen rond eenvoudige systemen en chemische reacties Overzicht college

Nadere informatie

Handelsnaam: * Identificatie van het product * - Aard van het product: dispersie op waterbasis

Handelsnaam: * Identificatie van het product * - Aard van het product: dispersie op waterbasis Veiligheidsinformatie - blad BLZ 1 MSDS datum 6/5/05 Project primer antigifcentrum België 070/245,245 1. Identificatie van het produkt en de onderneming Handelsnaam: Project primer * Identificatie van

Nadere informatie

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

FOSSIELE BRANDSTOFFEN FOSSIELE BRANDSTOFFEN De toekomst van fossiele energiebronnen W.J. Lenstra Inleiding Fossiele energiebronnen hebben sinds het begin van de industriele revolutie een doorslaggevende rol gespeeld in onze

Nadere informatie

NOx reductie. Oscar Moers en Max Breedijk

NOx reductie. Oscar Moers en Max Breedijk NOx reductie Oscar Moers en Max Breedijk Oscar Moers Afgestudeerd HTS Werktuigbouwkunde en HTS Technische Bedrijfskunde Werkzaam bij Elco Burners B.V. sinds 2006, eindverantwoordelijk voor service Elco

Nadere informatie