sensor handboek vmbo-kgt deel 1b

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "sensor handboek vmbo-kgt deel 1b"

Transcriptie

1 21 12 natuur-, scheikunde en techniek voor de onderbouw sensor handboek vmbo-kgt deel 1b AUTEURS : FONS ALKEMADE BORIS BERENTS FRITS KAPPERS ISBN handboek vmbo-kgt deel 1b

2 Inhoudsopgave Werken met Sensor 4 4 De fietsverlichting Startopdracht 8 1 Elektriciteit op je fiets 9 2 Spanning 17 3 Schakelingen 25 4 Veiligheid 30 Samenvatting 35 5 De verwarming Startopdracht 42 1 De verwarmingsinstallatie 43 2 Warmte maken en gebruiken 48 3 Warmtetransport 54 4 Isolatie 59 Samenvatting 63 6 De koelkast Startopdracht 68 1 Temperatuur 69 2 Fasen 73 3 Koeling 78 4 Invloed van temperatuur op materialen 83 Samenvatting 89 7 De geluidsinstallatie Startopdracht 94 1 Wat is geluid? 95 2 De luidspreker Hoge en lage geluiden Harde en zachte geluiden 113 Samenvatting 118 Gereedschappen 122 Practicummaterialen 124 Register 126 3

3 Als je in het donker fietst, is verlichting verplicht. Voor je eigen veiligheid, maar ook voor de veiligheid van anderen. Zonder licht val je in het donker niet op. Zelfs niet op goed verlichte wegen. In de wet staat dat voorlichten altijd wit of geel zijn en achterlichten altijd rood. Dat geldt voor alle voertuigen. Auto s, scooters en fietsen. Je kunt aan het licht zien of een voertuig op je afkomt of juist niet. De verlichting op de fiets werkt op elektriciteit. Fietsen hebben daar een dynamo en batterijen voor. Startopdracht Lampjes laten branden op een batterij 8 Paragraaf 1 Elektriciteit op je fiets 9 Extra De led-lamp 15 2 Spanning 17 Extra De zonnecel 23 3 Schakelingen 25 Extra De wisselschakeling 28 4 Veiligheid 30 Extra Nog meer veiligheidsmaatregelen 33 Samenvatting 35 4 Werkstukken 1 Het elektrospel 2 De autoverlichting Proeven 1 Geleiders en isolatoren 2 De werking van een gloeidraad onderzoeken 3 Een led laten branden 4 De spanning in verschillende batterijen controleren 5 Zelf een spanningsbron maken 6 Het magnetisch veld 7 De werking van een dynamo 8 De spanning meten die een fietsdynamo levert 9 De plaatsing van een zonnepaneel 10 De kenmerken van serieschakelingen en parallelschakelingen 11 Een wisselschakeling maken 12 Kortsluiting en een smeltveiligheid (demonstratieproef) 6

4 De fietsverlichting 7

5 Startopdracht Lampjes laten branden op een batterij Je kunt meerdere lampjes tegelijk op één batterij laten branden. Dat kan zelfs op twee verschillende manieren. In deze startopdracht ga je proberen die manieren te ontdekken. Je krijgt één batterij, twee lampjes, twee lamphouders en stroomdraden. Opdracht 1 Laat twee lampjes tegelijk op de batterij branden. Als je één lampje losdraait tot het uitgaat, moet het andere lampje ook uitgaan. Opdracht 2 Laat twee lampjes tegelijk op de batterij branden. Als je één lampje losdraait tot het uitgaat, moet het andere lampje gewoon blijven branden. Opdracht 3 Bedenk waarom bij opdracht 1 beide lampjes uitgaan als je een lampje losdraait en bij opdracht 2 alleen het lampje dat je losdraait. In de nabespreking moet je kunnen vertellen waardoor het verschil volgens jou wordt veroorzaakt. Je kunt jouw verklaring dan vergelijken met die van je klasgenoten. 8

6 1 Elektriciteit op je fiets Jouw fietsverlichting moet in orde zijn. Het voorlicht moet wit of geel licht geven. Het achterlicht moet rood licht geven. Wanneer is jouw fietsverlichting in orde? Een stroomkring Een lampje geeft licht als er elektrische stroom door gaat. Dat kan door het lampje op een batterij aan te sluiten. Je hebt dan twee stroomdraden nodig. Daar gaat de stroom door. Van de batterij naar het lampje door de ene draad. En weer terug van het lampje naar de batterij door de andere draad. We noemen dat een stroomkring. Een stroomkring bestaat uit verschillende onderdelen en stroomdraden. De stroomdraden verbinden de onderdelen met elkaar (afbeelding 1). Ze moeten zo zijn verbonden dat er elektrische stroom door kan gaan. Een van de onderdelen moet voor de stroom zorgen. Dat kan bijvoorbeeld een batterij zijn of een dynamo. afbeelding 1 Een stroomkring maken. De dynamo Op veel fietsen werkt het voorlicht op een dynamo. Een dynamo is een apparaat dat elektriciteit opwekt. Elektriciteit is energie waar je apparaten mee kunt laten werken. Een lamp geeft licht, een radio geeft geluid, een kolomboor draait. Apparaten die op elektriciteit werken, noemen we elektrische apparaten. De dynamo op je fiets wekt genoeg elektriciteit op om het voorlicht te laten branden. Daarvoor moet je de dynamo met een geribbeld wieltje tegen de voorband of de achterband drukken (afbeelding 2). Als je fietst, gaat het wieltje met de band meedraaien. In de dynamo wordt dan elektriciteit opgewekt. afbeelding 2 Een draaiende dynamo maakt elektriciteit. 9

7 Er bestaan ook fietsen met een dynamo in de naaf van het wiel. Zij wekken altijd elektriciteit op als je fietst. Ook overdag. Je kunt het licht dan met een schakelaar aan en uit zetten. Het achterlicht werkt tegenwoordig meestal op een batterij. Batterijen Verlichting met een batterij brandt ook als je stilstaat. Een batterij levert elektriciteit om apparaten te laten werken (afbeelding 3). afbeelding 3 Enkele typen batterijen. Als een batterij leeg is, kun je er geen energie meer uithalen. Dan geven de fietslampjes geen licht meer. Heel onhandig als jij dan net in het donker naar huis fietst. afbeelding 4 Met een lader kun je batterijen weer opladen. In batterijen zitten stoffen die elektrische energie kunnen opwekken. Die stoffen zijn giftig en mogen niet in het milieu komen. Je moet ze naar een inzamelpunt brengen. Het is daarom beter om oplaadbare batterijen te gebruiken. Dat zijn batterijen die je weer vol met elektrische energie kunt laten lopen. Er is een lader nodig om dat te doen. Een lader stopt de batterij vol met elektriciteit uit het stopcontact (afbeelding 4). Batterijen kunnen erg warm worden tijdens het opladen. Daardoor slijten ze een beetje. Batterijen die al vaak zijn opgeladen, raken daardoor sneller leeg. Uiteindelijk moet je oplaadbare batterijen ook vervangen. Je moet ze dan net als gewone batterijen inleveren bij een inzamelpunt. Stroomdraden Om een lampje op een batterij te laten branden, heb je stroomdraden nodig. Een stroomdraad bestaat uit twee verschillende stoffen. Het binnenste van een stroomdraad is meestal van koper. Daar kan gemakkelijk een elektrische stroom door lopen. Een stof waar elektrische stroom door kan lopen, noem je een geleider. Alle metalen geleiden elektriciteit, maar niet 10

8 allemaal even goed. De buitenkant van de stroomdraad is van een kunststof gemaakt. Daar gaat geen elektrische stroom door. Een stof waar geen elektrische stroom door kan lopen, noem je een isolator. Plastic, rubber en glas zijn isolatoren. Bij de startopdracht gebruikte je twee stroomdraden. De stroom ging door de ene stroomdraad naar het lampje toe en door de andere stroomdraad terug naar de batterij. Aan elektrische apparaten zit meestal één snoer. Knip je zo n snoer door, dan zie je twee koperen draden, elk in hun eigen isolatie (afbeelding 5). afbeelding 5 Een doorgeknipte stroomdraad. De koperen draden zijn afgeschermd door een kunststof omhulsel. Bij fietsdynamo s zie je altijd maar één stroomdraad (afbeelding 6). Daar gaat de stroom naar het voorlicht door. De stroom gaat terug naar de dynamo door het frame van de fiets. Dat kan alleen als het frame van metaal is gemaakt. afbeelding 6 De stroom gaat via een kabeltje naar het lampje. De stroom gaat via het metalen frame terug. Dat spaart een kabeltje uit. 11

9 Schakelaars Op een fiets met een dynamo in de naaf wekt de dynamo altijd stroom op als je fietst. Daardoor brandt het voorlicht altijd. Er is een schakelaar nodig om het voorlicht aan of uit te zetten (afbeelding 7). Een schakelaar is een apparaat waarmee je een stroomkring kunt onderbreken en sluiten. afbeelding 7 Een schakelaar. elektrische stroom schakelaar accu of batterij schakelaar open schakelaar dicht pomp a. Een stroomkring met een schakelaar die het lampje aan en uit kan zetten. lamp b. Symbolen om schematisch een stroomkring te tekenen. c. De schakelaar sluit de stroomkring, het lampje brandt. d. De schakelaar verbreekt de stroomkring, het lampje is uit. Als de schakelaar open staat, kan er geen stroom lopen. Je onderbreekt dan de stroomkring. Als je de schakelaar sluit, kan er weer stroom lopen (afbeelding 7a). De stroomkring is dan gesloten. Met een schakelschema kun je de werking van een schakelaar goed laten zien. In een schakelschema zie je symbolen voor de verschillende onderdelen van de stroomkring (afbeelding 7b). Je kunt een schakelaar met een ophaalbrug vergelijken (afbeelding 7c en 7d). In paragraaf 3 leer je meer over schakelschema s. 12

10 Lampen De eerste bruikbare lamp werd in 1879 gemaakt. De uitvinder was een Amerikaan, Thomas Edison. In zijn lamp loopt de stroom door een gloeidraad. Dat is een dunne metalen draad die erg heet wordt als er stroom door loopt. Daardoor gaat de draad gloeien. Een gloeiende draad straalt warmte en licht uit (afbeelding 8). Dit soort lampen noem je gloeilampen. afbeelding 8 Een gloeilamp. a. Een gloeiende draad geeft licht in een gloeilamp. b. De stroom loopt door de gloeidraad. Gloeilampen hebben een nadeel. Een gloeidraad geeft pas licht als hij erg heet is. Een gloeilamp gebruikt daardoor erg veel elektrische energie. Vanaf 2012 mogen daarom in Europa geen gloeilampen meer verkocht worden. Halogeenlampen zijn ook gloeilampen (afbeelding 9). Ze gaan langer mee en verbruiken minder energie dan een gewone gloeilamp. Daarom mogen halogeenlampen nog wel verkocht worden. afbeelding 9 Halogeenlampen zijn ook gloeilampen. 13

11 In plaats van gloeilampen kun je spaarlampen of led-lampen kopen. Die hebben geen gloeidraad en worden nauwelijks warm. Ze verbruiken daardoor veel minder elektrische energie (afbeelding 10). Dat is goed voor het milieu. afbeelding 10 Een spaarlamp. Werkstuk 1 Het elektrospel Dit werkstuk is een vraag- en antwoordspel, waarbij gebruik wordt gemaakt van een stroomkring. Ga naar bladzijde 6 in het opdrachtenboek voor de instructies. Proef 1 Geleiders en isolatoren Met deze proef onderzoek je welke stoffen goede geleiders zijn en welke goede isolatoren. Ga naar bladzijde 23 in het opdrachtenboek voor de instructies. Proef 2 De werking van een gloeidraad onderzoeken Met deze proef onderzoek je hoe gloeidraad in een apparaat werkt. Ga naar bladzijde 25 in het opdrachtenboek voor de instructies. Theorievragen Paragraaf 1 Ga naar bladzijde 50 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij paragraaf 1. 14

12 Extra De led-lamp Een led-lamp is een heel zuinige lamp (afbeelding 11). Hij gebruikt weinig elektrische energie en hij wordt niet warm. In een led-lamp zit geen gloeidraad maar een diode. Een diode is een geleider. Je moet goed opletten als je een diode aansluit. Sluit je hem verkeerd om aan, dan laat hij geen stroom door. Daarom hebben diodes twee verschillende aansluitpennen: een lange en een korte, zodat je altijd kunt zien hoe je hem aansluit. Diodes die licht geven, worden led s genoemd (afbeelding 12). afbeelding 11 Een led-lamp is erg zuinig in het gebruik en gaat lang mee. afbeelding 12 Led s zijn er in allerlei vormen en kleuren. De naam led is een afkorting voor light emitting diode. Dat is Engels voor lichtgevende diode. Led s zijn in allerlei vormen en kleuren te koop. Soms zijn ze bolvormig, maar ook streepjes, driehoekjes en vierkantjes komen voor. Ze worden al heel lang gebruikt als controlelampje op muziekinstallaties, computers of televisies. Je kunt dan zien of een apparaat aan of uit staat. 15

13 Een led kun je niet direct op een batterij aansluiten, want dan gaat hij kapot. Led s worden tegenwoordig gebruikt in verkeerslichten, platte beeldschermen voor televisies en computers, op fietsen en in auto verlichting (afbeelding 13). afbeelding 13 Led s in het achterlicht van een auto. Led-lampen gaan veel langer mee dan andere lampen. In tabel 1 zie je een vergelijking van de levensduur van verschillende lampen. tabel 1 Levensduur verschillende lampen. soort lamp branduren* halogeenlamp tl-buis spaarlamp led-lamp * Branduren geven aan hoeveel uren een lamp licht moet kunnen geven. Proef 3 Een led laten branden Een led is een diode. Een diode heeft een bijzondere eigenschap, waar je rekening mee moet houden bij het aansluiten. Met deze proef onderzoek je hoe je een led goed moet aansluiten. Ga naar bladzijde 27 in het opdrachtenboek voor de instructies. Theorievragen Extra 1 Ga naar bladzijde 52 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij de extra van paragraaf 1. 16

14 2 Spanning Bekijk de computerles voor meer uitleg. Het achterlicht op je fiets geeft geen licht meer als de batterij leeg is. De batterij lijkt niet veranderd. Toch zorgt hij niet meer voor elektrische stroom. Hoe kan dat? Elektriciteit kun je niet zien stromen. Water wel. Elektrische stroom kun je vergelijken met een waterstroom. In afbeelding 14 zie je twee vijvers. Vijver 1 ligt hoger dan vijver 2. Het water van vijver 1 stroomt dan ook naar vijver 2. De stroom stopt als het water in vijver 1 gelijk staat met de rand van de vijver. Het water stroomt niet vanzelf terug naar de bovenste vijver. Daarvoor is een pomp nodig. Die moet het water vanuit vijver 2 terugpompen naar vijver 1. Zonder werkende pomp geen waterval. afbeelding 14 Water stroomt van hoog naar laag; elektriciteit van plus (+) naar min ( ). vijver 1 vijver 2 pomp Op een batterij zie je altijd een + en een staan. Dat zijn de polen van de batterij. Je kunt ze met de twee vijvers vergelijken. De + pool (pluspool) met vijver 1, de pool (minpool) met vijver 2. Tussen de vijvers is een hoogteverschil dat ervoor zorgt dat het water kan stromen. Hoe meer hoogteverschil, hoe harder het water stroomt. Zonder hoogteverschil geen waterstroom. 17

15 Op de polen van de batterij staat spanning. Spanning zorgt ervoor dat er een elektrische stroom kan gaan lopen. Zonder spanning kan er geen elektrische stroom lopen. Hoe groter de spanning, hoe meer stroom er kan lopen. De batterij moet natuurlijk wel in een gesloten stroomkring zijn opgenomen. De stroom loopt altijd van de + pool naar de pool. Je kunt spanning niet zien, maar wel voelen. Met je tong bijvoorbeeld, als je die tegen de + pool en de pool van een batterij houdt. Je voelt dan een tinteling, omdat er een klein beetje stroom door je tong gaat. Batterijen en dynamo s zijn spanningsbronnen. Een spanningsbron levert de spanning die nodig is om elektrische stroom door apparaten te laten lopen. afbeelding 15 Je maakt een spoel door een stroomdraad een aantal keren ergens omheen te draaien. De werking van een dynamo Op veel fietsen zit een dynamo. Elke auto heeft er ook een. De belangrijkste onderdelen van een dynamo zijn een magneet en een spoel van koperdraad. Een spoel is een draad die een aantal keren ergens omheen is gedraaid (afbeelding 15). In de dynamo zit de koperen spoel om de magneet heen. De magneet en de spoel raken elkaar niet. Als de magneet draait, ontstaat er een elektrische stroom door de koperdraad. Daar kan een fietslampje op branden (afbeelding 16). afbeelding 16 Als de magneet draait, gaat er een stroom door de koperdraad. de ronddraaiende permanente magneet de koperen wikkelingen Ook in auto s zit een dynamo. De dynamo laadt de accu van de auto op. Een accu is een oplaadbare batterij. De accu zorgt voor elektriciteit om de motor te starten. Maar ook voor de lichten, de radio, de ruitenwissers en nog veel meer. De motor van de auto zorgt ervoor dat de dynamo draait. Op de fiets drijft het wiel de dynamo aan. 18

16 Spanning meten Spanning is een grootheid. Je kunt spanning dus ook meten. Het symbool voor spanning is U. De eenheid voor spanning is volt. Dat wordt afgekort tot V. Op de batterij in afbeelding 17 staat 1,5 V. afbeelding 17 Een batterij met een spanning van 1,5 V. afbeelding 18 Alleen zo leveren deze batterijen samen 3,0 V. De batterij levert als hij vol is een spanning van 1,5 volt. Hoe groter die spanning is, des te meer energie de batterij kan leveren. Als een apparaat 3 volt nodig heeft, kun je twee batterijen van 1,5 V gebruiken. Je moet ze dan met de + pool van de ene batterij tegen de pool van de andere batterij leggen (afbeelding 18). Als je wilt controleren of een batterij de spanning levert die erop staat, heb je een spanningsmeter nodig. Een spanningsmeter is een apparaat waarmee je kunt meten hoeveel spanning ergens op staat. Je moet de contacten van de spanningsmeter dan tegen de + en de pool van de batterij houden. De meter geeft aan hoe groot de spanning is die op de polen van de batterij staat (afbeelding 19). afbeelding 19 Met een spanningsmeter controleer je of de batterij de spanning levert die erop staat vermeld. Elektrische energie De meeste apparaten bij jou thuis werken op elektrische energie. Om een elektrisch apparaat te laten werken, moet je een stekker in het stopcontact steken en het apparaat aanzetten. Het stopcontact is onderdeel van een groot kabelnetwerk, dat van de elektriciteitscentrale naar alle huizen loopt. 19

17 Je ziet overal in Nederland grote elektriciteitsmasten waar dikke kabels aan hangen. Door die kabels gaat elektriciteit van een elektriciteitscentrale naar de gebruikers (afbeelding 20). In de elektriciteitscentrale staan enorm grote dynamo s. Die noemen we generatoren (afbeelding 21). afbeelding 20 Deze kabels vervoeren elektriciteit met een spanning van bijna volt! afbeelding 21 Een generator in een elektriciteitscentrale. De grote magneten van de generatoren worden vaak aangedreven met stoomturbines (afbeelding 22). afbeelding 22 Een stoomturbine drijft een generator aan. magneet turbinewiel straalpijp drukvat N Z warmte brandstof In de turbine zit een drukvat met water. Het water kookt en daarbij ontstaat stoom. Die wordt met grote kracht tegen een aandrijfwiel geblazen. Het wiel gaat daardoor draaien. De magneet is verbonden met het aandrijfwiel en gaat ook draaien. Daardoor wordt elektriciteit opgewekt in de koperen spoel die om de magneet zit. 20

18 Het water in het drukvat wordt aan de kook gebracht door brandstoffen te verbranden. Bijvoorbeeld aardolie, aardgas of kolen. In afbeelding 23 zie je de route die elektriciteit volgt van de centrale naar jouw huis. Op de kabels aan de elektriciteitsmasten staat een spanning van bijna volt. Daar kunnen huishoudelijke apparaten niet tegen. Ze gaan meteen kapot door zo n grote spanning. De spanning wordt met een transformator verlaagd. Een transformator is een apparaat dat elektrische spanning kan verlagen of verhogen. Dat gebeurt in twee stappen: Bij elke stad of dorp staat een groot transformatorstation. Daar wordt de spanning verlaagd tot V. Daarna gaat de elektriciteit via ondergrondse kabels naar de woonwijken. In elke woonwijk staat een transformatorhuisje. Daar wordt de spanning verlaagd tot 230 V. afbeelding 23 Zo wordt elektrische energie bij jou thuis gebracht V elektriciteitscentrale V transformatorstation bij stad of dorp transformatorhuisje in wijk woning V 230 V afbeelding 24 In de meterkast komen de elektriciteitskabels jouw huis binnen. Vanaf het transformatorhuisje lopen kabels naar de huizen. Elk huis heeft een meterkast. Daar komen de kabels het huis binnen (afbeelding 24). In de kast zit een meter. Die houdt bij hoeveel elektrische energie er in huis gebruikt wordt. Vanuit de meterkast lopen stroomdraden naar alle stopcontacten in huis. Op die stopcontacten staat dus een spanning van 230 V. 21

19 Proef 4 De spanning in verschillende batterijen controleren Met deze proef onderzoek je bij verschillende batterijen hoeveel spanning tussen de polen staat. Ga naar bladzijde 29 in het opdrachtenboek voor de instructies. Proef 5 Zelf een spanningsbron maken In een batterij zitten verschillende stoffen die elektrische energie kunnen opwekken. Met deze proef onderzoek je hoe je met verschillende stoffen een batterij kunt maken. Ga naar bladzijde 31 in het opdrachtenboek voor de instructies. Proef 6 Het magnetisch veld Met deze proef onderzoek je hoe een magneet invloed op zijn omgeving uitoefent. Ga naar bladzijde 33 in het opdrachtenboek voor de instructies. Proef 7 De werking van een dynamo Met deze proef onderzoek je hoe je met een staafmagneet en een spoel van koperdraad elektrische stroom kunt opwekken. Ga naar bladzijde 35 in het opdrachtenboek voor de instructies. Proef 8 De spanning meten die een fi etsdynamo levert Met deze proef onderzoek je de spanning op een fietsdynamo bij verschillende snelheden. Ga naar bladzijde 37 in het opdrachtenboek voor de instructies. Theorievragen Paragraaf 2 Ga naar bladzijde 53 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij paragraaf 2. 22

20 Extra De zonnecel In Nederland wordt in veel elektriciteitscentrales steenkool, aardolie of aardgas verbrand. Daarbij komt de energie vrij waarmee de generatoren worden aangedreven. We noemen zulke brandstoffen energiebronnen. Met energiebronnen bedoelen we alles waar mensen, dieren en planten op de een of andere manier energie uit halen. Dat kunnen brandstoffen zijn, maar ook voedsel, wind of zonlicht. De brandstoffen op aarde raken een keer op. Bovendien is verbranding slecht voor het milieu. Daarom proberen veel bedrijven duurzame energie bronnen te gebruiken. Duurzame energiebronnen raken nooit op en zijn niet slecht voor het milieu. Je kunt elektriciteit opwekken met een windmolen of met een waterkrachtcentrale. Stromend water en wind zijn duurzame energiebronnen. Elektrische stroom die daarmee wordt opgewekt, wordt ook wel groene stroom genoemd. Misschien heb je thuis wel tuinverlichting die op zonnecellen werkt (afbeelding 25). Zonnecellen zijn spanningsbronnen die zonlicht omzetten in elektrische energie. In de tuinlamp zit een oplaad bare batterij. Die wordt met de zonne-energie opgeladen zodat de lamp in het donker licht kan geven. Zonne-energie is energie die met behulp van zonlicht wordt opgewekt. afbeelding 25 De zonnecel boven op de lamp zet overdag zonlicht om in elektrische energie. Eén zonnecel levert maar een klein beetje energie. Je hebt dus een heleboel cellen nodig om veel energie te krijgen. Daarom zijn er zonnepanelen ontworpen (afbeelding 26). In een zonnepaneel zijn een heleboel zonnecellen aan elkaar gekoppeld. Bij het bouwen van nieuwe woningen worden vaak zonnepanelen op het dak aangebracht. De bewoners kunnen dan een deel van hun eigen elektriciteit zelf opwekken. Daardoor wordt de energierekening lager en het is beter voor het milieu dan het verbranden van brandstoffen in energiecentrales. afbeelding 26 In deze woonwijk wordt veel elektriciteit opgewekt met zonlicht. 23

21 Zonnecellen kunnen ook gebruikt worden om rekenmachines mee op te laden (afbeelding 27). afbeelding 27 De accu van deze rekenmachine wordt opgeladen met zonnecellen. Je ziet ze boven het rekenvenster. Proef 9 De plaatsing van een zonnepaneel Met deze proef onderzoek je hoe je een zonnepaneel het beste kunt opstellen. Ga naar bladzijde 39 in het opdrachtenboek voor de instructies. Theorie Extra 2 Ga naar bladzijde 55 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij de extra van paragraaf 2. 24

22 3 Schakelingen Bekijk de computerles voor meer uitleg. Op veel fietsen werkt het voorlicht op een dynamo en het achterlicht op een batterij. Je kunt ze ook allebei op één en dezelfde dynamo laten werken. Maar hoe moet je de lampjes dan aansluiten? Een stroomkring wordt vaak een schakeling genoemd (afbeelding 28). Een schakeling bestaat altijd uit minstens drie verschillende onderdelen: een spanningsbron die energie levert; draden waar de energie door stroomt; één of meer elektrische apparaten (bijvoorbeeld lampjes). Met een schakelschema kun je snel laten zien hoe een schakeling in elkaar zit (afbeelding 29). Een schakelschema is een schematische tekening van de schakeling. De onderdelen worden met symbolen getekend (afbeelding 30). afbeelding 28 Deze schakeling verbindt drie lampjes en een schakelaar met elkaar en met de spanningsbron. onderdeel snoer symbool + - batterij afbeelding 29 Het schakelschema van de schakeling in afbeelding 28. lampje schakelaar open dicht V spanningsmeter afbeelding 30 Een aantal symbolen voor het tekenen van een schakelschema. stroommeter A 25

23 Serieschakelingen In de schakeling van afbeelding 28 kan de stroom maar één route volgen. De stroom loopt dus door alle lampjes. We noemen zo n schakeling een serieschakeling. Een serieschakeling is een stroomkring waarin alle onderdelen achter elkaar zijn geschakeld. Als één lampje kapotgaat, wordt de stroomkring onderbroken. De andere lampjes gaan dan ook uit. + Parallelschakelingen In de schakeling van afbeelding 31 kan de stroom verschillende routes volgen. We noemen zo n schakeling een parallelschakeling. Parallel betekent: naast elkaar. In een parallelschakeling heeft elk apparaat een eigen stroomkring. Je kunt in deze schakeling ieder lampje apart aan en uit doen. Als één lampje kapotgaat, blijven de andere gewoon branden. Alle lampen en stopcontacten in huis zijn parallel geschakeld. Als ergens in huis een lamp kapotgaat, blijft de overige verlichting gewoon werken. In afbeelding 32 zie je een schakelschema van twee lampen. Beide lampen hebben een schakelaar. + afbeelding 31 Een parallelschakeling van drie lampjes. A 1 2 B afbeelding 32 Twee lampen in een parallelschakeling. Elke lamp is in serie geschakeld met een schakelaar. Lamp 1 is uit en lamp 2 is aan. De elektrische stroom kan bij A twee kanten op gaan: door lampje 1 of door lampje 2. Bij B komen de stromen van lampje 1 en 2 weer samen. Als lampje 1 kapotgaat of uit staat, kan lampje 2 gewoon branden. Stroomsterkte In paragraaf 2 heb je al gezien dat je elektrische stroom goed met het stromen van water kunt vergelijken. Je hebt ook geleerd dat er bij lage spanningen minder stroom loopt dan bij hogere spanningen. Uit een waterkraan die een klein stukje open staat, komt minder water dan uit een kraan die helemaal open is gedraaid. Als je wilt weten hoeveel stroom door een apparaat loopt, moet je de stroomsterkte meten. De stroomsterkte geeft aan hoeveel stroom er per seconde door een apparaat gaat. Stroomsterkte is een grootheid. Het symbool is I. De eenheid die bij stroomsterkte hoort is ampère (A). 26

24 Een stroommeter is een apparaat dat de stroomsterkte meet. Als je wilt weten hoeveel stroom er door een lampje gaat, moet je de meter in serie schakelen met het lampje. De stroom gaat dan door het lampje en door de meter. In afbeelding 33 zie je een schakeling met een lampje en een stroommeter. De meter en het lampje zijn in serie geschakeld. Zo gaat de stroom die door het lampje gaat, ook door de meter. afbeelding 33 Een stroommeter moet altijd in serie geschakeld worden met het apparaat waar de stroom door gaat. A 0 A Werkstuk 2 De autoverlichting De autoverlichting bestaat uit verschillende schakelingen. Je gaat een model van een deel van de autoverlichting maken. Ga naar bladzijde 16 in het opdrachtenboek voor de instructies. Proef 10 De kenmerken van serieschakelingen en parallelschakelingen Met deze proef onderzoek je hoe je verschillende lampjes parallel schakelt. Ga naar bladzijde 42 in het opdrachtenboek voor de instructies. Theorievragen Paragraaf 3 Ga naar bladzijde 56 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij paragraaf 3. 27

25 Extra De wisselschakeling Soms kun je een lamp op twee verschillende plaatsen aan en uit doen. Bijvoorbeeld boven en onder aan een trap. Dat kan niet door twee schakelaars in serie te schakelen. Het licht brandt dan alleen als beide schakelaars gesloten zijn. Er is een speciale schakelaar nodig: de wisselschakelaar. Een wisselschakelaar is een schakelaar waar drie stroomdraden op aangesloten kunnen worden. Daardoor kun je een wisselschakelaar voor verschillende doelen gebruiken. Met wisselschakelaars kun je: twee apparaten afwisselend aan en uit zetten (afbeelding 34). In stand 1 wordt A doorverbonden met B. In stand 2 wordt A doorverbonden met C; een schakeling maken waarmee je één lamp op twee plaatsen aan en uit kunt zetten, bijvoorbeeld boven en onder aan de trap (afbeelding 35). afbeelding 34 Zo werkt een wisselschakelaar: met één schakelaar kun je tussen twee lampen wisselen. A B A B C C a. Stand 1 b. Stand 2 Met twee wisselschakelaars kun je een lamp op verschillende plaatsen aan en uit zetten. De wisselschakelaars moeten dan op een speciale manier met elkaar worden verbonden. De schakelaars hebben drie aansluitpunten, A, B en C. De beide punten B zijn met elkaar verbonden, net als de beide punten C. De schakelaars moeten in dezelfde stand staan (B of C) om de stroomkring te sluiten. 28

26 afbeelding 35 Een wisselschakeling met twee wisselschakelaars. B C A 230 V B A C In afbeelding 35 is de stroomkring gesloten. De lamp brandt. Als de schakelaar beneden in stand C wordt gezet, gaat de lamp uit. De schakelaar boven staat in stand B. Er is dan geen gesloten stroomkring. Proef 11 Een wisselschakeling maken Met deze proef onderzoek je hoe je een wisselschakeling aan moet leggen. Ga naar bladzijde 47 in het opdrachtenboek voor de instructies. Theorievragen Extra 3 Ga naar bladzijde 59 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij de extra van paragraaf 3. 29

27 4 Veiligheid Bijna alle apparaten in huis werken op elektriciteit. Elektriciteit is dus heel belangrijk voor ons. Elektriciteit kan heel gevaarlijk zijn. Hoe zorg je ervoor dat je thuis op een veilige manier elektriciteit gebruikt? plus min Gevaarlijke spanning De batterij in afbeelding 36 heeft een spanning van 9 V. Je kunt de twee polen rustig met je vingers aanraken. De batterij stuurt dan een beetje stroom door je heen. Toch voel je daar niets van. De stroom is daar te klein voor. Als je de polen met je tong aanraakt, voel je een prikkeling. Je tong is erg vochtig. Vochtige lichaamsdelen geleiden de stroom beter dan droge lichaamsdelen. Er gaat dus meer stroom door je tong dan door je vingers. En dan voel je het wel. In vochtige ruimtes, zoals een douche, moet je altijd extra oppassen met elektriciteit. afbeelding 36 Een batterij van 9 V. Op stopcontacten in huis staat een spanning van 230 volt. Ruim 25 zo veel als de spanning van de batterij in afbeelding 36. Dat moet je niet met je handen aanraken. Bij 230 V laten ook droge handen zo veel stroom door dat je er aan dood kunt gaan. Spanningen boven 40 volt kunnen levensgevaarlijk zijn. Bij de proeven op school werk je dan ook altijd met spanningen beneden 40 volt. Overbelasting Elk stopcontact in huis is verbonden met de meterkast. In de keuken heb je verschillende stopcontacten. Er lopen twee draden van de meterkast naar de keuken. In de keuken vertakken die draden zich naar de stopcontacten. Als in de keuken koffie wordt gezet, loopt er stroom door die draden. Die stroom wordt groter als er ook nog een föhn en een stofzuiger worden gebruikt (afbeelding 37). afbeelding 37 Door de stofzuiger stroomt 1 ampère, door de föhn 2 ampère en door het koffiezetapparaat 5 ampère. De draden uit de meterkast brengen dus 8 ampère naar de keuken. 30

28 Alle stroom voor die apparaten wordt door de twee draden vanuit de meterkast aangevoerd. Daardoor kunnen de draden erg heet worden. Je zegt dan: de draden zijn overbelast. Bij overbelasting gaat er te veel stroom door een stroomdraad. Als de draden te heet worden, kan er brand ontstaan. Het brandgevaar wordt kleiner door de elektrische leidingen thuis in groepen te verdelen. Een groep bestaat uit alle stopcontacten in een deel van het huis. Er lopen aparte draden van de meterkast naar elke groep. Daardoor wordt de stroom over meer draden verdeeld. De kans op overbelasting wordt daardoor een stuk kleiner. Er is bijvoorbeeld een groep voor de keuken en de bijkeuken, de woonkamer, de slaapkamers, enzovoort. Het aantal stopcontacten per groep is ook beperkt. Zo wordt de kans dat er overbelasting optreedt nog kleiner. Elke groep wordt extra beveiligd met een zekering (afbeelding 38a). Een zekering is een apparaat dat bij gevaar een stroomkring kan onderbreken. In een zekering zit een dunne draad. Bij overbelasting gaat die draad kapot. De stroomkring wordt dan onderbroken voor er brand ontstaat. afbeelding 38 Beveiliging van elektriciteitsgroepen. Als een zekering doorbrandt, heb je een nieuwe zekering nodig om weer stroom te krijgen. Je moet wel één of meer apparaten uitzetten om de overbelasting te stoppen. Als je dat niet doet, gaat de zekering meteen weer kapot. Als je geen nieuwe zekeringen in huis hebt, zit je dus zonder stroom. Heel onhandig. In nieuwe huizen worden daarom installatie-automaten geplaatst (afbeelding 38b). Een installatie-automaat zet bij overbelasting een schakelaar om en onderbreekt zo de stroomkring. Die schakelaar kun je dan weer terugzetten, als je de overbelasting hebt opgeheven. zand porselein verklikker smeltdraad veertje a. Een zekering. b. Een installatie-automaat met schakelaars. 31

29 Kortsluiting Overbelasting ontstaat ook als er kortsluiting optreedt. Bij kortsluiting raken stroomdraden elkaar met de geleidende delen, terwijl er spanning op staat. De stroom loopt dan niet meer door een apparaat, maar gaat rechtstreeks door de stroomdraden terug naar de meterkast. Daardoor wordt de stroomsterkte zeer groot. Bij kortsluiting springen vaak flinke vonken over (afbeelding 39). Het brandgevaar is dan erg groot. Gelukkig zal de zekering of de installatieautomaat onmiddellijk de stroomkring onderbreken. Dan zijn de vonken ook meteen weg. afbeelding 39 Kortsluiting! a. Kortsluiting! De draden worden warm en de accu loopt snel leeg. b. Twee draden worden tegen elkaar gehouden: kortsluiting. Je ziet duidelijk dat er warmte ontstaat. Proef 12 Kortsluiting en een smeltveiligheid (demonstratieproef) Met deze proef onderzoek je wat voor gevolgen kortsluiting heeft voor de stroomsterkte. Je onderzoekt ook hoe een smeltveiligheid werkt. Ga naar bladzijde 49 in het opdrachtenboek voor de instructies. Theorievragen Paragraaf 4 Ga naar bladzijde 60 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij paragraaf 4. 32

30 Extra Nog meer veiligheidsmaatregelen afbeelding 40 Een aardlekschakelaar. Aardlekschakelaar Een stroomdraad waar spanning op staat moet je niet aanraken. Er kan dan elektriciteit door je lichaam naar de aarde lopen. Dat is levensgevaarlijk, want je kunt er een dodelijke hartstilstand door krijgen. Stroom die naar de aarde lekt, wordt lekstroom genoemd. In de meterkast zit een schakelaar die ongelukken door lekstroom moet voorkomen: de aardlekschakelaar (afbeelding 40). Een aardlekschakelaar onderbreekt alle stroomkringen in huis zo gauw er stroom naar de aarde lekt. Op een aardlekschakelaar zit een testknop. Daarmee kun je testen of de schakelaar nog goed werkt. De schakelaar moet regelmatig getest worden. Zo voorkom je ook dat hij door stof of vette aanslag vastzit als hij zijn werk moet doen. afbeelding 41 De aardlekschakelaar voorkomt dat er elektrische stroom door deze man gaat. afbeelding 42 Met deze inlegplaat kun je een stopcontact kindveilig maken. Inlegplaat voor stopcontacten De aardlekschakelaar beschermt niet als iemand geleidende voorwerpen in beide polen van een stopcontact stopt. Er is dan namelijk geen lekstroom. De stroom gaat via de voorwerpen en het lichaam terug naar het stopcontact. De aardlekschakelaar reageert dan niet. Met een inlegplaat kun je voorkomen dat kleine kinderen iets in het stopcontact stoppen (afbeelding 42). Je moet de pennen van de stekker dan eerst in de plaat zetten en dan de stekker een kwartslag draaien. 33

31 Er bestaan ook speciale kindveilige stopcontacten. Die zijn voorzien van plaatjes die de openingen van het stopcontact afdekken. Alleen als je op beide openingen even hard drukt gaan de plaatjes open. Het is even oefenen, maar kleine kinderen krijgen het nooit voor elkaar. Geaarde stopcontacten De kolomboormachines in het technieklokaal hebben meestal een metalen buitenkant. De buitenkant geleidt dan elektriciteit. Als er in het apparaat iets niet in orde is, kan de buitenkant onder spanning staan. Daardoor kan er stroom door een gebruiker lopen als deze het apparaat aanraakt. Daarom worden in het technieklokaal alleen geaarde stop contacten gebruikt. Die maken via een speciale beschermingsleiding contact met de aarde. Daardoor stroomt de elektriciteit op een veilige manier naar de aarde weg, in plaats van levensgevaar te veroorzaken. Een geaard stopcontact is dieper en heeft aan de zijkant metalen contacten (randaarde) voor de beschermingsleiding. Een geaarde stekker kun je herkennen aan de twee metalen contacten aan de zijkant (afbeelding 43). afbeelding 43 Een geaard stopcontact en een geaarde stekker. Theorievragen Extra 4 Ga naar bladzijde 62 in het opdrachtenboek voor de theorievragen die horen bij de extra van paragraaf 4. 34

32 Samenvatting 1 Elektriciteit op je fiets Om een lamp te laten branden, is een stroomkring nodig. Een stroomkring bestaat uit: een spanningsbron (bijvoorbeeld accu of batterij); stroomdraden; elektrische apparaten (bijvoorbeeld een lamp of een radio). De apparaten worden door stroomdraden met een spanningsbron verbonden. Er moet stroom door de stroomkring kunnen gaan. Dynamo s en batterijen Fietsdynamo s wekken elektriciteit op door te draaien. Daarvoor moeten ze: tegen de band worden gedrukt of in de naaf van het wiel zitten. Elektriciteit is energie waar je apparaten mee kunt laten werken. Apparaten die op elektrische energie werken, noem je elektrische apparaten. Een batterij kan elektrische energie leveren. Een lege batterij kan geen energie meer leveren. Oplaadbare batterijen lopen door een lader weer vol met elektrische energie. Alle batterijen bevatten giftige stoffen. Je moet ze inleveren bij een inzamelpunt. Stroomdraden Elektrische stroom gaat door een stroomdraad. De binnenkant van de stroomdraad is gemaakt van een stof die stroom doorlaat. Een stof die stroom doorlaat, is een geleider. Koper is een heel goede geleider. Het wordt veel in stroomdraden gebruikt. De buitenkant van een stroomdraad is gemaakt van een kunststof die geen stroom doorlaat. Een stof die geen stroom doorlaat, is een isolator. Aan elektrische apparaten zit een snoer met twee stroomdraden. De stroom gaat door de ene draad naar het apparaat en door de andere draad terug. Aan een fietsdynamo zit meestal maar één draad. De stroom gaat door het metalen frame van de fiets terug naar de dynamo. Schakelaars Met een schakelaar kun je een stroomkring onderbreken en sluiten. Schakelaars hebben meestal twee standen: open en gesloten. Als een schakelaar open staat, loopt er geen stroom. Lampen De eerste succesvolle lamp was een gloeilamp. In een gloeilamp zit een gloeidraad. De gloeidraad moet erg heet worden om licht te geven. Een gloeilamp verspilt daardoor erg veel energie. Vanaf 2012 mogen gewone gloeilampen niet meer verkocht worden. Halogeenlampen zijn ook gloeilampen. Ze gaan langer mee en gebruiken minder elektrische energie dan een gewone gloeilamp. Spaarlampen en led-lampen: hebben geen gloeidraad; worden nauwelijks warm; gebruiken veel minder energie dan gloeilampen. Extra De led-lamp Led-lampen zijn heel zuinige lampen. In een led-lamp zit een diode. Een diode is een geleider. Als je een diode verkeerd aansluit, laat hij geen stroom door. Een led is een diode die licht geeft. Led s: worden vrijwel niet warm; gebruiken weinig elektrische energie om licht te geven. 35

33 Led s worden gebruikt: als controlelampjes op apparaten zoals computers en televisies; in autoverlichting; in beeldschermen voor televisies en computers; op fietsen; in verkeerslichten. Led-lampen gaan veel langer mee dan andere lampen. 2 Spanning Een spanningsbron: levert elektriciteit; zorgt dat er stroom door een stroomkring kan lopen. Voorbeelden van spanningsbronnen zijn batterijen en dynamo s. Een batterij heeft een + pool en een pool. Op de polen van een batterij staat spanning. Zonder spanning kan er geen stroom lopen in een stroomkring. Hoe groter de spanning, hoe meer stroom er kan lopen. De stroom loopt van + naar. In een dynamo zit een magneet en een spoel van koperdraad. Een spoel is een draad die een aantal keren ergens omheen is gedraaid. De magneet kan binnen de spoel ronddraaien. Er ontstaat elektrische stroom in de spoel als de magneet ronddraait. Een fietsdynamo: zorgt ervoor dat de fietsverlichting brandt; wordt aangedreven door het draaiende wiel. Een autodynamo: laadt de accu op als de auto rijdt; wordt aangedreven door de motor. Spanning is een grootheid. Het symbool voor spanning is U. Je meet spanning met een spanningsmeter. De eenheid voor spanning is volt, afgekort V. De meeste huishoudelijke apparaten werken op elektrische energie. Elektrische energie wordt opgewekt in een elektriciteitscentrale. Een generator is een grote dynamo. Een generator wordt meestal aangedreven door stoomturbines. In een turbine wordt stoom gemaakt door brandstoffen te verbranden. De stoom blaast hard tegen een aandrijfwiel waar de magneet aan zit. Een groot elektriciteitsnetwerk vervoert elektrische energie van de centrale naar huis. Via dikke kabels gaat de energie met een spanning van bijna V naar steden en dorpen. Een transformatorstation verlaagt de spanning tot V. In elke woonwijk wordt de spanning in transformatorhuisjes verlaagd tot 230 V. Via ondergrondse kabels gaat de energie naar de meterkast in de woningen. In de meterkast wordt gemeten hoeveel elektrische energie in een woning wordt gebruikt. Extra De zonnecel Een energiebron levert energie. Brandstoffen zijn energiebronnen die: op raken; het milieu vervuilen. Duurzame energiebronnen: raken niet op; vervuilen het milieu niet. Voorbeelden van duurzame energiebronnen zijn: windmolens; waterkrachtcentrales; zonnecellen. Zonnecellen zetten overdag (zon)licht om in elektrische energie, om: direct apparaten mee te laten werken; een accu op te laden voor later gebruik. Op woningen worden steeds vaker zonnepanelen aangebracht. Een zonnepaneel bestaat uit een heleboel zonnecellen. 36

34 3 Schakelingen Een schakeling is een stroomkring en bestaat tenminste uit een spanningsbron, stroomdraden en één of meer apparaten. In een schakelschema: zie je snel hoe een schakeling in elkaar zit; teken je de onderdelen met symbolen. In een serieschakeling: zijn alle onderdelen achter elkaar in één stroomkring geschakeld; kan de stroom maar één route volgen; gaat de stroom door elk onderdeel van de schakeling; gaan alle onderdelen uit als er één uit gaat. In een parallelschakeling: kan de stroom verschillende routes volgen; hebben alle onderdelen een eigen stroomkring; blijven de onderdelen gewoon aan als er één uit gaat. Stroomsterkte geeft aan hoeveel stroom per seconde door een apparaat gaat. Het symbool voor stroomsterkte is I. De eenheid voor stroomsterkte is ampère (A). Je meet stroomsterkte met een stroommeter. Een stroommeter moet in serie geschakeld worden met het apparaat waarvan je de stroomsterkte wilt meten. Extra De wisselschakeling Een wisselschakelaar: kan twee lampen afwisselend aan en uit zetten; heeft drie punten om een stroomdraad aan te sluiten; kan gebruikt worden om één lamp op twee plaatsen aan en uit te zetten. In een wisselschakeling brandt een lamp alleen als beide schakelaars in dezelfde stand staan. 4 Veiligheid Elektrische spanning kan levensgevaarlijk zijn, want: een spanningsbron kan elektrische stroom door je lichaam sturen; een grote stroom kan een hartstilstand veroorzaken; bij een spanning boven 40 V kunnen dodelijke stroomsterktes ontstaan. Vochtige lichaamsdelen geleiden stroom beter dan droge lichaamsdelen. Bij overbelasting: loopt er te veel stroom door een draad; kunnen stroomdraden erg heet worden; kan brand ontstaan. Om overbelasting te voorkomen, worden de leidingen in groepen verdeeld. Elke groep: is voor een bepaald deel van het huis; wordt beveiligd door een zekering of een installatieautomaat. Een zekering smelt bij overbelasting door en schakelt de stroom uit. Een installatieautomaat: heeft twee standen: aan en uit; springt bij overbelasting in de uit-stand. Je moet eerst één of meer apparaten uit zetten voor je een zekering vervangt of de installatieautomaat weer aan zet. Bij kortsluiting: raken stroomdraden elkaar met de geleidende delen; gaat de stroom rechtstreeks door de draden terug naar de meterkast; wordt de stroomsterkte erg groot; treedt overbelasting op; kunnen vonken overspringen; smelt een zekering door of springt de installatieautomaat in de uit-stand. Extra Nog meer veiligheidsmaatregelen Als je een draad aanraakt waar spanning op staat, kan er stroom door je lichaam naar de aarde lopen: lekstroom. Een aardlekschakelaar: springt uit als er minder stroom terugkomt dan het huis in is gegaan; moet regelmatig getest worden; biedt geen bescherming als iemand contact maakt met beide polen van een stopcontact. 37

35 Een inlegplaat voor stopcontacten voorkomt dat kleine kinderen iets in het stopcontact kunnen steken. In kindveilige stopcontacten zitten afdekplaatjes, die gaan pas open als op beide even hard gedrukt wordt. Geaarde stopcontacten maken via een speciale beschermingsleiding contact met de aarde. Geaarde stekkers hebben twee metalen contacten aan de zijkant. 38

Energie : elektriciteit : stroomkringen

Energie : elektriciteit : stroomkringen Energie : elektriciteit : stroomkringen De netspanning is uitgevallen! Pas dan merk je wat elektriciteit voor ons betekent. Geen licht, geen computer, geen playstation, het eten op het elektrisch fornuis

Nadere informatie

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn.

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn. 2 Elektriciteit 1 2.1 Elektriciteit 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn. 2 mp3-speler dynamo fiets accu lamp op je kamer stopcontact auto batterij 3

Nadere informatie

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT Wanneer loopt er stroom? Elektrische apparaten werken alleen als er een stroom door loopt. Om de stroom te laten lopen is er altijd een spanningsbron nodig. Dat kan een

Nadere informatie

Elektriciteit. Wat is elektriciteit

Elektriciteit. Wat is elektriciteit Elektriciteit Wat is elektriciteit Elektriciteit kun je niet zien, niet ruiken, niet proeven, maar wel voelen. Dit voelen kan echter gevaarlijk zijn dus pas hier voor op. Maar wat is het dan wel? Hiervoor

Nadere informatie

Lessen in Elektriciteit

Lessen in Elektriciteit Lessen in Elektriciteit Door: Gaby Sondagh en Isabel Duin Eckartcollege Tegenwoordig kunnen we niet zonder elektriciteit. Het licht in de klas, de computers waar je op werkt en allerlei andere apparaten

Nadere informatie

Vrij Technisch Instituut Grote Hulststraat Tielt tel fax

Vrij Technisch Instituut Grote Hulststraat Tielt tel fax De elektrische installatie in een woning heeft heel wat elektrische circuits. Een elektrisch circuit of een elektrische stroomkring is opgebouwd uit een stroombron, een verbruiker, een schakelaar en geleiders.

Nadere informatie

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2)

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2) les omschrijving 12 Theorie: Halfgeleiders Opgaven: halfgeleiders 13 Theorie: Energiekosten Opgaven: Energiekosten 14 Bespreken opgaven huiswerk Opgaven afmaken Opgaven afmaken 15 Practicumtoets (telt

Nadere informatie

3 Slim met stroom. Inleiding

3 Slim met stroom. Inleiding 3 Slim met stroom Inleiding Hierboven zie je allerlei elektrische apparaten. Voor de een heb je batterijen nodig. De ander steek je met een stekker in het stopcontact. Al deze toestellen gebruiken stroom.

Nadere informatie

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.1 a Stroomkring b Geleiders en isolatoren 6.2 Chemische spanningsbron 6.3 a Schakelingen b Schakelingen (Crocodile) 6.4 a Stroom meten (Crocodile) b Schakelingen

Nadere informatie

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten.

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten. Les in het kort De leerlingen onderzoeken op welke manieren je twee of meer lampjes op één batterij kunt aansluiten (parallel of serie) en welk effect dat heeft op de felheid van de lampjes. Ze gaan uitproberen

Nadere informatie

- toelichting op het programma - Zet de radio eens aan. Wil je koffie? Hé, hoe kan dat nou, de computer doet het niet, o ja de stekker zit niet in

- toelichting op het programma - Zet de radio eens aan. Wil je koffie? Hé, hoe kan dat nou, de computer doet het niet, o ja de stekker zit niet in Techniek Praktisch - toelichting op het programma - Zet de radio eens aan. Wil je koffie? Hé, hoe kan dat nou, de computer doet het niet, o ja de stekker zit niet in We zijn de hele dag afhankelijk van

Nadere informatie

Elektriciteit 1. AOC OOST Almelo Groot Obbink

Elektriciteit 1. AOC OOST Almelo Groot Obbink AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2020 Inleiding In huis moeten soms kleine veranderingen worden aangebracht. Denk maar aan het aanleggen van een verlengsnoer of het vervangen van een lamp. Maar soms

Nadere informatie

Lees eerst bij Uitleg leerlingen, proef 1 alles over de onderdelen van de elektrische kringloop. stroomkring 1 stroomkring 2

Lees eerst bij Uitleg leerlingen, proef 1 alles over de onderdelen van de elektrische kringloop. stroomkring 1 stroomkring 2 Lees eerst bij Uitleg leerlingen, proef 1 alles over de onderdelen van de elektrische kringloop. Bekijk de twee stroomkringen op de foto s hieronder. stroomkring 1 stroomkring 2 Noem voor beide stroomkringen

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 5.1 Elektriciteit om je heen

5 Elektriciteit. 5.1 Elektriciteit om je heen 5 Elektriciteit 5.1 Elektriciteit om je heen 2 Overeenkomst: beide leveren elektriciteit. Verschil: stopcontact levert een hoge spanning en een batterij levert een lage spanning 3 spanningsbron volt penlight

Nadere informatie

Stroomkring XL handleiding voor leerkrachten

Stroomkring XL handleiding voor leerkrachten Stroomkring XL Inleiding Dagelijks verbruiken we elektriciteit. Maar toch is elektriciteit een heel abstract begrip. Waar komt elektriciteit vandaan? En wat gebeurt er precies wanneer we thuis de schakelaar

Nadere informatie

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen. 2 ELEKTRICITEITSLEER 2.1. Inleiding Je hebt al geleerd dat elektriciteit kan worden opgewekt door allerlei energievormen om te zetten in elektrische energie. Maar hoe kan elektriciteit ontstaan? En waarom

Nadere informatie

Elektriciteit thuis. Extra informatie Elektriciteit, Elektriciteit thuis, www.roelhendriks.eu

Elektriciteit thuis. Extra informatie Elektriciteit, Elektriciteit thuis, www.roelhendriks.eu Elektriciteit thuis Nuldraad, fasedraad In de elektriciteitskabel die je huis binnenkomt, bevinden zich twee draden: de fasedraad en de nuldraad. Zie de onderstaande figuur. De spanning tussen deze draden

Nadere informatie

Elektra. Retail Trainingen. alles over elektriciteit, strijkijzers, stofzuigers, klokken en ventilatoren

Elektra. Retail Trainingen. alles over elektriciteit, strijkijzers, stofzuigers, klokken en ventilatoren alles over elektriciteit, strijkijzers, stofzuigers, klokken en ventilatoren Onderdeel van de opleiding Verkopen in de Gemengde Branche Retail Trainingen 2 Dit vakinformatieboek is een uitgave van: Vereniging

Nadere informatie

6 Elektriciteit. Pulsar 1-2 vwo/havo uitwerkingen 2012 Noordhoff Uitgevers 1. 6.1 Elektriciteit om je heen. 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V.

6 Elektriciteit. Pulsar 1-2 vwo/havo uitwerkingen 2012 Noordhoff Uitgevers 1. 6.1 Elektriciteit om je heen. 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V. 6 Elektriciteit 6.1 Elektriciteit om je heen 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V. 2 Overeenkomst: beide leveren elektrische energie. Verschil: stopcontact levert een hoge (wissel)spanning en een batterij

Nadere informatie

sensor opdrachtenboek vmbo-kgt deel 1b

sensor opdrachtenboek vmbo-kgt deel 1b 41 21 70 sensor opdrachtenboek vmbo-kgt deel 1b 31 natuur-, scheikunde en techniek voor de onderbouw 80 60 90 50 11 01 40 AUTEURS : FONS ALKEMADE BORIS BERENDS FRITS KAPPERS 51 10 91 81 20 71 61 ISBN 978

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A)

Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A) Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A) OPGAVE 1 Welke spanning leveren de combinaties van 1,5 volt-batterijen? Eerste combinatie: Tweede combinatie: OPGAVE 2 Stel dat alle lampjes

Nadere informatie

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk PROEFWERK TECHNOLOGIE VWO MODULE 6 ELECTRICITEIT VRIJDAG 19 maart 2010 R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk 2P 2P 2P Opgave 1 Tup en Joep willen allebei in bed lezen. Ze hebben allebei een fietslampje.

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 5 Elektriciteit 1 Stroomkringen 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 2 a Een elektrische stroom bestaat uit kleine deeltjes die door geleidende materialen bewegen. b Met een stroommeter (ampèremeter)

Nadere informatie

Tandwielen. Katrollen

Tandwielen. Katrollen Met tandwielen kun je beweging van het ene apparaat overbrengen op een ander. Er zijn veel verschillende soorten tandwielen en de meeste apparaten maken er gebruik van. Met het aantal tandwielen kun je

Nadere informatie

enexis.nl Aarding Voor alle zekerheid

enexis.nl Aarding Voor alle zekerheid enexis.nl Aarding Voor alle zekerheid Inhoud Belangrijkste punten 4 Aarding en elektriciteit 5 Geaard of niet? 5 Vier systemen van aarding 7 Aarding is onzichtbaar 8 Een veilige installatie 8 Wanneer

Nadere informatie

Elektriciteit (deel 1)

Elektriciteit (deel 1) Elektriciteit (deel 1) 1 Spanningsbronnen 2 Batterijen in serie en parallel 3 Stroomkring 4 Spanning, stroomsterkte, watercircuit 5 Lampjes in serie en parallel 6 Elektriciteit thuis 7 Vermogen van elektrische

Nadere informatie

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul. Hfd 3 Stroomkringen Enkele begrippen: Richting van de stroom: Stroom loopt van de plus naar de min pool Richting van de elektronen: De elektronen stromen van de min naar de plus. Geleiders en isolatoren

Nadere informatie

Elektrische techniek

Elektrische techniek AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2013 . Zowel in huis als bij voertuigen heb je met elektriciteit te maken. Hoe zit een meterkast in elkaar? Hoe werkt een elektrisch ontstekingssysteem van een motor?

Nadere informatie

Alternatieve energiebronnen

Alternatieve energiebronnen Alternatieve energiebronnen energie01 (1 min, 5 sec) energiebronnen01 (2 min, 12 sec) Windenergie Windmolens werden vroeger gebruikt om water te pompen of koren te malen. In het jaar 650 gebruikte de mensen

Nadere informatie

Energie. Jouw werkbladen. In de klas. Ontdek zélf hoe de wereld werkt! Naam: Klas: Energie Onderbouw havo/vwo Leerlingen In de klas versie 04-2014 1

Energie. Jouw werkbladen. In de klas. Ontdek zélf hoe de wereld werkt! Naam: Klas: Energie Onderbouw havo/vwo Leerlingen In de klas versie 04-2014 1 Energie Jouw werkbladen In de klas Naam: Klas: Ontdek zélf hoe de wereld werkt! Energie Onderbouw havo/vwo Leerlingen In de klas versie 04-2014 1 Energie op aarde Energie, fossiele brandstoffen, groene

Nadere informatie

Aarding. Voor alle zekerheid. Meer informatie:

Aarding. Voor alle zekerheid. Meer informatie: Meer informatie: Provincie Groningen, Drenthe, Overijssel en de Noordoostpolder Aardingsbureau Noord Postbus 196 8000 GB Zwolle Telefoon 038 852 76 05 Provincie Friesland Postbus 81 8900 AB Leeuwarden

Nadere informatie

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1 Nota s: Energie voor de lamp 1. Probleemstelling 50 2. Transport van elektriciteit in een kring 50 2.1. Wat is een elektrische stroomkring? 50 2.2. Stromen van water - stromen van elektriciteit 51 2.3.

Nadere informatie

Groep 7 - Les 1 Stroom in huis

Groep 7 - Les 1 Stroom in huis Leerkrachtinformatie Groep 7 - Les Stroom in huis Lesduur: 45 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen ontdekken en beschrijven de werking van een stekker en stopcontact. De leerlingen kunnen het gebruik

Nadere informatie

1.1 Hoe branden de lampen?

1.1 Hoe branden de lampen? 1.1 Hoe branden de lampen? In deze eerste opdracht ga je aan de slag met parallel- en serieschakelingen. De auto op de tekening heeft vier lampen met elk twee contactpunten, een accu en een contactsleutel

Nadere informatie

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken.

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken. Inleiding hv Opdracht Statische elektriciteit Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken Opdracht Serie- en parallelschakeling Leg van elke schakeling uit ) of het een serie-

Nadere informatie

AARDING VOOR ALLE ZEKERHEID

AARDING VOOR ALLE ZEKERHEID AARDING VOOR ALLE ZEKERHEID AARDING VOOR ALLE ZEKERHEID 2 AARDING / VOOR ALLE ZEKERHEID 3 INHOUDSOPGAVE Belangrijkste punten 4 Aarding en elektriciteit 5 Geaard of niet? 5 Vier systemen van aarding 6

Nadere informatie

Werkboek elektra klas 2

Werkboek elektra klas 2 Werkboek elektra klas 2 Duur 5 lessen inclusief toets 1 Inhoudsopgave blz. Stekker en lamp aansluiten 3 Stroom en spanning meten 7 Vermogen en Energie P = U x I & E = P x t 14 2 Les stekker en lamp aansluiten

Nadere informatie

Werkstuk elektriciteit Mees Kleefmann Groep 7a Oktober 2010. Elektriciteit

Werkstuk elektriciteit Mees Kleefmann Groep 7a Oktober 2010. Elektriciteit Werkstuk elektriciteit Mees Kleefmann Groep 7a Oktober 2010 Elektriciteit Inhoudsopgave 1 - Wat is elektriciteit? 2 - Statische elektriciteit 3 - Stromende elektriciteit maken met een dynamo 4 - Elektriciteit

Nadere informatie

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring 1 De stroom- of ampèremeter De ampèremeter is een meetinstrument om elektrische stroom te meten. De sterkte van een elektrische stroom wordt uitgedrukt in ampère, vandaar de naam ampèremeter. Voorstelling

Nadere informatie

Hoe kunnen we dat probleem oplossen? Door er zelf een te maken! Wij maken in dit project een bloem die reageert op het licht.

Hoe kunnen we dat probleem oplossen? Door er zelf een te maken! Wij maken in dit project een bloem die reageert op het licht. Bloemen hebben zonlicht nodig om te bloeien, sommigen gaan zelfs dicht als het donker wordt. We moeten ze ook steeds kunnen verzetten zodat ze kan geplaatst worden in de tuin, op de vensterbank, op het

Nadere informatie

1 ENERGIE Inleiding Het omzetten van energie Fossiele brandstoffen Duurzame energiebronnen

1 ENERGIE Inleiding Het omzetten van energie Fossiele brandstoffen Duurzame energiebronnen 1 ENERGIE... 2 1.1. Inleiding... 2 1.2. Het omzetten van energie... 2 1.3. Fossiele brandstoffen... 5 1.4. Duurzame energiebronnen... 7 1.5. Kernenergie... 9 1.6. Energie besparen... 10 1.7. Energieverbruik

Nadere informatie

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen?

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen? 2 De elektrische schakeling 2.1 Introductie Inleiding In huis waar gewerkt wordt met een spanning van 230 volt, kunnen gevaarlijke situaties voorkomen, bijvoorbeeld kortsluiting, overbelasting, het aanraken

Nadere informatie

STROOMKRING. STAP 1 Lees eerst de hele tekst door en bekijk de tekeningen en het montagepaneel.

STROOMKRING. STAP 1 Lees eerst de hele tekst door en bekijk de tekeningen en het montagepaneel. 1 WAT GA JE DOEN? Je gaat met stroom werken. Jullie gaan ontdekken wat je met schakelingen en stroom kunt doen en welk effect dat heeft op een lampje. Jullie moeten zelf de draden goed monteren en aansluiten.

Nadere informatie

NaSk 1 Elektrische Energie

NaSk 1 Elektrische Energie NaSk 1 Elektrische Energie Algemeen Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tijd Open vragen Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee

Nadere informatie

Werkbladen In de klas. Energie. Naam. onderbouw havo/vwo School. Klas

Werkbladen In de klas. Energie. Naam. onderbouw havo/vwo School. Klas Werkbladen In de klas Energie Naam onderbouw havo/vwo School Klas Energie op aarde Energie, fossiele brandstoffen, groene stroom en duurzaamheid. Je hoort er vast wel eens iets over. Maar wat betekent

Nadere informatie

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading.

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. itwerkingen Opgave Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. Opgave 2 Een geleider kan de elektrische stroom goed geleiden. Metalen, zout water, grafiet. c. Een isolator kan de

Nadere informatie

Stroom uit batterijen

Stroom uit batterijen 00-Spanning WHO S3-HV 24-01-2005 12:01 Pagina 5 2 Stroom uit batterijen Je hebt gezien, dat je eigen gebouwde vruchtbatterij niet veel stroom levert. Zo n batterij past ook slecht in een diskman of MP3-speler...

Nadere informatie

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties Elektriciteit Inhoud Inleiding : Deze les Spanning: Wat is dat, hoe komt dat? Stroom(sterkte) : Wat is dat, hoe komt dat? Practicum: (I,)-diagram van een lampje en een weerstand Weerstand : Wet van Ohm

Nadere informatie

Elektriciteit. Inlage

Elektriciteit. Inlage Elektriciteit Inlage Proef 1 Batterijen - Werkblad 1 - Potlood - Verschillende batterijen Bekijk de verschillende batterijen. Maak nu je werkblad. Proef 2 Brandend lampje - 1 Lampje (nr. 14) - Hittedraad

Nadere informatie

Elektrische stroomkring. Student booklet

Elektrische stroomkring. Student booklet Elektrische stroomkring Student booklet Elektrische stroomkring - INDEX - 2006-04-06-17:02 Elektrische stroomkring In deze module wordt uitgelegd wat een elektrische stroomkring is en wat parallel- en

Nadere informatie

Basis Elektriciteit R = U/I. Gelijkstroom (Direct Current) Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting.

Basis Elektriciteit R = U/I. Gelijkstroom (Direct Current) Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting. Basis Elektriciteit Gelijkstroom (Direct Current) Wisselstroom (Alternating Current) Gesloten stroomkring (Closed circuit) DC AC Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting. Lichtnet;

Nadere informatie

havo practicumboek natuurkunde

havo practicumboek natuurkunde 3 havo practicumboek natuurkunde natuurkunde 3 havo Auteurs L. Lenders F. Molin R. Tromp Met medewerking van Th. Smits Vierde editie Malmberg s-hertogenbosch www.nova-malmberg.nl Inhoudsopgave 1 Krachten

Nadere informatie

Hier brandt de lamp. Klas:.. Hier brandt de lamp Blz 1 / 13 Cremers François, Boutsen Ingrid, Kenens Hilde

Hier brandt de lamp. Klas:.. Hier brandt de lamp Blz 1 / 13 Cremers François, Boutsen Ingrid, Kenens Hilde Hier brandt de lamp. Naam: Klas:.. Hier brandt de lamp Blz 1 / 13 Opdracht 1. Wat werkt met elektriciteit. 1. Welk toestel heeft elektriciteit nodig om de kunnen werken? Zet een kruisje onder JA of NEEN.

Nadere informatie

Elektriciteit. Hoofdstuk 2

Elektriciteit. Hoofdstuk 2 Elektriciteit Hoofdstuk 2 (het blijft spannend) Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden

Nadere informatie

Wist je, dat jij zelf bestaat uit vele miljoenen atomen en dus evenzo veel miljoenen batterijtjes?

Wist je, dat jij zelf bestaat uit vele miljoenen atomen en dus evenzo veel miljoenen batterijtjes? 1 Wat is elektriciteit? Elektriciteit is de bouwsteen van alles wat bestaat. Het is de energie die overal in de natuur voorkomt, in de vorm van uiterst kleine dingetjes, die atomen worden genoemd. Alles

Nadere informatie

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen?

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen? 2 De elektrische schakeling 2.1 Introductie Inleiding In huis waar gewerkt wordt met een spanning van 230 volt, kunnen gevaarlijke situaties voorkomen, bijvoorbeeld kortsluiting, overbelasting, het aanraken

Nadere informatie

Grondbeginselen elektrotechniek

Grondbeginselen elektrotechniek Grondbeginselen elektrotechniek de elektrische stroomkring onvertakte stroomkring vertakte stroomkring s niet-s (isolatoren) parallelschakeling werking van elektrische stroom licht-en signaalwerking mechanisch

Nadere informatie

toekomstopwielen.be 1.1 Branden en zoemen

toekomstopwielen.be 1.1 Branden en zoemen 1.1 Branden en zoemen We beginnen met een prachtige toepassing van de parallel- of serieschakeling. In het stroomschema dat je hieronder ziet, zitten een autobatterij, enkele lampen, een zoemer en schakelaars.

Nadere informatie

2.5: WINDENERGIE GEBRUIKEN 2.6: ZONNEWARMTE GEBRUIKEN 2.7: ZONNESTROOM GEBRUIKEN 2.8: BIO-ENERGIE GEBRUIKEN

2.5: WINDENERGIE GEBRUIKEN 2.6: ZONNEWARMTE GEBRUIKEN 2.7: ZONNESTROOM GEBRUIKEN 2.8: BIO-ENERGIE GEBRUIKEN WERKBOEKJE LES 2: HOE KAN IK? Dit werkboekje is van TEAM Naam : Naam : Naam : Naam : Instructie: Doe de opdrachten om en om, kies steeds een andere kleur. Kruis aan als je een opdracht gedaan hebt. Zuinig

Nadere informatie

Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit

Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit Energie 5 en 6 2 Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit Doelen Begrippen Materialen De leerlingen: begrijpen hoe elektriciteit en stroom ontstaan, als een brandstof wordt

Nadere informatie

Introductie. De kit bestaat uit verschillende materialen en een DVD. Op de DVD staan de volgende bestanden: Handboek over Gebouwen, met animaties;

Introductie. De kit bestaat uit verschillende materialen en een DVD. Op de DVD staan de volgende bestanden: Handboek over Gebouwen, met animaties; IUSES Toolkit Introductie Met deze experimentele toolkit kunnen experimenten uitgevoerd worden op het gebied van energie efficiency, energiebesparing en duurzame energie. Hij is ontwikkeld voor docenten

Nadere informatie

E n e r g i e e x p e r i m e n t e n Science

E n e r g i e e x p e r i m e n t e n Science 1 2 3. 9 8 7 E n e r g i e e x p e r i m e n t e n Science N. B. De OPITEC bouwpakketten zijn gericht op het onderwijs. 1 Wat je nodig hebt: Voor de motorhouder: Voor de ventilator: 1 grote houten schijf

Nadere informatie

Elektrische huisinstallatie

Elektrische huisinstallatie Elektrische huisinstallatie Titel: Vak: Domein: Sector: 3D aspecten: Elektrische apparaten - Ontwerp een huisinstallatie Natuurkunde Energie Havo - vwo Werkwijze: Modelontwikkeling en gebruik, Onderzoeken,

Nadere informatie

Probeer je een dag in te beelden zonder stekkers en stopcontacten? Wat moeten we allemaal missen?

Probeer je een dag in te beelden zonder stekkers en stopcontacten? Wat moeten we allemaal missen? Probeer je een dag in te beelden zonder stekkers en stopcontacten? Wat moeten we allemaal missen?.......... Iedereen is het erover eens dat we eigenlijk niet meer zonder elektriciteit kunnen. Maar heb

Nadere informatie

Stroomkringen. opdracht 2

Stroomkringen. opdracht 2 Stroomkringen opdracht 8 Wat ga je doen? Je gaat een aantal stroomkringen maken. HIermee kun je bijvoorbeeld een lamp laten branden of een bel laten rinkelen. Lees eerst goed de opdracht en bekijk de illustratie

Nadere informatie

3.2 Instapprobleem met demonstratie Schakelingen van drie lampjes

3.2 Instapprobleem met demonstratie Schakelingen van drie lampjes 3 Serie- en parallelschakeling 3.1 Introductie Inleiding In de vorige paragraaf heb je je beziggehouden met de elektrische huisinstallatie en de veiligheidsmaatregelen die daarvoor van belang zijn. Behalve

Nadere informatie

LESMODULE OVER WINDENERGIE

LESMODULE OVER WINDENERGIE YOUNG ENERGY PROJECT - STUDENTEN LESMODULE OVER WINDENERGIE Inhoudsopgave Instructiebladen Les 1 Module windenergie, Instructieblad 1.1 4 Les 1 Ontdek, Instructieblad 1.2 5 Les 2 Onderzoek, Instructieblad

Nadere informatie

Practicum Zuil van Volta

Practicum Zuil van Volta Practicum Zuil van Volta Benodigdheden Grondplaat, aluminiumfolie, stuivers (munten van vijf eurocent), filtreerpapier, zoutoplossing, voltmeter, verbindingssnoeren, schaar Voorbereidende werkzaamheden

Nadere informatie

INLEIDING. Veel succes

INLEIDING. Veel succes INLEIDING In de eerste hoofdstukken van de cursus meettechnieken verklaren we de oorsprong van elektrische verschijnselen vanuit de bouw van de stof. Zo leer je o.a. wat elektrische stroom en spanning

Nadere informatie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie 4M versie 1 Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Zan Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen,

Nadere informatie

www.praktischtechniek.nl

www.praktischtechniek.nl D. Bekijk nu de andere zaklampen. Vul de tabel in. Werken alle zaklampen? Ja / nee Omdat: Welke zaklamp schijnt het langst? Techniekkit: Noord Nederland Domein: Energie omzetting Competentie: Ontwerpen

Nadere informatie

Een batterij is een spanningsbron die chemische energie omzet in elektrische (zie paragraaf 3).

Een batterij is een spanningsbron die chemische energie omzet in elektrische (zie paragraaf 3). 5. Opwekken van spanning: Spanningsbronnen Om een lamp te laten branden, een rekenmachine te laten rekenen, een walkman muziek te laten weergeven heb je een bron van elektrische energie nodig. Een spanningsbron

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Examenopgaven VMBO-BB 2004 Examenopgaven VMBO-BB 2004 2 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30 15.00 uur NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Gebruik het BINAS tabellenboek.

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOEVEELHEID LADING Symbool Q (soms q) Eenheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen.

Nadere informatie

Project huisinstallatie voor de onderbouw

Project huisinstallatie voor de onderbouw Inhoudsopgave 1 Elektrische stroom.... 1 1.1 Waterstroom.... 1 1.2 Knikker stroom... 2 1.3 Geleiders en isolators.... 2 2 Elektrische schakeling... 3 2.1 Inleiding... 3 2.2 Zekering en aardlekschakelaar...

Nadere informatie

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 - deel 2

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 - deel 2 Uitwerkingen Hoofdstuk 2 - deel 2 4 VWO 2.6 Serie en parallel 51. Vervanging 52. Bij de winkelstraat zijn de lampen parallel geschakeld en bij de kandelaar in serie. 53. Voorbeeld: Serie De stroom moet

Nadere informatie

Flipping the classroom

Flipping the classroom In dit projectje krijg je geen les, maar GEEF je zelf les. De leerkracht zal jullie natuurlijk ondersteunen. Dit zelf les noemen we: Flipping the classroom 2 Hoe gaan we te werk? 1. Je krijgt of kiest

Nadere informatie

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. figuur 3 De schuifweerstand is zo ingesteld dat de stroomsterkte 0,50 A is. a) Bereken het

Nadere informatie

H2 les par2+4+3.notebook November 11, 2015. Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna

H2 les par2+4+3.notebook November 11, 2015. Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna Hoofdstuk 2 Elektriciteit in Huis Elektriciteit in huis Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna wordt de huisinstallatie verdeeld in groepen met zekeringen. voor de extra veiligheid zijn

Nadere informatie

ipad 1. Als je in dit projectboekje een QR code ontdekt kan je deze inscannen met QR scan app (application = toepassing)

ipad 1. Als je in dit projectboekje een QR code ontdekt kan je deze inscannen met QR scan app (application = toepassing) Nico Goddé Inhoud Inhoud 1 ipad 2 1. Probleemstelling 3 2. Technische realisatie 5-10 3. De stroomkring van onze boot 11-12 4. Serie-Parallelschakeling 13-16 5. Voorbeelden van een realisatie in beeld

Nadere informatie

Module 4 Energie. Vraag 3 Een bron van "herwinbare" energie is: A] biomassa B] de zon C] steenkool D] aardolie E] bewegend water

Module 4 Energie. Vraag 3 Een bron van herwinbare energie is: A] biomassa B] de zon C] steenkool D] aardolie E] bewegend water Module 4 Energie Vraag 1 Wat hoort bij het indirect energieverbruik van een apparaat? Kies het BESTE antwoord A] De energie wat het apparaat nuttig verbruikt. B] De energie die het apparaat niet nuttig

Nadere informatie

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas:

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas: Namen: Klas: Windmolenpark Houten Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten Ontwikkeld door: Geert Veenstra Gerard Visker Inhoud Probleem en hoofdopdracht Blz 3 Samenwerking

Nadere informatie

Groep 7 - Les 3 Wat als het misgaat?

Groep 7 - Les 3 Wat als het misgaat? Leerkrachtinformatie Groep 7 - Les 3 Wat als het misgaat? Lesduur: 50 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen weten waarom er voorzichtig moet worden omgegaan met elektrische stroom. veiligheid, stroom,

Nadere informatie

Zo kunt u zelf inbouwspots monteren

Zo kunt u zelf inbouwspots monteren verlichting Zo kunt u zelf inbouwspots monteren Algemene informatie Stappenplan inbouwspots monteren Stappenplan inbouw dimmer monteren Waarom kiezen voor inbouwspots? Inbouwspots kunnen in vrijwel ieder

Nadere informatie

Hoofdstuk 6 Elektriciteit. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/72547

Hoofdstuk 6 Elektriciteit. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/72547 Auteur team NS Laatst gewijzigd Licentie Webadres 17 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/72547 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Accu en oplader instructies: Eigen bedrijfsgegevens

Accu en oplader instructies: Eigen bedrijfsgegevens Accu en oplader instructies: Eigen bedrijfsgegevens 1. Als u de accu helemaal leeg hebt gereden, zorg er dan voor dat u uw accu kort hierna weer aan de lader zet (binnen enkele uren). 2. Laat de accu nooit

Nadere informatie

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Elektriciteit. Verkennen. I a. 230 V b. stroom; stroom

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Elektriciteit. Verkennen. I a. 230 V b. stroom; stroom Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Elektriciteit Verkennen I a. 230 V b. stroom; stroom II a. draagbare radio, zaklamp, digitale camera, enzovoort. b. tv, wasmachine, computer, enzovoort. c. gsm, laptop, mp4-speler

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 OPGAVE 1 Teken hieronder het bijbehorende schakelschema. Geef ook de richting van de elektrische stroom aan.

Nadere informatie

Elektrische energie. energie01 (1 min, 47 sec)

Elektrische energie. energie01 (1 min, 47 sec) Elektrische energie In huishoudens is elektrische energie de meest gebruikte vorm van energie. In Nederland zijn bijna alle huizen aangesloten op het netwerk van elektriciteitskabels. Achter elk stopcontact

Nadere informatie

De condensator en energie

De condensator en energie De condensator en energie Belangrijkste onderdelen in de proeven De LEGO-condensator De condensator heeft een capaciteit van 1 Farad en is beschermd tegen een overbelasting tot 18 Volt. Wanneer de condensator

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMNVATTING LKTICITIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOVLHID LADING Symbool Q (soms q) enheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen. Als je over

Nadere informatie

[Samenvatting Energie]

[Samenvatting Energie] [2014] [Samenvatting Energie] [NATUURKUNDE 3 VWO HOOFDSTUK 4 WESLEY VOS 0 Paragraaf 1 Energie omzetten Energiesoorten Elektrisch energie --> stroom Warmte --> vb. de centrale verwarming Bewegingsenergie

Nadere informatie

POWER LINE. Lesmateriaal plus proeven over elektriciteit. Een lespakket van Zoleerjemeer

POWER LINE. Lesmateriaal plus proeven over elektriciteit. Een lespakket van Zoleerjemeer POWER LINE Lesmateriaal plus proeven over elektriciteit Een lespakket van Zoleerjemeer POWER LINE Colofon Zoleerjemeer Een uitgave van Zoleerjemeer www.zoleerjemeer.nl 2013 A. Elsinga, alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1 4 VMBO-B LEERWERKBOEK DEEL A nask 1 H8 Stoffen en hun eigenschappen Inhoudsopgave 1 Licht 1 Licht en schaduw 8 2 Het spectrum van wit licht 14 3 Lenzen 21 4 Een reëel beeld tekenen 31 5 Het oog 36 6 Straling

Nadere informatie

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING 2 ELEKTRISCHE STROOMKRING Om elektrische stroom nuttig te gebruiken moet hij door een verbruiker vloeien. Verbruikers zijn bijvoorbeeld een gloeilampje, een motor, een deurbel. Om een gloeilampje te laten

Nadere informatie

Groep 6 - Les 3 Kan deze stroomkring ook?

Groep 6 - Les 3 Kan deze stroomkring ook? Leerkrachtinformatie Groep 6 - Les 3 Kan deze stroomkring ook? Lesduur: 30 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen weten het verschil tussen parallel en serieschakeling. De leerlingen kunnen het geleidend

Nadere informatie

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in.

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. Het technologisch proces. Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. FASE 1:.. We willen zelf een voorwerp maken om

Nadere informatie