Sanctieoplegging door Gemeenten, UWV en SVB na Invoering van de Fraudewet. Nota van bevindingen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Sanctieoplegging door Gemeenten, UWV en SVB na Invoering van de Fraudewet. Nota van bevindingen"

Transcriptie

1 Sanctieoplegging door Gemeenten, UWV en SVB na Invoering van de Fraudewet Nota van bevindingen

2 Colofon Projectnaam Programma Datum Sanctieoplegging Inkomenszekerheid Oktober 2014 Pagina 2 van 64

3 Inhoud Colofon 2 1 Samenvatting en conclusie Inleiding Behandelen van fraudesignalen Nulfraude en waarschuwingen Opleggen boetes, het beleid Opleggen boetes, de uitvoering Hoogte van de boetes en verminderde verwijtbaarheid 10 2 Inleiding Achtergrond van het onderzoek Doelstelling van het onderzoek Onderzoeksvragen Toetsingskader Onderzoeksmethode en reikwijdte uitspraken Leeswijzer 17 3 Beleid Gemeenten Inleiding Signaal Boete Terug- en invordering Maatregelen bij verlies van een voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete Samenvatting en conclusie 24 4 Uitvoering Gemeenten Inleiding Signaalafhandeling Boete Uniformiteit van de uitvoering binnen gemeenten Verschillen tussen gemeenten bij de uitvoering Terug- en invordering Samenvatting en conclusies 36 5 SVB Inleiding Signaalafhandeling Boete Terug- en invordering Uniformiteit Samenvatting en conclusie 44 Pagina 3 van 64

4 6 UWV Inleiding Signaalafhandeling Boete Terug- en invordering Uniformiteit Samenvatting en conclusie 56 Bijlage 1 Methodologische verantwoording 59 Bijlage 2 Begrippenlijst 63 Pagina 4 van 64

5 1 Samenvatting en conclusie 1.1 Inleiding Op 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZWwetgeving in werking getreden (hierna de Fraudewet). Deze wet beoogt de naleving van wetten die ressorteren onder het ministerie van SZW te bevorderen. Het voorliggende onderzoek Sanctieoplegging door Gemeenten, UWV en SVB na Invoering van de Fraudewet richt zich in het bijzonder op de WWB, AOW en WW. Daarbij gaat het vooral om de wijze waarop uitvoeringsorganisaties (gemeenten, UWV en SVB) in beleid en uitvoering omgaan met naleving van de inlichtingenplicht. Op grond van de inlichtingenplicht zijn uitkeringsgerechtigden gehouden alle inlichtingen te geven die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de uitkering. Aanscherpen van handhaving voor de genoemde wetten houdt in, dat onterecht verkregen uitkeringen volledig worden teruggevorderd en dat hoge boetes worden opgelegd als de inlichtingenplicht niet wordt nagekomen. Het uiteindelijke oogmerk van de Fraudewet is om potentiële fraudeurs af te schrikken. Onderdeel van de Fraudewet is verder het gelijktrekken van het sanctieregime tussen gemeenten, UWV en SVB om daarmee meer rechtsgelijkheid bij het opleggen van boetes te bewerkstelligen. De Inspectie onderzoekt de uitvoering van de Fraudewet in een meerjarig programma, omdat zij risico s ziet bij de implementatie en uitvoering van de wet. Het is de vraag of de uitvoering de beoogde aanscherping bij sanctieoplegging ook daadwerkelijk realiseert. De resultaten uit een eerder onderzoek laten grote verschillen zien tussen gemeenten, UWV en de SVB. 1 Deze verschillen komen onder meer voort uit de verschillende visies die bestaan op de wijze waarop met regelovertreders moet worden omgegaan. De Inspectie acht het een reëel risico dat deze verschillende zienswijzen bij de aanpak van fraude de met de wet nagestreefde aanscherping in de weg staan. Een van de doelstellingen van deze nota van bevindingen is om de bewindslieden inzicht te bieden in het beleid en de uitvoering van de bestuursrechtelijke sanctionering door gemeenten, UWV en de SVB vanaf de invoering van de Fraudewet. De centrale vraag voor dit onderzoek luidt dan als volgt: Wat is bij gemeenten en de uitvoeringsinstanties UWV en de SVB de stand van zaken bij de uitvoering van de Fraudewet sinds 1 januari 2013? Het toetsingskader waaraan de Inspectie conclusies en oordelen ontleent, wordt gevormd door de wetten zoals die vanaf 2013 gelden. Daarbij gaat het om de Fraudewet, het Besluit handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, de WWB, de WW en de AOW. Belangrijke toetselementen die daaruit voortkomen zijn: - Fraude mag niet lonen. De ten onrechte verleende uitkering moet in zijn geheel worden terugbetaald. - De bestuurlijke boete is gelijk aan 100 procent van het benadelingsbedrag en minimaal 150 euro. - Bij schending van de inlichtingenplicht zonder benadelingsbedrag volgt een waarschuwing of de minimumboete van 150 euro. - Verminderde verwijtbaarheid op grond van de criteria zoals die in het Boetebesluit en in aanvullende beleidsregels zijn vastgelegd. 1 Inspectie SZW, Over Signaal, Sanctie en Incasso, 2013 Pagina 5 van 64

6 Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij het invullen van criteria voor verminderderde verwijtbaarheid Om een landelijk representatief beeld te krijgen van het beleid van gemeenten heeft de Inspectie daarom internetonderzoek verricht bij 84 aselect gekozen gemeenten. Kwalitatief onderzoek is ingezet om het inzicht in het beleid te completeren en de uitvoeringspraktijk in kaart te brengen. Daarvoor zijn veertien gemeenten geselecteerd. Bij de geselecteerde gemeenten en bij UWV en SVB op centraal niveau, is documentatie opgevraagd over de recente inrichting en uitvoering van het sanctiebeleid. Vervolgens zijn bij de veertien gemeenten en bij UWV en SVB interviews afgenomen met beleidsmedewerkers en medewerkers uit de praktijk, zoals klantmanagers en medewerkers handhaving. Via dossieronderzoek is nagegaan of uitvoeringsorganisaties het vastgelegde beleid uitvoeren. Tenslotte is inzicht verkregen in de uitvoering van het beleid door kwantitatieve gegevens te verzamelen over het aantal wel en niet opgelegde boetes, toepassing van verminderde verwijtbaarheid en hoogte van de boetes. Deze gegevens zijn opgevraagd bij het CBS, de onderzochte gemeenten, UWV en SVB. Bij het weergeven van de resultaten van het onderzoek houdt de Inspectie rekening met het (globale) handhavingsproces. Deze samenvatting schenkt achtereenvolgens aandacht aan de stappen signalering van fraude, boeteoplegging en verminderde verwijtbaarheid en zet die stappen af tegen de toetselementen uit het toetsingskader. 1.2 Behandelen van fraudesignalen In hun beleid hanteren de veertien onderzochte gemeenten als uitgangspunt, dat zij alle onderzoekswaardige signalen over mogelijke schending van de inlichtingenplicht in behandeling nemen. Voor witte fraudesignalen (signalen die voortkomen uit bestandsvergelijkingen) wordt de gehele fraudeperiode onderzocht en wordt het benadelingsbedrag ook berekend over de gehele fraudeperiode. De boete wordt hierop afgestemd. Uit de interviews komt naar voren dat de meeste gemeenten bij signalen over gezamenlijke huishouding en zwart werken de periode onderzoeken vanaf de ontvangst van signaal en niet teruggaan tot aan het moment waarop de fraude is ontstaan. Bij dergelijke signalen vergt het volgens de gemeenten veel menskracht om de bewijslast te leveren voor de gehele fraudeperiode en dan is het nog maar de vraag of het bewijs rond is te krijgen. Een aantal gemeenten legt de prioriteit bij het direct beëindigen van de uitkering en doet verder geen onderzoek met terugwerkende kracht. Evenals gemeenten hanteert de SVB als uitgangspunt, dat alle onderzoekswaardige signalen worden afgehandeld. Voor zover mogelijk worden onderzoeken met terugwerkende kracht uitgevoerd. In principe betekent dit, dat het benadelingsbedrag gelijk is aan het ten onrechte genoten voordeel en dat het boetebedrag daarop wordt afgestemd. Ook het UWV neemt alle fraudesignalen in behandeling, waarbij het in circa 95 procent van de gevallen gaat om witte fraude. Het dossieronderzoek laat zien dat in alle gevallen de gehele fraudeperiode door UWV is onderzocht. Gemeenten en UWV gaan er in hun beleid vanuit, dat als iemand de inlichtingenplicht schendt dit volgens het bestuursrecht in principe ook aan hem is te wijten. Het is aan de betrokkene om aan te tonen dat de schending niet of verminderd verwijtbaar is. De SVB volgt dit principe ook maar gaat er vanuit, dat gegevens over burgerlijke staat, nationaliteit en inkomen worden uitgevraagd en vastgelegd in de Pagina 6 van 64

7 BRP of polisadministratie. Op grond van de Wet eenmalige gegevens uitvraag (WEU) is de SVB van mening, dat uitkeringsgerechtigden niet gehouden zijn om deze informatie ook nog eens in het kader van de inlichtingenplicht aan te leveren. De SVB beboet dus geen witte inkomsten die niet door de klant zijn gemeld, omdat deze informatie door koppeling van gegevensbestanden al bij de SVB bekend moet zijn. De SVB stelt dat zij haar processen in lijn met de doelstelling van de WEU heeft ingericht. Gegevens van de klanten worden geautomatiseerd aan de genoemde administraties ontleend, waardoor volgens de SVB het risico beperkt is, dat uitkeringen ten onrechte worden verstrekt. Conclusie Het beleid van gemeenten over het afhandelen van fraudesignalen is na invoering van de Fraudewet niet gewijzigd. De meeste gemeenten onderzoeken signalen over gezamenlijke huishouding en zwart werken vanaf de ontvangst van het signaal. Een aantal gemeenten geeft bij deze signalen prioriteit aan het direct beëindigen van de uitkering. Gevolg hiervan is dat het vastgestelde benadelingsbedrag achterblijft bij hetgeen werkelijk te veel aan uitkering is betaald. Dat werkt door in de hoogte van de boete. Dit verhoudt zich niet met uitgangspunten als fraude mag niet lonen en opleggen van boetes gelijk aan het benadelingsbedrag. In tegenstelling tot deze gemeenten berekenen UWV en SVB het benadelingsbedrag wel over de gehele fraudeperiode. De visie van de SVB op de WEU in relatie tot de inlichtingenplicht kan tot gevolg hebben dat ten onrechte uitkeringen worden verstrekt, dat deze na constatering wel worden teruggevorderd, maar dat er in voorkomende gevallen geen boete wordt opgelegd. Deze aanpak verschilt van de benadering van gemeenten en UWV. 1.3 Nulfraude en waarschuwingen Bij overtreding van de inlichtingenplicht zonder dat er sprake is van een benadelingsbedrag (nulfraude) kunnen gemeenten een waarschuwing geven of de minimumboete opleggen. Uit het internetonderzoek bij 84 gemeenten blijkt, dat van de 81 procent van de gemeenten die op dit punt beleid hebben geformuleerd, 97 procent bij nulfraude een waarschuwing geeft, tenzij betrokkene in de voorafgaande twee jaar al een waarschuwing heeft gehad, dan volgt een boete van 150 euro. Enkele gemeenten hebben in een verordening of beleidsregel aangegeven dat zij bij nulfraude de minimale boete opleggen van 150 euro. Ook UWV en SVB geven bij nulfraude een waarschuwing, tenzij al eerder een waarschuwing is gegeven. 1.4 Opleggen boetes, het beleid Bij overtreding van de inlichtingenplicht schrijft de Fraudewet voor, dat naast terugvordering het boetebedrag gelijk is aan 100 procent van het benadelingsbedrag. Is de oorzaak van een ten onrechte verkregen uitkering niet aan betrokkene te verwijten, dan volgt wel terugvordering van het benadelingsbedrag, maar wordt er geen boete opgelegd. Het Boetebesluit sociale zekerheidswetten biedt de mogelijkheid om een boete te matigen, als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Uit het internetonderzoek blijkt dat gemeenten op het punt van de verminderde verwijtbaarheid de drie criteria uit het Boetebesluit hebben overgenomen. Weinig gemeenten hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aanvullend beleid te formuleren. Het Boetebesluit biedt de mogelijkheid om omstandigheden te benoemen, die aanvullend op de drie criteria ook aanleiding kunnen geven voor het matigen van de boete. Verder heeft minder dan de helft van de gemeenten vastgelegd Pagina 7 van 64

8 met welk percentage zij de boete verlagen, als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Bij het toepassen van verminderde verwijtbaarheid neemt UWV de drie criteria uit het Boetebesluit in acht. Afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid vermenigvuldigt UWV het basis boetebedrag (gelijk aan het benadelingsbedrag), met een percentage van 25, 50, 75 of 100. Is er sprake van het te laat doorgeven van informatie die van invloed is op de hoogte van de uitkering, dan bepaalt UWV de hoogte van de boete aan de hand van de factoren hoogte van het benadelingsbedrag en de duur van de overtreding. Hoe lager het benadelingsbedrag en hoe korter de duur van de overtreding, hoe lager het boetebedrag. Ook de SVB hanteert bij het toepassen van de verminderde verwijtbaarheid de regels zoals opgenomen in het Boetebesluit sociale zekerheidswetten. Aanvullend op die regels heeft de SVB vastgelegd, dat ook sprake is van verminderde verwijtbaarheid als deze niet direct is te herleiden naar een van de drie criteria uit het Boetebesluit, maar in hun onderlinge samenhang wel leiden tot dat oordeel. In feite is dan sprake van een combinatie van de criteria opgenomen in het Boetebesluit. Bij de toepassing van verminderde verwijtbaarheid verlaagt de SVB de boete met 50 procent. Is de mate van verwijtbaarheid relatief gering of juist groot dan hanteert de SVB percentages van respectievelijk 25 en 75. Conclusie De meeste gemeenten uit het internetonderzoek hebben de criteria van het Boetebesluit voor verminderde verwijtbaarheid niet nader uitgewerkt of gespecificeerd. Dat betekent dat zij, bij de beoordeling of de boete verlaagd kan worden, nagaan of sprake is van omstandigheden die overeenkomen met de drie criteria van het Boetebesluit. Verder geldt dat minder dan de helft van de gemeenten heeft vastgelegd met welk percentage de boete bij verminderde verwijtbaarheid moet worden gematigd. Omdat de overige gemeenten geen verlagingspercentage hebben vastgesteld al elke klantmanager per geval de hoogte van de boete vaststellen. Dit kan leiden tot verschillen binnen gemeenten. UWV heeft bij het bepalen van verminderde verwijtbaarheid een element toegevoegd dat wordt bepaald door hoogte van het benadelingsbedrag en duur van de overtreding. De SVB heeft aanvullend op het Boetebesluit de mogelijkheid gecreëerd om de criteria uit het Boetebesluit te combineren. Beide ZBO s kunnen afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid, variëren bij het matigen van de boete. 1.5 Opleggen boetes, de uitvoering De Awb onderscheidt een lichte en een zware boeteprocedure. De zware procedure bedragen boven 340 euro) vereist dat de boete wordt opgelegd door een andere functionaris dan degene die het onderzoek naar de schending van de inlichtingenplicht heeft uitgevoerd. Een deel van de veertien onderzochte gemeenten heeft er voor gekozen om één of meer personen fulltime te belasten met de functie van boeteambtenaar. Een ander deel van de onderzochte gemeenten heeft de klantmanager een belangrijke rol gegeven bij de afweging om een boete op te leggen. De klantmanager bepaalt daarbij of het handhavingsonderzoek doorgezet moet worden naar de boeteambtenaar. Pagina 8 van 64

9 Een aantal van de onderzochte gemeenten geeft te kennen, dat er door capaciteitsproblemen achterstanden bestaan bij het opstellen van boeterapporten en het afdoen van de grotere fraudezaken. Hierbij gaat het om gevallen met boetebedragen boven 340 euro. Het is nog onduidelijk hoe die gemeenten hiermee verder zullen omgaan. Enkele gemeenten hanteren als uitgangspunt, dat bij verrekening met de lopende uitkering binnen drie maanden na de regelovertreding, er geen benadelingsbedrag resteert en er dus ook geen boete behoeft te worden opgelegd. Ook is er een gemeente die relatief weinig boetes oplegt omdat klantmanagers weerstand hebben om hoge boetes op te leggen. Uit een oogpunt van bijvoorbeeld reintegratie geven zij prioriteit aan een goede relatie met de uitkeringsgerechtigde. Het management en de politieke leiding zijn hiervan op de hoogte. Een andere gemeente geeft juist een strikte uitvoering aan de Fraudewet, om daarmee aan de politiek te laten zien wat de gevolgen zijn van de uitvoering van deze wet. Dossieronderzoek bevestigt dit beeld. De Inspectie heeft ook onderzocht of gemeenten inzicht hebben in de resultaten van de uitvoering. De meeste van de onderzochte gemeenten maken een jaarverslag dat beschikbaar is voor het college van Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Daarnaast worden managementrapportages samengesteld. Inzicht in de uitvoering van het totale proces van fraudesignaal tot en met opgelegde boete en terugvordering ontbreekt echter vaak in die verslagen en rapportages. Kijkend naar de landelijke cijfers, dan blijkt dat het aantal in 2013 opgelegde boetes bij gemeenten fors achterblijft bij de ingestelde terugvorderingen. Zo bedraagt het aantal terugvorderingen als gevolg van overtredingen met een einddatum die ligt na 31 januari 2013, gevallen, terwijl het aantal opgelegde boetes over diezelfde periode uitkomt op De verhouding tussen opgelegde boetes en terugvorderingen bedraagt daarmee voor gemeenten 39 procent. Op basis van eigen berekeningen schat de Inspectie dat er in 2013 bij de AOW ruim 500 nieuwe boetevorderingen zijn ontstaan. Niet bekend is hoeveel terugvorderingen er onder het nieuwe frauderegime bij de SVB zijn opgekomen. De verhouding tussen aantal boetes en aantal terugvorderingen is daarom bij de SVB niet bekend. De SVB hanteert een inlichtingentermijn waarbinnen mensen geacht worden een wijziging in omstandigheden te melden. Voor mensen binnen Nederland geldt daarvoor een termijn van vier weken, voor mensen in het buitenland een termijn van 6 weken. In de visie van de SVB is de klant pas nalatig als hij niet binnen de gestelde meldingstermijn de wijziging in de omstandigheden meldt. Volgens de SVB is dan het benadelingsbedrag het bedrag dat door het niet voldoen van de inlichtingenplicht is uitbetaald. Het bedrag dat tijdens de aan de klant gegunde meldingstermijn te veel is betaald, wordt door de SVB niet in aanmerking genomen bij de berekening van het benadelingsbedrag. Dat deel van de teveel betaalde uitkering neemt de SVB niet mee bij de berekening van de boete. Dat deel vordert de SVB wel terug van de klant. In totaal heeft UWV tot en met maart zaken afgedaan onder het nieuwe frauderegime. In 90 procent van de gevallen heeft dat geleid tot een boete. De meeste boetes zijn opgelegd vanwege het plegen van witte fraude. Zwarte fraude blijkt bij 1 procent van de boetes de oorzaak van de overtreding te zijn. In een eerder onderzoek van de Inspectie over de jaren 2009 t/m 2011 bleek dat te gaan om zo n drie tot zes procent van de gevallen. Bij recidive moet de boete worden verhoogd naar 150% van het benadelingsbedrag. Het frauderegister biedt de mogelijkheid om na te gaan of eerder sprake is geweest Pagina 9 van 64

10 van overtreding van de inlichtingenplicht. Dat is vooral van belang als de fraude eerder in een andere gemeente is gepleegd. Gemeenten maken hiervan beperkt gebruik. SVB en UWV hanteren eigen informatiesystemen voor het constateren van recidive. Conclusie Er bestaan tussen gemeenten en tussen gemeenten en UWV grote verschillen in de verhouding tussen aantal terugvorderingen en aantal opgelegde boetes. Bij gemeenten blijft het aantal boetes met gemiddeld 39 procent ver achter bij het aantal terugvorderingen. Een aantal van de onderzochte gemeenten heeft grote achterstanden bij het verwerken van de hogere boetebedragen. Er zijn gemeenten die bij verrekening binnen drie maanden als uitgangspunt nemen dat er geen benadelingsbedrag resteert en er dus ook geen boete behoeft te worden opgelegd. Ook is er een gemeente waar door een deel van de klantmanagers bewust geen (hoge) boetes worden opgelegd. Al deze situaties werken door in de verhouding tussen boetes en terugvorderingen. Vooralsnog komen veel gemeenten niet tegemoet aan uitgangspunten als fraude mag niet lonen en het consequent opleggen van hoge boetes. Bij de SVB is de verhouding tussen het aantal boetes en het aantal terugvorderingen die op grond van de uitvoering van de Fraudewet zijn ontstaan niet bekend. De SVB kan de vorderingen die in 2013 zijn geregistreerd niet uitsplitsen in vorderingen die onder het oude en onder het nieuwe frauderegime vallen Voor het bepalen van het boetebedrag houdt de SVB rekening met een inlichtingentermijn van vier, respectievelijk zes weken. Is er sprake van overtreding van de inlichtingenplicht, dan berekent SVB het benadelingsbedrag over de gehele fraudeperiode. Voor het berekenen van de boete wordt het benadelingsbedrag verminderd met hetgeen over vier, respectievelijk zes weken, teveel aan uitkering is ontvangen. De SVB wijkt hiermee af van gemeenten en UWV, die voor het bepalen van het boetebedrag wel het gehele benadelingsbedrag in beschouwing nemen. In tegenstelling tot gemeenten is bij UWV de verhouding tussen het aantal boetes en het aantal terugvorderingen hoog, namelijk 90 procent. Bovendien is in de resterende tien procent van de gevallen door UWV een waarschuwing gegeven. Voor de uitvoeringsorganisaties geldt, dat bij de inrichting van het proces recht wordt gedaan aan de verlangde scheiding van functies bij het opleggen van boetes. Uit het onderzoek bij de steekproefgemeenten blijkt dat gemeenten die een boeteambtenaar hebben aangesteld, daarmee kiezen voor een meer gestandaardiseerde en uniforme beoordeling van feiten, dan gemeenten die de klantmanager zelf laten beoordelen of een boete opgelegd moet worden. Voor het vaststellen van recidive wordt het frauderegister door gemeenten in beperkte mate gebruikt. UWV en SVB hanteren hiervoor een eigen informatiesysteem. 1.6 Hoogte van de boetes en verminderde verwijtbaarheid Naast het aantal opgelegde boetes is ook de hoogte hiervan een belangrijk toetselement. Bij het bepalen daarvan speelt de toepassing van de verminderde verwijtbaarheid een belangrijke rol. Boeteambtenaren bij de onderzochte gemeenten zien niet veel ruimte om de boete in individuele gevallen te matigen. De criteria zoals opgenomen in het Boetebesluit geven hun inziens daartoe niet veel mogelijkheden, ook al vinden ze dat de boete niet altijd in verhouding staat tot de ernst van de overtreding. Er zijn weinig gemeenten die gebruik hebben gemaakt van de moge- Pagina 10 van 64

11 lijkheid om op dit punt aanvullend beleid te formuleren. Uit de landelijke cijfers blijkt, dat gemeenten in 750 van de 4800 gevallen waarin een boete is opgelegd (16 procent) de boete hebben gematigd vanwege verminderde verwijtbaarheid. In circa 80 procent van de opgelegde boetes is sprake van volledige verwijtbaarheid en wordt een boete opgelegd die gelijk is aan het benadelingsbedrag. In die gevallen waarin gemeenten een boete opleggen bedraagt de boeteratio (verhouding tussen het totale boetebedrag en het totale benadelingsbedrag) dus meer dan 80 procent. Voor de SVB blijkt uit de kwantitatieve analyse, dat circa 70 procent van de opgelegde boetes (boven de minimumboete van 150 euro) beduidend lager zijn dan de bijbehorende benadelingsbedragen. De boeteratio bedraagt bij de SVB 61 procent. Zonder dat de Inspectie dit heeft onderzocht kan een reden hiervoor zijn, dat de SVB bij het berekenen van de boetebedragen uitgaat van het benadelingsbedrag, vermindert met hetgeen in de inlichtingentermijn van 4 tot 6 weken ten onrechte aan uitkering is ontvangen. Verder blijkt uit dossieronderzoek dat de SVB in een kwart van de gevallen verminderde verwijtbaarheid toepast. Beide omstandigheden hebben invloed op de verhouding boetebedrag en benadelingsbedrag. Voor het UWV geldt, dat van de boetes die tot en met maart 2014 zijn opgelegd, het in 40 procent van de gevallen gaat om minimumboetes van 150 euro. Verder heeft het UWV in 28 procent van de gevallen waarin is besloten een boete op te leggen verminderde verwijtbaarheid toegepast. In meerderheid van de gevallen is daarbij de boete gematigd tot 25 procent van het benadelingsbedrag. De gemiddelde boeteratio van UWV komt uit op 83 procent. Conclusie Alhoewel gemeenten tot nu toe relatief weinig boetes opleggen laat de kwantitatieve analyse zien, dat in de gevallen waarin er een boete wordt opgelegd, de boeteratio uitkomt op meer dan 80 procent. Bij de SVB ligt de boeteratio voor de AOW op 61 procent, een percentage dat beduidend lager is dan dat van gemeenten. De boeteratio van UWV is met 83 procent hoog. Bij het toepassen van verminderde verwijtbaarheid valt op, dat gemeenten uitkomen op 16 procent verminderde verwijtbaarheid, terwijl SVB en UWV uitkomen op beduidend hogere percentages en wel van 25, respectievelijk 28 procent. Pagina 11 van 64

12 Pagina 12 van 64

13 2 Inleiding 2.1 Achtergrond van het onderzoek Op 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZWwetgeving van kracht geworden (hierna de Fraudewet). Deze wet beoogt de naleving van de SZW-wetten te bevorderen. De rode draad van deze wet is dat fraude niet mag lonen. Het onderzoek in deze nota richt zich op een deel van de SZW-wetgeving dat betrekking heeft op het verstrekken van sociale uitkeringen, namelijk de WWB, AOW en WW. Bij deze wetten betekent het aanscherpen van handhaving en sanctieoplegging vooral het volledig terugvorderen van onterecht verkregen uitkeringen en het opleggen van hoge boetes bij het niet nakomen van de inlichtingenplicht. 2 Met het uiteindelijk oogmerk om potentiële fraudeurs af te schrikken. Daarnaast heeft de wetgever het sanctieregime tussen gemeenten, UWV en de SVB gelijkgetrokken, met het doel meer uniformiteit bij het opleggen van boetes te bewerkstelligen. In een meerjarig programma onderzoekt de Inspectie de bijdrage van de uitvoering aan de effectiviteit van de Fraudewet. In 2012 heeft zij de situatie voor de invoering van de wet in kaart gebracht. Met dit onderzoek en vervolgonderzoek in latere jaren wil de Inspectie laten zien, of de uitvoering er in is geslaagd om de beoogde aanscherping van handhaving en boeteoplegging te realiseren. Het onderzoek in 2012 omvatte drie onderdelen die aansluiten bij het uitvoeringsproces handhaven. Het eerste deel van het onderzoek richtte zich op de activiteiten van de uitvoering tussen de ontvangst van een fraudesignaal en eventuele fraudevaststelling (signaalonderzoek). Het tweede deel legde de focus op de sanctieoplegging in geval van fraude. Het laatste onderdeel doet verslag van de wijze waarop te veel betaalde uitkeringen en eventuele boeten worden teruggevorderd en geïncasseerd. De onderzoeksresultaten zijn opgenomen in de programmarapportage Over Signaal, Sanctie en Incasso uit Het onderzoek in deze nota concentreert zich op het beleid en de uitvoering van sanctieoplegging door gemeenten, UWV en de SVB. Hiermee heeft het een smallere scope dan het voorgaande. De reden dat de onderdelen signaalonderzoek en incasso nu niet zijn meegenomen, is dat dit onderzoek snel volgt op de invoering van de Fraudewet en daarmee op de eerste rapportage. Het is dan te kort dag om de resultaten van verbeteracties bij de signaalonderzoeken te verwachten. Verder zijn de incassoratio s over een periode van drie jaar gemeten. Om de invloed van de Fraudewet te kunnen vaststellen zou de Inspectie een gelijke periode na invoering van de wet moeten onderzoeken. Deze vergelijking zou dan niet eerder dan in 2016 gemaakt kunnen worden. Ondanks de beperktere reikwijdte trekt het onderzoek waar mogelijk een vergelijking met de onderzoekresultaten uit Probleemanalyse 2 Op het terrein van werk en inkomen concentreert de wet zich vooral op de naleving van inlichtingenplicht: voldoet de uitkeringsgerechtigde aan zijn verplichting om alle inlichtingen te geven die nodig zijn om de hoogte van de uitkering vast te stellen. De begrippen fraude en niet-naleving inlichtingenplicht worden in deze nota synoniem gebruikt. Pagina 13 van 64

14 De reden dat de Inspectie de uitvoering in een meerjarig programma onderzoekt is dat zij risico s ziet bij de implementatie en uitvoering van de wet. Het is de vraag of de uitvoering de beoogde aanscherping bij sanctieoplegging ook daadwerkelijk realiseert. De onderzoeksresultaten uit het vorige onderzoek laten grote verschillen zien tussen gemeenten, UWV en de SVB. Deze verschillen komen onder meer voort uit de verschillende visies die bestaan op de wijze waarop met regelovertreders moet worden omgegaan. De Inspectie acht het een reëel risico dat deze verschillende zienswijzen bij de aanpak van fraude de met de wet nagestreefde aanscherping in de weg staan. 2.2 Doelstelling van het onderzoek Het meerjarig onderzoek van de Inspectie beoogt inzicht te bieden en een oordeel te geven over de wijze waarop uitvoeringsorganisaties zijn omgegaan met de intensivering van handhaving. Met de geboden inzichten en oordelen kunnen de bewindslieden vaststellen, of de wijze waarop de uitvoeringsorganisaties de Fraudewet uitvoeren, aansluit bij de bedoelingen van de wetgever. Daarnaast krijgen zij inzicht in de knelpunten en belemmeringen die bij de uitvoering van de wet een rol spelen. Tevens biedt het onderzoek achtergrondinformatie voor de beantwoording van vragen van leden van de Tweede Kamer. Deze vragen zijn gesteld tijdens een debat op 27 mei 2014 over de uitwerking van de Fraudewet. Gemeenten, UWV en de SVB kunnen op grond van het onderzoek en het rapport vaststellen in hoeverre zij voldoen aan de eisen van de wet en welke verbetermogelijkheden er zijn. De Inspectie wil op basis van haar bevindingen en oordelen de effectiviteit van het handhavingsbeleid en de toepassing van de Fraudewet bevorderen. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan preventie (afschrikwekkende werking) en terugvordering (fraude mag niet lonen). 2.3 Onderzoeksvragen Om de doelstelling van het onderzoek te realiseren, is het onderzoek verricht op basis van de volgende centrale onderzoeksvraag. In hoeverre passen gemeenten, UWV en de SVB de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid vanaf toe en in hoeverre dragen zij bij aan een aanscherping van handhaving zoals beoogd in de wet? Het antwoord op de centrale vraag geeft de Inspectie in een programmarapportage en is gebaseerd op de resultaten van dit onderzoek, waarbij de volgende vraag leidend is geweest: Wat is bij gemeente en de uitvoeringsinstanties UWV en de SVB de stand van zaken bij de uitvoering van de Fraudewet sinds 1 januari 2013? De antwoorden op de volgende deelvragen vormen de onderbouwing van de centrale vraag. Pagina 14 van 64

15 1. Wat is sinds de invoering van de Fraudewet het beleid van gemeenten, UWV en de SVB voor het afhandelen van fraudesignalen? 2. Hoe bepalen de uitvoeringsorganisaties in de praktijk welke fraudesignalen zij in behandeling nemen? 3. Wat is sinds de invoering van de Fraudewet het beleid van gemeenten, UWV en de SVB voor het opleggen van boetes wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht? Voeren zij dit beleid ook uit? 4. Indien de uitvoeringsorganisaties niet in alle gevallen een (volledige) boete opleggen, wat is daarvan de oorzaak? 5. Wat is de verhouding tussen het geconstateerd fraudebedrag en het bedrag opgelegde boete in de periode 2013/2014? 6. Welke invloed heeft beleid en uitvoering op de hoogte en omvang van boetes? 7. Wat is sinds de invoering van de Fraudewet het beleid van gemeenten, UWV en de SVB voor het terug- en invorderen van claims ontstaan door fraude? 2.4 Toetsingskader Voor de beantwoording van de deelvragen gebruikt de Inspectie een toetsingskader. Hiervoor maakt zij gebruik van diverse bronnen. De Fraudewet met de daarbij behorende memorie van toelichting. Besluit aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving De handreiking van Stimulansz en RCF De Wet werk en bijstand De Algemene Ouderdomswet De Werkloosheidswet Hieruit volgen onderstaande toetselementen voor het beantwoorden van de deelvragen van het onderzoek: Fraude mag niet lonen. De ten onrechte uitkering moet in zijn geheel worden teruggevorderd en terugbetaald (memorie van toelichting Fraudewet (1.2 uitgangspunten)). De bestuurlijke boeten zijn gelijk aan 100 procent van het benadelingsbedrag (art. 18a lid 1 en art. 47g lid 1 WWB, art. 27a lid 1 WW, art. 17c lid 1 AOW). Bij schending van de inlichtingenplicht zonder benadelingsbedrag kan een waarschuwing worden gegeven of de minimumboete worden opgelegd (artikel 18a, lid 4 WWB, artikel 27a, lid 4 WW, artikel 17c, lid 4 van de AOW) Nadere criteria voor verminderde verwijtbaarheid zijn in beleidsregels vastgelegd (art. 2a + toelichting Besluit aanscherping handhaving en sanctiewetgeving). Bij recidive wordt een bestuurlijke boete van in beginsel 150 procent van het benadelingsbedrag opgelegd (art. 18a lid 5 en art. 47g lid 5 WWB, art. 27a lid 5 WW, art. 17c lid 5 AOW). De gemeenteraad heeft bij verordening regels vastgelegd met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening van de boete bij recidive (art. 8 lid 1 sub i WWB). Keuze of na tien jaar stoppen van invordering of kwijtschelden van de restschuld in beleidsregels is vastgelegd (art. 58 lid 7 WWB). Pagina 15 van 64

16 2.5 Onderzoeksmethode en reikwijdte uitspraken Om de onderzoeksvragen zo volledig mogelijk te beantwoorden bevat het onderzoek een mix van zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. Kwalitatief Kwalitatief onderzoek is ingezet om de uitvoeringspraktijk in beeld te brengen. Bij veertien gemeenten, UWV en de SVB zijn ter plekke interviews afgenomen en gesprekken gevoerd. Bij de SVB en bij UWV heeft dit op de hoofdkantoren en een (SVB) of twee districtskantoren (UWV) plaatsgevonden. Daarnaast zijn dossiers van uitkeringsgerechtigden ingezien. Met deze mix van onderzoeksinstrumenten zijn de optredende patronen en onderliggende mechanismen in het uitvoeringsproces zichtbaar geworden. Het kwalitatieve deel van het onderzoek heeft betrekking op de verzameling van gegevens over het beleid en de wijze van uitvoering door UWV, de SVB en gemeenten Bij het opleggen van boetes verwacht de Inspectie dat verschillen in beleid en uitvoering invloed hebben op het aantal gevallen waarbij een boete is opgelegd. De aanpak in dit onderzoek is er op gericht om zoveel mogelijk varianten in beeld te krijgen. Bij de selectie van de gemeenten zijn de tien grootste gemeenten uit het onderzoek uit 2012 meegenomen. De kleinere gemeenten zijn weggelaten, omdat het beperkt aantal fraudedossiers weinig of geen mogelijkheid biedt uitspraken te doen. Vier gemeenten zijn toegevoegd om het beeld completer te maken (de keuze is hierbij onder andere gemaakt op basis van statistische gegevens van het CBS). Bij de geselecteerde gemeenten en bij UWV en de SVB op centraal niveau is vooraf documentatie (beleidsnota s en rapportages) opgevraagd over de recente inrichting en uitvoering van het sanctiebeleid. Per gemeente en bij UWV en de SVB zijn interviews afgenomen, met betrokkenen op beleidsniveau en/of met medewerkers op uitvoeringsniveau. In sommige gevallen was er nog een aanvullend gesprek over de bevindingen in de dossiers. Bij de interviews is gebruik gemaakt van een vragenlijst, waarin alle onderzoeksvragen naar voren kwamen. De interviewverslagen zijn ter correctie voorgelegd aan de geïnterviewden alvorens deze voor de analyse zijn gebruikt. Dossieronderzoek is uitgevoerd om bij de in het onderzoek betrokken uitvoeringsorganisaties vast te stellen of het beleid wordt uitgevoerd. Via dossieronderzoek is meer in detail onderzocht hoe het beleid en de verordeningen in de praktijk worden toegepast en hoe dit uitwerkt. Het doel was om vast te stellen of de uitvoeringsorganisaties het centrale beleid (en het door hen zelf vastgestelde beleid) uitvoeren en welke knelpunten zich daarbij voordoen. Voor de diverse fraudesoorten zijn minimaal 25 en maximaal 50 dossiers per uitvoeringsinstelling bekeken die in februari 2014 waren afgerond. Kwantitatief Om een landelijk representatief beeld te krijgen van het beleid van gemeenten, heeft de Inspectie een internetonderzoek verricht onder 84 gemeenten aselect getrokken gemeenten. Hierbij zijn de verordeningen en beleidsregels van deze gemeenten onderzocht. Verder is inzicht verkregen in de uitvoering van het beleid door kwantitatieve gegevens te verzamelen over het aantal wel en niet opgelegde boetes, toepassing van Pagina 16 van 64

17 verminderde verwijtbaarheid, hoogte van de boetes en recidive. Deze gegevens zijn opgevraagd bij het CBS de onderzochte gemeenten, UWV en de SVB. Bij deze items is gekeken of er verschillen in de sanctionering zijn aan te wijzen tussen uitvoeringsorganisaties (UWV, de SVB, gemeenten), uitkeringssoort (WWB, WW en AOW), fraudetype (witte inkomstenfraude, zwarte fraude, woonadresfraude, leefvormfraude en vermogensfraude) en de omvang van het fraudebedrag. Specifiek voor de WWB is er naar verschillen tussen gemeenten gekeken. Het onderzoek bij gemeenten, UWV en de SVB heeft plaatsgevonden in de periode februari- juni Voor een uitgebreidere toelichting over de onderzoeksaanpak, methoden en techniek verwijzen wij naar bijlage Leeswijzer Na de samenvatting en conclusies in hoofdstuk een en deze inleiding behandelen de hoofdstukken drie en vier het beleid en uitvoering van de Fraudewet door gemeenten. Het heterogene karakter van zowel beleid als uitvoering van de onderzochte gemeenten leidt tot een uitgebreide beschrijving. Om het overzicht te behouden is er voor gekozen om de beschrijving van beleid en uitvoering te verdelen over de hoofdstukken drie en vier. Dit betekent dat de deelvragen over beleid (de vragen 1, 3 en 7) in hoofdstuk drie aan de orde komen en de deelvragen 2, 4, 5 en 6 over de uitvoering in hoofdstuk vier worden behandeld. De onderdelen signaalafhandeling en terugvordering en incasso zijn onderzocht alleen in relatie met sanctieoplegging. De antwoorden op de deelvragen die gaan over signaal, terugvordering en incasso hebben daarom een beperktere reikwijdte. De hoofdstukken vijf en zes presenteren de resultaten van het onderzoek bij SVB respectievelijk UWV en beantwoorden de deelvragen voor de ZBO s. Pagina 17 van 64

18 Pagina 18 van 64

19 3 Beleid Gemeenten 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft hoe gemeenten sinds de invoering van de Fraudewet in hun beleid vorm hebben gegeven aan de behandeling van fraudesignalen, het opleggen van boetes wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht en het terug- en invorderen van claims ontstaan door fraude. De bevindingen zijn gebaseerd op een internetonderzoek onder 84 gemeenten en op het kwalitatieve onderzoek bij de veertien gemeenten die de Inspectie heeft bezocht. 3.2 Signaal Per 1 juli 2013 is in art. 54 lid 3 Wwb expliciet vastgelegd dat herziening/intrekking met terugwerkende kracht van het recht op bijstand verplicht is bij fraude. 3 Gemeenten zouden daarom zoveel mogelijk de gehele fraudeperiode moeten onderzoeken. Uit het onderzoek van de Inspectie blijkt, dat de veertien gemeenten die zij heeft bezocht, in hun beleid als uitgangspunt hebben vastgesteld, dat zij alle onderzoekswaardige signalen over mogelijke schending van de inlichtingenplicht in behandeling nemen. Daarbij hebben deze gemeenten echter niet bepaald dat bij alle fraudesignalen ook de hele fraudeperiode moet worden onderzocht. Uit de interviews komt naar voren dat de meeste gemeenten bij onderzoek van signalen over gezamenlijke huishouding en zwart werken de periode onderzoeken vanaf de ontvangst van signaal en niet aan het vaststellen van het moment dat de fraude is ontstaan. Bij dergelijke signalen vergt het volgens de gemeenten veel menskracht om de bewijslast te leveren voor de gehele fraudeperiode en dan is het nog maar de vraag of het bewijs rond is te krijgen. Een aantal gemeenten legt de prioriteit bij het direct beëindigen van de uitkering en doet verder geen onderzoek met terugwerkende kracht. Deze opvatting en de daaruit voortvloeiende handelwijze komt overeen met het beeld uit het Inspectieonderzoek uit Het leggen van de prioriteit bij het beëindigen van de uitkering en niet bij het zo goed mogelijk onderzoeken van de fraudeperiode, heeft tot gevolg dat deze gemeenten het ten onrechte genoten voordeel slechts gedeeltelijk of in het geheel niet kunnen terugvorderen. Sinds de inwerkingtreding van de Fraudewet betekent dit bovendien dat de gemeenten in die gevallen ten onrechte een lagere, of in het geheel geen boete opleggen. Voor signalen over witte fraude kan de fraudeperiode en het fraudebedrag eenvoudig uit de bestandsvergelijking worden verkregen en is de boete eenvoudig vast te stellen. 3 De wijziging van art. 54 lid 3 Wwb heeft niet plaatsgevonden op grond van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, maar na misverstanden bij de uitvoerders, in de Verzamelwet SZW 2013 (art. XXII) Pagina 19 van 64

20 3.3 Boete Boete of waarschuwing bij nulfraude Wanneer is vastgesteld dat de inlichtingenplicht is geschonden zonder dat er teveel bijstand is uitbetaald de zogenoemde nulfraude kan de gemeente op grond van art. 18a lid 4 Wwb besluiten om geen boete op te leggen, maar om een schriftelijke waarschuwing te geven. De keuze voor een schriftelijke waarschuwing moet wel worden vastgelegd in beleidsregels. Een waarschuwing kan alleen worden gegeven, als betrokkene in de afgelopen twee jaar niet eerder een waarschuwing heeft gehad, anders volgt sowieso een boete. De periode van twee jaar start vanaf het moment waarop de waarschuwing is opgelegd. Bij 81 procent van de geënquêteerde gemeenten heeft de Inspectie kunnen vaststellen hoe zij beleidsmatig met nulfraude omgaan. Bijna al deze gemeenten (97 procent) hebben vastgelegd dat zij een waarschuwing geven als er sprake in van nulfraude en betrokkene in de voorafgaande twee jaar geen waarschuwing heeft gehad. De vastlegging van dit beleid heeft op verschillende manieren plaats gevonden. 71 procent van de gemeenten heeft dit gedaan in een beleidsregel of een verordening. 29 procent heeft het vastgelegd in een werkinstructie of een richtlijn. Een klein aantal gemeenten heeft in een verordening of beleidsregel aangegeven dat zij bij nulfraude de minimale boete oplegt van 150 euro. Het onderzoek bij de veertien bezochte gemeenten komt hiermee overeen. De mate van verwijtbaarheid Als iemand de inlichtingenplicht heeft geschonden, is dit volgens het bestuursrecht in principe ook aan hem te wijten. Het is aan de betrokkene om aan te tonen dat de schending niet, of verminderd verwijtbaar is. Als blijkt dat de schending van de inlichtingenplicht niet verwijtbaar is, dan mag geen boete worden opgelegd. Als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, dan wordt de boete lager vastgesteld. Uiteraard wordt in deze gevallen wel de te veel betaalde uitkering teruggevorderd. Criteria van verminderde verwijtbaarheid De voorwaarden op grond waarvan in ieder geval sprake kan zijn van verminderde verwijtbaarheid zijn opgenomen in artikel 2a lid 2 van het Boetebesluit sociale zekerheidswetten: a. De betrokkene verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt. b. De betrokkene verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen. c. De betrokkene heeft wel inlichtingen verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting. Deze lijst in het Boetebesluit is niet limitatief en kan worden aangevuld met criteria die worden opgenomen in beleidsregels of een verordening van de gemeente. Pagina 20 van 64

De boete belicht november 2014. Colofon. Nummer R 14/05 ISSN 1388-8733 ISBN. 978-90-5079-273-8 Datum. November 2014.

De boete belicht november 2014. Colofon. Nummer R 14/05 ISSN 1388-8733 ISBN. 978-90-5079-273-8 Datum. November 2014. De boete belicht Colofon Programma Inkomenszekerheid Nummer R 14/05 ISSN 1388-8733 ISBN 978-90-5079-273-8 Datum November 2014 Pagina 2 van 51 Voorwoord De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving,

Nadere informatie

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE ZEEVANG

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE ZEEVANG BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE ZEEVANG Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeevang, Gelet op artikel 18a van de Wet werk en bijstand, artikel 20a van

Nadere informatie

De Inspectle geeft in het rapport een oordeel over de uitvoering van de Fraudewet door gemeente, UWV en de SVB.

De Inspectle geeft in het rapport een oordeel over de uitvoering van de Fraudewet door gemeente, UWV en de SVB. INGEKOMEN 2 6 JAN 2015 GerneAnte H Ministerievan Sociale Zaken en '"' eusden Werkgelegen heid > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag Gemeenteraad Q. l-. ~. ~~lo'sl la.ploa alt... Postbus 90801 2509

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Heerenveen 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Heerenveen 2015 Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Heerenveen 2015 De raad van de gemeente Heerenveen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; Gelet op

Nadere informatie

Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren.

Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren. Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren. Artikel 1. Gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid. 1. Het college maakt gebruik van de

Nadere informatie

GEMEENTE BEESEL IMGEKOMEW. 2 B m ^5. No. Burg. Afd. Secr.

GEMEENTE BEESEL IMGEKOMEW. 2 B m ^5. No. Burg. Afd. Secr. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag Gemeenteraad No. Burg. Afd. GEMEENTE BEESEL IMGEKOMEW 2 B m ^5 Secr. Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van

Nadere informatie

Beleidsregels inlichtingenplicht en bestuurlijke boetes

Beleidsregels inlichtingenplicht en bestuurlijke boetes Beleidsregels inlichtingenplicht en bestuurlijke boetes Gelet op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de indringender toets aan het evenredigheidsbeginsel bij bestuurlijke boetes (CRvB 24-11-2014,

Nadere informatie

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke waarschuwing en verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen; Gelet op artikel 18a van de Wet werk en bijstand

Nadere informatie

Toelichting. Algemeen

Toelichting. Algemeen Toelichting Algemeen Op 1 januari 2013 zijn de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking getreden. Hierdoor wijzigt o.a. de

Nadere informatie

Beleidsregels Bestuurlijke boete WWB, IOAW, IOAZ en Bbz-2004 Versie 2013

Beleidsregels Bestuurlijke boete WWB, IOAW, IOAZ en Bbz-2004 Versie 2013 Beleidsregels Bestuurlijke boete WWB, IOAW, IOAZ en Bbz-2004 Versie 2013 HOOFDSTUK I ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. WWB: de Wet werk en bijstand; b. IOAW:

Nadere informatie

Bestuursrechtelijke sancties en boetes bij fraude

Bestuursrechtelijke sancties en boetes bij fraude Bestuursrechtelijke sancties en boetes bij fraude Nota van bevindingen datum 18 maart 2013 status definitief Inhoud 1 Samenvatting en conclusie 3 2 Inleiding 7 2.1 Algemeen 7 2.2 Specifiek 9 2.2.1 Doelstelling

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Hoogeveen 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Hoogeveen 2015 Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Hoogeveen 2015 De raad van de gemeente Hoogeveen; gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders; gelet op de artikelen

Nadere informatie

BOETEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ

BOETEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ No: 6 /1 De raad van de gemeente Menterwolde; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Menterwolde d.d. 19 december 2012; gelet op artikel 8 Wet werk en bijstand (WWB) alsmede

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 750 Ingangsdatum: 01-01-2013

Afdeling Samenleving Richtlijn 750 Ingangsdatum: 01-01-2013 Afdeling Samenleving Richtlijn 750 Ingangsdatum: 01-01-2013 Bestuurlijke boete Inleiding Invoering per 1 januari 2013 Vanouds kent artikel 18 WWB de mogelijkheid om de bijstand en de verplichtingen af

Nadere informatie

b e s l u i t vast te stellen de hierna volgende Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Alkmaar.

b e s l u i t vast te stellen de hierna volgende Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Alkmaar. Raadsbesluit Nr. De raad van de gemeente Alkmaar; gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr.; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand; gelet op het

Nadere informatie

onderwerp Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet

onderwerp Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet raadsbesluit gemeente werkendam zaaknummer 59874 onderwerp Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet gemeente Werkendam 2015 De raad van de gemeente Werkendam, gezien het

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Ede (Gelderland)

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Ede (Gelderland) Registratienummer Afdeling Ede, 25565 Samenleving en beleid 10 februari Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede; gelet op artikel 18a, van de Participatiewet, artikel 20a van de

Nadere informatie

gezien het advies van de Algemene Raadscommissie van 20 november 2014;

gezien het advies van de Algemene Raadscommissie van 20 november 2014; Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Bergen 2015 De raad van de gemeente Bergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014; gelet op artikel 8,

Nadere informatie

Beleidsregels Boete WWB/Bbz, IOAW & IOAZ gemeente Twenterand 2013

Beleidsregels Boete WWB/Bbz, IOAW & IOAZ gemeente Twenterand 2013 Beleidsregels Boete WWB/Bbz, IOAW & IOAZ gemeente Twenterand 2013 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Twenterand Officiële naam regeling Beleidsregels WWB/Bbz,

Nadere informatie

Hoofdstuk 2. Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive

Hoofdstuk 2. Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015 ( Leusden De raad van de gemeente Leusden; heeft het voorstel van burgemeester en wethouders gelezen van 11 november 2014. overwegende dat het

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling gemeente Heerhugowaard Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gemeente Heerhugowaard Citeertitel

Nadere informatie

Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015

Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015 Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015 De directeur van het cluster Werk en Inkomen, Gelezen het voorstel van 23 januari 2015; gelet op artikel 18a van de Participatiewet; besluit:

Nadere informatie

F. Buijserd burgemeester

F. Buijserd burgemeester Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders raadsvoorstel portefeuillehouder opgesteld door Registratienummer A. Muilwijk Vergunningen, Voorzieningen en Handhaving / Freke Kerkvliet collegebesluit

Nadere informatie

VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE GEMEENTE ASSEN 2015.

VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE GEMEENTE ASSEN 2015. VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE GEMEENTE ASSEN 2015. Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Assen Officiële naam regeling Verordening

Nadere informatie

Gemeenteraad. Onderwerp nieuwe verordening verrekening bestuurlijke. boete. Datum 24 april 2013

Gemeenteraad. Onderwerp nieuwe verordening verrekening bestuurlijke. boete. Datum 24 april 2013 .:~ o II) mi'! L li ~ 1 'r U 'li". 5.~.I", ~ Nieuwegein Gemeenteraad Onderwerp nieuwe verordening verrekening bestuurlijke boete Datum 24 april 2013 Raadsvoorstel Afdeling Werk & Inkomen Portefeuillehouder

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet BMWE 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet BMWE 2015 Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet BMWE 2015 De raad van de gemeente De Marne; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2014; gezien de adviezen

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. Participatiewet 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. Participatiewet 2015 Nr. 2014/78 De raad van de gemeente Leeuwarderadeel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.21 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d en artikel 60b

Nadere informatie

De beleidsregel treedt in werking, de dag na publicatie, 21 februari 2013.

De beleidsregel treedt in werking, de dag na publicatie, 21 februari 2013. Gemeenteblad Nijmegen Jaartal / nummer 2013 / 036 Naam Beleidsregels Terug- en Invordering Wet werk en bijstand 2013 Publicatiedatum 20 februari 2013 Opmerkingen - Besluit van Burgemeester en Wethouders

Nadere informatie

Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet (2015) Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen,

Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet (2015) Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen, GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Nijmegen. Nr. 57658 29 juni 2015 Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet (2015) Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen,

Nadere informatie

Beleidsregel boete werknemer 2010

Beleidsregel boete werknemer 2010 DD-NR Regelingen en voorzieningen CODE 1.1.9.322 vervallen: het (vrijwel) gelijknamige bericht, datumnr 0706-534 Beleidsregel boete werknemer 2010 bronnen Staatscourant 2010, nr. 1126, d.d. 27.1.2010 datum

Nadere informatie

Handhavingsverordening Wwb en WIJ gemeente Borger-Odoorn. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 december 2009

Handhavingsverordening Wwb en WIJ gemeente Borger-Odoorn. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 december 2009 Gemeenteraad Onderwerp: Handhavingsverordening Wwb en WIJ gemeente Borger-Odoorn Registratienummer: 09.13039 De raad van de gemeente Borger-Odoorn; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.

Nadere informatie

B&W 21 december 2010 Gemeenteblad GEWIJZIGDE INVULLING VAN RICHTLIJN NR B044 OVERZICHT HOOGTE VERLAGINGEN

B&W 21 december 2010 Gemeenteblad GEWIJZIGDE INVULLING VAN RICHTLIJN NR B044 OVERZICHT HOOGTE VERLAGINGEN Jaar: 2010 Nummer: 118 Besluit: B&W 21 december 2010 Gemeenteblad GEWIJZIGDE INVULLING VAN RICHTLIJN NR B044 OVERZICHT HOOGTE VERLAGINGEN Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 8,

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Ede (Gelderland)

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Ede (Gelderland) Raad van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van11 november, gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Participatiewet; gezien het advies van de adviesraad

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2010, bijlagenr. 696; BESLUIT

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2010, bijlagenr. 696; BESLUIT No. 2010/696 De raad van de gemeente Coevorden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2010, bijlagenr. 696; BESLUIT gelet op de artikelen 7 en 8 en 10, tweede lid, van de

Nadere informatie

In dit informatiebulletin zal worden ingegaan op een specifiek onderdeel van de nieuwe fraudewet, namelijk het Frauderegister.

In dit informatiebulletin zal worden ingegaan op een specifiek onderdeel van de nieuwe fraudewet, namelijk het Frauderegister. Inleiding Nieuwe wet Per 1 januari 2013 is de invoering van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving in het kort de Fraudewet - een feit. Doel van deze wet is een hardere aanpak van

Nadere informatie

Vaststellen Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet en IOAW/IOAZ 2015

Vaststellen Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet en IOAW/IOAZ 2015 Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Vaststellen Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet en IOAW/IOAZ 2015 Programma Inkomen & Armoedebestrijding BW-nummer - Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting

Nadere informatie

FACTSHEET FRAUDEWET, WET HUISBEZOEKEN EN BUITENWETTELIJK BELEID GEMEENTE LEEUWARDEN

FACTSHEET FRAUDEWET, WET HUISBEZOEKEN EN BUITENWETTELIJK BELEID GEMEENTE LEEUWARDEN FACTSHEET FRAUDEWET, WET HUISBEZOEKEN EN BUITENWETTELIJK BELEID GEMEENTE LEEUWARDEN Per 1 januari 2013 gaat de fraudewet en de wet huisbezoeken in, daarnaast wordt het buitenwettelijke beleid ingetrokken

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Westerveld 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Westerveld 2015 Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Westerveld 2015 De raad van de gemeente Westerveld; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de

Nadere informatie

OVERZICHT WIJZIGINGEN WWB (FRAUDEWET) Tekst nieuwe artikel Inhoud wijziging Gevolgen voor: 1 van 8

OVERZICHT WIJZIGINGEN WWB (FRAUDEWET) Tekst nieuwe artikel Inhoud wijziging Gevolgen voor: 1 van 8 8 lid 1 onder i i. de uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening als bedoeld in artikel 60b. De Raad bepaalt bij verordening de toepassing van de bevoegdheid tot verrekening van de boete bij recidive.

Nadere informatie

VERORDENING HANDHAVING WWB/WIJ

VERORDENING HANDHAVING WWB/WIJ VERORDENING HANDHAVING WWB/WIJ Artikel 1. Begripsbepalingen 1. Deze verordening verstaat onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet investeren in jongeren (WIJ), de Wet inkomensvoorziening

Nadere informatie

Beleidsregels opschorting, intrekking en terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Rotterdam 2016

Beleidsregels opschorting, intrekking en terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Rotterdam 2016 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Rotterdam. Nr. 130982 31 december 2015 Beleidsregels opschorting, intrekking en terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Rotterdam 2016 De concerndirecteur

Nadere informatie

gelet op de Wet werk en bijstand, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op de Wet werk en bijstand, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; Nummer: Onderwerp: Handhavingsverordening Wet werk en bijstand (Wwb). De Gemeenteraad van Haaksbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Haaksbergen; gelet op de Wet werk en bijstand,

Nadere informatie

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE;

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE; Gemeente Grave DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE; Overwegende dat met betrekking tot bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, in het

Nadere informatie

Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand

Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde

Nadere informatie

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Inleiding Op 24 november 2014 heeft de CRvB de eerste uitspraak gedaan over boetes

Nadere informatie

MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2010

MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2010 MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND 2010 Pag.i/5 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Definities 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB); b. belanghebbende:

Nadere informatie

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders dd 14 september 2004 gelet op de artikelen 8a en 18 van de Wet werk en bijstand (Stb.2003,

Nadere informatie

TERUGVORDERING VAN BIJSTAND

TERUGVORDERING VAN BIJSTAND Afdeling Samenleving Richtlijn 720 Ingangsdatum: 01-04-2013 TERUGVORDERING VAN BIJSTAND Algemeen Met de invoering van artikel 18a WWB, zijnde regels met betrekking tot het opleggen van een bestuurlijke

Nadere informatie

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Het algemeen bestuur van Ferm Werk - gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december 2014; - gelet op: - artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Pagina 1 van 5. Het algemeen bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom;

Pagina 1 van 5. Het algemeen bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom; Het algemeen bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom; gelet op: - artikel 8a van de Wet werk en bijstand; - artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte - werkloze

Nadere informatie

Over Signaal, Sanctie en Incasso

Over Signaal, Sanctie en Incasso Over Signaal, Sanctie en Incasso Over signaal, sanctie en incasso Rapportage over het afwikkelen van fraudesignalen en de oplegging en de inning van boetes en terugvorderingen door gemeenten, UWV en de

Nadere informatie

Over signaal, sanctie en incasso

Over signaal, sanctie en incasso Over signaal, sanctie en incasso Rapportage over het afwikkelen van fraudesignalen en de oplegging en de inning van boetes en terugvorderingen door gemeenten, UWV en de SVB Colofon Rapport Over Signaal,

Nadere informatie

Politieke schriftelijke vragen (art. 39 RvO)

Politieke schriftelijke vragen (art. 39 RvO) Politieke schriftelijke vragen (art. 39 RvO) Fractie: Naam: Onderwerp: Beantwoording Datum indiening vragen: Datum beantwoording: VVD Noordoostpolder Willem Keur Fraudecijfers WWB x Ja, kan verspreid via

Nadere informatie

Nieuwsbrief Bijstandsdebiteuren en fraudestatistiek

Nieuwsbrief Bijstandsdebiteuren en fraudestatistiek Nieuwsbrief Bijstandsdebiteuren en fraudestatistiek Juni 2013 Algemeen Deze brief dient ter informatie voor gemeenten bij het interpreteren en tijdig invullen van gegevens voor de Bijstandsdebiteuren en

Nadere informatie

Notitie betreffende invordering van onrechtmatig verkregen (bijstands)uitkeringen, september 2012

Notitie betreffende invordering van onrechtmatig verkregen (bijstands)uitkeringen, september 2012 Notitie Uitbesteden invordering ten onrechte verkregen (bijstands)uitkeringen September 2012 1 2 Notitie betreffende invordering van onrechtmatig verkregen (bijstands)uitkeringen, september 2012 Van: college

Nadere informatie

TOELICHTING BELEIDSREGELS TERUGVORDERING WET WERK EN BIJSTAND

TOELICHTING BELEIDSREGELS TERUGVORDERING WET WERK EN BIJSTAND TOELICHTING BELEIDSREGELS TERUGVORDERING WET WERK EN BIJSTAND 1. Algemeen In de Wet Werk en Bijstand, welke per 1 januari 2004 in werking treedt, is het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand

Nadere informatie

Beleidsregels terugvordering uitkeringen gemeente Noordoostpolder 2015

Beleidsregels terugvordering uitkeringen gemeente Noordoostpolder 2015 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Noordoostpolder. Nr. 31406 14 april 2015 Beleidsregels terugvordering uitkeringen gemeente Noordoostpolder 2015 Het college van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB Afdeling Samenleving, november 2009 HOOFDSTUK 1 TERUGVORDERING ALGEMENE BEPALINGEN 1 Algemeen Alle begripsbepalingen die in deze beleidsregels worden gebruikt

Nadere informatie

MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND. Algemene toelichting

MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND. Algemene toelichting MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND Algemene toelichting 1. Inleiding In de Wet werk en bijstand (WWB) wordt de gemeenteraad opgedragen een aantal verordeningen vast te stellen. Dit zijn een reïntegratieverordening,

Nadere informatie

van het raadslid dhr. M. Punte (VVD) over opsporing bijstandsfraude

van het raadslid dhr. M. Punte (VVD) over opsporing bijstandsfraude gemeente Eindhoven Raadsnummer 15R6334 Inboeknummer 15BST00606 Beslisdatum B&W 26 mei 2015 Dossiernummer 15.22.103(2.2.1) Raadsvragen van het raadslid dhr. M. Punte (VVD) over opsporing bijstandsfraude

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering : Agendanummer : Portefeuillehouder Afdeling Opsteller : H.J.M. Schrijver : Publiekszaken : M.A. (Monique) Wong Chung Voorstel aan de raad Onderwerp : Verordening verrekening

Nadere informatie

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB, IOAW, IOAZ

Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB, IOAW, IOAZ Beleidsregels terugvordering & verhaal WWB, IOAW, IOAZ Afdeling Samenleving, mei 2010 HOOFDSTUK 1 TERUGVORDERING ALGEMENE BEPALINGEN 1 Algemeen Alle begripsbepalingen die in deze beleidsregels worden gebruikt

Nadere informatie

Terugvordering en incasso

Terugvordering en incasso Terugvordering en incasso Nota van bevindingen datum 18 maart 2013 status Definitief Pagina 2 van 47 Inhoud 1 Samenvatting en conclusie 5 2 Inleiding 8 2.1 Algemeen 8 2.2 Specifiek 10 2.2.1 Doelstellingen

Nadere informatie

Maatregelenverordening Wet werk en bijstand.

Maatregelenverordening Wet werk en bijstand. Nr. XIII / 6 De raad van de gemeente DE WOLDEN; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 mei 2004, nr. 4B, inzake vaststelling van de Reïntegratieverordening en de Maatregelenverordening;

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 15191 10 juni 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juni 2013, 2013-0000046722,

Nadere informatie

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)

Nadere informatie

Onderzoek uitvoering Fraudewet

Onderzoek uitvoering Fraudewet www.pwc.nl Onderzoek uitvoering Fraudewet 31 maart 2014 2014-0393/ADB/fn/ms Managementsamenvatting Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de uitvoering van de Wet aanscherping handhaving

Nadere informatie

Beleidsregel overbruggingsuitkering Wet werk en bijstand

Beleidsregel overbruggingsuitkering Wet werk en bijstand Beleidsregel overbruggingsuitkering Wet werk en bijstand De inhoud van de beleidsregel De beleidsregel overbruggingsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand geeft aan in welke situatie een overbruggingsuitkering

Nadere informatie

Fraudeverordening Wet Werk en Bijstand. en Wet Investeren in Jongeren (WIJ) gemeente Kapelle

Fraudeverordening Wet Werk en Bijstand. en Wet Investeren in Jongeren (WIJ) gemeente Kapelle Fraudeverordening Wet Werk en Bijstand en Wet Investeren in Jongeren (WIJ) gemeente Kapelle Ingaande 1 juli 2010 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN... 3 Artikel 1. Begripsomschrijving... 3 HOOFDSTUK 2. FRAUDEBESTRIJDING...

Nadere informatie

: 23 augustus 2011 : 5 september 2011. : J.L.M. Vlaar : E.M. de Rijke

: 23 augustus 2011 : 5 september 2011. : J.L.M. Vlaar : E.M. de Rijke RAADSVOORSTEL ter besluitvorming in de raad Datum Forum vergadering Datum Raad vergadering : 23 augustus 2011 : 5 september 2011 Documentnr. Zaaknummer : 598 : Portefeuillehouder Verantwoordelijk MT-lid

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 december 2014, nr. 12A;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 december 2014, nr. 12A; Gemeenteblad van de gemeente Tubbergen Jaargang: 2014 Nummer: 85 Uitgifte: 29 december 2014 Bekendmaking van het besluit de gemeenteraad d.d. 15 december 2014, nr. 12C, tot vaststelling van Verordening

Nadere informatie

Fraude sociale zekerheid

Fraude sociale zekerheid Wat staat er in het wetsvoorstel Aanscherping en handhaving SZW-wetgeving? Kortweg dat fraude in 2013 veel zwaarder bestraft zal gaan worden: Burgers moeten bij fraude met een uitkering alles terugbetalen

Nadere informatie

Beleidsregels terugvordering & verhaal WIJ

Beleidsregels terugvordering & verhaal WIJ Beleidsregels terugvordering & verhaal WIJ Afdeling Samenleving, januari 2010 HOOFDSTUK 1 TERUGVORDERING ALGEMENE BEPALINGEN 1 Algemeen Alle begripsbepalingen die in deze beleidsregels worden gebruikt

Nadere informatie

Beleidsregels handhaving WWB, IOAW en IOAZ 2013. gemeente Heerenveen

Beleidsregels handhaving WWB, IOAW en IOAZ 2013. gemeente Heerenveen Beleidsregels handhaving WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Heerenveen Het college van de gemeente Heerenveen; Gelezen het advies aan burgemeester en wethouders van , nr. ; Gelezen het advies van de

Nadere informatie

Registratienr.: 1804/620 Handhavingverordening WWB, IOAW/Z 2012

Registratienr.: 1804/620 Handhavingverordening WWB, IOAW/Z 2012 Registratienr.: 1804/620 Handhavingverordening WWB, IOAW/Z 2012 Handhaving verordening Gemeente Culemborg ex artikel 18 WWB en artikel 35 IOAW/Z Handhavingverordening Wet werk en bijstand (WWB), Inkomensvoorziening

Nadere informatie

Terugvordering en incasso

Terugvordering en incasso Opdrachtgever Inspectie SZW Opdrachtnemer Inspectie SZW Onderzoek Terugvordering en incasso Einddatum 26 april 2013 Categorie Toezicht en functioneren van sociale zekerheid Terugvordering en incasso Doel

Nadere informatie

Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013. gemeente Heerenveen

Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013. gemeente Heerenveen Handhavingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Heerenveen De raad van de gemeente Heerenveen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van , nr. ; Gelet op artikel 8a van de Wet

Nadere informatie

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE. WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE. WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Gemeente Alkmaar 1 Inhoudsopgave pagina HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN 3 Artikel 1. Begripsbepalingen 3 Artikel 2. Algemene bepaling met betrekking tot

Nadere informatie

Maatschappelijk Advies Raad Gemeente Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen. Aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen

Maatschappelijk Advies Raad Gemeente Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen. Aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen Maatschappelijk Advies Raad Gemeente Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen Brummen, 30 november 2014, Geacht College, Betreft MAR Advies

Nadere informatie

Gemeenteraad 29 mei 2012 Gemeenteblad

Gemeenteraad 29 mei 2012 Gemeenteblad Jaar: 2012 Nummer: 39 Besluit: Gemeenteraad 29 mei 2012 Gemeenteblad 6 E WIJZIGING MAATREGELENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE HELMOND De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van

Nadere informatie

Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers gemeente Leiden. Dienst : SOZA SOZA SWMG

Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers gemeente Leiden. Dienst : SOZA SOZA SWMG Aanbiedingsformulier Onderwerp Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers gemeente Leiden In te vullen door afdeling Bestuursondersteuning B&W Nr: 04.1274/09-11- 2004 Agenda Ontwerper Parafanten Directeuren

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 mei 2005;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 mei 2005; De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 mei 2005; gelet op de Wet werk en bijstand, Staatsblad 2003, nummer 375; gelet op

Nadere informatie

Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Amstelveen

Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Amstelveen GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amstelveen. Nr. 29047 9 maart 2016 Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Amstelveen HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1. Begripsbepalingen.

Nadere informatie

Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ 2012 gemeente Montfoort

Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ 2012 gemeente Montfoort De raad van de gemeente Montfoort, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2012, gelet op: artikel 147, eerste lid en artikel 108, tweede lid Gemeentewet, artikel 8, lid 1, onderdeel

Nadere informatie

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE. Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004

BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE. Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 BELEIDSREGELS BESTUURLIJKE BOETE Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Gemeente Heerhugowaard INHOUDSOPGAVE PAGINA HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1. Begripsbepalingen Artikel 2. Algemene bepaling met betrekking

Nadere informatie

Gemeenteblad Nijmegen. Jaartal / nummer 2007 / 139. Naam Beleidsregels Wet Kinderopvang (2007) Publicatiedatum 28 november 2007.

Gemeenteblad Nijmegen. Jaartal / nummer 2007 / 139. Naam Beleidsregels Wet Kinderopvang (2007) Publicatiedatum 28 november 2007. Gemeenteblad Nijmegen Jaartal / nummer 2007 / 139 Naam Beleidsregels Wet Kinderopvang (2007) Publicatiedatum 28 november 2007 Opmerkingen - Vaststelling van de beleidsregels bij besluit van Burgemeester

Nadere informatie

Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn nr. B123 Aflossingsregels terugvorderingsschulden

Vast te stellen de gewijzigde invulling van richtlijn nr. B123 Aflossingsregels terugvorderingsschulden 49 Jaar: 2007 Nummer: Besluit: B&W 28 augustus 2007 Gemeenteblad RICHTLIJN nr. B123 Aflossingsregels terugvorderingsschulden Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikelen 17, 52, 54 en

Nadere informatie

Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Heerenveen 2015

Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Heerenveen 2015 Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Heerenveen 2015 De raad van de gemeente Heerenveen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; Gelet op artikel

Nadere informatie

AFSTEMMINGSVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE DOETINCHEM 2013

AFSTEMMINGSVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE DOETINCHEM 2013 AFSTEMMINGSVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ GEMEENTE DOETINCHEM 2013 De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het advies van de sociale raad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 februari

Nadere informatie

Antimisbruikverordening (geldig vanaf 01-01-2012)

Antimisbruikverordening (geldig vanaf 01-01-2012) Antimisbruikverordening (geldig vanaf 01-01-2012) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam van de regeling Gemeente Dalfsen Antimisbruik verordening Wet werk

Nadere informatie

Toelichting beleidsregels Terugvordering WWB WIJ IOAW IOAZ 2010

Toelichting beleidsregels Terugvordering WWB WIJ IOAW IOAZ 2010 Toelichting beleidsregels Terugvordering WWB WIJ IOAW IOAZ 2010 Beleidsregel nummer 1: Algemeen De artikelen 58 tot en met 60 WWB hebben betrekking op dat deel van de beleidsregels terugvordering welke

Nadere informatie

Leidinggevende Datum Paraaf Registratienummer Victor Ledeboer. Portefeuillehouder Programmawethouder Paraaf deponeren

Leidinggevende Datum Paraaf Registratienummer Victor Ledeboer. Portefeuillehouder Programmawethouder Paraaf deponeren Collegevoorstel Onderbouwing Evelien Heisterkamp Collegevoorstel Auteur Datum Paraaf Leidinggevende Datum Paraaf Registratienummer Victor Ledeboer Directeur Datum Paraaf Datum T. Berben 27-02-2011 Portefeuillehouder

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Nr. 12B De raad van de gemeente Marum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 maart 2013, nr. 13.04.12; gelet op artikel 8 eerste lid onder b en h, artikel 9a lid 12 en artikel 18 van

Nadere informatie

RAADSBESLUIT 13R. 00044

RAADSBESLUIT 13R. 00044 RAADSBESLUIT 13R. 00044 Gemeente Woerden 13R.00044 ^ 359 3 gemeente WOERDEN Agendapunt: 6. H-1 Onderwerp: vaststellen Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ 2013 gemeente Woerden De raad van de gemeente

Nadere informatie

Handhavingsverordening Participatiewet. Gemeente Kerkrade

Handhavingsverordening Participatiewet. Gemeente Kerkrade Handhavingsverordening Participatiewet Gemeente Kerkrade 2015 Vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in zijn vergadering van 17 december 2014 (raadsbesluit 14Rb093) 1 Handhavingsverordening

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 mei 2013;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 mei 2013; V E R G A D E R I N G G E M E E N T E R A A D 2013 B E S L U I T Registratienummer: 216/3 D E R A A D V A N D E G E M E E N T E B E E M S T E R ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.

Nadere informatie

Artikel 2- Geheel of gedeeltelijk afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit

Artikel 2- Geheel of gedeeltelijk afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit 1224101 Gescand archief aatum 2 B Ml 2012 p BELEIDSREGELS TERUGVORDERING WWB, IOAW, IOAZ, en WIJ Artikel 1 - De rechtsgronden van het terugvorderingsbesluit Het college maakt altijd gebruik van de bevoegdheid

Nadere informatie