Raad van de Europese Unie Brussel, 8 augustus 2016 (OR. en)

Vergelijkbare documenten
Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Raad van de Europese Unie Brussel, 11 augustus 2017 (OR. en)

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Raad van de Europese Unie Brussel, 13 oktober 2014 (OR. en)

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 15 februari 2013 (OR. en) 6486/13 Interinstitutioneel dossier: 2013/0043 ( LE) FISC 30

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

12967/17 JVB/bb/sht DGG 2B

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Raad van de Europese Unie Brussel, 4 augustus 2017 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 14 april 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 9 juni 2017 (OR. en)

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 27 januari 2012 (30.01) (OR. en) 5859/12 Interinstitutioneel dossier: 2012/0002 ( LE) FISC 15

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Raad van de Europese Unie Brussel, 9 januari 2017 (OR. en)

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Raad van de Europese Unie Brussel, 3 juni 2015 (OR. en)

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 31 augustus 2005 (02.09) (OR. fr) 11843/05 FISC 96

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 10 mei 2011 (11.05) (OR. en) 9964/11 Interinstitutioneel dossier: 2011/0104 (NLE) FISC 52

Raad van de Europese Unie Brussel, 6 november 2015 (OR. en)

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 juni 2006 (07.06) (OR. en) 10121/06 FISC 87

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 12 december 2012 (OR. en) 17603/12 FISC 194

Raad van de Europese Unie Brussel, 28 juli 2017 (OR. en)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 april 2010 (OR. en) 9107/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0100 (NLE) FISC 39

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Raad van de Europese Unie Brussel, 22 september 2017 (OR. en)

11558/02 jv 1 DG G I

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 april 2005 (07.04) (OR. fr) 7843/05 FISC 38

Raad van de Europese Unie Brussel, 19 juli 2017 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 7 november 2016 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 11 april 2017 (OR. en)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 22 september 2004 (23.09) (OR. fr) 12609/04 FISC 163. VOORSTEL de Commissie d.d.: 20 september 2004 Betreft:

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 juni 2014 (OR. en) 11190/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0188 (NLE) AVIATION 137 ISR 2

Modernisering van de btw voor grensoverschrijdende b2c-e-commerce. Voorstel voor een UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 mei 2014 (OR. en) 10071/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0134 (NLE) AVIATION 120 COEST 175 NIS 27 RELEX 437

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 mei 2008 (22.05) (OR. en) 9192/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0096 (CNB) UEM 110 ECOFIN 166

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

de heer Jeppe TRANHOLM-MIKKELSEN, secretaris-generaal van de

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 17 mei 2010 (18.05) (OR. en) 9846/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0123 (NLE) EEE 18 BUDGET 30 MI 149

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Raad van de Europese Unie Brussel, 18 augustus 2016 (OR. en)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 december 2007 (11.12) (OR. en) 16404/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0273 (CNS)

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Hierbij gaat voor de delegaties document COM(2017) 357 final. Bijlage: COM(2017) 357 final /17 fb DG D 2A. Raad van de Europese Unie

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

RICHTLIJN (EU) 2018/2057 VAN DE RAAD

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 februari 2010 (OR. en) 6056/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0028 (NLE) ANTIDUMPING 8 COMER 16

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Raad van de Europese Unie Brussel, 13 januari 2015 (OR. en)

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Raad van de Europese Unie Brussel, 24 mei 2017 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 2 juli 2014 (OR. en)

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Raad van de Europese Unie Brussel, 24 mei 2017 (OR. en)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 september 2007 (17.09) (OR. en) 12907/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0181 (CNS)

Transcriptie:

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 augustus 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2016/0245 (NLE) 11658/16 FISC 127 VOORSTEL van: ingekomen: 5 augustus 2016 aan: Nr. Comdoc.: Betreft: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie de heer Jeppe TRANHOLM-MIKKELSEN, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie COM(2016) 497 final Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij de Republiek Polen wordt gemachtigd een maatregel te blijven toepassen die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde Hierbij gaat voor de delegaties document COM(2016) 497 final. Bijlage: COM(2016) 497 final 11658/16 mt DG G 2B NL

EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.8.2016 COM(2016) 497 final 2016/0245 (NLE) Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij de Republiek Polen wordt gemachtigd een maatregel te blijven toepassen die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde NL NL

TOELICHTING Overeenkomstig artikel 395, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna "de btw-richtlijn" genoemd) kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen. Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 8 februari 2016, heeft Polen verzocht om verlenging van de derogatie waarbij het in afwijking van artikel 168 van de btw-richtlijn het recht op aftrek van voorbelasting ter zake van uitgaven in verband met bepaalde motorvoertuigen mag beperken. Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van de btw-richtlijn heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 6 juni 2016 van het verzoek van Polen in kennis gesteld. Bij brief van 8 juni 2016 heeft de Commissie Polen meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek. 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Overeenkomstig artikel 168 van de btw-richtlijn mag een belastingplichtige de btw op de goederen en diensten die hij voor zijn belaste handelingen aanschaft, in mindering brengen. Overeenkomstig artikel 26, lid 1, onder a), van deze richtlijn wordt het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed voor privédoeleinden gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel wanneer voor dit goed recht op aftrek van de btw is ontstaan. Op deze manier kan initieel afgetrokken btw worden teruggenomen voor het gedeelte privégebruik. Bij motorvoertuigen kan het om verschillende redenen moeilijk zijn om dit mechanisme toe te passen, met name omdat het lastig is het zakelijke en het niet-zakelijke gebruik precies op te splitsen. Het bijhouden en controleren van een rittenregistratie vormt zowel voor de bedrijven als de belastingdienst een extra last. Gelet op het aantal betrokken voertuigen kan zelfs al kleinschalige individuele fraude tot omvangrijk inkomstenverlies leiden. De gevraagde aftrekbeperking bedraagt 50%. Dit percentage is gebaseerd op een evaluatie die door Polen zelf is verricht en zal, zo is in het voorstel bepaald, opnieuw worden bekeken indien Polen om verlenging na 2019 zou verzoeken. Op grond van Uitvoeringsbesluit 2013/805/EU 1 van de Raad mag Polen momenteel het recht op aftrek van de btw op de aankoop, intracommunautaire verwerving, invoer, huur of leasing of andere soortgelijke regeling met betrekking tot bepaalde motorvoertuigen die geen personenauto's zijn, beperken tot 50 %, met een maximumbedrag van 6 000 PLN. Dit besluit vervalt op 31 december 2016. Polen heeft meegedeeld dat voorliggend derogatieverzoek om dezelfde redenen wordt ingediend en dat de argumenten vergelijkbaar zijn met die in het vorige verzoek. Het 1 Uitvoeringsbesluit 2013/805/EU van de Raad van 17 december 2013 waarbij de Republiek Polen wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 353 van 28.12.2013, blz. 51). NL 2 NL

derogatieverzoek voorziet in een voortzetting van de regeling die in voornoemd besluit van de Raad is vastgelegd. De beperking zou alleen gelden voor motorvoertuigen die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, en voor uitgaven in verband met die voertuigen. De derogatie behelst ook een gedeeltelijk beperking van het recht op aftrek (tot 50 %) van de voorbelasting op de aankoop van brandstof voor de motorvoertuigen waarop de derogatie ziet, en op overige voertuigkosten, inclusief reparatie en onderhoud, alsook op de uitgaven voor de levering van goederen of diensten in verband met deze voertuigen en het gebruik ervan, inclusief uitgaven voor aanpassingen of montage van delen in deze voertuigen (met uitzondering van uitgaven voor aanpassingen of montage van delen in de voertuigen die uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld de montage van een taximeter). Polen wijst erop dat de motorvoertuigen die onder deze derogatie vallen, wegens hun ontwerp ook gemakkelijk voor andere dan bedrijfsdoeleinden kunnen worden gebruikt. Sommige soorten motorvoertuigen worden van de beperking uitgesloten en vallen dus onder de normale regels, namelijk alle voertuigen met meer dan negen zitplaatsen (met inbegrip van de bestuurdersplaats) en met een toegestaan maximumgewicht van meer dan 3 500 kilogram. Daarmee wordt het toepassingsgebied grotendeels beperkt tot personenauto's, bestelauto's, pick-ups en motorfietsen. De derogatie zou ook niet gelden voor voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor de wederverkoop of om beschikbaar te worden gesteld voor gebruik onder bezwarende titel op grond van een huur- of leaseovereenkomst dan wel een andere soortgelijke overeenkomst, en voor voertuigen die zijn ingericht voor het vervoer van ten minste tien personen, met inbegrip van de bestuurder. Polen heeft verzocht om de initiële aftrek tot en met 31 december 2019 tot een vast percentage te mogen blijven beperken en bedrijven in ruil daarvoor ontheffing van aangifte voor het privégebruik te mogen toestaan. Dankzij deze derogatie is het niet meer nodig voor elke auto een nauwkeurige administratie van de gereden privékilometers bij te houden of een btw-aangifte voor het privégebruik te doen. De maatregel moet in wezen dus als een vereenvoudiging worden beschouwd. Het voordeel hiervan is dat het systeem voor alle partijen wordt vereenvoudigd en dat de inning van de belasting, die anderszins misschien was ontdoken, ten minste gedeeltelijk wordt gegarandeerd. Op basis van de door Polen verstrekte gegevens blijkt dat auto's van de zaak voor gemengd gebruik gemiddeld nog steeds ongeveer 50 % voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. De gevraagde verlenging lijkt derhalve gerechtvaardigd. Derogaties worden doorgaans op tijdelijke basis toegestaan om nadien te kunnen evalueren of de bijzondere maatregel passend en effectief was. Ook een verlenging van de derogatie moet daarom in de tijd beperkt blijven zodat kan worden geëvalueerd of de voorwaarden waarop zij gebaseerd is, nog altijd geldig zijn. Daarom wordt voorgesteld om dit verzoek in te willigen tot en met 31 december 2019 en Polen te verzoeken uiterlijk 1 april 2019 een verslag voor te leggen met daarin ook een evaluatie van het percentage van de aftrekbeperking, indien het land zou overwegen een verzoek om verlenging na 2019 in te dienen. De derogatie zal hooguit een onbeduidende invloed hebben op de totale belastingopbrengst van de lidstaat in het stadium van het eindverbruik. NL 3 NL

Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied Krachtens artikel 176 van Richtlijn 2006/112/EG zal de Raad bepalen voor welke uitgaven geen recht op aftrek van de btw bestaat. In afwachting daarvan mogen de lidstaten de uitsluitingen die op 1 januari 1979 van toepassing waren, handhaven. Er bestaat derhalve een reeks standstillbepalingen die het recht op aftrek ter zake van motorvoertuigen beperken. Er zijn in het verleden initiatieven genomen om regels vast te stellen voor de uitgavencategorieën die aan een beperking van het recht op aftrek kunnen worden onderworpen 2 ; een dergelijke derogatie is evenwel een passende maatregel in afwachting van de harmonisatie van deze regels op EU-niveau. 2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID Rechtsgrondslag Artikel 395 van de btw-richtlijn. Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden) Gelet op de bepaling van de btw-richtlijn die de grondslag voor het voorstel vormt, valt dit onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. Evenredigheid Dit besluit betreft een machtiging die wordt verleend aan een lidstaat op diens eigen verzoek, en houdt geen enkele verplichting in. Gezien de beperkte werkingssfeer van de derogatie staat de bijzondere maatregel in verhouding tot het beoogde doel, namelijk bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking voorkomen en de btw-inning in een specifieke sector vereenvoudigen. Keuze van het instrument Voorgesteld instrument: uitvoeringsbesluit van de Raad. Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn. Overeenkomstig artikel 395 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad kan slechts van de normale btw-regels worden afgeweken indien de Raad een lidstaat daartoe op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen machtigt. Een uitvoeringsbesluit van de Raad is het aangewezen instrument, omdat het tot een individuele lidstaat kan worden gericht. 2 COM (2004) 728 def. Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met het oog op de vereenvoudiging van de btw-verplichtingen (PB C 24 van 29.1.2005, blz. 10), ingetrokken op 21 mei 2014(PB C 153 van 21.5.2014, blz. 3). NL 4 NL

3. RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN Raadplegingen van belanghebbenden Dit voorstel is gebaseerd op een verzoek van Polen en heeft uitsluitend betrekking op deze lidstaat. Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. Effectbeoordeling Het voorstel strekt ertoe btw-ontduiking tegen te gaan en de belastinginning te vereenvoudigen, en kan aldus een positief effect hebben voor de bedrijven en de belastingdiensten. De maatregel wordt door Polen als passend beschouwd en is met andere vroegere en huidige derogaties te vergelijken. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel zal geen negatieve gevolgen voor de EU-begroting hebben. 5. OVERIGE ELEMENTEN Het voorstel bevat een vervalbepaling - de derogatie loopt automatisch af op 31 december 2019. Indien Polen een verdere verlenging van de derogatiemaatregel na 2019 alsnog noodzakelijk acht, dient het de Commissie uiterlijk 1 april 2019 een evaluatieverslag tezamen met het verzoek om verlenging voor te leggen. NL 5 NL

Voorstel voor een 2016/0245 (NLE) UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij de Republiek Polen wordt gemachtigd een maatregel te blijven toepassen die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde 3, en met name artikel 395, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Krachtens artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG is een belastingplichtige gerechtigd de btw af te trekken ter zake van de goederen en diensten die hij ten behoeve van zijn belaste activiteiten heeft ontvangen. Krachtens artikel 26, lid 1, onder a), van die richtlijn geldt er een aangifteplicht voor de btw wanneer een tot het bedrijf behorend goed wordt gebruikt voor privédoeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden. (2) Krachtens Uitvoeringsbesluit 2013/805/EU 4 mag Polen tot 31 december 2016 het recht op aftrek beperken ter zake van de aankoop, huur of leasing van bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen en de daarmee samenhangende uitgaven en de belastingplichtige ontheffen van de verplichting om aangifte te doen van het nietzakelijke gebruik van onder deze beperking vallende voertuigen. (3) Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 8 februari 2016, heeft Polen verzocht om machtiging tot verlenging van bijzondere maatregelen voor bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen en daarmee samenhangende uitgaven die afwijken van de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG inzake het recht van een belastingplichtige op aftrek van voorbelasting en inzake de verplichting tot aangifte van het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed voor andere dan bedrijfsdoeleinden. 3 4 PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1. Uitvoeringsbesluit 2013/805/EU van de Raad van 17 december 2013 waarbij de Republiek Polen wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 353 van 28.12.2013, blz. 51). NL 6 NL

(4) Overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 6 juni 2016 van het Poolse verzoek in kennis gesteld. Bij brief van 8 juni 2016 heeft de Commissie Polen meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek. (5) In overeenstemming met artikel 3, lid 2, tweede zin, van Besluit 2013/805/EU heeft Polen de Commissie, tezamen met het verzoek om verlenging, ook een verslag over de toepassing van dit besluit voorgelegd, met daarin ook een evaluatie van het percentage van de aftrekbeperking. Op basis van actuele gegevens acht Polen een tarief van 50 % nog altijd gerechtvaardigd. Teneinde dubbele belasting te voorkomen, dient tegelijkertijd voor de motorvoertuigen die onder deze beperking vallen, ontheffing te worden verleend van de verplichting tot btw-aangifte van het niet-zakelijke gebruik. Deze maatregelen kunnen worden gerechtvaardigd door de behoefte om de belastinginning te vereenvoudigen en ontduiking door onjuiste administratie en valse aangifte te voorkomen. (6) Bepaalde soorten motorvoertuigen moeten worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de bijzondere maatregelen omdat het niet-zakelijke gebruik ervan gelet op de aard van het voertuig of het soort activiteit waarvoor het wordt gebruikt onbeduidend wordt geacht. De bijzondere maatregelen zijn derhalve niet van toepassing op voertuigen met meer dan negen zitplaatsen (met inbegrip van de bestuurdersplaats) en met een toegestaan maximumgewicht van meer dan 3 500 kilogram. De aftrekbeperking geldt ook niet voor de btw ter zake van uitgaven die integraal betrekking hebben op het bedrijf van een belastingplichtige. (7) De beperking van het recht op aftrek uit hoofde van de bijzondere maatregelen moet gelden voor de btw die is betaald op de aankoop, intracommunautaire verwerving, invoer, huur of leasing van bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen alsook op de daarmee samenhangende uitgaven, met inbegrip van de aankoop van brandstof. (8) De verlenging van deze derogatiemaatregelen dient in de tijd beperkt te zijn, zodat de effectiviteit ervan kan worden geëvalueerd evenals de toepasselijkheid van het tarief; Polen moet derhalve worden gemachtigd de maatregel gedurende een beperkte periode te blijven toepassen, namelijk tot 31 december 2019. (9) Indien Polen een verlenging van de derogatiemaatregelen na 2019 nodig acht, moet het de Commissie uiterlijk 1 april 2019 een verslag voorleggen over de toepassing van de betrokken maatregelen met daarin ook een evaluatie van het toegepaste percentage, tezamen met het verzoek om verlenging. (10) De derogatie zal geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengst in het stadium van het eindverbruik en geen negatieve gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw. (11) Uitvoeringsbesluit 2013/805/EU moet dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Uitvoeringsbesluit 2013/805/EU wordt als volgt gewijzigd: NL 7 NL

Artikel 3 wordt vervangen door: 1. Dit besluit verstrijkt op 31 december 2019. "Artikel 3 2. Een verzoek om verlenging van de in dit besluit vervatte maatregelen dient de Commissie uiterlijk op 1 april 2019 te worden voorgelegd. Bij een dergelijk verzoek dient een verslag te worden gevoegd dat ook een evaluatie omvat van het op basis van dit besluit toegepaste percentage van de aftrekbeperking van de btw." Artikel 2 Dit besluit is van toepassing vanaf 1 januari 2017. Dit besluit is gericht tot de Republiek Polen. Gedaan te Brussel, Artikel 3 Voor de Raad De voorzitter NL 8 NL