Regeling. pagina 1 van 8



Vergelijkbare documenten
Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2009

Fiscaal memorandum voor participaties in Terra Vitalis met betrekking tot het belastingjaar 2010

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Besluit van PM DATUM [CONCEPT] tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen

Besluit van 8 april 2009, nr. CPP2009/482M, Stcrt. nr. 70

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders en met overname van de daarin vermelde overwegingen; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

Algemene wet inzake rijksbelastingen

Vaststellingsovereenkomst (ex artikel 64 Algemene wet inzake rijksbelastingen)

Belastingrecht voor het ho 2012

Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars

Transparante Vennootschap

Incassoreglement geautomatiseerde incasso GBLT

Heffing & Invordering 10. H&I

Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Belastingrecht MBA 2014

GEMEENTELIJK KWIJTSCHELDINGSBELEID (versie geldig vanaf )

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.

U rekent zich rijk Gemeente Amsterdam Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam

ECLI:NL:GHDHA:2017:1341

Het hoe en waarom van de belastingheffing

Directoraat-generaal Belastingdienst, Cluster Fiscaliteit. Besluit van 26 april 2013, nr. DGB 2013/201M

De Nationale ombudsman zond verzoeksters brief ter behandeling als klacht door naar de Belastingdienst/Noord.

Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeringswet

Gemeente Woerden. besluit: Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2014

BELEIDSREGELS INZAKE HET TOEKENNEN VAN AMBTSHALVE VERMINDERINGEN

Convenant HorzontaaI Toezicht

Incassoreglement gemeentelijke belastingen/heffingen

Nederlandse uitvoeringsvoorschriften inzake het belastingverdrag Nederland-Verenigde Staten van Amerika 1992.

Elektronische winstaangifte

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn; hoofdstuk II van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet;

WindShareFund. Beknopte toelichting op de op te zetten structuur. Arnhem, maart 2014

Tweede Kamer der Staten-Generaal

HOOGTE VAN DE BOETE Bij inkeer op basis van artikel 65 ALB blijft de oplegging van een vergrijpboete achterwege.

2. Indienen van een aanvraag Een aanvraag om kwijtschelding moet worden ingediend middels een daartoe vastgesteld aanvraagformulier.

Rapport. Rapport over een klacht over het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) te Zwolle.

Datum 9 september 2016 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Bashir over de regeling van de belastingrente

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

TOELICHTEND INFORMATIEMEMORANDUM. met betrekking tot de vergadering van participanten van Sustainable Values Fund

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

Incassoreglement gemeentelijke heffingen GBRD 2013

uitvoeringsregeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Almelo 2009

Incassoreglement Noordelijk Belastingkantoor

Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen Wassenaar 2015

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn;

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2017 (versie geldig vanaf )

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Almere (Flevoland)

Gooilanden. Fiscaal memorandum: Investeren in een recreatiewoning

Rapport Datum: 23 oktober 2013 Rapportnummer: 2013/153

17 OKT Ministerie van Financiën. Datum Betreft WOB-verzoek Convenant Belastingdienst-Politie. Geachte

Beleidsregels kwijtschelding gemeentelijke belastingen. 1. Op het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid is artikel 26 (zijnde de artikelen 26.

VASTSTELLINGSOVEREENKOMST (ALS BEDOELD IN BOEK 7, TITEL 15, ARTIKEL 900 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK) PROVINCIE NOORD-BRABANT/BELASTINGDIENST

Transcriptie:

Regeling voor een doelmatige belastingheffing over inkomsten uit sparen en beleggen, welke verworven zijn door participanten in een fiscaal transparante GmbH & Co. KG. Heerlen, <datum> pagina 1 van 8

1. Partijen en Regeling Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland, De Inspecteur en Ontvanger, H. G. J. van den Boorn Hierna te noemen partij A. De gezamenlijke participanten van <NAAM GMBH & CO. KG> vertegenwoordigd door <XX> en <NAAM GMBH & CO. KG> (hierna te noemen GmbH & Co. KG) vertegenwoordigd door <BESTUURDER> Hierna te noemen partij B. Verklaren een overeenkomst te hebben gesloten ter bevordering van een doelmatige formalisering van de uit de belastingwet voortvloeiende schuld en van de op grond van een belastingwet op te leggen bestuurlijke boete en het betalen van de verschuldigde belasting. Partijen zijn in overleg op basis van artikel 64 Algemene wet inzake rijksbelastingen deze regeling overeengekomen (hierna te noemen de Regeling). pagina 2 van 8

2. Aanleiding tot de Regeling De participanten beleggen via de fiscaal transparante GmbH & Co. KG in één of meer Nederlandse onroerende zaken. Omdat veel participanten in deze GmbH & Co. KG geen andere in Nederland belaste inkomsten verwerven, is de verplichting tot het doen van aangifte inkomstenbelasting en de betaling van de verschuldigde belasting, heffingsrente en eventuele boete(n) uiterst omslachtig. 3. Belastingplicht buitenlandse belastingplichtigen Natuurlijke personen die participeren in een fiscaal transparante GmbH & Co. KG worden op grond van artikel 7.7 Wet inkomstenbelasting 2001 in de Nederlandse heffing betrokken voor de inkomsten uit sparen en beleggen (de zogenoemde Box 3-inkomsten) in verband met de in Nederland gelegen onroerende zaken (hierna verder aangeduid als: participanten). In beginsel is deze Regeling voor hen bestemd. Deze Regeling geldt evenwel niet voor natuurlijke personen ten aanzien waarvan de resultaten uit de participatie in de fiscaal transparante GmbH & Co. KG tot het box 1-inkomen, hoofdstuk 3 Wet inkomstenbelasting 2001 behoren, alsmede niet voor rechtspersonen die participeren in de fiscaal transparante GmbH & Co. KG. Deze rechtspersonen worden op grond van artikel 3 jo. 17a, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in de Nederlandse heffing betrokken. De natuurlijke en rechtspersonen die niet aan de Regeling deelnemen, hebben de verplichting om zelfstandig aangifte inkomstenbelasting respectievelijk aangifte vennootschapsbelasting te doen. Op grond van artikel 7.7 Wet inkomstenbelasting 2001 jo. artikel 5.19 Wet inkomstenbelasting 2001 dient de waarde van de onroerende za(a)k(en) (niet-woningen) te worden gesteld op de waarde in het economische verkeer op de peildata. 4. Uitwerking van de Regeling De Regeling is gebaseerd op de volgende concrete voorwaarden en invulling: A. De GmbH & Co. KG kwalificeert voor de Nederlandse belastingheffing als fiscaal transparant. B. De GmbH & Co. KG investeert in één of meer in Nederland gelegen onroerende zaken. C. De activiteiten van de GmbH & Co. KG gaan normaal vermogensbeheer niet te boven. D. Elke participant die deelneemt aan de Regeling, gaat akkoord met deze Regeling. Met het indienen van de gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting verklaart Partij B dat hieraan is voldaan. E. De Regeling geldt slechts ten aanzien van participanten die hun participatie(s) in de GmbH & Co. KG terecht tot hun box 3-inkomen rekenen. F. De participanten in GmbH & Co. KG die deelnemen aan de Regeling (hierna: gezamenlijke participanten) doen voor hun gezamenlijke participaties in dat fonds gezamenlijk aangifte inkomstenbelasting. Hiertoe zal door de GmbH & Co KG volgens een voorgeschreven model een opgave worden verstrekt waaruit de door de gezamenlijke participanten te betalen belasting blijkt. G. De gezamenlijke participanten machtigen de GmbH & Co. KG om de gezamenlijke aangifte te doen en hen te vertegenwoordigen ten opzichte van de Belastingdienst, ook in bezwaar en beroep. H. De verschuldigde gezamenlijke inkomstenbelasting zal worden geformaliseerd door het opleggen van een naheffingsaanslag dividendbelasting. Waar in deze Regeling staat aanslag, kan in voorkomende gevallen ook worden gelezen naheffingsaanslag. pagina 3 van 8

I. De inspecteur zal op naam van de GmbH & Co. KG een aanslag dividendbelasting vaststellen en opleggen ten bedrage van de som van de op grond van deze Regeling niet opgelegde individuele aanslagen inkomstenbelasting aan de gezamenlijke participanten, ieder voor zich. Iedere participant, alsook de GmbH & Co. KG, is belanghebbende bij de belastingaanslag in zin van artikel 26a Algemene wet inzake rijksbelastingen 1959 en artikel 7:1 Algemene Wet Bestuursrecht. J. Partijen komen overeen dat het volledige traject vanaf het uitnodigen tot het doen van aangifte tot en met het onherroepelijk worden van de aanslag en het invorderingstraject geheel verloopt via de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving zoals onder meer opgenomen in de Wet inkomstenbelasting 2001, Wet op de dividendbelasting 1965, Invorderingswet 1990, Algemene wet bestuursrecht en Algemene wet inzake rijksbelastingen 1959. Met dien verstande dat er een standaard uitstel wordt verleend voor het indienen van de gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting tot 1 september van het jaar volgend op het jaar waarover aangifte wordt gedaan. Dit laatste geldt niet indien in het jaar waarover aangifte wordt gedaan de laatste onroerende zaak wordt vervreemd. In dat geval wordt de laatste aangifte binnen een in onderling overleg overeen te komen datum ingediend. Eventueel nader uitstel kan alleen in overleg met de inspecteur worden gekregen. Een verzoek om uitstel kan niet elektronisch worden gedaan. K. In aansluiting op het gestelde onder J, betekent dit dat heffingsrente en bestuurlijke boeten in rekening (kunnen) worden gebracht volgens de regels die gelden voor de inkomstenbelasting, met dien verstande dat wordt uitgegaan van één belastingplichtige. L. De fiscale rechten en plichten van de gezamenlijke participanten in verband met de participatie in de GmbH & Co. KG worden primair aan de GmbH & Co. KG toegerekend. Een en ander inclusief het recht op bezwaar en beroep namens één of meer participanten. M. Daarnaast kunnen individuele participanten individueel in bezwaar en beroep komen voor hun aandeel in de GmbH & Co. KG in de aanslag dividendbelasting. Voor dit bezwaar en beroep wordt aangesloten bij de regels zoals die gelden voor een individueel ingediende aangifte inkomstenbelasting. N. Voor de betaling van de aanslag dividendbelasting en voor de invordering van de schulden door de Belastingdienst wordt aangesloten bij de geldende wet- en regelgeving die gelden in het kader van de dividendbelasting. De aanslag die voortvloeit uit de gezamenlijke aangifte ingediend door de GmbH & Co. KG, wordt op naam gesteld van de GmbH & Co. KG. De GmbH & Co. KG is gehouden deze aanslag te betalen binnen de daarvoor geldende betalingstermijnen; deze staan tevens vermeld op het aanslagbiljet. Met dien verstande dat voor een eventuele betaling van de aanslag in termijnen in contact wordt getreden met de ontvanger. Eventuele teruggaven die voortvloeien uit de aanslag/aangifte, al dan niet na bezwaar en beroep, worden uitbetaald aan de GmbH & Co. KG. O. Omdat in materiële zin een belastingschuld op basis van de Wet inkomstenbelasting 2001 en niet op basis van de Wet op de dividendbelasting 1965 ontstaat, is het belanghebbenden, de GmbH & Co. KG alsmede de individuele participanten, niet toegestaan om in hun vestigingsland respectievelijk woonland dan wel in Nederland of elders enige tegemoetkoming te vragen in verband met betaalde dividendbelasting, rekening houdend met het gestelde in onderdeel 9 van deze Regeling. pagina 4 van 8

Met "enige tegemoetkoming" wordt bedoeld een tegemoetkoming gebaseerd op een regeling ter voorkoming van dubbele belasting voorvloeiende uit een bilateraal belastingverdrag, EG-recht of een eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belasting, voor zover betrekking hebbend op dividendbelasting. 5. Aansprakelijkheid en zekerheid 5.1. Aansprakelijkheid De op te leggen aanslag dividendbelasting staat op naam van de GmbH & Co. KG. De GmbH & Co. KG is belastingschuldige ten behoeve van de dividendbelasting. De geldende wet- en regelgeving met betrekking tot de invordering, waaronder de invorderingswet 1990, zijn op de GmbH & Co. KG van toepassing. Bij het niet binnen de geldende betalingstermijn (vermeld op het aanslagbiljet) voldoen van de aanslag door de GmbH & Co. KG is elke individuele participant aansprakelijk voor de betaling van zijn of haar aandeel in deze gezamenlijke aanslag. 5.2. Voorlopige opgave Ter bevordering van de zekerheden van de betaling van de belastingschulden dient de GmbH & Co. KG ten behoeve van de Belastingdienst uiterlijk 1 april van enig jaar een voorlopige opgave in vanwege de activiteiten in dat lopende belastingjaar. De aanslag dividendbelasting die naar aanleiding van deze opgave wordt opgelegd, zal door GmbH & Co. KG worden betaald. De inspecteur streeft er naar om zo kort mogelijk na de ontvangst van de voorlopige opgave een aanslag dividendbelasting op te leggen (met een streefdatum van 31 mei), zodat de GmbH & Co. KG de aanslag in 3 termijnen, met uiterlijk bijschrijving op bankrekening van de Belastingdienst op 30 juni, 30 september en 31 december, kan betalen. Lukt het de inspecteur niet om de aanslag binnen een zodanige termijn op te leggen, zal de aanslag door de GmbH & Co. KG worden betaald binnen de dan nog resterende termijnen zoals hiervoor genoemd. Indien dit door bijzondere omstandigheden niet mogelijk is, zal door GmbH & Co. KG onverwijld in overleg worden getreden met de ontvanger. 5.3. Meldingsplicht De bestuurders van de GmbH & Co. KG hebben de plicht om aan de Belastingdienst/ Limburg, kantoor buitenland de aanstaande verkoop van (een deel van) de laatste onroerende zaak waarin de GmbH & Co. KG heeft geïnvesteerd uiterlijk 1 maand vóór de notariële levering te melden. Bij bijzondere omstandigheden dient deze melding onverwijld te worden gedaan. Onder verkoop wordt in het kader van de Regeling ook verstaan het bezwaren van (een deel van) de laatste onroerende zaak met zakelijke rechten. Bij het niet nakomen van deze verplichting kunnen de bestuurders van de GmbH & Co. KG hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de voldoening van de openstaande formele en materiële belastingschulden van de GmbH & Co. KG op grond van deze Regeling. Met dien verstande dat deze aansprakelijkheid maximaal een bedrag van 50.000 per bestuurder beloopt. pagina 5 van 8

6. Heffingsgrondslag De grondslag voor de berekening van het verschuldigde belastingbedrag wordt bepaald door de box-3- bepalingen van de Wet inkomstenbelasting 2001. Dat betekent dat belasting wordt geheven over de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak of zaken verminderd met de waarde van de schulden van de GmbH & Co. KG die betrekking hebben op de betreffende onroerende zaak of zaken. Voor de berekening van de verschuldigde belasting per participant wordt een evenredig deel van de aldus berekende grondslag verminderd met de schulden die betrekking hebben op de participatie, indien en voorzover die schuld betrekking heeft op in Nederland gelegen onroerend zaak of zaken. Een en ander volgens de actueel geldende wet- en regelgeving. 7. Te verstrekken gegevens De GmbH & Co. KG zal in het door de belastingdienst aangeleverde Excel-spreadsheet (verzamelstaat) volgens het vastgestelde sjabloon vermelden: 1. de naam van de GmbH & Co. KG; 2. het vestigingsadres van de GmbH & Co. KG; 3. de Nederlandse onroerende zaak of zaken, adres en kadastrale gegevens. Van elke deelnemer in de GmbH & Co. KG (ook van hen die niet deelnemen aan de Regeling) wordt vermeld (een en ander op basis van artikel 53 AWR): 1. Buitenlands belastingnummer; 2. Personalia (naam, voornamen, geboortedatum/oprichtingsdatum); 3. Adres, postcode en woonplaats; 4. Nederlands sofi-nummer (indien door de Nederlandse autoriteiten afgegeven); 5. Omvang van de participatie. Daarnaast wordt ten aanzien van de gezamenlijke participanten vermeld: 1. Rendementsgrondslag van de participatie; 2. Fictief rendement; 3. Berekende belasting. Tevens wordt vermeld het bedrag van de door de gezamenlijke participanten te betalen belasting. Bij de berekening van de te betalen belasting mogen per participant, bedragen beneden de aanslaggrens buiten beschouwing worden gelaten. De Belastingdienst ontvangt de gegevens digitaal door middel van een ingevuld Excel bestand (verzamelstaat volgens vastgesteld sjabloon). Voor het digitale aanleveren van de bestanden dient gebruik te worden gemaakt van een CD-rom. Indien u deze wenst te beveiligen met een wachtwoord, dient het bijbehorende wachtwoord separaat te worden verstrekt per post of per mail. Hiervoor kunt u gebruik maken van het e-mailadres buitenland3@belastingdienst.nl. pagina 6 van 8

8. Vrijwaring individuele participanten Participanten van de GmbH & Co. KG die deelnemen aan de Regeling en die geen andere aan Nederlandse belastingheffing onderworpen inkomsten hebben dan de belastbare inkomsten uit sparen en beleggen in Nederland vanwege een participatie in de GmbH & Co. KG, hebben door de werking van deze Regeling en het betaald zijn van hun toerekenbare deel van de gezamenlijke aanslag dividendbelasting voldaan aan hun aangifteplicht voor het desbetreffende jaar en bevrijdend hun aandeel in de belastingschuld over dat jaar voldaan. 9. Individueel aangifte doen en aanslagregeling inkomstenbelasting Participanten die belang hebben bij een aanslag inkomstenbelasting, kunnen verzoeken om uitreiking van een aangifte inkomstenbelasting. In deze aangifte dient de participant zijn of haar aandeel in het voordeel uit sparen en beleggen, rekening houdend met de aangifte van de GmbH & Co. KG op grond van deze Regeling, aan te geven. De via deze Regeling betaalde dividendbelasting kan op de individuele aanslag inkomstenbelasting als voorheffing in mindering worden gebracht. Deze Regeling treedt in werking op 1-1-2009 en is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door één van beide partijen vóór het einde van enig jaar met ingang van het daarop volgende jaar worden opgezegd. Vanwege het bestaan van een praktische regeling tot 1 januari 2009 kent de Regeling een overgangsregeling. In dat verband komen partijen overeen dat een GmbH & Co. KG die in 2009 wordt beëindigd vanwege de verkoop van alle onroerende zaken, voor het jaar 2009 met recht een beroep kan doen op toepassing van de geldende Praktische Regeling tot 1 januari 2009. De Regeling wordt 3 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Partijen verlenen medewerking aan deze evaluatie. pagina 7 van 8

Partij A Heerlen, <DATUM> Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland, De Inspecteur en Ontvanger H.G.J. van den Boorn Partij B < PLAATS> <DATUM> De gezamenlijke participanten van <NAAM GMBH & CO. KG> vertegenwoordigd door <NAAM GMBH & CO. KG> vertegenwoordigd door XX Bestuurder =============================================================== Den Haag,.. maart 2010 Belastingdienst Dhr. Drs. T.W.M. Poolen Lid van het managementteam Belastingdienst pagina 8 van 8