Eind- en toetstermen & I CertoPlan B.V. Postbus 85200 3508 AE UTRECHT Ptolemaeuslaan 900 3528 BV UTRECHT Telefoon (0)30 23 45 671 Website www.certoplan.nl Mail eamens@certoplan.nl CertoPlan, februari 2013 1 / 13
EINDTERMEN SPRINKLERTECHNIEK I & SPRINKLERTECHNIEK II Eindtermen en doel Na het behalen van het diploma zal de kandidaat in staat zijn om, onder toezicht en eindverantwoording van een sprinklertechnicus welke in het bezit is van het diploma I, met behulp van NEN 12845 / NEN 1073 normen, ontwerptekeningen voor standaard sprinklerinstallaties te vervaardigen. Onder de vereiste kennis en ontwerpvaardigheden van standaard sprinklerinstallaties wordt in dit verband verstaan, het in overeenstemming met NEN 12845 en NEN 1073 voorschriften: - ontwerpen van droge en natte sprinklerinstallaties in de gevarenklasse Light Hazard (LH), Ordinary Hazard (OH) en High Hazard (HH) die uitsluitend gesloten sprinklers omvatten. - in staat zijn voor de LH en OH installaties de diameters te bepalen van zowel de sprinklerleidingen als de (hoofd)verdeelleidingen tot aan de alarmklep, met gebruikmaking van de in NEN 12845 NEN 1073 opgenomen tabellen, alsmede eenvoudige hydraulische berekeningen. - kunnen vervaardigen van een Piping and Instrumentation Diagram (P&ID). - in staat zijn overeenkomstig de tabellen in de Nen 12845 en Nen 1073 voorschriften een minimale vereiste watervoorraad en pompcapaciteit te selecteren Het eamen is erop gericht te toetsen of de kandidaat over de kennis en vaardigheden beschikt die nodig zijn om bovenstaande werkzaamheden te kunnen uitvoeren. De eaminering vindt plaats in 3 onderdelen, te weten: Meerkeuzevragen (deel 1) - Door middel van het maken van 20 meerkeuzevragen moet de kandidaat aantonen dat voldoende basiskennis aanwezig is van de voorschriften volgens NEN 12845 en NEN 1073, alsmede de bij de voorschriften behorende technische aanvullingen. Hydraulica (deel 2) - De kandidaat moet aantonen dat hij in staat is eenvoudige weerstandberekeningen te kunnen maken overeenkomstig de Hazen & Williams formule, alsmede de berekening van restrictieplaten. Ontwerpen (deel 3) - De kandidaat moet in staat zijn om zelfstandig, standaard (dak en tussenvloer) sprinklerinstallaties volgens Light Hazard (LH), Ordinary Hazard (OH) en High Hazard (HH) te kunnen ontwerpen overeenkomstig NEN 12845 en NEN 1073 voorschriften, alsmede de bij de voorschriften behorende technische aanvullingen. - De kandidaat moet in staat zijn een P&ID van watervoorzieningen te kunnen maken, alsmede watercapaciteiten en voorraad in overeenstemming met de tabellen zoals gegeven in NEN 12845 / Nen 1073 normen. Een uitgebreid overzicht van de voor het eamen benodigde kenniselementen en toetsingsonderdelen zijn weergegeven in de bijlage. CertoPlan, februari 2013 2 / 13
I Eindtermen en doel Na het behalen van het diploma I zal de kandidaat in staat zijn om, zelfstandig en met behulp van NEN 12845 / NEN 1073 normen, ontwerptekeningen voor standaard sprinklerinstallaties te vervaardigen, alsmede volledige kennis te bezitten voor het in bedrijfstellen en onderhouden van een sprinklerinstallatie. Onder de vereiste kennis van standaard sprinklerinstallaties wordt in dit verband verstaan, het in overeenstemming met NEN 12845 en NEN 1073 voorschriften: - ontwerpen van droge sprinklerinstallaties, natte sprinklerinstallaties en gecommandeerde sprinklerinstallaties in de gevarenklasse Light Hazard (LH), Ordinary Hazard (OH) en High Hazard (HH) inclusief tussensprinklers in stellingen. - in staat zijn voor de LH en OH installaties de diameters te bepalen van zowel de sprinklerleidingen als de (hoofd)verdeelleidingen tot aan de alarmklep, met gebruikmaking van de in NEN 12845 NEN 1073 opgenomen tabellen, alsmede volledige hydraulische berekeningen. - kunnen vervaardigen van een Piping and Instrumentation Diagram (P&ID). - in staat zijn overeenkomstig de tabellen in NEN 12845 en NEN 1073 voorschriften, alsmede door volledige hydraulische berekeningen een minimale vereiste watervoorraad en pompcapaciteit te selecteren. - op de hoogte zijn van bouwkundige voorwaarden en benodigdheden. - op de hoogte zijn van de vereiste voorwaarden van doormelding voorzieningen. Het eamen is erop gericht te toetsen of de kandidaat over de kennis en vaardigheden beschikt die nodig zijn om bovenstaande werkzaamheden te kunnen uitvoeren. De eaminering vindt plaats in 3 onderdelen, te weten: Meer keuzevragen (deel 1) - Door middel van het maken van 20 meerkeuzevragen moet de kandidaat aantonen dat voldoende basiskennis aanwezig is van de voorschriften volgens NEN 12845 en NEN 1073, alsmede de bij de voorschriften behorende technische aanvullingen. Hydraulica (deel 2) - De kandidaat moet aantonen dat hij in staat is eenvoudige weerstandberekeningen te kunnen maken overeenkomstig de Hazen & Williams formule, alsmede de berekening van restrictieplaten. Ontwerpen (deel 3) - De kandidaat moet in staat zijn om, zelfstandig, standaard (dak en tussenvloer) sprinklerinstallaties volgens Light Hazard (LH), Ordinary Hazard (OH) en High Hazard (HH) te kunnen ontwerpen overeenkomstig NEN 12845 en NEN 1073 voorschriften, alsmede de bij de voorschriften behorende technische aanvullingen. - De kandidaat moet in staat zijn een P&ID van watervoorzieningen te kunnen maken alsmede watercapaciteiten en voorraad. Een uitgebreid overzicht van de voor het eamen benodigde kenniselementen en toetsingsonderdelen zijn weergegeven in de bijlage. CertoPlan, februari 2013 3 / 13
Kenniselementen & I CertoPlan B.V. Postbus 341 2800 AH GOUDA Groningenweg 10 2803 PV GOUDA Telefoon (0182) 82 04 80 Telefa (0182) 82 04 85 Website www.certoplan.nl Mail eamens@certoplan.nl CertoPlan, februari 2013 4 / 13
1 & II Brandtheorie & begrip van de automatische sprinklerinstallatie. Voorschriften en certificeringsprocedure techniekii (aanvullend op 1 Brandtheorie & begrip van de automatische sprinklerinstallatie 1.1 Geschiedenis 1.2 Definities - Wat is brand? 1.3 Hoe branden stoffen? 1.4 Het brandproces Begrippen 1.5 Ontstekingsbronnen 1.6 Chemisch 1.7 Elektrisch 1.8 Mechanisch 1.9 Nucleair 1.10 Brandverloop en uitbreiding (grafiek!) 1.11 Warmtetransport 1.12 Warmteproductie en opname 1.13 Vuurbelasting-brandduur 1.14 Branduitbreiding in een gebouw 1.15 Bijzondere omstandigheden 1.16 Bouwkundige preventievoorzieningen 1.17 De rol van het gebouw bij een brand 1.18 Gedrag van bouw- en constructiematerialen bij brand 1.19 Compartimenteringen 1.20 Voorschriften en certificeringsprocedure 1.2.1 NEN 12845 en NEN 1073 normeringen en voorschriften 1.2.2 Aanvullende technische Bulletins 1.2.3 Besluitenlijst Commissie van Deskundigen (CVD) 1.2.4 Kennis van bestaan van Voorschriften Automatische installaties (VAS) 1.2.5 Kennis van het bestaan van Buitenlandse sprinklervoorschriften zoals LPCB, NFPA, VDS, FM etc. 1.2.6 Bouwvoorschriften 1.2.7 Certificeringsprocedure 1.2.8 Uitgangspuntendocument 1.2.9 Inspectieplan 1.2.10 De opleveringsinspectie 1.2.11 Periodieke inspecties 1.2.12 Onderhoudsrichtlijnen CertoPlan, februari 2013 5 / 13
2 & II Onderdelen van de sprinklerinstallatie Alarmkleppen (alarmgevers) en appendages I (aanvullend op 2 Onderdelen van de sprinklerinstallatie 2.1 s 2.1.1 - Conventioneel 2.1.2 - Spray (hangende) 2.1.3 - Spray (staande) 2.1.4 - Wandsprinklers (verticaal, hangende, staande) 2.1.5 - Droge hangende 2.1.6 - Large drop sprinklers (kennis van bestaan en functie) 2.1.7 - ESFR / CMSA sprinklers (kennis van bestaan en functie) 2.1.8 - Droge wandsprinkler 2.1.9 - Deflector type 2.1.10 - Aanspreekelement type 2.1.11 - Doorlaat 2.1.12 - Aanspreek temperatuur 2.1.13 - RTI waarde 2.1.14 - Sproeivlak en onderlinge afstand 2.1.15 - Afstand tot wanden, daken en obstructies 2.2 Alarmkleppen (alarmgevers) en appendages 2.2.1 - Natte alarmklep (inclusief trimming) 2.2.2 - Droge alarmklep (Staartklep inclusief trimming) 2.2.3 - Deluge alarmklep (inclusief trimming) 2.2.4 - Pre-action alarmklep (inclusief trimming) 2.2.5 - Drukschakelaars 2.2.6 - Manometers 2.2.7 - Stromingschakelaars 2.2.8 - Aftap- doorspoelafsluiters 2.2.9 - Inspector Test Connections (ITC) 2.2.10 - Hoofdafsluiter(s) CertoPlan, februari 2013 6 / 13
3 & II Leiding- en bevestigingsmaterialen I 3 Leiding- en bevestigingsmaterialen Stalen buis (overeenkomstig NEN 12845 - NEN 3.1 1073) 3.2 - Oppervlaktebehandeling "Menie" 3.3 - Oppervlaktebehandeling "Zink" 3.4 - Oppervlaktebehandeling "Poedercoaten" 3.5 - Verbindingsmethoden 3.6 - Draadfittingen 3.7 - Lassen 3.8 - Groefkoppelingen 3.9 - Beugeling, ophangingen en bevestigingen 3.10 Kunststof buis 3.10.1 - Lijmverbindingen 3.10.2 - Perskoppelingen 3.10.3 - Montage-instructie 3.10.4 - Sterkte (bevestigingen) 3.10.5 - Beugeling en ophangingen 3.10.6 - Keuringen 3.11 Koperenbuis 3.11.1 - Knelkoppelingen 3.11.2 - Montage-instructie 3.11.3 - Sterkte (bevestigingen) 3.11.4 - Beugeling en ophangingen 3.11.5 - Keuringen 3.12 Grondleidingen 3.12.1 - Gietijzer 3.12.2 - Verbindingen standaard 3.12.3 - Verbindingen trekvast 3.12.4 - PE inclusief verbindingsmethodiek 3.12.5 - glasvezel versterkte kunststofleiding CertoPlan, februari 2013 7 / 13
4 & II Gevarenklasse I 4 Gevarenklasse (begrip en kennis van) 4.1 Gevarenklasse basisgegevens 4.1.1 - LH 4.1.2 - OH Gr. 1, 2, 3 en 4 4.1.3 - High Hazard Process HHP1, HHP2, HHP3 en HHP4 4.1.4 - High Hazard Storage HHS1, HHS2, HHS3 en HHS4 4.2 Opslag algemeen 4.3 Minimum / Maimum sproeivlak 4.4 Minimum sproeitijd 4.5 Minimum sproeidichtheid 4.6 Opslag configuraties (St1 t/m. St6) 4.7 Materiaal factoren 4.8 Invloed van opslagsamenstellingen CertoPlan, februari 2013 8 / 13
5 & II Kenniselementen Ontwerpen Hydraulische berekeningen I 5 Ontwerpen 5.1 Welke gegevens behoren op een sprinklertekening 5.2 Ontwerpregels 5.3 Waterloopschema (P&ID) 5.4 Natte installaties (sectie afmetingen etc.) 5.5 Droge installaties (sectie afmetingen etc.) 5.6 Gecommandeerde installaties (sectie afmetingen etc.) 5.7 Ontwerp van sprinklerleidingen volgens tabellen 5.7.1 - Klasse LH (uitsluitend dak en obstructie sprinklers) 5.7.2 - Klasse OH (uitsluitend dak en obstructie sprinklers) 5.7.3 - Klasse HH (uitsluitend dak en obstructie sprinklers) 5.7.4 - s in verborgen ruimtes 5.7.5 - Stellingsprinklers (tussensprinklers) 5.8 Ontwerp van "vertakteleiding configuratie" 5.9 Ontwerp van "ringleiding configuratie" 5.10 Ontwerp van "gridconfiguratie" 5.11 Ontwerp van (hoofd)verdeelleidingen 5.12 Ontwerp van sprinklerleidingen 5.13 Ontwerp van zuigleidingen 5.14 Ontwerp van beproevingsleidingen 5.15 Ontwerp sectie afmetingen 5.16 Vrije ruimte onder de sprinklers 5.2 Hydraulische berekeningen 5.2.1 Begrippen 5.2.2 De Hazen-Williams formule 5.2.3 Stroming van water door leidingen 5.2.4 Stroming van water door openingen 5.2.5 Invloed van bochten en aftakkingen 5.2.6 Invloed van ringleidingen 5.2.7 Materiaaleigenschappen van water 5.2.8 Hydraulische eigenschappen van water Drukverlies tussen sprinklerpunt en alarmklep (16/18 5.2.9 punt) 5.2.10 Berekening van een ringleiding (16/18 punt) 5.2.11 Restrictieplaat berekeningen 5.2.12 K-factor van een leidingstelsel 5.2.13 Druk en opbrengst tabellen installaties CertoPlan, februari 2013 9 / 13
5 & II Kenniselementen Ontwerpen Hydraulische berekeningen I 5.2.14 Dimensionering leidingnetten d.m.v. tabellen 5.2.15 Volledige hydraulische berekeningen van: 5.2.15.1 - "vertakteleiding configuratie" 5.2.15.2 - "ringleiding configuratie" (geen eamenonderdeel) 5.2.15.3 - "gridconfiguratie" (geen eamenonderdeel) CertoPlan, februari 2013 10 / 13
6 & II Watervoorzieningen pomp(en) I 6 Watervoorzieningen 6.1 Algemeen 6.2 Enkelvoudige watervoorzieningen 6.3 Tweevoudige watervoorzieningen 6.4 Supertoevoer 6.5 Druk en opbrengst 6.6 Minimale watervoorraad volgens tabellen 6.7 Minimale watervoorraad volgens volledige hydraulische.berekening 6.8 Minimale sproeitijden LH, OH en HH 6.9 Directe aansluiting op de waterleiding 6.10 Buffervoorraad 6.11 pompen 6.12 pompen direct aangesloten op een waterleiding 6.13 pompen aangesloten op een reservoir 6.14 pompen aangesloten op open water 6.15 pompen in geboorde putten (bronpompen) 6.16 Druktank 6.2 pomp(en) 6.2.1 Opstelling van de sprinklerpompen 6.2.2 Appendages (keerkleppen, afsluiters overstorts etc.) 6.2.3 Bevestigingen en ondersteuningen 6.2.4 Capaciteit (globale) van de pomp(en) (tabellen) 6.2.5 Volledig berekende capaciteit van de pomp(en) 6.2.6 Zuigleidingen volgens tabellen 6.2.7 Zuighoogte (NPSH) (volledige hydraulische berekening) 6.2.8 Beproevingsleiding 6.2.9 Vermogen 6.2.10 Geluidsemissie 6.2.11 Milieueisen (brandstoftank uitvoering, uitlaatgassen etc.) 6.2.12 Hulppomp 6.2.13 Elektromotoren voor sprinklerpompaandrijving 6.2.14 Dieselmotoren voor sprinklerpompaandrijving CertoPlan, februari 2013 11 / 13
7 & II Basis elektro- en elektrotechnische voorzieningen I 7 Basis elektro- en elektrotechnische voorzieningen 7.1 Introductie 7.2 Elektrische componenten 7.3 Energievoorziening t.b.v. de elektromotor (pomp aandrijving) 7.4 pompmotor 7.5 Pompmotor 7.6 Kabel en kabelverbindingen 7.7 Detectoren 7.8 Schakelkast 7.9 Voorzieningen t.b.v. overige elektrische apparatuur 7.10 Omvang van bewaking 7.11 Elektrische voorzieningen dieselmotor 7.12 Signalering en sprinklermeldpaneel 7.13 Brandmeldcentrale, Brandweer- & nevenpaneel 7.14 Onderhoud brandmeldcentrale 7.15 Verbinding met brandweer (BAC) 7.16 Verbinding met Particuliere Alarm Centrale (PAC) CertoPlan, februari 2013 12 / 13
8 & II Omvang van de sprinklerinstallatie en uitzonderingen. I 8 Omvang van de sprinklerinstallatie en uitzonderingen 8.1 Te beveiligen gebouwen en gebieden 8.2 Toegelaten uitzonderingen binnen een gebouw 8.3 Beveiliging kolommen (contructies) 8.4 Gevelbeschermingsinstallaties 8.5 Atria en vides 8.6 Vriescellen 8.7 Toiletten 8.8 Ruimten boven verlaagde plafonds e.d. 8.9 Liftschachten 8.10 Brandwerende scheidingen 8.11 Buitenopslag 8.12 Beveiliging tegen vorst 8.13 Temperatuurbeheersing in sprinklerpompkamers 8.14 Isolatiemaatregelen 8.15 Bepaling gevarenklasse 8.16 Kennis van opleveringsbeproevingen 8.17 Opleveringsdocumenten 8.18 Kennis van onderhoudsschema's CertoPlan, februari 2013 13 / 13