Geïnstalleerd in bouwwerk SKH Bezoekadres: 'Het Cambium', Nieuwe Kanaal 9c, 6709 PA Wageningen Postadres: Postbus 159, 6700 AD Wageningen Telefoon: (0317) 45 34 25 E-mail: mail@skh.org Fax: (0317) 41 26 10 Website: http://www.skh.org MOVAIR + ONDERDORPEL EN SELEKT NIBOSTONE ONDERDORPEL Vervangt: Producent Fabrieken te Stichting TimmerSelektgroep Markweg Zuid 34 Parallel Boulevard 218 4794 SN HEIJNINGEN 22202 HT NOORDWIJK Tel. 06-11 39 62 33 Heidebloemstraat 1 Fax (071) 88 88 941 5482 ZA SCHIJNDEL E-mail: info@timmerselekt.nl Website: http://www.timmerselekt.nl Voltastraat 5 5928 PC VENLO-BLERICK Verklaring van SKH Dit attest-met-productcertificaat is op basis van BRL 0813 Laag-reliëfdorpels, dorpels onder houten gevelelementen d.d. 11-05-2005 inclusief wijzigingsblad d.d. 30-01-2013, afgegeven conform het SKH Reglement voor Certificatie. SKH verklaart dat: het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat, dat de door de producent vervaardigde (laag-reliëf)dorpels onder houten gevelelementen bij voortduring voldoen aan de in dit attest-met-productcertificaat vastgelegde technische specificatie(s), mits de (laag-reliëf)dorpels onder houten gevelelementen voorzien zijn van het KOMO -merk op een wijze als aangegeven in dit attest-met-productcertificaat de met deze (laag-reliëf)dorpels onder houten gevelelementen samengestelde bouwdelen prestaties leveren die in dit attest-met-productcertificaat zijn beschreven, mits o de vervaardiging van het bouwproduct geschiedt overeenkomstig de in dit attest-met-productcertificaat vastgelegde voorschriften en/of verwerkingsmethoden o wordt voldaan aan de in dit attest-met-productcertificaat vastgelegde toepassingsvoorwaarden SKH verklaart dat met in achtneming van het bovenstaande de (laag-reliëf)dorpels onder houten gevelelementen in hun toepassingen voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit, zoals gespecificeerd op bladzijde 2 van deze kwaliteitsverklaring. SKH verklaart dat voor dit attest-met-productcertificaat geen controle plaatsvindt op de productie van de overige onderdelen van de bouwdelen, noch op de vervaardiging van de bouwdelen. Dit certificaat is een erkende kwaliteitsverklaring voor het Bouwbesluit overeenkomstig de Tripartiete overeenkomst (Staatscourant 132, 2006) en de Woningwet. Het certificaat is opgenomen in het Overzicht van erkende kwaliteitsverklaringen in de bouw op de website van SBK: www.bouwkwaliteit.nl. Voor SKH drs. H.J.O. van Doorn, directeur Het certificaat is voorts opgenomen in het overzicht op de website van Stichting KOMO: www.komo.nl. Gebruikers van dit attest-met-productcertificaat wordt geadviseerd om te controleren of dit certificaat nog geldig is; raadpleeg hiertoe de SKH-website: www.skh.org. Dit attest-met-productcertificaat bestaat uit 14 bladzijden. Bouwbesluit Beoordeeld is: kwaliteitssysteem product Prestatie product in toepassing Periodieke controle
Blad 2 van 14 BOUWBESLUITINGANG Nr. Afdeling Grenswaarde / bepalingsmethode 2.1 Algemene sterkte van de bouwconstructie 2.9 Beperking ontwikkelen brand en rook Uiterste grenstoestand, bepaling volgens NEN-EN 12211 in relatie tot NEN-EN 1995-1-1 (incl. nationale bijlage) 2.15 Inbraakwerendheid Indien van toepassing: weerstandsklasse 2 volgens NEN 5096 Prestatie volgens kwaliteitsverklaring Weerstand windbelasting klasse 5 volgens NEN-EN 12210 Opmerkingen i.v.m. toepassing Zie paragraaf 3.1.1 Binnenoppervlak Niet onderzocht Op grond van Bouwbesluit Buiten oppervlak Niet onderzocht artikel 2.70 is de eis niet van Beloopbaarvlak Niet onderzocht toepassing op ten hoogste Constructieonderdeel Geen vermelding prestatie 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte Weerstandsklasse 2 Zie paragraaf 3.1.6 3.5 Wering van vocht Waterdicht volgens NEN 2778 Waterdicht van 50-650 Pa Factor van de temperatuur > 0,5 > 0,65 volgens NEN 2778 3.9 Beperking Volgens voorschriften ministeriële Geen vermelding prestatie aanwezigheid regeling schadelijke stoffen en ioniserende straling 4.4 Bereikbaarheid en toegankelijkheid Hoogteverschil 0,02 m 5.1 Energiezuinigheid Luchtvolumestroom van het totaal < 0,2 m 3 /s volgens NEN 2686 1 TECHNISCHE SPECIFICATIE Selekt Nibostone dorpel: hoogteverschil 0,02 m Bijdrage van kieren en aansluitnaden van de onderdorpel geplaats in het gevelelement aan de luchtvolumestroom 0,2 dm 3 /s/m 1 kier/naad 1.1 Onderwerp Dit attest met productcertificaat heeft betrekking op de volgende type onderdorpels: Afhankelijk de toepassing van de dorpel, zie paragraaf 3.2.1 Movair + onderdorpel wordt niet toegepast in het kader van bereikbaarheid en toegankelijkheid Zie paragraaf 3.4.1 Movair + onderdorpel ten behoeve van montage onder houten gevelelementen. De Movair + onderdorpel kan worden toegepast met een ventilatietoevoer voorziening. Dit attest-met-productcertificaat doet geen uitspraak ten met betrekking tot de ventilatietoevoer voorziening die op de gemonteerde kan worden of de geschiktheid ervan in relatie tot bijvoorbeeld het BouwBesluit. Voorschriften voor de montage van een ventilatietoevoer voorziening op de vormen wel een onderdeel van dit attest-met-productcertificaat. De Movair + onderdorpel is geschikt voor plaatsing in kozijnen onder een draaiend deel (raam of deur) als onder een beglaasd kozijnvak. ten behoeve van montage onder houten gevelelementen. De Selekt Nibostone laag-reliëfdorpel bestaat aan de buitenzijde uit massief natuursteen en aan de binnenzijde uit hout (hybride dorpel). Ten behoeve van de aansluiting met de houten stijlen van het gevelelement is de ter plaatse van de schuine sponning aan de buitenzijde voorzien van verhoogde ingelijmde neuten. s voldoen aan de eisen van de BRL 0813 Laag-reliëfdorpels, dorpels onder houten gevelelementen, bedoeld voor montage onder deurkozijnen met een enkele naar binnen draaiende deur. s ten zijn geschikt voor toepassing binnen de concepten I, II en III volgens BRL 0801: - om hoogteverschillen te beperken tot ten hoogste 20 mm overeenkomstig Bouwbesluit-artikel 4.27; - als (rolstoel)toegang van een woning of woongebouw of als ontsluiting van de buitenruimte zoals bedoeld in Bouwbesluit-artikel 4.27, lid 2 t/m 4; - als toegang van een (bijzondere) toegankelijkheidssector overeenkomstig Bouwbesluit-artikel 4.27, lid 1. De (laag-reliëf) dorpels zijn bedoeld voor een al dan niet klimaatscheidende situering. Deze kwaliteitsverklaring is gericht op het monteren van de (laag-reliëf)dorpel onder beheersbare omstandigheden in de timmerfabriek.
Blad 3 van 14 1.1.1 Merken De (laag-reliëf) dorpels zijn bij levering duidelijk gemerkt met: - beeldmerk KOMO ; - attest-met-productcertificaat nummer 21009. Plaats van het KOMO merk: op de onderzijde van de (laag-reliëf) dorpels. 1.2 Productspecificatie 1.2.1 Vorm en samenstelling De Movair + onderdorpels voor houten kozijnen is hol profiel samengesteld uit glasvezel versterkt kunststof en wordt toegepast als onderdorpel bij het Selekt movair+ kozijn. De dorpel is voorzien van ventilatiegaten, waardoor het mogelijk om erdoor te ventileren (mechanisch of op natuurlijke wijze) door de koppeling van een ventilatietoevoer voorziening zoals bijvoorbeeld een warmtewisselaar. De dorpel kan ook met gesloten openingen gebruikt worden. In dat geval dient de Movair + onderdorpel over de volledige lengte te zijn gevuld met isloatiemateriaal. De voor houten kozijnen bestaat aan de buitenzijde uit massief natuursteen en aan de binnenzijde uit hout (hybride dorpel). De aansluiting tussen het massief natuursteen en het hout is voorzien van een 3 mm dik dichtingsband. De massief stenen dorpel wordt aan de onderzijde met RVS-strippen (afmeting 65 x 10 x 4 mm, voorzien van één omgezette kant met een hoogte van 10 mm) tegen het houten dorpel deel aangeschroefd. 1.2.2 Afmetingen De Movair + onderdorpel heeft een afmeting van 90 x 154 mm (h x b) en is beschikbaar in standaard lengtes van 6 m¹. De wanddikte van de profielen bedraagt 4 mm. Figuur 1; profielafmetingen Movair + onderdorpel. De is beschikbaar in een maximale lengte van 2500 mm. Toleranties in de afmeting van de overeenkomstig katern 63 van de KVT.
Blad 4 van 14 Figuur 2; Profielafmetingen 1.2.3 Materiaaleigenschappen De Movair + onderdorpel heeft een eigen gewicht van 1,76 kg/m ¹ en een lineaire uitzettingscoëfficiënt van 5 tot 20*10-6 m/(m.k). Afhankelijk van de soort is het eigen gewicht voor Nibo Hardsteen groen/grijs, Nibo Graniet zwart en Nibo Hardsteen blauw/grijs resp. 2700 kg/m3, 3310 kg/m3 en 2650 kg/m3. Het dichtingsband en de pakking (tussen houten stijlen en neut) bestaat uit Neopreen celrubber met gesloten cellen, zelfklevend met beschermfolie, met volumieke massa van 140-175 kg/m3 en een dikte van 3 mm. Waterdoorlaatbaarheid < 0,1 m/min/cm 2 bepaald met de buis van Karsten bij een compressie van 10%. 1.2.4 Profilering De is beschikbaar in één uitvoering met buitensponning. Afhankelijk van de toepassing kan de worden voorzien van een Accoya wissellat of een aluminium aanslagprofiel waardoor de geschikt is voor de uitvoering voor binnen- en buitenbeglazing en naar binnen- en buitendraaiende delen (ramen en deuren). Voor de diverse uitvoeringen zie bijlage 1 t/m 3. De inclusief bijbehorende neuten is geschikt als aanslag voor een doorgaande kaderdichting voor naar binnendraaiende deuren. 1.2.5 Aanvullende specificatie voor inbraakwerendheid De s kunnen toegepast worden onder inbraakwerende gevelelementen geproduceerd overeenkomstig SKH-Publicatie 98-08 mits er een meranti, sapeli mahonie of vuren houten lat in de holle ruimte van de wordt gemonteerd zodanig dat de bevestiging van het sluitwerk door middel van schroeven door de wand van de in de houten lat plaats vindt met en minimale hechtlengte van 30 mm. Uitvoering overeenkomstig het details van bijlage 1 t/m 3 en het SHR rapport 13.0300-2. De kunnen worden toegepast onder inbraakwerende naar binnendraaiende deuren indien deze zijn uitgevoerd overeenkomstig SKH-Publicatie 98-08.
Blad 5 van 14 1.2.6 Aanvullende voorschriften uit het oogpunt van waterdichtheid ten behoeve van de Selekt Nibostone laag reliëfdorpel Voor een duurzame waterdichtheid overeenkomstig hoofdstuk 3.3.1 is het een voorwaarde dat de deurdikte, -detaillering, weldorpel, dichting en aansluiting aan aangrenzende bouwdelen overeenkomen met de tekeningen zoals weergegeven op de website van de Timmerselektgroep. Voor de kaderdichting in de deur dienen de toepassingsvoorwaarden, verwerkingsvoorschriften en onderhoudsadviezen van de kaderleverancier te worden gehanteerd. 2 VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN 2.1 Kozijn De (laag-reliëf)dorpels dienen te worden gemonteerd onder een corresponderend kozijn overeenkomstig de eisen van BRL 0801 en de uitvoeringsvoorschriften van de KVT en, in het geval van inbraakwerendheid, SKH-Publicatie 98-08. Na montage onder het kozijn dienen de voorschriften voor transport, opslag, montage en onderhoud van het kozijn zorgvuldig in acht genomen te worden. 2.2 Opslag De dorpels dienen beschermd te worden tegen opgelegde vervormingen, stoten en breken. De dorpels bij voorkeur vlak opslaan. Indien de dorpels worden opgeslagen op balken, moet een maximaal hart op hart afstand van 400 mm aangehouden worden. Kleine beschadigingen zoals krassen aan de dorpels tijdens het verladen of monteren kunnen worden hersteld met een reparatiemiddel dat voldoet aan de SKH Publicatie 02-03. Reparatiemiddelen vermeld in de SKH Publicatie 93-03 voldoen hieraan. Beschadigen zoals scheuren of gaten kunnen niet worden hersteld. In dat geval dient de te worden vervangen. De dorpels worden afgebonden op wegwerppallets geleverd. De dorpels dienen zo weinig mogelijk te worden verplaatst en dienen zo lang mogelijk op de pallets te blijven liggen om onnodige schade te voorkomen. Verplaatsing is slechts toegestaan als de pallets nog afgebonden zijn. Indien omstapelen van de dorpels onvermijdelijk is, mogen deze elkaar niet raken. Gebruik schuimfolie of afstandhouders. Voor onverhoopte beschadigingen aan de dorpels tijdens het verladen of monteren is een reparatieset beschikbaar met afzonderlijke verwerkingsvoorschriften. 2.3 Transport De dorpels transporteren conform KVT katern 72. Dit houdt in dat de s bij transport in horizontale stand, op een vlakke ondergrond dienen te staan ter beperking van de dynamische belasting t.g.v. deiningen tijdens het transport. De dorpels dienen beschermd te worden tegen opgelegde vervormingen, stoten en breken. Tijdens transport dienen de dorpels geen plaatselijke maar een volledige en vlakke ondersteuning te hebben met een gelijkmatige stijfheid, bij voorkeur met een schuimachtige tussenlaag, bijvoorbeeld van polystyreen. Een eventuele hulplat onder de dorpel dient stijf te zijn en dient strak tegen de dorpel gemonteerd te worden. Het kozijn dient vormvast te zijn gemaakt, zo nodig met tijdelijke voorzieningen zoals schoren. Het gebruik van stroppen is niet toegestaan. Het verplaatsen van de pallet(s) dient te gebeuren met een vorkheftruck of een kraan met pallethaak. Hijs- en hefgereedschappen mogen niet in rechtstreeks contact komen met de dorpel. De dorpels dienen beschermd te worden tegen opgelegde vervormingen, stoten en breken. Losse dorpels mogen niet met elkaar in aanraking komen. Transport, hijsen en heffen van de dorpels gebeurt als met kozijnen volgens de KVT, de verwerkingsvoorschriften voor kozijnen op grond van de BRL 0801 en SKH-Publicatie 02-06 Hijsvoorzieningen - Voorzieningen aan houtachtige bouwdelen t.b.v. het hijsen op de bouwplaats. In geval van twijfel en in geval van bijzondere kozijnvormen dient de plek van de hijspunten te worden bepaald op basis van berekening volgens NEN-EN 1991. 2.4 Montage De wordt gemonteerd onder beheersbare omstandigheden, tijdens de afmontage van het kozijn in de timmerfabriek. Voorafgaande hieraan dient de maat- en vormvastheid van het kozijn te zijn gewaarborgd (eventueel met tijdelijke voorzieningen op het kozijn in plaats van de dorpel). Zorg ervoor dat de sponningaanslag van de stijl en de sponningaanslag van de dorpel in één vlak liggen, evenals de sponningmaat van kozijn en dorpel. De ongelijkheid tussen stijl en dorpel mag tijdens de montage maximaal 0,2 mm zijn ter plaatse van de sponningaanslag en de sponningmaat. De kopse zijde (uiteinde) van de holle dienen te worden gedicht met een 40 mm lange PE-prop met een dichtheid van ca. 30 kg/m³. Na het aanbrengen van de prop dient de kopse zijde van de inclusief PE-prop te worden afgedicht met een afdichtingsmiddel dat voldoet aan de SKH Publicatie 04-01.
Blad 6 van 14 Afdichtingsmiddelen vermeld in de SKH-Publicatie 07-01 voldoen hieraan. Indien er een ventilatietoevoer voorziening wordt gemonteerd op de dienen er ter plaatsen van de scheiding tussen in en uitlaatopeningen een PE-prop met een dichtheid van ca. 30 kg/m³ te worden te worden aangebracht. Voor de montagevoorschriften en bevestigingsmiddelen wordt verwezen naar de website van de Timmerselektgroep: http://www.timmerselektgroep.nl. Voorafgaand aan de montage dienen alle kopse vlakken aan de onderzijde van kozijnstijlen goed te zijn afgedicht met een daartoe geschikt afdichtingsmiddel conform SKH-Publicatie 04-01. De RVS-strippen voorzien van één omgezette kant voor de bevestiging van het massief stenen dorpel deel tegen het houten dorpel deel dienen op maximaal 50 m uit de hoek en h.o.h. maximaal 400 mm te worden geplaatst. 2.5 Verbindingen van de. De s dienen te worden bevestigd onder het kozijn door middel van verlijming en plaatsing van schroeven overeenkomstig het Timmerselekt verwerkingsvoorschrift. Hierbij worden de dorpel en kopse zijde van de stijlen voorgeboord met een boordiameter van 4 mm. Ter plaatse van de voorgeboorde gaten worden stalen of RVS ringen met een dikte van 0,3 mm een diameter van 14 mm en een gat diameter van 8 mm tussen de kopse zijde van de stijl en de geplaatst (afstandhouder). Na het éénzijdig inlijmen wordt de per verbinding bevestigd met drie schroeven met een afmeting van 5 x 70 mm voorzien van een ring met een dikte van 1,3 mm en een diameter van 30 mm met een gat diameter van 5 mm. 2.6 Accoya aanslaglat, beglazingslat of aluminium aanslagprofiel ten behoeve van de de Afhankelijk van de vakvulling dient er een accoya aanslaglat, beglazingslat of aanslagprofiel te worden aangebracht overeenkomstig de volgende voorwaarden: Een Accoya aanslaglat voor naar binnendraaiend raam met een minimale afmeting van 24 x 32 mm (b x h) verlijmd op de onderdorpel met een gootafmeting van 16 mm en ontwateringsgaten met een diameter van 10 mm met een maximale hart-op-hart afstand van 300 mm en een maximale afstand van de ontwateringsgaten ten opzichte van de hoeken van 50 mm. Een Accoya beglazingslat voor naar binnenbeglazing met een minimale afmeting van 24 x 32 mm (b x h) verlijmd op de onderdorpel met beluchtingsgaten met een diameter van 8 mm met een maximale hart-ophart afstand van 300 mm en een maximale afstand van de beluchtingsgaten ten opzichte van de hoeken van 50 mm. Een aluminium aanslagprofiel voor naar binnendraaiende ramen dat voldoet aan de eisen van de BRL 0810 bevestigd door middel van RVS-schroeven op de met een afmeting van 3,5 x 30 mm. 2.7 Aansluiting aan aangrenzende bouwdelen De bevestiging van de spouwlat op de dient plaats te vinden door middel van verlijming met een lijmsysteem dat voldoet aan de BRL 0819 en schroeven met een dusdanige schroeflengte dat deze minimaal 20 mm de dorpel indringen. De maximaal hart-op-hart afstand van de schroeven bedraagt 150 mm. De aansluiting aan aangrenzende bouwdelen dient overeenkomstig de eisen van BRL 0801 te worden voorzien van een verankering, waterkering, luchtdichting en eventuele dampremming. Aansluitingen zoals opgenomen in katern 11 van de KVT voldoen aan deze eisen. De aansluiting van de aan aangrenzende bouwdelen mag in aanvulling hierop gerealiseerd worden overeenkomstig de SBR-referentiedetails Woningbouw. Voor de houtkwaliteit en de afstand tussen het hout en het maaiveld gelden de algemene voorwaarden op grond van de eisen van BRL 0801 en de uitvoeringsvoorschriften van de KVT. De aansluiting van de s onderling en aan aangrenzende bouwdelen dient gerealiseerd te worden overeenkomstig de SBR-referentiedetails of katern 11 van de KVT, met dien verstande dat het maximale hoogteverschil van 20 mm gemeten dient te worden ten opzichte van het aansluitende terrein. De aansluiting aan aangrenzende bouwdelen dient overeenkomstig de eisen van BRL 0801 te worden voorzien van een verankering, waterkering, luchtdichting en eventuele dampremming. Voor de aansluitingen is het een voorwaarde dat hemelwater doeltreffend wordt afgevoerd van de dorpel (vooral van de eventuele waterafvoeropeningen), van de bestrating (op afschot) en uit de onderliggende constructie (ook de spouw). Voor het hout gelden de algemene voorwaarden op grond van de eisen van BRL 0801.
Blad 7 van 14 2.8 Montage van een ventilatietoevoervoorziening Bij de montage van een ventilatietoevoervoorziening gelden de volgende uitgangspunten: In de holle ruimte van de dient een houten lat in te worden gemonteerd met een λ- waarde van maximaal 0,18 W/mK. In de liggende koker tussen de en de ventilatietoevoervoorziening is aan de binnenzijde 2 x 8 mm isolatiemateriaal toegepast met een λ-waarde van maximaal 0,023 W/mK De liggende koker tussen de en de ventilatietoevoervoorziening is aan de buitenzijde voorzien van 4 mm isolatiemateriaal met een λ-waarde van maximaal 0,023 W/mK De vensterbank is van de ontkoppeld door 15 mm isolatie met een λ-waarde van maximaal 0,035 W/mK Daar waar geen ventilatiekoker is aangebracht is de ruimte opgevuld met een drukvaste isolatie met een λ- waarde van maximaal 0,032 W/mK. 2.9 Onderhoud & reiniging Onderhoud en reiniging van de en het daarop aangebrachte verfsysteem is gelijk aan het onderhoud en reiniging van het volledige kozijn en dient plaatst te vinden volgens de voorschriften van de verfleverancier. Zuurhoudende onderhoudsmiddelen zijn niet toegestaan. Middelen op basis van aceton zijn niet toegestaan nabij de pakking. Eventuele kitvoegen dienen te worden onderhouden overeenkomstig de voorschriften van de kitleverancier. Voor eventuele beschadigingen aan de dorpels tijdens de montage of het verladen heeft Nibo Stone een reparatieset op basis van steenlijm beschikbaar met afzonderlijke verwerkingsvoorschriften. 3 PRESTATIES BOUWBESLUIT De hieronder vermelde prestaties gelden indien de s, overeenkomstig hoofdstuk 2, onder houten gevelelementen overeenkomstig BRL 0801 zijn gemonteerd. 3.1 PPRESTATIES UIT HET OOGPUNT VAN VEILIGHEID ALGEMENE STERKTE VAN DE BOUWCONSTRUCTIE; BB-Afdeling 2.1 3.1.1 Sterkte van de bouwconstructie; BB-artikel 2.2, BB-artikel 2.3 en BB-artikel 2.4 De dorpels voldoen aan de prestatie-eisen van het Bouwbesluit. De weerstand tegen windbelastingen is bepaald overeenkomstig NEN-EN 12211 in relatie tot NEN-EN- 1995-1-1 (inclusief nationale bijlage). Toepassingsvoorbeeld Uit katern 11 van de KVT blijkt welke bouwkundige aansluiting en verankering nodig is voor het afdragen van de windbelasting. Toepassingsvoorbeeld Uit de detailtekeningen, zoals deze zijn weergegeven op de website van de Timmerselektgroep, blijkt welke bouwkundige aansluiting en verankering nodig is voor het afdragen van de windbelasting. BEPERKING VAN HET ONTWIKKELEN VAN BRAND EN ROOK; BB-Afdeling 2.9 3.1.2 Binnenoppervlak; BB-artikel 2.67 De brandklasse en rookklasse van de (laag-reliëf)dorpels, bepaald overeenkomstig NEN-EN 13501-1, zijn niet onderzocht. Opmerking Op grond van Bouwbesluit artikel 2.70 is de eis niet van toepassing op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van constructie-onderdelenvan elke afzonderlijke ruimte. 3.1.3 Buitenoppervlak; BB-artikel 2.68 De brandklasse van de (laag-reliëf)dorpels, bepaald overeenkomstig NEN-EN 13501-1, is niet onderzocht. Opmerking Op grond van Bouwbesluit artikel 2.70 is de eis niet van toepassing op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van constructie-onderdelenvan elke afzonderlijke ruimte.
Blad 8 van 14 3.1.4 Beloopbaar vlak; BB-artikel 2.69 De brandklasse en rookklasse van de (laag-reliëf)dorpels, bepaald overeenkomstig NEN-EN 13501-1, zijn niet onderzocht. Opmerking Op grond van Bouwbesluit artikel 2.70 is de eis niet van toepassing op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van constructie-onderdelenvan elke afzonderlijke ruimte. 3.1.5 Constructieonderdeel; BB-artikel 2.72 Vanwege het ontbreken van de Ministeriële regeling worden in dit attest-met-productcertificaat (nog) geen uitspraken vermeld over de beperking van het ontwikkelen van brand en rook in een constructieonderdeel. INBRAAKWERENDHEID, NIEUWBOUW; BB-Afdeling 2.15 3.1.6 Reikwijdte; BB-artikel 2.130 De (laag-reliëf)dorpels kunnen worden toegepast onder inbraakwerende houten gevelelementen. Na afmontage en afhangen van deuren overeenkomstig SKH-Publicatie 98-08 behoort het gevelelement tot weerstandklasse 2, inbraakwerendheid volgens NEN 5096. 3.2 PRESTATIES UIT HET OOGPUNT VAN GEZONDHEID WERING VAN VOCHT; BB-Afdeling 3.5 3.2.1 Wering van vocht van buiten; BB-artikel 3.21 Houten gevelelementen met s zijn, bepaald overeenkomstig NEN-EN 1027, afhankelijk van onderstaande typen, waterdicht tot een maximale toetsingsdruk van 150 tot 600Pa. Tabel 1 Waterdichtheid in Pascal Dikte beweegbaar deel - 54 mm 68 mm 68 mm 68 mm Aanslagprofiel - - - hout Alum. Afstand buitenaanslag-luchtdichting - - - 20 mm 20 mm Kozijnvulling Sponning Vaste beglazing (nat) Buiten 600 Buitendraaiend raam Buiten 250 Dubbel buitendraaiende ramen Buiten 150 Vaste beglazing (nat) Binnen 600 Binnendraaiend raam Binnen 350 Dubbel binnendraaiende ramen Binnen 250 Draaivalraam Binnen 450 650 Draai-draaivalraam Binnen 450 Valraam Binnen 250 Naar binnendraaiende deur (enkel) Binnen 450* * zonder harde aanslag 3.2.2 Factor van de temperatuur; BB-artikel 3.22 De factor van de temperatuur van de vloer aan de binnenzijde van de (laag-reliëf)dorpels bepaald overeenkomstig NEN 2778, bedraagt ten minste 0,65. Toepassingsvoorbeeld (laag-reliëf)dorpels De in NEN 2778 bedoelde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte van een uitwendige scheidingsconstructie (de vloer ter plaatse van de ontmoeting met de dorpel), uitgevoerd overeenkomstig de details in de bijlage, is niet lager dan 0,65, bepaald overeenkomstig NEN 2778. Dit geldt slechts indien de warmteweerstand van de uitwendige scheidingsconstructie bepaald overeenkomstig NEN 1068 ten minste 3,5 m2k/w bedraagt. Aanvullende voorwaarden In het geval er een ventilatietoevoervoorziening wordt gemonteerd aan de dienen overeenkomstig SHR rapport 13.0300-3 de uitgangspunten van paragraaf 2.8 van dit attest-met-productcertificaat te worden aangehouden. BEPERKING VAN DE AANWEZIGHEID VAN SCHADELIJKE STOFFEN EN IONISERENDE STRALING; BB-Afdeling 3.9
Blad 9 van 14 3.2.3 Ministeriële regeling; BB-artikel 3.63 Vanwege het ontbreken van een Ministeriële regeling ter zake worden geen uitspraken gedaan. 3.3 PRESTATIES UIT HET OOGPUNT VAN BRUIKBAARHEID BEREIKBAARHEID EN TOEGANGKELIJKHEID; BB-Afdeling 4.4 3.3.1 Hoogteverschillen; BB-artikel 4.27 Het hoogteverschil tussen een vloer en het aansluitende terrein is ten hoogste 0,02 m. De drempelhoogte bedraagt ten hoogste 0,02 m ter plaatse van de toegang van een woning of woongebouw of een toegankelijkheidssector ten opzichte van de vloer van een aangrenzende ruimte of het aansluitende terrein. Toepassingsvoorbeeld De s zijn niet geschikt voor de toepassing als onderdorpel onder een woningtoegangsdeur. Toepassingsvoorbeeld De is geschikt om hoogteverschillen te beperken tot ten hoogste 20 mm. Het hoogteverschil bedraagt inclusief een eventuele slijtstrip ten hoogste 20 mm, gemeten ten opzichte van het aansluitende terrein. 3.4 PRESTATIES UIT HET OOGPUNT VAN ENERGIEZUINIGHEID ENERGIEZUINIGHEID; BB-Afdeling 5.4 3.4.1 Luchtvolumestroom; BB-artikel 5.4 De bijdrage van kieren en aansluitnaden van de onderdorpels geplaats in het gevelelement aan de luchtvolumestroom bedraagt 0,2 dm 3 /s/m 1 kier/naad (=0,72 m3/h) De bijdrage aan de luchtvolumestroom, bepaald overeenkomstig NEN 2686, bedraagt ten hoogste 0,5 dm 3 /s per m1 aansluitvoeg (= 0,5 dm 3 /s of 1,8 m 3 /h). Het houten gevelelement is geschikt om de luchtvolumestroom van het bouwwerk te beperken tot ten hoogste 200 dm3/s (= 720 m 3 /h). Aanvulling De bijdrage aan de qv-10 waarde van de in combinatie met de toepassing van een enkele naar binnendraaiende deur (54 mm dik) voorzien van een rondgaand kader is 0,06 dm³/m/s. 4 OVERIGE PRESTATIES OP GROND VAN EISEN BRL 0813 4.1 Sterkte van de stijl-dorpelaansluiting (BRL 0813 paragraaf 4.1) De verbinding tussen stijlen en dorpel aansluiting voldoet aan de eisen van sterkte van BRL 0813 indien de maximale afmeting van de kozijnen wordt beperkt tot de volgende afmetingen (bij een glasgewicht van maximaal 40 kg/m²): 2,75 x 2,75 m (h x b) voor de houtsoorten met een minimale sterkteklasse van C24*. 2,75 x 3,00 m (h x b) voor de houtsoorten met een minimale sterkteklasse van D35*. * Voor de sterkteklasse van hout zie de SKH-publicatie 99-05. De verbinding tussen stijlen en dorpel/neut voldoet aan de eisen van sterkte van BRL 0813 4.2 Duurzaamheid van de materialen (BRL 0813 paragraaf 4.2) De duurzaamheid van de materialen van de (laag-reliëf)dorpels voldoen aan de eisen van BRL 0813. 4.3 Duurzaamheid van de stijl-dorpelaansluiting (BRL 0813 paragraaf 4.3) De stijl-dorpelaansluiting van de (laag-reliëf)dorpels voldoen aan de eisen van duurzaamheid van BRL 0813. 4.4 Blijvende vervorming en breuksterkte (BRL 0813 paragraaf 4.4) De blijvende vervorming en breuksterkte voldoen aan de eisen van BRL 0813. De dorpels hebben bij beproeving volgens BRL 0813 een karakteristieke opneembaar moment van: 0,82 knm voor de s met gaten ten behoeve van een ventilatietoevoervoorziening 2,13 knm voor de s zonder gaten
Blad 10 van 14 De blijvende vervorming en breuksterkte voldoen aan de eisen van BRL 0813. De dorpels hebben bij beproeving volgens BRL 0813 een karakteristieke breuksterkte van 3,55 kn in een dikte van 70 mm. De blijvende vervorming en breuksterkte stellen de volgende beperkingen aan de geschiktheid van de dorpel, voor: - hijsvoorzieningen: zie hoofdstuk 2.3; - hijspunten: zie hoofdstuk 2.3; - de noodzaak van een dilatatie: in geval van twijfel en in geval van bijzondere kozijnvormen is een berekening nodig volgens NEN-EN 1991 - de koppeling: als dilatatie; ondersteuning tijdens opslag en transport: de dorpels dienen vlak te worden ondersteund over het volle oppervlak 4.5 Thermische vervorming (BRL 0813 paragraaf 4.5) De thermische vervorming voldoet aan de eisen van BRL 0813. De lineaire uitzettingscoëfficiënt bedraagt voor de 5 tot 20*10-6 m/(m.k)en voor de 10 tot 25*10-6 m/(m.k). Dit brengt geen beperkingen met zich mee voor de geschiktheid van de dorpel voor bepaalde lengtes of toepassingen, de noodzaak van een dilatatie en de montagetemperatuur. 4.6 Lijmbaarheid (BRL 0813 paragraaf 4.6) s zijn te lijmen, overeenkomstig de verwerkingsvoorschriften zoals weergegeven in paragraaf 2.5 van dit attest-met-productcertificaat. De lijmbaarheid is niet gedeclareerd. 4.7 Overschilderbaarheid (BRL 0813 paragraaf 4.7) De dorpel is volgens overschilderbaar. Voorafgaand aan het aanbrengen van het verfsysteem dient de onderdorpel met een reinigingsmiddel te worden ontvet. Overeenkomstig SKH-Publicatie 98-04 dient met regelmaat de hechting van het verfsysteem op de te worden gecontroleerd. De overschilderbaarheid is niet gedeclareerd. 4.8 Interactie inhoudsstoffen (BRL 0813 paragraaf 4.8) De constructie is bestand tegen agressieve inhoudsstoffen van de toegelaten houtsoorten volgens SKH-Publicatie 99-05 en tegen het alkalische milieu in de ruwbouwfase. De interactie met agressieve inhoudsstoffen van de toegelaten houtsoorten volgens SKH-Publicatie 99-05 en tegen het alkalische milieu in de ruwbouwfase is niet gedeclareerd. 4.9 Detaildoorsneden Detaildoorsneden met betrekking tot: - doorsneden; - vakvullingen/bewegingsrichtingen/deurmaten - bouwkundige aansluitingen; van de s zijn opgenomen in bijlage 1 van dit attest-met-productcertificaat, danwel in katern 11 van de KVT. 4.10 Luchtdoorlatendheid volgens BRL 0801 (Houten gevelelementen) De bijdrage aan de luchtdoorlatendheid van de houten gevelelementen is niet groter dan 0,14 dm 3 /m/s (= 0,5 m 3 /m/h) voor de beglazings- en aansluitvoegen en 2,5 dm 3 /m/s (= 9 m 3 /m/h) voor de kieren en sluitnaden, tot een maximale toetsingsdruk over de constructie volgens tabel 5, bepaald overeenkomstig NEN 3660.
Blad 11 van 14 5 WENKEN VOOR DE TOEPASSER 5.1 Toepassing De toepassingsvoorwaarden, die in dit attest-met-productcertificaat zijn opgenomen in acht nemen. 5.2 Bij aflevering van de (laag-reliëf)dorpels inspecteren of: - geleverd is wat is overeengekomen; - de merken en de wijze van merken juist zijn; - de producten geen zichtbare gebreken vertonen als gevolg van transport en handeling. Indien op grond van het bovenstaande tot afkeuring wordt overgegaan, dient contact te worden opgenomen met: Stichting Timmerselektgroep en zo nodig met: de certificatie instelling SKH Kantoorgebouw 'Het Cambium', Nieuwe Kanaal 9c, 6709 PA Wageningen Postbus 159, 6700 AD Wageningen Telefoon: (0317) 45 34 25 E-mail: mail@skh.org Fax: (0317) 41 26 10 Website: http://www.skh.org 5.3 Productcertificaat De producent is verplicht te bevorderen dat de afnemer op het werk de beschikking heeft over een exemplaar van het volledige attest-met-productcertificaat. 5.4 Toepassing en gebruik Transport, opslag en verwerking doen uitvoeren overeenkomstig de verwerkingsvoorschriften, die in dit attest-metproductcertificaat zijn opgenomen. 5.5 Geldigheidscontrole Controleer of het attest-met-productcertificaat nog geldt; raadpleeg de SKH-website: http://www.skh.org. Indien op een bouwproduct een Europese geharmoniseerde technische specificatie van toepassing is mogen de uitspraken in de SKH-KOMO attest-met-productcertificaat niet worden gebruikt ter vervanging van de CE-markering op de bouwproducten en/of ter vervanging van de bijbehorende verplichte prestatieverklaring.
Blad 12 van 14 Bijlage 1; Draaiende delen
Blad 13 van 14 Bijlage 2; Vastglas binnenbelazing
Blad 14 van 14 Bijlage 3; Vastglas buitenbelazing