1. Architectuur; overzicht; stedenbouwkundige kenmerken; gebouwen Oude situatie Masterplan / nieuwe situatie: 169 studio s met bijbehorende zorggerelateerde ruimten In Heel (L) realiseert Daelzicht als onderdeel van de dorpsbebouwing een nieuwbouwwijk, een zorgvuldig ingerichte leefomgeving voor cliënten die beschermd willen wonen. Veel zorgorganisaties verbeteren of versterken hun cliëntgerichtheid via het ontwikkelen van visies, waarden, normen en het organiseren van trainingen die de (zorg)vraag van de cliënt centraal stellen. Maar hoe gaat dat in de vaak weerbarstige praktijk met moeizaam verlopende bouwprocessen? Waarom staat in dit plan de cliënt aantoonbaar centraal? Vier indelingsvarianten: maatwerk binnen confectie Variant model wooneenheid 2 pers. (zelfstandig) Variant 1: wooneenheid 2 personen (zelfstandig) Variant model wooneenheid 2 pers. Gootdetail Geveldetail De in hoevevorm gebouwde woningen (deels al in gebruik genomen) hebben ieder een eigen plaats binnen de locatie. Ze liggen aan een pleintje, patio of straatje, of zijn georiënteerd op groenzones. Door toepassing van bakstenen in drie en dakpannen in twee kleuren ontstaan verschillende straatbeelden. De bouwkundige detaillering is verfijnd om zo de Basis model: 2 wooneenheden kleinschaligheid en het woonkarakter te versterken. De geclusterde, op identieke wijze ontworpen groepswoningen zijn op een heldere, open wijze over de locatie verspreid. Door de routing op het terrein is een goede herkenbaarheid voor de cliënten aanwezig, die door duidelijke herkenningspunten nog zodanig wordt versterkt dat ze gemakkelijk hun weg kunnen vinden. Variant 2: wooneenheid 2 personen Variant model met gezamelijke badkamer Variant 3: wooneenheden met gezamenlijke badkamer Variant model 2 wooneenheden (zelfstandig) Door tussen de woningen gerealiseerde afgeschermde verbindingen hebben de oudere cliënten de mogelijkheid om te dolen zonder te dwalen. Vanuit die visie ontstond tevens de patio-gedachte. Variant 4: 2 wooneenheden (zelfstandig) Verkeersmaatregelen maken doorgaand verkeer op het terrein onmogelijk en waarborgen het verkeersluwe karakter. Basis plattegrond hoevevorm
2. Infrastructuur; kenmerken gebouwen; materialen; comfort Kleuronderscheid en scheidingen tussen rijweg, voeterspaden en parkeerzones De bestaande parkachtige omgeving is door het vele groen behouden. De bomen- en parkstructuur, grote graspartijen, lage groenstroken en beplantingen zijn in het terreinplan geïntegreerd. Zo fungeert de open wigvormige ruimte als groene long en voorziet in de ruimtelijke beleving door versterkende, perspectivische zichtlijnen. De terreinverhardingen (rijweg, voeterspaden en parkeerzones) zijn door kleuren onderscheiden. Scheidingen daartussen waarborgen een voor de gebruikers veilige situatie. Hoogteverschillen en stoepranden zijn waar mogelijk vermeden en indien noodzakelijk op een rolstoelvriendelijke manier overbrugd. Open wigvormige ruimte / groene long Daelzicht ziet wonen als de basis van het cliëntproces. Daarom zijn de woningen voorzien van alle volgens de laatste inzichten noodzakelijke comforteisen, zoals een studio (zit-/slaapkamer: met een eigen rolstoeltoegankelijke badkamer voorzien van toilet, douche en wastafel), volledig ingerichte zorgbadkamers, aansprekende gezamenlijke woonkamers met goed geoutilleerde keukens. Bij de materiaalkeuze zijn naast functionaliteit; deugdelijkheid, molestbestendigheid en (hygiënisch) onderhoud het uitspunt. Hoewel het identieke ontwerpen lijken, zijn er qua indeling van de gebouwen meerdere indelingsvarianten mogelijk. Er is veel diversiteit aanwezig en mogelijk, daardoor wordt de individuele keuzevrijheid verruimd. Rolstoelvriendelijke overbrugging van niveauverschil Zorgbadkamer
3. Interieur Brede deuren Vrijliggende, vanuit de woonkamer zichtbare, rookruimtes Alle gebouwen zijn gelijkvloers, drempelloos en hebben brede en en deuren. De voordeuren zijn voorzien van handbediende deurautomaten. Dit sluit aan bij de zorgvraag van cliënten met een meervoudige beperking. Vlakbij de woningen zijn vrijliggende, vanuit de woonkamers zichtbare, rookruimtes gerealiseerd. Handbediende deurautomaten Bij het ontwerp van de bebouwing is uitgegaan van drie zorgvuldig gedefinieerde leefsferen ; accent op ritme en regelmaat, accent op leren en experimenteren en accent op gemak en comfort. Het desbetreffende leefmilieu wordt op grond van orthopedische literatuur geordend aan de hand van strategieën die hulpverleners praktisch houvast bieden bij het plaatsen van interventies. Elke sfeer kenmerkt zich door specifieke zorg- en ondersteuningsvormen, specifieke woonvoorzieningen met woonprofielen en specifieke cliëntprofielen. Zo worden unieke en speciale wensen gehonoreerd en een plan gecreëerd waarmee ook flexibiliteit in verband met het wijzigingen van doelgroepen in de toekomst gewaarborgd is. Met als resultaat: maatwerk binnen confectie. Bij deze indeling is overigens geen sprake van statische, vastomlijnde structuren. Geen enkele woonvoorziening omvat uitsluitend één leefsfeer. De meeste woonvoorzieningen vertonen namelijk kenmerken van alle leefsferen, waarbij het accent nadrukkelijk op één van de drie leefsferen ligt. De studio-inrichting geschiedt op basis van individuele inrichtingswensen in nauwe samenspraak tussen cliënt, familieleden, teamleiding en begeleiders. Voor de verhuizing is per ruimte een inrichtingstekening gemaakt en daar opgehangen. Dit waarborgt een efficiënt verloop van de verhuizing. Door het meenemen van voor de cliënten duidelijke herkenningspunten in de nieuwbouw ervaren zij de verhuizing bovendien als minder belastend. Woonkamer Dagbesteding Dagbesteding
4. Achtergrond van de gemaakte keuzes: klantgerichtheid; leefsferen Patio Parkachtige omgeving In de beginfase van het Masterplan werd de bouw stopgezet omdat de voor de cliënten vereiste functionaliteit niet werd gerealiseerd. Pas daarna kreeg het project, na een grondige heroriëntatie, overleg tussen alle betrokkenen en herziening van de plannen, zijn huidige vorm. Vervolgens kende de bouw een doorstart. De heroriëntatie werd gebaseerd op de terzelfder tijd ontwikkelde nieuwe zorgvisie. Dat blijkt in dit plan uit de integrale aanpak wat betreft inhoud, proces en uitvoering. Het statische milieu (locatie, infrastructuur, gebouwen en interieur) is namelijk afgestemd op en ondersteunt het dynamisch milieu (contact en interactie tussen de leefgroepleden, de professionals en uitwisseling tussen die twee). wonen, werken, vrije tijd, mantelzorg en vrijwilligerswerk met elkaar zijn verbonden en één organisch geheel vormen. Qua huisvesting richt die zorgvisie zich zo op het scheppen en in stand houden van (voorwaarden voor) een leefmilieu waarin cliënten zich kunnen handhaven en ontwikkelen. Op grond hiervan werden de eerder genoemde leefsferen onderscheiden. Via de indeling in leefsferen wordt toegewerkt naar leefgemeenschappen waarin (binnen de belevingswereld en de behoefte van de individuele cliënt) Eigen rolstoeltoegankelijke badkamer Zit-/slaapkamer: kamerzijde
5. Visie op huisvesting Patio Huisvesting dient in de zorgvisie van Daelzicht een toegevoegde waarde te hebben voor de realisatie van de leefsferen. De programma s van eisen (voorheen enkel technisch ontworpen), dienen nu op leefsferen gericht en zo flexibel te zijn dat gebouwen aan de gewenste sfeer aangepast kunnen worden. Dat geldt ook voor het interieur. De woninginrichting moet worden afgestemd op de belevingswereld van de cliënt en bijdragen aan de realisatie van de gewenste leefsferen. Een externe interieurarchitect heeft daarom Zit-/slaapkamer: pantry zijde samen met cliënt(vertegenwoordigers) en andere betrokkenen een programma van eisen c.q. ontwerp opgesteld om de vastgestelde leefsferen te realiseren en te ondersteunen. Het centraal stellen van het cliëntproces gekoppeld aan de ondersteunende huisvesting leidde ertoe dat elke cliënt een studio krijgt die aansluit bij haar/zijn situatie en wensen. De cliënt kan ervoor kiezen om deel uit te maken van een (woon) groep en kan daarnaast gebruik maken van de voorzieningen in de eigen nieuwbouwwijk of die van het dorp. Cliënten, verwanten, vrijwilligers, personeel, managers en dorpsbewoners zijn op die manier geen aparte groepen, maar vormen samen een leefgemeenschap. Sommigen leven daarin, anderen werken er. Hoevevorm Snoezelruimte