Reader/begrippenlijst periode 4 toetsweek :



Vergelijkbare documenten
Roncalli mavo Tekenen/Kunstgeschiedenis klas 3.

Roncalli mavo Tekenen/Kunstgeschiedenis. Reader/begrippenlijst periode 1 toetsweek :

Begrippenlijst periode 1. Tekenen Klas 2, Roncalli mavo. Vorm

Begrippen tekenen periode 4 VORM COMPOSITIE RUIMTE. Vorm. Silhouetten

theorie tekenen onderbouw

Beeldende Begrippen 11 JUNI 2015 KHP VERSLAG, PERIODE TEXTIEL. DAVID WEEL l 10E

Hoe ga je te werk? - Bekijk de afbeeldingen van de kunstwerken van dansers (Degas, Segal, Nikki da St. Phalle).

Bram Vrielink Jim Bloemen 2de

beeldanalyse-kunstbeschouwing

Figuratief. Een figuratieve afbeelding vertoont duidelijke overeenkomsten met de werkelijkheid. Het is afgebeeld zoals het is.

5.7. Boekverslag door J woorden 3 februari keer beoordeeld

ORGANISCHE VORMEN RONDE, GEBOGEN VORMEN, VORMEN DIE ONTLEEND ZIJN UIT DE DIEREN EN PLANTENW ERELD.

BASISREADER KG: BEELDEND

KIJKWIJZER BEELDASPECTEN

Samenvatting CKV Vorm en ruimte (Beeldende begrippen)

KIJKWIJZER SCHILDERIJ CKV 1 opdracht Cijfer:

ZOEKEN NAAR DE VOLMAAKTE VORM NIVEAU ++

Kunst in de 20 e eeuw

ZOEKEN NAAR DE VOLMAAKTE VORM NIVEAU ++

Kunstenaar 1... adres.. Kunstenaar 2. Kunstenaar 3... Kunstenaar 4 (reserve)..

R u i m t e. Kunst BV

Paul Cezánne, de vader van de moderne kunst.

Thema: Vormgeven. Beeld en kunst

Begrippenlijst 6 Massamedia Klas 3

overlapping voor- en achtergrond (groot voor, klein achter) afsnijding perspectief (kleur-, lijn-, atmosferischperspectief)

Mens in actie. Zo groot ben jij!

Meetkunst. Les 2 Van kunst naar ruimte. Weergeven op schaal en in perspectief

Ensor en Spilliaert museumvleugel in Mu.ZEE Voorbereiding van het museumbezoek in de klas - secundair onderwijs -

4. In de les krijg je een oefentoets die je op weg helpt met het leren en toepassen van de begrippen.

7. IMPRESSIONISME & EXPRESSIONISME. KLU Inleiding Kunstgeschiedenis Hanneke Lenders

Raster: een glasplaat of folie met een daarop aangebrachte, regelmatige zwarte structuur. Gedrukte versies noemen we een raster.

rijks museum Verwerkingsmateriaal Examentour VWO ANTWOORDMODEL VERSIE A + B Visuele analyse van schilderkunst in de 17DE, 19DE en 20STE eeuw 1/5

Autonomie & Abstractie

Henry Milner uitwerking in materialen van de verbeelding door El Lissitzky van de nieuwe mens

Syllabus Beeldend 2havo/vwo ter voorbereiding op toets Beeldend in toetsweek

Tekenen - Begrippenlijst

BEELDASPECTEN HANDENARBEID TEKENEN BOVENBOUW

beeldende vormgeving Naam:...Klas... Deze periode gaan we ons bezig houden met het menselijk lichaam en met enkele details.

7.1. Schilderijverslag door een scholier 2113 woorden 24 juli keer beoordeeld. Bos bij Oele. 1)Wat is het voor een kunstwerk?

Museumles. Instructie individuele opdracht: blij. Welkom het museum.

- schilderijen - Voortgezet. Onderwijs

Visuele analyse van schilderkunst in de 17de, 19de en 20ste eeuw

Meetkunst. Les 3 Van ruimte naar plat. Ruimtesuggestie op het platte vlak

Workshop Schilderen. Succes! Beste docent,

WAARNEMEN SCHETS DE LIJN PERSPECTIEF EN RUIMTELIJKHEID COMPOSITIE KLEUR MUZIEK EN ABSTRACTIE

Thema 1: De Moderne, de eerste helft van de twintigste eeuw

Vorm & Interactie, 2013 Spelen met vorm. Zsa Zsa Linnemann Robert Crain

BREED EN AVONTUURLIJK KIJKEN! - 3 min.

DE STIJL OF TOCH JE EIGEN STIJL? NIVEAU ++

Schilderkunst. 1. Definitie TOEGEPAST. Bouwstenen om naar de schilderkunst te leren kijken. SCHILDERIJ: FIGURATIEF ABSTRACT:

1 Het classicisme ( )

rijks museum Verwerkingsmateriaal Examentour VWO versie b Visuele analyse van schilderkunst in de 17de, 19de en 20ste eeuw 1/5

Geabstraheerd: beschrijf de voorstelling en wijze van abstractie K2. beschrijf de voorstelling en wijze van abstractie

Expressionisme. Vanaf 1900

DE STIJL OF TOCH JE EIGEN STIJL? NIVEAU ++

Tekst tussen hoekige haakjes [] hoeft niet in jouw antwoorden te staan. Deze tekst is een nadere uitleg of een voorbeeld.

Taxonomie van Bloom Vragen stellen: starters van King Groepswerk Kunstgeschiedenis: lesdoelen + leerinhouden

ART HISTORY de twintigste eeuw. H4-cp3 H4 Expressionisme

Deze lesstof is in de teken- en handvaardigheid lessen in het afgelopen schooljaar behandeld.

Kijkwijzer beeldbeschrijving

DE STIJL OF TOCH JE EIGEN STIJL? NIVEAU ++

Een tertiaire kleur is een kleur die uit menging van de drie primaire kleuren wordt verkregen, zoals bruin.

SPIEGEL AAN SCHERVEN

De hier getoonde tekeningen zijn allemaal afkomstig uit schetsboeken van Rustin. Ze zijn gemaakt in de periode

KIJKWIJZER BEELDENTUIN ZIE... DE MENS. In de beeldentuin van Museum de Fundatie staan veel beelden met als onderwerp: de mens.

Kröller - Müller museum. van Oscar Zuethoff uit klas B2G

CKV Programma. Programma 2015 voor de thuisblijvers van de meerdaagse reis.

Praktische opdracht CKV Voorstelling (beeldende begrippen)

TEKENEN. beeldende vorming. hoofdstuk 15:Yellow Submarine. 3de klas

Praktijkopdracht 1 - kleur

EMOTIE IN KUNST EMOTIE IN KUNST KIJKEN, VOELEN KIJKEN VOELEN SAMENWERKEN WETEN NADENKEN

Scriptie CKV Kandinsky

De afbeeldingen staan zwart/wit op een los blad. Ze staan in KLEUR op de website van tekenen en de ELO

Samenvatting CKV 19e eeuw: neoclassicisme

(de armen en het geld) Kunstgeschiedenis Danique Voorthuijzen Jaar 1

CURSUS PORTRETTEKENEN

Begrippenlijst periode 3 - Licht Vorm - Structuur. Lichtval

Opdracht Beeldende vorming Licht en Ruimte in de Beeldende Kunst

Meetkunst Les 4 Spelen met perspectief

WERKBOEK REFLECTIE Middeleeuwen Gotiek-3 Powerpoint: KG03_2_GOTIEK_BOEK_3.ppt REFLECTIE_WB_KG03_2_GOTIEK_BOEK_3_ppt.doc; v1: 0307

Basis workshop fotografie. Fotograferen is niets meer dan beelden vangen.

Syllabus 3 gymnasium toets beeldend

ART HISTORY DE TWINTIGSTE EEUW. H4 algemeen deel Hoofdstuk 4 Expressionisme - Kunst en gevoel.

KLEUR. - Uitleg begrippen - Opdracht 1 - Opdracht 2

Postzegel. Digitaal (Ontwerpen en) Bewerken. De Rooi Pannen Vormgeving VRP/MRP/SIS/MSI

oo TT 3-D Ta Van 2- D naar 3- D

schetsboekje CURSUS REISIMPRESSIES VASTLEGGEN

5.5. Samenvatting door een scholier 1749 woorden 2 december keer beoordeeld. Kunstgeschiedenis

Begrippenlijst 5 Massamedia Klas 3

ANDERS BEKEKEN WAGENSTRAAT AT DEN HAAG T E ANDERSBEKEKEN@REAKT.NL W CURSUS ABSTRACT ANDERS BEKEKEN

De geschiedenis van het Kröller-Müller

Stromingen in vogelvlucht

China. Landschapsschildering. Vakgebied: Beeldende Vorming. Lesduur: 60 minuten

Kijkwijzer. niveau** BEELDBESCHRIJVING SCHILDERIJEN. SPECIAL: Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst Noot voor de leerling

Surrealisme ( )

Vanuit de lucht, een project over compositie en structuur

LIJST BEGRIPPEN FICHE X WWW ZOEKEN

Les 7- Spiegeltje, spiegeltje wat zie ik?

ART HISTORY DE TWINTIGSTE EEUW. H4 algemeen deel Hoofdstuk 4 Expressionisme - Kunst en gevoel.

Transcriptie:

Roncalli mavo Tekenen/Kunstgeschiedenis. Klas 3 Reader/begrippenlijst periode 4 toetsweek : Hoe moet je leren??? De begrippen zijn bij deze toets gekoppeld aan de kunststromingen van de kunstpromotie. Als voorbereiding op de toets moet je de begrippen uit de reader kennen en kunnen toepassen aan de hand van een voorstelling. Het is dus belangrijk dat je elk begrip in eigen bewoordingen kan uitleggen voordat je aan de toets begint. De beeldaspecten komen in deze toets tevens terug. Deze moet je weten en kunnen toepassen aan de hand van een voorstelling. Succes

KUNSTGESCHIEDENIS >Kunststroming: De kunstgeschiedenis is opgedeeld in kunststromingen. Bij elke kunststroming hoort een bepaalde periode die aangegeven wordt met jaartallen en een naam. Een kunststroming is een beweging en stijl van een groep kunstenaars in een bepaalde periode. Het werk van deze kunstenaars heeft overeenkomstige kenmerken (eigenschappen) die en passen binnen de tijd waarin het is gemaakt. >Kenmerken kunststroming: Elke kunststroming hoort bij een bepaalde periode. De werken van de verschillende kunstenaars uit zo n periode hebben verschillende overeenkomsten en eigenschappen waarin je de tijd en stroming kan herkennen. Vaak maken ze gebruik van dezelfde beeldaspecten. In het werkstuk, kunstpromotie, hebben jullie zelfstandig drie kunststromingen bekeken. Hieronder staan deze kunststromingen en de kenmerken kort beschreven. Aan de hand van een afbeelding moet je de kenmerken en beeldaspecten kunnen beschrijven. Leer de kenmerken van het expressionisme, kubisme en surrealisme uit je hoofd. Zorg ervoor dat je bij het zien van een voorstelling meteen kan herkennen tot welke kunststroming deze behoord en welke kenmerken er in terug te vinden zijn.

>Expressionisme (1910-1920) Stroming aan het begin van de 19 de eeuw die is ontstaan in Frankrijk. De expressionisten verzetten zich tegen de natuurgetrouwe weergave (=realistisch weergeven). Ze schilderde vaak in vereenvoudigde vormen (=abstraheren) en met krachtige felle kleuren. De naam expressionisme is afgeleid van het begrip expressie: >Expressie*: ex` pres - sie («Frans) de -woord (vrouwelijk) expressies 1 uitdrukking van het gelaat; 2 uitdrukking van de taal, gezegde; gevoelsuitdrukking. Vanuit het woord expressie heeft de kunstroming zijn naam gekregen. Binnen het expressionisme speelt het uiten van de persoonlijke gevoelens een belangrijke rol. Dit is terug te zien in het felle kleurgebruik en de niet natuurgetrouw weergave. Hieronder zie je 3 voorbeelden: Afb 1: de schreeuw van Munch, Afb 2 Vrouwen met gitaar, Matisse,Afb 3: Sterrennacht, Van Gogh. Koppel de kenmerken nu aan de afbeelding: Kenmerken:zie afbeeldingen > Afb 1: de schreeuw, Munch: Uiten van gevoelens door middel van vorm en kleur > Afb 1, 2, 3: geen natuurgetrouwe weergave. > Afb1, 2, 3: gebruik van felle kleuren > Afb 1, 2 en 3. Zie gezichten en vormen. Abstraheren en versimpelen van de vorm > Afb2: inspiratie bij andere culturen: oriëntaalse en primitivisme > Zie Afb 2: geen toepassing van het perspectief: platte vlak Voorbeelden:

Kubisme (1910-1914) De naam kubisme is afgeleid van het woord kubus: dit omdat de kunstenaar hun beeld versimpelde tot geometrische vormen. In het kubisme wordt de voorstelling dus vereenvoudigen en geabstraheerd. Ze halen de diepte uit het schilderij, waardoor het een plat vlak leek. Er wordt dus niet meer gebruik gemaakt van het lijnperspectief om ruimte en diepte op het platte vlak te suggereren. De kunstenaars laten deze regels los en schilderen een voorwerp of persoon vanuit verschillende standpunten en aanzichten. Dit zie je ook in het schilderij van Picasso: de gezichten van de vrouwen zijn weer gegeven vanuit verschillende standpunten in een beeld. Zo zie je de neus van de zijkant, de ogen van voor. De vormen van de lichamen van de vrouwen in Picasso s schilderij zijn vereenvoudigd en hoekig gemaakt. Hier zie de toepassing van de geometrische vormen in terug. In het latere kubisme (synthetische kubisme) maken ze gebruik van collage techniek. Bekende kunstenaars zijn o.a. Picasso, Braque en Cezanne >z.o.z kubisme..

>Surrealisme (vanaf 1924) Kenmerken kubisme: > Abstraheren en vereenvoudigen van de voorstelling > Het toepassen van een verwarrend perspectief door een voorwerp in een beeld vanuit verschillende standpunten weer te geven. >Vormen vereenvoudigen tot geometrische vormen > Vroege kubisme zijn de kleuren somber: bruin, aarde en zwart en grijs tinten. > Later Kubisme (synthetisch kubisme) felle kleuren en collage techniek. > Vaak portretten en stillevens In het surrealisme werd er gezocht om naar middelen om de fantasie te prikkelen. De schilderijen zijn heel realistisch en gedetailleerd geschilderd. De combinatie van beelden is vaak vervreemdend. Op wikipedia wordt dit als volgt beschreven. De beelden zijn vaak droombeelden die vanuit het onderbewuste worden gesimuleerd. De kunstenaars halen inspiratie uit dromen en het associëren (ideeën opdoen). Surrealisten proberen in kunst hun fantasie zoveel mogelijk de vrije loop te laten. Belangrijke kunstenaars van deze stroming zijn: Salvador Dali, Renee Magritte.

Beeldbeschouwing: >Voorstelling: Een voorstelling bij het vak tekenen is een afbeelding van een kunstwerk. Deze afbeelding van een kunstwerk kan een nabootsing van de werkelijkheid, of een gefantaseerde werkelijkheid zijn. >Beeldbeschrijving: Bij een vraag over de voorstelling geef een beschrijving wat je ziet. Hierbij bekijk je de afbeelding van links naar rechts en benoem je alles wat je ziet. Het benoemen doe je zonder dat je er iets bij verzint. >Beeldaspecten: Een onderdeel waaruit een beeld is opgebouwd; beeldaspect kan alleen in combinatie met andere beeldaspecten worden gebruikt. (Beeldaspecten zijn dus : alles wat met de vorm en vormgeving van de voorstelling te maken heeft. Bij het bekijken van een voorstelling kijk je bij de vormgeving naar de volgende beeldaspecten: vorm, kleur, ruimte, licht, compositie, techniek (materiaal). >Compositie: De manier waarop je de belangrijkste vormen en kleuren op je blad/ schilderij bij elkaar zet. Het ordenen van het beeld. Bij een composite kijk je naar de meest dominate richting of lijn. In de toets wordt a-symmetrische compositie niet goed gerekend omdat bijna elke compositie dat is. Kijk dus naar de meest voorkomende richting: horizontale- (vaak landschappen), driehoek- (vaak bij een groep figuren), centrale- (vaak bij een portret), diagonale-, verticale-, overall- (dat het overduidelijk doorloopt buiten het kader, er is veel afsnijding) en symmetrische-compositie.

>Ruimtelijkheid: Iets suggereren is een idee geven van. Bij ruimtesuggestie geef je doormiddel van het toepassen van een beeldelement het idee van ruimte op een plat vlak. Ruimtesuggestie is dan ook een van de beeldaspecten die de kunstenaar gebruikt en toepast bij het maken van zijn of haar voorstelling. Voorbeelden van ruimte suggestie zijn o.a.: > Afsnijding (valt buiten het kader van de voorstelling) > Overlapping (voorwerpen voor en achter elkaar afbeelden) > Perspectief: lijnperspectief, verkorting (iets weergeven dat verkort wordt afgebeeld), en kleurperspectief. > Verkleining (afbeelden van groot naar klein). > Ruimtesuggestie doormiddel van vervaging (atmosferisch perspectief). Tip!! Let op er zitten altijd meerdere ruimtesuggesties in een voorstelling. Deze moet je kennen en herkennen. Leer daarom de bovenstaande middelen om ruimte te creëren dus uit je hoofd en pas deze als oefening hieronder toe. Materialen en techniek >Schetsmatig: Bij schetsmatig werken wordt er en snelle, voorlopige indruk van het uiteindelijke werkstuk vastgelegd. Een schets of schetsmatig werk is niet gedetailleerd of uitgewerkt. >Lineair Lineaire vormgeving bestaat hoofdzakelijk uit lijnen. De lijnen kunnen vlak zijn, zoals bij een tekening.

>Lijnstructuur, arcering: Bij de lijnstructuur wordt het vlak gevuld met een structuur van lijntjes. Sommige lijn structuren worden ook wel arceringen genoemd. >Organische vorm: Organische vormen zijn vaak afgeleid van de natuur: plantaardige, dierlijke of menselijke vormen. Organische vormen zijn vaak rond, sierlijk vloeiend en grillig. >Geometrische vormen. Geometrische vormen zijn afgeleid van de wiskundige figuren: driehoek, cirkel, rechthoek, vierkant etc. >Stileren: is het strak maken van de vorm en het weg laten van onnodige details.

>Figuratief: Een figuratieve vorm kun je gelijk herkennen. Let op: in het woord figuratief zit het woord figuur. Bij een figuratieve voorstelling zie je meteen wat iets voorstelt. Je ziet wat het is of wat de voorstelling inhoudt. Hieronder zie je een aantal figuratieve voorstellingen. Deze voorstellingen zijn schilderijen van Degas, Van Gogh en Lichtenstein. Bekijk de voorstellingen en je ziet meteen wat de vormen voorstellen; dansers, boom en het gezicht van een vrouw: >Abstract: Het tegenovergestelde van figuratief (herkenbare voorstelling) is abstract. Een abstracte voorstelling vertoont geen enkele overeenkomst met de zichtbare werkelijkheid. Een abstracte voorstelling is dus niet herkenbaar en bestaat uit enkel uit abstracte vormen: vlakken, kubus, vierkant, lijnen, cirkels. Hieronder zie je een aantal abstracte voorstellingen. Dit zijn schilderijen van Kelly, Pollock en Mondriaan. Kijk maar goed deze afbeeldingen bestaan alleen uit lijnen, kleurvlakken, verf spetters en vormen: >Abstraheren: Abstraheren is het versimpelen van de vorm. Je kan nog wel zien waar de voorstelling van afgeleid is. Bijvoorbeeld een protret. De vormen zijn echter versimpeld en komen niet meer overeen met de werkeljkheid. In de westerse kunst ontstond aan het begin van de 20ste eeuw het eerste abstracte werk. (Kandinsky). De kunstenaars werkten steeds minder naar de waarneming en steeds meer naar de verbeelding. Door de voorstelling los te laten en kleur, licht en vorm op een ongebruikelijke manier te gebruiken, verdween de herkenbare werkelijkheid als inspiratiebron. De grens tussen zuiver figuratief en abstract is soms moeilijk te bepalen, vooral als het gaat om expressief werk. In abstracte werken zijn soms figuratieve voorstellingen te herkennen. Einde