OPLEIDING. WFt Schade



Vergelijkbare documenten
Opleiding WFt Schade particulier

VERZEKERINGSTECHNISCHE RISICOANALYSE PARTICULIEREN

Een compleet pakket van verzekeringen

Driekleur Privé Compleet Plan

PE Wft-Schadeverzekeringen Periode t/m Deelmodule Schade Particulieren. Onderdeel a. Bezitsverzekeringen

VvBO Verbond van BeveiligingsOrganisaties

Productwijzer Motorrijtuigenverzekering (WAM-verzekering)

De heer E.R. de Roos Burg. Penstraat AN BAARN

Allianz Nederland Verkeer- en Privéverzekeringen. Collectieve. Pleziervaartuigenverzekering

Guijt & Thuis Voordeelpakket voor particulieren

DOORLOPENDE REISVERZEKERING EN ANNULERINGSVERZEKERING OVERIGE RECREATIEVERZEKERINGEN UITVAARTVERZEKERING

Het Verzekeringspakket

De Noordhollandsche. de zekerheid van prettig zakendoen! Productleeswijzer Motorrijtuigen verzekering

motorrijtuigverzekering

Allianz Nederland Verkeer- en Privéverzekeringen. Collectieve. Motorverzekering

Dienstenwijzer Bedrijf

Het Lukassen & Boer Zorgeloos Zeker Pakket

Allianz Nederland Verkeer- en Privéverzekeringen. Collectieve. Autoverzekering

Camper verzekering. - Drie jaar aanschafwaardegarantie - Snelle opbouw no-claimkorting - Uitgebreide Inventarisdekking

Productwijzer Motorrijtuigenverzekering

Premieoverzicht. ZLM Totaalpakket

Allianz Nederland Verkeer- en Privéverzekeringen Het Collectief Verzekeringsplan

Bestelautoverzekering

U zorgt voor veiligheid op straat.

TOELICHTING BEWONERSVERZEKERINGEN

Het gemak van de complete Combipolis

U zorgt voor veiligheid op straat. Maar bent u zelf wel goed verzekerd?

Antwoorden op veelgestelde vragen bij de omzetting van particuliere polissen naar ZPP van Nationale Nederlanden.

Auto verzekering. - No-claimbeschermer - Unieke Unigarant Schadeservice - Hoge instapkorting van 35% - Tot 80% No-claimkorting

Wonen. London Verzekeringen voor optimaal woonplezier

Allianz Nederland Verkeer- en Privéverzekeringen. Collectieve Caravanverzekering

De Keyzer Zakelijk Pakket

De ANWB Camperverzekering

Zekerheidspakket voor MKB ers in de zorg en uiterlijke verzorging

Brochure service dienstverlening

Productwijzer Schadeverzekering inzittenden (SVI) OVZ verzekeringen

Fortis ASR Archimedeslaan BA Utrecht (09-06)

ZLM als tussenpersoon

Klaverblad Verzekeringen. Fietsverzekering

Convenant Regeling administratiekosten

Opleiding WFt Schade bedrijven

Maatwerk in zekerheid

Workshop: Risicobeheersing met leveringsvoorwaarden

Tarievenkaart Privé Pakket

Dienstenwijzer. MORRA 2-33 POSTBUS AS DRACHTEN T F info@poelmanassurantien.nl

Tarieven. Woon- en Recreatiepakket en Totaalplan

Interpolis Alles in één Polis

Dienstenwijzer Kraan Assurantiën

Kamer van Koophandel In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staan wij geregistreerd onder nummer

POLITIEVERZEKERING PREMIEOVERZICHT. Premie p Per. Basispremie e 0,60 e 1.000,00 10% aanvullende uitkering e 0,10 e 1.000,00

Productwijzer Rechtsbijstand in het verkeer

Productwijzer Rechtsbijstand in het verkeer

Productwijzer Rechtsbijstand in het verkeer

Hieronder volgt onze uitleg over het Serviceabonnement voor particulieren.

Optimaal voordeel met de Profijtpolis

GENERALI ÉÉN-GEZINS-POLIS

De echte motorverzekering van REAAL. Motorverzekering

Clausules Allianz Benelux N.V. Inhoudsopgave

Dienstenwijzer/Dienstverleningsdocument

Productwijzer Aansprakelijkheidsverzekering Particulier (AVP)

Productwijzer Aansprakelijkheidsverzekering

<<>> HOBRO Hypotheken & Assurantiën BV

Landmateriaalverzekering

Productwijzer Aansprakelijkheidsverzekering. Particulier (AVP)

Productwijzer collectieve WIAexcedentverzekering. voor werknemers

Dienstverleningsdocument Kantoor Peters

Verkeer. London Verzekeringen voor uw deelname aan het verkeer

Verkeer. London Verzekeringen voor uw deelname aan het verkeer

Productwijzer Aansprakelijkheidsverzekering

Productwijzer Rechtsbijstand in het verkeer

Afspraken worden in overleg gepland op werkdagen tussen uur en uur

ArtsenPraktijkPakket!

Convenant. motorrijtuigenverzekering. 1 juni 2010

Productwijzer Schadeverzekering inzittenden (SVI)

Dienstenwijzer Van den Beukel Assurantien B.V.

Dienstenwijzer Van den Beukel Assurantien B.V.

Convenant Regeling administratiekosten

: geboortedatum : beroep. : naam geboortedatum m/v : naam geboortedatum m/v : naam geboortedatum m/v

Klaverblad Verzekeringen. Royaal autoverzekering

Prijs van de verzekering

DSM ASSURANTIËN HET AANSPREEKPUNT VOOR PARTICULIERE VERZEKERINGEN

Voorwaarden Schadeverzekering

Transcriptie:

OPLEIDING WFt Schade

OPLEIDING WFt SCHADE PARTICULIER

Lindenhaeghe, januari 2012 ii Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE 1 RISICOBEHEER PARTICULIEREN 1 1.1 Risicobeheer 1 1.2 Risico-inventarisatie 2 1.2.1 Risico s die de bezittingen bedreigen 2 1.2.2 Risico s die te maken hebben met de gezondheid 3 1.2.3 Risico s die het vermogen rechtstreeks bedreigen 3 1.3 Risicoanalyse 3 1.4 Maatregelen ter voorkoming of beperking van risico s 4 1.4.1 Organisatorische maatregelen 5 1.4.2 Bouwkundige en technische maatregelen 5 1.5 Verbeterde risicoklassenindeling 2009 voor woningen en bedrijven 6 1.5.1 Verbeterde risicoklassenindeling (VRKI) 6 1.6 Het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) 7 1.6.1 Nieuwe schema s Politiekeurmerk Veilig Wonen 8 1.7 Zelf dragen of overdragen 9 1.8 Klantcontact in verband met risicobeheer 9 1.9 Het advies 10 1.10 Zelftoets 11 1.10.1 Antwoorden op de zelftoets 13 2 AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT 15 2.1 Contractuele en wettelijke aansprakelijkheid 16 2.1.1 Bronnen van verbintenissen 18 2.2 Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid 19 2.2.1 Onrechtmatige daad 20 2.2.2 Vorderingen op grond van een onrechtmatige daad 27 2.3 Groepsaansprakelijkheid 27 2.4 Aansprakelijkheid voor daden van anderen 28 2.4.1 Aansprakelijkheid voor kinderen 28 2.5 Aansprakelijkheid voor zaken 29 2.5.1 Aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken 30 2.5.2 Aansprakelijkheid voor gebrekkige onroerende zaken 30 2.5.3 Aansprakelijkheid voor dieren 34 2.5.4 Tijdelijke regeling verhaalsrechten (art. 6:197 BW) 34 2.6 Vorderingsrecht 36 2.6.1 Vorderingsrecht bij letselschade 36 2.6.2 Subrogatie, cessie en eigen recht 38 2.6.3 Duur afwikkeling van een letselschade 39 2.6.4 Beginselen van de Gedragscode Behandeling Letselschade 39 2.6.5 Keurmerk Letselschade 42 2.6.6 Vorderingsrecht bij overlijdensschaden 42 2.7 Wet deelgeschillenprocedure voor letsel- en overlijdensschade 42 2.8 Zelftoets 44 2.8.1 Antwoorden op de zelftoets 45

3 AANSPRAKELIJKHEID EN DE PARTICULIER 49 3.1 Aansprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren (AVP) 50 3.1.1 De verzekerde hoedanigheid 50 3.1.2 De kring der verzekerden 51 3.1.3 Verzekerde schade 52 3.1.4 In- en uitlooprisico 53 3.1.5 Vriendendienst 53 3.1.6 Sport en spel 55 3.2 Premie en eigen risico 56 3.3 Uitsluitingen binnen de AVP 56 3.3.1 Uitsluiting opzet 56 3.3.2 Uitsluiting opzicht 59 3.3.3 Uitsluiting motorrijtuigen 60 3.4 Overige uitsluitingen binnen de AVP 62 3.4.1 Luchtvaartuigen 62 3.4.2 Molest en atoomkernreacties 63 3.4.3 Wapens 63 3.4.4 Emigratie 64 3.4.5 Zaakschade bij verzekerden onderling 64 3.4.6 De gevolgen van het Hangmat-arrest voor de AVP 64 3.4.7 Schademelding 65 3.5 Zelftoets 66 3.5.1 Antwoorden op de zelftoets 67 4 HET NEDERLANDSE RECHTSSTELSEL EN RECHTSBIJSTAND 69 4.1 De rechtsbronnen 70 4.1.1 Wetten 70 4.1.2 Jurisprudentie 70 4.1.3 De gewoonte 70 4.1.4 Verdragen 70 4.2 Publiekrecht en privaatrecht 71 4.2.1 Samenloop strafrecht en privaatrecht 71 4.2.2 De onderlinge verhouding binnen het recht 71 4.2.3 De rechtsgang 72 4.3 Rechtsbijstandverzekeringen 75 4.3.1 De kring der verzekerden 76 4.3.2 De omschrijving van de dekking 77 4.4 Specifieke Europese richtlijnen 79 4.4.1 De geschillenregeling 79 4.4.2 Geen vrije advocaatkeuze 80 4.4.3 Belangenconflict 81 4.4.4 Overig 82 4.5 Invoering Kwaliteitscode Rechtsbijstand 83 4.6 Letselschade Infowijzer 84 4.7 Zelftoets 86 4.7.1 Antwoorden op de zelftoets 87 Lindenhaeghe, januari 2012 iii Inhoudsopgave

5 MOTORRIJTUIGENVERZEKERINGEN: WETTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID 91 5.1 Motorrijtuigenverzekeringen 92 5.1.1 Inleiding 92 5.2 Wettelijke aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 93 5.2.1 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen 93 5.2.2 De verzekeringsverplichting 94 5.2.3 De verzekerde personen binnen de WAM 95 5.2.4 Het Waarborgfonds Motorverkeer 106 5.2.5 Het rechtstreekse vorderingsrecht 108 5.2.6 Bedrijfsregelingen 109 5.2.7 Overige WA-verzekeringsvoorwaarden 115 5.2.8 Rialto 117 5.3 Zelftoets 118 5.3.1 Antwoorden op de zelftoets 119 6 MOTORRIJTUIGENVERZEKERINGEN: CASCO, UITSLUITINGEN EN PREMIE 123 6.1 Motorrijtuigenverzekering met cascodekking 124 6.1.1 De acceptatie van een verzekering 124 6.1.2 Soort cascodekking 124 6.2 Uitsluitingen motorrijtuigenverzekeringen 131 6.2.1 Algemene uitsluitingen 132 6.2.2 Uitsluitingen binnen de WA-dekking 133 6.2.3 Uitsluitingen binnen de cascodekking 135 6.3 Premiestelling motorrijtuigen 137 6.3.1 Het soort motorrijtuig 138 6.3.2 En bloc-bepaling 139 6.3.3 Oldtimers en klassiekers 139 6.3.4 De gekozen dekking 139 6.3.5 Het gebruik van het motorrijtuig 140 6.3.6 Individuele post of een collectiviteit 140 6.3.7 Inclusief of exclusief btw 141 6.3.8 De leeftijd van de regelmatige bestuurder 141 6.3.9 Bonus-malusladder, inschaling en het aantal schadevrije jaren 141 6.3.10 No-claimbeschermer als aanvullende dekking 145 6.3.11 Oorspronkelijke cataloguswaarde/premiegrondslag 145 6.3.12 Hoogte van het eigen risico 146 6.3.13 De tweede gezinsauto 147 6.3.14 Leaseauto s 147 6.3.15 Termijnbetaling 147 6.3.16 Aanvullende verzekeringen 147 6.4 Zelftoets 148 6.4.1 Antwoorden op de zelftoets 149 Lindenhaeghe, januari 2012 iv Inhoudsopgave

Lindenhaeghe, januari 2012 v Inhoudsopgave 7 ART. 185 WVW EN MOTORRIJTUIGENGERELATEERDE VERZEKERINGEN 151 7.1 inleiding 151 7.2 Wanneer is artikel 185 WVW van toepassing? 152 7.2.1 Motorrijtuig waarmee aan het verkeer wordt deelgenomen 152 7.2.2 Openbare weg 152 7.2.3 Verkeersongeval 153 7.2.4 Uitsluitingen 153 7.2.5 Overmacht 154 7.2.6 Eigen schuld benadeelde 155 7.2.7 100% regel 155 7.2.8 50%-regel 156 7.2.9 Reflexwerking artikel 185 WVW 157 7.2.10 Regresnemers en artikel 185 WVW 157 7.3 Motorrijtuigengerelateerde verzekeringen 158 7.3.1 Ongevallenverzekering voor inzittenden (OVI) 158 7.3.2 Schadeverzekering voor inzittenden (SVI) 159 7.3.3 Motorrijtuigenrechtsbijstandverzekering 160 7.3.4 Verkeersrechtsbijstandverzekering 163 7.4 Zelftoets 164 7.4.1 Antwoorden op de zelftoets 165 8 WOONHUIS- EN INBOEDELVERZEKERINGEN 169 8.1 De verzekerde hoedanigheid 170 8.1.1 Opstal 170 8.1.2 Inboedel 173 8.1.3 Geld, motorrijtuigen, vaartuigen en levende have 173 8.1.4 Huurdersbelang 174 8.2 Dekkingsmogelijkheden en -beperkingen 174 8.2.1 Brand, ontploffing en blikseminslag 175 8.2.2 Brand en vliegtuigschade 175 8.2.3 Brand, storm en vliegtuigschade 175 8.2.4 Uitgebreide gevarenverzekering (UGV en UGV+) 176 8.2.5 Dekking elders 182 8.2.6 Dekking tijdens verhuizing 184 8.3 De verzekerde som 185 8.3.1 Inleiding 185 8.3.2 Premier risque 187 8.3.3 Nieuwwaarde en uitzonderingen 188 8.3.4 Aanvullende dekking 188 8.3.5 Afstand van regres 189 8.3.6 Schadetraject/schadeloosstelling 190 8.3.7 Overeenkomst brandverzekeraars met hypothecair financiers 191 8.3.8 Roekeloosheid 192 8.3.9 Woonwagens en hun inboedel 193 8.4 Kostbaarhedenverzekering 193

Lindenhaeghe, januari 2012 vi Inhoudsopgave 8.5 Computerverzekering 194 8.6 Glasverzekering 195 8.7 Zelftoets 196 8.7.1 Antwoorden op de zelftoets 197 9 RECREATIEVERZEKERINGEN 201 9.1 Reisverzekering 201 9.1.1 Reisongevallendekking 203 9.1.2 Reisbagage 204 9.1.3 Medische kosten 205 9.1.4 Schade aan logiesverblijven 208 9.1.5 SOS-kosten 208 9.1.6 Automobilistenhulpverzekering 208 9.1.7 Vakantieautocascoverzekering 209 9.2 Annuleringsverzekering 210 9.2.1 Schadevergoeding bij het vooraf niet doorgaan van een reis 210 9.3 Verzekering voor recreatie-uitrusting 214 9.3.1 Golfverzekering 214 9.4 Caravanverzekering 215 9.5 Pleziervaartuigverzekering 218 9.5.1 Dekking pleziervaartuigverzekering 218 9.5.2 Premie pleziervaartuigverzekering 222 9.6 Schadesturing 224 9.7 Zeilplankverzekering 225 9.7.1 Cascodekking 225 9.7.2 Schade aan het wetsuit 225 9.7.3 Aansprakelijkheid 225 9.8 Zelftoets 227 9.8.1 Antwoorden op de zelftoets 228 10 SOCIALE ZEKERHEID 231 10.1 Inleiding 232 10.1.1 Uitvoering 233 10.1.2 De afdracht van premies 235 10.2 De Ziektewet 236 10.2.1 Doelgroep Ziektewet 236 10.2.2 Zwangerschap en bevalling 237 10.2.3 Orgaandonatie 238 10.2.4 Uitkeringsgerechtigden op grond van de WW 238 10.2.5 Herintredende werknemers 238 10.2.6 Duur en hoogte Ziektewet 239 10.2.7 Re-integratie in het kader van de Ziektewet 239 10.2.8 Vrijwillige Ziektewetverzekering 239 10.3 BW/Wet verbetering poortwachter 239 10.3.1 Burgerlijk Wetboek 239 10.3.2 Wet verbetering poortwachter 242 10.4 WAO, Wajong en WIA 242

Lindenhaeghe, januari 2012 vii Inhoudsopgave 10.4.1 Wajong 243 10.4.2 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) 245 10.4.3 Re-integratie 254 10.4.4 Wijziging bekendmaking status gedeeltelijk arbeidsgeschikte 255 10.4.5 Premies voor de WAO en de WIA 255 10.5 De zelfstandige 257 10.5.1 Oplossing voor onverzekerbare risico s 258 10.5.2 Particulier verzekerden of niet? 258 10.5.3 Vrijwillige Ziektewet- en WIA-verzekering 259 10.6 AWBZ 260 10.6.1 Eigen bijdragen 260 10.6.2 De dekking binnen de AWBZ 260 10.7 Zelftoets 262 10.7.1 Antwoorden op de zelftoets 263 11 INKOMENSVERZEKERINGEN 267 11.1 De ongevallenverzekering 268 11.1.1 Het begrip ongeval 268 11.1.2 Rubrieken binnen de ongevallenverzekering 269 11.1.3 Fiscale gevolgen 274 11.1.4 De relevante polisvoorwaarden en acceptatie 274 11.1.5 Soorten ongevallenverzekering 276 11.2 WAO-gat- of WAO-hiaatverzekering 277 11.2.1 WIA-aanvullingsverzekeringen 277 11.2.2 Cao-afspraken voor werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn 278 11.2.3 De WIA-compensatieverzekering 278 11.2.4 De WIA-compensatieverzekering met een looptijd van 1 jaar 279 11.2.5 De WIA-compensatieverzekering met een lange uitkeringsduur 279 11.2.6 De WGA-hiaatverzekering 279 11.2.7 De WGA-aanvullingsverzekering 280 11.2.8 De WIA-aanvullingsverzekering met vaste verzekerde bedragen 281 11.2.9 De WIA-excedentverzekering 282 11.2.10 Offerte en acceptatievoorwaarden 283 11.2.11 Schadeafwikkeling 284 11.3 Pensioenwet en inkomensverzekeringen 285 11.3.1 Regels Pensioenwet met betrekking tot het arbeidsongeschiktheidspensioen 286 11.4 Zelftoets 288 11.4.1 Antwoorden op de zelftoets 289 12 DE ZORGVERZEKERING 293 12.1 Wat houdt het zorgverzekeringsstelsel in? 294 12.2 Wat houdt de AWBZ in? 294 12.3 Wat houdt de Zorgverzekeringswet in? 296 12.4 De premieonderdelen behorende bij de basisverzekering 303 12.4.1 De premie 303 12.5 Zorgtoeslag 305 12.6 Klachtenbehandeling binnen de zorg 306

12.6.1 Instellingen binnen de zorg 308 12.7 Aanvullende verzekeringen 308 12.8 Regeling rond onverzekerden voor de basisverzekering 309 12.9 Regeling rond wanbetaling voor de basisverzekering 309 12.10 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 310 12.11 Zelftoets 311 12.11.1 Antwoorden op de zelftoets 312 13 ALGEMENE VERZEKERINGSKENNIS 315 13.1 Risico s die het bezit, het vermogen en het inkomen bedreigen 317 13.1.1 Schade en leven 318 13.1.2 Schadeverzekeringen 318 13.1.3 Sommenverzekeringen 318 13.1.4 De behoefte aan verzekeringen 319 13.1.5 Verplichte verzekeringen 319 13.1.6 Sociale verzekeringen 320 13.1.7 Vrijwillige verzekeringen 320 13.1.8 Niet-verzekerbare risico s 320 13.2 De systematiek van verzekeren 320 13.2.1 De prijs van een verzekering 321 13.3 Het toezicht op verzekeraars 322 13.3.1 De Nederlandsche Bank 322 13.3.2 Klachteninstituut Financiële Dienstverlening 322 13.3.3 Samenwerkingsvormen 322 13.3.4 Fraude en Informatie Systeem Holland (FISH) 323 13.4 De verzekeringsovereenkomst 323 13.4.1 De onopzegbare polis 324 13.4.2 Doorlopende polis of aflopende polis 324 13.4.3 Opzegbaarheid van een verzekering 324 13.4.4 De premiebetaling 327 13.5 Tot stand komen van de verzekeringsovereenkomst 327 13.5.1 Voorlopige dekking 327 13.5.2 Acceptatie van verzekeringen 328 13.5.3 De polis 328 13.5.4 Ingang van de dekking 329 13.5.5 Polisvoorwaarden 329 13.5.6 Reguliere polisvoorwaarden 329 13.6 Prijs van een verzekering 330 13.6.1 Polis-, incasso- en administratiekosten 330 13.6.2 Assurantiebelasting 330 13.6.3 Beëindiging van de verzekeringsovereenkomst 331 13.6.4 Onopzegbare verzekeringsovereenkomsten 332 13.7 Soorten polissen 332 13.7.1 Maatschappijpolissen 332 13.7.2 Makelaarspolissen 332 13.7.3 Beurspolissen 332 Lindenhaeghe, januari 2012 viii Inhoudsopgave

13.7.4 Voorlopige dekking bij schadeverzekeringen 332 13.8 Indeling schadeverzekeringen 333 13.8.1 Brandverzekeringen 333 13.8.2 Transportverzekeringen 334 13.8.3 Variaverzekeringen 334 13.9 Een nadere kijk op schadeverzekeringen 335 13.9.1 De overeenkomst 335 13.9.2 Het verzekeringsrecht 336 13.9.3 Indeling van het verzekeringsrecht 336 13.9.4 Definitie van verzekering 337 13.9.5 Indemniteitsbeginsel 338 13.9.6 Eigen aard en eigen gebrek 339 13.9.7 Opzet en roekeloosheid 339 13.9.8 Mededelingsplicht 340 13.9.9 De polis 346 13.9.10 Oververzekering en onderverzekering 348 13.9.11 Samenloop van verzekeringen 349 13.9.12 Bereddings- en expertisekosten 350 13.9.13 Subrogatie 350 13.10 Schadebehandeling 351 13.10.1 Schademelding 351 13.10.2 Bewijslast 351 13.10.3 Verplichtingen bij schade 352 13.10.4 Vaststellen van de schade 352 13.10.5 De uitkering 353 13.10.6 Eigen risico of franchise 353 13.10.7 Uitkeringsgerechtigde en moment van uitkering 353 13.10.8 Wijze van uitkering 354 13.11 De distributie van verzekeringen 354 13.11.1 De diverse soorten bemiddelaars 355 13.11.2 Onafhankelijk of ongebonden bemiddelaar 355 13.11.3 Objectieve analyse (bij hypotheken bijvoorbeeld) 355 13.11.4 Selectieve analyse (bij verzekeringen) 356 13.11.5 Verbonden bemiddelaar 356 13.11.6 Gebonden bemiddelaar 356 13.11.7 Andere activiteiten als hoofdactiviteit 357 13.11.8 Execution only 357 13.11.9 De taken van de diverse bemiddelaars 357 13.11.10 Taken bij tot stand brengen van de overeenkomst van een financieel product 357 13.11.11 Taken bij beheer en uitvoering tijdens de looptijd van een financieel product 358 13.11.12 Taken bij beëindiging van een financieel product 358 13.12 Zelftoets 359 13.12.1 Antwoorden op de zelftoets 360 Lindenhaeghe, januari 2012 ix Inhoudsopgave

1 RISICOBEHEER PARTICULIEREN Zowel bedrijven als particulieren lopen in het dagelijkse leven veel risico s. Wanneer die risico s zich openbaren kan dat in meer of mindere mate gevolgen hebben voor de financiële positie van het bedrijf of de particulier. Bedrijven en particulieren hebben hun vermogen immers geheel of gedeeltelijk in bezittingen geïnvesteerd. Wanneer die bezittingen verloren gaan, is vermogensverlies het gevolg. Wanneer niet gewerkt kan worden als gevolg van ziekte of door een ongeval heeft dit gevolgen voor het inkomen. Dit geldt zowel voor een bedrijf als voor een particulier. Ook het veroorzaken van schade bij een derde leidt tot aantasting van het vermogen. Die schade moet immers worden vergoed. Om zichzelf tegen dergelijke risico s te beschermen, zullen bedrijven en particulieren proberen die risico s beheersbaar te houden door aan risicobeheer of risicomanagement te doen. Risicobeheer heeft tot doel om tegen zo min mogelijk kosten het risico op aantasting van het vermogen te voorkomen en daardoor de continuïteit van de particuliere of bedrijfshuishouding te waarborgen. In dit hoofdstuk gaan we in op het risicobeheer van de particuliere klant. Na bestudering bent u in staat om: de drie stappen weer te geven waaruit risicobeheer bestaat; de drie categorieën te benoemen waarin risico s kunnen worden ingedeeld; een omschrijving te geven van de risico s voor de particuliere klant; een beschrijving te geven van een risicoanalyse van een particuliere klant; maatregelen te noemen om risico s te beperken of te vermijden; uitleg te geven over de verbeterde risicoklassenindeling VKRI 2009; uitleg te geven over de betekenis van het Politiekeurmerk Veilig Wonen aan te geven wanneer een klant risico s zelf zou kunnen dragen of wanneer hij deze beter kan overdragen; aan te geven waarom persoonlijk contact bij risicobeheer van de particuliere klant belangrijk is. 1.1 RISICOBEHEER Het begrip risico betekent kwade kans en duidt dus op onzekerheid en nadeel. Die onzekerheid ontstaat omdat niet zeker is óf het risico zich daadwerkelijk openbaart. Bovendien is er onzekerheid over de omvang van het nadeel. Wanneer het risico zich voordoet, kan dit slechts beperkte gevolgen hebben, maar er kunnen Lindenhaeghe, januari 2012 1 Verzekeren Schade Particulier

ook dramatische gevolgen zijn voor het gezinsvermogen. Tot slot is onzeker in welke frequentie een risico zich zal voordoen. Door inzicht te krijgen in de risico s die men loopt, kan nagedacht worden over het treffen van maatregelen om de risico s te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken. Risicobeheer bestaat uit drie stappen: het inventariseren van de risico s; het analyseren van de risico s; het treffen van maatregelen om de risico s te beperken of te voorkomen. Deze stappen worden in de volgende paragrafen nader toegelicht. 1.2 RISICO-INVENTARISATIE Het inventariseren van risico s is het benoemen van risico s die een particulier kunnen bedreigen en dus gevolgen kunnen hebben voor diens financiële situatie. Risico s kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: risico s die de bezittingen bedreigen; risico s die te maken hebben met leven, dood of gezondheid; risico s die het vermogen rechtstreeks bedreigen. 1.2.1 Risico s die de bezittingen bedreigen De particulier heeft een deel van zijn vermogen geïnvesteerd in bezittingen. Wanneer die bezittingen verloren gaan, leidt dat dus tot vermogensverlies. Voorbeeld Herman van Dijk en zijn gezin hebben onlangs een eigen woning gekocht. De woning is deels gefinancierd met een hypothecaire geldlening en deels met eigen geld. Herman stalt zijn auto altijd in de garage naast het huis. Herman is zelfstandig ondernemer. Zijn vrouw Gerda is in de zorg werkzaam. Herman en Gerda hebben twee kinderen van 18 en 19 jaar. Wanneer de woning van Gerda en Herman verloren zou gaan door brand, is het eigen geld dat zij in de woning hebben gestoken verloren. Bovendien zijn zij verplichtingen aangegaan met een hypothecaire geldverstrekker. Daar staat geen woongenot meer tegenover. Sterker nog, zij zouden een woning moeten gaan huren en dus naast rente en aflossing ook nog huur gaan betalen. Ook hun nieuwe meubels in de woon- en slaapkamers gaan dan volledig verloren en dus het deel van hun vermogen dat zij daarin hebben geïnvesteerd. De kans is groot dat bij brand ook de garage verloren gaat en dus de auto van Herman. Wanneer zij net een vakantie zouden hebben geboekt, kan die wellicht niet doorgaan vanwege al het regelwerk na de brand. Lindenhaeghe, januari 2012 2 Verzekeren Schade Particulier

1.2.2 Risico s die te maken hebben met de gezondheid Mensen kunnen te maken krijgen met ziekte of een ongeval of op een andere manier arbeidsongeschikt raken. Allereerst zal dit leiden tot medische kosten die een aanslag plegen op het gezinsbudget en het gezinsvermogen. Maar er zijn meer gevolgen. Risico s die te maken hebben met de gezondheid van de mens kunnen ook leiden tot tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk verlies van inkomen. Hoe groot dit verlies is, zal afhankelijk zijn van de persoonlijke situatie van de particulier. Daarbij speelt een rol of de particulier in loondienst werkzaam is of juist niet. Gelukkig kent ons land een redelijk pakket aan sociale verzekeringen en voorzieningen, zodat in elk geval een bestaansminimum is gegarandeerd, maar er zal hoe dan ook inkomensderving optreden. Voorbeeld Als Herman (zie voorgaand voorbeeld) tijdens zijn werk een ongeval krijgt en niet meer in staat is te werken in zijn eigen bedrijf, zal dit tot inkomensderving leiden. Als zelfstandig ondernemer kan Herman geen beroep doen op werknemersverzekeringen. Gerda zal nu de kost alleen moeten verdienen. Geen kleinigheid met studerende kinderen. Voor Gerda ligt de situatie iets anders. Zij is in loondienst en zal bij arbeidsongeschiktheid mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering op grond van werknemersverzekeringen. 1.2.3 Risico s die het vermogen rechtstreeks bedreigen Het vermogen van een particulier kan ook rechtstreeks worden aangetast, zonder dat er sprake is van schade aan bezittingen of van aantasting van de gezondheid. We spreken dan van rechtstreekse vermogensschade. Voorbeelden hiervan zijn vorderingen uit onrechtmatige daad (aansprakelijkheid) en de kosten van rechtshulp. Voorbeeld Herman houdt van fietsen. Tijdens één van zijn zondagse fietstochten rijdt hij een oudere dame omver. De dame heeft letsel en bovendien kledingschade. Zij stelt Herman aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Herman zal deze schade moeten vergoeden en dat gaat uiteraard ten koste van het gezinsvermogen. Herman en zijn gezinsleden lijden dus geen schade aan hun bezittingen en ook hun gezondheid is niet aangetast. En toch lijden zij vermogensverlies. Herman is het met de schadeclaim niet eens. Hij schakelt een advocaat in. Deze advocaat brengt echter een fors uurtarief in rekening. Ook hierdoor wordt het gezinsvermogen aangetast. 1.3 RISICOANALYSE Lindenhaeghe, januari 2012 3 Verzekeren Schade Particulier Bij een risicoanalyse kijken we naar drie zaken: allereerst geven we een omschrijving van het risico dat wordt gesignaleerd; daarna bekijken we wat door het risico wordt bedreigd;

tot slot proberen we een inschatting te maken van de omvang van de gevolgen, dus de schadeomvang. Voorbeeld Het gesignaleerde risico is brand. De zaak die hierdoor kan worden aangetast (het gevaarsobject) is het woonhuis. De geschatte schadeomvang betreft de kosten om in het ergste geval het huis opnieuw op te bouwen. De kosten van herbouw dus. Voorbeeld Het gesignaleerde risico is het krijgen van een ongeval en als gevolg hiervan arbeidsongeschikt raken. De klant wordt persoonlijk door dit risico bedreigd. De geschatte schadeomvang bestaat uit kosten van medische zorg, inkomensderving en kosten van aanpassing van de woning bij blijvende invaliditeit. Op deze manier proberen we de risico s en de gevolgen in beeld te brengen. 1.4 MAATREGELEN TER VOORKOMING OF BEPERKING VAN RISICO S We weten inmiddels welke risico s een klant loopt. Bovendien hebben we vastgesteld wat de maximale schadeomvang kan zijn. Niemand heeft er belang bij dat een risico zich daadwerkelijk zal voordoen. De volgende stap is dus te werken aan het reduceren van de risico s, ook wel risicoreductie genoemd. Risicoreductie kunnen we door de volgende stappen realiseren: het vermijden van de risico s; het risico verminderen. Het vermijden van de risico s Hiermee wordt de kans op schade door dit risico volledig uitgeschakeld. Het is echter een vrij drastische maatregel. Voorbeeld De klant besluit om tijdens zijn wintersportvakantie niet te gaan skiën, omdat hij niet betrokken wil raken bij een ongeval tijdens het skiën en daardoor arbeidsongeschikt worden. Het risico verminderen Door het treffen van bijvoorbeeld preventiemaatregelen kunnen we schade voorkomen of de omvang van de gevolgen ervan beperken. Lindenhaeghe, januari 2012 4 Verzekeren Schade Particulier

Voorbeeld In het woonhuis worden brandblussers en rookmelders aangebracht. De rookmelders maken ons op een beginnende brand attent, waarna we met de brandblusser de omvang van de schade kunnen proberen te beperken. Maatregelen om risico s te vermijden of te verminderen kunnen in drie categorieën worden ingedeeld. Het kan gaan om organisatorische, bouwkundige of technische maatregelen. Er kunnen meerdere redenen ten grondslag liggen aan de beslissing om de maatregelen te treffen. Soms zal een verzekeraar eisen dat er preventieve maatregelen worden getroffen. Zonder de maatregelen gaat hij wellicht niet tot acceptatie over. Het kan echter ook zo zijn dat de verzekeraar een korting op de premie verleent in verband met de getroffen preventiemaatregelen. 1.4.1 Organisatorische maatregelen Er kan van organisatorische maatregelen worden gesproken, wanneer het gaat om preventiemaatregelen die met het gedrag van mensen te maken hebben. Dat gedrag is er dan op gericht om de kans op schade te verkleinen. Bij organisatorische brandpreventiemaatregelen kunt u denken aan het aanschaffen van brandblussers, maar ook aan het trainen van personeel in het omgaan met de brandblussers of het laten oefenen van de bedrijfsbrandweer. Ook een rookverbod kan als organisatorische maatregel worden gezien. Voorbeelden van organisatorische inbraakpreventiemaatregelen zijn het sleutelbeheer, afspraken maken over wie het inbraakalarm aanzet en wie de deuren en ramen afsluit, maar ook het laten branden van de buitenverlichting behoort tot deze categorie. 1.4.2 Bouwkundige en technische maatregelen Bouwkundige en technische maatregelen zijn ook vormen van preventieve maatregelen die gericht zijn op het voorkomen of beperken van brand en/of inbraak. Deze maatregelen worden bij voorkeur al tijdens de bouw getroffen, maar kunnen ook later worden aangebracht. Bij bouwkundige maatregelen in de particuliere sector kunt u denken aan het gebruik van brandvertragende of brandwerende materialen. Ook het plaatsen van vonkenvangers op schoorstenen, waarop een open haard of een houtkachel is aangesloten is een bouwkundige maatregel, evenals het gebruik van inbraakwerend hang- en sluitwerk. Voorbeelden van technische maatregelen zijn rookmelders, een brand- en inbraakalarm. Lindenhaeghe, januari 2012 5 Verzekeren Schade Particulier

1.5 VERBETERDE RISICOKLASSENINDELING 2009 VOOR WONINGEN EN BEDRIJVEN Om de risico s goed in kaart te kunnen brengen en daaraan gekoppeld de juiste preventiemaatregelen te kunnen treffen, maken verzekeraars al jaren gebruik van de risicoklassenindeling die zij samen met het VvBO (Verbond van Beveiligingsorganisaties) hebben opgesteld. De Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties (VPB), de Vereniging van BeveiligingsOndernemingen in Nederland (VEBON), de vakgroep Beveiliging van Uneto-Vni, de Vereniging van Europese Beveiligingsbedrijven (VEB), de Nederlandse Hekwerkindustrie (NHI) en de Vereniging van Beveiligingsmanagers Nederland (VBN) bundelen de krachten ter bestrijding van criminaliteit en onveiligheid in Nederland in het VvBO. 1.5.1 Verbeterde risicoklassenindeling (VRKI) Lindenhaeghe, januari 2012 6 Verzekeren Schade Particulier De ontwikkelingen op het gebied van beveiliging staan niet stil. Om die reden is er in 2009 een verbeterde versie van het document risicoklassenindeling voor woningen en bedrijven ontwikkeld, die de oude indeling vervangt. Dit document wordt Verbeterde risicoklassenindeling woningen en bedrijven (VRKI) genoemd. Doel is een praktisch uitvoerbare regeling te realiseren voor verzekerden, verzekeraars en bedrijven die gespecialiseerd zijn in beveiliging. Dit tracht men te bereiken door eenduidigheid en herkenbaarheid voor opdrachtgever en eisende partijen, zoals verzekeraars en het ontwikkelen van kwaliteitsdocumenten voor de uitgevoerde beveiligingsmaatregelen. In de bijlagen treft u een exemplaar van de risicoklassenindeling aan. Risicoklasse Er is een indeling gemaakt in vier vormen van maatregelen, die worden aangeduid met de letters O, B, E en R. De eerste drie aanduidingen bestonden al in de oude risicoklassenindeling en zijn gehandhaafd vanwege de bekendheid. De letter E is daar aan toegevoegd in verband met de nieuwe technieken op dit terrein. Hieronder de betekenis van de letters. O: Organisatorische maatregelen; B: Bouwkundige maatregelen (waaronder ook de C/M maatregelen vallen). C/M staat voor compartimentering en meeneembeperkende maatregelen; E: Elektronische maatregelen (waaronder ook de Alarmering valt); R: Reactie alarmopvolging. Er is een document definities beveiligingsmaatregelen opgesteld. Hierin wordt omschreven welke maatregelen horen bij de genoemde letters. De O, B, E en R maatregelen worden in niveaus ingedeeld. Die worden aangeduid door een kleine letter of cijfer (1, 2 of 3), die/dat aan de desbetreffende (hoofd)letter wordt

toegevoegd. Op deze manier wordt door slechts een beperkt aantal letters en cijfers het complete pakket van (voor BORG-certificering minimaal vereiste) maatregelen weergegeven. Onder de niveaus 1, 2 of 3 mag ook worden verstaan: respectievelijk de niveaus s (standaard), n (normaal) en z (zwaar). Indeling naar attractiviteit van goederen en inventaris Aan de risicoklassenindeling is een lijst toegevoegd, waarin de mate van attractiviteit van de goederen wordt aangegeven. De mate van attractiviteit wordt aangegeven door de letters L (laag), M (middel), H (hoog) en ZH (zeer hoog). In de bijlage is de zogenaamde VRKI-kaart opgenomen, aan de hand waarvan u kunt bepalen welke attractiviteitscode van toepassing is en welke categorie beveiligingsmaatregelen moet worden getroffen. Voorbeeld Hans en Marijke zijn gehuwd. Zij hebben de volgende bezittingen: 10.000 aan audioapparatuur; 15.000 aan lijfsieraden; 60.000 aan schilderijen. De inboedel van Hans en Marijke valt in risicoklasse 3. De te treffen beveiligingsmaatregelen zijn O2, B1, E2, AL1 en R1. 1.6 HET POLITIEKEURMERK VEILIG WONEN (PKVW) De certificeringsregeling PKVW dient als veiligheidsinstrument dat een bijdrage levert aan de sociale veiligheid in en rond woningen, wooncomplexen, buurten en wijken. Op grond van het keurmerk worden eisen gesteld aan het ontwerp van de woonomgeving, het wooncomplex en de individuele woning. Daarnaast stelt het keurmerk eisen aan voorzieningen, zoals verlichting of begroeiing of een beheerplan en de preventieve maatregelen. Het keurmerk maakt een verschil tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Bij nieuwbouw werkt het keurmerk voor de gehele woonomgeving, inclusief maatregelen aan de woning. Voor bestaande bouw richt het keurmerk zich op drie afzonderlijk te certificeren niveaus: woning, wooncomplex en woonomgeving. Bedrijven die gespecialiseerd zijn in brand- en inbraakbeveiliging kunnen gecertificeerd worden en mogen een keurmerk afgeven. Certificatie vindt plaats volgens een certificatieschema dat door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) wordt beheerd. Gecertificeerde bedrijven zijn herkenbaar aan een beeldmerk. Lindenhaeghe, januari 2012 7 Verzekeren Schade Particulier

1.6.1 Nieuwe schema s Politiekeurmerk Veilig Wonen Met ingang van 1 juli 2008 is de structuur van de regeling PKVW gewijzigd. De nieuwe regeling bestaat uit drie hoofdonderdelen: twee schema s, namelijk het certificatieschema en het inspectieschema; handboeken PKVW Nieuwbouw en Bestaande bouw 2008; keuringsprotocollen. Daarnaast is er een wijziging doorgevoerd met betrekking tot de hercertificering. Deze diende plaats te vinden na 5 jaar. Sinds 2008 dient de hercertificering na 10 jaar in plaats van na 5 jaar plaats te vinden. Op enkele van de hierboven genoemde hoofdonderdelen gaan wij kort in. Certificatieschema Dit schema is gericht op de certificering van individuele woningen in de bestaande bouw. De certificatie-instellingen (CI) zijn verantwoordelijk voor de certificering en werken samen met ongeveer 550 PKVW-erkende beveiligingsbedrijven. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het oude schema is de invoering van een steekproeftabel, aan de hand waarvan in het kader van kwaliteitsbeheer wat strenger zal worden gecontroleerd dan in het verleden het geval was. De controles op het functioneren van de CI s zullen op termijn worden verzorgd door de Raad van Accreditatie (RvA). Tot die tijd ligt de controle nog bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Inspectieschema Dit inspectieschema beschrijft de inspectie van wijken, complexen en woningen op het gebied van veiligheid en inbraakwerendheid. Het inspectieschema is gericht op nieuwbouw. Het beveiligen van de schil van de woning is één van de drempels om inbrekers buiten de deur te houden. Bij het inrichten van een wijk kunnen sociale drempels gerealiseerd worden om inbrekers buiten de wijk te houden. Handboeken PKVW Nieuwbouw en Bestaande bouw 2008 Er zijn twee handboeken. Eén met betrekking tot nieuwbouw en één met betrekking tot bestaande bouw. Door het uitvoeren van een inspectie van de wijk op de eisen gesteld in de handboeken PKVW kan worden aangetoond dat er is voldaan aan deze eisen. In de handboeken PKVW zijn de eisen vastgelegd met betrekking tot inbraakwerendheid van woningen, wijkinrichting, ontwerp en beheer van de gebouwde omgeving. Als aan de eisen is voldaan zoals gesteld in de handboeken kan het keurmerk PKVW worden behaald. Lindenhaeghe, januari 2012 8 Verzekeren Schade Particulier

1.7 ZELF DRAGEN OF OVERDRAGEN Ondanks de genoemde stappen, zullen er altijd risico s overblijven. Ten aanzien van deze resterende risico s zal de klant moeten beslissen of hij deze zelf gaat dragen of deze geheel of gedeeltelijk gaat overdragen aan een verzekeraar. Bij zijn beslissing zal de klant zich laten leiden door de kans op schade en de mogelijke omvang van de schade. Hij zal het risico wegen voordat hij een beslissing neemt. Mogelijk heeft de klant ervoor kunnen zorgen dat het risico door preventieve maatregelen dusdanig is beperkt dat de kans op schade heel gering is geworden. Voorbeeld Anna heeft een nieuwe fiets gekocht. Ze heeft de fiets voorzien van de best denkbare diefstalbeveiliging. Ze besluit de fiets niet te verzekeren, want zij acht de kans op diefstal heel gering. Een klant kan ook besluiten het risico gedeeltelijk zelf te dragen en gedeeltelijk over te dragen. Dat kan door een eigen risico in de verzekeringsovereenkomst op te nemen. Kleine schadegevallen neemt de klant dan voor eigen rekening. Door het opnemen van een eigen risico kan een premiekorting worden verkregen. Voorbeeld Peter sluit een zorgverzekering. Om de premie betaalbaar te houden besluit hij een extra vrijwillig eigen risico in de verzekering op te laten nemen. Tot een bedrag van 500 per kalenderjaar neemt hij de kosten voor eigen rekening. Het meerdere kan hij declareren op zijn zorgverzekering. Voor sommige risico s heeft de overheid een verzekeringsplicht opgelegd. Zo is het verplicht, op grond van de Zorgverzekeringswet, om bepaalde kosten van medische verzorging te verzekeren. Ook geldt op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) de verplichting om het aansprakelijkheidsrisico van motorrijtuigen te verzekeren. Een zelfde verplichting geldt voor het aansprakelijkheidsrisico van jagers op grond van de Flora- en Faunawet. De verzekeringsplicht geldt ook voor sociale verzekeringen. 1.8 KLANTCONTACT IN VERBAND MET RISICOBEHEER De adviseur speelt een belangrijke rol bij het risicobeheer van zowel de particuliere als de zakelijke relatie. Om op een juiste en verantwoorde wijze te kunnen adviseren, heeft de adviseur een goed en duidelijk beeld nodig van de persoonlijke situatie van de particuliere klant. Het persoonlijke contact speelt daarbij een belangrijke rol. Lindenhaeghe, januari 2012 9 Verzekeren Schade Particulier

De adviseur zal inzicht moeten hebben in de bezittingen, het vermogen en het beeld dat de klant heeft van zijn eigen toekomst. Dergelijke informatie verkrijgt de adviseur het gemakkelijkst wanneer hij de klant thuis bezoekt. Een bezoek levert directe informatie op over de leefstijl van de klant. Bovendien voelt een klant zich in zijn eigen huis het meest op zijn gemak en zal gemakkelijker de benodigde informatie verstrekken. Veel van die informatie is immers nogal persoonlijk van aard. De adviseur heeft de volgende informatie nodig: taxatierapporten, inboedelwaardemeters of inventarisatielijsten, aankoopnota s, huur- en leasecontracten, polissen en polisoverzichten, een inventarisatie van preventiemaatregelen. Ook informatie over salaris en andere inkomensbestanddelen, pensioenvoorzieningen en verplichtingen in verband met hypotheken en dergelijke zijn van groot belang. 1.9 HET ADVIES Aan de hand van de verzamelde gegevens en de toekomstvisie van de klant maakt de adviseur een risicoanalyse. Uit die analyse komt vervolgens een risicoadvies. Een dergelijk advies laat een overzicht zien van de gezinsleden en bezittingen en aan welke risico s zij blootgesteld zijn. Als vervolg op dit overzicht geeft de adviseur aan welke maatregelen getroffen kunnen worden om de risico s te beperken. Hij zal zich daarbij ook moeten verdiepen in de kosten van dergelijke preventieve maatregelen. Tot slot komt het overdragen van de risico s aan de orde, door het sluiten van verzekeringen of door het aanpassen van bestaande verzekeringen aan de geconstateerde situatie. Het verzekeringsadvies zal ook weer worden voorzien van premieoffertes en polisvoorwaarden. Of een klant het advies opvolgt is aan hemzelf. Hij zal daarbij een afweging maken of hij bereid is de kosten te dragen. Daarbij laat hij zich leiden door de kans op schade en de maximale omvang van de schade. Lindenhaeghe, januari 2012 10 Verzekeren Schade Particulier