4. FAILLISSEMENT: BEGRIP EN GEVOLGEN 4.1.Wat is een faillissement? ---------------------------------- Een faillissement is een in de wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Aanleiding voor het faillissement is met andere woorden het (financieel) onvermogen. Het faillissement wordt uitgesproken door de voorzitter van de rechtbank van koophandel. Een onderneming die haar rekeningen aan klanten, leveranciers, overheid enz. niet meer kan betalen is bankroet of failliet. FAILLISSEMENT = STAKING VAN BETALING Jij gaat dus failliet omdat jij niet meer kunt betalen bij gebrek aan liquide middelen. Liquide middelen = cash geld + wat er op de bankrekening of postrekening staat. Met andere woorden jij gaat alleen failliet door het niet meer kunnen betalen van jouw rekeningen. Dit zijn liquiditeitsproblemen. Het ontbreken van beschikbaar geld om te betalen. De oorzaken van deze liquiditeitsproblemen kunnen velerlei zijn : slecht management, klanten die niet op tijd betalen, te grote voorraden, te weinig kapitaal, teveel schulden aan de bank, onvoldoende financiële planning enz. Hier gaan wij later dieper en uitgebreid op in. Wanneer jouw onderneming door de rechtbank van koophandel wordt failliet verklaard, stopt onmiddellijk elke activiteit van de onderneming. Jij mag zelf geen daden van koophandel of acties ondernemen. Het faillissement kan aangevraagd worden door : - 1 of meer schuldeisers - de zaakvoerder zelf (hij ziet het niet meer zitten en legt de boeken neer - de Procureur des Konings - de voorlopige bewindvoerder 20
4.2. De curator ----------------- De rechtbank van koophandel zal dan een curator aanstellen die het faillissement moet afhandelen. De curator is de persoon die de belangen zal verdedigen van de schuldeisers. De schuldeisers zijn al deze personen of bedrijven die jij niet meer kon betalen. Wat zal hij in de praktijk doen? Eerst zal hij de waarde van al de aanwezige bezittingen laten schatten en controleren of alles wat in de boeken staat (boekhouding) ook overeenkomt met de realiteit. Hij gaat ook alle schuldeisers contacteren om hun schulden vast te leggen. De schuldeisers hebben in principe 6 maanden om hun verschuldigde bedragen te vorderen. Dan zijn er verschillende mogelijkheden. 4.2.1.De curator ziet geen toekomst meer voor het bedrijf. In het geval dat de putten zo groot zijn of dat er geen enkel vooruitzicht op korte termijn is om het bedrijf rendabel te krijgen, zal de curator het faillissement afhandelen. Dit wil zeggen dat hij al de overgebleven bezittingen gaat liquideren. Liquideren wil zeggen ten gelde maken, in cash geld omzetten. Hij zal dit meestal doen door een openbare verkoop te organiseren waarbij iedereen alle goederen die nog in het bedrijf aanwezig waren kan kopen of via een openbare veiling waarbij de hoogste bieder het stuk in handen krijgt. In Antwerpen is de Vrijdagse Markt zeer bekend als verkoopplaats. Als alle goederen zijn verkocht, worden alle schuldeisers betaald in principe pons pons gewijs. Dit wil zeggen iedereen in verhouding tot de schulden. Let op! Er zijn wel een aantal bevoorrechte schuldeisers. Deze hebben voorrang bij het verdelen en krijgen voor de anderen hun centen. De eerste bevoorrechte schuldeiser is de RSZ. Anderen zijn de belastingen en de schuldeisers met hypothecaire waarborg. Het personeel heeft na de RSZ voorrang. Indien er dan nog wat over is gaat de verdeling gelijk naar alle andere partijen. In de praktijk schiet er meestal dan al niet veel meer over. Deze voorgaande procedure noemt men ook de vereffening. 21
4.2.2. De curator ziet wel toekomst voor het bedrijf. De curator zal proberen een overnemer te vinden voor de activiteit. Hij zal dan wat wij noemen bewarende maatregelen treffen. Dit wil zeggen dat hij in de mate van het mogelijke de activiteit tijdelijk zal verder zetten totdat juridisch wettelijk alle formaliteiten zijn vervuld totdat de nieuwe eigenaar de onderneming overneemt. Dit kan enkele dagen duren maar ook ettelijke maanden. 4.3. De gevolgen van een faillissement --------------------------------------------- Bij een faillissement houdt de vennootschap of eenmanszaak op te bestaan. Belangrijk is dat de activiteit stopt. De put met schulden wordt niet dieper. Het faillissement betekent dat de slechte bedrijven uit de markt gaan. Wil dit zeggen dat jij nooit meer een bedrijf of kapsalon kan oprichten? Neen. De rechtbank van koophandel kan jou verschonen. Dit wil zeggen dat de rechter van oordeel is dat het faillissement een gevolg is van het commerciële risico. Als de rechtbank jou verschoont, dan kan jij de dag nadien opnieuw beginnen. Als de rechter echter van mening dat jij ofwel niet handelingsbekwaam bent, of dat er fraude gepleegd werd, dan kan de rechter jou NIET VERSCHONEN. Dan mag jij geen zaak meer beginnen. Om niet in een zwart gat te vallen na een faillissement, bestaat er een faillissementsverzekering. Jij kan gedurende 4 tot 6 maanden een uitkering krijgen. Dit geeft jou de mogelijkheid om een nieuwe job als loontrekkende te zoeken. Als zelfstandige na een faillissement kan jij echter geen stempelgeld ontvangen behalve als jij eerst een tijd terug werkt als loontrekkende of als jij vanuit een statuut van loontrekkende of ambtenaar binnen de 9 jaar ls zelfstandige stopt. In elk geval is het beter een faillissement te voorkomen. Men kan dit op 2 manieren: ofwel op tijd stoppen en alle schulden afbetalen terwijl het nog kan. Dit noemt men eenvoudig stopzetting. Ofwel een voorlopige bewindvoerder vragen 22
4.3. De voorlopige bewindvoerder ---------------------------------------- De voorlopige bewindvoerder is een persoon die door de rechtbank van koophandel wordt aangesteld vooraleer een zaak failliet gaat. De voorlopige bewindvoerder gaat de taken van de zaakvoerder overnemen. De zaakvoerder heeft op dit moment geen enkele beslissingsbevoegdheid meer. De voorlopige zaakvoerder zal proberen een oplossing te vinden voor de financiële problemen van het bedrijf. 4.5. Het gerechtelijk akkoord ---------------------------------- Een gerechtelijk akkoord kan volgens het Belgisch handelsrecht aan een ondernemer of onderneming worden toegestaan als die tijdelijk haar schulden niet kan betalen of als er moeilijkheden zijn, waardoor het voortzetten van de onderneming bedreigd wordt. Het kan de voorbode van een faillissement zijn, maar het zou ook de redding kunnen betekenen. Dat is ook de bedoeling van een gerechtelijk akkoord; het kan alleen worden toegestaan als het economisch herstel mogelijk is. Het gerechtelijk akkoord en het faillissement maken in België deel uit van het handelsrecht; het geldt dus enkel voor handelaars. De bevoegde rechtbank is de rechtbank van koophandel, ook handelsrechtbank genoemd. Het gerechtelijk akkoord kan toegestaan worden op aanvraag of van ambtswege op initiatief van de kamer voor handelsonderzoek. De rechter kent een voorlopige opschorting van betaling toe voor een observatieperiode van maximaal zes maanden. Er wordt een commissaris inzake opschorting aangesteld, die de ondernemer zal bijstaan; er kunnen ook meerdere commissarissen zijn. De schuldeisers doen aangifte van hun schuldvorderingen. Er wordt een herstel- of betalingsplan opgesteld, dat in een gedeeltelijke en definitieve opschorting van de schulden kan voorzien. De rechtbank kan die definitieve opschorting goedkeuren als een meerderheid van de schuldeisers, die in waarde meer dan de helft van de vorderingen vertegenwoordigen, hiermee instemmen. Ook de schuldeisers die niet akkoord zijn, ondergaan dan noodgedwongen het verlies. Als het plan niet lukt, kan een faillissement volgen. 23
4.6.Wet over de continuïteit van ondernemingen hervormt het gerechtelijk akkoord -------------------------------------------------------------------------- De Wet over de continuïteit van ondernemingen moet breken met het negatieve imago van het gerechtelijk akkoord dat al te vaak werd gepercipieerd als de voorbode van het faillissement. Tevens reikt deze nieuwe wet een ruimer pakket van instrumenten aan die de ondernemer kan aanwenden in geval het even minder goed gaat. Wij geven hierna een overzicht van de belangrijkste innovaties die de nieuwe wet met zich meebrengt: Ook burgerlijke vennootschappen onder de vorm van een handelsvennootschap (met uitzondering van bepaalde vrije beroepen) en de landbouwvennootschap kunnen hun toevlucht nemen tot de maatregelen voorzien in de Wet betreffende de continuïteit van ondernemingen. De Wet introduceert een nieuw personage, nl. de ondernemingsbemiddelaar. Deze ondernemingsbemiddelaar kan worden ingeschakeld op verzoek van de schuldenaar teneinde de reorganisatie van de onderneming te vergemakkelijken. De bemiddelaar kan dan optreden als tussenpersoon tussen de schuldeisers en de schuldenaar, en kan de schuldenaar ertoe aanzetten na te denken over zijn ondernemingsstrategie. De schuldenaar kan aan (sommige van) zijn schuldeisers een minnelijk akkoord voorstellen met het oog op de gezondmaking van zijn financiële toestand of de reorganisatie van zijn onderneming. Een dergelijk akkoord is enkel verbindend voor de partijen, en niet voor derden. Derden kunnen slechts kennis nemen van het akkoord en kennis krijgen van de neerlegging ervan met uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar. De voorwaarden voor de toekenning van een procedure van gerechtelijke reorganisatie worden versoepeld. De procedure kan immers worden geopend van zodra de continuïteit van de onderneming onmiddellijk of op termijn is bedreigd en haar activiteit volledig of gedeeltelijk kan behouden blijven. De procedure van gerechtelijk reorganisatie heeft tot gevolg dat de schuldenaar haar betalingen kan opschorten. De procedure kan worden aangewend met het oog op het verkrijgen van een minnelijk akkoord, teneinde het akkoord te verkrijgen van de schuldeisers over een reorganisatieplan, of met het oog op de overdracht aan een of meerdere derden van het geheel of een gedeelte van de onderneming of haar activiteiten. Het feit dat een onderneming zich kan beroepen op een procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt bij uittreksel bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. Bepaalde privileges van de fiscus worden opgegeven, zodat deze laatste op gelijk niveau komt met de gewone schuldeisers. 24