PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN



Vergelijkbare documenten
Eisen aan en indeling en aanduiding van radiologische ruimten en plaatsen 1, 2

REGELING RUIMTESIGNALERING

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Procedure classificatie en eisen aan werknemers. Doel. Toepassingsgebied. Definities. Inhoud

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Praktische stralingsbescherming

L3G C.18 - Werken met of nabij ioniserende straling

Ronde tafel 28/09/2017: aanpassing reglementair kader medische blootstellingen. Kadering en basisprincipes van het project Medische blootstellingen

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Interne Arbodienst Universiteit Leiden Dienst voor Veiligheid en Milieu 2003

Stralingsveiligheid niveau 5

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Ingekapselde of nietingekapselde. bronnen. bronnen Installatie kl. II 8 uur 8 uur 8 uur 8 uur Installatie kl. III 8 uur 8 uur - -

Arbo- en Milieudienst. Wetgeving en de ondernemer in de gezondheidszorg

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Toezichthouder Stralingsbescherming meet- en regeltoepassingen verspreidbare radioactieve stoffen - D. Proefexamen uitwerking open vragen

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Gezond en veilig werken met straling

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

REGELI NG STRALI NGSHYGI ËNE RANDWI JCK

Transcriptie:

PROCEDURE WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN RUIMTEN BIJ HANDELINGEN MET IONISERENDE STRALING Inleiding In een aantal situaties is het nodig om de aandacht te vestigen op risico s van ioniserende straling voor veiligheid, gezondheid en milieu. Om medewerkers en bezoekers te wijzen op deze risico's worden aanwijzingen, geboden en verboden in de vorm van veiligheids- en gezondheidssignaleringen gebruikt. Daarnaast kan de aandacht van de werknemers op bijzondere omstandigheden op de werkplek worden gevestigd door het classificeren van werkplekken met een speciaal risico, ofwel het instellen van werkplekring. Naast de reguliere medewerkers hebben vooral studenten, patiënten, bezoekers, hulpverleners (brandweer) en schoonmakers behoefte aan eenduidige en te begrijpen informatie. Daarom zijn er (wettelijke) normen voor veiligheidsborden in verband met de eenduidigheid. Deze regeling is in hoofdzaak gebaseerd op het Besluit stralingsbescherming (2002) en de Regeling waarschuwingssignalering ioniserende straling (2002). Daarnaast zijn elementen verwerkt uit de Europese Richtlijn 96/29/Euratom (1996). Doel Doelen van waarschuwingssignalering en/of werkplekring zijn: het voorkomen dat personen binnen de inrichting ongemerkt blootgesteld worden aan ioniserende straling het voorkomen van verspreiding van radioactieve besmetting het voorkomen van zoekraken of ontvreemding van bronnen van ioniserende straling het vestigen van de aandacht van de medewerkers op de bijzondere omstandigheden op de werkplek het verschaffen van informatie aan hulpverleners in geval van noodsituaties als brand Definities Gecontroleerde : een waarvoor om redenen van bescherming tegen ioniserende straling of preventie van de verspreiding van radioactieve besmetting een bijzondere regeling geldt en waarvan de toegang wordt gecontroleerd. Bewaakte : een die is onderworpen aan een passend toezicht met het oog op bescherming tegen ioniserende straling. Potentiële blootstelling: een blootstelling die niet met zekerheid zal optreden maar waarvan de waarschijnlijkheid van optreden en de grootte van de daarbij eventueel optredende blootstelling van tevoren kunnen worden geschat.

Voorbeelden van scenario's ten behoeve van de bepaling van de potentiële blootstelling zijn: brand het niet volgen van procedures en instructies (b.v. voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen) het falen van beschermende voorzieningen (ventilatie, afscherming, interlocks, etc.) Bouwkundige en technische voorzieningen Ruimten waarin met radioactieve stoffen wordt gewerkt worden zodanig ingericht, dat zij voldoen aan de eisen en kenmerken conform de Bijlage radionuclidenlaboratoria van mei 2002. De voorzieningen, installaties en (stralingsmeet-)apparatuur dienen in goede staat van onderhoud te verkeren en regelmatig te worden gecontroleerd. Werkplekring Normering van werkplekring Voor een gecontroleerde of bewaakte gelden de volgende bepalingen: de is gemarkeerd d.m.v. waarschuwingssignalering op daarvoor geschikte plaatsen, er is sprake van passend toezicht op de arbeidsomstandigheden met het oog op de stralingshygiëne, er is een systeem van monitoring van de werkplek, aan de personen die in de werkzaam zijn, zijn schriftelijke werkinstructies gegeven, toegesneden op de specifieke toepassing van ioniserende straling. Voor een gecontroleerde geldt bovendien: toegang tot de wordt beperkt tot bevoegde personen, in geval van de mogelijkheid op verspreiding van radioactieve stoffen: er zijn voorschriften voor toegang van de en het verlaten ervan door personen en goederen, gericht op de preventie van verspreiding van radioactieve besmetting. Criteria voor het instellen van werkplekring Bij het instellen van een gecontroleerde of bewaakte s wordt gebruik gemaakt van de volgende gegevens uit de risicoanalyse: verwachte effectieve en equivalente dosis voor werknemers bij de uitvoering van de reguliere handelingen, potentiële blootstelling van personen, risico van verspreiding van radioactieve besmetting, risico van zoekraken of ontvreemding van bronnen van ioniserende straling.

Een werkplek wordt aangemerkt als bewaakte indien: a) de mogelijk door de werknemer te ontvangen effectieve dosis in een kalenderjaar hoger is dan 1 msv en lager dan 6 msv; b) de mogelijk door de werknemer te ontvangen equivalente dosis in een kalenderjaar groter is dan: 15 msv voor de ooglens, maar niet de waarde van 50 msv overschrijdt, of 50 msv voor de huid (gemiddeld over 1 cm 2 ), maar niet de waarde van 150 msv overschrijdt,of 50 msv voor handen, onderarmen, voeten en enkels, maar niet de waarde van 150 msv overschrijdt; c) de potentiële blootstelling voor personen niet als verwaarloosbaar klein wordt ingeschat; d) het risico van verspreiding van radioactieve besmetting niet als verwaarloosbaar klein wordt ingeschat, of e) het gevolg van zoekraken of ontvreemding van bronnen niet als een verwaarloosbaar klein risico wordt ingeschat. Een werkplek wordt geclassificeerd als gecontroleerde indien: a) de mogelijk door de werknemer te ontvangen effectieve dosis in een kalenderjaar hoger is dan 6 msv; b) de mogelijk door de werknemer te ontvangen equivalente dosis in een kalenderjaar hoger is dan: 50 msv voor de ooglens, of 150 msv voor de huid (gemiddeld over 1 cm 2 ), of 150 msv voor handen, onderarmen, voeten en enkels; c) er een mogelijkheid is van verspreiding van radioactieve stoffen uit de ruimte zodanig dat personen een dosis ontvangen in een kalenderjaar hoger dan: een effectieve dosis van 1 msv, of een equivalente dosis van 15 msv voor de ooglens, of 50 msv voor de huid (gemiddeld over 1 cm 2 ), of 50 msv voor handen, onderarmen, voeten en enkels; d) de potentiële blootstelling voor personen als hoog wordt ingeschat; e) het risico van verspreiding van radioactieve besmetting als hoog wordt ingeschat, of f) het gevolg van zoekraken of ontvreemding van bronnen als een hoog risico wordt ingeschat.

Waarschuwingssignalering voor bronnen en s Normering van waarschuwingssignalering Het algemene waarschuwingsbord of -teken voor ioniserende straling is weergegeven in figuur 1. Als regel is het minimaal 7,5 cm breed, tenzij dat in de situatie waarin het moet worden aangebracht niet past. Onder of naast het algemene waarschuwingsteken worden een of meerdere rechthoekige onderschriftborden met verklarende teksten aangebracht (zie figuur 1). Het onderschriftbord is geel met een zwarte rand en zwarte tekst. Het waarschuwingssymbool wordt geplaatst: op (individuele) bronnen van ioniserende straling; op bronhouders die een bron bevatten, en bij of op de toegang van bewaakte en gecontroleerde s. Het bord met verklarende tekst 1 wordt geplaatst op of bij de toegang van gecontroleerde en bewaakte s. Het bord met verklarende tekst 2 wordt geplaatst op toestellen en ingekapselde bronnen, op bronhouders die een bron bevatten, en op of bij de toegang van gecontroleerde en bewaakte s. De verklarende tekst 1 luidt: GECONTROLEERDE ZONE indien het een gecontroleerde betreft; BEWAAKTE ZONE indien het een bewaakte betreft; Een aanduiding van het mogelijk aanwezige dosistempo binnen de wordt aangegeven als dit meer dan 10 Sv per uur bedraagt.

De verklarende tekst 2 luidt: RÖNTGENSTRALING indien het een of meerdere toestellen betreft, en/of RADIOACTIEVE STOFFEN indien het radioactieve stoffen betreft; Lokaal deskundige: Telefoon: radioactieve stoffen röntgenstraling Bij calamiteiten: gecontroleerde of bewaakte gecontroleerde of bewaakte Geen toegang voor onbevoegden Telefoon: Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Het symbool voor verboden toegang, aangevuld met een wit rechthoekig onderschriftbord met de tekst GEEN TOEGANG VOOR ONBEVOEGDEN is weergegeven in figuur 2. Dit symbool wordt geplaatst bij of op de toegang van ruimten. Een voorbeeld van een bord met vermelding van de naam en het telefoonnummer van de lokaal deskundige en een telefoonnummer voor calamiteit- of incidentmelding is weergegeven in figuur 3. Dit bord kan worden geplaatst zowel bij of op toegang van s als op individuele bronnen. Actieve signalering (in de vorm van een lamp of lichtbak op of bij de toegang van ruimten waar toestellen worden toegepast) kan worden aangebracht om aan te geven of het toestel al dan niet is ingeschakeld. Hetzelfde geldt voor ruimten met een ingekapselde bron in een bronhouder; de signalering geeft dan aan of de bron zich al dan niet in de bestralingspositie bevindt. Met betrekking tot ring kan actieve signalering op twee manieren worden toegepast: a) de signalering geeft aan of de ring van kracht is dan wel of de ruimte is vrijgegeven, of b) de signalering geeft een nadere aanwijzing met betrekking tot de regeling van de toegang tot de. Bijvoorbeeld: toegankelijk, beperkt toegankelijk of geen toegang.

Criteria voor het aanbrengen van waarschuwingssignalering Waarschuwingssignalering op bronnen en bronhouders moet worden aangebracht, indien het bronnen betreft die niet vrijgesteld zijn of uitgesloten zijn in de zin van het Besluit Stralingsbescherming Uitzondering 1: Het waarschuwingsbord hoeft niet te worden gebruikt voor radioactieve stoffen in verspreidbare vorm en voor ingekapselde bronnen waarvan de afmetingen te klein zijn voor een met het blote oog herkenbaar waarschuwingsteken. Uitzondering 2: Het onderschriftbord hoeft niet te worden gebruikt bij ingekapselde bronnen waarvan de afmetingen te klein zijn om een onderschriftbord te plaatsen. Waarschuwingssignalering op of bij de toegang van ruimtes wordt uitsluitend aangebracht indien het bewaakte of gecontroleerde s betreft. Het verbodsbord wordt in elk geval toegepast bij gecontroleerde s zonder fysieke toegangsbeperking (b.v. permanente toegangscontrole, cijferslot, pasjessysteem, etc.). Verder kan het verbodsbord worden toegepast voor alle ruimtes waarvoor een toegangsregeling bestaat. Bijlage 4 (in 2.11) geeft voorbeelden van ring van werkplekken en waarschuwingssignaleringen van ruimten en bronnen. Bron: - Europese Richtlijn 96/29/Euratom (1996). - Besluit stralingsbescherming (2002) - Ministeriële Regeling waarschuwingsignalering ioniserende straling (2002) - Arbo informatie AI-27 Ioniserende straling (2003) - IAVM, werkgroep straling, uitwerking classificatie van ruimten, juni 2003

BIJLAGE: VOORBEELDEN VAN ZONERING VAN WERKPLEKKEN EN WAARSCHUWINGS- SIGNALERING VAN RUIMTEN EN BRONNEN Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven van de classificatie van werkplekken. Omdat de te verwachten blootstelling van werknemers en het risico van potentiële blootstellingen afhankelijk is van de getroffen maatregelen en voorzieningen rond een toepassing, kan de classificatie van een specifieke werkplek afwijken. Toestellen Alle toestellen die niet zijn vrijgesteld of uitgesloten in de zin van het BS worden voorzien van signalering A+D, in elk geval op grond van criterium e. type ruimte stralingsbron gecontroleerde bewaakte Indicerend signalering criterium 1 ruimte 2 Deeltjesversnellerruimte, cyclotron geactiveerde machineonderdelen, target 0 a A+B+D+E ruimte met cyclotron met inherente afscherming geactiveerde machineonderdelen, target 0 a A+C+D+E versnellerruimte (versnellerruimte, cyclotron) versnellergedeelte 0 c A+B+D Deeltjesversnellerruimte (patiëntbehandelkamer) gantry 0 c A+C+D CT-diagnostiekruimte (EBT) CT-toestel 0 c A+C+D interventie radiologie/cardiologie-kamer/aaa-stent /scopie spec. röntgentoestel 0 a, b A+B+D Doorlichtkamer röntgentoestel c A+C+D Röntgendiagnostiekkamer gefixeerd röntgentoestel(len) c A+C+D Traumakamers gefixeerd en mobiel röntgentoestel c A+C+D Operatiekamers(niet AAA-stent), verpleegafdelingen Opslagruimte mobiel röntgentoestel (onderdelen van) röntgentoestel(len)

1 Indicerend criterium: 2 Waarschuwingssignalering: a: verwachte effectieve dosis A: waarschuwingsteken ioniserende straling b: verwachte equivalente dosis B: onderbord tekst: "GECONTROLEERDE ZONE" c: potentiële blootstelling C: onderbord tekst: "BEWAAKTE ZONE" d: risico verspreiding radioactieve besmetting D: onderbord tekst: "RÖNTGENSTRALING" e: risico zoekraken of vervreemding bron E: onderbord tekst: "RADIOACTIEVE STOFFEN" WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN WERKPLEKKEN: Open stoffen: Alle (houders van) radioactieve stoffen in hoeveelheden die niet zijn vrijgesteld of uitgesloten in de zin van het BS worden voorzien van signalering A+E, in elk geval op grond van indicerend criterium e. Type ruimte Stralingsbron gecontroleerde bewaakte Indicerend signalering criterium 1 ruimte 2 I-131 Patiënttherapie; toegang tot gebied met patiëntkamers Radiofarmaca 0 d A+B+E Bereidingsruimte Nucleaire Geneeskunde Radiofarmaca 0 d A+B+E Patiëntenonderzoekskamer / meetkamer t.b.v. diagnostiek Radiofarmaca 0 d A+C+E Radionuclidenlaboratorium op B-niveau radioactieve stoffen 0 d A+B+E Radionuclidenlaboratorium op C-niveau radioactieve stoffen 0 d A+C+E Radionuclidenlaboratorium op D-niveau radioactieve stoffen 0 d A+C+E Opslagruimte voor radioactief afval, Xmax > 200 Re radioactieve stoffen 0 d A+B+E Opslagruimte voor radioactief afval, 200 Re>Xmax>2 Re radioactieve stoffen 0 d A+C+E Opslagruimte voor radioactief afval, Xmax < 2 Re radioactieve stoffen 0

1 Indicerend criterium: 2 Waarschuwingssignalering: a: verwachte effectieve dosis A: waarschuwingsteken ioniserende straling b: verwachte equivalente dosis B: onderbord tekst: "GECONTROLEERDE ZONE" c: potentiële blootstelling C: onderbord tekst: "BEWAAKTE ZONE" d: risico verspreiding radioactieve besmetting D: onderbord tekst: "RÖNTGENSTRALING" e: risico zoekraken of vervreemding bron E: onderbord tekst: "RADIOACTIEVE STOFFEN"

WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN WERKPLEKKEN: Ingekapselde bronnen: Alle (houders van) ingekapselde bronnen die niet zijn vrijgesteld of uitgesloten in de zin van het BS worden voorzien van signalering A+E, in elk geval op grond van indicerend criterium e. type ruimte Stralingsbron gecontroleerde bewaakte geen Indicerend 2 signalering ring criterium 1 Therapiebronnenkamer, Activiteit > 1 GBq radioactieve bron 0 c A+B+E Therapiebronnenkamer, 1 MBq < activiteit < 1 GBq radioactieve bron 0 c A+C+E Bergplaats, activiteit > 1 GBq radioactieve bron 0 e A+B+E Bergplaats, 1 MBq < activiteit < 1 GBq radioactieve bron 0 e A+C+E Therapiebronnenkamers met actieve signalering radioactieve bron in op afstand bedienbare bronhouder 0 Telkamers (o.a. LSC en gammacounter) beta-/gamma-bron in stevige bronconstructie 0 Bron t.b.v. bloedbestraling (> 1 GBq; inherente afscherming) Cs-137 0 1 Indicerend criterium: 2 Waarschuwingssignalering: a: verwachte effectieve dosis A: waarschuwingsteken ioniserende straling b: verwachte equivalente dosis B: onderbord tekst: "GECONTROLEERDE ZONE" c: potentiële blootstelling C: onderbord tekst: "BEWAAKTE ZONE" d: risico verspreiding radioactieve besmetting D: onderbord tekst: "RÖNTGENSTRALING" e: risico zoekraken of vervreemding bron E: onderbord tekst: "RADIOACTIEVE STOFFEN"

WAARSCHUWINGSSIGNALERING EN ZONERING VAN WERKPLEKKEN: Diversen: type ruimte Stralingsbron gecontroleerde bewaakte geen Indicerend 2 signalering ring criterium 1 annex gelegen ruimte H*(10) > 0,12 msv/week geen 0 a A+B annex gelegen ruimte 0,12 msv/week > H*(10) > 0,02 msv/week geen 0 a A+C annex gelegen ruimte H*(10) < 0,02 msv/week geen afvoerleidingen nucl. geneeskunde, r.a. lab's etc. radioactieve stoffen d A+E (op leiding) 1 Indicerend criterium: 2 Waarschuwingssignalering: a: verwachte effectieve dosis A: waarschuwingsteken ioniserende straling b: verwachte equivalente dosis B: onderbord tekst: "GECONTROLEERDE ZONE" c: potentiële blootstelling C: onderbord tekst: "BEWAAKTE ZONE" d: risico verspreiding radioactieve besmetting D: onderbord tekst: "RÖNTGENSTRALING" e: risico zoekraken of vervreemding bron E: onderbord tekst: "RADIOACTIEVE STOFFEN

Regeling Stralingshygiëne Randwijck: bescherming werknemer, milieu en patiënt (2007)