Stalen leidingsystemen Prestabo systeemomschrijving Reglementair gebruik Het Prestabo-systeem is bedoeld voor gebruik in industriële en verwarmingsinstallaties, en niet geschikt voor toepassing in drinkwaterinstallaties. Buizen en fittingen zijn daarom met een rood symbool Niet voor drinkwaterinstallaties gekenmerkt. Prestabo-componenten mogen alleen samen met onderdelen worden gebruikt die tot het systeem behoren. Het gebruik van het systeem voor andere dan de beschreven toepassingen dient met onze firma te worden overlegd. De persfittingen zijn met de SC-Contur uitgerust en zijn in ongeperste toestand zichtbaar lek. Bedrijfsvoorwaarden bij gebruik met EPDM-afdichtingselement Water, gesloten systeem bij bedrijfstemperaturen tot max. T max = 110 C; p max 16 bar Perslucht, droog en olievrij: p max 16 bar Bedrijfsvoorwaarden bij gebruik met FKM-afdichtingselement Water: bij bedrijfstemperaturen tot max. T max = 140 C; p max 16 bar Perslucht, droog maar niet olievrij: p max 16 bar Prestabo-buizen, persfittingen en flenzen Met rode kenmerking: Niet geschikt voor drinkwaterinstallaties Afb. H 40 Afb. H 41 138
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Technische gegevens Ongelegeerd staal, materiaalnr. 1.0308 volgens NEN EN 10305-3, electrolitisch verzinkt aan de buitenkant. Buisdiameters 15 t/m 54 mm ook met 1,0 mm PP-ommanteling leverbaar vanuit de fabriek. Af fabriek ingelegd EPDM-afdichtingselement als O-ring voor bedrijfstemperaturen 110 C en een werkdruk tot 16 bar. 6m-stangen, op dichtheid getest en gekenmerkt 12 / 15 / 18 / 22 / 28 / 35 / 42 / 54 64.0 / 76.1 / 88.9 / 108.0 Zonne-energie-installaties (PP-gecoate leiding uitgesloten) Koelingsinstallaties Verwarmingsinstallaties Persluchtinstallaties Vacuüminstallaties Installaties voor technische gassen (op aanvraag) Buis- en persfittingsmateriaal Afdichtingselement Leveringswijze Maten [mm] Prestabo Prestabo XL Toepassingsgebieden Gegevens Prestabo-buis, electrolitisch verzinkt Buis Ø buiten x s [mm] Volume per strekkende meter buis [liter / m] Gewicht per strekkende meter buis [kg / m] Gewicht per 6 m lengte [kg] Artikelnr. 12 x 1,2 0,07 0,32 1,9 650 339 15 x 1,2 0,13 0,41 2,5 559 441 18 x 1,2 0,19 0,50 3,0 559 458 22 x 1,5 0,28 0,80 4,6 559 465 28 x 1,5 0,49 1,00 5,9 559 472 35 x 1,5 0,80 1,20 7,4 559 496 42 x 1,5 1,19 1,50 9,0 559 489 54 x 1,5 2,04 2,00 11,7 559 502 64,0 x 2,0 2,83 3,06 18,3 598 327 76,1 x 2,0 4,08 3,66 21,9 598 334 88,9 x 2,0 5,66 4,29 25,7 598 341 108,0 x 2,0 8,49 5,23 31,4 598 358 Gegevens Prestabo-buis, electrolitisch verzinkt, ommanteld 17 x 2,2 0,13 0,45 2,7 577 117 20 x 2,2 0,19 0,60 3,3 577 124 24 x 2,5 0,28 0,82 4,9 577 131 30 x 2,5 0,49 1,10 6,4 577 148 37 x 2,5 0,80 1,30 8,1 577 551 44 x 2,5 1,19 1,60 9,7 577 568 56 x 2,5 2,04 2,10 12,6 577 575 Tab. H 8 Buisgegevens electrolitisch verzinkt Buisgegevens maten incl. 1,0 mm PP-ommanteling 139
Componenten Buisuitvoeringen Buizen Prestabo-staalbuizen zijn dunwandige, aan de lengtenaad gelaste leidingbuizen van ongelegeerd staal, materiaalnr. 1.0308 volgens NEN EN 10305-3 electrolitisch verzinkt aan de buitenkant, met een zinklaagdikte van 8 tot 15 µm (blauw gechromateerd). Ze zijn vormstabiel met een geringe warmte-uitzetting en dus ideaal voor kelder- en sijgleidingen in verwarmingsinstallaties. Buisuitvoeringen Electrolitisch verzinkt, alle maten: voor inbouwinstallaties en kelder- en stijgleidingen. Warm wordende leidingen worden achteraf geïsoleerd. Ommanteld, 15 t/m 54 mm: met PP-mantel voor visueel aantrekkelijke opbouwinstallaties. Buizen van 6 m lengte met metalen buiten- en binnenoppervlakken. De buiseinden zijn ter bescherming tegen vervuiling met rode kunststof kappen afgesloten. Alle buizen zijn op dichtheid getest. Kenmerken Ongeschikt voor drinkwater (zie ook volgende pagina) Afb. H 42 140
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Markering 1 2 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 Buismarkering Eelectrolitisch verzinkte en eelectrolitisch verzinkte ommantelde buis Let op! Niet geschikt voor drinkwater Afb. H 43 1 Fabrikant/systeemnaam 2 Materiaalnummer volgens DIN 3 Materiaal van de ommanteling 4 Nominale diameter x wanddikte 5 Afkorting buisfabrikant 6 Productiedatum 7 Chargenummer 1 2 3 4 5 6 Buismarkering Sendzimir verzinkte buis. Afb. H 44 1 Systeemfabrikant / systeemnaam 2 Materiaalnummer 3 Nominale diameter x wanddikte 4 Chargenummer 5 Certificatieteken / -nummer 6 Drukniveau Opslag en transport Om de compromisloze kwaliteit van de stalen Prestabo-buizen te waarborgen, moeten de volgende richtlijnen in acht worden genomen bij het transport en de opslag van buizen. Verpakking en beschermfolies (alleen voor in PP-folie gewikkelde buizen) dienen pas vlak voor het gebruik te worden verwijderd. De buiseinden moeten bij levering worden afgesloten met einddoppen, voordat de buizen worden gebruikt. Sla de buizen niet zonder bescherming op de betonnen vloer op. Plak geen beschermfolies e.d. op de buizen. Trek geen buizen over laadranden. Gebruik alleen een staalreinigingsmiddel om de buisoppervlakken te reinigen. 141
Persfittingen Alle persfittingen worden vervaardigd uit staal, materiaalnr. 1.0308 volgens NEN EN 10305-3, electrolitisch verzinkt aan de buitenkant, met een zinklaagdikte van 8 tot 15 µm (blauw gechromateerd). SC-Contur De SC-Contur maakt per ongeluk ongeperste persfittingen zichtbaar tijdens het vullen van de installatie. Ongeperste persfittingen worden in het drukbereik van 1 bar tot 6,5 bar duidelijk vastgesteld door waterlekkage of door drukverlies op de testmanometer. Deze kunnen vervolgens meteen worden nageperst. Prestabo Persverbindingssys teem met SC-Contur Fittingen 15 tot en met 108,0 mm van staal, electrolitisch verzinkt aan de buitenkant Af fabriek met EPDMafdichtingselement Afb. H 45 Technische kenmerken SC-Contur met rode markering op de rib Nauwkeurige Insteekzone met precieze diameter, vaste lengte en rechte afwerking Vastgelegde insteekdiepte door voorgevormde aanslag Af fabriek ingelegd afdichtingselement uit EPDM Het volume van de ril is exact op het afdichtingselement afgestemd Voldoet aan de erkende regels der kunst Omvangrijk assortiment fittingen Viega persmachines met - accu of 230 Volt voor eenvoudige montage door één persoon 142
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Afdichtingselementen EPDM Prestabo-persfittingen zijn af fabriek met EPDM-afdichtingselementen uitgerust, die voor de meeste toepassingen volstaan. In de onderstaande tabel vindt u enkele typische toepassingsvoorbeelden. Prestabo toepassingsgebieden met EPDM afdichtingsring Toepassingsgebied Gebruik Warmwaterverwarming Verwarming met pomp 95 C, radiatoraansluiting Zonne-energieinstallaties Secundair circuit, Airco-installaties gesloten T max [ C] max. 105 p max [bar] EN 12828 Opmerkingen Zonne-energiecircuit 6 Voor plaatcollectoren Perslucht Alle leidingtypes 20 16 Vacuüm Alle leidingtypes 20 Technische gassen Tab. H 9 10 Inhibitoren voor koudwatersets, zie materiaalbestendigheid Droog, max. olieconcentratie 25 mg / m³ 1,0 mbar Alle leidingtypes 20 Navraag nodig! FKM Voor toepassingsgebieden met een hogere temperatuur en druk kunnen de persverbindingen met een FKM-afdichtingselement worden uitgerust. Hiervoor moeten de af fabriek ingelegde EPDM-afdichtingselementen door FKM-afdichtingselementen worden vervangen. Voorbeelden hiervan vindt u in de onderstaande tabel. Prestabo toepassingsgebieden met FKM-afdichtingselement T max p max Toepassingsgebied Gebruik [ C] [bar] Stadsverwarming Stadsverwarminginstallaties na de huisaansluiting 140 16 Stoom Lagedruk-stoominstallaties 120 < 1 Zonne-energie-installaties Zonne-energiecircuit 6 Tab. H 10 Opmerkingen Bestelgegevens FKM-afdichtingsring Afmeting [mm] Art.-nr. Afmeting [mm] Art.-nr. 12 x 2,35 459376 42 x 4,13 459444 15 x 2,60 459390 54 x 4,13 459451 18 x 2,60 459406 64,0 x 5 614461 22 x 3,10 459413 76,1 x 5 614485 28 x 3,10 459420 88,9 x 5 614478 35 x 3,25 459437 108,0 x 5 614492 Tab. H 11 Voor vacuumcollectoren FKM-afdichtingselementen mogen niet in drinkwateren gasinstallaties worden ingezet. 143
Toepassingstechniek Extra corrosiebescherming nodig bij corrosief werkende materialen Bijv.: egalisatielagen, vulpasta's enz. Warmte-isolatie apart bekijken! Bescherming tegen uitwendige corrosie Prestabo buizen en fittingen zijn beschermd door een uitwendige verzinking. Toch kunnen ter bescherming tegen permanent inwerkend vocht of bij contact met corrosief werkende materialen extra maatregelen nodig zijn. Gebruik van celgesloten isolatieslangen met vakkundige afdichting van alle stoot- en snijranden door geschikte verlijming. Scheidingsfolies in de vloeropbouw controleren op dichtheid over het gehele oppervlak. Leidingen buiten de door vocht belaste ruimten leggen. Wanneer de vloer veelvuldig met water en/of reinigings-/desinfectiemiddelen worden gereinigd, bijv. in bejaarden- of verzorgingstehuizen en ziekenhuizen, moeten zichtbare radiatoraansluitingen vanuit de vloer worden vermeden. Aansluitingen vanuit de muur vergemakkelijken de reinigingswerkzaamheden en sluiten extra corrosierisico's uit. Bij radiatoraansluitingen vanuit de vloer moet worden gezorgd voor een vakkundige corrosiebescherming en een vakkundige afdichting van de voegen om het risico op corrosie door binnendringend schoonmaakwater uit te sluiten. Gebruik van ommantelde buizen (Prestabo) andere buiskwaliteiten moeten volgens de instructie van de fabrikanten worden voorzien van een extra corrosiebescherming. In principe zijn de aansluiting van radiatoren vanuit de wand, de vakkundige afdichting van voegen en het gebruik van ommantelde buizen de beste maatregelen om corrosie te voorkomen. Wanneer ondanks bovengenoemde maatregelen geen duurzame bescherming tegen vocht kan worden gegarandeerd of wanneer het gaat om toepassingsgebieden met speciale eisen bijv. in koelcircuits, moeten speciale, van geval tot geval uit te proberen maatregelen voor de corrosiebescherming worden genomen, voor de uitvoering waarvan de informatie van de fabrikant van de gebruikte producten en het AGI-werkblad Q 151 in acht moeten worden genomen. De plaatsing van een warmte-isolatie moet onafhankelijk van de corrosiebescherming per geval worden gecontroleerd. Industrieel gebruik Bij installatie in industriële omgevingen, met belastingen door agressieve omgevingslucht, moeten de daarvoor geldende, interne fabrieksnormen in acht worden genomen. Als leidingen in permanent vochtbelaste bouwelementen van badkamers, grootkeukens of slagerijen zijn gelegd, hebben de volgende beschermende maatregelen hun waarde bewezen: Gebruik van celgesloten isolatieslangen, bij zorgvuldige afdichting van alle stoot- en snijranden door geschikte verlijming. Vochtafdichting van de gelegde leidingen door scheidingsfolies in de vloeropbouw. Aanleg van leidingen buiten de zones die aan risico's zijn blootgesteld. 144
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Koelwatercircuits Het Viega Prestabo-persfittingsysteem kan in alle gesloten koelwatercircuits worden gebruikt, waarin tijdens de werking geen zuurstof kan binnendringen. Door de bedrijfsomstandigheden in koelwatersystemen kan het nodig zijn het dragermedium te voorzien van een antivriesmiddel. Tot een glycolgehalte van 50% bij de totale waterinhoud kunnen standaard-afdichtingselementen van EPDM worden gebruikt. Viega sendzimirverzinkte buizen zijn voor deze toepassing niet geschikt. Conform NEN EN 14868 (2005-11) leidt het opnieuw bijvullen van een systeem normaal gesproken niet tot een significante binnendringing van zuurstof. Niettemin kan de zuurstofbinnendringing tot schade aan het systeem (corrosie) leiden wanneer het circulatiewater in het systeem als gevolg van verliezen regelmatig wordt vervangen of bijv. door automatische dosering aanzienlijke hoeveelheden vers water worden toegevoegd. In aansluiting op de VDI-richtlijn 2035 tab. 1 moet het zuurstofgehalte bij zoutarm water onder 0,1 mg/l liggen, bij zout water onder 0,02 mg/l. Glycoltoevoeging Toegestaan zuurstofgehalte Bescherming tegen inwendige corrosie (driefasegrens) Bij metalen materialen kan corrosie optreden binnen het bereik van de driefasegrens van water, materiaal en lucht. Deze corrosie kan worden voorkomen, als de installatie na de eerste vulling en ontluchting volledig met water gevuld blijft. Wordt het systeem na de installatie niet onmiddellijk in gebruik genomen, dan is een druk- en dichtheidsproef met lucht of inerte gassen aanbevolen. Isoleren en leggen van leidingen * Afhankelijk van de toepassing en het buismateriaal dienen de isolatie, plaatsing en bevestiging van leidingen om de volgende redenen volgens de erkende regels van de techniek te worden uitgevoerd: bescherming tegen condensvorming voorkomen van uitwendige corrosie beperking van warmteverliezen voorkomen van tikgeluiden als gevolg van lengte-uitzetting geen overdracht van stromingsgeluiden. Electrolitisch verzinkte Prestabo-buizen en alle vorm- en verbindingsstukken moeten door de klant onafhankelijk van de isolatie-eisen van de EnEV worden geïsoleerd om uitwendige corrosie en overdracht van stromingsgeluiden te voorkomen. Bij het leggen dienen de leidingen zo te worden bevestigd, dat de onvermijdelijke lengteveranderingen geen tikgeluiden veroorzaken, die het comfort van de gebruiker sterk kunnen verminderen. Wanneer de isolatie door brandcompartimenten wordt geleid, moet bij verwarmingsleidingen de productinformatie van de fabrikant van het isolatiemateriaal in acht worden genomen. Van toepassing zijn de eisen van de EnEV 145
Isolatie tegen warmteverliezen Om de warmteafgifte van leidingen voor de warmteverdeling te beperken adviseren wij deze te isoleren conform EnEV, Bijlage 5. De nationale regelgeving moet in acht worden genomen. Voorbeeld: Isolatie van leidingen in de vloeropbouw Prestabo-buis 15 mm, met Exzentroflex-isolatie (h = 38 mm) als VC-aansluitleiding in verdiepingsvloer tussen verwarmde ruimten van verschillende gebruikers EnEV, Bijlage 5, tabel 1, regel 7 Voorbeelden met in de vloer gelegde leidingen Afb. H 46 Voorbeeld: Isolatie van leidingen in de vloeropbouw Prestabo-buis 15 mm, met Exzentroflex-isolatie (h = 59 mm) als VC-aansluitleiding, in de vloeropbouw tegen de bodem, buitenlucht of onverwarmde ruimten EnEV, Bijlage 5, tabel 1, regel 1 Afb. H 47 1 Cementafwerkvloer 2 PE-folie 3 Contactgeluidsisolatie 4 Egalisatielaag WLG 040 5 6 7 Warmte-isolatie buis Ruwe vloer Bodem (steengruis) 146
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Voorbeeld: Isolatie van leidingen in de vloeropbouw Prestabo-buis 15 mm, omsloten met 9 mm isolatie (λ = 0,04 W/m K) in verdiepingsvloer tussen verwarmde ruimten van verschillende gebruikers EnEV, Bijlage 5, tabel 1, regel 7 Afb. H 48 Voorbeeld: Isolatie van leidingen in de vloeropbouw Prestabo-buis 15 mm, omsloten met 26 mm isolatie (λ = 0,04 W/m K) tegen bodem, buitenlucht of onverwarmde ruimten EnEV, Bijlage 5, tabel 1, regel 1 Afb. H 49 1 Cementafwerkvloer 2 PE-folie 3 Contactgeluidsisolatie 4 Egalisatielaag WLG 040 5 6 7 8 Warmte-isolatie buis Stortlaag (Meabit/ Perlit) Ruwe vloer Bodem (steengruis) 147
Voorbeeld: Isolatie van leidingen in de vloeropbouw Prestabo-buis 15 mm, kunststof ommanteld, in verdiepingsvloeren tussen verwarmde ruimten van verschillende gebruikers Afb. H 50 1 Cementafwerkvloer 2 PE-folie 3 Contactgeluidsisolatie 4 Egalisatielaag WLG 040 5 6 7 8 Leiding (PP-ommanteld) Stortlaag (Meabit/ Perlit) Ruwe vloer Spijkerplug (nylon) Equipotentiaalverbinding* Het Prestabo-systeem is een elektrisch geleidend systeem en moet dus in de potentiaalvereffening worden geïntegreerd. Wordt een leidingsysteem of onderdelen ervan gelegd of in het kader van een sanering vervangen, dan dient de potentiaalvereffening door een elektricien te worden gecontroleerd! Voor de potentiaalvereffening is de installateur van de elektrische installatie verantwoordelijk! Menginstallaties Het Prestabo-systeem kan met afzonderlijke onderdelen van brons (Viega Sanpress) worden gecombineerd. Overgangen tussen Prestabo en onderdelen van koper of roestvast staal moeten met een fitting van brons worden uitgevoerd. Omdat bij het opwarmen van de installatie het gehele zuurstofgehalte uitgedreven of aan het metalen oppervlak gebonden wordt, bestaat er geen corrosiegevaar. Een zuurstofopname van het verwarmingswater moet worden vermeden door een deskundige installatie van verwarmingsinstallatie en expansievat en door het gebruik van geschikte kranen. Is een zuurstofopname onvermijdelijk, dan dienen er extra maatregelen te worden genomen, bijv. door chemische binding van de zuurstof. Het mengen van complete installatiesystemen is verboden. 148
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Leidingtraject en bevestiging Voor de bevestiging van de buizen dienen gewone buisklemmen met chloridevrije geluidsisolatie te worden gebruikt. Hierbij gelden de algemene regels voor bevestigingstechniek. Bevestigde leidingen mogen niet als houder voor andere leidingen en onderdelen worden gebruikt Buishaken zijn niet toegestaan Afstand tot verbindingen houden! Rekening houden met uitzetrichting vaste en glijpunten inplannen. Om trillinggeluiden te voorkomen, dienen de bevestigingsafstanden in de tabel in acht te worden genomen. Recommended fastening gaps Buismaten [mm] Bevestigingsafstand stangbuis [m] Buismaten [mm] Bevestigingsafstand stangbuis [m] 12 1,25 42 3,00 15 1,25 54 3,50 18 1,50 64,0 4,00 22 2,00 76,1 4,25 28 2,25 88,9 4,75 35 2,75 108,0 5,00 Tab. H 12 Lengte-uitzetting compensatoren Leidingen zetten bij opwarming al naargelang het materiaal verschillend uit. Om ongewenste spanningen in de leidingen te voorkomen, dient hier bij de planning en installatie van leidingsystemen rekening mee te worden gehouden. Hierbij dient bijzondere aandacht te worden besteed aan. vaste en glijpunten, uitzettingscompensatietrajecten, zoals expantiebochten, axiale compensatoren. De lengte-uitzetting l van leidingen is afhankelijk van volgende fysische waarden: van het temperatuurverschil T van het medium, van de leidinglengte l 0 en van de lengte-uitzettingscoëfficiënt α. l kan van diagrammen zoals Afb. H-48 worden afgelezen of kan rekenkundig worden bepaald. Voorbeeld Gegevens bedrijfsomstandigheden De bedrijfstemperatuur ligt tussen 10 en 60 C dus, T = 50 K Het leidinggedeelte heeft een lengte van l 0 = 20 m De lengte-uitzettingscoëfficiënt voor verzinkte staalbuizen α = 0,0120 [mm/ mk] Waarden invullen in de formule: l = α [mm/ mk] L [m] T [K] hieruit volgt: l = 0,0120 [mm/ mk] 20 [m] 50 [K] = 12 mm De lengte-uitzetting l bedraagt 12 mm. 149
Lengte uitzetting Prestabo-leidingen Prestabo lengte uitzetting Lengte-uitzetting l [mm] Buislengte l 0 [m] Temperatuurverschil T [K] Afb. H 51 Vaststelling van de lengte-uitzetting Op de x-as aan de waarde van het temperatuurverschil verticaal naar boven tot aan de buislengte, dan links op de y-as de lengte-uitzetting aflezen. Lengte-uitzetting diverse materialen Warmte-uitzettings-coëfficient α Lengte-uitzetting bij buislengte = 20 m en T = 50 K [mm/ mk] [mm] Roestvast staal (1,4401) 0,0165 16,5 Verzinkt staal 0,0120 12,0 Koper 0,0166 16,6 Kunststof 0,08 0,18 80 180 Tab. H 13 150
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen U- of Z-uitzettingscompensatoren berekening De lengte-uitzetting van leidingen bij opwarming wordt vooral gecompenseerd door de elasticiteit van het leidingnet. Is dit bij zeer lange buisafstanden niet mogelijk, dan moeten compensatoren worden geïnstalleerd. Deze kunnen als Z- of U-expantiebochten worden uitgevoerd. Expantiebochten zijn leidingdelen met bevestigingspunten die zo geplaatst worden, dat de lengteveranderingen van de leidingen op lange termijn geen mechanische schade veroorzaken. Dit wordt bereikt doordat de uitzetbeweging gericht wordt afgeleid naar leidingdelen die op basis van hun lengte voldoende flexibel zijn. Dit noemt men expantiebochten. De vaststelling van de noodzakelijke beenlengte is eenvoudig. Vaststellen van het grootst mogelijke temperatuurverschil T. Vaststelling van de buislengte l 0. Met deze waarden wordt de lengte berekend, waarover het leidinggedeelte zich in totaal uitzet. In het voorbeeld van het vorige hoofdstuk is l = 12 mm. In de diagrammen afb. H-52 en H-53 kan de noodzakelijke beenlengte L BZ of L BU dan direct worden afgelezen. Berekening expantiebocht Expantiebocht Z-vorm met expantiebocht L BZ en als T-verbinding Ø 54 mm Afb. H 53 Afb. H 54 Expantiebocht U-vorm met expantiebocht L BU Ø 54 mm Afb. H 52 151
Expantiebocht Z- en T-vorm Lengtebepaling voor expantiebocht (Ø 54 mm) Uitzettingsopname l [mm] Beenlengte L BZ [m] Afb. H 55 Expantiebocht U-vorm Uitzettingsopname l [mm] Beenlengte L BU [m] Afb. H 56 152
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Expantiebocht Z-vorm met expantiebocht L BZ en als T-verbinding Ø 64,0 mm Afb. H 57 Afb. H 58 Expantiebocht U-vorm met expantiebocht L BU Ø 64,0 mm Afb. H 59 153
Expantiebocht Z- en T-vorm Lengtebepaling voor expantiebocht (Ø 64 mm) Uitzettingsopname l [mm] Beenlengte L BZ [m] Afb. H 60 Expantiebocht U-vorm Uitzettingsopname l [mm] Beenlengte L BU [m] Afb. H 61 154
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Montage Opslag en transport Om beschadiging van de zinklaag te voorkomen, mogen de buizen niet direct op de vloer worden opgeslagen. Bij het transport tegen beschadiging beschermen en bij het verladen niet over randen trekken. Verwerking Inkorten Blanke buizen kunnen met buissnijders, fijngetande metaalzagen of automatische zagen worden afgekort. Het gebruik van doorslijpschijven (Flex) of snijbranders is niet toegestaan. Bij af fabriek ommantelde buizen moet ter hoogte van de persfitting de kunststof mantel worden verwijderd. Het gebruik van de Prestabo-mantelbuisstripper garandeert het correct strippen op insteekdiepte. Langsgroeven op het buisoppervlak dienen te worden vermeden. Afmantelen De mantelbuisstripper 1 maakt een nauwkeurige verwijdering van de kunststof mantel aan de persuiteinden 2, mogelijk. Beschadiging van de metalen oppervlakken wordt vermedenen er wordt slechts zoveel materiaal verwijderd, als voor de insteekdiepte nodig is 3. Het gebruik van ander gereedschap wordt afgeraden. Opmerking: messen niet slijpen, maar vervangen. Mantelbuisstripper Verwijdert exact de benodigde insteekdiepte voor de persfitting (De kleur van de mantelbuisstripper kan verschillen) 1 2 3 Afb. H 62 155
Ontbramen De buiseinden moeten na het afkorten aan buiten- en binnenzijde zorgvuldig worden ontbraamd, om beschadiging van het afdichtingselement bij het monteren te voorkomen. Buigen Prestabo-buizen, blank 12, 15, 18, 22 mm kunnen koud worden gebogen met gewoon buiggereedschap. De buiseinden moeten ten minste 50 mm lang zijn om de persfittingen correct te kunnen opsteken. Opmerking: ommantelde Prestabo-buizen mogen niet worden gebogen, omdat er momenteel geen geschikt buiggereedschap beschikbaar is. Minimale buislengte U-vorm met expansiebocht L BU Ø 64,0 mm Afb. H 63 156
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Montagevoorbeelden Verwarmingsinstallatie Verdelerinstallatie met Prestabo Afb. H 64 Radiatoraansluiting Easytopkogelkranen Afb. H 65 Afb. H 66 Persgereedschap Perstechniek op moeilijk toegankelijke plaatsen Afb. H 67 Afb. H 68 157
Bevestigingsmethoden vaste en glijpunten Leidingen kunnen met vaste punten of met glijdende bevestigingen worden gemonteerd. Vaste punten zijn onbeweeglijk verbonden met het gebouw. Glijpunten laten een axiale uitzetting toe. Vaste punten moeten zodanig worden uitgekozen dat: torsiespanningen ten gevolge van lengteuitzetting grotendeels zijn uitgesloten en rechte leidingen, die geen richtingsveranderingen hebben, slechts één vast punt hebben. Glijdende bevestigingspunten dienen op voldoende afstand van verbindingen te worden geplaatst. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de te verwachten lengte-uitzetting ten gevolge van opwarming. Vaste punten en glijpunten Afstand houden tot de fitting Rekening houden met uitzettingsrichting Afb. H 69 Afb. H 70 Bevestiging met één vast punt Afb. H 71 158
2 Verwarmingsinstallatie Stalen leidingsystemen Inbouwinstallatie Een leiding op de pleisterlaag of in een installatiekoker heeft voldoende ruimte voor uitzettingsbewegingen. Bij leggen onder de pleisterlaag of in afwerkvloeren moet deze ruimte met behulp van zacht isolatiemateriaal bijv. schuimstof worden gecreëerd. Dit geldt met name bij T-stukken en bochten, omdat de mechanische krachten zich vooral hier doen gelden. Inbouwinstallatie met isolatie Afb. H 72 Leggen in afwerkvloer Leidingen onder een zwevende afwerkvloer worden meestal in de egalisatielaag of in de contactgeluidisolatie gelegd, waar voldoende ruimte voor uitzetting beschikbaar is. Waar de leidingen verticaal uit de vloer komen, dient de benodigde ruimte met behulp van geschikt isolatiemateriaal te worden gecreëerd. Plaatsing in de afwerkvloerconstructie met aftakleiding Plafonddoorvoer Afb. H 73 Afb. H 74 159
Teerlaag (asfaltmastiek) Professionele vloerconstructie 3 2 4 5 1 6 Afb. H 75 1 Ruwe betonvloer 2 Vulzand achter de randisolatiestroken 3 Tegels 4 Teerlaag (asfaltmastiek) met afdekking 5 Kartonnen afdekking 6 Egalisatie-/isolatielaag Leggen in teerlaag asfaltmastiek Voor etageverdeelleidingen met Prestabo fittingen is een professionele installatie vereist. In vloerverwarming moeten Prestabo persverbindingen worden beschermd met 20 cm niet-ontvlambaar materiaal aan elke kant. Het systeem moet worden gevuld voordat de afwerkvloer wordt gelegd. 160