optipoint 400 HFA / CorNet TS 1 Inleiding... 2 2 Configuratie HiPath 3000 / IP-netwerk... 2 3 Configuratiemenu optipoint 400 HFA... 3 4 Configuratie via Web-interface... 8 September 2002 Pagina 1
1 Inleiding De optipoint 400 HFA / CorNet TS is de IP-variant van de optipoint toestelserie. HFA staat voor HiPath Feature Access, wat inhoud dat men met deze HFA software gebruik maakt van HiPath 3000 systeemfeatures, als ware het een optipoint 500 toestel. De optipoint 400 kan op meerdere manieren geconfigureerd worden.! Via de Deployment Tool, welke standaard mee geïnstalleerd word met de HiPath 3000 Manager E. Een uitvoerige omschrijving hiervan is beschikbaar in het document Deploymenttool.doc.! Via het configuratiemenu op het display van de optipoint 400 HFA! Via de ingebouwde webserver in de optipoint 400 HFA Wanneer de optipoint 400 HFA voor de eerste keer aangesloten word, zal deze automatisch in het configuratiemenu opstarten. Bij een reeds geconfigureerde optipoint 400 HFA kan men het configuratiemenu oproepen door gelijktijdig de toetsen 2 8 + in te drukken. 2 Configuratie HiPath 3000 / IP-netwerk HiPath 3000 Manager E Vanaf HiPath 3000 V3.0 worden IP-Workpoints (optipoint 400 HFA / opticlient 130 V2.0) geconfigureerd in de HiPath 3000 systemen door middel van de HiPath 3000 Manager E. Het is dus niet meer nodig om IP-Workpoints te programmeren in de HG1500 bouwgroep, met de HiPath 3000 Manager I. De volgende stappen dienen genomen te worden in de HiPath 3000 Manager E:! Programmeer een naam en nummer op een niet hardwarematig aanwezige poort! Ga vervolgens naar systeemstatus software module-configuratie en configureer het zojuist aangemaakte toestelnummer als System Client. Na het terugzenden van de database kan de IP-Workpoint aangemeld worden. Let op: In de HG1500 bouwgroep dienen wel IP-Workpoint licenties vijgeschakeld te zijn voordat er IP-Workpoints aangemeld kunnen worden! September 2002 Pagina 2
IP-netwerk De optipoint 400 HFA beschikt over 2 10/100MB ethernet interfaces. Hierdoor is het mogelijk om via slechts 1 netwerkaansluiting zowel te telefoneren als wel de PC aan te sluiten. De netwerkaansluiting op de werkplek word eerst aangesloten op de optipoint 400. Vervolgens kan de PC aangesloten worden op de 2 e ethernetaansluiting van de optipoint 400. De optipoint 400 ondersteund zowel een DHCP IP-netwerk als ook de mogelijkheid om een vast IP-adres in te voeren. Wanneer het IP-netwerk beschikt over Power over LAN, dan is geen extra voeding benodigd om de optipoint 400 te voorzien van voedingsspanning. In de gevallen dat er geen Power over LAN beschikbaar is, dient men een losse voedingsadapter aan te sluiten. Deze voedingsadapter is separaat te bestellen en staat vermeld in de prijslijst. 3 Configuratiemenu optipoint 400 HFA De meest makkelijke manier voor het beheer van de optipoint 400 HFA is via de Deployment Tool. Hiermee kunnen alle in het netwerk opgenomen optipoint 400 toestellen namelijk centraal en in 1 keer beheerd worden. De andere 2 mogelijkheden, welke onderstaand beschreven worden, zijn op toestelbasis. Op de volgende pagina s staat beschreven hoe we de optipoint 400 configureren via het configuratiemenu op het display van het toestel. Wanneer er gebruik word gemaakt van een DHCP server op het IP-netwerk van de klant, dan hoeft er natuurlijk geen vast IP-nummer, subnet masker etc. geprogrammeerd te worden. Die stappen kunnen dan worden overgeslagen. September 2002 Pagina 3
Configuration? > Enter admin password * * * * * * > Toets het standaard password 123456 in. Toets dan 01=Network? > Network: On 01=DHCP IP assign? > Wanneer er op het netwerk een DHCPbeschikbaar is, dient On geselecteerd te worden. DHCP IP assign: On Switch over? > Network: Off 01=DHCP IP assign > Network: 0.0.0.0 02=Terminal IP addr.? > Terminal IP addr.: 0.0.0.0 Change? > Terminal IP addr Controleren! 000.000.000.000 > Toets het IP-nummer in. (* voor volgende) Terminal IP addr: 150.052.003.150 > Network: 150.052.003.150 02=Terminal IP addr.? > Network: 255.0.0.0 03=Terminal mask? > September 2002 Pagina 4
Terminal mask: 255.0.0.0 Change? > Terminal mask 255.000.000.000 > Toets het netwerk subnetmasker in (meestal 255.255.255.0) Terminal mask: 255.255.255.000 > Network: 255.255.255.0 03=Terminal mask > Network: 0.0.0.0 04=Default route? > Wanneer het HiPath 3000 systeem niet in hetzelfde netwerksegment zit, dient de default gateway en IP-routing geconfigureerd te worden. Network: 0.0.0.0 05=IP routing? > Network: 06=QoS? > Network: 0.0.0.0 07=DNS IP-address? > Eventueel IP-adres van de DNS server Network: 08=Domain name? > Eventueel domeinnaam van het netwerk Network: 00=End > September 2002 Pagina 5
02=System? > Hier voert u de systeemgegevens in van Het HiPath 3000 systeem System: 0.0.0.0 01=PBX address? > PBX addr: 0.0.0.0 Change? > Let op! Hier voert u het IP adres van de HG1500 bouwgroep in! PBX addr: 000.000.000.000 > Toets het IP-adres van de HG1500 bouwgroep in PBX addr 150.052.003.010 > System: 150.052.003.010 01=PBX address? > System: 02=Subscriber number? > Hier geeft u het in het HiPath 3000 systeem geprogrammeerde toestelnummer in. Subscriber number: Change? > Subscriber number: > Toets het toestelnummer is. Subscriber number: 3103 > System: 3103 02=Subscriber number? > September 2002 Pagina 6
System: 03=Subscriber password? > Geef hier een eventueel geprogrammeerd password in. System: 00=End > 03=File transfer? > 04=SNMP? > 05=Speech? > 06=General info? > 07=Admin password? > 00=End? > September 2002 Pagina 7
4 Configuratie via Web-interface De 3 e mogelijk tot configuratie is de ingebouwde web-interface. Deze is via een browser op te vragen via het IP-nummer van de optipoint 400, http://ip-nummer Via deze gebruiksvriendelijke web-interface zijn ook alle instellingen te wijzigen. September 2002 Pagina 8