MAVENCLAD (Cladribine)

Vergelijkbare documenten
MAVENCLAD (Cladribine)

Kyleena (19,5 mg levonorgestrel) afleveringsysteem voor intra-uterien gebruik

Vectibix (panitumumab) Educatief materiaal voor de arts

Mysimba 8 mg/90 mg tabletten met verlengde afgifte. (naltrexonhydrochloride en bupropionhydrochloride)

Gelieve de patiëntenwaarschuwingskaart van Entyvio in te vullen en te overhandigen aan elke patiënt.

VALDOXAN (agomelatine) Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Aanbevelingen met betrekking tot:

Belangrijke informatie voor zorgverleners over de nieuwe formulering van FLOLAN

Handleiding voor zorgverleners

VALDOXAN. (agomelatine) Informatie voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg: Aanbevelingen met betrekking tot:

Informatiefiche voor artsen voor een veilig en doeltreffend gebruik van het geneesmiddel

Informatie verstrekt onder het gezag van het fagg. Rechtstreekse mededeling aan de gezondheidszorgbeoefenaars

BOTOX (botulinum toxine type A) Educatieve brochure voor artsen. 100 Allerganeenheden Poeder voor oplossing voor injectie

Checklist voor voorschrijvers

RECONSTITUTIE, DOSERING EN TOEDIENING

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring.

MYCOFENOLAATHOUDENDE GENEESMIDDELEN Informatiegids voor de gezondheidszorgbeoefenaars TERATOGEEN RISICO

Selectie en training van patiënten voor thuistoediening van Nplate

Rechtstreekse mededeling aan de Gezondheidszorgbeoefenaars

Servier Benelux S.A. PROTELOS. (strontiumranelaat) GIDS EN CHECKLIST VOOR DE ARTS

NEBIDO (TESTOSTERONUNDECANOAAT) 1000 mg/4 ml oplossing voor injectie GIDS VOOR DE VOORSCHRIJVER

Imnovid (pomalidomide) Directe berichtgeving aan gezondheidszorgbeoefenaars

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Belangrijke informatie voor beroepsbeoefenaren

Risico minimalisatie materialen betreffende Inflectra (infliximab) voor de voorschrijvers

RISICO MINIMALISATIE MATERIAAL BETREFFENDE FLIXABI (INFLIXIMAB) VOOR VOORSCHRIJVERS

INFORMATIE VOOR DE VOORSCHRIJVER

INFORMATIEBROCHURE VOOR BEROEPSBEOEFENAARS IN DE GEZONDHEIDSZORG

Directe communicatie aan gezondheidszorgbeoefenaars over de associatie van Sprycel (dasatinib) met Pulmonaire Arteriële Hypertensie (PAH)

VRAAG- EN ANTWOORDBROCHURE VOOR DE GEZONDHEIDSZORGBEOEFENAARS

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE

RISICO MINIMALISATIE MATERIAAL BETREFFENDE BARICITINIB VOOR DE VOORSCHRIJVER, APOTHEKER EN VERPLEEGKUNDIGE

Siklos 100 mg filmomhulde tabletten (hydroxycarbamide) Informatiebrochure voor de arts

RISICO MINIMALISATIE MATERIAAL BETREFFENDE BARICITINIB VOOR DE VOORSCHRIJVER, APOTHEKER EN VERPLEEGKUNDIGE

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. Neurobion 100 mg 100 mg 1 mg / 3 ml oplossing voor injectie Vitaminen B 1 + B 6 + B 12

Bijgevoegd vindt u de risico minimalisatie materialen.

ERIVEDGE (VISMODEGIB) BROCHURE VOOR GEZONDHEIDSZORGBEOEFENAARS ZWANGERSCHAPSPREVENTIEPROGRAMMA

INFLECTRA (infliximab) RISICO MINIMALISATIE MATERIALEN BETREFFENDE INFLECTRA (INFLIXIMAB) VOOR DE VOORSCHRIJVERS. Biologics

De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.

ACTYNOX 50%/50% v/v Distikstofoxide (N 2 O) en Zuurstof (O 2 ) Medicinaal gas, samengeperst

Informatieboekje voor patiënten Wat u moet weten

YERVOY. (ipilimumab) Concentraat voor oplossing voor infusie Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring.

Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring.

CINRYZE (C1-REMMER [HUMAAN])

ILARIS. (canakinumab) Informatiemateriaal voor de artsen. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring

CAPRELSA (vandetanib)

Jext : Instructies voor gebruik

Capecitabine Accord moet permanent worden stopgezet bij patiënten die een ernstige huidreactie hebben gehad tijdens de behandeling.

Inhoud: 1) Informatiefolder voor de patiënt (met bijgevoegde audio-cd) 2) Bijsluiter: informatie voor gebruikers

ARIPIPRAZOL SANDOZ VRAAG & ANTWOORD BROCHURE VOOR MEDISCHE ZORGVERLENERS

Sildenafil mag niet gebruikt worden voor de behandeling van intrauteriene

Wat u zou moeten weten over Rixathon

FORMULIER VOOR START VAN DE BEHANDELING MET TYSABRI

Siklos 100 mg filmomhulde tabletten (hydroxycarbamide)

Onderwerp: Ernstige huidreacties geassocieerd met Capecitabine (Xeloda )

isotretinoïne 10 mg en 20 mg zachte capsules Preventie van zwangerschap & blootstelling van de foetus

MYCOFENOLAATHOUDENDE GENEESMIDDELEN Informatiegids voor de patiënten. Informatie over de risico's voor de foetus

isotretinoïne 10 mg en 20 mg zachte capsules Zwangerschapspreventie programma

Dosisgids bestemd voor de arts voor de behandeling van Reumatoïde Artritis (RA) met RoACTEMRA

Artsenbrochure. bij de behandeling van patiënten met Cryopyrin-Associated Periodic Syndromes (CAPS) met Ilaris

Artsenbrochure. bij de behandeling van patiënten met jichtartritis met Ilaris

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

Dosisgids bestemd voor de arts voor de behandeling van Reumatoïde Artritis (RA) met RoACTEMRA

Transcriptie:

De Europese gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel MAVENCLAD. Het verplicht plan voor risicobeperking in België, waarvan deze informatie deel uitmaakt, is een maatregel genomen om een veilig en doeltreffend gebruik van MAVENCLAD te waarborgen (RMA versie 10/2017). MAVENCLAD (Cladribine) Gids voor voorschrijvers NIET gebruiken tijdens de zwangerschap (zie SKP). GEEN borstvoeding geven tijdens en tot 1 week na de behandeling (zie SKP). Zwangerschap voorkomen tijdens de behandeling: Gebruik van een effectieve anticonceptiemethode tijdens de behandeling en ten minste 6 maanden na de laatste dosis MAVENCLAD ; Gebruik van een systemische hormonale anticonceptie + een barrièremethode tijdens de behandeling en ten minste 4 weken na de laatste dosis in elk behandelingsjaar. Dit materiaal bevat niet alle informatie. Voor de volledige informatie: Lees aandachtig de SKP vooraleer MAVENCLAD voor te schrijven. De volledige en geactualiseerde tekst van deze SKP is beschikbaar op de website www.fagg.be, rubriek BIJSLUITER en SKP van een geneesmiddel.

Doel van dit materiaal (RMA of Risk Minimisation Activities) Deze informatie maakt deel uit van het Belgische risicobeheerplan, dat informatiemateriaal beschikbaar stelt aan gezondheidszorgbeoefenaars (en patiënten). Deze bijkomende risicobeperkende activiteiten hebben als doel een veilig en doeltreffend gebruik van MAVENCLAD te waarborgen en moeten volgende belangrijke onderdelen bevatten: Educationele materialen voor de arts; Educationele materialen voor de patiënt. De Gids voor voorschrijvers moet het volgende bevatten: een inleiding tot MAVENCLAD die de voorschrijver eraan herinnert rekening te houden met de Gids voor patiënten terwijl hij/zij de behandeling met MAVENCLAD bespreekt met de patiënt, ter ondersteuning van het vroegtijdig herkennen van klachten en verschijnselen van bijwerkingen en de tijdige behandeling ervan; de behandelingsschema s; een herinnering om de gegevens betreffende controle van het aantal bloedcellen en de screening voor latente infecties nauwgezet af te wegen alvorens te starten met de behandeling; advies voor opvolging van de patiënt tijdens de behandeling; informatie over preventie van zwangerschap. De Gids voor patiënten moet een inleiding tot behandeling met MAVENCLAD, de bijwerkingen ervan, mogelijke risico s en informatie over preventie van zwangerschap omvatten. De Gids voor voorschrijvers/gids voor patiënten moet informatie omvatten over de volgende veiligheidskwesties: 3. tuberculose, om personen bewust te maken van dit risico. Belangrijke mogelijke risico s: 1. progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML), oppor tunis tische infecties (andere dan PML en tuberculose) en ernstige infecties, om personen bewust te maken van klachten en verschijnselen duidend op deze risico s; 2. maligniteiten, om personen bewust te maken van dit risico, omdat: a. patiënten met huidige actieve maligniteiten niet mogen worden behandeld met MAVENCLAD ; b. patiënten geadviseerd moeten worden om na de behandeling met MAVENCLAD de standaard screeningsrichtlijnen voor kanker te volgen; 3. teratogeniciteit/negatieve uitkomsten van een zwangerschap, om te garanderen dat vrouwelijke patiënten die kinderen kunnen krijgen/ partners van mannelijke patiënten die MAVENCLAD krijgen: a. advies krijgen voordat ze starten met de behandeling (bestaande uit twee behandelingskuren die bij het begin van twee opeenvolgende jaren worden toegediend) zowel in jaar 1 als jaar 2; b. effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling en gedurende ten minste 6 maanden na de laatste dosis. Het is op dit ogenblik niet bekend of MAVENCLAD de effectiviteit van systemische hormonale anticonceptiemiddelen vermindert. Daarom moeten vrouwen die kinderen kunnen krijgen en systemische hormonale anticonceptiemiddelen gebruiken ook een barrièremethode gebruiken tijdens behandeling met MAVENCLAD en tot 4 weken na de laatste dosis. Belangrijke, vastgestelde risico s: 1. ernstige lymfopenie (van graad 3), om te garanderen dat hematologische tests en behandelingsvereisten worden nageleefd; 2. infecties met herpes zoster, om te garanderen dat men zich bewust is van klachten en verschijnselen duidend op deze infecties; 2 3

INHOUD Inleiding tot MAVENCLAD 5 Behandelingsschema s 5 Monitoring tijdens de behandeling 8 - Hematologische monitoring 8 - Ernstige infecties 8 - Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) 9 - Maligniteiten 10 Preventie van zwangerschap 10 - Informatie voor vrouwelijke patiënten 10 - Informatie voor mannelijke patiënten 11 - Borstvoeding 11 Melden van bijwerkingen 12 RMA materiaal bijbestellen 12 Inleiding tot MAVENCLAD MAVENCLAD is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met zeer actieve relapsing multiple sclerose (MS), zoals gedefinieerd door klinische of beeldvormingskenmerken. Deze gids geeft informatie over de belangrijkste risico s die verband houden met MAVENCLAD en de maatregelen die noodzakelijk zijn om deze risico s te beperken. Het voorlichtingsmateriaal voor de patiënt maakt deel uit van de risicobeperkende maatregelen, het gebruik van het materiaal bij uw bespreking met de patiënt kan bijdragen tot het vroegtijdig herkennen van tekenen en symptomen van mogelijke bijwerkingen en tijdige behandeling ervan. Deze gids moet gelezen worden samen met de informatie die wordt verstrekt in de goedgekeurde samenvatting van de productkenmerken (SKP) van MAVENCLAD. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de informatie in de SKP met betrekking tot de monitoring van aantallen bloedcellen en de screening op latente infecties voordat een behandeling wordt gestart. Behandelingsschema s De therapie met MAVENCLAD bestaat uit twee behandelingskuren die worden toegediend aan het begin van twee opeenvolgende jaren. Elke behandelingskuur bestaat uit 2 behandelingsweken: één aan het begin van de eerste maand (behandelingsweek 1) en één aan het begin van de tweede maand van het respectieve jaar (behandelingsweek 2). De dosis die wordt toegediend, is afhankelijk van het lichaamsgewicht van de individuele patiënt (zie afbeelding). JAAR 1 JAAR 2 JAAR 3 JAAR 4 Maand 1 Maand 1 Maand 2 Maand 2 Geen aanvullende actieve behandeling met MAVENCLAD 2 behandelingsweken 2 behandelingsweken 4 5

Na voltooiing van de 2 behandelingskuren in twee opeenvolgende jaren is geen behandeling met MAVENCLAD meer nodig in jaar 3 en 4. MAVENCLAD tabletten worden verpakt in een hersluitbare, moeilijk door kinderen te openen doos. In de bijsluiter is een stapsgewijze gids opgenomen over hoe de verpakking moet worden gehanteerd en hoe de MAVENCLAD tabletten moeten worden ingenomen. Het aantal MAVENCLAD tabletten wordt berekend op basis van het lichaamsgewicht van de patiënt. De aanbevolen cumulatieve dosis van MAVENCLAD is 3,5 mg/kg lichaamsgewicht over een periode van 2 jaar, toegediend als 1 behandelingskuur van 1,75 mg/kg per jaar. De tabel hieronder geeft het aantal MAVENCLAD tabletten aan dat elke week gedurende de twee wekelijkse behandelingsperioden in elk van de twee jaren moet worden ingenomen. Om medicatiefouten te voorkomen, wordt aanbevolen dat u uw patiënt het exacte aantal tabletten voorschrijft dat hij of zij voor slechts één behandelingsweek nodig heeft. Denk eraan dat het misschien noodzakelijk is dat meer dan één verpakkingsgrootte moet worden verstrekt op basis van het lichaamsgewicht van de patiënt, aangezien niet alle genoemde verpakkingsgrootten in alle landen in de handel worden gebracht. Denk er ook aan dat voor patiënten met een lichaamsgewicht van 80 kg tot < 110 kg het aantal benodigde tabletten verschilt van de ene behandelingsweek tot de volgende. De verpakkingsgrootte van 1 tablet kan worden gebruikt om het vereiste aantal tabletten aan te vullen, maar ook bijvoorbeeld als vervanging indien de patiënt een tablet verliest. Het aantal tabletten dat elke dag moet worden ingenomen voor de totale dosis op basis van het gewicht wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 1 Dosis van MAVENCLAD per jaar en week volgens het lichaamsgewicht van de patiënt Lichaamsgewichtscategorie Dosis in mg (aantal tabletten van 10 mg) per behandelingsweek Behandelingsweek 1 Behandelingsweek 2 40 to < 50 kg 40 mg (4 tabletten) 40 mg (4 tabletten) 50 to < 60 kg 50 mg (5 tabletten) 50 mg (5 tabletten) 60 to < 70 kg 60 mg (6 tabletten) 60 mg (6 tabletten) 70 to < 80 kg 70 mg (7 tabletten) 70 mg (7 tabletten) 80 to < 90 kg 80 mg (8 tabletten) 70 mg (7 tabletten) 90 to < 100 kg 90 mg (9 tabletten) 80 mg (8 tabletten) 100 to < 110 kg 100 mg (10 tabletten) 90 mg (9 tabletten) 110 kg en zwaarder 100 mg (10 tabletten) 100 mg (10 tabletten) Als een dagelijkse dosis bestaat uit twee tabletten, moeten beide tabletten samen worden ingenomen als een enkele dosis. De dagelijkse dosis moet elke dag met tussenperioden van 24 uur op ongeveer hetzelfde tijdstip worden ingenomen. Tabel 2 MAVENCLAD 10 mg tabletten per weekdag Totaal aantal tabletten per week Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Dag 5 4 1 1 1 1 0 5 1 1 1 1 1 6 2 1 1 1 1 7 2 2 1 1 1 8 2 2 2 1 1 9 2 2 2 2 1 10 2 2 2 2 2 6 7

Monitoring tijdens de behandeling Hematologische monitoring Het werkingsmechanisme van MAVENCLAD is nauw verbonden aan een verlaging van het aantal lymfocyten. Er moet een telling van de lymfocyten worden uitgevoerd: voordat met MAVENCLAD wordt gestart in jaar 1, voordat met MAVENCLAD wordt gestart in jaar 2, 2 en 6 maanden nadat met de behandeling is gestart in elk behandelingsjaar. Als het aantal lymfocyten lager ligt dan 500 cellen/mm³, dan dient het actief te worden opgevolgd tot het aantal lymfocyten opnieuw stijgt. Voordat met de eerste behandeling wordt gestart, moet het aantal lymfocyten van de patiënt binnen de normaalwaarden liggen. Voordat wordt gestart met de behandelingskuur in jaar 2, moet het aantal minstens 800 cellen/mm 3 zijn. Indien nodig kan de toediening van MAVENCLAD in jaar 2 maximaal 6 maanden worden uitgesteld, zodat het aantal lymfocyten zich kan herstellen. Indien zich binnen deze 6 maanden geen herstel voordoet, mag in jaar 2 geen behandeling worden gegeven en moet MAVENCLAD worden gestopt. Indien het aantal lymfocyten van uw patiënt onder 200 cellen/mm³ daalt, moet profylaxe tegen herpes worden overwogen totdat de waarde opnieuw meer dan 200 cellen/mm³ is. Ernstige infecties Cladribine kan het afweersysteem van het lichaam verzwakken en mogelijk de kans op infecties vergroten. HIV-infectie, actieve tuberculose en actieve hepatitis moeten worden uitgesloten voordat wordt gestart met cladribine. Latente infecties kunnen worden geactiveerd, met inbegrip van tuberculose of hepatitis. Daarom moet screening op latente infecties, met name tuberculose en hepatitis B en C, vóór start van de therapie in jaar 1 en jaar 2 plaatsvinden. Het starten van de behandeling met MAVENCLAD moet worden uitgesteld totdat de infectie afdoende is behandeld. Uitstel van het starten van de behandeling met cladribine moet ook worden overwogen bij patiënten met een acute infectie totdat de infectie volledig onder controle is. Bijzondere aandacht wordt aanbevolen voor patiënten die geen voorgeschiedenis hebben van blootstelling aan het varicellazostervirus. Vaccinatie van antilichaam-negatieve patiënten wordt aanbevolen voordat therapie met cladribine wordt gestart. Het starten van de behandeling met MAVENCLAD moet 4 tot 6 weken worden uitgesteld opdat de vaccinatie volledig effect kan hebben. De incidentie van herpes zoster was toegenomen bij patiënten die werden behandeld met cladribine. Indien het aantal lymfocyten onder 200 cellen/ mm³ daalt, moet profylaxe tegen herpes in overeenstemming met de lokale standaardpraktijk worden overwogen zolang er sprake is van lymfopenie van graad 4. Patiënten van wie het aantal lymfocyten lager ligt dan 500 cellen/mm³, dienen actief te worden opgevolgd ter controle op klachten en verschijnselen duidend op (ernstige) infecties, met name herpes zoster en opportunistische infecties (waaronder, maar niet beperkt tot, progressieve multifocale leukoencefalopathie en tuberculose). Als er dergelijke klachten en verschijnselen optreden, dient op klinische indicatie met een behandeling tegen infecties te worden gestart. Onderbreking of uitstel van MAVENCLAD kan worden overwogen tot de infectie is verdwenen. Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) In klinische studies met patiënten met multiple sclerose (1.976 patiënten, 8.650 patiëntjaren) zijn geen gevallen van PML gemeld. Na parenterale toediening van MAVENCLAD bij patiënten, die met een ander behandelingsschema werden behandeld voor haarcelleukemie, zijn gevallen van progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) gemeld. Patiënten moeten worden geïnformeerd over het mogelijke risico van PML met MAVENCLAD en moeten worden geïnformeerd over vroege tekenen en symptomen die duiden op PML. Een baseline magnetische resonantiebeeldvorming (MRI) dient te worden uitgevoerd voordat MAVENCLAD behandeling wordt gestart, gewoonlijk binnen de 3 maanden voor het opstarten van de behandeling. Tijdens daaropvolgende routinematige MRI-scans moeten artsen letten op laesies die duiden op PML. PML kan alleen voorkomen indien er sprake is van een infectie met het JC-virus. Als een test op antilichamen tegen het JC-virus wordt uitgevoerd, dient ermee rekening te worden gehouden dat de invloed van lymfopenie op de nauwkeurigheid van dergelijke tests niet is onderzocht bij patiënten 8 9

die met MAVENCLAD worden behandeld. Artsen dienen te weten dat een negatieve test voor antilichamen bij een normaal aantal lymfocyten niet de kans op een huidige of daaropvolgende infectie met het JC-virus uitsluit. Maligniteiten In klinische onderzoeken zijn gevallen van maligniteiten frequenter waargenomen bij patiënten die met cladribine werden behandeld dan bij patiënten die placebo kregen. MAVENCLAD is gecontra-indiceerd bij MS-patiënten met actieve maligniteiten. De voordelen en risico s dienen op individuele basis te worden beoordeeld voordat MAVENCLAD wordt gestart bij patiënten met voorafgaande maligniteit. Patiënten die met MAVENCLAD worden behandeld, moeten geadviseerd worden om de standaardscreeningsrichtlijnen voor kanker te volgen. Preventie van zwangerschap Aangezien van MAVENCLAD bekend is dat het de DNA-synthese remt, embryoletaal is bij drachtige muizen en teratogeen is bij muizen en konijnen, moeten patiënten en partners van mannelijke patiënten die worden behandeld met MAVENCLAD voordat de behandeling wordt gestart in zowel jaar 1 als jaar 2 advies krijgen over een mogelijk ernstig risico voor de foetus en de noodzaak van effectieve anticonceptie om een zwangerschap te voorkomen. Vrouwen die zwanger worden tijdens behandeling met MAVENCLAD moeten de behandeling staken. Indien zich een zwangerschap voordoet tijdens behandeling met MAVENCLAD, moet dit worden gemeld aan GDS@merckgroup.com. Mogelijk neemt het pharmacovigilantie departement van Merck contact met u op om zeker te zijn dat alle relevante follow-up informatie wordt vastgelegd. Informatie voor vrouwelijke patiënten Informeer vrouwelijke patiënten dat het gebruik van MAVENCLAD verboden is bij zwangere vrouwen vanwege het risico op ernstige schade aan de ongeboren foetus. Een zwangerschap moet worden uitgesloten voordat de therapie met MAVENCLAD wordt gestart in jaar 1 en jaar 2. Informeer vrouwelijke patiënten die zwanger kunnen worden dat ze een zwangerschap moeten voorkomen door een effectieve anticonceptiemethode te gebruiken (d.w.z. een methode met een faalpercentage van minder dan 1% per jaar wanneer die consistent en correct wordt gebruikt) tijdens behandeling met MAVENCLAD en gedurende ten minste 6 maanden na de laatste dosis van MAVENCLAD. Vrouwen die zwanger worden tijdens behandeling met MAVENCLAD moeten de behandeling staken. Vrouwen die zwanger worden tijdens deze periode moet verteld worden dat ze hun voorschrijvende arts zo snel mogelijk moeten informeren, opdat het juiste advies kan worden gegeven. Geef patiënten advies over effectieve anticonceptiemethoden. Er dient rekening mee te worden gehouden dat, wanneer wordt gestart met hormonale anticonceptie, de volledige effectiviteit niet vanaf het allereerste begin wordt bereikt (raadpleeg de respectieve productinformatie). Het is op dit ogenblik niet bekend of MAVENCLAD de effectiviteit van systemische hormonale anticonceptiemiddelen vermindert. Daarom dienen vrouwen die systemische hormonale anticonceptie gebruiken, een barrièremethode toe te voegen tijdens de behandeling met MAVENCLAD en gedurende ten minste 4 weken na de laatste dosis in elk behandelingsjaar. Informatie voor mannelijke patiënten Informeer mannelijke patiënten dat MAVENCLAD via hun sperma kan worden overgedragen op hun vrouwelijke partner en schadelijke effecten kan hebben op de ongeboren foetus. Cladribine heeft namelijk invloed op de DNA synthese en bijgevolg kunnen bijwerkingen op de gametogenese worden verwacht. Daarom moet een zwangerschap bij hun partner worden voorkomen tijdens behandeling met MAVENCLAD en gedurende ten minste 6 maanden na de laatste dosis van MAVENCLAD door gebruik te maken van een effectieve anticonceptiemethode (d.w.z. een methode met een faalpercentage van minder dan 1% per jaar wanneer die consistent en correct wordt gebruikt). Indien vrouwelijke partners toch zwanger worden tijdens deze perioden, moet hun verteld worden dat ze hun arts zo snel mogelijk moeten informeren, opdat het juiste advies kan worden gegeven. Borstvoeding Het is niet bekend of cladribine in de moedermelk wordt uitgescheiden. Vanwege het potentieel van ernstige bijwerkingen bij zuigelingen die borstvoeding krijgen, is borstvoeding gecontra-indiceerd tijdens behandeling met MAVENCLAD en gedurende 1 week na de laatste dosis. 10 11

Melden van bijwerkingen De gezondheidszorgbeoefenaars worden verzocht de bijwerkingen geassocieerd met het gebruik van MAVENCLAD te melden aan de afdeling Vigilantie van Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG). Het melden kan online gebeuren via www.gelefiche.be of via de papieren gele fiche beschikbaar via het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium en via de Folia Pharmacotherapeutica. De gele fiche kan worden verzonden per post naar het adres Fagg - afdeling Vigilantie - Eurostation II - Victor Hortaplein 40/40-1060 Brussel, per fax op het nummer 02/528.40.01, of per mail naar: adversedrugreactions@fagg-afmps.be Bijwerkingen kunnen eveneens worden gemeld aan Merck n.v./s.a.: Tel.: 02 686 08 19 Fax: 02 687 91 20 e-mail: drug.safety.benelux@merckgroup.com Voor de gerapporteerde bijwerkingen zie SKP rubriek 4.8 Bijwerkingen. RMA materiaal bijbestellen Het RMA materiaal in zijn volledige vorm (brochure voor beroepsbeoefenaars, patiënten brochure) kan teruggevonden worden op de webpagina van het FAGG met betrekking tot additionele risicobeperkende activiteiten: www.fagg.be tabblad Informatie voor professionelen Goedgekeurde RMA materialen M MAVENCLAD Het RMA materiaal kan bijbesteld worden: Via het telefoonnummer +32 2 686 07 11 Per email: EducationalMaterials-Belux@merckgroup.com Merck nv/sa Brusselsesteenweg 288 3090 Overijse