BPD 08-230 DAKEN Ontwerp Ontwerp Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E: info@dakwater.nl, W: www.dakwater.nl Omschrijving (doel) Referenties Systeemcode Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie (geïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari 2008 2. BDA Dakboekje 2008 3. Daken in t groen, SBR brochure 281.07 4. Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure 547 5. BDA Praktijkbladen BPD 08-231 (fase: uitvoering) en BPD 08-232 (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD 08-264 (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. BDA Praktijkblad BPD 03-122 Foamglas T4 (WDS), S3 en F (fase: ontwerp) inzake Kompaktdaksysteem voor tuin- en/of 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Van Vliet daktuinen Ongeïsoleerd: O.B.1.D. Geïsoleerd: G.B.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.B.2.D. Geïsoleerd: G.B.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type 260 11 of 370 11 volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SKW, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,042 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 700 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Hydrocel daktuinplaten gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. wateropnemend vermogen : 80% drukvastheid: 1500 kg.m -2 Wortelverankeringsdoek: ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag 150 mm 500 mm afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Extensieve tuin Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Blad 1
BPD 08-230 DAKEN Ontwerp Ontwerp Aandachtspunten Besteks omschrijving 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 250 kg.m -2 tot 400 kg.m -2 en puntlasten oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd tuindak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 9. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 10. Het drainerende filterdoek Dakwatertextiel S61 moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de in de Permavoid -units kunnen vloeien. 11. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van het tuindak. 12. Bij detailaansluitingen een vrijezone ontwerpen met grind of tegels, minimaal 500 mm breed. 13. De windweerstand en windbelasting van het dakbedekkings- en tuindaksysteem (extensieve systemen als van mos, sedumkruiden en gras) dient te worden berekend volgens NEN 6702, NEN 6707 en NPR 6708. De genormeerde windbelasting op een dak is zo groot dat deze niet kan worden gecompenseerd door het eigen gewicht van het dak. Het is echter waarschijnlijk dat het verschijnsel drukvereffening bepalend is voor de windbelasting op een begroeid dak. Belangrijk is daarbij een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. Bij zware beplantingen dient een voorziening voor het verankeren van het wortelstelsel te worden opgenomen in de vorm van een wortel- of verankeringsnet. De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type 260 11) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type 370 11) volledig kleven met bitumen 110/30. 04 Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix SKW volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde tuin Dakbedekkingsconstructie Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type T4 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W -1. 05 (zie de omschrijving onder 03 en 04 van ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke plaatsen. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve daktuinen Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2
BPD 08-231 DAKEN Uitvoering Uitvoering Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E: info@dakwater.nl, W: www.dakwater.nl Omschrijving (doel) Referenties Systeemcode Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie (geïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari 2008 2. BDA Dakboekje 2008 3. Daken in t groen, SBR brochure 281.07 4. Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure 547 5. BDA Praktijkbladen BPD 08-230 (fase: ontwerp) en BPD 08-232 (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD 08-264 (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. BDA Praktijkblad BPD 03-123 Foamglas T4 (WDS), S3 en F (fase: uitvoering) inzake Kompaktdaksysteem voor tuin- en/of 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Van Vliet daktuinen Ongeïsoleerd: O.B.1.D. Geïsoleerd: G.B.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd O.B.2.D. Geïsoleerd G.B.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type 260 11 of 370 11 volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SKW, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Afmetingen (in mm): 600 x 450; ook leverbaar in 300 x 450 tot 50 mm dikte. Standaard dikten (in mm): 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 110, 120, 130, 140, 150, 160. Volumieke massa (± 10%): 110 kg.m -3. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. Wortelverankeringsdoek ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag 150 mm 500 mm, afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Extensieve tuin Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Blad 1
BPD 08-231 DAKEN Uitvoering Uitvoering Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimpwapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 2. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 3. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 4. Ingeval van een ongeïsoleerd tuindak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 5. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 6. De detailaansluitingen moeten worden uitgevoerd conform NEN 6050 (ontwerp). 7. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 8. Het drainerende filterdoek moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de in de Permavoid -units kunnen vloeien. 9. Ingeval van een warmdak met Foamglas -isolatieplaten. Alle werkzaamheden aan de ondergrond moeten volledig zijn uitgevoerd voordat de Foamglas -isolatieplaten worden aangebracht. Een Kompakt-dak wordt gerealiseerd als de prestatie van volledig met bitumen gevulde naden is geleverd, de isolatieplaten volledig zijn gekleefd op de onderconstructie en de eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig met bitumen is gekleefd. 10. Belangrijk is bij tuin een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. 11. Indien de met een shovel wordt aangebracht is het noodzakelijk om over het gestorte grondpakket te rijden en daarbij rijplaten te gebruiken om te voorkomen dat de te veel wordt verdicht. 12. De moet vanwege de inklinking met een overdikte van 20% worden aangebracht. Verwerking De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 De eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig kleven met bitumen 110/30 volgens de gietmethode. 04 De toplaag van het dakbedekkingssysteem aanbrengen volgens: - de brandmethode of de koudkleefmethode zodanig dat in de overlappen geen bitumen 110/30 of koude kleefstof terecht kan komen en deze laag afwerken met een 25 mm dikke laag gietasfalt (type IC 40); - zelfklevende baan: op de eerste laag een hechtprimer aanbrengen van Phoenix FG35 in een hoeveelheid van circa 0,3 kg.m -2. De laag Resitrix SKW op deze primerlaag volledig kleven. De 100 mm brede overlappen thermisch lassen. Besteksomschrijving Geïsoleerde tuin Dakbedekkingsconstructie Zie van. 02 Zie 02 van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type T4 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30. 05 (zie de omschrijving onder 03 en 04 van ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke plaatsen zodanig strak dat er zo min mogelijk substraat tussen de platen op het filterdoek komt. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve daktuinen Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (Dakwatertextiel S61). 02 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2
BPD 08-232 DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E: info@dakwater.nl, W: www.dakwater.nl Omschrijving (doel) Referenties Systeemcode Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie (geïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari 2008 2. BDA Dakboekje 2008 3. Daken in t groen, SBR brochure 281.07 4. Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure 547 5. BDA Praktijkbladen BPD 08-230 (fase: ontwerp) en BPD 08-231 (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD 08-264 (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. BDA Praktijkblad BPD 03-124 Foamglas T4 (WDS), S3 en F (fase: detailprincipes) inzake Kompaktdaksysteem voor tuin- en/of 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Van Vliet daktuinen. Ongeïsoleerd: O.B.1.D. Geïsoleerd: G.B.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.B.2.D. Geïsoleerd: G.B.2.D. Aandachtspunten Zie referentie 5. 1. De principes van de details voor de bitumen dakbedekkingsconstructie zijn gebaseerd op de details in het BDA Dakboekje 2008 en de Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen 2008. 2. De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 3. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 4. De details brandveilig uitvoeren conform NEN 6050 (ontwerp). 5. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1
BPD 08-232 DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Detailprincipes Detail 1 Aansluiting bij opstanden (ongeïsoleerd) Detail 2 Aansluiting bij opstanden (geïsoleerd). voetlood Resitrix SKW voetlood Resitrix SKW min. 120 vrije zone 500 mm min. 120 vrije zone 500 mm (alleen bij intensieve tuin) (alleen bij intensieve tuin) dakbedekkingssystemen Foamglas isolatie beschermlaag LDPE dakbedekkingssystemen beschermlaag LDPE balustrade aluminium afdekkap balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW Resitrix SKW vrije zone 500 mm vrije zone 500 mm dakbedekkingssystemen beschermlaag LDPE Detail 3 Aansluiting bij dakranden (ongeïsoleerd) gekleefde strook Resitrix SKW gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook (alleen bij intensieve tuin) dakbedekkingssystemen beschermlaag LDPE (alleen bij intensieve tuin) Foamglas isolatie Detail 4 Aansluiting bij dakranden (geïsoleerd) (alleen bij intensieve tuin) dakbedekkingssystemen Detail 5 Aansluiting bij voegen (ongeïsoleerd) gekleefde strook Resitrix SKW gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook Foamglas isolatie (alleen bij intensieve tuin) Detail 6 Aansluiting bij voegen (geïsoleerd) dakbedekkingssystemen Blad 2
BPD 08-248 DAKEN Ontwerp Ontwerp Product Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E: info@dakwater.nl, W: www.dakwater.nl Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. (doel) Referenties Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari 2008 2. BDA Dakboekje 2008 3. Daken in t groen, SBR brochure 281.07 4. Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure 547 5. BDA Praktijkbladen BPD 08-249 (fase: uitvoering) en BPD 08-250 (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve een extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD 08-264 (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Van Vliet daktuinen Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C bij een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. wateropnemend vermogen : 80% drukvastheid: 1500 kg.m -2 Wortelverankeringsdoek: ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag: 150 mm 500 mm afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Blad 1
BPD 08-248 DAKEN Ontwerp Ontwerp (vervolg) Extensieve tuin Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 250 kg.m -2 tot 400 kg.m -2 en puntlasten oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het drainerende filterdoek (Dakwatertextiel S61) moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de in de Permavoid -units kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van het tuindak. 10. Bij detailaansluitingen een vrijezone ontwerpen met grind of tegels, minimaal 500 mm breed. 11. De windweerstand en windbelasting van het dakbedekkings- en tuindaksysteem (extensieve systemen als van mos, sedumkruiden en gras) dient te worden berekend volgens NEN 6702, NEN 6707 en NPR 6708. De genormeerde windbelasting op een dak is zo groot dat deze niet kan worden gecompenseerd door het eigen gewicht van het dak. Het is echter waarschijnlijk dat het verschijnsel drukvereffening bepalend is voor de windbelasting op een begroeid dak. Belangrijk is daarbij een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. Bij zware beplantingen dient een voorziening voor het verankeren van het wortelstelsel te worden opgenomen in de vorm van een wortel- of verankeringsnet. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke plaatsen. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2
BPD 08-249 DAKEN Uitvoering Uitvoering Product Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E: info@dakwater.nl, W: www.dakwater.nl Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari 2008 2. BDA Dakboekje 2008 3. Daken in t groen, SBR brochure 281.07 4. Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure 547 5. BDA Praktijkbladen BPD 08-248 (fase: ontwerp) en BPD 08-250 (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD 08-264 (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Van Vliet daktuinen Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 4): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. Wortelverankeringsdoek: ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag: 150 mm 500 mm afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Extensieve tuin Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Blad 1
BPD 08-249 DAKEN Uitvoering Uitvoering Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimpwapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 2. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 3. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 4. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (Spuitfolie). 6. Het drainerende filterdoek moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de in de Permavoid -units kunnen vloeien. 7. Belangrijk is bij tuin een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. 8. Indien de met een shovel wordt aangebracht is het noodzakelijk om over het gestorte grondpakket te rijden en daarbij rijplaten te gebruiken om te voorkomen dat de te veel wordt verdicht. 9. De moet vanwege de inklinking met een overdikte van 20% worden aangebracht. Verwerking De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke plaatsen. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 De aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2
BPD 08-250 DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Product Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E: info@dakwater.nl, W: www.dakwater.nl Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari 2008 2. BDA Dakboekje 2008 3. Daken in t groen, SBR brochure 281.07 4. Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure 547 5. BDA Praktijkbladen BPD 08-248 (fase: ontwerp) en BPD 08-249 (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD 08-264 (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Van Vliet daktuinen Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.2.D. Zie referentie 5. Aandachtspunten 1. De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 2. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 3. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1
BPD 08-250 DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Detailprincipes voetlood min. 120 vrije zone 500 mm (alleen bij intensieve tuin) dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag LDPE balustrade aluminum afdekkap vrije zone 500 mm Detail 1 Aansluiting bij opstanden (alleen bij intensieve tuin) Detail 2 Aansluiting bij dakranden dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag LDPE (alleen bij intensieve tuin) dilatatievoeg dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag LDPE Detail 3 Aansluiting bij gebouwdilataties met kans op voegbeweging of wisseling (alleen bij intensieve tuin) dakbedekkingssysteem (spuitfolie) dilatatievoeg Detail 4 Aansluiting bij voegen met geringe voegbeweging of wisseling Blad 2
BPD 08-264 DAKEN Beheer Beheer Parkeerdaksysteem Product Leverancier Omschrijving (doel) Referenties Systeemcodes Aandachtspunten Inspectiewijze Daksysteem en waterafvoer in gebruiks Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E: info@dakwater.nl, W: www.dakwater.nl Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een waterdichte dakbedekking, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een tuindakafwerking, terrasdakafwerking of parkeerdakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in gebruiks met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari 2008 2. BDA Dakboekje 2008 3. BDA Praktijkbladen BPD 08-230, 08-233, 08-236, 08-239, 08-240, 08-243, 08-244, 08-245, 08-248, 08-251, 08-253, 08-255, 08-256, 08-259, 08-260, 08-261 (fase: ontwerp), BPD 08-231, 08-234, 08-237, 08-241, 08-246, 08-249, 08-252, 08-254, 08-257, 08-262 (fase: uitvoering) en BPD 08-232, 08-235, 08-238, 08-242, 08-247, 08-250, 08-258, 08-263 (fase: detailprincipes) inzake Daksystemen 4. Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 5. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Ongeïsoleerd: O.B.1.D., O.B.2.D., O.B.1.K., O.B.1.T., O.B.2.K., O.B.2.T., O.B.3.K., O.B.4.K., O.B.5.K., O.S.1.K., O.S.1.T., O.S.2.K., O.S.2.T., O.S.3.K., O.S.4.K., O.S.5.K. Geïsoleerd: G.B.1.D., G.B.2.D., G.B.1.K., G.B.1.T., G.B.2.K., G.B.2.T., G.B.3.K., G.B.4.K., G.B.5.K. Deze zijn beschreven in de BDA Praktijkbladen: BPD 08-230 en 246 : intensieve en extensieve tuin BPD 08-233 en 251 : terras met klinkerbestrating BPD 08-236 en 253 : terras met daktegels BPD 08-239 en 255 : parkeer met klinkerbestrating BPD 08-240 en 256 : parkeer met parkeerdaktegels BPD 08-243 en 259 : parkeer met klinkerbestrating voor licht vrachtverkeer (VKL 30) BPD 08-249 en 260 : parkeer met klinkerbestrating voor vrachtverkeer (VKL 45) BPD 08-245 en 261 : waterbergende weg met klinkerbestrating (VKL 45) Begroeide 1. Langs dakranden en opstanden van een tuindak dienen vrije zones te zijn ontworpen. De voordelen van deze zones zijn: de verbetering van de brandveiligheid; vluchtweg in geval van calamiteit; verbetering van de windweerstand; verbetering van drainage (vooral bij gevelaansluitingen); vermindering vochtoptrekking bij gevels; betere controle en reparatiemogelijkheid van randaansluitingen; looppaden voor onderhoud aan de beplanting; bescherming tegen vervuiling van de randen en opstanden. 2. Het benodigde onderhoud aan begroeide varieert sterk en hangt niet alleen af van het type - of begroeid dak maar ook van de beplantingskeuze. Voor alle tuin verdient het aanbeveling een onderhoudscontract met de dakhovenier te sluiten. Het is bij alle van groot belang, dat gelet wordt op veiligheid: voorkomen van valgevaar. 3. Bij aanleg bepalen dat beplanting die niet of moeilijk aanslaat opnieuw wordt aangeplant. 4. Ingeval van een regeninstallatie deze 4 maal per jaar controleren. s-winters moeten de leidingen leeg worden geblazen. Klinker- en tegelbestrating 1. Voorkomen moet worden dat beschadigingen ontstaan door gebruik van het dak, bijvoorbeeld door aanrijdingen van auto's tegen onvoldoende gemarkeerde obstakels. 2. Onvoldoende of geen gebruiksonderhoud kan op de lange duur leiden tot hinderlijke vervuiling, vooral op weinig of niet bereden dakgedeeltes. 3. Het is van groot belang het dak regelmatig te controleren op beschadigingen door auto's en op het goed functioneren van voorzieningen. Ook na extreem weer, zoals storm, onweer of hevige regenval is controle gewenst. 4. Het verdient aanbeveling reiniging van het parkeerdak of het parkeerdek te laten uitvoeren in het kader van een onderhoudscontract, bij voorkeur in de vorm van een prestatieovereenkomst. 5. Een parkeerdak of parkeerdek volgens de genoemde BDA Praktijkbladen is geschikt voor personenauto's. Onder bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat het parkeerdak of parkeerdek wordt bereden door aanzienlijk zwaardere voertuigen zoals een brandweerauto of een ambulance. Het verdient aanbeveling om hiervoor speciale toegangsvoorzieningen te treffen, alsmede een waarschuwingsbord te plaatsen dat in dergelijke gevallen het parkeerdak of parkeerdek voorzichtig moet worden bereden. Wanneer zich een dergelijke situatie heeft voorgedaan dient de rijvloerafwerking te worden gecontroleerd op eventuele beschadigingen. 1. Algemeen Dakinspectie Een dakinspectie dient altijd te beginnen met het verzamelen van gegevens: van de eigenaar of gebruiker. een opname direct onder het dak. Zijn er lekkagesporen of is er sprake van beschadigingen aan de constructie? en tot slot de opname op het dak waarbij gekeken wordt naar staand water, beschadigingen, details, aansluitingen e.d. 02 Waterdichtheid Inspectie onder het dak Vaststellen of er lekkagesporen zichtbaar zijn bij muren, doorvoeren en in plafonds. Blad 1
BPD 08-264 DAKEN Beheer Beheer Parkeerdaksysteem Inspectiewijze (vervolg) Inspectie op het dak Belangrijke aanwijzingen: Hoe is de staat van onderhoud? Hoe is de kwaliteit van de rand- en opstandstroken? Zijn er veel beschadigingen (geweest)? Zijn er na de oplevering door derden nog installaties op het dak geplaatst? Zijn er werkzaamheden aan de gevels of puien uitgevoerd? 2. Begroeide Algemeen Bij het periodieke tuinonderhoud dient steeds het dakbedekkingssysteem met alle aansluitingen en de (persoonlijke) veiligheids - voorzieningen te worden gecontroleerd op functioneren en dient de conditie te worden bepaald. Bij manco s moeten direct maatregelen worden getroffen. 02 Inspecties De inspecties moeten gericht zijn op: controle van de dakbegroeiing op verzuring hetgeen een indicatie is voor stuwwater op het dak door een stremming in het drainagesysteem; controle op zwerfvuil, papier en ongewenst afval; controle op uitgevallen beplanting. controle op (blad- of grond)vervuiling in de randzones en windstuwhoeken van het dak of zones die niet intensief belopen of bereden worden. 03 Onderhoud Het onderhoud en de frequentie daarvan wordt bepaald in overleg met de opdrachtgever. De volgende gegevens zijn dan ook indicatief: Extensieve tuin verwijderen en afvoeren van grove ongewenste onkruiden en zaailingen van bomen: 1 2 maal per jaar; verwijderen van begroeiingen uit de vrije zones: 1 2 maal per jaar; bemesten van de beplanting: 1 maal per jaar (bijvoorbeeld biologisch); aanvullen van uitgevallen beplanting: 1 maal per jaar. 1 maal per 2 à 3 jaar de daktuin aanvullen met een laag lichtgewicht tuinaarde. Extensieve tuin met vaste planten verwijderen en afvoeren van grove ongewenste onkruiden en zaailingen van bomen: 1 maal per jaar; verwijderen van begroeiingen uit de vrije zones: 6 maal per jaar; knippen van de lavendel: 1 maal per jaar; knippen en terugsnoeien van vaste planten, lage struiken en hagen: 1 à 2 maal per jaar; bemesten van de beplanting: 1 maal per jaar; aanvullen van uitgevallen beplanting: 1 maal per jaar. maaien van de gazons: 22 maal per jaar; steken en knippen van de graskanten: 4 maal per jaar; onkruidvrij houden van de plantvakken en verhardingsdelen: 9 maal per jaar; snoeien van de beplanting: 1 maal per jaar; knippen van de hagen: 2 maal per jaar; opbinden, afknippen en scheuren van de vaste planten: 1 maal per jaar het indien noodzakelijk begeleidend snoeien van de bomen gedurende de eerste 10 jaar; verwijderen van gevallen blad: 2 maal per jaar. 3. Bestrating Algemeen De inspectiemethodiek voor parkeer en parkeerdekken moet gericht zijn op de rijbelasting en vervuiling van niet begaanbare windstuwhoeken en het functioneren van het afvoersysteem. Inzake de rijbelasting kunnen drie soorten plaatsen worden onderscheiden, namelijk: de overgang van hellingbaan naar parkeerdak en parkeerdek; de rijbanen, in het bijzonder de kruisingen; de parkeerplaatsen. De inspectiemethodiek voor terras moet gericht zijn op vervuiling van het oppervlak, windstuwhoeken en beschadigde of gebroken tegels. 02 Beschadigingen In aansluiting op 1.02 op het dak aandacht hebben voor de volgende aanwijzingen: zijn er, door externe invloeden beschadigingen? is er, bijvoorbeeld in bochten, sprake van spoorvorming? is de overgang tussen hellingbaan en parkeerdak of parkeerdek nog goed vlak? zijn er beschadigingen aan voorzieningen zoals stootbanden, lichtmastvoeten, hemelwaterafvoeren en dergelijke? 03 Onderhoud De onderhoudsfrequentie dient per project bepaald te worden en bij voorkeur te worden vastgelegd in een prestatieovereenkomst. De onderhoudsfrequentie hangt af van aspecten zoals: gecompliceerdheid van een parkeerdak of parkeerdek, waarbij vooral het aantal aansluitdetails van belang is. gebruik van het dak. In het algemeen geldt dat de onderhoudsgevoeligheid omgekeerd evenredig is met de gebruiksfrequentie. inspectie van een parkeerdak of parkeerdek dient minimaal één keer per jaar plaats te vinden. de eigen inspectiemogelijkheden van de eigenaar van een parkeerdak of parkeerdek. Een eigen onderhoudsdienst kan een belangrijke rol spelen in goed dakbeheer. de gebouweigenaar kan het beheer geheel of gedeeltelijk uitbesteden aan het dakbedekkingsbedrijf in het kader van een prestatieovereenkomst, al dan niet in combinatie met inspecties door een onafhankelijk bureau. Een dergelijke overeenkomst kan voor bepaalde ook inhouden dat een hogere onderhoudsfrequentie wordt afgesproken. Blad 2