BDA PRAKTIJKBLAD DAKEN Ontwerp

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BDA PRAKTIJKBLAD DAKEN Ontwerp"

Transcriptie

1 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Tuindaksysteem Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving (doel) Referenties Systeemcode Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie (geïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Daken in t groen, SBR brochure Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS), S3 en F (fase: ontwerp) inzake Kompaktdaksysteem voor tuin- en/of vegetatie 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Van Vliet daktuinen Intensieve tuin Ongeïsoleerd: O.B.1.D. Geïsoleerd: G.B.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.B.2.D. Geïsoleerd: G.B.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SKW, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,042 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 700 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Tuindaksysteem Intensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Hydrocel daktuinplaten gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. wateropnemend vermogen : 80% drukvastheid: 1500 kg.m -2 Wortelverankeringsdoek: ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag 150 mm 500 mm afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Extensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Blad 1

2 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Tuindaksysteem Aandachtspunten Besteks omschrijving 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 250 kg.m -2 tot 400 kg.m -2 en puntlasten oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd tuindak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 9. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 10. Het drainerende filterdoek Dakwatertextiel S61 moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de substraatlaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 11. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van het tuindak. 12. Bij detailaansluitingen een vegetatievrijezone ontwerpen met grind of tegels, minimaal 500 mm breed. 13. De windweerstand en windbelasting van het dakbedekkings- en tuindaksysteem (extensieve systemen als vegetatie van mos, sedumkruiden en gras) dient te worden berekend volgens NEN 6702, NEN 6707 en NPR De genormeerde windbelasting op een vegetatiedak is zo groot dat deze niet kan worden gecompenseerd door het eigen gewicht van het vegetatiedak. Het is echter waarschijnlijk dat het verschijnsel drukvereffening bepalend is voor de windbelasting op een begroeid dak. Belangrijk is daarbij een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vegetatievrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. Bij zware beplantingen dient een voorziening voor het verankeren van het wortelstelsel te worden opgenomen in de vorm van een wortel- of verankeringsnet. De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix SKW volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde tuin Dakbedekkingsconstructie Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type T4 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W (zie de omschrijving onder 03 en 04 van ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Intensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke Hydrocel tuindakplaten plaatsen. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve daktuinen Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2

3 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Tuindaksysteem Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving (doel) Referenties Systeemcode Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie (geïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Daken in t groen, SBR brochure Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS), S3 en F (fase: uitvoering) inzake Kompaktdaksysteem voor tuin- en/of vegetatie 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Van Vliet daktuinen Intensieve tuin Ongeïsoleerd: O.B.1.D. Geïsoleerd: G.B.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd O.B.2.D. Geïsoleerd G.B.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SKW, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Afmetingen (in mm): 600 x 450; ook leverbaar in 300 x 450 tot 50 mm dikte. Standaard dikten (in mm): 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 110, 120, 130, 140, 150, 160. Volumieke massa (± 10%): 110 kg.m -3. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. Tuindaksysteem Intensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Hydrocel tuindakplaten gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. Wortelverankeringsdoek ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag 150 mm 500 mm, afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Extensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Blad 1

4 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Tuindaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimpwapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 2. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 3. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 4. Ingeval van een ongeïsoleerd tuindak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 5. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 6. De detailaansluitingen moeten worden uitgevoerd conform NEN 6050 (ontwerp). 7. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 8. Het drainerende filterdoek moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de substraatlaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 9. Ingeval van een warmdak met Foamglas -isolatieplaten. Alle werkzaamheden aan de ondergrond moeten volledig zijn uitgevoerd voordat de Foamglas -isolatieplaten worden aangebracht. Een Kompakt-dak wordt gerealiseerd als de prestatie van volledig met bitumen gevulde naden is geleverd, de isolatieplaten volledig zijn gekleefd op de onderconstructie en de eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig met bitumen is gekleefd. 10. Belangrijk is bij tuin een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vegetatievrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. 11. Indien de substraatlaag met een shovel wordt aangebracht is het noodzakelijk om over het gestorte grondpakket te rijden en daarbij rijplaten te gebruiken om te voorkomen dat de substraatlaag te veel wordt verdicht. 12. De substraatlaag moet vanwege de inklinking met een overdikte van 20% worden aangebracht. Verwerking De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 De eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig kleven met bitumen 110/30 volgens de gietmethode. 04 De toplaag van het dakbedekkingssysteem aanbrengen volgens: - de brandmethode of de koudkleefmethode zodanig dat in de overlappen geen bitumen 110/30 of koude kleefstof terecht kan komen en deze laag afwerken met een 25 mm dikke laag gietasfalt (type IC 40); - zelfklevende baan: op de eerste laag een hechtprimer aanbrengen van Phoenix FG35 in een hoeveelheid van circa 0,3 kg.m -2. De laag Resitrix SKW op deze primerlaag volledig kleven. De 100 mm brede overlappen thermisch lassen. Besteksomschrijving Geïsoleerde tuin Dakbedekkingsconstructie Zie van. 02 Zie 02 van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type T4 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/ (zie de omschrijving onder 03 en 04 van ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Intensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke Hydrocel tuindakplaten plaatsen zodanig strak dat er zo min mogelijk substraat tussen de platen op het filterdoek komt. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve daktuinen Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (Dakwatertextiel S61). 02 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2

5 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Tuindaksysteem Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving (doel) Referenties Systeemcode Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie (geïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Daken in t groen, SBR brochure Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS), S3 en F (fase: detailprincipes) inzake Kompaktdaksysteem voor tuin- en/of vegetatie 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Van Vliet daktuinen. Intensieve tuin Ongeïsoleerd: O.B.1.D. Geïsoleerd: G.B.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.B.2.D. Geïsoleerd: G.B.2.D. Aandachtspunten Zie referentie De principes van de details voor de bitumen dakbedekkingsconstructie zijn gebaseerd op de details in het BDA Dakboekje 2008 en de Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 3. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 4. De details brandveilig uitvoeren conform NEN 6050 (ontwerp). 5. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

6 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Tuindaksysteem Detailprincipes Detail 1 Aansluiting bij opstanden (ongeïsoleerd) Detail 2 Aansluiting bij opstanden (geïsoleerd). voetlood Resitrix SKW voetlood Resitrix SKW min. 120 vegetatievrije zone 500 mm vegetatie min. 120 vegetatievrije zone 500 mm vegetatie substraatlaag substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 filterdoek dakwatertextiel S16 dakbedekkingssystemen Foamglas isolatie beschermlaag HDPE dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE balustrade aluminium afdekkap balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW Resitrix SKW vegetatievrije zone 500 mm vegetatievrije zone 500 mm vegetatie vegetatie dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Detail 3 Aansluiting bij dakranden (ongeïsoleerd) gekleefde strook Resitrix SKW gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 Foamglas isolatie Detail 4 Aansluiting bij dakranden (geïsoleerd) vegetatie substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Detail 5 Aansluiting bij voegen (ongeïsoleerd) gekleefde strook Resitrix SKW gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook Foamglas isolatie vegetatie substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 Detail 6 Aansluiting bij voegen (geïsoleerd) dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Blad 2

7 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie, met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS) (fase: ontwerp) inzake Dakisolatie in water 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 10. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.1.K. Geïsoleerd: G.B.1.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,042 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 700 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m-2, dik 2,4 mm. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

8 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 250 kg.m -2 tot 440 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd terrasdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 9. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 10. Het drainerende filterdoek Dakwatertextiel S61 moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 11. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 12. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 13. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 14. Als er een situatie ontstaat dat het terras incidenteel kan worden gebruikt door personenauto s of vrachtverkeer dan dient het terras te worden ontworpen als een parkeerdaksysteem. Besteks omschrijving Ongeïsoleerde terras De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een laag gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix SK volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde terras Dakbedekkingsconstructie (warm-dak) Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type T4 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W zie de omschrijving onder 03 en 04 bij ongeïsoleerde terras. Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM) aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

9 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS) (fase: uitvoering) inzake Dakisolatie in water 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 10. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.1.K. Geïsoleerd: G.B.1.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Afmetingen (in mm): 600 x 450; ook leverbaar in 300 x 450 tot 50 mm dikte. Standaard dikten (in mm): 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 110, 120, 130, 140, 150, 160. Volumieke massa (± 10%): 110 kg.m-3. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm of 1 mm. Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 kg respectievelijk circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

10 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Aandachtspunten Verwerking 1. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 2. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 3. Ingeval van een ongeïsoleerd terrasdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 4. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De detailaansluitingen moeten worden uitgevoerd conform NEN 6050 (ontwerp). 6. Tussen de Permavoid -units en de bovenlaag van de dakbedekking moet een goede drukverdelende beschermlaag worden aangebracht alsmede een laag HDPE-folie van 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 7. Het drainerende filterdoek (Dakwatertextiel S61) moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. Onder omstandigheden, bijvoorbeeld met blazen van de vlijlaag, de overlappen voorzien van een tape. 8. Ingeval van een warmdak met Foamglas -isolatieplaten. Alle werkzaamheden aan de ondergrond moeten volledig zijn uitgevoerd voordat de Foamglas -isolatieplaten worden aangebracht. Een Kompakt-dak wordt gerealiseerd als de prestatie van volledig met bitumen gevulde naden is geleverd, de isolatieplaten volledig zijn gekleefd op de onderconstructie en de eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig met bitumen is gekleefd. 9. Het verband van de bestrating is van invloed op eventuele vervormingen. De beste resultaten worden bereikt met een zogenoemd keperverband. In dat geval dragen alle zijden van de steen mee aan de drukverdeling. 10. Om vervorming tegen te gaan moeten de kantopsluitingen stabiel worden geplaatst. 11. Goed aaneengesloten straten waarbij er voor moet worden gezorgd dat de voegen direct worden gevuld. Voorkomen moet worden dat de voegen kunnen vervuilen met zand of dergelijke. Algemeen De vlakheid van de onderconstructie controleren; zie aandachtspunt De dakbedekkingswerkzaamheden uitvoeren conform de besteksomschrijving van BDA Praktijkblad BPD , fase: ontwerp. 03 In geval van een geïsoleerd dakterras de isolatiewerkzaamheden uitvoeren conform de voorschriften van de fabrikant van de C.G.-isolatie (zie ref. 6). 04 Op het dakbedekkingssysteem de navolgende afwerking(en) aanbrengen. Een drukverdelende beschermlaag aanbrengen ter plaatse van de overlappen ingeval van EPDM-dakbanen, breed 200 mm. 02 De beschermlaag van HDPE-folie aanbrengen met overlappen van 100 mm. 03 De Permavoid -units plaatsen zodanig dat de draagstructuur van de polypropyleenunits intact blijft. De aansluitruimte tussen de rand en opstand vullen met het meervoudig gebroken hardsteen van de vlijlaag nadat eerst het drainerend filterdoek zorgvuldig in deze ruimte is ingevouwen en tegen de rand of opstand is opgezet. 04 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Op de Permavoid -units het drainerende filterdoek (Dakwatertextiel S61) plaatsen met langs- en dwarsoverlappen van 200 mm breedte. 02 Op deze filterlaag de waterdoorlatende vlijlaag met een gemiddelde dikte van 40 mm aanbrengen. De dikte moet minimaal 30 mm zijn en maximaal 50 mm. De sparingen zoals genoemd onder waterberging, punt 03, moeten volledig worden gevuld. 03 De vlijlaag zodanig afreien dat een vlakke ondergrond voor de klinkerbestrating ontstaat. 04 De bestrating schoonvegen, aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

11 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS) (fase: beheer) inzake Dakisolatie in water 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.1.K. Geïsoleerd: G.B.1.K. Zie referentie 4. Aandachtspunten 1. De principes van de details voor de bitumen dakbedekkingsconstructie zijn gebaseerd op de details in het BDA Dakboekje 2008 en de Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrug - vorming. 3. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 4. De details brandveilig uitvoeren conform NEN 6050 (ontwerp). 5. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

12 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Terrasdaksysteem Detailprincipes min. 120 voetlood Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Aquaflow klinkerbestrating min. 120 voetlood Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Aquaflow klinkerbestrating straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek dakwatertextiel S61 straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek dakwatertextiel S61 dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Detail 1 Aansluiting bij opstanden (ongeïsoleerd) Foamglas isolatie dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Detail 2 Aansluiting bij opstanden (geïsoleerd) balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW Aquaflow klinkerbestrating balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW Aquaflow klinkerbestrating vezelrubber beschermstroken vezelrubber beschermstroken straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek dakwatertextiel S61 straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek dakwatertextiel S61 Foamglas isolatie dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Detail 3 Aansluiting bij dakranden (ongeïsoleerd) dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Detail 4 Aansluiting bij dakranden (geïsoleerd). gekleefde strook Resitrix SK Aquaflow klinkerbestrating gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek dakwatertextiel S61 Detail 5 Aansluiting bij voegen (ongeïsoleerd) dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Aquaflow klinkerbestrating gekleefde strook Resitrix SK gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek dakwatertextiel S61 Detail 6 Aansluiting bij voegen (geïsoleerd) dakbedekkingssystemen beschermlaag Blad 2

13 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdakafwerking van daktegels. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels 4. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 5. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 6. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS) (fase: ontwerp) inzake Dakisolatie in water 7. Productinformatie Zoontjens: Dakbestratingssystemen 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.1.T. Geïsoleerd: G.B.1.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,042 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 700 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Tegeldragers voor Dreentegels comfix-element met plakzegel van Ø 110 mm x 4 mm of Ø 200 mm x 4 mm voor Drenoliet rubbergranulaat tegeldragers Ø 200 mm x 20 mm. Uitvlakzegels van bitumen of rubbergranulaat. Dreentegels, afmetingen 300 mm x 300 mm x 45 mm en 500 mm x 500 mm x 60 mm. Drenoliet tegels, afmeting 500 mm x 500 mm x 60 mm. Blad 1

14 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 150 kg.m -2 tot 400 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd terrasdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 9. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 10. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 11. Als er een situatie ontstaat dat het terras incidenteel kan worden gebruikt door personenauto s of vrachtverkeer dan dient het terras te worden ontworpen als een parkeerdaksysteem. 12. Bij het ontwerp de tegelmaat betrekken teneinde het zaagwerk te beperken. Besteks omschrijving Ongeïsoleerde terras De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een laag gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix SK volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde terras Dakbedekkingsconstructie (warm-dak) Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type T4 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W zie de omschrijving onder 03 en 04 bij ongeïsoleerde terras. Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM) aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. slaag Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag een Dreen of Drenoliet tegelsysteem monteren met rubbergranulaat tegeldragers en rubbergranulaat opsluitstroken bij randen en opstanden. Blad 2

15 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdakafwerking van daktegels. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels 4. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 5. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 6. BDA Praktijkblad BPD Foamglas T4 (WDS) (fase: uitvoering) inzake Dakisolatie in water 7. Productinformatie Zoontjens: Dakbestratingssystemen 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.1.T. Geïsoleerd: G.B.1.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas T4. Afmetingen (in mm): 600 x 450; Standaard dikten (in mm): 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100, 110, 120, 130, 140, 150, 160. Volumieke massa (± 10%): 110 kg.m -3. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 kg respectievelijk circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Tegeldragers voor Dreentegels comfix-element met plakzegel van Ø 110 mm x 4 mm of Ø 200 mm x 4 mm voor Drenoliet rubbergranulaat tegeldragers Ø 200 mm x 20 mm. Uitvlakzegels van bitumen of rubbergranulaat. Dreentegels, afmetingen 300 mm x 300 mm x 45 mm en 500 mm x 500 mm x 60 mm. Drenoliet tegels, afmeting 500 mm x 500 mm x 60 mm. Blad 1

16 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 2. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 3. Ingeval van een ongeïsoleerd terrasdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 4. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De detailaansluitingen moeten worden uitgevoerd conform NEN 6050 (ontwerp). 6. Tussen de Permavoid -units en de bovenlaag van de dakbedekking moet een goede drukverdelende beschermlaag worden aangebracht alsmede een laag HDPE-folie van 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 7. Ingeval van een warmdak met Foamglas -isolatieplaten. Alle werkzaamheden aan de ondergrond moeten volledig zijn uitgevoerd voordat de Foamglas -isolatieplaten worden aangebracht. Een Kompakt-dak wordt gerealiseerd als de prestatie van volledig met bitumen gevulde naden is geleverd, de isolatieplaten volledig zijn gekleefd op de onderconstructie en de eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig met bitumen is gekleefd. 8. Pastegels kleiner dan 200 mm moeten worden vermeden; het beste kan dit worden bereikt door bij het ontwerp reeds uit te gaan van de tegelmaat; indien aansluitruimte toch onvermijdelijk is, kan men dit opvullen met grof grind, gebonden met epoxy. Verwerking Algemeen De vlakheid van de onderconstructie controleren; zie aandachtspunt De dakbedekkingswerkzaamheden uitvoeren conform de besteksomschrijving van BDA Praktijkblad BPD , fase: ontwerp. 03 In geval van een geïsoleerd dakterras de isolatiewerkzaamheden uitvoeren conform de voorschriften van de fabrikant van de C.G.-isolatie (zie ref. 6). 04 Op het dakbedekkingssysteem de navolgende afwerking(en) aanbrengen. Een drukverdelende beschermlaag aanbrengen ter plaatse van de overlappen ingeval van EPDM-dakbanen, breed 200 mm. 02 De beschermlaag van HDPE-folie aanbrengen met overlappen van 100 mm. 03 De Permavoid -units plaatsen zodanig dat de draagstructuur van de polypropyleen-units intact blijft. De aansluitruimte tussen de rand en de opstand vullen met meervoudig gebroken hardsteen nadat eerst nadat eerst het drainerend filterdoek zorgvuldig in deze ruimte is ingevouwen en tegen de rand of opstand is opgezet. 04 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. 02 Op deze filterlaag het Dreen of Drenoliet tegelsysteem met gezaagde passtukken plaatsen op rubbergranulaat tegeldragers en rubbergranulaat opstandstroken. Blad 2

17 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdakafwerking met daktegels. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een terrasdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels 4. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 5. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 6. Productinformatie Zoontjens: Dakbestratingssystemen 7. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.1.T. Geïsoleerd: G.B.1.T. Zie referentie 4. Aandachtspunten 1. De principes van de details voor de bitumen dakbedekkingsconstructie zijn gebaseerd op de details in het BDA Dakboekje 2008 en de Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 3. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 4. De details brandveilig uitvoeren conform NEN 6050 (ontwerp). 5. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

18 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Terrasdaksysteem Detailprincipes min. 120 voetlood Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Drenoliet tegelbestrating min. 120 voetlood Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Drenoliet tegelbestrating filterdoek dakwatertextiel S16 filterdoek dakwatertextiel S16 dakbedekkingssystemen Foamglas isolatie beschermlaag HDPE betonsplit Detail 1 Aansluiting bij opstanden (ongeïsoleerd) dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE betonsplit Detail 2 Aansluiting bij opstanden (geïsoleerd) balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Drenoliet tegelbestrating balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Drenoliet tegelbestrating filterdoek dakwatertextiel S16 filterdoek dakwatertextiel S16 dakbedekkingssystemen Foamglas isolatie Drenoliet tegelbestrating betonsplit beschermlaag HDPE Detail 3 Aansluiting bij dakranden (ongeïsoleerd) gekleefde strook Resitrix SK gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE betonsplit Detail 4 Aansluiting bij dakranden (geïsoleerd). filterdoek dakwatertextiel S16 Detail 5 Aansluiting bij voegen (ongeïsoleerd) dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE Drenoliet tegelbestrating gekleefde strook Resitrix SK gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook filterdoek dakwatertextiel S16 Detail 6 Aansluiting bij voegen (geïsoleerd) dakbedekkingssystemen beschermlaag Blad 2

19 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor personenauto s Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met klinkerbestrating geschikt voor personenauto s tot 3500 kg. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD -116/2 (fase: ontwerp) inzake Foamglas S3 en F, dakisolatie voor parkeerdaksystemen met klinkers 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 10. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.2.K. Geïsoleerd: G.B.2.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 5 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas S3. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,045 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 900 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90, Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

20 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 240 kg.m -2 tot 450 kg.m -2 en variabele puntlasten, autowiellasten oplopend tot 1600 kg.m, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd parkeerdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 9. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 10. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek PF90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 11. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 12. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 13. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 14. De maximaal toegestane rijsnelheid is 30 km per uur. Besteks omschrijving Ongeïsoleerde parkeer De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een laag gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix SK volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde parkeer Dakbedekkingsconstructie (warm-dak) Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type S3 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W zie de omschrijving onder 03 en 04 bij ongeïsoleerde terras. Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM) aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een olieverwerkend en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

21 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 20 Parkeer, D 2100 Omgekeerd-dak met drainerende tegels, D 2130 Omgekeerd-dak met groot formaat drainerende tegels, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD -116/2 (fase: ontwerp) inzake Foamglas S3 en F, dakisolatie voor parkeerdaksystemen met klinkers 7. Productinformatie Zoontjens parkeerdaksystemen 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.2.T. Geïsoleerd: G.B.2.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 5 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas S3. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,045 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 900 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90, Aquaflow. Rubbergranulaat drukverdelers Ø 400 mm, dik 30 mm. Uitvlakzegels van bitumen of rubbergranulaat. Parkeerdaktegels van vacuümbeton of stampbeton: type Pardak 90 (80 mm x 900 mm x 900 mm); type Pardak 110 (90 mm x 1100 mm x 1100 mm). Pardak 90 en 110 spanelementen. Blad 1

22 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 240 kg.m -2 tot 450 kg.m -2 en variabele, autowiellasten puntlasten oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd parkeerdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 9. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 10. Het drainerende filterdoek moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 11. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 12. Het is van groot belang dat het tegelsysteem bij alle opstanden, hellingbanen e.d. goed strak aansluit door middel van drukverdeelstroken van met polyurethaan gebonden rubbergranulaat, in een dikte van minimaal 15 mm en maximaal 50 mm en/of granufix. 13. De maximaal toegestane rijsnelheid is 30 km per uur. Besteks omschrijving Ongeïsoleerde parkeer De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een laag gietasfalt, dik 25 mm (type IC 40) of - een laag Resitrix SK volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde parkeer Dakbedekkingsconstructie (warm-dak) Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type T4 volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W zie de omschrijving onder 03 en 04 bij ongeïsoleerde parkeer. Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM) aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een olieverwerkende en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF90 van Aquaflow ). 02 Op het filterdoek een Pardak 90 of Pardak 110 systeem monteren met spanelementen. Passtukken mogen bij op- en afritten niet smaller zijn dan 600 mm. Buiten de rijzones of bij opgaand werk aan de railingzijde mogen kleinere passtukken worden gebruikt, zolang een goede opsluiting maar gegarandeerd blijft. Blad 2

23 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 20 Parkeer, D 2100 Omgekeerd-dak met drainerende tegels, D 2130 Omgekeerd-dak met groot formaat drainerende tegels, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 7. Productinformatie Zoontjens: Parkeerdaksystemen 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.2.T. Geïsoleerd: G.B.2.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 5 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas S3. Afmetingen (in mm): 600 x 450. Standaarddikten (in mm): 40, 50, 60, 70, 80, 100, 120, 140, 150, 160. Volume massa (± 10%): 135 kg.m -3. Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90, Aquaflow. Rubbergranulaat drukverdelers Ø 400 mm, dik 30 mm. Uitvlakzegels van bitumen of rubbergranulaat. Parkeerdaktegels van vacuümbeton of stampbeton: type Pardak 90 (80 mm x 900 mm x 900 mm); type Pardak 110 (90 mm x 1100 mm x 1100 mm). Pardak 90 en 110 spanelementen. Blad 1

24 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 2. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 3. Ingeval van een ongeïsoleerd parkeerdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 4. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De detailaansluitingen moeten worden uitgevoerd conform NEN 6050 (ontwerp). 6. Tussen de Permavoid -units en de bovenlaag van de dakbedekking moet een goede drukverdelende beschermlaag worden aangebracht alsmede een laag HDPE-folie van 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 7. Ingeval van een warmdak met Foamglas -isolatieplaten. Alle werkzaamheden aan de ondergrond moeten volledig zijn uitgevoerd voordat de Foamglas -isolatieplaten worden aangebracht. Een Kompakt-dak wordt gerealiseerd als de prestatie van volledig met bitumen gevulde naden is geleverd, de isolatieplaten volledig zijn gekleefd op de onderconstructie en de eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig met bitumen is gekleefd. 8. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 9. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek (PF90 van Aquaflow ) moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 10. Het is van groot belang dat het tegelsysteem bij alle opstanden, hellingbanen e.d. goed strak aansluit door middel van drukverdeelstroken van met polyurethaan gebonden rubbergranulaat, in een dikte van minimaal 15 mm en maximaal 50 mm en/of granufix. 11. Pastegels kleiner dan 200 mm moeten worden vermeden; het beste kan dit worden bereikt door bij het ontwerp reeds uit te gaan van de tegelmaat; indien aansluitruimte toch onvermijdelijk is, kan men dit opvullen met grof grind, gebonden met epoxy. Verwerking Algemeen De vlakheid van de onderconstructie controleren; zie aandachtspunt De dakbedekkingswerkzaamheden uitvoeren conform de besteksomschrijving van BDA Praktijkblad BPD , fase: ontwerp. 03 In geval van een geïsoleerd parkeerdak de isolatiewerkzaamheden uitvoeren conform de voorschriften van de fabrikant van de C.G.-isolatie (zie ref. 6). 04 Op het dakbedekkingssysteem de navolgende afwerking(en) aanbrengen. Een drukverdelende beschermlaag aanbrengen ter plaatse van de overlappen ingeval van EPDM-dakbanen, breed 200 mm. 02 De beschermlaag van HDPE-folie aanbrengen met overlappen van 100 mm. 03 De Permavoid -units plaatsen zodanig dat de draagstructuur van de polypropyleen-units intact blijft. De aansluitruimte tussen de rand en de opstand vullen met meervoudig gebroken hardsteen nadat eerst nadat eerst het drainerend filterdoek zorgvuldig in deze ruimte is ingevouwen en tegen de rand of opstand is opgezet. 04 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Op de Permavoid -units een olieverwerkend en drainerend filterdoek aanbrengen, type PF 90 van Aquaflow met langs- en dwarsoverlappen van 200 mm breedte. 02 De Pardak 90 of Pardak 110 tegels onderling haaks en strak tegen alle aansluitingen monteren en plaatsen op rubbergranulaat drukverdelers. Bij alle aansluitingen gebruik maken van drukverdeelstroken van polyurethaan gebonden rubbergranulaat (Granufix op PE-rondschuim Ø 40 mm). Eventueel kleine ongelijkheden in de onderconstructie corrigeren met stroken rubbergranulaat, zodanig dat de bovenzijde van de tegels onderling geen hoogteverschillen vertonen. Blad 2

25 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 20 Parkeer, D 2100 Omgekeerd-dak met drainerende tegels, D 2130 Omgekeerd-dak met groot formaat drainerende tegels, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 7. Productinformatie Zoontjens: Parkeerdaksystemen 8. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.2.T. Geïsoleerd: G.B.2.T. Zie referentie 4. Aandachtspunten 1. De principes van de details voor de bitumen dakbedekkingsconstructie zijn gebaseerd op de details in het BDA Dakboekje 2008 en de Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 3. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 4. De details brandveilig uitvoeren conform NEN 6050 (ontwerp). 5. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

26 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Detailprincipes voetlood voetlood min. 120 Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Pardak tegelbestrating min. 120 Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Pardak tegelbestrating filterdoek PF90 Aquaflow filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE betonsplit Detail 1 Aansluiting bij opstanden (ongeïsoleerd) Foamglas isolatie dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE betonsplit Detail 2 Aansluiting bij opstanden (geïsoleerd) balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Pardak tegelbestrating balustrade aluminium afdekkap Resitrix SKW vezelrubber beschermstroken Pardak tegelbestrating filterdoek PF90 Aquaflow filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE betonsplit Detail 3 Aansluiting bij dakranden (ongeïsoleerd) Foamglas isolatie dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE betonsplit Detail 4 Aansluiting bij dakranden (geïsoleerd). Resitrix SKW Pardak tegelbestrating zinken strook filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssystemen beschermlaag HDPE betonsplit Detail 5 Aansluiting bij gebouwdilataties (ongeïsoleerd) met kans op voegbewegingen en wisseling. Pardak tegelbestrating gekleefde strook Resitrix SKW gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook filterdoek PF90 Aquaflow Detail 6 Aansluiting bij voegen (geïsoleerd) en geringe voegbeweging of wisseling. dakbedekkingssystemen beschermlaag Blad 2

27 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor licht vrachtverkeer (VKL 30) Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met klinkers geschikt voor licht vrachtverkeer (VKL 30) (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor licht vrachtverkeer (VKL 30) 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD -116/2 (fase: ontwerp) inzake Foamglas S3 en F, dakisolatie voor parkeerdaksystemen met klinkers 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 10. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.3.K. Geïsoleerd: G.B.3.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 5 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas F. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,050 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 1600 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 1 mm. Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 van Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

28 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 310 kg.m -2 tot 470 kg.m -2 en puntlasten oplopend tot 8000 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd parkeerdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 9. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM). 10. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek PF90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 11. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 12. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 13. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 14. De maximale rijsnelheid is 15 km per uur zonder draai- en keerwerk. Bij te verwachten draai- en keerbewegingen op de units een extra thermisch gebonden geotextiel aanbrengen (Dakwater SF49). Besteks omschrijving Ongeïsoleerde parkeer De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum CG, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt dik 25 mm, type IC 40 of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 of - een laag Resitrix SK volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde parkeer Dakbedekkingsconstructie (warm-dak) Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type F volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W zie de omschrijving onder 03 en 04 bij ongeïsoleerde terras. Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 1 mm, aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een olieverwerkend en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

29 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor vrachtverkeer (VKL 45) Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met klinkers geschikt voor incidenteel vrachtverkeer (VKL 45) (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD -116/2 (fase: ontwerp) inzake Foamglas S3 en F, dakisolatie voor parkeerdaksystemen met klinkers 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 10. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.4.K. Geïsoleerd: G.B.4.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 4 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas F. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,050 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 1600 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 1 mm. Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 van Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

30 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze funda mentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 450 kg.m -2 tot 610 kg.m -2 en puntlasten oplopend tot 8000 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd parkeerdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. In geval van een geïsoleerd parkeerdak een zwevende vloer van hoge sterktebeton aanbrengen. De dimensionering van de constructie door een constructeur laten controleren. 9. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 10. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt of hoge sterktebeton) of 1 mm (EPDM). 11. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek PF90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 12. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 13. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 14. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 15. De maximale rijsnelheid is voor VKL km per uur zonder draai- en steekwerk. De maximale rijsnelheid voor VKL 45 met een lage verkeersintensiteit is stapvoets zonder draai- en steekwerk. Besteks omschrijving Ongeïsoleerde parkeer De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt dik 25 mm, type IC 40 of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 of - een laag Resitrix SK volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde parkeer Dakbedekkingsconstructie (warm-dak) Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type F volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m 2.K.W zie de omschrijving onder 03 en 04 bij ongeïsoleerde parkeer. 06 Een tweelaags LDPE-folie als glijfolie aanbrengen, de onderlaag 0,5 mm dik, de toplaag 1 mm dik. De overlappen met watervaste tape verkleven. 07 Een minimaal 60 mm dik gewapende zwevende vloer aanbrengen van hogesterktebeton, klasse C 70/80. De vloer vlinderen en voorzien van een 0,5 mm dik LDPE-folie. Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (EPDM) aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een olieverwerkende en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow en het overtollige split verwijderen. Blad 2

31 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in een waterbergende weg met klinkerbestrating voor vrachtverkeer (VKL 45) Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met klinkers als waterbergende weg voor vrachtverkeer. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een waterbergende weg met klinkers. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD -116/2 (fase: ontwerp) inzake Foamglas S3 en F, dakisolatie voor parkeerdaksystemen met klinkers 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 10. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.5.K. Geïsoleerd: G.B.5.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 5 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas F. Warmtegeleidingscoëfficiënt: reken = 0,050 W.m -1.K -1. Druksterkte bij breuk: 1600 kpa. Beschermlaag HDPE-folie, dik 1 mm. Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Ter plaatse van de waterbergende weg: Aquaflow meervoudig gebroken hardsteen mm, type MHK53 in een laagdikte van 150 mm; soortelijk gewicht: 1,71 kg.m -3 ; hardheid: Los Angelos waarde: LA20; hoek van inwendige wrijving: graden; holle ruimte: tussen de 36% en 39%. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 van Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

32 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 600 kg.m -2 tot 760 kg.m -2 en puntlasten oplopend tot 8000 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Ingeval van een ongeïsoleerd parkeerdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 7. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 8. Ingeval van een geïsoleerd parkeerdak een zwevende vloer van hoge sterktebeton aanbrengen. De dimensionering van de constructie door een constructeur laten controleren. 9. De detailaansluitingen moeten worden ontworpen conform NEN 6050 (ontwerp). 10. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt of hoge sterktebeton) of 1 mm (EPDM). 11. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek type PF90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 12. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 13. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 14. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. Bij bochten extra opsluitbanden ontwerpen. 15. De maximale rijsnelheid is voor VKL km per uur zonder draai- en keerwerk. De maximale rijsnelheid voor VKL 45 met een lage verkeersintensiteit is stapvoets zonder draai- en keerwerk. Besteks omschrijving Ongeïsoleerde parkeer De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Een onderlaag van gebitumineerde polyestermat (type ) / SBS-gemodificeerd gebitumineerde polyestermat (type ) volledig kleven met bitumen 110/ Een polymere toplaag aanbrengen bestaande uit: - een laag Derbigum GC, volledig kleven volgens de brandmethode of koud kleven met Derbicoat en afwerken met een beschermlaag van gietasfalt dik 25 mm klasse G of - een laag Resitrix GA volledig kleven volgens de brandmethode en afwerken met een laag gietasfalt, dik 25 mm, klasse G of - een laag Resitrix SK volledig kleven op een primerlaag van Phoenix FG 35 met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61) over de overlappen. Geïsoleerde parkeer Dakbedekkingsconstructie (warm-dak) Zie van. 02 Zie van. 03 Afhankelijk van de bouwtijd wel of geen noodlaag aanbrengen (zie 03 van ). 04 De Foamglas isolatieplaten, type F volledig kleven op de onderconstructie met bitumen 110/30 en een R c -waarde van minimaal 2,5 m².k.w zie de omschrijving onder 03 en 04 bij ongeïsoleerde parkeer. 06 Een tweelaags LDPE-folie als glijfolie aanbrengen, de onderlaag 0,5 mm dik, de toplaag 1 mm dik. De overlappen met watervaste tape verkleven. 07 Een minimaal 60 mm dik gewapende zwevende vloer aanbrengen van hoge sterktebeton, klasse C 70/80. De vloer vlinderen en voorzien van een 0,5 mm dik LDPE-folie. Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 1 mm aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. 04 Ter plaatse van de watergvoerende weg in plaats van de Permavoid -units een 150 mm dikke laag Aquaflow meervoudig gebroken hardsteen mm, type MHK 53 aanbrengen. Op de waterbergende units en de wegfundatie een oliebergend en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

33 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met klinkerbestrating geschikt voor personenauto s tot VKL 45. (doel) Referenties Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD , , , (fase: ontwerp) en BPD (detailprincipes) inzake Daksysteem voor waterberging en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA Praktijkblad BPD -117/2 (fase: uitvoering) inzake Foamglas S3 en F, dakisolatie voor parkeerdaksystemen met klinkers 7. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 9. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.2.K., O.B.3.K., O.B.4.K., O.B.5.K. Geïsoleerd: G.B.2.K., G.B.3.K., G.B.4.K., G.B.5.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Bitumen onderlagen. Bitumen dakbaan type of volledig gekleefd met bitumen 110/30. Toplagen. Derbigum GC 5 mm of Resitrix GA, volledig gebrand of koud gekleefd op een bitumen onderlaag, beschermd met 25 mm gietasfalt type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Resitrix SK, een zelfklevende SBS-gecacheerde EPDM-dakbaan, volledig gekleefd op een bitumen onderlaag in combinatie met Phoenix hechtprimer FG 35. De overlappen worden thermisch gelast. De overlappen van de dakbanen worden beschermd met een drukverdelende viltlaag (Dakwatertextiel S61). Ingeval van een geïsoleerd parkeerdak en VKL 45 wordt een zwevende vloer van hoge sterktebeton toegepast (zie referentie 4). Thermische isolatie Warm-dak Cellulair glas (C.G.): Foamglas S3 of F. Afmetingen (in mm): 600 x 450 Standaard dikten (in mm): S3: 40 t/m 180 met 10 mm oplopend F : 40, 50, 60, 80, 100, 120, 140, 150 Volumieke massa (± 10%): S3: 135 kg.m -3 F : 175 kg.m -3 Beschermlaag HDPE-folie, dik 1 mm. Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

34 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 2. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 3. Ingeval van een ongeïsoleerd terrasdak moet de eerste laag van de dakbedekking volledig worden gekleefd met bitumen 110/30 op een voorbehandelde onderconstructie. 4. Uitsluitend deze eerste laag mag in de uitvoeringsfase als noodlaag (werkvloer) worden gebruikt. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De detailaansluitingen moeten worden uitgevoerd conform NEN 6050 (ontwerp). 6. Tussen de Permavoid -units en de bovenlaag van de dakbedekking moet een goede drukverdelende beschermlaag worden aangebracht alsmede een laag HDPE-folie van 1 mm. 7. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek (PF 90 van Aquaflow ) moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. Onder omstandigheden, bijvoorbeeld met blazen van de vlijlaag, de overlappen voorzien van een tape. 8. Ingeval van een warmdak met Foamglas -isolatieplaten. Alle werkzaamheden aan de ondergrond moeten volledig zijn uitgevoerd voordat de Foamglas -isolatieplaten worden aangebracht. Een Kompakt-dak wordt gerealiseerd als de prestatie van volledig met bitumen gevulde naden is geleverd, de isolatieplaten volledig zijn gekleefd op de onderconstructie en de eerste laag van het dakbedekkingssysteem volledig met bitumen is gekleefd. 9. Het verband van de bestrating is van invloed op eventuele vervormingen. De beste resultaten worden bereikt met een zogenoemd keperverband. In dat geval dragen alle zijden van de steen mee aan de drukverdeling. 10. Om vervorming tegen te gaan moeten de kantopsluitingen stabiel worden geplaatst. Bij bochten extra opsluitbanen toepassen. 11. Goed aaneengesloten straten waarbij er voor moet worden gezorgd dat de voegen direct worden gevuld. Voorkomen moet worden dat de voegen kunnen vervuilen met zand of dergelijke. Verwerking Algemeen De vlakheid van de onderconstructie controleren; zie aandachtspunt De dakbedekkingswerkzaamheden uitvoeren conform de besteksomschrijving van BDA Praktijkbladen BPD , , en In geval van een geïsoleerd parkeerdak de isolatiewerkzaamheden uitvoeren conform de voorschriften van de fabrikant van de C.G.-isolatie (zie ref. 6). 04 Op het dakbedekkingssysteem de navolgende afwerking(en) aanbrengen. 05 In geval van parkeer of een waterbergende weg (VKL 45) twee lagen LDPE-folie aanbrengen, dik 0,5 mm en 1 mm. De overlappen met watervaste tape kleven. 06 Ingeval van een geïsoleerd parkeerdak en VKL 45 een zwevende dekvloer aanbrengen van hoge sterktebeton, dik minimaal 60 mm. De vloer afvlinderen en afwerken met een LDPE-folie van 0,5 mm dikte. Een drukverdelende beschermlaag aanbrengen ter plaatse van de overlappen van de EPDM-dakbanen, breed 200 mm. 02 De beschermlaag van HDPE-folie aanbrengen met overlappen van 100 mm. 03 De Permavoid -units plaatsen zodanig dat de draagstructuur van de polypropyleen-units intact blijft. De aansluitruimte tussen de rand en opstand vullen met het meervoudig gebroken hardsteen van de vlijlaag nadat eerst het drainerend filterdoek zorgvuldig in deze ruimte is ingevouwen en tegen de rand of opstand is opgezet. 04 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Op de Permavoid -units het drainerende filterdoek (type PF 90 van Aquaflow ) plaatsen met langs- en dwarsoverlappen van 200 mm breedte. 02 Op deze filterlaag de waterdoorlatende vlijlaag met een gemiddelde dikte van 40 mm aanbrengen. De dikte moet minimaal 30 mm zijn en maximaal 50 mm. De sparingen zoals genoemd onder waterberging, punt 03, moeten volledig worden gevuld. 03 De vlijlaag zodanig afreien dat een vlakke ondergrond voor de klinkerbestrating ontstaat. 04 De bestrating schoonvegen, aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

35 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een gesloten dakbedekking van polymere dakbanen, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met klinkerbestrating geschikt voor personenauto s tot VKL 45. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD , , , (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Systeemcode Ongeïsoleerd: O.B.2.K., O.B.3.K., O.B.4.K., O.B.5.K. Geïsoleerd: G.B.2.K., G.B.3.K., G.B.4.K., G.B.5.K. Zie referentie 4. Aandachtspunten 1. De principes van de details voor de bitumen dakbedekkingsconstructie zijn gebaseerd op de details in het BDA Dakboekje 2008 en de Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 3. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 4. De details brandveilig uitvoeren conform NEN 6050 (ontwerp). 5. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

36 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Detailprincipes min. 120 voetlood klinkerbestrating Resitrix SK vezelrubber beschermstroken straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek min. 120 voetlood klinkerbestrating Resitrix SK vezelrubber beschermstroken dakbedekkingssystemen zwevende vloer hoge sterkte beton (VKL 45) of beschermlaag gietasfalt straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek zwevende vloer hoge sterkte beton (VKL 45) of beschermlaag gietasfalt Foamglas isolatie Detail 1 Aansluiting bij opstanden (ongeïsoleerd) dakbedekkingssystemen Detail 2 Aansluiting bij opstanden (geïsoleerd) balustrade aluminium afdekkap balustrade aluminium afdekkap Resitrix SK vezelrubber beschermstroken klinkerbestrating Resitrix SK vezelrubber beschermstroken klinkerbestrating straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek dakbedekkingssystemen Detail 3 Aansluiting bij dakranden (ongeïsoleerd) zwevende vloer hoge sterkte beton (VKL 45) of beschermlaag gietasfalt dakbedekkingssystemen zwevende vloer hoge sterkte beton (VKL 45) of beschermlaag gietasfalt Foamglas isolatie Detail 4 Aansluiting bij dakranden (geïsoleerd). Resitrix SK zinken strook klinkerbestrating straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek zwevende vloer hoge sterkte beton (VKL 45) of beschermlaag gietasfalt dakbedekkingssystemen Detail 5 Aansluiting bij gebouwdilataties (ongeïsoleerd) met kans op voegbewegingen en wisseling. klinkerbestrating gekleefde EPDM strook gebit. polyestermat dakbedekking voor het plaatsen van de voegafdichting insnijden zinken strook Foamglas isolatie straatlaag, FK 26 Aquaflow filterdoek zwevende vloer hoge sterkte beton (VKL 45) of beschermlaag gietasfalt Detail 6 Aansluiting bij voegen (geïsoleerd) en geringe voegbeweging of wisseling. dakbedekkingssystemen Blad 2

37 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Tuindaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. (doel) Referenties Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Daken in t groen, SBR brochure Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve een extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Van Vliet daktuinen Systeemcode Intensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C bij een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Tuindaksysteem Intensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Hydrocel tuindakplaten gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. wateropnemend vermogen : 80% drukvastheid: 1500 kg.m -2 Wortelverankeringsdoek: ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag: 150 mm 500 mm afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Blad 1

38 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Tuindaksysteem (vervolg) Extensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 250 kg.m -2 tot 400 kg.m -2 en puntlasten oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het drainerende filterdoek (Dakwatertextiel S61) moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de substraatlaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van het tuindak. 10. Bij detailaansluitingen een vegetatievrijezone ontwerpen met grind of tegels, minimaal 500 mm breed. 11. De windweerstand en windbelasting van het dakbedekkings- en tuindaksysteem (extensieve systemen als vegetatie van mos, sedumkruiden en gras) dient te worden berekend volgens NEN 6702, NEN 6707 en NPR De genormeerde windbelasting op een vegetatiedak is zo groot dat deze niet kan worden gecompenseerd door het eigen gewicht van het vegetatiedak. Het is echter waarschijnlijk dat het verschijnsel drukvereffening bepalend is voor de windbelasting op een begroeid dak. Belangrijk is daarbij een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vegetatievrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. Bij zware beplantingen dient een voorziening voor het verankeren van het wortelstelsel te worden opgenomen in de vorm van een wortel- of verankeringsnet. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Intensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke Hydrocel tuindakplaten plaatsen. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2

39 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Tuindaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Daken in t groen, SBR brochure Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Van Vliet daktuinen Systeemcode Intensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.2.D. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 4): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. Tuindaksysteem Intensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Hydrocel tuindakplaten gemiddeld 100 mm dik, afmetingen 500 mm x 1000 mm. Wortelverankeringsdoek: ingeval van grote bomen en struiken type Dakwater boomverankeringssysteem nader te bepalen afhankelijk van de te plaatsen bomen. Substraatlaag: 150 mm 500 mm afgestemd op de beplanting waarbij het substraat, afhankelijk van de beplanting wordt verrijkt met Hydrocel schuimvlokken. Beplantingsschema volgens ontwerp. Extensieve tuin Filterdoek: non woven polypropyleen, type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Substraatlaag 60 mm, afstemmen op de sedumbeplanting. Sedumbeplanting aanbrengen door planten, zaaien of met prefabmatten. Blad 1

40 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Tuindaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimpwapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 2. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 3. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 4. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De Permavoid -units plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (Spuitfolie). 6. Het drainerende filterdoek moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de substraatlaag in de Permavoid -units kunnen vloeien. 7. Belangrijk is bij tuin een luchtdichte dakrandaansluiting en een ballastsysteem bij de dakranden. Deze ballast kan tevens als vegetatievrije zone en drainagelaag functioneren. De ballast kan bestaan uit grind of tegels. 8. Indien de substraatlaag met een shovel wordt aangebracht is het noodzakelijk om over het gestorte grondpakket te rijden en daarbij rijplaten te gebruiken om te voorkomen dat de substraatlaag te veel wordt verdicht. 9. De substraatlaag moet vanwege de inklinking met een overdikte van 20% worden aangebracht. Verwerking De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie), aanbrengen. 02 De Permavoid -units aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De Permavoid -units onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Tuin Intensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag gemiddeld 100 mm dikke Hydrocel tuindakplaten plaatsen. 03 Over de tuindakplaten een Dakwater boomwortelverankeringssysteem aanbrengen (optioneel). 04 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 05 De tuindakafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Extensieve tuin Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 De substraatlaag aanbrengen in de voor de beplanting noodzakelijke dikte. 03 De sedumafwerking aanbrengen, afhankelijk van het ontwerp. Blad 2

41 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Tuindaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een intensieve of extensieve tuindakafwerking. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) in een tuindak (intensief en extensief) met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Daken in t groen, SBR brochure Dakbegroeiingsrichtlijn SBR brochure BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin 6. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 7. Productinformatie Permavoid -berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Van Vliet daktuinen Systeemcode Intensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.1.D. Extensieve tuin Ongeïsoleerd: O.S.2.D. Zie referentie 5. Aandachtspunten 1. De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 2. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 3. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

42 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Tuindaksysteem Detailprincipes voetlood min. 120 vegetatievrije zone 500 mm vegetatie substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE balustrade aluminum afdekkap vegetatievrije zone 500 mm Detail 1 Aansluiting bij opstanden vegetatie substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 Detail 2 Aansluiting bij dakranden dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE vegetatie substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 dilatatievoeg dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE Detail 3 Aansluiting bij gebouwdilataties met kans op voegbeweging of wisseling vegetatie substraatlaag Hydrocel tuindakplaten (alleen bij intensieve tuin) filterdoek dakwatertextiel S16 dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE dilatatievoeg Detail 4 Aansluiting bij voegen met geringe voegbeweging of wisseling Blad 2

43 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdak - afwerking met waterpasserende klinkerbestrating. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C bij een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

44 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 250 kg.m -2 tot 400 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het drainerende filterdoek Dakwatertextiel S61 moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 10. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 11. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 12. Als er een situatie ontstaat dat het terras incidenteel kan worden gebruikt door personenauto s of vrachtverkeer dan dient het terras te worden ontworpen als een parkeerdaksysteem. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie) aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

45 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdak - afwerking met waterpasserende klinkerbestrating. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (aandachtspunt 4): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

46 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimpwapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 2. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 3. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 4. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (Spuitfolie). 6. Het drainerende filterdoek (Dakwatertextiel S61) moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. Onder omstandigheden, bijvoorbeeld met blazen van de vlijlaag, de overlappen voorzien van een tape. 7. Het verband van de bestrating is van invloed op eventuele vervormingen. De beste resultaten worden bereikt met een zogenoemd keperverband. In dat geval dragen alle zijden van de steen mee aan de drukverdeling. 8. Om vervorming tegen te gaan moeten de kantopsluitingen stabiel worden geplaatst. 9. Goed aaneengesloten straten waarbij er voor moet worden gezorgd dat de voegen direct worden gevuld. Voorkomen moet worden dat de voegen kunnen vervuilen met zand of dergelijke. Verwerking Algemeen De vlakheid van de onderconstructie controleren; zie aandachtspunt 02. De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie aanbrengen met overlappen van 100 mm. 02 De plaatsen zodanig dat de draagstructuur van de polypropyleen-units intact blijft. De aansluitruimte tussen de rand en opstand vullen met het meervoudig gebroken hardsteen van de vlijlaag nadat eerst het drainerend filterdoek zorgvuldig in deze ruimte is ingevouwen en tegen de rand of opstand is opgezet. 03 De onderling volledig koppelen met de conische verbindingspinnen. Op de het drainerende filterdoek (type Dakwatertextiel S61) plaatsen met langs- en dwarsoverlappen van 200 mm breedte. 02 Op deze filterlaag de waterdoorlatende vlijlaag met een gemiddelde dikte van 40 mm aanbrengen. De dikte moet minimaal 30 mm zijn en maximaal 50 mm. De sparingen zoals genoemd onder waterberging, punt 03, moeten volledig worden gevuld. 03 De vlijlaag zodanig afreien dat een vlakke ondergrond voor de klinkerbestrating ontstaat. 04 De bestrating schoonvegen, aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

47 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdak - afwerking van daktegels. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels 4. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en water-afvoer in gebruiks 5. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 6. Productinformatie Zoontjens: Dakbestratingssystemen 7. Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C en een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Tegeldragers voor Dreentegels comfix-element met plakzegel van Ø 110 mm x 4 mm of ø 200 mm x 4 mm voor Drenoliet rubber granulaat tegeldragers Ø 200 mm x 20 mm. Uitvlakzegels van bitumen of rubbergranulaat. Dreentegels, afmetingen 300 mm x 300 mm x 45 mm en 500 mm x 500 mm x 60 mm. Drenoliet tegels, afmeting 500 mm x 500 mm x 60 mm. Blad 1

48 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 150 kg.m -2 tot 400 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 9. Als er een situatie ontstaat dat het terras incidenteel kan worden gebruikt door personenauto s of vrachtverkeer dan dient het terras te worden ontworpen als een parkeerdaksysteem. 10. Bij het ontwerp de tegelmaat betrekken teneinde het zaagwerk te beperken. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie) aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 75 mm / 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een drainerend filterdoek aanbrengen (type Dakwatertextiel S61). 02 Op deze filterlaag een Dreen of Drenoliet tegelsysteem monteren met rubbergranulaat tegeldragers en rubbergranulaat opsluitstroken bij randen en opstanden. Blad 2

49 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een terrasdak - afwerking van daktegels. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een dakterras met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in terras met daktegels 4. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 5. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 6. Productinformatie Zoontjens: Dakbestratingssystemen 7. Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 3): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen type Dakwatertextiel S61, 250 g.m -2, dik 2,4 mm. Tegeldragers voor Dreentegels comfix-element met plakzegel van Ø 110 mm x 4 mm of ø 200 mm x 4 mm voor Drenoliet rubbergranulaat tegeldragers Ø 200 mm x 20 mm. Uitvlakzegels van bitumen of rubbergranulaat. Dreentegels, afmetingen 300 mm x 300 mm x 45 mm en 500 mm x 500 mm x 60 mm. Drenoliet tegels, afmeting 500 mm x 500 mm x 60 mm. Blad 1

50 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 2. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 3. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 4. Tussen de en de bovenlaag van de dakbedekking moet een goede drukverdelende beschermlaag worden aangebracht alsmede een laag HDPE-folie van 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 5. Pastegels kleiner dan 200 mm moeten worden vermeden; het beste kan dit worden bereikt door bij het ontwerp reeds uit te gaan van de tegelmaat; indien aansluitruimte toch onvermijdelijk is, kan men dit opvullen met grof grind, gebonden met epoxy. 6. Het drainerende filterdoek (Dakwatertextiel S61) moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 7. Om vervorming tegen te gaan moeten de kantopsluitingen stabiel worden geplaatst. Verwerking Algemeen De vlakheid van de onderconstructie controleren; zie aandachtspunt 02. De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). De beschermlaag van HDPE-folie aanbrengen met overlappen van 100 mm. 02 De plaatsen zodanig dat de draagstructuur van de polypropyleen-units intact blijft. De aansluitruimte tussen de rand en de opstand vullen met meervoudig gebroken hardsteen nadat eerst het drainerend filterdoek zorgvuldig in deze ruimte is ingevouwen en tegen de rand of opstand is opgezet. 03 De onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Het Aquaflow filterdoek, type PF 90, aanbrengen. 02 Op deze filterlaag het Dreen of Drenoliet tegelsysteem met gezaagde passtukken plaatsen op rubbergranulaat tegeldragers en rubbergranulaat opstandstroken. Blad 2

51 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor personenauto s Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating geschikt voor personenauto s tot 3500 kg. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 9. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.2.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C bij een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt klasse, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgnes EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26 Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

52 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 240 kg.m -2 tot 450 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek PF 90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 10. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 11. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 12. De maximaal toegestane rijsnelheid is 30 km per uur. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie) aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een olieverwerkend drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

53 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s tot 3500 kg. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 20 Parkeer, D 2100 Omgekeerd-dak met drainerende tegels, D 2130 Omgekeerd-dak met groot formaat drainerende tegels, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Parkeerdaksysteem met parkeerdak - tegels geschikt voor personenauto s 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 7. Productinformatie Betoflex spuitisolatiesystemen 8. Productinformatie Zoontjens: Parkeerdaksystemen 9. Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.2.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C bij een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 N. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 Aquaflow. Rubbergranulaat drukverdelers Ø 400 mm, dik 30 mm. Uitvlaktegels van bitumen of rubbergranulaat. Parkeerdaktegels van vacuümbeton: type Pardak 90 (80 mm x 900 mm x 900 mm); type Pardak 110 (90 mm x 1100 mm x 1100 mm). Pardak 90 en 110 spanelementen. Blad 1

54 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 240 kg.m -2 tot 450 kg.m -2 en variabele, autowiel lasten puntlasten oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op het polyurethaan membraan plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 10. Het is van groot belang dat het tegelsysteem bij alle opstanden, hellingbanen e.d. goed strak aansluit door middel van drukverdeelstroken van met polyurethaan gebonden rubbergranulaat, in een dikte van minimaal 15 mm en maximaal 50 mm en/of granufix. 11. De maximaal toegestane rijsnelheid is 30 km per uur. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie), aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met de conische verbindingspinnen. Op de waterbergende units een olieverwerkend en drainerend filterdoek aanbrengen type PF 90 van Aquaflow. 02 Op deze filterlaag een Pardak 90 of Pardak 110 systeem monteren met rubbergranulaat drukverdelers (Ø 400 mm, dik 30 mm), spanelementen en vezelrubber opsluitstroken bij randen en opstanden. Passtukken mogen bij op- en afritten niet smaller zijn dan 600 mm. Buiten de rijzones of bij opgaand werk aan de railingzijde mogen kleinere passtukken worden gebruikt, zolang een goede opsluiting maar gegarandeerd blijft. Blad 2

55 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s tot 3500 kg. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 20 Parkeer, D 2100 Omgekeerd-dak met drainerende tegels, D 2130 Omgekeerd-dak met groot formaat drainerende tegels, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Parkeerdaksysteem met parkeerdak - tegels geschikt voor personenauto s 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 7. Productinformatie Betoflex spuitisolatiesystemen 8. Productinformatie Zoontjens: Parkeerdaksystemen 9. Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.2.T. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 3): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 van Aquaflow. Rubbergranulaat drukverdelers Ø 400 mm, dik 30 mm. Uitvlakregels van bitumen of rubbergranulaat. Parkeerdaktegels van vacuümbeton: type Pardak 90 (80 mm x 900 mm x 900 mm); type Pardak 110 (90 mm x 1100 mm x 1100 mm). Pardak 90 en 110 spanelementen. Blad 1

56 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 2. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 3. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 4. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 5. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek (PF 90 van Aquaflow ) moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 6. Het is van groot belang dat het tegelsysteem bij alle opstanden, hellingbanen e.d. goed strak aansluit door middel van drukverdeelstroken van met polyurethaan gebonden rubbergranulaat, in een dikte van minimaal 15 mm en maximaal 50 mm en/of granufix. 7. Pastegels kleiner dan 200 mm moeten worden vermeden; het beste kan dit worden bereikt door bij het ontwerp reeds uit te gaan van de tegelmaat; indien aansluitruimte toch onvermijdelijk is, kan men dit opvullen met grof grind, gebonden met epoxy. Verwerking Algemeen De vlakheid van de onderconstructie controleren, zie 02 van aandachtspunten. De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). De beschermlaag van HDPE-folie aanbrengen met overlappen van 100 mm. 02 De plaatsen zodanig dat de draagstructuur van de polypropyleen-units intact blijft. De aansluitruimte tussen de rand en de opstand vullen met meervoudig gebroken hardsteen nadat eerst nadat eerst het drainerend filterdoek zorgvuldig in deze ruimte is ingevouwen en tegen de rand of opstand is opgezet. 03 De onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Op de waterbergende units een olieverwerkend en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ) met langs- en dwarsoverlappen van 200 mm breedte. 02 De Pardak 90 of Pardak 110 tegels onderling haaks en strak tegen alle aansluitingen monteren en plaatsen op rubbergranulaat drukverdelers. Bij alle aansluitingen gebruik maken van drukverdeelstroken van polyurethaan gebonden rubbergranulaat (Granufix op PE-rondschuim Ø 40 mm). Eventueel kleine ongelijkheden in de onderconstructie corrigeren met stroken rubbergranulaat, zodanig dat de bovenzijde van de tegels onderling geen hoogteverschillen vertonen. Blad 2

57 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: [email protected], W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 20 Parkeer, D 2100 Omgekeerd-dak met drainerende tegels, D 2130 Omgekeerd-dak met groot formaat drainerende tegels, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Parkeerdaksysteem met parkeerdaktegels geschikt voor personenauto s 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. BDA rapport nr. 98-B-0590 d.d. 20 juli 1998 inzake Onderzoek lange duur gedrag Zoontjens parkeer- en dakterrassystemen in de praktijk 7. Productinformatie Betoflex spuitisolatiesystemen 8. Productinformatie Zoontjens: Parkeerdaksystemen 9. Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.1.T., O.S.2.T. Zie referentie 4. Aandachtspunten 1. De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 2. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 3. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

58 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Detailprincipes voetlood min. 120 vezelrubber beschermstroken Pardak tegelbestrating filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE balustrade aluminium afdekkap betonsplit Detail 1 Aansluiting bij opstanden vezelrubber beschermstroken Pardak tegelbestrating filterdoek PF90 Aquaflow Detail 2 Aansluiting bij dakranden dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE betonsplit Pardak tegelbestrating filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssysteem (spuitfolie) dilatatievoeg beschermlaag HDPE betonsplit Detail 3 Aansluiting bij gebouwdilataties met kans op voegbeweging of wisseling Pardak tegelbestrating filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE dilatatievoeg Detail 4 Aansluiting bij voegen met geringe voegbeweging of wisseling Blad 2

59 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor licht vrachtverkeer (VKL 30) Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating geschikt voor licht vrachtverkeer (VKL 30). (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor licht vrachtverkeer (VKL 30) 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 9. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.3.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C en een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen, type PF 90 van Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

60 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 310 kg.m -2 tot 470 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek PF 90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 10. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 11. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 12. De maximale rijsnelheid is 15 km per uur zonder draai- en steekwerk. Bij te verwachten draai- en keerbewegingen op de units een extra laag thermisch gebonden geotextiel aanbrengen (Dakwater SF49). Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie) aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een olieverwerkend en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

61 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor vrachtverkeer (VKL 45) Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating geschikt voor licht vrachtverkeer (VKL 45). (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating geschikt voor vrachtverkeer (VKL 45) 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 9. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.4.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C en een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Filterdoek: non woven polypropyleen type PF 90 van Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

62 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 450 kg.m -2 tot 610 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek PF 90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 10. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 11. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 12. De maximale rijsnelheid is voor VKL 30, 15 km per uur zonder draai- en steekwerk. De maximale rijsnelheid voor VKL 45 met een lage verkeersintensiteit is stapvoets zonder draai- en steekwerk. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie) aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. Op de waterbergende units een olieverwerkend en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

63 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in een waterbergende weg voor vrachtverkeer (VKL 45) Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating als waterbergende weg voor vrachtverkeer. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een waterkerende weg met klinkerbestrating. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD (fase: uitvoering) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem 9. Waterbergen en zuiveren dat is onze toegevoegde waarde : Dakenraad nr. 83, april 2008 Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.5.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm; rek bij 20 C, minimaal 350%; rek bij -20 C, minimaal 200%; dynamische scheuroverbrugging 0,4 mm bij -20 C en een laagdikte van 2 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 6): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg; open ruimte circa 92%; perforatieoppervlak > 59%; druksterkte 715 kn.m -2. Ter plaatse van de watervoerende weg: Aquaflow meervoudig gebroken hardsteen mm, type MHK53 in een laagdikte van 150 mm; soortelijk gewicht: 1,71 kg.m -3 ; hardheid: Los Angelos waarde: LA20; hoek van inwendige wrijving: graden; holle ruimte: tussen de 36% en 39%. Filterdoek: non woven polypropyleen, type PF 90 van Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

64 BPD DAKEN Ontwerp Ontwerp Terrasdaksysteem Aandachtspunten 1. Onderconstructies moeten voor het aspect constructieve veiligheid voldoen aan hiervoor opgestelde Nederlandse normen met als basis NEN 6700 TGB 1990: Algemene basiseisen. In NEN 6700 zijn op een fundamenteel niveau de betrouwbaarheidseisen (veiligheid, bruikbaarheid) gegeven, waaraan alle bouwconstructies moeten voldoen, ongeacht het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Deze fundamentele eisen zijn nader uitgewerkt naar de aspecten bepaling van de belastingen en bepaling van de weerstand van de constructie tegen die belastingen, in respectievelijk NEN 6702 en in de specifiek aan het desbetreffende constructiemateriaal gebonden normen. 2. De onderconstructie van gewapend beton moet belastingen kunnen dragen van 600 kg.m -2 tot 760 kg.m -2 en puntlasten ten behoeve van plantenbakken oplopend tot 1600 kg.m -2, dit moet door een constructeur worden aangegeven. 3. De betonkwaliteit van de onderconstructie moet minimaal C 28/35 zijn. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimp - wapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 4. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 5. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 6. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 7. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). 8. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek type PF 90 van Aquaflow moet worden ontworpen met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm met tape) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. 9. De opstandhoogte bij de detailaansluitingen moet minimaal 120 mm bedragen, gerekend vanaf de bovenkant van de bestrating. 10. Na het straten is het van belang dat de voegen direct worden gevuld met split om te voorkomen dat de voegen vervuilen met zand of dergelijke. 11. Om vervormingen tegen te gaan is een stabiele kantopsluiting nodig. 12. De maximale rijsnelheid is voor VKL km per uur zonder draai- en steekwerk. De maximale rijsnelheid voor VKL 45 met een lage verkeersintensiteit is 5 km per uur zonder draai- en steekwerk. Besteks omschrijving De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m-2) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie) aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met de conische verbindingspennen. 04 Ter plaatse van de watergvoerende weg in plaats van de Permavoid -units een 150 mm dikke laag Aquaflow meervoudig gebroken hardsteen mm, type MHK 53 aanbrengen. Op de waterbergende units en de wegfundatie een oliebergend en drainerend filterdoek aanbrengen (type PF 90 van Aquaflow ). 02 Op deze filterlaag een waterdoorlatende vlijlaag (gemiddeld 40 mm dik, minimale dikte 30 mm en maximale dikte 50 mm) van meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm (type FK 26 van Aquaflow ). 03 Op deze vlijlaag een waterpasserende klinkerbestrating van Aquaflow aanbrengen (gebakken klinkers / gekleurde betonstraatstenen met of zonder luxe deklaag) en direct aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

65 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD , , , (fase: ontwerp) en BPD (fase: detailprincipes) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.2.K., O.S.3.K., O.S.4.K., O.S.5.K. Schraapwislaag van epoxyharsbindmiddel Betopox 0 met een vulling van vuurgedroogd zilverzand of steenmeel. Strooilaag vuurgedroogd kwartszand 0,2 mm 0,6 mm (bij een dikkere laag 0,5 mm 1,0 mm). Polyurethaan spuitmembraan: gespoten laag Betoflex 550, gemiddelde dikte 3 mm, minimale dikte 2,5 mm. Polyurethaan spuitfoliedetails: extra laagdikte 2 mm; in het zicht zijnde details (randen en opstanden) voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en UV-filter en topcoating Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Gietasfalt beschermlaag (zie aandachtspunt 4): laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) in te strooien met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ); hechtlaag Betoflex 751 (circa 200 g.m -2 ); laag gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (hardheidsklasse volgens EN 13813). Beschermlaag HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie). Permavoid berging-, transport- en infiltratiesysteem (polypropyleenunits): hoogte 75 mm en 150 mm; lengte x breedte 708 mm x 354 mm; gewicht circa 1,4 respectievelijk circa 3 kg. Filterdoek: non woven polypropyleen, type PF90 van Aquaflow. Straatlaag: meervoudig gebroken hardsteen 2 mm 6 mm, type FK 26, Aquaflow. Klinkerbestrating: gebakken klinkers en gekleurde betonstraatstenen, in diverse afmetingen. Voegvulling: meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm, type CL 13. Blad 1

66 BPD DAKEN Uitvoering Uitvoering Parkeerdaksysteem Aandachtspunten 1. De onderconstructie moet zijn voorzien van een krimpwapening (bovennet Ø 6 70) waarbij de maximale scheurwijdte van de bovenlaag van de onderconstructie 0,2 mm mag bedragen. 2. De onderconstructie moet worden gevlinderd en worden nabehandeld met een curing compound of plastic folie. 3. De onderconstructie waarop een dakbedekkingsconstructie wordt aangebracht moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn. Onder vlak wordt verstaan dat de hoedanigheid van het oppervlak van de onderconstructie, afhankelijk van de toe te passen materialen, zodanig is dat deze gelijkmatig ondersteund wordt en verticale bewegingen in deze materialen zijn uitgesloten. De vereiste minimale vlakheid van de onderconstructie gemeten onder een stalen rei is een (hoogte) verschil van 3 mm in een raster van 600 mm of 4 mm in een raster van 1000 mm. Om plasvorming te voorkomen wordt een gering afschot aanbevolen (1 à 2 ). 4. Er mogen geen werkzaamheden van derden op de definitieve afdichting plaatsvinden. Indien dit wel het geval is, dient een beschermlaag van gietasfalt te worden ontworpen. 5. De plaatsen op een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (Spuitfolie). 6. Het olieverwerkende en drainerende filterdoek (PF90 van Aquaflow ) moet worden uitgevoerd met zodanige aansluitingsdetails (overlappen van 200 mm) dat hierdoor geen fracties uit de bestratingslaag in de kunnen vloeien. Onder omstandigheden, bijvoorbeeld met blazen van de vlijlaag, de overlappen voorzien van een tape. 7. Het verband van de bestrating is van invloed op eventuele vervormingen. De beste resultaten worden bereikt met een zogenoemd keperverband. In dat geval dragen alle zijden van de steen mee aan de drukverdeling. 8. Om vervorming tegen te gaan moeten de kantopsluitingen stabiel worden geplaatst. 9. Goed aaneengesloten straten waarbij er voor moet worden gezorgd dat de voegen direct worden gevuld. Voorkomen moet worden dat de voegen kunnen vervuilen met zand of dergelijke. Verwerking De cementhuid van de onderconstructie verwijderen en de onderconstructie stofvrij maken. 02 De onderconstructie voorbehandelen met een alkali- en vochtbestendige epoxy schraapwislaag Betopox 0. Deze laag afstrooien met vuurgedroogd kwartszand (0,2 mm 0,6 mm, respectievelijk 0,5 mm 1,0 mm afhankelijk van de laagdikte. 03 Laag Betoflex 550 spuitfolie, dikte gemiddeld 3 mm. 04 Laag Betoflex 351 (minimaal 1,5 kg.m -2 ) ingestrooid met Mandurax 1 mm 3 mm (minimaal 0,8 kg.m -2 ) afwerken met een beschermlaag van gietasfalt, dik 25 mm, type IC 40 (optioneel). 05 Detailaansluitingen voorzien van een extra laag Betoflex 550, dik 2 mm. In het zicht zijnde detailaansluitingen voorzien van hechtprimer Betoflex 095 (50 g.m -2 ) en Betoflex 751 (200 g.m -2 ). Een beschermlaag van HDPE-folie, dik 0,5 mm (gietasfalt) of 1 mm (spuitfolie), aanbrengen. 02 De aanbrengen in een dikte van 150 mm. 03 De onderling volledig koppelen met conische verbindingspinnen. Op de waterbergende units een olieverwerkend en drainerend filterdoek (type PF 90 van Aquaflow ) plaatsen met langs- en dwarsoverlappen van 200 mm breedte. 02 Op deze filterlaag de waterdoorlatende vlijlaag met een gemiddelde dikte van 40 mm aanbrengen. De dikte moet minimaal 30 mm zijn en maximaal 50 mm. De sparingen zoals genoemd onder waterberging, punt 03, moeten volledig worden gevuld. 03 De vlijlaag zodanig afreien dat een vlakke ondergrond voor de klinkerbestrating ontstaat. 04 De klinkerbestrating van Aquaflow zodanig in het gekozen verband plaatsen dat bij de afvoeren zoveel mogelijk hele klinkers kunnen worden verwerkt. 05 De bestrating schoonvegen, aftrillen met een trilplaat en invoegen of inwassen met meervoudig gebroken gesteente 1 mm 3 mm (type CL 13 van Aquaflow ) en het overtollige split verwijderen. Blad 2

67 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Product Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating Leverancier Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Omschrijving Ongeïsoleerd daksysteem met een polyurethaan spuitfolie, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een parkeerdakafwerking met waterpasserende klinkerbestrating. (doel) Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in een parkeerdak met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. Referenties 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje Handboek Daken, hoofdstuk D 2300 Klinkerbestrating, Sdu Uitgevers 4. BDA Praktijkbladen BPD , , , (fase: ontwerp) en BPD (fase: uitvoering) inzake Daksysteem en waterafvoer in parkeer met klinkerbestrating 5. BDA Praktijkblad BPD (fase: beheer) inzake Daksysteem en waterafvoer in gebruiks 6. Van den Hout, A.F.: Hemelwaterafvoer in klinkerdak, Dakdetail 79, Bouwwereld nr. 7, mei Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 8. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Systeemcode Ongeïsoleerd: O.S.2.K., O.S.3.K., O.S.4.K., O.S.5.K. Zie referentie 4. Aandachtspunten 1. De aangegeven details betreffen principes. Voor ieder project moeten vooraf alle details zorgvuldig worden uitgewerkt met onder meer alle relevante bouwkundige aansluitingen en maatvoering. Ook moet ieder detail in de toepassing worden beoordeeld op koudebrugvorming. 2. Indien bij de voegen veel bewegingen zijn te verwachten moeten deze aansluitingen worden verhoogd. 3. Bij afvoeren (type onderuitloop of stadsuitloop) het afvoersysteem voorzien van een plakplaat met overstort opstand met vertragingssparing (zie schets). o v b Varianten in vertragingssparing v = vertragingssparing voor vertraagd afvoeren van dakwater b = berging voor ecologisch hergebruik o = overstort bij calamiteiten Blad 1

68 BPD DAKEN Detailprincipes Detailprincipes Parkeerdaksysteem Detailprincipes min. 120 voetlood klinkerbestrating vezelrubber beschermstroken straatlaag FK26 Aquaflow filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE Detail 1 Aansluiting bij opstanden balustrade aluminium afdekkap vezelrubber beschermstroken klinkerbestrating straatlaag FK26 Aquaflow filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE Detail 2 Aansluiting bij dakranden klinkerbestrating straatlaag FK26 Aquaflow filterdoek PF90 Aquaflow dilatatievoeg dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE Detail 3 Aansluiting bij gebouwdilataties (met kans op voegbeweging of wisseling) klinkerbestrating straatlaag FK26 Aquaflow filterdoek PF90 Aquaflow dakbedekkingssysteem (spuitfolie) beschermlaag HDPE dilatatievoeg Detail 4 Aansluiting bij voegen met geringe voegbeweging of wisseling Blad 2

69 BPD DAKEN Beheer Beheer Parkeerdaksysteem Product Leverancier Omschrijving (doel) Referenties Systeemcodes Aandachtspunten Inspectiewijze Daksysteem en waterafvoer in gebruiks Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0) , F: +31 (0) , E: W: Daksysteem al dan niet voorzien van een thermische isolatie met een waterdichte dakbedekking, een polypropyleen berging-, transport- en infiltratiesysteem en een tuindakafwerking, terrasdakafwerking of parkeerdakafwerking. Blijvend waterdicht dakbedekkingssysteem (ongeïsoleerd) of dakbedekkingsconstructie in gebruiks met waterzuivering, waterberging en vertraagde afvoer. 1. Leidraad BDA Praktijkbladen, februari BDA Dakboekje BDA Praktijkbladen BPD , , , , , , , , , , , , , , , (fase: ontwerp), BPD , , , , , , , , , (fase: uitvoering) en BPD , , , , , , , (fase: detailprincipes) inzake Daksystemen 4. Productinformatie Permavoid berging, transport- en infiltratiesysteem van Drain Products Europe B.V. 5. Productinformatie Aquaflow klinkerbestratingssysteem Ongeïsoleerd: O.B.1.D., O.B.2.D., O.B.1.K., O.B.1.T., O.B.2.K., O.B.2.T., O.B.3.K., O.B.4.K., O.B.5.K., O.S.1.K., O.S.1.T., O.S.2.K., O.S.2.T., O.S.3.K., O.S.4.K., O.S.5.K. Geïsoleerd: G.B.1.D., G.B.2.D., G.B.1.K., G.B.1.T., G.B.2.K., G.B.2.T., G.B.3.K., G.B.4.K., G.B.5.K. Deze zijn beschreven in de BDA Praktijkbladen: BPD en 246 : intensieve en extensieve tuin BPD en 251 : terras met klinkerbestrating BPD en 253 : terras met daktegels BPD en 255 : parkeer met klinkerbestrating BPD en 256 : parkeer met parkeerdaktegels BPD en 259 : parkeer met klinkerbestrating voor licht vrachtverkeer (VKL 30) BPD en 260 : parkeer met klinkerbestrating voor vrachtverkeer (VKL 45) BPD en 261 : waterbergende weg met klinkerbestrating (VKL 45) Begroeide 1. Langs dakranden en opstanden van een tuindak dienen vegetatievrije zones te zijn ontworpen. De voordelen van deze zones zijn: de verbetering van de brandveiligheid; vluchtweg in geval van calamiteit; verbetering van de windweerstand; verbetering van drainage (vooral bij gevelaansluitingen); vermindering vochtoptrekking bij gevels; betere controle en reparatiemogelijkheid van randaansluitingen; looppaden voor onderhoud aan de beplanting; bescherming tegen vervuiling van de randen en opstanden. 2. Het benodigde onderhoud aan begroeide varieert sterk en hangt niet alleen af van het type vegetatie- of begroeid dak maar ook van de beplantingskeuze. Voor alle tuin verdient het aanbeveling een onderhoudscontract met de dakhovenier te sluiten. Het is bij alle van groot belang, dat gelet wordt op veiligheid: voorkomen van valgevaar. 3. Bij aanleg bepalen dat beplanting die niet of moeilijk aanslaat opnieuw wordt aangeplant. 4. Ingeval van een regeninstallatie deze 4 maal per jaar controleren. s-winters moeten de leidingen leeg worden geblazen. Klinker- en tegelbestrating 1. Voorkomen moet worden dat beschadigingen ontstaan door gebruik van het dak, bijvoorbeeld door aanrijdingen van auto's tegen onvoldoende gemarkeerde obstakels. 2. Onvoldoende of geen gebruiksonderhoud kan op de lange duur leiden tot hinderlijke vervuiling, vooral op weinig of niet bereden dakgedeeltes. 3. Het is van groot belang het dak regelmatig te controleren op beschadigingen door auto's en op het goed functioneren van voorzieningen. Ook na extreem weer, zoals storm, onweer of hevige regenval is controle gewenst. 4. Het verdient aanbeveling reiniging van het parkeerdak of het parkeerdek te laten uitvoeren in het kader van een onderhoudscontract, bij voorkeur in de vorm van een prestatieovereenkomst. 5. Een parkeerdak of parkeerdek volgens de genoemde BDA Praktijkbladen is geschikt voor personenauto's. Onder bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat het parkeerdak of parkeerdek wordt bereden door aanzienlijk zwaardere voertuigen zoals een brandweerauto of een ambulance. Het verdient aanbeveling om hiervoor speciale toegangsvoorzieningen te treffen, alsmede een waarschuwingsbord te plaatsen dat in dergelijke gevallen het parkeerdak of parkeerdek voorzichtig moet worden bereden. Wanneer zich een dergelijke situatie heeft voorgedaan dient de rijvloerafwerking te worden gecontroleerd op eventuele beschadigingen. 1. Algemeen Dakinspectie Een dakinspectie dient altijd te beginnen met het verzamelen van gegevens: van de eigenaar of gebruiker. een opname direct onder het dak. Zijn er lekkagesporen of is er sprake van beschadigingen aan de constructie? en tot slot de opname op het dak waarbij gekeken wordt naar staand water, beschadigingen, details, aansluitingen e.d. 02 Waterdichtheid Inspectie onder het dak Vaststellen of er lekkagesporen zichtbaar zijn bij muren, doorvoeren en in plafonds. Blad 1

70 BPD DAKEN Beheer Beheer Parkeerdaksysteem Inspectiewijze (vervolg) Inspectie op het dak Belangrijke aanwijzingen: Hoe is de staat van onderhoud? Hoe is de kwaliteit van de rand- en opstandstroken? Zijn er veel beschadigingen (geweest)? Zijn er na de oplevering door derden nog installaties op het dak geplaatst? Zijn er werkzaamheden aan de gevels of puien uitgevoerd? 2. Begroeide Algemeen Bij het periodieke tuinonderhoud dient steeds het dakbedekkingssysteem met alle aansluitingen en de (persoonlijke) veiligheids - voorzieningen te worden gecontroleerd op functioneren en dient de conditie te worden bepaald. Bij manco s moeten direct maatregelen worden getroffen. 02 Inspecties De inspecties moeten gericht zijn op: controle van de dakbegroeiing op verzuring hetgeen een indicatie is voor stuwwater op het dak door een stremming in het drainagesysteem; controle op zwerfvuil, papier en ongewenst afval; controle op uitgevallen beplanting. controle op (blad- of grond)vervuiling in de randzones en windstuwhoeken van het dak of zones die niet intensief belopen of bereden worden. 03 Onderhoud Het onderhoud en de frequentie daarvan wordt bepaald in overleg met de opdrachtgever. De volgende gegevens zijn dan ook indicatief: Extensieve tuin verwijderen en afvoeren van grove ongewenste onkruiden en zaailingen van bomen: 1 2 maal per jaar; verwijderen van begroeiingen uit de vegetatievrije zones: 1 2 maal per jaar; bemesten van de beplanting: 1 maal per jaar (bijvoorbeeld biologisch); aanvullen van uitgevallen beplanting: 1 maal per jaar. 1 maal per 2 à 3 jaar de daktuin aanvullen met een laag lichtgewicht tuinaarde. Extensieve tuin met vaste planten verwijderen en afvoeren van grove ongewenste onkruiden en zaailingen van bomen: 1 maal per jaar; verwijderen van begroeiingen uit de vegetatievrije zones: 6 maal per jaar; knippen van de lavendel: 1 maal per jaar; knippen en terugsnoeien van vaste planten, lage struiken en hagen: 1 à 2 maal per jaar; bemesten van de beplanting: 1 maal per jaar; aanvullen van uitgevallen beplanting: 1 maal per jaar. Intensieve tuin maaien van de gazons: 22 maal per jaar; steken en knippen van de graskanten: 4 maal per jaar; onkruidvrij houden van de plantvakken en verhardingsdelen: 9 maal per jaar; snoeien van de beplanting: 1 maal per jaar; knippen van de hagen: 2 maal per jaar; opbinden, afknippen en scheuren van de vaste planten: 1 maal per jaar het indien noodzakelijk begeleidend snoeien van de bomen gedurende de eerste 10 jaar; verwijderen van gevallen blad: 2 maal per jaar. 3. Bestrating Algemeen De inspectiemethodiek voor parkeer en parkeerdekken moet gericht zijn op de rijbelasting en vervuiling van niet begaanbare windstuwhoeken en het functioneren van het afvoersysteem. Inzake de rijbelasting kunnen drie soorten plaatsen worden onderscheiden, namelijk: de overgang van hellingbaan naar parkeerdak en parkeerdek; de rijbanen, in het bijzonder de kruisingen; de parkeerplaatsen. De inspectiemethodiek voor terras moet gericht zijn op vervuiling van het oppervlak, windstuwhoeken en beschadigde of gebroken tegels. 02 Beschadigingen In aansluiting op 1.02 op het dak aandacht hebben voor de volgende aanwijzingen: zijn er, door externe invloeden beschadigingen? is er, bijvoorbeeld in bochten, sprake van spoorvorming? is de overgang tussen hellingbaan en parkeerdak of parkeerdek nog goed vlak? zijn er beschadigingen aan voorzieningen zoals stootbanden, lichtmastvoeten, hemelwaterafvoeren en dergelijke? 03 Onderhoud De onderhoudsfrequentie dient per project bepaald te worden en bij voorkeur te worden vastgelegd in een prestatieovereenkomst. De onderhoudsfrequentie hangt af van aspecten zoals: gecompliceerdheid van een parkeerdak of parkeerdek, waarbij vooral het aantal aansluitdetails van belang is. gebruik van het dak. In het algemeen geldt dat de onderhoudsgevoeligheid omgekeerd evenredig is met de gebruiksfrequentie. inspectie van een parkeerdak of parkeerdek dient minimaal één keer per jaar plaats te vinden. de eigen inspectiemogelijkheden van de eigenaar van een parkeerdak of parkeerdek. Een eigen onderhoudsdienst kan een belangrijke rol spelen in goed dakbeheer. de gebouweigenaar kan het beheer geheel of gedeeltelijk uitbesteden aan het dakbedekkingsbedrijf in het kader van een prestatieovereenkomst, al dan niet in combinatie met inspecties door een onafhankelijk bureau. Een dergelijke overeenkomst kan voor bepaalde ook inhouden dat een hogere onderhoudsfrequentie wordt afgesproken. Blad 2

BDA PRAKTIJKBLAD DAKEN Ontwerp

BDA PRAKTIJKBLAD DAKEN Ontwerp BPD 08-230 DAKEN Ontwerp Ontwerp Product Leverancier Daksysteem en waterafvoer in intensieve en extensieve tuin Dakwater Postbus 850 NL 4200 AW Gorinchem T: +31 (0)183 643600, F: +31 (0)183 643696, E:

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Juli 2010 Inhoud Blad Kunststof (PVC) en rubber (EPDM) dakbedekkingsconstructies en systemen, ontwerprichtlijnen 1. Algemeen 1 1 2. Materialen 2 1 3. Overzicht

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D Uitgave 2013

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D Uitgave 2013 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D 2013 Alle opdrachten aan BDA Dakadvies B.V. worden aanvaard en uitgevoerd volgens De ieuwe Regeling DR 2011. iets van de inhoud van dit rapport mag aan

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen April 2008 Inhoud Blad Kunststof (PVC) en rubber (EPDM) dakbedekkingsconstructies en systemen, ontwerprichtlijnen 1. Algemeen 1 1 2. Materialen 2 1 3. Overzicht

Nadere informatie

Systeemnummer : PD 1-2-1

Systeemnummer : PD 1-2-1 Systeemnummer : PD 1-2-1 Omschrijving : Membraan - tweelaagse gietasfaltconstructie losliggend, ongeïsoleerd, voor licht vrachtverkeer tot ca. 7500 kg Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige

Nadere informatie

Systeemnummer : PD 2-1-1

Systeemnummer : PD 2-1-1 Systeemnummer : PD 2-1-1 Omschrijving : Warmdak constructie met XPS geïsoleerd, voor personenauto's tot ca. 2000 kg. Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige afdichting en berijdbaarheid

Nadere informatie

NEN 6050 Brandveilig werken op het dak

NEN 6050 Brandveilig werken op het dak NEN 6050 Brandveilig werken op het dak www.duweldakmarkt.nl Voorwoord Sinds september 2006 bestaat er een NVN 6050. In deze norm is vastgelegd hoe er brandveilig kan worden gewerkt op het dak. De norm

Nadere informatie

Systeemnummer : PD 1-1-2

Systeemnummer : PD 1-1-2 Systeemnummer : PD 1-1-2 Omschrijving : Membraan-éénlaagse gietasfaltconstructie losliggend, voor personenauto's tot 2000 kg. Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige afdichting en

Nadere informatie

Systeemnummer : PD 2-1-1

Systeemnummer : PD 2-1-1 Systeemnummer : PD 2-1-1 Omschrijving : Warmdak constructie met XPS, voor personenauto's tot ca. 2000 kg. Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige afdichting en en berijdbaarheid van

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D. Uitgave 2013

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D. Uitgave 2013 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Uitgave 2013 Uitgave 2013 Inhoud Blad Kunststof [PVC-, TPO-(FPO-), TPE-] en rubber (EPDM-) dakbedekkingsconstructies en -systemen, ontwerprichtlijnen 1. Algemeen

Nadere informatie

Systeemnummer : PD 1-2-2

Systeemnummer : PD 1-2-2 Systeemnummer : PD 1-2-2 Omschrijving : Membraan - tweelaagse gietasfaltconstructie vastliggend, ongeïsoleerd, voor licht vrachtverkeer Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige afdichting

Nadere informatie

DEEL B BITUMEN DAKBEDEKKINGSCONSTRUCTIES EN -SYSTEMEN, ONTWERPRICHTLIJNEN

DEEL B BITUMEN DAKBEDEKKINGSCONSTRUCTIES EN -SYSTEMEN, ONTWERPRICHTLIJNEN DEE B BITUME DAKBEDEKKIGSCOSTRUCTIES E SYSTEME, OTWERPRICHTIJE 1. Algemeen 2. Materialen 3. Overzicht bitumen dakbedekkingsconstructies voor normale daken in relatie tot de bevestiging aan de ondergrond/onderconstructie

Nadere informatie

3. Overzicht van PVC dakbedekkingsconstructies voor normale daken in relatie tot de bevestiging aan de ondergrond/onderconstructie

3. Overzicht van PVC dakbedekkingsconstructies voor normale daken in relatie tot de bevestiging aan de ondergrond/onderconstructie DEE D KUSTSTOF (PVC) E RUBBER (EPDM) DAKBEDEKKIGSCOSTRUCTIES E SYSTEME; OTWERPRICHTIJE 1. Algemeen 2. Materialen 3. Overzicht van PVC dakbedekkingsconstructies voor normale daken in relatie tot de bevestiging

Nadere informatie

Icopal Universal Verwerkingsrichtlijnen

Icopal Universal Verwerkingsrichtlijnen Icopal Universal Verwerkingsrichtlijnen Inhoud Icopal Universal 04 Alle voordelen op een rij! 06 Toepassingen op diverse ondergronden 08 Opslag en verwerking 10 Baanverdeling 12 Hoekjes wegsnijden 14 Daksystemen

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Leeswijzer. Uitgave 2013

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Leeswijzer. Uitgave 2013 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Uitgave 2013 Uitgave 2013 Inhoud Blad 1. Algemeen 1 1 2. Deel A 2 1 3. Deel B 3 1 4. Deel C 4 1 5. Deel D 5 1 6. Deel E 6 1 Uitgave 2013, Blz. 1-1 1 Algemeen

Nadere informatie

BDA PRAKTIJKBLAD DAKEN Ontwerp

BDA PRAKTIJKBLAD DAKEN Ontwerp BPD 12433 22.10.15 DAKEN Ontwerp Ontwerp Product Proofs Progress Leverancier profine Nederland b.v. Regterweistraat 13 NL 4181 CE Waardenburg Postbus 2 NL 4180 BA Waardenburg T: +31(0)418 651717, F: +31(0)418

Nadere informatie

Bijlage A.2 Technische omschrijving

Bijlage A.2 Technische omschrijving Bijlage A.2 Technische omschrijving DAKVLAKKEN - INLEIDING De dakvlakken welke worden bedoeld in de Technische Omschrijving volgen uit de complexlocaties van Waterschapsbedrijf Limburg. Zie ook de bijgaande

Nadere informatie

Systeemnummer : PD 1-1-1

Systeemnummer : PD 1-1-1 Systeemnummer : PD 1-1-1 Omschrijving : Tweelaagse gietasfaltconstructie losliggend, voor personenauto's tot 2000 kg. Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige afdichting en berijdbaarheid

Nadere informatie

Dakwater. Duurzaam waterbeheer op multifunctionele daken

Dakwater. Duurzaam waterbeheer op multifunctionele daken Dakwater Duurzaam waterbeheer op multifunctionele daken Beperken van wateroverlast Het bergen van hemelwater gebeurde tot voor kort in vijvers en sloten. Een deel kwam daarbij zelfs in het vuilwater riool

Nadere informatie

Systeemnummer : HB 1-2-1

Systeemnummer : HB 1-2-1 Systeemnummer : HB 1-2-1 Omschrijving : Membraan-tweelaagse gietasfaltconstructie vastliggend, op betonnen hellingbaan voor personenauto's tot 2000 kg. Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige

Nadere informatie

BDA Agrément BAR 15-027/01/A

BDA Agrément BAR 15-027/01/A Nummer BAR 15-027//A Categorie Platte daken Vervangt: - Datum 25.10. Projectnummer 12-B-0660 Geldigheid Zie www.bda.nl Systeem BDA Agrément BAR 15-027//A DNS DakNivelleringsSystemen Betreft Beoordeling

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B Uitgave 2008

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B Uitgave 2008 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B 2008 Alle opdrachten aan BDA Dakadvies B.V. worden aanvaard en uitgevoerd volgens De Nieuwe Regeling DNR 2005. Niets van de inhoud van dit rapport mag

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Juli 2010 Inhoud Blad Bitumen dakbedekkingsconstructies en systemen, ontwerprichtlijnen 1. Algemeen 1 1 2. Materialen 2 1 3. Overzicht van bitumen dakbedekkingsconstructies

Nadere informatie

Checklist controle uitvoering

Checklist controle uitvoering Checklist voor de controle op de uitvoering van bitumen daksystemen Opmerkingen vooraf: - Deze checklist is slechts een voorbeeld, is zeker niet altijd volledig en dient afhankelijk van de omstandigheden

Nadere informatie

Nebiprofa B.V. TECHNISCHE BEPALINGEN EN WERKBESCHRIJVING

Nebiprofa B.V. TECHNISCHE BEPALINGEN EN WERKBESCHRIJVING TECHNISCHE BEPALINGEN EN WERKBESCHRIJVING 33 DAKBEDEKKINGEN 33.00 ALGEMEEN 33.00.40 RISICOVERDELING EN GARANTIES: ALGEMEEN 01. TE GARANDEREN ONDERDELEN Voor de volgende onderdelen wordt een garantie verlangd

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D Uitgave 2018

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D Uitgave 2018 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel D Uitgave 2018 Alle opdrachten aan Kiwa BDA Dakadvies worden aanvaard en uitgevoerd volgens De Nieuwe Regeling DNR 2011. Niets van de inhoud van dit rapport

Nadere informatie

Systeemnummer : HB 1-1-1

Systeemnummer : HB 1-1-1 Systeemnummer : HB 1-1-1 Omschrijving : Tweelaagse gietasfaltconstructie losliggend, op betonnen hellingbaan voor personenauto's tot 2000 kg. Toepassing : Dit systeem wordt toegepast t.b.v. gelijktijdige

Nadere informatie

BDA Agrément BAR 13-020/01/A

BDA Agrément BAR 13-020/01/A Nummer BAR 13-020//A Datum 23.08.30 Projectnummer 12-B-0249/3 Geldigheid Zie www.bda.nl Product BDA ADVIES BDA Agrément BAR 13-020//A EUROAL muurafdekprofielen Categorie Platte en flauw hellende daken

Nadere informatie

Parkeren op parkeerdaktegels heeft zich in

Parkeren op parkeerdaktegels heeft zich in Parkeren op daken neemt hand over hand toe. Niet in de laatste plaats door de beperkte beschikbare ruimte in de stedelijke omgeving. Naast het parkeren van personenauto s ontstaat meer en meer de behoefte

Nadere informatie

Blz 1/13. BIIG No Flame Verwerkingsrichtlijnen

Blz 1/13. BIIG No Flame Verwerkingsrichtlijnen Inhoudsopgave Systeem omschrijving Componenten 2 Verbruik 2 Kwaliteiten IIGO Tack Koude Kleefstof 2 Droogtijden 2 Minimale verwerkingtemperaturen 2 Gereedschap 2 Toepasbare dakbedekkingconstructies Verwerkingrichtlijnen

Nadere informatie

NEN 6050, eindelijk definitief. Waarom is de NEN 6050 ontwikkeld? Wat is de NEN 6050 en wat houdt het precies in? Door wie is de NEN 6050 ontwikkeld?

NEN 6050, eindelijk definitief. Waarom is de NEN 6050 ontwikkeld? Wat is de NEN 6050 en wat houdt het precies in? Door wie is de NEN 6050 ontwikkeld? NEN 6050, eindelijk definitief Waarom is de NEN 6050 ontwikkeld? Wat is de NEN 6050 en wat houdt het precies in? Door wie is de NEN 6050 ontwikkeld? NEN 6050, eindelijk definitief Ø Uit onderzoek is gebleken

Nadere informatie

VERWERKINGSRICHTLIJNEN PLATDAK ISOLATIE IKO ENERTHERM ALU/MG/BGF/BM. Algemene uitvoeringsrichtlijnen

VERWERKINGSRICHTLIJNEN PLATDAK ISOLATIE IKO ENERTHERM ALU/MG/BGF/BM. Algemene uitvoeringsrichtlijnen VERWERKINGSRICHTLIJNEN PLATDAK ISOLATIE IKO ENERTHERM ALU/MG/BGF/BM Algemene uitvoeringsrichtlijnen Opslag De isolatieplaten dienen zodanig te worden opgeslagen dat beschadiging wordt voorkomen. Tevens

Nadere informatie

UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN Voor platte daken 2017

UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN Voor platte daken 2017 UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN Voor platte daken 2017 DIVISION INSULATION VANAF λ D 0,022 www.unilininsulation.com/nl UTHERM Platdak Isolatie voor platdak en flauwhellende daken Utherm isolatie van UNILIN bestaan

Nadere informatie

BDA Agrément BAR 14-029/01/A

BDA Agrément BAR 14-029/01/A Nummer BAR 14-029//A Vervangt: - Datum 24.05.15 Projectnummer 13-B-0892 Geldigheid Zie www.bda.nl Systeem BDA ADVIES Novapren BDA Agrément BAR 14-029//A Categorie Platte daken Betreft Beoordeling Onderwerp

Nadere informatie

Beperken van wateroverlast

Beperken van wateroverlast Beperken van wateroverlast Het bergen van hemelwater gebeurde tot voor kort in vijvers en sloten. Een deel kwam daarbij zelfs in het vuilwater riool terecht. De laatste jaren blijkt dit echter niet afdoende.

Nadere informatie

UNILIN ISOLATIEPLATEN PIR Voor platte daken

UNILIN ISOLATIEPLATEN PIR Voor platte daken UNILIN ISOLATIEPLATEN PIR Voor platte daken DIVISION INSULATION NU VANAF λd 0,022 www.unilininsulation.nl 5291_PLATDAK_v05.indd 1 15/09/15 11:44 UTHERM Platdak Isolatie voor platdak en flauwhellende daken

Nadere informatie

Afstudeer opdracht Jack van den Broek - 202215. Bijlage materialisering en detailering

Afstudeer opdracht Jack van den Broek - 202215. Bijlage materialisering en detailering Bijlage materialisering en detailering Isolatie materiaal (dak) Er is in dit project sprake van platte daken, galerijen en terrassen met onderconstructies van betonvloeren en stalen dakplaten. De eisen

Nadere informatie

Den Haag. Renovatie Huberthof. KOW Architecten. De heer Voskuil Binckhorstlaan BE Den Haag

Den Haag. Renovatie Huberthof. KOW Architecten. De heer Voskuil Binckhorstlaan BE Den Haag Renovatie Huberthof Den Haag KOW Architecten De heer Voskuil Binckhorstlaan 36 2516 BE Den Haag 1. Algemeen Projectnaam: Huberthof, Den Haag Type dak: Terrasdak gecombineerd met extensieve en intensieve

Nadere informatie

ISOLATIEPLATEN voor platdak, gevel en vloer

ISOLATIEPLATEN voor platdak, gevel en vloer ISOLATIEPLATEN voor platdak, gevel en vloer www.unilininsulation.nl DIVISION INSULATION 2 Wat? PIR hardschuim isolatie voor spouw, vloer en platdak. De zijn leverbaar met 2-zijdig dampdicht ALU-laminaat,

Nadere informatie

Plaatsingsvoorschriften DELTA -TERRAXX: horizontale toepassingen. Schafft Komfort.

Plaatsingsvoorschriften DELTA -TERRAXX: horizontale toepassingen. Schafft Komfort. Plaatsingsvoorschriften DELTA -TERRAXX: horizontale toepassingen. Schafft Komfort. Beschermings- en drainagesysteem met hoge prestaties voor groendaken, terrassen en parkingdaken. Algemene aanwijzingen

Nadere informatie

ISOLATIEPLATEN voor platdak, gevel en vloer

ISOLATIEPLATEN voor platdak, gevel en vloer voor platdak, gevel en vloer DIVISION INSULATION www.unilininsulation.nl Wat? PIR hardschuim isolatie voor spouw, vloer en platdak. De zijn leverbaar met 2-zijdig dampdicht ALU-laminaat, 2-zijdig gebitumineerd

Nadere informatie

1 Firestone EPDM Daksystemen

1 Firestone EPDM Daksystemen 1 Firestone EPDM Daksystemen 1. Firestone EPDM Daksystemen De keuze voor een hoogkwalitatieve dakbedekking is geen garantie voor een probleemloos dak. Uit ervaring is gebleken dat een dakbedekkingsfolie

Nadere informatie

BDA Agrément BAR 13-019/01/A

BDA Agrément BAR 13-019/01/A Nummer BAR 13-9//A Datum 23.08.30 Projectnummer 12-B-0249/2 Geldigheid Zie www.bda.nl Product BDA ADVIES BDA Agrément BAR 13-9//A EUROAL aluminium dakrandprofielen Categorie Platte en flauw hellende daken

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B. Uitgave 2018

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B. Uitgave 2018 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B Uitgave 2018 Inhoud Blad Deel B Bitumen dakbedekkingsconstructies en -systemen, ontwerprichtlijnen 1. Algemeen 1 2. Materialen 2 3. Overzicht van bitumen

Nadere informatie

Rhinoxx D Isolatie voor platte daken

Rhinoxx D Isolatie voor platte daken Rhinoxx D Isolatie voor platte daken Productomschrijving Zeer drukvaste dakisolatieplaat van rotswol met zeer goede beloopbaarheidsprestaties en voorzien van een glasvlies van 300 g/m². Uitermate geschikt

Nadere informatie

TRIDEX: lastenboeken

TRIDEX: lastenboeken TRIDEX: lastenboeken Algemeen 1. voor verkleving met koudlijm 1-laags 2. voor verkleving met koudlijm met onderlaag 3. voor renovatie op oude bitumineuze dakdichting 4. voor plaatsing met ballast 5. voor

Nadere informatie

Grondig vooronderzoek

Grondig vooronderzoek 1. Groendaken 1 Grondig vooronderzoek Begin er niet zo maar aan! referentiedocument TV 229 van het WTCB September 2006 2 Grondig vooronderzoek Indeling Types groendaken (def. TV 229 WTCB) Daktuin: groendak

Nadere informatie

UNIDEK FLAT ROOFS. www.kingspanunidek.nl

UNIDEK FLAT ROOFS. www.kingspanunidek.nl UNIDEK FLAT ROOFS Compleet, helder en betrouwbaar Kingspan Unidek biedt u voor elke vraag een passende oplossing De isolatievraag wordt in de huidige tijd gekoppeld aan beloopbaarheid. Met de Unidek Walker,

Nadere informatie

A-Verschoor Dakbedekkingen Fax. 010-4161233. 3195 GS Pernis-Rotterdam K.v.K. R dam 24148191

A-Verschoor Dakbedekkingen Fax. 010-4161233. 3195 GS Pernis-Rotterdam K.v.K. R dam 24148191 Opdrachtgever : Bewonersvereniging De Hoek Datum : 25 februari 2013 T.a.v. : de heer A.L. Brabander Tel. : 0651271876 Mail. : [email protected] Offerte kenmerk : J.A.3018/DKV Uw kenmerk

Nadere informatie

UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN juli 2017

UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN juli 2017 UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN juli 2017 DIVISION INSULATION VANAF λ D 0,022 www.unilininsulation.nl Inhoudsopgave UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN - UNILIN Utherm Platdak Isolatieplaten... p4 Toepassingstabel...

Nadere informatie

De aanvraag voor een prijsopgave voor

De aanvraag voor een prijsopgave voor Hergebruik van hemelwater is een eis in het bestemmingsplan van de gemeente Landgraaf omdat het waterschap Roer en Overmaas had gevraagd zo te bouwen dat er minder regenwater op het riool wordt geloosd.

Nadere informatie

MAXON EPDM BESTEKTEKSTEN

MAXON EPDM BESTEKTEKSTEN MAXON EPDM BESTEKTEKSTEN Algemeen 1. Voor verkleving met koudlijm eenlaags 2. Voor verkleving met koudlijm met onderlaag 3. Voor renovatie op oude bitumineuze dakdichting 4. Voor plaatsing met ballast

Nadere informatie

UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN Januari, 2016

UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN Januari, 2016 UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN Januari, 2016 DIVISION INSULATION NU VANAF λ D 0,022 www.unilininsulation.nl Inhoudsopgave UNILIN PLATDAK ISOLATIEPLATEN - Toepassingstabel p5 - UNILIN Utherm roof PIR B Platdak

Nadere informatie

Pardak XL. Voor zwaar verkeer op parkeerdaken

Pardak XL. Voor zwaar verkeer op parkeerdaken Pardak XL Voor zwaar verkeer op parkeerdaken Pardak XL Voor zwaar verkeer op parkeerdaken Een dakbestrating van Zoontjens bestaat sinds jaar en dag uit parkeerdaktegels die worden gelegd op in de vorm

Nadere informatie

INSPECTIE DAKBEDEKKING

INSPECTIE DAKBEDEKKING Groningenhaven 4, 3433 PE Nieuwegein, Postbus 1248, 3430 BE Nieuwegein tel.: 030 6063238, fax: 030 6061569, BTW N5989292B01 E-mail: [email protected], Internet: www.vebidak.nl KvK: V 40122501, ING Bank 69.01.72.966

Nadere informatie

Project : VvE Sporenburg XIII, Ertskade 121 t/m 139 en Seinwachterstraat 102 t/m 120, Amsterdam

Project : VvE Sporenburg XIII, Ertskade 121 t/m 139 en Seinwachterstraat 102 t/m 120, Amsterdam Groningenhaven 4, 3433 PE Nieuwegein, Postbus 1248, 3430 BE Nieuwegein tel.: 030 6063238, fax: 030 6061569, BTW NL5989292B01 E-mail: [email protected], Internet: www.vebidak.nl KvK: V 40122501, ING Bank

Nadere informatie

Tauroxx Isolatie voor platte daken

Tauroxx Isolatie voor platte daken Tauroxx Isolatie voor platte daken Productomschrijving Tauroxx is een drukvaste dakisolatieplaat met goede beloopbaarheidsprestaties. Met geïntegreerde harde toplaag door gepatenteerde Dual Density productietechnologie.

Nadere informatie

Pardak XL. Voor zwaar verkeer op parkeerdaken

Pardak XL. Voor zwaar verkeer op parkeerdaken Pardak XL Voor zwaar verkeer op parkeerdaken Pardak XL Voor zwaar verkeer op parkeerdaken Een dakbestrating van Zoontjens bestaat sinds jaar en dag uit parkeerdaktegels die worden gelegd op in de vorm

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Juli 2010 Inhoud Blad Informatie voor dakbedekkingsconstructies en dakbedekkingssystemen 1. Algemeen 1 1 2. Samenstelling van een dakbedekkingsconstructie 2

Nadere informatie

TECHNISCHE BEPALINGEN EN WERKBESCHRIJVING

TECHNISCHE BEPALINGEN EN WERKBESCHRIJVING TECHNISCHE BEPALINGEN EN WERKBESCHRIJVING 33 DAKBEDEKKINGEN 33.00 ALGEMEEN 33.00.30 INFORMATIE-OVERDRACHT: ALGEMEEN 09. BESTEKOMSCHRIJVINGEN Het daksysteem leveren met tenminste de volgende onderdelen:

Nadere informatie

Rijksvastgoedbedrijf Product Informatieblad ; Toegang; lichtkoepel of -straat versie 3.0

Rijksvastgoedbedrijf Product Informatieblad ; Toegang; lichtkoepel of -straat versie 3.0 1. Beschrijving: 1.1 Algemeen Onder lichtkoepel of -straat wordt verstaan een sparing in het dak waarop een waterdichte, lichtdoorlatende en doorval veilige constructie is aangebracht. In sommige gevallen

Nadere informatie

STERK EN WATERDICHT GIETASFALT VOOR PARKEERDAKEN

STERK EN WATERDICHT GIETASFALT VOOR PARKEERDAKEN STERK EN WATERDICHT GIETASFALT VOOR PARKEERDAKEN SYSTEEMOMSCHRIJVINGEN N E D E R L A N D S E G I E T A S F A L T O R G A N I S A TI E 1. Inhoud 1. Inhoud 2. Overzicht van normen, die van toepassing zijn.

Nadere informatie

Rhinoxx Isolatie voor platte daken

Rhinoxx Isolatie voor platte daken Rhinoxx Isolatie voor platte daken Productomschrijving Rhinoxx is een drukvaste dakisolatieplaat van steenwol met zeer goede beloopbaarheidsprestaties en voorzien van een glasvlies van 300 g/m 2. Geїntegreerde

Nadere informatie

PRODUCTINFORMATIEBLAD KERA + QUITE LIGHT. Belangrijk. Controle bij aflevering

PRODUCTINFORMATIEBLAD KERA + QUITE LIGHT. Belangrijk. Controle bij aflevering PRODUCTINFORMATIEBLAD KERA + QUITE LIGHT Belangrijk Controle bij aflevering Ondanks de hoge kwaliteitseisen die wij stellen aan onze producten, productie en uitlevering dient u de materialen bij aflevering,

Nadere informatie

Groente, fruit en kruiden gezondheid van het dak! Optigroen systeem Dakmoestuin. Urban Farming op het dak!

Groente, fruit en kruiden gezondheid van het dak! Optigroen systeem Dakmoestuin. Urban Farming op het dak! Groente, fruit en kruiden gezondheid van het dak! Optigroen systeem Dakmoestuin Urban Farming op het dak! Urban Farming op het dak! Door de velen braakliggende daken te gebruiken voor lokale voedselproductie

Nadere informatie

Thermische isolatie. thermische isolatie van een omkeerdak in parkeerdak uitvoering. Verwerkingsinstructies

Thermische isolatie. thermische isolatie van een omkeerdak in parkeerdak uitvoering. Verwerkingsinstructies Thermische isolatie thermische isolatie van een omkeerdak in parkeerdak uitvoering. Verwerkingsinstructies Algemene instructies Bij de planning en uitvoering van een berijdbaar omkeerdak moet altijd worden

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel C

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel C Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Juli 2010 Inhoud Blad Uitvoeringsrichtlijnen en details bitumen dakbedekkingsconstructies en -systemen 1. Algemeen 1 1 2. Voorbereidende werkzaamheden 2 1 3.

Nadere informatie

LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST

LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST L LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST renolit waterproofing EXCELLENCE IN ROOFING 1 LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST PRODUCTINFORMATIE Thermoplastische soepele kunststof op basis

Nadere informatie

Brandveilig detailleren

Brandveilig detailleren Brandveilig detailleren MS detail Brandveilig ontwerpen en uitvoeren van bitumen dakbedekkingssystemen Nebiprofa: De zekerheid van kwaliteit Meer dan 65 jaar ervaring in: - bitumen dakbedekkingen - vloeibare

Nadere informatie

Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. Technische gegevens en aanbevelingen

Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. Technische gegevens en aanbevelingen Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. Technische gegevens en aanbevelingen Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. De XPS-thermisch-isolatie van JACKON Insulation is een hoogwaardige thermisch-isolatie

Nadere informatie

INHINHOUD... 14 BUITENRIOLERING EN DRAINAGE... 1 15 TERREINVERHARDINGEN... 8

INHINHOUD... 14 BUITENRIOLERING EN DRAINAGE... 1 15 TERREINVERHARDINGEN... 8 INHINHOUD... 14 BUITENRIOLERING EN DRAINAGE... 1 15 TERREINVERHARDINGEN... 8 pagina: 1 14 BUITENRIOLERING EN DRAINAGE 14.11 FUNCTIONELE OMSCHRIJVING, INSTALLATIE-ONDERDELEN 14.11.30-a DRAINAGE-INSTALLATIE

Nadere informatie

Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. Technische gegevens en aanbevelingen

Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. Technische gegevens en aanbevelingen Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. NL Technische gegevens en aanbevelingen Thermische isolatie voor bouwtoepassingen. De XPS-warmte-isolatie van JACKON Insulation is een hoogwaardige warmte-isolatie

Nadere informatie

Rhinoxx Isolatie voor platte daken

Rhinoxx Isolatie voor platte daken Rhinoxx Isolatie voor platte daken Productomschrijving Drukvaste dakisolatieplaat van rotswol met zeer goede beloopbaarheidsprestaties en voorzien van een glasvlies van 300 g/m². Geїntegreerde harde toplaag

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A Uitgave 2008

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A Uitgave 2008 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A 2008 Alle opdrachten aan BDA Dakadvies B.V. worden aanvaard en uitgevoerd volgens De Nieuwe Regeling DNR 2005. Niets van de inhoud van dit rapport mag

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B Uitgave 2013

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B Uitgave 2013 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel B 2013 Alle opdrachten aan BDA Dakadvies B.V. worden aanvaard en uitgevoerd volgens De Nieuwe Regeling DNR 2011. Niets van de inhoud van dit rapport mag

Nadere informatie

DEEL A. 1 Samenstelling van een dakbedekkingsconstructie INFORMATIE VOOR DAKBEDEKKINGSCONSTRUCTIES EN DAKBEDEKKINGSSYSTEMEN

DEEL A. 1 Samenstelling van een dakbedekkingsconstructie INFORMATIE VOOR DAKBEDEKKINGSCONSTRUCTIES EN DAKBEDEKKINGSSYSTEMEN DEEL A INFORMATIE VOOR DAKBEDEKKINGSCONSTRUCTIES EN DAKBEDEKKINGSSYSTEMEN 1. Samenstelling van een dakbedekkingsconstructie 2. Prestatie-eis 3. Notatiesysteem voor dakbedekkingsconstructies 4. Coderingssysteem

Nadere informatie

Onderzoek naar het lange duur gedrag van Eshagum 446 daken over een periode van 25 jaar

Onderzoek naar het lange duur gedrag van Eshagum 446 daken over een periode van 25 jaar Onderzoek naar het lange duur gedrag van Eshagum 446 daken over een periode van 25 jaar Opdrachtnr.: 06-B-0557 Ref.: NAH/AVDH/NR Opdrachtgever : Esha Waterproofing B.V. Postbus 2301 9704 CH GRONINGEN T:

Nadere informatie

1. Wat is een groendak? 2. Waarom een groendak? 3. Waarom een nidasedum groendak? 4. Wat is Nidasedum en hoe wordt nidasedum gekweekt? 5.

1. Wat is een groendak? 2. Waarom een groendak? 3. Waarom een nidasedum groendak? 4. Wat is Nidasedum en hoe wordt nidasedum gekweekt? 5. Info sessie 1. Wat is een groendak? 2. Waarom een groendak? 3. Waarom een nidasedum groendak? 4. Wat is Nidasedum en hoe wordt nidasedum gekweekt? 5. Toebehoren nidasedum 6. Waarmee rekening te houden

Nadere informatie

Snel, duurzaam en écht beschermen?

Snel, duurzaam en écht beschermen? Snel, duurzaam en écht beschermen? AlphaFlex, de meest ideale loodvervanger LOODVRIJ HET DAK OP IJzersterk, loodvrij LOODVRIJ HET DAK OP A L P H A F E X L AlphaFlex Wave AlphaFlex Basic 1 2 3 5 4 6 7 15

Nadere informatie

LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST

LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST L LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST renolit waterproofing EXCELLENCE IN ROOFING 1 LOSLIGGEND SYSTEEM MET BALLAST PRODUCTINFORMATIE Thermoplastische soepele kunststofdakbaan op basis van PVC-P, gewapend met

Nadere informatie

randstroken Royalstick ZK

randstroken Royalstick ZK randstroken Royalstick ZK Verwerkingsvoorschriften en -richtlijnen van detailleren met Royalstick ZK Inhoudsopgave 1. Inleiding 2 2. Assortiment 3 3. Gereedschappen en benodigdheden 4 4. Dakrandafwerkingen

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel C Uitgave 2013

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel C Uitgave 2013 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel C 2013 Alle opdrachten aan BDA Dakadvies B.V. worden aanvaard en uitgevoerd volgens De Nieuwe Regeling DNR 2011. Niets van de inhoud van dit rapport mag

Nadere informatie

1. Alle werkzaamheden zodanig op elkaar afstemmen dat geen schade wordt aangebracht aan de onderliggende constructiedelen en ruimten.

1. Alle werkzaamheden zodanig op elkaar afstemmen dat geen schade wordt aangebracht aan de onderliggende constructiedelen en ruimten. DEEL C UITVOERINGSRICHTLIJNEN EN DETAILS BITUMEN DAKBEDEKKINGSSYSTEMEN 1. Voorbereidende werkzaamheden 2. Dakbedekkingsconstructie 3. Dakdetails 1. Voorbereidende werkzaamheden 1.1 Algemeen 1. Alle werkzaamheden

Nadere informatie

UTHERM ISOLATIEPLATEN. 03. ISOLATIEPLATEN

UTHERM ISOLATIEPLATEN. 03. ISOLATIEPLATEN UTHERM. 03. 110 UTHERM PLAT DAK VOOR PLAT DAK EN LAUWHELLENDE DAKEN isolatie van UNILIN bestaan uit PIR isolatiemateriaal met 2-zijdig een cacheerlaag. Het grootste voordeel van PIR (polyisocyanuraat)

Nadere informatie

Icopal Universal Icopal Universal

Icopal Universal Icopal Universal Icopal Universal De ijzersterke combinatie voor elk dak Flexibel en licht Eenlaags systeem Veilig verwerkbaar (NEN 6050) Duurzaam Universeel toepasbaar Met Icopal Universal weet je dat je de juiste combinatie

Nadere informatie

BDA Agrément BAR 15-024/02/A

BDA Agrément BAR 15-024/02/A Nummer BAR 15-4//A Vervangt: BAR 13-4/01/A Categorie Daken van olieopslagtanks Datum 2015.03.31 Projectnummer 12-B-0421 Geldigheid Zie www.bda.nl Systeem DGS TI+ System BDA Agrément BAR 15-4//A Betreft

Nadere informatie

Plaatsing van straatstenen en boordstenen

Plaatsing van straatstenen en boordstenen Plaatsing van straatstenen en boordstenen 1) Ontvangst van de producten Controleer de lading op: kleur; afmetingen; hoeveelheid. Houd steeds de productlabels bij. Plaatsing getuigt van goedkeuring van

Nadere informatie

Platen uit cellulair glas met speciale samenstelling, volledig anorganisch zonder bindmiddelen.

Platen uit cellulair glas met speciale samenstelling, volledig anorganisch zonder bindmiddelen. T4+ Platen uit cellulair glas met speciale samenstelling, volledig anorganisch zonder bindmiddelen. Densiteit: 115 kg/m 3 Druksterkte 600 kpa (= 6 kg/cm²) 0,041 W/(m.K) Euroklasse A1 platte daken en terrasdaken

Nadere informatie

STERK EN WATERDICHT GIETASFALT VOOR PARKEERDAKEN

STERK EN WATERDICHT GIETASFALT VOOR PARKEERDAKEN STERK EN WATERDICHT GIETASFALT VOOR PARKEERDAKEN SYSTEEMOMSCHRIJVINGEN 1. Inhoud Versie Status 1. Inhoud dec.2014 definitief Overzicht van normen, die van toepassing zijn. dec.2008 definitief 3. Overzicht

Nadere informatie

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A Uitgave 2013

Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A Uitgave 2013 Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen Deel A 2013 Alle opdrachten aan BDA Dakadvies B.V. worden aanvaard en uitgevoerd volgens De Nieuwe Regeling DNR 2011. Niets van de inhoud van dit rapport mag

Nadere informatie

Rhinoxx Afschot Isolatie voor platte daken

Rhinoxx Afschot Isolatie voor platte daken Rhinoxx Afschot Isolatie voor platte daken Productomschrijving Rhinoxx Afschot is een op afschot gezaagde, drukvaste dakisolatieplaat van steenwol met zeer goede beloopbaarheidsprestaties en voorzien van

Nadere informatie

Monarplan FPO De nieuwe, milieubewuste kunststof daksystemen van Icopal

Monarplan FPO De nieuwe, milieubewuste kunststof daksystemen van Icopal Monarplan FPO De nieuwe, milieubewuste kunststof daksystemen van Icopal Milieuvriendelijk Warmte reflecterend Snelle montage Eenvoudig te reinigen Flexibele installatiemethoden Veelzijdige, duurzame en

Nadere informatie

KOMO productcertificaat

KOMO productcertificaat KOMO productcertificaat Nummer: CTG-668/4 Uitgegeven: 2017-05-11 Geldig tot: Onbepaalde tijd Vervangt: CTG-668/3 d.d. 2015-08-24 Dakbanen voor het vervaardigen van dakbedekkingsystemen op basis van plastomeer

Nadere informatie