Warmtebron: de zon. Figuur 1



Vergelijkbare documenten
Een ei wordt tijdens het bakken verhit. Er moet constant warmte toegevoegd worden, deze reactie is daarom endotherm.

Koolstof wordt teruggevonden in alle levende materie en in sedimenten, gesteenten, de oceanen en de lucht die we inademen.

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering Klimaatverandering

Afvang, transport en opslag van CO 2 (CCS) 1. Wat is CCS? ECN-facts. -afvang. Methoden van CO 2. Bronnen van CO 2. Afvang van CO 2

Werkstuk Aardrijkskunde Broeikaseffect

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3

Opwarming van de aarde

5 Formules en reactievergelijkingen

Wat zijn voor Nederland de argumenten voor en tegen CO2-afvang en -opslag (CCS*)?

Werkstuk Natuurkunde Negen planeten

De waarde van het BBP Onderzoek naar de consumptie van energie

H2ECOb/Blm HOE KAN DE ENERGIETRANSITIE WORDEN GEREALISEERD? Probleemstelling

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect

Vooraleer de leerlingen de teksten lezen, worden de belangrijkste tekststructuren overlopen (LB 265).

Bedreigingen. Broeikaseffect

CO 2 Opvang en Opslag

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Begrippen. Broeikasgas Gas in de atmosfeer dat de warmte van de aarde vasthoudt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect.

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces

4 Verbranding. Bij gele vlammen ontstaat roet (4.1)

DIEP IN DE ONDERGROND HERMAN DAMVELD LEZING BIBLIOTHEEK ASSEN

HET BROEIKASSEFFECT / DE STRALINGSBALANS / OPWARMING AARDE

Toets_Hfdst10_BronnenVanEnergie

Curaçao Carbon Footprint 2015

NNV-bestuursstandpunt over de samenhang tussen klimaatverandering en energiegebruik

Aardolie is een zwart, stroperig mengsel van heel veel stoffen, wat door middel van een bepaalde scheidingsmethode in zeven fracties gescheiden wordt.

Energiebalans aarde: systeemgrens

Helderheid/Luminatie van een vlak= een vlak (muur,deur,kast,lamp,raam) wat lichtweerkaatst of licht uitstraalt, daardoor is zo n vlak te zien.

Universiteitsdagp. Nanomaterialen voor een duurzame toekomst? zaterdag 1 april Prof. Petra de Jongh Jessi van der Hoeven

Lessuggesties energie Ter voorbereiding van GLOW. Groep 6, 7, 8

1) Stoffen, moleculen en atomen

4VMBO H2 warmte samenvatting.notebook September 02, Warmte. Hoofdstuk 2. samenvatting. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte

4 keer beoordeeld 4 maart Natuurkunde H6 Samenvatting

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

Rotterdam CCUS Project Porthos: transport en opslag van CO2

BANANEN LANGS DE NOORDZEE antwoordblad

Een mengsel van lucht, hete verbrandingsgassen en kleine deeltjes vaste stof In rook zitten ook soms vonken

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

Opwarming van de aarde

Samenvatting Natuurkunde hoofdstuk 4

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec)

Het smelten van tin is géén reactie.

Biomassa. Pilaar in de energietransitie. Uitgangspunt voor de biobased economie

Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)

5,9. Werkstuk door een scholier 2016 woorden 21 mei keer beoordeeld. Scheikunde. Broeikaseffect. Inhoudsopgave:

BROEIKASEFFECT HET BROEIKASEFFECT: FEIT OF FICTIE? Lees de teksten en beantwoord de daarop volgende vragen.

NASK1 SAMENVATTING VERBRANDEN EN VERWARMEN

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei Energie in Beweging

semester 2 vervuilingen in de brandstof fossiele brandstoffen - - -

3,2. Werkstuk door Saman 1575 woorden 20 juni keer beoordeeld. Natuurkunde. Kerncentrales en kernbommen. Hoe werkt een kerncentrale blz.

Biomassa: brood of brandstof?

LAAT DE WIND WAAIEN

Samenvatting Scheikunde H3 Reacties

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 7 duurzaamheid

Alternatieve energiebronnen

Samenvatting NaSk Hoofdstuk 4

Samenvatting Chemie Overal 3 havo

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

De ontbrandingstemperatuur is de laagste temperatuur waarbij een stof gaat branden

Deelvraag 1: Wat zijn de oorzaken van klimaatverandering en wat houdt klimaatverandering in?

[Samenvatting Energie]

Na leren van paragraaf 5.1 kun je

6,1. Werkstuk door een scholier 1953 woorden 1 april keer beoordeeld. Hoofdvraag: Wat zijn de gevolgen van het versterkte broeikaseffect?

Klimaatverandering. Urgentie in Slow Motion. Bart Verheggen ECN

Samenvatting Biologie Thema 7

7.1 Het deeltjesmodel

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Eindexamen scheikunde havo 2006-II

Eindexamen vwo scheikunde I

DE TOEKOMST VAN DE AARDE

Klimaatramp is niet meer tegen te houden

Groep 8 Basisles: Elektriciteit opwekken

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1

Oefenvraagstukken 5 HAVO Hoofdstuk 13 Antwoordmodel

SonEnergie, 25 maart 2019 Jacques Hagoort

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II

2: vermindering van koolmonoxide, kooldioxide, zwaveldioxide en stikstofoxide en dat is erg goed om het broeikaseffect tegen te houden.

Factsheet klimaatverandering

Evolutie van Zon en Sterren

1. Hoe dringend vindt u het klimaatprobleem? Helemaal niet dringend, we 1% Er is helemaal geen klimaatprobleem. Weet niet / geen mening

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Warmte. Hoofdstuk 2. Vaak zetten we Chemische energie om in Warmte

Praktische opdracht Scheikunde Biomassa als brandstof

14 DE ATOOMTHEORIE VAN DALTON PROCESTECHNIEK

Opdrachten bovenbouw hv

Transcriptie:

Guus Winter Profielwerkstuk 2008-2009

Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Inleiding 3 Warmtebron: de zon 4 Broeikasgassen 6 Broeikaseffect 8 Koolstofdioxide 10 Oplossingen 11 Schone energie 11 Opvang van CO 2 12 Gasgestookte energiecentrales 12 Pre-combustion 12 Post-combustion 13 Oxyfuel 14 Mineralen 15 Olivijn 15 Metingen 16 Olivijn en cola 16 Concentratie CO 2 18 Opslag van CO 2 19 Diepe zoute waterlagen 19 Kolenlagen 20 Olie- en gasvelden 21 Enhanced Oil Recovery 22 Risico s 22 Transport 22 Beschikbaarheid 23 Slot 24 Dankwoord 24 Bronvermelding 25 Boeken 25 Documenten 25 Webpagina s 26 2

Inleiding Ik ben Guus Winter en ik zit dit jaar in het laatste jaar van mijn vwo-opleiding. Daarom moet ik een profielwerkstuk maken. Ik wilde hiervoor mij verdiepen in een groot hedendaags probleem, de klimaatverandering. Ik heb hiervoor het onderwerp De opvang en opslag van CO 2 gekozen. Vele wetenschappers en onderzoekers proberen oplossingen te vinden om de klimaatverandering tegen te gaan. De verandering van het klimaat heeft immers grote gevolgen, zoals smeltende ijskappen, waardoor de zeespiegel stijgt en lage landen zoals Nederland kunnen onderlopen, en dieren die uitsterven door te hoge temperaturen. De oorzaak? Een steeds hoger wordende concentratie CO 2 in de lucht. Dit roept allerlei vragen op. Wat heeft de concentratie CO 2 te maken met de temperatuur? Wat zijn broeikasgassen en hoe werkt het broeikaseffect? Wat kan de mens doen om de klimaatverandering tegen te gaan? Op deze vragen zal ik proberen in dit verslag een antwoord te geven. Veel plezier bij het lezen van dit verslag! 3

Warmtebron: de zon De temperatuur op planeten in een zonnestelsel is voor het grootste deel te danken aan de warmtestralingen van de ster in dat stelsel. Voor de aarde is dat de zon. Als de zon geen warmtestralingen zou geven, dan het de temperatuur op aarde dicht bij het absolute nulpunt liggen, ongeveer -273 C. Gelukkig geeft de zon wel warmtestralingen. Maar waardoor geeft de zon warmtestralingen af? Deze energie wordt verkregen uit de zogeheten kernfusiereacties. Bij kernfusie fuseren twee kleine atomen tot één nieuw atoom. Hierbij komt, net als bij de splijting van één groot atoom, zoals uranium, energie vrij. Figuur 1 laat de kernfusie zien van waterstof-1 atomen tot een helium-4 atoom, volgens de volgende reacties: 1 2 0 2H 1 1H 1e 1 1 3 1H 2H 2He 3 4 1 2He 2 2He 21H 0 e 0 e 1 1 Dit leidt tot deze totaalreactie: 1 0 4H 4 2 H He 4 1-1 2 Figuur 1 Vervolgens fuseren de helium-4 atomen verder tot zwaardere atomen, zoals stikstof en zuurstof. Per seconde wordt ongeveer 700 miljoen ton 11 ( 7,00 10 kg) waterstof omgezet in 695 miljoen ton helium. Er wordt dus 5 miljoen ton aan energie uitgestraald. Volgens Einsteins wet van behoud 2 9 8 van massa en energie is dat: E m c 5,0 10 3,0 10 4,5 10 26 J. Ter vergelijking, een ton TNT levert ongeveer 26 4,5 10 9 4,2 10 levert te evenaren. 9 4,2 10 2 J, dus er is 17 1,1 10 ton TNT nodig om de energie die de zon per seconde 4

De zon geeft dus warmtestralingen af. Deze stralingen hebben een korte golf. In figuur 2 is te zien hoe de korte golven (geel) richting de aarde worden gestuurd. De aarde kaatst een deel van deze golven weer terug de ruimte in, de rest warmt de lucht en de grond op. De grond zendt tegelijkertijd ook weer warmte uit, maar nu als infraroodstraling (rood); deze heeft een lange golf. Theoretisch zou de temperatuur op aarde door dit proces -18 C (255K) zijn. Figuur 2 De werkelijke gemiddelde temperatuur op aarde is echter ongeveer 15 C. Dit is een verschil van 33 C. Dit verschil is te verklaren door het broeikaseffect. Maar voor ik dit kan uitleggen zal ik eerst de term broeikasgas bespreken. 5

Broeikasgassen In onze atmosfeer komen verschillende gassen voor. De samenstelling van gassen in de atmosfeer van de aarde in 1987 is hiernaast in grafiek 1 weergegeven. Er zijn verschillende soorten gassen. Ze zijn verdeelt in de groepen mono-atomische, di-atomische en tri-atomische gassen en poly-atomische gassen. Het soort gas is afhankelijk van het aantal atomen in dat gas. Argon (Ar) en helium (He) zijn voorbeelden van mono-atomische gassen. Zij hebben één atoom in een molecuul. Diatomische gassen hebben twee atomen in een molecuul gas. Hieronder vallen stikstof (N 2 ), zuurstof (O 2 ) en waterstof (H 2 ). Blijven over de tri-atomische en poly-atomische gassen. Deze gassen bestaan uit relatief drie of meerdere atomen, zoals koolstofdioxide (CO 2 ) en methaan (CH 4 ). In tabel 1 is dit schematisch weergegeven, met de percentages van de samenstelling in de atmosfeer in 2007 tussen haakjes. Grafiek 1 Mono-atomisch Di-atomisch Tri-atomisch Poly-atomisch Ar -1 ( 9,34 10 ) CO (-) CO 2-2 ( 3,83 10 ) -4 CH 4 ( 1,75 10 ) He -4 ( 5,24 10 ) H 2-5 ( 5,5 10 ) H 2 O (0, 40) SF 6-12 ( 6,5 10 ) Kr -4 ( 1,14 10 ) N 2 ( 78,08 ) -5 N 2 O ( 310 ) Ne -3 ( 1,81 10 ) NO (-) NO 2-6 ( 210 ) Xe -6 ( 910 ) O 2 (20, 96 ) O 3-6 ( 410 ) Tabel 1 6

Mono- en di-atomische gassen laten zowel de kort golvige zonnestraling als de lang golvige infraroodstraling door. De tri- en polyatomische gassen echter absorberen een groot deel van de infraroodstraling die de grond uitzendt. Hierdoor gaat het atoom trillen en ten slotte zal deze weer infraroodstraling uitzenden, in een willekeurige richting. Figuur 3 laat een koolstofdioxide molecuul zien dat infraroodstraling opneemt en dan weer uitzendt in een andere richting. Figuur 3 7

Broeikaseffect Het grootste deel van de infraroodstraling wordt dus opgenomen door tri- en poly-atomische gassen. Deze gassen worden broeikasgassen genoemd, omdat zij zorgen voor het zogenaamde broeikaseffect. De straling die deze dan weer uitzenden, wordt meestal weer opgenomen door een ander gasmolecuul, en deze zendt vervolgens die straling weer uit, enzovoort. Figuur 4 laat Figuur 4 zien hoe de infraroodstraling tussen verschillende koolstofdioxide moleculen wordt gezonden. Hierdoor blijft de infraroodstraling langer in de atmosfeer, deze warmt de lucht op waardoor de temperatuur stijgt. Door dit verschijnsel is het verschil van 33 C te verklaren. Echter, de hoeveelheid energie van de binnenkomende zonnestralingen en uitgaande infraroodstralingen moet in balans zijn, om de temperatuur constant te houden. In figuur 5 is te zien dat er gemiddeld op aarde 340 W m -2 (Watt per m 2 ) aan stralingen binnenkomt, en ook 340 W m -2 de ruimte ingaat. Figuur 5 8

Maar als de temperatuur stijgt, zal er tijdelijk meer energie binnenkomen dan naar buiten gaat. Deze extra energie zal de lucht verwarmen. Als de temperatuur gestegen en weer constant geworden is, zal er ook weer 340 W m -2 aan stralingen de atmosfeer verlaat. Niet elk broeikasgas neemt evenveel infraroodstralingen op. De hoeveelheid straling die een gas opneemt in een aantal jaar in vergelijking met een CO 2 atoom, wordt het Global Warming Potential, kortweg GWP, genoemd. Tabel 2 geeft de GWP-waarden van de belangrijkste broeikasgassen voor een periode van honderd jaar. Tabel 2 Grafiek 2 Grafiek 3 De bijdrage van een broeikasgas aan het broeikaseffect is dus niet gelijk aan het percentage van dat broeikasgas van alle broeikasgassen. Grafiek 2 laat de bijdrage zien als waterdamp achterwege wordt gelaten, grafiek 3 met waterdamp wel meegerekend. Waterdamp is voor 95 % verantwoordelijk voor het broeikaseffect, en dus verreweg het belangrijkste broeikasgas. Echter, waterdamp wordt niet als onafhankelijk broeikasgas gezien. Als de temperatuur stijgt, kan de lucht meer waterdamp opnemen en zal er dus een grotere hoeveelheid waterdamp zijn. Hierdoor wordt het broeikaseffect extra versterkt, en zal de temperatuur nog meer stijgen. Dit verschijnsel wordt positieve feedback genoemd. 9

Koolstofdioxide Voor de industriële revolutie rond 1800 was de concentratie CO 2 in de lucht 278 ppm (parts per -4 million, oftewel 10 %). Maar vanaf deze revolutie is de concentratie CO2 sterk gestegen tot 383 ppm in 2007. De mens is hiervoor verantwoordelijk. Figuur 6 Sinds de industriële revolutie is de mens machines gaan gebruiken. Deze machines krijgen energie door het verbranden van een brandstof, zoals hout, steenkool of aardgas. Bij het verbranden van een koolwaterstof, komen altijd CO 2 en H 2 O vrij, volgens de reactie CH x y O2 CO2 HO 2. De verbranding van C 6 H 12 O 6 (glucose), dat wij in ons eigen lichaam verbranden, en CH 4 (aardgas) gaan als volgt: Aardgas: CH 4 + 2 O 2 CO 2 + 2 H 2 O Glucose: C 6 H 12 O + 6 O 2 6 CO 2 + 6 H 2 O 6 Niet alleen de concentratie CO 2 is sterk toegenomen sinds de industriële revolutie, ook de temperatuur is explosief toegenomen, te zien in grafiek 4. Dit is een direct gevolg. Hogere concentratie CO2, dus wordt er meer infraroodstraling opgenomen, dus stijgt de temperatuur. Dit zorgt voor een klimaatverandering; ijsbergen smelten, dieren die zich niet kunnen aanpassen aan de warmte sterven uit. Grafiek 4 10

Oplossingen Ongeveer 80 % van de energie op de wereld wordt verkregen door verbranding van de fossiele brandstoffen gas, kolen en olie. Hierbij komt CO 2 vrij. Om de klimaatverandering tegen te gaan, oftewel om de concentratie CO 2 gelijk houden, is een combinatie van de volgende oplossingen nodig: Gebruik van schone energie, zoals kern-, wind-, water- en zonne-energie. Opvangen van CO 2 en opslaan. Figuur 7 Schone energie Schone energie is een verzamelnaam voor de soorten energie waarbij geen CO 2 vrijkomt tijdens het opwekken. Tabel 3 geeft voor- en nadelen van de verschillende soorten energie. Soort energie: Voordelen: Nadelen: Kernfusie -Onuitputtelijke voorraad -Nog niet beschikbaar brandstof Kernsplijting -Relatief goedkoop -Kernafval -Voorraad brandstof beperkt Wind -Onuitputbaar -Niet constant vermogen -Horizonvervuiling Water -Onuitputbaar -Constant vermogen -Kan leefomgeving aantasten Zonne -Onuitputbaar -Zon geeft veel energie -Niet constant vermogen -Relatief duur Tabel 3 11

Opvang van CO 2 Om CO 2 op te kunnen slaan, moet dit eerst worden opgevangen. Op dit moment worden er op twee terreinen onderzoek gedaan; de opvang van CO 2 bij gasgestookte energiecentrales en de opvang van CO 2 door mineralen. Gasgestookte energiecentrales Deze centrales verbranden aardgas (methaan). Bij de verbranding komt energie vrij die wordt omgezet in elektriciteit. De reactie hierbij is: CH4 2O2 CO2 2H2O. CO2 en H 2 O zijn gemakkelijk te scheiden, door het verschil in kookpunt. Echter, bij de verbranding wordt geen zuivere zuurstof gebruikt, maar lucht. Deze bestaat voor circa 78 % uit stikstof, dus blijft er na de verbranding niet zuivere CO 2 over. Om zuivere CO 2 op te vangen wordt er onderzoek gedaan naar drie manieren: Pre-combustion (vóór verbranding) Post-combustion (ná verbranding) Oxyfuel (zuurstof brandstof) Pre-combustion Bij pre-combustion, oftewel voor de verbranding, wordt eerst CH 4 omgezet in CO 2 en H 2 en vervolgens gescheiden. H 2 wordt gebruikt als brandstof, volgens de reactie: 2H2 O2 2H2O. Figuur 8 12

Post-combustion Bij post-combustion, oftewel na de verbranding, wordt eerst CH 4 verbrand. Daarna wordt het CO 2 gescheiden van N 2 en H 2 O. Figuur 9 TNO (Nederlandse Centrale Organisatie voor Toegepast- Natuurwetenschappelijk Onderzoek) doet onderzoek hiernaar en is bezig met de zogenaamde phase contactor, zie figuur 10. Speciale membranen laten alleen CO 2 door, zodat deze wordt gescheiden van N 2 en H 2 O. Figuur 10 13

Oxyfuel Bij oxyfuel wordt voor de verbranding O 2 gescheiden van N 2. Daarna wordt CH 4 verbrand met zuiver O 2, waarbij alleen H 2 O en CO 2 vrijkomen. Figuur 11 Het TNO en de Universiteit van Twente doen onderzoek naar oxyfuel. Ze zijn bezig met een perovskite membrane, zie figuur 12. Figuur 12 14

Mineralen Om CO 2 af te vangen kan ook gebruik worden gemaakt van mineralen, die het CO 2 opslaan. Ik heb onderzoek gedaan naar het mineraal olivijn. Olivijn Olivijn is een mineraal dat voor ongeveer 80 % bestaat uit Mg 2 SiO 4 en 20 % uit Fe 2 SiO 4. Olivijn is te vinden over de hele wereld, echter niet in Nederland. Het dankt zijn naam aan de olijfgroene kleur. Olivijn reageert spontaan met CO 2, volgens de reactie: ( Mg, Fe) 2SiO4 2CO2 2( Mg, Fe) CO3 SiO2. Dit is een exotherme reactie, waarbij 176 Figuur 13 gram CO 2 wordt gebonden door 140 gram olivijn. De reactieproducten zijn SiO 2, MgCO 3 en een beetje FeCO 3. Dit zijn allemaal natuurlijke mineralen. SiO 2 is het hoofdbestanddeel van zand. SiO 2 wordt vooral gebruikt voor het maken van glas en beton. MgCO 3 wordt onder andere gebruikt in vloeren, cosmetica en tandpasta en voor het onbrandbaar maken van materialen. Ook staat MgCO 3 bekent als het magnesium dat bij turnwedstrijden wordt gebruikt om de handen stroef te maken. Het zal daarentegen bij hoge temperaturen (800-1000 C) uiteenvallen volgens: MgCO3 MgO CO2. FeCO 3 kan worden gebruikt als ijzererts. Hierbij komt wel weer de opgeslagen CO 2 vrij, maar slechts 20 % van het olivijn reageert tot FeCO 3. De reactie is dan: FeCO3 CO Fe 2CO2. Jaarlijks wordt door de mens 25 Gton CO 2 uitgestoten. Om deze emissie van CO 2 door de mens te compenseren moet jaarlijks ongeveer 20 Gton fijngemalen olivijn worden uitgestrooid over het land, zoals 3 9 akkers. Dit staat gelijk aan ruwweg 7 km, dus 710 m 3 olivijn. De reactieproducten kunnen gebruikt worden voor het hierboven genoemde doeleinde, of in de grond worden opgeslagen; het zijn immers natuurlijke mineralen. Tabel 4 geeft enkele voor- en nadelen voor het gebruik van olivijn. Voordelen Grote voorraad olivijn Relatief goedkoop Natuurlijke reactieproducten Nadelen Reactiesnelheid erg laag Fijnmalen van olivijn kost energie Tabel 4 15

Metingen Olivijn en cola Koolzuurhoudende dranken bevatten, zoals de naam al zegt, koolzuur (H 2 CO 3 ). Eigenlijk is dit een evenwicht volgens: + 2- HCO 2 3 2HO 2 2HO 3 CO3. Echter, H2CO 3 vervalt spontaan in H 2 O en CO 2. Mijn idee was deze CO 2 te binden met olivijn, door dit in cola te gooien en de ph te meten. H 2 CO 3 Figuur 14 wordt weggenomen, dus verschuift het evenwicht naar links en neemt de concentratie H 3 O + af, waardoor de ph toeneemt. Probleemstelling: Kan olivijn het CO 2 opnemen in koolzuurhoudende dranken? Bij de door mij uitgevoerde proef heb ik de volgende benodigdheden gebruikt: Bekerglas Koolzuurhoudende drank (150 ml) Gemalen olivijn (1,5 gram) Trilplaatje met roermagneet Elektronische ph-meter aangesloten op computer Statief met klem Ik heb als koolzuurhoudende drank cola gebruikt, omdat cola op school te krijgen is uit een automaat. Ik had de computer zo ingesteld dat hij een kwartier zou meten, vanaf het moment dat ik de olivijn in de cola zou gooien. Maar na een kwartier bleef de ph nog steeds stijgen, dus heb ik de grafiek (grafiek 5) die de computer maakte (blauw) uitgebreid tot het tijdstip waarop de ph constant bleef (rood), met de volgende opgemeten punten: Tijd (min) 30 45 60 75 90 Zuurgraad (ph) 3,0 3,4 3,7 4,0 4,2 Tabel 5 De opstelling is te zien in figuur 14 en figuur 15. 16

Grafiek 5 Figuur 15 De ph is echt gestegen, zoals verwacht. Toch is niet zeker niet alle CO 2 door het olivijn opgenomen, aangezien er gasontwikkeling te zien was toen het olivijn bij de cola werd gegooid. Of olivijn ook CO 2 opneemt in koolzuurhoudende dranken kan ik dus niet met zekerheid zeggen, dus deze proef was achteraf gezien niet echt zinvol. 17

Concentratie CO 2 Om te kijken of olivijn werkelijk CO 2 opneemt heb ik olivijn in een afgesloten pot gedaan en de concentratie CO 2 gemeten. Als olivijn daadwerkelijk CO 2 opneemt, dan moet de concentratie CO 2 afnemen. Probleemstelling: Neemt olivijn CO 2 uit de lucht op? Figuur 16 Bij de door mij uitgevoerde proef heb ik de volgende benodigdheden gebruikt: Pot met deksel CO 2 -meter aangesloten op computer Gemalen olivijn (5 gram) Grafiek 5 Ik had de computer ingesteld op 6 uur te meten. Echter, na ruim 2 uur liep deze vast. Gelukkig kon ik de grafiek die hij tot dan toe had gemaakt nog opslaan. Ik heb nog twee maal geprobeerd deze proef uit te voeren, met een nog slechter resultaat. De computer viel beide keren nog eerder uit. Toch is deze meting wel zinvol geweest, aangezien duidelijk te zien is dat de concentratie CO 2 kleiner wordt, wat betekent dat olivijn daadwerkelijk CO 2 uit de lucht opneemt. 18

Opslag van CO 2 Nadat zuivere CO 2 is opgeslagen bij bijvoorbeeld gasgestookte energiecentrales, moet dit ook worden opgeslagen. Dit kan op meerdere plekken, zie tabel 6. Opslag optie Wereldwijde opslagcapaciteit (Gton) Diepe en zoute waterlagen 400 10.000 Kolenlagen 30 Lege olie- en gasvelden 930 Tabel 6 Diepe zoute waterlagen Diepe zoute waterlagen, of aquifers, zijn ondergrondse formaties, meestal bestaande uit zandsteen, die zout water bevatten. Deze formaties bezitten een enorm opslagpotentieel: zij zijn in de meeste landen aanwezig, vaak dichtbij industriële CO 2 bronnen, en hebben een zeer grote opslagcapaciteit tot wereldwijd 10 Tton CO 2. Figuur 17 In Noorwegen wordt voor de kust CO 2 opgeslagen in een zoute waterlaag, op 800 meter onder de zeebodem. Boven deze waterlaag zit een dikke laag klei, dat geen CO 2 doorlaat. Jaarlijks wordt bijna 1 Mton CO 2 geïnjecteerd. Dit project wordt het Sleipner project genoemd, naar het Sleipner gasveld dat zich 1,5 kilometer lager bevindt. 19

Kolenlagen CO 2 kan ook in kolenlagen worden geïnjecteerd. Meestal zit er nog ook CH 4 in deze lagen. Als er CO 2 in een kolenlaag wordt geïnjecteerd, dan blijkt dat CO 2 beter hecht aan de kolenlaag dan methaan, dus verdrijft CO 2 het methaan, dat vervolgens vrij komt. Dit betekent dat er aardgas gewonnen kan worden uit de kolenlaag, zodat de kosten van CO 2 opslag deels worden gecompenseerd. Kolenlagen hebben aardgas voor miljoenen jaren vastgehouden, zodat het vrij waarschijnlijk is dat ze ook CO 2 voor ten minste duizenden jaren kunnen vasthouden. Figuur 18 20

Olie- en gasvelden Ook olie- en gasvelden kunnen gebruikt worden voor de opslag van CO 2. Ze worden beschouwd als veilige opslagplaatsen, aangezien olie en gas al miljoenen jaren in deze velden opgeslagen zijn geweest, vaak samen met CO 2. Figuur 19 Shell wil CO 2 opslaan in een gasveld onder Barendrecht. Hiervoor wordt CO 2 dat vrijkomt bij de olieraffinaderijen van Pernis via een pijpleiding getransporteerd naar Barendrecht, waar het in een gasveld wordt geïnjecteerd. 21

Enhanced Oil Recovery Bij enhanced oil recovery wordt in nog niet lege olievelden CO 2 gepompt aan de ene kant, waarbij olie aan de andere kant omhoog komt, zoals te zien in figuur 20. Door dit proces kan olie naar boven worden gehaald, die anders niet gewonnen zou kunnen worden. Dit compenseert deels de kosten van de opslag van CO 2. Figuur 20 Risico s De risico s bij de opslag van CO 2 zijn erg klein. In kolenlagen, gasen olievelden heeft al miljoenen jaren CO 2 gezeten, zonder dat dit op natuurlijke wijze vrij is gekomen. Geschikte waterlagen hebben een dikke laag klei boven zich, waardoor CO 2 niet kan ontsnappen. Het ergste dat kan gebeuren bij de opslag van CO 2 is een lek waardoor het CO 2 ontsnapt. Daarom moet voortdurend gemeten worden of er geen CO 2 ontsnapt. Transport Vaak moet CO 2 getransporteerd worden van de plek waar het wordt afgevangen naar de plek waar het wordt opgeslagen. Meestal is het economisch gezien het meest aantrekkelijk om CO 2 via pijpleidingen te transporteren. Bij een druk van ongeveer 90 bar (9,0 MPa) wordt CO 2 vloeibaar, waardoor het relatief gemakkelijk te transporteren is. 22

Beschikbaarheid In Nederland zou per jaar 65 Mton CO 2 kunnen worden afgevangen. Nederland heeft een opslagcapaciteit van 11 Gton CO 2, genoeg voor de komende anderhalve eeuw, zie ook tabel 7. Opslag optie Nederlandse opslagcapaciteit (Mton) Diepe en zoute waterlagen 8875 9215 Kolenlagen 304 Lege olie- en gasvelden 1655 Totaal 10.834 11.174 Tabel 7 Echter, in landen met opkomende economieën zoals China en India is weinig opslagcapaciteit. Zij gebruiken echter veel fossiele brandstoffen en kunnen het vrijkomende CO 2 dus moeilijk kwijt. Een oplossing hiervoor is het eerder genoemde opslaan van CO 2 in mineralen, bijvoorbeeld olivijn. Figuur 21 laat de locaties zien waar op dit moment projecten met betrekking tot het opslaan van CO 2 lopen (groen), gepland zijn (geel) en afgelopen of geannuleerd zijn (rood). Figuur 21 23

Slot De uitstoot van CO 2 door de mens zorgt ervoor dat de temperatuur stijgt, met alle gevolgen van dien. Om de uitstoot van CO 2 te minimaliseren moet de mens gebruik gaan maken van schone energie. Dit is niet genoeg, ook moet CO 2 worden opgevangen en opgeslagen. Door het opslaan van CO 2 in lege olie- of gasvelden, kolenlagen, waterlagen of mineralen, zoals olivijn, kan de wereldwijde CO 2 -emissie tot nul gereduceerd worden. Deze sleutel moet echter nog wel bijgeslepen worden tot hij past en daarvoor wordt veel onderzoek gedaan. De mens kan nog maximaal 5 miljard jaar op de aarde blijven leven, tot de zon is opgebrand. Laten wij dat zo houden en niet eerder uitsterven door de klimaatverandering! Dankwoord Tot slot wil ik prof. dr. ir. Michiel Groeneveld bedanken voor het begeleiden van mij als deskundige. Ook mag ik mijn leraren die mij geholpen hebben bij mijn profielwerkstukstuk, meneer Baas en meneer Beens niet vergeten. 24

Bronvermelding Boeken Newton natuurkunde voor de 2 e fase, vwo, informatieboek 1b Koos Kortland, Rob Langras, Huib van Bergen, Peter Over, Jan Wijbenga, Paul Verhagen 1 e druk, 1998 ThiemeMeulenhoff, ISBN: 90 03 40971 4 Newton natuurkunde voor de 2 e fase, vwo, informatieboek 2 Koos Kortland, Rob Langras, Huib van Bergen, Peter Over, Jan Wijbenga, Paul Verhagen 1 e druk, 2000 ThiemeMeulenhoff, ISBN: 90 03 40960 94 Documenten Afvang en opslag van CO 2 Erik Lysen, Daan Jansen, Sander van Egmond, 2006 http://www.co2-cato.nl/doc.php?lid=414 CO 2 Capture Research in the Netherlands Sander van Egmond, Takeshi Kuramochi, Hans Meerman, 2008 http://www.co2-cato.nl/doc.php?lid=562 Greenhouse effect and climate change Australische Meteorologische Instituut (Bureau of Meteorology), 2003 http://www.bom.gov.au/info/greenhouseeffectandclimatechange.pdf Putting carbon back into the ground International Energy Agency (IEA), 2001 http://www.ieagreen.org.uk/putcback.pdf Storing CO 2 underground International Energy Agency (IEA), 2007 http://www.ieagreen.org.uk/glossies/storingco2.pdf Will the Carbon Age (Oil and Gas) Terminate Before Depletion of Reserves? Michiel Groeneveld 25

Webpagina s Een olivijngroene revolutie http://www.meetingtheminds.nl/?p=boeken&item=schuiling Fusie in het heelal: de energie van de zon http://www.scienceinschool.org/2006/issue3/fusion/dutch Global Warming: A closer look at numbers http://www.geocraft.com/wvfossils/greenhouse_data.html Greenhouse effect: background material http://www.ucar.edu/learn/1_3_1.htm Olivine Mineral Data http://webmineral.com/data/olivine.shtml The Sleipner Project www.iea.org/textbase/work/2004/zets/conference/presentations/kaarstad.pdf Wikipedia http://en.wikipedia.org/wiki/carbon_dioxide http://en.wikipedia.org/wiki/earth27s_atmosphere http://en.wikipedia.org/wiki/greenhouse_effect http://en.wikipedia.org/wiki/greenhouse_gases http://en.wikipedia.org/wiki/olivine Where is CO 2 stored? http://www.geos.ed.ac.uk/sccs/storage/storagesites.html 26