Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergelijkbare documenten
Secretariaat: vestiging Bonaire

De Staat van het Nederlandse politieonderwijs 2007

Tweede Kamer der Staten-Generaal

BIJLAGE Jaarlijks Onderzoek Politieonderwijs Faculteit Algemene Politiekunde, Onderwijsgroep Noord-Oost Locatie Leeuwarden 7 juni 2007

Evaluatie politieonderwijs. Slotrapportage 2 april 2007

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De Staat van het Nederlandse politieonderwijs 2011

Belangrijkste veranderingen in het politieonderwijs

Kwaliteitsonderzoek School voor Politiekunde Locatie Apeldoorn

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. Hout- en Meubileringscollege

Aanbieding rapport Inspectie OOV" de examinering van het brandweeronderwijs"

Datum 12 april 2012 Onderwerp Inspectie Openbare Orde en Veiligheid rapport "Follow the Money"

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. Nederlandse Kappersakademie te Rotterdam

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Kwaliteitsonderzoek Operationeel Leidinggevende Leergang. School voor Politie Leiderschap

Periodiek Kwaliteitsonderzoek Domein Politieleiderschap

Inhoudsopgave 0. Management samenvatting: eindoordeel 1.Inleiding 2. Opzet en verantwoording kwaliteitsonderzoek 3. Bevindingen

Conversietabel. Informatief. Geen. Niet van toepassing. Heden. niet van toepassing. Datum 1 februari Kenmerk

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. NCOI MBO College te Hilversum

BIJLAGE 1 Uitwerking modellen

Functieprofiel: Teamleider Onderwijs Functiecode: 0108

De impact en implementatie van de outsourcing op de bedrijfsvoering is als één van de 6 deelprojecten ondergebracht binnen het project outsourcing.

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ RIJN IJSSEL. SECTOR CIOS, ZORG EN WELZIJN Opleiding Sociaal-cultureel werker

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Edudelta College Goes te Goes. Dierverzorging 2 (Medewerker dierverzorging)

Definitief, 22 maart 2007 School of Social Work Rotterdam, Hogeschool INHOLLAND.

Toelating tot en /of vrijstelling voor een initiële opleiding van het samenhangend stelsel van het politieonderwijs

Duurzaam toerusten voor arbeidsmarkt en

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Pedagogisch Werk, niveau 3

Wat leren politieagenten tijdens hun opleiding? Kwaliteitsnetwerk mbo 5 oktober 2017 Pauline van Panhuis / Sanne Limpens

PROFESSIONALISERING VAN POLITIEDOCENTEN

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Jaarrapportage burgerbrieven 2009

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. ROC Tilburg

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Transcriptie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 628 Politie Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 30 september 2004 De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) heeft in een momentopname een beeld geschetst van de implementatie van de opleiding tot assistent politiemedewerker, politiemedewerker en allround politiemedewerker bij de Politieacademie (voorheen LSOP-Politieonderwijs en kenniscentrum). Door middel van een combinatie van een periodiek kwaliteitsonderzoek en een jaarlijks bezoek is de Inspectie OOV gekomen tot een bestandsopname gericht op deze drie opleidingen. De andere opleidingen binnen het samenhangend stelsel voor politieonderwijs zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gebleven. Hierbij informeer ik u, mede namens mijn ambtgenoot van Justitie, over de inhoud van deze bestandsopname en de acties die mede op basis hiervan op dit moment door de Politieacademie worden uitgevoerd. De integrale bestandsopname treft u als bijlage 1 bij deze brief aan. 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. In de eerste plaats geeft de Inspectie OOV aan grote waardering te hebben voor de inzet waarmee het nieuwe politieonderwijs als onderwijsvernieuwing is ingezet. Een vernieuwing die erop is gericht om het politieonderwijs beter af te stemmen op de beroepspraktijk (de politiekorpsen) en op de kwalificatiestructuur van het regulier beroepsonderwijs. De opleidingen zijn nu gebaseerd op beroepsprofielen en uitgewerkt in competentiegerichte eindtermen die door de beroepspraktijk zijn gevalideerd, door de drie politieberaden gelegitimeerd en door de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie zijn vastgesteld en die gelijkwaardig zijn aan de niveaus in het regulier beroepsonderwijs en het hoger onderwijs. In 1999 is het project vernieuwing politieonderwijs gestart en in 2002 is het initiële politieonderwijs ingevoerd (nadat een tweetal pilots anderhalf jaar eerder waren gestart). Het postinitiële (deeltijd) onderwijs is deels in 2003 en deels in 2004 ingevoerd. Het nieuwe politieonderwijs is competentiegericht en contextgebonden. De duale opleidingen zijn zo ingericht, dat de studenten gedurende de gehele opleiding alternerend drie maanden bij de Politieacademie competenties verwerven en daarna drie maanden in het korps werkend leren. KST79995 0405tkkst29628-7 ISSN 0921-7371 Sdu Uitgevers s-gravenhage 2004 Tweede Kamer, vergaderjaar 2004 2005, 29 628, nr. 7 1

De implementatie van het nieuwe onderwijs is gepland van 2002 tot 2006. Na die periode zijn de opleidingen voor het eerst volledig uitgevoerd. De implementatie houdt in dat de onderwijsorganisatie en de korpsorganisatie tijdens het werkend leren in alle opzichten moeten worden vernieuwd. Dat vraagt om nieuwe rollen, nieuwe verhoudingen en vertrouwen. Tijdens de bestandsopname kreeg de Politieacademie te maken met een sterke terugloop van aspiranten, als gevolg van een gewijzigde personeelsplanning bij de korpsen. Dat leidde tot het wegvallen van een aanzienlijk deel van het (grotendeels gedetacheerde) personeelsbestand en onrust onder docenten, een grote druk op de bedrijfsvoering en het afstoten van onderwijslocaties. Over deze aanpassing van de bedrijfsvoering van de Politieacademie is uw Kamer al eerder geïnformeerd. De Inspectie constateert naast deze onvoorziene onrust en aanloopproblemen ook een aantal risico s in het huidige implementatieproces. Om deze risico s om te buigen naar kansen zodat de implementatie van het nieuwe politieonderwijs succesvol kan worden afgerond, is naar de mening van de Inspectie strakke regie van het College van Bestuur van de Politieacademie noodzakelijk. Het College van Bestuur van de Politieacademie werkt al geruime tijd, ook voor het verschijnen van de bestandsopname van de Inspectie, samen met de directies van de instituten aan de knelpunten in de implementatie van het nieuwe politieonderwijs. De informatie uit de halfjaarlijkse studentenevaluaties, gesprekken met studenten, docenten, management en onder andere trajectbegeleiders en praktijkcoaches uit de korpsen heeft geleid tot een plan van aanpak. Samen met de uitkomsten van deze onderzoeken worden de aanbevelingen en bevindingen van de Inspectie door het College van Bestuur van de Politieacademie in samenwerking met korpsen als basis gebruikt voor verbeteracties. Hieronder wordt thematisch ingegaan op de door de Inspectie aanbevolen verbeteracties die het College van Bestuur van de Politieacademie samen met de korpsen heeft ingezet of gaat inzetten. Visie op doorontwikkeling nieuw onderwijs Bepaalde uitgangspunten van het nieuwe politieonderwijs hebben volgens de Inspectie in de praktijk tot een zeker dogmatisme geleid. Het College van Bestuur zou daarom een eenduidige onderwijsvisie neer moeten zetten op de doorontwikkeling van het nieuwe politieonderwijs en hierover en over de bevoegdheden duidelijke afspraken moeten maken in de verhouding tussen het lokale management en het centrale niveau. Dit jaar heeft het College van Bestuur van de Politieacademie de interne organisatiestructuur zodanig aangepast dat deze aansluit op de inhoudelijke onderwijsprocessen en er sprake is van directere samenhang en sturing op het onderwijs. Zo is er geen sprake meer van verschillende onderwijsinstituten maar van een faculteit algemene politiekunde (waarin alle initiële opleidingen zijn ondergebracht) en een faculteit bijzondere politiekunde en leiderschap (waar alle postinitiële leergangen zijn ondergebracht). Samen met de directies van de twee faculteiten heeft het College van Bestuur in kaart gebracht wat de specifieke aandachtspunten voor de didactische uitvoering van het nieuwe politieonderwijs zijn. Het concept, uitgewerkt in het functioneel ontwerp van het nieuwe politieonderwijs, blijft het uitgangspunt. Geen van de betrokken partijen stelt dat ter discussie. Er is door de Politieacademie vooral actie ondernomen gericht op een betere begeleiding van het zelfstandig werken en versterking van Tweede Kamer, vergaderjaar 2004 2005, 29 628, nr. 7 2

de kenniscomponent, aangezien die in de praktijk de meeste aandacht behoeven. Overigens heeft de Politieacademie in het tweede kwartaal van dit jaar in overleg met de studenten de studentenmedezeggenschap versterkt door naast de lokale medezeggenschap ook een centraal studentenplatform in te richten. Dit platform heeft dit jaar al regelmatig overleg gevoerd met de faculteitsdirectie algemene politiekunde over gewenste verbeteringen in het onderwijs. Het overleg geeft de directieleden en het College van Bestuur veel informatie over resultaten van ondernomen verbeteracties en ook over de dagelijkse gang van zaken in het onderwijs en punten die extra aandacht behoeven. Toerusting docenten en studenten Op didactisch terrein signaleert de Inspectie dat docententeams vakinhoudelijke en onderwijskundig beter moeten worden toegerust en dat studenten structurele begeleiding nodig hebben bij de ontwikkeling van het zelfstandig leren. De Inspectie beveelt onderzoek aan naar de specifieke mogelijkheden van studenten van de opleiding tot assistent politiemedewerker om zelfstandig te leren. Voor de aanvang van de implementatie van het nieuwe onderwijs zijn alle docenten geschoold en hebben een pedagogisch-didactische aantekening behaald. Het College van Bestuur van de Politieacademie heeft in dit stadium opnieuw een professionaliseringsplan opgezet voor docenten en onderwijsmanagers. Dit is gericht op het verbeteren van de (planning en) uitvoering van het onderwijs en het verbeteren van de coaching en begeleiding van de studenten tijdens de opleidingskwartielen zowel op de Politieacademie als tijdens het werkend leren in de korpsen. Bij de professionalisering van docenten staat de didactiek van de afnemende sturing centraal, evenals de vergroting van leer- en vormgevingscompetenties van studenten. Sprekend over de mogelijkheden tot zelfstandig leren van studenten in de opleiding assistent politiemedewerker, moet worden opgemerkt dat de Politieacademie regulier onderzoek doet naar de uitvallers onder studenten. De begeleiding van deze groep studenten (de docent/studentratio) is tijdens de opleiding al geïntensiveerd. Bezien wordt hoe dit onderwerp kan worden betrokken bij het programma «Evaluatie en ijking politieonderwijs» dat eind 2004 van start gaat. Organisatie van het onderwijs De inspectie vraagt aandacht voor de organisatie (tijdige beschikbaarheid studierooster enmateriaal), planning (verdeling studielast over opleiding) en roostering van het onderwijs, ook in relatie tot helderheid over centrale en decentrale verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De logistieke knelpunten waar de opleidingen mee te kampen hebben gehad, worden door een verbeterprogramma grondig aangepakt, met als doel kwaliteit en eenduidigheid van het planningsproces met als concreet resultaat een tijdige beschikbaarheid van de onderwijsplanning. Tevens wordt in het programma de administratie van de studievoortgang van studenten meegenomen, waaraan overigens al het nodige verbeterd is. ICT en leren Op het terrein van digitaal leren is er volgens de Inspectie de noodzaak een plan op te stellen voor de ontwikkeling van ict-leerprogramma s en deskundigheidsbevordering van docenten op dat gebied. Tweede Kamer, vergaderjaar 2004 2005, 29 628, nr. 7 3

De Politieacademie is met de invoering van het nieuwe onderwijs het programma E-campus gestart. Dat is een academiebreed programma ten behoeve van de elektronische leeromgeving. De Politieacademie gaat momenteel na hoe de verschillende mogelijkheden van dit programma verder geoperationaliseerd kunnen worden en optimaal benut kunnen worden door zowel studenten als docenten. Maatwerk en individuele leerroutes De inspectie constateert dat er nog te weinig gebruik wordt gemaakt van mogelijkheden tot individuele leerroutes en maatwerk binnen het samenhangend stelsel van het politieonderwijs en adviseert de Politieacademie dit te onderzoeken. De mogelijkheden tot maatwerk voor studenten hangt samen met enerzijds het stadium van implementatie van het onderwijs (2006 zijn alle mbo-niveau opleidingen volledig geïmplementeerd) en anderzijds het erkennen van verworven competenties (EVC). Doordat nog niet alle onderwijsprogramma s van het nieuwe politieonderwijs zijn doorlopen, lukt het de Politieacademie nog niet om individuele maatwerktrajecten mogelijk te maken. Daarnaast gaat het om het aanvragen van een EVC-procedure voor studenten dat primair een korpsverantwoordelijkheid is. Het is de Politieacademie de afgelopen jaren gebleken dat lang niet alle korpsen een EVC-procedure aanvragen voor studenten die daarvoor wel in aanmerking zouden komen (bijvoorbeeld omdat ze met een hoger vooropleidingsniveau instromen dan vereist is), onder andere omdat sommige korpsen van mening zijn dat deze studenten net als alle anderen het volledige onderwijsprogramma moeten doorlopen. Het College van Bestuur heeft daarom besloten om, mede naar aanleiding van de opmerking van de Inspectie dat studenten voor aanvang van de opleiding hierover een onvoldoende goed beeld hadden, een actievere opstelling te kiezen in de selectieadvisering, zowel naar de student als naar het selecterende korps. Tot slot Zoals uit bovenstaande mag worden geconcludeerd, hebben zowel de bestandsopname van de inspectie, de gesprekken met korpsen, de studentenevaluaties, als de externe en interne kwaliteitsonderzoeken van de Politieacademie, geleid tot de aanzet van gerichte verbeteracties in combinatie met een ingrijpende aanpassing van de bedrijfsvoering. De implementatie van het nieuwe politieonderwijs is niet alleen de zorg van de Politieacademie maar wordt in gezamenlijkheid met de ministeries van BZK en van Justitie, de korpsen en het reguliere onderwijs verder vormgegeven. De uitgangspunten van het nieuwe politieonderwijs worden door alle betrokken partijen onderschreven. Omdat een voorspoedig verloop van de verdere implementatie van het politieonderwijs essentieel is, acht ik het van belang om de uitvoering van het actieprogramma nauwkeurig te volgen. Het zal de komende periode dan ook tot het vaste agendaonderwerp behoren van het reguliere overleg tussen de ministeries van BZK en van Justitie en het College van Bestuur van de Politieacademie. Daarnaast zal de Inspectie OOV in haar jaarlijks onderzoek bij de verschillende instituten nagaan hoe de verdere ontwikkeling verloopt en indien noodzakelijk de minister van BZK en de minister van Justitie hierover informeren. Onderwerpen die in de tussentijd verder onderzoek behoeven, kunnen aan de orde komen in het eerder genoemde programma «Evaluatie en ijking van het politieonderwijs» waarvan in Tweede Kamer, vergaderjaar 2004 2005, 29 628, nr. 7 4

2006 het eindresultaat zal worden gepresenteerd. U wordt daarvan te zijner tijd op de hoogte gesteld. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. Remkes Tweede Kamer, vergaderjaar 2004 2005, 29 628, nr. 7 5