pagina 1 van 5 Let op: Deze geprinte versie is 24 uur geldig. Diabetes Gravidarum en zwangerschap Algemeen Inleidende gegevens Doel: Type: Handelingsclassificatie: Anatomische classificatie: Indicatie: Contra Indicatie: Mag zelfstandig verricht worden door: Voorkomen van macrosomie, mechanische geboorte belemmering, neonatale hypoglycemie, neonatale hyperbilirubinemie en lange termijnproblemen bij het kind. Tips van collega's: Documentkenmerken Doc ID: Verloskunde 155 Versie: 10.0 Invoeringsdatum: 1-4-2014 Gewijzigd: 2-3-2016 16:30 Verloopdatum: 1-3-2018 Kenniseigenaar: Proceseigenaar: Auteur: Bron: Risicoklasse: Organisatiekenmerken Primair kennisdomein: Secundaire kennisdomein: Specialisme: Afdelingen: Subafdeling: Divisie: Baas, M.I. (Marlene) Hardeman, R. (Rob) VSV protocol Verloskunde Verloskunde Verpleegafdeling A4 Verloskunde; Poli Gynaecologie Netwerk geboortezorg Diabetes Benodigdheden
pagina 2 van 5 Apparatuur: Materiaal: Medicatie: Volledig document Geef feedback Diabetes Gravidarum en zwangerschap Werkwijze Diabetes Gravidarum 1. Definitie Gestoorde glucosestofwisseling in de zwangerschap. 2. Doel Voorkomen van macrosomie, mechanische geboorte belemmering, neonatale hypoglycemie, neonatale hyperbilirubinemie en lange termijnproblemen bij het kind. 3. Symptomen Diabetes gravidarum verloopt in het merendeel van de gevallen symptoomloos. Symptomen die kunnen optreden zijn: Polydipsie Polyurie Excessieve groei van de uterus (door polyhydramnion en macrosomie) Glucosurie (in de meerderheid een fysiologisch verschijnsel dat veroorzaakt wordt door verhoogde uitscheiding van glucose door de nieren in de zwangerschap). Bacteriele infecties of schimmel infecties Vermoeidheid 4. Complicaties Polhydramnion; dit wordt veroorzaakt door de verhoogde foetale urineproductie door een verhoogd glucoseaanbod, met verhoogd risico op voortijdig breken van de vliezen en/of partus prematurus. Zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie; er wordt een hogere prevalentie gevonden bij zwangeren met diabetes gravidarum. Macrosomie; dit kan een niet vorderende ontsluiting en/of uitdrijving, schouderdystocie, en eventueel een kunstverlossing of een sectio tot gevolg hebben. Neonatale hypoglykemie; dit treedt vooral op 30 minuten na afnavelen van het kind doordat de extra toevoer van glucose van moeder naar kind ophoudt, terwijl de insulineproductie van de neonaat nog groot is. 5. Verschil screening en diagnostiek Bij de opsporing van Diabetes Gravidarum moet onderscheid worden gemaakt tussen screening en diagnostiek. Screening wil zeggen dat, zonder dat er klachten of symptomen aanwezig zijn, de zwangere wordt getest op Diabetes Gravidarum. Diagnostiek wil zeggen dat onderzoek wordt gedaan op indicatie wanneer een symptoom (zoals macrosomie en/of polyhydramnion) tijdens de zwangerschap verdenking geeft op Diabetes Gravidarum. Ook wordt er diagnostiek gedaan bij afwijkende screeningswaarden. 6. Screening eerste trimester
pagina 3 van 5 Screening vindt plaats bij de eerste prenatale controle middels een ad random glucose bepaling bij alle zwangeren. Een glucosewaarde van > 6.9 mmol/l veneus plasma ( 6,1 mmol/l indien nuchter geprikt) is een reden voor verdere diagnostiek (zie 8). Er is gebleken dat glucose bepaling met capillair bloed (vingerprik) door variabiliteit in de uitslagen minder geschikt is voor screening. Echter wanneer er gebruik wordt gemaakt van een frequent geijkt apparaat (in het laboratorium gebeurt dit wekelijks) mag capillair bloed worden gebruikt. Flow-chart bij intake eerste trimester is te vinden bij 'volledig document' Bijlage 1. 7. Screening in tweede trimester Naast screening volgens flowchart in het eerste trimester wordt bij hoog risicogroepen ook in het tweede trimester gescreend (zwangerschapsduur 24-26 weken) De screening wordt dan verricht direct met een 75 grams OGTT. De diagnose Diabetes Gravidarum wordt gesteld bij tenminste één afwijkende waarde (zie 8). Hoogrisicogroepen: zwangeren met één of meer risicofactoren: Polycysteus ovariumsyndroom Diabetes bij eerste graad verwante Diabetes gravidarum in een eerdere zwangerschap Eerder kind met een gewicht > P95 of een gewicht > 4500 gram Eerder kind met een onverklaarde IUVD Adipositas (BMI> 30 bij de eerste prenatale controle) Macrosomie (FAC > P95) en/of een polyhydramnion (SDP >8cm) Hindoestaanse en mediterrane zwangeren Forse en / of snelle gewichtstoename in de zwangerschap (volgens richtlijn IOM) Bij vrouwen met een Diabetes Gravidarum in de voorgeschiedenis wordt geadviseerd om ook bij een zwangerschapsduur van 16 weken al een OGTT te verrichten. Is de uitslag normaal, dan dient een OGTT alsnog te worden herhaald bij een zwangerschapsduur van 24-26 weken. 8. Diagnostiek 75 grams OGTT (glucose belastingtest): De start waarde dient < 7.0 mmol/l te zijn. Grenswaarden na belasting: < 7.8 mmol/l: Geen diabetes, screening eventueel herhalen op indicatie 7.9-11 mmol/l: Diabetes gravidarum: instellen op dieet via diëtiste > 11.1 mmol/l: Diabetes mellitus: verwijzen naar gynaecoloog 9. Behandeling Flow-chart behandeling is te vinden bij 'volledig document' Bijlage 2. Instellen op een dieet. De zwangere wordt gezien door de diëtiste binnen één week na het stellen van de diagnose. De eerstelijns diëtiste ziet de eerstelijns zwangeren. Tweedelijns patiënten worden naar keuze naar de eerstelijns diëtiste dan wel naar de tweedelijns diëtiste verwezen. Controle vindt plaats door middel van een dagcurve minimaal eenmaal per week. Patiënte krijgt hiervoor een glucosemeter. Nadat de zwangere 2 weken het dieet heeft gevolgd vindt evaluatie plaats door de eerstelijns verloskundige. Indien de zwangere goed is ingesteld op het dieet vindt minimaal elke 4 weken controle plaats middels een 5 puntscurve, inclusief een nuchtere waarde. Bij blijvend hoge waarden ondanks het dieet vindt verwijzing plaats naar de tweedelijn (gynaecologie). Patiënte wordt binnen één week gezien door de tweedelijns diëtiste. Zonodig zal verwijzing plaatsvinden naar de internist en diabetes verpleegkundige voor het instellen op Insuline. Indien patiënten om een andere reden in de tweedelijn terecht komen en ze goed ingesteld zijn op een dieet, zullen de vervolg controles ten aanzien van het dieet plaatsvinden bij de eerstelijns diëtiste. Controle middels een 5 puntscurve inclusief een nuchtere waarde. Grenswaarden: Nuchtere waarde < 6.1 mmol/l
pagina 4 van 5 Postprandiale anderhalfuurswaarde 7.8 mmol/l 10. Glucose controles kind postpartum 11. Nacontrole Bij de postpartum controle na 6 weken zal met patiënte het risico op type 2 diabetes in de toekomst en op diabetes gravidarum in een volgende zwangerschap worden besproken. Patiënte zal worden geadviseerd om 6 weken na de partus en jaarlijks een glucose controle bij de huisarts te laten verrichten. Dit zal ook worden vermeld in de brief naar de huisarts. Verder beleid door de huisarts zal conform de NHG standaard zijn. Tevens zal er een afsluitend consult bij de diëtiste plaatsvinden. Patiënte zal worden geadviseerd om een pre-conceptioneel advies te laten verrichten bij hernieuwde kinderwens. 12. Literatuur Richtlijn NVOG Diabetes Mellitus en zwangerschap, 2010 Richtlijn Diabetes en zwangerschap NIV (Nederlandse Internisten Vereniging) 2013 NHG Standaard Diabetes Mellitus type 2 Richtlijn overgewicht IOM Verwijzingen Gerelateerde werkinstructies Verpleegkundige werkinstructie Opname van zwangere patiënte met insulineafhankelijke diabetes. Komt voor in Er zijn geen resultaten gevonden. Gerelateerde documenten Patientenfolder Achtergrondinformatie Gebruiksaanwijzing ZR Formulier E-learning module Overige links Beheer Verwijzingen naar dit document vanuit Er zijn geen resultaten gevonden. Versiehistorie
pagina 5 van 5 Verplaatst naar: Afkomstig van: Workflowhistorie Wijzigingen Adams, R. (Reini) (2-3-2016 16:30): op de Flow-chart behandeling de glucose waarden aangepast. en de 7 punts controle vervangen door een 5 puntscontrole Adams, R. (Reini) (22-1-2016 9:12): Nogmaals ter beoordeling omdat de 7 punts controle per abuis nog niet verwijderd was. Adams, R. (Reini) (15-1-2016 13:07): Verloopdatum aangepast en verwijzing toegevoegd Ziekenhuis Rivierenland 2009