Contactpersoon Simone te Buck projectbureau.nieuwaardgas@minez.nl T 088 602 56 31 www.projectbureaunieuwaardgas.nl Bijeenkomst G-gas samenstelling en eisen aan de gastoestellen Omschrijving Vergaderdatum en -tijd Vergaderplaats Verslag consultatie bijeenkomst G-gassamenstelling en eisen aan de gastoestellen 13 oktober 2011 11.30-18.00 uur Hotel Eden Babylon, te Den Haag Programma van 13 oktober 11:30-12:30 Ontvangst en lunch 12:30-13:40 Achtergrond G-gasontwikkelingen en gevolgen( door EL&I) Voorstel G-gassamenstelling toekomst en eisen aan gastoestellen Pauze 14:00-14:40 CV-Ketels, sfeerhaarden, kachels (door VFK, NHK) 14:40-15:20 Industriële ketels en branders, chemie (door Figo, VEMW) 15:20-15:45 WKK, gasmotoren (door Cogen ism LTO en VIV) Pauze 16:10-16:50 Invoeders en distributie (door GTS, VGGP) 16.50-18:00 Afsluiting en borrel De presentaties zijn beschikbaar via de website van het Projectbureau Nieuw Aardgas (www.projectbureaunieuwaardgas.nl). Hieronder zijn de belangrijkste punten weergegeven, die tijdens de presentaties naar voren kwamen, en de vragen/opmerkingen vanuit de zaal zijn samen met de reactie ingekort en geclusterd weergegeven. De presentaties gehouden door EL&I, over de achtergrond G-gas-ontwikkelingen en gevolgen en het voorstel G-gassamenstelling toekomst en eisen aan gastoestellen, zijn niet samengevat. Zie hiervoor de presentatie op de website en de reader Transitie G-gas samenstelling. Pagina 1 van 8
Opmerkingen/vragen vanuit de zaal Europese toestellen I 2ELL hebben een band van +/-5%. Dit is niet de gerealiseerde Europese band van distributiegassen. M.a.w. er is geen ervaring met toestellen van +/- 5% band. Er wordt in de Europese regio s gas met een zeer constante wobbe afgeleverd, echter dit verschilt wel per regio. Dit is de band vanuit mandaat 400. Waarom zo n hoge PE in de LL categorie? Toestellen met specificatie LL geven problemen met het behalen van zo hoog mogelijke rendementen. Het testen met het testgas G271 is een nachtmerrie qua uitstoot. Zorg voor een nauwe Wobbe-band en ga van de huidige L band naar EL of HL. Antwoord: Een brede band is gunstiger qua maatschappelijke kosten. Er is een onderzoek gaande, waarbij de emissies toenemen bij E-band Antwoord: E is in Duitsland geaccepteerd, emissie-effecten worden meegewogen. Wie bepaalt de beoordeling van de emissie? Antwoord: Het ministerie van Infrastructuur & Milieu. Wat gebeurt er als er onder nominale condities de toestellen (de toestellen zijn met referentiegas getest), maar de uitstoot in Nederland gaat door de variatie van de samenstelling van het gas omhoog? Antwoord: In Europa zijn er over emissieplafonds afspraken gemaakt. Als we ons daar niet aan houden zullen er strengere eisen komen. Daarnaast geld de emissie-eis van een toestel bij nominaal gas. Emissies als gevolg van variaties in de gassamenstelling hebben niet als eigenaar de gebruiker of de toestel fabrikant, maar de leverancier van het gas. Waarom wordt als eis aan de gastoestellen gesteld dat het tegen instantane veranderingen van samenstelling (zoals methaangetal, PE, wobbe-index) moet kunnen? De insteek was toch om de transitie tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten te realiseren? Het is veel goedkoper als dit collectief geregeld wordt. Antwoord: Het probleem zit echter in het feit dat gas uit verschillende richtingen kan stromen. Het kan uit Groningen, kleine velden, biogasinvoeder, LNG-terminal etc. komen. Hierdoor zijn bepaalde upstream oplossingen niet mogelijk. In het onderzoek van EDGaR, waarbij gekeken wordt naar gasbeschikbaarheid en scenario s worden gemaakt, worden deze vraagstukken ook meegenomen. Daarnaast is het niet zo dat de kosten alleen maar op de eindtoepassingen terecht komen. Het netbeheer moet ook aanpassen. De leidingen zullen in de toekomst waarschijnlijk gecoat moeten worden, om bijv. een percentage O 2 en H 2 in het gas te kunnen distribueren. Wanneer is de overgang naar rijk aardgas (G+)? En hoelang duurt de G+ fase voordat we dan over moeten naar H-gas? WKK s en gasmotoren moeten iedere keer anders ingesteld worden. Dit kost veel geld. Is het mogelijk om in één keer over te gaan naar H-gas? Antwoord: We moeten hierbij het onderzoek van EDGar afwachten en dan zo snel mogelijk een beslissing nemen. Het bepalen van de samenstelling van het Pagina 2 van 8
gas is het begin van de transitie en dat moeten we nu doen. Het tweede gedeelte is de organisatie van de transitie. Dit kunnen we pas gaan organiseren met de resultaten van het onderzoek. Wat zijn mengorgels? Antwoord: Een mengorgel is een statisch mengsysteem dat bestaat uit een aantal buizen met verschillende lengte, het ingevoerde gas wordt verdeeld over de buizen. Doordat de looptijd van het gas door de buizen verschillend is wordt bij samenvoeging een mate van opmenging bereikt. Hierdoor kan een prop gas met een andere samenstelling uitgedempt worden en een sprong in variatie in samenstelling over de tijd uitgesmeerd worden. Er moet naast veiligheid en emissies gekeken worden naar de economische prestatie en naar de beste oplossing voor het goedkoopste maatschappelijke model. Welke upstream en midstream mogelijkheden zijn er en wat moet er downstream geregeld worden? Antwoord: In het onderzoek van EDGaR, waarbij gekeken wordt naar gasbeschikbaarheid en scenario s worden gemaakt, worden deze vraagstukken ook meegenomen. Ontwerpspecificaties speciaal voor Nederland is ongewenst. Antwoord: Nederland is NU als het ware een gaseiland in Europa. De doelstelling is juist om aan te sluiten bij de rest van Europa. In heel Europa wordt een druk van 20mbar bij H-gas gehanteerd. Bij de omschakeling van laag naar hoog calorisch gas, is het makkelijker om aan de veiligheidseisen te voldoen als de druk naar 20 mbar gaat. Er zal dan een huisdrukregelaar geïnstalleerd moeten worden voor bestaande toestellen. Het is onbekend hoe de toestellen hierbij op andere stoffen (H 2, O 2, CO 2 ) reageren. Antwoord: We nemen de opmerking van 20 mbar mee. Opgemerkt wordt dat 20 mbar mogelijk leidingvervanging voor netwerkbedrijven met zich meebrengt. VFK (Verenging van Fabrikanten voor CV Ketels) Henk Sijbring In Nederland staan opgesteld 6,2 miljoen ketels en geisers Overgangsperiode is te kort, levensduur gastoestellen is vaak 15-20 jaar De ontwikkeltijd voor de nieuwe ketels varieert (afhankelijk van de eisen) van 1,5-5 jaar Met ELL toestellen in Duitsland is geen ervaring met variabele wobbe-index van de distributie gassen. De normen zeggen dat het mag variëren, maar in de praktijk gebeurt het niet. Er is onbekendheid met de hoeveelheden PE, H 2, O 2 en CO 2. Bij toename van deze elementen moet de wobbeband smaller worden. De kortstondige minimale wobbe-index van -10% is een te grote eis. Dit maakt de ketels een stuk duurder en de ontwikkeltijd tot 5 jaar. Pagina 3 van 8
Een zwavelgehalte tot 30 mg/m 3 levert corrosie, vervuiling en vermindering van de levensduur op en mogelijk schade aan rookgasafvoerleidingen. Hou het gemiddelde rond 10 mg/ m 3. Een grotere bandbreedte en hoger PE gaat ten koste van NOx-uitstoot Ga van de huidige L band naar EL. De extra eisen die gevraagd worden bij LL is lastig voor de ketelbouwer. Dit kost teveel ontwikkeling en de situatie doet zich nooit voor. Het voorkomen van de wobbevariatie dient centraal geregeld te worden De monteur moet bij het instellen van de ketels de plaatselijke wobbeband weten NHK (Stichting Nederlandse Haarden en Kachelbranche) Rein Gelten Er staan in Nederland 600.000 kachels en haarden voor verwarmingsdoeleinden en 250.000 gassfeertoestellen opgesteld. En er komen 30.000 toestellen per jaar bij. Er worden steeds strengere milieueisen gesteld. Initiatieven op dat gebied staan haaks op de ontwikkelingen vwb gaskwaliteit De samenstelling van het nieuwe G gas is met wat aanpassingen niet onmogelijk. De wobbeband zal niet voor grote problemen zorgen. De eisen t.a.v. G gasstand en H gasstand zoals voorgesteld zijn onmogelijk realiseerbaar in een toestel. De eis tot 10% (G-gas) en 13% (H gas) propaanequivalent is veel te hoog. Gewenst is 3-4%. Dit is een grens aan wat er kan t.a.v. roetvorming. Het zwavelgehalte tot 30 mg/m 3 levert gevaar voor corrosie van afvoerkanalen en apparaten. Deze graag tot 10mg/m 3 houden. De leveringsdruk G-gas beperken tot 30 mbar en geen 32 mbar. Met de nieuwe I 2ELL (25mbar) nemen we uitzondering in in Europa. Kies voor I 2H (H band 20mbar) zoals de rest van Europa. Geen voorkeur voor Nederland als niche markt. De leden van NHK willen graag één toestel maken voor heel Europa. Het is onbekend wat een hoger H 2 gehalte betekent. Ombouwen van huidige toestellen is technisch en fysiek onhaalbaar. Figo (Fabrikanten en Importeurs van en Groothandelaren in Gas- en Oliebranders) - Marcel Kuilenburg & Rob van der Pol Industriële branders zitten in installaties bij oa bij scholen, levensmiddelen en proces industrie, zwembaden, overheidsgebouwen, ziekenhuizen, tuinderijen. De Wobbe bandbreedte van 15% kan overbelasting/ onderbelasting van toestel, CO toename en vlaminstabiliteit (inslag en afblazen) veroorzaken. Er blijft geen marge meer over om de veiligheden af te stellen. Bestaande branders kunnen niet afgesteld worden. Deze bandbreedte is niet gewenst! De bandbreedte van 5% (+/- 2,5%) geeft minder problemen. De marges voor de veiligheden worden dan wel kleiner en de bedrijfszekerheid wordt minder. Pagina 4 van 8
De huidige O 2 regelingen worden gebruikt voor rendementsverbetering om weersinvloeden te ondervangen en zijn niet geschikt om voorgestelde variaties in het gas op te vangen, doordat ze te traag en te laat zijn (het duurt 10 min. voordat je weer een balans hebt). Ook is de invloed te beperkt en wordt met lucht gecorrigeerd i.p.v. met gas. Een grotere vlamlengte geeft meer kans op schade. Hier moet t.a.v. de exoten rekening mee worden gehouden. Een hoger PE gehalte betekent een hogere NO x emissie. Gaande van de laagste naar de hoogste Wobbe verdubbelt de NO x emissie. Handhaving van de NO x is enkel haalbaar met ruime vuurgangen of beperken van het PE-getal. Van toekomstige mengsels moet vlamsnelheidscurve en liftindex bekend zijn en gegarandeerd worden. Actuele en historische gaskwaliteit moet bekend zijn t.b.v. afstelling, inspectie, en traceerbaarheid. VEMW (Vereniging voor Energie, Milieu en Water) - Jacques van de Worp Belangrijke punten die tijdens de presentatie van Jacques van der Worp naar voren kwamen. Naast een waarschuwingssysteem van LNB is dit ook nodig van RNB s en dan real-time (geen 15 min). Met informatievoorziening kan gehandeld worden en eventueel een installatiestop, voor bescherming van de installatie, ingevoerd worden. Antwoord: Dit wordt besproken in de tweede kamer. Er moet meer aandacht zijn voor de emissies en de eisen die gesteld worden Antwoord: Dit wordt meegenomen door I&M Er wordt een Wobbe maximum H-gasstand genoemd van 56,7 MJ/m3. Eerder zou de minister 55,7 MJ/m3 aangekondigd. Antwoord: Er is eerder 54 MJ/m3 aangekondigd. Dit is de meest voorkomende Wobbe-index van H-gas. Met een bandbreedte van +/- 5% kom je op maximaal 56,7 MJ/m3. Hier zouden de toestellen dus geschikt voor moeten zijn. Het wil niet zeggen dat dit daadwerkelijk gedistribueerd zal worden. Er mag geen discriminatie zijn voor de voorwaarden van invoeding van aardgas uit pijleiding en LNG en groen gas. Hoe zit het met de samenstelling en het borgingsniveau: MR versus codes? Antwoord: Invoeding van groen gas is geregeld in de codes. Maar de wobbeindex wordt geregeld in de MR. In wetgeving wordt aangegeven wat in de codes geregeld kan worden. De MR met de huidige G-gassamenstelling is vastgelegd om juist de huidige veiligheid te waarborgen. De codes van de netbeheerders moeten dit nog overnemen. Het evalueren van de veiligheid in codes is een lang traject, terwijl dit al in de MR geregeld is. In de toekomst willen we dit allemaal in een MR regelen en dan hoeft het niet meer uitgewerkt te worden in codes. Wat is voldoende veilig of voldoende betrouwbaar? Pagina 5 van 8
Antwoord: Het uitgangspunt is geen negatieve verandering van het huidige veiligheidsniveau. Veilig is dus net zo veilig als nu. Voldoende betrouwbaar is dat er een iets hogere storingsfrequentie acceptabel wordt geacht. Aan de veiligheid kan geen concessie worden gedaan. Cogen ism LTO Noord Glaskracht en VIV Stijn Schlatmann De omvang WKK park op G-gas is : - Gasmotoren in de glastuinbouw: 3000 MWe - Gasmotoren in de gebouwde omgeving: ca 750 MWe (waaronder vele installaties met noodstroom functie) - Gasturbines industrie en SV: ca 3200 Mwe Veiligheid, betrouwbaarheid en doelmatigheid mogen niet ter discussie staan! Grote maatschappelijke en economische belangen in alle sectoren. Gestreefd moet worden naar laagste maatschappelijke lasten! Geringe beperking in de wijziging van de bandbreedte leidt tot aanzienlijk lagere aanpassingskosten en rendementsverlies bij de eindgebruiker terwijl de invloed op de eindgebruikersprijs van gas zeer beperkt is (zie rapport Gaskwaliteit voor de toekomst) Het is onjuist dat Wobbe en MN niet beheerst kunnen worden door netbeheerders (zie Rapport Gaskwaliteit voor de toekomst) PE getal is geen goede maat voor klopvastheid van brandstof (hogere KWS beïnvloeden MN sterker dan PE aangeeft en andere gassen dan KWS worden bijv. niet meegenomen). Kortom PE is geen goede maat, niet definiëren. De methode van bepaling van het methaangetal MN AVL 3.2 is niet geschikt voor lean burn motoren. De branche heeft overeenstemming over definitie MN (dit is AVL met correctie voor N2 en C4+) en ontwikkelt een bruikbare NEN norm. Dit is werkgroepen van Kema aangegeven. MN >70 (AVL 3.2) is te laag. Dit moet groter zijn dan MN 85 (avl 3.2) met verandersnelheid max. 0,3 MN/s). Zoals al langer bekend bij brandstofleveranciers is dit tevens de min. waarde voor niet stationaire gasmotoren (scheepvaart, transport) Overschakeling van G- naar H-gas éénmalig (duidelijkheid over fasering nodig) De bandbreedte van de wobbe (+/- 5%) mogelijk mits verandersnelheid max. 0,05% per sec. Kortstondige wobbe -10% is niet mogelijk Wobbe van 56,7 in conflict met eerder toezeggingen (max. 55,7). Overigens is in het buitenland regionaal altijd smalle H- bandbreedte. Andere parameters moeten nog onderzocht worden en H 2 en O 2 zijn mogelijk een probleem. VGGP (Vereniging Groen Gas Producenten)- Micha Sanders Groen Gas Green Deal ambities zijn: - In 2014: Vergisting 300 miljoen Nm³, daarna tot 750 miljoen Nm³ - Na 2020: 1,5-2,0 miljard Nm³ met >10% uit (hout)vergassing. Pagina 6 van 8
- In 2050 is het streefgetal 30 miljard Nm³ Groen gas bestaat uit een samenstelling mengsel CH 4 en inert CO 2 / N 2 en bijna geen hogere koolwaterstoffen of verbindingen daarvan. Daarnaast kunnen sporen van andere verbindingen voorkomen zoals CO, H 2, H 2 S of siloxaan. De kwaliteit van groen gas wordt geregeld door het in meer of mindere mate van verwijderen van CO 2 tot midden in wobbeband. De calorische waarde is rond Slochteren norm (35.17MJ/Nm³ UHV). Het heeft een laag klopgetal, een laag propaangetal en een hoog methaangetal. Groen Gas, verbrandingsproducten en sporen elementen dienen bewaakt te worden op verschillende aspecten, door: - Corrosie eigenschappen normeren bij entry voor toegepaste materialen in het net, toestellen, machines en branders. - Vertaling geldende normen zoals MAC waarden bij exit en bijv. rekening houden met maximale blootstelling tot LEL concentraties (Lower Explosion Limit) - Vertaling vlamstabiliteit en klopeigenschappen in eenduidige normen en meetbare gasspecificaties. Vlamstabiliteit van branders bij nieuwe toestellen garanderen voor Groen Gas met CO 2 max. 10-11% en lage wobbe index. Er dient vastgesteld te worden over welke periode gas gemeten moet worden om aan de normen te voldoen, bijvoorbeeld calorische waarde kan over langere tijd worden gemiddeld en wobbe index/o 2 continu bewaken Groen gas voldoet nu aan voorgestelde G-gasspecificatie, na 2021 moet Groen Gas direct maakbaar blijven vanuit biogas en syn-gas In voorkomende gevallen kan vrijwillig N 2 worden toegevoegd. Bijmenging met hogere koolwaterstoffen is niet gewenst, in voorkomende gevallen kunnen bijvoorbeeld propaan of butaan op vrijwillige basis worden bijgemengd. Beperk lekkage hogere koolwaterstoffen om landelijk net heen naar regionale netten via o.a. menging met Groen Gas. GTS (Gas transport Services) Harry Dijkstra Wobbe: Aansluiten bij Europese L-band conform EN437, voorstel 43,15-47,26 MJ/m 3 + omschakelbaar naar H-gas Propaanequivalent: 0 PE 10 Kooldioxide: 0 CO 2 10% (eisen export: < 3%) Methaangetal: 70 (AVL) Bij CO 2 / H 2 / O 2 / CO specificaties, let op: - Vlamstabiliteit (inslag, afblazen) - Veiligheid (H 2 lekkage, koolmonoxide) - Integriteit (corrosie) door CO 2 en waterdamp Eventueel nieuwe testgassen kiezen - Let op onderlinge samenhang (W+PE, N 2 +CO 2, etc.) Pagina 7 van 8
De bovengrens van de H-band 56,7 MJ/m3 vs 55,7 MJ/m3 is punt van discussie en onderzoek. Dit moet in gesprek met fabrikanten afgesproken worden. Er ontstaat verwarring over EN437 genoemd in de presentatie van GTS. Antwoord: In EN437 staan geen distributiebanden, maar het zijn grensgassen. De fabrikanten geven aan met welke grensgassen ze testen. Hoewel de grensgassen door de fabrikant worden opgegeven, is het niet transparant duidelijk voor welke distributiegassen (Wobbe en samenstelling) de fabrikant zijn toestel geschikt acht. Er moeten nieuwe testgassen ontwikkeld worden en dit zegt dan nog niets over de distributieband Tot slot zijn er nog een aantal opmerkingen gemaakt over de transitie Hoe kunnen we bestaande installatie uitfaseren? Hoe gaan we om met voorziene capaciteitsproblemen bij ombouw? Hoe kunnen we 70-80% ingefaseerd hebben? De meeste apparaten gaan 15-25 jaar mee. Bijv. ventilatorbranders en luchtverwarmers kunnen niet aangepast worden. Deze dienen vroegtijdig afgeschreven te worden (misschien zelfs binnen de garantieperiode?) Hoe communiceren wij dit naar de klant? In alle deel netten bewaakt Netbeheerder de massa- en energie balans. Volumetrische toerekening bij afrekeningen is definitief verleden tijd na aanpassing G-gassamenstelling in 2021? Aangeslotenen (zowel producenten als afnemers) dienen transparant in staat gesteld te worden om bij grote bandbreedte de afrekening van de leverancier (PV-partij) in MWh te herleiden op hun daadwerkelijke productie of energieverbruik. Verantwoordelijkheid van leveranciers en overheid voor levering/op de markt komen van apparatuur waar gebruikers een voldoende lange tijd mee vooruit kunnen moet duidelijk zijn. De transitie wordt begin volgend jaar verder vorm gegeven, als de gassamenstelling definitief is en meer bekend is over de gasbeschikbaarheid (onderzoek EDGaR) Pagina 8 van 8