TOELATINGSBELEID CURACAO 2016

Vergelijkbare documenten
MODEL IV AANVRAAG VERKLARING VAN RECHTSWEGE Vrij van zegel ingevolge artikel 7 lid 5 van de Landsverordening en uitzetting

TEKST VAN DE LANDSVERORDENING TOELATING EN UITZETTING (P.B. 1966, NO. 17)

A 2010 N 5 PUBLICATIEBLAD. DE WNDE. GOUVERNEUR van Curaçao, Artikel 7A van de Algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur Land Curaçao;

Ik vraag opnieuw een verklaring van rechtswege aan (wedertoelating) Anders nl.:..

Intitulé : Landsverordening toelating en uitzetting. Citeertitel: Landsverordening toelating en uitzetting

Aanvraag Verklaring toelating van rechtswege

Gew. bij S.B no. 104.

Aanvraag Verklaring toelating van rechtswege

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

2019 no. 40 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

B 19 Voortgezet verbliif 19

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname

TRACTATENBLAD KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1975 Nr. 132

2017 no. 6 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

1 of 12. Rijkswet op het Nederlanderschap. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. (Tekst geldend op: )

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Richtlijn van de Raad d.d. 21 mei 1973, nr. 73/148/EEG, Pb EG 1973, nr. L1 72.

BEKENDMAKING. Herzien beleid in het kader van verlenging toeristisch verblijf van visumplichtige staatsburgers

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

: Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering. Citeertitel: Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering

: LANDSVERORDENING houdende de instelling van een nationaal orgaan voor de erkenning van buitenlandse diploma's

Verblijfsrechtelijke gevolgen van. (tijdelijk) verblijf buiten Nederland

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Protocol inzake de samenwerking op het gebied van voogdijvoorzieningen tussen Nederland en de Nederlandse Antillen

Wet arbeid Vreemdelingen

Citeertitel: Landsverordening bijzondere rechtspositionele bepalingen Kustwachtpersoneel. Wijzigingen: AB 2012 no. 54; (inwtr. AB 2013 no.

B1 O. Onderdanen van de Republiek Suriname

Buitenlandse pleegkinderen

Herziene instructie aan de Gezaghebbers

Vreemdelingen op wie het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand van toepassing is

Heeft, na goedkeuring door De Nationale Assemblee, de Staatsraad gehoord, bekrachtigd de onderstaande wet:

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

Molukkers. Inleiding. Personen op wie de Wet betreffende de positie van Molukkers van toepassing is

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan:

2.1 Voorschriften voor opneminq en toelatinq voor wat betreft verzoeken om opneming ingediend vanaf 15 juli 1989

B 2 Molukkers 3. 1 Inleidinq

B 14 Buitenlandse studenten 3

A 2014 N 55 (G.T.) PUBLICATIEBLAD. De Gouverneur van Curaçao, de Algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur Land Curaçao;

Met dit formulier kunt u een verzoek voor een vergunning tot tijdelijk verblijf of verblijf op grond van de Investorspermit 2014 indienen.

PUBLICATIEBLAD. LANDSVERORDENING van de 8'*^mei 2010 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek^ (Landsverordening herziening namenrecht)

B16 / Deel B16 Voortgezet verblijf

CIRCULAIRE NOTA SPECIAAL STATUUT VAN DE GEZINSLEDEN VAN HET PERSONEEL VAN INTERNATIONATIONALE INSTELLINGEN. (10 januari 2013)

Enkele kanttekeningen bij de wet- en regelgeving in de verschillende landen na opheffing van de Nederlandse Antillen

A 2014 N 94 PUBLICATIEBLAD. I n n a a m v a n de K o n i n g! De Gouverneur van Curaçao,

Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal vragen om de kennis te toetsen. Het betreft steeds drie multiplechoicevragen en drie open vragen.

Vestigingsverdragen. Nederlands-Duits Vestigingsverdrag. sdu J&F -- VC (april 1995, Aanv. 13)

A 2012 N 7 (G.T.) PUBLICATIEBLAD. De Gouverneur van Curaçao, Artikel 7A van de Algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur Land Curaçao 1 ;

IN NAAM DER KONINGIN. DE GOUVERNEUR van de Nederlandse Antillen,

Transcriptie:

TOELATINGSBELEID CURACAO 2016 Beleid inzake de toepassing van de Landsverordening Toelating en Uitzetting (P.B. 1996, no.17), zoals gewijzigd, en Het Toelatingsbesluit (P.B. 1985, o. 57), zoals gewijzigd gegeven door de Minister van justitie, Willemstad, 1 april 2016

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD HOOFDSTUK 1 - TOELATING IN CURAÇAO VAN PERSONEN WAAROP DE LANDSVERORDENING TOELATING EN UITZETTING NIET VAN TOEPASSING IS 1.1 Inleiding 1.2 Werkingssfeer van de LTU 1.2.1 Uitleg artikel 1 LTU 1.2.2 Kinderen van de onder a, b en c genoemde Nederlanders (artikel 1, sub d LTU) HOOFDSTUK 2 TOELATING VAN RECHTSWEGE 2.1 Inleiding 2.2 Bijzondere categorieën 2.2.1 Personen van overheidswege uitgezonden (artikel 3 lid 1 onder sub a LTU) 2.2.2 Personen, die in dienst zijn geweest van Curaçao of vóór 10 oktober 2010 in dienst waren van de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Curaçao en uit dien hoofde pensioen of uitkering bij wijze van pensioen genieten, alsmede de niet hertrouwde weduwen van zodanige personen ( artikel 3lid 1 onder b LTU) 2.2.3 In Curaçao als zodanig toegelaten beroepsconsuls, beroepsconsulaire ambtenaren en ander consulair personeel (artikel 3 lid 1 onder c LTU) 2.2.4 Militairen, gedurende de tijd dat zij in Curaçao zijn gestationeerd (artikel 3 lid 1 onder d LTU) 2.2.5 Opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen, gedurende de tijd, dat Curaçao met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan (artikel 3 lid 1 onder e LTU) 2.2.6 De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en minderjarige kinderen van de onder a, b, c en d genoemde personen (artikel 3 lid 1 onder g LTU). 2.2.7 Personen, in Curaçao geboren, die de Nederlandse nationaliteit niet bezitten, mits zij de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt, en sedert hun geboorte onafgebroken in Curaçao zijn toegelaten geweest (artikel 3 lid, onder i LTU). 2.3 Nederlanders 2.4 Amerikanen 3.5. Einde toelating van rechtswege 3.6 Definitief vertrek uit Curaçao 3. HOOFSTUK 3 - TOELATING VAN VREEMDELINGEN 3.1 Inleiding 3.1.1 Beleid eerste aanvraag vergunning tot tijdelijk verblijf 3.1.2 Beleid ten aanzien van verlenging vergunning tot tijdelijk verblijf 3.1.3 Beleid ten aanzien van wijziging of opheffing van de voorwaarde(n) waaronder de vergunning is verleend 3.1.4 Beleid ten aanzien van een herhaalde aanvraag 3.1.5 Beleid ten aanzien verblijf voor onbepaalde tijd 3.2 Toelating 3.2.1 In het kader van arbeid 3.2.2 In het kader van gezinshereniging 3.3 Vergunning tot (tijdelijk) verblijf 3.3.1 Verblijfsduur eerste aanvraag en verblijfsduur bij verlenging

HOOFDSTUK 1 Toelating in Curaçao van personen waarop de Landsverordening Toelating en Uitzetting niet van toepassing is 1.1 Inleiding Op de personen in artikel 1 van de Landsverordening Toelating en Uitzetting (LTU) genoemd is de LTU, met uitzondering van de artikelen 22 tot en met 25, niet van toepassing. Deze personen worden dan ook in de praktijk, de zogenaamde n.v.t.-ers genoemd. De n.v.t.-ers hebben in principe geen document nodig om aan te tonen dat de LTU niet op hun van toepassing is. Het is echter wel van belang in verband met passagiersverkeer en bewijsnood dat zij dit kunnen bewijzen. In zulk geval zal op hun verzoek, door de bevoegde autor iteit, conform artikel 8 lid 1 onder 2 van het Toelatingsbesluit (TB), een verklaring worden afgegeven waaruit blijkt dat de LTU niet op hun van toepassing is. Het verzoek om een verklaring dient middels de door de Minister van Justitie vastgestelde modelformulier samen met de vereiste documenten bij de Toelatingsorganisatie Curacao te worden ingediend (artikel 8 lid 2 TB). 1.2 Werkingssfeer van de LTU De LTU is met uitzondering van het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 25 niet van toepassing op: a. Nederlanders, in Curaçao geboren; b. Nederlanders, vóór 1 januari 1986 in Aruba geboren, die op 1 januari 1986 in de Nederlandse Antillen en vóór 10 oktober 2010 in Curaçao hun woonplaats hadden; c. Nederlanders, vóór 10 oktober 2010 op Bonaire, Saba, Sint Eustatius of in Sint Maarten geboren, die op 10 oktober 2010 in Curaçao hun woonplaats hadden; d. De kinderen van de onder a, b en c genoemde Nederlanders. De personen onder a, b, c en d hebben zonder meer het recht om het grondgebied van Curaçao t e betreden, daar te verblijven en, indien zij dat wensen, te werken en/of te studeren. Zij worden dan ook zonder enige beperking, voorwaarde of voorschrift tot Curaçao toegelaten. Personen aan wie in het verleden op basis van gunstigere wetgeving een n.v.t.-verklaring is verleend, behouden het recht op deze status zolang zij (blijven) voldoen aan de voorwaarde waarop die n.v.t.- verklaring was verleend. Conform artikel 2 van de Landsverordening van 17 e juli 1986 tot wijziging van de Landsverordening toelating en uitzetting(p.b. 1986 no 96) blijft de bepaling van artikel 1 van de Landsverordening toelating en uitzetting van 1966 van toepassing op degenen die op de datum van de inwerkingtreding van deze Landsverordening de niet van tafel en bed gescheiden echtgenote waren van de Nederlanders bedoeld in artikel 1, letters a en b, zoals deze is komen te luiden na de aangebrachte wijziging in 1986. Indien een persoon niet langer voldoet aan de voorwaarde waarop destijds de n.v.t.-verklaring was verleend, zal die persoon een aanvraag voor toelating tot verblijf 1 moeten indienen. 1 Artikel 2 van de huidige LTU luidt: Toelating tot verblijf wordt van rechtswege toegekend of bij vergunning verleend.

1.2.1 Uitleg artikel 1 LTU Artikel 1 LTU geeft in de praktijk verwarring met betrekking tot de interpretatie wie Nederlander is en aldus wie een beroep kan doen op het artikel. De vraag die zich daarbij meestal voordoet is of het artikel betrekking heeft op een Nederlander bij geboorte of een genaturaliseerde Nederlander. Ter uitleg van artikel 1 LTU, het volgende. Artikel 1 LTU dient dusdanig geïnterpreteerd te worden dat uitgegaan wordt van het Nederlanderschap bij geboorte (ex tunc (terug in de tijd) benadering). Dit betekent dat conform artikel 1 LTU, de LTU niet van toepassing is op: a. personen die in Curaçao geboren zijn en op het moment van hun geboorte de Nederlandse nationaliteit verkregen; b. personen die vóór 1 januari 1986 op Aruba geboren zijn en op het moment van hun geboorte de Nederlandse nationaliteit verkregen terwijl deze personen op 1 januari 1986 in de Nederlandse Antillen woonachtig waren en vóór 10 oktober 2010 in Curaçao woonachtig waren; c. personen, vóór 10 oktober 2010 op Bonaire, Saba, Sint Eustatius of in Sint Maarten geboren en op het moment van geboorte de Nederlandse nationaliteit verkregen, terwijl deze personen op 10 oktober 2010 in Curaçao hun woonplaats hadden; d. de juridische kinderen van de onder a, b en c genoemde personen. 1.2.2 Kinderen van de onder a, b en c genoemde Nederlanders (artikel 1, sub d LTU) Het kind als bedoeld in sub d hoeft niet de Nederlandse nationaliteit te bezitten. Het kind kan zijn: een kind van tenminste één van de Nederlanders genoemd in artikel 1 LTU; een door een Nederlander genoemd in artikel 1 LTU geadopteerd kind. Bij adoptie dient dan echter wel de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van één van de entit eiten van het Koninkrijk der Nederlanden te worden overgelegd. Indien een kind in het buitenland is geadopteerd dient de adoptie door tussenkomst van de Voogdijraad Curaçao aan het Gerecht in eerste aanleg in Curaçao te worden voorgelegd ter bekrachtiging; een door een Nederlander genoemd in artikel 1 LTU erkend kind. De erkenning dient dan echter wel te geschieden op grond van de wet en de regelgeving van één van de entiteiten van het Koninkrijk der Nederlanden.

HOOFDSTUK 2 Toelating van rechtswege 2.1. Inleiding In artikel 3, lid 1 LTU is bepaald wie van rechtswege toelating tot verblijf in Curaçao hebben. Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen kan de categorie van rechtswege toegelaten tot Curaçao worden uitgebreid (zie artikel 3 lid 3 LTU). De toelating van rechtswege, bedoeld in de artikel 3 LTU is tijdelijk. Ten aanzien van toelating van rechtswege is in dit hoofdstuk het volgende onderscheid gemaakt: bijzondere categorieën Nederlanders Amerikanen Deze categorieën zijn hieronder uitgewerkt. 2.2. Bijzondere categorieën Aan de volgende bijzondere categorieën personen (vreemdelingen of Nederlanders) wordt op aanvraag de toelating van rechtswege toegekend (zie artikel 3, eerste lid, onder a tot en met e.): a. personen van overheidswege uitgezonden, zolang zij in overheidsdienst zijn; b. personen, die in dienst zijn geweest van Curaçao of voor 10 oktober 2010 in dienst waren van de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Curaçao en uit dien hoofde pensioen of uitkering bij wijze van pensioen genieten, alsmede de niet hertrouwde weduwen van zodanige vreemdelingen; c. in Curaçao als zodanig toegelaten beroepsconsuls, beroepsconsulaire ambtenaren en ander consulair personeel; d. militairen, gedurende de tijd dat zij in de openbare lichamen zijn gestationeerd; e. opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen, gedurende de tijd dat de openbare lichamen met toestemming van de bevoegde autoriteit worden aangedaan; g. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en minderjarige kinderen van de onder a, b, c, en d genoemde personen. personen, in Curaçao geboren, mits zij de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt, en sinds hun geboorte onafgebroken in Curaçao zijn toegelaten. 2.2.1 Personen van overheidswege uitgezonden (artikel 3 lid 1 onder sub a LTU) Artikel 3, lid 1, sub a LTU, moet ruim worden uitgelegd. Niet alleen vallen hieronder de door de overheid van een ander Land uitgezonden personen, voor de duur dat zij in ov erheidsdienst zijn, maar ook iedere persoon op wie de LTU van toepassing is, die in overheidsdienst is, voor de duur van hun aanstelling 2. 2 Hieronder vallen ook de personen (Nederlanders) werkzaam bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, vesting Curaçao (Uitvoeringsbeleid Toelatingsorganisatie Curaçao d.d. 3 september 2013).

2.2.2 Personen, die in dienst zijn geweest van Curaçao of vóór 10 oktober 2010 in dienst waren van de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Curaçao en uit dien hoofde pensioen of uitkering bij wijze van pensioen genieten, alsmede de niet hertrouwde weduwen van zodanige personen ( artikel 3lid 1 onder b LTU) Uitgangspunt voor de toelating van rechtswege is, dat het hierbij gaat om personen die in dienst zijn geweest van Curaçao of de voormalige Nederlandse Antillen en pensioen of uitkering bij wijze van pensioen genieten. De toelating is geldig, zolang de vreemdeling pensioen of uitkering bij wijze van pensioen ontvangt, dan wel zolang de weduwe of weduwnaar van de vreemdeling niet is hertrouwd. 2.2.3 In Curaçao als zodanig toegelaten beroepsconsuls, beroepsconsulaire ambtenaren en ander consulair personeel (artikel 3 lid 1 onder c LTU) Uitgangspunt voor de toelating van rechtswege aan deze personen is, dat de toelating geldig is, zolang de vreemdeling beroepsconsul, beroepsconsulaire ambtenaar of consulair personeel is. 2.2.4 Militairen, gedurende de tijd dat zij in Curaçao zijn gestationeerd (artikel 3 lid 1 onder d LTU) Uitgangspunt voor de toelating van rechtswege aan deze personen is, dat de toelating geldig is, zolang de vreemdeling militair is en gestationeerd is in Curaçao. 2.2.5 Opvarenden van tot de zee- of luchtmacht van enige mogendheid behorende schepen of luchtvaartuigen, gedurende de tijd, dat Curaçao met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan (artikel 3 lid 1 onder e LTU) Uitgangspunt voor de toelating van rechtswege aan deze personen is, dat de toelating geldig is, gedurende de tijd dat Curaçao met toestemming van de bevoegde autoriteit wordt aangedaan. 2.2.6 De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en minderjarige kinderen van de onder a, b, c en d genoemde personen (artikel 3 lid 1 onder g LTU). Uitgangspunt voor de toekenning van de toelating van rechtswege aan deze personen is, dat de toelating geldig is, zolang de echtgeno(o)t(e) niet van tafel en bed is gescheiden en zolang de kinderen minderjarig zijn. Op de ongehuwde Nederlandse partner is artikel 3 lid 1, onder f van toepassing. De ongehuwde partner van vreemde nationaliteit moet een vergunning tot verblijf voor bepaalde tijd aanvragen met als verblijfsdoel gezinshereniging bij partner. De geldigheidsduur van deze vergunning is in beginsel één jaar en kan telkens verlengd worden met één jaar. Dit afhankelijk van het duur van verblijf van de Nederlandse partner.

2.2.7 Personen, in Curaçao geboren, die de Nederlandse nationaliteit niet bezitten, mits zij de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt, en sedert hun geboorte onafgebroken in Curaçao zijn toegelaten geweest (artikel 3 lid, onder i LTU). Uitgangspunt voor de toekenning van de toelating van rechtswege hierbij is dat de persoon geboren moet zijn op Curaçao, maar die de Nederlandse nationaliteit niet bezit, de 16 -jarige leeftijd heeft bereikt en sinds geboorte onafgebroken zijn toegelaten. Onder de woorden onafgebroken, moet worden verstaan een onafgebroken rechtmatig verblijf in Curaçao. Conform artikel 4 LTU wordt de periode bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder i, niet onderbroken door een verblijf buiten Curaçao voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling, tenzij betrokkene blijk geeft zijn toelating tot Curaçao, te willen opgeven (lid 1). Indien de betrokkene niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling, is teruggekeerd naar Curaçao, wordt zijn toelating geacht te zijn vervallen (lid 2). Het bepaalde in artikel 13 LTU, blijft onverminderd van toepassing op de minderjarige, niet vallende onder de bepaling van artikel 3 lid 1, onder i, die in het buitenland verblijft voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling (lid 4). 2.3 Nederlanders De meerderjarige Nederlanders, niet genoemd in artikel 1, die ten genoegen van de Minister van Justitie aantonen dat zij beschikken over: 1. een verklaring van goed gedrag gedurende de laatste vijf jaar, afgegeven door het bevoegde gezag binnen twee maanden voor hun aankomst in Curaçao of een schriftelijke verklaring waaruit genoegzaam van hun gedrag blijkt; 2. huisvesting en voldoende middelen van bestaan om in hun levensonderhoud te voorzien overeenkomstig bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, nader te stellen regels (artikel 3 lid 1 onder f LTU). Nederlanders op wie de LTU van toepassing is mogen zonder toelating van rechtswege toegekend in Curaçao verblijven gedurende een periode van maximaal zes maanden binnen een tijdvak van een jaar. In dit geval is wel sprake van toelating van rechtswege, maar er wordt geen verklaring afgegeven waaruit de toekenning blijkt. Bedoelde Nederlanders behoeven pas na zes maanden verblijf in Curaçao verklaring waaruit blijkt dat hen toelating van rechtswege is toegekend. Zij moeten dan wel voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1 onder f. Dit geldt ook als de Nederlander al bij binnenkomst langer dan zes maanden verbli jf beoogt. Nederlanders dienen de termijn van zes maanden zelf in de gaten te houden. Als men binnen deze zes maanden in Curaçao wil werken, dan zal men wel een verklaring van rechtswege aan moeten vragen. Aan deze aanvraag zijn kosten verbonden. Voor de opsomming van vereisten en bescheiden wordt verwezen naar het desbetreffende aanvraagformulier. Meerderjarige Nederlanders of Amerikanen op wie de LTU van (al dan niet van overeenkomstige) toepassing is hebben recht op toelating van rechtswege als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. beschikken over een verklaring van goed gedrag, gedurende de laatste vijf jaren, afgegeven door het bevoegde gezag binnen twee maanden voor hun aankomst in Curaçao; b. beschikken over huisvesting; c. beschikken over voldoende middelen van bestaan om in hun levensonderhoud te voorzien. d. de Nederlandse minderjarige kinderen van de in onderdeel f genoemde personen, mits zij de Nederlandse nationaliteit hebben en één van de ouders die het ouderlijk gezag uitoefent aan de voorwaarden genoemd in onderdeel f te voldoet (artikel 3 lid 1, onder h LTU). Uitgangspunt voor de toekenning van de toelating van rechtswege aan deze minderjarige kinderen is, dat zij de Nederlandse nationaliteit moeten hebben en één van de ouders die het ouderlijk gezag uitoefent moet voldoen aan de voorwaarden onder f van artikel 3 lid 1. Artikel 3 lid 1, onder h LTU is niet van toepassing op personen die krachtens artikel 15 LTU zijn uitgezet. De minderjarige Nederlandse kinderen van de bovengenoemde Nederlanders die toelating van rechtswege hebben op grond van artikel 3 lid 1 onder LTU, hebben toelating van rechtswege als één van de ouders het ouderlijk gezag heeft. Ad a Dit betekent dat de aanvrager over een verklaring goed gedrag moet beschikken uit alle landen waar de Nederlander de afgelopen 5 jaar heeft verbleven. De verklaring dient uiterlijk twee maanden voor aankomst op het grondgebied van Curaçao te zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit. 2.4 Amerikanen Het Gemeenschappelijk Hof van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 15 december 2014 uitspraak gedaan inzake de uitleg van artikel 3 van het Protocol bij het Nederlands-Amerikaans verdrag inzake vriendschap, handel en scheepvaart. De strekking van deze uitspraak is dat Amerikaanse onderdanen in het Caribisch Deel van het Koninkrijk en daarmee in Curaçao aanspraak hebben op gelijke behandeling als Nederlanders die niet in het Caribisch Deel van het Koninkrijk zijn geboren voor wat betreft toelating. Dit betekent dat Amerikaanse onderdanen, net als die Nederlanders, op wie de LTU van overeenkomstige toepassing is, een vrije termijn van maximaal zes maanden hebben in een tijdbestek van een jaar. Voorts komen zij in aanmerking voor een verklaring inzake toelating van rechtswege als ze aan de voorwaarden voldoen, waaraan ook bedoelde Nederlanders moeten voldoen. Voor de rest geldt voor een Amerikaans onderdaan hetzelfde zoals hierboven is omschreven onder het kopje Nederlanders. 3.5. Einde toelating van rechtswege De toelating van rechtswege eindigt (zie artikel 5 LTU): a. door het vervallen van de reden waarom zij is toegekend; b. ten aanzien van degene, die op grond van het bepaalde in artikel 3, lid 1, onderdeel i, van rechtswege is toegelaten, door een onafgebroken verblijf van langer dan drie jaar in het buitenland, tenzij de betrokkene in het buitenland verblijft voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling. De bepaling van artikel 4, lid 2 is van overeenkomstige toepassing; c. ten aanzien van de meerderjarige Nederlander, die op grond van het bepaalde in artikel 3, lid 1, onderdeel f, van rechtswege is toegelaten, door het niet langer beschikken over huisvesting en voldoende middelen van bestaan om in zijn levensonderhoud te voor zien; d. ten aanzien van de minderjarige Nederlander waarvan één van de ouders die het ouderlijk gezag uitoefent niet langer aan de voorwaarden, genoemd in onderdeel f, voldoet.

De toelating van rechtswege eindigt van rechtswege. Dat wil zeggen dat daarvoor geen intrekkingsbeschikking of beëindigingsbeschikking nodig is. Doet één van de onder a of b genoemde omstandigheden zich voor, dan eindigt de toelating van rechtswege. De desbetreffende persoon moet Curaçao zelfstandig verlaten. Als de vreemdeling of Nederlander toelating van rechtswege meent te hebben op een andere grond in artikel 3 lid 1 LTU moet hij daarvoor een nieuwe verklaring vragen waaruit de toelating van rechtswege blijkt. Pas dan kan immers getoetst worden of hij toelating van rechtswege heeft op de nieuwe grond. Ten aanzien van artikel 5 onder a wordt het volgende opgemerkt. Deze beëindigingsgrond geldt voor alle in artikel 3 LTU genoemde categorieën. Dit betekent dat als niet meer aan de daar genoemde beschrijving van de betreffende categorie wordt voldaan, de toelating van rechtswege eindigt. Ten aanzien van de in artikel 3 lid 1 onder a LTU genoemde categorie geldt dat als de persoon niet meer in overheidsdienst werkzaam is, de toelating van rechtswege eindigt. Ten aanzien van de in artikel 3 lid 1 onder f LTU genoemde categorie geldt dat als de Nederlander niet langer beschikt over huisvesting dan wel over voldoende middelen van bestaan, de toelating van rechtswege eindigt. Onder onafgebroken verblijf als bedoeld in artikel 5 onder b LTU wordt verstaan onafgebroken toelating van rechtswege of verblijf op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd. De periode, bedoeld in artikel 3 lid 1 onder i LTU wordt niet onderbroken door een verblijf buiten Curaçao voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling, tenzij de vreemdeling aangeeft zijn toelating tot Curaçao te willen opgeven (zie artikel 4 lid 1 LTU). De toelating van rechtswege van de in artikel 3 lid 1 onder i LTU bedoelde vreemdeling wordt geacht te zijn vervallen als de vreemdeling niet binnen een jaar na de voltooiing van zijn studie of de beëindiging van de geneeskundige behandeling is teruggekeerd naar Curaçao (zie artikel 4 lid 2 LTU). Einde toelating echtgenoot en minderjarige kinderen Als de toelating van rechtswege is geëindigd, betekent dit dat ook de afhankelijke toelating van de echtgeno(o)t(e) en minderjarige kinderen is geëindigd. Dit geldt echter niet voor echtgenoten die zelf, onafhankelijk van haar/zijn partner, op basis van artikel 3 LTU van rechtswege zijn toegelaten (zie artikel 13 LTU). Als een vreemdeling, van wie de toelating van rechtswege is geëindigd, een minderjarig kind heeft dat niet zelf toelating van rechtswege heeft op grond van artikel 3 lid 1 onder i LTU eindigt ook de toelating van dit minderjarige kind. Dat is ook het geval als dit kind buiten Curaçao verblijft voor studiedoeleinden of wegens geneeskundige behandeling (zie artikel 4 lid 3, juncto artikel 13 LTU). 3.6 Definitief vertrek uit Curaçao Van definitief vertrek is er sprake wanneer een van rechtswege toegelaten persoon, Curaçao metterwoon verlaat of voor een periode van langer dan 3 jaar, indien betrokkene ten minste 3 jaar in Curaçao was gevestigd, zich buiten Curaçao vestigt. Bij definitief vertrek vervalt de verklaring van rechtswege. De vreemdeling dient zich naar de Immigratie Curaçao te gaan om zich af te melden en instructies te ontvangen met betrekking tot zijn uitschrijving van Curaçao. Bij eventuele terugkomst naar Curaçao dient een nieuwe verklaring van rechtswege te worden aangevraagd.