Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Thomas Bosman
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het licht van de gewijzigde staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk en met het oog op de naleving van de internationale verplichtingen van het Koninkrijk en het tegengaan van illegale immigratie wenselijk is harmonisatie van de visumverlening voor de toegang tot de afzonderlijke landen van het Koninkrijk te bevorderen door het regelen van de hoofdlijnen van het visumbeleid in een rijkswet op basis van artikel 3, eerste lid, onderdelen b en g, van het Statuut voor het Koninkrijk; Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld; b. Nederland: het land Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; c. Landen: de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten; d. Openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; e. Visum voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen: beslissing van de bevoegde autoriteit dat op het moment van afgifte geen bezwaar bestaat tegen de toegang tot de landen en openbare lichamen; f. Bevoegde autoriteit: kst ISSN s-gravenhage 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar , (R1915), nr. 2 1
2 wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken; wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat; g. Geldigheidsduur van een visum: het tijdvak waarbinnen na afgifte van een visum daarvan gebruik kan worden gemaakt voor het verkrijgen van toegang; h. Verblijfstermijn: de maximale duur van het geoorloofd verblijf op grond van artikel 5, eerste lid; i. Landsregelgeving: wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken; wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land. Artikel 2 1. Deze wet is van toepassing op de verlening van visa voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen. 2. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is belast met de verlening van de visa, bedoeld in artikel 2 van de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 2001, nr. 539/2001/EG (Pb EU L81) voor de toegang tot Nederland. Bepalingen omtrent andere visa voor de toegang tot Nederland dan bedoeld in de eerste volzin worden bij of krachtens de wet vastgesteld. Artikel 3 De bevoegde autoriteit van elk van de landen neemt bij de uitoefening van haar bevoegdheden het door Onze Minister van Buitenlandse Zaken gevoerde beleid inzake de buitenlandse betrekkingen, daaronder begrepen het visumbeleid, in acht. Artikel 4 De hoofden van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van het Koninkrijk zijn belast met de behandeling van visumaanvragen namens de bevoegde autoriteiten. In overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken kunnen de bevoegde autoriteiten van de landen aan de hoofden van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk aanwijzingen geven over de uitvoering van deze wet ten aanzien van het desbetreffende land door de ambtenaren werkzaam op die vertegenwoordiging. HOOFDSTUK II. VISA Paragraaf 1. Visumplicht Artikel 5 1. Een visum, verleend op grond van deze rijkswet, is vereist voor het verkrijgen van een of meer malen toegang van vreemdelingen tot de landen en de openbare lichamen. Bij of krachtens landsregelgeving kan worden bepaald dat aan het visum een verblijfstermijn kan worden verbonden. De eerste volzin laat onverlet hetgeen overigens bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is bepaald omtrent de toegang en de toelating tot de landen en de openbare lichamen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van vreemdelingen die: Tweede Kamer, vergaderjaar , (R1915), nr. 2 2
3 a. krachtens verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daarvan zijn vrijgesteld, b. drager zijn van een bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de bevoegde autoriteit aangewezen nationaliteit, c. behoren tot een bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de bevoegde autoriteit aangeduide categorie of d. beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, verleend op grond van de Wet toelating en uitzetting BES. 3. Bij de vaststelling van de regelingen, bedoeld in het tweede lid, neemt Onze Minister van Buitenlandse Zaken het belang van harmonisatie van het visumbeleid binnen het Koninkrijk en de belangen van de landen en de openbare lichamen, met name hun economische belangen, in acht. 4. De bevoegde autoriteit kan in aanvulling op het bepaalde krachtens het tweede lid in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de visumplicht. Artikel 6 Een voor toegang tot een van de landen of openbare lichamen verleend visum geldt mede als visum voor de toegang tot de overige landen en openbare lichamen, tenzij de bevoegde autoriteit van een van de overige landen of openbare lichamen uit oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid geen medegelding toestaat. In het geval geen medegelding wordt toegestaan, verbindt de bevoegde autoriteit die op de aanvraag beslist een territoriale beperking aan het visum. Paragraaf 2. Aanvraag Artikel 7 1. Een visum wordt door de vreemdeling in persoon, indien de bevoegde autoriteit dat verlangt in aanwezigheid van diens wettelijke vertegenwoordiger, aangevraagd bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk met gebruikmaking van het door Onze Minister van Buitenlandse Zaken daartoe vastgestelde formulier. 2. De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de verplichting tot persoonlijke verschijning, bedoeld in het eerste lid. 3. Bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan in aanvulling op het eerste lid worden bepaald dat een visum elders dan bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk kan worden aangevraagd. Artikel 8 1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bij of krachtens deze rijkswet bepaalde voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan de bevoegde autoriteit besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door de bevoegde autoriteit gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. 2. In afwijking van het eerste lid kan de bevoegde autoriteit besluiten een aanvraag niet te behandelen zonder de aanvrager in de gelegenheid te hebben gesteld de aanvraag aan te vullen indien: a. de aanvraag niet door de vreemdeling in persoon is ingediend, onverminderd artikel 7, tweede lid, b. voor de aanvraag geen gebruik is gemaakt van het voorgeschreven formulier dat volledig is ingevuld en ondertekend, Tweede Kamer, vergaderjaar , (R1915), nr. 2 3
4 c. de aanvraag niet is gesteld in de Nederlandse, Franse, Engelse of Spaanse taal of d. de voor de behandeling van de aanvraag verschuldigde vergoeding niet is voldaan. Paragraaf 3. Besluit op aanvraag Artikel 9 1. De bevoegde autoriteit kan op aanvraag van de vreemdeling een visum verlenen indien de vreemdeling: a. beschikt over een geldig reisdocument, b. geen gevaar oplevert voor de openbare orde, c. geen gevaar oplevert voor de nationale veiligheid, d. geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid, e. geen gevaar oplevert voor de internationale betrekkingen en f. beschikt over voldoende middelen van bestaan, zowel voor het voorgenomen verblijf als voor de terugreis of de doorreis naar een derde Staat waar de toegang is gewaarborgd. 2. De bevoegde autoriteit kan in afwijking van het eerste lid en onverminderd artikel 13 een visum verlenen indien daarmee een wezenlijk belang van de landen of de openbare lichamen is gediend of klemmende redenen van humanitaire aard daartoe nopen dan wel het belang van de internationale betrekkingen de verlening van een visum vordert. Bij toepassing van de eerste volzin verbindt de bevoegde autoriteit in voorkomend geval een territoriale beperking aan het visum. 3. Bij landsregelgeving kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid, onder b, c, d en f, en het tweede lid. Artikel Ten behoeve van de beoordeling van een visumaanvraag verlangt de bevoegde autoriteit van de vreemdeling dat deze het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf op een door de bevoegde autoriteit te bepalen wijze aannemelijk maakt. 2. Bij landsregelgeving kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel. Artikel De bevoegde autoriteit weigert het visum indien: a. de vreemdeling niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onverminderd artikel 9, tweede lid, dan wel niet voldoet aan artikel 10, eerste lid, of b. het reisdocument zijn geldigheid zal verliezen binnen drie maanden, in bijzondere gevallen binnen een maand, na afloop van het ten hoogste toegestane verblijf. 2. Voorts kan een visum worden geweigerd indien: a. de vreemdeling een aanvraag om een verblijfsrecht heeft gedaan waarop nog niet is beslist, b. de vreemdeling voorafgaand aan diens visumaanvraag in een van de landen of openbare lichamen verblijf hield zonder daartoe geldige titel, c. de vreemdeling bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt of d. grond bestaat om aan te nemen dat de vreemdeling de verplichtingen verbonden aan het visum of het daarmee verband houdende verblijf niet zal nakomen; zulke grond bestaat in elk geval indien de vreemdeling de verplichtingen verbonden aan een eerder verleend visum of verblijfsrecht niet is nagekomen. Tweede Kamer, vergaderjaar , (R1915), nr. 2 4
5 Artikel De bevoegde autoriteit stelt de geldigheidsduur van het visum vast, kan daaraan overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 5, eerste lid, een verblijfstermijn verbinden en kan met het oog op de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen of met het oog op het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze rijkswet: a. het visum onder beperkingen verlenen, b. voorschriften aan het visum verbinden. 2. De bevoegde autoriteit kan een reeds verleend visum waarvan de geldigheidsduur of de op grond van artikel 5, eerste lid, daaraan verbonden verblijfstermijn niet is verstreken, wijzigen of intrekken indien de visumverlening onjuist was, gewijzigde omstandigheden zich tegen handhaving van het visum verzetten of de vreemdeling de aan het visum verbonden verplichtingen niet naleeft. Artikel 13 Indien het belang van de internationale betrekkingen betrokken kan zijn bij een besluit van de bevoegde autoriteit inzake visumverlening stelt de bevoegde autoriteit Onze Minister van Buitenlandse Zaken in de gelegenheid om zijn zienswijze aan de bevoegde autoriteit kenbaar te maken. De bevoegde autoriteit neemt diens zienswijze in acht bij zijn besluit. Paragraaf 4. Afgifte Artikel De bevoegde autoriteit brengt het visum aan in het reisdocument. Indien het reisdocument is afgegeven door een autoriteit van een niet als zodanig door het Koninkrijk der Nederlanden erkende staat of andere omstandigheden in de weg staan aan toepassing van de eerste volzin wordt het visum afzonderlijk verstrekt. 2. Onze Minister van Buitenlandse Zaken stelt het model van het visum vast. HOOFDSTUK III. OVERLEG Artikel Onze Minister van Buitenlandse Zaken en de bevoegde autoriteiten van de landen voeren regelmatig overleg over aangelegenheden die de toepassing van deze wet ten aanzien van de landen en de openbare lichamen betreffen. Het overleg is gericht op bevordering van de eenheid van het visumbeleid, in aanmerking genomen de belangen van de landen en de openbare lichamen. 2. Indien naar het oordeel van Onze Minister of de bevoegde autoriteiten ten aanzien van een aangelegenheid, bedoeld in het eerste lid, sprake is van ernstige bezwaren voor de buitenlandse betrekkingen, de eenheid van het visumbeleid, de doelmatigheid van de uitvoering of de belangen van de landen of de openbare lichamen en het overleg leidt niet tot overeenstemming dan kan het geschilpunt met overeenkomstige toepassing van paragraaf 2 van het Statuut voor het Koninkrijk aan de raad van ministers van het Koninkrijk worden voorgelegd. Tweede Kamer, vergaderjaar , (R1915), nr. 2 5
6 HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALINGEN Artikel 16 Het Besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten wordt ingetrokken. Artikel Een op grond van het Besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten verleend visum voor de toegang tot de landen of de openbare lichamen geldt als een visum, verleend op grond van deze rijkswet. 2. Op de behandeling van visumaanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze rijkswet blijft het recht dat voor dat tijdstip gold van toepassing. 3. De bij inwerkingtreding van deze rijkswet geldende landsregelgeving met betrekking tot onderwerpen die bij deze rijkswet ter regeling aan landsregelgeving is overgelaten, geldt vanaf inwerkingtreding van deze rijkswet ten aanzien van die onderwerpen als landsregelgeving ingevolge deze rijkswet. Bepalingen die niet verenigbaar zijn met deze rijkswet of met het door Onze Minister van Buitenlandse Zaken bepaalde krachtens deze rijkswet blijven buiten toepassing. Artikel 18 Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor invoering van de verschillende artikelen of onderdelen voor de afzonderlijke landen of openbare lichamen verschillend kan worden vastgesteld. Artikel 19 Deze rijkswet wordt aangehaald als: Rijksvisumwet. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven De minister van Buitenlandse Zaken, Tweede Kamer, vergaderjaar , (R1915), nr. 2 6
2017 no. 6 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA
2017 no. 6 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA RIJKSWET van 23 augustus 2016, houdende bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) (Stb. 2016, 320)
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2017 No. 16 Besluit van 27 februari 2017 tot afkondiging van de Rijkswet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met het van rechtswege
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 29 874 (R 1777) Goedkeuring en uitvoering van de op 17 december 1991 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van artikel 63 van het Verdrag
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 222 Rijkswet van 18 april 2002 tot aanpassing van enige onderdelen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet van 21 december
Voorstel van wet. Artikel I. De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3 komt te luiden:
Wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie betreffende de vereisten gesteld aan de beginseltoestemming, de leeftijdscriteria, de bijdrage in de kosten van het gezinsonderzoek, enige
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 829 Wet van 16 december 2010 tot tweede aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 397 27 844 Regels inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat kan worden gebruikt bij een geneeskundige behandeling (Wet veiligheid
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 23029(R1461) Wijzigïng van de Rijkswet op het Nederlanderschap Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 238 Wijziging van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met het wettelijk regelen van kwaliteitseisen
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 153 Wet van 14 maart 2002, houdende regeling van het conflictenrecht inzake de familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming (Wet
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 975 (R 1821) Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 en enige andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de Rijksoctrooiwet 1995 van 2006
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming
Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming (Wet op de loonvorming [Versie geldig vanaf: 17-02-1999]) Geschiedenis: Staatsblad 1997, 63;Staatsblad
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2018 2019 35 108 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) nr. 2017/1129
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015-2016 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) A herdruk 1 GEWIJZIGD
32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête
T WEEDE K AMER DER STATEN- 2 G ENERAAL Vergaderjaar 2010-2011 32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix,
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2006 2007 30 541 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de beëindiging van de bekostigingsrelatie
Voorstel van wet. Artikel I. De Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden:
Wijziging van de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2012-2013 33 428 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de intrekking van het stelsel van handel in NOx-emissierechten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet in verband met de samenloop van de vordering op de boedel ingeval van noodregeling, surseance van betaling en faillissement en de
L181) en van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de
TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2012-2013 33 466 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met de vaststelling van Verordening (EU) nr. 600/2012
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 234 28 887 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de in beginsel tijdelijke invoering van een omzetbelastingregeling
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 9 Wet van 21 december 2000 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de openstelling van het huwelijk voor personen
http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken
http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_/afdrukken Page 1 of 5 Wet financiering decentrale overheden (Tekst geldend op: ) Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 313 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met wijzigingen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.
Wet van houdende wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg, de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 444 Wet van 6 november 2003 tot uitvoering van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 betreffende
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
FKONDIGINGSLD VN SINT MRTEN Jaargang 2014 No. 18 esluit van de 21 ste januari 2014 tot afkondiging van de Rijkswet van 18 december 2013 tot wijziging van de Paspoortwet in verband met een andere status
