Inventaris Onroerend (Bouwkundig) Erfgoed I. Inleiding II. Vaststelling: algemeen III. Vaststelling: juridisch kader IV. Vaststelling: procedure V. Vaststelling: rechtsgevolgen VI. Methodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed (Ministerieel Besluit) 1ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
I. Inleiding Er zijn vier verschillende instrumenten om het behoud van onroerend erfgoed te verzekeren: 1) Bescherming 2) Vaststelling 3) Opname in een onroerenderfgoedrichtplan 4) Opname in een erfgoedlandschap 2ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
II. Vaststelling: algemeen Sinds 2009 wordt de inventaris van het bouwkundig erfgoed jaarlijks vastgesteld. De Inventaris van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen geeft een overzicht van erfgoedobjecten in Vlaanderen, opgedeeld per gemeente. De inventaris bevat erfgoedobjecten die waardevol zijn, maar niet beschermd. Ze krijgen hierdoor een aantal rechtsgevolgen. 3ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
II. Vaststelling: algemeen De visie op onroerend erfgoed evolueert en het Vlaamse patrimonium is onderhevig aan veranderingen zoals verbouwingen, sloop en adreswijzigingen. Daarom worden de inventarisgegevens jaarlijks geactualiseerd. De inventaris van het bouwkundig erfgoed bevat meer dan 80.000 relicten met een erfgoedwaarde. 4ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
II. Vaststelling: algemeen In de inventaris van het bouwkundig erfgoed vind je gebouwen van alle mogelijke typologieën, gebouwengroepen, complexen, bijhorende interieurs en interieurelementen, infrastructuur, klein erfgoed, straatmeubilair, monumentale beeldhouwwerken, enz. De inventaris bevat ook beschrijvingen van gehelen zoals straten, gehuchten, stadswijken, maar ook arbeiderswijken, begijnhoven en steenkoolmijnen. 5ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
II. Vaststelling: algemeen De informatie in deze inventaris komt hoofdzakelijk uit het grootschalige inventarisproject Bouwen door de Eeuwen Heen in Vlaanderen. Deze campagne loopt nog. Daarnaast zijn er ook een aantal thematische inventarisatiecampagnes die inspelen op een maatschappelijke nood of een actueel thema, zoals sociale woningbouw en reclamemuurschilderingen. https://inventaris.onroerenderfgoed.be/ 6ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
III. Vaststelling: juridisch kader Decreet betreffende het onroerend erfgoed van 12 juli 2013 ("het Onroerenderfgoeddecreet") Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 van 16 mei 2014 ("het Onroerenderfgoedbesluit) Beiden zijn op 1 januari 2015 in werking getreden. Voor het luik archeologie gebeurde dit gefaseerd sinds 1 januari 2016. Ministerieel besluit tot vaststelling van de inventarismethodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed van 17 juli 2015 7ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
III. Vaststelling: juridisch kader Het Onroerenderfgoeddecreet voorziet in totaal minstens zes vastgestelde inventarissen: 1) De inventaris van het bouwkundig erfgoed 2) De landschapsatlas 3) De inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde 4) De inventaris van historische tuinen en parken 5) De inventaris van de archeologische zones 6) De kaart van gebieden waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt 8ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
III. Vaststelling: juridisch kader De vastgestelde inventarissen zijn gebaseerd op de wetenschappelijke inventarissen. De minister kan deze inventarissen volledig vaststellen, ofwel een selectie ervan. Zo n vaststelling verloopt volgens een bepaalde procedure en heeft bepaalde en/of specifieke rechtsgevolgen, die verschillen van de procedure en de rechtsgevolgen van een bescherming. 9ADVOCO - Advocaat Luk Burgelman
III. Vaststelling: juridisch kader Hoe en waarom een item in een vastgestelde inventaris wordt opgenomen, is vastgesteld in een methodologie (cf. M.B. tot vaststelling van de inventarismethodologie van 17 juli 2015) Een vastgesteld inventarisitem kan door de gemeente, provincie of het Vlaams Gewest in een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) als basis gebruikt worden voor de afbakening van een erfgoedlandschap. Daarbij worden de maatregelen voor het behoud van de erfgoedwaarden en -kenmerken ingeschreven in de stedenbouwkundige voorschriften. 10
IV. Vaststelling: procedure Openbaar onderzoek Advies Beslissing 11
IV. 1. Procedure: openbaar onderzoek Vanaf 01/01/2015 organiseert het agentschap Onroerend Erfgoed bij elke vaststelling een openbaar onderzoek. Het agentschap Onroerend Erfgoed kondigt het openbaar onderzoek af, onder meer via een bericht in minstens drie Vlaamse kranten. Voor het openbaar onderzoek werkt het agentschap Onroerend Erfgoed samen met de gemeentebesturen. Die communiceren over de vaststelling op het gemeentelijke prikbord en op de gemeentewebsite. 12
IV. 1. Procedure: openbaar onderzoek Tijdens het openbaar onderzoek kan iedere burger opmerkingen of bezwaren formuleren over zogenaamde feitelijkheden. Feitelijkheden? B.v. fouten in het gegeorefereerd plan, in de naam van het goed of in de erfgoedkenmerken (typologie, stijl, cultuur, datering, materiaal, biologische soort, thema,...). 13
IV. 2. Procedure: advies De minister wint advies in bij de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE). De VCOE volgt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) en de Expertencommissie Onroerend Erfgoed op. De nieuwe commissie zal advies verlenen over diverse aspecten van het onroerenderfgoedbeleid zoals het vaststellen van inventarissen, het beschermen van onroerend erfgoed en het wijzigen, omzetten of opheffen van beschermingsbesluiten. 14
IV. 2. Procedure: advies De VCOE bestaat uit eenentwintig leden, waarvan veertien leden met expertise in minstens één van de disciplines van onroerend erfgoed (monumenten/bouwkundig erfgoed, landschappen of archeologie) en zeven leden uit het maatschappelijk middenveld met expertise inzake onroerend erfgoed. 15
IV. 3. Procedure: beslissing Na het advies en rekening houdend met de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend stelt de minister de inventaris vast. Dat doet hij met een ministerieel besluit. Dat besluit treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad of op de datum van inwerkingtreding die in het Ministerieel Besluit is opgenomen. 16
V. Vaststelling: rechtsgevolgen Algemene rechtsgevolgen Specifieke rechtsgevolgen 17
V. 1. Algemene rechtsgevolgen De algemene rechtsgevolgen gelden voor elke vastgestelde inventaris. 1) Zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden 2) Informatieplicht bij de eigendomsoverdracht 18
V. 1. 1. Zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden Administratieve overheden (een gemeente, een OCMW, overheidsdienst, provincie, ) moeten zo veel mogelijk zorg in acht nemen voor vastgestelde inventarisitems. Voor alle eigen werken of activiteiten moeten ze onderzoeken of ze een directe impact hebben op geïnventariseerd erfgoed. Ze moeten ook motiveren welke maatregelen je hebt genomen aan de zorgplicht te voldoen. 19
V. 1. 2. Informatieplicht bij de eigendomsoverdracht Eigenaar van een goed of een deel ervan dat is opgenomen in een vastgestelde inventaris. Verkopen of verhuren voor meer dan 9 jaar? Inbrengen in een vennootschap? Een erfpacht- of opstalrecht overdragen? De eigendom op een andere manier overdragen? De eigenaar of de notaris moeten in de overeenkomst of de akte vermelden dat het een goed is opgenomen in een vastgestelde inventaris en welke de rechtsgevolgen zijn. Uitzondering: de informatieplicht is niet van toepassing op schenkingen. 20
V. 1. 2. Informatieplicht bij de eigendomsoverdracht De informatieplicht geldt dus voor items uit al onze inventarissen die zijn vastgesteld. Let op! Definitief aangeduide ankerplaatsen worden volgens overgangsbepaling in art. 12.3.15. van het Onroerenderfgoeddecreet ook beschouwd als vastgestelde items in de inventaris Landschapsatlas. Voor aangeduide ankerplaatsen geldt dus ook een informatieplicht. 21
V. 1. 2. Informatieplicht bij de eigendomsoverdracht Of je onroerend goed opgenomen is in een vastgestelde inventaris, kan je nagaan op het geoportaal. https://geo.onroerenderfgoed.be Geoportaal is een actuele digitale kaart van Vlaanderen waarop je kan doorklikken naar de databank van beschermde goederen en van inventarisitems. 22
V. 2. Specifieke rechtsgevolgen Naast de zorgplicht, de motiveringsplicht en de informatieplicht heeft elke inventaris zijn eigen specifieke rechtsgevolgen. M.b.t. de inventaris van het bouwkundig erfgoed geldt de zorgplicht voor administratieve overheden enkel voor bouwkundig erfgoed dat na een openbaar onderzoek is opgenomen in de vastgestelde inventaris, niet voor bouwkundig erfgoed dat in de periode 2009-2014 werd vastgesteld. Hieraan was namelijk geen openbaar onderzoek verbonden. 23
V. 2. Specifieke rechtsgevolgen Voor vastgesteld bouwkundig erfgoed gelden specifieke rechtsgevolgen, die ook zijn ingebed in andere wetgevingen. 24
V. 2. Specifieke rechtsgevolgen 1) Voor gebouwen uit de vastgestelde lijst kan je een afwijking vragen van de normen voor energieprestatie en binnenklimaat als dat nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te houden (het Energiedecreet van 8 mei 2009). 25
V. 2. Specifieke rechtsgevolgen 2) Zonevreemde gebouwen uit de vastgestelde lijst kunnen gemakkelijker een nieuwe functie krijgen. Zo is het mogelijk dat een hoeve in agrarisch gebied een functie krijgt die niet agrarisch is (Besluit van 28 november 2003, art. 10). 26
V. 2. Specifieke rechtsgevolgen 3) Wie een gebouw wil afbreken, heeft een stedenbouwkundige vergunning nodig van de gemeente. Voor gebouwen uit de vastgestelde inventaris moet bij de aanvraag van de sloopvergunning bijkomend fotomateriaal ingediend worden dat de huidige staat van het pand aantoont. De gemeente kan de sloopvergunning alleen uitreiken nadat ze advies heeft gevraagd over de erfgoedwaarde van het gebouw. 27
V. 2. Specifieke rechtsgevolgen 3) Dit advies voor sloop vraagt ze aan het agentschap Onroerend Erfgoed, aan de bevoegde dienst van de eigen erkende onroerenderfgoedgemeente, of aan de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst waarvan de gemeente deel uitmaakt. Het advies is niet bindend. De vergunningverlener kan ervan afwijken, maar alleen als daar een goede reden voor is (Besluit van 28 mei 2004, art. 4 en 8 en 17 en 20, 6 en Besluit van 5 juni 2009, art. 1,1, g en Onroerenderfgoeddecreet art. 4.1.10). 28
V. 2. Specifieke rechtsgevolgen 4) Bij gebouwen in de inventaris wordt sociale huisvesting door renovatie gestimuleerd. In de sociale woningbouw geldt dat de kosten voor renovatie maximaal 80% van de prijs voor een nieuwbouw van dezelfde omvang mogen bedragen. Als de renovatiekosten hoger zijn, moet het gebouw worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Voor gebouwen uit de vastgestelde lijst geldt die 80%-regel niet en mag de renovatiekost dus hoger zijn (Besluit van 21 december 2012, art. 8, 2, tweede lid, 3 ). 29
VI. Methodologie voor de inventaris van bouwkundig erfgoed (Ministerieel Besluit) 1) Een korte beschrijving van de inventaris 2) De wijze van beschrijving van de erfgoedwaarden 3) Het afwegingskader dat gehanteerd wordt om het onroerend erfgoed te waarderen: a. de erfgoedwaarden b. de selectiecriteria 30
VI. 1. Een korte beschrijving van de inventaris De term bouwkundig erfgoed wordt gehanteerd in de meest ruime zin van het woord: elk type van gebouw of gebouwengroepen, complexen, met bijhorende interieurs en (onroerende) interieurelementen Naast de grote, monumentale gebouwen gaat er ook aandacht naar de meer bescheiden architectuur zoals woonhuizen, kapellen, ijskelders of duifhuizen. Ook typologieën zoals begraafplaatsen, infrastructuur, industrieel erfgoed, sociale huisvesting, monumentale beeldhouwwerken en straatmeubilair behoren tot het bouwkundig erfgoed. 31
VI. 1. Een korte beschrijving van de inventaris Het bouwkundig erfgoed wordt in context geplaatst en er is aandacht voor ensembles. Er is geen tijdslimiet waardoor ook jonge architectuur in aanmerking komt voor opname in de inventaris. Door nieuwe inzichten of door bijkomend onderzoek en doordat het erfgoed zelf ook evolueert, is de inventaris nooit volledig of afgerond, maar is ze continu in evolutie en wordt ze geactualiseerd en aangevuld. 32
VI. 2. De wijze van beschrijving van de erfgoedwaarden Bij het onderzoek voor opname van een onroerend goed in een inventaris wordt informatie op basis van verschillende soorten bronnen verzameld en kritisch getoetst. Het onderzoek heeft tot doel voldoende kennis te vergaren om de erfgoedwaarde van het onroerend goed te kunnen duiden. 33
VI. 2. De wijze van beschrijving van de erfgoedwaarden Op basis van dat onderzoek wordt het element of gebied beschreven waarbij aandacht is voor het ontstaan, de evolutie en de actuele toestand. Voor elk onroerend goed wordt een beschrijving gegeven op basis van de erfgoedwaarde, de erfgoedkenmerken en de erfgoedelementen. Bij het onderzoek worden, als die beschikbaar en relevant zijn, de volgende bronnen geraadpleegd: 34
VI. 2. De wijze van beschrijving van de erfgoedwaarden Het onroerend goed zelf als bron Cartografische bronnen Inventarissen en databanken Geschreven bronnen Iconografische bronnen Literatuur Mondelinge bronnen 35
VI. 3. Het afwegingskader dat gehanteerd wordt om het onroerend goed te waarderen Om een gedegen afweging te maken of een onroerend goed kan worden opgenomen in de inventaris, wordt rekening gehouden met de erfgoedwaarden en de selectiecriteria. Die waarden en criteria worden niet afzonderlijk beschouwd. De totale beoordeling vormt het uitgangspunt voor de evaluatie. 36
VI. 3. Het afwegingskader dat gehanteerd wordt om het onroerend goed te waarderen Voor de opname in de inventaris wordt rekening gehouden met de geografische of de thematische context. Bij deze beoordeling wordt steeds een relevantie voor Vlaanderen voor ogen gehouden. 37
VI. 3. a. De erfgoedwaarden Het volstaat dat een onroerend goed één van de dertien decretaal bepaalde erfgoedwaarden bezit om opgenomen te worden in de inventaris. Vaak gaat het echter om een combinatie van verschillende erfgoedwaarden die elkaar aanvullen. Op basis van het voorgaande beschreven onderzoek wordt nagegaan aan welke erfgoedwaarde(n) het onroerend goed voldoet. 38
VI. 3. a. De erfgoedwaarden Archeologische waarde Architecturale waarde Artistieke waarde Culturele waarde Esthetische waarde Historische waarde Industrieel-archeologische waarde Technische waarde Ruimtelijk-structurerende waarde Sociale waarde Stedenbouwkundige waarde Volkskundige waarde Wetenschappelijke waarde 39
VI. 3. b. De selectiecriteria De selectiecriteria worden bijkomend gebruikt om te wegen of een onroerend goed al dan niet wordt opgenomen in de inventaris. Een onroerend goed kan geselecteerd worden voor opname als het aan verschillende criteria tegemoetkomt, maar het kan ook in aanmerking komen voor opname als het in hoge mate aan slechts één criterium tegemoetkomt. 40
VI. 3. b. De selectiecriteria Zeldzaamheid Herkenbaarheid Representativiteit Ensemblewaarde Contextwaarde 41
Vragen? info@advoco.be www.advoco.be 42