Oma Pleuntje en opa Joep Voorpublicatie uit: Wiebeltand van Isabelle de Ridder en Monique Dozy Clavis Uitgeverij (verschijnt voorjaar 2017). Al eerder verschenen: Pleuntje (maart 2016) en Joep (september 2016) De illustratie en het lesidee bij dit verhaal staan ook op www.isabellederidder.nl
Oma Pleuntje en opa Joep Pleuntje en Joep zitten op hun knieën voor de verkleedkist op Pleuntjes kamer. Pleuntje draagt een grappig hoedje en een bril. Joep heeft een grote jas aan en een snor opgeplakt. Hij zoekt verder in de kist. Ik wil ook een hoed, zegt hij. Pleuntje zoekt mee, ze grijpt onder in de kist en trekt een geblokte platte pet omhoog. Kijk, hier heb ik een mooie. Deze is van de opa van papa geweest. Die was echt heel oud, maar nu is hij dood en hebben wij de pet. Joep bekijkt de pet en zet hem op. Nu ben ik een opa. Pleuntje kijkt met een schuin hoofd naar Joep. Bijna, je moet nog een bril. Hoezo? vraagt Joep. Pleuntje grabbelt alweer in de kist. Omdat alle opa s en oma s een bril hebben. Onder in de bak vindt ze een dikke zwarte. Hebbes! Joep zet de bril op. Pleuntje lacht. Ja, nu ben je een goede opa. En ben jij dan een oma? Joep staat op en loopt naar de spiegel. Als hij zichzelf ziet, moet hij ook lachen. Ja! Dan ben ik de oma! Wacht, ik moet nog schoenen, zegt Pleuntje, en een ketting en een tas. Met een parelketting, een zwarte damestas en schoenen met hakken loopt Pleuntje stapje voor stapje naar Joep. Samen kijken ze naar de opa en oma in de spiegel. Dag opa Joep, zegt Pleuntje met een soort kraakstem. Hoe gaat het met u? Joep doet ook een andere stem. Hij probeert heel laag te praten. Goed hoor, oma Pleun. Wat gaan we doen? Waar is mijn schoen? Waarom vraag je dat? Joep kijkt Pleuntje aan. Nee, ik zei: Wat gaan we doen? Ja, dat weet ik wel. Maar oma s niet. Die horen niet zo goed. O ja, zegt Joep. En opa s kunnen niet zo snel lopen. Joep bukt iets voorover en schuifelt door de kamer. Pleuntje doet hetzelfde en waggelt achter Joep aan. Weet je wat we kunnen doen? zegt ze met haar omastem. We maken een toneelstukje. Papa en mama zitten al klaar op de bank. Joep en Pleuntje staan achter de gangdeur. Weet je alles nog? vraagt Pleuntje. Voorpublicatie uit: Wiebeltand van Isabelle de Ridder en Monique Dozy Clavis Uitgeverij (verschijnt voorjaar 2017) 1
Joep knikt. Hij wiebelt met de roze toverstok van Pleuntje die hij zo als wandelstok gebruikt. Oké. Pleuntje doet de gangdeur langzaam open. Dan gaat het toneelstukje nu beginnen. Papa klapt hard. Nog niet, zegt Pleuntje. Klappen is pas aan het eind. Joep en ik moeten eerst beginnen. Papa doet snel z n armen over elkaar. Natuurlijk. Ik ben er helemaal klaar voor. Hoe heet jullie toneelstuk? Oma Pleuntje en opa Joep, zegt Joep. Pleuntje knikt. Dan gaan we nu beginnen. Ze kijkt naar Joep. Hij kijkt ook en knikt. Opa Joep, zegt Pleuntje met haar kraakstem, we kunnen eten. Het is zes uur. Joep bukt iets naar voren, leunt op de roze stok en schuifelt naar Pleuntje. Wat zeg je? Is het eten zuur? vraagt hij met zijn opastem. Pleuntje lacht. Joep zegt het zo grappig. Dit hoort er niet bij, hoor, zegt ze snel tegen papa en mama. Ze gaat verder met haar omastem. Nee, opa Joep, het eten is niet zuur. Het eten is klaar. Joep schuifelt dichterbij. Ah, het eten is gaar. Fijn, ik heb honger. Wat eten we, oma Pleuntje? Pleuntje giechelt weer. Ze probeert niet naar Joep te kijken anders moet ze lachen. Snel gaat ze verder. Ik ben vergeten wat we eten, opa Joep. Ik zal eens even kijken. Pleuntje loopt naar de lage tafel. Ze schuift haar bril hoger op haar neus en bukt om dicht naar de zogenaamde borden te kijken. Ze komt omhoog. We eten vandaag frietjes! Wat? bromt opa Joep. Bietjes? Daar heb ik geen trek in. En Joep draait zich om. Einde! roept Pleuntje. Papa lacht en klapt hard. Mama klapt ook. Joep, buigen, zegt Pleuntje zacht. Pleuntje geeft Joep een hand en samen buigen ze voor het publiek. Wat een fantastisch toneelstuk, zegt papa. Over een hele oude opa en oma, leuk hoor. Ja, zegt mama, maar deze opa en oma waren wel echt heel oud. Pleuntje knikt. Niet zoals jullie eigen opa s en oma s, toch? gaat mama verder. Pleuntje denkt even na. Ineens gaat de achterdeur open. Joehoe! horen ze. Is er iemand thuis? Oma! roept Pleuntje. En opa! We zijn allemaal thuis. Joep ook. Pleuntje huppelt naar de achterdeur en geeft oma een knuffel. Voorpublicatie uit: Wiebeltand van Isabelle de Ridder en Monique Dozy Clavis Uitgeverij (verschijnt voorjaar 2017) 2
Ha kind, oma strijkt over haar wang. We zijn een stukje aan het fietsen en waren in de buurt, dus we dachten: we komen even op bezoek. Opa tilt Pleuntje op. Even onze lieve meid een kus geven. Papa loopt naar de keuken en vraagt: Iedereen koffie? Lekker, antwoordt oma. Ze kijkt naar Pleuntje en Joep. Maar wat zien jullie er prachtig uit. Jullie zijn verkleed. Pleuntje gaat naast Joep staan en wijst. Wij zijn oma Pleuntje en opa Joep. Oma schuift aan de eettafel. Jullie zijn prachtig. Jullie zijn eigenlijk opa en mij. Pleuntje en Joep knikken. Mama komt erbij. Nou, niet helemaal, toch, Pleun? De opa en oma die jullie spelen, zijn echt al heel oud. Ze kunnen niet goed lopen. Ineens maakt opa een grappig sprongetje. Nou, dat kan deze opa nog wel, hoor. Ja en ze kunnen niet goed zien, gaat Pleuntje verder. Klopt ook niet, zegt opa. Ik heb nog helemaal geen bril nodig. Pleuntje wijst. Maar oma wel. Dat klopt, zegt oma, maar die bril heb ik al van kinds af aan. En de opa en oma konden ook niet goed horen, gaat Joep verder. Opa houdt zijn oren vast. Deze werken nog prima, hoor. Behalve dat oma me soms de oren van het hoofd kletst. Opa knipoogt naar Pleuntje. Ze lacht. Wat is opa toch grappig. Je hebt gewoon een hele vlotte opa en oma, Pleuntje, zegt mama. Ze zijn zelfs op de fiets. Pleuntje kijkt van oma naar opa. Het klopt wat mama zegt. Oma Loes en opa Cees lijken nog helemaal niet zo oud. Ze weet ook dat opa nog weleens op de racefiets stapt. En oma gaat naar gym. Pleuntje wriemelt aan de parelketting. Maar zijn ze dan wel een echte opa en oma? Vergeten jullie weleens wat? vraagt Pleuntje. Oude mensen vergeten dingen. Toen ik oma Pleuntje was, wist ik niet meer wat we gingen eten. Oma denkt na. We vergeten weleens wat, hè opa? Maar niet meer dan jonge mensen, denk ik. Papa steekt z n hoofd om de hoek van de keuken. Loes, heb jij nu melk of suiker in je koffie? Ik vergeet het steeds. Oma lacht. Zie je wel, zegt ze. Jouw papa vergeet ook weleens wat. Dat is waar, denkt Pleuntje. Maar ben je niet alleen een echte opa en oma als je heel oud bent? Als je niet meer zo goed kunt horen en kunt lopen? Pleuntje wil het aan mama vragen Voorpublicatie uit: Wiebeltand van Isabelle de Ridder en Monique Dozy Clavis Uitgeverij (verschijnt voorjaar 2017) 3
maar ineens denkt ze aan iets anders. De nieuwe ijskraam in de Dorpstraat, dat moet ze nog aan oma vertellen. Oma is gek op ijs en Pleuntje ook. Oma, oma! Ze tikt op oma s arm. Er is iets nieuws in de Dorpstraat. Iets heel leuks. O, echt? vraagt oma. Wat dan? Pleuntje zet haar handen in haar zij. Op het plein staat een nieuwe ijskraam! Zo, dat zal oma leuk vinden. Maar oma kijkt verbaasd. Een nieuwe hijskraan? vraagt ze. Vind jij dat zo leuk dan? Ik wist niet dat ze daar aan het bouwen waren. Pleuntje kijkt naar Joep, die lacht en mama grinnikt achter haar hand. Oma kijkt rond. Wat? Wat is er? Pleuntje springt naar voren en geeft oma een knuffel. O, oma, ik ben zo blij dat jij toch ook al een beetje oud bent! Al eerder verschenen: Voorpublicatie uit: Wiebeltand van Isabelle de Ridder en Monique Dozy Clavis Uitgeverij (verschijnt voorjaar 2017) 4