MELDING ACTIVITEITENBESLUIT

Vergelijkbare documenten
Melding Activiteiten besluit Milieubeheer + OBM

Melding Activiteitenbesluit milieubeheer

MELDING ACTIVITEITENBESLUIT & OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS (OBM)

Melding Activiteitenbesluit milieubeheer

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING WABO

Melding Activiteitenbesluit milieubeheer

Melding Activiteitenbesluit milieubeheer

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

Aanvraag Omgevingsvergunning

TOELICHTING OP AANVRAAG

Bijlage 2 Milieuneutraal veranderen

Beoordeling omgevingsvergunning beperkte milieutoets

BIJLAGEN OBM Melkvee- en loonbedrijf De Molswaerd Heulenslag 36 A 2971 VG BLESKENSGRAAF. Projectleider Bouw Rundvee C. de Ruijter

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING. Aanvrager: Nieuw Scheurlink VOF Eibergseweg 7/7a 7156 NR BELTRUM

Ontwerp besluit UV

Vormvrije m.e.r. versie 30 november 2016

AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.- BEOORDELING. VAN: Mts. K. en M. en K. Hellinga Hegedyk BN Wytgaard

Bijlagen bij de aanvraag

Bijlagen Obm. Rasing - Kuijpers V.O.F. Kanaalstraat RP LIESSEL. Locatie: Kanaalstraat RP LIESSEL

Programma. Activiteitenbesluit. Introductie Activiteitenbesluit (landbouw) Inhoud. Landbouwbedrijven in het Activiteitenbesluit

Gemeente Barneveld Raadhuisplein 2 tel: (0342) Postbus 63 fax: (0342) AB BARNEVELD

ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS (OBM)

BESCHIKKING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT Milieu Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

VORMVRIJE MER-BEOORDELING

Advies lucht. Intern Advies

Te verwachte ontwikkelingen Activiteitenbesluit Beste beschikbare technieken Naam document Jaartal

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING WABO

Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets Vormvrije mer-beoordeling Fijn stof Tevens toelichting op melding op grond van het Activiteitenbesluit

OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS

WET MILIEUBEHEER aanvraag vergunning Agrarische sectortevens

Inhoud. Activiteitenbesluit agrarische activiteiten. Landbouwinrichtingen type B. Introductie Activiteitenbesluit (landbouw)

Aanmeldnotitie MER. voor de inrichting gelegen aan. Klateringerweg 14 te Zwiggelte

Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets MeR-beoordeling. Tevens toelichting op melding op grond van het Activiteitenbesluit

VORMVRIJE MER-BEOORDELING

Programma. Activiteitenbesluit agrarische activiteiten RWS Leefomgeving Kenniscentrum InfoMil Waldo Kaiser. Inhoud

Onderzoek geurbelasting Wet geurhinder en veehouderij. Schaiksedijk 12, Riethoven

Toelichting op aanvraag om omgevingsvergunning activiteit milieu. Locatie: Beitelweg 7 en 7a 3882 MT PUTTEN

Locatie: Bloemenkamp PP BEEMTE BROEKLAND. Auteur: J.G.P. (Sjaak) van Schaik Versie: 2

Agrarische inrichtingen en het Activiteitenbesluit. Paul Bodden Hekkelman Advocaten N.V.

Drachten, Kenmerk Zaaknummer Behandeld door 15 juni /cor Z Wiebe Jan Dijk

Omgevingsvergunning OV

Bijlage aanvraag omgevingsvergunning

Agrarische inrichtingen en het Activiteitenbesluit. Paul Bodden Hekkelman Advocaten

Omgevingsvergunning Wabo

Aanvullende gegevens WABO Voor de activiteit milieu

4.3. Fijn stof en NO 2

Achterstraat 13a en 15, Randwijk

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal; Directie Duurzaamheid

Versie : 1.0 Datum : 24 oktober Onderzoek milieuzonering en geur ontwikkeling locatie Vordenseweg 7 in Ruurlo

RAPPORT GEUR ONDERZOEK GEUR EN GEURONDERBOUWING

BESCHIKKING VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN THOLEN

O M G E V I N G S V E R G U N N I N G U I T G E B R E I D E P R O C E D U R E (1 e fase)

Geuronderzoek Kleingouw 216 Andijk. (gemeente Medemblik)

Geuronderzoek Koninginnelaan 158. (gemeente Soest)

ONTWERP VERORDENING GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ GEMEENTE OOSTERHOUT 2016

Het Veluws Ontwerpburo heeft Omgeving Manager opdracht gegeven de bovengenoemde aspecten te onderzoeken.

AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

Transcriptie:

MELDING ACTIVITEITENBESLUIT MILIEUBEHEER & OBM Aanvrager: De Gunnink Orvelterveld 3 9441 TG ORVELTE Opdrachtgever: De Gunnink Orvelterveld 3 9441 TG ORVELTE Datum: 15 juni 2017 Uitvoerende: De heer ing. B.H. Wopereis VanWestreenen, Adviseurs voor het buitengebied te Lichtenvoorde

MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 2

INHOUDSOPGAVE Uitwerking van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer & OBM voor het agrarische bedrijf van De Gunnink gelegen aan het Orvelterveld 3 te Orvelte. Gegevens aanvrager... 4 Gegevens inrichting... 4 1. Algemeen... 5 2. Bestaande vergunningen/meldingen... 6 3. Vergunde veebezetting... 6 4. Aangevraagde veebezetting c.q. activiteit... 7 5. Activiteitenbesluit... 8 6. RIE... 8 7. Besluit milieueffectrapportage... 9 8. Beoordeling geur... 9 9. Beoordeling ammoniak... 12 10. Luchtkwaliteit... 14 11. Geluid... 16 12. Energie... 18 13. Water... 18 14. Koelinstallatie... 19 15. Opslag grond- en hulpstoffen... 19 16. Afvalstoffen... 20 17. Mest... 21 18. Ruwvoer... 21 19. Bodem... 21 20. Metingen en registratie... 22 21. Brandveiligheid... 22 22. Overige vergunningen en/of meldingen die van toepassing zijn... 22 23. Toekomstige ontwikkelingen... 23 24. Nadere gegevens... 23 25. Bijlagen... 23 MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 3

Gemeente: Midden-Drenthe MELDING ACTIVITEITEN BESLUIT & OBM Gegevens aanvrager Naam van de aanvrager De heer J.F. Brinke Postadres Orvelterveld 3 Postcode 9441 TG Plaats ORVELTE Telefoon 0591-382195 Telefax - Gegevens inrichting Naam inrichting De Gunnink Adres Orvelterveld 3 Postcode 9441 TG Plaats ORVELTE Kadastrale ligging: Gemeente Westerbork Sectie C Nummer 3181, 2992 Contactpersoon Dhr. J.F. Brinke (eigenaar veehouderij) Dhr. Ing. B.H. (Barry) VanWestreenen adviseurs Telefoon 0591-382195 Aard van de inrichting Gemengd agrarisch bedrijf (melkrundvee & legkippen) MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 4

1. Algemeen 1a. Korte beschrijving activiteiten Het in werking hebben van een gemengde veehouderij met de volgende activiteiten: Het exploiteren van een melkrundveehouderij; Het exploiteren van een biologische pluimveehouderij; Het opslaan van: o Veevoeders in de daarvoor bestemde voersilo s o Ruwvoer in de daarvoor bestemde sleufsilo en kuilvoerplaten o Stro, hooi en zaagsel o Drijfmest in de kelders onder de stallen o Drijfmest in een afgedekte mestsilo o Vaste mest in stallen en op een daarvoor bestemde plaat o Pluimveemest in een daarvoor bestemde loods (gedurende maximaal 2 weken) o Kadavers in de daarvoor bestemde ton o Medicijnen ten behoeve van de diergezondheid o Reinigingsmiddelen ter preventie van dierziekten o Bestrijdingsmiddelen (onkruid- en ongedierte bestrijding) o Smeerolie in cans o Dieselolie in een daarvoor bestemde tank Het in gebruik hebben van: o Diverse stallen voor het houden van melkrundvee en pluimvee o Een pluimveestal met voorruimte/ eieropslag/ hygiënesluis o Diverse berging en opslagruimtes o Diverse staande voersilo s o Een mestsilo o Een mestloods o Een bedrijfswoning 1b. Korte beschrijving wijzigingen (in hoofdlijnen) Het wijzigen van de pluimvee-tak: o Het buiten gebruik stellen van een bestaande scharrelstal voor legkippen o Het oprichten van een nieuwe pluimveestal + wintergartens en uitloop voor het houden van biologische legkippen met Skal-erkenning Het wijzigen van de melkrundvee-tak: o Het aantal stuks melk- & kalfkoeien en jongvee neemt toe in bestaande stallen Het actualiseren van de vergunning; Het optimaliseren van de bedrijfsvoering. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 5

2. Bestaande vergunningen/meldingen Soort vergunning Datum Nummer Revisievergunning Wm 25 januari 2011 - Revisievergunning Wm 4 december 2007-3. Vergunde veebezetting Voor onderhavige veehouderij is op 25 januari 2011 een revisievergunning ingevolge de Wet milieubeheer verleend. Op grond van deze vergunning mogen de onderstaande dieraantallen gehouden worden: Tabel 1 Overzicht vergunde bedrijfsopzet 2011 MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 6

4. Aangevraagde veebezetting c.q. activiteit 4a. Overzicht veebezetting In de onderstaande tabel is de gevraagde / gewenste veebezetting weergegeven. Een plattegrondtekening van de gewenste bedrijfsopzet is als bijlage 1 aan deze aanvraag toegevoegd. Tabel 2 Overzicht gewenste bedrijfsopzet 2017 Een beschrijving van het BWL-systeem is als bijlage 2 in deze toelichting opgenomen. De 15.000 legkippen worden conform de biologische productiemethode SKAL gehouden. Het SKALcertificaat hiervan is toegevoegd als bijlage 3. 4b. Maatregelen volksgezondheid Binnen het gemengde bedrijf worden de volgende maatregelen getroffen in het kader van de dieren volksgezondheid en om de verspreiding van dierziektes te voorkomen: De pluimveetak en melkrundveetak zijn fysiek van elkaar gescheiden; Binnen de veehouderij wordt slechts één intensieve diersoort gehouden; Professionele begeleiding door adviseurs, dierenarts en voerleverancier; Er wordt per jaar een bedrijfsbehandelingsplan op het gebied van het gebruik van diergeneesmiddelen opgesteld in samenwerking met de begeleidende dierenarts; De begeleidend dierenarts bezoekt iedere maand het bedrijf; Jaarlijks is er extra controle op de algehele gezondheidsstatus van het bedrijf; Strikte hygiënemaatregelen: o schone vuile weg principe o iedere bezoeker krijgt bedrijfskleding o pluimveestal wordt betreden via hygiënesluis. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 7

5. Activiteitenbesluit Op 1 januari 2008 is Activiteitenbesluit in werking getreden. Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit uitgebreid met agrarische activiteiten. In het besluit zijn algemene regels opgenomen voor bedrijven die onder de Wm vallen en voorheen een milieuvergunning nodig hadden. Het Activiteitenbesluit maakt onderscheid tussen 3 categorieën bedrijven; type A, B en C. Type A bedrijven moeten zich houden aan de regels van het Activiteitenbesluit maar zijn niet meldingsplichtig ten aanzien van hun activiteiten. Type B bedrijven zijn wel meldingsplichtig ten aanzien van hun activiteiten. Voor type C bedrijven geldt dat zij (voor het onderdeel milieu) nog steeds een omgevingsvergunning moeten aanvragen. De vergunningsplicht (type C bedrijven) blijft gelden voor bedrijven met meer dan 1 : IPPC bedrijf: 40.000 stuks pluimvee (Rav. cat. E 3 t/ m E 5); 200 stuks melk- & kalfkoeien (Rav. cat. A1); 140 stuks vrouwelijk jongvee (Rav. cat. A3). In de gewenste bedrijfsopzet wordt de grens van 40.000 pluimvee en 200/140 stuks melkrundvee niet overschreden, hierdoor is sprake van een type B inrichting. Een OBM is vereist voor het aspect MeR-beoordeling en luchtkwaliteit. 6. RIE Vanaf 1 januari 2013 is de Europese richtlijn industriële emissies (RIE) in de Nederlandse milieuwetgeving geïmplementeerd (richtlijn 2010/75/EU, PbEU L334). De RIE geeft milieueisen voor de installaties die genoemd staan in de bij de richtlijn behorende bijlage I. Wanneer een installatie daar genoemd is, spreken we van een IPPC-installatie. Voor veehouderijen vallen de volgende installaties onder de werking van de RIE: meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee, meer dan 2.000 plaatsen voor vleesvarkens (van meer dan 30 kg) of, meer dan 750 plaatsen voor zeugen. In onderhavige situatie worden 15.000 stuks pluimvee aangevraagd. De IPPC-richtlijn / RIE is hierdoor niet van toepassing (<40.000 pluimvee). Onderhavige veehouderij valt hierdoor niet onder de werkingssfeer van de IPPC-richtlijn / RIE. 1 Omwille de relevantie zijn niet alle diercategorieën genoemd uit het Activiteitenbesluit. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 8

7. Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage (hierna Besluit m.e.r.) is in onderdeel C van de bijlage onder categorie 14 opgenomen wanneer voor de activiteit het fokken, mesten of houden van dieren een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport geldt. Dit is het geval bij het oprichten en/ of uitbreiden en/of wijzigen van een installatie met meer dan: 85.000 stuks mesthoenders (Rav cat. E 3 t/m 5); 60.000 stuks hennen (Rav cat. E 1 en E2). Verder is in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. onder categorie 14 opgenomen dat, in de aangegeven situaties, een milieueffectrapport moet worden opgesteld wanneer de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit geldt voor het oprichten en/ of uitbreiden en / of wijzigen van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren 2 met meer dan: 40.000 stuks pluimvee (Rav1 cat. E, F, G en J); 200 stuks melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar (Rav cat. A 1 en A 2); 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 3). In de huidige aanvraag is er sprake van het uitbreiden en wijzigen van een installatie, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., met maximaal 15.000 hennen (Rav cat. E 2), 25 stuks melk- & kalfkoeien (Rav cat. A 1) en 45 stuks vrouwelijk jongvee (Rav cat. A 3). In de aangevraagde situatie worden de, in de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r., genoemde dieraantallen niet overschreden. Hierdoor is de m.e.r.-plicht dan wel de m.e.r.-beoordeling niet van toepassing. 8. Beoordeling geur 8a. Diercategorieën met geuremissiefactoren (Activiteitenbesluit) In de bij de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) behorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) zijn per diersoort en per stalsysteem omrekenfactoren opgenomen, waarmee de geuremissie kan worden berekend. Met behulp van een rekenmodel kan aan de hand van deze geuremissie de geurbelasting in de omgeving worden bepaald. Deze geurbelasting wordt uitgedrukt in aantal odour units per kubieke meter lucht. De gemeente Midden-Drenthe is niet gelegen binnen een concentratiegebied. Conform artikel 2, eerste lid van de Rgv moet de geurbelasting berekend en getoetst worden met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunningen. De geurhinder moet volgens de Wgv worden bepaald zoals aangegeven in de artikelen 3 tot en met 9. 2 Omwille de relevantie zijn niet alle diercategorieën welke genoemd worden in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. onder categorie 14 opgesomd. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 9

In artikel 3, eerste lid, van de Wgv staat dat een vergunning voor een veehouderij wordt geweigerd indien de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object, gelegen: binnen een niet-concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 2,0 odour units per kubieke meter lucht; binnen een niet-concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 8,0 odour units per kubieke meter lucht. De gemeente Midden-Drenthe heeft echter voor het gebied waar de inrichting is gelegen een gemeentelijke verordening opgesteld met afwijkende normen en vaste afstanden. Conform de geurverordening d.d. 31 maart 2011 is voor het buitengebied van Orvelte (buiten de blauwe lijn) een geurnorm vastgesteld van 14,0 odour units per kubieke meter lucht. De verordening is dan ook maatgevend wat betreft het aspect geurhinder. In de directe omgeving van het agrarische bedrijf is één maatgevende burgerwoning van derden gelegen, het betreft de woning aan het Orvelterveld 4. Uit een beoordeling op grond van het verspreidingsmodel V-stacks blijkt dat in de gewenste situatie wordt voldaan aan de normstelling ter plaatse van de omliggende maatgevende burgerwoningen (zie ook tabel 3). Een volledige uitdraai van het verspreidingsmodel V-stacks is als bijlage 3 aan deze aanvraag toegevoegd. Tabel 3 Resultaten V-stacksberekening gewenste bedrijfsopzet Volgnummer GGLID X coordinaat Y coordinaat Geurnorm Geurbelasting 2 BW Orvelterveld 4 243475 542111 14,0 1,3 Onderstaande uitgangspunten zijn ingevoerd voor het berekenen van de geurbelasting in de gewenste bedrijfssituatie. Stal G (5.100- OU): o Diameter uitstroomopening: 0,71 m o Gemiddelde gebouwhoogte: 4,3 m o Hoogte uitstootpunt: 7,3 m (hoogte nokventilatoren) o Uittreedsnelheid: 4,0 m/s (standaard bij mech. ventilatie/ verticaal) Voor geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, geldt een minimaal in acht te nemen vaste afstand van 50 meter. Op een afstand van ongeveer 400 meter van onderhavige veehouderij is een bedrijfswoning behorend tot een veehouderij van derden gelegen aan de Ellertsweg 2. Aan de afstandseis kan derhalve ruimschoots worden voldaan. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 10

8b. Diercategorieën met vaste afstanden In artikel 4 lid 1 van de Wvg staat dat de afstand tussen een veehouderij (emissiepunt) waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld en een geurgevoelig object: Binnen de bebouwde kom ten minste 100 meter bedraagt; Buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter bedraagt. De gemeente Midden-Drenthe heeft echter voor het gebied waar de inrichting is gelegen een gemeentelijke verordening opgesteld met afwijkende normen en vaste afstanden. Conform de geurverordening d.d. 31 maart 2011 is voor het buitengebied van Orvelte (buiten de blauwe lijn) een vaste afstand vastgesteld van 25 meter. De verordening is dan ook maatgevend wat betreft dit aspect. De werkelijke afstand van een emissiepunt van een binnen het berdrijf aanwezige stal (toekomstige situatie) tot de buitenzijde van het meest dichtbij gelegen geurgevoelige object buiten de bebouwde kom Orvelterveld 4 bedraagt circa 220 meter. Hiermee wordt voldaan aan de vaste afstandseis. 8c. Cumulatieve stankhinder Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij en de bijbehorende regeling behoeft geen beoordeling van de cumulatieve stankhinder meer te worden uitgevoerd. Het aspect cumulatieve stankhinder vormt dan ook geen weigeringsgrond voor de gevraagde vergunning. 8d. Gevelafstanden In artikel 5 lid 1 van de Wgv is opgenomen dat onverminderd de artikelen 4 en 4 bedraagt de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object : Binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter bedraagt; Buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter bedraagt. De werkelijke afstand van de buitenzijde van een binnen het bedrijf aanwezige stal (toekomstige situatie) tot de buitenzijde van het meest dichtbij gelegen geurgevoelige object buiten de bebouwde kom Orvelterveld 4 bedraagt circa 112 meter. Hiermee wordt voldaan aan de afstandseis. Aan het gestelde in de Wgv/Activiteitenbesluit wordt ten aanzien van het aspect geur ruimschoots voldaan. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 11

9. Beoordeling ammoniak 9a. Wet ammoniak en veehouderij Op een afstand van circa 71 meter bevindt zich een zeer kwetsbaar natuurgebied op grond van de Wav. Onderhavige veehouderij is hierdoor automatisch gelegen in een 250 meter zone. De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) is hierdoor op onderhavige inrichting direct van toepassing. In artikel 6 van de Wav is opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het veranderen van een veehouderij wordt geweigerd, indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal dieren van een of meer diercategorieën en een tot de veehouderij behorend dierenverblijf wat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen een zeer kwetsbaar gebied, dan wel in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied. Op grond van artikel 7 van de Wav, wordt de omgevingsvergunning niet geweigerd, voor zover: a. de ammoniakemissie uit de dierenverblijven na de uitbreiding niet meer bedraagt dan de ammoniakemissie die de veehouderij voorafgaand aan de uitbreiding: 1. zou mogen veroorzaken indien de emissie per dierplaats gelijk zou zijn aan de maximale emissiewaarde, of 2. op grond van eerder verleende nog geldende vergunningen mocht veroorzaken, indien deze lager is dan de ammoniakemissie, als bedoeld onder 1, of b. in de veehouderij onmiddellijk voorafgaand aan het vervallen van de Interimwet ammoniak en veehouderij melkrundvee werd gehouden, de uitbreiding uitsluitend melkrundvee betreft en de ammoniakemissie na uitbreiding niet meer bedraagt dan de ammoniakemissie die een melkrundveehouderij met 200 stuks melkvee en 140 stuks vrouwelijk jongvee zou veroorzaken, indien de ammoniakemissie per dierplaats gelijk zou zijn aan de maximale emissiewaarde, d. de uitbreiding dieren betreft die worden gehouden overeenkomstig de regels die krachtens artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet zijn gesteld ten aanzien van de biologische productiemethoden, of Melkrundvee Het ammoniakplafond op grond van de Wav voor het melkrundvee is als volgt te berekenen ((100 x 13,0) + (100 x 11,0) + (140 x 4,4)) = 3.016,00 kg. De aangevraagde bedrijfsopzet voor de melkrundvee-tak (= 2.087,0 kg) blijft echter ruimschoots onder het ammoniakplafond van 3.016,0 kg. De ammoniakemissie afkomstig van onderhavige tak vormt, gelet op het gestelde in artikel 7, lid b van de Wav, dan ook geen weigeringsgrond voor het realiseren van de gewenste opzet. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 12

Pluimvee De leegkippen worden overeenkomstig een biologische productiemethode (SKAL) gehouden. De ammoniakemissie afkomstig van onderhavige pluimveetak vormt, gelet op het gestelde in artikel 7, lid d van de Wav, geen weigeringsgrond voor het realiseren van de gewenste bedrijfsopzet / nieuwe pluimveestal. Aan het gestelde in de Wav/Activiteitenbesluit wordt ten aanzien van het aspect ammoniak voldaan. 9b. Directe ammoniakschade Er zijn in de directe omgeving van de inrichting, voor zover bekend, geen voor ammoniak gevoelige land- en / of tuinbouwgewassen gelegen. Er is derhalve geen reden om aan te nemen dat, op dergelijke gewassen, directe schade als gevolg van de uitgestoten ammoniak zal plaatsvinden. Aan het gestelde in de Brochure Stallucht en Planten (1981) wordt dan ook voldaan. 9c. Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet voegt drie bestaande wetten samen namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- & Faunawet. Provincie Groningen is bevoegd gezag ten aanzien van de Wnb. Vooruitlopend op deze aanvraag is reeds bij provincie Drenthe een Nbw-vergunning (aanvraag d.d. 13 juni 2017) aangevraagd. Deze aanvraag is als bijlage 5 toegevoegd. 9d. Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen (AMvB-huisvesting) Op 25 juni 2015 is het Besluit emissiearme huisvesting gepubliceerd in het Staatsblad (2015, nr. 317). Op 1 augustus 2015 is dit besluit formeel in werking getreden. In het besluit huisvesting is aangegeven dat de ammoniakemissie uit huisvestingssystemen niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende maximale emissiewaarde. Melkrundvee Voor melkrundvee is in tabel 1 bij het besluit ammoniak emissiehuisvesting veehouderij maximale emisssiewaarden opgenomen. In onderstaande tabel zijn de maximale emissiewaarden weergegeven. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 13

Tabel 4 Overzicht drempelwaarden Besluit In onderhavige situatie is er geen sprake van een oprichting van een nieuw dierenverblijf, kolom A is daarom van toepassing op onderhavig bedrijf / aanwezige stallen voor melkkoeien. De melk- & kalfkoeien worden een deel van het jaar gehuisvest in de omliggende weilanden (beweiding). Deze wijze van huisvesting van de melk- & kalfkoeien voldoet aan het gestelde in het Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen (drempelwaarde is 13,0 kg NH 3 per dier). Pluimvee Op grond van artikel 2, sub b van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen zijn de maximale emissiewaarden niet van toepassing voor huisvestingsystemen van landbouwhuisdieren die worden gehouden overeenkomstig de biologische productiemethode. In onderhavige situatie worden de legkippen conform de biologische productiemethode SKAL gehouden waardoor het gestelde in dit besluit niet van toepassing is. 10. Luchtkwaliteit 10a. Fijnstof PM 10 en PM 2,5 In dit hoofdstuk is de emissie en immissie van fijnstof PM 10 beoordeeld. Voor PM 10 geldt een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m 3. Daarnaast geldt dat de 24- uurgemiddelde concentratie van 50 μg/m 3 niet vaker dan 35 keer (dagen) per jaar overschreden mag worden. Daarnaast geldt er vanaf 1 januari 2015 voor PM 2,5 (een fractie van PM 10 ) de grenswaarde van 25 μg/m 3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Voor de PM 2,5 is verder overigens geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. Voor het vaststellen van de PM 2,5- factor (gram per dier/ jaar) moet er bij bronnen in de intensieve veehouderij vanuit worden gegaan dat deze 20 % van de PM 10 -factor bedraagt. In onderstaande tabel is voor de beoogde bedrijfsopzet de totale jaarlijkse PM 10 -en PM 2,5 -emissie weergeven. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 14

Tabel 5 Overzicht fijn stof gewenste bedrijfsopzet 10b. Jaargemiddelde concentratie PM 10 en overschrijdingsdagen Zoals hiervoor beschreven geldt voor PM 10 een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m 3. Daarnaast geldt dat de 24-uurgemiddelde concentratie van 50 μg/m 3 niet vaker dan 35 keer (dagen) per jaar overschreden mag worden. In onderstaande tabel is voor de beoogde bedrijfsopzet de berekende PM 10 -concentratie en het aantal overschrijdingsdagen weergegeven. De volledige fijn stof berekening is als bijlage 6 toegevoegd. Tabel 6 Resultaten ISL3a-berekening Uit de voorgaande tabel blijkt dat op alle beoordelingslocatie voldaan kan worden aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m 3. Tevens blijkt dat op alle beoordelingslocaties binnen het aantal overschrijdingsdagen maximaal 6.2 bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit. 10c. Fijnstof PM 2,5 Zoals hiervoor reeds beschreven geldt er vanaf 1 januari 2015 voor PM 2,5 (een kleinere fractie van PM 10 ) de grenswaarde van 25 μg/m 3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Voor de PM 2,5 is geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. De berekende PM 10 -concentraties op de verschillende beoordelingslocaties liggen maximaal op 17.33 μg/m 3. In deze PM 10 -concentratie zit het aandeel PM 2,5 -concentratie verdisconteerd. De PM 2,5 -concentratie is immers de kleine fractie van de berekende totale PM 10 -concentratie. Daarnaast is de PM 2,5 -factor (gram per dier/ jaar) bij agrarische bronnen slechts 20 % van de PM 10 -factor. Nu de berekende totale PM 10 -concentratie op alle beoordelingslocaties maximaal op 17.51 μg/m 3 bedraagt en de PM 2,5 -concentratie slechts een kleine fractie (20%) van de berekende totale PM 10 -concentratie is, zal de totale PM 2,5 -concentratie ter hoogte van de beoordelingslocaties voor de gewenste situatie aanmerkelijk lager dan 25 μg/m 3 blijven. Daarmee wordt voldaan aan de norm voor PM 2,5. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 15

11. Geluid 11a. Werktijden De veehouderij is zeven dagen per week continue in bedrijf. De gangbare werktijden zijn van 6.00 uur s ochtends tot 22.00 uur s avonds, met uitzondering van incidentele activiteiten. Gedurende maximaal 12 dagen per jaar worden ook werkzaamheden (afwijkende bedrijfstijden) uitgevoerd in de avond- en nachtperiode (tussen 22.00 en 06.00 uur) in verband met o.a. de afvoer van de dieren en de oogstwerkzaamheden. Op zon- en feestdagen worden de werkzaamheden tot een minimum beperkt. 11b. Omschrijving geluid/trillingsbronnen binnen de inrichting: Aantal Aantal uren in bedrijf tussen: 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Tractoren (nrs. 18-21) 4 2,5 1 - Shovel (nr. 22) 1 1,5 0,5 - Hoge drukreiniger (nr. 17) 2 2,0 0,5 - Compressoren (nrs. 4, 30) 2 1,0 1,0 - Vacuümpomp (nr. 8) 1 3,0 1,0 0,5 Ventilatoren 9 continue continue continue De overige niet benoemde stationaire en mobiele geluidsbronnen leveren vanwege het (lage) geluidsvermogen niveau en/of geringe bedrijfsduur in relatie tot de afstand tot de dichtstbijgelegen woningen ten opzichte van de overige geluidsbronnen geen bijdrage aan de geluidsemissie vanwege het bedrijf en zijn daarom niet nader benoemd in deze aanvraag. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 16

11c. Welke aan- en afvoerbewegingen vinden er plaats? Geluid-/trillingsbron Frequentie Max. tijdsduur Aantal voertuigen voor aan- en afvoer per activiteit: 06.00-19.00 u. 19.00-22.00 u. 22.00-06.00 u. Aanvoer ruwvoer 20 dagen per jaar Hele dag Diverse tractoren Diverse tractoren - Aanvoer krachtvoer 2 x per week 1,0 uur 1 vrachtwagen - - Aanvoer kunstmest 2 x per jaar 0,5 uur 1 vrachtwagen - - Aanvoer legkippen 1 x per jaar 2 uur 2 vrachtwagens - - Aanvoer hooi/stro/zaagsel 4 x per jaar 1 uur 1 vrachtwagen - - Aanvoer diesel 4 x per jaar 0,5 uur 1 vrachtwagen - - Overig aanvoer / onvoorzien 1 x per week 1 uur 1 vrachtwagen - - Afvoer melk 3 x per week 0,5 uur 1 vrachtwagen* * * Afvoer eieren 3 x per week 0,5 uur 1 vrachtwagen** ** ** Afvoer legkippen 1 x per jaar 4 uur 4 vrachtwagens*** *** *** Afvoer dunne mest 3 x per week Hele dag ddiverse tractoren Diverse tractoren - Afvoer vaste mest 4 x per jaar 3 uur 1 tractor - - Afvoer pluimveemest (container) 2 x per maand 0,5 uur 1 vrachtwagen - - Afvoer kadavers Op afroep 5 min 1 vrachtwagen - - Afvoer afvalstoffen 2 x maand 5 min 1 vrachtwagen - - Personenauto s Bestelbus 12 x per dag 2 x per week 5 min 5 min 10 2 1-1 - * De afvoer van melk verschilt en is afhankelijk van de planning van de melkfabriek/ transporteur; ** De afvoer van eieren verschilt en is afhankelijk van de planning van de transporteur; *** De afvoer van de dieren is afhankelijk van de planning van de transporteur/ slachterij. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 17

11d. Zijn er ventilatoren op het bedrijf aanwezig? Ja, zie plattegrondtekening. 11e. Voorzieningen tegen geluidsoverlast Tijdens het laden en lossen is de motor van het transportmiddel uitgeschakeld; Afschermende werking van de gebouwen; ventilatoren zijn voorzien van omkasting (koker). 12. Energie 12a. Algemeen Hebben de aangevraagde wijzigingen invloed op het energieverbruik Ja, door de beoogde uitbreiding zal het energieverbruik toenemen. 12b. Overzicht energieverbruik per jaar (schatting) Energiebron Verbruik Aardgas 8.000 m 3 Elektriciteit 65.000 KWh 12c. Wordt er gebruik gemaakt van krachtstroom (380 Volt) Ja. 13. Water 13a. Waterverbruik (geschat) Soort water m 3 per jaar Globaal gebruiksdoel Leidingwater 450 m 3 Privédoeleinden en calamiteiten Grondwater 8.000 m 3 Drinkwater vee en schoonmaakwerkzaamheden MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 18

13b. Bedrijfsafvalwater Verontreinigde stoffen die in het afvalwater kunnen komen: Handeling waarbij afvalwater vrijkomt Afvalstof Opvang afvalwater in Reinigen stallen/ voorruimte Stof-, voer- en mestresten Opvangput Hemelwater - Bodem/ sloot Bedrijfswoning / sanitaire voorzieningen Afvalwater van huishoudelijke aard Gemeente riool Restwater bronpomp IJzerdeeltjes Mestkelder 14. Koelinstallatie Type Aantal Koelmedium Hoeveelheid koudemiddel Nummer op tekening Melkkoeling 1 R422D 8,8 kg/ 3,5 kw 9 15. Opslag grond- en hulpstoffen 15a. Opslag vloeibare stoffen Soort Type opslag Inhoud / Hoeveelheid Nr op tekening Dieselolie Tank in lekbak 3.000 liter 5 Smeerolie Can (werkvoorraad) 1 x 60 liter 29 Bestrijdingsmiddelen In originele verpakking in kast 150 kg/liter 16 Reinigingsmiddelen In originele verpakking in kast 125 liter 14 MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 19

15b. Opslag gas Niet van toepassing 15c. Opslag overige stoffen Soort Type opslag Inhoud / Hoeveelheid Nummer op tekening Medicijnen In originele verpakking in (koel) kast 25 kg/liter 47 Stro/ hooi Balen 10 ton 19 Zaagsel Pakken 20 m 3 48 Krachtvoer Silo s Divers Silo 2 t/m 7 Kunstmest Silo 10 ton Silo 1 16. Afvalstoffen 16a. Bedrijfsafvalstoffen Soort afval Wijze van opslag Afvoerfrequentie Inzamelaar / verwerker GFT-afval Container 240 litr. (nr. 23) 1 x per 2 weken Erkende inzamelaar Restafval Grijze container 240 litr. (nr. 24) 1 x per 2 weken Erkende inzamelaar Kadavers Ton (nr. 12) Op afroep Rendac Oud papier Dozen (nr. 26) Maandelijks Erkende inzamelaar Plastic Container/ zakken Maandelijks Erkende inzamelaar 16b. Gevaarlijke afvalstoffen Soort afval Hoeveelheid per jaar Wijze van opslag Afvoerfrequentie Inzamelaar / verwerker KCA 40 kg/l Chemobox (nr. 25) 1 x per jaar Erkende inzamelaar Oude lampen 10 stuks Dozen (nr. 33) 1 x per jaar Erkende inzamelaar MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 20

17. Mest 17a. Opslag mest Soort Hoeveelheid Afgedekt? Vloeibare mest Kelders = 1.700 m 3 Mestsilo C = 1.000 m 3 Vaste mest Mestplaat = 84 m 3 Stal F = 162 m 3 Mestloods = 100 ton Ja Ja Nee Ja Ja 17b. Afstanden tussen mestopslag en woningen van derden Afstand in meters Afstand tussen opslag van vloeibare mest Afstand tussen opslag van vaste mest >> 100 meter >> 100 meter 18. Ruwvoer Afstand in meters Afstand tussen kuilvoer- / ruwvoeropslag en woning van derden >> 100 meter 19. Bodem 19a. Is er een bodem kwaliteitsonderzoek verricht? Nee MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 21

19b. Bodembeschermende maatregelen Activiteit Maatregel stallen / houden van vee vloeistofkerende vloer opslag dunne mest opslag in mestdichte kelders opslag vaste mest opslag op mestdichte vloeren opslag reinigingsmiddelen opslag in afgesloten kast opslag diesel in daarvoor bestemde tank in lekbak wertuigenberging/ werkplaats vloeistofkerende vloer opslag ruwvoer vloeistofkerende vloeren/ wanden Gelet op bovenstaande zijn voor alle bodembedreigende activiteiten voldoende maatregelen getroffen. Op grond van de Nederlandse Richtlijn Bodemrisico is er hierdoor sprake van een aanvaardbaar verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging (cat I). 20. Metingen en registratie leidingwaterverbruik grondstoffenverbruik afvalstoffen energieverbruik keuringen / inspecties, o.a. brandblusmiddelen/ melkkoeling bedrijfsafvalwater 21. Brandveiligheid Er zijn afdoende brandblusmiddelen aanwezig binnen de veehouderij (de brandblusmiddelen zijn aangegeven op de plattegrondtekening). 22. Overige vergunningen en/of meldingen die van toepassing zijn 22a. Bouwvergunning Ja, deze wordt gelijktijdig aangevraagd. MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 22

22b. Sloopvergunning N.v.t. 22c. Waterwet Vinden er lozingen plaats waarvoor een Waterwet-vergunning nodig is? Nee 23. Toekomstige ontwikkelingen Zijn er nog relevante toekomstige ontwikkelingen die van belang zijn voor deze aanvraag? Nee (afhankelijk van wet- en regelgeving). 24. Nadere gegevens Ten aanzien van de aanwezige installaties, het elektrische vermogen en het vermogen van de verbrandingsmotoren wordt verwezen naar de plattegrondtekening. 25. Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Plattegrondtekening gewenst bedrijfsopzet BWL leaflet SKAL-certificaat Uitdraai V-stacks berekening Aanvraag Nbw-vergunning Uitdraai ISL3a2016 berekening MA + OBM Orvelterveld 3 te Orvelte 23