HERZIENING: 201502 DOC: 841701 NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING MICROPROP DC2 ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING
INHOUDSOPGAVE 1. Veiligheidsvoorschriften 8 1.1. Algemeen 8 1.2. Checklist veiligheid 8 1.3. Milieu 10 2. Bediening 11 2.1. Symbolen 11 2.2. Joystick MIG2 12 2.3. Joystick Danfoss 13 2.4. Joystick Danfoss 14 2.5. Joystick L8 15 2.6. Joystick L8 16 2.7. Snelwissel 17 2.8. Rupsbandbesturing 18 2.9. Wielbesturing 19 2.10. Activeer double feeders 20 3. Menusysteem cabinemodule 21 3.1. Inloggen in menu 21 3.2. Menusysteem 22 3.2.1. Gebruiker 22 3.2.1.1. Standaard 22 3.2.1.2. Meerdere gebruikers 23 3.2.2. Joystick 23 3.2.2.1. Middenstand 24 3.2.2.2. Eindstanden en bevestiging 25 3.2.3. Systeem 26 3.2.3.1. Backup 26 3.2.4. Tool 27 3.2.4.1. Select tool 27 3.2.4.2. Edit selected 28 3.2.4.3. Rotation 28 4. Kalibratie van systeem 29 5. Support op afstand 30 5.1. Toepassing van de Microprop DC2 Android app 31 5.1.1. Informatie over het systeem 31 5.1.2. Andere gebruiker aangeven (USER 1-3 SHEAR) 32 NEDERLANDS 2
5.1.3. Kalibreren van de joystick 32 5.1.4. Werktuigprogramma 32 5.1.5. Support op afstand 33 6. Aantekeningen 34 NEDERLANDS 3
ALGEMEEN Deze gebruiksaanwijzing is een aanvulling op de gebruiksaanwijzingen voor tiltrotators met besturingssysteem Microprop DC2. De bedoeling van deze gebruiksaanwijzing is om de van toepassing zijnde informatie voor het gebruik van Microprop DC2 nader te belichten. De hier vermelde veiligheidsinformatie is onafhankelijk van de basismachine en direct van toepassing op Microprop DC2. Behalve deze gebruiksaanwijzing dient u de geldende veiligheidsinformatie voor de actuele basismachine, en eventuele overige uitrusting te hebben gelezen en begrepen. Denk eraan dat eventueel op uw machine afgestemde instructies voorrang genieten. WAARSCHUWING! Probeer niet om de tiltrotator/rotator of meegeleverde uitrusting te monteren, te gebruiken of te onderhouden, voordat u alle informatie omtrent Microprop DC2, extra-uitrusting en de basismachine heeft gelezen en begrepen. Besteed vooral aandacht aan de informatie aangaande veiligheid. Neem in acht dat overige veiligheidsvoorschriften in de gebruiksaanwijzing voor de rotator zijn opgenomen. NEDERLANDS 4
SYSTEEMOVERZICHT MICROPROP DC2 BESTURING TILTROTATOR NEDERLANDS 5
SYSTEEMOVERZICHT MICROPROP DC2 RUPSBANDBESTURING NEDERLANDS 6
SYSTEEMOVERZICHT MICROPROP DC2 WIELBESTURING NEDERLANDS 7
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 1.1. ALGEMEEN Het is uitermate belangrijk dat u alle waarschuwingsteksten heeft gelezen en begrepen voordat u Microprop DC2 in gebruik neemt. Deze waarschuwingsteksten wijzen op potentiële risico's en hoe deze kunnen worden vermeden. In geval van twijfel - raadpleeg werkgever of leverancier. Niet vergeten - met gezond verstand en een uitgebreide kennis van de machine kunnen veel onnodige risico's worden vermeden. De uiteindelijke gebruiker van de graafmachine dient daarom dan ook de nodige tijd te nemen om te leren hoe Microprop DC2 op veilige wijze wordt gebruikt. 1.2. CHECKLIST VEILIGHEID WAARSCHUWING! Een defecte of beschadigde uitrusting kan persoonlijk letsel, of schade aan milieu en eigendom veroorzaken. Zorg daarom voor regelmatige service en onderhoud volgens aanbeveling van de fabrikant. WAARSCHUWING! Probeer de maximumcapaciteit van de uitrusting nooit te veranderen door modificaties die niet zijn goedgekeurd door de leverancier. WAARSCHUWING! Vervang beschadigde en/of onleesbare stickers en waarschuwingsbordjes voordat de machine in gebruik wordt genomen. Risico voor persoonlijk letsel. WAARSCHUWING! Onderhoud en reparatie van het elektrische systeem mogen alleen door de vakman worden gedaan. NEDERLANDS 8
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING! Beknellingsgevaar bij beweegbare onderdelen. Risico voor persoonlijk letsel. WAARSCHUWING! Bij de geringste twijfel aangaande kennis, uitrusting of werk m.b.t. veiligheidsdetails - raadpleeg uw dealer of engcon Sweden AB. WAARSCHUWING! Controleer of de functiesticker overeenkomt met de functies van de machine voordat u met het werk begint. Risico voor persoonlijk letsel. WAARSCHUWING! Montage en installatie mogen alleen worden uitgevoerd bij een door de fabrikant erkende werkplaats. Veranderingen wat betreft de montage mogen niet worden gedaan zonder toestemming van de fabrikant. NEDERLANDS 9
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 1.3. MILIEU Minstens 99% van de door engcon geproduceerde tiltrotators bestaan uit recyclebaar materiaal. engcon streeft er voortdurend naar om de invloed op ons milieu te verminderen. Alle montage en/of onderhoudswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd conform geldende wetten en bepalingen op het gebied van milieu, gezondheid en arbeidsveiligheid. Hierbij inbegrepen alle werkzaamheden, hantering, opslag en verwerking van overgebleven materiaal. Morsen moet worden vermeden en als dit toch gebeurt worden verholpen teneinde verontreiniging van bodem en water te voorkomen. Neem in acht dat gevaarlijk afval alleen mag worden gehanteerd door hiertoe bevoegd personeel. Al eventueel afval dient te worden verwerkt conform geldende wetten en bepalingen: - Metaal moet worden gerecycled. - Hydraulische slangen worden meestal voor energieterugwinning bewaard (sorteren als gevaarlijk afval). - Olie en vet worden meestal voor energieterugwinning bewaard (sorteren als gevaarlijk afval). - Elektronische onderdelen worden als materiaal gerecycled (sorteren als gevaarlijk afval). - Verpakkingsmateriaal sorteren voor recycling van materiaal. - Papier sorteren voor recycling van materiaal. In geval van twijfel dient de voor het milieu verantwoordelijke afdeling bij engcon te worden geraadpleegd. NEDERLANDS 10
BEDIENING 2. BEDIENING 2.1. SYMBOLEN Symbool Functie Symbool Functie Draaien Kantelen Wisselen tussen draaien en grijpen Wisselen tussen kantelen en Extra 2 Wisselen tussen kantelfunctie en grijpen Wisselen tussen draaien en Extra 2 Wisselen tussen Extra en grijpen Snelwissel Grijpen openen Grijpen sluiten Vooruit/achteruit rijden Draaien / rechtse/linkse bocht Wielbesturing Rupsbandbesturing Gereedschapswissel in gereedschapsprogramma NEDERLANDS 11
BEDIENING 2.2. JOYSTICK MIG2 NEDERLANDS 12
BEDIENING 2.3. JOYSTICK DANFOSS NEDERLANDS 13
BEDIENING 2.4. JOYSTICK DANFOSS NEDERLANDS 14
BEDIENING 2.5. JOYSTICK L8 NEDERLANDS 15
BEDIENING 2.6. JOYSTICK L8 NEDERLANDS 16
BEDIENING 2.7. SNELWISSEL Pos. 1 Activeer de snelwisselschakelaar 2 Houd de knop voor inschakeling van de snelwisselbesturing op de duimwielschakelaar ingedrukt 3 Draai het duimwiel om de vergrendeling vrij te geven Pos. 1 Draai het duimwiel om de snelwissel te vergrendelen 2 Deactiveer de snelwisselschakelaar NEDERLANDS 17
BEDIENING 2.8. RUPSBANDBESTURING Symbool Functie Symbool Functie Besturing rupsbanden actief Besturing rupsbanden inactief NEDERLANDS 18
BEDIENING 2.9. WIELBESTURING Symbool Functie Symbool Functie Wielbesturing actief Wielbesturing inactief NEDERLANDS 19
BEDIENING 2.10. ACTIVEER DOUBLE FEEDERS Pos. Activeer double feeders 1 Maak de aansluitstekker aan de achterzijde van de lepelsteel los 2 Houd de schakelaar voor de snelwissel ingedrukt 3 De zoemer klinkt 4 Besturing met double feeders Pos. Deactiveer double feeders 1 Zet de aansluitstekker aan de achterzijde van de lepelsteel weer vast 2 De zoemer klinkt 3 Besturing tiltrotator NEDERLANDS 20
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3. MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.1. INLOGGEN IN MENU Pos. 1 en andere knop gedurende 5 seconden 2 Duimwiel in rechter joystick 3 Duimwiel in linker joystick 4 Keuzevrije, aan systeem gekoppelde schakelaar NEDERLANDS 21
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.2. MENUSYSTEEM 3.2.1. Gebruiker 3.2.1.1. Standaard NEDERLANDS 22
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.2.1.2. Meerdere gebruikers Pos. USER 1-3 SHEAR Selecteerbare gebruikers Alleen zichtbaar indien gekozen tijdens installatie. Double feeders. Alleen zichtbaar indien gekozen tijdens installatie. 3.2.2. Joystick Pos. CAL RA1-LA1 CAL RA2-LA2 CAL RA3-LA3 Analoog paar kalibreren RA1 LA1 Analoog paar kalibreren RA2 LA2 Analoog paar kalibreren RA3 LA3 NEDERLANDS 23
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.2.2.1. Middenstand NEDERLANDS 24
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.2.2.2. Eindstanden en bevestiging NEDERLANDS 25
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.2.3. Systeem 3.2.3.1. Backup Pos. TM naar CM TM naar CM Kleppen Kopieer deze parameter vanaf tiltrotatormodule naar cabinemodule Kopieer deze parameter vanaf cabinemodule naar tiltrotatormodule Kopieer gekalibreerde stromen vanaf tiltrotatormodule naar cabinemodule NEDERLANDS 26
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.2.4. Tool 3.2.4.1. Select tool NEDERLANDS 27
MENUSYSTEEM CABINEMODULE 3.2.4.2. Edit selected 3.2.4.3. Rotation NEDERLANDS 28
KALIBRATIE VAN SYSTEEM 4. KALIBRATIE VAN SYSTEEM WAARSCHUWING! Montage en kalibratie mogen alleen worden uitgevoerd bij een door de fabrikant erkende werkplaats. Veranderingen wat betreft de montage mogen niet worden gedaan zonder toestemming van de fabrikant. NEDERLANDS 29
SUPPORT OP AFSTAND 5. SUPPORT OP AFSTAND DC2 is uitgerust met een unieke functie voor support op afstand via een smartphone (Android 4.0 of nieuwer). Met deze functie is het niet nodig dat de servicedienst naar de graafmachine komt, aangezien storingcodes via het mobiele netwerk kunnen worden gecontroleerd en er kunnen de nodige instellingen worden uitgevoerd. DC2 kan ook worden ingesteld met een PC die via USB op de cabinemodule kan worden aangesloten. Lees verder in deze tekst voor een beschrijving van de verschillende functies. Pos. 1 Support-PC 2 PC 3 GSM met Android 4 Microprop DC2 NEDERLANDS 30
SUPPORT OP AFSTAND 5.1. TOEPASSING VAN DE MICROPROP DC2 ANDROID APP 3 1 2 4 5 Pos. 1 Informatie over het systeem 2 Andere gebruiker aangeven (USER 1-3 SHEAR) 3 Kalibreren van de joystick 4 Werktuigprogramma 5 Support op afstand 5.1.1. Informatie over het systeem Gebruik deze informatie voor storingzoekprocedures, bijv. voor controle van het alarmlogboek. NEDERLANDS 31
SUPPORT OP AFSTAND 5.1.2. Andere gebruiker aangeven (USER 1-3 SHEAR) Gebruik deze functie om te wisselen tussen de in het geheugen opgeslagen gebruikers waar het systeem voor gekalibreerd. Neem in acht dat de gebruikersbanken alleen de functies van de hendels aanpassen. Indien een wijziging van de snelheid gewenst is, dient dit met het werktuigprogramma te worden gedaan. 5.1.3. Kalibreren van de joystick Gebruik deze functie indien bijv. een duimwiel is vervangen. 5.1.4. Werktuigprogramma Initieel zijn er altijd twee werktuigen beschikbaar, NO TOOL en EC TOOL 1. NO TOOL is de standaardinstelling en EC TOOL 1 zijn de door de gebruiker gekozen instellingen. NO TOOL is altijd toegankelijk en kan niet worden aangepast. Druk op de rechter pijl om de instellingen voor het werktuig te bewerken. Ieder werktuig heeft 4 onderdelen (rotatie, kantelen, extra 1 en extra 2) die ieder voor zicht kunnen worden ingesteld met verschillende snelheid en helling volgens de voorkeuren van de gebruiker. NEDERLANDS 32
SUPPORT OP AFSTAND 5.1.5. Support op afstand Voor support op afstand, bel uw supportdienst (dealer, installateur of engcon) en vraag of ze via het support op afstand aan kunnen sluiten. Kies "Request help" (Vraag om hulp) en voorzie de supportdienst van de PIN code (PIN-code) en het Serial (Serienummer). Hierna kan de supportdienst alle instellingen van de machine regelen. Neem echter in acht dat sommige instellingen (zoals het verplaatsen van functies in de joystick) niet via de support over afstand mag worden gedaan. Dergelijke instellingen moeten worden verricht door personeel dat de mogelijkheid heeft om de documentatie bij de machine te herzien. NEDERLANDS 33
AANTEKENINGEN 6. AANTEKENINGEN NEDERLANDS 34
AANTEKENINGEN NEDERLANDS 35
MICROPROP AB Formvägen 16, SE-906 21 Umeå Suède contact@microprop.se www.microprop.se