DEEL III TOESTELLEN KEUZE SECTIE 10 SPRONG KEUZE Artikel 10.1 Algemeen De turnster is verplicht één of twee sprongen van de sprongtabel uit te voeren, afhankelijk van de eisen voor de betreffende wedstrijd. De aanlooplengte is maximaal 25 meter, gemeten vanaf de voorkant van het toestel tot de binnenkant van het blok dat is vastgemaakt aan het eind van de aanloopbaan. - De sprong begint met een aanloop, aankomst en afzet van de plank met twee voeten vanuit Een voorwaartse positie of Een achterwaartse positie Er mag geen sprong ingediend worden met een zijwaartse afzet of landing Alle sprongen moeten uitgevoerd worden met afstoot van beide handen van de sprongtafel. De turnster is verplicht de veiligheidskraag, die door de organisatie ter beschikking is gesteld, te gebruiken voor Yurchenko sprongen. Het gebruik van de handplaatsingsmat voor Yurchenko sprongen is optioneel. Artikel 10.2 Aanlopen Extra aanlopen zijn volgens onderstaande regels toegestaan, met aftrek van 1.00 voor een aanloop zonder sprong : Er worden 2 sprongen gevraagd. Een derde aanloop is toegestaan met aftrek, indien plank of toestel niet zijn aangeraakt. Een vierde aanloop is niet toegestaan. Het D Panel brengt de aftrek in mindering op de eindscore van de uitgevoerde sprong. Artikel 10.3 Spronggroepen De sprongen zijn ingedeeld in de volgende groepen : Groep 1 Groep 2 Sprongen zonder salto (Overslag, Yamashita, Arabier) met of zonder lengteas draai in de1 e en/of 2 e vluchtfase Overslag voorwaarts met of zonder 1/1 draai (360 ) in de 1 e vluchtfase salto voorwaarts of achterwaarts met of zonder lengteas draai in de 2 e vluchtfase. Alle sprongen hebben een nummer. De turnster is verantwoordelijk voor het aangeven van de voorgenomen sprong voordat ze begint met elke sprong (handmatig of elektronisch). Zodra het D1 jurylid groen licht of een signaal geeft, voert de turnster de eerste sprong uit en gaat vervolgens terug naar het begin van de aanloopbaan om het nummer van de tweede sprong aan te geven. - Vanaf de afzet worden de volgende sprongfasen beoordeeld: Eerste vluchtfase Afstootfase Tweede vluchtfase en landing Groep 3 Groep 4 Groep 5 Overslag met ¼ - ½ draai (90-180 ) in de 1 e vluchtfase (Tsukahara) salto achterwaarts met of zonder lengteas draai In de 2 e vluchtfase Arabier (Yurchenko) met of zonder ¾ draai (270 ) in de 1 e vluchtfase salto achterwaarts met of zonder lengteas draai in de 2 e vluchtfase. Arabier met ½ draai (180 ) in de 1 e vluchtfase salto voorwaarts of achterwaarts met of zonder lengteas draai in de 2 e vluchtfase. Augustus 2014 Sectie 10 Keuze Bladzijde - 1 NTS 2013 LTCTD
Artikel 10.4 Eisen Het nummer van de voorgenomen sprong moet (handmatig of elektronisch) worden aangegeven voordat de sprong wordt uitgevoerd. - In de Kwalificatie, Team Finale en Meerkamp Finale: Er moeten twee sprongen uitgevoerd worden, die wel hetzelfde mogen zijn. De turnsters mogen kiezen uit de sprongen die voor een supplement zijn toegestaan. Voor de verschillende supplementen mag er gekozen worden uit verschillende sprongtabellen. Supplement A mag kiezen uit alle sprongen die in de sprongtabel NTS 2013 supplement A staan Supplement B mag kiezen uit alle sprongen die in de sprongtabel NTS 2013 supplement B staan. Supplement C mag kiezen uit alle sprongen die in de sprongtabel NTS 2013 supplement C staan. t/m H mag kiezen uit alle sprongen die in de sprongtabel NTS 2013 supplement D t/m H staan. Het uitvoeren van een andere sprong uit een hoger niveau maakt de sprong ongeldig. Een ongeldige sprong wordt direct na het uitvoeren van de sprong bekend gemaakt door het hoofd van de toesteljury. Een turnster die zich wenst te kwalificeren voor de Toestelfinale moet 2 sprongen uitvoeren volgens onderstaande Toestelfinale Regels. - Toestelfinale De turnster moet 2 sprongen uitvoeren, waarvan de score gemiddeld wordt voor de Eindscore Supplement A t/m D De 2 sprongen moeten verschillende sprongen zijn, de sprongen mogen wel uit dezelfde spronggroep komen. Supplement E t/m H De 2 sprongen mogen dezelfde of verschillende sprongen zijn. Voorbeeld A t/m D Als de eerste sprong uit groep 3 komt Gehoekte Tsukahara Dan zouden de keuzes voor de 2 e sprong zijn: Gehurkte Tsukahara of Overslag met 1/1 draai Voorbeeld E t/m H Als de eerste sprong uit groep 1 komt Overslag met ½ draai Dan zouden de keuzes voor de 2 e sprong zijn: Overslag met ½ draai of Overslag Voor supplement D t/m H gelden de volgende extra regels: 1. De turnster kan in supplement D t/m H kiezen tussen springplank en minitrampoline. De uitgangswaarde van sprongen uitgevoerd met minitrampoline is 1.00 p. lager. 2. Een turnster heeft recht op twee sprongbeurten, waarin niet gewisseld mag worden tussen springplank en minitrampoline of andersom. Indien dit toch geschiedt, is de tweede sprong ongeldig. Beide sprongen worden na elkaar uitgevoerd, maar apart beoordeeld. 3. De afzet vanaf de springplank of minitrampoline dient vanaf beide voeten te geschieden. Het niet afzetten vanaf beide voeten maakt de sprong ongeldig. 10.4.1 Zone markeringen Ter oriëntatie voor richtingsafwijkingen, zal er een zone op de landingsmat worden aangebracht. De turnster moet landen en de sprong beëindigen tot een stabiele stand in deze zone. De D1 Jury (met schriftelijke melding van de Lijnjury) brengt de aftrekken voor het afwijken van de rechte lijn als volgt op de eindscore in mindering: Landen of stappen buiten de zone met 1 voet/hand (of deel ervan) - 0.10 Landen of stappen buiten de zone met 2 voeten/handen (of deel ervan) of met een ander lichaamsdeel - 0.30 10.4.2 Specifieke Toestel Aftrekken (D Panel) Aanloop langer dan 25 meter - 0.50 (Aftrek wordt in mindering gebracht van de eindscore van de uitgevoerde sprong) - Aanloop zonder het uitvoeren van een sprong - 1.00 In de kwalificatie voor de toestelfinales (C-I) en Toestelfinales (C-III) Indien er één sprong of dezelfde sprong is uitgevoerd (Supplement A t/m D) Indien één van de twee sprongen een 0 krijgt ( zie 10.4.3) Berekening van de Eindscore: De scores van de uitgevoerde sprongen gedeeld door 2 = de Eindscore Augustus 2014 Sectie 10 Keuze Bladzijde - 2 NTS 2013 LTCTD
10.4.3 Uitvoeren van ongeldige sprongen (0.00 punten)* - Aanloop met aanraken van plank of springtoestel, zonder uitvoering van een sprong - Sprong maken zonder het springtoestel te raken - Geen veiligheidskraag gebruiken bij Yurchenko sprongen - Hulp tijdens de sprong - Niet eerst op de voeten landen - De sprong is zo slecht uitgevoerd dat die niet herkenbaar is, of de turnster zet met haar voeten af van het springtoestel - De turnster voert een niet toegestane sprong uit (niet uit de juiste sprongtabel, gespreide benen, een niet toegestaan voorbereidend element, opzettelijk landen in zijwaartse positie) - De tweede sprong in de kwalificatie voor toestelfinale of in de toestelfinale is een herhaling van de eerste sprong (supplement A t/ D) * Opmerking: 0 score wordt door het D Panel vastgesteld Er vindt geen beoordeling door het E Panel plaats. Voor iedere sprong die met een 0 beoordeeld wordt, zal er door het D Panel en de het hoofd toesteljury een video beoordeling volgen (voorlopig niet in Nederland) 10.5 Werkwijze van cijfertoekenning D Panel: Zij voeren de Moeilijkheidswaarde van de sprong in en tonen het symbool van de erkende sprong op het bord aan de E juryleden (indien die afwijkt van de aangegeven sprong). De score van de eerste sprong moet bekend gemaakt worden voordat de turnster de tweede sprong uitvoert. 10.6 Specifieke Toestel Aftrekken (E Panel) Fouten 0.10 0.30 0.50 Eerste vluchtfase Voor missende graden in de LA draai gedurende de Groep 1 of 5 met ½ (180 ) & groep 4 met ¾ (270 ) draai 45 90 Groep 1 of 2 met 1/1 draai (360 ) 45 90 > 90 Slechte techniek Heuphoek Holle houding Gebogen knieën Geopende benen of knieën Afstootfase Slechte techniek Niet naast elkaar of ongelijke handplaatsing bij voorwaartse sprongen uit groep 1, 2 en 5 (n.v.t. voor gestrekte salto vw met lengteas draai) Schouderhoek Niet door de verticaal gaan De voorgeschreven LA draai te vroeg begonnen ( op het toestel) Gebogen armen Tweede vluchtfase Overdreven snap beweging Hoogte Zuiverheid van de lengteas draai(incl. Cuervo sprongen) Lichaamshouding Niet gestrekt blijven van het lichaam Onvoldoende en/of te late uitstrekking ( bij gehurkte en gehoekte sprongen) Gebogen knieën Geopende benen of knieën Onderrotatie van de salto Zonder val Met val - Afstand Onvoldoende verte Landingsaftrekken Zie Sectie 8 Augustus 2014 Sectie 10 Keuze Bladzijde - 3 NTS 2013 LTCTD
SECTIE 11 BRUG ONGELIJK KEUZE Artikel 11.1 Algemeen De beoordeling van de oefening begint bij de afzet van de plank of mat. Extra hulpstukken onder de plank ( bv een extra plank ) zijn niet toegestaan. a) Opsprongen - Indien de turnster bij haar eerste poging de plank of het toestel heeft aangeraakt, of onder het toestel is doorgelopen : Aftrek - 1.00 Ze moet haar oefening beginnen De opsprong krijgt geen moeilijkheidswaarde - Indien de turnster bij haar eerste poging de plank of toestel niet heeft aangeraakt en niet onder het toestel is doorgelopen, mag zij een tweede poging doen (met aftrek) Aftrek - 1.00 - Een derde poging is niet toegestaan Het D Panel neemt de aftrek van de Eind Score. b) Valtijd Indien zich een val van het toestel voordoet, is een pauze van 30 seconden toegestaan voordat de turnster het toestel weer op moet klimmen om haar oefening te vervolgen. - De tijdopname start wanneer de turnster na de val weer op haar voeten staat. - De verstreken tijd tijdens de val wordt in seconden op het scorebord weergegeven (niet tijdens NTS wedstrijden) - Een waarschuwingssignaal (gong) zal worden gegeven bij 10 seconden 20 seconden en weer bij 30 seconden tijdlimiet - Indien de turnster niet binnen 30 seconden tijdslimiet op de brug is geklommen, wordt de oefening als beëindigd beschouwd. Artikel 11.2 Inhoud en samenstelling van de oefening - De maximum 8 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement A, B en C - De maximum 7 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement E en F - De maximum 6 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement D en G - De maximum 5 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement H De waarde elementen moeten een variatie tonen van de volgende bewegings categorieën: a) Cirkelbewegingen en zwaaien - Reuzendraaien achterwaarts - Reuzendraaien voorwaarts - Zwaaien en vrije heupdraaien - Stalders voor- en achterwaarts - Zolendraaien voor- en achterwaarts b) Vluchtelemeten - Vlucht van HL naar LL en andersom - Contra vlucht ( over de ligger ) - Sprongen - Hechten - Salto s Artikel 11.3 Samenstellingseisen (SE) D Panel 2.50 De samenstellingseisen voor de verschillende niveaus van brug staan in de desbetreffende supplementen. De eis moet geturnd worden met een element uit de FIG-elemententabel voor supplementen A t/m D. Voor de supplement E t/m H mogen daarnaast ook toegevoegde A-elementen (TA) gebruikt worden. Voorbeeld supplement A 1. Vluchtelement van LL naar HL 0.50 2. Vluchtelement van HL naar LL of aan dezelfde ligger 0.50 3. Een element met lengteasdraai van minimaal 180 in de oefening 0.50 4. Verschillende grepen ( geen opzwaai, geen op- of afsprong ) 0.50 5. Afsprong Geen afsprong, afsprong A 0.00 Afsprong B 0.30 Afsprong C of hoger 0.50 Augustus 2014 Sectie 11 Keuze Bladzijde - 1 NTS 2013 LTCTD
Artikel 11.4 Verbindingswaarde (VW) D Panel Verbindingswaarde kan gegeven worden voor directe verbindingen. De VW wordt bij de D Score geteld. Formules voor direct verbindingen Supplement A B + C C + C of hoger B + D of hoger B B/C + B C + C of hoger B + D of hoger C B + B B + C of hoger D A + B B + B of hoger A + C of hoger E A + A A + B of hoger F TA + A G TA + A H TA + A a) Een element kan binnen dezelfde directe verbinding 2 keer uitgevoerd worden, maar mag NIET een 2 e keer MW krijgen (Losom-handstand 2x) b) Vlucht elementen zijn elementen met zichtbare vlucht Van HL tot vastpakken aan de LL (of andersom) Met contra vlucht (over de ligger), sprong, hecht of salto met herpakken aan dezelfde ligger of andere ligger Uitgevoerd als afsprong NB: gesprongen greepwissels met/ zonder 180-360 draaien worden NIET als vlucht elementen beschouwd. c) Deze directe verbindingen kunnen worden uitgevoerd als een: - Opsprong verbinding: kip LL - handstand op LL (A + B) (elementen uit gr. 1 worden niet gezien als vlucht element) - Verbinding in de oefening: losom handstand buiten 10º - kip LL (B + A) - Afsprong verbinding: reuzendraai ao - streksalto ao hele draai (B+B) d) Als er een loze zwaai of tussenzwaai tussen twee (2) elementen wordt uitgevoerd, kan er geen VW worden gegeven. Loze zwaai = een zwaai voorwaarts of achterwaarts zonder uitvoering van een element uit de tabel, voordat de zwaai de tegengestelde kant opgaat. Uitzondering: Shaposnikova achtige elementen met/zonder 1/1 draai (360 ) en de volgende elementen : Tussenzwaai = zwaai of achteropzwaai vanuit streksteun (extra inzet) en/of een strekhangzwaai voor en achter, die niet nodig is om het volgende element te kunnen uitvoeren. Tussenzwaai als strekhangzwaai (voorzwaai en achterzwaai) is voor supplement F, G en H een Toegevoegd A-element (TA) en geeft geen 0.50 P. aftrek. Artikel 11.5 Samenstellingsaftrekken (E Panel) Fouten 0.10 0.30 0.50 - Springen van de lage ligger naar de hoge ligger (alleen supplement A t/m C) - Hang aan de hoge ligger, voet plaatsen op de lager ligger en de lage ligger vastpakken - Meer dan 2 dezelfde elementen direct verbonden met de afsprong 11.6 Specifieke Toestel Aftrekken (E Panel) 0.10 0.30 0.50 of Fouten meer Aanpassing van de handpositie meer Toucheren van het toestel met de voeten Toucheren van de mat 0.50 Hard raken van het toestel met de voeten 0.50 Hard raken van de mat met de voeten (val) 1.00 - Niet karakteristiek element (elementen met afzet van 2 voeten of dijen) Slecht ritme in elementen Onvoldoende hoogte in vluchtelementen Onderrotatie van vluchtelementen Overdreven buiging van het heupgewricht tijdens de beenslag (AFSPRONG) Onvoldoende strekking in kippen Loze zwaai Tussenzwaai (geen aftrek als strekhangzwaai (3.001 bij supplement F, G en H) Hoek van voltooiing van elementen Amplitude van: voor- en achterwaartse zwaaien onder horizontaal opzwaaien Geen poging tot afsprong 0.50 0.50 0.50 Augustus 2014 Sectie 11 Keuze Bladzijde - 2 NTS 2013 LTCTD
Afsprong met val: a) Als de salto voor de afsprong nog niet is begonnen (geen inzet van de rotatie) en een val doet zich voor, of b) Er is geen poging tot het maken van een afsprong (landing op de voeten of val na landing op de voeten Voorbeeld 1: onderzwaai zonder rotatie tot landing op de rug of de voeten Beoordeling: Geen SE (door D panel) Geen MW slechts 7 elementen tellen (door D Panel) voor supplement A t/m C Geen MW slechts 6 elementen tellen (door D Panel) voor supplement E, F Geen MW slechts 5 elementen tellen (door D Panel) voor supplement D, G Geen MW slechts 4 elementen tellen (door D Panel) voor supplement H 0.50 p. aftrek voor geen poging tot afsprong (door E Panel) Val 1.00 p. of pas landingsaftrekken toe als er geen val is (door E Panel Opsprongen a) Deze kunnen voldoen aan SE 1 voor vlucht van HL naar LL. b) Elementen die als opsprong worden uitgevoerd mogen in de oefening worden herhaald (of andersom) maar krijgen slechts eenmaal MW voor supplement A en B Afsprongen Elementen die als opsprong (1.101, 1.103 en 1.104) worden uitgevoerd mogen in de oefening worden herhaald en krijgen dan 2x MW voor die elementen voor supplement C t/m H a) Afsprong supplement H mag ook van de lage ligger gedaan worden. De oefening mag dan in 2 delen geturnd worden zonder extra aftrek. c) Als de salto voor de afsprong is begonnen en er doet zich dan een val voor Voorbeeld 2: onderzwaai salto vw gehurkt en niet eerst op de voeten geland Beoordeling: Geen SE (door D Panel) Geen MW slechts 7 elementen tellen (door D Panel) voor supplement A t/m C Geen MW slechts 6 elementen tellen (door D Panel) voor supplement E, F Geen MW slechts 5 elementen tellen (door D Panel) voor supplement D, G Geen MW slechts 4 elementen tellen (door D Panel) voor supplement H Val 1.00 p. (door E Jury) Artikel 11.7 OPMERKINGEN Vallen vluchtelementen a) Met herpakken met beide handen (korte/tijdelijke hang of steun) aan de ligger, dan wordt de MW toegekend. b) Zonder herpakken met beide handen aan de ligger - geen toekenning van MW. Augustus 2014 Sectie 11 Keuze Bladzijde - 3 NTS 2013 LTCTD
SECTIE 12 BALK KEUZE ARTISTIEKE PRESENTATIE Artisticiteit in de uitvoering Een artistieke uitvoering is een uitvoering waarin de turnster laat zien de mogelijkheid te hebben om haar balkoefening te transformeren van een goed gestructureerde samenstelling naar een optreden met uitbeelding. Om dat te doen moet de turnster creativiteit, zelfvertrouwen, persoonlijke stijl en een perfecte techniek tonen. Het is niet wat een turnster uitvoert, maar hoe zij het uitvoert. Samenstelling en choreografie De samenstelling van een balkoefening is gebaseerd op zowel de schat aan bewegingen (gymnastisch en artistiek) van de turnster als de choreografie van die elementen in relatie tot de balk, terwijl er een sterk gevoel van ritme en aanpassing van snelheid /afwisseling in tempo vastgesteld wordt. Het is het in evenwicht houden van elementen met moeilijkheidwaarde met artistieke componenten teneinde een onafgebroken flow te creëren, een samenhangend geheel. Het ontwerp, de structuur en samenstelling van de oefening omvat: Een rijke en gevarieerde selectie van elementen uit de verschillende structuurgroepen van de elementen tabel Veranderingen in hoogte (op en neer) Veranderingen in richting (voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts) Veranderingen in ritme en tempo Creatieve of originele bewegingen en overgangen Dit is wat ze uitvoert. Ritme en Tempo Het ritme en tempo (snelheid/maat) moet gevarieerd zijn, soms levendig, soms langzaam, naar voornamelijk dynamisch maar bovenal ononderbroken. De overgang tussen de bewegingen en elementen moet soepel en vloeiend zijn: Zonder onnodige stops of Langgerekte voorbereidende bewegingen vóór elementen De oefening mag geen serie van niet verbonden elementen zijn. Artikel 12.1 Algemeen De beoordeling van de oefening begint bij de afzet van de plank of de mat. Extra lagen onder de plank (zoals een extra plank of matje) zijn niet toegestaan a) Opsprongen Indien de turnster bij haar eerste poging de plank of het toestel heeft aangeraakt Aftrek 1.00 Ze moet direct aan haar oefening beginnen De opsprong krijgt geen moeilijkheidswaarde toegekend De aftrek voor geen opsprong uit de elemententabel wordt toegepast Een 2 e poging tot opsprong (met aftrek) wordt toegestaan indien de turnster de plank of het toestel niet heeft aangeraakt Aftrek 1.00 Een 3 e poging is niet toegestaan Het D Panel brengt de aftrek in mindering op de Eind Score. b) Tijd De duur van de balkoefening mag niet langer zijn dan 1:30 min. (90 seconden) duren voor supplement A t/m D 1:20 min. (80 seconden) duren voor supplement E en F 1:10 min. (70 seconden) duren voor supplement G en H De tijdwaarneemster 1 begint met de tijdopname wanneer de voeten van de turnster de plank of mat verlaten. Ze stopt met de tijdopname wanneer de turnster de mat raakt bij de beëindiging van haar balkoefening. Een signaal zal worden gegeven tien (10) seconden voor het verstrijken van de maximale tijdslimiet en nogmaals bij het verstrijken van de maximale tijdslimiet, in beide gevallen, om aan te geven dat de oefening beëindigd moet worden. Indien de turnster de afsprong landt tijdens het geluid van het tweede signaal, dan volgt er geen aftrek. Indien de turnster de afsprong landt na het geluid van het tweede signaal, volgt er een aftrek voor tijdsoverschrijding Augustus 2014 Sectie 12 Keuze Bladzijde - 1 NTS 2013 LTCTD
De aftrek voor tijdsoverschrijding wordt toegepast indien de oefening langer dan de toegestane tijd per supplement duurt - 0.10 c) Valtijd Elementen die na de maximale tijdslimiet geturnd worden, worden door de D Jury erkend en door de E Jury beoordeeld Tijdsoverschrijdingen worden schriftelijk gemeld door de betreffende tijdwaarneemster aan de D Jury van het toestel en die brengt de aftrek in mindering op de eindscore. Voor onderbreking van de oefening veroorzaakt door een val van het toestel, is een onderbrekingstijd van 10 seconden toegestaan tijdwaarneemster 2 begint met de tijdopname als de turnster na de val weer op de voeten staat De duur van de valtijd wordt apart opgenomen; deze tijd zal niet bij de totaaltijd van de oefening worden opgeteld. De valtijd eindigt wanneer de turnster afzet van de mat om de balk te beklimmen. Na het beklimmen van de balk wordt de tijdopname door tijdwaarneemster 1 hervat met de eerste beweging ter voortzetting van de oefening. De valtijd wordt in seconden op het scorebord aangegeven. Een akoestisch signaal (gong) zal worden gebruikt om de 10-seconden-tijdlimiet aan te geven. Indien de turnster de balk niet beklimt binnen de 10-seconden-tijdlimiet, wordt de oefening als beëindigd beschouwd. Artikel 12.2 Inhoud van de oefening - De maximum 8 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement A, B en C maximaal 5 acro elementen minimaal 3 dans elementen - De maximum 7 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement D, E en F maximaal 4 acro elementen minimaal 3 dans elementen - De maximum 6 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement G en H maximaal 3 acro elementen minimaal 3 dans elementen Artikel 12.3 Samenstellingseisen (SE) D Panel 2.50 De samenstellingseisen voor de verschillende niveaus van balk staan in de desbetreffende supplementen. De eis moet geturnd worden met een element uit de FIG-elemententabel voor supplementen A t/m D. Voor de supplement E t/m H mogen daarnaast ook toegevoegde A-elementen (TA) gebruikt worden. Voorbeeld supplement A 1. een verbinding van minimaal 2 verschillende dans elementen, waarvan één een sprong met 180 beenspreiding in spagaat (voor- of zijwaarts) of spreidhoekpositie 0.50 2. een draai (groep 3) 0.50 3. een acrobatische verbinding van minimaal 2 vluchtelementen*, 0.50 4. acrobatische elementen in verschillende richtingen (vw/zw en aw) 0.50 5. afsprong geen afsprong, afsprong A 0.00 B afsprong 0.30 C afsprong of moeilijker 0.50 *vluchtelement met of zonder steun van de handen Opmerking: - SE 1-4 moeten op de balk geturnd worden - Rollen, handstanden en houdingen mogen niet worden gebruikt om aan de SE te voldoen voor supplement A t/m C. - Rollen en handstand en acrobatisch element zonder vlucht mogen als acro gebruikt worden om SE te vervullen voor supplement D t/m H. Augustus 2014 Sectie 12 Keuze Bladzijde - 2 NTS 2013 LTCTD
Artikel 12.4 Verbindingswaarde (VW) D Panel a) Verbindingswaarde kan worden gegeven voor directe verbindingen b) De Verbindingswaarde en Serie Bonus (SB) worden toegevoegd aan de D Score c) Serie Bonus zal worden gegeven voor een verbinding van 3 of meer acrobatische en/of dans elementen. ACROBATISCHE VERBINDINGEN 2 acrobatische elementen met vlucht, incl. de op- en afsprong Supplement A + B B + B B+C op hoger 2 acrobatische elementen, minimaal 1 element met vlucht, incl. de op- en afsprong Supplement C A/B + B A/B+C op hoger A+B B + B of hoger A + C of hoger 2 acrobatische elementen met of zonder vlucht, incl. op- en afsprong A+B B + B of hoger A + C of hoger Supplement E Supplement F Supplement A, B, C Supplement E Supplement F, G, H A + A TA + A of hoger A + B of hoger VERSCHILLENDE DANSVERBINDINGEN B + B A + B A + A TA + A B + C of hoger B + B A + B of hoger VERSCHILLENDE DRAAIEN VERBINDINGEN Supplement A, B, C A + B of hoger Opmerking: draaien mogen worden uitgevoerd op hetzelfde standbeen, of met een tussenpas om de volgende draai op het tegengesteld been uit te voeren ( een korte demi-plié op 1 of 2 voeten is toegestaan) VERSCHILLENDE MIVERBINDINGEN, exclusief afsprong Supplement A, B B + B A + C Supplement C A + B Supplement E Supplement F, G Supplement H A + B A + A TA + A of hoger TA + TA of hoger B + C of hoger A + D of hoger B + B of hoger A+ C of hoger B + B of hoger A + B of hoger Seriebonus (combinaties van acro en/of danselementen Supplement A, B A + B + B of hoger Supplement C A + A + B of hoger Verbindingen van **3 of meer acrobatische elementen, incl. op- en afsprong (minimaal A waarde) zullen worden beloond met een Serie Bonus van 0.10 Beginnend bij A+B+B of A+A+B (supplement C) ( in willekeurige volgorde) Naast de verbindingswaarde zoals boven vermeld Hetzelfde element (met/zonder vlucht) mag in de verbinding herhaald worden om Serie Bonus te krijgen Voorbeeld 1: A+B+B = + 0.10 serie bonus + 0.10 verbindingswaarde (supplement A/B) Voorbeeld 2: A+B+C = + 0.10 serie bonus + 0.30 verbindingswaarde (supplement C) Er zal ook seriebonus worden gegeven voor danselementen of een combinatie van acroen danselementen. Voorbeeld 3: B +B+B (3x dans) = + 0.10 serie bonus + 0.20 verbindingswaarde ** in verbindingen van meer dan 2 elementen, mogen niet-vlucht elementen van minimaal A waarde (muv houdingen) gebruikt worden om serie bonus te verkrijgen. De volgende acrobatische B elementen met handensteun en vlucht - Flick-flack met gesloten benen - Loop flick-flack - Auerbach flick-flack - Arabier - Overslag voorover Mogen in een 2 e verbinding uitgevoerd worden om VW en SB te krijgen, echter krijgen geen 2 e keer MW. Augustus 2014 Sectie 12 Keuze Bladzijde - 3 NTS 2013 LTCTD
Artikel 12.5 Aftrekken voor artistieke presentatie en choreografie (E Panel) Fouten 0.10 0.30 0.50 Artisticiteit in de uitvoering - Onvoldoende artisticiteit in de uitvoering gedurende de gehele oefening incl.: Zelfvertrouwen Persoonlijke stijl - Ritme en tempo Onvoldoende variatie in ritme en tempo tijdens bewegingen (geen MW) Uitvoering van de gehele oefening als een serie van niet verbonden elementen en bewegingen Samenstelling en choreografie - Gebrek aan variatie en/of creativiteit van bewegingen en overgangen - Gebrek aan zijwaartse bewegingen (geen MW) - Onvoldoende gebruik van het gehele toestel: Onvoldoende gebruik van de gehele balklengte Geen combinatie van bewegingen/elementen dicht bij de balk waarbij een deel van de romp (incl. dijbeen en/of hoofd) de balk raakt (niet noodzakelijkerwijs een element) - Opsprong is geen element uit de tabel - Eenzijdig gebruik van elementen Meer dan één ½ draai op 2 voeten met gestrekte benen gedurende de oefening Fouten Het niet voldoen aan de technische eisen van een element door extra steun 0.10 0.30 0.50 De balk vastpakken om een val te voorkomen 0.50 Extra bewegingen om een val te voorkomen 0.50 Geen poging tot het maken van een afsprong * 0.50 Afsprong met val: a) Als de salto voor de afsprong nog niet is begonnen (geen inzet van de rotatie) en een val doet zich voor, of b) Er is geen poging tot het maken van een afsprong (landing op de voeten of val na landing op de voeten Voorbeeld 1: arabier met afspringen Beoordeling: Geen SE (door D Panel) Geen MW slechts 7 elementen tellen (door D Panel) voor supplement A t/m C Geen MW slechts 6 elementen tellen (door D Panel) voor supplement D t/m F Geen MW slechts 5 elementen tellen (door D Panel) voor supplement G en H 0.50 p. aftrek voor geen poging tot afsprong (door E Panel) Val 1.00 p. of pas landingsaftrekken toe als er geen val is (door E Panel) c) Als de salto voor de afsprong is begonnen en er doet zich dan een val voor 12.6 Specifieke Toestel Aftrekken (E Panel) Fouten Slecht ritme in verbindingen ( met MW ) Pauze (meer dan 1 seconde) en/of overdreven voorbereiding voor elementen Overdreven armbewegingen voor dans elementen Slechte lichaamshouding gedurende de oefening Lichaamshouding, hoofdpositie Voeten niet gestrekt, ontspannen, ingedraaid Amplitude ( maximale verlenging van de lichaamsbewegingen ) Extra steun met het been tegen de zijkant van de Balk 0.10 0.30 0.50 p. keer p. keer Voorbeeld 2: arabier salto, waarbij de salto is ingezet en niet eerst op de voeten geland Beoordeling: Geen SE (door D Panel) Geen MW slechts 7 elementen tellen (door D Panel) voor supplement A t/m C Geen MW slechts 6 elementen tellen (door D Panel) voor supplement D t/m F Geen MW slechts 5 elementen tellen (door D Panel) voor supplement G en H Val 1.00 p. (door E Panel) Artikel 12.7 OPMERKINGEN Vallen acrobatische en dans elementen Acrobatische en dans elementen kan MW wordt toegekend als de turnster met de voet of romp op de balk landt. a) de MW wordt toegekend als de turnster met een of twee voeten of in de voorgeschreven positie op de balk landt. Augustus 2014 Sectie 12 Keuze Bladzijde - 4 NTS 2013 LTCTD
b) de MW wordt niet toegekend als de turnster niet met een of twee voeten of in beschreven positie op de balk landt.( het element mag nogmaals uitgevoerd worden om MW te krijgen) Als de turnster het zelfde element nog een keer in de oefening laat zien, en dan wel de 1/1 LAD voltooit, dan wordt geen MW toegekend. Opsprongen - Voor de opsprong mag slechts één acrobatisch element geturnd worden. - Sommige elementen vermeld in de Tabel als opsprong (rollen, handstanden en houdingen) kunnen in de oefeningen geturnd worden (of visa versa), maar krijgen slechts één maal MW. handen naast ekaar in dwarsstand geplaatst - Correct Houdingselementen a) Handstanden (zonder LAD) & houdingen moeten om de moeilijkheidswaarde te krijgen, minimaal 2 seconden aangehouden worden, zoals beschreven in de elemententabel. Als het element niet 2 seconden aangehouden wordt en het niet als een ander element in de Code staat, wordt het een MW lager gewaardeerd (handstand- of houdingspositie moet bereikt zijn). Voor supplement E t/m H zijn er TA-elementen die minimaal 1 seconde moeten worden aangehouden om moeilijkheidswaarde te krijgen. Als het element niet 1 seconde aangehouden wordt en het niet als een ander element in de Toegevoegde A-elementen tabel staat, wordt geen MW toegekend. Een handstand op de balk, min. 1 seconde, kan nog wel geteld worden als vluchtige handstand. b) Acrobatische houdingselementen (met vlucht) mogen voor VW als laatste element in een acrobatische of mixverbinding gebruikt worden. c) Als bij de elementen en de handstand niet 2 seconden aangehouden wordt, wordt het een MW lager gewaardeerd. handen achter elkaar geplaatst in dwarsstand Correct indien met de voorste hand de draai volledig is gemaakt MW Toekennen en aftrekken voor precisie toepassen handen in parallelstand C waarde toekennen (pas aftrek voor precisie toe) Opmerking : de plaatsing van de voorste hand ( bij flik-flak met 1/1 draai tot rijzit )is bepalend voor de toekenning van MW. Als de turnster het zelfde element nog een keer in de oefening laat zien, en dan wel 2 seconden aangehouden, wordt geen MW toegekend. Onodi elementen - Onodi Tick Tack mag alleen als laatste element van een verbinding worden geturnd om de samenstellingseis voor een acro serie te vervullen en voor het verkrijgen van verbindingswaarde - Onodi Tick Tack kan voor Serie Bonus overal in de verbinding gebruikt worden - het wordt als het zelfde element als de Onodi erkend. Specifieke elementen - Tijdens het element moeten de handen in dwarsstand geplaatst worden. Is de handplaatsing in parallelstand wordt het element 1 MW lager gewaardeerd. Augustus 2014 Sectie 12 Keuze Bladzijde - 5 NTS 2013 LTCTD
SECTIE 13 VLOER KEUZE ARTISTIEKE PRESENTATIE Artisticiteit in de uitvoering Een artistieke uitvoering is een uitvoering waarin de turnster laat zien de mogelijkheid te hebben om haar vloeroefening te transformeren van een goed gestructureerde samenstelling naar een artistieke uitvoering. Om dat te doen moet de turnster een sterke choreografische flow, artisticiteit, expressie, muzikaliteit en een perfecte techniek tonen. Het voornaamste doel is een unieke en goed uitgebalanceerde artistieke gymnastische samenstelling te creëren en presenteren door het combineren van lichaamsbewegingen en expressie van de turnster in harmonie met het thema en karakter van de muziek. Samenstelling en choreografie De samenstelling van een vloeroefening is gebaseerd op zowel de schat aan bewegingen van de turnster als de choreografie van die elementen en bewegingen, dat wil zeggen het indelen van de lichaamsbewegingen (gymnastisch en acrobatisch), in ruimte en tijd in relatie tot de vloer en in harmonie met de muziek. De choreografie moet zich zo ontwikkelen dat de ene beweging vloeiend overgaat in de volgende in contrast met snelheid en intensiteit. Creatieve choreografie, dat wil zeggen de originaliteit van de samenstelling van elementen en bewegingen, betekent dat de oefening zo is samengesteld en uitgevoerd dat er sprake is van nieuwe ideeën, vormen, interpretaties en originaliteit, daarbij na-apen en monotonie vermijdend. Het ontwerp, de structuur en samenstelling van de oefening omvat: Een rijke en gevarieerde selectie van elementen uit de verschillende structuurgroepen van de elementen tabel Veranderingen in hoogte (op en neer) Veranderingen in richting (voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts) Creatieve of originele bewegingen en overgangen Expressie Expressie kan in het algemeen worden gedefinieerd als de houding en emoties die de turnster tentoonstelt met haar gezicht en lichaam. Hieronder valt ook hoe een turnster zich in het algemeen presenteert aan en verbinding maakt met de jury en het publiek, alsmede haar vermogen om haar expressie te controleren gedurende de uitvoering van de moeilijkste en meest complexe bewegingen. Het is ook haar vermogen om een rol of karakter te spelen gedurende de uitvoering. Bovendien moet naast de technische uitvoering, de artistieke harmonie en vrouwelijke sierlijkheid in acht worden genomen. Het is niet alleen wat een turnster uitvoert, maar ook hoe ze haar oefening uitvoert. Muziek De muziek moet foutloos en zonder abrupte eindes zijn, en moet bijdragen aan een gevoel van eenheid van de volledige samenstelling en uitvoering van de oefening. Het moet vloeiend zijn en een duidelijk begin en einde hebben. De gekozen muziek moet ook helpen om de unieke karakteristiek en stijl van de turnster naar voren te halen. Het karakter van de muziek moet als leidraad dienen voor de samenstelling van de oefening. Muzikaliteit Er moet een directe wisselwerking zijn tussen de bewegingen en de muziek. De begeleiding moet van persoonlijke toepassing zijn op de turnster en moet bijdragen aan een complete artisticiteit en perfectionering van haar uitvoering. Muzikaliteit is het vermogen van de turnster om de muziek te interpreteren en niet alleen het ritme en de snelheid te demonstreren, maar ook de flow, vorm, intensiteit en passie. De muziek moet de uitvoering ondersteunen en door haar bewegingen moet de turnster, het thema van de muziek aan het publiek en de jury duidelijk maken. Dit is wat ze uitvoert. Augustus 2014 Sectie 13 Keuze Bladzijde - 1 NTS 2013 LTCTD
Artikel 13.1 Algemeen a) Eisen aan de CD - De CD met de muziek voor de vloeroefening wordt aan de wedstrijdorganisatie gegeven. Het volgende moet op de CD vermeld worden: De naam van de turnster, vereniging van de turnsters en het nummer van de turnster, dat de turnster die wedstrijd gebruikt. De naam van de componist en/of de titel van de muziek. - De muzikale begeleiding met orkest, piano of andere instrumenten moet opgenomen zijn Een signaal of toon aan het begin van de opname is toegestaan. Echter, de naam van de turnster mag niet worden uitgesproken De menselijke stem mag gebruikt worden als muziekinstrument, echter zonder woord(en) Voorbeelden van de menselijke stem als toegestaan muziek instrument zijn: neuriën, zang zonder woorden, fluiten, roepen (zonder betekenis) Afwezigheid van muziek of muziek met woorden - 1.00 Opmerking: aftrek wordt door het D Panel in mindering gebracht op de Eindscore Recht van de turnster: in geval van twijfel mag de turnster de muziek bij de Technische Commissie Turnen indienen voor evaluatie/beoordeling. b) Tijd De beoordeling van de oefening begint met de eerste beweging van de turnster. De oefening mag niet langer duren dan 1:30 min. (90 seconden) duren voor supplement A t/m D 1:20 min. (80 seconden) duren voor supplement E en F 1:10 min. (70 seconden) duren voor supplement G en H - De tijdwaarneemster begint met de tijdopname wanneer de turnster met de vloeroefening begint met de eerste beweging. - De tijdwaarneemster stopt met de tijdopname wanneer de turnster haar vloeroefening beëindigt met de laatste houding. De oefening moet tegelijk eindigen met de muziek. - De aftrek voor tijdsoverschrijding wordt gegeven als de oefening langer duurt dan hierboven vermeld staat. - 0.10 - Elementen die na de maximale tijdslimiet geturnd worden, worden door het D Panel erkend en door het E Panel beoordeeld. c) Begrenzing van de vloer Overschrijden van de voorgeschreven vloeroppervlakte (12 x 12 m) vloer, te weten de vloer buiten de lijnen aanraken met enig lichaamsdeel leidt tot aftrek. - Een stap of landing buiten de lijnen met een voet of hand - 0.10 - Stap(pen) buiten de lijnen met beide voeten, beide handen of een lichaamsdeel of landen met beide voeten buiten de lijnen - 0.30 Zowel de overtredingen van de tijd als de lijn worden schriftelijk gerapporteerd door respectievelijk de tijdwaarneemster en de lijnrechter aan het D Panel, die de aftrek op de eindscore in mindering brengt. Artikel 13.2 Inhoud van de oefening - De maximum 8 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement A, B en C maximaal 5 acro elementen minimaal 3 dans elementen - De maximum 7 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement D, E en F maximaal 4 acro elementen minimaal 3 dans elementen - De maximum 6 hoogste waarde elementen inclusief de afsprong worden geteld voor MW bij supplement G en H maximaal 3 acro elementen minimaal 3 dans elementen a) Acrolijnen Het maximum aantal acrolijnen is 4 voor de supplementen A t/m E. Alle elementen geturnd in volgende acrolijnen worden niet geteld voor MW. Het maximum aantal acrolijnen is 3 voor de supplementen F, G en H. Alle elementen geturnd in volgende acrolijnen worden niet geteld voor MW. Definitie van een acrolijn (supplement A t/m D): een acrolijn mag bestaan uit minimaal 1 vluchtelement zonder handensteun en met afzet van 2 voeten (rebound) - incl. mix verbindingen - Indien niet eerst op de voeten geland wordt uit de salto dan wordt de serie wel gezien als acrolijn. Augustus 2014 Sectie 13 Keuze Bladzijde - 2 NTS 2013 LTCTD
Definitie van een acrolijn (supplement E t/m H): een acrolijn mag bestaan uit minimaal 1 element met vlucht met of zonder handensteun en met afzet van 1 of 2 voeten - incl. mix verbinding - Indien niet eerst op de voeten geland wordt uit de salto dan wordt de serie wel gezien als acrolijn. Voorbeelden(supplement A t/m D): 1. Een enkele of dubbele salto (met afzet van 2 voeten) 2. een directe of indirecte verbinding van salto s (ten minste één van de salto s met afzet van 2 voeten) 3. mixverbinding (sprongen) met salto (met afzet van 2 voeten) - het volgende wordt NIET gezien als acrolijn voor supplement A t/m D salto met afzet van 1 voet (mag wel gebruikt worden voor het vervullen van samenstellingseisen en verbindingswaarde ) acro of mixverbinding met vluchtelementen met handensteun salto vanuit stand Artikel 13.3 Samenstellingseisen (SE) D Panel 2.50 De samenstellingseisen voor de verschillende niveaus van vloer staan in de desbetreffende supplementen. De eis moet geturnd worden met een element uit de FIG-elemententabel voor supplement A t/m D. Voor de supplement E t/m H mogen daarnaast ook toegevoegde A-elementen (TA) gebruikt worden. Voorbeeld Supplement A 1. een danspassage samengesteld uit twee verschillende sprongen of huppen (uit de elemententabel), direct of indirect verbonden (met snelle passen, kleine sprongetjes, huppen, chassées en chainé draaien), waarvan één sprong met 180 dwarsspagaat/zijwaartse spagaat of spreidhoekpositie 0.50 ( het doel is om over een grote oppervlakte een lang vloeiend bewegingspatroon te creëren) sprongen met afzet van 2 voeten en draaien zijn niet toegestaan omdat deze statisch zijn. Chainé draaien (1/2 draaien op 2 voeten) zijn toegestaan omdat het voortbewegende passen zijn. Sprongen met afzet van 1 voet en huppen moeten op één voet landen indien ze als 1 e element in de danspassage worden uitgevoerd. 2. salto voor-/zijwaarts en achterwaarts 0.50 3. salto met lengteas draai (360 ) 0.50 4. salto met dubbele breedte-as draai of een acrolijn met 2 salto s 0.50 5. afsprong * geen afsprong, Afsprong A 0.00 Afsprong B 0.30 Afsprong C of moeilijker 0.50 Voorbeeld 1 Slechts 1 acrolijn Beoordeling voor supplement A t/m D Geen SE (afsprong) D Panel Geen MW slechts 7 elementen tellen D Panel Geen MW slechts 6 elementen tellen D Panel (supplement D) Geen poging tot afsprong - -/- 0.50 E Panel Eventuele landingsaftrekken toepassen E Panel Voorbeeld 2 Slechts 1 acrolijn Beoordeling supplement A t/m D Geen SE (afsprong) D Panel Geen MW slechts 7 elementen tellen D Panel Geen MW slechts 6 elementen tellen D Panel (supplement D) Geen poging tot afsprong - -/- 0.50 E Panel Eventuele landingsaftrekken toepassen E Panel Voorbeeld 3 2 acrolijnen Beoordeling supplement A t/m D SE (afsprong) - +/+ 0.50 D Panel Voorbeeld 4 De turnster landt in de 2 e val acrolijn niet eerst op de voeten Beoordeling supplement A t/m D Geen SE (afsprong) D Panel Geen MW slechts 7 elementen tellen D Panel Geen MW slechts 6 elementen tellen D Panel (supplement D) Val - -/- 1.00 E Panel Voorbeeld 4 De turnster slaagt er niet in eerst op de voeten te landen in de 2 e acrolijn Beoordeling supplement E Geen SE 5 afsprong (D panel) Geen moeilijkheidswaarde slechts 6 elementen tellen (D panel) Val 1.00 p. (E panel) * de afsprong is de laatste tellende acrolijn (geef de hoogste MW) Er wordt geen afsprong gegeven als er 1 acrolijn wordt uitgevoerd Augustus 2014 Sectie 13 Keuze Bladzijde - 3 NTS 2013 LTCTD
Voorbeeld 5 met herhaling van hetzelfde element Beoordeling supplement A t/m D: Geen SE (afsprong) D Panel Geen MW slechts 7 elementen tellen D Panel Eventuele landingsaftrekken toepassen E Panel Voorbeeld 5 met herhaling van hetzelfde eement Beoordeling supplement E t/m H Geen SE 5 afsprong (D panel) Geen moeilijkheidswaarde tel 6 of 5 elementen (D panel) landingsaftrekken toepassen indien nodig (E panel) Supplementen A, B, C Supplement E Supplementen F, G, H VERSCHILLENDE DANS VERBINDINGEN B + B A+ B A + A TA + A of hoger B + C of hoger B + B of hoger A + B of hoger VERSCHILLENDE DRAAI VERBINDINGEN OP 1 BEEN Supplementen A, B, C B + B of hoger A+ B of hoger MI VERBINDINGEN (uitgevoerd in aangegeven volgorde) Supplementen A, B Supplement C B-salto + A-dans A-salto + A-dans A-acro vlucht of hoger + A- dans C-salto of hoger + A-dans B-salto of hoger + A-dans Artikel 13.4 Verbindingswaarde (VW) D Panel Verbindingswaarde kan gegeven worden voor indirecte acrobatische verbindingen en directe acrobatische, mix- en pirouette verbindingen. De VW wordt opgeteld bij de D Score. Supplement E Supplementen F, G A-acro of hoger + A-dans TA acro of hoger + A-dans A-acro of hoger + TA-dans Supplement A, B Formules voor directe en indirecte verbindingen INDIRECTE ACROBATISCHE VERBINDINGEN B + B A + A+ B A + C B + C of hoger A + A + C A + D of hoger Supplement H TA-acro of hoger + TA-dans TA-acro of hoger + A-dans Indirecte verbindingen zijn die verbindingen waarin direct verbonden acrobatische elementen met vluchtfase en handensteun (zoals arabier, flick-flack etc als voorbereidende elementen) worden uitgevoerd tussen de salto s. Supplement C A + B B + B of hoger A + C of hoger A + A A + B of hoger DIRECTE ACROBATISCHE VEBINDINGEN (2x salto) Supplement A, B A + B B + B of hoger A + C of hoger Supplement C, D A + A A + B of hoger DIRECTE ACROBATISCHE VEBINDINGEN (2 elementen met vlucht, 1 salto) A + B of hoger Supplement E A + A of hoger A + B of hoger Opmerking: acrobatische elementen die gebruikt worden voor VW zijn altijd zonder handensteun (supplement A t/m C) acrobatische elementen die gebruikt worden voor VW mogen met handensteun (supplement Dt/m H) 3.107 loop-flick-flack én gesloten flick-flack mogen als 2 verschillende elementen geteld worden, hetzelfde geldt voor 3.105 loopoverslag en overslag met landing op 2 benen. DIRECTE ACROBATISCHE VEBINDINGEN (2 elementen met vlucht) Supplement F, G A + A of hoger Supplement H TA + A of hoger Augustus 2014 Sectie 13 Keuze Bladzijde - 4 NTS 2013 LTCTD
Artikel 13.5 Aftrekken voor artistieke presentatie en choreografie (E Panel) Fouten 0.10 0.30 0.50 Artisticiteit in de uitvoering - Onvoldoende artisticiteit in de uitvoering gedurende de gehele oefening incl.: Expressiviteit Zelfvertrouwen Persoonlijke stijl - Het onvermogen om een rol of karakter te spelen gedurende de uitvoering - Uitvoering van de gehele oefening als een serie van niet verbonden elementen en bewegingen Samenstelling en choreografie - Bewerking van de muziek (bv. Geen opening, geen slot of geen accenten) Geen structuur in de muziek - Gebrek aan variatie en/of creativiteit van bewegingen en overgangen - Niet correcte selectie van bewegingen voor de gebruikte muziek bv Tango muziek met Polka bewegingen - Onvoldoende gebruik van de gehele vloer incl.: Rechte lijnen, bochten en richtingsveranderingen toepassen Geen beweging dicht bij de vloer waarbij een deel van de romp/ dijbeen of hoofd de vloer raakt - Ontbreken van een draai van 360 op één voet - Meer dan één sprong/hup element tot ligsteun per keer Muzikaliteit Fouten 0.10 0.30 0.50 - Muzikaliteit onvermogen om de beats, het ritme en tempo van de muziek te volgen achtergrondmuziek (er is sprake van achtergrondmuziek wanneer de oefening alleen aan het begin en einde met de muziek is verbonden) - Gebrek aan synchronisatie tussen bewegingen en de beats van de muziek aan het eind van de oefening 13.6 Specifieke Toestel Aftrekken (E Panel) Voorbereiding voor acrobatiek: Fouten 0.10 0.30 - Meer dan één keer op 2 voeten staan (ballet 6 e positie) voor acrobatiek - Aanpassing, verandering naar de hoek toe via gebruik van eenvoudige passen, loopjes zonder gebruik van armen of grote rompbewegingen - Pauze (meer dan 1 seconde) vóór elementen - Overdreven armbewegingen vóór danselementen Verdeling van elementen: - De oefening begint direct met een acrobatische serie, acrolijn - Een opeenvolgende acrolijn wordt direct uitgevoerd na de vorige acrolijn over dezelfde diagonaal (een lange acrolijn heen-terug is toegestaan) - Algehele slechte lichaamshouding Lichaamshouding, hoofdhouding en focus van de ogen Voeten niet gestrekt, ontspannen, ingedraaid Amplitude (maximale verlenging van de lichaamsbewegingen) Per keer Per keer Per keer Per keer Per keer 0.50 of meer - Geen poging tot afsprong Augustus 2014 Sectie 13 Keuze Bladzijde - 5 NTS 2013 LTCTD