3 Interfacebeschrijvingen

Vergelijkbare documenten
1 XML/CSV documentatie

SI-Profinet. Unidrive M700 en Siemens S7-300 PLC (Step 7)

Wensenlijst V-Log laatste update wensenlijst:

Taxis Pitane. Transporter. Censys BV Eindhoven

Inhoud. VBA Excel 2010

Serieel Protocol voor Robotica v1.3. David Vollmar 13 augustus 2013

Triggers en Acties gebruiken

RUCKUS UNLEASHED GATEWAY

WISA API Service. 5 maart WISA helpdesk

Dat we scherpe en compacte schema s kunnen maken voor berichten in koppelvlakken, en die ook kunnen beheren. Dat we op een consistente manier

computernetwerken - antwoorden

Datatypes Een datatype is de sort van van een waarde van een variabele, veel gebruikte datatypes zijn: String, int, Bool, char en double.

API...1 Identificatie...1 Opties...2 Acties...3 Webserver...6 Heartbeat...6 Buffer groottes...8

FIREBIRD DE SAFESCAN TA EN TA+ SOFTWARE OP MEER DAN ÉÉN COMPUTER GEBRUIKEN

DIGIPASS Native Bridge wordt niet gedetecteerd wanneer de DIGIPASS 870 bekabeld gebruikt wordt.

SI-Profinet. Unidrive M200-M400 en Siemens S PLC (TIA portal)

Intelligente Verkeers Regel Installatie (ivri) Fase 1. Deliverable H: V-log

Toepassingsprofiel Berichtenmodel Omgevingsdocumenten

Edifact / IHFN Reference guide 7/10/2004. Identificatie

Remote Powercontrol for TCP/IP networks

Xelion ESPA koppeling Handleiding Beheer V1.6

axml Order specificatie

Inleiding. Record. Specificatie ToPX 2.1

Corporate Payment Services

KeyLink B.V. KeyLink CTI Client Installation Manual - Dutch

IT&T tsc B.V. Programmeer Voorschrift IT&T Kwaliteitscentrale (VERSIE 2V) (VIALIS VARIANT)

AlarmLocator

JPTrain. JPTrainBeta versie 25 mei Android client voor GBtrainHost

Webrelais IPIO-32R-M-v8.0 Compacte modul met 32 Relais Outputs.

Mogelijke valkuil bij de installatie procedure is de bestandslocatie.

NOTITIE. Vragen gebruikersgroep

ETIM NL Dynamische publicatie

Juliana van Stolberglaan CA Den Haag Postbus AC Den Haag [Handleiding Generieke interface Energielabels.

Pensioenkadaster epk - Batch-aangiften aan het Pensioenkadaster Documentatie voor de instellingen

1. Milieuklacht Handleiding opladen XML in mkros Werken met Refertes... 5

How To Do mbspider met VIPA Modbus-TCP coupler

Webrelais IPIO-4A8I-M

Technische handleiding voor het in bedrijf stellen van een 2-deurs AXUNC2IP-(SN) en een 8-deurs AXUNC8IP (SN) toegangscontrole centrale

Handleiding. MED PLUS software

MBUS-64 TCP. VF64 over MODBUS / TCP

Temperatuur logger synchronisatie

Aan de slag met DNS Jeroen van Herwaarden, Robbert-Jan van Nugteren en Yannick Geerlings

CPA Creatiehandleiding

ENH900EXT VLAN WITH 5GHZ

Verzending van gestructureerde berichten via SFTP Veel gestelde vragen (FAQ)

Vakgroep CW KAHO Sint-Lieven

Pervasive Server V9 Installatiegids

Uniforme Pensioen Aangifte (UPA)

Plannen opladen in FMIS

Door: Ruud van Eeghem Datum: juni 2008 Versie: 1.0. Handleiding gebruik EPBD GIPC tool

Gebruikershandleiding User Management Scenario 5

SERVER MONITOR SMS SERVER

Handleiding TAPI Driver

Inrichten van een nieuw company in Newbase

SiteLocator. RFID tag FLA. Kno-Tech R F I D t e c h n o l o g i e s. Bereik van verschillende typen antennes

De PROFIBUS, PROFINET & IO-Link dag. Edegem, 8 juni PROFIBUS Belgium VZW PROFIBUS, PROFINET & IO-Link

1) Domeinconfiguratie van Windows 9x clients & Windows Millennium

Het koppelen van Weidmüller u-remote aan een S plc.

Webrelais IPIO-8R8I-8TSX v7.x

ANB5Web API Documentatie. Revisie

Handleiding conversie Multivers naar Exact Online

ELEKTRONISCHE HANDTEKENINGEN IN CLIENT ONLINE

SOURCE GEBRUIKERSHANDLEIDING END USER

Driver installatie en configuratie.

Installatie How-to Kodak Scanstation 100 t.b.v. Factuurscanning TBlox

FTP introductie

Wijziging werken met gebruikers in MOO

(energie) meten via Qbus

Stuurprogramma verzenden. Beheerdershandleiding

Deep Orange RFID Reader. Manual v

Generieke interface energielabels

Voor de koppeling is door Paxton gebruik gemaakt van een Barcode/QR code scanner type QSCAN- 0G000 van het merk Interbar.

ASTRIN Specificatie WG-KAR Verkeerslogging in de Verkeersregelautomaat Aanvullende specificatie. Specificatienummer WG-KAR

Installatiehandleiding. Facto minifmis

De print van de centrale is hardwarematig aangepast waardoor een upgrade is niet mogelijk is.

Gebruikershandleiding User Management Scenario 2

ZDSN home management systeem

VPN opzetten naar Auroraa (Global VPN Client)

Installatie. Klik vervolgens op OK om verder te gaan met de installatie. Om verder te gaan met de installatie kunt op op Volgende klikken.

DIN-RAIL UITBREIDING int-iors_nl 10/14

VoIP Netwerking Configuratie Gids. Vox Davo VoIP Netwerking Configuratie Gids

Hoe benader ik het instellingenmenu van mijn WLX-2003 als ik verbonden ben met mijn netwerk?

Inzenden en ontvangen aangifte

MeTrao Readout. Gebruiks Handleiding

Handleiding Objectnummer module i.c.m. Objectnummerlijsten

Installeren software FSM2000 FSM2000. Anna van Schuurmanstraat TW OSS.

Exact. Orbis Software. Integration Tools

Een database gebruiken

ECTS fiche. Module info. Evaluatie. Gespreide evaluatie. Eindevaluatie OPLEIDING. Handelswetenschappen en bedrijfskunde HBO Informatica

DataFlex 19.0 SQL Server

Microdataservices. Documentatierapport Numerieke postcode van een verblijfsobject (VSLPOSTCODEBUS)

Om in te loggen op de URA Rating Factory gaat u naar: Log in met de toegestuurde inloggegevens.

BIPAC 7402G g ADSL VPN Firewall Router. Snelle Start Gids

Transcriptie:

3 Interfacebeschrijvingen 3.1 VLCC VRI (OCIT-O) 3.1.1 Globale eigenschappen In dit hoofdstuk worden de globale eigenschappen voor het gebruik van OCIT beschreven. 3.1.1.1 Systeemarchitectuur Het systeem bestaat uit de volgende modules: Beschrijving 01 VTmanager Antwerpen 02 Verkeerscontrollers Tabel 1: Modules 3.1.1.2 OSI stack TCP/IP (gebruik makende van VCnet) voor communicatie tussen VRI en VLCC. 3.1.1.3 OCIT conformiteit 1. OCIT/OTS interfaces vormen de basis voor gegevensuitwisseling tussen de subcomponenten (zie 2.1). 1.1 De standardisatiedocumenten uitgegeven door de OCIT board zijn van toepassing. Een lijst van de betrokken documenten is opgenomen in hoofdstuk 0.5. 3.1.1.4 Adressering van de units in OCIT-I/OTS 2. Interpretatie Systeem, Subsysteem en Unit in OCIT-I/OTS De identificatie van units (devices en andere onafhankelijke systeemunits) zal gebeuren volgens de volgende regels. 2.1 Het systeem heeft altijd nummer 60 (voor Stad Antwerpen ). 2.2 The volgende subsystemen worden gebruikt: Devices in the field: Kruispuntsignalisatie 1 Macro-detectoren 2 VMS-borden 7 Hogere-niveau subsystemen: OCIT-O subsystemen 51 DOD2 Fase 1: uitvoering technische voorstudie 6/12/2016 68

Verkeerscentrale 101 2.3 Binnen een subsysteem zullen de bestaande nummerreeksen (1 n) opeenvolgend gebruikt worden als unit nummer (Voorbeeld: Unit met unit nummer 1 in subsysteem 1 is een kruispuntsignalisatie, unit met unit nummer 1 in subsysteem 7 is een VMS-bord). 2.4 De classificatie van de subsystemen is enkel een logisch criterium om de units te identificeren. Het heeft geen impact of de organisatie van subsystemen in OCIT-O. Meer specifiek heeft de subsysteemclassificatie geen enkele betekenis betreffende de fysische toewijzing van units, bvb de toewijzing aan de verkeerscomputer. 2.5 Nummer 0 zal niet voor identificatiedoeleinden gebruikt worden. 2.6 Een lijst van de units, objecten en gegevenstypes, inclusief IDs, zal opgemaakt worden door de gegevensleveranciers (data providers) in samenwerking met de klant. 2.7 Kruispuntsignalisatie: Een kruispuntsignalisatie is een OCIT unit. 2.7.1 Bestaande gebruikersnamen (voor VRIs) zijn: - K-nummer : String beginnend met de letter K, gevolgd door een getal van 3 cijfers en optioneel een extra letter. Voorbeelden: K005 of K010B - Installatiecode : String bestaand uit 3 cijfers, 1 letter, en 1 cijfer, optioneel gevolgd door een / -teken en een cijfer Een dergelijke installatiecode bestaat niet voor alle VRIs Voorbeelden : 062A4 of 007A6/2 - Volledige naam (plaats/straat): String met volledige benaming Voorbeeld : N10 Mayerlei 2.7.2 Definitie van unit short name ( OCIT-I <Kurzbezeichnung> ) Het K-nummer wordt als (OCIT-I) unit short name gebruikt. Deze benaming komt voor in de GUI. 2.7.3 Definitie van Unit long name ( OCIT-I <Name> )) : De unit long name wordt opgebouwd uit de installatiecode en de volledige naam. 2.7.4 Definitie van Unit number ( OCIT-I <UnitNr> ) Het unit number kan in theorie vrij gekozen worden (range 1 65535). Om de nummers consistent te houden wordt het unit-nummer gelijk aan het K-nummer gemaakt, uitzonderingen niet te na gesproken (waar er na het nummer nog een extra letter is). In deze uitzonderlijke gevallen wordt het nummer manueel toegekend, en wordt een getal boven 1000 gebruikt. Voorbeeld : K005 krijgt unit number 5, K010B krijgt unit nummer 1002. Dit unit nummer wordt in de communicatie gebruikt voor de adressering. 2.8 Signaalgroepen en detectoren: DOD2 Fase 1: uitvoering technische voorstudie 6/12/2016 69

Signaalgroepen en detectoren zijn OCIT objecten van een OCIT unit. Het OCIT Outstation nummer wordt gebruikt als object nummer. Dit geldt ook voor andere signaalobjecten, meer bepaald voor signaalgroepen. 2.9 Voor de gebruikers zijn de korte identificaties van de units doorslaggevend. Vermits er geen identificatieschema mag opgemaakt worden is er geen formaatverificatie voor de gebruikte korte identificaties afgezien van het maximum aantal karakters bepaald door de OCITspecificatie of equivalent. Voor een invulling van de adressering zie bijlage 01. DOD2 Fase 1: uitvoering technische voorstudie 6/12/2016 70

Addressering units in OCIT-O 3. Interpretatie van ZNR, FNR in OCIT-O Elke controller en elk OCIT-O subsysteem krijgt een unieke set van een centraal nummer (ZNR) en een devicenummer (FNR) 3.1 Er worden 7 OCIT-O subsystemen gebruikt in de centrale van GEVAS. De OCIT-O subsystemen krijgen ZNR=1..7 en FNR=0. 3.2 Elke controller krijgt het ZNR van zijn subsysteem en een FNR=1..65535 dat uniek is in het systeem. Het Controller FNR van OCIT-O zal hetzelfde nummer zijn als het unit nummer van de kruispuntsignalisatie gebruikt in OCIT-I. 3.3 Elke controller heeft een eigen IP-adres en kan is via een DNS-naam toegankelijk. 3.4 Andere subsystemen: De OCIT-I subsystemen VMS en macro-detectoren gebruiken OCIT-O niet voor hun communicatie met de centrale computer. Voor een invulling van de adressering zie bijlage 01. 3.1.1.5 Actuatorschakeling 4. Sub-actuators Als een unit meerdere actuators omvat, worden deze sub-actuators genoemd. Voorbeeld: In een verkeerscontroller kunnen the sub-actuators Programmaselectie en toestand deelkruispunt onafhankelijk van mekaar geschakeld worden. 4.1 Voor verkeerscontrollers in Antwerpen zijn de volgende sub-actuators geldig: - Omschakeling van (signaal)programma (OCIT-O: ZSignalprogramm) - Aan/uitschakelen van volledige signalisatie van kruispunt (OCIT-O: ZKnotenEinAus) - Aan/uitschakelen van deelkruispunten (OCIT-O: ZTeilknoten) - Offset/split aanpassing (OCIT-O: APWertBlock) Andere sub-actuactors worden niet gebruikt voor Antwerpen, ook niet deze voor openbaar vervoer (Public _transport_onoff: OCIT-O ZOepnvEinAus). DOD2 Fase 1: uitvoering technische voorstudie 6/12/2016 71

3.1.1.6 Berichten n 5. Er is een datacataloog nodig die de definities van alle gebruikte berichten bevat. 5.1 Afhankelijk van de oorsprong van de berichten zijn dit: Berichten afkomstig van de centrale: AVT (Member 3) en GEVAS software (Member 63) Signaalberichten: Standaard OCIT-O berichten (Member 0/1) Messages from the signal: leverancier-specifieke OCIT-O berichten 5.2 De datacataloog wordt als XML meta file ter beschikking gesteld zoals bepaald in OCIT-I. Voor een invulling van de alarmberichten zie bijlage 02. 3.1.1.7 Configuratiebestanden n 6. Als configuratiegegevens voor een signal off-line als bestand uitgewisseld worden, gebeurt dit op basis van XML file OCIT-I VD-DM-LSA OCIT-I 1.1 KD0010, Version 109 (zie ook hoofdstuk 3.1.3). 3.1.2 AANPASSINGEN AAN OFFSETS en SPLIT (GROENTIJDEN) Zie bijlage 06 voor een exacte beschrijving van de OCIT extensie. 3.1.3 VERDUIDELIJKINGEN BIJ HET OIVD BESTAND De OIVD bestanden, afkomstig van LISA+, zijn te vinden op de fileserver. 3.1.3.1 Versie De configuratie van het centrale system gebeurt op basis van XML-file OCIT-I VD-DM-LSA OCIT-I 1.1 KD0010, Versie 109, in het kort OIVD bestand genoemd. Het bestand maakt deel uit van standaard OCIT-I/OTS. De documentatie is te downloaden op http://www.ocit.org/downloadocit-i.htm. De volgende delen geven een kort overzicht van de belangrijkste objecten. Deze lijst is niet noodzakelijk volledig en exhaustief. 3.1.3.2 Nodige informatie 3.1.3.2.1 Header-gegevens De volgende header-gegevens uit OIVD bestanden wordt gebruikt voor de configuratie van het centrale system (zie <OIVD/GrundversorgungsdatenLSA/Kopfdaten> in het bestand) DOD2 Fase 1: uitvoering technische voorstudie 6/12/2016 72

OCIT short name of unit (<Kurzbezeichnung>) OCIT long name of unit (<Name>) OCIT system number (<Identifikation/UnitId/SystemNr>) OCIT subsystem number (<Identifikation/UnitId/SubsystemNr>) OCIT unit number (<Identifikation/UnitId/UnitNr>) 3.1.3.2.2 Signaalgroepen De volgende configuratiegegevens voor signaalgroepen uit het OIVD bestand worden gebruikt in het centrale systeem. (zie <OIVD/GrundversorgungsdatenLSA/SignalgruppenListe/Signalgruppe> in het bestand) OCIT short name van de signaalgroep (<BezeichnungKurz>) OCIT number van de signaalgroep (<OCITOutstationNr>), e.g. 1,2, 3, 3.1.3.2.3 Detectoren De volgende configuratiegegevens voor detectoren uit het OIVD bestand worden gebruikt in het centrale systeem. (zie <OIVD/GrundversorgungsdatenLSA/SignalgruppenListe/Signalgruppe> in het bestand) OCIT short name van de detector (<BezeichnungKurz>) OCIT number van de detector (<OCITOutstationNr>), e.g. 1,2, 3, 3.1.3.2.4 Meldpunten openbaar vervoer Voor meldpunten voor openbaar vervoer worden de volgende configuratiegegevens uit het OIVDbestand ingelezen: zie <OIVD/GrundversorgungsdatenLSA/OeVMeldepunktListe> en substructuren in het bestand zie <OIVD/GrundversorgungsdatenLSA/OeVMeldestreckeListe> en substructuren in het bestand 3.1.3.2.5 Signaalprogramma s Voor signaalprogramma s worden de volgende configuratiegegevens uit het OIVD-bestand ingelezen (zie <OIVD/GrundversorgungsdatenLSA/SignalprogrammListe/Signalprogramm in het bestand) OCIT short name van het signaalprogramma (<BezeichnungKurz>), e.g. P1, P2, P3, OCIT number van het signaalprogramma (<OCITOutstationNr>), e.g. 1,2, 3, OCIT name of het signaalprogramma (<BezeichnungLang>) DOD2 Fase 1: uitvoering technische voorstudie 6/12/2016 73

3.1.3.3 Speciale situaties Eén VRI die twee (of meer) kruispunten aanstuurt: Er wordt één OIVD bestand aangemaakt en er wordt dus één controller in VTmanager gedefinieerd. Deze controller (VRI) heeft één IP-adres en DNS-naam. Het tweede kruispunt wordt in de OIVD als deelkruispunt van de controller beschouwd. Het is mogelijk een deelkruispunt onafhankelijk van het hoofdkruispunt aan of uit te schakelen. In de controller is één signaalprogramma actief dat beide kruispunten aanstuurt. Twee VRI s die één (groot) kruispunt aansturen: In dit geval worden twee OIVD bestanden aangemaakt en er worden twee controllers in VTmanager gedefinieerd. Er zijn twee controllers (VRI s), elk met een eigen IP-adres en DNS-naam. Tussen de beide controllers moet directe communicatie opgezet worden. Het centrale systeem heeft geen kennis van de rechtstreekse verbinding tussen de beide controllers. DOD2 Fase 1: uitvoering technische voorstudie 6/12/2016 74