Handboek persoonlijkheidspathologie
Handboek persoonlijkheidspathologie redactie: dr. E.H.M. Eurelings-Bontekoe prof. dr. R. Verheul drs. W.M. Snellen Bohn Stafleu van Loghum Houten 2007
Ó Bohn Stafleu van Loghum, 2007 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of opnamen, hetzij op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet 1912 j o het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. Samensteller(s) en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een betrouwbare uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor drukfouten en andere onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. ISBN 978 90 313 4660 8 NUR 777 Ontwerp omslag: Studio Bassa, Culemborg Ontwerp binnenwerk: TEFF Typography Automatische opmaak: Pre Press, Zeist Bohn Stafleu van Loghum Het Spoor 2 Postbus 246 3990 GA Houten www.bsl.nl
Voorwoord Voor u ligt het Handboek persoonlijkheidspathologie. De titel ervan is bewust gekozen. Sinds de publicatie van het Diagnostic and statistical manual of mental disorders, third edition, oftewel de DSM-III in 1980, het moment waarop in het handboek een speciale as voor de classificatie van persoonlijkheidsstoornissen (as II) werd geïntroduceerd, wordt persoonlijkheidspathologie vooral uitgedrukt in het begrip persoonlijkheidsstoornis. Deze ontwikkeling heeft het wetenschappelijk onderzoek naar de diagnostiek en behandeling van persoonlijkheidspathologie een grote impuls gegeven. Al jaren voor de introductie van as II in 1980 was er echter al een debat gaande over de vraag of persoonlijkheidspathologie wel adequaat kon worden geoperationaliseerd als van elkaar afgebakende ziektebeelden oftewel categorieën, dan wel of het (dis)functioneren van de persoonlijkheid niet beter kon worden omschreven in termen van persoonlijkheidsdimensies. Ondanks het feit dat destijds vele onderzoekers al pleitten voor een dimensionaal systeem, is uiteindelijk toch gekozen voor een categoriale benadering van classificatie. Sindsdien is, mede dankzij talloze klinische en epidemiologische studies, de twijfel aan de klinische validiteit van een categoriaal systeem voor persoonlijkheidsstoornissen alleen maar toegenomen. Zo blijkt er veel comorbiditeit te bestaan tussen de verschillende stoornissen, blijkt het onderscheid met as-i-stoornissen niet altijd even duidelijk, is het onderscheid tussen normaal en abnormaal arbitrair, en wordt onvoldoende recht gedaan aan de heterogeniteit binnen groepen patiënten met een en dezelfde persoonlijkheidsstoornis. Sinds de laatste eeuwwisseling is duidelijk een kentering zichtbaar in het uitsluitend op categoriale wijze classificeren van persoonlijkheidsstoornissen, ten gunste van verschillende dimensionale benaderingen van persoonlijkheidspathologie. Er wordt op dit moment door verschillende onderzoeksgroepen hard gewerkt aan de DSM-V en het valt te verwachten dat in deze vijfde editie, die voor 2012 staat gepland, as II in de huidige vorm zal verdwijnen. In 2005 werden twee nummers (april en juni) van het Journal of Personality Disorders geheel gewijd aan de nieuwe ontwikkelingen. In het aprilnummer presenteerden Widiger en Simonsen (2005) achttien alternatieve dimensionale modellen, variërend van modellen die zeer dicht aanliggen tegen het huidige categoriale systeem via spectramodellen tot modellen die een integratie beogen van categoriale en dimensionale persoonlijkheidsmodellen, zoals het Temperament en Karakter-model van Cloninger en het Big Five -model van Costa en McCrae. Bij al deze modellen blijft het risico dat uiteindelijk het primaat toch blijft liggen bij de oorspronkelijke persoonlijkheidsstoorniscategorieën. Zo worden bepaalde combinaties van Temperament en Karakter-dimensies of van Big Five-dimensies beschreven als typisch voor bepaalde persoonlijkheidsstoornissen. Bijvoorbeeld: een hoog niveau van harm avoidance (TCI) in combinatie met een hoog niveau van novelty seeking zou kenmerkend zijn voor de borderline persoonlijkheidsstoornis. Deze combinatie is echter ook typisch voor het cyclothyme karakter in het algemeen. Daarnaast is er een spanningsveld tussen probabilistische gegevens (correlaties in steekproeven)
II Handboek persoonlijkheidspathologie en samenhang van variabelen binnen een individu. Het is immers heel wel mogelijk dat een individu met een DSM-IV borderline persoonlijkheidsstoornis juist wordt gekenmerkt door een laag niveau van novelty seeking. De vraag is dan ook of het classificatiesysteem zou moeten worden vervangen door dimensionale modellen, of dat dimensionale modellen een waardevolle aanvulling zijn op en verdieping kunnen geven aan de bestaande ziektecategorieën, zowelvoor as I als as II. De structurele benadering van persoonlijkheidspathologie, zoals oorspronkelijk ontwikkeld door Kernberg, de cognitieve benadering, zoals ontwikkeld door Young, de hechtingstheoretische benadering zoals ontwikkeld door Fonagy en collega s, en de neurobiologische benadering kunnen eveneens deze functie van individuele nuancering binnen een bepaalde brede ziektecategorie vervullen. Immers, patiënten met een en hetzelfde toestandsbeeld kunnen aanzienlijk van elkaar verschillen wat betreft draagkracht, schema s, affectregulatie, onderliggend persoonlijkheidsprofiel, hechtingsstijl en psychodynamische processen. Deze brede en geïntegreerde kijk op persoonlijkheidspathologie vormt de visie die aan dit boek ten grondslag ligt. Het boek bestaat uit vier delen. Het eerste deel gaat over etiologie en theoretische modellen. Hierin komt de invloed van langdurige vroegkinderlijke negatieve ervaringen op de ontwikkeling van de borderline persoonlijkheidsstoornis aan de orde, evenals de infantresearch en de neurowetenschappen, de ontwikkelingsmodellen en de continuïteit en discontinuïteit van internaliserende en externaliserende stoornissen door de ontwikkeling heen. Deel 2 handelt over classificatie en diagnostiek. In dit deel wordt niet alleen aandacht besteed aan categoriale classificatie en dimensionale modellen, maar ook aan psychodynamische modellen van persoonlijkheidspathologie. In een uitgebreid hoofdstuk worden de historische ontwikkeling van het concept borderline en de recente, neurobiologische visies op dit concept besproken. Ten slotte komt indicatiestelling aan de orde, waarbij een groot aantal voor dit proces belangrijke variabelen de revue passeren. In deel 3 wordt uitgebreid aandacht besteed aan de recente behandelmodellen voor persoonlijkheidspathologie: de Mentalization-Based Treatment, de Transference Focused Psychotherapy, de schemagerichte therapieen de dialectische gedragstherapie. Ook wordt in een hoofdstuk de state of the art beschreven van medicamenteuze behandelingen. Ten slotte wordt (de ontwikkeling van) een zorgprogramma voor persoonlijkheidsstoornissen beschreven, waarbij wordt aangesloten bij de huidige ontwikkelingen in de zorg. In deel 4 staat de comorbiditeit tussen persoonlijkheidspathologie en verschillende psychiatrische symptoomstoornissen centraal. In dit deel wordt ingegaan op de complexe interactie tussen persoonlijkheid en een aantal as-i-beelden: depressie, angststoornissen, verslaving, schizofrenie, eetstoornissen, somatoforme stoornissen, aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, en autismespectrumstoornissen. Tot slot wordt in dit deel aandacht besteed aan diagnostiek en behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en persoonlijkheidspathologie in specifieke settings als de forensische en de somatische setting. Een groot aantal experts was bereid een bijdrage aan dit boek te leveren en het daarmee te maken tot het soort boek dat ons vanaf het begin voor ogen stond: een boek met een brede, geïntegreerde visie op persoonlijkheidspathologie, van een hoog educatief en informatief gehalte, een boek dat een weergave vormt van de state of the art op het gebied van de persoonlijkheidspathologie en waarin zo veel mogelijk is uitgegaan van evidence-based kennis. Wij zijn hun daar zeer erkentelijk voor. De redactie: Liesbeth Eurelings-Bontekoe, Roel Verheul en Wim Snellen
Inhoud Voorwoord I DEEL 1 ETIOLOGIE EN THEORETISCHE MODELLEN 1 De invloed van langdurige vroegkinderlijke negatieve ervaringen in de ontwikkeling van de borderline persoonlijkheidsstoornis: een neurobiologisch perspectief 3 Thomas Rinne en Willie Langeland 2 Infantonderzoek en neurowetenschappen 21 Marcel Schmeets en Ariëtte van Reekum 3 Ontwikkelingsmodellen en persoonlijkheidspathologie 37 Paul Goudena en Marcel van Aken 4 Continuïteit en discontinuïteit van psychopathologie in de kindertijd en de adolescentie 49 Frank Verhulst en Fop Verheij 5 Internaliserende problematiek in de kindertijd als risicofactor voor de ontwikkeling van persoonlijkheidspathologie op latere leeftijd 63 Nicole Muller, Coriene ten Kate en Liesbeth Eurelings-Bontekoe DEEL 2 DIAGNOSTIEK EN CLASSIFICATIE 6 Categoriale classificatie, epidemiologie en comorbiditeit 75 Helene Andrea en Roel Verheul 7 Visies op het borderline concept: verleden, heden en toekomst 103 Jurrijn Koelen, Patrick Luyten en Liesbeth Eurelings-Bontekoe 8 Beschrijvende diagnostiek van DSM-IV-TR-persoonlijkheidsstoornissen 143 Peter Dingemans 9 Dimensionale modellen van persoonlijkheidspathologie 165 Roel Verheul en Thomas A. Widiger
IV Handboek persoonlijkheidspathologie 10 Psychodynamische modellen: van Freud tot Fonagy 185 Liesbeth Eurelings-Bontekoe, Jurrijn Koelen en Wim Snellen 11 Indicatiestelling bij persoonlijkheidsproblemen 203 Wim Snellen en Liesbeth Eurelings-Bontekoe DEEL 3 BEHANDELING 12 Veranderbaarheid van persoonlijkheidsstoornissen 221 Roel Verheul 13 Werkzaamheid en werkzame factoren van psychotherapie 235 Roel Verheul 14 Mentalization-Based Treatment voor patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis 249 Dawn Bales, Nicole van Beek en Anthony Bateman 15 Transference Focused Psychotherapy 273 Willem Heuves 16 Schemagerichte therapie 285 Marleen Rijkeboer, Hannie van Genderen en Arnoud Arntz 17 Dialectische gedragstherapie 303 Wies van den Bosch 18 Medicamenteuze behandeling 315 Theo Ingenhoven en Thomas Rinne 19 Een zorgprogramma voor persoonlijkheidsstoornissen en aanverwante persoonlijkheidsproblemen 333 Ariëtte van Reekum en Jacquelina Berkhout DEEL 4 COMORBIDITEIT EN SPECIFIEKE POPULATIES 20 Depressie en persoonlijkheidspathologie 353 Simone Kool, Jack Dekker en Robert Schoevers 21 Angststoornissen en persoonlijkheidspathologie 371 Sako Visser en Anton van Balkom 22 Verslaving en persoonlijkheidspathologie 387 Roel Verheul, Wies van den Bosch en Samuel Ball 23 Schizofrenie en persoonlijkheidspathologie 403 Pieter Vlaminck en Laura Kramer 24 Eetstoornissen en persoonlijkheidspathologie 415 Hans Bloks
Inhoud V 25 Onbegrepen lichamelijke klachten en persoonlijkheidspathologie 427 Kees Kooiman 26 ADHD en persoonlijkheidsstoornissen 441 Sandra Kooij 27 Autismespectrumstoornissen 453 Ina van Berckelaer-Onnes 28 Persoonlijkheidsstoornissen in de forensische setting 469 Corine de Ruiter 29 Persoonlijkheidsstoornissen in de somatische setting 495 Marike Lub Personalia 507 Register 511